Het thema van de Maand van de Geschiedenis 2021 is Aan het werk! Elke dag plaatsen we een artikel over een uitgelicht archiefstuk met een link naar dit thema of laten we het werk achter de schermen bij het Streekarchivariaat Noordwest-Veluwe zien.

Vandaag: Jong geleerd is oud gedaan!

Tegenwoordig gaat iedereen naar de basisschool en de middelbare school. In veel gevallen volgt daarna ook nog een opleiding, waarin de student zich specialiseert in een bepaald werkgebied. Eén van de belangrijkste dingen tijdens de schooltijd is het leren lezen en schrijven. Een dikke 250 jaar geleden was dat niet anders – als je de kans kreeg om naar school te gaan.

In het depot van de vestiging Elburg bevinden zich een aantal schrijfoefeningen uit 1760. Helaas is niet bekend van elke school deze oefeningen komen, maar in de meeste gevallen is wel de naam van de leerling, en soms ook de leeftijd, genoteerd.

Onderwijs in de achttiende eeuw
Lang niet iedereen kreeg in de achttiende eeuw onderwijs. Kinderen gingen al wel jong naar school en kregen ook al snel lezen, schrijven en rekenen. In de schrijfoefeningen die zich in het depot van Elburg bevinden, is één oefening te herleiden naar een leerling van 8 jaar. Daarbij gaat het om schrijfoefeningen, zoals we die nu eigenlijk ook nog kennen in groep 3. Het schrijfonderwijs in de achttiende eeuw richtte zich niet alleen op het leren schrijven van letters. De focus lag ook op het weergeven van teksten in schoonschrift. We zien dat aan de uitgebreide krullen en versieringen aan de zijkanten die worden gebruikt.
Hetgeen opvalt is dat de letter J ontbreekt in het keurige rijtje van de eerste letters van het alfabet. Dit komt omdat de I ook werd gebruikt voor de J en zodoende niet altijd als aparte letter werd gebruikt.

Stichtelijke teksten
Naar mate de leerlingen de schrijfkunst meer onder de knie kregen, werden de oefeningen ook anders. Veelal waren schrijfoefeningen stichtelijke teksten die in het schoonschrift geschreven moesten worden. Zo was niet alleen het schrijf- en rekenonderwijs gewaarborgd, maar ook het godsdienstige onderwijs.
 
Zo schrijft J.W.B. Boerendans op 15 december 1760: “Een man die zijnen naasten vlijd, sprijd een net uijt voor des”. Eronder is te lezen: “In de overtredingen eenes boosen mans is een strik, maar de regtveerdige juijcht en is blijde. De regtveerdige neemt kennisse van de regtzaaken der armen, maar de goddeloosen en begrijpt de weetenschap niet spotdrijvende lieden”.
Deze tekst komt uit de Statenvertaling, Spreuken 29:5-8: De tekst is niet helemaal compleet, want in de Statenvertaling vinden we de volgende tekst: “Een man die zijn naaste vleit, spreidt een net uit voor deszelfs gangen. In de overtreding eens een bozen mans is een strik, maar de rechtvaardige juicht en is blijde. De rechtvaardige neemt kennis van de rechtzaak der armen, maar de goddeloze begrijpt de wetenschap niet. Spotdrijvende lieden blazen een stad aan brand; maar de wijzen keren den toorn af.”
Hoewel met een paar kleine foutjes, is het schoonschrift van de leerling erg netjes. De bijgaande krullen laten zien dat het schoonschrift op een behoorlijk niveau is.

En om eerlijk te zijn, de schrijver dezes is blij met de moderne tekstverwerkers. Haar handschrift is naar alle waarschijnlijkheid niet zo netjes dat het 261 jaar na dato nog goed te lezen is.