Cookiemelding

Het Streekarchivariaat Noordwest-Veluwe is wettelijk verplicht toestemming te vragen voor het gebruik van cookies en u te informeren over het gebruik van functionele cookies. Cookies zijn belangrijk voor onze website.

Het Streekarchivariaat Noordwest-Veluwe gebruikt functionele cookies, maar daarnaast ook cookies voor het beheer van de webstatistieken. Deze cijfers gelden als noodzakelijke feedback om de digitale dienstverlening en de vindbaarheid van de site te verbeteren. Daarnaast worden de webstatistieken gebruikt om verantwoording af te leggen aan de deelnemers van het Streekarchivariaat Noordwest-Veluwe en subsidieverstrekkers.

Bezoekers van de website van het Streekarchivariaat Noordwest-Veluwe blijven anoniem. Ook voor cookies geldt dat ze nooit direct aan individuen zijn te koppelen. Streekarchivariaat Noordwest-Veluwe gaat vertrouwelijk om met de gegevens die door middel van cookies worden verzameld.

De website van het Streekarchivariaat Noordwest-Veluwe is alleen bereikbaar als u cookies accepteert!

U bent natuurlijk altijd welkom op de studiezaal van de 5 vestigingen van het Streekarchivariaat Noordwest-Veluwe

Ik accepteer deze cookies

Meer informatie over cookies »

sm-kaart.jpg

Ingekomen stukken, 1630

Inventarisnummer 211
(Ingekomen stukken, 1630)
 

1.
                   Copia.

Edele etc.,

Die hoog mogenden heeren Staten Generael, sijn excellencie onsen genedige heeren stathouder ende de heren Raeden van State, insiende den tegenwoordige gestaltenisse van saecken soe van den vyant als van dese verenichde Nederlanden vynden dienstich tot meeste behoudenis ende gedijen van deselve, dat consent gedraegen ende dien volgents tegens halff martio nyen styls aenstaende effectuelicken betaelt werde 400m libra op reeckeninge ende in minderongh van den legerslasten over het lopende jaer sestien hondert dartich bij generale propositie versocht, mits welcken u lieve ende eersamen nae gewoontlicker communicatie hierinne consent bewerven ende voorts tot het opbrengen van hare quota in de voorseide 400m libra tegens den halven meert voornoemt haer in tijts stellen moegen als u lieve ende ersamen selffs konnen affnemen, de nevens van staet verhaelt in de bijgevoechde brieven nootsaeckelick (doorh.: onleesb.) vereyschen. Waermede wij u lieve ende ersamen Godes  heylige hoede bevelen. Geschreven t’Arnhem den 8en february 1630. Onderstont u lieve ende ersame goede vrinden, cantzler ende Raeden. Leger: ter ordonnantie van de selve; get: J. Sluijsken. T’opschrift was, edele etc.

2.
                   Copie.

Edele mogende heren,

Wij ontfangen van verscheyden oorden advertentien van den grote machinatien die bijden vyandt legers desen staet aengewendt werden, niett alleen om met erdichte uytstroyingen, quade impressien te geven ende haet over denselven te verwerken, mitsgaeders andere potentaten, fursten ende stenden tott hostiliteyt op te hitsen maer dat de spaegniarden mett hulpe harer adgenenten oock vasten voornemens sijn dese landen ende denselver importantste frontieren met oorloch geweldich an te tasten ende soo sij mochten off Godt sulcke wilde gehengen t’ overweldigen, waertho dan grote ende niet wel geloofflicke werkinge van crijchsvolck in verscheyden quartieren werden gedaen alle twelcke sijn excellencie ordelende datt niet kleyn gedacht ende lichtelick inden windt geslaegen maer nae sijne gewichte ernstelick behoort te werden geapprehendeert ende met alle mogelicke voorsorge tegengegaen in tijtts eer men metten sluch werde gewaerschouwt opdat desen helen staet niet onversiens en werde geworpen in sodanigen gevaer, als men den voorleden somer wedervaeren ende door sonderlinge zegen ende assistentie van Godt almachtich uytgestaen heeft, hebben wij met advys van hoochgeleerte sijn excellencie ende van de Raden van State dienslich ende nodich geacht aen alle de provintien ernstich te versoecken gelick wij dan doen bij desen u edele mogenden dat deselve willen voorsorgen ende in effectuele penningen ter comptoirs van den  ontfanger generaell

2.2.
doen kommen voor halff meert aenstaende hare quota in een somme van vierhondert duysent gulden op reeckeninge ende in minderongh van de petitie totte legercosten voorden lopende jare 1630 bij zijn excellencie ende Raden van State gedaen, mett ende op die verseeckeringh ende gewisse aen ordeningh soo al bereyt bij ons gestelt is ende datelick naegecomen sall worden, datte voorseide penningen niet gediverteert noch tott enige andere betaelingen hoedanich ofte hoe nodige die oock mochten wesen gediverteert, maer tott het uytbrengen, houden ende gebruicken vant leger sullen worden oirbaerlick geemploeyeert, soo wanneer den dienst ende defensie der landen tott weringe off affbreuck van den vyandt ende sijne adgerenten met goetvinden ende beleyt van hoochgedachte sijn excellencie sulckx sal vereischen.

Wij vertrouwen dat u edele mogenden nae hare wijsheyt deser saecken noot ende nutticheyt in behoorlicke achtingh nemende, t’gene als boven versocht werdt sonder difficulteyt off uytstell tho staen ende naecommen sullen, waertho ons verlatende. Bidden Godt edele etc. s'Gravenhaegh den 9 february 1630. Was geparagrapheert, S. v. Harsolte, vidit. Onder stont uwer edele mogende goede vrunden, de Staten Generaell der verenichde Nederlanden. Ter ordonnantie van deselve. In absentie des griffiers geteickent S. van Beaumont. T’opschrift was: edele mogende heren de Staten des furstendoms Gelre etc.

 3.
                   Mijn heren.

 

Die quade betalinge van de 13 oude compagnien van Vualeguet Boisueguemeer ende anderen voor desen tot laste van de provincien van Gelderlant ende Overissel gestaen hebbende heeft alhier grote materie ende stoff te geven, om tstuck van de verhoginge van onse quota wederom in dispuit te trecken. D’welcke die gecommitteerden van Gelderlant met alle mogelicke middelen ende goede redenen hebben gesocht te excuseren. Ende is door tusschen sproken van sijn prinselicke excellentie nae lange disputen ende vele redenen hinc in de bij gebracht entlick bij haer hoge mogenden goedt gevonden dat den ontfanger generael ende andere ontfangers van de generaliteit bij provisie tot twe maenden solts op interesse solde negotieren tot laste van sodane provintien als hier namaels in de betalinge van de selve sullen desertieren ende schuldich bevonden worden.

Op serieuse recommandatie van sijne prinselicke excellentie is sijn hoicheyt den hartoch van Bouillon als 4e hooftofficier van de cavaillerie gestelt neffens den here generael Stakenbroeck ende Stirum; edoch sonder kosten vant landt.

D’heer ambassadeur Vosbergen schrieft bij sijn leste uuit Bon dat sijne ambassade seer aengenaem was geweest als sijne qeurfuste, doorluchticheit van Ceulen die hem

3.2.
daetlick seer vele clachten hadt beginnen te doen over die grote fouten ende exactien van onse krijchsvolck. Seggende mede onder anderen dat die imperialisten ende liguisten voorleden soemer hem seer aengeporret hadden om te gelijck met hen luiden sijne wapenen te willen voegen ende desen staet tsamender handt beoorlogende met te meerder force ende macht opt lijff te vallen. Maer dat hij sich altijdt hadde willen neutrael holden ende geensins oorsaecke geven om die neutraliteit met hare hoge mogenden te breecken. Verhalende mede dat men allenthalven int rijck suspicie hadde, dat hare hoge mogenden id roomsche rijck met alle macht voorhebbens waren aver te tasten ende den palatinaet te restitieren. Ende dat hij daechlick noch seer aengeporitt worde tot defensie vant rijck.

Brieven van de heeren gecommitteerden tot Tilburch melden, dat hij met die gecommitteerden van de andere sijde in conferentie getreden sijnde aen beiden sijden bij hare vorige sententien, nopende thoechste gesach in de Meijerie van den Bosch pertinaliter alsnoch waren persisterende ende vast besich waren die redenen ende argumenten bij den vyandt geallegeert met alle middelen te dilueren.

3.3.
Den amptman Wispenninck versoeckende die ontlastinge van de Berchsche of Cleefsche landen is bij hare hoge mogenden tot antwoordt gegeven dat sij solden toestaen het vuitvoeren van haer crijchsvolck uuit die steden ende plaetsen aen dese sijde des Rijns gelegen uuitgenomen Wesel, Rees ende Embrick  mits dat van gelijcken die keisersche ende spaensche die steden ende plaetsen aen dese sijde des Rhijns gelegen souden metterdaet van hunne crijchsvolck ontledigen, sonder om eenige oorsaecke d’selve wederom te mogen innemen.

Die nouvelles uuit Vranckrijck, Duitslant, Italien ende andere gewesten alsmede die tidinge van den admirael Loncq sullen u edelen uuit bijgaende copien vernemen.

Hage den 9/19 aprilis 1630.

Onderstont: Henr. Schrassert.

4.
Ersame ende voorsichtige besondere goede vrunden. Also Godt de heere almachtich de waepenen deser landen onder de directie van den Westindische Compagnie soe goeden succes heeft believen te geven, dat daer door die stadt Olinda ende die casteelen mitsgaders alle die forten van Farnabuco in de macht van desen staat sijn gevallen, gelick uut die nevens gaende gedruckte copie vasn den brieff van den colonnel Weerdenburch te sien is, so hebben die hooch moogende heeren Staten Generael goetgevonden dat in alle publique duytsche, fransse ende engelsche kercken van de vereenichde Nederlanden steden ende leden van dien, Godt almachtich voor soo grooten zegen ende victorie van gantscher harten ende (doorh.: van) oprechten gemoet sal worden gedanckt ende daernae teycken van blijschap getoont ende t’canon daer sulcx gebruyckelick is nae ouder gewoonte gelost, daerop u ersamen willen ordre geven dat die dancksegginge den aenstaenden sondag s’naemiddaechs dan bij ons daertoe in desen vorstendom ende graeffschap is bestemt door expressen text daertoe te neemen gedaen sijnde op den avont de teyckenen van freude met klockluydinge ende andersints wie boven verhaelt volgen moegen. U ersamen hiermede in Godes hoede bevelende. Geschreven te Arnhem den 22 aprilis 1630.

Cantsler ende Raeden des furstendombs Gelre ende graeffschaps Zutphen.

Ter ordonnantie van de selve,

J. Sluijsken.

 

Die copien bovengemelt inder haest nyet connende gedruckt worden, heeft men dese om der cortheyt van tijt sonder die selvige moeten affverdigen.

5.
Erntfeste wijse voorsienige seer discrete heeren, goede vrunden ende nagebuieren.

Nadien door Godes genade onsen algemeinen vyandt den bosen van landt weder verlaten heeft, ende mitsdien die goede ingesetenen van het peryckel ende vrese van den selven alsnu bevrijt sijn. Soo ist dat wij u eersamen vruntelijck versoecken bij desen te gelieven aen brenger deses den equippagemeestern van de Camer van de Westindische Compagnie binnen desen stadt weder te laten volgen het geschut met allen den ammunitie ende behdeoeften van de oorloge dien die selver u eersamen inden tijdt des noots volgens haer recepihse gelevert heeft, ten eynde de selve weder bekeert ende geemployeert sullen mogen werden aldaer het behoren sal, mits welcken ons daer toe verlatende.

Erntfeste wijse voorsienige seer discrete heeren, goede vrunden ende nagebuieren, u eersamen inde protectie des alderhoochsten bevelen die u eersamen wil verlenen een gelucksalige langdurige regieringe. Geschreven tot Hoorn den 17en july anno 1630.

U eersamen goede vrunden;

Die gecommitteerden Raden van Staten van Westvrieslant ende Noorderquartier,

Ter ordonnantie van de selve:

J. Foreest.

6.
Eersame ende voorsichtige besondere goede vrunden.

Uuyt verlesonge van de bijgaende requeste sullen u ersamen konnen vernemen, wat Cornelis Dibbets in qualite als ceurmeester van Veluwen daerbij an ons te kennen geeft ende versoeckt.

Welcken volgende is ons versoeck ende goetlick gesinnen dat u ersamen die weduwe van zaliger Reijnier Wendel vroemoeder aldaer belastet dat sij soo voor haer selve als moeder ende mombersche van hare onmundige kinderen tot proffijt des heeren sal hebben te voldoen die weerdije ofte t’beloep van den vercoopspenninck van den brouwketel in die request gemelt mit die costen. Ende in cas van oppositie, weygerong ofte vertreck haer te citieren ende laden tegens den ses ende twintichsten dach aenstaende maents octobris des voormiddaegs voor ons inpersonen ofte door genoechsamen volmachtigen t’erschijnen om t’anhoren sulcken eysch ende conclusie als den suppliant ten dage dienende tegens haer sal willen doen ende nemen, daerop t’andtwoorden ende voor te nemen als sij te rade bevinden sal, ende voorts nae verhoor der saecken te sien, doen ende horen ordonnieren nae behoren. Ende u ersamen sullen haer doen behanden d’inliggende request ende tot haren versoeke ende costen copie van desen, ons mede voor den bestemden dach rescriberen wat u ersamen in desen sullen hebben laten doen. Die selve hiermede den Almogende  bevelende. Uuyt Arnhem den 17 july 1630.

Cantzler ende Raden des furstendoms Gelre ende graeffschaps Zutphen.

Ter ordonnantie van dezelve,

J. Sluijsken.

7.
Erentfeste ersaeme wijse voorsichtige goetgunstige vrunden.

Sijnde ons bij den Hove provinciael toegesonden copien van twe verscheyden brieven van de hoge mogende heren Staten Generael, daerbij inden enen geinsistiert wordt, om te hebben verclaeringe van wegen dese profincie binnen den tijt van drie weecken off deselve begeert te participieren, ende voor hoe veel inde graenen die hare hoge mogenden voorhebbens sijn, in Moscouven te doen incopen, mitten aencleven vandien. Ende inden tweden last ende resolutie van den heren gecommittierden van hare vergaederongh op de advysen van den resident Aisma onlancx gekommen, raeckende het crijswesen tusschen den coninck van Dennemarcken ende de stadt Hamburch, mitzgaeders die protocollen die sijne majesteit doet vorderen op de reviere van den Elve, van de schepen ende waeren toekommende d’ingesetenen deser landen. Soe hebben wij nodich geacht u ersaemen deselve brieven oock copielick toe te senden, mit versoeck om eerstdaegs ons derselver goetvinden oock bij schriftelick antwoort toekommen te laeten, wienvolgens wij daerop s’quartiers resolutie sullen moegen formeren ende overschycken, daer ende als sulcx behoren sal. U ersaemen imittels hiermede Godes beschermongh bevelende. Tot Arnhem den 26en octobris 1630.

U ersaemen gode vrunden.

Die gedeputierden des quartiers sampt burgermeesteren schepenen ende raedt der stadt Arnhem,

Ter ordonnantie van de selve,

J. Verstegen, secretaris, 1630.

8.
Aen de hooch mogende heeren Staten Generael der vereenichde Nederlanden.

Hooge mogende heeren.

Door uwe ootmoedige dienaers de bewinthebberen van de geoctroyeerde West Indische Compagnie is nu meermaelen aen uwe hoog mogenden vertoont eerst hoeveel den stant van ons vaderlant gelegen is aen den voorspoet ende goede gestalte van de West Indische Compagnie, dewijl wij ons versekerden dat uwe hoog mogenden selffs t selve ten besten verstonde ende gelooffde dat tot noch toe te water niet ter hande was genomen bij enighe Compagnie waer de reputatien des coninck van Spanien soo mede verswackt was, sijne finantien uytgeput ende inkomsten vermindert als nu eenige jaren herwaerts door onse machtige vlote. Ende dat uwe hoog mogenden metterdaet hadden (doorh.: bekommen) bevonden dat neyt voor desen, in soo korte jaeren door toedoen van weynige soo groote rijckdom in dese landen waeren gebrocht ende zulcke verdiensten ende neringen den inwoonderen toegevoecht als door onse menichvuldige equipagien ende permisen ende insonderheyt door de veroveringe van de vlote van Hispania ende soo veel andere rijcke schepen.

8.2.
Ten anderen door wat (doorh.: toe) doen ende toevalle de selve Compagnie is mercklicke ongelegentheyt ende schaersheyt van gelde was geraeckt ende deshalve genootsaeckt  wiert uwe hoog mogenden hulpe te versoecken.

 

Gelijck dan uwe hoog mogenden sich sullen konnen erinneren uyt de voorgaende onse remonstrantien ende deductien, ende insonderheyt die bij ons overgegeven den 19en decembris verleden ende 9en february deses jaers waer van de copien hier aengehecht zijn.

T’is nu wel sulcx dattet uwe hoog mogenden heeft belieft op dese onse versoecken soo verre favorabelick te resolveren dat ons de restitutie van de geleende penningen bij ons in soo noodige voorvall aen dese provincien verstreckt is geordonneert ende daerenboven een subdidie van ses mael hondert duysent gulden gedecerneert.

Doch en connen uwe hooch mogenden met behoorlicke respect niet verbergen, dat noch het eene noch het ander bij ons als noch volcomentlick is

8.3.
is genooten opdat wij verswijgen dat ons van de penningen bij het octroy belast, ende bij forme van subsidie naderhant bij uwer hoog mogenden geaugmenteert, bij enige weynig ende bij anderen noch niet een is voldaen.

Weswegen wij dan genootsaeckt werden u hoog mogenden opt alderonderdanichste te versoecken dat haer gelieve, ende de defieerente provincien op het alder ernstichste aen te maenen, ofte wel sulcke ordre te ramen, als hare groote wijsheyt best ende doenlijcxst sullen ordelen, ten eynde de Compagnie alle dese achter wesen mochte becommen ende also t’effect van uwe hoog mogenden beloften liberaliteyten metter daet genieten.

Edoch en connen wij niet stille staen aen uwe hoge mogenden vorder openinge te doen, beyde vant geene wij noch in vorraet hebben, ende t’geene daer wij gebreck van zijn lijdende, ten eynde uwe hoog mogenden beyde overwegende ende insonderheyt lettende met wat cleyne subsidie de macht die noch in ons handen is, geanimeert, ende in actie can werden gebracht

8.4.
(tot uytterlicke ruyne ende confusie van onsen erffvyant) daer door mogen bewogen werden, vorder ende liberaelder als voor desen op onse nu te doene versoecken niet alleen te disponeren, maer oock t’effect daer van ons te doen smaecken.

 

De Compagnie is  als noch machtich onder uwe hoog mogenden souvereniteyt de stadt Olinda haven van Pernambuco, Tamarica ende omliggende gelegentheyden dewelcke sij met so excessive costen heeft becomen nu soo lang gemainteneert ende met soo vele ende machtige wercken voorsien ende gesterckt, dat onse vyanden selffs genoechsaem despereren, deselve met gewelt weder te connen winnen.

Sij heeft aldaer 36 compagnien wel geoeffende soldaten, allerhander crijchsbehoeften ende wat meer tot conservatie van de plaetse ende conqueste van de aenliggende van nooden is.

Sij heeft daertegenwoordich omtrent de custe ende inde haven vijftich soo cleyne als groote schepen, uyttermaten wel versien

8.5.
van metale ende ijsere stucken, cloeck bootsvolck, ende alles wes oorlochschepen van noode hebben in zulcker mate dat een yder sich daer van verwondert.

Daerenboven noch soo op verscheyden oorden als hier te lande boven de seventich soo schepen als jachten niet minder voorsich als de voorgaende maeckende in alles hondert ende in de twintich schepen.

Onder dewelcke zijn vele soo groote ende soo wel van sware geschut versien, dat sij bestant sijn om een galioen des coninx aen te tasten, sij heeft oock soo tamelijcken voorraet om den nodighen coophandel op verscheyden plaetsen te onderhouden, ende dit alles tegen een vierendeel van het capitaell t’welck jaere participanten noch ten achteren sijn, ende enighe schulden.

Soo dat uwe hoog mogenden hiermyt licht connen affnemen dat alle de groote dingen die de Compagnie tot noch toe heeft gedaen meest verricht sijn met onses erffvyants gelt (beneffens noch die onweerdelijcke sohade die wij hem

8.6.
hebben aengedaen sonder iets daer van genieten maer oock naer haere wijsheyt wel gedencken dat wij schaers moeten geworden sijn van contante penningen ende t’geene ons noch overich is tot onderhoudinge van de negotien haest soude moeten consumeren indien men ons t’crijch bedrijff ongesoulageert soude laten.

T’veroveren van Pernambuco sonder geenen ofte seer geringen buyt te becomen (benevens de langh verachteringh die voorgingen door de ongelegentheyt daer t’lant sich inront wegen den inval des vyants op de Veluwe gecauseert) die onderhoudinge des selffs nu voor een langen tijt het maken van soo veele fortificatien ende wat vordel daer aen dependeert, soo verscheyden groote vlooten bij ons uytgesonden, ende sonder sonderlinge proffijt te doen voor ons want des gemeene lants dienst ende nutticheyt door de verhinderinge ende schade des vyants, als mede door dien hem op soo groote costen jaegen en is daerom niet geringer gewest nu een jaer herwaerts t’huys gecomen spreecken genoech van sich selffs, dat onse kasse van gelde ijdel gemaeckt moet wesen.

Sal de compagnie van die veroverde plaetsen tegen

8.7.
gewelt van den vyant mainteneren ende van victualie ende amunitie tijdelick van tijt tot tijt versien, ende deselve in sulcken stant stellen, dat die verwachte nutticheyden daer uyt bij dese landen ende de goede participanten mogen gesmaeckt werden, soo moet nootsaeckelick anderen raet gevonden werden.

En wat gelegentheyt de saken in Brussel nu staen ende hoe groote apparentie daer is die portugesen tot onderhandelinge te brengen, die wilden tot onse vrindtschap te locken, ende eyndelick die plaetse in sulcken standt te herstellen als den vyant die voor desen heeft beseten, connen uwe hoog mogenden gecommittierden ter laester vergaderinge der 19en betuygen ende openinge vandoen.

Wat wij vorder tot affbreuck van den vyant ende verrijckinge van dese landen met soo veele ende machtige schepen connen verrichten is genoch bekent, de

8.8.
vyant weet ende vreest het maer dit alles en can bij de Compagnie niet uyt gebracht werden, tensij, sij neffens de schepen ende andere, crijchbehoeften, oock gelt hebben, om de vordere oncosten te vervallen.

De Compagnie dan welcke sich met recht de uwe mach noemen (want uwe hoog mogenden en hebben die niet op versoeck van iemant vergunt maer uyt eygen goede insichten uwe onderdanen opgedragen ende gepresenteert, ende sij de selve met grooten vlijt ende genegenheden aenvaert, haer middelen ende wetenschap daer toe gecontribueert tegens alle verwachtinge van den vyant) uwe Compagnie dan seggen wij hoog mogende heeren went sich tot uwe vaderlicke genegentheyt ende wel besochte liberaliteyt, versoeckende dat uwe hoog moogenden favorabelick willen resolveren op het geene dat tot ontlastinge ende styvinge van haer hoochnodich is ende (op dat wij de waerheyt vrijmoedelick utspreecken) niet langer can uitgestelt werden, oft naergelaten sonder deselve te stellen inde alderhoochste ongelegentheyt, om eenige van haer schepen

8.9.
te moeten vercoopen ende verder te doen wes uwe hoog mogenden selffs connen imagineren ende wij verdachtelicken hier verswijgen de middel tot hare ontlastinge is, dat uwe hoog mogenden gelieve de betalinge van de 36 compagnien van 150 coppen elcx (als tegenwoordich tot Pernambuco ende in de omliggende fortificatien in guarnisoen liggen tot haeren laste te nemen ende na de gewoonlicke proportie over de respective provincien te verdelen sulx dat de Compagnie maentlick de provisie tot de betalinge derselver mach erlangen, tot die tijt toe dat de Compagnie door Godes zegen in blaender stant gebracht zal sijn.

Ende tot meerder stijvinge deselve Compagnie wat meerder ofte ten minsten gelijck subsidie in gelde toeleggen als uwe hoog mogenden lestmael hebben gedaen, opdat de plaetse altijt voor een jaer van victualie ende ammunitie versien mach worden ende blijven, ende de schepen die nu stille liggen tot meerder affbreuck van den vyant ende mit van dese landen elders geemployeert werden. Gelijck albereets inde laeste vergaderinge van de 19en geresolveert is, deselve schepen op verscheyde goede desseinen te versenden, met vaste hoope dat Godt deselve sal zegenen, tot mercklicke krenckinge

8.10.
des vyants, ende sonderlinge dienst van dese landen.

Ende willen hierop aen uwe hoog mogenden niet allegeren dat op gelijcke insichten van diversie ende ontlastinge van den oorloch hier te lande groote subsidien voor desen aende Compagnie van Oost Indien sijn vertreckt ende aen naburige ende oock vergesetene princen noch onlanx zijn vergunt waer van de nutticheyt bij gevolch alleen ende op dese landen, compt te daelen sonder dat de subjecten int besonder ende elck daer van iedt commen te gevoelen, hoewel wij met goede redenen connen verweren dat de diversie die beyde Compagnie geschiet immers soo crachtich is ende dat daerenboven alles hierop uwe hoog mogenden eygen bodem verteert wert ende blijft.

Maer uwe hoog mogenden alleen te erinneren die vorige beloften ende insonderheyt op arresteren van de vloote onder den generael Loncq, ingevalle daer soo veele niet en werde becomen dat het de oncosten eenichsins conde egaleren [..] en

8.11.
vorder te gemoet voeren, eerst dat in geenige staet sulcken macht van schepen ende het toebehooren vandien is bij een gebracht met soo cleyne costen vant lant ofte particulieren int besonder als bij dese Compagnie.

Ten anderen dat voor desen bij niemant hier te lande sulcke dingen sijn ontdeckt ende alle de secreten van de Compagnie van Hispanien soo naechtelick ondervonden als door de expeditien ende andere aenliggende van dese Compagnie.

Ten darden dat deselve behoorlijcken gesecondeert zijnde, die alderbeste middel ende gelegentheyt heeft om den vyant sijn aders te laten ende deselven aff te snijden ende door een corter wech ginder uytte wercken dat hier lancksamer ende met meerder costen geschiedt.

Geeven mede met vrijmoedicheyt seggen ende connent uwe hoog mogenden des noot zijnde evidentelicke

8.12.
aenwijsen dat een hondert duysent gulden in dese bij onse compagnie opgeseth uwe hoog mogenden ende t’gemeene vaderlant meer zal komen t’ontlasten ende bij Godes zegen oock verrijcken als drie ofte vier hondert duysent hier te lande aengeleyt.

Want men behoort geen andere argumenten om te bewijsen dat den oorloch te water sich selven voedt als het geene sich voorleden jare met dese Compagnie heeft toegedraegen, haer capitael doort ongeluckich verlies van de Lenhin ende sober succes van haere vlooten, die tot ontseth van de plaatse ende andere desseinen waeren gedestineert, daer op gevolcht wel salff verlooren ende nochtans met het overige soo veel geavanceert dat de participanten t’meest deel van haer capitael tot dienste vant lant met de veroveringe van Pernambuco opte setten ende noch zulcken voorraet van schepen, geschut ende amunitie behouden.

8.13.
Het is waer dattet beter hadde geweest nae dat de saecken uytvallen, dat soo groote uytdelinge aen de participanten niet ware geschiet (doch uwe hoog mogenden vonden sulcx doen geraden, ende is reden dat wij het ons wel laten gevallen) de regieringe van dese landen heeft voor desen t’selve (doorh.: als) oock soo verstaen ut uytseynden van verscheyden vlooten hoewel door andere redenen (daer ons t’ordeel niet van aennemen) die soo geluckelick niet zijn uytgevallen.

Hoe begerich zijn onse voorouders altijt gewest een voet in den coninck van Hispanien sijn Westindien te mogen krijgen, wij hebben die nu door Godes genade becomen in een van de beste ende inportanste plaetse, wat souden sij niet gedaen hebben om deselve te behouden ende van daer vorder impressie in des vyants ingewant te doen, hoog mogende heeren, sal uwe begeerte ende ijver in dese minder wesen, ofte de voorsicht cleynder om sich van de gegevene occasien te dienen, dat sij verre uwe hoog mogenden hebben t’oordeel van de prince van Oraigne Maurits, hoochlofflicke memorie dewelcke sich op het hoochte verheuchde doen alleen dese Compagnie maer t’leven hadde ontfangen ende

8.14.
ende haer sonder begon van sich te strecken.

Ingelijcke hooren uwe hoog mogenden noch dagelijx het geene de doorluchtige tegenwoordige prince Frederick Hendrick daer van gevoelt op wiens goede voorspraecke de Compagnie haer sonderlingh vertrout.

Maer wat behoeren wij te spreecken van onse vaders, ende ons wel willen de vyant selffs heeft verleden jare genoch te kennen gegeven wat hem parst ende wat hij vreest, de Compagnie begeert in gheen onderlinge rekeninge ofte vergelijckinge te comen vant geen den dienst vant lant bij haer verschaft, meriteert tegens t’geene sij off noch genooten heeft ofte nu eyst bekent geerne dat haer veel geschiedt is, ende dat haer hoochste wens ende begeeren altoos geweest is t’gemeene lant in geenendeelachtich te vallen, maer den dienst des lants vereyst het dat uwe hoog mogenden clare openinge werde gedaen van t’gene noch bij haer is, ende haer mancquiert op dat haer gebreck seggende te lichter mochte geholpen werde, de schade die ieder in zijn particulier soude comen te lijden als alle ten archten ginge waer licht te versetten, maer t’verlies vant gemeyn en waer niet te warderen.

Want soo dese langgewenste ende nu bijna vol

8.15
volwasschen Compagnie door gebreck van voetsel (uyt de borste van haere moeder) siende de larven van de wolfhinne daer se haer meest tot noch toe mede heeft beholpen nu soo luttel melcx gevonde quamen te vermageren ende haer cracht te verliesen. Soo soude gewisselijck alle t’ontslach in West Indien uyt welck buyten hope zijn ende blijven de veroverde plaetsen tot nut te brengen ofte te behouden tot groot disreputatie van desen staet ende t’gelt weder met volle stroomen indes vyants comptoire invloeyen soo dat ment gewelt daer van wel degelick tot onse groote schade soude vernemen.

Daer ter contrarie indien uwe hoog mogenden als wij vastelick vertrouwen ons versoeck ter herten nemen ons naerden eychs ontlasten vant geene ons ondraegelick is, soo lange wij geen ander nut uyt onse conquesten in trecke als tot noch toe gedaen is ende ons subsidieren met t’geene ons ontbreckt. Soo sal door den genadigen segen des alderhoochsten niet alleen dese soo importanten plaetse behouden werden ende doort geruchte alleen dat uwe hoog mogenden de Compagnie soo sterck de hant bieden d’opstinaetheyt der portugiesen conick te vervallen als desperende de Compagnie te commen verderven ende den lang verobachten handel volgen tot merckelijcke verrijckynge van desen stant (doorh.: onleesb.) maer oock op andere oorden den vyant soo veel werx

8.16.
geven dat dat niet sal weten werwaerts sich te wenden ende genootsaeckt wesen verre van desen staet te consumeren de groote middelen met dewelcke sij anders ons hier te lande gewoon is te plaegen.

Waertoe ons verlatende, bidden den goeden Godt dat hem gelieve u hoog mogenden wijse regieringe te zegenen ende vele victorien te verlenen op de sijne ende onser aller vyanden. Actum den 11e novembris.

 9.
                   Copie.

Edele mogende heeren.

Den Raet van State huyden in onse vergaderonghe alleen verschijnende vermits d’indispositie van sijne excellencie heeft gedaen ende bij geschriffte overgelevert die propositie, daervan copie hier neffens gaet daerinne u edele mogenden zullen gelieven te sien, wat zijne hoochgenadige excellencie ende den selven Raet van State, om redenen ende consideratien daerinne int lange verhaelt ende gededuceert, nodich geacht ende geoordeelt hebben te versoecken ende eysschen

9.2.
soe wel tot suyveronge van de defecten der consenten over voorgaende jaren, ende in specie van die van den staet van suppletie van ’t gene, die onkosten in den jare 1629, vermits die sware belegeronghe van s’Hertogenbosch, ende d’onverwachte invasie des vyants in die Veluwe, meerder hebben bedragen als die consenten tot stuyr van oorloch te water ende te lande, bij petitie voort zelve jaer versocht sonder welcke suyveronghe die confusie ende dissolutie van de goede ordre tot noch toe geobserveert, niet lange

9.3.
en sall kunnen geweyrt worden als oock mede van nieuwe consenten voor het toekoemende jaer 1631 tot versekertheyt, defensien ende welstant van de respective provincien mitzgaders conservatie vant crediet, respective ende reputatie van de generaliteyt ende maintement jegens d’oppressien ende gewelt van de coninck van Hispanien ende sijne adgerenten. Ende alhoewel wij vastelick vertrouwen, dat u edele mogenden uut die redenen bij die voorseide propositie verhaelt, wel sullen weeten t’oirdelen dat die voorschreven suyveronghe

9.4.
onvermijdelick sal moeten gedaen worden ingevalle men die financie van den generaliteyt hale willen houden buyten vorder verloop. Ende dat oock bij die voorseide propositie int reguard van de iegenwoordige gevaerlicke constitutie van saecken voor het aenstaende jaer niet  minder heeft kunnen versocht worden, ende dat u edele mogenden dienvolgents onbeswaert wollen sijn, op alle die poincten van die voorseide propositie, een yder lith van dien vruchtbarige consenten te dragen. Soo

9.5.
hebben wij nochtans voor den dienst vant landt hoochnoodich geacht, u edele mogenden mits desen vrunt- ende ernstlick te versoecken dat dieselve nae haren gewoonlicken ijver tot die gemeen saecke die voorseide propositie now hare importantie ende gewichticheyt in den  haren willen overwegen ende den heeren gedeputeerden van derselver provincie in onse vergaderonge lasten, om u edele mogenden vruchtbare ende volkoemen consenten voor den ersten marty offte ten langsten voer

9.6.
den eersten aprilis naestkommende in te brengen, op dat daernae met gemeen advis ende eenparige gedragen consenten bij tijts op alles gedisponiert mach worden gelijck voor den dienst vant lant ende verseeckertheyt van dien mitsgaders tot affbreuck ende krenginge van den vyant nae gelegenheyt ende occurrentie van saecken bevonden sall worden te behoren. Daertoe ons verlatende edele etc. In s’Gravenhage den 11e novembris 1630. Was geparapheert Henrick ter Cuylen, vidit. Onder stont uwer

9.7.
edele mogende goede vrienden, die Staten Generael der verenichde Nederlanden. Leger: ter ordonnantie van de selve, onderteickent Cornelis Misch. Het opschrift was: edele mogende heeren die Staten des furstendombs Gelre ende graeffschaps Zutphen, ofte haer edele mogende gecommitterde Raden onse besondere goede vrienden.

10.
Aen de hooch moogende heeren Staten Generael der verenichde Nederlanden.

Hooge mogende heeren.

Wij hebben den 19e decembris voorleden bij geschrifte uwe hooch moogenden verthoont, hoeveel desselffs staat gelegen is aen de stadt van Olinda, ende de gelegentheyt van de haven ende dependentien van dien ende alles wes wij vordelden nootsaeckelick te wesen tot conservatie van de plaetse ende volvoren van het gantsche werck, op datt de gewenste nutticheyt voor onse Compagnie ende desen staat daeruyt eyndelick mochte volgen, als mede hoe ommogelick het ons was, allet t’gheen daer toe gerequireert wort te vervallen, ten ware dat uwe hooch moogenden nae haare gewoonlicke gelegentheyt ons met een liberale subsidie opt spoedichste gelieffden te stijven, als breder te sien is bij onse deductie hier annex op de welcke wij tot noch toe geene dispositie van uwe hooch mogenden hebben erlanght daerentusschen soo zijn wij door d informatie van onse dienaers soo politicq als militaire serobers over gecomen onderricht, datter ontallick meer gerequireert wort tot voltreckinge van de nodige fortificatien ende versorginge van vivres ende ammunitie voor de guarnisoenen als wij voor de handt ons wel hadden konnen inbeelden, wesende bij ons door een vuerslach op het aldernauste ende suynichste gemackt, bevonden dat de versorginge van vivres voor een jaer alleen voor thienduysent persoonen die wij gissinge maecke ruymte zullen hebben aldaer te versorgen ten minsten requireert worden reeckenende voor jeder hooft 7 ½ stuvers daechs voor montcosten bij de veertien tonnen gouts d’welcke all binnen dese zaliger 3 maenden uytterlick zullen moeten gereet zijn, ende derwaers gesonden. Daerenboven soo hebben wij onlangs als uwe hooch mogenden kennelick is vernomen, dat wij daer een harden aenstoot van eene royale vloott onser vyanden hebben te verwachten,

10.2.
waardoer dan onse lasten grotelix komen te vermeren, ende sich zulx opdoen dat ommogelick wert voor onse Compagnie deselve te vervallen. Deswegen wij genootsaeck worden ons versoeck nu meermaels gedaen te prosequeren ende t’selve uwe hooch mogenden soo voor te draegen, datt deselve moegen eyndelick affwesenderen, dat de gekende penningen niet promptelick gerestitueert werdende ende het versochte subsidium langer commen te vertrecken lichtelicke de plaetse soude kommen weder (dat Godt verhoede verlooren worden tot irreparable schade van onse Compagnie ende grooten ondienst van desen staat, welcke wij vastelick vertrouwen uwe hooch moogenden nimmermeer en sullen toelaeten. Waarop ons verlatende, bidden den genadigen Godt dat hij uwe hooch moogenden regironge wil zegenen ende ons in dese perplexiteyt eenen wech van goede uuytkomste wijsen, ende door uwe hooch mogenden liberaliteyt de nodige middelen laeten toecommen.

T’welck doende etc.

11.
Aen die hoog mogende heren Staten Generael der verenichde Nederlanden.

Hooge mogende heeren.

Wij sijn door Godts genadighen segen, ende goet geluck van desen staet, onder t’beleyt van uwe banieren machtich gewoorden van den stadt Olinda ofte Pernamboucq de voornemste plaetse van het gantss Brasil wiens goede gelegentheyt mochte wij selffs ten vollen begrijpen, nochte uwe hoog moogenden so het ons geoorloft is te seggen alsnoch schrijven genouech te considereren, luet maer wel toegesi[en] worden, dat door onse onvermogentheyt ende uwe hoog mogenden al te lang vertreck van subsidie deselve niet wederom quiet ende geraecken ende so schoene occasie van noch grooter dinghen te veerlichten en verliesen. Wij hebben een plaetse becomen, dewelcke soo ghij haer situatie aensiet aensiet, van Godt d’heer schijnt gedestineert te sijn, om over de zee van Africa ende Westindien te heerschen, een haeven die van natuere qualijck is in te comen, ende met sterckte ende wel geleyde casteelen ende trencheen

11.2.
onwinbaar gemaeckt worden, ende soo danighe als geen andere als portugesen hebben connen verliesen, ende qualicken andere, als uwe hoog mogenden wel te lande ende te water, geoeffende soldaeten veroneeren, soo dat wij als noch besitten (ende Godt geve die langh moegen behouden) een stadt ende haven die oock naert vordeel onser vyanden soe geplaest is, dat men daer van gantss Brasil ende Westindien ines selffs de custe van Africa ende Oestindien, alder bequamste can inferteren ende met Godts hulpe den vyandt allenskens ontrecken, soe gelegen om den handel wijt ende sijts te drijven, soo vruchtbaer ende nutte tot voortplantinghe van verscheyden costelicke ende nutte dingen tot onderhout van leven, ende commercien eyntelicke soe bequaem om volck te planten, ende ons van onse overvloet van inwoenders, met nut van republickque te ontlasten dat men tselve alles qualick beter beter soude connen wenschen, maar tensij hoog mogenden opt spodichste naer haere gewoene voorsienicheyt ons de handt bieden, soe is te vreesen, dat wij licht so groete oncosten ende soe treffelijcke gelegentheyt, soude commen te verliesen. Want om de vruchten van dese victorie te genieten, is niet alleen, is niet alleen van noode

11.3.
dat de stadt ende forten met veele cloucke bevelhebberen ende soldaten ende to water ende te lande werden versien, die dan gagie van doen hebben ende datter groeten toevoer geschiede van ammutie, ende victualie, de welcke nu excessyff dier is, ende datter altijt een machtighe vloet schepen bij de werck sij, die de vyandt het landen daer ende aende omliggende plaetsen ende havenes belette. Maer het is mede noitsaeckelijck, dat wij de naestgelegene havenes ende soe den binnen lantschen vyandt door gebreck elders doe vertrecken, ende eyntelijck (welck wel het aenmerckste is, dat wij met onse vloete door gantss Westindien te streijen, den vyandt elders soe veel wercks geven, ende sulcke vreese aenjaegen dat niet ende wete werwaerts sij hem beste sal keeren, wat volck, wat schepen, wat gestom dit alles uuyt te voeren van nooden is can een ieder licht mercken, ende uwe hoog mogenden doer haere groete ervaerentheyt, ende wijsheyt en behoeven tselve van ons nyet te verstaen, ofte onse middelen daer toe genoechsamb sijn, weeten wij best ende uwe hoog mogenden cunnen t’selve uyt volgende licht affmeeten. Wij hebben reden de dry vierendeelen vant gene inde Compagnie was geteickent aen onse

11.4.
participanten weder uuytgedeelt, de vloete is tgeen daer van dependeert, waermede wij dit groet werck hebben uuyt gebracht heeft ons ongelijck meer geeft als wij van alle onse participanten ende uwe hoog mogenden geduerende onse administratie hebben ontfangen. Ons saecken sijn tot sulcken omslach gecomen dat wij over de hondert schepen hebben, alles ten oorloghe soe uytgericht dat onse vyanden selffs bekennen, dat een van onse schepen ende dat niet van de grootste meer geschuts op heeft als de heele Capitania van Parnamboucq kan uuyt leveren ende alle de werelt verwoendert sich hoe wij dit alles hebben connen doen, ende noch overich hebben om onsen handell deur dese Compagnie ten principale op is gesticht naer behoeren te vervolgen.

De excessive costen die voortaen van noode sullen sijn om sulcke menichte van schepen soo veel volcx te onderhouden, ende t’noedighe allenthaven te verschaffen doen ons om sien, ende wij sien doer soe groeten omslach seer behoeftich gewoorden te meer doordien de middelen van onse vyanden waermede wij tot noch toe ons hebben beholpen ons nu ettelijcke reysen door de obstinatien der-

11.5.
selver (die haer eygen middelen liever verbranden als ons te laeten) door dien wij wel door uwe hoog mogenden staet, maer qualick voor ons selven hebben gespoet deshalven wij dan genoetsaeckt sijn aen uwe hoog mogenden in alle onderdanicheyt te verthonen de grootheyt vant werck, ende onse vermoegentheyt om alles naer behoeren uuyt te voeren, ende dese wegen uwe hoog mogenden goede gunste, ende milde hant tot dese hulpe aff te bidden. Wij vertrouwen dat onse vorighe sinceryteit ende altijt bereyde willicheyt om mallen voervallende occasien t’vaderlant te soulageren ende te dienen ons genoevchdsamb sal onschuldighen bij die gene die veel licht haer mochten inbeelden dat wij sonder groete noet clagen, ende verhoepen dat de kennelicke macht van scheepen ende scheepbehoeften die bij ons is, ende die goede successen die de heere nu ons meermals heeft verleent, ons sullen van vruchtinghe ontledighen, ende voer uwe hoog mogenden t’bedencken te benemen dat het verloeren gelt soude wesen, tgeene men ons soude willen subsiedieren, tot wat armoede ende disperatie onse, doch veel eer uwe hoog mogenden wapenen door Godts segen sijn princelijcke excellencie goeden raet, ende onse vlijtighe directie

11.6.
den vyandt nu eenighe jaeren herwaerts is gebracht, siet alle d’werelt, vertrouwende dat uwe hoog mogenden niet sullen gedoegen, dat wij door gebreck van middelen twerck inbinden, ende tgeene wij met soo groete costen vercregen hebben, weder soude moeten verlaeten, eer wij de nutticheyt daervan connen smaecken, ende uwe hoog mogenden selffs gefrustreert worden van soo apparenten hoope, om dagelycx meer voets te crijgen in dat geweste daer onsen vyandt meest alles uyttreckt, daer hij desen staet ende alle de werlt mede plaecht ende soeckt onder sijn slavernie te trecken.

Zullen verwachten uwe hoog mogenden vigirense resolutie ende mild hant biedinghe mitsgaeders de spoedighe expeditie van de gecomitteerden.

Hooge moogend heeren, wij bidden Godt dat hij uwe vergaederinge wil segenen tot sijnder eeren, ende ons lieve vaderlandt welstandt etc.

Ingekomen stukken 1620

Inventaris 201
(Ingekomen stukken 1620)
 

1.
Memorie.

Dat mijn heeren sal gelyven te gedencken dat de weduwe Vorstenberchs, gewesen rechter int Oldebroeck aen dye van der Elburch noch ten achteren is vyer en de twintich gulden samp 5 gulden van een tonne byers extra ordinaris gedroncken wesende de helfte van den oncosten dye gedaen sijn op de uutsettinge des jaers 1617 waervan de magistraet tot Arnhem tot contentement van den weduwe dandere helfte heeft betaelt conform den olden gebruck.

“In marge”; de weduwe is geaccordeert 29 gulden die haer betaelt sijn. Anno 1620 in januari.


2.
Ersame ende voorsichtige besondere goede vrunden.

Wij seynden hyernevens eenige exemplaren vant placcaet bij de hooge moogende heeren Staten Generaell gearresteert, daerbij deselve de cours van den gelde na verloop van den jegenwoordige maent january noch continueren tot den lasten meert naestcommende mitsgaders verbieden het opsteygeren van den ryxdaler het ontfangen ende uuytgeven van den twee blauxpenningen, oorden van rixdaelders ende schillingen int rijck gemunt, ende andere payementen, mit versoeck dat u ersamen t’selve ter gewoonlijcker plaetsen doen publicieren ende affigieren op dat nymant daer van ignorantie hebbe to pretenderen, ende voorts alle moogelijcke middelen aen to wenden dat den inhouden vant selve placcaet mooge nagekommen ende onderhouden, werden op die poenen daerinne gestatueert, mit bevelungh des Almechtigen. Geschreven t’Arnhem den 17 januari XVIc twintich.

Cantzler ende Raden des furstendoms Gelre ende graeffschaps Zutphen.

Ter ordonnantie van de selve,

Dibbets, 1620.

2.2.
Munten placcaet te publiceren, anno 1620.


3.
Ersaeme ende voorsichtige besondere goede vrunden.

Alsoo ons door Johan van Wijnbergen, vaendraeger van de compagnie van capitein Wilhem Baccardt wordt toe kennen gegeven, hoe datt het Godt den heere belieft hadde den voornoemde sijnen capitein uuyt desen jammerdal tott sich to nemen, waerdoor t’selve offitie was commen te vaciren, versoeckende unse voorschriftelicke brieven aen u ersamen ten eynde bij suppliant als een ingeboeren deses quartiers ende sich (doorh.: onleesb.) soo mit voorseide sijn offitie als oeck in Denmarcken als vaendraeger, ende inden Venetiaenschen krijch als lieutenandt van den fursten van Holtstein wel ende getrouwelich gequeten, tott hett voorseide capiteinschap soude moegen worden gepromoviert ende anderen gepreferiert. Soo hebben wij u (doorh.: l ende) ersamen bij desen wel vrundtlick willen versoecken datt deselve regard nemende op die voorangetaegen diensten believen hem suppliant tott het voorseide offitie van capitein to helpn avanciren ende sulx doer de hem suppliant derselver stemmen daertoe verleenen daerinne hij vertrout tott sijn voornemen gecommen sijnde sich tott dienst van sijn vaderlandt wel ende getrouwelick te sullen quijten ende verhaepende alsoo datt den suppliant sal gevoelen den effect van dese onse intercessie, bidden Godt u ersamen te nemen in sijne heylige hoede. Geschreven t’Arigem den 21en january XVIc twintich.

Cantzler ende Raeden des furstendoms Gelre ende graeffschaps Zutphen.

Ter ordonnantie van de selve,

Dibbets, 1620.

3.2.
Vant […] geschreven aen magistrait in faveur Van Wijnbargen, waer mede sijn edele tot het capiteinschap wordt gerecommandeert bij Baccardt zaliger nagelaten, 21 january anno 1620.


4.
Stadthouder, Cantzler ende Raden des furstendombs Gelre ende graeffschaps Zutphen.

Ersaeme ende voorsichtige lieve besondere ende goede vrunden, wij senden hiernevens eenige exemplaren vant placcaet bij de hooge moogende heeren Staeten G enerael gearrestiert daerbij ordre gestelt wordt tegens die uuytgeroepen ende affgesette predicanten, proponenten ende andere persoonen, soo wel mannen als vrouwen die ongerustheyt in steden ende plaetsen onder t’dexel van religie soecken antorichten, met versoeck datt u ers amen t’selve placcaet ter gewoonlicker plaetsen doen publiciren, ende eenen ygelicken ordonniren t’selve naer tecommen ende te gehoorsaemen op die poenen daer bij gestatuiert. Met bevelongh des Almachtigen. Geschreven t’Arnhem den 7en february XVIc twintich.

Ter ordonnantie als booven,

Dibbets, 1620.


5.
Copia.

Edele etc.

Wij senden hyerbij gevoecht eenige exemplaren van het placcaet bij ons gearresteert den yrsten deses daerbij het placcaet van den derden july 1619 geconfirmeert ende ordre gestelt werdt tegen die uuytgeweesen ende affgesette predicanten, mitzgaders proponenten ende andere persoonen, soo wel mannen als vrouwen die ongerusticheyt in steden ende plaetsen onder d’exel van religie soucken aen te vechten, versouckende en de ernstelijc begeerende dat uwer edelen gelieve t’voorseide placcaet mitten aldereersten naer het ontfanck desselffs in de provintie van Gelderlandt ende des graeffschaps Zutphen ter plaetsen daer dat gebruyckelijc is te doen publicieren mit expres bevel van t’selve nae te commen ende gehorsamen bij straffe ende verbuerte van den penen daer bij gestatueert. Ende alsoo wij bericht zijn dat verscheyden huysfrouwen van den voorseide uuytgeseechde ende affgesette predicanten alhyer te lande zijn gebleven sonder hare mans te volgen. Soo sullen uwer edelen gelieven scherpe opsichte te doen nemen dat die den lande geenen ondienst en doen, soo mit schrijven ende ontfanghen van bryven ofte andersints ende sulcx bevindende sullen uwer edelen sulcke vrouwen uuyte provintie van Gelderlandt ende de voorseide graeffschap Zutphen moegen doen vertrecken, daer toe dat wij uwer edelen voor soo veele noodich is authorizeren mitz desen.

Deselve hyermede;

Edele etc. Uuyt Den Haghe den yrsten february 1620. Was geparagrapheert Sloet, vidit. Onder stont uwer edelen goede vrienden, die Staten Generael der vereenichde Nederlanden. Leger stont; ter

5.2.
ordonnantie van de selve, onderteikent C. Arssens. Het opschryft was: edele erentveste hoochgeleerde vrome seer voorsienige heeren, die Staten des furstendoms Gelre ende graefsschaps Zutphen, ofte haer edele gecommittierde Raden onse besondere goede vrienden.


6.
Ersaeme ende voorsichtige besondere goede vrunden, wij seinden hiernevens eenige exemplaren vant placcaet gearrestiert tegens de vagabonden, vremde bedelaers ende landtlopers, mett versoeck datt u ersamen t’selve ter gewoontlicker plaetsen doen publiciren ende affigiren op datt nyemant daervan ignorantien hebbe to pretenderen, ende tselve naegeleeft ende achtervolcht werde. Met beveel des Almachtigen. Geschreven t’Arnhem den 19en february XVIc twintich.

Cantzler ende Raden des furstendoms Gelre ende graeffschaps Zutphen.

Ter ordonnantie van de selve,

Dibbets, 1620.

Alsoo wij vernemen datt daegelix in Veluwen sijn commende die persoonen in de bijgaende cedule genominiert, als van veel quaets beruchticht sijnde, ende daeromme yetwes op haer lijff gestelt, soo is ons versoec datt u ersamen sulx mede bij publicatie eenenyderen doet vercondigen.


7.
Stadtholder, [cantzler ende Raden des] furstendoms Gelre ende graeffschaps Zutphen.

Ersame ende voorsichtige lieve besondere ende goede vrunden.

Sijnde ons aengecommen die propositie van den consenten voor t’loopende jaer versocht, tot staenhoudinge van den staet deser vereenichde Nederlanden waer op, mitsgaders t’geene vorder dienen sall tot welvaert van dese provintie int bysonder, noodich is de vergaderonge van den alinge landtschap. Soo ist dat wij daertoe aenbestemt hebben den darden dach aenstaenden maents may, des avonts tot Nijmmegen in te commen, begeeren ende versoecken daerom ernstelijck dat u ersamen derselver gecommittierden volcommelijck gelast, tegens ende op den voorseide dach endeplaetse willen senden om des volgenden dages sonder langer uuytstell die voorseide propositie ende wat sunst van nooden zal sijn t’aenhooren , ende daerop nevens die ridderschap nae rijpe deliberatie te helpen nemen alsulcke resolutie als tot welstant van den vereenichde provintien int gemeyn ende vant vaderlandt int bysonder, bevonden sal worden te behooren, waertoe ons verlatende. Bevelen u ersamen hyermede den Almoogenden. Geschreven t’Arnhem den 7en aprilis XVIc twintich.

Ter ordonnantie als boven,

Dibbits, 1620.


8.
Den prince van Orangien, grave van Nassau, Moers, Bueren etc., merquis van der Vere ende van Vlissingen, heere ende baron van Breda, Diest etc.

Edele eersame, wijse ende discrete lieve besundere. Wij hebben ongeerne verstaen dat opten lesten lantdach tot Nimmegen eenich misverstant is geresen, tusschen de gecommitterden van den hooft ende de cleyne steden des Arnhemschen quartiers, ende dat wegen de sessie ter admiraliteyt van Rotterdam daervan de plaetse bij quartiers resolutien van den jaren 1619 ende 1620 soude geopent sijn de hooffstadt pretenderende boven de voor ganck gerechticht te wesen tot soo veel jaren sessien, als alle de andere cleyne steden te samen, gelijck het anno 1615 nopende het collegie ter generaliteyt provisionelick is verstaen. Presenterende niettemin dese questie te submitteren aen alsulcke collegie ofte particuliere rechtens, als bij bewillinge van beyde partijen, daer toe soude werden versocht. D’andere steden ter contrarie geen ander voordeel toestaende aen die van Arnhem als den voorganck in d’eerste drie jaren deputatie in meeningo sijnde dat daer nae yder stadt oock elck een gelijcke beurte van drie jaren souden ende behoorde te genieten, sonder alsnoch te willen verstaen tot submissie welcke ende diergelicke cleyne verschillen in desen state sar dangereulx zijn, ende dyckwijl grooter onheyl ende alteratie van gemoederen connen causeren behalven dat dese questien ontijdich schijnen te wesen, die naer tgeen off twaelff jaren eerst disputabel sullen connen vallen. Soo hebben wij niet connen verbij gaen u luyden ernstelick te vermanen daer aen te sien dat sonder prejuditie van d’een off d’andere partije dese saecke bij vrundtlicke accommodatie mach affgedaen worden. Ende daer sulcx ontstonde gesubmitteert aen onpartijdigen, ofte die anders laten decideren bij diegenen die sulcx amptshalven competeert. Ende hiermede;

Edele eersame wijse ende discrete lieve besundere, sijt Gode bevolen. In Sgravenhaghe den 13 juny 1620.

U luyder goede vrundt,

[Maurits] de Nassau.


9.
Erntfeste, hoochgeleerde, eersame, wijse, seer voorsinnige insonders goede vrunden und nabueren.

In onsen voorgaenden, in faveur van monsieur Keppel, is doer qualick bericht, ende meerendeels tegers opinie onser schepenen, doemaels absent, aen u eersamen geschreven dat de plaetse, so daer sal coemen te vaceren in de Raeden van State bij eene uuyt de ridderschap soude bedient worden, daer nochtans onse opinie voel anders, als dat de nominatie tott de verseide plaetse behoort te geschieden uuyt idt gansche corpus van t’quartier. Naedemaell de persoen daer toe genomineert, nyet alleen representiert dat quartier maer mede d’andere quartieren van onse provincie, waer toe wel een persoen, ervaren in materie van staet gerequireert [..] de men bequaemst uuyt het ganse […] dan uuyt een ut desselven sal cunnen eligeeren, als hierbevorens gelijck […] de recessen te vernemen, sonder onderscheyt in desen quartier gepleecht tott dien eynde wij bevinden de persoen van joncker Joachim van Keppel bequaem, den wij nochmaels u eersamen ten hoochsten recommenderen, waer toe ons ver laetende, […] de selve hier mede bevelen in schuts des heeren. Geschreven t’Hattem den 7en novembris XVIc twintich.

Uwer eersamen goede vrunden und nabueren.

Burgermeesteren, schepenen und raedt der stadt Hattem.

Ingekomen stukken,1605

Inventarisnummer 186
(Ingekomen stukken 1605)


1.
Stadholder, Cantzler ende Rhaden des furstendumbs Gelre ende graeffschap Zutphen.

Ersame ende vursichtige lieve besondere und goede vrunden. Die heren Staten Geenerael ende Rhaden van State doen aen ons grote instantie ten eynde die consenten van deses lopenden jaer tijtlick inghewillicht ende in gebrochst mogen worden. Volgende die propositie vor desen avergesonden dywijle dan daer toe der landtschaps vergaderonge noodich is. Soe hebben wij daertoe beraemt ende aengestembt, den negen ende twintichststen deses bescheyden u erss amen demnae tegens den selven dach des avonts precise ende sonder langer afstell alhier binnen den stadt Arnhem in te kommen om volgende dages naders andere beschrevene ende erschienende ridderschappen ende stedengesanten, aen te horen die hierboven aengetagen propositie ende wat sunst aengaende den welstant ende regierunge deses furstendumbs ende graeffschaps sal worden geproponiert, daerop in communicatie ende deliberatie te treden oick te helpen resolvieren, t’geene dat in dese conjuncture ten meesten dienste des geliefdsten vaderlandts ende tot billicken contentement vande andere provincien onse bontgenoten sal mogen strecken, ende ons op u erssamengewisse compste ten vursseide aengestelden dagen (op dat den landtdach tijtlick geeyndet ende grote costen van eene andere bijeencompste vermeden mogen worden) vertrouwende befhelen wij u erssamen hiermede den Almechtigen. Geschreven t’Arnhem den 1en jannuary XVIc en de vijff.

Ter ordonnancie als boven,

W. Sluijsken.

2.
Ersame ende voorsichtige besonders goede vrunden.

Wij hebben door den brenger van desen ontfangen u erssamen schrivens, mit den steur, die welcke ons aengenaem is ende doen u erssamen daer voor vruntlick bedancken; ende aengaende die sake vande vicarie sinte Jacobi, daervan u erssamen breven mentioneren, deselve sullen wij in gedenck houden, als deselve ons voorcommen sall. U erssamen hiermede Gades protectie bevelende. Geschreven t’Arnhem den 26en february XVIc ende vijff.

Cantzler ende Raden des furstendombs Gelre ende graeffschaps Zutphen.

Ter ordonnancie van deselve.

E. Engelen 1605.

3.
Mijn heeren wat alhier op diese gehaldene bijkompste verhandelt iss hebben u eersamen toth dit bijgaende affschrifft te vernemen. Die angestembde bijkompste iss verleden dynxdages morgen geholden gelijck angevangen und geendicht sonder dat enige vruchtbare vergelijckinge op die pretense questiense vrijheyt vanden jonckeren hefft konnen tusschen denselven und den steden geraemt oft gevonden worden, mitzdien dieselve jonckeren verclaerden te willen blijven bij het gebruyck der vrijheyt gelijck hun datselve t’recess vanden gehalden lantdach in maio anno 1603 bij diesen quartire gevende wass, waerop und tegens die steden geandtwoerde dat sij alsdan ingelijcken te persisteren hadden bij alle tgenige diesen ingaende op den lestgehalden lantdach eenhellichlick bij haer vuergegeven gesustiniert und opt papier gebrocht was, daermede sij solden menen dat die jonckeren sich behoerden te contentiren laten und also op versueck in beyderzijdts om wat naerders te sollen willen bedencken waermit een fruntlick veraffscheyt in vergelijckinge dieser saecke mochte genomen worden, men nochtans nicht naerder hefft konnen koemen, mitz dien die jonckeren van haere pretentie und wij van onse resolutie nichts wolden verlaten; hebben entlick na verscheyden woerden kavelinge de van Arnhem van het voerige sij mit den anderen steden geraembt und geresollvert hadden aftredende (als willende wesen die beste vredemakers) uut haer selven geproponiert oft met een middel solde wesen om goede enicheyt und correspondentie tusschen den jonckeren und steden te holden und te continueren, dat mit consent und believen beyder zijdts parthijen den jonckeren solden moegen toegestaen worden (neffens die bewillichde exemptie vanden consumptien ofte redemptien op haer huyss und persoen) noch wijder bevryunge vanden 20 ofte 30 margens landts haer eygendomblick tokoemende in schattinge und middelen oft redemptien, waerop die jonckeren antwoorden so sich die andere steden daermit wilden conformiren dat sij daervan solden rapportiren an haeren principalen om daervan ten naesten gedaen moegen worden daeran sij nicht wolden twivelen offt t’different solde daermit opgeheven sijn. Die van Harderwijck, Wageningen und Elburch geeven vuer anderwerff geen ander last oft beveel te hebben dan te blijven bij die voerige resolutie so sich die jonckeren daermit wollen laten seedigen sonder dat sij haer wijders enige vrijheyt in die schiltschattinge oft anders konden meerder toestaen. Die van Hattem na lanckwijlige tergiversatie wilde sich conformiren mit het advyss van Arnhem op bejaech sijner pricipalen und iss also hiermit veraffscheydet sonder enige vruchtbare resolutie tot decisie vanden diese saecken genomen te hebben und also diese brugge nicht hefft konnen gelecht worden hefft men van gene andere puncten kunnen vuernemen. U e ersamen hebben sich rijpelick op diese saecken te beraeden und mit die andere kleine steden naerder so het u eersamen also sall goet vynden te conferiren, deliberen und resolviren wat an besten in dit geentamierde werck wijders sall moegen und behoeren vuergenomen worden. Die van Harderwijck namen an te willen ter overvloet

3.2.
bij die van Hattem te naerder te sondiren und ondertasten haere meninge daervan somigen twijvelen dat bij haer affgesante geen klaere uutspraeck solde gedaen sijn. De gedeputierden dieses collegen und ick besonder vuer mijn persoen doen u eersamen hoechlick bedancken vuer u eersamen an lesten gesante present. Angaende nieuwe tijdunge iss alhier gisteren schrijvens vandenheer Van Willep tot den Haegen angekoemen meldende dat sijn excellencie versocht hadde an die generaliteit spoedige lichtunge van 3000 waergelders om die te moegen leggen op die frontiren in steden und forten dienende tot garnisoen op dat hij te meerder machts und so viel volx als ymmer mueglick waer mochte mit den eersten te velde brengen, om also den vijant te preveciren und enige notable entreprinse van groete importance die hij onderhanden hefft te beter executiren. Daerop de generaliteit sijne excellencie toegestaen hebben 2400 der voirsseide waertgelders om daervan in aller ijll die lichtingen te doen despachieren und aneleviren na die cotifatie und verdelinge op een yeder der respective geunieerden provincien na proportie toenemen, waervan Gelderlant 100 derselver sall opbrengen, Hollant 14000, Zelant 200, Vrieslant 700, Utrecht 200, Overijssel und Groeningen elcks 100. Onse duytsche voetvolck wesende 3000 sterck und te redresseren op 15 veendeels sint int an koemen, sijnt oock commisarien gedeputiert om hun te gmoete te trecken und voortz op geweer te stellen und monsteren haar logis were vuer eerst geordiniert te Elten al waermen sie solde met soetelers accommodiren. An den vijants zijdt iss Spinola tsaderdaechs vuer paeschen to Bruessel gearriviert mitz brengende viel volx van olde garnisoenen in Naples und Mylanen und andere frontiren gelegen hebbende mit oeck een nieuw regiment spaignerden die welcke nochtans nicht alle noch angekomen sijnt meer a la filee nu und dan malkanderen volgen und viele van die haeren verloepen oock die vijant doet alle sijn forten om Oostende slichten uutgenomen Albertusfort heft oock die stad Oudenborch doen slichten om sijn heyr also viel te meerder doen verstercken. Onder s’vijants volck iss groete deserdcie und onder die regerunge groete jalousie die haere saecken vermoedelick niet seer avanciren sullen. Van die spaensche (doorh.: onleesb.) vloot iss verscheyden opinie menende, sommigen dat sie onss sullen willen mit haere toegerustede armada anveerden; anderen dat daer nicht van volgen sall mitz dat men verstaet van den gena die van daer koemen dat noch geen apparentie te vernemen iss van wat uutterichten. Die spaenschen beklagen sich over den koeninck van Groet Bretaignen soe dat hij gedoigt und to laet dat van sijn ondersaten den staten te dienste to trecken so viel daer willen; maer dat sij genen oft gaar weinich tot haeren dienste uut sijnen landen konnen bekoemen. Item dat Caron aldaer wass angesocht van sommige heren de den Staten te dienste gereets wusten te wege brengen 7000 mans so sie die van doen hadden, het welcke Caron tot dien ende an die generaliteit hefft overgeschreven. Sijnt oeck enige edeluyden aldaer geweest die den koeninck voirsseid versocht hadden om verloff, den erdtzhertoch te moegen dienen, den welcken den koeninck geandtwoerdet had, dat hij verloff hun niet konde noch wilde ontseggen, meer dat hij sie solde doen remerqueren dat sie bij und vuer allen mochten bekent werden

3.3.
waerover sie haer vuergenomen reyse verlaten hadden. Die graeff van Embden kan oeck niet langer sijn vijantlick haet (die hij tegens die stadt van Embden vuerlanges in sijn herte geconcipiert hefft und noch couvieren) bedecken, want hij nicht te induciren iss tot affdanckinge van sijn soldaten dan legt die selve ter spijt die van Embden op den huysluyden die der burger van Embden pechtert oft sunst anders derselver goetgunnert sijnt und laet toe dat dieselve excessivelick und overdrachlick beswaert worden van sijne soldaten. Oeck hefft die gouverneur opt huyss ten Oirt volgende t’exempel sijns meisters groete moet wille ge bruyckt tegens die Embder schippers, denselven die vluegelen van haere schepen nemende, und andere spijt und hoemoet die selve andoende. Die Embder scheepvaerders so met haerder stadts zebreven in spaignen waren gevaren worden daer haer persoenen gevencklick ingetogen und haere schepen gearrestiert, die waren geconfisquiert; overst die met des graven zeebreven aldaer waren angekomen worden alle vrijheyt van losschen und laden und (doorh.: onleesb.) in und tot vaeren toegelaten. Waren te sihen die goede corrospendentie tusschen den koninck van Spaignen und der graeff voirss eid undt heymelick bedrijff van haer lange gepractiqueerde desseinge. Dit iss tgenige ick u eersamen vuer ditmael heb kunnen mitdeelen, und hiermit endigende sall u eersamen mitz dieses neffens mijns fruntdienstlicke erbiedunge in die genedige protectie des Almechtigen doen bevelen. Datum ylentz Arnhem den 11 aprilis anno 1605.

U eersamen vielgunstiger frunt und medebroeder,

Wichman van Wijnbergen.

4.
Erentveste, eersame, wijse und voorsichtige goetgunstige vrunden.

Wat in die leste communicatie alhier, raeckende die differentiale vrijheyt van de jonckeren, vorgelopen und gehandelt is, dat sullen u eersamen uyt het verbael daervan gemaeckt, als oock uyt mondelinge relatie van derselver gecommitteerden verstaen hebben. Off nu villicht onse goede intentie bij den voernoemde gecommitteerden niet eygentlick ingenomen und gerapporteert mocht sijn hebben wij goet gevonden u eersamen naerder te dienen van de redenen ende consideratien, die ons beweecht hebben tot ennige moderatie vant geene op den lesten lantdach bij de semptlicke deses quartiers steden op dit stuck veraffscheyt und voer resolutie ingebracht is. Wij verstaen wel nae als voer, dat in support und behouften der tegenwoordiger oorlogen, die van de ridderschap niet weiniger als die gemeyne man verobligiert sijn, und dat onse gemeyne rechtveerdige saecke die jonckeren tho meer touschiert om dat sij als hooffden und voortsenders vant platte landt hun behoren te laten aengelegen sijn die behoudenisse, welvaert und verseeckerungh, so wel van d’onderdanen, als van hunselven, geswegen datse ongelijck meer als oert onderhorige te verliesen hebben, und dat die saeck ten archsten kommende, daer Godt voer sie den eersten ende swaersten slach die voorneemsten vant landt treffen sol. Ons is oock niet onbekent, dat die jonckeren in andere provincien niet en sijn genietende sulcke excersive vrijheden und exemptien, als d’onse pretendieren. Maer daertegens dient aengemerckt, dat tot handthaevungh und verseeckerungh van den staet vant landt so wel eendracht vrundtschap ende correspondentie als gewillige liberale contributie van noden is, und dat blievende die ridderschap und steden deses quartiers elcx aen sijner sijden over die voersseide guestie persisterende und opiniatrirende het geschil niet en sol kunnen gevonden noch beslicht worden, dan bij submissie, daer die jonckeren niet geern toe sullen verstaen, daer wij oock, so veel ons aengaet, te weiniger smaecks in hebben, om dat sulcx in dese quartieren ongehoort und ongebruickt is, neffens dien, dat t’selve bij onse naburen und mede bontgenoten allerhandt bedencken sol geven, tot geen geringh achterdeel und disreputatie deses quartiers, und dat ongetwijvelt ongelijck

4.2.
weiniger vordels voer t’quartier uyt die submissie tho verwachten is als uyt een guitlick accordt, dat partijen onderlingh sullen moegen aengaen und treffen, op den voet und maniere bij de stat van Arnhem voorgestelt. Het is wel waer, dat die van Hollant haere jonckeren in de gener aele middelen, verpondingen und andere umbslaegen van gemeyne lantzpenningen niet vrijlaten, maer deselve jonckheren genieten daertegens alle jaer, hoewel seer weinich int getal de somma van vijffduysent gulden, gelijck ons gelooffweerdich gebleecken is. Die van Vrieslant, na dat ons gesecht wort, staen haere ridderschap oock geen klein noch geringh vordel toe. Wat die van Utrecht ende anderen doen, is ons nochtertijt onbekent. Holdent in allen gevalle daervoer, dat deses quartiers jonckeren, genietende vrijheyt van middelen, als oock van XX off respective XXX mergen lantz in de schiltschattungh, daermede niet en sullen kommen t’overtreffen die prerogative vordelen und exemptien, die bij de ridderschap in andere provincien getrocken und geprofitiert worden. Hierenboven sal u eersamen gelieven te verstaen (und mit discretie te considereren) dat bij der steden vorige resolutie, den jonckeren ten platten lande immuniteyt van de generaele middelen off redemptien derselver gegunt is und dat men in plaetz van dien, die van de ridderschap inde steden woonachtich sol toeleggen eenen seeckeren penning, tot idt bereysen van landt und quartiersdaegen, daer nu, kommende het naerder goet beduncken der stadt van Arnhem plaets te gewinnen, t’quartier vant geene den jonckeren in de steden toegedestiniert was, gevrijt ende ontheven konde sijn, daerbeneffens sol het quartier inde schiltschattungh ongeveerlick een hondert gulden vijff off ses, jaerlicx tho kort moegen kommen bij der jonckeren exemptie van de voersseide XX off XXX mergen, maer daerentegens inde schattingh profiteren alle d’andere landerijen und goederen van de voersseide jonckeren, doordien se sollen schuldich und geholden sijn alle haer goet t’expressieren und te specificeren, und affgetrocken die voersseide vrije mergentalen, haer overentzich goet te laten setten und schatten, in conformite van haere naburen und sulcx op de pene und verbeurte bij onse resolutie gementioniert. In der voegen datter voer een geringes te achten is, t’welck den jonckeren boven der steden vorige resolutie sol worden toegegeven und dat ummers daerdoer d’uytsettingh van de pondtschattingh und die verpachtungh van de generaele middelen, tot groot achterdeel van de generaeliteit, und tot illusie van de consenten albereitz bij den quartier gedraegen,

4.3.
niet en behoort gesuspendiert noch getrainiert te worden, veelweiniger doet sich onses erachtens beramen, dat men des quartiers staet doer eene so kleine oorsaeck sol laten kommen in confusie, und alle welherbrachte goede enicheyt in separatie und tweedracht. U eersamen moegen ons vrijlick toegeloven, dat wij hierin niet anders dan ter goeder trouwen gaen, sonder te letten op gunst ofte ongunst, vordel ofte onvordel, so dese stat off onser yemant int particulier daer van te verwachten, hebbende onse ogenmarck alleen opt gemeine best ende s’quartiers meeste tranguilliteyt, dienst und verseeckerheyt. Und verkiesende uyt twee swaricheyden die minste, al so wij dan den middelwech bij ons voorgestelt, het gevoechlickst und aller dragelickst expedient gevonden hebben, waermede dit verschil t’accommodieren und te vergoeden alle disordre und confusie. Soe willen wij u e ersamen opt vrundtlickst und vlijttichst versocht hebben, dat deselve believe de saecke tho leggen in naerdere deliberatie ende sich entweder met ons conform te maecken, off ons t’advisieren van een raedsamer middel, waerdoor die gereesene guestie bequamelick bijgelecht und tot een beter verstandt gebracht moege worden. Verwachtende hierop uwer eersamen toeverlatige rescriptie, ende deselve der beschermungh Godes bevelende den 13 aprilis 1605.

Uwer eersamen goede vrunden,

Burgermeesteren schepen und raedt der stadt Arnhem,

Ter ordonnancie derselver,

J. Verstegen, secretaris.

5.
Erentveste, eersame, wijse und vursichtige goetgunstige vrunden.

Wat die heren Staten Generael aen dese provincie geschreven hebben und ons bij den Hove copielick toegesonden is, betreffend d’aenneminge van de XXIIIIc borger ofte waertgelders, dat geeft d’inlaege te verstaen. Und so dienvolgens ons te last leyt, die wervungh van veertich man dient dese u eersamen te versoecken, dat deselve opt spoedichst gelieve te vernemen hoe veel borgers ofte inwoonders tot desen dienst, voor de tijt van ses weken, off twee maenden binnen uwer eersamen stat tho bekommen sijn. Ende ons daervan in alle diligentie t’advertiren, sulx sal die voorgenomene expeditie van sijne excellentie sunderlingh avanciren daer wij uwer eersamen antwoort verwachtende, sullen dese eindigen, und u eersamen der beschermungh Godes bevelen. Uut Arnhem den 15 aprilis 1605.

Uwer eersamen goede vrunden,

Die gedeputeerden des quartiers van Veluwen,

Ter ordonnancie derselver,

J. Verstegen, secretaris.

6.
Eerentfeste, wijse, voersichtige, insonders gunstige guide vrunden. Wij hebben u eersamen breeff betreffende den wulven jacht ontfangen, en de daer uth verstaen, welcker gestalt deselve guidt vynden, dat bij ons een dach ende plaetze moege beraemet, ende angeschreven worden, omme mit u eersamen dern van Hatthem ende anderen te verspreken wanneer ende op wat plaetze men soedaene jacht solde anvangen. Waer op wij u eersamen ter vrundtlicker antwoordt niet sullen verholden dat wij ons den voerslach van u eersamen wel laten gevallen ende oock den jacht hoochnoedich achten, mitten iersten t’geschien, dan sien voer guidt aen dat bij u eersamen een dach ende plaetze angestemmet worde, om mit malcanderen in communicatie te treden ende te overleggen mit wat ordre ende maeniere men sulcken jacht int werck stellen sall, want ingevalle deselve geattenteert ende angevangen worde in sulcker gestalt als voermaels geschiet, solde onses crachtens daermit weynich vruchts geschaffet worden. Ende desen hiermede eyndigende doen wij u eersamen in schuts des Almechtigen bevelen. Datum den 5en may 1605.

U eersamen guidtgunstige vrunden,

Burgermeesteren, schepenen ende raedt der stadt Campen.

7.
Erentveste eersame wijse voorsienige heren ende goede vrunden.

Wij mogen u eersamen nier verhalden hoe dat wij inhererend onse binnen Arnhem als elders verclaird meynong ende eenhellige bij die aldaer bij den hooft ende cleyne steden frunden genoomen heylsame resolutie over idt different tusschen die steden ende jonckeren swevende

over oere pretensie van immuniteyt, voor ditmael uuyt onsen middell niemant geschickt tot die uuytsettinge der schiltschattong opte ampten daer wij sulcx te doen gebruyckelick zijn. Maer in plaets van sulcx een opene brieff van protest durch onsen geswooren bode daer geschickt ende dair in reden gegeven van unse niet erschijnens ofte uuytblijvens. Met guetlicke vermaning aen die jonckeren gedeputeerde ende gemeine setteren van den respective ampten. Zij wilden zulcke ordre stellen dat van oere settong (doorh.: op) aen t’geene onse ingesetener goederen ofte pachters van den executie gedirigiert word ofte wij gedencken suecken middelen ende wegen.

8.
Copia.

Edele etc. Wij hadden ons gansselick vertrout opte goede affectie die wij tot allen tiden gespeurt hebben van de heeren Staten van het furstendom Gelre ende graefschap Sutphen, totte handt houdinge van gemeine sake dat haeren edelen souden op het vertoch aen den selve gedaen op onse avergeleverde propositie sulcke resolutie hebben genomen in het stuck van den regierunge ende contributie, dat den heeren Generale Staten daerbij alle goet ende behoirlick contentement soude sijn gegeven, doch hebben tot onsen leetwesen vernomen ut die rapporten van onse gecommittierden derwaerts, dat die saken aldaer niet ten besten en seijn verloepen, ende daerop inde volle vergaderinge der heeren Generaele Staten inde tegenwoerdicheit van sijn excellencie ende den heeren statholder van Vrieslant etc. overlasen wesen die consenten van den lantschap van Gelre ende Sutphen, is bevonden dat d’selve nergens nae in proportie somen bij d’andere provincien ende unse gedane propositie (doorh.: comen) sulx dat de andere provincien een ongenoegen daar uuit sijn scheppende ende daer doer verflauwen omme een eenparige resolutie te nemen tot vervallinge van t’geene bij ons tot sonderlingh dienst van t’lant ende afwendinge van s’viants macht. Daermet die landen nu meer als te voeren schinen gedreicht te worden, versocht is, waerut dan sekerlick moeste volgen of dat het volk van oorloge daur quade betalungh soude moeten vallen in mautinatie ofte dat bij faulte van middelen men een goede partie van dien noetwendich soude moeten afdancken ende consequentelich den allen gemeinen viant bij een defensive orlooge sulken een vordert inruimen dat daerut irraparabile inconvenienten ende periculen souden moeten volgen, gelick u edelen

8.2.
dat bij haer selven wel konnen bedancken omme welckes in tvoer te kommen, ende waermet den staat van t’ samentlicke vereenichde provincien moege werden behouden ende den viant namentlicker het hoeft geboden. Is bij de heeren Generale Staten zijn excellencie den voersseide heeren statholder ende ons goetgevonden u edelen te doen versoecken (gelick bij desen wort gedaen) om desen onraet wijslick te helpen voer te commen. Ende alsoe metter daet bevonden is, dat op ordinarise lantzdagen, soo veel te doen valt dat dese (hoewel de principaelste zake) niet en wort behoirlich behartiget, ofte daerin als den noet vereischt, versien, dat oick die sake so lange niet en kan uuitgestelt worden, daerbij d’eene oft d’andere impressie offte inval van de viant selfe op u edelen quartieren, licht soude konnen veroersaecken, een groett verloep in de selve durende vursseide contentie van u edelen niet d’ andere provincien. Soe hebben wij neffens d’vursseide heren Staten sijne excellencie en d’heeren grave, nodich geacht u edelen dese te schriven ten einde u edelen wilde gelieven aan en nieuwen lantsdach extra ordinaris in aller ijle te doen uutschriven, immers die quartieren daerop vergadert, omme hen te verdragen in eene provinciale regierunge, gelick alle andere provincien sijn doende, ende consequentelick in eene provinciale quote, volgende t’exempel van andere provincien ende nu nieulanx van den heren Staten van Overijssell rijppelick averwegende, dat het onmoegelick is in sulcks ongelijckheit behourlicke (doorh.; onleesb.) eenicheit (die voer allen in eene gemeine regieringe gerequiriert wordt) te onderhouden, immers dat die van Gelderlandt ende Zutphen soude moegen commen tot gelikheit van gemeinen middelen, ende

8.3.
verpondinge neffens andere provincien ende hare consenten neffens deselve eflargeren conform onse onse gedaene propositie ende och omme te resolvieren opt redres van de sacken die welcke bij eenige van de provincien, tott noch toe gesuppleert sijnde, reden vereischen, dat andere daervan begeren te participieren gelick sij doen ende moeten doen, soe sij willen behouden bliven op heurer sijdt bijbrengen t’gene d’equiteit van den gemeine societeit, verricht sonder dat hier kan plaats hebben de allegatie van onvermogenheit, die hier soe seer niet en valt in consideratie als goede ordre, waarin so eenigen aenstoot soude moegen vallen u edelen als de verstandige cunnen wel besinnen, dat daer in niet anders dan met gemeinen raat vrij van alle eigen soeckelicheit kan geremediiert werden ende dat in gemeenschap niemant kan besonder sijn eigen richter sijn, trekke gelick wij niet en twivelen, of u edelen en sullent met onse alsoe verstaen. Soe verwachten wij u edelen reschriptie, mit begeren dat u edelen bij aller iersten gelegenheit ommers binnen den titts van uuterlick verthien dagen onse believe te veradvertieren van de tijtt dat de vursseide lants ofte quartiers dagen sullen utgeschreven sijn waermet tegens denselven titt eenige gedeputierden derwaerts moegen worden gesonden hiermede,

Edelen etc., in ‘s- Gravenhage den 26 may 1605. Was geparaphreert Duvenvoirde vidit. Onder stonde u edelen goede vrunden, die Raden van State der vereenichde Nederlanden. Leger stonde, ter ordinantie van derselve. Was onderteickent: G. van Zuilen. Het opschrifft was edelen etc. cantzler ende Rhaeden des furstendoms Gelre ende graeffschaps Sutphen.

9.
Erentfeste eersame voorsienige und discrete insonders goede vrunden.

Wij moegen u eersamen nyet verhouden, hoe dat door dye kompste van den vijanden opten riviere van den Rijn de navigatie opten selven stroom beginnende te cesseren und mitt dye daerop doer last van de heeren Staten Generael ervolchde stroomsluitingh dye pachters van deses furstendoms ende graeffschaps tollen uuith machte vant XVe articule der pacht voerwaerden aen ons opgekundicht hebben oere pacht ende versocht daervan te worden ontslaegen. Unde all ist daerop onsseres erachtens weynich off geen swaericheyt kan vallen soe hebben wij gelicke wel voort eerste daerop nyet anders willen doen, dan hun respectivelick bij provisie te lasten den tollen waer te nemen, ende van oere vertollinge ende ontfanck goet register te houden, unnd dat sunderlingh in aenmerckinge dye tijt voor dye handt is, dat volgende dye resolutie van den heeren Staten hooch unnd welgedachtes furstendoms ende graeffschaps hyer jongst t’ Arnhem opten landtdaege genoemen soude behooren geprocediert te worden tot nyewe verpachtinge voor den tijt van drye jaeren. Maer alsoe wij geen apparentie en sihen dat den vijandt den stroom lichtelick sall verlaeten unnd daertoe

9.2.
gans onseecker wanneer dye stroomsluitinge (durende dye weecke oeck geene verpachtongen wel kunnen vallen) opgegeven sall moegen worden holden wij idt ongetwijffelt daer voor indien dye voorsseide resolutie soude naegegaen worden, dat de tollen verde onder haere weerde ende gans in disestime souden kommen te loepen, jae all waert oeck soe dat dye stroomsluitinge soude aenwedersiden moegen affgedaen worden want soe lange den vijandt opten stroom blijft (aen den welcke dye schipperen groote ongelden moeten betaelen) idt bij experientie voor desen is bevonden dat dye schipvaerth in sulcken fuege alst sunst wael plege met en is gefrequentiert geweest oeck van nu voortaen nyet min te verwachten ende hebben onder sulcx goet gevonden dye saecke mitten gedeputierden ende magistraten vanden hooft ende cleine steden der respective quartieren te communicieren. Guetlick derweegen versouckende u eersamen believe t’geene voorsseid te leggen in deliberatie ende ons volgents te advisieren wat d’selve in haeren respecte ten meesten oorbare ende gevallen van den voorsseide heeren Staten van beijden souden verstaen te behooren te geschien, nemptlick dye verpachtinge off collectatie ende daer plaets gegeven soude worden de collectatie

9.3.
off alsdan de olde collecteurs (soe noch in leven sijn) wederom aengestelt sollen worden, waermede dan solde cessieren ende stylstaen de jaerlicxe pensionen die den collecteurs bij de heeren Staten deses landts sijn tegelacht, waer op soe kortt doenlick verwachtende u eersamen rescriptie.

Erentfeste eersame voorsienige unnd discrete insonders goede vrunden bevelen u eersamen hiermit Godt almachtich. Geschreven in de Camer van den Reeckeninge t’Arnhem op ten 27en july 1605.

U eersamen goede vrunden,

dye eerste ende andere verordente van der reeckeninge in Gelderlandt,

Schrassert, 1605.

10.
Erentveste, eersame, wijse, voorsichtige goetgunstige vrunden.

Om te beantwoorden uwer eersamen schrivens van den 24en deser, sall dienen voor bericht, dat hier t’Arnhem und in andere steden duckwils dergelijcke krancke soldaten, als u eersamen nu ontfangen, hebben bij sijn excellencie off bijden Rade van State, om dieselve te doen curiren und verplegen, gesonden worden, waervan die gasthuisen voor elcke persone daechs profitiren vier stuvers, tegens over leverungs van pertinente declaratie, daerin genominiert und geexpressiert staen, die krancken und gequetsten. Item onder wat capitein sij dienen und op welcke dagen sij inden gasthuise gekommen, und daer wederom utgegaen off gestorven sijn. Maer wat aengaet derselver nootdurfftige rustungh, van klederen, hemden, schoenen etc., daermede warden die arme gesellen, door goethartige burgeren, ter liefde van Gott und van die gemeine saecke, te mitz wel gesoulagiert, sonder (doorh.: sader) nochtans, dat wij off die magistraten gewoen sijn voor sulcke soldaten eenige klederen tho becostigen, und t’selve aen die Gen eraliteit tho verhalen, off tho profitiren d’welck wij u eersamen tot narichtungh niet verhalden moegen, dieselve hiermede Gottlicker protectie bevelende. Utt Arnhem den lesten augusti 1605.

Uwer eersamen goede vrunden.

Die gedeputierden des quartiers van Veluwen,

Ter ordonnantie derselver,

J. Verstegen, secretaris.

11.
Erentveste, eersame, wijse und voersichtige goetgunstige vrunden.

Dese dient u eersamen te versoecken, dat deselve believe daert niet geschiet waer, tho procederen tot d’uytsettungh van uwer e ersamen stats portie inde schiltschattingh op den lesten lantdach bij desen quartier geconsenteert, wesende even als verleden jaer ende deselve tot s ‘quartiers behouff tho doen collecteren und uytkeren, so bald enichsins moegelick waermede wij u eersamender beschermungh Godes sullen laten bevolen sijn. Utt Arnhem den 7en septembris 1605.

Uwer eersamen goede vrunden.

Die gedeputeerden des quartiers van Veluwe,

Ter ordonnantie derselver,

J. Verstegen, secretaris.

12.
Erentveste eersame wijse ende vursienige heren ende goede vrunden.

Alsoe wij onsen mede raetsfrundt Gerrardt van Wenckum hebben affgeschickt om met u eersamen in communicatie te coomen over die besendinge des aenstaende quartiers ende tgene daer aencleeft jene geern u eersamen gelieven wille die vursseide onsen mederaetsfrundt zijnes vuergeevens guetlick aff the hooren zijn eersamen als ons selffs volcoomen geloove tho stellen endesich tegens hen alsoe vernheemen laten, als u eersamen werden bevyndende te behooren ende die gelegentheyt in dese conjuncture te vereyschen des wij ons alsoe tot u eersamen sinnen verlatende, dselve u eersamen Godtlicker protectie bevelende. Datum den 30 septembris 1605.

U eersamen ende lieve goede vrunden,

Burgermeesteren schepenen ende raedt derstadt Harderwijck.

13.
Ersame ende vursichtige besonders goede vrunden. Uuyt bijliggende copie van de publicatie, ons door de heeren Staten Generaell toegesonden, en de bij den conninc van Groott Britannien laten doen, sullen u eersamen grouwelick verstaen het provinelick verraet, dat tegen sijne majesteit die conning inne den jongen princen sijnen soon, mit alle den adell ende gecommittierde van de steden bij eenen Tomas Percey engels edelman, was voergenamen te exploicteren, twelc Godt belieft heft sijne majesteit genadelick te laten ontdecken van den daerdoor desselffs persoon, te bewaren ende het gantsche rijck te conserneren voor onderganck, ende alsoo de vereenichde provincien mitsgaders de gantsche chrystenheyt, mit redenen sich aver dese ontdeckonge hebben te verblijden, dewijle de consequentie daervan voornemelick den staet derselver mede is aengaende ende den almoegende Godt te bidden dat hem belyve sijne conincklicke majestei t ende desselffs rijcken mitgaders den staet van de crystenheyt maer particulierlick van de vereenichde provincien voor sulcke ende dergelike verraderien ende listige practiquen steeckende tot onderganc van de ware christelike religie te bevrijden en de te bewaren, soe is bij de heeren Staten Generaell goetgevonden t´ordonnieren eenen

13.2.
algemeinen vasten ende biddach op ende tegens den vierden decembris naestcommende ouden stijls. Is daerom ons gesinnen dat u ersamen den vursseide vast ende biddach doen vercondigen ter plaetsen daer sulcx gewoentlick is te geschieden, ten eynde een iegelick hem daernae reguliere ende ten vursseide dage van alle handtwerck ophoude bij sekere poene daertoe te ordonnieren. Mit bevelungh des Almechtigen. Geschreven t´Arnhem den 19en novembris 1605.

Cantzler ende rhaden des furstendums Gelre ende graeffschaps Zutphen,

Ter ordonnancy van deselve,

W. Sluijsken.

14.
Stadtholder, cantzler ende raden des furstendombs Gelre ende graefschaps Zutphen.

Ersame voorsichtige lieve besondere ende goede vrunden. Sijnde ons ten handen gecommen die propositie van den consenten voort toecommende jaer, tot stuer van den oorloge gevordert, ende ernstelic versocht, dat den lantdach mitten yrsten uutgeschreven daerop resolutie genamen ende tijtlic ingebracht werden in aensien van de tegenwoordige gelegenheit van den tijt ende aendringenden noot, die dese lantschap meest is rakende ende daerom nodich is te toenen dat ons onse eigen behoudenisse ten herten is gaende. So hebben wij goet ende noedich gevonden den lantdach uut te schriven tegens den negenden aenstaenden maents decembris des avonts seeckerlic ende sonder langer uutstel alhier tot Arnhem in te commen, ten welcken dage ende plaetse u ersamen derselver genochsame gecommittierden preciselic sullen hebben te seinden om des volgenden dages die voorsseide propositie ende wat sunst tot welstant der lantschap sal worden voorgedragen aen te hoeren, ende daerop neffens die van de ridderschap ende d’andere afgesanten der steden voor ende mit ruggestellongh van alle andere particuliere saken te helpen resoveren als in dese conjuncture ten meesten dienst des gemeinen vaderlants ende billicken contentement van de andere provincien onse bontgenoten sal moegen strecken, ende ons op die gewisse comst ten voorseide eigetlicken dage so lief als u ersamen t’vaderlant is, ganschelic verlatende op dat den lantdach voort volgende hoochtijt geendicht moge worden, bevelen wij u ers amen Gades protectie. Geschreven t’Arnhem den 19en novembris XVI c ende vijf.

Ter ordonnancy van derselve,

E. Engelen, 1605.

15.
Eersame ende voorsienige insonders goede vrunden.

Alsoe op den 5en artyckel van den memorie bij de van den reeckeninge de landtschap op ten naestverloepenen landtdach overgegeven onder anderen voor expedient gevonden is, dat omme soe viel doenlick te remedieren de merckelicke abusen ende frauden op des landts tollen vagelicx bij den coop ende schipman gepleecht, wij seeckere gevouchlicke ordre souden doen concipieren und d’selve den steden voordien aenstaende landtdage toe seynden, om dye gevisitiert daerop bij d’selve landtschap geresolviert te worden. Soe hebben wij tot volcommige van de voorsseidehaere edele lieve eerssamen ende ge goede geliefte beraempt ende op pampier doen brengen dye bijgaende artyckelen ende forme eener burgerbrieff in hapeninge dat mits d’selve gearrestiert ende ten effecte gebracht wordende t’meerendeel der voorsseide abusen ende frauden sullen voorgekommen ende te gelick gebeneficiert kunnen worden dye burger neronge van u eerssamenstadt, dye welcke andersins vreembden wort toegestaen, ende den ingesetenen van den steden benaemen. Goetlick daeromme versouckende u eerssamen believe d’selve toe examinieren endehaere gecomm ittierde ten aenstaenden landtdage daerop van deroselver goetvinden, laeten kommen

15.2.
volcommentlick geinstrueert ten eynde volgents neffens dye van den rydderschap ende andere stedegesanten te moegen worden geresolviert ende besloeten sulcx als in billickheydt tot stainhoudinge van des landts hooch ende gerechticheydt bevonden sal worden te behoeren. Ende hiermede ersame ende voorsienige insonders goede vrunden dye almoegenden Godt sij met u eerssamen. Datum Arnhem den 22en novembris 1605.

U eerssamen goede vrunden.

Catzler ende Raeden sampt die luyden van der reeckeninge in Gelderlandt,

E. Engelen, 1605. Schrassert, 1605.

16.
Memorien belangende idt stuck van den tollen.

  1. Dat de steden wel solden doen eenen seeckeren dach int jaer (dyen alle tijt t’behalden) te beraemen ende de camer daer van verstendigen, op welcken nywe borgers aengenoemen alle borgerbryven gegeven ende vernywet daer van uuthgesondert ingeboerene ende ingehijlickte borgers dyen aen denselven dach niet te verbynden solden worden sonder voir oft nae ennige persoenen tot borgers aen toe nemen oft borgerbryven t’geven ader vernywen, und welcke voir ader nae den dach aengenoemen, gegeven oft vernywet weerden van geener weerden t’sijn.
  2. Item dattet aennemen der borgers idt geven ende vernywen der bryven nyet soude gedaen worden, dan met voirgaende deliberatie en de bewillonge van den geheele magistrait elckes stadts.
  3. Item dat die geene die de borgerbryven ontfanckt, die selffs in persoene sol commen lichten und sonder simulatie solemneele eedt opten inhalde vandyen doen.
  4. Item twee maenden int jaer to beraemen in welcke alle borgers, die den meesten tijt des jairs t’scheeps varen nae dat se jaer ende dach borgers gewest, der geldersche ende andere steden op de geldersche tollen vrijdom hebben ende genyetende mit haere geheele huisgesin sullen verplicht sijn

16.2.
(soe in gelicke fuige sulcx int Sticht van Utrecht oick voir ennige tijt int jaer (doorh.: gehalden) gehalden wordt) in de steden haerer borgerschap te vooren ende residentie t’halden, und wie sulcx nyet dede dat se geen vrijdom op de tollen sullen genyeten.

  1. Item dat alle borgers commende mit haere schepen ende goederen aen den steden haerer borgerschap, dat sij aldair (indyen daer een tolle licht) sonder oirloff aen den tollenaer toenemen nyet voirbij sullen vaeren op verboirte van haer schip, goedt ende burgerschap.
  2. Item dat die magistraten der steden de borgerbryven solden geven naer inhaldt bijgelachte concept.
  3. Item geen coorn onder houdt oft plancken te leggen ofte storten, ende daert gedain worde, dat de schippers tot haeren costen t’houdt ende plancken sullen ontladen.
  4. Item dat alle coopluyden ende schippers schuldich sijn te verclaeren wat goederen sij geladen hebben, und soe daer nae int besien andere goederen worden bevonden dat d’selve sullen sijn verboirt.
  5. Dat men den coopman oft schipper sal moigen eedt affnemen geen andere waren inne t’hebben dan hij verclaert heft oft gesien connen worden.

16.3.

  1. Item de fraude op de tollen begaent sullen neffens de voirhenne genseerde straff haer vrijheyt verlyesen ende die weder moigen genyeten.
  2. De factoers, herbergyers, wärden ende maickelaers van vremden ende onvrijen coopluyden geen vryheyt te sullen genyeten.

    Dit allet bij provisie tot dat anders geordonneert solde worden.

17.
Concept van burgerbryff.

Wij burgemesteren schepen ende raedt der stadt van N. doen kondt ende fuigen mits desen apenen bryve dat N.N. onser stadt ingesetene mitburger voir jair ende dach geweest ende alnoch is alhier sijne stedige residentie ende woonplaets voirts huys fuyr ende roock gehalden en de noch is haldende, daerbeneffens alle gebuerlicke stuyr van contributien schattingen wachten und alle andere burgerlicke lasten betalet haldet ende draeget hebbende. Wijders voir ons mit opgereckte vingeren gestaeffs eedts, lieffelick aen Godt ende sijn hillich evangelie gesworen dat idt merck hieronder gestelt ende geschreven sijn selffs merck (twelck hij in alle coopmanschappen gebruyckt) is und dat hij onder t’decksel vant selve noch op desen sijnen borgerbryff egeenerhande goet voir bij der heren landen ende steden tollen noch de wachten vandien op onser stadt rechten pryvilegien ende vrijheiden fuyren noch doen fuyren of verdedigen sal dat ennige burgeren die niet

17.2.
So vrij als hij ende gelijcke burgerbryven als dese van ons verworven ende verkregen hedden, of dat eenige onvrije personen toebehoirt verloift verkoft ader toegesacht were oft part ader deel gewin oft baete schaede ader verlos aen oft te verwachten hebben oft dat hij sunst mit eeniger hande lose koop ader practiquen van anderen onse burgeren niet wesende aen sich verkregen hedde dat hij oick uuit cracht van ennige andere stadt burgerschap geen vrijdom op tollen sal genieten. Begeren demnae aen alle amptluyden tollenaeren ende andere officieren privilegien endevrijheiden tolvrij laeten passieren daer aen gebhiet uns vruntschap . Oirkondt deser stadt secreet segel beneden opt spatium deses gedruckt. Gegeven etc.

18.
Eerentfeste eersame voorsienige insonders goede vrunden.

Die bijgaende copie gift u eerssamen te verstain watt Jan Steenbergen de jonge op ende tegens die mombers van zaliger Thijs Beernts en onmundige kindt ons supplicerende ende versouckendeis. Und dewijll nyet allene billick ende behoorlick, datt der suppliant in conformiteyt der coopnotelen gebeure ende gedain werde behoorlick transport ende opdracht van den goede inder supplication geroert maer oock t’selve goet langer nyet en mach ongequalificiert worde bezeten zonder mercklicke prejudicie van des lants hooch ende gerechtichheyt.

Versoucken wij u eersamen believe so een der mombers als oock Eve Beernts als bestemoeder ende Thijs Beernts en een mede bloitmomber over den vursseide onmundigen kinde aldaer ter stede woenende voor sich te bescheyden, und bij alle gevouchlicke middelen t’induceren om tegens den 13en aencompstiges maints decembris des morgens ten negen uren t’sij in persoon oft door genouchsame volmechtigen alhier voor ons ter cameren te erschijnen ende voor eerst opten onverstande so sij mitten suppliant over die coopvoorwaerden hebben gehoort zijnde inder redelicken te worden verleecken dienvolgende die

18.2.
missusen inden goede gepleecht se beteren, voorts to profijte van den suppliant tegens erlegginge der resterende coop pe nningen te passieren gebeurliche brieven van transporte, oft so zij mits de voorsseide oeren questie souden difficulteren ende also vertrecken datt van die missbruicken geen affdracht gedain ende die behoorlicke qualificacien nyet te wege gebracht wurde souden wij volgenss die rechten der heeren goederen opten goede door den keurmeester moeten doen prederen, twelck den unmundigen nyet en dient. Ende also der twede bloetmomber Gerrit Wychers inden ampte van Epe is woenende schriven wij ten gelijcken eynde an den scholtis aldaer. Mit bevelinge Godes. Geschreven inde camer van de reeckeningen tott Arnhem op ten 26en novembris anno 1605.

U eersamen goede vrunden,

Die eerste unnd andere verordente van den reeckeningen in Gelderlant.

Schrassert, 1605.

19.
Copie.

Aen mijn heeren van den reeckeningen die eerste und andere van desen furstendom Gelre ende graeffschap Zutphen.

Verthoont dyenstelick meester Johan van Steenbergen de jonge hoe dat hij inden jare 1603 inden maent van novembri nae voirgaende publicatie bij barnender keerssen int oepenbair int kerspel van Epe ten huise van Egbert Henricxen, gecoft heft seecker heeren goedt dat eertijts toebehoirt heft Jurrien Havercamp, gelegen in den ampte van Eep boven die Grifte, ende dit van Eva Beerndts bestemooder van Johan Thijssen naegelaiten onmundige kyndt van saliger Thijs Beerndtssen mede ten overwesen van Henrick Rijnvisch van wegen des magistraits der stadt Elburch, daer het erffhuis van den vorss Thijs Beernts gevallich was, daer oick bij waeren als bloitmombers Johan Thijs ende Gijsbert Wijchers ende dit voir d’somme van seshondert daler tot dartich stuver t’stuck, daerop betailt omtrent die vyerhondert daler wesende de suppliant willich die reste te betailen dan daer valt questie dat suppliant seyt ende die coopsvoirwaerden mede brengen dat hij suppliant aen die voornoemde coopspenningen corten solde moigen de hooftsomme van die ackeren die uuth idt vorss eide heeren goedt verpant waren, ende noch daer toe eenen goltguldenende dit nae inholt van die pandtbryven ofte pandtverscrijvongen, soe nu dese vercoopinge geschyet is mit u edele lieve ende genedigen consent ( die suppliant refereert sich tot die minuten van die missiven van den vorsseide jaer 1603) compt die suppliant tot edele, l ieve ende genedigen. Versuicken wel dyenstelick besloiten bryven aen die magistrait van den vorsseide stadt Elburch daer die bestemoeder ende oick die vorsseide Johan Thijs woonende sijn daer bij haer eersamen versocht worden die voorsseide

19.2.
Twee persoonen voir sich te bescheyden ende te berichten dat sij op eenen dach bij u edele lieve ende genedigen aen te stellen alhyer in persoon ofte durch genoichsame volmechtige erschijnen, om eerstelick in haeren staet te worden verhoirt ende verdragen nae inhalt van die vorsseide coopvoirwairden ende voorts ter selver tijt (ontfangende haere resteren de penningen) opdracht te doin nae natuir des goedts sulcx dat den suppliant bij leven und sterven (want het een onmundich kyndt aengait) wel verwairt sij.

Gelijcke bryeven versoickt die supplant aen den scholtis van Eep Gerrit ten Holt om voir sich te bescheyden Gijsbert Wijchiers als sijns ampts onderdaen (wesende die tweede bloitmomber) ende hem te bevelen als vorsseid staet, mit comminatie soe sij drye persoenen op den aengestelden dach alhyer nyet en compareren dat suppliant (nederleggende de resterende penningen) van u edelelieve ende g enedigen bij provisie alsulcke actie sal worden verleent, daermede hij verwairt sij tegens alsulcke recognitie als dat sal behoiren, dit doende etc..

20.
Die mombers van zalige Ties Behrntss kindt Johan genaimt und de bestemoeder genantes kindts then overstaen burgemeester Henrick Rijnvisch van wegen des magistrats der stad Elburg willen verkopen idt erve und guidt in desen ampte Epe gelegen so idt selve voermals Jurgen Havercamp nagelchen und nu ther tijtt mit hoge und lege und alles gelegen is, nemlick als de vorsseide Ties und sijne huisfrouwe hebben stervende nagelathen. Darvan verkoft wesende an Johan van Steenbergen idt Vossebroeck mit den ankleef van dien: werd ock hier unverkoft geholden idt landt over die Grift gelegen den Rentheler geheten.

Up dat vorsseide guidt, vrijhers guidt synde, sall blijven alle vurecht, item heregeldt und sunst van naturen darup gehorende, item een schepel rogge des jahrs erflick an die kercke tho Epe, so veren de kercke dartho recht heft.

Dit vorsseide erve sall verkoft werden mit insetten van kehrtzen slagh.

Weil hoegst insettet sall verdienen twe pundt groet.

Van iedre twintig daler hegens sall men einen genieten, und ein int gelegh wesen.

Wen twe gelijck spreken, sall neyt weder uphangen.

Up dien kooppenningen gemeltes ervens sall de slagholder komstigen midtwinter betalen drie hondert karolus gulden tho twintig st uvers, de reste komstigen Martini, mits alsdan darbij leggende van sestien penningen einen tho interesse.

20.2.
An dem kooppenningen sall men kurten die hoofdsummen der verpanden ackers und einen golden gulden tho 28 stuver an sinte Anthoniss oft anders welckes slagholder na inholdt der pandtbrieven oft pand verschrijvingen sall muegen lossen.

Der slagholder sall stellen twe in Epe geerfde und huissholdende burgen tho genuegen der verkoperen die mit dem principalen ein vor alle und thosamen sullen beloven bij gerichtlick verwunnen panden tho betalen, und bij mangel van betalingh mit daidtlicker executien (doorh.: of) vorth tho varen.

Slagholder sall tho sijnen laste dragen idt insettel und hegelgeldt.

Woveren idt vorsseide erve niet tho genuegen der verkoperen kunde gelden, muegen sie den slagh ock mit kehrtzen uthgenghe an sich beholden, sonder iemand verdienst tho geven, allein int gelagh drie karolus gulden.

Bij de leste betaling sall men behoorlicke updracht doen, und allen vorkommene af doen.

Konde de slagholder giene boergen krijgen, als vorsseid, sall men idt guedt weder uphangen, und wat idt minder geldt mit dadtlicker executien an hem verhalen.

Up desen verwarden heft ingesatt idt versseide erve Jaen Witthens vor vijfhondert vijf und vijftig daler 555,

Heft gesegt twintig daler 20,

Meester Johan Steenbergen gehogt vijf en twintig 25,

-------------------------------

Hiermede heft mr. Johan

20.3.
Steenbergen den slagh gekregen, sijne burgen sind Henrick Harman Steenbergen und Gerrit Stenvess. In orkund der wahrheit is dese bij contrahenten underschreven. (doorh.: and) Am 23 novembris 1603.

Jonge Jan Stenverss (get.)

Johan Tiess(huismerk)

Gijsbert Wijchers (huismerk)

Henrick Rijnvisch

Eva Behrntss (huismerk)

Dit alles vorsseid is gerichtlick gepasseert vor dem schulthes van Epe und gerichtsluden Joachim van Huets und Jacob then Holthe. Orkund underschrijving, ut supra.

Gerart then Holt, scholtus tot Epe, Jacob then Holt, Jochem van Huets.

20.4.
Op huiden den 8 january anno 1604 heft meijster Jan van Stenbergen in bijwesen Henrick Rijnvisch oever geteldt die summa van drehondert gulden ad 20 stuver und is hier mede betaelt sijn erste termin in dese verschreven summa is affgetogen die onkosten van die winkop, actum ut supra.

Op de voirsseide koippenningen heft meester Johan Steenbergen betailt noch twe hondert soeven ende tnegentich karolus g ulden tot 20 stuvers tstuck, an Eva Beernts. Geschiet den 13e january anno 1605.

Arent Fruntlefs

21.
Erentfeste wijse vorsichtige inso[nders guede] vrunden, also worden geadv[ertiert] [..] einer uuith Weluwe genombt Johan […] sich in des viandtz dienst begegen […] vergangen uuith Oldenzeel getugen […] bij sich hebbende enige andere om sich under die Iszele in Weluwen tobegeven, unnd aldaer up den reisenden [. ]an tepessen unnd henwegh tobrengen en hebben wij u eersamendaer van wel willen verwittigen, daermede dieselve sulcx wijders up Arnhem, unnd den andere nabuir steden mugen gelangen laeten unnd die gesellen vorsscreven achterhaelet worden unnd vuer dieselve in[..] in schade geraede. Sie hebben anders gien gewehr als verre jagers unnd b[..] unnd hebben oevergetogen klederen, doende u eersamen hiermede in schutz dess Almechtigen bevelende. Datum den 9 decembres anno 1605.

U eersamen guede vrunde,

Borgermeisteren schepen unnd radt der stadt Zwolle.

Ingekomen stukken 1625

Inventarisnummer 206
(Ingekomen stukken 1625)


1.
Copia.

Edele mogende heeren, besondere goede vrunden.

De heeren Staten Generael ende wij sijn ernstich doende daer op te versien dat het lant de beyde compagnien in beyde die legers sijnde niet hoger en betaele als deselve in effect sijn alsoo niet te twijffelen is oft deselve sijn altesaemen soo door sieckten als bij verloop seer geswackt, waer toe dan voor all well sullen van nooder hebben te weten soo nauw als emmers mogelick is het getall der soldaeten die uutter leger alomme in steden gesonden sijn. Soo versoecken wij u edele mogenden soo wij oock doen de andere provintien te willen ordre stellen dat in heure steden ende forten ende bij elcke derselver terstont mach gemaeckt worden eene pertinente lijste van alle die soldaeten die uuttet leger aldaer gesonden mogen sijn, soo van die inde gasthuysen sijn als die daerbuyten sijn in haere logimenten mit naemen ende toenaemen van den soldaeten daer bij voegende onder wat camp die sijn dienende t’ welck door die gasthuysmeesteren ende servysmeesters genoeglick sall geschieden connen, welcke lijste u edele mogenden alsoo eerstdaechs uut heure steden ontfangen hebbende, doch willen terstont ende soo haest als eenichsints doenl ick ons laeten toecommen om daermede bij ons gedaen te worden tenmeesten s’lants dienste.

1.2.
Edele etc. In s’Graevenhage den 8en january 1625. Was geparapheert Ehslandt, vidit; onder stondt u edele mogende goede vrunden de Raeden van State der vereenichde Nederlander; leger stont: ter ordonnancie derselver; was onderteyckent, M. Huijgens; het opschrift was: den edelen mogenden heeren Staten des furstendombs Gelre ende graefsschaps Zutphen oft haer edele mogende gedep uteerden, onse besondere goede vrunden.


2.
Ersame ende voorsichtige besondere goede vrunden. Die hooch moogende heeren Staten Generael hebben doen bewerpen seeckere ordre ende placcaet waernae hun alle tinnegieters in die geunieerde Nederlanden solden hebben te regulieren op dat eene eenparige ordre vuer al onderhalden wierde tot beneficio van neringe ende voorcomminge van frauden die onder den keur vant tin kennelick schuylen tot bedroch van den goede ingesetenen van den lande, welck bewerp van placcaet wij u ersamen hierbij overseinden, mit versoeck ende goetlick gesinnen dat u ersamen t’selve willen lesen ende overwegen, ende ons daerop haer goetbeduncken mit den eersten toecommen laten, ten eynde den welstant van den lande ende t’vordeel van den goede ingesetenen hierinne so veel mogelick bevordert werden moge. Waermede wij u ersamen in de bescherminge Godes beveelen. Geschreven t’Arnhem den 23 february 1625.

Cantsler ende Raden des furstendoms Gelre ende graeffschaps Zutphen.

Ter ordonnantie van de selve,

J. Sluijsken, 1625.


3.
De Staten Generael. Alsoo eenigen jaaren herwarts in deselve vereenigde Nederlanden uytt verscheyden quartiren gebrocht is ende noch deagelix gebracht wert seker blocktin t’welck slechter van alloy is als het engels tin ende bij eenige tinnegieters, t’zij alleen ofte gemengt mett engels tin vergoten wertt in staven, omme te versenden door geheel Europa oeck Turckien ende Judien, doende opte selve staven setten eene roos mette croon, t’welck nochtans van ouden tijden op geene gerden off staven is gestilt geweest, als van puyr engels tin blocktin datt oeck eenige onbehoorlicke eygenbaat soeckers hen nyett en (doorh.: ontf..) ontsien de roos mette croon te slaen op een slecht soort van gemaeckt tin veel then houders

3.2.
verschelende vant fijn (doorh.: ty) tin ofte den ouden essay van dien die hier te lande over die twee ende t’negentich jaaren onderhouden is geweest, waarvan het misbruyck soo verre is in gecropen, datt eenige tinnegieters maecken ende vercopen eenig gemaeckt werck t’welck twe stuver opt pont slechter is als het voorseide fijn tin ende slaen daarop de roose mette croon daar deur nyett alleen soo wel d’uytgemischen als de goede ingesetenen deser landen int generaell ten hoochsten van den beschadicht meenende goet tin (doorh.: te) in te copen als wesende met de roose geteickent. Daarvoor sij nochtans in plaetse van dien eene slechte ende vervalste soorte ontfangen. Maar boven dien werden

3.3.
oeck de tinnegieters, die (doorh.: oeck) oprecht van gemoett ende conferentie sijn nyett willende soodaenig misbruycke volgen daar door grotelicx geinteressiert vermits sij neffens soodaenige baetsoeckers, haar gemaeckt tin dat oprecht ende fijn is, nyett connen tot sulcken cleynen prijs vercopen, dan met schaede. Moeten oeck mennichmael uit verruylen de slechte soorten verwisselen om goet fin tin alsoo sij hen qualicken daarvoor cunnen wachten, door dien (doorh.: dat) het ter quader trouwen mette roos getekent is, t’gunt sij dan mett merckelicken toesett van fijn blocktin, tott hare grote schaede moeten repariren. Soo ist dat wij om sodaenige valsheyt te stuyten, ende bij tijts voor te commen datt deselve nyett verder toe en

3.4.
neme tot schaede ende naedeel soo wel van particulire ingesetenen deser provintien als tott onderganc van de commerce, die in dese vereenigde Nederlanden daarmede wat gedreven gestatuiert ende geordonniert hebben, statuiren ende ordonniren bij desen.

Eerstelick datt nyemantt wie het sij op ongemaeckt tin t’sij in blocken, gaerden off staven en sall vermoegen die roos mette croon te gebruycken, anders als op fijn engels blocktin off sodanich tin t’welck even fijn ende goet is als hett engelse ende op egeen slechter stoffe datt mede egeene tinnegieters

3.5.
en sullen moegen maecken eenige plattelen commen sauciren ofte eenig platwerck anders als van tin, hebbende d’oprechte alloy van het fijn engels blocktin, niets daarop genietende sekere toebaett van vijff ten hondert off opte vijff engelsen de remedie van twee aasen volgents t’oude essay ende meerder nyett, op allet welcks van den essay wesende de roos mette croon geteickent sall moegen worden.

Datt oeck hett kleynder tinnewerck als van lepels, kannen off kruycken, decksels flooten van kannen ooren ende decksels van allerley hengelwerck ende diergelijcke mede nyett gemaeckt en sullen werden van ander tin

3.6.
om mette roos ende croon tot een teicken van fijn tin gemerckt te worden als van een ende t’selffde essay gelijck voorseid is.

Alle die geene die eenig duytsch oosters off anders slechte soorte van tin sall willen wercken, nyett moegende voor de voorseide essay passiren, sal t’selve mett geen ander merck moegen teickenen off bij ymants geteickent worden, als mett hett stadts wapen daar t’vooseide tin sall wesen gemaeckt, soo nochtans datt hett op hett gewicht van vijff engels met de remedie van negen aasen geleytt bij t’fijn tin sall moeten accordiren ende

3.7.
meerder nyett, alsoo men bevindt t’selve met de oude keure in dese landen gewrocht over een te commen. Soo datt oeck in dese geunieerde provintien geen minder soorte sal moegen worden gewrocht als de keure voorseid ende datt all t’slot werck mett de voorseide principale sall moeten accordiren, te ordonniren voorts datt alle tinnegieters nae gedaene publicatie van desen haar roose tott noch toe op hett fijn ende het stadtswapen op het keurtin geslaegen, sullen hebben te veranderen ende daarin te stellen t’jaar der publicatie, insgelijcx den naeme van den meester ten eynde t’allen tijden geweten can worden waar ende bij wien t’selve werck is gemaeckt.

3.8.
Ende alsoo bevonden wert datt veel cramers mett merssen, schuyten, karren ende anders door de geunieerde provintien reysen ende mett den handel van tin, t’sij met kannen off kruycken, decken, lepels maecken, ende andersints hun trachten behelpen, die ten hoochsten de roose mette croon misbruycken verbieden wij wel expresselick allen cramers lepelmaeckers ende anderen met eenigh tinnewerck t’zij cleyn ofte groott, in de steden om te gaen ofte ten platten lande door te vaaren, off gaen om t’selve te vercoopen, verwisselen off verrenylen.

Ende dit alles op poene datt alle die geene die bevonden worden eenige

3.9.
staven blocken ofte gaerden contrarie desen placcaett te hebben gegoten off verhandelt, mitsgaders de cramers die tegens desen placcate mitt haere marsen ommegaen, off ten platten lande deurloopen sullen verbeuren eene boete van 25 gulden ende datt gelijcke boete sullen verbeuren de geene die haare teickenysers binnen ses weken naar de publicatie van desen nyett sullen hebben verandert.

Ende datt daarenboven alle tinnegieters, cramers, marsluyden off andere mett tinnewerck ommegaende die bevonden worden eenich gemaeckt off ongemaeckt tinnewerck contrarie de

3.10.
respective essayen in desen verhaelt, gewrocht, geteickent, verhindert off versonden te hebben off onder henluyden bevonden wat op yder stuck sullen verbeuren drie gulden ende datt alle de stucken datelick bijeen keurmeester sullen werden gebroecken off in stucken gesneden welverstaende datt deselve stucken sullen blijven aen d’eygenaars ende tott hunnen profijte wederom gesmolten werden t’appliciren die voorschreven poenen een dardendeel ten behoeve van den keurmeester t’zij generael off particulier die d’essay sall doen off hebben gedaen hett twede dardendeel voor den aenbrenger ende hett restirende dardendeel voor den officier die d’executie sal doen.

3.11.
Welverstaende bij aldien de keurmeesters t’sij generaell off particulier sonder doorgaende aenbrenginge eenig tin niet accordirende als vooren compt te vinden dieselve in sodaenigen cas sall hebben de tweedardendeelen.

Ende op datt desen onser placcate te beter onderhouden worde, ende sijn effect sortire soo bevelen wij datt in alle steden van dese geunieerde provincien nytt de gequalificierde van de tinnegieters sekere keurmeesters sullen werden geordonniert, die opt vervalschen van tin goede opsicht moegen hebben, dewelcke daartoe van de heeren van den gerechte derselver steden alle jaaren verkosen ende beedicht,

3.12.
ofte assayeurs willen ordonniren, die in alle steden ende andere plaetsen van haare provincie in haare winckels ende daar eenig tin t’zij in massa off gemaeckt werck vercocht ofte verhandelt wert sullen moegen gaen, hett tin visitiren ende assayeren ten overstaen als vooren off t’selve accordirende is, mett dese onse ordonnantie.

T’welck sij luyden tott allen tijden sullen moegen doen nyettegenstaende soodanig tin t’sij in massa off gemaeckt werck bij de particuliere keurmeesters in de steden residirende daar tevoren al soude moegen sijn gevisiteert off geassayt ende

3.13.
ende sullen daarinne bij een ieder die t’selve aengaen mach erkent ende hunluyden in hun ampt geen obstakell off behindernisse aengedaen werden directelick off indirectelick op arbitrale correctie als overtreders van onse ordonnantie ende nae gelegentheytt van saecken gestraft te worden.

Ende opdatt nymant hiervan eenige onwetenheytt ofte ignorantie.


4.
Edele, erentfeste, wijse, voorsichtige seer discrete vuelgunstige heeren.

Alsoe monsieur Voets, luytenandt van capitein J. Wijn[ber]gen deser werelt is overleden ende den vendrich Essen nae de vacante plaetse weder aenholt, und mijnen swager Joachim van Wisch nu ennige jaeren dese landen gedient, ende desen winter int leger ende oick noch voor Breda sich erholt, sijnde uuyt desen quartiere boertich ende een jongman van goede apparentie. Soe is derhalven hiermede mijn vrundtlick begeeren und versoeck u edelen ende gunsten believe mijnen voornoemde swager Van Wisch sijnde mijn huysfrouwen broeder tot de toecoemende vacante plaetse vant vendell, voor gerecommandeert te holden, ende met u edelen ende gunstige stemme hem te begunstigen op dat sijn persoen tot dieselve plaetse moege geraecken, willich ende bereyt sijnde, t’selve tott allen tijden naer mijn vermoegen te verschulden.

Hiermede Godt biddende,

Edele erentfeste wijse voersichtige seer discrete gunstige heeren u edelen ende gunstigen lange in gesontheit ende gelucksaelige regieringe te bewaeren. Arnhem den 13en may 1625.

U edelen dienstwillige vrundt,

Alexander Schimmelpenninck van der Oy.


5.
Edele erentfeste hoechgeleerte eersaeme wijse ende voorsichtige besonders goede vrunden.

Alsoe t’bericht van Veluwen (t’welck overmitz voorgevallene beletselen, ter gewoentlijcker tijt nyet en heeft kunnen voortgaen) uw is verkundicht ende dat t’selve in den ampte van Ede beginnen sall opten vijften septembris, smorgentz omtrent die achtste uhre, en de in den dorpe van Doornspijck op ten tyenden desselves, ende soe voortaen.

Soe is bij desen mijne vruntelijcke begeren dat u edele lieve ende geleerten een uut derselver midden ter voorseide plaetsen ende tijt belyeve te schicken ende denselven te continueren tot dat in Veluwen doorgaende uut gerichtet sall wesen. Op dat alsoe die institie des toe staetelicker ende bequaemelicker bedyent ende geadministreert moege worden, in conformite van den 11e ende 12e articule des gereformeerden veluschen lantrechtes. Ende nyet tweyffelende off u edele l ieve ende geleerten sullen in faveur van institie dit selve naecommen. Sluyte ick hyermede ende bevele deselve immittelz Godtlijcker almacht. Geschreven den sesten augusti 1625.

Uwer edele lieve ende geleerte toegedane vrunt,

J.S. van Appeltorn, drost van Veluwen.


6.
Ersame ende voorsichtige besondere goede vrunden.

Wij seinden u ersamen hiernevens drie distincte placcaten bij die hooch moogende heeren Staten Generael geemaniert. T’eerste tegens de wechloopers uyt den dienst van den lande te waeter, het twede raeckende de monture van de coopvaerdie schepen, ende het darde tot een premye voor die geene die eenige chalouppen op binnen stroomen veroveren. Met versoeck dat u ersamen t’selve ter gewoonlicker plaetsen doen publicieren op dat t’selve naegecommen werden moge. U ersamen hiermede Godt bevelende. Geschreven te Arnhem den 8 augusti 1625.

Cantsler ende Raden des furstendoms Gelre ende graeffschaps Zutphen.

Ter ordonnantie van derselve,

Dibbets, 1625.


7.
Erentveste ersame wijse voirsichtige insonders goede vrunden.

U eersamen is ongetwijvelt bewost, dat verleden jair tusschen de heren Staten Generail ende de gedeputierden deses quartiers contract ingegaen is, dat men van deser sijden tegens sekere recognitien ende stuyr totte materialen dairtho nodigh, doir deses quartiers ingesetenen ten platten lande bij wintertijt als den Isselstroim sover kommen te sitten, denselven opijsen ende open houden souden, ende dwiel ons dairtho principalick nodigh is te weten, het getal der personen ten platten lande ende buyten de steden deses quartiers wonende ende tot arbeyt bequaem sijnde. Soe is hiermede ons goetl ick versoick, dat u ersamen believe ons mitten allerirsten oick te laten toekommen de namen van de manspersonen boven de achtien, ende onder de sestigh jaren out in derselver schependomb woinachtigh om also gemeyn pericul ende averlast mit gemeyner hant opt bequaemste te stutten ende voir te kommen ende mit enen advisiren op wat plaitse van den voirseide stroim deselve souden goetvinden dat se gebruickt mochten worden, als oick off u eersamen gevellich soude sijn ten tijde van de affpalingh des Isselstroims haren gecommittierden

7.2.
den onsen te doin gemoeten, is welcken cas u eersamen dairvan in tijtt sullen worden geadvisiert wairop dan uwer eersamen antwoirt ende goede geneicht, verwachtende, willen wij deselve hiermede Godes protectie bevelen. Te Arnhem den 20 octobris 1625.

Uwer eersamen goede vrunden.

Die gedeputierden des quartiers van Veluwen,

Ter ordinantie derselver,

J. Verstegen, secretaris, 1625.


8.
Erentveste, eersame, wijse voorsichtige goetgunstige vrunden.

Sijnde ons bij den Hove Provinciael toegesonden die propositie van sijne excellentie ende den Rade van State, over de consenten voor het aenstaende jaer gerequireert. Hebben wij deselve mit den staet ende andere stucken daer toe dienen (doorh.: de) u eersamen sullen tho schicken ten eynde derselver gecommitteerden ten nasten landtdaghe daerop mogen kommen ten vollen geresolveert. U eersamen hiermede Godes protectie bevelende. Tot Arnhem den 16en decembris 1625.

Uwer eersamen goede vrunden.

Burgermeesteren schepenen ende raet der stadt Arnhem.

Ter ordonnantie derselver,

J. Verstegen, secretaris, 1625.

Ingekomen stukken,1610

Inventaris 191
(Ingekomen stukken 1610)

1.
Ersame wijse end zeer discrete heren, mijne gude frunden.

U eersame lieven schriventz undtfangen hebbende ende verstaen, dat u wijse eersamen begeerden gesent t’ hebben en en guden ancker rijns offte bij gebrec van dien enen guden ancker frants wijn. So ist dat ick u eersamen sende enen ancker frant wijn de ick wachte den rijnsen zeer guet achte end solt bij vulen luyden vur rijns gedroncken werde want de rinse wijn de ick heb end van Coellen laten koemen heb smaket mij mijn soe wall als dese franse, verhoep dat ze u e ersamen gevallen sall. [Se] cost myt de vijf settung 10 gulden 2 stuyver Seconda january 1610.

U eersame lieven dijner en frundt,

Arent van Zentner,


2.

Erentveste eersame wijse vursichtige goetgunstige vrunden.

Also t ampt van Doornspijck van die schiltschattungh des jaers 1608 vermoege des ge ontfangers overgeleverden staet van restanten, bevonden is schuldich te sijn 2584 gulden 6 stuver 9 duitenund van der selven jaere redeniptiepenningen 1750 gulden t’saemen 4334 gulden 6 stuver 9 duiten hebben wij van enige dagen daervan geschreven aen den scholtis des voorseide ampts und hem wel ernstich vermaent und geordiniert, die voorseide reste te betaelen binnen tijt van een maent, off ten uttersten van ses weken, nae ontfanck des brieffs, ende comminatie van wercklicke executie waerop uns ingekoemen sijnde dese bijgaende requeste opten naem van des ampts jonckeren und scholtis, versoeckende datter ten regard van den jamerlicken schade und bederffnisse deur die grote sturmwynden und ongestuymicheyt van den ze, nu onlanx geleden gene assignatien off ordonnancien opt voorsseide ampt gegens mochten worden vu rund aleer dat d’ingsetenen een weynich verquickt und wederom mit woeninge und beesten versien sullen wesen; daer wij uns te meer in beswaert vynden und dat die voorsseide mercklicke

2.2.
reste niet en is vant verleden jaer 1609 (daer die scholtis noch ter tijt niet enen stuvers op betaelt heeft) maer van den jaer 1608. So hebben wij niet moegen onderlaeten u eersamen vant gene vurverhaelt is, t’advertiren umb van dieselve te verstaen (t’welck wij mits dese vruntlick sijn versoeckende) hoe dattet eygentlick mit dese grote reste gelegen; und wat d’oorsaeck sije, waerdeur t’voorsseide ampt, off die scholtis, in so mercklicke schult verloepen is, umb daervan bericht sijnde, op d’overgegevene requeste (die u eersamen believen sal uns neffens hare rescriptie, te rugge te schicken) t’ordiniren wat behoeren sal daer deses bade expresselick umb gesonden wort. Bevelende u e ersamen hiermede der beschermungh Godes. Ut Arnhem den 27e january anno 1610.

Uwer eersamen goede vrunden,

die gedeputierden desen quartiers van Arnhem,

ter ordonnancie derselver,

J. Verstegen, secretaris.

2.3.
Die gedeputeerden versoecken van den magistraet bericht over die groete schulde van t’ampt van Dornspijck.

Den ehrentvesten eersamen wijsen und vursichtigen burgermeesteren schepenen und raet der stadt Elburch unsen goeden vrunden.

3.
Erentveste eersame wijse voersichtige goetgunstige vrunden.

Thoender deses Willem Willemssen pechter van enige gemeine middelen binnen uwer eersamen stat gevallen uit verleden halve jaer, vael onss wederom clachtich over d’onwillicheyt gepleecht bij de francoisen van capiteyn Beaute mit betaelen van sijne gepachte gerechticheyt und int besonder, dat die voersseide francoisen niet verder en willen verstaen tot die midddelen dan ver die helfte vant gene bij uwer e ersamen burgers und inwoonderen betaelt wort. Und soe t’selve den saecke is, tendirende grotelix tot des suppliants schade und tot soe quade consequentie ende verkortungh van s’lants recht, dat se niet en begoeren getoleriert te worden. Soe versoecken wij u e ersamen goetlick dat dieselve believe den voorscreven suppliant tho verhelpen tot vruchtbaren effect vant gene hem achervolgende die pachtvurwarden wetlick is competirende ende oversulcx in diligentie tho gesinnen aender voorscreven capiteyn dat hij sijn volck berichte off constringrien om den suppliant tho bevredigen nae behoeren, op dat men niet genootdringht worde daerop naerdere provisie tho versoecken en sijne excellencie ende die heren Staten Generael twelck wij

3.2.
gern verhoedet sagen. U eersamen hiermede des beschermongh Godes bevelende. Ut Arnhem den 7e february anno 1610.

Uwer eersamen goede vrunden,

Die gedeputierden des quartiers van Arnhem,

Tet ordonnantie derselver,

J. Verstegen secretaris.

4.
Edele erentfeste wijse voorsichtige insunders groetgunstige guede nabuirfrienden.

Alsoe voer unseren gericht tuschen unss ende den schultz Keppell eenige questie is voervallende in untfanck zeeckere gerichtzcosten soe bijden partijen soe well anden schultis alss oick an unss (vermitz hett een schependomb iss) moet werden betaelt. Ende sulcx in cass van in unde quijtleidinge principalyck waerinne den schultz sich will conformieren nae die taxsatie der costen, inden landtbrieff offte reformatie gespecificeert. Niet tegenstaende bij unss kort gesustineert dat zijn edele conform unser wilckeer de gerichtzcosten hadde te genieten. Hebben derwegen niet sollen naerlaten, over sulcx u edelen adviss te versoecken hue u edelen ende derselver schultis sich in gelijcken en de anderen vuerfallende saecken van gerichtlijcke costen zijn verholdende tweten off den schultis vermoegens u edelen statuten ende older gewoonheidt offte conform des landtsbriefs vom partijen, de gerichtlijcke costen zijn (doorh.: verholdende) vorderende ende innende. Desen tott geenen anderen sijne dienende bidden wij den Almoegen de u edelen in zijn heilige protectie lanckwijlich te willen aholden. Datum Hattem den 9en february anno 1610.

U edelen guede nabuirfrienden,

Burgermeesteren schepen ende raedt der stadt Hattem.

4.2.
Van Hatthem. Die magistraet heeft tegens haer scholthis questie over sijn gerechticheit end versoecken daer op advisten he hem hier bij den scholthis geholde wordt.

Edelen, erentfesten wijsen voersichtigen ende zeer discreten borgermeesteren schepen ende raedt der stadt Elborch unseren insunders gunstigen gueden nabuirfrienden. Elborch.

5.
Ersame ende voorsichtige besonders goede vrunden. Also de herren Staten Generael om verscheyden voorgevallen incidenten voor alsnoch genen vastenvoet hebben cunnen beramen opten cours van alle goude ende silvere pennongen, ende dat daerom goetgevonden is die tegenwoordige permissie van den cours vant gelt alnoch voor drie maenden te weeten, marte, april ende mey naestcommende te continuerren in haepenunge dat daerentusschen daerop sal worden geresolveert. So is ons versoec dat u erssamen de voorsseide continuatie doen publicieren ende affcundigen ter plaetsen daer men gewoontlyc is publicatie ende affcundigung te doen, met last dat sich een yder daerna regulerre op verboerte van de poenen inden principalen placate begrepen. Met beveelung Godtlycker almacht. Gerscreven t’Arnhem den 23en february XVIc tien.

Die raden des furstendoms Gelre und graeffschaps Zutphen,

Ter ordonnantie van deselve,

E. Engelen.

5.2.
De Staten Generael hebben noch van den rechten cours van den gelden die rechten voet niet kunnen beramen.

Den eersamen ende voorsichtigen burgermeesteren schepenen und raedt der stadt Elborch, onse besonders goede vrunden.

6.
Ersame ende voorsichtige besonders goede vrunden, wij seynden u erssamen hierbij eenige exemplaeren van het placcaet bijde herren Staten Generael beraemt, tegens die onbehoorlicke endequaede proceduyren die daegelicx gepleecht worden int vercoopen der actien inde generaele Oostindische Compagnie. Met versoeck dat u erssamen t’selve placcaet doen publiceren, affkundigen ende affigeeren, ter plaetschen daermen gewoontlick is publicatie, affkundunge ende affixen te doen, op dat niemant daervan ignorantie hebbe te pretendeeren. Met beveelunge des Almachtigen. Geschreven t’Arnhem den 28en february XVIc tien.

Die raeden des furstendombs Gelres ende graeffschaps Zutphen,

Ter ordonnantie van der selve,

E.Engelen, 1610.

7.
Copie.

Aen Johan Melander, heer tot Puderoijen, raet van secretaris van sijne Excellentie.

Edel, ehrntveste, wijse, seer discrete heer insonders goede vrunt. Die magistraet der stat Elburg heeft uns door den thoender, harer edele secr etaris klachtich te kennen doen geven diverse moetwillige excessen, vur weynich dagen bedreven bij die francoise soldaten aldaer garnison houdende, waerut t’elckes geschapen was dat die burgerye und t’garnison tegens malcandren in die wapenen gekoemen sollen sijn, und een bloetbat aengericht hebben in dien t’selve door interventie van vreedlievende mannen niet en waer vurgekoemen ende begin dat geweest. Und also te beduchten staet, dat blijvende die voorsseide compagnie langer binnen die voorsseide stat in garnison, dergelijcke swaricheyden lichtelick wederom aldaer sollen moegen verwecht worden, gelijck u edele bij monde van den gedachte secretaris naerder sullen kunnen verstaen. Derhalven die van den voorsseide magistrat wel geern soude sien, dat sijn excellentie te recht van deser saecken gestaltenisse bericht sijnde genedelick wilde believen, die voorsseide compagnie te lichten, und te ver schicken in een ander garnison, daerse beter und mit minder gevaerlickheyt in ordre ende goeden regel geholden mocht worden. So gelanght aen u e dele

7.2.
ter requisitie van den voorsseide magistraet unser goetlick versoeck, den voorscreven secretaris aen hoochge nedige sijne excellentie also bevorderlick und bijredich te willen erschijnen, dat die stat van der Elburg tot vruchtbaren effect van hare goede intentie ende versoeck moege geraeken. Waerop wij uns tot u edele ten besten betrouwende, bevelen dieselve hiermede der genadiger beschermungh Godes. Ut Arnhem den 5en marty 1610.

Uwer edele goede vrunden,

Die gedeputierden des quartiers van Arnhem.

7.3.
Copie van een missive geschreven van den gedeputeerden aen Melander ten faveur van de magistraet der stadt Elburg over seer aen moetwille van een comp agnie francoisen, 5 marty anno 1610.

8.
Edelen, erentfesten wijse unde seer voersienigen voelgunstigen heeren.

Ick hebbe u edelen schryvent van den 26 april op huyden mitte bijgevoechde breeff aen den raitzheer Brienen wel ontfangen, die welcke desen dach sekerlick selffz hier kumpt, om eenen voet tho helpen beramen op tstuck van de heeren goederen, hoe de sullen mogen succederen, ende mede op de vrijcopinge van dien. Soe sal ick tavent sien edele den breeff averleveren, unde met sien edele spreken wat in sijn absentie then doen sij, ofte dat men sal moten wachten tot dat sie edele weder nae sGraevenhaech gaet, unde sal u edelen met yrster gelegenheit sijn edele goede meyninge averschreven, der alteratie van Utrecht heft der saecke seer verachtert, der welcke noch niet al geasseupiert is als u edelen wel sullen verstaen hebben, hoe wel de nywe magistraet is offgestelt unde die oude weder in haer plaetz geset, is the beseegen dat soe sij eenige occasie souden mogen hebben, dat hij haer saecken sullen tho revengeren.

Men houdt het sekerlick daer voer dat de coninck van Franckrijck selff in persoen compt mit omtrent 25000 man om Guylick the belegeren, vermeynen dat het aver 14 dagen sal aen lopen off men sal daer van vernemen men arbeyt seer om desen landen weder in de crijch the brengen, verhopen nochtans dat Godt almachtich noch goeden luyden sal verwecken, die mit goede raedt tselve sullen mogen voerkommen.

Men heft een kuerslach alhier bijde gedeputierden gemackt dat men een derde part van de schelttschattingen sal affnemen, soude vermeynen dat men unse consent evenwel sullen kunnen fournieren, wie u edelen hier meden nae eyne seer dienstlicke erbiedinge unde genadige bewaringe des Almachtigen bevelen. Ilentz Arnhem den 3 mey anno 1610.

U edelen bereytwilliger dienaer unde frundt,

Wilhelm Huygens.

9.
Ehrentveste, eersame, wijse, vursichtige goetgunstige vrunden.

Wij moegen u eersamen niet verhalden, dat die burgermeester Carl Bentinck, onse mitbroeder, gisteravont weder gekoemen ut ’s Gravenhage und gerapportiert heeft enige poincten und articulen in geschrift hier bij gevoecht, daerop quartiersgewijse dient geresolviert. Und also die saeck haest vereyscht, und men derhalven t’gehele quartier op dit pas qualick daertoe mach erschijnen; hebben wij bij deliberatie van den rade ende die gedeputierden goetgevonden ende geresolviert, enige van den vurneemste uut die ridderschap und die vier steden te verschrijven tegens aenstaenden goedesdach s’avonts hier in te koemen umb des volgenden donredaechs die saecke aen die hant te nemen en de daerop sulx t’advisiren ende te resolvieren als ten dienste endevorderungh van den gemeyne saicke bevonden sal worden te behoren. Versoeckende dat u eersamen gelieve ten fine als voersseid enige ut haren middel genoechsaem daertoe gelast ten bestempten dage herwaerts te schicken. Waerop wij uns vastlick sullen verlaten und u eersamen der beschirmungh Godes bevelen. Den 28en may 1610.

Uwer eersamen goede vrunden,

Burgermeesteren schepenen und raet der stat Arnhem,

Ter ordonnancie derselver,

J. Verstegen, secrtaris, 1610.

9.2.
1.
Also het schijnt dat het belaeffde secours van Vrancrijck voer die possidirende fursten van Gulick ende Cleve gefourniert sal worden in geld. Te deliberiren off het raetsaemb sal sijn, dat daervan die directie ende distributie bij die heren Staten Generael aengenomen worden.

2.
Off man mede sal willen condescendiren int vordere consent, t’welck van deser landen wegen, tot behoeff ende secours van den voorss eide fursten boven die eenmael geconsentierde VIc.m libra noch belaeft solde moegen worden.

10.
Extract ut het memorie ende resolutieboeck des Haves van Gelderlant.

Veneris den 1 juny 1610.

Bij den gecommitteeren uut respective quartieren inden Rade erschenen sijnde gedeliberiert op die muntlick propositie door die gedeputierden ter generaliteyt inden Rade ende die quartieren gedaen ende up de brieven van den heeren Staten Generaell van dato den 4 deeser stilo novo bijde volcke versocht wort datelick betalonge van deser lantschaps quote inde ses hondert duysent gulden geconsentiert tott hett secours vande possideerende vorste der landen van Cleve, Gulick ende augamentatie vant selve, na den noot ende tegenwoordige constitutie van saecken mitsgaders authorisatie op de voorsseide deeses lantschaps gedeputierden, umb te mogen nemen so vruchtbare resolutie alsvoer het maintenement van saecken van Cleve nodich ende dienster bevonden solde worden ende namentlick op de directie ende employ van pennongen die in plaetsse vant belaeffde secours ut Franckrick soude mogen werden gesubministreert versocht is advis van den Raedt is geadviseert, dat men hett secours ende maintenement van den possiderende fursten soe voor den staett van die selve als van den geunieerde provintien verstonden nodien ende dienstlick tho sijn. So nochtans datt die saecke inder voegen werde beleyt dat men t’oge hebbende up die resolutie bij den lantschap lest tott Nimwege genomen, ende de brieven opt consent van den voorsseide ses hondert duysent gulden aende voorseyde deser lantschaps

10.2.
gedeputeerden den 9e jannuary naestleden geschreven dat door aen deeser sijde geen oorsaeck gegeven worde tott inbroeck vant bestant, ende om sich the stellen in apparent peryckel ende nootsaeckelickheit um wederom te commen in d’oorloge, dat van de utcompste bij deess manier aengevangen, soe seer besoren gelick ende bedencklick schijnt te sijn, als de nootwendicheyt vanden voorgaende oorloge die selve bewesen heeft goet te wesen, ende alsoe wel daerom noodich is, datt die respective quartieren geen gebreck laten vallen om de betalonge van hare respective quota der seshondert duysent ponden. Datt oock die van den Rade sonder van asdvyss sijn datt de gedeputeerden der Generaeliteit na datt bij semptelick off gebreeckelicke provintien op de voorsseide somma van seshondert duysent ponden consent gedragen solde wesen, sollen mogen gelast sijn in vall van noot. Ende mitt gevolch van d’andere provintien, de voorsseide somme te elargeren mitt twee off drie hondert duysent gul den datt nochtans tpoinct van directie ende employ van den pennongen, die voor hett belaeffde secours ut Francrick sollen mogen gefourniert worden is van grooten opsien, gewichte ende gevolge sdeels overmits de jalousien, die daer door soude mogen gecauseert worden bijden coninck van Groot Bretanien ende geinteresseerde ende geallieerden alhier ende fursten, ende sdeels om d’inconvenienten ende besorchlicke unheylen die daer ut apparentlick over deese landen te verwachten sollen sijn, ende datt daerom de voorsseide gedeputeerden souden moegen verclaren, dat ther

10.3.
niet te sijn gelast als wesenden saecke die soude de vergaderong van den lantschap off der respective samentlicke quartieren niett en kan worden affgedaen, temporiserende alsoe ende acht slaende op d’ intentatie ende inclinatie van d’andere provintien, om daer nae ende wort tgene datt daer tussen verwerders maer deesen saecke rijpelick overwogen souden t’ doen datt voor den den dienst ende welstant van deesse ende der nabuyr landen bevonden sall worden te behoeren, welcke uwer aen bijde aenwesende gecommitteerden, ut de respective quartieren aengehoort sijnde, hebben sich daermede geconfirmeert ende daer bij gedaen datt an te (doorh.: onleesb.) eviteren die besorchde onheylen, die directie en de t’employ van de voorsseide pennongh soude mogen worden gestelt bij d’ambassadeurs van den coningen van Vrancrijck, Groot Bretannien Cleve und fursten mitsgader van de heeren Staten Generael. Onderstent concordeer mitt hett bovengeschreven memorye en de resolutieboeck na collatie, gedaen bij mij, was geteyckent E. Engels.

10.4.
Extract uuts het resolutie boeck des Haves van Gelderlant, inholdende het versoeck van de […] van Gelderlandt (doorh: onleesb.) die welcke geconsenteeerd waren tot secours van de vorsten Cleve end Gulick.

11.
Meinen frundtlichen greus neffens meinen willigen denst zuvoren jeder zaitt lieber. So ist an dem erentvesten, wolweisen auch grossgunstigen herren unnd burgemeister schepen der staedt Elburch, uff ahr klage unnd zugebens. Roleff Wesselus, das gewesenen sohn pastors Shone alss meinen swageren, meines demotiges bittent unn(d) frundtliches ansuhgent unnd begerens lieber.Weijlen obgamelze meines swageren sich hartzlig beklaget das he sich jegen Godt unnd der warichheidt hart versundiget unnd verlaeffen, das leider ihme (doorh.: von) nhun von hartzen roeuwet unnd lidt daruber draget. So hefft Godt der almachtiger, geboetten das wanner sich ein sonder bekeret unnd boette doet soll ihme seine vorigen sunden nicht zu gerechnet werden, besondern Godt der herre, mit sondern tolleneren unnd so sich leider in sweheren sunden vorlopen zu genaden angenhomen, warup ock woll de varirenschen ein murmelent hebben swhar daruber gehalten wie auch sein knechte da schult so meningen pundt quitt gegeben suliches der knecht solde billich seinen medeknecht ock gedhan haben. In summa wie der hochwolweisen herren sich alle gades bevolen unnd geboetten wiessen besher gelich der unnosselen zu entsynnen das van hartzen sall vorhaben unnd vorgessen worden.

11.2.
So vorhoeffe ich das deweilen meines swagern in est factum begangen mijnner jarich gewesen unnd dero selbiges persone demgelichen daruff sich dhan allen rechten unnd rechtes personen des besser in hartzen nhemen, gelich offte idt seer komende personen oder tho ehren vulle jaren wharen, l ange gewesen.

Dermassen, sich der wericheidt alss dero idtz regerenden herren der stadt Elburch ock wollen behartzigen das dieser Roleff Wesselus alhir ein Ostfriese van olden zu older ist unnd seinen seligen vader so lang jaren ein prediger unnd selsorger gewesen lange jaren alhir in Ostfriesslant unnd darnach aldar in Gelderlant wie de wolweisen herren etc., des mehr alss bekandt ist unnd also durch seinen jungheit unnd minnerjarich tho dem groschen ungefall geraden. Derhalven vorhoeffe ich unnd vershe mir deweilen he leider der erste nicht is, unnd de lateste nicht mugelich werdt bliven, dat einen erbaren radt burgemeisters unnd schepen, meines vorbedes ehrstatten wollen unnd ihme widerumb in seine vorige posesion unnd armedt unnd zu genaden up unnd annhemen, warin der wolweisen herren de ein warck der barmhertzicheidt bewisen durch seine jungheidt unnd ich des an allen hoges oder nideriges gestandes nach meinen vormugens willich wer boettich, vorschulde gerne

11.3.
was ich wider an enigen personen aeuss dero stadt unnd lant kan mit alle dackbarheitt verschulden dho ich hartzlich gerne mannen he zu seynen mhanbaren jaren gewesen (wolde ich noch anderen personen nicht ein wordt davon an de wolweisen herren, de darumb dhan dhan de joeget haet uhm beider seitz darbeij gebracht unnd das idt ein grove daet is das ist whar averst bey Godt unnd der ubericheidt is genade de sich beleren jedes nach seinen wesent unnd begangenen daeden, hir uff) he ich mir gantzlichs ein behartziget unnd bey genedichlich trostlichen antwordt Godt der herren soll ess alles widerumb vorgelden, unnd ock ein einen erbaren radt strijdt als de ubericheidt dero stadt de wolweisen herren, beigenedigen ock verhoeffe ich woll weilen suliches leider woll thu gebordt is unnd zu genaden gelichwoll widerumb. Uff unnd angenhomen hirmit dho ich einen erbaren radt der staedt Elburch sambt allen einwonneren wunschen Gottes genade unnd segen mit langes lebent unnd bestendiger gesundtheit. Gegeben zu Embden am 16 july anno etc. 1610.

Eure erentvesten wolweisen herren burgemeisteren und schepen,

Denstwillig,

Dirck van Peer Kraff[..] Ostfrischen weigatt.

12.
Ernveste wallwijse grottgunstige hern.

Toener dieses Roleff Wesselus, hefft uns nothrenglich thoerkennen gegevenn, wo dat he leyder durch jogent unwetenheit sich etwess in ewer e rsamen wolweisen gunstigen stadt ther Elborch in unkuscheit verlopen, undt versundiget hedde, desswegen he up ein tidtlangk uth der stadt verwijsett worden, undt diesulve myden mothenn, tho sijnem grothen zuhrdenn undt ungelegenheit.

Wan dann uns genochsamb bekandt, dat sin vader ein finer mann, undt lange jharen alhier in lande ein dienar Gottliches worde so gewesen, ock entlich in ewer ersamen diensten in der stadt Elborch in dem heren gerustet, umb dessen willen wij ehme, aensehen, diess verschrieven undt intercession deste lever mit getheilet.

So gelanget an ewer eerrsamen undt wolwijsen gunstigen hirmit unsere freundtliche bede und begehrenn desulve wellenn ihme diese unsere intercession undt verbitt, so vele in ]

12.2.
möglich undt dat hillige recht lidenn kann genetenn lathenn, dat he sine nerunge wedderumb moge gebrukenn, in betrach funge, dat he nastiglich angelavet darge sich wegenn den jogendt verlopen hensernen beteren wolle, undt dat ahme sine vorige begencknusse vonn herten leidt sei hirann deren ewer ersamen undt wolweise gunstigen ein werck den barmharticheit undt wij int selihes in andern wegen kegen ewer e rsamen wolweisen gunsigen zuver schultenn jedertidt geneiget undt erbedich uut empfelung Gottlicher almacht.

Embdenn am 19en july anno 1610.

Wilhelm von Inhausen und Knyphausen, drost zu Embden,

Heinricus Berlage, ambtman.

13.
Erentfeste eersame wijse ende zeer discrete heeren ende guetgunstige vrunden.

Alsoe durch id dootlick affscheyd uuyt id licht deser werlt van den raedtsheer Johan die Voocht een plaets zal coomen te vaceren in den provintialen Raedt deses furstendums unde dath die steden des quartiers ongetwijvelt - als wesende nu haire beurte op- op aenstaenden lantdach een bequaem persoen in den plaetse werden surrogeren unde dan die momber soude vellicht daer tho mocht gevordert werden. Soe waer mijn vruntlich begeren dat u eersamen believen willen, indien niemant uuit u eersamen middell daer tho mocht afcireren, mijn sohn Reynier Schrassert itz substituyt momber ende advocaet wesende, tot die momberschap ofte soe die momber mochte blijven tot id raetsheerschap gerecommandeert te hebben ende int nomineren hem u eersamenstemmen geeven ende voir anderen geprefereert holden willen daer ick u eersamen hier wederom eenige aengenaeme dienst can ertzugen daer tho werden u eersamen mij stedes speuren bereytwillich twesens, dien sal mijn sohn oick weeten zulcx danckbairlick te verschulden ende u eersamen stedes dienst te bewijsen schuldichen ende verobligeren blijven unde mij alle goedes tot u eersamen verlatende.

13.2.
Bidde Godt almachtich u eersamen lange welvarende te erhalden. Datum den 27 july 1610.

U eersamen dienstwillige,

Ot Schrassert.

14.
Mijn heeren.

Also daer het affsterven van wijlen den raetsheer Voecht een plaets van raet provinciael is kommen te vaceren, waertoe apparentlick tegen den aenstaende lantdach twee personen bij den quaritier wederom sullen werden genomineert, ende ick hier bevorens de eene hebbe gehadt mede op de nominatie tot desen staet geweest te sijn, ende nu een mede litmaet der stedevrunden gelick u lieden genoegsaem bekent is gewarden in welck qualiteyt ick albereyts verscheyden diensten ende commissien verricht hebbe, so buyten als binnen de provintien; so is mijn dienstelick versoeck en de vrientlick bidden dat u lieden ten […]de van dien, […] considaratie […] gelieven willen] […] dien eynde te nemen […] ende doer u lieden gecommitteerden die ten lantdaghe sullen reysen mede tot den staet vacant te doen nomineren. Twelck ick beneffens andere (doorh.: consideratie) obligatien, waer met ick u lieden verbonden ben, met dienstelicke danckbaerheyt ende geneygden wille te erkennen willich ende bereyt sal sijn, dat kenne Godt dien ick sal bidden.

Mijn heeren.

U lieden in gelucksalige ende voerspoedige regeringe lange te willen mainteneren ende te bewaren. In Arnhem den 30 july a nno 1610.

U lieden dienstwillige,

Carel Bentinck Alexanderssoon.

15.
Eersame ende vursichtige besonders goede vrunden. Wij seinden u erssamen hierbij eenige exemplaren vant placcaet bij de heeren Staten Generael, omme stricktelijck te doen onderhouden d’ordre op ten cours van den gelde, beraemt den eersten der voorleden maent july, gearrestiert met de figueren van de munte die haere mogende edelen verstaen dat in dese landen cours ende ganck sullen hebben. Versoecken daerom dat u erss amen t’selve op ten vijften septembris naest commende ouden stylo (gelick inde andere provinsien mede geschieden sal) niets alleen doen publicieren, maer oock de poenen bij den voorsseide placcate tegens te contraventeurs gestatueert souden eenige dissimulatie ter executie laten stellen. Begeerende mede dat u erssamen alsulcke publicati van drie maenden tot drie maenden doen itereren ende vernieuwen, sonder daer in gebrekelijck te sijn. Met beveel des Almachtigen. Geschreven t’Arnhem den 21en augusti XVIc thien.

Die Rhaden dews furstendombs Gelre ende graeffschaps Zutphen,

Ter ordonnantie van derzelver.

E. Engelen, 1610.

16.
Ehrntveste, eersame, wijse, vursichtige goetgunstige vrunden.

Ontfangen und verlesen hebbende uwer eersamen schrijvens van 10en deser, belangende die weduwe van zaliger Johan Egbertss, moegen wij u eersamen daerop ter antwordt niet bergen, dat wij ons tot d’overgiff van den [..]ten bij die voorss eide weduwe gepresentiert om der schadelicker consequentie wille, niet en sollen kunnen verstaen, dat idt selve oock een saeck is, die den quartier gansch niet en dient. Maer umb die weduwe niet t’overvallen (gelijck se dan tot noch toe tijts und respijts genoech gehat heeft) so sullen wij haer utstellungh gunnen tot op christmisse, umb daerentusschen die voorsseide restanten mit alle neersticheyt inne te vorderen, und dienvolgents die ontfanger te contentiren na behoer off anders sollen wij niet umbgaen kunnen, tegens die voorsseide weduwe, off hare burgen alsulcke provisie vur tho nemen, als ons tot s’quartiers indemniteyt goetduncken sal. T’welck u eersamen believe der voorss eide weduwe te doen vurdragen und haer tot eer debuvir te vermanen. Blijvende hiermede der beschirmunghe Godes bevolen.. Ut Arnhem den 12en septembris anno 1610.

Uwer eersamen goede vrunden,

Die gedeputierden des quartiers van Arnhem,

Ter ordonnancie derselver,

J. Verstegen, secretaris.

17.
Ehrenveste wijse zeer fuhrsichtige gunstige nabuiren und vrunden.

Wij verstaen datt 1 halve compagnie ruyteren van den rittmeester Cadde in uwer eersamen stadt solde zijn gedestineert te lozieren und d’andere helffte alhyr in onszere stadt. Nhu iszt datt wij zekere schrijvens an der eersame heren gedeputierden deses quartiers, als oick an den edele Heinrich van Brienen, heer in Synderen, raedt, desen avendt hebben affgevurdighet. Verhoepende datt daer alteratie van patente in sall geschieden, van nhu uwen gelijckffals de welgemelthe heren end op gelijcke meynonghe wilden gelieven afte verdigen solden me niecht twijffelen het selve ons in onsseren versoeck gelingen. Dit hebben uwer eersamen wel nabuirlick end guidtligen midtz diesen andienen twillen, deselbe hyr mede Godtliger almacht gunstlig befehlende. Datum 17 septembris 1610 ad [..] Thomaz.

Ewer eersamen gude nabuiren end vrunden,

Burgermeesters schepen und raedt der stadt Hattem.

18.
Edele, erentfeste, wijse zeer voersichtige insunders groetgunstige nabuiren en guede vrinden.

Wij senden u edelen bij dessenen zeeckere missive bij de (doorh.: sen) edele heeren gedeputeerden, ende die magistraet der stadt Arnheim, belangende de verlichtinge der ruiteren van den ritmeester Zadde, geschreven ten fyne u ed elen deliberieren. Off dieselve geraden vinden dessfals wijders bij zijn excellentie omme verlichtinge aenteholden ende desserhalven te deputieren. Versoeckende u edelen naer verlesinge gemelter deselve missive bij brengeren willen te rugge schicken. Bevelende hyrmede u edelen der protectie dess Almoegenden. Ilentz Hattem den 21en septembris anno 1610.

U edelen guede nabuirfrinden,

Burgermeesteren, schepen ende raedt der stadt Hattem.

19.
Ersame ende voorsichtige besonders goede vrunden. Die heeren Staeten Generael adverteeren ons bij hare hoog mogende brieven gesien te hebben eenige ducaetgens met de pijlkens ende letteren die uutgegeven worden, ongelick minder in alloye als die behooren te houden en de te wegen de welcke merckelyc cunnen gekent worden so uuyt de plompicheyt van den slacs ende t’ werck, als imperfectie van de letteren, mitsgaders ooc daeraen dat de figure op d’eene sijde van de sommige staet niet een werrelt in de handt ende op d’ander sijde wel mette pijlkens, maer so groff dat lichtelijc deselve van de ducaetgens hier te lande gemunt cunnen onderscheyden worden. U ersamen sullen door publicatie oft andersints bij de ontfangers ende tentmeesters ordre doen geven daermet sodane pennongen niet ontfangen oft uuytgegeven ende den schade van de gemeente mach voorgecommen worden. Met beveling Godtlijcker almacht. Geschreven t’Arnhem den 20 octobris XVIc tien.

Die raden des furstendoms Gelre ende graeffschaps Zutphen,

Ter ordonnancie van de zelve,

E. Engelen.

20.
Gepresentiert ter vergaderungh van den

Hoge ende Mogende Heren Staten Generael

der Verenichde Nederlanden den

17en novembris 1610.

Copie.

Hoge Mogende heren,

Die bewinthebbers van die generale Oostindische Compagnie zijn dickmael genootsaeckt geweest ende werden wederomk genootsaeckt, nae behoorlicke erbiedinge haer recours te nemen aen uwe hoog mogenden mit een vast vertrouwen dattet uwe hoog mogenden niet en zal vervelen, ditmael aen te horen hare remonstrantien, die welcke dienend tot conservatie van den handel in die Indien, notelick mede dienen tot welstant van de regirunge, die Got almachtich uwe hoog mogenden heeft bevolen, die remonstranten hoeven, om uwe hoog mogenden te verthonen t’gunt hun remonstranten best is bekent, dat is d’excessive grote kosten ende schaden, die sij duslangh hebben moeten dragen, ende

20.2.
dagelix meer ende meer hebben te verwachten tot continuatie van t’besit van den handel van die quartiren. Uwe hoge mog enden sullen aen d’andersijde bij haer selve gelieven te bedencken wat vruchten sij hebben genoten uyt denselven handel, mit het gunt daervan dependiert, ende hoeveel haer aen die continuatie van dien is gelegen. Alle die werlt oordeeelt ende ordelt seer wel mijn heren, dat die navigatie van Oostindien niet en is een particulier werck, maer een groot important stuck van state, ende dat die remonstranten niet anders en sijn als dienaers ende uytvoerders van uwe principaelste desseings, maer gelijck d’effecten haer utstrecken tot die gemeyne saecke, so sijn oock die lasten groter dan dat die bij particuliren alleen souden kunnen werden gedragen. T’is omtrent vijftien jaren geleden mijn heren, dat dese grote saecke ut cleyne beginselen

20.3.
haren oorspronck heeft genomen, ten welcken tijde die portugesen, die wel konden bemercken, dat hunluyden gene groter afbreuck konde geschieden als door dese navigatie d’ingesetenen van dese landen met valsche calumnien bij alle indianen hebben gesocht hatelick te maecken ende aleer men metter daet die waerheyt heeft kunnen doen blicken, vele personen jae gehehele natien so verre hebben misleyt, dat verscheyden van d’onse, in plaetz daer sij niet als vruntschap en waren verwachtende, vijantlicker wijse overvallen, vergifticht ende vermoort sijn geweest. Om hierinne te versien, is niet alleen nodich geweest grote kosten te doen te lande ende te water om enichsins aen personen ende goederen verseeckert te sijn unde so vele onbekende natien, maer oock vele giften ende schenckagen te doen, om daermede goed gunstege correspondentie te verwerven

20.4.
die portugesen daer van tusschen koemende van verraderije tot openbaer gewelt, waer sij enige personen van den onsen konden bekoemen, hebben dieselve niet alleen gevanckelick gestelt, maer gepijnicht, opgehangen jae enige aen stucken gehouwen, trachtende aen alle kanten om die personen, die tot trafficque ende niet tot overlech waren toegestelt, t’overvallen ende hare wreetheyt daeraen te bethonen, waervan d’exemplen te langh ende te verdrietich souden vallen te verhalen. Het sijn uwe hoog mogenden geweest, die hier door gemoviert sijnde dit remonstranten eerst vermaent ende aengetroost hebt, om hun niet te houden aen ene simple defensie maer die portugesen selve door een openbaer ende offensiff oorloch t’attaqueren. Die gehoorsaemheyt die die remonstranten aen die bevelen van uwe hoog mogenden in desen hebben gethoont, heeft voortgebracht seer gewenschte voer die gemene saecke doch voor die compagnie seer costelicke successen. Ende wie kan daeraen twijvelen, aengesien

20.5.
die remonstranten dat is ene compagnie van coopluyden, dit doernde op haren hals hebben gehaelt den aldemachtigsten potentaet van Europa, die uwe lieden verstaende die consequentie van de saecke, alle remedien derwaerts heeft gewent, daer die sieckte die grootste was, ende die macht van Castille ende Portugael te saemen heeft gevoecht om desen inbreuck te beletten. Uwe hoogmogenden hebben nodich gevonden dat men uyt haren name verbintenisse ende alliancie soude maecken met die princen ende natien aldaer, gemaeckt sijnde, die eer ende reputatie van t’lant vereyschten, dat men die vrunden must defendiren, ende also den coninck van Spaignen hem poochde te wreken over die landen ende luyden die met d’onse in vruntschap waren, t’gunt hij niet en sach te doen aen die schepen van dese landen ende bij d’onse, nae v ermogen die defensie van de verdruckten

20.6.
wiert aengenomen. So heeft het oorloch hem gespreyt genoechsaem door heel Oostindien, ende is daer door die laste onder die hant so seer gewassen, dat die eyntlick swaerder is geworden, als die remonstranten wel kunnen dragen, die wercken brengen sulx genoech mede die stat van Bantham bij d’armada van den coninck van Spaignen belegert sijnde, is ontset die stat van Johor van gelijcke. Gamelames is jegens t’gewelt van Andreas Furtado gedefendiert. Van dese zijde sijn wederomme treffelicke belegeringen geschiet van Malacca, van Tidore, van Ambions, van Mosambica tot twemael. Alle die bloedige bataillen alle recentren te verhalen, soude te langh vallen. Uwe hoog mogenden is selffs best bekent, wat prinsen uyt Oostindien hier te lande sijn gebracht, ende wat die gemeyne saecke daer van heeft genoten, doch het principaelste profijt van t’lant

20.7.
bestaet in die schade die die vijanden hebben geleden, die daer uyt kan affgemeten werden, dat van sijne gallionen ende schepen tusschen die dertich en de veertich schadeloos sijn gemaeckt, dat hem een goet deel van Oostindien is affgevallen, ende sich in d’aliancie van dese landen heeft begeven, dat enige principale eylanden hem uyt sijn gewelt sijn ontruckt. Alle dese dingen hebben niet te wege gebracht kunnen werden, sonder uyttermate grote kosten, daer van oock altemet (na den loop des werlts) enige ongelucken sijn bijgevallen. In die belegeringe van Mosambicque is een schip met carga soen verloren, in die slach van Malacca twe, noch twe seer grote schepen in het innemen van t’fort genaemt Tafaco in Machian, t’schip Westvrieslant weert twelffhondert duysent guldens. Die schepen Mauritius Erasmus und Alcmar

20.8.
te saemen over die twintich hondertduysent guldens, sijn gebleven door dien sij door lange ende sware exploicten onbequaem waren geworden tot die navigatie in Suratta. In Cambaya is David van Helust door instigatie van de portugesen bij d’ingesetenen vermoort, t’comptoir van de remonstranten berooft ende schade geleden bij die hondertduysent guldens. In Siam is op hope van den handel soe daer als in China vast te maecken met goede alliancien, sonder succes sestich duisent guldens gespilt. Wij laten nu staen soe veel extraordinaris kosten van schenckagen aen coningen gedaen. Ambassaden aen hunlieden gesonden ende die van henlieden waren gekoemen hier te landen, naer haer qualiteyt, ter ere van ’t lant, bij die remonstranten getrakteert. Die nu soude meynen dat dese last door het tractaet van de trefues soude sijn gemindert,

20.9.
die soude hem seer abusiren. Uwe hoog mogenden hebben selffs die saecke wel anders ende te rechte verstaen, als dieselve na het sluyten van t’voorsseide tractaet die commandeurs in Oostindien hebben geordonneert, des niet tegenstaende op heure goede ende wel gewapent te blijven goede ende neerstige wacht te houden ende doen houden tegens alle surprinsen ende overvallen, als off sij noch in volle oorloge waren, om alle inconvenienten ende schaden vurtgekoemen voorwaer met seer groote redenen.Want wie kan daer aen twijvelen off die spangarden ende portugesen sijnde ontlast van so swaeren oorloge, sullen alle haer verstant ende middelen aenwenden om nu geduyrende den tijt van t´bestant wech te nemen ofte te krencken die navigatie van dese landen op Oostindien, die wel een is geweest van d´oorsaecken die hunlieden tot het voorss eide

20.10.
bestant hebben gedrongen. Ende indien sij zulx niet en doen met openbaer gewelt, interpretirende d’articul van de trefues daerop disponirende tegens die clare woordig ende d’intentio van het tractaet, gelijck in Guinea is geschiet, als uwe hoog mogenden wel bekent is. So en sullen haer evenwel gene indirecte middelen ontbreecken, om door andre wegen te koemen tot het selve effect, t’sij dan door het offensiren van enige onse geallieerden, die uwe hoog mogenden noch bij t’voorsseide bestant van nieuwes hebben genomen in hare protectie, und t’selve hunlieden solemnelick hebben aengeschreven, t’sij door het opreyen van enige indianen tot ontrouw ende verraet, gelijck nu mennichmael is gebeurt, selffs t’gunt sijluyden, geduyrende die handelinge van den vrede, ofte trefues, in Oostindien hebben bij die hant genomen, wijst claerlick waertoe sij trachten, wanneer

20.11.
sij bemerckende dat d’onse haren koophandel in Molucquen daer wel die meeste specerijen sijn, vaster ende vaster maecken, d’andre eylanden daer ronthom liggende, ende waer uyt die Molucquen, die geen voetsel van haer selve en hebben, moeten onderhouden worden, hebben gesocht t’incorporiren ende also die voorsseide Molucquen genoechsaem te belegeren, t’welck considerirende die commandeurs in Oostindien, als oock datter geen seeckerheyt en was voor hunlieden, noch aen die zijde van de portugesen noch aen die zijde van den indianen, maer alleen in haer eygen macht hebben benodicht geweest haer waer sij mochten te fortificiren, sulx dat die remonstranten hebben alsnu in Oostindien seven forten, t’fort van Amboino bij hunlieden ingenomen ende gesterckt, op Turnate een fort in manire van een stadt, drie forten op t’eyland Machian,

20.12.
een op t’eylant Motyr, ende een groot fort op t’principaelste eylant van Banda. Tot bewaringe van dese forten, onderhouden die romonstranten in Oostindien seshondert soldaten, ende vijffhondert sevarende luyden, met negen so schepen als jachten, die gestadich in Oostindien blijven. Die kosten hier van als uwe hoog mogenden uyt de bijgaende staet zullen kunnen bemercken, bedragen jaerlix vierhondert ende twyntich duysent guldens, ende sullen apparentelick in toekoemende jaren noch hondert duysnet guldens meer bedragen, also die bewaringe van de voorsseide forten niet wel en kan verseeckert sijn sonder die soldaten, tot het getal van duysent off twelffhondert te verstercken, behalven dat apparentelick oock dienstich sal worden bevonden, op andre bequame plaetsen enige nieuwe forten te leggen, want ter plaetse daer gene forten en sijn,

20.13.
lopen die remonstranten in pericule van dat hare comptoiren sullen werden gepilleert. Ende moeten die vrese met groot gelt dagelix redimiren, alrede hebben die remonstranten geresolviert, een vlote van vijff schepen derwaerts te senden die ten regarde van de traficque onnodich was, maer t’enemael nodich tot conservatie van de forten, gaende tot dien eynde met deselve vlote twe grote compagnien van goede soldaten. Alle dese saecken mijn heren, ten ware dieselve bij die remonstranten waren ter handen genomen, souden bij uwe hoog mofenden dienen gedaen te sijn geweest, gelijck andre natien te ze machtich sijnde altijt hebben getracht, haer gebiet door colonien t’extendiren, ende buyten twijvel t’gelt van t’lant soude nergens tot meerder reputatie ende dienste van t’lant destedet kunnen werden. Uwe hoog mogenden dit wel

20.14.
verstaende hebben zelve bij hare resolutie van den 8en septembris XVIc negen verstaen dat hare hoog mogenden d’oorsaecke waren dat die remonstranten oorlochsgewijse naer Oostindien gevaren enige forten hadden ingenomen, ende ten dien regarde den remonstranten hondert duysent guldens jaerlix voor drie jaren hadden geconsentiert waer van die remonstranten uwe hoogmogenden seer bedancken, biddende dieselve met ene te willig nemen in consideratie, hoeveel die lasten van de remonstranten door het maecken, onderhouden ende bewaren van so vele andre forten, sijn verswaert, op dat mit den noot uwe liberaliteyt mach wassen ende aennemen, sonder welckers bijstant het voorgenomen en de aengevangen werck niet moegelick en is uyt te voeren. Want die traficque heeft niet kunnen inbrengen zoe veel men hadde gemeynt, doer dien een goet deel van schepen gelt ende tijt

20.15.
tot dieselve gedestiniert heeft moeten geemployeert worden aen feyten van oorloch ende fortificatie. Hier uyt is gekoemen dat niet alleen geen utdeylinge van gelt aen die participanten heeft kunnen geschieden, maer oock alle die camers van de compagnie veel gelts op interesse hebben moeten lichten. Uwe hoog mogenden gelieve te bedencken die grote genegentheyt die die tremonstranten in occurrentien van treffelicke exploiten aen uwe hoog mogenden hebben getoont zijnde bereyt gelijcke ofte meerde te bethonen als d’occasie sulx soude moegen vereysschen. Daerbenevens die grote voordelen die uwe hoog mogenden uyt die navigatie hebben getrocken, so door haer contingent in die prinsen, als door die uyt ende invarende convoyen, insonderheyt mede hoe grote mennichte van ingesetenen van dese landen, door den Oostindischen handel in het werck

20.16.
gehouden ende eerlick gevoedet werden, die schepen van de remonstranten waer van altijt een goet deel is hier te lande, is een grote macht van uwe ho og mogenden in tijt van noot, die buyten kosten van t’lant wert onderhouden. Die navigatie op Oostindien doet twe grote effecten, zij versterckt die middelen van dese landen, ende verswackt die spangarden, daer ter contrarie den spaenschen handel, die genoechsaem die enige was voor het vynden van d’ Oostindische traficque, die schepen, dat is die macht van dese landen, stelt in handen van den genen die wij meest hebben te vresen. Die forten, soldaten ende schepen, die in Oostindien werden onderhouden, dienen tot verseecketheyt van de geallieerde princen ende natien, dien uwe hoog mogenden hebben toegeseyt haer hulp ende protectie. T’zal daerom uwe hoog mog enden gelieven, tot vorderinge

20.17.
van so goeden voornemen, die remonstranten te consentiren, boven die hondert duysent guldens, noch vijffundseventich duysent guldens jaerlix met noch enige ammunitie als kruyt, scherp ende dergelijcke. T’welck doende sullen uwe hoog mogenden die remonstranten verbynden ons haer te dienste van den lande meer ende meer te efvectiren, verhopende dat d’effecten sullen leren dat t’voorss eide versoeck bij die remonstranten niet sonder reden gedaen, nochte bij uwe hoog mogenden niet te vergeeffs en sal zijn geaccordiert.

21.
Copie.

Lasten die tegenwoordich bij die compagnie van Oostindien werden gedragen ende noch andere meer sullen moeten dragen, omme den handel op Indien te behouden ende enigermate te verseeckeren.

Die compagnie van Oostindien heefft tegenwoordelick aldaer seven fortressen versien van commandeurs, officianten, soldaten, bootgesellen, ammunitie van oorloghe, provisien van victualie ende andre behoeften, te weten:

Amboyna 100 coppen 28 stucken geschuts
Malayo 100 “ 24 “ “
Banda 200 “ 26 “ “
Tafaco 90 “ 22 “ “
Naffaquia 30 “ 10 “ “
Tabalola maer 10 koppen 8 stucken, overmits die getrouwicheyt der Cayocanen die dootvijanden der spangarden sijn
Motyr 60 coppen 10 stucken
Totaal 590 coppen 128 stucken.

21.2
Van de voorsseide fortressen sijn die drie, als Malayo, Banda ende Motyr bij die compagnie und tot derselver laste ut die gront van nieuwes gemaeckt, ende die restirende vier met excessive grote kosten versterckt ende verbetert, ende moeten te saemen met grote kosten jaerlix onderhouden ende verbetert worden.

Dat aldaer oock negen schepen ende jachten gemant met vijffhondert coppen ende hare behoeften, continuelicken ten dienste der voorss eide forten ende conservatie van den handel onderhouden worden, te weten:

21.3.

Die Grote Sonne groot 200 lasten
Die Cleyne Sonne 130 “
Delft 180 “
Eendracht 140 “
Pauw 90 “
Arent 90 “
Valck 90 “
Griffoen 90 “
Jager 50 “

Die voorsseide negen schepen ofte pinassen sijn ut dese landen derwaerts gesonden, beneffens noch enige chaloupen, die aldaer oock int vaerwater sijn ende tot vervullinge van de gene die koemen te blijven, ofte innavigabil worden, sijn daernae noch vijff andre pinassen gesonden, te weten:

Hasewyndt

Brack

21.4.
Draeck

Hope

Cleyn Middelburg.

Het metale und isere geschut dat dese compagnie noch present is hebbende, ende tot bescherminge ende bevrijunge deser negotie is gebruickende, sijn duysent endedrieentwintich stucken, te weten:

152 metalen

601 gotelingen

270 isere stucken oft steenstucken.

Behalven een geheel magazin van musketten, harnassen, hellebarden, pycken ende velerhande krijgsbehoeften hebben oock te dragen den last van onderhoudinge van enige des coninx kynderen van Ternate, edelen ende anderen sijne ondersaten, door die spangarden uyt die stat ende fortresse van Gammelames ende een gedeelte van Terenate verdreven.

21.5.
Dat oock nootwendich (behalven die voorsseide seven fortressen) noch andere twe dienen gemaeckt, wel versien und onderhouden die tot meerder dienst ende conservatie van de negotie van doene sijn, als enige der voorsseide seven fortressen.

Sulx dat die compagnie jaerlix (omb den Oostindischen handel in enige sekerheyt te behouden) over die vierhondert duysent gulden in ongelden heeft te dragen, ende over die vijffhondert duysent duldens jaerlix sullen montiren, so wanneer die voorsseide twe fortressen sullen gemaeckt sijn.

Die tegenwoordige jaerlixe ongelden sijn:

Soldie van 600 soldaten - - - - - - - - - - - - -120m guldens

Maentgelden van 500 zevarende

luyden op die pinassen - - - - - - - - - - - - - - 90m guldens

Montkost voor die bovengenoemde

1100 coppen tot 5 stuver s’daechs - - - - - -100m guldens

21.6.
T’maecken, repariren und onder-

houden der forten - - - - - - - - - - - - - - - - - - 50m guldens

het slijten van de pinassen, consumiren van ammunitie van oorloge, verderven van victualie, periclitiren van den selve pinassen ende so groten quantitryt van geschut

- - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 60m guldens

-----------------------------------------------------------

- - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 420 m guldens.

21.7.
Oostindische Compagnie proponeert haren last aen de heren Staten General.

Lasten de bij de Compagnie worden gedragen. 1610.

22.
Maurits, prince van Oraengien, grave van Nassau, Moeurs etc., marcquies van den Vere etc.

Eersame wijse ende discrete lieve besundere. Wij senden u luyden hier beneffens copie van ’t gene wij geschreven hebben aen alle d’engelsche capiteynen aengaende d’ordre die zij voortaen onderheven compagnien soo op de betaelinge, affrekeninge, als op de cleedinge van den selve compagnien. Ende alsoo wij deselve ordre seer goet ende noodigh gevonden hebben, ten eynde de soldaten wel gecleedt ende in goede ordre mogen gehouden worden. Soo versoucken wij u luyden de goede handt daer aen te willen houden, dat deselve ordre onder d’engelsche compagnienbinnen u luyden stede, in garnisoen wesende, mach onderhouden ende geobserveerdt worden, ende ingevalle ghij luyden eenich capiteyn zoudet bevinden, die daer aff in gebreke soude blijven, ons t’selve te willen verwittigen, op dat wij daer na daer inne moghen versien, soo wij t’selve zullen bevinden te behooren. Ende hier mede, eersame wijse ende discrete live besundere zijt Gode bevolen. Geschreven Gravenhage den 23en november 1610.

U luyder goede vrundt,

Maurits de Nassau.

23.
Maurits etc.

Edele etc. Wij hebben de compagnien van den engelsche natie (desen voorleden somer te velde geweest zijnde) in zeer goede ordre ende cleedinge gevonden, d’welck geschiedt, ende te wege gebracht is, door middel van het afftrecken van thien stuyvers ter weke van den leeninge der soldaten, die geemployeert zijn geworden tot hunne cleedingen. Welcke ordre wij seer goet hebben gevonden, ende begeeren dat voortaen onderhouden sal worden. Maer alsoo wij verstaen dat sommige capiteynen daer van in gebreke geweest zijn, ende oock eenige soldaten die deselve ordre niet en hebben willen achtervolgen, t’welck oorsake is dat de soldaten van sommige compagnien soo qualijck in het habijt zijn. Soo lasten wij u voortaen, hier op aen sonderlingh regard te nemen, ende dit t’achtervolgen, daer beneffens den tijt van den affrekeninge voor de soldaten, verstaen wij dat voortaen sal geschieden, preciselick voor den eersten dagh der maendt van may, ende soo yemandt voor denselven tijt zijne absoluyte passeport neempt, sult ghij gehouden wesen hem zijne betaeling ende affrekeninge te geven, tot den dagh toe van zijn vertrecken. Ende alsoo dit jaer XVIc thien (van may voorleden aff te rekenen, tot may XVIc elff toekomende) halff is geegtueert.

23.2.
Soo is onse meyninge dat de soldaten hare affrekeninge voor dit toekomende halff jaer te may XVIc elff sal gegeven worden. Maer daer na, dat het zelve sal geschieden voor een geheel jaer, beghinnende ende eyndigende altijt van may tot may. Sulcx dat de cleedinge en de affrekeninge voor de soldaten, altijt gedaen moet wesen, voor den eersten may. Welcke ordre wij verstaen dat voortaen geobserveerdt zal worden, ofte bij gebreck van dien zult ghij daer aff hebben te verandtwoorden. Ende hiermede

Edele etc. Geschreven Gravenhage den 9en november 1610.

23.3.
Sijn excellentie belast die magistraet dat haer garnisoen nae uyt die ordonnantie bij sijn prinselicke excellentie beraempt mach betaelt worden.

Den eersamen wijsen ende discreten onsen lieven besunderen borgemeesters en regeerders der stad van der Elborch.

24.
Ehrentveste eersame wijse vursichtige goetgunstige vrunden.

Also u eersamen bij haer schrijvens van den 25en novembris aen uns versocht hebben te moegen weten van wat tijt aff die steden haer servicegelt aen den quartier zullen hebben te profitiren. Ist also dattet selve sijnen aenvanck heeft genomen van den eersten juny des verleden jaers 1609. Dienvolgende wij u eersamen t’onser naester vergaderungh oock ordonnantie sullen verlenen op haren overgesondenen staet van service, u eersamen conpetirende van den 3en augusti 1609, tijde van d’inkumpst der compagnie van capiteyn Beauhte, tot den 4en juny 1610, als wanneer die voorsseide capiteyn weder utgetrocken is, belopende na uwer eersamen selffen calculatie 1178 gulden rijns, wie insgelijcken aen andre steden op haer versoeck gedaen is. Bevelende u e ersamenhiermede der beschirmungh Gods. Ut Arnhem den 4en decembris 1610.

Uwer eersamen goede vrunden,

Die gedeputierden des quartiers van Arnhem,

Ter ordonnantie derselver,

J. Verstegen, secretaris.

24.2.
Servicigeldt heefft men beginnen t’ontfanfen anno 1609.

Den ehrentvesten, eersamen, wijsen ende vursichtige burgermeesters, schepenen und raet der stat Elburgh, onsen goetgunstige vrunden.

25.
Ersame ende voorsichtige besonders goede vrunden, desen is ons uwe ersamen volgende de brieven van de heeren Staten Generael, te adverteeren, dat inde provincie gestroyt ende onder die gemeente uuytgegeven wort eenen daler van Mantua, hebbende op d’eene sijde een gewapent voorsbeelt ende een sweert inde rechter handt, het gulden vlies om den hals ende inden rant gecircumscribeert VINCENTIVS D.G. DVX MANT, ende op d’ander sijde eenen enckelen arent met een schildeken in de borst, een hertochs croone bovent hooft ende inden rant FARRATI. I I. IAX., den welcken meer als een dardendeel slimmer bevonden wort als een rixdaler. Ten eynde dat u ersamen bij het verbieden desselffs moegen bij tijts voorcommen den schade van haer gemeente deselve hiermede Gades beschermonge bevelende. Geschreven t’Arnhem, den 6 decembris XVIc tien.

Die raden des furstendoms Gelre ende graeffschaps Zutphen,

Ter ordonnanantie van de selve,

E. Engelen, 1610.

25.2.
Munte anno 1610.

Den ersamen ende voorsichtigen burgermeesteren, schepenen ende raedt der stadt Elburch, onse besonders goede vrunden.

26.
Ehrentveste ehrsame wijse voirsichtige insonders gunstige ende guede vrunde.

Wij hebben u ehrsamen missive den 6 decembris lastleden aen unss gedateert wel ontfangen ende verlesen. Ende alsoo u e hrsamen bij der selver op verscheijden puncten offte articulen unsere verclaringe versoeken te hebben, hoe het desfals met der waghe ende gewichte binnen unser stadt wordt gehalden. Moegen wij u ehrsamen daerop ter gueder andtwoerdt ende bericht niet voerenthalden belangende het ierste punct offte vrage van u ehrsamen missive, dat in unser stadt waghe die wulle speck, botter kaase en de alle andere pundt waehren met eynerley gewichte werden gewegen, opt te riede dat binnen unser stadt die kaapers dar wullen op ieder hundert gantz niet tho hebben ende het gunt nae het gewichte ten vollen maet betaelen, gelijck dan oick solcken met allen andere wahren wordt geobserveert, uuyt bescheyden die botter daer men wel up eyn vatt voer de paeckel eyn pundt tho gifft die derde vraghe belangende, sullen u e hrsamenweeten dat unser stadt waghe gewichte ende unser burger gewichte maet accorderen ende gelijcke swaar sijn wesende a[.]ijs gewichte. Opt vierde, daer u ehrsamen begeven te weeten off unser stadt waghe gewichte, over eyn comen met

26.2.
der stadt Ambsterdam waghe gewichtes konnen wij daerop tegenwordich gene eygentlicke verclaaringe doen, overmitz wij somtijts aent gewichte tho Ambsterdam, op unsen wagen alhier verliesen, somtijts oick well winnen, offte oick gelijck uuyt comen. Vermoedelicke nochtans dattet eynerley gewichte soll wesen twelcke wij u ehrsamen alsoo ter gueder andtwoerdt niet hebben willen voerenthalden dann de dieselve sonst hiermede den Almoegend en in sijne heylige protectie bevehlen. Datum den 8 decembris anno seessthien hundert ende thien.

U ehrsamen guede vrunden,

Burgemeesteren, schepen ende raedt der stadt Deventer.

26.3.
Bericht van de van Deventer op het stuck van de wage.

Den ehrentvesten ehrsamen wijsen ende vuirsichtigen burgermeysteren schepen ende raedt der stadt Elburch unseren insonders gueden vrunden.

27.
Erentveste, eersame, wijse, voersichtige goetgunstige vrunden.

Also die heren Raden deses furstendombs und graeffschaps achtervolgende die resolutie over verschrijvongh van de ridderschap ten lant und quartiersdagen, lest tho Nijmegen opten lantdach genomen, voer enige daegen aen ons versocht hebben, aen oer edele und wijsen tho willen oversenden de naemen van de ridderschap, die inde hooft und kleyne steden deses quartiers woonachtich sijn, niet wesende in officie van de lantschap, mitsgaders van diegene die sich doer noot in de voersseide steden hebben moeten begeven. Soe hebben wij u eersamen daervan bij desen sullen advertiren, ten einde dieselve believe ons mitten eersten de namen van de gedachter ridderschap binnen uwer eersamen stat resideren de over tho schrijven, om dieselve neffens d’onse ende die van d’andere steden aen den voersseide Have tho mogen gelangen. Bevelende u eersamen hiermede der beschermongh Godes, den 12en decembris 1610.

Uwer eersamen goede vrunden,

Burgermeesteren, schepenen ende raet der stat Arnhem.

Ter ordonnantie derselver,

J. Verstegen, secretaris, 1610.

27.2.
Namen der ridderschap woenende in steden over te schrijven anno 1610.

Den erentvesten eersamen wijsen und voersichtigen burgermeesteren, schepenen und raet der stadt Elburch, onsen goetgunstigen vrunden.