Af en toe komen we in onze archieven stukken tegen met een bijzonder verhaal. Deze keer een vondst in het archief van de gemeente Elburg uit de Bataafse periode, die alles van doen heeft met crisismanagement en oorlogsfinanciering.

Oorlog, hongersnood en rantsoenering: begrippen die veelal samengaan. Een bekend voorbeeld voor ons allen is natuurlijk de hongersnood tijdens de Hongerwinter in de Tweede Wereldoorlog. Dit ligt zeker nu met 75 jaar vrijheid nog vers in ons collectief geheugen. Maar wist u dat dit ook het geval was ten tijde van de Franse Revolutie? Deze revolutie maakte een einde aan het Ancien Régime in Frankrijk. Aan het eind van het Ancien Régime maakte Frankrijk een zware financiële crisis door. Naast een torenhoge staatsschuld en een dreigend faillissement voor het koninkrijk had het volk te kampen met een serieuze hongersnood. In 1789 riep koning Lodewijk XVI het Franse parlement bijeen om een oplossing voor de crisis te bedenken. Het plan was om de onteigende kerkelijke bezittingen geleidelijk bij opbod te verkopen ten gunste van de staatskas. Om niet alle kerkelijke goederen in één keer te hoeven verkopen werden waardepapieren verkocht met deze goederen als onderpand, die later konden worden ingeleverd voor de definitieve aankoop van het kerkelijke bezit. Deze waardepapieren waren de zogenoemde 'assignaten', die vanaf 1790 ook als wettig betaalmiddel werden geaccepteerd.

Sinds begin 1795 was ook Elburg door Franse troepen bezet. Zodoende zijn ook in Elburg assignaten als betaalmiddel gebruikt, waarvan er dus enkele bewaard zijn gebleven in het archief. Bij deze assignaten hebben we ook enkele rantsoenbonnen gevonden. Daaruit kunnen we opmaken waarvoor deze assignaten werden gebruikt: ze werden ingezet om het onderhoud van het Franse garnizoen te bekostigen. Er werden partijen haver, hooi, brood, vlees en tabak mee betaald, maar ook reparaties aan de schoenen, laarzen en pantalons van de in Elburg gelegerde soldaten van een artilleriebataljon van het Armée du Nord.

Zo is op een van deze bonnen te lezen: “Bon voor drie rantsoenen hooi ter waarde van vijftien livres, voor het onderhoud van drie paarden van de artillerie”. Het is bovendien mooi om te zien hoe verschillend de plaatsnaam 'Elburg' op deze brieven is geschreven door de Fransen: waar op de een het Nederlandse Elburg staat, staat op de ander hiervan een “Franse” verbastering, namelijk 'Ailbreux'.