Dorp op de heide

Het vluchtoord Oldebroek moest nog in 1914 ontruimd worden ten behoeve van internering van Belgische militairen. Desgevraagd of er in Nunspeet ruimte was voor de vluchtelingen antwoordde burgemeester Mackay: “de onafzienbare heidevlakten binnen mijne gemeente geven gelegenheid te over tot het inrichten van een kamp voor een onnoemlijk aantal personen”.

In tegenstelling tot Oldebroek moest in Nunspeet het complete vluchtoord gebouwd worden. Buiten het dorp werd grond gehuurd. De huur werd betaald met de menselijke uitwerpselen (mest) en keukenafval (diervoer) van het te bouwen vluchtoord. Op de heide verrees vervolgens in oktober 1914 met enorme snelheid een klein houten stadje. Het moest 13.000 vluchtelingen kunnen herbergen.

Bij de bouw van het kamp waren veel Nunspeters en vooral Elspeters betrokken. Ook werden er Belgische vluchtelingen bij de bouw ingezet. De bouw stond onder verantwoordelijkheid van het Bouwdepartement van het vluchtoord. De bouw duurde slechts 24 dagen.

Het vluchtoord was verdeeld in vier dorpen die ieder bestonden uit een aantal slaapbarakken en eetzalen, een keuken, een crèche en wasruimtes. De barakken werden vernoemd naar bekende Nederlanders en Belgen. Verder waren kerk, postkantoor, scholen en ziekenbarakken aanwezig. Uiteindelijk zou er ook een groot theater komen. Het vluchtoord kreeg een eigen elektriciteitscentrale en waterleiding. Voor stoute Belgen was er zelfs een gevangenis, de provoost.

Het gehele vluchtoord werd omgeven met een afrastering van prikkeldraad. Buiten deze afrastering werd het ziekenhuis gebouwd.

Plattegrond van het vluchtoord Nunspeet circa 1915. Het vluchtoord was verdeeld in vier dorpen (I-IV) De barakken waren alle vernoemd naar bekende Belgen en Nederlanders. In dorp I waren de barakken vernoemd naar dichters, in dorp II naar leden van het Belgische koningshuis en schilders, in dorp III naar het Nederlandse koningshuis en zeehelden en in dorp IV naar Nederlandse staatslieden. De eetzalen werden ook vernoemd naar Nederlandse staatslieden en naar gouverneurs-generaal en eilanden van Nederlands Indië, het huidige Indonesië. In dorp I zou later naast de eetzalen theater Tivoli verrijzen.