De historicus: H. van Heerde (1894-1957)

Hendrik van Heerde werd geboren te Abbega als zoon van een schoolmeester. Hoewel hij van jongsaf een zeer zwakke gezondheid bezat - vele jaren was hij bedpatiënt - had hij vroeg geleerd zijn dagen nuttig te besteden. Dat werd dus lezen, lezen, nadenken, combineren en opnieuw lezen. Vooral de plaatselijke historie kreeg zijn aandacht.
Daarnaast hielden archeologie, kosmologie, speleologie, de staat Israël, zelfs parapsychologie... hem terdege bezig.

In zijn werkkamer, vol boeken, geschriften en notities, kon men soms een complete mierenkolonie onder glas aantreffen. Van Heerde kon daar lang naar kijken. Had niet Salomo ons reeds op de mieren gewezen? Van Heerde wist het uit zijn hoofd: "ga naar de mier, gij luiaard, zie haar wegen en word wijs; hoewel zij geen aanvoerder heeft, noch leidsman, noch heerser, bereidt zij haar eten in de zomer en verzamelt zij haar voedsel in de oogsttijd".
En ook: "de mieren zijn een volk zonder kracht maar ze zijn bovenmate wijs".
Dat sprak Van Heerde aan: de combinatie van zwakke lichaamskracht en van macht van kennis en wijsheid.

Van Heerde had toegang tot de diaconale archieven der Hervormde Kerk (zijn vader was ouderling en kerkvoogd). Die brachten hem in contact met het Provinciaal archief te Arnhem. Zo kon hij alleen al op de kerkzolder een groot stuk plaatselijke historie recontrueren; de inpassing in Gelders verband gebeurde te Arnhem. Zijn weetgierigheid, gevoegd bij zijn intelligentie, werklust en veel vrije tijd, opende de mogelijkheden welke hij volledig heeft benut!
Een voorbeeld. Op een dag stuitte hij op een diaconale uitgave te behoeve van "de kinderen Buntman's die van koude en honger schier omkwamen".

Het speelde in 1680. Van Heerde dacht aan een oude Nunspeetse overlevering: dat een zekere Buntman in zijn herberg aan de Harderwijkerweg een marskramer zou hebben beroofd en vermoord; waarvoor die Buntman zou zijn terechtgesteld. Op een oude kaart van Nunspeet stond immers de Buntmansberg of Brandende berg nog in 1940 vermeldt; als monument en waarschuwing? Hier zou Buntman zijn opgehangen. Van Heerde dacht; stel dat deze man zou hebben bestaan; stel dat hij een vrouw en kinderen had; stel dat het echtpaar in hechtenis of terecht was gesteld: zouden de kinderen dan niet noodlijdend langs de straat hebben gelopen? Hij sprak met de archivaris te Arnhem. "Een speld in een hooiberg", zei deze; loop alle Sententiënboeken van de 17e eeuw maar door. Van Heerde kreeg een machtige foliant in handen, legde deze op tafel open en ... zag onmiddellijk de naan Buntman staan. Hij had de draad in handen van een crimineel proces dat van 1675 tot 1680 heeft gelopen, en dat de familie Buntman (man, vrouw en schoonmoeder) het leven kostte. Het juiste verband der gegevens, dat in grote lijnen klopte met de overlevering, staat als extra hoofdstuk in zijn "Clockenslach van Nunspeet" vermeldt.

Reeds in 1940 publiceerde hij zijn "Kerkgeschiedenis van Nunspeet". Het was, zei hij, een vooruitgreep op zijn latere boek, van 1954. In die jaren ontstonden onze contacten; hij woonde nog met zijn vader samen aan de Dr. Schutlaan 4. Hij bleek toen onder meer correspondent voor een archeologische verenigng te zijn. Per abuis kreeg ik inzage van zijn gegevens over de Mythstee te Nunspeet en de grafheuvels op de Noorderheide te Elspeet; hij schrok er achteraf van en vroeg om het materiaal voorlopig geheim te houden. Doordat hier een kazerne gebouwd moest worden en de Noorderheide oefenterrein voor tanks zou worden, kwamen zijn gegevens aan het licht: een maand lang kreeg de Groningse professor van Giffen de kans enkele opgravingen te doen... toen was de macht aan de tanks.

Ook had hij een methode gevonden om stereometrisch foto"s te maken. Op zijn fotostatief zette hij een plankje vast, waar zijn camera zeven centimeter op kon verschuiven. Dan nam hij twee opnamen, echter gezien als vanuit twee ogen, met 7 cm verschil. Met een stereokijker bezag hij de beide opnamen en... het beeld was nu driedimensionaal geworden, had natuurlijke diepte!

Naast zijn fotograferen, archiefstudie, natuurlijke historie en vele andere liefhebberijen, schreef Van Heerde zijn boek, dat voor alle Nunspeters - maar ook landelijk - van de allergrootste betekenis is geworden. Het is "Onder de Clockenslach van Nunspeet", Callenbach 1954, herdrukt in 1974. Typerend is het voor de bescheidenheid van de schrijver, om nederig in zijn voorwoord te schrijven: "Geschiedkundigen van professie zullen niet veel tijd nodig hebben om in dit boek de hand van een dilettant te herkennen. Zo lang evenwel de mensen van het vak toch niet toekomen aan het schrijven van de geschiedenis der dorpen, schijnt het geheel verantwoord een dergelijke lekenarbeid in het licht te geven. Een half ei is altijd nog te prefereren boven een lege dop".

Wie Hendrik van Heerde gekend hebben, zagen in hem geen sociale of populaire figuur.
Hij hield zich graag op de achtergrond. Door ziekte gewend zelf zijn problemen te verwerken en alleen te staan in het leven (huwde pas heel laat) dienden zijn contacten met anderen alleen, om die anderen te helpen. Zo gebeurde het dat - toen zijn gezondheid een bescheiden betrekking toestond - hij een benoeming aan vaardde als directeur van een Coöperatieve Boaz-Bank. Deze bank was vóór hem beheerd door een van de heren Westerink en betekende sinds 1920 - om E.M. van Marle te citeren - een kerkelijke tegenhanger van de Spaar - en Bewaarbank, welke laatste meer het neutrale karakter van de Maatschappij tot Nut van 't Algemeen vertoonde.

Een aantal jaren heeft de heer van Heerde dit bankkantoor geleid. In 1951 mocht schrijver dezes in opdracht van zijn hoofddirectie de Boaz-bank overnemen, waarbij de heer van Heerde 'adviseur' werd. Die rol heeft hij tot zijn dood behouden en het verstevigde onze contacten. Bovendien speelde bij dezes overname het karakter van Van Heerde zodanig mee, dat schrijver deze diep respect voor hem voelde. De overname was overigens volstrekt geen schande: de schaalvergrotingen op kapitaal - en credietmarkt groeiden snel uit boven de bescheiden middelen van een kleine plaatselijke bank; en het bedrijf werd moeiteloos en geruisloos voortgezet in een grotere bank.

Over de betekenis van de 'Clockenslach van Nunspeet' zijn we niet gauw uitgesproken.
Het boek bevat slechts een deel van zijn materiaal en we vragen ons af of er nog een rest bestaat. Schrijver dezes wijdde 10 artikelen in 'Nunspeet Vooruit' aan dit boek en aan het eind was het boek uitverkocht. Pas in 1974 vescheen een 2e druk, die aanvullingen van onze oud burgemeester H.J. Langman bevat. Verschenen bij Repro Holland.
Reeds voor de 'Clockenslach van Nunspeet verscheen was Van Heerde waardevol voor ons dorp. Als gevolg van een overrompelend raadsbesluit zou de zetel der gemeente Ermelo worden verplaats van Nunspeet naar Ermelo. Door de activiteiten van een inderhaast samengesteld "Comité tot behoud Gemeentehuis Nunspeet", die een enorme belangstelling trok, is dit raadsbesluit ongedaan gemaakt. Het historisch materiaal voor deze actie werd geleverd door niemand minder dan H. van Heerde. Die wist precies hoe en waarom in 1818 Ermelo met Nunspeet was samengevoegd en wat zich sedertdien hier had afgespeeld.
Zonder zijn waardevol materiaal zou Nunspeet vermoedelijk een uithoek van de gemeente Ermelo zijn geworden.

Ziehier een korte schets van een onzer waardevolle dorpsgenoten. Een sterke geest in een zwak lichaam. En een nederig mens: iemand die op zijn laatste ziekbed nog verontschuldiging aanbood voor de last, die hij zijn medemensen veroorzaakte.
Maar vooral iemand, die van zijn leven iets goeds maakte, ondanks de minimale kansen die hij hiertoe scheen te hebben. Graag somde hij op hoe hij, die zoveel ervaring met ziekte had, ongedacht nog een post in de maatschappij had mogen bekleden, zijn eigen boterham verdienen, een laat maar gelukkig huwelijk had mogen beleven, en met zijn "liefhebberijen" anderen van dienst had mogen zijn.
Een man om te onthouden!


Nunspeet. voorjaar 1990
D.W.L. Milo