Op 10 juli 1919 nam de Eerste Kamer het wetsvoorstel over het vrouwenkiesrecht aan. Hier ging echter een behoorlijk proces aan vooraf. In de grondwet van 1882 werd nog gesproken van ‘Nederlanders’; vrouwen waren dus naar de letter van de wet niet uitgesloten van het kiesrecht. Aletta Jacobs was de eerste Nederlandse vrouw die de proef op de som nam en in 1883 wilde zij zich verkiesbaar laten stellen. De gemeente Amsterdam achtte dit toch niet in geest van de wet en weigerde haar. Voor de zekerheid werd er een wijziging aangebracht in de grondwet van 1887; de wet spreekt vanaf dit moment over ‘mannelijke ingezetenen van Nederland’.
Maar het eerste zaadje was geplant en Aletta Jacobs werd voorzitter van de Vereniging Voor VrouwenKiesrecht (VVVK). Ook in Nunspeet werd een lokale afdeling opgericht van deze vereniging en juist in 1919 vierde deze club haar 25-jarig bestaan. U kunt zich voorstellen dat dit -met het oog op de recente behaalde overwinning- een zeer feestelijke gelegenheid was. Als u op de krantenartikel klikt, vindt u een verslag van deze avond. Tja, en dat zo hier en daar de mannen het wat moeten ontgelden zal niemand verbazen…