Het thema van de Maand van de Geschiedenis 2021 is Aan het werk! Elke dag plaatsen we een artikel over een uitgelicht archiefstuk met een link naar dit thema of laten we het werk achter de schermen bij het Streekarchivariaat Noordwest-Veluwe zien.


Vandaag: De Volksuniversiteit in Nunspeet!

Onderwijs in Nederland
Over de eerste scholen in Nederland is vrij weinig bekend. Waarschijnlijk zijn deze in de middeleeuwen opgezet naar het voorbeeld van de Engelse kloosterscholen die al in de zevende en achtste eeuw bestonden. In eerste instantie waren de kloosterscholen gericht op het opleiden van jongens tot monnik of priester.

Karel de Grote bracht hier verandering in: alle jongens moesten naar school.
Hoewel de kloosterscholen goed bezocht werden, konden lang niet alle jongens naar school. De kloosters lagen zo ver uit elkaar dat kinderen soms te ver moesten lopen. Vanaf de veertiende eeuw kwam daar verandering in. In verschillende steden en dorpen werden onafhankelijke scholen opgericht en ook meisjes werden tot het onderwijs toegelaten.

Tijdens de Bataafse Republiek komen de eerste onderwijswetten. Onderwijs moet openbaar zijn en niet gerelateerd aan een religieuze stroming. Eind negentiende eeuw ontstaat de schoolstrijd, en daarmee wordt bijzonder onderwijs mogelijk. Wel duurt het tot 1917 tot de bijzondere scholen ook gesubsidieerd worden vanuit de overheid.

Een bijzondere ontwikkeling
In Nunspeet zien we echter in 1947 een bijzondere ontwikkeling. De Volksuniversiteit wordt opgericht. De doelstelling van de Volksuniversiteit is het bevorderen van algemene ontwikkeling in de ruimste zin, met uitsluiting van vakopleiding, een en ander geheel onafhankelijk van staatskundige en godsdienstige richtingen.

Zo is in een krantenknipsel te lezen dat men in de Commissie van Aanbeveling ook zoveel mogelijk alle godsdienstige en politieke schakeringen vertegenwoordigd wil zien. Dit omdat de Volksuniversiteit wil werken in het belang van de hele gemeenschap.
Om onduidelijke redenen hebben echter op een na alle aangeschreven predikanten voor zitting in de commissie bedankt.

De enige predikant die niet bedankte, de toenmalige voorganger van de Protestantenbond, Vrijzinnig Hervormde C.A. Korndörfer, heeft nooit zitting gehad in de commissie. De Volksuniversiteit wilde namelijk niet te boek staan als vrijzinnig.
Korndörfer prijst in de “Nunspeet Vooruit’ van 8 augustus 1947 de Volksuniversiteit wel aan, door middel van een ingezonden brief: “Welnu, het werk der Volksuniversiteit is zeer belangrijk uit cultureel oogpunt”.
Overigens heeft de voorganger niet zo’n goed woord voor het bestuur van de Volksuniversiteit dat hem zonder overleg geschrapt heeft uit de commissie van aanbeveling, omdat de andere predikanten bedankten.

In een wervende brief wordt de Volksuniversiteit aangeprezen. Zo worden er dat jaar al diverse cursussen aangeboden zoals psychologie en schilderkunst. Ook diverse lezingen staan al op stapel: de Volkshogeschool en karakterkunst worden als onderwerpen genoemd. In de brief wordt ook weer benadrukt dat het vooral de bedoeling is om diversiteit aan te brengen in de religies en politieke voorkeuren. In deze tijd van verzuiling een bijzonder nastreven!

Dat het nastreven is gelukt, blijkt uit het feit dat de Volksuniversiteit Nunspeet nog altijd bestaat. Het wordt gerund door enthousiaste vrijwilligers, waardoor diverse cursussen tegen een gunstige prijs kunnen worden aangeboden.