Het thema van de Maand van de Geschiedenis 2021 is Aan het werk! Elke dag plaatsen we een artikel over een uitgelicht archiefstuk met een link naar dit thema of laten we het werk achter de schermen bij het Streekarchivariaat Noordwest-Veluwe zien.


Vandaag: Veldwijk

Wie zonder enige kennis over landgoed Veldwijk loopt, kan zich zomaar verbeelden dat het een park is met prachtige gebouwen. Het doet in eerste instantie niet aan als een psychiatrische inrichting. Pas later vallen de uniforme naambordjes van de verschillende gebouwen op. Wat eveneens niet direct zichtbaar is zijn de borden met verwijzingen zoals ‘prikpoli St. Jansdal’. Wie wel met enige kennis het terrein verkend, kan zich goed indenken dat de patiënten hier tot rust kwamen.

Veldwijk was in eerste instantie niet bedoeld voor verpleging, maar een landgoed. Mathilde Jacques Chevallier, zoon van een boekhandelaar, erfde Veldwijk van zijn moeder. Chevallier was veel bezig met geestelijke gezondheidszorg. Hij was betrokken bij de oprichting van de Vereeniging tot Christelijke verzorging van krankzinnigen en zenuwlijders in Nederland in 1884. De vereniging kon Veldwijk voor een voordelige prijs van hem kopen. Veldwijk was een goede locatie. Men geloofde dat ‘krankzinnigen’ en ‘zenuwlijders’ beter tot hun recht zouden komen in een rustige omgeving. Daarnaast werden psychiatrisch patiënten liever ver van de maatschappij gehouden. In 1885 werd de eerste steen op het terrein gelegd en in 1886 namen de eerste patiënten hun intrek. De vereniging richtte niet alleen Veldwijk op, maar ook Dennenoord bij Zuidlaren en Bloemendaal bij Loosduinen.

In de jaren ‘40 van de negentiende eeuw trad de Krankzinningenwet in werking. Deze wet ging uit van zorg voor geestelijke minderheden, in plaats van een rechter. Door de groeiende bevolking was het voor de overheid alleen niet te doen om de toenemende vraag naar zorg bij te benen. Daarom werd het ook mogelijk om particuliere zorg op te richten. De confessionelen waren de eersten die een particuliere vorm van geestelijke gezondheidszorg oprichtten. De overheden konden vanwege de groeiende bevolking de vraag naar geestelijke gezondheidszorg niet bijhouden.
Niet alleen bij Veldwijk was Chevallier een grote speler in het geheel. Ook bij de oprichting van ’s Heerenloo was hij betrokken. Hij kocht het landgoed en verkocht het weer aan de vereniging voor een gunstige prijs. Tevens was hij ook betrokken bij de oprichting van Groot Emaus, dat speciaal voor jeugdige cliënten werd gebouwd. Daarmee veranderde het boerendorpje Ermelo in een ‘gestichtsplaats’ en zou het leven van velen daarom gaan draaien.

De terreinen van Veldwijk lagen er altijd verzorgd bij, mede dankzij de bewoners die meehielpen om het terrein te onderhouden. Met name de protestants-christelijke instellingen waren vanaf het begin doelbewust en ordelijk ingericht. Op Veldwijk waren vooraan de paviljoenen voor de rustigere patiënten, aan de achterkant voor de ‘onrustigen’. Ertussenin woonden de ‘half-onrustigen’. Het personeel werd meestal aangetrokken vanuit christelijke kringen.

Sinds enkele jaren is Veldwijk niet alleen maar een bolwerk van geestelijke gezondheidszorg. Er zijn een aantal particuliere woningen gebouwd. Rondom de Hooge Riet worden in de nabije toekomst tevens woningen gebouwd. De Hooge Riet zelf ondergaat dan de metamorfose tot appartementencomplex. Op deze manier blijft dit bijzondere erfgoed toch bewaard.

Het witte gebouwtje op het terrein van Veldwijk, dat ooit is gebouwd als paviljoen 12 voor de verpleging van twee dames in de eerste klasse is tegenwoordig Museum Parkzicht. Dit museum geeft een beeld van de geschiedenis van psychiatrische verpleging en Veldwijk in het bijzonder.