Het thema van de Maand van de Geschiedenis 2021 is Aan het werk! Elke dag plaatsen we een artikel over een uitgelicht archiefstuk met een link naar dit thema of laten we het werk achter de schermen bij het Streekarchivariaat Noordwest-Veluwe zien. 


Vandaag: De Veluvine Verffabriek in Nunspeet

“Laat uwe muren, plafonds, badkamers en keukens niet meer witten, maar laat die verven met onze Japanverf, verkrijgbaar in alle mogelijke kleuren en tinten. (…) Onze Japanverf houdt zich jaren en jaren goed en is ook hygiënisch aan te bevelen, doordat haar effen oppervlak het aanhechten van alle voor de gezondheid schadelijke onreinheden en stoffen bijna onmogelijk maakt. WACHT U VOOR NAMAAK. Veel is er wat den naam van Japanverf draagt, maar wat kracht, glans, fijnheid en duurzaamheid betreft, niet met onze Japanverf in de schaduw kan staan.”

Zo luidt de advertentie in Het Volksdagblad van 8 november 1901. Enkele jaren, daarvoor, in 1895 was de Veluvine Verffabriek opgericht in Nunspeet. Het bedrijf werd opgericht door Frans Molijn. Hij was vanaf zijn zeventiende werkzaam in de vernisfabriek van zijn vader, de N.V. Molyn & Co in Rotterdam. Door omstandigheden verhuisden Frans en zijn vrouw naar de Veluwe en richtten daar een eigen fabriek op, op de Groote Bunte in Nunspeet.

Andere visie
Molijn had een andere visie op het werkgeverschap dan de meeste fabriekseigenaren van zijn tijd. Hij geloofde dat zijn werknemers mee moesten delen in de winst in tegenstelling tot veel van zijn collega’s die alleen de directie in de winst lieten delen. Daarom werd de Veluvine Verffabriek een ‘copartnership’. Naast dat had Molijn hoge sociale idealen. Hij wilde werknemers niet alleen in dienst nemen, maar ook een sociaal vangnet bieden. Zo kregen arbeiders met gezinnen vrijstaande woningen aangeboden, waar men gratis mocht wonen, had de Maatschappij een eigen kokerij, bakkerij, boterfabriek, houtverkoop, badhuis, wasserij en moestuinen. Dat alles gaf een gevoel van een zelfvoorzienende commune.

Op financieel gebied had de fabriek een eigen ziekenkas, spaar- en pensioenkas, een weduwen- en overlijdenskas en de eerder benoemde manier van winstverdeling.

Verloop fabriek
De jaren na de oprichting van de fabriek waren zwaar en het startkapitaal van F. 150.000 bleek te weinig, waardoor niet alle idealen van Molijn gerealiseerd werden. De boterfabriek werd verkocht en groeide later uit tot Nesté. Ook het Vereenigingsgebouw moest sluiten, waarin huisvesting, eetzaal, bibliotheek, keuken en de bakkerij was ondergebracht. Het gebouw werd tot de verkoop in 1913 verhuurd aan verschillende organisaties.

In deze periode werd de Corporatie opgericht, waarbij leden extra salaris kregen waarvan een deel werd ingehouden om aandelen te verkrijgen. Zodoende verwierven veel medewerkers aandelen, hoewel de droom, dat alle aandelen van medewerkers werden, geen werkelijkheid werd.

De fabriek was lange tijd toonaangevend, maar werd in 1965 overgenomen door een Brits bedrijf.
In 1974 werd de Veluvine verplaatste de productie naar Breda, waar het onder Wagemakers Lak fabrieken viel. In 1988 werd de verffabriek in Nunspeet afgebroken. Op deze plek staat nu het culturele centrum Veluvine. De F.A. Molijnlaan (vroege Grooteweg) is vernoemd naar de oprichter van de Verffabriek, Frans Molijn.

Betekenis voor Nunspeet
Frans Molijn en zijn vrouw Diderica Cornelia waren niet alleen belangrijk voor de fabriek, maar hebben ook veel betekend voor de ontwikkeling van Nunspeet. Zo heeft mevrouw Molijn bijgedragen aan de komst van een dorphuis en het Rode Kruis. Meneer Molijn heeft initiatief genomen voor het verbeteren van de infrastructuur van Nunspeet, zoals de aanleg van de Grooteweg en de stoomtramlijn.

Het archief van de Veluvine Verffabrieken B.V. Nunspeet, 1894-1974 is ondergebracht bij het Streekarchivariaat Noordwest-Veluwe onder toegangsnummer 3132 en bevindt zich op de locatie Nunspeet.