Cookiemelding

Het Streekarchivariaat Noordwest-Veluwe is wettelijk verplicht toestemming te vragen voor het gebruik van cookies en u te informeren over het gebruik van functionele cookies. Cookies zijn belangrijk voor onze website.

Het Streekarchivariaat Noordwest-Veluwe gebruikt functionele cookies, maar daarnaast ook cookies voor het beheer van de webstatistieken. Deze cijfers gelden als noodzakelijke feedback om de digitale dienstverlening en de vindbaarheid van de site te verbeteren. Daarnaast worden de webstatistieken gebruikt om verantwoording af te leggen aan de deelnemers van het Streekarchivariaat Noordwest-Veluwe en subsidieverstrekkers.

Bezoekers van de website van het Streekarchivariaat Noordwest-Veluwe blijven anoniem. Ook voor cookies geldt dat ze nooit direct aan individuen zijn te koppelen. Streekarchivariaat Noordwest-Veluwe gaat vertrouwelijk om met de gegevens die door middel van cookies worden verzameld.

De website van het Streekarchivariaat Noordwest-Veluwe is alleen bereikbaar als u cookies accepteert!

U bent natuurlijk altijd welkom op de studiezaal van de 5 vestigingen van het Streekarchivariaat Noordwest-Veluwe

Ik accepteer deze cookies

Meer informatie over cookies »

sm-kaart1.jpg

Eerste Wereldoorlog: 1914-1918

Begin WO I (De Grote Oorlog)

In de 19e eeuw is er in de meeste grote Europese landen sprake van een sterk opkomend nationalisme. Dat betekende dat deze landen steeds minder met elkaar wilden samenwerken, maar ieder voor zich de sterkste wilde zijn. In het begin van de vorige eeuw liepen de spanningen tussen vooral Duitsland, Frankrijk, Oostenrijk-Hongarije, Groot-Brittannië en Rusland snel op. Kleine landen, als Nederland en België, wilden neutraal blijven. Dit wil zeggen dat zij geen partij wilden kiezen.

In 1914 bereikte de spanning een kookpunt: Op 28 juni werd de Oostenrijks-Hongaarse troonopvolger Franz-Ferdinand in Sarajevo door een Servische nationalist doodgeschoten. Oostenrijk-Hongarije verklaarde hierop de oorlog aan Servië. In reactie hierop mobiliseerden de Europese landen hun legers. Al snel volgde de eerste oorlogsverklaringen. Oostenrijks bondgenoot Duitsland verklaarde de oorlog aan Rusland en Frankrijk.

Om geen oorlog op twee fronten te krijgen wilde Duitsland Frankrijk snel uitschakelen. Hiervoor hadden de Duitsers het Plan Von Schlieffen. Dit hield in dat het Duitse leger snel door België zou trekken om zo achter de Franse verdedigingslinies langs Parijs aan te vallen. Op 4 augustus 1914 viel het Duitse leger het neutrale België binnen. Groot-Brittannië had de neutraliteit van België gegarandeerd en verklaarde de oorlog aan Duitsland. Vele oorlogsverklaringen volgden nog en de moord in Sarajevo mondde zo uit in de Eerste Wereldoorlog.

Nederland bleef in deze oorlog neutraal. Dat betekende dat geen van de strijdende partijen ons land aanviel en dat ons leger niet meevocht. Nederland kreeg echter wel op een heel andere manier met de gevolgen van deze "Grote Oorlog" te maken.

 

Belgische vluchtelingen

Het Duitse leger stuitte bij haar doortocht door België al direct bij Luik op fel verzet van Belgische zijde. De hevige gevechten, maar vooral verwoestingen en moordpartijen door het Duitse leger deden duizenden Belgen op de vlucht slaan. Naar mate het Duitse leger verder richting Frankrijk oprukte zwol hun aantal tot ongekende proporties. In oktober, na de val van Antwerpen, hadden bijna twee miljoen Belgen een veilig heenkomen gezocht in het buitenland. Hiervan vond een miljoen voor korte of langere tijd een veilig onderdak in Nederland. Met name na de val van Antwerpen werd ons land overspoeld met vluchtelingen, zowel burgers als militairen.

De eerste duizenden vluchtelingen uit de regio rond Luik werden in de grensstreek van Limburg opgevangen door inderhaast opgerichte particuliere comités. Zij werden eerst opgevangen bij mensen thuis, later in kerken, fabrieken en scholen. Spoedig nam de vluchtelingenstroom uit België toe tot vele tienduizenden per dag en schoot de opvang door particulieren tekort. De overheid moest bijspringen. Vluchtelingen werden nu ook ondergebracht in leegstaande kazernes en in haastig opgezette tentenkampen, niet alleen in het grensgebied maar vooral ook dieper ons land in. Veel Belgische vluchtelingen kwamen op de Veluwe terecht. Burgervluchtelingen werden hier in eerste instantie opgevangen in het legerkamp te Oldebroek bij 't Harde. Zij werden spoedig overgeplaatst naar een speciaal voor hen op de heide gebouwd kamp, vluchtoord Nunspeet. Dit was een compleet houten dorp met slaapbarakken, eetzalen, scholen, kerk, theater, polikliniek en crèches voor 7.000 vluchtelingen, maar wel achter prikkeldraad. Ook bij Ede en bij Uden verrezen dergelijke houten dorpen waarin Belgische vluchtelingen onder beperkte bewegingsvrijheid werden ondergebracht. Het betrof hier overigens vooral vluchtelingen die niet in staat waren zichzelf te onderhouden en van onderdak te voorzien. Veel vluchtelingen vonden onderdak in pensions of bij gewone particulieren.

Belgische militaire vluchtelingen

Een aparte groep vluchtelingen werd gevormd door de circa 40.000 naar Nederland uitgeweken Belgische militairen. Omdat Nederland graag neutraal wilde blijven moesten deze mannen ontwapend en krijgsgevangen genomen worden. Zij werden in speciale kampen, interneringsdepots, opgesloten. Eerst in Harderwijk en Amersfoort (kamp Zeist), later, vanaf januari 1915, ook in Oldebroek.

De eerste Belgische militairen werden in Harderwijk in de aanwezige kazernes en de Grote kerk ondergebracht, de overige duizenden in een groot, met prikkeldraad omheind tentenkamp even buiten de stad. Naarmate duidelijk werd dat de oorlog wat langer zou gaan duren dan de Duitse legerleiding voor ogen had gehad, het Duitse offensief was in Noord-Frankrijk in een loopgravenoorlog vastgelopen, drong zich de noodzaak van permanenter onderdak op. Begin 1915 maakten de tenten plaats voor een houten barakkenkamp dat uitgroeide tot een complete stad met ruim 13.000 uitsluitend militaire inwoners. Het interneringsdepot Harderwijk kende een sportpark met wielerbaan, scholen, een bioscoop, kerken, restaurants, kantines en zelfs een frietkraam.

In het kader van gezinshereniging werden in Harderwijk de vrouwen en gezinnen van daar geïnterneerde Belgische militairen in twee aparte kampen, Heidekamp en Leopolddorp. Voor de kinderen, maar ook voor de veelal analfabete volwassenen, werden hier scholen gebouwd. Ook bij legerplaats of interneringsdepot Oldebroek verrees een gezinskamp, Moensdorp. De kinderloze vrouwen waren ondergebracht in een barak op de legerplaats waar ook de school stond.

Behoudens de Belgische militairen, die immers krijgsgevangen waren, konden veel vluchtelingen na verloop van korte of langere tijd naar hun vaderland terugkeren. Hierdoor kon bijvoorbeeld in 1917 vluchtoord Ede opgeheven worden, de resterende bevolking kon worden ondergebracht in vluchtoord Nunspeet. Hoewel de militairen niet naar hun land mochten terugkeren kregen na verloop van tijd wel velen de kans om buiten de interneringsdepots te gaan werken en zelf te gaan wonen. Dit leidde ertoe dat gedurende de oorlog zowel Interneringsdepot Oldebroek en uiteindelijk ook Zeist werden opgeheven en samengevoegd met Harderwijk.

 

Einde WO I in Noordwest-Veluwe

Op 11 november 1918 kwam er met de wapenstilstand een einde aan de gevechtshandelingen van de Eerste of Grote Wereldoorlog. In december 1918 werden de Belgische militairen uit Harderwijk naar hun land gerepatrieerd. Het duurde tot medio 1919 voordat vluchtoord Nunspeet kon sluiten. Van de kampen resteert op locatie niets meer, wel zijn archieven, door Belgen gemaakte voorwerpen en vooral veel prentbriefkaarten met foto's bewaard gebleven.

De naar Nederland gevluchte Belgen onderhielden contact met het thuisfront via brieven en vooral prentbriefkaarten of ansichten. Hiervoor gebruikten ze kaarten met foto's van het leven in de interneringsdepots en vluchtoorden. Vooral militairen lieten zich graag groepsgewijs, bijvoorbeeld voor hun slaapbarak, fotograferen om naar huis te sturen. De foto's geven op een vaak indringende manier inzage in het kampleven met de oneindige verveling en de oplossingen die men bedenkt om deze te bestrijden. Foto's van mensen die gedwongen waren vier jaar achter prikkeldraad te leven, van hun dagelijkse bezigheden, hun feesten en processies, van hun sport en vermaak.