Het thema van de Maand van de Geschiedenis 2021 is Aan het werk! Elke dag plaatsen we een artikel over een uitgelicht archiefstuk met een link naar dit thema of laten we het werk achter de schermen bij het Streekarchivariaat Noordwest-Veluwe zien.

Vandaag: Stoomzuivel en -melkpoederfabriek Altena

Aan het einde van de negentiende eeuw kwamen allerlei coöperaties in landbouwgoederen op. Met betrekking tot zuivel werden er ook veel coöperaties opgericht. Zo ook in Doornspijk, waar in 1894 steeds concretere plannen voor een zuivelfabriek ontstaan. De nieuwe Coöperatieve Vereeniging Altena krijgt een deel van het terrein van het oude gemeentehuis in erfpacht. Anno 2021 grenst deze grond aan de rotonde Zuiderzeestraatweg Oost – Zwolscheweg.
Op het terrein wordt een fabriekspand neergezet en de directeur gaat wonen in huize Altena. In 1915 wordt het gehele terrein van de gemeente Doornspijk overgekocht voor een som van F. 14.000,-

Op 21 december 1910 wordt het Fabrieks- en Handelsmerk van de Naamlooze Vennootschap Stoomzuivelfabriek Altena vastgelegd. In het document is vastgelegd dat Altena zich voornamelijk richt op het produceren van natuurboter.

In mei 1916 wordt een vergunning aangevraagd tot het uitbreiden van de fabriek. Men wil de productie uitbreiden met het produceren van melkpoederproducten. De vergunning wordt verleend en vanaf dat moment produceert Altena niet alleen boter, maar ook melkpoederproducten. De Eerste Wereldoorlog is een moeilijke periode voor de zuivelfabrieken. Het is verboden om boter naar het buitenland te exporteren en afnemers moeten er dan ook voor tekenen dat de boter van Altena niet in het buitenland beland. Toch blijft Altena groeien, want het ketelhuis wordt uitgebreid met ketels met een verwarmingsoppervlakte van maar liefst 54 m2. Dat is heel wat meer dan de vorige ketel met een verwarmingsoppervlakte van maar 14 m2!

Na de Eerste Wereldoorlog gaat Altena weer exporteren. In 1919 wordt de Naamloze Vennootschap door het zuivelkantoor te ’s Gravenhage ingeschreven als boterexporteur. Altena was verplicht tot een betaling van een bedrag van vermoedelijk 50 cent per kilo bij export, waarin al wel de verschuldigde kosten aan de Nederlandse Uitvoermaatschappij begrepen waren.

In 1922 wordt een benzinepomp op het terrein geïnstalleerd. In datzelfde jaar komt er ook een melkinstallatie, die tot 10.000 liter melk per dag kan verwerken. In de offerte wordt ook een optie tot het inblikken van (gecondenseerde) melk aangeboden, maar het is onbekend of deze machine ook door de zuivelfabriek is aangeschaft.

Vanaf eind jaren ’20 is de fabriek waarschijnlijk niet meer onder zelfbestuur, maar valt het onder de Verenigde Veluwse Melkfabrieken (VVM). Altena sluit de deuren op 31 december 1940. De laatste jaren heeft de fabriek waarschijnlijk alleen nog gefunctioneerd als melkontvangststation en werden er geen eindproducten meer gemaakt.

In de jaren na Altena hebben er tal van bedrijven in de oude panden gezeten. Tot het einde van de jaren ’80 het grondgebied wordt verkocht, waarna er door Prins Bouw enkele bedrijfspanden worden neergezet en vijf woonhuizen. Van Altena zijn op het grondgebied geen sporen meer te vinden.

Oudheidkundige vereniging Arent thoe Boecop heeft in 2011 een uitgave gewijd aan Altena, te Doornspijk, onder Elburg. Deze publicatie, geschreven door C.J.Pieters, schenkt aandacht aan de geschiedenis van de bewoning op Altena van 1681 tot de sloop van Altena eind jaren ’80. Het gaat om publicatie 94, daterend van november 2011.