Cookiemelding

Het Streekarchivariaat Noordwest-Veluwe is wettelijk verplicht toestemming te vragen voor het gebruik van cookies en u te informeren over het gebruik van functionele cookies. Cookies zijn belangrijk voor onze website.

Het Streekarchivariaat Noordwest-Veluwe gebruikt functionele cookies, maar daarnaast ook cookies voor het beheer van de webstatistieken. Deze cijfers gelden als noodzakelijke feedback om de digitale dienstverlening en de vindbaarheid van de site te verbeteren. Daarnaast worden de webstatistieken gebruikt om verantwoording af te leggen aan de deelnemers van het Streekarchivariaat Noordwest-Veluwe en subsidieverstrekkers.

Bezoekers van de website van het Streekarchivariaat Noordwest-Veluwe blijven anoniem. Ook voor cookies geldt dat ze nooit direct aan individuen zijn te koppelen. Streekarchivariaat Noordwest-Veluwe gaat vertrouwelijk om met de gegevens die door middel van cookies worden verzameld.

De website van het Streekarchivariaat Noordwest-Veluwe is alleen bereikbaar als u cookies accepteert!

U bent natuurlijk altijd welkom op de studiezaal van de 5 vestigingen van het Streekarchivariaat Noordwest-Veluwe

Ik accepteer deze cookies

Meer informatie over cookies »

sm-kaart1.jpg

Diverse transcripties financiële stukken

  • donderdag 23 januari 2014 22:39
Inv.nrs

818 Kwitantiën voor betalingen op het door de stad verschuldigde aandeel in de contributie, 1549-1552.

G. van der Houve verklaart ontvangen te hebben van Bernardus Feyt secretaris van Elburg, 189 Karolusgulden, 14 stuivers in mindering van het aandeel der stad in contributie van 300.000 Karolusgulden.

9 December 1552.

Ontfanghen vander stadt Elburch bij handen Bernardus Feyt secretaris die somme van hondert negen ende tachtich Karolusgulden, vierthien stuvers van 20 stuvers Brabants yder gulden. Op rekeninge ende in minderinge van de portie der stadt Elburg inden vierden termijn van de contributie van de 300 duysent Karolus bij de Staten van Gelre geaccordeert verschenen Martini een ende vijftich.

Actum tot Airnhem dess 9en decembris 1552.

zomma 189 Karolus, 14 stuvers

G. van der Houve.

Dorsaal.

Quitanci van contributie deser stadt 1552.

N.B. Niet alle stukken van inventarisnummer 818 zijn getranscribeerd.

820 Kwitantie voor het door de stad betaalde aandeel in de schatting, 1559.
De landrentmeester Gramaye verklaart ontvangen te hebben van Jan Marissen, schatbeurder van Elburg, 284 Carolusgulden op rekening van de schattingen.
21 Maart 1559.

Ontfanghen van Jan Marissen schatbeurder der stadt vanden Elborch de somme van twee hondert vijffentachtentich Carolusgulden van 20 stuver Brabants yder gulden, op rekeninghe van tgene hij den landtrentmeister ter canse van schattinge van wegen der stadt vanden Elborch schuldich mach wesen.

Actum tArnhem desen 21en marcij 1559.

Summa 285 libra.

Gramaye.

823 Kwitantie wegens aan de stad afgedragen heerenpenningen, 1570.
25 November 1570.

Wij burgermeisteren, schepenen und raidt der stadt Elburch doen kundt, liden und bekennen mitz desen dat wij van den erentfesten und vronnen Johan Bentinck als rendtmeister Conincklicher Majesteits tot Hispanien etc. onses allergenedichsten heren, op Veluwen, ontfangen hebben die summe van viff und twyntich golden gulden, tstuck ad acht und twyntich Brabandische gevalueerde stuver gerekent, der stadt vurseid uuith hoichstgedachter Majesteits herenpenningen, verschenen op sanct Jacob anno viffthienhondert negen und tsestich.

Und wij bedancken em vermeteren vurseid van den termijn vurseid und allen termijnen daer behoernes verschenen guder betalingh.

Sonder arch und list ourkonde der waerheit, hebben wij onser stadtsecreetsiegel hier onder opt spatium van desen witlick doen drucken.

Gegeven den vijff unde twyntichsten dach novembris anno 1570.

Dorsaal.

Quitanci voer Jan Bentinck van de stadt alhier, anno 1

825 Volmacht, door den magistraat verleend aan de raadsvrienden LUBBERT SANDERS en DIBBOLDT FEYT, tot het bezegelen eener obligatie betreffende het aandeel der stad in de schatting, 1571.
Burgemeesters, schepenen en raad van Elburg machtigen hun mederaadsvrienden Lubbert Sanders en Dibboldt Feyt om een obligatie, door de stadhouder geëist wegens het aandeel der stad in de ingewilligde schatpenningen, met het zegel te bezegelen.
19 Februari 1571.

Wij burgermeistere schepenen und raidt der stadt Elburch doen kundt allen lueden certificerende voir die gerechte waerheit in krafft desses dat wij volkomen macht gegeven hebben und geven mitz dessen, onsen liven mede raitzvrunden Lubbert Sanderss und Dibboldt Feyt umb in onsen name und van onsent wegen binnen Arnhem tho doen schriven, besiegelen und over to geven alsulcke obligatie als onser genediger heer grave tho Megen etc. stadthalder van onser stadt vordert onse anpart betreffende van die lest ingewillichte schatpenningen, tot welcken einde wij onsen gemelten raitzvrunden onser stadtsecreetsegel hebben over gegeven, ratificeren allet genen onse machthebberen vurseid in desen enichsins geprocureert sal werden.

Sonder arch und list ourkonde der waerheit hebben wij onser stadt secreet segel hier onder opt spatium van desen wirlicken doen drucken.

Gegeven den 19en februarij anno vijffthienhondert een und tseeventich.

827 Kwitantiën wegens door de stad gedane betalingen op haar aandeel in de schatting, 1572-1575.
G. van der Houve verklaart ontvangen te hebben uit handen van Wolter Peterszoon, secretaris der stad Elburg 735 ponden wegens het aandeel der stad in de eerste termijn van de schatting.
3 Januari 1572.

Ontfangen vanden stadt Elburch bij handen Wolter Peterszoon, secretaris die somme van zeven hondert vijff ende dertich ponden van 40 grooten Vlems tpont, over de vole betalinghe van die voorseide stadtsportie ende quote inde hondert ende 37.500 libra die der lantschap Coninclijke Majesteit voerden eerste schattinghe vanden 550.000 libra innegewillicht hebben, welcken eersten termijn verschenen was Kermisse anno XVc tzeventich, doch petri ad cathedram daeraen wel betaelt, van welcker voorseide somme ick mij uut zaecke voorseid bedancke goeder betalinghe ende beloeve hem luyden daervan te ontlasten jegens Coninclijke Majesteit der lantschap ende aenden yderen dient behoert.

Oirconde desen geteyckent upten 3en januarij anno XVc twee ende tzeventich stilo communi.

Somma 725 libra.

G vander Houve.

Thomas Roos verklaart ontvangen te hebben uit handen van Wolter Peterszoon secretaris der stad Elburg, 116 daalders op rekening van de derde termijn der schatting.

23 Mei 1573.

Durch ordonnantie mijns genedichen heeren banner und vrijheeren tho Hyerges etc. stadtholders und capiteyns, generaels dese furstendombs Gelre und graeffschaps Zutphen etc. bekenne ick Thomas Roos greffier der cantzelrye derselver landen ontfangen te hebben uuyt handen van Wolter Peterszoon, secretaris der stadt vanden Elborch van wegen derselver stadt die somme van hondert und zesthien dalers yederen daler tot dertich goede stuvers gerekent, ende dat op rekeninge vanden derden termijn vanden schattinge yetz loopende.

Van wellicke somme van hondert ende zesthien dalers ick tot sijne genade to responderen, belove und die naegedachten heeren stadholder, tot zijner genade gesijnen to leveren, mits dat sullicx den vander Elburch aenden voirseide schattinge betalinge strecke, ende ten plaetze deses mijnes handtschaffts mij bij zijn genade bryeven van (doorgehaald:reg) reddergh off dese mij wedergelevert worden, tot mijne ontlastinge.

Oirkundt dese beteyckent binnen Arnhem opten drye und twintichsten dach maij XVc drye und zoeventich. Bij mij.

T. Roos.

Dorsaal:

Quitantien vanden 3en termijn schattonge van 116 daelders.

G. van der Houve verklaart ontvangen te hebben uit handen van Wolter Pieterszoen secretaris van Elburg, 192 ponden op rekening van het tweede termijn der schattingen.

9 April 1572.

Ontfangen vanden stadt Elburch bij handen Wolter Pieterszoon, secretaris die somme van hondert twee ende negentich ponden van 40 grooten Vlems tpondt libra reste vanden tweeden termijn vanden portie der stadt Elburch voorseid inde schattinghe vanden 550.000 libra Coninclijke Majesteit bij der lantschap van Gelre in anno XVc tzeventich in vier jaeren te betaelen inne gewillcht welcken tweeden termijn verschenen was Kersmisse anno XVc een ende tzeventich doch petri ad cathedram daeraen volgende wel betaelt van welcke voorseide somme ick mij uut zaecke voorseid bedancke goeder betalinghe ende belove hem luyden daervan te untlasten jegens Coninclijke Majesteit der Lantschap ende eenen yderen dient behoert.

Oirconde desen geteyckent upten 9en aprilis anno XVc twee ende tzeventich.

Somma 192 libra.

G. vander Houve.

Dese quictantie ende de quictantien bij die vanden Elburch

zedert petri ontfangen worden gegeven ende de penningen ontfangen onder expresse prorestatie van Zijne Majesteits interest zedert petri gevallen.

Actum als inde quictantie.

J. Gramaye verklaart dat de stad Elburg haar aandeel in de 4e termijn van de schatting heeft betaald aan Hendrick Bentinck, drost van Over Veluwe.

10 Januari 1575.

Ontfangen van Jan van Lenghel secretaris der stadt van Elborch eene quitancie van joncker Hendrick Bentinck, drost van Overveluwe, daermede hij bekent ontfangen te hebben voir volle betalinge vanden portie vanden 4en termijn der stadt Elborch inden vierjarighe schattinge de somme van 539 libra. Ende voir reste vanden 3en derden termijn der zelver stadt 39 libra, belooppende tzamen de voirseide quitancie,578 libra gemaect in ponden van 40 grooten.

Actum opten 10en dach januarij 1575 stilo communi.

J. Gramaye.

Namaels opten 26sten augusti 1575 heeft de voornoemde secretaruz noch overgelevert eene quitancie van griffier Rooze,

(doorgehaald: q) die van wegen zijne genaden bekent ontfangen te hebben te weten 22e julij LXXIII de somme van 60 libra.

Ende bij een andere quitancie 23e junij de den anno LXXIII die somme van 126 libra.

Alten voirseide prijsen.

J. Gramaye.
Dorsaal:

Eenige quitancien ende aenschrijvingen van schatpenningen voer de stadt Elburch van den jare 1572 tot 1578.

G. van der Houve verklaart ontvangen te hebben uit handen van Wolter Pieterszoon, secretaris van Elburg, 346 ponden en 12 schellingen op rekening van de tweede termijn der schatting.

31 Maart 1572.

Ontfangen vanden stadt Elburch bij handen van Wolter Pieterszoon, secrtaris,die somm van drie hondert zes ende veertich ponden, twaelff schellingen van 40 grooten Vlems tpondt, op reeckeninghe vanden tweden termijn vanden portie vanden stadt Elburch voorseid.

Inde schattinghe vanden 550.000 libra Coninclijke Majesteit bij der lantschap van Gelre in anno XVc tzeventich in vier jaren te betaelen, innegewillicht welcke tweede termijn verschenen was Kersmisse anno XVc een ende tzeventich, doch peter ad cathedram daeraen voegende wel betaelt.

Oirconde desen geteyckent opten lesten martij anno XVc twee ende tzeventich stilo communi.

Summa 346 libra, 12 schellingen.

G vander Houve.

Dese somme wordt bijden lantrentmeester ontfangen onder protestatie expresse vanden interesse volgende de appostille bij den Hove van Gelrelandt, upten lesten martij upte supplicatie der van Elburch gegeven.

Actum ut supra.

829 Bijlage bij bovengenoemde rekening van HENRICK BENTINCK.
Henrick Bentinck, drost van Over Veluwe, verklaart uit handen van Wolter Peterssoen, secretaris van Elburg, 100 daalders ontvangen te hebben voor het onderhoud van krijgsknechten in die stad.
14 Augustus 1573.

Ick Henrick Bentinck drost vander Aver Veluwe bekhenne mitz desen dorch beveell minss genadigen heeren ontfangen toe hebben uuyt handen vanden secretarius Wolter Peterssoen (doorgehaald: die) van wegen deser stadt Elburgh die somme van hondert enckelle dalder van 30 stuver Brabants den daelder gerekent, end dat thot lenonghe ende onderhaldonge der knechten binnen Elburgh liggende.

Orkonde mijnen naem hier onder gestalt, actum opten 14en augus­tij XVc XXIII.

Zomma 100 dalder.

Henryck Bentynckss.

Henrick Bentinck, drost van Over Veluwe, verklaart ontvangen te hebben van de secretaris van Elburg 100 daalders ten behoeve van de soldaten aldaar.

22 Augustus 1573.

Bekhenne ick Henrick Bentinck drost vander Aver-Veluwe uuyt beveell minss genadigen heeren vanden secretarius van wegen deser stadt Elburgh thot lenonge voorden knechten alhier liggende ontfangen toe hebben die somme van hondert daelder tot 30 stuver Brabants tstuck gerekent.

Orkonde desen bij mij be­teickent opten 22en augustij XVc LXXIII.

Zomma hondert dalder.

Henryck Bentynckss.

Henrick Bentinck, drost van Over Veluwe, verklaart ontvangen te hebben 100 daalders ten behoeve van de soldaten in de stad Elburg.

29 Augustus 1573.

Noch bekhenne ick Henrick Bentinck drost vander Aver-Veluwe thot lenonge der knechten vanden stadt vander Elburgh in maeten als baeven ontfangen toe hebben die somme van hondert gelicke daelder als vorseid.

Orkond mijenen naem hier onder gestalt opten 29en augustij XVc LXXIII.

Zomma 100 daelder.

Henryck Bentynckss.

Henrick Bentinck, drost van Over Veluwe, verklaart ontvangen te hebben 100 daalders ten behoeve van de soldaten in de stad Elburg.

2 September 1573.

Opten 4den dach septembris XVc LXXIII hebbe ick Henrick Ben­tinck drost vander Aver-Veluwe tot lenonge der knechten vander stadt vander Elburgh noch hondert enckele daelder tot dartich stuver Brabants tstuck gerekent ontfangen.

Orkonde mijnen naem hier onder gestalt ten daege voor­seid.

Zomma 100 dalder.

Henryck Bentynckss.

Henrick Bentinck, drost van Over Veluwe, verklaart ontvangen te hebben van de schepenen van der Elburg 600 daalders ten behoeve van de soldaten.

27 November 1573.

Ick Henrick Bentinck drost vanden Aver-Veluwe bekenne vermits desen tot (doorgehaald: dr) zes diversche tijden vanden sche­penen vander Elborgh tot lenonge der knechten alle­maell ont­fangen toe hebben die somme van hondert daelder tot 30 stu­ver Brabants tstuck makende zeshondert daeld­er tsaem dairvan op huiden den 27en novembris id leste be­taelt is.

Orkon­de mijnen naem hier onder gestalt ten dage voorseid.

Zomma van 600 daelder.

Henryck Bentynckss.

Henrick Bentinck, drost van Over Veluwe, verklaart ontvangen te hebben van de burgemeesters van Elburg, 200 daalders tot onderhoud van de soldaten in genoemde stad.

9 Januari 1574.

Noch bekenne ick Henrick Bentinck drost vurgenoemd vanden burgemeis­teren deser stadt Elburgh ontfangen toe hebben tot twee diversche tijden allemaell hondert daelder maeckende tsaem tweehondert daelder, end dat tot lenonge oder onder­hul­donge vanden soldaeten binnen deser stadt Elburgh liggende. Orkonde desen bij mij geteickent opten 9en dach januarij XVC LXXIIII.

Zomma 200 daelder.

Henryck Bentynckss.

Dorsaal:

Quitantze des droste Bentinghs tho lening der soldaten.

833 Memorie voor den burgemeester BARTHOLDT TOPH om namens de stad met den landrentmeester over het ruitergeld af te rekenen, 1577.
Memorie voor Bartoldt Toph burgemeester van Elburg, om namens deze stad de somma van 491 Karolusgulden en 12 stuiver ruitergeld af te rekenen met de landrentmeester of iemand die daartoe afgevaardigd is.
23 december 1577.

Memorie vuerden burgermeister Bartoldt Toph om van wegen der stadt Elburgh mitten landtrentmeester ofte ymandts daertoe gedeputiert zinde vant ruytergelt af toe rekenen.

Item die portie ofte quota desselven rutergelts soe dye stadt Elburgh daertoe sal opbrengen beloept.

Daerop iss betaelt alss volght:

Inden iersten opten 12en februarij anno LXXVII heft den secretarius Jan van Lengell van wegen der stadt anden gedeputierden Joseph van Arnhem unde Johan Hackfort betaelt 200 libra.

Noch opten 18en julij betaelt Wilhem van Empz dat dye ruyteren hier hadden verteert und men andie ruyterpenningen korten solde hondert 2 dalders, facit 153 Karolusgulden.

Den 17en novembris betaelt an hopman Pater Noster daermit hem dye lantschap had vereert viftich dalders, fecit 75 Karolusgulden.

Noch den 16en novembris had den borgemeister Dibbolt Feyt tArnhem vrou Huegen betaelt dat die hopluyden dier hadden verteert an quitantie vanden borgemeister Kanis 17 dalders facit 25½ Karolusgulden.

Noch doen die twee vreemden knechten mit to: Carl van Gelder und Broeckhusen ter Elborch quamen heft dselve soldaeten uuit die schepen toe landen doin brengen, die schippers geschoncken 1 tonne biers kosten 4 gulden.

Item doin (doorgehaald:onleesbaar) dye tgene veendelen knechten an Wesoph und inde vrijheit van Hattem gelacht weren heft die stadt vanden Elborch dye oeck uuyth schepen doin vueren wederomme den schippers geschoncken 1 tonne biers van 4 gulden.

Item alsoe hopman Pater Noster weder afgedanckt worde, heft hye zijne soldaten in twee schepen weder doin afvaeren, doen zij ant landt quaemede iss (doorgehaald:hem) den soldaeten tosamen opt over gebracht, soe zij dorstich ind smachtich waeren, twee tonnen biers dye zij int opcommen hebben gedroncken. Doen idt vierendel van Pater Noster weder affoer iss hem twee tonnen biers mitgedaen, soe hye die knechten nyet wail toe schepe konde kriegen, beloept 16 gulden.

End betaelt voor die twee leege tonnen dye zij metnemen 1 dalder, facit 1½ gulden.

Item doen die twee veendelen soldaeten tot Weseph und daeromtrent bleven liggen, heft dye stadt tot begeren der lantschap 2 manss met een karre inden leeger gesant mit proviandi van bier, broet, keese und botter, dat zij weder brachten und nyet verkopen konden, daervuer betaelt dat vanden botter und keese was verouraet 1 tonne biers, 4 gulden. An keese und broet oeck botter, 5 gulden.

Dye voorlueden 3 rijdergulden, 3 gulden, 12 stuver.

Summa 491 Karolusgulden, 12 stuver.

Rest noch ant zelve ruytergelt desse betalonge afgetogen ses ende tnegentich Karolusgulden.

Item hebbe ick Ott Kanis onntfangen van de borgemeister vander Elborch Dibbelt Feyte acht ende tachtentich Carolusgulden ende acht stuver).

De 23ste decembris anno 77.

Ott Kanis.
Dorsaal:

Afrekeninge vant ruitergelt.

909 Kwitantie wegens een door de stad uit de generale middelen betaalde toelage aan de hopman Beernt Spaen.
10 maart 1591.

Die vander stadt Elborch sullen in affcortinghe van haere loepende middelen betaelen aen hopman Bernardt Spaen die somma van tachtentich Carolusgulden van twintich stuivers tstuck, die welck haer eersaeme mits aeverbrengende desen zampt quitantie van gedachten Spaen aen die voirseide middelen, nementlick vande maenden januario, februario, martcio, aprilis, mayo ende junio naecomende goede betaelinghe verstrecken sullen.

Oircondt mijnnen naem hieronder gestelt den 10en martcij 1591 ....

Zomma 80 libra

H. Biermans

Dese ordinantie van tachtentich gulden in dorsso deses geschrevenen sall enen eersaemen magistraet der stadt Elborgh gelyeven tot betalen aen handen van Wilhem Hugens, burgemeyster in Arnhem, tselve sall mij goede betaelonge strecken.

Datum Arnhem den tienden martij stilo veteri anno 1591.

Bernhardt Spaenn, hopman.

10 Maart 1591.

Ick onderschrevene bekenne untfangen te hebben vanden eersame Jan Veech Jacopssoen de somma van tachtentich gulden ad 20 stuivers tstuck, ende datt van wegen een ordonnantie up de stadt Elborch up Beernt Spaen, dewelcke ordonnantie ende quittancie.

Daerbij belove mett den iersten te vorderen ende senden. Actum den 2en april 1591.

J.Tuellicken.
919 Lijst van aangeslagenen in het hoofdgeld, die een inkomen van 2000 gulden hebben.
Circa 1600.

Lijsten der persoonen oit hooftgelt die gesustynert worden 2000 gulden in middelen.

Oosterquartier.

Gerrit de Vos cum uxore

Henrick Petersen cum uxore

Dirck toe Water cum uxore

Roelof van Willem solus

Juffer Steeck cum filia

Rein Petersen cum ux et patre

Aert Lucassen cum uxore

Gerryt Gerrytsen cum uxore

Albertjen Loefsen

Pette Everts

Gerrit Rijcksens weduwe

Cornelis Barckesen

Henrick Loeffsen brouwer cum uxore

Scholtis H. Bigge cum uxore

Noorderquartier.

(doorgehaald:Griete Feyyt)

Thomas Munther

Egbert van Coots juster

Jan Franckesen

Gerrit Coopsen (doorgehaald:cum uxore)

Jan Gerritsen cum uxore

Jan Bauckus weduwe

Aert Reyersen cum uxore

Beertjen Reints

Egbert Tonissen

De weduwe W. G. Reeffsens

(doorgehaald:onleesbaar)

Nota: Sch: Potgieter cum uxore

Aic. Lutteler cum uxore

Westerquartier.

(doorgehaald:onleesbaar)

Derck Henricksen cum uxore

Evert Topp

De weduwe á Loo

Lysabeth Geldorps

Jan Gerbertsen cum uxore

De weduwe Fheiths

Tonis Gerritsen

Jacob Boldt cum uxore

De weduwe Erckelerts en Eybertje Franckesen

(doorgehaald:onleesbaar)

Broeder Teylingers weduwe

Rijnvisch Fheith cum uxore

3 Dochteren van Verburgh

De weduwe W. Br. Aeltgen met 2 jufferen Heyeman

Broeder Gerrit Loeffsens weduwe

Hermen Cornelissen cum uxore

(doorgehaald:onleesbaar)

Reijer Geurtsen cum uxore

NB Jan Marcussen cum uxore

(doorgehaald:onleesbaar)

Suyderquartier.

Beert Heeck cum socore

Beerd Heyman cum uxore

Wijne Gerrits cum uxore

Albert Fheith cum uxore

Gerrit Camphuys ...

Jannickyt Riessen

Otto Jansen cum uxore

David Otten cum uxore

Bernt Dijck cum uxore

Jan Santbergen cum uxore

Pleck Cobius cum uxore

Jannickgen Martensen

Gerrit Nieuenhuys cum uxore

Mechteltjen Lamberts met haer schoonsoon en dochter

Vrijheyders.

Beert Stertger cum uxore

Henrick Topp

Lambert Topp

Dese alle aldus gestelt onder vaste præsumptie die ten waere iemant derselve avont met voer sich wilde der ....

Burgeren... solus.

Burgeren Bigge cum fratre et duabus socoribus

Broeder Wolfsen cum uxore

Broeder Lutteken cum uxore

Broeder toe Water senior cum uxore

Broeder toe Water junior cum uxore

Broeder Uilerbroeck cum uxore (doorgehaald:onleesbaar)

Heer Greve cum uxore

925 Extract uit de resolutiën der Staten-Generaal betreffende een aan de stad Elburg wegens een plaats gehad hebbenden brand toegekend subsidie, 1593.
Burgemeesters, schepenen en raad van Elburg vragen tweeduizend pond om de stad en de inwoners bij te staan na een grote brand. De Staten van Holland besluiten om een bedrag van duizend gulden te verstrekken, het resterende bedrag komt tot last van de provincie Gelderland.
23 November 1593.

Extract uuyt ‘t register der resolutien van mijne heeren die Staten Generael der Vereenichde Nederlanden, martis 23en novembris 1593.

Ontfangen eenen brieff van burgermeisteren, schepen ende raedt der stadt Elborch gedatieert den 10en deses bijden welcken verhaeldt wordt den geschiedenisse van den brandt aldaer bij ongeluck gecoemen donderdage voerleden ten eynde d’ heeren Staten soude gelieven die groete alende van die stadt aen te sien, ende den hoechbedroeffden in desen bitteren standt genadelick

te helpen, is geresolveert ende tot behoeffde van den voerseide hoechbedroefde geaccordiert uuyt het extraordinaris consent te dragen bij die provincie van Gelderlandt voer het toecomende jaer virentnegentich die somma van twe duysent ponden van veertich groeten te repartieren bij die gecommiteerde uyte rekencamer van Gelderlandt gelick zij rechmatelick in goeder consientie sullen bevinden te behoeren.

Luna 6en decembris 1593.

Geresumeert die resolutie van den 23en novembris lestleeden genoemen op den brieff van burgermeisteren, schepen ende raedt der stadt Elborch ten selven dage ontfangen bij die

welcke tot behoeff van den hoechbedroeffde bynnen eer voerseide stede uuyt oersaecken van den voerleeden brandt geaccordiert ende toe gelicht is die somme van twe duisent guldens te betaelen uuyt het consent extraordinaris bij die provincie van Gelderlandt tedragen voer het toecomende jaer virentnegentich is bij die selve resolutie voer soe veelen die geaccordierde twe duysent guldens aengaet, gereparsisteert doch gehoert die redenen van die beswaernisse van die van Gelderlandt geconsenteert, dat die ene duysent van die voerseide twe duysent guldens aen die vander Elborch verstreck sullen worden bij die heeren Staten van Hollant, in mindringe van haere eersaeme consenten gedragen, offte noch dragen bliven die resterende duyent guldens tot last van de provincie van Gelderlandt.

Geaccordiert uyt voerschreven register.

Extract uit ‘t register der heeren Staten Generael.

De stadt Elburch wordt daerin toegestaen tweeduysent gulden voer de schaden van den brandt anno 1593.

Actum anno 1594.

1013 Bijlage bij de (verloren) rekening over 1569.
Arenth van Boltenn verklaart ontvangen te hebben van de raad van Elburg tien goud gulden wegens pacht, verschuldigd aan zijn zwager Peter Berniers.
1 Augustus 1569.

Ick Arenth vann Boltenn bekenne untfanghenn to hebben anno neghen ende sestich denn erstenn augustij, vann denn arbarenn vorsichtighenn rath der stadt Elburch de pacht, nemtplich teynn golt gulden. So anno sestich aachte mijnn zwager her Petter Berniers Berniers up Jacobij als fann enre vicarie fann Campen jarlix be... ist. Ick Arenth vann Boltenn quitter hir meth der stadt Elburch als fann weghen mines zwagers vorgenoemd vann dat vorgenoemde jar gude betalinghe unnd belove denn Arenth der stat Elburch tho schaffenn ene quittancie fann mines zwagers egenn hanth vann dat vorgenoemde jar ... Arent Boltenn.

Dattem ut supra.

...
1015 Bijlagen bij de (verloren) rekening over 1576.
Stadhouder Gillis van Berlaymont, verklaart dat de stad Elburg ten behoeve van het krijgsvolk 2300 Carolusgulden heeft opgebracht.
16 Juni 1576.

Gillis van Berlaymont frij endt bannerheere tot Hierges, stadthouder etc. certificeren bij desen dat bij de reeckeninge soe die erentfesten Henrick Bentinck, drost van Over-Veluwen, ons op huyden gedaen heefft bevonden is worden, dat die vander stadt vander Elborch tot leninge van Coninclijke Majeteits kryechsvolck opgebracht hebben vande 15en augusti 1573 totter 10en julij 1574 die somme van twee duysent drie hondert Karolusgulden van twintich stuvers stuck, daer van hij die quictancien vanden ghoenen die de verdeylongh onder t kreychsvolck gedaen hebben in onsen handen gelaten heefft.

Gedaen tUtrecht den 16en junij 1576.

Gillis van Berlaymont.

Dorsaal:

Quitantie des stadtholders Gellij van Barlamont.

Ott Kanis verklaart ontvangen te hebben van Jan Greve en Jan Craffssoon, raadsvrienden, het aandeel van de stad in de kosten der legatie naar Brussel.

21 Juli 1576.

Bekenne ick Ott Kanis vermitz dese tegenwordige quitancie unntfangen toe hebben vanden ersame Jan Greve ende Jan Craffsoon geschickte fruinden der ersame stat Elborch die somme van soevenendetwyntich Carolusgulden myn eyne stuver wesende oir quota ende porcie tot ter legacion op die (doorgehaald: bry) Bruysselsche reyse ingewillicht toe weten op ellicken Carolusgulden der grote schattonge eine stuver ende bedancke oir lieve ende ersamheyde der 11 Carolusgulden myn eine stuver goeder betalonge.

Oirkonnt mijn hant hyronder gesat geschreven ylenntz in Arnhem den ein ende twyntichste (doorgehaald:onleesbaar) dach julij anno ses ende tzoeventich.

Ott Kanis.
Dorsaal:

Quitanty vandie legatien penningen die anno 76.

Thomas Roest verklaart te hebben ontvangen van Wilhelm Bentinck, rentmeester op Veluwe, namens de heren van der Elburg, 24 daalders wegens twee jaren rente, door de stad verschuldigd.

6 December 1576.

Ick Thomas Roest doe kondt und bekenne mitz desse ontfangen te hebben vandie heeren vander Elborch, bij handen vanden erentfesten ind frome Wilhem Bentinck, rentmeester op Veluwen die somme van vyer ind twintich daelder, van dartich stuver gevalt den daelder, hercommende van twee jaeren renten die mij vandie vurseide stadt Elborch verschenen waeren op victoeris XVc vijff ind tsoeventich ende sess ind tsoeventich, jaerlix tweleff daelder. Unde bedancke den vurseide rentmeester van Veluwen van wegen der stadt Elborch hyer van goeder betaelingen.

Oerkondt mijn naem hyer ondergesath, actum den 6en decembris XVc sess ind tsoeventich.

Thomas Roest.
1016 Bijlagen bij de (verloren) rekening over 1577.
Joeseph van Arnhem en Johan Hackfoirt, gedeputeerden van ridderschap en steden van de Veluwe, verklaren ontvangen te hebben van de burgemeesters van Elburg 200 Karolusgulden, als het aandeel der stad in het Gelderse ruitergeld.
12 Februari 1577.

Wij onderschreven als gedeputierde vander ritterschaph, hooft unde cleine steden deses quartiers van (doorgehaald:onleesbaar) Veluwen bekennen mits desse quitantij ontfangen toe hebben vanden burgemeisteren der stadt Elburgh dye somme van tweehondert Karolusgulden van twintich stuvers tstuick. Ende dat op rekeninge ende in betalonge vandie penningen daerop dselve stadt tot id Geldersche ruytergelt (bij banner­hee­ren, ritterschappen und steden ingewillicht) gesat.. van welcke vorseide 200 gulden wij dselve stadt Elburgh gelae­ven twillen quiten und her betalonge verstrec­ken zal, so et behoirt.

Sonder argelist orkonde desse quitanty bij onss onderschreven mit onsen naem onderteickent opten twalefften dach februarij XVc soeven ende tsoeventich.

Somma 200 Karolusgulden

Joeseph van Arnhem.

Johan Hackffoirt.

Dorsaal:

Quitanty vant ruytergelt van 200 Karolesgulden.

Noch verscheyden quitanty vandie reste des ruytergelts.

Wilhelm van Empz waard te Elburg, verklaart ontvangen te hebben van Johan van Lengell secretaris der stad, 153 Karolusgulden wegens vertering van de hopman Schinck en diens dienaren.

28 Juli 1577.

Ick Wilhelm van Empz weerdt inden Harderwijck bynnen deser stadt Elburgh bekenne mits desen dat mij den secretarius Johan van Lengell van wegen unser stadt uuitgericht und betaelt hefft dye somme van hondert drie ende viftich Karolusgulden van twyntich stuver Brabants tstuick. Welcke penningen onlancx hopmhan Schinck mit zijne dienders und negen peerden liggende onder dye angenhamen Geldersche ruyteren in mijnen huse verteert hefft bedanckende onser stadt vande vor­genoemde summe und verteronge gueden betalonge.

Orkonde desse quitanty met mijnen naem onderschreven opten 28en julij 77.

Wyllem van Emps.

Dorsaal.

Quitanty vanden verterongen der ruyteren van 153

Karolusgulden.

Ott Kanis verklaart ontvangen te hebben van Dybbelth Feyte 17 daalders wegens verteringen van hopman Broichuisen en Hegeman te korten aan de door de stad Elburg verschuldigde ruiterpenningen.

16 November 1577.

ss bij ritterschappen ende stedevrunden deses Arnhem­sche quartiers verordent dat die stadt Elburch uuytrichten sullen hopman Mathijs van Haerlem gut.. pr..und wijslich oordelen, daermede desen quartier mits datmen hem niet en bed­orffden (doorgehaald:onleesbaar) ver..erden, und sal die veurgenoemde stadt in affkortinghe doene statzquota die inbewillichter anderhalf hondertduysent Carolusgulden ruyterpenningen bethaelingen strecken.

Actum Arnhem den 16en novembris 1577.

G. Wetthen secretaris

Bekenne ick Ott Kanis vermitz des onntfangen toe hebbe van Dybbelth Feyte souventyn daler die sijn edele an Thonis Huigen betalet, hefft die den hopman Broichuisen unnde Hegeman zijnenn huis (doorgehaald:betalet h) vertert hefft unnde sall den ersamen van der Elburch an oiren ruyter­penning goide kortinge unnde betalong verstrecken.

Oirkonnt mijn hant actum de 17en novembris anno 77.

Ott Kanis.

Item noch onntfangen vanden burgemeester voirseid den 23 decembris anno 77 acht unde tachtentich Carolusgulden, acht stuver.

Ott Kanis.
1029 Bijlage bij eene stadsrekening na 1595.

Burgemeesters, schepenen en raad van Elburg verklaren verkocht te hebben aan Arent Heymanszoon een rente van 18 gulden 's jaars, gaande uit de stadsgoederen.

22 Februari 1565.

Wij burgermeistere, schepen und raidt der statt Elburg doin kundt, lyden und bekennen mitz dessem vor uns und unsen nakomelingen dat wij bij consent unser gemeente, burgeren und inwoeners tho rechter jarlicker lossrenthen verkofft hebben und verkopen mitz dessem Arent Heymanszoon und sijnen erven, achthien gulden jarlicks twintich gude Brabandische stuver, offt ander guidt payment dat in tijtt der bethalung guidt dar vor is, vor den gulden welcke vurschreven achtien gulden wij und unse nakomelingen Arent Heymanszoon und sijnen erven alle jare sullen geven und well bethalen up petri ad cathedram offt vierthien dagen dairna unbegrepen sonder affkortinge van alle schattinge und ungelden als die heere desses landes offt iemantz van sijnent wegen tho eeniger tijtt op alsulcke offt dergelijcken jarlicke pension mochte setten sie weren dan gebrucklick offt ungebruikelick. Und so wij desse penningen die wij vor desse achthien gulden jarrenthen an baren gelde und an eener summen entfangen in mitt profijtt und orbar unser statt vurseid gekeert und ge...t und dieselve tho vollensten genomen hebben tho die vier hundert enckele churfurster golden Rijnssegulden van gewichte darmit wij alsodane vier und twintich derselver golden gulden jarlicks affgelosset hebben als Wilhem Poytoor biss her tho van unser statt gehadt hefft.

So setten wij vur uns und unsen nakomelingen Arent Heymanszoon und sijnen erven tho underpande all unser vurseide stattguderen und erffnissen, husen, weerden, weyden, meenten wijn und bier acxizen die unse statt vurseid nu hefft offt noch namals bekommen mach, an welcke vurseide underpanden Arent Heymanssoon vurseid und syne erven (off die bethaling alle jare up dach und termijn vurseid offt vierthien dagen dairna unbegrepen niet en geschiede) sullen moegen penden offt doin penden mit eenen dachlickse richter offt pender und mit dem pande voirt varen als off sie vor herenrenthen und binnenjarige pacht gependet waren und mit allen rechten verwonnen und uitgesleten. Und so .annigen dach als die achthien gulden jarlicker renthe vurseid na unser rechtlicke vordrung Arents vurschreven unbethalet blifft also vake und ..nnichen all sullen wij Arent Heymanszoon und sijnen erven geven und verfallen sijn eenen guden Brabandischen stuver und sullen einn darbeneven noch uitrichten allen hinder, kosten, schaden und interesse so bij versuim der bethalung gedain und geleden mochten werden (welcke hinder kosten, schaden und interesse vurseid Arent Heymanszoon und sijne erven bij den selffst mit oiren simpelen woirden sonder dat und buiten gerichte sullen mogen taxeren. Und wij sullen als dan gemelte peengelt, hinder und schaden so well als die renthe tho bethalen schuldich wesen.

Und Arent Heymanszoon vurseid und sijne erven sullen gemelte achtien gulden jarlicker renthen noch wider moegen verhalen an uns, unsen burgeren und inwoeners und an unse und oire ware und komanschap eer offt in wat platzen Arent Heymanszoon vurseid und sijne erven die bekoemen moegen ydt sij vor heren gerichten landt offt stadt gerichten dieselve tho arrestieren und tho .eve. daran ... penden und voirt darup tho prosequieren .r ydt oir believen und na rechte behoren werdt, obligierende hier in mitz dessem vor uns und unsen nakomelingen uns selffst unsen burgeren und inwoeners und unse guidt und oire guidt in genere und spetie in toto et parte also dat ein ieder van unss, unsen burgeren und inwoeners vor die gantze summe frais und niemant mit sijn andeel offt quote vrij sall wesen mitz renuncierte alle exceptien und uitfluchten der geestliken und werltlicken rechtens die gesunden sint offt noch bedacht moegen werden in aller vrijheiden, jarmerckten, vrijmerckten, recht, dienstrecht und privilegien die wij nu hebben offt noch in folgenden tyden van unsen landes heren offt yemantz ander.verreeven moegen und nalassen sall dat geestlicke recht dem werltlicken und dat werltlick recht dem geestlicken niet hinderlick wesen offt prejudicieren ..d off mit krijch und orloch desse vurseide bethaling een jar twee offt mehr niet voirt en gange sullen wij nochtantz thendens van dien gelijck well den affterstandt so well als ydt binne... bethalen mit all den interesse und schaden so dair up gelopen mochten wesen. Dit alles wo vurseid stede und und vast tho holden und in guiden trouwen tho affterfolgen verbinden wij uns unse burgeren und inwoeners und unse lijff und guidt und unser burgeren und inwoeners lijve und guidt beheltlick ... desse vurseide achthien gulden jarlicker renthen alle jare up dach und termijn vurseid offt vierthien dagen darna unbegrepen sullen mogen afflossen mit drie hundert gulden payments vurseid altidt mit die voller verschreven afftestediger und unbethaleder renthen. Sonder arg und list orkunde der warheit hebben wij burgermeistere schepen und rait der statt Elburg vurseid unse stattsiegell vor uns und unsen nakomelingen an dessen brieff gehangen.

Gegeven up petri ad cathedram na unses heren Jesu Christi geboerte im vijffthien hundersten und vijff und sestichsten jar.

N.B. Niet alle stukken van inventarisnummer 1029 zijn getranscribeerd.

1174 Lijst dergenen, die jaarlijks losrenten heffen van de stad Elburg, met het bedrag dier renten, opgemaakt door den secretaris WOLTER PETERSZ, (c. 1565).
Lijst met namen degene die jaarlijks losrenten heffen van de stad Elburg, met het bedrag der renten, opgemaakt door de secretaris Wolter Petersen.

Ca. 1565.

Rolle inholdende die namen unde tonamen dergener die jaerlicxe lossrenthen heffen und lichten op die stadt Elburch und hoevoel die renthen sijn.

Die pastorie der stadt Elburch sess ridergulden tstuck ad 24 stuver Brabants.

Item twee Philips gulden ad 25 stuver Brabants tstuck.

Die priester die den godsdienst van Vaelhekt gestifftet in die parochykercke der stadt vurseid bewaret, twee golden gulden tstuck ad 28 stuver Brabants.

Die priester die den godsdienst van salige Hille Maess gestifftet in die kercke vurseid bewaret, vifftenhalven golden gulden ad 28 stuver Brabants tstuck.

Dieser lieve vromen gilde binnen der stadt vurseid sess ridergulden tstuck ad 24 stuver Brabants.

Sant Agnetenconvent binnen der stadt vurseid 49 stuver Brabants.

Die arme melaten binnen der stadt Elburch vurseid drie golden Rijnsch gulden.

Die kercke to Oisterwolde vifftenhalven golden gulden tstuck ad 28 stuver Brabants.

Sant Agnetenconvent binnen Campen derthiendenhalven golden gulden ad 28 stuver Brabants tstuck.

Den godsdienst van Ave Sijbrants in onser liver vromen kercke binnen Campen gestifftet viffthien golden gulden ad 28 stuver Brabants tstuck.

Item gifft die stadt Elburch Coninclijke Majesteit des jaers vierdenhalff olt groet to tijnse.

Den dienst sant Hironimi binnen die kercke vurseid vifft golden gulden tstuck ad 28 stuver Brabants.

Aelt Heymansen ses ridergulden ad 24 stuver Brabants tstuck.

Beertgen Lamberts drie ridergulden tstuck ad 24 stuver Brabants.

Janneken Vrancken sesstich gulden ad 24 stuver Brabants tstuck.

Marie van Bomel twyntich Philips gulden ad 25 stuver Brabants tstuck.

Aernt Heymansen achthien Carolusgulden tstuck 20 stuver Brabants.

Johan Egbertsen achtenhalven golden gulden tstuck tot 28 stuver Brabants.

Die erffgenamen van salige Meister Arent to Bocop vijff enckele Gelderschen ridergulden off derselver gerechte weerde.

Antonis van Doornick acht golden gulden ad 24 stuver Brabants tstuck.

Wilhem Verloyven erffgenamen anderhalven ridergulden.

Die erffgenamen van Antonio Goltsmit twaleff daler ad 30 stuver Brabans tstuck.

Docter Frederick van Boyemer twaleff Carolusgulden ad 20 stuver Brabans tstuck.

Geextrahiert uith den rekenboucken und registeren der stadt Elburch bij mij Wolter Petersen secretaris der selver stadt.

1185 Schuldbekentenis, door den magistraat afgegeven aan FREDERICK VAN BOEYMEER wegens aan hem verschuldigde gelden, 1567. Met eene volmacht, door GEERTRUYT BACLER, weduwe van Mr. FREDERICK VAN BOYMEER, te 's Gravenhage, verleend aan JORIS VAN BUCHOLT te Harderwijk om van de stad Elburg rente over 10 1/2 jaar te vorderen, 1591.
Burgemeesters, schepenen en raad erkennen schuldig te zijn aan Frederick van Boyemer 200 Karolusgulden, waarvoor zij hem een rente van 12 Karolusgulden per jaar zullen betalen, gaande uit de stadsweerden.

10 Maart 1576.

Wij burgemeisteren, schepenen ende rhaedt der stadt Elburch in naem ende van wegen der selver stadt doin kondt ende bekennen mits desen zu wij den weledele heere Meister Frederick van Boyemer rhaedt etc. ter oirsaicke van verscheiden diensten, rheisen vacatien ende oick verschoten costen opgemelte stadt Elburch tot unsen ernstiger versouck gedaen und dat tot onses stats hoichnodich behouff schuldich sijn worden zeeckere merckelicke summe van penningen daervan wij den selven in gelde ende andere assegnate betailt hebben soe veele dat die resterende summe suyver gebleven twee hondert Karolusguldens ad twintich stuver gevaluert den gulden gerekent hebben wij burgemeisteren schepenen ende rhaedt der stadt Elburch vurseid den voirnoemde Van Boyemer voor die resterende summe gerestituert ende restitueren mits desen een jairlixe renthe van twaleff Karolusguldens ten prise als baven belovende den duckgemelte Van Boyemer, zijnder huysvrouwe oeren beide erven ende naecomelingen offt sonder van desen met oiren wille die voirschreven jairlixe rente van twaliff Karolusguldens van prise als baven alle jaere tho voldoen ende betalen binnen der stadt Arnhem in oeren vrijen zeeckere behalt wij dach ende dan in desen veerthien dage voir off na onbegrepen, ende daer voeren tot eenen expresse ende speciale hypoteque offt onderpandt gestalt ende stellen mits desen onser stadts havene ende weerden omtrent onser stadt voirschreven gelegen ende voirts generalicken verbindende ende verobligeren bij gebreck van quader betalinge alle stadts rhenten guederen in ende op komen niet daer van uitgesondert omme met enen dagelixen peynder voir die hoifftsumma ende achterstadige renthe vandien daer aen te moege peynden ende met den panden voirt tho varen als voer binnenjaersche pacht ende herenrente ende of deselve met allen rechten uythgesleten ende verwonnen waeren. Ende off d voorschreven Van Boyemer zijnre huisfrouwe, oere erven tot enigen tiden wider ende beter vestenisse begerden, sullen wij schuldich zijn des versochte zijnde tot allen tijden dselven vestenisse nae stadt ende landtrecht tho doin. Welverstainde dat wij burgemeisteren, schepen ende raedt der stadt voirschreven d voerschreven renthe sullen moegen lossen ende quyten met de verseide summe van tweehondert Karolusguldens then prijse als boven mitz een halff jaer tho voerens die losse schriftlick denunchierende ende verkundigende.

In oerkonde der waerheit hebben wij burgemeisteren schepen ende rhaidt der stadt Elburch an desen unser stadt uithangende zegel daer hangen und unsen secretaris beseglen desen tschreven und onderteickenen.

Gegeven ter Elburch den thienden martij int jaere ons Heren XVc soeven und sestich.

... Wolterus Peters secretarius Elburgensis ... consulum et senatorum Elburgensis parsentes scripsi et subscripsi manu proprit.

Volmacht door Geertruyt Bacler weduwe van Mr. Frederick van Boyemer te ‘sGravenhage, verleend aan Joris van Bucholt te Harderwijk, om over 10½ jaar rente van Elburg te vorderen.

22 Februari 1591.

Wij burgemeesteren ende schepenen in sGravenhage ourconden aeneen yegelicken dat voor ons gecomen ende gecompareert es joncfrouwe Geertruyt Baclir wedue wijlen Meester Fredrick Boymer, in sijn leven raet inden Hove van Hollandt, soo voort haer zelven als moeder ende voochdesse van hare kinderen bijden voorsei­de Meester Frederick geprocreert. Ende constitueerde ende in aecte machtich mits desen joncheer Joris van Bucholt wonen­de tot Harderwijc omme vuer ende uuyt den name haer constituante te manen, eyssen op bevel ende ontfangen thien jaren ende een halff verlopen renten tot twaelff gulden sjaers, die sij constituante sprekende heeft opte stadt vander Ehlburch, mits dat hij geconstitueerde deselve stadt sal laten affslach strecken drie jaren ende een halff quytseldinge. Quitantie van zijnen ontfanck te geven ... ende quitsceldinge daervan te dhoen. Ende des noot zijnen daeromme rechts te spreken ende plegen, soo wel in eyssen als verweren voor alsulcken rechten te staen node zal mogen zijn, Ende voorts alles te doen ende te hanteren wes zij consti­tante allomme present ende voor egen zijn doen ende hanteren zoude mogen o... van machten ende waerden tehouden, alle tgunt bijden voorseide Bucholt ofte sijne gesubstitueerdens in tgunt voorseid es gedaen, gehandelt ende gebesongeert zal mogen te werden.

Onder alle verbanden van rechts weges daer toe storende ende behorende des ten oerconde tgemeen zegel ten zaecken van sGravenhage voornoemt hieronder op gedaen druc­ken upten 22en februarij anno XVc een ende tnegentich.

Meester... 1591.

Dorsaal:

De weduwe van den raetheer Frederick van Boimer vordert de beloofde penningen 1591.

1186 Acte, waarbij de magistraat van Elburg aan Mr. FREDERICK VAN BOEYMEER eene toelage van een half vat boter voor den tijd van drie jaren toekent, 1567. Met een minuut, en een afschrift eener oudere acte.
Copie
13 April 1576.

Wij burgemeisteren, scepenen und rhaedt der stadt Elborch doen kondt ende certificeren mits desen soe Meister Frederick van Boeymer, rhaedt etc. sich tegens uns ende unser stadt stedes dienstwillich heeft laeten vinden ende noch unlancx der selven stadt grooten dienst met verscheyden reysen ende vacatien gedaen. Daer voire wij ( woe billicx) zijne weledele verzeckerheyt gedaen ende zoe daen opgemelte Van Boeymer opgemelte stadt in allen aenvallende billicke saec­ken voir te staen, toe defenderen ende met zijn rhaedt toe assisteren (edoch tot des stadts costen ende ge­beurlijcke vacatien voir­den tijt van dre (doorgehaald: ses) jaeren gepre­sentert, hebben wij burgemeisteren, scepenen ende rhaeden verscreven, gecon­sy­de­reert ende overgemerckt unser stadts gele­genthe­yt, den voirnoemde Van Boeymer toegesecht eenre jaerlixe cleynen pensioen van een halff vath goe­den rhoeden booter tot Arnhem aen zijne weledele be­huysongh te leveren, alle jaeren inde maent van meij oft daer­om­trent ende zal daervan het eerste jaer verschenen zijn, nu in maijo toecomende ende zoe voirts van jaere tot jaere, de verseide dree (doorgehaald: ses) jaeren gedurende ende langer nyet. Ten were dat wij naer ommeganck der dre (doorgehaald:ses) jaeren anders met den anderen accor­derden ende oft gebeurde dat opgemelte Van Boeymer bynnen de verseide ses jaeren storven (dat Godt versye) zal die pensioen mede doot zijn. Welverstaende dat die pensioen vanden jare daerinne zijne weledele geraken mocht te ster­ven, aen handen der wedue oft zijnen erven betaelt zal wor­den, daer vur dan veel oft luttel tijts vanden verseide jaere ummegecomen.

In oirkont der waerheyt zoe wij dit nae te gaen gemeynt hebben hieronder opt spatium deses, unser stadtzecreetzegel gedruckt.

Actum bynnen der Elborch den 13en aprilis anno XVc seven ende tsestich.

Dorsaal:

Desen gelicke copien hefft edele Frederick van Boyemer.

Burgemeesters, schepenen en raad beloven aan Mr. Frederick van Boyemer wegens aan de stad bewezen diensten, een jaarlijkse toelage van een half vat goede rode boter gedurende drie jaren.

13 April 1567.

Wij burgemeisteren, schepenen und raidt der stadt Elburch doin kondt ende certificeren mits desen, soe Meister Frederick van Boyemer rhaidt etc. sich jegens ons ende onser stadt stedes dienstwillich laten vunden hefft, ende noch onlancx der selver stadt groten dienst met verscheyen reisen ende vaca­tien gedain, dair waeren wij (woe billicx) zijne weledele versekerheit gedaen ende so dan opgemelte Van Boyemer opge­melte stadt in allen aenvallende billicke saicken voirtstaen ende defenderen ende meth sijn rhaedt tho assis­teren (edoch tot des stats kosten ende gebeurlicke vacatien) voirden tijt van dreen jaeren gepresentert, hebben wij burgemeisteren, schepen ende rhaedt voirseid geconsidereert und angemerckt onser stadtz gelegentheit, den voirseide Van Boyemer to gesacht ene jairlixe cleyne pension van een halff vath gueden rhoden botter tot Arnhem an sijn weledele behuisongh tho leveren inden maent van meij off daer omtrent, ende sal dair­van het eerste jaer verschenen sijn nu in maio thokomende ende soe voirts van jaere tot jare, die voirseide dree jaren gedue­rende ende langer niet.

Then were dan dat wij na ommeganck der dreen jaren voirschreven anders met sijn weledele accorder­den ende offt gebeurde dat obgemelte Van Boyemer binnen de vurseide dree jaren storve (dat Gott voersye) sal die pensioen voirschreven mede doit sijn.

Wel­verstaende, dat die pensioen vanden jaere daerinne sijne weledele geraken mochte tsterven, aen handen der weduwen off zijnder erven betailt sal worden, daer weer dan veel offt luttel tidts vanden vurschreven jaer ommegekomen.

In oerkondt der waerheit, soe wij dit voirschreven alsoe nae tho gaen gantzlic gemeint sijn, hebben wij hieronder opt spatium van desen onser stadtsecreethzegel doen drucken.

Actum bynnen der Elburch den 13en aprilis anno XVc seven und tsestich.

Die pensioen vanden halve vath boters in desen gevoert is bij een eersaeme rhaet der stadt Elborch gecontinueert ende beloofft te betaelen noch drie jaeren nae dato van desen, teic­kende mijn secretary handt hyer onder gestelt opten 3en junij, anno twe ende tseventich.

Dorsaal:

Obligate aen Frederick van Boymer van de stadt Elburch.

Pensioen vander stadt Elborch dreen ... boeter bomer anlangende.

...porter bumer of boeter buvier.

Burgemeesteren, schepenen en raad der stad Elburg beloven Mr. Frederick van Boeyemer wegens zijn verdiensten jegens de stad , gedurende zes jaren een half vat goede rode boter te zullen leveren.

1 Januari 1567.

Wij burgemeistern, scepenen ende rhaeden der stadt Elborch doen kondt ende certificeren mits desen alzoe Meister Frederick van Boeymer rhaedt etc. der voirseide stadt, zeeckere merckelicke ende groete diensten gedaen ende van ons in naem en van wegen opgemelter stadt noch alles goets tot zijne weledele versyen.

Op dat dan zijne weledele alsulcke diensten zoude willen continueren, hebben wij den voirseide Van Boeymer toegesacht ende beloeft toeseggen ende beloven, mits desen alle jaeren inde meymaent toe leveren en halff vath goede roeden boter ende dat ses jaeren naeden anderen gedurende, ten weer saeck dat naer ummeganck der voirscreven ses jaeren wij met zijne weledele anders accordeerden und heeft voirseide Van Boeymer ons wederom belooft der stadt Elborch nyet tegens dan in alles mede te dienen, edoch op des stadts costen ende gebeurlicke vacatien te weten sdaeghs twe Carolusguldens voir zijne vacatien.

In oorkonde der waerheyt hebben wij burgemeistern, scepenen und rhaeden voirscreven desen met des stadtssecreet hier onder gedruckt bevesticht.

Actum den 1en januarij anno XVc seven ende tsestich.

Dorsaal:

Bomer van der botther.

1187 Acte, waarbij de magistraat van Elburg erkent schuldig te zijn aan DIRK BAEK 100 enkele daalders, 1568 (minuut).
kte waarbij de magistraat van Elburg erkent schuldig te zijn aan Dirrick Baeck 100 enkele daalders.
A
3 Maart 1568.

Wij Cracht Wolters und Johan Greve burgermeisteren binnen der stadt Elburch, Arent Heimanszoen, Henrick Reeffs, Lubbert van Loue, Dibbolt Feit, Johan tho Bocop, Warner Jacobsoen, Gherrit Loiffsoen und Bartoldt Top, schepenen binnen der stadt Elburch vurseid liden und bekennen mitz desen dat wij tot unser statt behoiff van unsen mede raidtvrunt Dirrick Baeck up dato van desen untfangen hebben hondert enckel daler den daler tot die weerde van dertich gude gevaluerte stuver Brabants gerekent woirvoir wij een nu (doorgehaald:onleesbaar) verstaenen ... ad weder (doorgehaald:geven) betalen sullen hondert und thien enckel daler payments vurseid mit den bescheide dat wij een van die voirseide summe op betaeldach vurseid korten (doorgehaald:summe) sullen die summe hie martini inden winter eerstcomende, van die naweide van der haven schuldich sal sijn und bij gebreck van betalinge vurseid soe beloven wij burger­meisteren und schepen vurseid van wegen der statt vurseid, voir allen handen und schaden geleden und gedaen intostaen und Dirrick Baeck vurseid kostelooss und schadelooss to holden.

Sonder arch und list (doorgehaald:des to) ourconde (doorge­haald:hebben wij burgermeisteren und schepen voirseid ende dit mit eigener hant onderteicket) unser statssecreethsegel hieronder gedruckt am 3en martij anno XVc LXVIII.

Dorsaal:

Minute van een obligatie der stadt Elburch aen Dirck Baeck; anno 1568.

1188 Acten betreffende door de stad geleende gelden ten behoeve van onderhoud van soldaten enz., 1573-1574 (minuut).
Burgemeesters, schepenen en raad verklaren te hebben geleend van Egbert Jansen met zijn kinderen, Henric Egbertsen met zijn vrouw Jenneke en Evert Jansen met zijn kinderen 200 enkele daalders, welke zijn aangewend voor het onderhoud van soldaten.

15 ... 1573.

Wij burgemeisteren, schepenen und raedt der stadt Elburgh doin kondt allen lueden und bekennen mit desen apenen brieve voer onss end onsen nakomelingen dat wij mit voorberaet onse gemene burgeren an gereden gelde ontfangen hebben van Egbert Jansen mit sin kinder die eene helffte und van Evert Jansen mit sin kinderen mit Henric Egbertsen und Jenneken sin huisfrouwe (doorgehaald:tsamen) die ander helffte tosamen dye somme van tweehondert enckel dalder van 30 stuver Brabants stuck, dselve penningen wij tot behoef onser stadt daermede Coninclijke Majesteits soldaeten in brandt ende anders onderholden zin) uuitgegeven hebben. (doorgehaald:alsoe dat onse stadt alle dage soe langer hoe meerder in grootelijck ten achteren kompt.)

Voor welcke vorseide 200 daelder wij dvorseidepersoenen in pantschap ende int gebruick gedaen hebben dye helffte van eenen werdt onser stadt tobehorende, gelegen opder zee ande noirtzijdt vande Goirsluis daer van die weder helffte Egbert Jansen vorseid und Jan Gerrits eertijts van ons in pantschap genamen und noch hebben. (doorgehaald:voorder belaeven wij burgemeisteren, schepenen und raedt vorseid dat wij dvorseide Egbert Jansen und sine kinder vorseid die eene helffte und Evert Jansen oeck mit sin kindereen mit Henric Egbertsen und Jenneken sin huisfrouwe die andere helffte vanden voorgenoemde halven weerdt) van stonden an commer vrij (doorgehaald: willen welcken vorseide halven weerdt zij zullen anvangen levend dselve zij den tijt) tot oeren schoensten und meesten profijt mit hoeyen und weyden nabuerlijck (doorgehaald: moegen anvangen und) voorde rente van desse vorseide 200 daelder pantsge­wijse (doorgehaald:onleesbaar sullen ) gebruicken denselven halven weerdt wij hem belaeven twillen vrijen, wacht ende waeren oeck allen voorcommer daer van afdoin gelijck dat pant­schapsrecht iss. Eedoch altijt voorbehalden dat wij borgemeisteren, schepenen und raedt vorseid off onsen nakomelingen van wegen onser stadt nhae ombganck van 8 jaeren desen halven weerdt an onss mogen vrijen ende quitkoepen mit gelijcke 200 daelder van 30 stuver Brabants tstuck payments vorseid mits dselve losse eene vanden voorseidepersonen een vierdel jaers tbevorens op toe segge daermede desse ( doorgehaald:onleesbaar) pantschap alsdan doot und toe niete zal weesen ende blijven.

Allet vorseide sonder argelist. In orkonde der waerheit soe hebben wij onser stadtsegell onder an desser apenen brief doin und hieten hangen.

Gegeven inden jaer onss sHeeren duisent viffhondert drie und tsoeventich opten 15en dagh des maendts.

Burgemeesters, schepenen en raad verklaren te hebben geleend van Wilhelm Bentinck, rentmeester op Veluwe en zijn vrouw Hendrika van der Anxstell 300 daalders, welke zijn aangewend voor onderhoud van de soldaten en voor herstel van de Goorpoort.

1574.

Wij burgemeisteren, schepenen ende raedt der stadt Elburgh doin kont allen lueden ende bekennen mit desen apenen brieve voor onss und onsen nakomelingen, dat wij mit consent volbart onser gemeenten, gemene burgeren ende inwoeneren tot onsen versueck guetlicken ontfangen hebben vanden erentfeste und frommen voorsichtigen Wilhelm Bentinck, Coninclijke Majesteits rentmeister op Veluwen und joffer Henrika vander Anxstell sin lieve huisfrouwe die somma van driehondert enckel daelder tot dartich stuver Brabants gevalueert elcken derselver daelder gerekent, dye wij thot nutt, orber und profijt onser stadt angelacht und gekeert hebben. Want onser stadt in korten jaeren vermits krich, und orloch groete penningen hebben uuitgegeven, vermits die onder­haldonge van Zine Majesteits soldaeten binnen onser stadt liggende, wije van gelijcken dat rondeell vandie Goerpoerte id welcke eensdeels inden gront storte mit groeten kosten weder opgemaeckt, baeven alle die zwaere lenongen, schattongen und roeybaersen gelt wij hebben mueten opbrengen und betalen und noch dachelicx betaelen mueten, daer durch onse stadt zeer ten achter gekamen und verloepen iss worden etc. voor welcke driehondert daelder wij burgemeisteren, schepenen ende raedt der stadt Elburgh vorseid hebben gedachter rentmeister Bentinck zaemdt sin lieve husfrouwe und oeren erven in gebruick ende pandtschap gedaen eene van onser stadt weerden liggende op de zee westwert, oestwert tegens den olden kerckhoff und die hoeven ande noirtzijdt vanden zelven olden kerckhoff, zuytwert den werdt, recht tegen den olden kerckhoff die Rent Marckersen in pantschap heeft noirtwert den weerdt beneffens den Mollenberch bij Wilhelm Cornelisen gepacht den thijt van zes jaeren steede ende vastet dselve anstont toe moegen anvangen, thot oeren schoen­sten ende walgevallen uut oerber ende meesten profijt toe hoeyen offte toe weyden moegen genieten und gebruicken sonder ymants bekroen offte wederseggen.

Voorbehalden altijt dat nhae ombganck der vorseide zes jaeren wij burgemeisteren, schepenen und raedt offte naecommelingen alsdan op sinte Petersdach ad catedram alsmen schriven sal anno domini duisent viffhondert tachtentich. offte daernhae tot onsen walgevallen op alle sinte Petersdach edoch bynnnen 14 daegen (doorgehaald:dae) voor ofte nhae onbehaelt desen voorseide weerdt wederom vrijen, lossen und quitkoep moegen mit gelijcke 300 daelder payements vorseid mits losse een vierdendeel jaers tbevorens op toe seggen.

Allet vorseide sonder argelist, orkond der waerheit hebben wij burgemeisteren, schepenen und raedt der stadt Elburgh vorseid (doorgehaald:van) onser stadtsegel mit unser rechter wetentheit an desen apenen brief gehangen. Gegeven inden jaer onss sHeeren duisent viffhondert vier ende tsoeventich opten.

1189 Acten betreffende door den magistraat van JOHAN EGBERTSZ. en zijne vrouw EVERTJE geleende gelden, 1575-1576 (minuut en afschrift).
Burgemeesters, schepenen en raad erkennen schuldig te zijn aan Johan Egbertsen en Evertyen zijn vrouw een rente van zes daalders 's jaars, gaande uit een stadsweerd liggende aan de zee.

26 September 1575.

Wij burgemeistern, schepenen und raedt der stadt Elburgh doin kont allen lueden ende bekennen mits desen apenen brieven voor ons end onsen nakomelingen, dat wij mit consent und beraedt onser gemeenten gemene borgeren end inwoneren schuldich zin gerechter jaer renten Johan Egbertse­n, Evertyen zin echte huisfrouwe end bij gebreck oerer oeren erffgenamen zes ende daelders van 30 stuver Brabants voor elcken dalder tbetalen op dach Michaelis archangeli uuyt onser stadt weert liggende in onser stadt Vrijheit westwert opdie zee ostwert anden Gemenenwech zuuytwert op eenen afgepaelden weert nhae anden voirt noirtwert liggende anden anderen werdt op geenssijdt vandie Nijsstadt. Daervan op dach Michaeli vorseid etc. is dat eerste jaer rente verschenen zal zijn. End iss widers bevorweerdt dat Johan Egbertsen und sin huisfrouwe tselve eerste jaer renten sullen ontfangen vandie pachters die denselven weerdt noch van onss id anstaende jaer allene in huir hebben die tselve an onsen betalonge zal verstrecken. End nhae expira­tie vandien zin wij mitten selven Johan Egbertsen und sin huisfrouwe verdraegen dat zij densel­ven weerdt van onss jaerlicx in pachte sullen hebben voor .. Philips gulden van 25 stuver Brabants tsuck, welcke pachtonge zal gedueren soe lange wij hem off oeren erven desse vorseide rente, wanneer id onss welgevallet eens op sinte Michaelis­dach ofte bijnnen 14 daegen daernae onbehaelt mit eenhondert gelicke dalder sullen afgelost hebben alsdan sal desser pachtonge und renthe wederom door ende toe nieten weesen und blijven end is mede in desen bevorwert.

Dwijle zij echteluyde vorseid noch een rente van onser stadt hebben van 7½ pacht gulden die zij eertijts van zalige Warinckhoff und zin huisfrouwe moegen verkregen heb­ben, heercommende vande Van Hueckell dat zij dselve an desse vorseide pachtpenningen jaerlicx mede moegen korten soe lange desse pachtonge gedueret und nae expiratie van dien moegen zij dselve 7½ pacht gulden vorderen soe zij wes hertoe gedaen hebben, end die averrensche jaerlicxe pachtpenningen sullen zij gehalden zin alsdan jaerlicx op Martini inden wynter. Edoch bynnen 14 dagen daernhae onbehaelten bynnen deser stadt an handen onser stadt rentmeistern vrij, costeloes end schadeloes tleveren belaevende (soe nodich) denselven echteluyde hier van voorder vestenisse tdoin, daermede zij end oeren erven sullen verwaert zin ende blijven.

Sonder argelist in orkonde der waerheit soe hebben wij borgemeistern, schepenen und raedt vorseid onser stadtsegel mit onsen wil ende weten an dessen apenen brief doin hangen.

Gegeven inden jaer onss sHeeren dusent Vc LXXV opten 26en dach septembris uuythangende mit een groet groenen wassen zegel.

N.B. Niet alle stukken van inventarisnummer 1189 zijn getranscribeerd.

1190 Acte, waarbij de magistraat verklaart ontvangen te hebben van de kinderen van wijlen GERRIT HEECK 600 philipsguldens, 1577 (minuut).
Burgemeesters, schepenen en raad verklaren ontvangen te hebben van Derrick Heeck en Weyme Heeckx, kinderen van wijlen Gerrit Heeck 600 Philips gulden, waarvoor zij jaarlijks 36 Philips gulden rente zullen betalen, gaande uit een stadsweerd gelegen aan de weg naar Doornspijk.

31 Januari 1577.

Copie

Wij burgemeesteren, schepenen und raedt der stadt Elburch doin kondt alle lueden und bekennen mits desen apenen brieve voir onss ende onsen nakomelingen, dat wij mit voirweten ende consent (doorgehaald: und) unse gemeenen gemene borgeren und inwoneren guetlicken in (doorgehaald:gel) gerede (doorgehaald:geld) gelde opgebuert und ontfangen hebben (doorgehaald:op huyden datem deses) van zalige Gerrit Heeckx, achtergelaeten tween kinderen genandt Derrick Heeck und sin suster Weyme Heeckx tocommende yder dhelffte tosamen dye summa van seshondert Philips gulden`van viff ende twyntich stuver Brabants tstuck payments soe id nhae dye faluatye inden forstendomb van Gelre als oeck bynnen onsser stadt onlancx afgeropen und gepubliceert geldende iss (doorgehaald:desel) deselve penningen hebben wij tot profijt onser stadt angelacht und daermit oeck afgelost eenen onser stadtsweerden wij verleden jaeren vermits krich und oorloch in nooth verpandt hadden, voir welck summa van penningen wij in craft deses sbriefz voor (doorgehaald: vur) unss und unsen nakomelingen van gerechter jaerren en verkoft hebben und schuldich zin dvoorgenoemde Derrick Heeck und Weyme Heeckx und oer beijden erven ofte holden deses briefz met oer ofte oeren erven willen die su­mma van sess ende dartig (doorgehaald:stuver Brabants) gelijcke Philips gulden (doorgehaald:van 25 stuver elcken derselver Philips gulden) ofte payme­nts in tijt der betalonge, daer voor guet wesende (doorgehaald:gerekent) daer van op Onser Lieve Vrouwendach toe lichtmissen inden eerstvolgenden jaer (doorgehaald:XVc) anno acht und tzoeventich (doorgehaald:verschenen). Edoch bynnen 14 dagen daer nhae onverhaelt id eerste jaer derselver renten verschenen sal zin und se voort jaerlicx ende alle jaer edoch op een wederlosse nhaebeschreven uuyt eene van onser stadtsweerden wesende der eersten weerdt aver den voirt (doorgehaald:bi) gelegen oestwert an eenen weech gaende vander Elborch nae Doernspijck, westwert opde Here vortwert den voirdt zuuytwert liggende an onse stadtsweerden.

Mit expresse conditie und vorweerden die ghenigen die den voorgenoemde weerdt van onse stadtrentmeesteren (doorgehaald: pachte ofte) soe lange desse vorseide renten nyet afgelost en is, pachten dat dye voer eersten in afslach oere belaefftde pachtpenningen sullen gelaeven ende alle jaer opten betaelsdach voorseid anden voorgenoemde Derrick Heeck und zin suster Weyme vorseid desse vorseide rente betaelen, costeloes end schadeloes vrijgelt sonder datmen daer yetwes an sal moege korten enige ongelden et waeren den heeren schattonge ofte hoe men dye solde moegen noemen, ghene uuytgesondert.End belaeven wij desse vorseide rente twillen vrijen,wachten und waeren soe dat behoirt oeck desselven (indien nodich und zye ofte oeren erven dat van onss begeren) wyr opdracht und gerichtlicke vestenisse tdoin daermede zij tallen tijden sullen verwaert zin und blijven. End waert saeke dat (doorgehaald:inden) betalongen der vorseide jaerrenten up dach vorse­id alle jaer nyet voldaen und betaelt worden, oder dat zij ofte oeren erven bijde waerschaph ofte varder vestenisse ennich hinder off schaede leeden off kreegen,soe moegen Derrick und Weyme vorseid off oeren erven (doorgehaald:oder ymants vanoer een ofte beyden wegen) nhae gewoente van unsser stadtrechten anden vorgenoemde weerdt voorts an alle onse stadtsweerden guederen peinden voorts (doorgehaald: zi) ant gerede (doorgehaald:nij) zij daerop bevinden ende daermede voirtvaeren (doorgehaald:als) gelijck off dselve voer heeren renten ende bynnen jaersche pacht gepent, uuytgesleten ende verwon­nen waeren. Edoch voorbehalden dat wij ofte onsen nhaekommelingen tallen tijden op Onser Lieve Vrouwendach toe lichmisse, edoch bynnen 14 dagen daernae onbegre­pen, desse jaerlicxe rente tosamen moegen (doorgehaald:affkoepen) lossen und vrijen mit gelicke seshondert Philips gulden payments vorseid in tijt der aflosinge daer voorseid (doorgehaald: nhae inhalt dye halven altije alsdan bynnen deser stadt lest afgeropen zijnde daer voorseide) guet wesende ende daerbij betalende dye rente (doorgehaald: als desen alsdan) verschenen ende onbetaelt bevonden wordt.

Mitz (doorgehaald:dat) dvorsei­de losse een jaer tbevorens op tseggen, oeck iss midt bevorwerdt dat wanneer nhae ombganck deerste 10 jaeren Derrick und Weyme off oeren erven onss off onsen nakomelingen een (doorgehaald:halff) jaer tbevorens doin verwittigen, dat wij alsden van wegen onser stadt verplicht und gehalden zullen zijn desse losse in maeten vorseid tvoldoen sonder langer ophaldonge vandier limmers moegen zij soe wail die hoeff­tsumme als die jaerlixe rente mit penninge soe vorseid excutieren.

Sonder argelist etc., in orkonde der waerheit soe hebben wij (doorgehaald:onleesbaar) burgemeesteren schepe­nen und raedt vorseid mit onser rechter wetenheit onser stadtssegel onder op desen brieff doin hangen.

Gegeven inden jaer duisent vifhondert zoeven ende

Ingekomen stukken, 1580

  • donderdag 23 januari 2014 21:40

Inventarisnummer 160:

Nummer 1

Gunstige guide vrundt heer richter, wij sunnen desen nacht gewaerschouwet dat den vyandt herwers ilett, bij sich hebben etliche schuidtten up waegens waerhen und woert gelden sall is unsen bewuist. Begeren derhalven dat u lieden in aller (doorhaling: is) ill mett der clocken slach met der huisluiden up der stroem toe huilpe koemen. Ilendtz Hattum.

Borgemeysteren schepen und raidt der stadt Hattem.

Mijne heren wylt terstonde van etzelycke borgers uuyt senden om myt ons na Hattum to trecken ende verdiget dese brieff ofte een ander aff na Doerspick Oesterwolde dat daer als hyer geschiet dye klockgeslaege in aller ille geslagen ende dye huisluiden op dye ker[ck] mogen kommen.

U lieden frunsthelycke gude vrundt,

Wylhem Bentynck, richter des ampts Oldebroek.

Nummer 2

Ersame, wijse und vursichtige gunstige guede frunden, wij en kunnen u ersamen gunstiger meijnungh niet bergen, wie dat onser genediger heer stattholder ons toegeschreven ende operlacht, desen u ersamen toe verstendigen, als dat sijne genedigen in corten daege nae Antwerpen tot der furstlichen durchluchtigen und den hern printzen van Oranguien, daeran soewell der vaderlandt, als oick vuerneemblich desen furstendomb und graeffschap hoich gelegen, verreijsen moet, omme myt sijn furstlichen durchluchtigen ende den heren printzen vuerden ainstaenden landtdach toe communicieren, derhalven niet moegelick will sijn dat zijne genedigen den 25en junis, op welcken dach den landtdach sijn soll, erschienen sall kunnen, waeromme die bijkhompst ader versaemelungh (doorh.: der versaemelung) der landtschap te (doorh.: muegen) rugge gestaldt werdt tot dat sijne genedige einen eigentlichen dach benennen ende aenstemmen doen.

Edoch kunnen u ersamen vorder niet berghen, als dat die gedeputierden der naerder geunierden provincien den 14en deser aen der ritterschappen, sampt hoefft- ende cleine steden deses Arnhemschen quartiers eine missive avergesanden hebben, daer inne sulcke gewichtige saicken bevonden, dat ons gantz noedich gedocht heeft een quatierdach uuyt te doen schriven, om tselve schrijven myt ein anderen to communicieren ende rijpelick to overwegen. Gelanght demnha onse frundtliche begeren, dat u ersamen orer gesanten onweigerlich (alle onschuldt terugh stellende) op dinsdach wesende den 26en dach deses lopende maents des avontz bynnen Arnhem verfuegen willen, bij verloss ihrer stemmen, und dwiell soe vuell ende mercklich den algemeinen vaderlandt ende twelvaeren van den daer aen gelegen is. U lieden kommen dan oder niet, sullen

2.2
gelickewaell myt der aversende (tot consernatie onser aller) inder saicken toe procederen veroersaeckt werden.

Alsoe oick opten lestgehaldenen landtdach bij die alinge landtschap eind rechtelick entslaten is, datmen sijne genedigen tot eine verehrungh ende contentement der creditoren toeleggen solde twelff duysent carolus gulden wie geschiet yss, die selve te verdeilen (mytz verderff des overquartiers) op die drie quartieren, daer van uwer statts portie bedraeght sess ende tsoeventich charolus gulden achtien stuver.

Wie insgelicken opten lestgehaldenen quartiersdach bij die semptliche anwesende ritterschappen ende stedegesanten in plaetze van die horenbiesten ende die geseijden landen in die generaall myddelen begrepen bewillicht is, alle maende op toe brengen op die platte landen. Een duysent carolus gulden ende uyt die steden ieder vijfftich gelicke gulden, daervan uwer (doorh.: onleesb.) statt portie bedrieght vijfftich gulden als baven. Die welcke in aller ile uuytgesath, geinnet ende sonder ennige seumenis bethaelt moeten werden, daervan die ierste maindt omkommen sall sijn den iersten deses toekomende maendtz february. Iss demnha onse frundtliche begeren, dat u ersamen anstont sijn genedige toe gelachte pennongen vuereins und die andere in plaetz der hornbeesten alle maindt, tot drie maenden toe uwer statt portie als baven uuytsetten willen, op dat durch dien geene disorder van onses quartiers aengenamene repartitie en geschiehe, und den ordonnantie op die ruytteren und knechten gemaeckt volkomelick, sonder ennich inbrueck naegeleefft mach werden. Sulcx versien wij onss gantzlich tot u ersamen, die der Almechtiger langh wolfaerende.

Nummer 3

Johan graeff van Nassau Catzenelnbogen etc., stadtholder int furstendom Gelre undt graefschap Sutphen.

Eersaeme undt wijse lieve besondere. Wiewol wij van wegen onse vorhebbende reyse naer Antwerpen die vergadering van der landtschap tegens den 25 deses aengestembt affgeschreven, undt soo lange uuytgestelt hebben biss wij van onse wedercoemst etwas gewiss vernomen hebbende to rugge schrijven, undt eenen anderen sekeren dag benennen wurden.

Jedoch dewijl die gedeputierden deses furstendoms undt graefschap, tegenwoerdelijck van Antwerpen wederom gecomen sijn, undt wij van denselvigen allerhandt bericht ontfangen, undt daeruuyt verstaen hebben, wie hochnodich het zij dat die bijcoemst der landtschap so haest mogelijck geaccelereert worde hebbende yetzberuerte gedeputierden van wegen der furstliche durchlluchtige undt generael staten deser landtschap etlicke puncten te proponieren daeraen den vaderlandts wolvart gelegen is, die oyck ten ersten geresolvieert, undt die genamene resolutie tegens den 15 gedachtes maendts february wederom tAntwerpen durch eenige bijder landtschap daertoe gecommitterde ingebracht werden moet.

Soo begeren wij van u gunstichlyck niettemin amptshalven bevelende, gij willet uwe gedeputierde met genoechsaemer volmacht undt sonder hinder sich brengen geauthoriseert tegens den 4 den toecomende maents february binnen Arnem laeten erschijnen, gestalt volgendes daegs beneffen den aenwesenden bannerheren, ridderschappen undt stedegesanten under anderen deses furstendoms undt graefschaps aenliggen to beraetslagen, undt endtlich to resolvieren, wie dat us voirtan den gewisse richtige undt solcke gubernaton moge gestelt worden, op dat betere kriegsdisciplin gehalden die biss noch toe van wegen der grooter voorduring voirgelopene beswaernigen undt landtverderffenissen affgeschaft, undt furnemlich durch eenige lijdtlicke undt dreglicke wege, als nemlich durch aenrichting der generael middelen, undt verhoginge vanden convoyen

3.2
(doorh.: undt furmeel) altoos gewisse penningen gefurniert werden waermede die kriegsluiden in gewisse betaling undt den armen burgeren undt huisluiden vanden hals geholden mogen werden, als zij sulckx alles uuit die relation obgemelter gedeputierden alhier komende breeder verstaen sult. Undt want hieraen naest Godt deser landtschap heyl undt wolvaert gelegen. So is nochmaels ons ernstlick gesinnen, gij willet deser versamling der gebuer besoecken laeten undt vermog des inder lesten vergadering (doorh.: en) der landtschap genomenen recess bij verliess uwer stemmen, durch uwe genoechsaem qualificierte affgesanten erschynen, des willen wij ons gewisselyck tot u verlaeten, undt bevelen u hiermede den Almechtigen. Datum Aernem den 19en january 1580.

U goede gunner undt frundt,

Johann graff zu Nassau Catzenelnbogen.

Nummer 4

De prince van Oraengien grave van Nassau etc, lieutenant generaal etc.

Eersame wijse discrete lieve bezundere. De burgemeisteren schepenen ende raedt der steden van Harderwijck ende El(doorh.: s)bourch hebben alhier zoe ons, als den welgeboren onsen zeer lieven ende voel beminden broeder grave Johan van Nassau verthoont die schade ende achterdeel die gemeen borgers schippers ende visschers zijn lijdende in heuren netten visscherijen ende handel door middel vande Hollantsche schepen ende visschers op den Gelderschen bodem comende, zoe ghijluiden sult moghen naedere sien uuyt de supplicatie tot dyen eynde gepresenteert ende hier bij gesloten, waeromme alzoe de redene is veryesschende dat een yegelyck in zijne competentie werdde gehouden, ende van schade ende ongelijck verhindt zoo tzelve den staet der voorseide borgeren ende armen visschers sunderlinghe is requirerende, ende oyck de naebuersche landen met malcanderen behoiren te leven in alle eenicheyt ende vrientschap, te meer door de (doorh.: meerder) naerdere Unie tsamen gevueght zijnde, hebben wij derhalven u lieden desen willen scrijven ten eynde bij u lieden sulcken regardt op tgene voor syn is, ende dinhoudt der voorseide supplicatie genomen mach wordden, dat ghij lieden ordre stelt dat een yegelicke blijve in zijne gerechticheyt ende de voorseide borgeren van alles onbeschadicht thier mede.

Eersame wijse discrete lieve besundere. Blijft Gode bevolen. Gescreven tot Campen den 4en marty 1580, onderstont u lieder goede vrient Guillaume die Nassau.

Gecollationeert metten originaele is dese copie bevonden t’accorderende bij mij secretaris van zijnder excellencie,

Boudewijn van Berlicom.

De superscriptie was:

Den eersamen wijsen discreten onsen lieven bezunderen gedeputeerden vanden magistraten deser steden vanden Noorderquartiers van Hollant.

4.2
Schrivens van den prince van Oraengien aende steden van Noort Hollandt van wegen seeckere clachte over die waterschippers bij die visschers van Harderwijck und Elburch gedaen.

Nummer 5

Ersame wijse ind vuersichtige gunstige guede frunden. Wij en kunnen u eersamen gunstiger welmeynungh niet bergen, wie dat alhier angekommen, ene missive vande durchluchticheyt des eertzhertogen, haldende aen bannerheren ritterschappen ind steden deses furstendombs daer van ieder quartier copie toegesonden is und soe id ene saicke is van groeter importantie daer aen dese landen hoech ind viell gelegen hebben. Wij goet gevonden in aller ile een quartiersdach uuyt te doen schrijven, wie wij niet en twyvelen of die andere quartieren en sullen gelickfals doen. Gelanght demnae onse frundtlicke begeren dat u ersamen onweygerlick (soelief als dieselve t vadelandt is) enige uuyt oeren midden tegens naestkomende manendach dess avontz wesende den 14 (doorh.: des) dach deses itzigen maendtz alhier binnen Arnhem afferdigen wyllen op datmen niet en derf seggen wan die resolutionen genoemen zijn (wie vuer deser tijt waell geschiet is) niet daer bij geweest om alsoe eendrechtelick daerop als oeck op alle andere wichtige saicken (die dagelix ons meer ind meer ankommen ind opgelacht werden) rijpelick mit een anderen te communicieren, te overwegen ende eyntlick te sluyten, damit op alles versien guede ordnungh gestalt ende twelvaeren onses vaderlantz behertziget mach werden. Und soe dan verleden lantdaege bidie anwesenden vander ritterschappen ende steden ingewillicht zijn zettene pennongen tot uwe vererongh van onsen

5.2
genedigen hern stadtholder die hoernbeesten, ende als anderen daer van u ersamen ire stadtz portie avergesanden is alnoch onse frundtlicke begeren dat u ersamen die uuytsettongh daer van geschieden wyllen laeten ende averbrengen. U ersamen hiermede in schutz ende scherm des Almechtigen bevelende. Geschreven den 9 marty 80.

Burgemeisteren schepenen ind raedt der stadt Arnhem.

Nummer 6

Copie.

Matthias von gottes gnaden eerdtzhertzog zu Oesterreich, hertzog zu Burgundien, Steyer. Karndten, Crayn unde Wientenberg, grave zu Habssburg und Tyroll etc., gubernator und capitain generaal dieser Niderlanden.

Unsern gruess, gnedigsten willen, und alles guts zuvor wolgeborn, edl, eernvest, ersame, glärth und weyse liebe besundere. Uns hat der auch wolgeborn unser lieber besunder Johan graff zu Nassaw Catzenelnbogen, ewer stadthelter bericht, welcher gestalt nit allain etliche undter euch sich in die naher und anfangklich zwischen etlichen dieser Niederlanden provintzen auffgerichte nuhmher aber vast von allen den anderen, und also der generaliteit selbst angenhommene Union, mit diesem aenhangk begeben, das bemelter ewer stadthalter derenttoegen unsere approbation aufbringen solte, sondern das auch etliche, und sonderlich die bannerheren sich gantz und gaer verwerygern, die selbe anzunhemen, mit vorwendung, als ob berürte nähere Union uns zu wider, und wir dar an kein gefallens tragen solten, daer auss den beneben anderen vielen inconvenienten auch dess erfolgtt, das die generale mittel und furgeshlagene repartition nicht ins werck gestelt, die zeitt mit vergeblichen disputieren zugebracht, viel gute errasiones versaumet, auch wer das alles merckliche verhinderung und unordnung, so wol in kriegs als regierungs sachen, und allerhandt unnachbarliche diffidentz und gefährliche division verorsacht werden. Mit vleisiger bett, wie wolten zu verhuetung weitern unraths, unsers gemüts und was der angeregten Union halben unser sin und maynung seij, uns gegen euch guedigst erklären.

Wärab wir in wairheit nit wenig verwundert, dan ob woll wir anfangklich in obangezogenen näheren Union etwas bedenckens gehabt, und lieber gesehen, das man es bey der eynmäl zwichen diesem sambtlichem provintzen im jhair anno 77 aufgerichten generaln Union gelassen, und allerseits dahin getrachtet und gearbeitet hatte, dämit dieselbe vast und bestendiglich were

6.2
underhalten und ins werckh gestelt worden, und aber nach der handt befunden, das durch die absunderung etlicher provintzen, den anderen (so fur das vatterlandt und ihrer aller libertet wider die Hispanier zu streitten resolviert geweest) grosse ursach gegeben worden, sich harter zusamben zuthun, und mit ain ander zu verbinden, damit also fernere separation verhuetet, und die generale Union (so yetz tertzelter mässen mit abweichung derenn von Arthois und Henegato geschwecht worden) von newen confirmiert, bekreftiget, und wol effectivert worden möchte, und berurte nähere unyrte provintzen sich desfals hier uber gnugsamb dahin erclärt, das sie mit ihrem particularen verbundtnus mit richten von der generalen Union sich abzusondern bedacht, dan viel mher dieselbe zu bestettigen gnaigt weren.

Jedoch alles mit solcher restriction und vörbeding, dat alwo enige particulare zweispalt oder misverstande unter den provintzen und stedten oder stenden des landtz ende vörhanden, das solches durch die algemayne der provintzen stende in negster versamblung geshlichtet und hingelacht, das auch durch solche nähere Union den provintzen und stedten ihre alte haebende privilegien und gerechtigkait im geringsten nicht benohmmen werden, wie dan auch in gleichen die ene provintz oder stadt uber die andere derenthalben nit henschen, gebieten oder verbieten, sonder eine jedere provintz und stadt bey ihren alten gerechtickait beschirmbt sein und bleiben solle.

So haben wir auss solchen erheblichen ursacken obangedeudete nähere Union als rathsame und nötig gefunden, die auch fur dismalh mit der ietzvermelter restriction in genemb gehalten approbiert und bevestigtt. Und erachten also auch viel besser und vurtreglicher zu zein, das ihr in annhemung solcher näherer Union zu eweren nachbauren trettet, und euch also denselben conform machet, dan enig verweigerung derselben Union, so wol unter euch selbsten, als bey eweren benachbarten allerhandt division und diffidentz verursachet. Und wollen derhalben euch auss guter getrewen woll

6.3
mainung gnedigst erfrecht, und tragenden gubernamentz halber woll eernstlich vermahnt haben, das ihr euch lenger nicht von eweren nachbauren separiert halten, sondern zu den selben wetten, und also mit sambtlicher hulff, rath und zuthun alle dem jenige was zu besonderung der gemaynen und eweren selbst aignen wolfahrt geraichen mag, trewlich und als guten patrioten woe anstehet, nachsetzen, und dabei vlaisig bedencken wollet, da ihr euch zu eweren nachbauren nit fuegen, sondern ewers gefallens allein sein wurdet, was gefahr, schade, ja besorglicher jamer und elendt dairdurch sich erregen kondte. Wie wollen aber all unsen getrewen muglichen eernst und vlaiss dahin zustrecken nit unterlassen, damit allem solchen besorglichen unhail mit guten mitteln in zritt furkhommen, ihr auch dieser Union halben von den benachbarten provintzen oder stedten nit beshwert sondern durch aus bey eweren alten frey und gerechtigkaiten yeder zeyt gehandthabt werden muget. Dero vesten zuversicht, ihr werdet diese unsere trewhertsige ermahnung, nach notturfft und ietsiger gefehrlichen zeyt gelegenheit, geburlich behentzigenn. Und demnach euch zu eweren benachbarten landen in die newe Union zu begeben, euch weiter nicht verwaigern, wie wir uns dan solches zu euch (denen wir dess alss hirmit gnedigsten wolmaynung nicht bergen mugen) anders nicht versehn wollen noch khommen, pleiben sonst euch mit allen gnaden gantz wole gewogen. Datum Antorff den 15e february anno etc. 1580. Onder stondt Matthias, und noch leger,

J. von Langen.

Dopschrifft was dese:

Den wolgeboren, edl, eernvest, ersamt, glärth, unde weisen unsern lieben besondern; bannerheren, ritterschafft gross und klaine stedten des furstendumbs Geldren unde graifftschafft Zutphen.

Nummer 7

Ersame und vursichtige besonders goede frunden. Alsoe hierbefoerens een gemein lantdach tegens den 4en verloepenes maentz february tot den einde uutgeschoeven is geweest om dat rapport deser lantschaps deputierden so van Antwerpen gecommen aentohoeren und volgens daerop alls oeck op andere puntten tho delibereren und eendrechtelick to concludieren soe

welcken lantdach dan sijnen voertganck niet gewonnen avermitz eenige den dach tijtlick genoech respicierende stracx wederom vertoegen eenige gantz uutgebleven und eenige seer spaede kommende niemanden bevonden und dan die hoege onvermijtlicke noot erfordert dieselve oersaecken halven op nijes eenen lantdach uuttoschrijven.

Demnae is (uut sonderlingen befelch des wolgeboren onses genedigen heeren statholders) ons gunstich begeeren ghij luyden willet opten 23en deses des aventz alhier binnen Arnhem durch derselver gesantten und volnkommene volmechtigens erschijnen, gestallt volgendes daechs dat rapport der deputierden aentohoeren und op alsulcke puntten daerop der voriger lantdach uutgeschrevenen der gebuer nae to communicieren und heilsame resolution tho helpen nemen sonder deses in gebreecke tho blijven. Mit bevelungh des Almechtigen. Geschreven to Arnhem den 12en marty vijftienhonderd tachtig.

Die raeden des furstendoms Gelre und graeffschaps Zutphen.

J.M.W. Sluysken.

Nummer 8

Erntveste ersame grotgunstighe gebydende heren, u ersamen schrijvent in dato den 27 huius hebbe ick ontfanghen unde de bijgefuchde missive der stadt Arnhem behandet welke mij belovet niet te scheijden offte deser unde mer ander saeken en vruchtbare resolutie te nemen. Wij ende hebben noch niet heel vul besonders uthgerichtet want wij mer twemal bij melkanderen bynnen gewest. In de erste versamelungh is gelessen gewerden en missive van dem ershartogen Mathia, warin hij de lantschap hoglick vermaenet om endrachtlick an to nemen de naerder Unie want deselvige de einege presevatie is van dese onse landen, daerna hebben beyde gesanten als Stalbergen unde Stonbargen heur rappport schryfftlick van de generaliteit als of van excellentie gedan. Ten ersten is gelessen van het gouvernement van den landen hoe dat se begeren 4 gedeputerden met absolute commissie deses furstendoms vurbehalden eneghe restrictie (doorh.: onleesb.), war op in onsen quartier geresolvert dat ons het selvige vur goet bevunden volgende de correctie bij de gedeputirden van Uthrecht und dar bij de instructie noch etwess langer geextendiret, twelke to lanck solde vallen to schrijven angande den an denen punct (doorh.: onleesb.) van der financien is weynich ingedan under schent wel, dat in onse quartier te weynich sal gedan warden, wij bynnen ock in desen quartier geresolvirt int punct van dat lesten quot to doen nemplick dat van t anzeler unde raede sal geschreven warden an alle absentes alhyr op den lantdach ock an den

8.2
uthgewesenen der steden, unde sich op de platte landen ontholden um tusschen deit unde belacken passchen alhyr te Arnhem kompariren und den eedt te onderschrijven. So averst neit sullen gehalden warden vur sulke gelick den eedt mede brenget. Op gesteren bynnen wij weder gewess int closter van waer de alenge lantschap bij sin genedige untboden is to erschenen hefft sin genedige de lantschap hoglick vermanet en gode vruchtbare resolutien te nemen, op so danegen puncten bij den gedeputirden geproponirt mit de hoghe noet sulkz wass rijschende, dewijle den vyant vur seker vurhanden wass met 2000 perden ende 16 vendelen knechten om Gronyngen to ontsetten ende so ock imant ware welke beter bericht begerde van allen puncten, solden bij sin genedige koemen wolde den selvegen en beter bericht doen (dan sij uth de stucken selvet konden hebben) unde alsoe solden hebben en goet contentement (doorh.: onleesb.) dat ock alle andere proventien unde gade patriotten geresolvirt waren vort to gaen all wart ock dat wij ons niet konden wilicken noch verdragen met mer andere proposten darna is de (doorh.: onleesb.) Nijmwechse secretarius gekoeren unde hefft sin genedige behandet en missive van den erfhartogen Mathia welke was haldende aen sin genedige unde de alenge lantschap de welke geopent sinde wass haldende wye dat den pater, mater und tsamptelicken conventualen van St. Agnieten bynnen der Elburch otmedichlick versocht hadde met bijgesuchdes supplicatie dat sin hogheit geliven wolde die lantschap to vermanen dat sij doch mit beven recht unde andere steden uth den convente unde guederen mochten

8.3
gestoeten werden. Bevelende derhalven der lantschap se wollen der saeken alsoe remedieren, dat dar ghene klachte en quame, an beyden zijden deit is vaste den inhoelt van der aensinen gewess woer over ick niet weynich [..] mer met mij bynnen verwondert, edoch sall saeken gelickwel ghene swaricheit sin, want de van Arnhem wyllen de saeke ock versueken de van Nijmmegen bynnen in heuren quartier geresolvirt dat ende allen closteren weitlicke rentmeisters sal stellen, mij is geraden van Gelder unde anderen. Ick sal swijgen so lange de lantschap de saeke vurnempt als dan to seggen wye dat ick ghene spetial last en hebbe van sulker saeken, sonder begent copie van den brieff, om met mijnen principalen to communiceren ende op de ersten lantdach offte quartirdach sulken bewijss de alenge lantschap to doene daran sij en goet contentement warden hebben darentusschen wylle wij voert vanden unde wynnen thidt unde sal met Godes hulpe ghene swaricheit hebben, want ock mij duncket, dat se heur saeke met het suppliciren mer odieuser gemaket hebben als anders thidinge is alhyr vur seker, dat de van alennen camerick in hefft met wylle der staten. Men sucht ock dat de van Vlanderen alrede met hem opdraghen bynnen de vyant rust sich sterk omtrent Neuss und Beber, und sieht dat de verdelen noch niet an der stangen bynnen unde uut ommurt volks alle de van dar koomen seggen dat

8.4
se gout te slane waren. Mij duncket dat onse saek daglickz met onse regirungh aigher wart, de here mach ons helpen. Men secht alhyr, dat casimiren trechtet na Vryslant, Hollant und Selant dan mij dunckt to vergeves, de vyant richtet en regement geldersche knechten op, woer onder enen Henrick Bentinck ten velde tbieder des diestes to waeken. Hopman is ock end Rossum van Doesburch niet end Destelinck van Deventer unde mer dorgelicke gesellen. Men gedachtet alle dage het collegium van Uthricht alhir deit is unste het ghene twelk alhyr thans is ommegande. Mij duncket na wij ons anstellen dat het wel einen passchen sal wess all ehr wij scheijden. Met bevelung des Almachten tsampt mijner dinstlicker erbydungh soe ylens uth Arnhem, den 29 marty anno 1580.

U ersamen dinstwylliger,

Andriess van Arller.

Post data.

Is geresolvert endrachtelick unde den drosten Henrick Bentinck bevoelen, dat hij den scholtess te Epe nnde alle andere sal gebyden ghenen burgeren noch andere grontheren te molesteren van wegen des rutergelts sonder dat het de boennen allenlick sullen dragen achter uitgende de resolutie etc.


Nummer 9

Erntfeste, ersame discrete heren, u ersamen schrivent in dato den sesten des vurleden maents hebbe ick op hueden ontfanghen, sall ock ter erster gelegentheit alle vlijt anwenden om contentement thebben van de schulden bij sin excellencie gedan, unde hebbet tot desen dach toe in onsen quartire neit konnen vurstellen vermytz de vulvuldethe landes geschefften warin wij tot deser thidt to noch weynich hebben gedan, up gestanden is der lantschap wederom ontboden bij sin genedige, to compareren, twelck geschiedt hefft sien genedige en lange dinstelicke remonstrantie gedaent, wye dat onse lanckwylle lantdaghen unde will vulltege irresolutien en der lengte onser aller onderghanck ernste wess. Bedde derhalven wij wolden doch niet resolvieren sonder erst met sin genedige communicieren want solde sin genedige met myddelen om den vyant te rencontriren allienlick und men deselviege wolde achtervolgen unde mee verscheyden proposen, unde ock etlicke articulen de welke wij sollen behartegen warop de lantschap en ider sin sin quartier versamelet hebben gedeputert om ider quartier die personen om desen dach met sin genedige te communiceren, de saeke van de van Alv[…] als ock der contributien unde met ander saeken is noch neit uns vurgenomen op gestend hebben de van Nijmmegen gewysse konschap gekregen dat den vyant omtrent Boon

9.2
van alle saeken mer hebben geschrieven, dan hebben ghen thidt gehaet overmytz onse quartier van stonden an versamelen weste, doch verhope ick in mijne weder kompst u ersamen van alles goet bericht to doene. Den Heren bevoelen. Ilens uth Arnhem, den 1 aprilis anno 1580.

U ersamen dinstwyllige,

Andriess van Arller.

Op gestenen ener onser karluden besettet vur 12 gulden bynnen jaersche pacht unde hebbe hem laten ensetten inder caution, dar na mach ick met hem sprekende unde kan heyten Roest.

Nummer 10

Copie.

Alsoe den 21 deses verledene maendtz february gepubliciert ende upter stadt poorten upgeslaegen is, dat alle burgeren und inwohneren goestlich und wertlich oft wes stants sy oeck sijn, die uut dese stadt Arnhem van selfs geweken und niet uut gewesen, binnen die tijt van 14 daegen sollen inkommen ende onderteyckenen den eedt, wydern inhalt die publicatie dare van sijnde. So ist dat burgeemeisteren schepenen unde raidt mit advyst der gildemeisteren und hopluyden der stadt Arnhem verclaren alle die ghene (in kleyn achticheit derselver publicatie) niet ingekoemen ende erschenen zijn, in die penen der vurseide publicatie verfallen toe wesen, verbiedende daerbenevens dselve personen ende oere huysgesinnen hier inder stadt ende vrijheit van Aernhem te kommen, noch oeck iemant te seynden, op pene van tweehonderd goltgulden, ende anders arbitralick gestrafft te worden, na gelegentheit der saicken. Wiemen ingelicken gemeynt is toe procedieren tegen die ghenen, die sich van sulcke uutgeweeckene personen sullen laten gebruycken ende inder stadt ende vrijheyt kommen etc. , waerna sich een ieder etc.

J. van Danss, Arnhem, secretaris.

Nummer 11

Eersame und voirsichttige besunders goede frunden, ons hebben die tegenwordige vander lantschafft te erkennen gegeven wye dat sij achtervolgende onsere vorige verschrievongh, als die goitwyllige alhir bynnen Arnhem erschenen, und oick den itzigen lantdach etliche dagen der gebuir bijgewoentt, dwiell sij averst avermitz die wichticheit der geproponirder saicken als oick het uuitblieven der bannerheren und des geringen antals der erschijnende ritterschappen, sich besweertt hetten ruitlicken dairop to resolvieren und dan die gelegenheit der saicken geine verwielungh erlieden kunde, datt sij ons derwegen ersochtt om nyeuwe verschrievongh tott sulcken wynde aen die bannerharen ritterschafft und steden wegaen te laetten, dat een yeder bij die plicht und trouw dair mede hij den gelieften vaderlant verbonden und oick mede bij verloss iren stemmen, solden erschijnen. Nadien wij dan sulck versoeck voir noedich und billich eracht, demnae is ons gesinnen, dat ghijluiden bij die plicht unde trote vurseid, und verloss uwer einder stemmen tegens den 13en dach itzlopendes maentz alhir bynnen Arnhem des aveutz, durch deselver gesantten genoichsam volmacht hebbende erschijnen, om volgens daichs des morgens omtrint negen []rchen prynce, die proposition antehoren, und oick so lange to verbliven tot dat eintlick mit einhelliger stem dairinne geresolvirt sall sijn, sonder u luiden enygen heill und wolfart so geringe to achten als oick sonder langer off geheull uuittobliven wie sulcx bij voelen tot merckelick verhinderungh der gemeiner saicken, und verderff und verdruckungh der lantschafft geschiet is, u luiden niet verhaldende ghij erschienet alsdan off niet, dar wij achtervolgende tschrievens und beveell der durchluchtige des ertzherttogen die resolution als bijder erschijnender lantschafft alsdan genomen sal worden, in sulcker crafft und wierbungh halden und doen ececutiren sullen, gelick off alle die bannerheren ritterschafft und steden elcx dair hoefft dieselve genomen hetten. Mit bevelingh der Almechtigen. Geschreven Arnhem den 3e aprilis vijftienhonderd tachtig.

Statholder und raeden des furstendoms Felre und graffachafft Zutphen.

J.M.W. Sluijsken.

Nummer 12

Erentfeste ersame wijse und vursichtige gunstige goede vrunden. Naer alle behoirlicke recomandation kan ick u ersamen nyet laeten, welcker gestalt ick aen Derick van Wetten secretaris aengehalden om ennige pennongen van wegen des Veluschen quartierstontfangen, die mij mit antwoirt bejegent, tegenwoirdich geene pennongen toe hebben, dan worden mijns bedunckens sulcke pennongen selsam geemploieert und uuytgegeven. Und soe zijn luiden alnoch aen u ersamen stadt zekere pennongen vander schattonge ten achteren zij is hij vredich ick die ontfangen, dwyel ick dan nyet weet hoe veel die bedragen zijn, begeer u ersamen onbeswertzijn wolden mij sulx scriftelick te verstendigen, und infall u ersamen die pennongen alnoch nyet gereet en hedden, bin wall vredich u ersamen die noch eyn tijtlanck tzij eyn halff jaer oft langer inhalden und sall u ersamen dair nyet mit besweren und u ersamen meynongh verstaen hebben, sall nyet onderlaten u ersamen recepisse dair van over te seynden, uver nyeuwe bydongh is hier nyet besunders, dan dat der viandt noothalven van fourage cost und gelt thom deel verlopen und wall toe presumeren staen dat hij thom lesten gantz sullen moeten wicken, liggen oick die ruyter hier indergraefschap und verderen den onderdanen zeer schendich. Met bevelch des Almechtigen. Datum Sutphen den 6 aprilis 1580.

U ersamen gantzwilliger vrundt,

[….].


Nummer 13

Eersame wijse voersichtige insonders gunstige goede vrunden. Alsoe die erffgenamen van Oestenwolde binnen desen stadt Campen wonende, ons to kennen gegeven hebben dat eenige gebreecken in den Soemerdijck sinnen, waerdurch tgemeene zandt bij eenigen vloet ofte storm uth der zee in grote schaden sol kunnen geraken, is onse vruntlick begeren, u eersamen willen mit den eersame Lambert Francken, u eersamen mederaedtsfrunt, den dijckgreve van Oestenwolde dermaten sproken, dat die schuwen van den Somerdijck nyet meer geverstet noch wijders uthgestelt moegen worden, dat oick sijn [] ierrstes dages die thiems (tot die reformatie die Oestenwoldisches dijckrechten gediputeert) verschriven, ende een pluecfe lisschen Elburg ende Campen assigneren wille, om int werck to treden dewyle die mey balde op die haec schieten wert, sulckes verlaten wij ons ganzlick tot u eersamen die der Almechtiger lange gefristen will. Datum den 7 aprilis anno 80.

Burgermeisteren scepenen ende raedt der stadt Campen.

Nummer 14

Ersame wijse voirsichtige insonders gunstige goede frunden. U ersamen und luiden missive hebben wij bij brengeren deses well ontfangen, waerop wij dieselve ter frundtlicker antwordt niet kunnen verhalden, als dat onse burgers sich alhier die underteyckeninge des eedts well hebben laten gefallen und geen difficultieren alsnoch hierinne gemaeckt, und offt well eenige absenten oer konmanschap hantierende offt sonst om eenige affairen uuytwesende die selve alsnoch niet prestiert en hebben. Willen wij van den selven so bald sij wederom inheymsch konnen gemelten eede oeck affunderen also dat wij itziger tijt ennerdich schten die publicatie to laten geschieden, U ersamen und luiden hiermit den Almechtigen bevelende. Datum Harderwijck den 9 aprilis anno 80.

Burgermeisteren schepenen ende raidt der stadt Harderwijck.

Nummer 15

Erntfeste ersame gutgunstighe heren, wij bynnen alhyr in der stadt vast donde, unde phope dat wij wat wurstbarlick sulen affhandelen. Mij dunckt wel dat met onse kloester weynich swaricheits sall wesen, want op hueden in onsen quartier geresolviert is, (doorh.: dat) bij advies van der steden (doorh.: und) ock de meste part der ritterschappen, dat alle closteren van stonden an rentmesteren sullen gestellet worden ende dat en yder sal behorlicke alimentatie togelecht warden, na qualiteit des closters ende personen, dat ock de jongen sullen moegen hyllesen, unde de older, welke begeren to blijven, sullen sich moegen halden in religie unde kledungh gelick hoer goet duncken, wandt [ ] sal ock van stonden an alle het haelt gewass, in der Veluwen twelk den gestelickente to kompt, vekofft warden en dat landes schulden to betalen unde voort andere puncten, hyr to lanck om kortheit des thides to verhaelen, den drost Bentinck hefft vuer unde vlaenen hyr vuer gheblasen, dan hefft hem alles niet moeghen helpen. Nijwer thidenge is alhyr niet besonders, dan dat de saek van Mechelen also gepassert sij und well negen off thin hondert papen unde monneken bynnen doet gebleven. Men hefft gevochten van vyr uhren smargens tot thin uhren smyddages, all eer men geweten hefft wel men wesen solde, de vyant op den Rhin stroem is geslagen unde vort pyaget alsoe dat men van ghen volk mer aldar op

15.2
weet, der vorst van Cleff schrijvet haert vur Otto van den Sande, dan is er vegeves dorrich

Voeth te Harderwick, is gepreferirt vur anderen tot lantschrijver, de van Harderwick hebben enhalden 3000 gulden van de generaliteit tot fortificatie heurer stadt, toe dem, hebben de van Hollant sich verplicht in ene sekere somme, de reste sullen se selves vynden, und wyllen also het werck anvanghen, dem Heren bevolen, met mijner dinstlicke erbydungh. Ilens uth Arnhem, den 15 aprilis anno 1580.

U ersamen dinstwylliger,

Andriess van Arller.

Nummer 16

Ersame wijse voersichtige insonders goetgunstige goede frunden, u ersamen und lieden missive hebben wij bij brenderen deses ontfangen und kunnen dieselve ter frundtlicker antwordt niet verholden, als dat wij vermoege die leste verpachtinge die middelen alhier die tijt van drie maent gecollectiert und ontfangen hebben, diewijll averst nae expiratie der selver, uns van gene verpachtinge wederom is voergecoemen, oeck die middelen daerbenevens op den platten landen und ettlicken nabuyr steden nywerlts angenoemen offte gecollectiert (doorh.: binnen) ende in train gebracht synnen, als hebben wij veroersaeckt geweest damit onse burgers buiten anderen niet beawaert solden worden, die collectatie der middelen wess op wijderen bescheidt to laten anstaen ende verblijven. U ersamen und lieden hiermit in schutz und schirm des Almechtigen bevelende, datum Harderwijck den 18 aprilis anno 1580.

U goede nabuiren und vrunden,

Burgermeisteren schepenen ende raidt der stadt Harderwijck.

Nummer 17

Ersame unnd vursichtige besonders goede frunden, dewiell die pachtungh vande generale middelen in uwen ersamen stat opten iersten aprilis naest leden verlopen. Demnae is und gesinnen, dat u ersamen den prifienren derselver middelen daer ferfaldet, van haer pachtpenning be[ ] de[ ] tijt van sews dagen nar date deses alhier binnen Arnhem (doorh.: onlesb.) in handen dem daer tho verordnethen ontfengesr, tho leveren. Alle op peene in die listen der generaell middelen begrepen unnd wij befelhen u ersamen hiermit dem Almechtigen. Geschreven Arnhem den 20en aprilis vijftienhonderd tachtig.

Die rhaden des furstendums Gelder unnd graeffschapt Zutphen.

J.M.W. Sluijsken.

Nummer 18

Ersame voirsichttige besunders goede frunden, nhadem opten jungst gehaldenen lantdach bynnen Arnehem bijder alinger lantschafft, onder anderen navolgende resolutiones genhammen, den iersten datmen die generale myddelen van die vier spenim als wijn, bier, vleisch und saltt, inden steden und opten platten landen eindrechelick int werck ruchten und dieselve verpachtten sall.

Ten tweeden datt alle magistraten der steden und die officieren der platte landen oiren start maicken und beirijsslicken demonstreren sullen tgenich sijluiden ieder in sijn respct zedert den 5en marty negenenzeventig, dat sich dese lantschap inder nairder Union begeven hebben verschaten soe aan gereede penningen gadane contributien, inlegerungh, und durctochten vom ruytteren und knechten kostgevinge leeninge scruissgelt und allen anderen [ ]ledenen schaden denaselven start ordentlicken in geschrifft tho stellen und tegens den negenden may naestcomende ieder in sijn hoefftstat sonder langer vertoch intobrengen, om volgens den buirretten averleveren the laetten.

Then darden allen officieren und amptluiden tho brucken om allen schatboerderien tho constringiren bvan allen iren ontfanck reeckeningg und reliqua the doen und ire restanten folgens tho executeren, und datt bij gebreecke van dyen dye officieren dairvoir aengesien und alle hinder und schaeden aen oire personen und guederen tho verhaelen, voirlveistande dat dieselve officieren aeverleverende dye onwylleghen

18.2
dairmede sullen moegen betaelen.

Ten vyerden allen officieren aentoschrieven dat ire ondergehorige scholten goede pertinente aenteickeningh doen van allen guederen inden kerspelen lyggende, den uuitlendigen toebehorende buitten desen furstendom und der nairder unieerde provinnen geseten soe waell geestlick als wertlick und dieselve aenteickeningen den amptluiden bij ende avertholeveren.

Ten vijfften dat nymant sich anderstae eenige geestlicke guederen aentokopen noch eenich geltt dairop tho doen, dan mit voerweten der lantschafft want men rselve als oick tgene bij dese leste troublen bij eenigen angekefft, off geestlicke gueder verschreven mach sijn in allen bancken ende gerichten van ontvremden fedenckt tho halden.

Temn sesten ende ten lesten dat alle officiers averst und annotatie maicken solden in alle plaetzen tegens die genige soe uutgeweecken sijn sonder redelicke oersaeck, und mytt den vyandt parthye draegen.

Nhadem wij dan durch dye vurgedachtte alynghe lantschafft aengesochtt sijn worden om dairaen tho syen datt sulcx woe vursseid onvertochlichen und sonder eenige dissinvilatie intt werck gerucht muege warden.

18.3
Demnhae is ons ernst gesynnen und befelch, dat ghijluiden u der vorgerurtter resolutionn in alles genners halden, und insonderheit dair aen syet dat in derselver stat, den tgienden dach anstaendes maentz, aengestenep[tt werden muche up welcken die middelen dairinne gespecificiert in tegenwordicheit van u luiden und des officiers verpachtet sullen werden, sonder deses eenichsins tho blieven in gebrecken. Mitz u luiden dem Almachtigen bevelende. Geschreven tot Arnhem den 24 aprilis vijftienhonderd tachtig.

Dye rhaeden des furstendoms Gelre und graeffschafft Zutphen.

J.M.W. Sluijsken.


Nummer 19

Erentfeste eersame und fromme voirsichtige gonstige guede vrunden, idt hebben burgemeisteren schepenen und raedt der stadt Arnhem an mij geschreven dat die anwesende ritterschappen und stedegesanten deses quartiers oer lieden und eersamen committiert hebben om op alle saecken und puncten bijden lantschaps ongeresolviert gelaten, toe resolvieren und sulxc met die meeste stemme toe confirmieren waerinne dat zij nyet hebben konnen vergelicken, derhalven dat oer lieden und eersamen raedtzaem erachten und hoechnodich bevinden, dat ick die jonckeren und steden in aller yel op eene bequeme plaetse in Veluwen bijden anderen to sullen commen, verschriven solde, alwaer enige raetzvrunden van Arnhem solden sich vurgenoempt sulcx soe schriftlyck als muntlick voordraegen etc.

Is derhalven min guetlick gesinnen, neffens dem vrundtlick begerende dat u eersamen wil gelieven eene derselver raetzvrunden to deputieren und op vridach neestcommende als opten 29en deses lopende maendts aprilios smorgens to gueden tijt ten lanxsten tegens acht uuren tApeldorn inden moertaenschicken om mede an to hoeren tghene aldaer voirgedraegen, daerop thelpen raetslagen als tot walfaert ons allen sal bevonden warden tbehoeren des tdoin und in genen gebreke to zin, versye ick mij van wegen der lantschap alsoe tot u eersamen die der Almechtige lange in gueden regironge und gesontheit wil erhalden. Datum Elburgh opten 25en aprilis 1580.

U eersamen vielgonstiger vrunt,

Henrick Bentinck, drost van Veluwen.

Henryck Bentynckiis.

Nummer 20

Erentfeste zeer wijse voirsichtige heeren, naer alle behooren eerbiedinge soe bedancken wij uwer eersamen gantsvruntlicken vande advertentie scriftelicken overgesonden aen onsen mitburger Claes Pieters ende Calff, als mondelinge deur uwer eersamen scholt die (zoet schijnt) hem alleenlicken daeromme hier ter stede heeft gevonden, omme ons te doen adverteren van dat aldaer in uwer eersamen stadt es genomen den procurator van het Chartroysen convent buyten deser stede. Ende alsoe de conventualen van tselve convent deur onsen tusschen spreecken metten regenten vanden armen weeskinderen huyse binnen deser stedezijn geaccordeert, beroerende hoern alimentatie ende behoorlycke onderhout, mits zij den voirseideweesvaders overgedragen hebben zoevoele in hen es tvoirseide convents goederen, waertoe de voirseide procurator nyet en heeft willen verstaen voir alsnoch hebben daeromme offgevaerdicht breners van desen sijnde regenten vant voirnoemde huys, omme metten voirseide procurator dies angaende mits mede zoe veele in hem es, off staende doende van tvoirseide convents goederen te accorderen in sijne alimentatie, daer toe wij ganschelntien verhopen hem te sullen verstaen bij behoorlicke wegen geindureert zijnde. Bidden daeromme vruntlick dat u eersamen gekive onsen gecoomitteerden alle hulpe addressche ende bijstant te doen dat hij geraecke tot vruntlick accordt metten voirseide procurator ende off de voorseide procurator hem tot eygeen redelickheyt wil verstaen ende hem onbillich vonde, bidden ende versoucken wij uwer eersamen mede den voirseide procurator te willen constringeren mette beste ende bequaemste middelen tot overleveringe van des convents brieven ende andere boucken onder hem bernstande, zoe hij die aldaer bij hem heeft, daer an ons alles groete vruntschap sal geschieden, die wij ende alles anders wille, verschulden zoe veele in ons es in gelycken ende meerderen sacken, tkenne God almachtich die u ..

erentfeste zeer wijse voirsichtige heeren conserveren wille in lancksalige gesontheyt ende prosperitie. Geschreven desen 27en aprilis anno 1580.

Uwer eersamen goetwillenden vrunden, burgermeisteren ende regyerders der stde Aemstelredam.

W. Pieters.


Nummer 21

Erentfeste vroeme lyef borgemeyster, soe als u lieve bevoest is dat u lieve mijn broeder Peter van Hezevelt hanttastynge heeft gedaen yn mijn bijwesen om die rent ofte (doorh.: onleesb.) tvelf daelder toe bestellen yn korten tijt und u lieve die penyngen soe u lieve seyden vergeten hadden . Soe is noch mijn begeeren dat u lieve ons dye selve rent met vyerund tvyntich stuver van bayloen und onkosten ons wyllen seynden tegen naestkommende woensdaech om meer onkosten toe spaeren ofte anders sal myn man geholden veesen die yrste karen die hier kommen wederom laetten toe besetten want het al toehans (doorh.: onleesb.) een half jaer is geleden und wij het ons oeck van doen hebben. U lieve den Almechtychgen yn synen schutz und beschirm myn bevaellen. Datum tot Arnem den lesten dach apryll anno 80.

Bij mijn Anna van Hezevelt,

Anders genaemt Roest.

Nummer 22

Ersame unnd vursichtige besonders ghode frunden. Wij schicken u luyden hierbij verwaert sekere exemplaris opt stuck der munte mit vur weten unnd uut anforderen der gedeputierden deser landtschap beraempt, mit dem gesinnen dat ghij luyden dieselvige in der stat Elborch, al omme daermen gewoentlicken is publicatie tho doen dort publicieren unnd voertz oick that wirckelicken effecte van dien doet procedieren, unnd blijfft hiermede dem Almechtigen befalen. Geschreven Arnhem den lesten aprilis vijftienhonderd tachtig.

Die rhaden des furstendoms Gelre und graffschaps Zutphen.

J.M.W. Sluijsken.

Nummer 23

Ersame und vursichtige besonders goede frunden. Nadem wij durch die ritterschappen und stedegesantten deses Arnhemschen quartiers schrifftlicken ersocht sijn om alsulcke gebreecken alls tusschen u luyden und die conventualen daer selffs uutstaenden sijn tho verhoeren, und to moegelicken tho vergelijcken. Demnae bescheiden wij u luyden mit allen noedurfftigen schijn und bescheit tegens dienstdach den soeventienden ietzlopendes maentz may, om vur Alexander Bentinck und Arnollt van Bonenburch genant Honstein henen tot Ubbergen, offte in absentie van eenige deselver vur Bartolden van Gent heeren tot Loenen onsene gelieffte mede broederen in rade in denselven gebreecken omstendich verhoert und woe moegelicken daerinne vergleecken to worden. Mit bevelungh des Almechtigen. Geschreven tho Arnhem den 5en may vijftienhonderd tachtig.

Die raeden des furstendoms Gelre und graeffschaps Zutphen,

J.W.M. Sluijsken.

23.2
Die magistraet wordt vanden raden van Gelderlandt voor seeckere gecommitteerden van den raedt verscheiden over het verschil tusschen die stadt und conventualen binnen Arnhem tho verscheinen.

Nummer 24

Ersame wijse voirsichtige insonders goetgunstige nabuiren und vrunden. Also wij in erfahrung konnen als dat die wollencoepers sich laten verluiden, dat sij oere wollen mit geringer und kleyner ongelden, dan bij der landtschap opt uuytfuihren derselver geordonniert, ende sij alhier solden moeten betalen, in anderen Veluwschen steden vermehnen to wegen ende uuyttofuihren. Und wij averst u lieven und ersamen gantzlich to vertrowen dieselve warden der landtschap geneemene resolution fur inne getrowelick naekoemen, so begeren wij nochtans, damit dat gelijckheit onder den Veluwschen steden geholden mach werden, u lieven und ersamen willen sich in geene compositie van eenighe minderinge van pennongen, des versocht sijnde mit gemelten wollencoeperen inlaten gelijck wij denselven sulcx expresselick alhier hebben affgeslaegen. U lieven und ersamen mitz begerende een wederbescheven antwordt, hiermit in schutz ende schirm des Almechtigen bevelende. Datum (doorh.: onleesb.) Harderwijck den 25 may anno 1580.

Burgermeisteren schepenen ende raidt der stadt Harderwijck.


Nummer 25

Eersame wijse unde voersichtige gunstige guede vrunden. Wij kunnen u eersamen gunstiger mynongh nyet voorhalden, wie dat albereyt in Veluwenzoom ennige reutheren ingevallen und toe besorgen, so vern in aller ihle gene pennungen bij uns totter monsterungh opgebracht ende gefurniert wurden, dat oick die andere ruytheren ende knechten inde Graeffschap liggende volgen sullen. Waer durch dan nyet alleen die Veluwe, sonder oick die Betuwsche steden in grontlicken verderff sullen geraken, und also alle guede middelen van penningen toe weghe toe brengen benamen werden. Dertoegen men myt allen vlijtt daer aen moet sijn, dat hier inne der gebeur in tijtz versiehn werde. Is derhalven unse fruntliche und seer vlijtige begheren, dat u eersamen om alle inconvenienten voer toe kommen, opt spoedelickst myt lehnen ende anders (wie alhier geschiet is) etliche hondert gulden, immers so voel ennichsins moegelich opbrengen ende aen uns oeverschicken willen, op conditien der selve aen u eersamen quota vanden schatpenningen thoe korten, daeraen sullen der lantschap ende insonderheyt der hooch bedroefder Veluwen ende oer selbst ein sonderlingen dienst doen. U eersamen die der Almechtiger lang in gluckzaliger wolffaert gefriste, Geschreven den 28 dach may 1580.

Burgermeistern schepenen ende raedt der stadt Aernhem.

Post datum.

Diewijll aen deser saicken soe hoichlich gelegen unde wij in kurter tijtt eyn mercklicken pennungh myt lehnung ende anders (wie dan oick noch gistenges daeges 2 duizend gulden) voer den ruytheren ende knechten opgebracht, und daer neffens unse geloeff voor etlicke duysenden noch voerstreckt, der gestalt dat mij allewijll so gaer uutgeputtet sijn, dat uns unmoegelijck wijders toe doen, vertroesten wij uns tot u eersamen, dat die selvige oer uuttorste best hier inne voerwenden sullen. Woe nyet willen wij daer van voer ydermenlicken protestiert hebben, dat es aen uns nyet gemangelt ende die saeck daermyt, dem Almechtigen bevehlen.


Nummer 26

Ersame wijse voirsichtige insonders goetgunstige nabuyren und frunden. Alsoe wij u lieven und ersamen vergangner daegen geschreven dat wij den wollencoeperen alhier (achtervolgende der landtschap genoemene resolution) gene verminderinge van pennongen opt uuytfuihren der wollen hadden willen gestaden, begerende damit dat gelijckheit inden Veluwschen steden hierinne geholden mochte warden, u lieven und ersamen wolden insgelijcken sich tegens der landtschaps ordonnantie in geene compositie mit gemelten wollencoeperen. Und wij averst alsnoch geen antwort bekhoemen wes wij ons ditfals tot u lieven und ersamen to vertroesten. So is nochmaels ons frundtlick begeren u lieven und ersamen willen ons deser saecken halven, und oeck daerbenevens van wat prijss die Utersche, Nijmegische ende andere nye gemunte stuvers in u lieven und ersamen stadt cours ende ganck hebben, bij brengeren deses verstendigen. Soe voele des jungst geholdenen landtdaechs verball anlangt, daervan uwer mederaedtsfrunden eener sich alhier mit ons versproecken kunnen u lieven und ersamen t’selve alhier van yemandts laten affschrijven. U lieven und ersamen hiermit in schutz und schirm des Almechtigen bevelende. Datum Harderwijck den lesten may anno 80.

Burgermeisteren schepenen ende raidt der stadt Harderwijck.


Nummer 27

An die actbare wollwijse heren burgermeisteren schepen und rath der stadt Elburch.

Ist unse der kerckendiener senioren und diaconen up dem synodo tho Harderwijck versamlet, frundtlicke und underthenige versoeck, dat nadem wij in erfahringe gekomen dat binnen der stadt Elburch twee gereformierde als duitsche und lateinische schulen sinnen, darinnen die jugent genuchsam ahne menniglichs klagenn geinstitueert und underrichtet werdt, die wollen mit allem ernst und von wegen hoeres von Gott tragenden amptes darover uth sijn, dat die andere papistische schulen die nu ter tijdt noch neffens der twee gereformierden schulen geholden, und darinnen die tedere jugent al ehr sie thom rechten verstande gekomen allerley affgoederije und andere falsche lehr indrincket, affgeschaffet und ter contrarie die andere boven genoemde reformierden schulen, darinnen die jugent in aller gottsalichheit fruchte des heren und christlicke tucht van hoeren kindtlicken dagen upgetogen, gehandthavet und beschuttet moegen worden, dan wie voele daran gelegen so solckes int werck verrichtet und wat fur inconvenienten dar uth entstaen so sulckes underlaten weet een ersame rath ahne unseren schrivent sick woll tho erinneren. Dit doende werden iw actbare wollwijsen mit der daet erfahren und spuren, dat solckes Gott dem almechtigen wollgefellich und iurre actbare wollwijsen sampt derselvigen nakomelingen nuttelick werde sijn. Godt der almechtigen will iu actbare wollwijsen in iuwer regieringe mit dem geist des vather der wijsheit und sterckheit bijwohnen, dat iw actbare wollwijsen datselvige iw von Gott upgelechte ampt tot goedes ehren, und der underthanen heit und salich heit moch uthfuhren. Datum Harderwijck den 4 en juny anno 1580.

Iw actbare wollwijsherden dienstwillige,

Otto ab Hetteren preses substerigsit,

Jacobus Wedeus assessor, Johannes Ceporing scriba,

Im name und von wegen des gantzen synodi tho Harderwijck.

Nummer 28

Hoe die gedeputeerden des furstendoms Gelre ende graefschap Zutphen mij toegestelt hebben den 6en juny anno 80 zeeckere memorie ofte billet ten fijne met mij te communicieren belangende zeeckere 4898 gulden 18 stuver bij mij gepretendeert, geve ick te verstaen ende warachtich bericht vandien dat mijn heren die staten generael inden jaeren 77 etlicken heren ende commissaryen inden furstendom Gelre ende Sticht van Utrecht gesant om te handelen tot affdanckinge ende betalinge vandie drie regimenten nederlantsche knechten te weten Bossu Megen ende Hiergez daer toe ene grote somme van penningen van nooden was.

Soe hebben dvoirseide heren generale staten die vanden voirseide furstendom Gelre und graefschap Zutphen doen vermanen unde bidden dat zij daer toe etlicke penningen zouden willen furneren ende opbrengen zoe zulcx zoe wel tot ontlastinge ende vermijdonhe der uuytkeringen van den voerseide furstendom was dienende als anderen provincien waeronder die lantschap geen ende sulxhen prompten hebben belooft op to brenghen tot betalinghe vande voirseide regimenten dsomme van 10000 gulden op zeeckere conditien hoe wel idt zelve doen ter tijdt mijn heren die generale staten weynich genoech docht te wezen.

Soe nu die twe regimenten van Meghen ende Hiergez in Brabant zijn gecomen ende tot die affdanckinge ende affreeckeninge sijn geschieden hebben dvoirseide generale staten bevonden dat bijden voirseide furstendom ende graefschap niet meer opgebracht is dan die somme van 5191 gulden 1 stuver 6 schelling Arthois ende dat in minderinge vande vurseide 10000 gulden.

28.2
Alzoe nu dvoirseide 2 regimenten tot Antwerpen voir die poorte gecomen waren ende dagelycx grote clachten vanden schaden, die op alle dorpen geschieden voir mijn heren die staten generael quamen is onder anderen met een oirzacke gewest dat die reste vanden 12 gulden bedragende ter somme van 4898 gulden 18 stuver 62 schelling Arthois niet in mijn handen zijn gecomen ofte (zoe geloeft) voldaen is gewest, hebben daervan mij dvoirseide heren generale staten in presentie ende ten bij wesen vande gecommitteerden des furstendoms Gelre ende graefschaps Zutphen wel eernstlick bevolen ende geordonneert, dat ick die voerseide reste van 12 gulden soude supplieren ende vanden furstendom Gelre recouvreren waer deur die voirseide schamele huysluyden des kriesvolckx ontlast mochten werden. Welcken volgende ende om tobedieren mijn voirseide heren generale staten. Ende oick meynende daer deur die vanden furstendom een zonderlingen dienst te doene, hebbe ick dvoirseide alse gesupplieert ende dien wegende heb ick tot diversche eeysen zoe schryfftelick aen mijn heren vanden furstendom Gelre ende graefschap Zutphen als mondelinge aen hunne gedeputeerden aengehalden tot restitutie van mijne voirseide gedevoursierde penningen welcke gedeputeerden mij altijdt goede vertroestinge (doorh.: heb) hebben gegeven zonder dat nochtans enich effect vandien is gevolght. Ende tzelve considererende is wel redelick ende billick dat dselve restitutie geschiede metten gebeurlicken interesse. Niettemin tzelve stellende altijdt ter discretie van van mijn voirseide heren inzonderheyt zoe tzelve zonder schade der lantschap geschieden can die sich vande generale middelen of andersins zelffs connen rembourseren. Bidden dienstlick dairop rijpelicken te wilen letten ende mij daer van contentement te doen hebben. Onderschreven T. vanden Beecken.


Nummer 29

Ersame wijse und vuersichtige gunstige guede frunden. U ersamen missive datiert den 3e huius, ende dese datiert den 4 desselffs (doorh.: onleesb.) sint ons beide waelverwaert averantwoerdt kunnen daerop u ersamen gunstiger wolmeynungh niet bergen wye dat nyemant van u ersamen wegen antwoerdt op den voerigen bryeff gevordert heeft. Derhalven dieselve missive onbeantwoerdt is blijven liggen soe vuel dan die schatguldens inden ampte Doernspick aengaat diewelcke irst geset waeren op 34½ stuver tstuck ende nu naderhandt verhoecht sint op 40½ stuver hebben ons onser stadt verordenten die (doorh.: d) op Veluwen geweest daerop desen bericht gedaen dat die ritterschappen ende stedegesanten u opdie uuytsettingh in Nederveluwe zinde die gedeputeerden vandie Overveluwe tot Wylp zinde toegeschreven hebben dat [.] oer [.] die suyver summe vanden 200 gulden seynen uuytsatten daerbeneffens noch die vererongh van sine [.] den daerbij die al in februarius uuytgesat ende bethaelt sol sijn worden waeromme die verhoeginge in Doernspick alss oeck int Oldebrouck heeft moeten geschien gelick volgentz in alle andere ampteren gedaen is und bedraecht die summe van sine edele pennongen inden ampte van Doernspick 402 gulden en etzliche stuver ende is vuel weyniger uuytgesat alss u ersamen bij tverbael (onder den drost Bentinck berustende) hebben toe vernemen und en is tot geven andere meynongh dan vuerseid is, die verhoeginge geschiet wie ohntwijffel u ersamen mede

29.2
raetzfrundt Henrick Reeffs kenlich sal sijn dwelck wij tot berechtungh deser niet en hebben kunnen verhalden. U ersamen die der Almechtiger lange waelfaeren behuede. Geschreven den 8en juny 80.

Burgemeisteren schepenen und raedt der stadt Arnhem.

Nummer 30

Erentfeste eersame wise vielgunstige heren und frunden. Alsoe u lieven ahn onss hefft versocht dat wij u lieven (doorh.; wolden) dat leste verbael wolden bij onssen secretarius laten uthschriven omb sijn behoorlicke loen gelijck wij hem oick apart dairvan hebben gecontentiert wie ick hem dan sulcx voergehalden die sich ontschuldigde enigher suspition van onwilligheit vermitz hij soevoel had tschriven, dat hij niet wal daerdoer konde garaecken wolde sonst u lieven geern hebben gewijlfarth. Unde woewal wij vermitz oirsaicken niet soelanghe hebben bij eynandern konnen koemen dat wij hetselve alsnoch hebben moegen lesen unde nu G. Oloff vorhanden dattet noch sobalde niet sal konnen geschien, soe heb icket u lieven niet moegen weigeren bij desen versloten overtschicken omb tselve aenstondt bij u lieven secretatius tlaten uythschriven umb tsulvige onss mytten iersten wederomb toe tstellen. Begerende tselve geabsolviert mach warden tegens dat ick tho Doerspijck ander bancken koeme om tselve alsdan mede wederomb tho nemen. U lieven toesamen (neffens mijne dienstwillige gruete) ihm schutz dess Almechtigen bevelende. Raptim uth Herderwijck den 9 juny anno 80.

U lieven guedtgenstiger frundt,

Ernst Witten.


Nummer 31

Eersame voirsichtige besunder guede frunden. Alzoe overlange bij deser landtschap ende derselver gedeputierden geordineert ende gesloten is datmen terstont de collittatie oft verpachtinge vande generale middelen vanden vuer speties als wijn, bier, vleysch ende zout int werck stellen soude tzij om dselve tho verpachten oft tho doen collitteren ordonneren wij uwer lieven dat deselve zulcx van stonden aen int werck stellen soe veere sulcx noch nyet en is geschiet volgende de gedruckte ordonnantie daerop gemaeckt hier bij gaende ons overschrijvende opt spoedelicxt wat uwe lieven hierinne gedaen hebben oft dselve middelen verpacht zijn wie de pachters zijn tot wat prijse ende op wat conditien. Ende indien die nyet verpacht zijn oft connen worden suldij deselve laten collitteren menende van den collitteurs den eedt ende goede borgen tot versekertheyt vanden lantschap ende zult den collitteurs vour oire belooninghe beleggen ses vanden hondert van henren ontfanck daerop zij alle oncosten zullen moeten doen ende de penningen alle maenden leveren in handen vanden ontfanger residerende inde hooftstadt van desen quartier hierinne zullen uwe lieven sich alsoe quijten dat bij uwe versuym oft negligentie gheen inconvenienten come soe wij in zulcken gevalle ons met uwe lieven tegens onsen genedigen heere stadtholder ende deser (doorh.: g) lantschap gemeynt zijn to decusseren. Hiermede den Almechtigen bevolen. Geschreven tot Aernhem desen 11 juny 1580.

Die rhaden des furstendumbs Gelre und graeffschafft Zutphen.

J.M.W. Sluijsken.


Nummer 32

Eersame und voorsichtighe besondere goede vrunden. Wij seynden u luyden hierinne besloeten ses gedructe exemplaeren van zekere op ene brieven van mandement de welcke bij den waelgeboren onsen genadigen heere stadtholder grave Johan van Nassouw Dietz Catzenelleboge etc, als stadtholder und capiteyn generael des furstendombs Ghelre und graeffschaps Zutphen und bij ons (alsmede bij de gedeputeerde vanden alinghe lantschap specialyck daertoe geanctoriseert) raedtsaem und hoochnoodich eracht zijn in allen steden heerlicheden ampten und dorpen des voorseide forstendombs ende graeffschaps gepubliceert te worden ende want den dienst der selver landtschaps und vande gemeyne saecken hoochelycken daer aen gelegen is, dat zulcx in alder ijlle geschiede im alle wijder verdonckeronghe vander kerckengoederen te verhuiden. Soe is ons ernstelycke gesinnen dat ghij luyden tvoorseide mandement op den naesten sondach als namentlyck op den 19en dach deser maendt juny binnen der stadt Elburch solempnelyck publiceren laeten und terstont daernae alle die voorseide gedructe exemplaren doet negelen oder (doorh.: aenstont) anderssins affixeren alomme aende kerckdeuren op de merckt ende opde hoeken vande straten daermeeste passaighe oft vergaderinge van volck is op dat nyemandt vanden onderdanen hier naemaels pretenderen ignorantie oft oirsaecke hebbe sich te verontschuldigen van dat den innehoud des voorseide mandements nyet tot heurder kennisse gecomen en zijn. U luyden bevelende wel expresselijcken den overtredens desselffs mandements te straffen volgens die penen daerinne verhaelt. Ende weest des in geenen gebreke op datmen nyet geoirsaeckt en zijn op u luyden te verhaelen alle schaden und interest die tgemeyn landt deur uwe versuymenisse oft nalaticheyt inder voorseide publicatien solde moghen tho lijden. Hiermede u luyden int schut des Almachtigen bevelende. Gescreven tAernhem den 14en juny 1580.

Die rhaden des furstendombs Ghelre und graeffschapz Zutphen.

J.M.W. Sluijsken.

Nummer 33

Erentfeste ersame wijse und vursichtige besunders gunstige goede vrunden, waer alle behoirlicke recommandation kan ick u ersamen onvermeldt nyet laeten, welcker gestalt die algemeyne viandt deses vaderlantz sich mit soe geringen und cleyne volck in desen landen begeven hebben, twelck mijns erachtens nyet geschiet solde zijn, imfall zij geen assistentie oder secours uuytter desen landen weeren verwachtende van etliche moetwillige (doorh.: rabauwen und schav….) obstinate und verbitterden geesten, die algereets die hoeffder bij malcanderen stoken umb hoire listige practicquen mit schelmerie int werck toe stellen, dan weer behoir alsulcke practiquen mit Goidts hulp nyet behulpelick zijn, und umb die bocken uuyte schapen alnu toe scheiden, dunckt mij onder correctie van u ersamen doch allet op wolbehagen der selver dat nyet onraetsam datmen alsulcke orenblasers und die alzoe hoir hoeffden tsamen steecken bijsonder bij deze tijt die gemeyne zaecke dezes vaderlantz contrarierende und wederstaende vuer een tijt van veerthien dagen uuyter die stadt lachte, ter tijt und wijlen toe men sage wie sich dit spuell ten eynden werdt lopen und off mijn heeren hier inne scrupuleus weeren tselve int werck te stellen will dair toe altijt to burtich goede schutten bestellen waer men koste zij [ ] alsie mit halver eeren quyt worden in forme van 14 dagen want men nimmer goets op hoir toeverwachten als mijn heeren weten toe erinneren op dat die goeden luyden die der zaecke ten herten gaet van binnen in hoire steden nyet verraden und gelevert moegen werden und in hoire zaecken die tot dienste des vaderlants is erstreckende moegen procederen und voortfaren twelck ick ter goeder getrouter meynongh nyet heb willen onderlaten toe verstendigen. U ersamen die ick hier mit in schutz des Almechtigen bevele. Datum Zutphen dezen 15 juny 1580.

U ersame und lieve gantzwilliger vrundt,

Get onleesb.


Nummer 34

Godt boeven al.

Insyet unde hoert de wonderen di den almachtigen bij ons getoent hefft lyut broeders nemptelick den 15 deses maens omtrent tsavenst toe soeven uuyren soe bynnen ingekoemen omtrent 50 scutten van Kampen unde 18 van Hattem inkoemende bynnen Zwol, hebbense gheslagen den welchen slach dat hoerende isset gekoemen een grote saick onder den viant van ons unde bliscap bij ons vrunden Willemle, de oversten der soldaten anstundes voert vegten, waer op onse broeders begeerden se wolde eersten een weynnyg rouwen dat ghesceet sijnde, hebben se weder de tromme gheslagen unde hebben sych geopenbaert op de merrickt, unde daer na getrocken na de Kamperpoerte unde dat voert na de Blijmarrick het wellick onse vrunden di hadden noch daer na koemende ande Sassenpoerte daer hadde sich de vyant bescanest maer neet begraven, dan allenunge belecht myt wapens sijnde onse vollick koemen synnen se terstunt verlopen soe is de coep op de merrickt gekoemen hefft men geropen men solde voert vaeren na de Dyserpoerte omme de mennichte der boeren toe besyngelen koemende achter bij de muyre hynne nae unde an de Dyserpoerthe en hefft men ghijmant vernoemen burger nog huuysman alsoe is de vyant verjaget sonder bloet vergyten dan twe ghescoeten van onser sijdt unde van onse weer partijen en kon men niet eyschen want se moest mede verlopen synnen unde hebben haer huyssen laten ploenderen dan daer sijnne noch niet meer als twe ghevangen het eene is ene van Bekem unde den anderen is mijn onbewust. Ick wolde dat ick

34.2
een weynich bij u ware, ick solde u ersamen wijder daer van seggen want ick huyden bynnen Zwol synne geweeste unde angesyen ungehoert hoet daer is ghegangen soe dat Godt daer mamentlick mede hefft ghearbeyt want de vyant meer als thymael sterricker was als onse vollick ja men wolde seggen soeventhyen mael met meer op dyt yas dan u allen bevoelen den Almachtigen. Lyve broeders actum tot Hattem den 16 juny anno domini 1580.

Jan Mathisen.


Nummer 35

Eersame vroeme inde wyese voersychtyghe goede vrunden, ick heb u eersamen bryeff ontfanghen, inholdende u eersamen gheneycht graeft en wallen op toe maken u eersamen stat an toe reparyren, als nodych dese ghevaerlycke tyeden in tyets, eer dye noet gevallen mocht, op verdacht toe syen. En daer toe noedych an stucken lans van myen landt aff toe graven sold moeten syen gheleghen hoe ghonstyeghe goede vrunden wat toe het ghemeyen beste dyan- lyck en noedych wijl ick nyet teghen wesen en vredych u eersamen stat toe verbeterynck dan bijden op syen wyllen hebben als vertraue dorych dye grevers anden reparyeders van dyen, nyet wyeders genoemen vergraeven mach warden dan dye noet en eijst, niet vordert en toe u eersamen seer ghebyedende mij sye, en in bescerren des Almoeghenden here der heren, dese ghevaerlycke tyets bevelende. Ilych datum 17 juny anno etc 80.

U eersamen vruntwyllyegher,

Joeseph van Arnhem.

Nummer 36

Alzoe die van Hollandt ende Zelandt ten vollen betrouwen dat die andere provincien van eghene menonghe en zijn zijne furstlicke genade noch oick den voirseide van Hollandt (doorh.: van) ende Zelandt inde gerechticheyt bijde pacificatie tot genades handt gemaeckt bij haer vertreyden te willen vercorten jegens den belooften vande voirseide provincien bijde voirseide pacificatie ende naerder Unie solemnelicken zijne furstlicke genade ende hun lieden gedaen. Zoe hebben zij van Hollandt ende Zelandt oick mitzdezen opten 2en articule vande instructie opten lantraedt getaempt wel willen verclaren haere menonge te wegen dat zij sijne furstlicke genade begeren te laten over Hollandt ende Zelandt die regironghe ende dispositie in politicque zaicken mitsgaders die collatien ende gifften vande offitien ofte staten binnen den vorseide lande vallende.

Volgende die pacificatie van Gendt zonder daer van in enigen wijse te connen wijcken zijnde niettemin die van Hollandt ende Zelandt te vreden beneffens andere provincien in alle contributien ende krieshandel die defensie vanden gemeynen lande raeckende haer der dispositie vander hoger overicheyt ende den lantraeth tonderwerpen ende goetwillich te laten vinden. Aldus overgegeven bijden gedeputeerden van Hollandt ende Zelandt den 17en juny anno 80.


Nummer 37

Nae behorlicke groetings wensche ick u lieven wele gudes can dan u lieven nycht be[r]gen onser geluck van goedt alsoe u lieven dese montlick sal berychten wijder hebben wij dessen dach in gecregen 2 fanlen hollansche soldaten nae vertreck van dye van Campen und Dewenter soldaten und borger alsoe dat wij nu versekert sijn. Soe is dessen huius angecomen seven serguen van dem graven van Hollach sijder eygen hant dat als gyster im Oldesel gecamen gecamen und myt sych noch ennige ruter und knechten heft an ons rydderschap samt borgemeyster und gescreven raethvru[n]den dem [.]rguse heft hem gesant 4 fand[e]n ruter und 2 redement knechte und dat hij van stond[e]n an daer weder an wyl alsoe dat wij dorch goedes hulpe wolgemoet sijn hyr is verscheyden tijden gen van dem vyant doch onseren dan het gerop dat hij dorch Coeverden is een vel seggen op den vylstede. Wij hebben van dage ons Mastenbreckers har gyselers in gecregen und folgens haer verre in onser stat begynnen toe hald[e]n daer ons voele an gelegen is und Hasselt arbeyden wynig flijt om och beset toe merken droevege tijdynge can ick u ock nycht bergen van dem elendygen mort van ons broeders Peter Kot[.]en unde Roelof van Clagewegen dat des geliken schyr nycht gehort sal soe stat ons saecke nu gudt is wel dun gelt gegeven een geluckygen voertganck weset wol gemoet dan heet is op onser syde tegen het rasen aller onser vyanden gronnege can ick nocht sekers van scryven overmyts dat dys porte wennych het op gewest alvolde hyr wat seker off van ander wegen, wat comt sal ich walt gelt naegelegenheyt mytdelen hyr myt Goet bevolent. Datum Zw[o]lle den 19 junius.

Byng bro[ders] imden he[re], Arent Janszen.

37.2
An dem erbaren und walwijsen versychtygen heeren borgemeysteren und raedt der gen[] stat Elborch mijnen wol gunstigen gebeden heeren tot t Elborch.

Den ehrsamen frommen und versichtigen Henrick van Othmersen und Arnt Johanssen Kannegieter, oft in oiren affwesen ennigen guiden patriothen unsen vielgunstigen frunden tho Swoll.

Nummer 38

Ehrsame fromme vursichtige gunstige frunden, van u lieden begeren wij frundlick desulve uns bij desen unsen boden der gemeinen saken gestalt, nemlick aldar ten Swoll, van den geschahen slagh und wie sich unse krijchsvolck dertegen weder unstet overschrijven sulcke sind wij geniegt weder tho verschulden. Den Almechtigen heren bevolen. Am 19 juny anno 80.

U lieden frundtwillig burgmeyster und raet der stad Elburgh.

In namen und uth bevehl de sulus Johan van Holthe, secretaris.

Nummer 39

Ersame wijse und vursichtige, gunstige guede frunden. Also nu ein geruyme tijt bij der landtschap mysverstant verresen ys int continuiren offt sunst separiren sdrosts ampts van Veluwen, waer aver tgericht etliche daghen tot der opgehalden is worden (tot groet naedeill der landtschap ende parthien) und so dan onser genedige heer stattholder onss operlacht dienthalven een quartierdach uut tho schriven twelck mitz tgerichte nyet ehrer hefft kunnen geschieden; langht demnha unse frundtliche begeren, dat u ersamen alle onschuldt tho rugh stellende, sich durch ihren gesanthen den lesten dach deser itziges monats juny alhier bynnen Arnhem verfuegen willen bij verloss ihrer stemmen om eintlich indersaecken to concludieren ende voertz op andere mennichfuldige deser landtschaps geschefften daer aen hoechlich und voell gelegen besunder der Veluwen, riepelick myt ein anderen to communiceren, delibereren ende resolviren, op dat u ersamen (wan ietwes in sulcke gewichtige saecken eintlich entsloten wordt) niet en hebben to seggen daer niet bij gewest tho zijn wie vurhenne waell gebuert yss und dweill die hoige noitt so hefftich vordert u ersamen gesanthen kommen dan off niet sullen gelicke waell inder saecken noetz halven moeten procederen ende voertfaeren. U ersamen hiermyt in schutz ende scherm des Almechtigen bevehlende. Gegeven den 21 juny 1580.

Burgermeysteren schepenen und rhaitt der statt Arnhem.

Post data.

U ersamen willen niet laten soe vuell pennongen als ennichsins moegelick is mede tbrengen, waer anders niet moegelick is die knechten inden steden te halden.

Nummer 40

Ersaeme wijse voirsichtige insonders gunstige guide vrunden, u ersamen hebben sonder twijfel uuth gemenen geruchte wel verstaen, hoe deerlick ende moortdadelick etlicke van onse burgeren (reysende doer Mastebroick nae Swolle) om der twijspalt der burger aldaer te helpen beslichten, van den Mastebroeckers ende anderen, soe sich bij hoer gevoecht hadden ommegebracht ende mishandelt sunnen. Ende dewijle wij verstaen, dat Johan Laurenss onser stadtz gewesene hoestuir, Johan Golt ende Bernth Nyemeijer, Dries Huygensoene, geboiren van Vaessen die principaelste handt daedigers dair van gewest sunnen is onse gantz vruntlick begeren u ersaemen willen in savour van justitie, allen moegelicken vlijt aldair bij u ersaemen ende up anderen oirden anwenden daer mit die voirseide hantdadigers (die wij verstaen in desen landen omme tsweven) in handen gelengen ende ten exemple van anderen nae hoere begangene daet ende moort gestraft moegen worden, doende u ersaemen hier mede den Almechtigen bevelen. Datum ylentz den 21en juny anno 1580.

Burgermeisteren, schepenen ende raeth der stadt Campen.

Nummer 41

Ersaeme und vursichtige besonders goede frunden. Wij schrijven bij brenger van desen aen den scholtis van Doernspick und richter vant Oldebroeck then einde sij achterfolgende die patent sijn genedige ires amptz ondergehorige huyssluyden daer her halden om die opmakingh der grafften und wallen tho helpen doen und dat sij u luyden sullen verstendigen wes sij tho doen gemeint.

Und belangende dat placaet der geestlicker guederen etc. datselve is generaell inder fuegen dat alle guederen so waell der vicaryen alls andere daeronder begreepen worden.

So voell ferner betrefft die uutgeweekenen so uut Elburch alls Campen etc., daerop sullen wij u luyden ter allereerster gelegenheit thoverlatich schrijven und wij bevelen u hiermit den Almechtigen. Geschreven to Arnhem den 21en juny vijftienhonderd tachtig.

Die raeden des furstendoms Gelre und graeffschaps Zutphen.

J.M.W. Sluijsken.

Nummer 42

Erentfeste achtbare gebedende heren und guede frunden. Also u eersame wijsen is voirgekomen solde zijn die roggerente der coventen in u eersame wijsen stadt gehorich, af to willen lossenn ende bedanckhen u eersame wijsen der guden togenegentheit mij voir mijnen schadenn wairschouwende, des mij ieder tijt seer tho verschuldenn, dan kan u eersame wijsen nitt verhalden dat ick mit den pater sal muten verdragen van die verschrevene renten so veer u eersame wijsen oick dair op itwas tho seggen hadden wolde ick wel dat mij sulkes strax op mijnen kosten worde verstendigeth, op dat ick wust wair ick mij na hadde tho richten, sulx will ick van u eersame wijsen in groten danck annemmen ende mij verplichten tot behoirlikhe danckberliken dienst ende fruntschap. Godt der heer erhalde u achtbaren wijsen in geruster lanckwaliger regerung, Datum Campen den 22 juny anno 80.

U achtbare wijsen gantz denst und fruntwilliger,

O. Gansneb genant Tengnagell.

Post data.

Ick kan u eersame wijsen gans tidung nieth bergen we dat den Mastebroeker buiren weder tot gehoirsamheit van ridderschap ende steden gebracht ende wij van Hasselt genochsam versekert. Die viant is ergister nacht uuth die Drente op gebroken na Groningen up hope van den dan[] ende Delffzil to bekrigen. Mit Steenwiech samen wij nu traetaet. Godt verlene zunne segen, Datum [ ] []teris.

Nummer 43

An den ehrsamen rhaett der statt Elburck mijne groottgunstige gebiedende heeren.

Godes genade doer sijnen eenigengeboren sohn Jesum Christum onsen heylandt und warachtigen helper met al het gene wes ick vermach te voor. Ehrbare, wijse, groottgunstige heeren, diewijl het in allen wel angestelden gemeinden gebruyckelick is, und oock Godt selvest trustelick beveelt und hebben will, dat die dienaers göttlicken worde met den van der gemeinde daertoe verordneten olderlingen well toe siehn sullen, dat den bans der gemeinde noch doer falsche lehr noch quaet exempel behindert offt gantz vurgestoken werde; soo heb ick van wegen mijner dragenden ampts nit sullen noch können underlaten u wijsen te advertieren, dat ick dese vorleden dage hebbe vernohmen hoe sommige doch gutthertige luyden so binnen so buyten onser gemeinde alleen door medelijden beweecht zijnde, daerover uth syndt, dat sie M. Eberhardum gere in onse reformierde schule promovieren wolden, ende darom oock hefftiger anholden bij u wijsen diewijll nae het advuys ende oordeel der laetsten geholdenen synodi tho Hardewijck up andern plaetze die neffenschulen affgeschafft ende oock u wijsen besonders van den synodo sulcks te doen vermaent ende gebeden is worden. Hett is well recht ende in desen guden luyden te prijsen, dat sie met haren naesten medelijden hebben ende denselven gern voorstaen wolden doch sol man altijt die barmherticheit also temperieren dat nit begerhet en werde dat tegens die ehre Godes und gemeinen welstand strijdet, want ons alltijt mehr angelegen sal wesen die nuttecheit plantinge und upbowinge der gemeinde, dan het kleine profijtt dat eenige person hebbe mochte. Angesiehn dan wij een reformierde schull doer Goder genade hebben und met sulcken mannen versiehn sijndt die der jeuchde gemach

43.2
doen konnen; so acht ick het nit alleen unnoedich, maer oock sehr schadelike te wesen, dat man met eenen sulke man die tegen die ware relegie is und derselven gantzlick gehn wetenschap hefft (die welcke allerwegen affgesett werden) onse schule wolde belecken; doch sijne person angaende kan ik hem noch prijsen noch laken, diewijll hie mij niet anders dan van ansiehen bekant is. Nu weet u wijsen well dat die schulmeesters in reformierden gemeinden veel anders moeten gedaen wesen dan die papistischen, te weten, dat sie onder haren jungen nae harer gelegentheit behoren theologi te wesen und die [ …] christliker lehr im catechismo versahtet te meten, dat sie darnae dieselvige van anfang in die jeuchde platen moegen; hoe M. Eberhardus sulcks doen kan geve ick u wijsen te bedenken und bidde underdanich dat geen ergernisse to gelaeten werde. So is dit oock het gebruyck in allen wel angestelden und reformierden gemeinden dat niet alleen die kerckendienaers maer oock schulmeesters dat pausdom verlatende und om dienst bij ons ansoekende te voor beproefft werden, off sie in ser religie rein sindt off niet, und off sie oock haren voorgaenden erthum te wederroepen bereyt sijndt, ende leken oock sick dem examini wollen underwerpen up dat man versekert sie dat sie met geenen ketterijen behafftet (doorh.: onleesb.) und om te dienen bequaem genoech sindt. Darnae so siehn wij oock menichmael dat vader den religions verwaicken eenige twist ende gekijff daer den satan onser aller vijant gesegt werdt hoe veel mehr sol hie sulckx int werck stellen können als personen in der religion stridich eenerhandt officie ende schuldienst bedienen solten? Want het niet moeglick is dat Ismael in den huyse Abrahams wonende. Isaac kan sonder te bespotten ende klachen te laten. Oock hebben u wijsen wel te bedencken off het nit noediger waer, dat man nach eenen fromen gottsaligen dienaer des wordes trachtede (diewijl mij den dienst somwijlen schwaer falt ende mij niet möglick war denselven te volfuhren als eenige cranckheiden solden infallen) als dat man noch eenen

43.3
schulmeester ordenieren wolde daer die schul wel versiehn is met personen und godsaligen mannen, also dat man des derden niet en behoefft und den kosten wel sparen kan. Dit heb ick also guder meininge om des gemeinen besten willen u wijsen up ditmael sullen furtragen met onderdaniger bidde, sie wollen mij sulcks nit quellick affnemen; want ick hier mede so daertegen geschien solde unde daeruth ungemack erfolgde, mijn consientie gescyet wil hebben. Hiermede doe ick u wijsen beveelen der bescherminge des Heeren die welcke unse hert verfulle met den geest des wijsheit, des verstandes und des rhades, up dat alle V.W. regierung die u tot loff und prijss des namens Godes und beforderung des heilige evangely oock upbouwinge sijner gemeinde. Amen. Datum Elburch 29 juny anno 80.

U eersame wijsen,

underdanich gehorsam dienaer,

Jacob van Weed.

Nummer 44

Ersame unnd vursichtige besonders ghoede frunden. Nadem opten jungst gehaldenen lantdach verscheiden punten geproponiert sijn dairvan etlicke geresolviert sijn worden und etlicke alnoch angeresolviert sijn verbleven unnd dan die hoge onvermijdelicke noot alnu erfordert dat die alnoch ongeresolviertte puntten wederom in deliberation genaemen und affgehendelt werden moegen. Demna is ons gesinnen dat ghij luyden wederom bij die plicht und trow daermede ghij luyden dem geliefften vaderlant verbonden als oick bij verloss derselver stemmen tegens den achtienden itzlopendess maentz des aventz alhir binnen Arnhem durch derselver gesanten mit volcommene volmacht ende op die vorige punten wael geresolviert erschijnen om folgendes daechs omtrent negen uren precise die alnoch anaffgehendelte punten niet allein in beraetslagungh tho nemen, und thot heil gemeines vaderdans tho sluyten dan oick noch ferner anthahoeren alsulcke proposition als in naem und uut befelich der generael staten durch derselver affgesanten alss dan vurgedragen und geproponiert sal worden, daerop ingelicken tho beraetslagen und tho resolvieren. U luyden niet verhalden die selve erschijnen alss dan ader niet dat wij glicke wael die resolution der erschijnende in sulcken vigeur und crafft halden und oick executieren sullen laten glick off die bij gemeiner stemmen der alinger lantschap genoemen weer, alsoe wij u luyden hierbefoerens angeschreven om arrest ende annotatie tho maken van den genigen die sonder (doorh.: onleesb.) erhefftliecke oirsaken dese landen als ir vaderlant verlaten hebben und mit den vyant parthij dragen. Demna begeeren wij dat ghijluyden ons schryfftlick verstendigen wat bij dieselve daeran gedaen sij. Mit befelungh dess Almechtigen. Geschreven Arnhem den 4en july vijftienhonderd tachtig.

Statholder und rhaden deses furstendoms Gelre und graffschap Zutphen.

J.M.W. Sluijsken.

Nummer 45

Erentfeste ind frome gunstige guede frunden, der afscheidt dess lesten gehaldenen quartiersdachs nae belangende tinfueren der generale middelen seynden wij u eersamen (doorh.: copie) extract om deselve anstandt int werck testellen. Mit bevelungh dess

Almechtigen, geschreven den 8 july 80.

Burgemeisteren schepenen ind raidt der stadt Arnhem.

Nummer 46

Eersame wijse voersichtige insonders gunstige guede vrunden. Wes ons onse medeburger Werner van Vorden toe kennen gegeven ende versocht (betreffende zekere u eersamen citatie an hem gesonden) hebben u eersamen uth inverwaerte sijne supplicatie gunstichlick wijders toe vernemen, ende om den redenen daerinne verhaelt. Is onse vruntlick begeren, u eersamen willen hem den versochten tijt ende uthstellinge van veerthien dagen na data deses tegenwoordigen achtsten dachs july to vergunnen om middeler tijt sijn bescheit an der hant to krijgen ende nyet overijlet tworden, Sulx ende alles guedes verlaten wij ons gantzlicke tot u eersamen die der Almechtiger lange gefristen moet. Datum den achtstem dach july anno 1580.

Burgermeysteren schepenen ende raedt der stadt Campen.

Nummer 47

Ersame wijse und vuersichtige gunstige guede frunden, wat deheer Frederick van Boymer, die mede in Brabant geweest biden staten generael operlacht is, dese lantschap vuerte draegen daervan hebben wij niet wyllen laten u ersamen copie uitte deylen, [..] de mitten anderen daerop te communicieren. Is demnae onse frundtlicke begeren, dat u ersamen rijpelick daerop wyllen letten ende opten anstaende lantdach geresolviert tkonnen, sulcx hebben wij niet wyllen laten te verstendigen, u ersamen die den Almechtigen lange waelfaeren behuede. Geschreven den 10 july 80.

Burgemeisteren schepenen und raidt der stadt Arnhem.

Nummer 48

Den gedeputeerden dezer lantschap op Antwerpen gewezen zijnde inde vergaderinge der staten generael aldaer ende verstaen hebbende verscheyden voergevallene zwaricheyden niet accorderende metter resolutie ende intentie dezer lantschap ende dat oick op eenige poincten niet eyntlick was geresolveert hoeft goet gedocht deputeerde Frederick van Boeymer affte veerdighen tegens den 21en juny aenden gedeputeerden dezer lantschap die vermoegens den affgescheyt in maie lestleden binnen Arnhem zolden hebben vergadert ende dvoirseide zwarichheyden met hun te communiceren, omme bij voergaende quartiersdagen naerder te moegen weten dezer lantschaps menonge. Zoe dan die gedeputeerden alhyer niet gevonden, heeft opgemelten Van Boeymer dientlick eracht in affwezen des wolgeboren heren stadtholder dit zelve den heren rhaeden te kennen te geven ten fyne van te delibereren oftmen den gedeputeerden daerop verschrijven zolde oder hoemen am besten inder zaicken zouden handelen und is voer raetzaem aengesien te verwachten des wolgeboeren heren stadtholders aenkoempste om met zijn genedige te communicieren.

Den welcken achtervolgende eeft Boeymer zijn genedige overgelevert deze naevolgede articulen.

Inden eersten dat idt begeren der staten generael is dat die bewillichte tweentachtentich duysent gulden inder yle opgebracht moegen werden.

Dat geresolveert is, den lantraed ten vermoegens tanderen tijden overgesanter instruction toe engeren, totten getal uuyt yder provincie als bijde zelve instructie ge-

48.2
geprescribeert ende dat bij provisie uuyt den zelven lantraedt 8 oder 10 persoenen over Maes ende Schelde resideren zolden bij forme van delegatie buyten lantraedt gecommitteert, die in crachte van zeeckere ample ende brede instructie op aenvallende zaicken zouden moegen disponeren, die souveraniteyt des zelven lantraedts blijven bijde ghene die neffens oder omtrent der hoger duericheyt zouden resideren.

Dat die lantraeden gecommitteert zolden werden buyten geunieerden provincien ende sich daer in onthoudende goede patrioten.

Dat zij niet langer zolden dienen als een jaer ende daer nae een jaer stilsitten aleer wederom aengenomen te moegen werden.

Dat die lantraedts (doorh.: br) voer teerste halff jaer bijden provincien daeruuyt zij gecommitteert gegaigeert zullen werden een yder nae sijne qualiteyt ende dat bij zeecker extroordinarys middel ter tijdt dat andere generaele ordre daerop gestelt.

Dat oick geresolveert ende gearresteert is een nieuwe collegium op te richten dat geheten zal worden die Camer vander Finances vande staten die hebben zullen idt beleyt van allen zaicken beruerende contributie vanden provincien die domeynen blijvende tot dispositie van een yder provincie ende dat in dezen collegio gecommitteert zolden werden uuyt yder provincie een.

Tadviseren op die verclaringe bij die van Hollandt ende Zelandt gedaen van hoe verre zij hun den lantraeth gedachten te submitteren.

48.3
Opt poinct vanden hartoch van Anjou naerder te resolveren zoo op ten lesten landach anders niet gesacht dat datmen die zaicke suspens dragende zoude houden.

Opte obligatie daer bij den lantraedt die provincien int generael ende particulier zoude moegen verbinden in val der nooth ter somme van hondert duysent karolus gulden eens.

Opte bijden eertzhartoch ende staten generael versochten continuatie vanden maentlicke contributie voer noch ander 2 oft 3 maenden met vaste belofte van daer nae die repartitie deser lantschap in aller billicheyt te willen moderen is hier nae aen provincien gesien om continuatie van eene maent te weten voer die maent van julio.

Oick tadviseren opten iegen bericht bijde tot tresorier Dirrick van Beecken, der gedeputeerden tot Antwerpen ydtz gedaen ende schryfftelick overgelevert, belangende die bij hem gepretendeerde 4898 karolus gulden 18 stuver gesien oft men hem niet zoude connen assigneren op te generale middelen.

Insgelycx hoemen geraecken zullen tot resitutie dezer lantschaps obligatien vanden leste bewillichte vierjarige schattonge. Zoe die cooplueden dreygen dzelve obligatien bij arrest op enige persoenen int werck te willen stellen ende langer gheen patiencien ende gedencken te hebben. Te considereren dat vandie voerseiden schattonge noch wel hondert 24 gulden resteren te betalen, die voer eerst den coopluyden in betalinge te moegen geven.

48.4
Omme te fourniren twe hondert duysent gulden tot betalinge der garnisoenen binnen Bruyssel Mechelen Ninillis Vilvorden ende enighe ruyteren alhyer is goet gevonden bijden staten generael die convoyen ende licenten vermoegens nieuwe opgerichte lijsten etlicke cooplieden in handen te stellen.

Nummer 49

Memorie voer heren doctor Boeymer, den zelven gegeven van wegen here Hans Paulus Herwaert ende andere geinteresseerde crediteurs vanden hartochdom, steden, lande ende gemeynen ingesetenen van Gelderlandt ende graeffschap van Zutphen.

Inden eersten zal den voirseide heren doctor gelieven inden landach ende vergaderinge der staten des voirseide lants van Gelre den zelven staten te remonstreren hoe dat die voirseide here Hans Paulus Herwaerts ende zijne mede consoorten hebben mette zelve staten genegotieert van inden jaere vijftienhondert drierenzeventig ende tot subsidie vanden voirseide lande grote somme van pennigen getelt ende geleent daer aff zij alnoch onbetaelt staen vande somme van twehondert en entnegentich duysent sevenhondert twelff libra 18 stuver 6 duiten volgende dobligationes daer aff zijnde in handen des voirseide Harwart.

Ende hoewel die voirseide heren geinteresseerde crediteuren yesedeet diversche sollicitatien hebben gedaen aenden voirseide heren staten van Gelrelandt zoo inden selven lande als hier binnen Antwerpen aen hun gedeputeerden soe bij requesten minnelicke interpellatien ende andersins.

Dat nochtans dzelve heren geinteresseerde crediteuren met zoe vele en hebben connen becomen datmen met die zelvige zoude hebben willen affreeckeninge doen aengaende die verlopen interesten die hun bijde voirseide obligatien nochtans tegens twaelff pro conto zijn toegesecht ende voer nun datmen op die capitale somme enighe betalinge zoude hebben willen doen.

Waer dat arger is schijnen den voirseide geinteressseerden crediteuren debat te willen moveren aengaende die resterende quantiteyt van hunnen credite ende pretenderen dat

49.2
daer aen zouden moeten corten alzulcke pennigen als in voerleden tijden den here van Hierges hun zoude affgedrongen hebben tot betalinge vanden volcke van oirloge van sijn regiment ende andersins.

Die welcke die voirseide heren geinteresseerde crediteuren geensins en connen voer goet aenhouden oft vinden alzoe meer dan onredelick ende onbillick is dat dvoirseide heren staten zouden betalinge connen doen met penningen die hun crediteuren niet en hebben geprouffiteert noch van tminste vandien daer mede hun voirseide obligatien (doorh.: niet) niet en hebben connen geextingueert betaelt ofte voldaen worden.

Maer deur dvoirseide heren geinteresseerde crediteuren waren over vele jaeren veroorsaeckt gewest hunne voirseide tachterheyt ende betalinge van dier te vervolgen bij wegen van rechte ende bezonder bijde middelen hun onder stercke ende rigoureuse verbontenissen bijde voirseide der heren staten obligatien toegelaten ende geoorlooft.

Ende niettemin om den zelven heren staten alomme eygene oirzaicke van beclach te laten ende omme dzelve des te meer te bewegen dat zij alle devoir ende neersticheyt zouden doen omme den voirseide hunne crediteuren behoirlicke satisfactie te doene tsij bij middele vanden heren vanden financien, alzoo zij verhoepten dat dzelve die voirseide hun affgenomen penningen zouden goet doen ende opte zelve hope den interesserden crediteuren op mennichfuldige interpellatien hebben uuytgestelt ende te vergeeffs getroest tsij andersins bij enighe andere middelen tot volle betalinge vanden resterende tachterheyt.

Zoe hebben die voirseide heren geinteresseerden crediteuren tot noch toe int vriendelick hunne betalinge allesins gemanet ende vervolght gelijck zij alsnoch hebben gedaen aende voirseide heren doctoor Boeymer ende andere

49.3
gesanten vanden voirseide lande van Gelre tegenwoirdich wezende binnen dezer stadt.

Maer alzoe diezelve nu ter tijdt bevinden ende bij experentie van vele jaeren tsedert vercopen hebben geleert gewest datmen hunne beleeftheyt ende goede pacientie is misbruyckende, zoe is dzelve hunne pacientie daer deur ten lesten geirriteert geworden ende zij lieden geresolveert recours te nemen totte middelen van heure voirseide obligatien.

Bidden daerom den voirseide heren doctor Boeymer dat den zelven gelieven wille allet ghene dat voirseid is den voirseide staten in hunne vergaderinge aen te geven. Oick dzelve te vermanen dat zij willen indechtich worden hoe ende in wat manieren onder welcke ende hoe starcke verbuntenissen zij hier ende hunnen gemeyne ingesetenen met renunchiatie van alle ende ygelycke middelen van exceptien doende enichsins ter contrarien hebben verschreven ende ande voirseiden hunne crediteuren verbonden.

Ende dat zij hun voertz verzeeckert zouden, dat die selve heren geinteresseerde crediteuren tselve daer bij niet voerder en zullen laten, maer dzelve obligatien willen gebruycken ende te wercke stellen ende dat doende hunne betalinghe rechtelicken vervolgen bij [.]aeste vande persoenen ende goeden vande ingesetenen vanden voirseide hartochdom van Gelrelandt ende graeffschap Zutphen, waer ende tot wat plaetzen zij die zelve zullen weten te becomen oft tachterhalen, ende bezonder onder alzulcke gerichten aldaer zij wel verzeeckert zijn dat noch bij faveur noch bij dissimulatie uuyt enighe particuliere respecten die institie hun niet en zal geweygert worden.

Dat nochtans die selve heren crediteuren tselve niet geerne en doen noch hun tot zulcke rigeur en [ ..] begeven maer liever zagen dat voirseide heren staten

49.4
hun in enich debvoir stelden om hun satisfactie ende daermede hun zelve ende hunne ingesetenen van varder costen ende schaden verhueden ende beschermen. Stondt onderschreven Hans Paulus Herwaert.

Nummer 50

Erentfeste ersame wijse und vursichtige gunstige goede vrunden. Naer aller behoirlicker recommandation kan ick u ersamen onvermeldt nyet laeten, welcker gestalt ick durch zekere loeffweerdige conschappen bericht zijn worden, dat vuer gewisselick der viandt alle listige und heymelicke practicken int werck stelt, om einige steden in dezen furstendomb Gelre tzij durch den burgeren, soe zij op hoire zijde moch moegen hebben, oft anderen bouren in toe nemen, wairomme noedich in tijtz dair inne toe versien, und sulx vuertoecomen, is mijn begeren u ersamen geliven wolde goede dach und nacht wachte op allen oirden und plaetzen, dair sulx noedich uuyt toe stellen, und op den uuytgaenden und incomenden man goede toeversicht gedragen mach worden, ten eynde der erffviandt mit geene brieven oft anderssins mit ennigen burgeren etliche heymelicke practicken int werck stelle, om alzoe alle inconvenienten die daer uuyt solden moegen verrisen vuer toe comen, twelck ick u ersamen uuyt goeder vertrouter meynongh nyet heb kunnen verhalden, waer ick u ersamen in ennigen zaecken dienst ertzeigen kan, sullen die selve mij yder tijt willich und bereyt vinden. Ken der Almechtiger die u ersamen in lanckwalfarende gesontheyt vuer alle oevel gefristen. Datum Arnhem den 13 july 1580.

U ersamen und lieden gantzgnstiger vrundt,

J. Hegheman.


Nummer 51

Gunstighe lyve oem, ick en kan u lieve neeth verbergenhen woe dath onse nychte van Lynnyp van Zutphen myth haer man hyer gheweest is ende hebben myth Tengnegel van tkloester weghen tho doen van sinnych (doorh.: achterdo) achterstedyngh welck bij veranstrackungh beloeft is up sekeren tijth tho accordiren. Soe is haer vruntlyck bydden an mijn heeren den magistraet van der Elburgh dath sij den drost ex officio vermanen dath he up des paters versoeck neet voert en vare nae luyt it leste placcaet ende u lieve geen hynder hyer is (doorh.: onleesb.) en doe ende mede om Tengnegel schriven dath he geensins myth tkloefter ofte imant vant kloesters weeghen verdraeghe ofte an haer en betaele want is [] ten heeren geen betaelynghe vertrecken sal noch verbrach want Lynnyp myth de heeren bynnen 12 daeghen van hoef summe ende achterstedych wyllen verdraeghen. Hyer mede den Heeren bevoelen. Groetet mij doch alle guyde vrinden, mijn vader voer eerst ende susteren. Uth Aerhem den 22 july anno 1580.

U lieve gunstighe neef,

Henryck van Curler.

Nummer 52

Eersame und vursichtige besondere goede frunden. Alsoe Jacob van Elden ende Alphert Brinck onlancx bij ons gecommitteert zijn tot inventarisatie van allen kerckengoederen gelegen in allen steden ende plaetsen des Aernhemssche quartiers als bij oire comission ende instruction wijders tho venemen de wijlle den voirnoemde gecomitteerde bijde voirseide oire instruction opperlacht is, in elcke stadt twee uuyter magistraet tot oiren assistentie te versoecken. De wijlle oick Caerlen van Gelre ( die oick tot oirer assistentie gecommitteert was) om merckelycken oirsaecken nu nyet gelegen is op ditmael dair tho toe vaceren. Soo is ons ernstelick und vruntelicke gesynnen dat ghij luyden nyet onderlaet twee persoonen uuyt uwe collegio te nomyneren und deputeren om den voirnoemde Jacob van Elden ende Alphert Brinck tho assisteren soo inde inventarisatie vanden voorseide kercken und cloistergoederen als oick int tracteren oft accorderen mette overgebleven conventualen, voorts in alles wes tot voltreckong vanden voorseide oire commissie ende instructie van noode wezen sall, op dat bij gebrecke van dyen soe christelycke und godsaligen voorgenomen werck nyet verhindert worden. Hier mede u luyden int schut des Almachtigen bevelende. Uuyt Aernhem den 27en july 1580.

Die verordente rhaden int forstendomb Gelre und graeffschap Zutphen, uwe gunstige goede vrunden,

J.M.W. Sluijsken.

Nummer 53

Erentfeste eersaeme wijse discrete vromme gunstighe vrunden. Alsoe ick u eersamen missive ontfanghen unnd inhalt van dien genoochsaem verstaen hebbe, kan ick u eersamen ter vruendtlichen andtwoirt nyt bargen als dat ick u lieden tot u lieden gesinnen unnde wille een roth goeder schutten overseynden sall. Ick solde u lieden algerede dselvighen en ordonnere me unnd voortz a novo mandamenten aenden scholtus overseyden hebben. Dan versocht sijnde mijn nhaer Bommelerweert inder ile hebbe moeten verfuegen alwaer die viandt met gewelt in tho raecken van menonghe was dan hem [ ] gecesseert hebben also dat zij ytsonder van alsulcke quade intentie gefrustreert zij. Voortz belangende den viandt bommen int lant ben ick in erfaronghe gecoemen dat gij meerder op enen verloop stadt als gemonstert tsullen worden. T welck ick u lieden nyt hebbe willen bargen, soe ick u lieden oock dienstlich wesen can sullen mijn altijdt bereyt vinden. Mit bevelch des Heren. Raptim Armhen desen 23 en augusti anno 1580.

U eersamen lieden dienstwilliger,

J.Hegheman.

Dwiell mijn heren noch dan ghene knechten begheren, sall ick u eersamen dselvighe nyt thoe seynden alleer u eersamen a novo wederom delibereert und dselve tho hebben gesinnen sullen gelick ick uut leste schrivent wederom verstaen hebbe, dwelcke soe u eersamen begheren sullen myn daervan twe ofte drie daegen te voeren adverteren wandt die ordonneren men ytforder op ene andere plaetse is.

JH.


Nummer 54

Erenachtbare vorsienige wellwijse discrete heren, ick kan u lieden niet bergen, dat ick schrieven van dieselve gedaen entfangen, verlesen und die meininge verstaen hebbe, doen mij ore desselven fruntlich bedancken, dat u lieden mij voor schaede warschouwen.

Widders kan ich u lieden nit verholden, dat ick verleden tijt als mijn her prins S []yeall ther Elburg lestleden gewesen, in biewesen des predicanten Jacobi gereckent hebbe myt der werdinne. Also, dat ick haer doen ter tijt schuldich sijn bleven 22 guldens, daervan enen gulden solde voer een halter die sij mijn verlooren afgetogen worden, darvor ick haer dat peert mit saddels und samet tuch und tider, ein par niew bussen, een niew par stevellen und spoeren, patron koocker und polverflesse, ock ein halter in stadie gelaeten, haer expresselicken bevelhende, dat selve perdt terstondt in een weide tho besteden, und mit geener havern langer the foederen, als u lieden und genedigen van denselven Jacobi den predicant aldaer well sullen verstaen.

Dweill nu u eersamen und genedigen bij sich selven well weeten dat nit moegelick een peert in der weyden viertig guldens tho verteren, ick mij ock daerin beswaert finde, dweill ick tho verscheiden tijden daerom (voor ende nae die schlacht, daer ick doen bij gewest) gesonden und geen antwordt entfangen ock niet veelle geschefften bemoyt gewest, als ick oock noch byn, dat mij selve daer tho kommen niet moeglick.

54.2
Soe is mein vriendelick bit und begern u lieden und genedigen willen deese saeck in meinen affwesen aen nemen und erkennen bij sich selffes wat een perdt in sodaener tijt in wayen off gras tho eten sowde moegen, vertert hebben, wat u lieven und wijsen darvan erkennen, datselve ben ick willich tho betallen dan dat datselve perdt soude 15 gulden vertert hebben in gras, dunckt mij niet moeglich the sijn. Beger hierbeven men wille mij tselve pert met desen bott alhier int bontte pert off tho Amersfort bij Thonis van der Bons thoschicken. Beger tselve nit tho entfang die waerdinne sall thovoren van alles wat u lieden und wijsen erkennen schuldich tho sijn tho betallen und tho danck tho vergnoegen, sovern die wedinne daerbooven moetwillig soude voortfaren, mij in wiedern schaeden tho brengen, werd ick veroorsaeckt sulcks aen haer offt den haerren tho verhaellen daer nae sie sich tho richten, dat u lieden haer morgen aenseggen, und dat u lieden und wijsen hier in mijn beste doen werden vertrost ick mij gantzlick tho dieselve und wil sulcks bij nacht und dach gern wederomb verdienen. U lieden und wijsen hiermede den Heren bevelhende. Actum am 25 augusti anno 1580.

U eersame und wijsen goetwilliger in alle wat ick vermach,

Wolter van [Wateringen Enckhusen Riteneyster].

Nummer 55

Eersame voirsichtige besundere goede vrunden. Alzoo inde leste rekeninghe gedaen bijden erffgenamen zaliger Gedeons vander Hoeven vande vier jarighe schattingen inden jaere 1500 tzeventich ingewillicht verscheyden restanten der zelver vierjarighe schattinge voer uutgeven gepasseert zijn, welcke restanten die heeren van de rekeninghe alhier Thomas Gramaye itzighen landtrentmeister opperlacht ende expresselyck bevolen hebben met allen vliet te voirderen und van zijne diligentie te bewijsen op pene van in zynen ontfanck daermede belast te worden. De wijlle dan onder andere noch die schatbeurders der stadt Elborch oire restanten noch nyet voldaen hebben nyet tegenstaende verscheyden maninghen und voirderonghen die de voirnoemde landtrentmeister te voirens daeromme gedaen heeft. Soe is ons ernstelyck gesinnen dat u eersamen den gewesenen schatbeurders der voirseide stadt Elborch wel scherpelyck van onsen weghen bevelet dat zij binnen veerthien dagen na ontfanck deses die restanten inde bijgevoechde verclaringhe vermelt in handen vanden voirnoemde landtrentmeister betalen alhier binnen Aernhem, oft met guitancie oft ander behoirlyck bescheydt betalinghe bewijsen aen die verordenthe vanden rekenkamer alhier tAernhem, op datmen eens

55.2
weeten mach aen wien die penningen betaelt zijn, op pene soeverre iemande van dien in gebreke wesen sullen die voirseide restanten te betaelen oft betaelinghe te bewijsen, dat men alle de voirseide gebreckelycken reellyck ende metter daet daer voer executeren sall aen henren persoen ende goede soo met schutten als anderssins hier mede u eersamen int schut des Almachtighen bevelende. Uuyt Aernhem den 2en septembris 1580.

Die rhaden des furstendombs Gelder und graeffschafft Zutphen,

J.M.W. Sluijsken.

55.3
Die stadt Elborch restiert noch inde vierjarighe schattinge de somme van - - - driehonderd vierendertig libra.

Nummer 56

Erentfeste eersame gunstige heren und gute frunndten. Wij hebben u ersamen brieff empfangen und sullen denselven te gutlicher antwurtt nit verhalten fur unser personen (als insunderheit der Veluwen geneigt, soe ten hopen dat vorgenoemd antwurtt van der reden dar up folgen sall) dat dweil de ruuter und knechten keine commission noch patent van unsern gnedige heren stadthaltern, noch dero verdinten umb hichte tho kommen empfangen tho dem herdurch unser gantsche leger van den andre gete[..] und also der ander ein bose exempel geven und ander inconvenienten hir ath tho (doorh.: onleesb.) behalvenn allen schaden de wij sonsten heruth tho besorgen solten hebben.

Wij nit kennen vestene dat de ruuters und knechten over sollen gelaten werden, derohalben wij an den heren van Stockum Steinberg und Hill und Bummen geschreven se crolten hierinne solche verschinge doen: als in de gemeinen sachen und unser wolfarth am besten sein solte damit wij u ersame lieden dem Almechtigen bevelen. Datm Arnhem dem 10 septembris anno 1580.

U ersame lieden gewillige,

Hens Voeg, Jacop van [….].

[…].

Wij begeren u ersamen wollen insgleich all anglich flyet anirenden tho dem versseide enden.

Nummer 57

Erntfeste besunder soegunstige goede frunden.

Alzo ick bij seeckere comtschoppe vernoemen ende verstaen hebbe datte vande unse zijde zo ruytteren ende knechten althtus in vrijeslandt zijnde meerder geneegen zijn om den viandt den rugge te keeren ende hoer weeder op Veluwen geerne solden wilden fervoegen.

So ist nochtans dat woe [ .] altesoen (als ick nyet twyeffel) wel bewost is met wat groetten gelde jae andere verderffelicke coste die voergleiden, und uhr Veluwen angedaen hebben ende het te bedochten is dat het met deese (zo sij upVeluwen quamen) nyet voel beeter toegen solde. Ende om datmen up alles wel billick goede toeversicht begeeren te hebben: So is deesen mijn fruntlick ende denstlick begeren u lieden uwe veer ende schuytten wel willen bewaeren jae ock goede wacht holden, ten fyne datter geenen (doorh.: onleesb.) overval in Veluwen en geschyedeoe [.] alle schytte vallyieo (des noet zijnde) inden gront boeren.

Want ick ock algereede aen joncker Wolter van Boenenborch ende aenden cappitein [vet jurs] te Hattem liggende algereede de mennegen geschreven hebbe, verhoepende u eersamen in deesen doen sollen naer bejoen. Godt bevoelen keytien aerhen den10en septembris 1580.

U eersamen gehele gansgunstiger,

J. Hegheman.


Nummer 58

Ernveste fursichtige achtbare und wijse, negst wunschunge Gottlicker genaden, bij u achtbare wijsen unse willige dienst und alles guedes bevorens. Groettgunstige lieve heren und frunde. U achtbare wijsen schrivent deses dages datirt, hebben wij entfangen, inhalts verlesen, ock als baldt so voelle erkhundiget datt tuschen Hattem und hier gantz giene punthen dan alleine tho Wije ein klein swellhalseken voerhanden, daer allein ein koey offt ander bist offt vier mede avergesettett mag werden dwijll averst sulckes offt sonst andere schuitten so noch umb derselven gegenheit sijn möchtten voelle beter up Hattem den stroem hinaff dan hieher te brengen weren. Twijffelen wij niett u achtbare wijsen werden sulckes an denselven ock hebben kommen laten unnd werden wij unsere puntten und anders so tott deser saeken nodrufft erfordert werden mochtte ock in gueder achtung nemmen unnd tott des vaderlandts beste an unserm möglicken vlijtt niet ermanglen laeten sonsten datt vehr und puntte tott Kaeten belangendt werden wij berichtett datt sulcke albereit under Hattum gebrachtt und werwaertt werden.

Sollen forder u achtbare wijsen gueder tijdinge niet verholden datt unser barden einer diesen morgen van Campen kommendt uns gesagtt hefft woe dat hie gesien datt der graff van Hohenloch met 25 fandlen knechtten (darunder stuvers und der engelschen und schotten regimenten mett noch 5 hundert ruittern) int Mastebroecks avergeschept, und umb Swolle te enttsettenn gerietschap maeckles der heer der heerscharen wolle den viandt des gemienen vaderlandts tott fijnes naems ehre willen stuiren, und aller bloettdurstigen zuslage te niete maecken. Doende u achtbare wijsen hiermede in die gnedige bescherminge des Allmachtigen befelhen. Deventer den 19 septembris [...] 80.

U achtbare wijsen indertijtt dienst und frundtwillige,

Johan Krijnck, Rijck Reeffs end andere patriotten.

Nummer 59

Ersame unnd vursichtige besonders goide frunden.

Mauritius Greven bestalter rendtmeyster aver des conventz guederen aldaer geeft unns schrifftlicken tho erkennen wie der drost Bentinck vur die schattunghe der verleden jaren gependet hebben an der beesten, so op des conventz landt geweidet worden, und dat (doorh.: ong) u aangesien sijnen schrijven die schattinghe deses jaers gepresentiertt sij, hij die beesten niet hebbe willen volgen laten ferner en infallt des vurangetugen schrijvens.

Dewiell wij dan oick onder anderen verstandenn dat die procuratrix deselven conventz den vollen ontfanck der jaerlyxe inkompsten daher dese schattinge restieren solde gehadt. Demnae ist dat wij u luyden mitz desen authorrisieren om die procuratrix vurtho bescheiden und haer niet alleen die rekenungh ires ontfancks unnd uutgevens affthoferderen unnd die behorlicken wijse tho versienen und tho liquidieren dan oick in vall van weygerungh haer daer tho te halden.

Wij schrijven oick an den drosten Bentinck then einde hij die gepeindete beesten mitz ernst ontfangen hebbende der schattunge deser jars volgen laten thoe dat die erkeninghe der procuratrix verheert sal sijn und wij befelhen u luyden hiermit den Almechtigen. Geschreven Arnhem den 22en septembris vijftienhondert tachtig.

Die rhaden des furstendumbs Gelder und graeffschafft Zutphenn.

J.M.W. Sluijsken.

Nummer 60

Ersame wijse und vursichtige gunstige guede frunden. Also wij tot dienst des gemeinen vaderlandts, uutt hoeger aendringen der noitt ein quartierdach uutgeschreven gehatt, den 15 septembris lestleden bynnen deser stadt tho zijn, welche dach bij seer weinich persoonen versocht worden, weshalven der dach, tot onsen groeten leetwesen onfruchtbaerlich affgegaen, derwegen wij genoediget worden myt advys ende verweten der hern cantzler ende raden (die de gemeine saecke gern gefordert saegen) een nyhen quartierdach uut tho schriven.

Is demnha onse frundtliche begeren ende tot dienst ende wolfart des gelieffden vaderlandts, ernst gesynnen, dat u ersamen niet onderlaten willen (so lyeff als deselven idt vaderlandt ys, bij verlos ihrer stemmen) oere gesanten aff tho fertigen, omb op eerstkunfftigen maendach (wesende den 25en affloepende maendts septembris) fanouts alhier bynnen Arnhem tho erschienen, gestalt folgents dachs smorgens myt ein anderen tho communicieren ende raethschlagen op wegen ende myddelen, hoe men den viandt (so villicht die baven versamelt sijn sich onversienlich dennen in Vrieslandt bijvuegen ende ein invall inder graeffschap Zutphen off desen quartier doen werden) sall moegen wederstaen, und insunderheit omb guede ordre tho stellen ende provisie tho doen, damyt men die Veluwe tegen besorghlicke impressen des viandts bevrien mucht, und hier op dinstlick tho resolvieren ende sluyten alt tot heill gedachtes vaderlandts behoeren sall. Und soe ietz hier aen am hoechsten gelegen u ersamen gesanten kommen dan oder niet, sall gelicke wall mytten anwesenden tot entliche resolutie ende conclusie s’genen vursseid procediert werden. Edoch soe avermytz uwer ersamen gesanten oder anderen uutbliven in tghene vuerseid der geboer ende nae eysch der saecken niet versien werde willen wij daer van protestient hebben, dat sulcx aen ons niet gemangelt. U ersamen dem Almechtigen hiermyt in sijnen genedigen schutz bevehelende. Gegeven den 22en septembris 1580.

Burgermeistern schepenen und raitt der statt Arnhem.

Nummer 61

Ersame wijse und vursichtige gunstige guede frunden. Also wij nu andermaill einen quartiersdach uutgeschreven hebben, daer die ierste reyse niemant, ende den anderdenmaill in seer geringen getall die ritterschappen erschenen sijn, twelck wij ons niet genouch erhineren kunnen dat oer luyden niet semplich in sulcke gewichtige ende hoichnoedige geschefften en compareren omme in alle vurfallende saicken te remedieren ende ordnungh to stellen hebben diesalven die anwesenden vanden ritterschappen ende stedegesanten omb dat die wailfairt deses quartiers ende die gemeine saicken nyet thorugh gestalt solde warden, guet gefunden dese verschrivungh them averfloet tho geschieden laeten ende dat bynnen Harderwijck. Is demnha unse gantz frundtliche begheren, dat u ersamen oere gesanten onweigerlich affertigen willen willen, omb op maendach naestkomende wesende den 3en octobris des avonts bynnen Harderwijck (sonder preindicce nochtants onser stadts gerechticheits) in tho kommen, gestalt folgents dachs in communication tho treden ende op alle beschwernissen te concluderen ende resolveren als men desen huydigen quartiersdach gedaen solde hebben gehadt. Sulcks vertroesten wij ons gantz tot u ersamen, die der Almechtiger langh wolfaerende gefriste, Gegeven den 28en septembris 1580.

Burgermeisteren schepenen und rhaitt der statt Arnhem.

Also tot willichmaeckungh der ruytteren ende knechten der geunieerde provincien alnoch tseste part in aller iele op to brengen bewillicht hebben, en will ons niet weiniger gebueren. Is demnha unse frundtliche begeren dat u ersamen willen oerer statt portie, 29 gulden 8 stuver, bij lehenungh to furnieren ende op Harderwijck mede to brengen, wie dan die anwesende ritterschappen to doen belaefft hebben. Die ainde naeste uutsettingh gecort sullen werden op dat wij die andere provincien geen oersaecken geven oeren buydell toe te halden, tott uutterse verderffnisse deser landen.

Nummer 62

Eersame wijse ende voersichtige gunstige guede vrunden. Also uns der eerendfeste Henrick Bentinck, drost opVeluwen alhier binnen Aernhem opten quartierdach versaemelt toe konnen gegeven, welcken gestalt die verordente rentmeistern der geestelicke guederen binnen uwer eersamen stadt ende schependomb liggende sich weygerich halden die gebeurlicke schattingen vermoege des landtdaeges affgescheyet aen sijn luyden handen te betaelen, sustinerende ende voorbrengende nyet tot affreekeningg mytten selvigen geestlicken toe kunnen geraecken etc. Hebben derhalven nyet moegen onderlaten u eersamen tselfde te verstendigen, gans ernstlich versueckende, dat u eersamen denselvigen rentmeistern daer to willen halden, dat gedachter drost Bentinck nyet alleen van desen itsigen jhaere dan oick vanden voorledene ende den 12en penninck als anders klaegeloos gestalt, und andere guetwilligen geen oorsaecke gegeven worde ore penningen oick to rugge to halden, end so sij yetwes ter contramin tegens den pachteren te seggen hadden solden sij op den selven van gelijcken hebben toe versuecken als sich des nae recht ende reden solde gebeuren. Twelcke wij uns dan also versien tot u eersamen die wij hier mede in schutz des Almechtigen bevehlen. Datum Aernhem onder derselver stadt secreet segell den 28 en septembris 1580.

Aenwesende ritterschappen ende stedegesanten des Veluschen quartiers itz ten quartiersdaege binnen Aernhem versaemelt.

Nummer 63

Ersame unnd vursichtige besonders goede frunden. Achterfolgende tschrijvens und versoeck van u luyden an uns gedaen, schrijven wij wederom bij brenger deses an den richter int Oldebroick unnd den deselvs van Doirnspick. So vern dan bij denselven richter und scholtes unsere bruclen niet naegeleefft wurden, sulcks willt uns tho erkennen geven, wij werden die stedegesanten daerinne geschrevenn commination op hun beiden int werck rusten laten und wij befelhen u hiermitt den Almechtigen. Geschreven Arnhem den 2en octobris vijftienhonderd tachtig.

Die rhaden des furstendumbs Geldre und graeffschafft Zutphen,

J.M.W. Sluijsken.

Nummer 64

Ersame wijse und vursichtige gunstige guede frunden. Also tot onderhaldungh des garnizoens weinich penningen van die vergangene ingewillighde schattungh in Veluwen restieren, daer mede men den kriegh tegens des allgemeinen vaderlandtz vianden langer solde kunnen halden, und angemerckt in wat gefahr ende last dyt quartier, soe vanden viandt, als oick durch invall onses eygenen kriechsvolcks ys streckende, waerinne niet gerne dieet kan worden, ten zij dan dat wij den kriechsluyden op deses quartiers repartitie staende myt gelt willich maicken ende gerede ordnungh tegens den invall van ruytteren ende knechten stellen. So ist dat bij die semptliche ritterschappen ende stedegesanten den sesten dach deses opten quartierdach tot Harderwijck zijnde eintlich geresolviert ende entslaten is, dat men anstont in aller iele solde procederen tot gelicke uutsettungh der ineghst inbewillighde schattungh, latende dselve blieven als die suyver summe nu geweest undt tgenich am lesten daer averensch gesath zij, sall tegens die schattchedull gerevidiert, ende daermede die schilden off guldens gemindert werden.

Iss demnha van wegen des quartiers uns frundtlich begeren, dat u ersamen (soe lieft der selve idt vaderlandt iss) anstont gelieven willen die uutsattungh in uwer ersamen statt ende schependomb tho doen, ende die guldens off schilden vermyederen, waer van uwer ersamen statt portie suyver bedraeght zevenhonderd vierentachtig gulden. Latende die publicatie hiervan nu naestkomende sondach, sonder langer vertoch, inder kercken geschien, then einde die schattbeurders sich anstont in die bueringh geven moegen ende aen handen meister Dercks van Wetten leveren, soe die ietzige noitt geen langer vertoch erlijden kan. Soe u ersamen daer inne suymich sijn, willen wij onss (als van wegen des quartiers in dese ende andere saecken te ordnen gestalt zijnde) mytt dese unse schrijvent, dweill die hoige noitt ende verderff deser landen daer aen gelegen, ontschuldiget hebben. U ersamen hiermede in schutz ende scherm des Almechtigen bevehelende. Geschreven Arnhem onder derselver statt secreet segell den 11 octobris 1580.

Die ritterschappen ende stedegesanten des Arnhemschen quartiers, die neffens die hern rhaeden committert zijn.

Nummer 65

Erentfeste ersame wijse und vursichtige gunstige goeder vrunden kan u eersamen onvermeldt nyet laeten welcker gestalt der viandt Doetecum und Lochem heeft moeten verlaeten, und soe zij op Lochem eynen aenfall deden, vermeynende alzoe die stadt toe eroeveren, hebben zij van dair moeten wicken und mit geenen geringen schaden und schanden van dair gescheiden und zijn well achthondert peerden und twee und twintich koendlin knechten sterck nemende hoir passagie naer Oldenzeel, om hoir volgens mijns erhachtens naer Frieslandt toe begeven, und soevern zij noch eyne twee maent tho velde liggen, is gewisselick dat zij het armoets und kommers galven sullen moeten verlopen soe zij oick algereetz groete moeyreris onder malcanderen soe ruyter als knechten hebben twelck ick uuyt nabuerlicker affection nyet heb sullen verhalden. U ersamen die ick hier mit in schutz des Almechtigen bevele. Datum Zutphen den 14e octobris 1580.

U eersamen und lieden gantzgunstiger vrundt,

J. Hegheman.


Nummer 66

Ersame unnd vursichtige besonders goede frunden, dese sal dienen umb u luyden hiermit vur andtwort tho verstendigen, dat wij alhier aver all gans polver in vurraedt hebben, wael ist waer dat ennyhe hondert ponden polvers tho Kampen gehaellt und op Zutphen gefuert sijn. Dan tselve is thot vurscheiingh unnd bewarnugh der steden in der graeffschafft Zutphen, gedestunert so die dem viant het allder naest liggen und derwegen wael van sulcks versorche moeten sijn.

So dat wij u luyden ditmael niet weten tho succurrieren dan tselve versoeck sal moeten gedirigirett worden an dat collegien der unieertte provintien teser tijt binnen Ambsterdam vergadert wesende und wij befelhen u luyden hiermit den Almechtigen. Geschreven Arnhem den 17en octobris vijftienhonderd tachtig.

Die rhaden des furstendombs Gelder und graeffschafft Zutphen,

J.M.W. Sluijsken.

Nummer 67

Edle erentfeste ersame wijse und vursichtige gunstige goede vrunden, kan u eersamen onvermelt nyet laeten, welcker gestalt ick in zeker erfarongh comme, als solden drie vendlin knechten van graeff Willems regiment inder Veluwen gecomen zijn, die welcke tho Campen overgescheept in meynonge binnen Nijmegen toe comen dat welcke nu gefaliert is nyettegenstaende ick die Veluwe altijt gern geschoent und van duertochten van knechten gern gevrijet saghe. Hoe veell die graeff van Hohenloe und meer anderen sulx nyet gern gesien hebben, dair ick doch nyet op geacht dwyle dan nu van zijn genedigen volck als oick Iselfteyns knechten. Alhier inder graeffschap zeer verstroeyt liggen, hier rontzomheer heel inden gront verdervende und vernelende oick nyet wetende wat correspondentie zij metten vurseide drie vendlen moegen hebben, mijns erachtenss dunckt mij, zij liver hoir winter leger nemptlick op Veluwen als veltleger solden begeren tho maecken, hebben u eersamen oick alnu genoechsam toe spoeren, aen die nabuer quartieren dair zij alhier tegenwoirdich liggen, und die selve burger und huysluyden inden gront verderven wairom noedich in tijtt dair in toe versien, want soe vern zij noch stercker in Veluwen komen, is vuer gewisselick toe verwachten zij hoir winterleger dair nemen sullen, wairom noedich u eersamen mit alle uuyterste neersticheyt dair aen zijn willen, und alle middelen vuerwenden, wair mit zij uuyt Veluwen nae Camperveen gewesen worden, wair durch die van Campen oick dencken moegen, dat zij op eyn ander tijt int overschepen soe mildt nyet bevonden worden, doende hier inne woe ick u eersamen tho vertrou, waer ick u eersamen wederom dienst und wolgefallens kan ertzeigen sullen die selve mij yder tijt willich und bereyt vinden. Ken der Almechtiger die u eersamen lang walfarent in gelucksaliger regirongh erhalde. Datum Zutphen den 21 octobris 1580.

U eersame und lieden gantzgunstiger vrundt,

J. Hegheman.


Nummer 68

Eersame und voirsichtige goede frunden. Alsoe die heeren staten generaell und die excenllentie des princen van Orangien beliefft hefft aen den wolgeboren onsen genedigen heeren statholder und aen ons tho schrieven und oick mit brieven van credentz aen ons afftoferdigen dem erentfesten und hoechgelertten Fredrich van Boeymer der rechten doctor om einen gemeijnen lantdach opt aller spoedelicxt te doen uuitschryeven then einde om opten selven lantdach tgo nhemen eene absolute und vruchtbare resolutie up die articulen ende puncten bij hoechgedachten heeren princen den staten generaell schrifftlicken avergelevert und den vier hoefftsteden overgesonden offte ten weinichsten om op dieselve und alle andere uutfallende saecken bij den staten generaell ennige gesantten vollencomen macht to geven und tho auctoriseren als opgemeltter Boeymer dair van opten lantdach vermoege sijner credentz breeder verhaell sall doen. Dennae is ons ernst gesynnen und bevelch dat ghijluiden durch volcommene volmechtigers alsoe gequalificeert sijnde om inder saecken sonder rapport tho doen handelen und sluitten moegen sonder eenich versuim und soe lieff u luiden dat vaderlant sijn oick bij verlos uwer stemmen opten lesten dach deses maentz octobris des morgens (doorh.: alhir) bynnen (doorh.: Arnhem) Nijmegen erschijnet und neffens andere erschienende ritterschappen und stedegesantten tot absolute resolutie procediren, want wij ons des also tot u verlaten. Den wij dem Almechtigen hirmede bevelen. Geschreven Arnhem den 21 octobris vijftienhonderd tachtig.

Dye raeden des furstendoms Gelre und graeffschaps Zutphen,

J.M.W. Sluijsken.

Nummer 69

Ersame wijse und vursichtige gunstige guede frunden. Also men tot onderhaldt der tweer venlen knechten ietz bynnen Arnhem, als oick twe anderen vendlen bynnen Zutphen liggende eine mercklicke summe van penningen tot lehenungh derselver weeckelick moet hebben, so verre men denselven gedenckt bynnen den steden in dwanck und kriechsdisciplin to halden, ende andere onrouw ende inconvenienten vuer to kommen: und omb sulcx tho schouwen ende die onderdanen van idt uutloepen to verschoonen, hebben wij niet bequaemers kunnen bedencken, dan ieder statt und ampt (aensiende die menterie, die allenthalven onder den knechten, Godt betert is) to setten op eine sekere penninck terweke, ende dat eine maindt langk geduerende totdat bij die qualiteit eintlick daerinne geresolviert sall sijn.

Doch allet in mynderungh eines iedern stadt und ampts restierende lest ingewilligte contribution. Gelanght demnha unse eerst gesynnen, dat u ersamen oerer statt portie, bedraegende twe ende dartich gulden tegens nu naestkommende sonnendagen avont then langhsten bynnen Arnhem doe leveren, ende dat tot deren naevolgende sondagen toe, als vurseid ys, sonder langer vertoch. Und soe men dan gemeint ys inden ampteren van Veluwen, bij gebreck deser leverungh, die schutten tho seinden und die onwilligen inder betalingh to laten executeren und inden steden in anschouw ietziges hoochsten nootz niet weiniger will gebueren: [ ] dan alhier tArnhem algereets wercklicken geschiet: verstaen wij niet anders dan u ersamen in oere statt und schependom den onwilligen in deser contribution insgelicken mytschutten totter betalingh behoeren to constringeren, daermyt die penningen opgebracht ende die gemeine saecken, der geboer nha gefordert moegen werden. Myt bevelongh des Almechtigen. Gegeven den 24en octobris 1580.

Die rhaeden des furstendumbs Gelre ende graeffschaps Zutphen,

In affwesen des grieffiers Sluisken,

[.] van Leusen [.].

Post data: dat u ersamen niet en laten oere restierende twe maell hondert dusent gulden in aprili lestleden bewillicht bynnen tijt van 14 dagen to betaelen, off sunst sall men genoitdringht werden ihren burgeren, daer die to bekommen aen to halden, und dat dese nu inbewillighde schattungh mytten aller iersten oick opgebracht ende betaelt werde.

Nummer 70

Edle erentfeste ersame wijse und vursichtige gunstige goede vrunden, kan u eersamen onvermelt nyet laeten woe dat ick in zeker erfarongh gecomen, und op gisteren zekere conschap vernomen als dat onder den viant soe in Vrieslant liggen groote moeyterie gelts und proviantz halven is, alzoe dat Godt hoir mit honger und kommer sall plagen, und is vuer zeker zij geen eynen maent bij malckanderen hoir sullen kunnen onthalden, und zijn algereetz twee vendlin als Rossems und Oyenbrugh vande stangh gereten und die knechten meestendeel verlopen woe Schenck und Johannes Bentinck, siende die zaecke hoir vuer deze tijt nyet gelingen wolde sich oick wederom nae den Overquartier begeven, und anlange ut die van Steenwijck hebben Snaters volck hoir kop dapper gestoten, und Snater mit meer anderen opter walstadt doet gebleven und die reste mit schande gaen lopen soe vuel nu wijders belangent is, hebben zij in dezen oirt onlancx als vur Lochem oick eyn anfall gedaen, daer zij hoiren kop oick wol gestoten und mit schanden affwicken, widers sall u eersamen oick nyet verhalten als dat ick mij gister inder nacht vuer Zwoll unden heb laeth mit etliche van mijne schutten und engelschen, alwaer Herman van Linteloe mit eyn vendlin in licht, aldair commen heb dair eyn vendlin knechten vuer der stadt gevonden dair van Ott van den Haudt cappiteyn was und hoir loop plaets dair aengeteykent hed, alsoe dat ick mij dair her gevoecht und den selven knechten uuyten slaep geweckt und zijn over die vijftich doer gebleven die reste gevangen und verlopen wair mit Ott vanden Hauts hopmanschap aff und toe nyet gedaen is, twelcke wall mit den anderen oirsaeck geven zall, hoir toe moeten verlopen nyettwijffelende Godt almechtig ons in onse rechtveerdige vuerhebbende zaecke guluck und heyll verleenen zall. Und wes nu widers geschien und aenstaende is sall die tijt leeren. U eersamen hier mit den Almechtigen bevelendt. Datum Zutphen den 25 octobris 1580.

U eersamen und luyden gantzgunstiger vrundt,

Hegheman.


Nummer 71

Eersame wijse besundere goede vrunden. Alzoo wij bij onse voirighe missive in date den tweeden septembris lestleden u ontboden ende bevolen hebben dat ghij den schatbeurders der stadt Elborch wel scherpelyck van onsen weghen bevelen solt dat zij binnen veerthien dagen na ontfanck vanden voirseide onse missive die restanten vande vierjarighe schattingen inden jare vijftienhonderd tzeventich ingewillicht gedragende voir reste vanden portie der zelver stadt noch ter sommen van driehonderd veerthien libra van viertich grooten vlems tpondt in handen van Thomas Gramaye, landtrentmeister generaell van Ghelderlandt alhier binnen Aernhem betalen souden oft met quittancie oft ander behoirlyck bescheyt betalinghe bewijsen souden aen die verordenthe vanden rekenkamer alhier tAernhem op datmen eens weeten mochte aen wien die penningen betaelt zijn, op pene zoe verre iemandt vanden voirseide schatbeurders in gebreke wesen solde die voirseide restanten te betaelen oft betaelinghe te bewijsen dat men alle die voirseide gebreckelycken reellyck ende metter daet dair voir executeren soude aen heuren persoen ende goeden soo met schutten als anderssins. Ende alzoo nu meer als zes weken overstrecken zijn na dato vanden voirseide onse voirighe missive sonder dat iemant van alle die duckgemelte schatbeurders der voirseide stadt Elborch oire aengegogen restanten betaelt oft betaelinghe bewesen hebben al tot

71.2
grootte verachtonghe vanden voirseide onse boirighe beulen. Soo ist dat wij u andermael wel ernstelyck hebben willen vermanen end gesinnen dat ghij elcken vanden voirseide schatbeurders noch eens ten overvloet wel scherpelycke bevelet ende daer toe haldet dat zij elck respectivelyck die voirseide aengetoghen restanten in handen des voirnoemde landtrentmeisters alhier binnen Aernhem betalen oft betalinghe bewijsen aenden voirseide verordenthe vanden rekencamer alhier, ten eynde als boven ende dat binnen den tijdt van andere veertien dagen na ontfanck deses op gelijcke pene als hier boven verhaelt is, ende bovendien op pene van datmen teghens den gebreckelycken procederen zal tot apprehensie van oire persoonen off andere arbitrale correctie gelyck men sal bevinden te behoiren.

Alzoo ghans onredelyck ende onverdrachelyck ist dat die schatbeurders dese resterende penningen langher onder sich holden die de gemeyne ondersaten overlange aen handen der zelven schatbeurders betaelt hebben soo nyet tho twijffelen ist waeromme west des in gheenen gebreke und blijft hier mede den Almachtigen bevolen. Uuyt Aernhem den 30en octobris 1580.

Die rhaden des furstendumbs Gelre und graeffschafft Zutphen,

J.M.W. Sluijsken.

Ontfangen am 12 novembris anno 80.

Nummer 72

Ersame wijse ende voirsichtighe guetgunstighe vrunden. Alzoe ick idt verbael der lester inbewillichter schattunghe ontfangen ende daerop die partes gerevidimeert hebbe, dunct mijns erachtens alsdat wederomme (woe aen lesten) in der sommen mij tho betaelen uuytgesatt is. Weshalven ick idt verbaell hierinne (doorh.: beneffen) versloten u eersame lieden toeschicke, omme idt selvighe rypelicken wederomme tho deursien ende tho recoeleren op dat in die collectatie (daer doch swaricheyden genoech invallen sullen) mij nyet te cortt en geschien want ick mij voir ende all eer sulx geschiet is (doorh.: van) in ghienen untfanck der selver schattunghe gedenck in thoe laten, dan will mij dienthalven midt u eersame lieden untschuldiget hebbe. Mits bevelunghe des Almechtigen. Datum den lesten octobris anno 1580.

Uwe ersamen wijse ende lieden guetgunstighe vrundt,

Simon van Cleve.

Nummer 73

Erbar ende fromer goede frundt off wael wij uns gantzelicken tot u versien hedden, gi sollet achtervolgende onsere vorige aen u uytgegangen bevelen gehorsamlich nagekomen und uwes ambts onder gehorige huisluiden daerher gehalden dat sie die fortificaton aenden stadt Elborch onverweigerlicken gedaen solden hebben. So geven uns dannoch die vander Elborch to erkennenn dat uwes ampts huisluiden vorseid in het bolwerckenn und schantzkorven to bestellen was her tho gebrekelick sijn gebleven, des ons niet wenig befrembt dat gi onse bevehlen tot quader consequentz so klein achtet.

Is daeromme nochmals und ten averfloet ons ernst gesinnen und bevelch dat gi den vorseide huisluiden mit geboerlicke middelen daertho constringieret om den operlachten diensten tot fortification der stadt Elborch voorgenoemd to doen und oere antal schantzkorven aldaer gewisslick vueren offte bij faulte van dien sullen wij genoetdruckt worden andere middelen daermede wij die onderrdanen voel liever onbeswaert laten und verschonen solden tot erhaldung schuldiger gehorsams aen die handt tho nemen des gi den huisluiden hebt antoseggen om sich daerna tho regulieren. Mit bevelung des Almechtigenn. Geschreven t’Arnhem den 7 en novembris anno 1580.

Die raedenn etcetera.

An den richter int (doorh.: Nijb) Oldebroick und ann der schultsch tho Dornspyck.

Nummer 74

Eersame wijse und vorsichtige insonders gude frunden. Wij hebben twe verscheyden missiven in dato den sesten octobris als oick den 5 novembris geschreven, ontfangen. Und so voelt aenfencklick belanget die quitantien so waell der 32 gulden als oick den 784 gulden kunnen u eerssamen daerop gunstiger wolmeynong nyet berghen, dat unse gesanten op Nijmegen noch nyet weder gekommen so dat Gelder unser mederaidtsfrundt aen welcken die penningen oevergesonden die quitantien nyet heft kunnen van sich gheven, und also der Gerret Wetten oick den Nijmechsen lantdaege bijwohnet, heft der burgermeister Jacob van Oemeren die quitantien als oick die 32 gulden (daer nochtannich drie stuver aen gebreecken, vermitz een berrichsen datmen voir enen hollanschen daer bij bevonden) ontfangen und angenhomen. Belevende so bald unse voergenoemde afgesanten weder aen gekommen sullen sijn u eerssamen die quitantien over toe senden. Wat nu aenlanget des itzigen lantdaeges recess, om u eerssamen copie daer van oever to senden, sall na voleyndong desselvige lantdaeges van gelijcken geschieden. Hier mede u eerssamen in schutz des Almechtigen bevehlende. Geschreven den 7e novembris 1580.

Burgermeisters schepenen und raidt der stadt Aernhem.

Nummer 75

Erentfeste, vrome, vorsichtege, gunstyge guede frunden. Toe antwort kan ick u lieden neht verhalden dat yck vermeent heb u lieden dyeselvyge scattung voerlanges bij onse pachter aldaer ingemaenet und ontfangen hadden nachdem averst yck duer u lieden schrijvens verstae sulches noch neht gescheen toe sijn. Sullen u lieden als noch dye bovengenomebde scattyngen belyven bij Gerryt Loefs intoeforderen. Bevelende u lieden sampt und sonder in schutzung des Almechtygen. Datum Herderwijck dem 9 novembris anno 1580.

U lieden sampt und sonder dyenstwylliger,

Joseph van Aernhem.

Nummer 76

Ersame wijse voirsichtighe insonders goetgunstighe naebuyren und frunden. Idt hefft ons Johan Maech Peterss onse medeburger ende deser stadt licentmeister klaglich to erkennen gegeven, als dat hij vanden drosten van Veluwen niet tegenstaende genouchsame quitancien hierinne verwaert, nochmaels citiert wordt om sekere restierende schattpennonghen (als u lieden uuyt bijgefuegter weten to vernehmen) anstondt nae ontfanck ende angesihen desselfften to betalen, dienstlich begerende diewijll hij noidtsaeckelich in des gemenen landes affairen moet vacieren und gantslich niet vermeent eenighe schattpennonghen mehr schuldich to sijn. Wij wolden hem dese onse voirschrifft an u ersamen und lieden onbeswaert mitdeilen, und begeren derohalven gantz frundtlick dat u ersamen und lieden den drost van Veluwen inder frundtlicheit gelieve to berichten, dat sijn b.l. gemelten Johan Maech Peterss niet boeven redenen mede tegens dese quitancien willen beswaeren offte beschedigen, angesien mede dat Johan Peterss voirsseid sch alsnoch presentiert wiss hij boeven dese tegenwoerdighe quitancien bewijsslich mehr schuldich bevonden sall worden goetwillich optoleggen ende to betalen. Sulckes verschulden wij in gelijcken und meerderen saecken altijt gerne und willichlich umb u ersamen und lieden die wij hiermit in schutz und schirm des Almechtigen frundtlicken doen bevelen. Datum onder onser stadt segell secreet den 9en dach novembris anno 1580.

Burgermeistern schepenen ende rhaidt der stadt Harderwijck.

Nummer 77

Eersame wijse discrete, alzoo hier omtrent dese stadt Campen het meestendeel van onsen chrijsvolck (doorh.: unj) uuytgesondert de engelschen die wij van dage te dage verwachtende zijn versamelt is, die welcke zoe wanneer zij contentement ontfangen sullen hebben twelck zij van ure te ure verwachtende zijn, zullen mercheren ende sich employeren tot ontsettinge ende verlossinge der fromer stadt van Steenwijck, ende men middelre tijt tot onderholdinge van tvoorseide chrijsvolck (ende ten eynde dselve van noot ende hongershalven niet en verlopen waer deur indien gevalle de goede stadt van Steenwijck van tselve ontset gefrustreert soude werden) een groote merckelicke quantiteyt van proviande ende in sonderheyt van broot inder ijle van doene heeft.

Soe is ons fruntlich versoucken ende begeren dat u eersamen in respecte alsboven onder dach ende nacht vijfhondert langwerpende brooden yder broot van drie ponden gelieve te doen backen, ende dselve opten 21en novembris toekomende ist eenichsins mogelick met wagens ofte met alsulcke andere middelen als u eersamen dair toe verordelicxte totte gemeene zaecke dienende zullen bevinden, met yemanden van u eersamen dienaers alhier binnen Campen (doorh.: gelieven) te senden, zonder daer van in gebreecke te blijven, gemerct twelvaren vanden lande ende verlossinge vanden stadt Steenwijck daer aen dependerende is. Hier mede u eersamen in schuts des Almachtigen bevelende. Gescreven tot Campen den 18en novembris 1580.

Die gecommitteerden der naerder geunieerde provincien ende gedeputeerden des lants ende steden van Overijssel.

Ter ordonnancie vande selve,

J. Strick.


Nummer 78

Ersame wijse und fursichtighe insonders gunstighe heren gude frunde. Nach dem iegenwartighs herdt und forstigh wedder continuirt und alnoch giene veranderonghe vorhanden und dashalven tho besorghen stehet dat unse iegentheill, einighen avertogh der Vellouwen woll tho sorgen solde willen und umb verhoedingh sulx und anderen inconvenieten.

Soe gelangt om uwe ersamen hiemidt mein geutlichs begeren deselb wollen iegenwartigh viftich soldaten midt dat vendlin innhemen deselve losieren. Ich heb algereitz hirumb an den drosten geschriben dat uith dem ampte Doernspeck soll lehnongh upgebrocht werden, dat uwe borgers und ingesattene destohalben onbeswaart blijven sollen. Doe mij derhalben uwer ersamen wilfahr hirinne getroesten die ich disem nagsch in die beschirmingh Godt almechtigh jue befehelen. Datum Zutphen am 23 en novembris anno 80.

U ersamen inderzeitt guetter frundt,

Hegheman.

Ontfangen am 25 novenbris.

Nummer 79

Eersame wijse und vuersichtige gunstige [guede] frunden. Alsoe men daegelicx ziet dat […] vermitz allerhande onordenungh ind misbet[..] des krijschvolcx in groeten ende onverdencklicken schaden ind verderfnissen geraden waer deur dit den (doorh.: middelen) viandt die middelen gegeven worden, om sine anslegen ende vuernhemes des toe bequemen op dese landen int werck toe richten alsoe dat desen quartier itz in gene geringe gefeerlicheyt dagelicx vanden viant toe verwachten steht. Und am sulcke ende dergelicke inconvenienten vuertoe kommen hebben wij goetgevonden enen dach antoestellen, ten eynde die steden mit een anderen op alle vuervallende saicken mochten communicieren. Iss demnae onse frundtliche begeren, dat u eersamen enige van derselver mederaitzverwanten tegens manendach des avontz wesende den 28 deses, (doorh.: des avontz) binnen Arnhem inkommen wyllen laten, omme volgens daichs op die vuergenoemde ende andere zaicken ripelich mit ein anderen te communicieren ende sluyten als tot heyl ende waelfaert deses algemeynen vaderlants ende conservatie onsen allen sal rycken, sulcx versien wij ons alsoe tot u eersamen, die der Almechtigen lange gesondt behvele. Geschreven den 24 novembris 1580.

Burgemeisteren schepenen und raidt der stadt Arnhem.

Dat u eersamen mitbrengen wollen laten het pertinerntie opteyckeninge van alle costen, schaden, faillen ende andere bezwernissen van ruyteren ende knechten, inden selven stadtzvrijheyt (doorh.: onleesb.) geleden.

Nummer 80

Erentfeste ersame wijse ind vuersichtige gunstige heeren ind guede frunden. U lieden ind ersamen missive aen Carel van Gelder in sinen afwesen aen mij geschreven, datiert den 23 huius is mij durch guten Gelder behandet om aen u lieden ind ersamen antwoerd daerop te schrijven. Kan daerop dselve gunstiger wolmeynungh niet bergen irstlich belangende die 25 goltgulden dwiel die rentmeister Bentinck dieselve 25 goltgulden, sonder ordonnancie vanden rekenkamer, niet en heeft willen bethaelen soe en kan ick die in gene bethaelingh aennemen. Aver wanneer die rekenmeisteren Omeren ende Tholleken wederom kommen wijl ick geerne om ordonnancie te moegen krijgen aenhalden.

Belangende die 32 gulden daer u lieden ind ersamen van schrijven dieselve en heb ick niet ontfangen, dan wan Omeren wederom kompt wijl ick mit Omeren spreken dat u lieden ind ersamen sonder enich mangel quitancie bekommen sullen. Dieselve hiermede in schutz ende scherm des Almechtigen bevelende. Geschreven die 25 novembris 80.

U lieden ind ersamen dinstwilliger,

[] Wetten.


Nummer 81

Ersame und vursichtige besonders goede frunden, wij hebben u ersamen schrijvens den 23en huius datiert ontfangen und sullen u ersamen daerop ther antwoert niet verhalden dat wij all op gisteren aen Herman van der Hell und Charll van Arnhem derhalven geschreven omme sich aenstont alls deputierden des Arnhemschen quarties nae Campen bij (doorh.: aen) den college tho verfuegen und twiffelen niet sij werden den naekommen. U ersamen hiermit den Almechtigen bevelende. Geschreven to Arnhem den 25en novembris vijftienhonderd tachtig.

Die raeden des furstendoms Gelre und graeffschaps Zutphen,

J.M.W. Sluisken.

Nummer 82

Ersame wijse ind vuersichtige gunstige guede frunden. Alsoe wij dese onse beroepingh der steden gedaen om oersaicken dat wij geerne saegen, dat die gemeyne saicken in beteren standt gedirigiert worden dan alnoch geschiet, und bijsunder gesien wat groete onordnungh onlancx durch das oversten Hegemans knechten int ontsetten van Steenwick gebuert is, daer durch den algemeynen viandt groetelick gesterckt, ende die erme onderdanen van Veluwen durch die groete inlegerungh van ruyteren ende knechten bedrueft werden und om dat nu daerinne versien (doorh.: onleesb.) ende dieselve ruyteren ende knechten in tijtz daer (doorh.: onleesb.) uuyt vertrecken mochten (doorh.: hij) twelck allenich steet wie die geunierden schrijven opt willichmaeken van Hegemans knechten hebben wij goetgevonden enen zekeren pennongh in aller ile optoe brengen daer van u ersamen stadtz portie bedraecht tweehondert acht gulden ind acht stuver. Is demnae onse gantz frundtliche begeren, dat u ersamen om die gerichte saicken niet tee behinderen, die vuerigen summe in aller ile in afkortinghe derselver stadtz inbewillchte schatpennongen die vuerigen somme wyllen opbrengen, ende binnen Harderwijck aen handen der burgermeisteren (doorh.: der stadt Harderwijck) aldaer leveren wie die anderen te doen beloeft hebben op dat alle meerdere inconvenienten die durch dien solden moegen verrijsen, ons niet opgelacht mochten werden.

82.2
Sulcx vertroesten wij ons gantzlich toe u ersamen die der Almechtiger lange waelfaerende behuede. Geschreven den lesten novembris onder tsecreet zegel der stadt Arnhem 80.

Die stedegesanten des Veluweschen quartiers tsampt burgemeisteren schepenen ende raidt der stadt Arnhem.

Nummer 83

Ersame wijse discrete goetgunstige vrienden. [..] de voirledene nacht den drost van Hattem 50 [of] 60 van des viants volck opt huys aldaer gelaten h[eeft] ende den overste Hegeman bijden cop genoomen ende diensvolgende sich meynden meester vande stadt te maecken.

Zoo verstaen wij dat die goede burgeren een poort inholdende zijn verwachtende secours ende ontset tot welcken eynde wij aldaer geschut hebbende ruyteren vanden colonnel Michiel, de soldaten hier binnen leggende ende den burgervendel, oeck comen van Zwoll ettelicke soldaten ende borgeren, als insgelijcken van Deventer doen. Zulcx dat wij verhoopen mette hulpe Godts, dat zij wederom meester vander stadt ende van thuys werden zullen hebbende oeck Henrick van Brienen gesonden om die knechten van Hedeman leggende inde Velue oeck daer voor te brengen.

Ende soo wij in drueringhe comen, dat op ghisteravont eenighe officiers vande Velue mede binnen Hattem zijn geweest ende mogelijck van dese aenslach wetende sich oeck zullen meynen te gebruycken ende eenighe steden in verdriet brengen. Soo is ons vruntlich waerschouwen ende begeeren dat u eersamen goede ende scherpe wacht wilt houden ende regardt nemen, dat u eersamen stede in gheen pericule daer des viants practycken (die doch zijne mede adherenten overal inde steden is hebbende) nyet en come te geraecken. Oeck goede opsicht dragen op sommige gasterijen die daer van dage ende up andere tijden geholden zullen werden.

Wilt oock nyet laten u nabuyrsstadt (doorh.: onleesb.) Harderwijck insgelicx te vermanen, dat zij guede ende scherpe wacht holden. Hiermede Gode bevolen. Gescreven uuyt Campen den 18 decembris 1580.

Die gecommitteerden vande naerdere geunieerde provincien ende gedeputeerden des lants ende steden van Overijssel.

Ter ordonnancie vande zelven,

J. Strick.


Nummer 84

Erentfeste ersame und vursichtige goede vrinden. Ick kan u eersamen nicht verhalden, dat Jacob Rademaker, burger der stadt Elburch mij gister avondt van u eersamen wegen overgelevert heeft een stuck groff geschotz mit thien koegelen dair tho gehoirende vermeynende tselve morgen int werck tho stellen, nyet twijffelende, wij in onse zaecke sullen prospereren und dat huys sampt overste und andere gevangens bij onse gewalt tho becomen die muller is dezen nacht van thuys gevallen und secht dat dair groot commer geleden wordt und haer weinich provianden op is und soe vast allerhande tijdongh vanden monnick van Deventer vernomen wordt, is mijn begeren u eersamen goede toversicht op die poorten doet halden alle inconvenienten vurtecomen. Met bevelch des Almechtigen. Datum Hattem den 22 decembris 1580.

Henrick van Brienen tho Bijsel.

Nummer 85

Ersame wijse zeer discrete goetgunstige frunden. Wij hebben u eersamen missive op ghisteren ontfangen ende vougen u eersamen daer op voor antwoordt voor soe veel d’optrecken vanden ritmeister Pieck aengaet, dat mij den selven zijn volle contentement gegeven hebben, uuytgesondert tgene mee hij wil seggen dat hem vande huysluyden voer ‘tampt van Voerst genomen soude zijn. Om welcke saecke hij sich nu met den selven ten dienste vanden lande te gebruycken heeft, nyet en behoort te soucken te maken, maer tselve te laten staen tot op gelegender tijt, waer van hem alsdan goeder satisfactie als wij hem oock toegescreven hebben gedaen sal werden, zulcx dat mij nyet en twijfelen of den selven ritmeister sal marcheren naer den leger, achtervolgende tschrijvens twelck hij van veltoversten ende krijchsrath ende van ons noch op ghisteren ontfangen heeft, ende zoe verre hij daer versuymich inne blijft, dencken alsdan daer inne alsulcke voorsieninge te laten doen, alsmen ten meesten dienste van den lande sal bevinden te behoiren.

Ten anderen soe veel d’inlegeringe van Hegemans knechten aengaet, is ons hertelicken leet om hooren dat sij sich soe ontuchtich ende onzedelicken (nyettegenstaende zij den drost vander huysluyden hebben) zijn dragender waer van wel dient informatie genomen om in tijden ende wijlen zulcx gedachtich te sijn. Ende soe Rutgert van Baerst van wegen ‘t Aernhemsche quartier met den oversten Hegeman overcomen waer dat hij voor de twee duysent gulden bijden voorseide Baerst gepresenteert tweehondert man soude int leger schicken ende dat middelre tijt bijden selven Baerst aende raden in Gelrelant soude aengeholden worden om meer penningen te becomen daer tegens den voorseide oversten weder volck soude

85.2
oprusten gereet maken ende int leger soude schicken. Ende zoe deur de gevanckenisse vanden voorseide oversten dit contract van sijnen twegen nyet en can voltogen worden ende die vanden Aernhemsche doch den selven soldaten contenteren moeten, soe soude vooral nodich zijn dat yemant vander Roeden ende vande Velue gecommittert werden om met dese knechten alsnu haest zonder hoeft sijnde te handelen, dselve willich te maken de Velue daer van te verlossen, ende dzelve ten dienste vanden lande te laten gebruycken. Waer toe wij begeeren dat u eersamen de goede hant wilt houden ten eynde tzelve eerstdaechs geeffectuert (doorh.: worden) mochte weren.

Ende zoe veel als des ritmeisters hoeren ruyteren belangende is, zijn wij van dage te dage vande raden in Gelrelant oock vande stadt van Duetichem verwachtende antwoort dat de teercosten bijde ruyteren binnen Duetichem gedaen afgesproocken ende de borgeren gecontentert sullen worden, in welcken gevalle die voorseide ruyteren hem bijden hoop begeven ende haer vorder contentement als de vier daelders opte 100 resterende paerden alhier van ons ontfeangen. Zulcx wij den voorseide ritmeister toegescreven hebben, inder vougen dat sijne ruyteren alsdan geen oorsaecken en sullen hebben sich weyniger ten dienste vanden lande te laten gebruycken ende over sulcx de landen vander selve eens verlacht sullen werden. Hiermede u eersamen in schuts des Almechtigen bevelende. Geschreven uuyt Campen den 22en decembris 580.

Die gecommitteerden der naerdere geunieerde provincien, sampt de gedeputeerden des landts ende steden van Overijssel,

Ter ordonnancie vander zelve,

J. Strick.


Nummer 86

Eersame insonder gunstige frunden, alsoe ons vanden unssern van Hattem koemende wordt gereporteert, als dat sich Henrick van Brienen onsser aller frundt aldair tho Hattem hadde beclaecht als dat sijn lieve aldair nymandts vanden gelderschen ritterschappen offte stedegesandten en hadde die sijn lieve myt raedt und daet in allen occurrentien (oick guede ordnongh stellen) solde moegen assisteren.

Alst hebben wij an u eersamen onssen mede raedtsfrundt Wilth van Broekhuysen wal willen afferdigen then eynde dat u eersamen sijn lieve uth oern middel enen wol adjungiren die myt sijn lieve onsser beider steden gueden geneichten willen totter saicken solden moegen representiren twelck wij niet ongeraden maer een hoechnoedich und christlick werck ehrachten.

Bevelende u eersamen hiermit ihm schutts des Almechtigen. Uth Herderwijck den 22 decembris anno domini 80.

U eersamen guetgunstige vrunden und nabuyren,

Burgermeisteren schepenen und ra[edt der] stadt van Herderwijck.

Nummer 87

Ersame wijse und vursichtige gunstige guede frunden. Also u ersamen genoechsam bewust wat neersticheit der viandt aenwende omb dese landen und insonderheit die Veluwe to beweldigen, als men nu claerlick dae handtgrijpelick uut innemungh des huyses tot Hattum heeft aff tho nhemen; hebben wij hoichnoedich eracht ein quartiers dach aen tho stellen, omb eindrechtlick op wegen ende myddelen van resesten toe raitschlagen und resolviren, daer myt die landtschap van Veluwen voir onversienlicken invall und impressie des viandts beschuddet und bevriet mucht werden. Is demnha unse seer frundtliche begeren, dat u ersamen (alle onschuldt thorugh stellende) oere gesanten opten tweden january neestkomende savonts alhier bynnen Arnhem willen doen inkommen, gestalt folgents dachs op die vurseide onvermiedliche noitwendicheit vlietich tho helpen delibereren und der geboer nha resolviren. Daer aen sullen der landtschap ein sunderlingen dienst doen, u ersamen die der Almechtiger langh wolfaerende behuede. Gegeven den drie und twintichsten decembris 1580.

Burgermeisteren schepenen und rhaitt der statt Arnhem.

Nummer 88

Ersame wijse voirsichtige gunstige goede nabuyren und frunden, u ersamen und lieden kunnen wij niet verhalden als dat capitein Jacob Vischer gisteren morgen onversiens mit een compagnie soldaten starck sijnde hondert ende dertien man to schepe voor deser stadt angecoemen, ons vertoenende sekere ordonnantie vanden Heren Staten van Hollandt, om alhier uuyt sijne compagnie so voele soldaten intonehmen ende to accommodieren als men tot dese stadt versekertheit noedich bevinden solde, mitgeloffte ende versekertheit dat die voirseide compagnie bij die van Amsterdam betaelt ende onderholden sall worden, gelijck u ersamen und lieden uuyt der Heren Staten missive hierbij gaende, vorders hebben to vernehmen. Want wij nu boeven die voirsseide compagnie noch vijfftich soldaten uuyt die compagnie van capitein Dorp alhier binnen hebben, und gemelter capitein Vischer ons noch sekere ordonnnatie van den Heren Staten vertoent, daer inne hem belast wordt sijne compagnie to 200 hoeffden to verstercken. Oeck ons daerbenevens bericht gedaen dat hem anstondt ordonnantie ende commissie volgen sall om mit vijfftich sijner soldaten nae die stadt Elburch to vertrecken. So hebben sijn lieden raedtsam bevonden, verstaende dat u ersamen und lieden itz mit gene garnison in dese gesehrlicheit versihen ende versoecht waren sich anstondt mit veertich soldaten nae u ersamen und lieden stadt toe versekertheit derselver to verfuegen. Und be-

88.2
geren derhalven gantz frundtlich dat u ersamen und lieden die selve soldaten voerts innehmen ende an bequaemsten accommodieren willen. U ersamen und lieven hiermit in schutz ende scherm des Almechtigen bevelende. Datum onder onser stadt secreet segell den 26en decembris anno 1580.

Burgermeisteren schepenen ende rhaid der stadt Harderwijck.

Nummer 89

Die prince van Oraengien, grave van Nassau etc., lieutenant generael etc.

Eerzame lieve bezundere. Wij hebben tot versekerheyt ende goede bewaringe der stadt van Elburg goet ende geraden gevonden uuyt de stadt van Harderwijck naer uwe stadt te doen op trecken de vijftich soldaten vander compaingnie vander capiteyn Van Dorp aldaer iegenwoordelijck noch liggende, waeromme is ons begheeren ghijluyden nyet en laet deselve vijftich soldaten aldaer te aenveerden ende binnen uwe stadt te nemen. Deselve doende gevueghselijck accommoderen van logys ende anderssins ter minste belastingh vanden gemeynen borgheren aldaer. Ende zullen wij de goede handt houden daer deselve soldaten hunne betalinge moghen becommen, sulcx dat wij verhopen dat zij u luyden ende den gemeynen borgheren aldaer zullen luttel ten cost wezen. Hyer mede eerzame lieve bezundere zijt Gode bevolen. Uuyt Delft den lesten decembris 1580.

U luyden zeer goede vriend,

Guillaume de Nassau.

 

Ingekomen stukken, 1578

  • donderdag 23 januari 2014 21:37

Inventarisnummer 158:

Nummer 1

Erentfeste ersame wijse unde voersichtige insundere gunstige guede frunden. Eht iss unsere frundtliche begeren u lieven niet laeten willen unde verwittigen den boerder derrer schadt pennungen, dat hije inder eijll sonder vertoch hondert daler bereidt maeke, unde die selvige margen off offer margen ten allerlangsten up vridach den darden january selvest perschoenlich vanden boerder offer getalet sullen warden thoe Apeldorn ahn handen des drosten Henrick Bentincks die welcke alss dan thoe Apeldorn versseid selvest (doorh.: onb.) verdt seyn, welcke honder daler vursseid, der boerder thoe Arnhem bij Derrick van Wettun guider betaelinge verstrecken sall. Metz desen u ersamen unde lieven in schutz unde scherm des Almechtigen bevelende. Ilentz datum Eep den erste dach january 1578.

U ersamen unde lieven goedtgunstige frunden.

Die gedeputierde van Veluwen nu tegenwordich bijnnen Eep.

De pater van Sante Agnieten clooster alhier doen met eenige baginen, getuygen voer den edele gerichte der stadt van Arnhem dat het accoort vant overgeven hares goets aen de stadt Elburg niet met eenhellige stemmen geschiet was.

Nummer 2

Erntveste erbare und weise gunstige lieve besundere. Wij hebben uuyt verscheiden ortten sekere advertentien entpfangen, bijde welcke wij verstendiget werden hoe dat die frauden beginnen op die bieren te comen und ofte tocht, so het schijnet te nemen naer Suremunde, und soe waell wij sulcx in unse leger geschreven hebben, und verhoopen, daer inne alle voersigtigheit to gebruycken, der van noede sall sijn, hebbes des nicht desto meiniger u lieven daervan wall willen adverteren. Als mede, dat Don Jan, die heere van Hierges und ofte anhengeren sekere intelligentie und heymelicken verstandt hebben, met penningen in etlichen steden van Gelderlandt ten einde dat u lieven hier inne goede toesicht gebruycken und goede wacht houden, und op der feianden schrijven, toeseggen und schone belofftenisse noch dreigens nyet en achten, die sie gegen u lieven mochten gebruicken, gelick sie alhier in enige steden well gedaen hebben, die welcke sulcke schrijvens und heymelicke anschlegen der feianden geen geloeve gegeven, dan unss sulcx toegeschickt hebben, und so verre daer suspitie op einige in den steden sijn mochte, so wollet daerup goede toesicht nemen und halden, dat ohr vornemen nicht tot effecte kome, waeraen gij u selver grote (doorh.: bij of) beneficie und der gemeinen landen welvaeren (naecomende die pacificatie, und die unie, bij de welcke wij tot sulcx niet malcanderen so hohe verbunden sijn) groete dienste doen sullen, latende den inhaldt van diesen mede verwittigen an die andere steden van u quartier welckes wij

2.2
stedts bereit sijn te bekennen, als wij nu mede die handt daer aen sullen houden, so die veianden so sterck nyet sijn, dat sie einige grote belegeringe kunnen doen, ten einde dat uuyt onse leger hier metten ersten goede tegenstandt gedaen werde. Hier mede wyllen wij u lieven den Heren bevellen. Datum Brussell den 4e january anno 1578.

U lieve well affectioneerde,

Die gemeine staten dieser Nederlanden,

Ter ordonnantien derselven,

Cornelius Werllemanss.

Dopschryfft

Den erhnvesten erbaren und fursichtigen ritterschafft burgermeisteren schepenen und raedt sampt den Geldernensters und gemeinte der statt Arnhem unsern gunstigen ferunden sampt und besunder.

Dese copie collationiert zijnde myt sijn echte originaill, is daer mede befonden taccorderen. Bij mij Johan Albertsen secretaris der statt Arnhem.

Nummer 3

Ersame wijse und vursichtige gunstige guede frunden. Also die gedeputierde ritterschappen ende stedefrunden tot Apeldorn vergaedert geweest zijnde, hoichnoedich eracht ein quartierdach verschreven tho werden, omb op bevriongh der Veluwen tegens den hoichduytschen tho raithschlagen ende sunst doch sulcx dersaicken gelegentheit vur Ruremund ende andere ereyscht. Is unse frundeliche begeren, dat u ersamen uwe gesanten onweigerlich affertigen willen, omb op toekomende maendach den 13e january savonts alhier bynnen Arnhem in tho kommen, gestalt folgents dachs op dese beschwernissen tot gemeiner wolfart tho helpen communicieren. Wijders gunstige frunden seinden wij u ersamen copie eines bryeffs aen onss bijden gedeputierden generall deser landtschap geschreven, daer uyt die selvige hebben aff tho nhemen die gelegenheit der criechshendell in den Ruremundeschen quartier ende veroersaeckt moegen werden bij dach ende nacht guede wacht tho doen halden ende sich tho bevlietigen voer schattpenningen myt aller iele op tho brengen ende aen den daer toe gestalten ontfanger tho leveren. U ersamen hier myt in schutz des Almechtigen bevehelende. Gegeven den 7en dach january anno domini vijftienhonderd achtenzeventig.

Burgermeisteren schepenen ende rhaitt der statt Arnhem.

Nummer 4

Copie.

Edele erentfeste ersame gunstige goede frunden. Hoick anliggender dringender noith kunnen wij u lieven und ersamen niet verhalten dat die viant mit alle gewalt tho pherdt und to voith stercker als wij die gemeindt op Ruremundt an kommen, und dat gantze legher noithwendich edoch niet sonder groten schaden des viants hefft moeten erbreecken und alle schantzen verlaeten und verthonen dhie viantschap mit branden straeffen und roiffen, daer tegens ielens gein wederstandt gebueren kan, ende dwiell alle vermuetlicheit wol bewogen, dat die viandt niet wurdt rusten zijn aenslaech die hij velicht op anderen oirteren furhanden mit aller iel wurdt vervolgen und executieren, als hebben wij niet willen onderlaten u lieven und ersamen mit aller iele und diligentie to verstendigen dat zij oire stadt mit guede dach und nacht wachten, und alle das tenige dat die noidt wurdt heijsschen doen versorgen damit die stadt durch die listige anschleech des viandts niet aberielet mach werden tho doen. Is unsere frundtliche begheren u lieven willen die affwesende und onsere frundtliche begheren u lieven willen bij verordente deputierden anstondt bij ons alhier ankommen laten op dat wij mit sterckeen und einhelligeen raith beter moegen gefrist zijn so fern zij aver uth blieven dencken wij ons damit to ontschuldigen nemblich ein vander stadt und ein vande ritterschap die bijder lantschap deputiert zijn. Dat oich mit aller iele gelt mach ankomen sunst werden hier noch weidere inconvenienten voirfallen gleich bij onsen andern schrieven hier bij genochsam vermeldet dat wij niet hebben willen verhalten u lieven und ersamen, die wij hier mit in schutz des Allerhoichsten doen bevelen. Datum ielents Venlo den 5en january anno achtenzeventig.

In margine stondt geschreven, dit selvige wilt copielicken den cleinen steden mitdeylen, under stondt geschreven: verordenten den bannerheren ritterschappen und steden des furstendombs Gelre und graeffschaps Zutphen iets bynnen Venlo, onderschreven: Bij ordinantie vanden heren verordenten de Anthony. Noch in een besunder pappier stondt geschreven: Besundere guede frunden, dwiel die viandt binnen Ruremunde und rontom sterck inkommen

4.2
und velicht zijne furnemen muchte zijn dese stadt Venlo to beryden und belegeren solten wij notich ansien und begheren dat u lieven und ersamen die behoirlicke versiehongh doen willen ende mit die anderen vanden landtschap so an zijnde excellentie als die generale staten ader daer dat noedich befunden sall zijn die vlitige anforderungh doen dat einich ontseth mach angeschickt und die viandt onderoghen gekomen worden daemit wij hier indie noot niet moegen verhalden und verlaeten werden als wij ons des aen u lieven und ersamen genslich vertroesten und verlaten. Datum ut in l[..]

Nummer 5

Ersame, wijse und vursichtige gunstige guede frunden. Wij kunnen u ersamen nyet berghen, wie dat wij den scholten die ennige penningen aen den hopluyden betaelt, alhier verscheiden hebben myt oere quitantien, omb mytten schriveren claerlick aff tho rekenen. Is demnha unse begeren, dat u ersamen alle acquiten ende bescheit myt oeren gesanten opten quartier dach averseinden willen, omb die dingen tho liquideren, und dat u ersamen in anschouw des hoichsten noitz, alle der schattpenningen die vurhanden moegen sijn, off inder iele opgebracht sullen kunnen werden, durch oeren gesanten willen doen averbrengen. Daer aen sullen der landtschap sunderlingen dienst door u ersamen die der Almechtiger langh wolfaerende behuede. Gegeven den 10en dach january, anno etc. 1578.

Burgermeisteren schepenen ende rhaitt der statt Arnhem.

Nummer 6

Wilhelm graff zum Berch, freiher zu Boxmeer und Beilant, hezu Hedell Homott Habs Wisch unnd Spalbech, bannerher des furstenthumbs Geldren.

Unseremm gunstigenn gruus, mit allenn guitten unnd geneigten willen zuvor, erentveste erbare lieben besunderen, was ir ahn unss umb roggenn, weggenn der burgerschafft unnd spindungh der arman bittlich geschreiben haben wie den genaden verleisenn, unnd weill es nhun [vur] alter gebrauhlich, und duerweggung ir hirbevor under unseren gubernament geweisenn haben wir der burgerschafftt insunderheitt den armen zu oren petition genediglich staedt verlehenett, unnd unseren rentmestern Henrich von Essenn ordinantz gegeven euch zu behoeff der burgerschafftt ehlich roggen zulassenn, euch zu spindung der armen zu vollest thokommen, doch sallmen sich erstlich bie gemelten rentmester erkleiren wie will roggenn man begern hete, umb solchs uns zuvermelden, und weiter darauff

6.2
zuerkleiren. Da wie sunst einer stadt Elborch weiter gunst, unnd genadt konttenn erzeigenn, dazu wallen wir uns jederzeitt geneigett vernhemen lastenn, weis Gott du deselben schutz wir mich bevhellen. Datum Berch zum 18 january anno etc. 78.

Ener guede frunt,

Willem grave zu dem Berghe.

6.3
Denn ehrntvestenn und erbaren unseren lieben besundern, burgemestere scheften unnd raedtt dero statt Elborch.

Coorn voer d’armen binnen Elburch anno 1578.

Nummer 7

Erbare ende froeme gunstige guede frundt. Alzo hoichnoedich die steden ( om alle besorchliche inconvenienten tho vermijden) tho muvieren ende stercken, tegen die practicken ende anschlegen des viants ende desselven ansichtungh, is onse ernst gesynnen dat ghij onweigerlich tot versueck der ersamen vanden Elburch schantzkorven aldaer sult doen bestellen in alsulcken antall, als oer ersamen van u lieven vorderen werden, vijff voet wijt ende soeven voet hoegh, ende voert den huysluiden aldaer doen kommen bolwercken neffens den van Doernspick ende Oesterwolde, die daer toe myt u lieven ampt verordent op alle gesynnen oerer ersamen, und soe hier aen mercklichen gelegen sult ghij u in tghene vurseid nyet weigerlich vinden laeten, bij privatie uwes ampts. Oeck soe oer ersamen sekere antall schutten tot presidia in oere statt begeerden, sult ghij oer ersamen die selve toeschicken, sonder ennige contradictie bij pene als baven. Daer nae sich moegen weten tho richten u lieven die der Almechtiger langh wolfaeren behuede. Gegeven den 28en dach january anno domini vijftienhonderd achtenzeventig, onder tsecreet segell der statt Nijmegen, dat wij ietz daer toe gebruicken.

Verordente der bannerhern, ritterschappen ende steden des furstendombs Gelre ende graeffschapss Zutphen.

7.2
Dem erbaren ende froemen Simon van Cleeff, richter int Oldebroick, unsern gunstigen gueden frundtt.

Oldebroeckers sullen alhier schanskorven maecken [onleesbaar]

Nummer 8

Ehrnachtbaer ende froeme gunstige guede frundt. Also ick uyt u lieven bevehell die verhandlungh des landtdachs in novembri lestleden bynnen (doorh. Nijm) Arnhem gehalden vur u lieven statt geschreven ende nye mandt die selve gefordert seind ick u lieven gemelte verhandelungh myt die instenctie um die nyhen Raeden van Staten myt brenger deses aver. Daer aen then weinichsten vierendertig stuvers brabants verdient die instenctie vur den eertz- hertongen had ick oick vur u lieven (doorh.: ges) statt geschreven, dan soe alnu daer inne ennige veranderingh geschiet, ende u lieven nu den selvige mytter correctie van Nijmegen mytgenhamen, heb ick die tho rugh gehalden, edoch soe die ersamen van Elburch die selvige begerden om tho sien soo ende welcker gestalt die veranderinge geschiet, sall eck die oeck seinden.

Die verhandlungh opten landtdach tot Nijmegen inden herbst ende vur den Arnhemschen landtdach gehalden mytten bygehoerige aen u (doorh.: ers) lieven ende der statt Elburch avergesante schryfften sijn noch nyet betaelt daer vur mij then weinichsten myt den vier stucken, ick u lieven vurtijtz aen [. ho..ss huygen] heuss gelevert, waell vierdehalffen gulden iegen soll. Ick mach lijden dat ein ersamen raitt aldaer die schryfftueren visitere und bij redelickheit daervan (doorh,: daer) der nae ore (doorh.: onleesb.) welgefallen. Ick heb die vuersseide Nijmegische verhandlungh (doorh.: durch) ende daerbij gefueghde stucken durch einen anderen, soe ick daer toe nyet kunde vacceren, doen schriven ende iegh immers in allen gevall ghenen schaede. U lieven willen hier in tbeste doen, als ick den stenen te betrouen, den selven hier myt in schutz des Almechtigen bevehelende. Gegeven den 11en februaris anno 1578.

Johann Albertz Velckman Secretaris (onleesb.).

Nummer 9

Ersame wijse ende vursichtige gunstige guede frunden. Wij kunnen u ersamen nyet berghen wie dat die gedeputierden deser landtschap tot Antwerpen zijnde, onss ende anderen hoefftsteden des furstendombs Gelre ende graeffschaps Zutphen geschreven, welcher gestalt der durchluchtichster hoichgeborner furst ende heer, heer Matthijss eertzhertouch tot Oistenreich, gouverneur generall aver conincklicke majesteitts Erffnederlanden, verordent ein lantdach uytgeschreven tho werden op sondach latare hierusalem, wesende den 9en iets loepende maindtz savontz bynnen Arnhem in tho kommen, gestalt folgents dach aen tho hoeren verscheiden propositien, belangende idt nominieren eines stattholders provinciall, die generall myddelen ende anderssins, die alsdan bij gedachten gedeputierden vurgedragen sullen werden, onss ende anderen hoefftsteden belastende dese verschrivongh tho doen.

Is demhha, in naem sijner furstlische durchluchticheit, onss ernst gesynnen, dat u ersamen onweigelich, a[.]schult in anschouw der saecken hoichwichticheit, tho rugh stellende oere gesanten myt volkomen volmacht, affertigen willen, omb op sondach toekomende den 9en marty savontz bynnen Arnhem tho erschienen, ende sich des anderen dachs bijden anderen anwesende frunden vinden tho laten ende aen tho hoeren idt report ende vurdraegen gemelter gedeputierden ende voertz tot gemeiner wolfart tho helpen communicieren, raitsslagen ende verordenen, als nae befinde behoeren sall. U ersamen hier myt in schutz des Almechtigen bevehelende. Gegeven den 3en dach marty anno 1578.

Burgermeisteren schepenen ende raitt der statt Arnhem.

9.2
Denn ersamen wijsen und vursichtigen burgermeisteren schepenen ende rhaitt der statt Elburg unsern besunders gunstigen gueden frunden.

Hertoch Mathiass schrieft uuth een lantdach tho nomineren den stadtholder, waer op die van Arnhem die magistraet vander Elburch verscheint om haer gecommitteerden tot so een einde to zekeren mede to seinden.

Nummer 10

Eerbaer eersame ende frome bisundere guede vrunden. Alzoe die durchluchtichste ende hoichgeboren furst und her Mathias eertzhertoge van Oistenrick etc, gouverneur ende capiteyn generael etc nae voergaende rype] deliberatie ader beraet mitten generaelen Staten der landen und anderssins genomen ons ernstlick und uuytdruckelick bevolen in anschouw der tegenwoerdelicke noetlickheyt, geanclouzieert ende volcommen macht ende auctoriteyt gegeven heeft om te committeren ende stellen sulcke commisarissen als wij daer toe bequaem ende gequalificert bevinden sollen om (indyen het noot zye) te bedwingen ende doen bedwingen retlicken ende mitter daet zoe wel dye gestelickheyt als dye communaelteyten steden ende broederschappen off confrarien alle oere baggen golt silvere juwelen ende ander silverwerck dienende tot der kerken ende nyet gewijt off gefaireert zijnde bij inventaris to leenen ende aenden generaelen staten deser landen van herwertzovere dye hun verobligeren souden dieselve weder te geven in specien off naetvere off in sulcken state als die tegenwoirdelick zijn woe zulcx allet zijner furstliche durchluchticheyt schrijven vermeldet ende derselver wijl ende meynunge is und hebbende wij sulcke zijner f urstlichedurchluchticheyts bevel den bannerheren ritterschap ende stedefrunden alhier op eenen generaelen landtdach vergadert gewest zijnde geproponeert ende vorgehalden dye ons daerop bejegent dat wij ons wel sollen weten alsulcken bevel gemess to halden ende mit aller diligentie te executeren, demnae ist dat zijne furstliche durchluchticheyt u luyden auctorizeert als oeck wij in cracht opgemeltes bevels u luyden committeren auctorizeren ende bevelen mits desen om anstont ende sonder vertreck mit u nemende den secretaris ende eenen gesworen off bequamen silver off goltsmit, ende alle id golt ende silverwerck voorsseid soe wel vanden geestelickheyt dienende tot der kercken ende nyet gewijt zijnde als vanden stadt Elborch, ende

10.2
den confrarien ader broederschappen binnen dieselve stadt wesende ende daeronder gehoerende bijden selven silver ader goltsmit doen werderen ende bij goeden pertinenten inventaris mitter daet indien noodich overnemen ende ons folgentz denselven inventaris toecommen laeten mit alsulcke versekerheyt ende bescheyt als wij daer voer begeren ende versoecken ons allet selve aen zijne furstliche durchluchticheyt inder ijlen overgeschicke ende derselver goede wijl ende meyninge wijders daerop te verwachten sonder des alles te zijn in gebrecke aengemerckt wye zijne furstliche durchluchticheyt schrijfft dat hunne welvaert ende eygen jeven daer aene hanght und wij bevelen u dem Almachtigen. Geschreven tot Arnhem den 17en marty vijftienhonderd achtenzeventig.

Cantzler und raeden des conincx in Gelderlant verordent,

T. Roos.

10.3
Dem eerbaeren eersamen und fromen Henrick Tergoir, scholtis voorts Dibbolt Feijt burgemeister der stadt Elborch onsen bisunderen gueden vrunden, Elborch.

Aenschrijven om alle silverwerck en juwelen uut kercken ende alle collegien en der stadt dat niet gewijt oft geheyliget is op te schrijven ende over te maecken aen den heren staten, van hertoch Mathias geordineert anno 1578.

Nummer 11

Erbare vorsichtige walwijse herenn gunstige guede frundenn. U erbaren weisen seinn meinn gantz bereidtwillige deinnstenn thovoerenn, und wes ick sonst guedes vermach. Ick kann u erbaren weisen niet bergenn, und twiffele nicht offte u erbaren weisen sullen sich noch wetenn toe erinnerenn, woe ick hier bevoerens als einn volmechtige van Hermen Lustenberch borger binnenn Lubeck, Arendt Francx mit zijnenn consorten, mit rechte bespraecket, ende die anspraecke dairvann vor langes in geschriffte avergegeven. Und alsoe Arendt Francxen dair up geeycipiert dat hie die doode handt, jaer ende dach, nae gebruick, ende gewoente aldar bij u erbaren weisen begerde te genieten, hebbenn u erbaren weisen den 21 february des vergangen jaers, voir rechte gepronunciert, datt hie dieselvige dode handt niet tegenstaende mijne reden ter contrarien hebben solte te genieten, dar bij ick es dann datmall hebbe moeten laten berusten ende die tijt aftwachten, diewile menn der jaer ende dach halt (als ick allenthalbenn berichtet binn) einn jaer, ses wecken ende drie daegen, ende alsoe die tijt omme sall zijnn nae mijne calculatie up donderdach nae paesschen offfte up maendach nae beloken paesschen ende ick twiffele ende vermuede datt alsdann die vacantie noch niet uuth wesen ende dat recht noch niet weder up zijn sall. Demnae is mijnn frundtlich bidden ende begeren, mijnn heren willen mij gelieven tho verstendigen ende mitten aller eersten weder aver te schriven wanneer datt recht sall wederomme urgaen, ende ick dair kommen sall moegen, umme datt angefangen recht tho vollenfueren, ende thoe verfolgenn, daemith ick niet vergeefsche reijse ende oncosten mochte doen ende ande mijnn principall niet verschuellet noch versuimet mochte worden, solche u erbaren weisen tot beforderinge der gerechtigheit ende des billicken mijnen versoeckens doende. Verschuldige ick omme dieselve altijt gernne. Empfelende dieselven hiermit dem Almachtigen in langwiligen gluckseligen regimente. Ilens denn 18en marty anno 78 uth Zwolle.

U erbare weisen gehoirsamer ende dienstwilligen

Nicolaus Buis.

Dat antwoirt bij u erbaren weisen missive wollen dieselve u erbaren weisen glieven toe bestellen een merriet heimrix die sall mij dat wall mitten eirsten aversenden offt woer bij iet sonst u erbaren weisen tho bestellen gelieven sall.

Nummer 12

Up (doorh.: und tegens) heer Henrick Hermanss (doorh.: tig) anspraec[k] tegens Lambert Herbertss gedaen dair in hij onder alles seeckert ut kenschap furdert van Lamber [..]. Antwoort dair op und seght dat hij heer Henrick oft die sijnen van wiens wegen hij mede spreckt kent heller oft pennynck schuldigh twesen wie heer Henrick oick in sijn replyck im t lest vergangen jare und gemeen recht apentlick bekant (doorh.: und z) die ter tijdt allenich een handtschrift van Lambert ffurderde thebben und hem behandtreyckt mucht werden (doorh.: onleesb.) van ghiene, schulden mentionierde und zedert met heer Henrick oft die zynen gekoft noch verkoftt wie will sych nu heer Henricks vorige confessie (doorh.:uyt) und dese anspraeck tegens Lambert gedaen sych mytten anderen rijmen die sych doch allenthalven repugniren und contrary synnen

Seght Lambert nochmailz dat hij lesen oft schriven kan oick kort van memory is niet sall gehalden twesen heer Henrick tot sijn gevalle alle iaer eens rekenschap van alde und veriaerde saecken tdoen de hij doch lest verleden iaer und gemeen recht gnoochsam gedaen und beantwoort heeft myt affkortonge sijner inerlixe pension hij van heer Henrick vursseid und de sijnen luyt zegell und brieve heft gebuerlicke rekenschap bewesen heeft heer Henrick cum suis heeft ten onrecht anspraeck und Lambert daerentegens een rechte antwoort gedaen heft seghe sulx recht twesen begeert dat gerichtz voorts dingende sijnen gerichte schade schade myt recht und alles rechten nootturft hyrop begeert to repliciren

12.2
Inder Schelungh tuschen zaliger (doorh.: onleesb.) Arent und Ass naegelaten kynderen anleggeren eens und Lute Peters van Ass naegelaten weduwe verweerdersche anderdeele na verhoor reden und wederreden und verlesingh anspraeck und antwoort vanden gemelten parthien vuergedragen deselve reypelick erwegen wijst die burgermeester Ernst Jacobss myt volgh der gemene schepenen um recht nademaill (Lutte van Ass und niet ) Luethe vurseid (een erff ruttersche is und) sonder die anleggeren vander dode hant herkhommen, und niet Lutthe een erff rutherschens sall Lutte vursied in dese die dode hant niet genieten sonder fall schuldigh ver[onl.]op danleggern anspraeck tegengedaen recht antwoort tho geven. Datum am soevenden july.

Sententie der dode handt,

De erffutersche tegengekent

Bestaith tuschen meester Bernt und Alyrt Greve an Arendt Heymanss oick […].

12.3
Denn erentvestenn erbarenn wijsenn ende vorsichtigen scholtis, burgermeisteren, schepenn ende raedt der stadt Elberch mijnenn gunstigen herenn.

Ter Elberch.

Partie heftt na inholt deser brieves de dode handt jaer en dach genoten in rechte alhier anno 1578.

Nummer 13

Eerbaer eersame und frome guede vrunden, in welcker gestalt durch uuyt druckelick ende ernstich bevel des durchluchtichsten und hoichgeboren fursten ende heeren Mathias, ertzhertogen van Oistenrijck, gouverneur ende capiteyn generael etc. wij u luyen bij onser missive vanden 17en marty voorleden gecommittert geauctorizeert ende mit vliete bevolen hebben die executie te doen soe wel vanden gestelicken ongewijden silveren ende gouden juwelen als vanden golt ende silverwerck der stadt Elborch ende een brouderscappen onder der selver stadt gehoirende, halden wij huyden genoech indachtich ende derhalven alhier omnodich wijders te verhalen und die wijle nu wij alnoch nyet vernhomen wat bij u luyden daer inne gehandelt noch ons eenigen inventaris vanden golt ende silverwerck aengecomen desmen sich in aenschouw des tegenwoirdiges noots gantz befrempt und yetz sijne f. d. andermael aen ons schrijft und mit ernst bevelt allen moegelicken vliet aen to wenden om tselve sonder vorder vertreck teffectueren demnae ist dat wij u luyden voorts opt ernstelicxst ordonneren ende bevelen u luyden comissie ende auctorizatie nae inhalt der voorsseide onser missive sonder eenich wijder vertreck alnoch te vollentrecken woe die noot sulcx vereyscht ende sijner f.d. ernste meynunge ende bevel is sunst ende bij voirdere suymenisse vandyen gedencken wij ons tegens zijne f. d. mit u luyden tho verdedingen daernae ghijluyden u moegen vlieten to richten. Mit bevelinge des Almechtigen. Geschreven to Arnhem den 2en aprilis vijftienhonderd achtenzeventig.

Cantzler ende raede des conincx in Gelderlandt verordent etc.

T. Roos.


Nummer 14

Erentfeste eersame zeer discrete bysunder grosgunstighe heren und vrunden. Ick schaam mij der bewuster tween halven vatten boters u lieven und eersamen meer toe scrijven oder toe importuneren, die wijle mij dselve zoe duckmael toegesacht, ende nyet nochtans gevolght, soe wanner u lieven und eersamen dunckt dat ick dselve geene dienst gedaen oder alsnoch geen dienst zolde kunnen doen, (doorh.: onleesb.) derhalven u lieven und eersamen mij dys botter te senden nyet gemeijnt zolde zijn, begeer u lieven und eersamen sich des willen ercleren, waer nae ick mij dan wijders zal hebben toe richten daer mede u lieven und eersamen in schutz des Almechtigen heren bevelende. Uuyt Arnhem den 25 en marty anno 1578.

U lieven und eersamen dienstwillighe,

Frederick van Boeymer.

Ende zou ick desen bede expresselijck daer omme geschickt, begeer in scrifftelijcke toeverlatige antwoort, u lieven und eersamen moge den bode loonen in gevalle nyet zal ick sulcx doen.

Nummer 15

Wijse voorsienige heren, naer behoorlicke erlyedung kan u edelen nicht verhalden, dat ick van koninclicke majesteits wegen hart gefundert werde om to doen reeckenninge vanden ontfanck der schatpenningen mijns seliger broeders Gedeons van der Houve in sijn leven lantrentmeister sfurstendombs Gelre. Ende sal mael nootlick sijn dat uwe edelen andermael mit mij afreeckeninge doen vande porcye vander stat Elborch, want ick bevynde dat uwe edelen noch betaelt hebben an den here van Hiergis de somme van vijf hondert guldens naer vermogens sijn eygen bekentenisse, welcke somme ick nyet en kan vynden bij uwe edelen geprouffeteert te sijn. Derhalven nut sal sijn dat u edelen terstont yemants herwerts an schicken want mijn reeckeningen sullen balde worden gesloten, waer deur uwe edelen te cort solde geschyeden.

Wijders mijn heren vynde ick enige swaricheyt inde betalinge van dye van Doornspijck, und dat sij noch etlicke quytancyen onder hebben van penningen dye sij den here van Hierges getelt hebben. Derhalven ende alsoe ick verstae dat sijluyden gehorich sijn onder tgebyet der stat Elborch, is mijn vruntlick begeren, hoer te ontbyeden, dat sij de selve quytancyen eerstdaegs brengen bij soe verre dye voldaen sijn voor den 7en octobris 1574 want mij niet wijders en reeckenen. Soe daer geen quytancyen voorhanden sijn, wilde ick wel dat sij mij scriftelick wilden verwittigen, wat somme van penningen of hoeveel sijluyden an baer gelt vande vyer termijnen des schattingen an handen mijns seliger broeders Gedeon vander Houve hebben betaelt ende dit oock [.] op talderspoedichste, twelck doende sult u selven voordel ende mij fruntschap doen. Kenne God almachtich dye uwe edelen spare en salige gesontheyt. Ylens uut Arnhem den 6en april 1578.

Al u edelen dyenstwilligen frunt David vander Houve.

Nummer 16

Dem achtbaren welwijsen ende voirsichtigen burgermeister schepenen ende raedt der stadt Campen.

Verthoenen ende gheven u ersamen wijsen uuyth noidt demodich tkennen Pauwel Berentsszen, Lubbert Draeck ende Jacop Jansszen u ersamen onderdanige burgers, woe dat sie verledene weecke mit oir scheepken geladet mit rogge ende weijte binnen gecomen van Amsterdam twelck sie dair verlicent hadden opter Elburch ende comende op die reve voir der Elburch achtervolgende oir licentz cedule meynende die rogge ende weijte dair to vercopene is die scholte aldair uuyther stadt tot hoir an boort gecomen ende hefft hun oir guitken van schip genomen ende hoir scheepken hefft laten arrestieren alwoirt alnoch angeholden wordt niet tegenstaende dat hoire burgers hier comen ende varen ende vrij ende vranck moegen hoir coopmenschop doen ende drijven ende nymantz dair an nuwerlde belett is worden behoirde wel (doorh.: onleesb.) billick van gelijcken dese supplianten oick onbespiert to gelaten tworden insonderheit so die supplianten dairgecomen weeren om to brengen ende niet to haelen. Bidden ende begeren dairomme seer onderdanig dat u ersamen wijsen gelyven willen hun vorderlijcke voirschrifften to verlenen an eenen erbaren raedt der stadt Elburch offte an den edelveste Henrick Bentinck droste der Overveluwen offte dairt u ersamen werden bevinden to behoeren dair mit sie moegen also oir angehaelde offte haer restierde scheepke mit zijn toebegoor weder crijgen ( doorh,: onleesb.). Dit doende etc.

U ersamen guitwillige burgers;

Pauwel Berentsszen, Lubbert Draeck ende Jacob Jansszen.

Nummer 17

Eersame wijse voersichtige insonders gunstige guede vrunden. Wes ons onse burgeren Pauwel Berentsszen, Lubbert Draeck ende Jacob Jansszen (betreffende hoer gearestierde ende angeholdene scheepken) toe kennen gegeven ende versocht, hebben u ersamen uth inverwaerte hoere supplicatie allenthalven gunstichlicken toe vernemen. Uns dewijle wij gemelten onsen burgeren in hore billick versouck sere geerne gevordert ende verhulpen segen. Is onse ganz vruntlick begeren u ersamen die gunstige versieonge doen willen daermit den gedachte onsen burgeren hoer scheepken onverweigerlick loss gelaten moege worden doende bijden selven als u ersamen wollen hoeren burgeren bij ons toe geschien. Des ommers oick alsoe behoert ende op dat alle inconvenienten voergecomen ende den soldaten alhier ghien oersake gegeven moege worden u ersamen burgeren ende schuytluyden (soe dachlicx byer ende anders van hier haelen) wederomme eenige verhinderinge te doen. U ersamen hiermit den Almachtigen bevelende. Datum den 8 aprilis 1578.

Burgermeysteren scepenen ende raedt der stadt Campen.

Nummer 18

Erentfeste wijse voorsienighe heren. U ersamen sult gelieven thoe weten als dat ick nhae u ersamen quitantie spech botter uund kees ontfanghen hebbe derhalven u ersamen nyt cunnende verbergen als dat ick mijn heren dselvighe quitantie van mijn onderteyckendt sijnde weder seynde allwair mijn heren haer reeckenschap nhae behoeren mede doen sullen muegen wijders mijn heren gans vrundtlich bedanckende dat u ersamen soe vlitich inder saecken binnen geweest waer ick mijn heren weder dienstlich in wesen can. Sullen mijn als een dienstwilligen bereit vinden mit bevelonghe des Heren. Ilentz uut leger voir Deventer desten 10en dach aprilis anno 1578.

U ersamen aller geheler gansgunstigher,

J. Iezhenrait.


Nummer 19

Erentfeste eersame wijse voersichtige heeren, besunder goede frunden. Die baenreheeren ritterschap ende steden deser landen van Gelre ende Zutphen hebben op mij begeert mij te informeren opde leenongen brantschattonghen extorsien ende concussien die de hoopluyden bevelhebberen ende knechten den underdaenen affgevordert hebben nemende tot mijner assistentie eenige gedeputeerden uuyt elcken guartier daertoe genominiert om oick tsamen to communicieren ende alsolvieren om middel to finden de [.] 40000 brabants gulden soe die hoopluyden untfangen ende alreeder is over affrekenen gepasst zijn vanden heeren Generale Staten wederomme to innen is behoeff der Landtschap ende alles vermochens de commissie mij daerop bij de Landtschap gegeven ende want ick wel vermoede uwe eersame off derselver borgeren geduyrenden de leste troublen wel eenige leenongen gedaen hebben oick bij diversen hoopluyden ende crijchsluyden vellicht deselffen eenige partien concussien brantschatten off extorsien affgedronghen zyn, heb ick uwe eersame hierbij wel willen verstendigen ten eynde deselve indient uwe eersame goet dunct laet

19.2
vercondigen dat alle deghene die eenighe predisien hebben op eenige hooftluyden bevelhebberen off soldaten van eenige leenongen concussien brantschattongen off ander extorsien henlieden gedaen dat een yeder daeraff zijn bescheet ende bewijes alhier in mijnen handen brengen voor uuytganck van meye naestcoomende ende volmacht vande pretendenten metbrengen om met mij te communiceren ende bezien off ick van wegen der heeren Generaele Staten op de affcoopinge vanhuere acte met henluden zal connen verdrachen mit beheren uwe eersamen mij mitten eersten adverteren wat deselve hierinne gedaen sult hebben om mij daernae to richten ende den gedeputeerden deselve lantschap van mijnen wederfaeren rapport to doen. Uwe eersamen hiermit in schutz der Almechtigen bevelende. Datum Arnhem 16 aprilis 1578.

[..] eersamen dientwillige Thomas Gramaye eerste rekenmeester conincklicke majesteit in Gelrelant

19.3
Den eerentfesten eersamen wijsen voorsichtighen [..en] unseren besonderen [..en] frunden, die borgmeesteren schepernen ende raedt der stadt Elburch.

Thoman Gramaije rekenmeester verwittet de stadt Elburch uut naem des vorstendoms Gelre dat sij haren schade end verschoten geldt aent krijschvolck solden instellen om verguedet te worden. Anno 1578.

Nummer 20

Eersame und frome besundere goede frunden. Nadem die twyst ende schelinge tusschen die vanden rittersschappen ende steden der Brouweine ende wollenwaegenhalven, die tijt der generale middelen ganck ende loep hebben hingelacht id, und dat uuyt oirsaecke dat die gemeine saecke der landtschap niet verechtert soe moegen worden und die generale staten tegens ons ghene ongenade dientgalven te scheppen hebben, oick soe die knechten voir Deventer liggende etzliche lenongen ten achteren zijn dwelcke voirder viandt sonder gelt niet to halden is ons gants fruntliche begheren ende in name der durluchtigen des ertzhertogen van wegen conincklicke majesteits ernste gesynnen dat u eersamen aanstondt in uwe stadt doet kundigen ende publicieren die vurseide generale middelen ende licenten int werck to stellen daer toe stellende goede ende getrouwe beedede ontfanghen die van maent toe maent bewijss reeckenende ende reliqua van oren ontfanck getrouwelich doen sullen, aenden ghenen die daer toe geordonniert sullen worden. Und daer u eersamen aenstondt procedieren int uuytsetten des 40en mans reeckenende tegens 40 huysere een (doorh.: d) welcke 40 huyseren ter maendt sullen opbrengen ses heren gulden daer inne niemant geschoent sal werden dan alleenlich den armen man die u eersamen sullen uuytsetten tot behoeff der landtschap und die vier stuver op ieder daler tot uwe stadts provisie van cruyt, loet ende lonten allet op die valt vanden groten termijn schattings die anderhalff hondert duysent gulden ruytergelts dwelck wij niet en hebben willen laeten verstendigen. U eersamen die der Alamechtige lange gesont frisse. Geschreven onder tsecreet zegel der stadt Arnhem etc den 30 aprilis 1578.

Rittersschappen ende gesanten der steden des Arnhemsche quartiers sampt und besunder ietz binnen Arnhem vergadert.

Nummer 21

Ehrentveste ersame vursichtige ende wiese gunstige guede frunden. Wiewaill wij in gheinen twievell stellen u lieven ende ersamen sullen nhumheer, volgende den lasten landtdachs affgescheiden, die generaill middelen ende licenten, als oick die ordonantie vanden 20en man opten lande ende denn 40en indenn stedenn, in u lieven ende ersamen stat ende gebiedt, int werck gestalt ende werckelicken effectuiert hebben ende also die opkompsten dain van ontfangen laeten alles volgende optenn voir angetogen landtdach dair van verfatte ende einhellichlicken gesloten ordonantie, wair van (als wij gelickfals in gheinen twievell stellenn u lieven ende ersamen voir langes copien geinhande offte anderssins alnoch bijder selviger hoiftstuck gesinnen konnen laetenn, hebben wij in nhame der landtschappen gelicke waill niet sullen noch wollenn onderlaeten u lieven ende ersamen bij desenn to vermanen dat, infall tselvige tegens denn vursseide landtdachs affgescheidt ende onse toeversicht also bij u lieven ende ersamen niet int werck gestaldt noch geeffectuiert weer, tselvige alnoch ainstondt ende sonder wieder vertouch ende ophaldenn geschiedenn moghe, dairmyt wij ein maill ons uth idt groit verdriet, schuldenn ende lastenn desenn landen obliggende redden rund vrijenn ende alsoe bij allenn deser landtschappen geledenen gelick ende enicheyt, onderhalden mogen ende u lieven ende ersamen gein oirsack

21.2
geven van wiederen schaden ende ongemack, dit hebben wij u lieven ende ersamen niet sullenn verhalden, ons sulcx tot die selvige, gentzlick versiende ende bij brengeren deses schrifftlick andtwordt wes van u lieven ende ersamen hierinne gedain sall sijnn begherende. Datum Nijmegen denn 17en may anno etc achtenzeventig.

Der bannerheren ridderschappen ende steden des furstendombs Gelre ende ainwesende gedeputierden ietz bynnen Nijmegen.

Uytt bevell ad ordinatie obgemelte heren gedeputierden. [..].

21.3
Denn ehrentvesten ersamen vursichtigen ende wiesen burgermeysteren schepen ende raith der statt Elburch, onsern gunstigen guede frundenn.

Des lantschaps gedeputeerden hebben alhier besonder zeegel in haere deposchen gebruyct anno 1578 van anno 1570 ut in sigillum liquet.

Nummer 22

Ersame wijse ende vursichtige gunstige guede frunden. Wij schicken u ersamen hier inne verwaert twe copien van credentz brieven des eertzhertougen ende hern Staten, myt instructie ingestalt op den hern marcquis van Berghen, doctoer Elberto Leonino ende meester Jacob de Hondt, then einde dat u ersamen oeren gesanten volkomen volmacht mytgeven sullen omb op inhaldt derselver opten aenstaende landtdach eintlick tho resolviren. U ersamen hier myt in schutz des Almechtigen bevehelende. Gegeven den 24en dach may anno 1578.

Burgermeesteren schepenen ende rhaitt der statt Arnhem.

Post data.

Up u ersamen bryeff, kunnen wij denselven onvermeldet nyet laeten, dat alhier den generaal myddelen ende licenten int werck gestalt sijn, und men int heffen derselver is.

Nummer 23

Copia.

Edele Ehrentfeste wiese voersinnige heren ende guede frunden. Naedemael Don Jan Danstrice ende sijn adherenten geliefft hefft den opgerichten vrede te brecken ende dese Nederlanden viandtlick tinvadieren ende dat conincklicke majasteit tegens alle hope toeseggen ende belofften, sonder aenschouw te nhemen op de groote elendicheit over so veel jaeren geleden, bij sijn ondersaeten van herwertsovere, hunne geduirige ghehoorsamheit, ende getrouwicheit ende so menichfulige billicke presentatien ende remonstrancien als van wegen die landtschappen gedaen sijn, in sulcke bitterheit gebracht is, dat se die pacificatie van Gendt affgait verlaet ende revociert ende in plaetze van vertroestinge ende guedertieren protection weteromb gesonden hefft ende noch dagelicx overseindt spaniarden italianen bourgongnonen duitschen ende andere uuythemischen criechs luiden tot hulpe ende assistentie van Don Jan, om daer me dondersaeten op ein nieus te bedroeven ende te bederven, ende die landen met eene affgriesselicke oorloghe inne the nhemen ende te overfallen. So ist dat die Staten generael van herwertzovere bij rechte van natuiren bedwongen ende geresolveert sijn het gewelt weder te staen ende te keeren, ende hebben tot dien eynde, ende om mit meerder versee-

23.2
kerheit, einen korten kriech to maicken, doin versamelen ende overkhommen groete menichte van criechsvolck, so te peerde als te voete, dewelcke niet gehouden khonnen worden in ordre ende discipline tot beschermenisse vande landen, sonder seer grote s[omme] van penningen, om dewelcke te vinden, sin in [ver]leden mainden seekere generale middelen die Sta[ten] van alle provincien voergehouden geweest, die [..] diversche communicatien ende remonstrantien, o[..] aepentlicke protestatien bijder eertzhertouch M[athias], prince van Orangnien ende andere heren, ain a[lle] provincien gedaen, ten lesten bij die van Brabant, Flanderen, Rijssell, Donay, Oveirs, ende meestendeel van dandere provincien sin angenhomen geweest, zo verre nochtans het furstendomb Gelre ende graeffschap Zutphen, ende sommige andere landen tselve oick ain nomen ende volchden.

Volgende den welck hebben sijne durchluchticheit excellentie ende die generale Staten ons affgeferdicht, om bannerherren, ritterschap und staden des voornuemde furstendombs ende graeffschaps te kennen te geven daenstaende periculen ende den

23.3
uuyttersten noit die voerhanden is, ende doir die genaede van Godt Almachtig gemeyne hulpe ende onvertrocken gewillichlicken bijstandt kan verhendt ende affgekeert worden, mit grote ehre, ende ewige welfaert van alle die landen, versueckende ende begerende daerom inden nhaem als boven dat bannerheren, ritterschap ende steden aendachtelicken ende als lieffhebbers van het vaderlandt toestait, die zaecke willen behertigen ende sonder swaericheit offte vertreck die vursseide middelen onlancx in drucke overgesonden, aen nhemen ende ter executien stellen, om indesen uuytterste uuth dandere landen gein oirsaecke te geven van forder vertreck offte kleynmoedicheit, maer ter contrerien tot meerder schrickinge ende wederstandt vanden viandt mit gewillige hulpe dingesetenen van dandre landen te vertroisten ende te assistieren, volgende die opgerichte Union, ende uit aensien vande grote inconvenienten slavernie ende ewige bederffenisse die anderssins soude mogen volgen.

Ende dat te meer gemerckt dese gemeine hulpe geinssins en derogiert ennige privilegien vande

23.4
landen als gedaen, niet uuyt beveel ende auctoriteit vande majesteitt offte andere overicheit, om ennig uuytheimsche kriech to fueren, off andere moitwillige dingen te bedrieven, maer uuyt aengebo[ren] noitelicke defensie van tgemeine vaderland[t ende] om te behouden lijff, guit ende privilegien, e[nde] beschermen huisvrouwen, kynderen ende nacomeli[ngen] van enen ieder, vande ewige tyrannie en[de ..] uitvyt, ende dat die vursseide middelen allein opgest[..] sijn ende duyren sullen, voer enen korten tijt, bij[..] de welcken (so verre ein iegelick he[m] gewillich thoindt) men hoept den viandt te verdrieven ende uuyt den lande te houden, daer ter contrarien ingeval van dispute, weigerongh, vertreck offte swaricheit te bevreesen is, dat die periculen sullen vermeerderen, ende datmen (so dexperientie van voerleden tijden uuytweist nae grote uuyteringe ende verderffenisse in plaetze van ein, myt meerder ellendichz twintich ende meer sal moeten opbrengen, offte vallen inde ewige slavernie ende eijgendom vande spaenguarden ende andere uuytheimschen, twelcke met guede ein-

23.5
dracht ende gewillige bijstandt vershuidt kan worden. Men weet well dat het furstendom Gelre ende graeffschap Zutphen groten onrost schade ende lasten gehadt hebben in voerleden (doorh.: tijden) jaeren, ende dat die tegenwoordige middelenn wel swaer ende ongewontlick sijn, maer staet te considerieren, dattet ein gemeine plage is, ende dat dandere landen boven die schaden vanden voirleden tijt veel millionen hebben moten opbrengen, soe tot betalinge vande vertrocken spaenguarden italianen, duitschen ende andere, als het voirgenoempde furstendomb ende graeffschap met andere omliggende landen tontledigen vande nederlantsche duitschen, den welcken nu wederomb verschenen is, eenen termijn van sesshondert duisent gulden ten laste van die generale staten.

Bovendien dat Brabant, Henegouwen ende andere landen jammerckelick bedorven sijn so bij het overkhommen en ende onderhouwen van alle daffgedanckte kriechsluiden, als bij den tegenwoerdigen nieuwen kriech ende versamelonge vand beide ferwachten ende tegenwoordige oirloge, die sij ongespaert lijff ende guet ende sonder

23.6
iedt ter werlt aentesien gewillich sin tonderhouden, ende bijde directie ende onder dovericheit van sine durchluchtige Excellentie ende andere heren hopen ten gueden eynde te brengen tot beschuddongh ende ewich welfaren van a[l] dandere landen, soe verre uwe ersamen wisen ende lieven ten anderen sonder vertreck hier inne gewill[ich] bewiesen, ende meer aensien die ewige slaver[nie] ende bederffenisse die in dusdanige manieren t[en] ewigen dagen verhuet kan worden, dan die swaer[..] offte ongewonte vande vursseide middelen de welcke gelickse myt vrijmoedicheit ende gewillichlick nu gemeine consent vanden landtschappen angenomen sullen worden soe sullen sij nair hun eigen believen tallen tijden wederomb affgestelt mogen worden, versueckende dairom wederom begerende ende biddende dat uwe edelen wise ende lieven tgene verseit is, vooren ogen willen (doorh.: nemen ) hebben, ende in plaetze van gerede gelde, twelcke niet well te bekhommen sou wesen, aennhemen willen die vursseide generale middelen, ende hun daer inne conformieren met dandere landen voer enen korten tijtt, sonder exemple offte oirsaecke

23.7
te geven dandere landen van cleynmoedicheit, off scheidonghe, daer duer soude mogen volgen ende die ewige ruine ende verderffenisse vande landen.

Ende gemerckt die aingenhomen ruyteren ende andere kriechsluyden voirhanden sijn, ende den tegenwoordigen noit ende tijt gein uuytstellonghe en konnen lijden, ende dat sommige andere umbliggende provincien genoch van gelicke conditie sijn uuytstellendt dexecutien vande vursseide generale middelen ten grote schade ende pericul van alle die landen. So wordt begeert, dat uw edelen, wiesen ende lieven dese tegenwordige remonstrantie believen over to seinden aen allen quartieren op dat tegens den aenstaenden landtdach ein ieder te bat geinformiert sie, ende te geringer eyn vruchtbarlicker resolution genhomen mach worden, sonder swaricheit off uuytstellonghe, die (gelick in sommige andere landen dus lange geschiet is) bij ennige twievelhafftige ende der wederparthie toegedaen geesten gepactifeert soude moegen werden, bedenckende ain dese saecke gelegen te sijne het ewich waelfaeren ende behoudenisse van privilegien, landtrecht, goet ende vrijdom vande

23.8
landen, diemen bij anders gein myddel deser tijtt en kan behouden, gelick uwe edelen, wiesen ende lieven uuyth de noitelicke protestatie bij sijne durchluchtige ende excellentie voir dainnhemen vanden vursseide middelen gedaen, breder moegen verstaen hebben.

Aldus overgegeven den heren gedeputierden des furstendombs Gelre ende graeffschaps Zutphen bynnen de stadt van Nijmmegen den 22 en may vijftienhonderd achtenzeventig. Onderteickendt Johan de Wetthem, Elbertus Leoninus, J. de Hondt.

Nummer 24

Ersame wijse ende voirsichtige gunstige guede vrinden. Alsoe wij etlicke malen und nu weder van die durchluchtige, des ertzhertogen angesocht ende steitz gefordert werden om ein merckelicke summe van pennongen tot behoiff der ruyteren ende knechten op te brengen, weten dannoch van den generael middelen ende licenten, so ielich (die wiell wij die vurgeruirte ruyteren ende knechten algereitz int landt hebben) gein gereide pennongen te bekomen, dan hefft ons goet gedocht eyn ieder adell ende onadell geistelicken ende wereltlicken tho versuecken umb ein ieder dair toe te leenen, die welcke men vande generaele middelen) anstondt sell restituierenn und so dan die pennongen nyth ieder quartier bynnen den tijt van acht daghen, ten aller langsten, nhae ontfanck deses, opgebracht moiten wesen. Is onss ganss frundtlick begeren begeren, ende nyettemin onse ernste gesinnen dat u erssamen hier inne tbeste voer uwe personen und voirts andere uwe borgeren wie boven oick willen forderen, und uwer stat guete nemplich die drost Bentinck hondert gulden, Haeften, veertich gulden, Steven toe Boecop vijff undtveertich gulden, Middachten vijff undtveertich gulden, Jan van Wijnbergen vijfftich gulden. Und voertz die geestliche ende werltliche tot discretie eynes ersamen raidten anstandt bynnen die tijt vorsseid opbrenget wie oick van gelicken alle andere ampteren ende steden doin sullen, ende an handen Derick van Wetten bynnen Arnhem levert nemende van hem recepisse, sall u ersamen tselve in korten dagen vanden generael middelen ende licenten restitueert werden off sunst sall nyth settunge dair van geschieden und dien sodane opgebracht sijnde salmen die knechten van dair doin vertrecken, dair inne nyet allein dit quartier sonder die alinge lantschap inbewillicht ende consentiert hefft. Sunst ist vermuetlicken dat die ruyter ende knechtenn

24.2
ietz int landt ongekenstert sijnden ons aff, ende den viandt toe trecken sullen, und ons allen om lijff guet bluet ende enige slavernie ende serviteit brengenn, desmen nu mitter hulp Gots lichtelick sal kennen voirkomen, und dat die arme onderdanen vanden onlijdelickenn last ende moitwill verlicht moeghen werden, twelck wij u erssamen in allen gueden nyet hebben konnen verhalden, die wij in schutz des Almechtigen doen empfelen. Geschreven tot Nijmegen den 8en juny anno 1578, und mitter selver stadt secreet zegel, dat van hier toe gebruycken bezegelt.

Ritterschappen ende gesanten der Steden des Arnhemschen quartiers ietz bynnen Nijmegen op einen lantdach versamelt.

Nummer 25

Johan grave zu Nassaw Catzennellnbogen Vianden uund Dietz, heer zu Bielstein, statholder ende capitein generaill des furstendombs Gelre ende graeffschaps Zutphenn.

Ersame wiese lieve besondere, wij hebben u schrievens ontfangen unnd dair uth vernhomen hoe dat vergangne saetersdach tho Doernspijck unnd Ostenwolde ein vendlin knechten van Lazarus Mullers Regimant gekommen sijnn unnd denn huysluidenn aldair verderfflicke groten schadenn ain doin soltenn.

Nu sult ghij ons gewislick toe vertrouwen, dat wij dyt clagenn unnd schreyen des armen mans gantz ongernn vernhemen, unnd niet lievers wunschen woltenn, dan dat wij sulcx keeren unnd weinden, unnd den armen huisluiden, desenn swheeren overlast vanden hals nhemen muchtenn, dwiell averst noch ter tijt ghein geldt von hoff gekommen, dat sulck volck gemonstert werdenn kondte, unnd onn onser macht nicht stehet dieselvigenn erghent anders wohin sonder bruheell, so wij von denn ertzherthogen als generaill gubernator verwachtende sindt to verleggen offte fuyren to laetenn. So hebben wij gisteren uuyt ielender post ain sine durchluchtige geschrevent unnd haepen noch desen avendt, offte in morgen andtwordt to hebbenn unnd ist ons nicht mueglick eehe unnd to voir, ietwes hier to

25.2
te doin. Begheeren derhalven, ghij willt biss dair toe gedult hebben, unnd idt gewislick dair fur haltenn, dat wij ghein vlijtt noch arbeyt sparen willenn op dat die knechten ten allerierstenn wegh gestuirt werdenn. U hiermede denn Almechtigen bevelende. Datum Nijmegen den 11en juny anno 1578.

Nummer 26

Eersame wijse und vursichtige gunstige guede frunden. Also die bannerheren ritterschappen ende stedengesanten tot Nijmegen opten landtdach gewesen hoechnoedich eracht hebben dat aenstondt in ieder quartier einen quartierdach uuytgeschreven sold werden, omb alle hoichanliggende beswhernissen deser landtschap onsen genedigen heeren stadtholder in tho langen, ende daer mede tho communiceren, is derhalven unse gants frundtliche begheren dat u eersamen oere gesanten affertigen willen, om sich op maendach naestkomende des avontz, nemblick den 16en deses alhier bynnen Arnhem onweigerlich tho erfuegen gestalt folgents daechs op deses quartiers ainliggende saecken, mercklicke lasten ende aenstaende periculen insonderheit die schantzen voer Deventer belangende mit zijn genediche riepelick tho delibreren ende nae befinde to ordonnieren, om alle inconvenienten ende onverwinlicken schaden voir tho kommen, als die saecken itz am hoichsten erforderen waer inne sich niemant bij zijne eetzplicht sall behoren te weigeren ader absentueren. Mit bevelungh des Almechtigen. Gegeven den 13en juny anno 1578.

Burgermeisteren schepenen ende radrt der stadt Arnhem.

Nummer 27

Ersame und voorsichtige bisunder guede frunden. Opt anholdt vanden koekenmeister des durchluchtichsten hoichgebaren fursten ende heren hertongen Hans Casimier, pfaltzgraeff etc. is onse fruntlick begeren dat u lieven vorfeegen willn soe villicht aldaer ennigen stoer salm off sunst andere furnemen viss to bekomen dat die visschers donselen alhier to mercte brengen tsal gelijck die koekenmeistern voorts gesacht ende wij doch oick mits id antal fremder horen ende ionckheer alhier wesennde wal geloeven dieselve ter gueden prijse vercofte ende betaelt konnen werden, sulcx vertrouwen wij ons toe u lieven den wij den Almechtigen bevelen. Gescheven to Zutphen den 29en juny 1578.

Burgermeisteren schepenen und raedt der stadt Zutphen.

Brenger des hefft een pasporte zijner furstliche durchluchtigsten voor den karluyden die den viss brengen sullen bij sich om to veyliger den wech to moegen gebruycken.

Nummer 28

Johan graff to Nassauw Catzennelleboghen, Vianden und Dietzs, her to Bijlstein, stadthalder int furstendom Geldern und graefachap Zutphen.

Erentfeste ersame und wijse lieve bezundere. Alzoe wij van meynonge zijn ten aencoomen des dorchluchtigen hoochgeboren fursten und heeren paltzgraven Casamiri die steden Campen und Deventer to belegeren und besluyten und dat tot behoeff der ruyteren und knechten ons vele provianden van broot, bier, case havere und allerley proviande van noode diemen nyet al en souede connen spijsen met commissie broot und proviande. Is onse gesinnen uwe eersamen aldaer eerstdachs doet vercondigen und publiceren wiemen sulcx gewoonlick is dat men alhier gemeynt is tot behoeff desselffs crychsvolcx vrije merct op te slaen dat daeromme den yegelick die sich mit soedelen begeert to sumeeren allerley proviande van broot, bier, boter, case ende andere nootdruft aenbrenge om tselve to vercoopen ende goet daeraff tontfangen. Wij hebben alomme op allen tollen in desen furstendomb Gelre und graefschap Zutphen geschreven ende bevolen den unianders und soetelers vanden proviande die zij hier brengen sullen geenen toll aff to heysschen maer bey passent to laten, sullen oick den ruyteren ende knechten verbieden laten ende de hant daeraen halden dat zij den soetelers geen schade en doen op lijfstraff.

Ten anderen alsoe die heeren generale Staten alnoch inder ijle nyet genoechsaem provideert zijn van gelde om allet wesmen van proviande van noode heeft te betaelen hebben wij raedsaem bevonden den steden onder onsen gouvermentute gelegen to tauxeren om terstont zekere guantiteyt van granen te coopen op eenen yederen respectiven gelooven ende credit ende tselve te senden daert van noode zijn sal, daeraf de tax vander stadt Elborch gestelt is op twee last roggen ende bier last haveren is daeromme onse gesinnen uwe eersamen denselven rogge und haver vanden stonden aen

28.2
coopen laten ende daermede doen soe wij hier beneden hebben doen schrijven. Wij sullen uwe eersamen van tgene tselve costen sal doen remboursseren ende betaelen vande penningen die comen sullen vanden broode ende haver oft vanden ontfanck vande generale middelen ende licenten. Hierinne wilt nyet suymich oft naelatich zijn want den dienst und welvaren des vaderlantz hier aen merckelicken is gelegen des verlaten wij ons tot uwe eersamen denselven hiermit in schutz des Almechtigen bevehelende. Datum Zutphen den 3en july 1578. Post data.

Desen rogge sullen uwe eersamen in alle diligentie maelen laten om alst noot wordt broot daeraff te laten backen ende tselve met oick de haver senden mette duersten daer de commissie generael vande proviande alhier Thomas Gramaye rekenmeister uwe eersamen schrijven sal..

Eure gutter gouder und frunnd,

Johann graff zu Nassau Catzenelnbogen.

Nummer 29

Ersame wijse ende vursichtige gunstige guede frunden. Alsomen dem wolgeboren hern graven tho )doorh.: Moes) Moerss die 12 dusent gulden, bij sijn genediche vur den kriechsvolck int oeverquartier verstreckt, sonder langer vertoch oder uytflucht, sall moeten restituiren, derhalven noedich wurdt sijn, so van wegen deser betalingh, als andere hochakliggende saicken der landtschap tho communicieren, und tot dem einde ein quartierdach an tho stellen, twelck doch ietzender deser quartiers gelegenheit mercklicken ereischt. Is demnha unse frundtliche begeren ende in naem der landtschap ganss ernst gesynnen, dat u erssamen oere gesanten onweigerlick affertigen willen, omb op toekommende sondach, nemblick den 13en ietzloepende maintz tsavontz alhier bynnen Arnhem in tho kommen, gestalt folgents dachs op die vursseide saicken tho helpen delibereren, raithschlagen ende resolviren, als die noitt ende gemein wolfaet erfurderen wurdt, daer aen sullen der landtschap ende onss sunderlingen dienst ende frundtschap doen u erssamen die der Almechtiger langh wolfaerende behuede. Gegeven den 7en dach july anno domini 1578.

Burgermeisteren schepenen ende rhaitt der statt Arnhem.

Nummer 30

Johan graff tho Nassow Catzenelnbogen, Vianden und Dietz, heere tho Bilstain, stadtholder des furstendombs Gelre und graefschaps Zutphen.

Eerentfeste eersame lieve besundere, Wij houden uwe eersamen indachtch van tgene dat wij den selven opden 3en deses maendt gescreven hebben om etlycke proviande tot behoeff und spijsing des crijchsvolcx op tho brengen, ende want den commissarus Gramaye uns nu te kennen geeft dat uwe eersamen hen ghisteren gescreven hebben dat uwer eersamen onmogelicke den crijchsvolck voir Deventer tassisteren, den wijle ghijlieden dach ende nacht wes u van tleger voir Campen aencompt moet behulpelick zijn begeerende daerom men uwe eersamen sulcx worden verlaeten etc.

Ende want den grooten noot idt zoudt hier is ende men coren moet hebben om tleger te spijsen opt goet daervoore men tselve coopen mach is nochmaels ons gesinnen uwe eersamen hier terstondt soovele gelts souden daermede men de 2 last roggen ende vierlast haveren coopen mach dat all om 440 pond te doen sal zijn ende wij zullen uwer eersamen daeraff doen betaelen soo wij u bij onse voerge baenen gescreven hebben haer lieve wilt nyet zuymich zijn des verlaeten wij ons tot u lieden ende begeeren hierop antwoorde van uwe eersamen die wij hiermede in schutz den Almechtigen bevelen. Gescreven to Zutphen den 9en july 1578.

Eure gutter gouder und frunnd,

Johann graff zu Nassau Catzenelnbogenn.

Nummer 31

Johann graff tho Nasow Catzennelnbogenn, stadthalder inn Gelldern.

Erentveste eersame unnd wijse lieve bisundere, Allst wij in gloeffwerdige ervarung kommen dat eenige vann uwenn burgeren ofte inwonerenn sich verweigert hebben die union (doorh.: onleesb.) dieser provincien autonomen und to unnderschrijvenn. So begeeren wi ann u gunstiglich, und niet to min ambtshallven bevelennde dat gi diesellvige voer u bescheidenn willt unnd mit vlijtt vermanen dat sie nochmalls die voorschrevenn union annemenn, ofte ingevalle sie sich daerin beswaerenn tegens naestkunststigen maenendag to Sutphen ofte Arnem ann wellkenn ortt wij allsdann sijn sollenn bij onns sonnder uytbliven erschijnenn unnd onns die oorsakenn oeres verweigerens vermelldenn. Villt onns oeck oere namen met eerster gelegener bodtschap aversenden up dat wij bijgevalle sie ungeher samlick uytblivenn wurdenn daer anndere middelen daerin versien mogenn. Des verlaetenn wi onns tot u, die wi hiermede dem Allmachtigen bevelenn, Datum Harderwijck denn 17en july anno 1578.

Eure gutter gouder und frennd,

Johann graff zu Nassau Catzenelnbogen.

Nummer 32

Ic Johan van Lengell bekenne, alsoe etlicke vande schepenen und ick tonsen begeren van onse offity gesuspendiert unde derhalven gedanen eedtz verlaeten zin van onsen genediche heeren hern stadtholder etc. Soe dan zin genediche andere schepenen verordoniert heeft dat ick op huyden dage onderschreven dorch dselve schepenen gesinnen bij oer eersamen gekaren dienstere Jakop Jansszn opte raethuyse gesandt heb idt grote segell und idt secreet segell derselve stadt tobehorende die ick tot desen dach toe in mijnen bewaer gehadt heb. Oerkonde deser bekentenisse bij mij onderteickent. Actum den 20en dach july vijftienhonderd acht unde tsoeventich.

J. van Lengell.

Nummer 33

Eersame wijse und voorsichtige gunstige guede vrunden. Alzoe op den lesten quartiersdach alhier bij ritterschappen ende steden veraffscheyt is uuyt anschrijven onses genedichen heeren stadtholders, datmen den edelen und erentfesten Engelberten van Brempt, drost to Straelen van zijne gedane burchtocht aenden grave van Moers belangende die twaelff duysent carolus guldens quiteren zolde. Maer van uwe eersamen statz quota bedraecht die somme van negenenveertich gulden, und zoe genanten Brempt alhier angekommen und op costen der lantschap to leysten gemeynt, is onse fruntliche begeren dat u eersamen die voorgenoemde quota met eynen zeeckeren baden alhier aenstondt andeseyndet, op dat die grote oncosten van de landtschap vermidet moegen werden, twelck wij gunstiger wolmeynongh niet en hebben kunnen verhalden. U eersamen die derAlmachtiger lange gesont frysse, Geschreven den 21en july achtenzeventig.

Burgermeisteren schepenen und raeth der stadt Arnhem.

Nummer 34

Johann graff tho Nassow Catzennellnbogenn etc stadthalder in Geldern und der graffschap Suttphenn.

Eersame unnd wijse lieve besonndere. Hoewall wij u lestmaells ter Elborch wesennde niet alleen mondeluck bevolenn maer oick vann Harderwijck u togeschrevenn hebbenn etzlicke vann uwenn in woenderenn, diewellcke die Union to underteickenen unnd an to nehmen geweigert, vor u tebeschaidenn, unnd tot annemung sulker Union nochmaells tevermanenn offte in gevall sie in oere obstinaetheit möchten verblivenn in der personn tot onns toewijsenn op dat wi selfs die oersaken oeres ungehorsams konder vernemen.

So hebben wi doch bis noch to niet weten mögen ofte ietwes daerop gedaen of gevolgt sij unnd konnen niet verstaen waerom dat sulcks verblevenn is.

Diewijll wi onns nu schulldig erkennen dem genigen wat vann onnsen gnedigsten heren dem ertzhertogenn unnd generall statenn bevalenn oeck vann der gemeenen lanndschap daerop beschlatenn met allen ernst int werck to stellenn. So gesinnen unnd bevelenn wi nochmaells dat gi onnsen vorigenn bevell aengaende die voerschreven personenn eerstes dages naekombt, unnd diesellvige met allem ernst daer to vermaent die vorschretenn Union antonemen unnd approbierenn, ofte so sie nae als voer in oeren ungehoersamb verharren wurdenn willett onns oere namen verteickent to schickenn, op dat wi anndere daerto behorlike middelen gebruicken mogenn, Des willen wi onns tot u verlatenn die wi hiermede dem Almechtigen bevelen. Datum Suitphen, denn 26en july anno etc. 78.

Eure gutter gouder und frunnd,

Johann graff zu Nassow Catzenelnbogen.

Nummer 35

Denn sallm unnd andere vischen hebben wi bij jeigern deeses woll ontfangenn, unnd doen onns derhalven alls oock van wegen uwes geneigden gemutts twellck wi hiermit stueren gunstiglich betanken. Datum denn 28en july anno 78.

Nummer 36

Erentfeste eersame voirsichtige heeren besundere goede vrunden. Alzoe onse genediche heere stadthalder grave Johan van Nassauwen voor zijner genediche vertreck uuyt deser stede geordoneert heeft datmen soe lange dese oirloge duert continuelick stapel van proviande houden sal binnen de steden Nijmegen ende Arnhem omme deselve ter noot to besigen tot dienste van den gemhenen vaderlandt ofte generale staten ende dat daeromme nootich is van allen den steden van Gelrelandt, Zutphen, Vrieslandt, Overijssel ende Groeningen te voirderen van elcken respective oire tauxe van graenen ende andere proviande daerop deselve geset zijn oft de pennonghen die daeraff comen souden mochen om daermede proviande to coopen om de voorseide twe stapelen mede wel geprovideert te onderholden ende want uwer eersamen tauxe is van twe last roggen ende vier last haveren (doorh.onleesb.) ende daerop soe wij verstaen nyet en is betaelt is daeromme sijner genediche meynonghe ende ons begeeren uwe eersamen deselve granen soe verre die aldaer gereet leggen terstont vercoopen laten ten meesten prouffijte ende minsten schade der lantschap ende de pennongen daeraff coomende oft soe verre die noch nyet ingelocht zijn voor elck last roggen 100 gulden ende elck last haveren vijftich gulden senden tot Aernhem in handen vanden geenen die zijn genediche daertoe bij advyse vanden gedeputeerden verordenen sullen, hierinne begeeren wij uwe eersamen nyet suymich oft naelaetich zijn soe den dienst van tvaderlandt daeraen merckelyck is gelegen begeerende hierop den mede beschreven antwoord van uwe eersamen die wij hiermede in schutz den Almechtigen bevehelen. Datum Zutphen onder derselven stat secreet zegel dat wij semptlick hier to gebruycken opden 4en augusti 1578.

Die gedeputeerden der lantschap van Gelre und Zutphen itzondt to Zutphen vergadert zijnde.

Nummer 37

Ersame wijse ende vursichtige gunstige guede frunden, u ersamen bryeff in dato den 4en augusti, belangende tschriven onses genedigen hern van der generall myddelen hebben wij ontfangen und alles inhaldts verstaen, und kunnen u ersamen daerup gunstiger meinungh nyet berghen, dat wij gelicke brieven van onsen genedigen hern stattholder ontfangen, daerop myt onser gemeint communiciert, und sijn genedige myt onderdeniger antwordt bejegent nyet twivelen die generall myddelen en sullen dan achtervolgende onse vurseide schriven alhier oeren wercklicken voertganck genieten des wij begertes berichts nyet hebben willen verhalden u ersamen die der Almechtiger langh wolfaerende behuede. Gegeven den 6en augusti anno 1578.

Nummer 38

Mijnen wylligen dienst und geringe vermoegen zuvoeren erentfeste ersame wijse und vuersichtige gunstige heeren und guede frunden. Alzoe hopman Wolter Hegemans schrijven craenevoet gunt mijn aengebracht dat hij etzliche pennongen tot verscheyden reysen vanden affgestalten raedt ander sine quitacie ontfangen heeft, daer uuyt dan op sine aengeven ick met eyntlich mijne rekennugh kan maecken sonder zold irst moeten zien sine quitancie iss derhalven mijne frundtliche begeren dat u lieve und ersamen dieselve quitancie enen vertrouwten frundt alhier mitten irsten wyllen averseynden. Iick sal deselve lichten und mijne indie plaetze leveren off sunst dat u lieve und ersamen die vuergenoemde quitancie ieder apart wijllen copieren laten und mij die toeschicken op dat ick mijne rekeninge claerlich stellen mach, und die verordenten mitten hopman eyntlich aff rekenen moegen, u lieve ind ersamen in schutz ende scherm des Almechtiger emphelende. Geschreven den 8en augusti 1578.

U lieve und ersame dienstwylligen,

Wetthen secretaris Arnhem.

Nummer 39

Johan graff thoe Nassou Catzenallnboegen etc, stadtholder int furstendom Geldern und graeffschap Zutphen.

Eersaeme und wise lieve besundere. Wiewoll wij ons gentzlich willen versien, ghij sult op onser onlangs aen u gedanen schriven und begeren datmen die generaell middelen als sie thoe Nijmmegen up dem lest gehaldenen landtdach duer bannerheren, ridderschap und steden ingewillicht sint daermede sonder suemnis ofte verhinderongh voirtgeffaeren sijn.

Edoch dwijll wij gheenen gewissen berichten hebben wat daer van geschiet zij ofte niet und dan der durchluchtichst und hoichgeborn onse gnedichste heer der ertzherthoch in Oistenrich etc. und gubernatoer generaell deser Nederlande nu avermaels om gedachte middelen allethalven in onser gubernament toe beforderen und int werck toe stellen aen ons geschrieven und daeraen scherpelick gemaent heft.

Soe hebben wij niet onderlaeten willen derentwegen nochmaels aen u to schriven gunstichlich begerende oick ambtshalven ernstlick bevelende dwijll men toe betalingh etlicher schulden op dese landtschap staende tot continuation der belegerongh voir Deventer onderhaldongh der soldaten inder landtschap dienst wesende oeck anderen onumbgencklicken swaeren uuytgiften die wij dagelix in saecken die gemeine landtschap belangende noetwendich doen moeten eener groeter summa gelts sall bederven sonder diewelcke niet alleen nichts guets uuytgericht werden kan, dan oick soe langher soe meer groeter verloep, und deser landtschap

39.2
allerhandt boese naespraeck und verwijt onordnungh in allen saecken onder dem krichsvolck onwill und ongehoersam und ten lasten een gemeen landt verderbens und ondergans te besorgen is. Ghij willet om sulcken onraet und des gemeinen vaderlants schaeden helpen toverkommen met gedachten generaell middelen langer niet stilstaen sonder dieselve (soe idt noch niet geschiet en is) sonder eenich vertreck hindernis noch ontschuldigungh in uwer stadt publiceren und int werck richten latenn.

Und want niet alleen tot behoeff deser lantschap int particulier (als boven gehoirt) sulcks ten hoichsten van noeden is, sonder oick tott onderhaldungh des krieghsvolcks soe den gemeinen vaderlandt ten besten aengenoemen dit furstendom und graeffschap den anderen provincien vermoegh der opgerichter Union thoe hulp und stuer kommen und eene aensehenlick somma van penningen in korter tijt sall contribueren moeten soe ghesinnen wij nochmaels ernstlich ghij willet hierinne niet mangelhaftich sijn sonder met der daet bewijsen dat u des gemeenen vaderlants wolfaert met ernst aengelegen is des getroisten wij ons tot u die wij hiermede dem Almechtigen bevelen. Datum Arnhem den 12en augusti anno 1578.

U goede gunner und frundt,

Johann graff zu Nassau Catzenelnbogen.

39.3
Ock lieve besunder. Na dato hebben ons die uuyt den Sutphenschen quartier togeschreven welcker gestalt sie op den ietzgehaldenen quartiersdach resolviert hebben desen naestaenstaenden sondach des generael middelen allenthalven in oiren quartier publicieren toe laten und den volgenden 19en huius met der innemong derselvigen gewislich aentoefangen is derhalven ons gunstich begeren und beveel op dat hier in in dem gantzem furstendums glijckheit gehalden wordet gi willet om die selvigen tijt met desem werck ock voertfaeren ut in literis

Nummer 40

Johan Graeff zu Nassow Catzenellenboge etc. stadtholder des furstendombs Gelre und graeffschap Zutphen.

Eersame und wiese lieve bisondere, welcker gestalt om in onsenen iersten aencompst und annemingh deses gubernements sekere articulen bij gemeyne lantschap voergehalten oeck operlacht wordt die selvige mitten eedt tho bekrefftigen als wij dan op begeeren gedachter lantschap sulcken eedt lieffelick prestiert hebben des alles sult ghij sunder twijffel oeck wel indechtich sijn.

Wie wol wij nu verlengst geneicht weeren geweest unseren eidt genoch to doen und die gesworene articulen tot werthelichen effect to breingen so sijnt wij doch van wegen der mennichfeldiger voerfallenen verhynderungs und ghemeyne lantscheften insonderheit aever mit desen verderffelicken duer und oevertoegen und lanckwyligen stilleggen der ruytteren und cnechten biss nocht[] daeran verhyndert werden.

Damit dan gedachte articulen eenmael int werck gestelt und sunst des gemeinen lants opleggende noots der gebuer nae betrachtet und allerhant wichtigen saicken affgeholpen moegen werden hebben wij gheen bequemer wech gevonden dan einne gemeyn to samen kumpst und lantdach to bestemmen und uuyt to schrijven.

Begeerende demnae gunstichlich ghij willet ennighe uuyt uwen middel mit genoechsaem gewalt und volmacht und sonder relatieren oft tho ruckbreingen und alzoe dat sij in allen voervallenden nodigen saicken mit anderen deses furstendombs und graeffschaps glitmaeten eintlick resolvieren und sluyten moegen affveerdigen tegen woensdages den derden naestcommenden maents septembris des avents binnen deser stadt Aernhem

40.2
tho erschijnen gestalt des volgenden daeges des morgens mit uns und anderen bannerheeren ritterschap des groten und cleynen steden des furstendombs Gelre und graeffschaps Sutphen gesanten die gelegentheit ende dat opleggen deser lantschap nae erforderungh deser tegenwoerdiger tijt und noits und sunst alle andere articulen op verscheyden zedert den jare 76 geholdene lant- und quartiersdagen ontsloten ind alss noch niet geexequert to beraetslaegen und entlick daerin tho sluyten. Oeck op goede ordenungh und versegungh tho deincken helpen wie die kumpstighe besorchte oevertochten (mit welcke die wijl die wynter voerhanden is und dat crijchsfolck wederom offtrecken mach willicht idt furstendoms und graeffschap niet sal kunnen verschoent werden) mit weynichsten schaden und beswaernis der armen onderdanen gheschien moegen, und insonderheit begeeren wij ghij willet uwen deputierden genoechsame und gewisse instructioen mit gheven welcker gestalt men die voergeruerte van ons beswarene articulen tot fryungh unsers eedts mit werck richten moege opdat alle oncosten die biss amheer op verscheiden lantdagen aingewent hin vorders vermidet der gemeynen lantsaicken vruchtbaerlick affgeholpen und die inwoenders deser landen bij hebbenden privilegien und olden gebruyck gehanthavet moege werden.

Diewijl wij oeck nyet twijffelen ghij sult des bijden Raeden van Staten alsoeck den generael staten deser geunieerden nederlandisschen provincien ingewillichten religion fredens goede wittenheit dragen so is oeck ons begeeren dat ghij u daerop wel rijpelick bedencken und die uwe met een goede und godtsalighe resolutio amheer schicken willet alles tot sulcken einde op dat niemant in sijne consientie beswaert een stedighe vrede

40.3
und enicheit ten beyden sijden erholden und alle schedelicke diffidens und misfertrouwen tusschen hoegen und nederen standes glitmaten als oeck allen onderdanen und inwoeneren gedachtes furstendombs und graeffschaps opgehavet und vermiedet werde.

Und want u selfft als den verstendigen genoechsaem bewost wie hoich und wol der gemeyne lantschap aen deser versamelungh geleden is, so willen wij in geynen twijffel stellen ghij sult daerin nicht suimich sijn und uwen gedeputierden sulcke genoechsame volmacht und instruction mit gheven daermit die vruchtbaerheit des landages bij gebreck van dein nyt verhyndert noch die lantschap in vergeeffelick (doorh.: tot) unkosten gefuert werde. Des verlaten wij ons gewisselick tot u die wij hiermede in schutz und scherm des Alderhoichsten beveelen. Datum Aernhim dem 18 augusti anno 78.

Uwer guede gunner und frundt,

Johann graff zu Nassaw Catzenelnbogen.

Nummer 41

Ersame wijse und vursichtige gunstige guede frunden. Also onser genediger heer stattholder ein landtdach aengestalt tegen den derden naestkomende maendts septembris alhier bynnen Arnhem tho erschreven daerop, onder anderen op die religions frede bij die die durch luchticheit des eertzhertongen van Oestenrich gouverneurs generals etc avergesant, gerathschlaget, deliberiert ende resolviert sal werden senden wij u eersamen tegen geboerlick beloenungh copie des schreivens sijner furstlicke durchluchticheit und religions ferdens myt brenger deses aver, omb daer op tho communicieren und sich daerna in affertigungh uwer gesanten tho richten. U eersamen hier myt in schutz des Almechtigen bevehelende. Gegeven den 22en dach augusti anno domini 1578.

Burgermeisteren schepenen und rhaitt der statt Arnhem.

Nummer 42

Johan graeff toe Nassauw Catzenellbogen etc stathalder etc.

Ersame und wijse lieve besundere. Also ons der erbar onse ock lieve besundere Derrick van Wetten als ontfanger der ingewillighten schattungen in desen quartier op onse begeren overgelevert heft den staet van sijner reeckenung und wij daerin befunden dat bij uwer gemeente noch een goet (doorh.: onleesb.) deel vanden twemael hundert duesent als ock die volle quota van den vijftich duesent und ses duesent gulden met sampt den veertigsten man uuyt steet und dan die lantschap gelts halven hoochbenoticht is und allerhandt onraet und besweerlicke inconvenienten toverhueden die restanden inder ijl opgebracht werden moeten. Soe is ond gunstich gesinnen und beveel ge wilt desen uuytstaendt vermög inliggenden zeddels inmaenen und inwendich acht dagen in handen gedachtes Derrick van Wettens gewislich leveren und diewiel u selffst bewust wie hoch und wel gieraen gelegen is wollen wij ons gewislich verlaten gi sult hierin nyet gebreckelick sijn unde bevelen u hiermede dem Almechtigen. Datum Arnhem den 24en augusti anno etc 78.

U goede gonner unnd frundt,

Johann graff zu Nassaw Catzenelnbogenn.

42.2 (bijlage)
Elburch kompt to dragen van den twemall hundert duisent gulden – 784 gulden.

Van den vifftigh duisent gulden – 196 gulden.

Van den ses duisent gulden – 49

Van dem 40 ste man

Hierop betaelt

Up die twemal hundert duisent gulden – 545 gulden.

Rest noch – 239

Summarum rest noch mit die vifftigh duisent, ses duisent gulden, behalven den 40 ste man – 484 gulden.

Nummer 43

Ernntfeste welwijse seer voorsinnige heren. Nhaer alle erbiedonghe und behoirlicke recommendation kan ick u eersamen mitz desen niet verholden woe dat mijn vrundtlich begheren is dwiell ick int warck ben unnd die brugghe off thoe branden unnd (doorh.: aldaer) algereetz teer daer an verquitst hebbe bevindende sulcx men alle inconvenienten unnd (doorh.: onleesb.) tochten daer uut toemende thoe vermyden nootlich tho sijn u lieven twillen mijn vijff off ses tonne teers bestellen unnd soe dat tot ene gemene saeck geimploveert sall worden verobligeerd mijn persoon dat sulcx in opbrengen der schatpennonghen gecort sall muegen worden. Wijders angaende nieuwe tijdonghe weet ick mijn heren sonderlingh niet thoe schriven dan dat sich die viandt haer stille holt unnd mijns bedunckens nootlich is dat die saecken meerder behartighet sal moeten worden soe wij die stadt veroveren sullen sulcx mijn eersamen heren niet cunnende verbergen will mijn heren den Almechtighen heren in sijne gnedighe schutz ende scherm bevoelen hebben. Ilentz uut onser schanse voor Deventer dessen 29en augusti anno 1578.

U lieven aller gansgunstighere W. Hegheman.

Nummer 44

Ernnfeste wijse seer voorsinnighe heren, nhaer alle debiedonghe sall u lieven gelieven thoe weten woe dat ick twe tonne teers gecregen unnd ontfanghen hebbe. Weshalven ick u lieven des gedaen (doorh.: d) neersticheits bedancke unnd soe ick u eersamen in enighe saecken weder dienstlich wesen can sullen mijn eersame heeren altijd als een dienstwilliger bereyt vinden. Mit bevelunghe des heren. Raptuy uut onser schanse voor Deventer desen 30en augusti anno 1578.

U lieven aller gehelde dienstwilligher W. Hegheman.

Nummer 45

Ersame unnd vorsichtige gunstige gude vrienden, nachdem jegenworttiger gelegenheit nach meines gnadigen herren graffen Johans van Nassaw etc stathelders etc kuecken gans well jegen diesen landttagh mit botteren versehenn, und dieselb bei ew ersamen wie ich bericht zimblich maten tho kreigen ist als langt in namen wolgemelt meines gnedigen herren bevelchs an ew ersamen meiner gunstiges gesinnen dieselb wollen sopalet moglich in aller eill ein ton botteren aver zu notturfft irer gnadigen koecken hirhin schicken und den koep daraff overschreiven. So sullen ire gnadigen in irem wederkommen alhir die vorsehungh doen dat ew ersamen solch vat botteren sal betalet werden, dessen verlate und vertröst ich mich also tot ew ersamen die irer gnadigen darinne sonnenliche dienst bewisen sullen, wil Gott etc ew ersamen thot seinen lob erhalden. Datum ilens Arnhem [den] 3en septembris anno etc 78.

Seiner gnadigen kuchenmeister,

Jacob Koeningck.

Nummer 46

Ersame voirsichtige und discrete insondere gunstige guede vrunden. Wij hebben voer vijff daegen u ersamen missive ontfangen meldungh doende van een nederslach aen Henrick Lambertszoon neder geslaegen bij twe metzelers van Harderwijck begaen etc. Wijder inholt der selver, und alsoe wij nyet geweten wat personen dat selve gedaen wou u ersamen missive dair aff geven meldungh doet, soe sijn wij nochtans berichtet we dat eynner der eyn tijtlanck in onser stadt arbeyt geweest derhalven sich vluchtich gemaeckt solde hebben. Sou ist dat sijn huysfrou bij ons geweest und onse vurschrift begeert heft, seggende dat oer man sulcks nyet gedaen, wie oick der verstorvene Henrick op sijn doetbedde bekent und beleden solde hebben, dat oer man sijns doets onschuldich solde sijn, und die wijle dan onbehoirlicken den onschuldigen to beschuldigen voel weyniger vluchtich toe maecken, und oer begeren op redenen staet, hebben wij oer dese onse vuerschrift nyet kommen off behoeren toe weygeren. Soe ist derhalven onse vruntlick begeren u ersamen willen der vrouwen thonersche deses alle behoirlicke assistentie und behulp doen dat sij oere konden ende getuygen moege beleyden dair ende soe dat behoren sall und oir tot oer ontschuldinge dienende, dat welcke wij in gelijcken und anderen toe verschulden geneycht sijn, dat kenne Godt die u ersamen in sijn godtliche schutz und scherm lange erhalden . Geschreven den 13en septembris anno vijftienhonderd achtenzeventig.

Burgermeisteren schepenen und raidt der stadt Harderwijck.

46.2
Den ersamen wijsen ende voirsichtigen burgermeisteren schepenen und raidt derr stadt Elburch onsern insonderen voelgunstigen gueden vrunden.

Ontfangen den14 septembris anno 1578 van den nederslach van Z. Vincke

Nomen perpetrantis Herman Bernsen van Campen, nomen faemuli Willem Luytgessen van Campen.

Nummer 47

Gnade unde vrede von Gott doer herren.

Ersame weise discrete unde gunstige herren und goede vrinden. Van gantzer herten konnen wij dem heren niet genoch danken vor alle seine groete und unutsprecklicke welthaten die hij in diesen lesten dagen uns armen lieden is beweisen sin dem dat hij uns het wort der gnaden so reicklick is mededeilen und daer het selve uns zyne guade is anbedunde gelick hij dan ock gedaen hefft und doet mit u lieden ter Elburg ende beden hum hertgrondtlick dat hij doer seinen heiligen geest in uns will wercken dat wij so danige gnadenreick teit dochreit moegen misbruicken offte to vergeeffs vorbey moegen gaan laten maer dat wij fri moegen well anleggen tot loff zijns Gottlicken namens und unser aller saligheit dairom den u lieven sehr christlick und well doet, waernemende diese gnadenreicke teit, und u gemeinte besorgende met einen goeden treuwen frommen und gottsaligin predicanten ende lehrare, gelick den is diese unse sehr werde medebroder Jacobus Wedeus confluentinus und des willen ghij an uns geschreven hebt und schrivet, ende hoewell wij ungern diesen unsen broder von uns gaen laten, angesehen wij ock noch in unsern classe veil kercken moeten sonder predicant staen laten, dannoch niet to mijn um u lieven to geriven, hebben wij hem u lieve niet willen weigern angeschen wij niet und tweivele, offte hij sall niet sonder groet profeit und upbauwing der christlicken kercken bei u lieven sein und lehren, willen dairom u lieven hem als einen frommen und christlicken lehraer bevelen sein laeten u lieven mit der gantzer gemeinten ter Elburg hir mit der guaden godes bevelende. Met haest ut Leyden den lesten septembris anno 78 u lieven goetwillige dienarn des gottlicken worts, ouderlingen unde diaken der gemeinten Christi tot Leyden en ut deren last Casparis Koelhaess.

47.2
Ersame weisen ende discreten herren

Burgermeister ende regeirders der stede ter Elburg.

Consent der gemeinte tot Leijden den predicant Wedæus angaende.

Den 3 octobris anno 1578.

Nummer 48

Ersame, wijse und vursichtige gunstige guede frunden. Also die gesanten des quartiers Zutphen ende van Averissell op huyden bij ons geweest und angetzeight, dat etliche gefangen uyt Deventer in die leste schermutzlungh bekommen sijn, die onder anderen bekandt, dat, soe wanneer die statt myt ernst angegrepen wurde, ende ein bres off twe affgeschaten hij ohntwivell die selve statt waell opgeven ende myt verdrach daer uyt scheiden sollen. Soe dan tselve myt gheene geringe penningen tho doen will sijn, die anstont alhier angebracht moeten werden, weshalven die gesanten oick voortz op Nijmegen verreist om aldaer sulcx insgelicken an tho geven und waell riepelick staet tho erwegen ende considereren, dat daer seer hoichlick aen gelegen, waerinne wij nyet en behoeren sumich oder nalatich tho zijn. Is onse gans frundtliche begeren, dat u ersamen in aler iele die capitale impositie bij derselver vermoegenste burgeren ende ingesetenen int werck richten willen, opdat dyt (als die wolfart der landtschap mercklick concernierende) nyet moege verachtert werden, waer aen wij oeck, soe veell moegelick, die goede handt halden sullen deweill doch die penningen van die generall myddelen gerestituirt sullen werden. U ersamen dess hier myt in schutz ende scherm des Almechtigen bevehelende. Gegeven den irsten octobris anno etc 1578.

Burgermeisteren schepenen ende rhaitt der statt Arnhem.

Nummer 49

Ersame wijse und vursichtige besunder guede frunden. Wij kunnen u ersamen niet bergen, woe dat wij dagelicx, soe vanden gesanten der van Overissell, als des Zutphenschen quartiers gefurdert werden, omb ein aensehenlicke summe van pennongen tot onderhaldt der knechten aldaer vur Deventer liggende, in aller iele op to brengen, off dat sunst to besorgen, dat sij sich vanden anderen scheiden, und in die graeffschap und Veluwe (wie sij sich apentlick verluyden hebben laten) invallen sullen, wat inconvenienten dan daer uuyt verresen sullen kunnen, heefft men lichtlick aft tho nhemen. Neffens die twelff dusent gulden die sijner gnedige bijder landtschap sijn bewillicht. Und soe dan der heer van Hohensaxen van onses genedige hern stattholders wegen oick aen ons geschreven van den moersche pennongen anstont op tho brengen ende aen handen Dercks van Wetten tho leveren, daer van wij u ersamen solden verstendigen. Is demnha unse frundtliche begeren, dat u ersamen procederen willen mytte capitale settonge opten vermoegensten, omb soe voell pennongen als ennichssins moegelick toe wege toe brengen, ten einde die kriechluyden vur Deventer bij ein anderen gehalden, die belegerungh gepersequiert, der anslach bij sijn genedige geconcipiert int werck gestalt, und der grave van Moers van sijne verschatene pennongen contentiert moege werden.

Daerinne wij ingelicke onse uyttterste best to doen gemeint. U ersamen hiermyt in schutz des Almachtigen bevehelende. Gegeven den 5 octobris anno 1578.

Burgermeisteren schepenen ende rhaitt der statt Arnhem.

Nummer 50

Ersame und fromme voorsichtige vielgonstige guede vrunden. Ick heb u eersamen nyet willen verbergen, dat mij die susteren van sunt Agnieten convent bynnen uwer stadt op huyden alhier tkennen hebben gegeven, dat u eersamen hem solden hebben onderstaen als gisteren apenbaer inder kercken tot Doernspijck bij publicaty toe verbieden eenen yederen soe giestlijck als waertlick van nu voortan egeene pachten van koern oder gelt den voornoemde convente toebehoerende, bij denselven meher tsullen betaelen, ofte deede ymants daerenbaeven, gedachten u eersamen gelicke waill soedane pachten tontfangen und uuit toe vorderen laeten, twelck mij nyet weinich verwondert dat u eersamen sulcx in minen ampt hebben geschien laeten, etc.

Derhalven is van wegen minss amptz min guetlick gesinnen dat u ersamen sodanen verbott geenssyns willen nhaeleven, dan in stilstant verblyeven laeten, und dat u eersamen mij anstondt willen toeschriven uuit wat fuege ende reeden dat u eersamen soedane publicatye aldaer in minen ampt hebben geschien laeten, daer nhae sal ick mij weeten toe richten. Des versye ick mij alsoe tot u eersamen die der Almechtige lange in gueden regieronge gesondt wil bewaeren. Datum Vaesen opten 6en octobris vijftienhonderd achtenzeventig.

U eersamen vielgonstiger vrundt,

Henryck Bentyncks, drost van Averveluwe.

Nummer 51

Erentfeste ersame wijse und vursichtige besonders goede frunden. Wat die durchluchticheit des ertzhertzogen Mathie etc gouverneurs generaells deses Nederlanden an den wolgeboren unseren genedigen heeren stathelder und ons geschreven, sulcx hebben u lieve und ersamen uut inne verwaertter copie tho vernemen. Versoecken daerom affwesens wolgedachter sijner genedigen u lieve und ersamen hiermit dat dieselvinge den inhallt derselver allenthalven op die oerden und plaetsen daermen publicatie gewoenlick is tho doen sonder eenich vertoch doet publicieren und affkundigen, und daer alnoch in crafft des voriger in der copie gementionierden placaetz gein inventarisssen opgericht noch gemaeckt weren dieselve alnoch behuerlicken doet instellen daermit der inhallt desselften placaetz int werck gerichtet muchte warden sonder des in gebreke tho blijven. Mit befelhungh des Almechtigen. Geschreven Arnhem den 13en octobris vijftienhonders achtenzeventig.

Ter ordonnantie der verordente rhaden in Gelderlandt,

Sluijsken.


Nummer 52

Copie.

Mathias bijder gratien Godtz ertzherttoge van Oestenricken, herttoge van Bourgoingnen etc, gouverneur ende capiteyn generaell.

Edell welgeboren lieve besundere. All ist so datt bijde brieffnen van placcate ons heeren des conincx vanden 7en van decembri vijftienhonderd soeven ende tsoeventich geordoniert is geweest allen stathouders gouverneurs ende generalicken allen officiers, datt sij opschriven ende faifieren souden alle goeden vande adversarisen, heure aenhengeren ende fauteurs om bewaertt ende geconserveertt the worden tot profijte vande generaliteytt. Ende datt volgende dien vande selve dinventarisen aever langhe behoerden gemaecktt geweest te hebben ende gesonden aende generale Staten vande landen van herwartzovere iegenwordelick in dese stadt vergadert wesende, om die bij hen gesonden te wesen aen die van huere camere vande beden, ten eynde sij deselve oversien ende daer van notitie houden ende dair nae seynden in handen vande particuliere ontfangers vande confiscatien, dairtoe gecommitteertt unde geordonneertt, om bij hen geprocedeertt te wesen ter vercoopinge vande roerende goederen ende de penningen dairvan komende gesonden te werden in handen van den tresorier generaell vande voerseide confiscatien, Christiaen vann Helmont, mitgaders oeck die penningen vande onroerende goederen om deselve to employeren ende bekeren tot betaelinghe van sulcke partijen, als hem bijde voerseide generaelle Staten geordonnirt ende bevolen soude worden, waer van nochtans niet, off seer weynnich tott nu toe geeffectuirt en is geweest, tott groetten achterdeell, schade, ende interest vande gemeine saecken, dwelck de vorseide generaelle Staten ons well hebben wyllen the kennen gheven then eynde wij totten meesten profijtte vande voerseide generaliteit souden wyllen doen vernyeuwen de publicatie

52.2
van tvoorseide placcaet, waeromme unde begerende daerinne te versien totte welvaertt ende vorderinge vanden vurseide gemeinne saecke u versuecken ende nyettemin in naem ende van wegen sijner majesteitt ordineeren well ernstelicken bij desen, datt ghij terstontt ende sonder vertreck van nyeuws doet kundigen uutroeppen, ende publicieren, daer ende alsoett behoeren sall ende dairmen gewoenlick is uutroepingen ende publicatien the doen, mit dese iegenwoordige placcaet, aengaende de voerseide confiscatien vanden vurseide 7en van decembri soeven ende tsoeventich hierboven gementioneertt. Ende mit eenen weghe well scherpelick bevelen van wegen als voiren den wethouders ende magistraten vande steden ende andere officiers van uwen resoertte ende jurisdictie datt sij mit aller vlijtt ende neersticheit, ende sonder langer uutstell offt dilay, procedeeren ende doen procedeeren totten voerseide saississemente, daer die noch niet gedaen en sijn, ende datt onder goeden ende getrouwen inventaris elck in sijn quartier, om daerna aende voerseide generale Staten gesonden te werden, offt aen die van huere vurseide camere vande beden, ende daer inne gedaen ende geprocedeertt te worden nae inhouden van tvoerseide placcaet ende soe hier voeren geseit is, sonder des in gebreeke the wesen. Op pene van privatie vande offitien van sulcke officiers die hun debuoir ende nersticheit niet gedaen en sullen hebben, inder vuegen ende manieren voirseid. Edell welgeboren lieve besondere unse heere Godt sij mit u. Geschreven tAntwerpen, den naestlesten dach vann septembri 1578. Und was onderteickent, Mathias. Und noch stontt beneden geteickent, Pottelsberch, die opschrifft was dese: Aen edelen welgeboren heeren Johan grave van Nassau statholder ende onsen lieven besunderen, die cantzler ende luyden van conincklicke majesteitts rade in Gelderlandt verordent.

Sluijsken.


Nummer 53

Eersame voersichtige wiese gunstige guide vrienden, dese sal dienen u eersamen te verwittigen, dat ick met mijn vendle, deur beveel van onsen oversten Sonoij, wederom nae mijn oude leger Munnikendam vertrocken bin, alwaer gearrivyrt sijnde, hebbe noedich bevonden, alle gereetscap te maecken om eens ten eynde van mijn rekeninge te comen, daeran mij ende mijn soldaten, merckelicken gelegen is, welcke rekeninge niet kan gedepeseyrt worden ten sij dan, dat Jan Peterszen u luiden secretaris, welcken alle circumstantien van dien, beter als mij selbffs kundich sindt, den gecommittierden van sijne vorstelike genade, tegenwoerdich ende alhier toe sende, allen bericht ende anwiesinge doe. Seer vriendelick daeromme begerende, u ersamen Jan Peterszen voerscreven verloeven ende den tijt vergunne willen, om alsulcke rekeninge, die vorlangst gedaen behoerde te wesen tot prouffijt onses ende sijns selbffs ten eynde te helpen brengen, daran u ersamen mij ende mijn gehele vendle, een sonderlinge vrientscap sult bewiesen. Deselven hiermede Godt almachtich bevelende, in ileste tot Munnikendam desen 15 octobris anno 1578.

U ersamen gunstige guide vriendt,

W.v. Wyngerden.

Nummer 54

Erenfeste, voersichtige, wiese ende seer discrete gebiedende guide vrienden. Ick stelle in gien twivel, off u lieven hem seer werden verwonderen over mijn lange uuytblijven, waerop ick met en kan laeten u lieven te verstendigen, dat ick tot Horn wesende mijn bescheidt gecregen ende gereetsap gemaeckt hadde, om mit een Harderwijcker schip over te varen, niet wetende dat enige vendels herwaerts komen solden, maer also ick een vendel, twelck tebevoren in Horn gelegen hadde, wederom aldaer sach ankomen, seden sie mij dat onse vendel oeck weder naert olde garnisoen Munnikendam vertrocken was, worde ick veroersaecket, om nae het selve vendle te trecken, want ick die betalinge van die Staten ontfangen hadde, alwaer gecomen sijnde hebbe ick den hopman angesecht, doer beveel van die commissarien, dat hij alles wat tot der rekeninge solde dienen, gereedt solde doen maecken, sie waren gemeint niet hen, van wegen des gehele vendels, affterekenen, waerop ick alhier worde angehouden, deur dien ick den hopman hebbe moeten stipulerende beloven (als ick van den dienst begeerde ontledigtt tewesen) deselven rekeninge in eigener personen uuyt te wardten. En moet wes bekennen, dat wen den hopman eenen vreemde solde moeten gebruycken, solde wij ons allen des hoichlich hebben te beclagen, want den hopman hen niet geene dingen heft willen bemoeyen, dan laet het alles op mij ancoemen. Ick en twivele oeck niett, of u lieven sal noch wel indachtich wesen, dat ick wel to deselve u lieven gesecht hebbe, dat mij den hopman, op alsulcke ende gien ander conditie wolde verloff geven, ick moste hem dan vastelick beloven de rekeninge uuyt tevoeren, het solde mij oeck qualick van den hopman

54.2
beveelhebberen ende anderen als onredelick affgenomen worden, went ick mijn gelofften niet en hielde, nivens dien solde moeten besorgen soe ick niet deselve rekeninge helpe voleynden, dat ick qualick to den mijnen solde geraecken, mij coempt voer mijn persoen, meer als drehondert gulden, die mij gantz niet en dienen te verlaeten, ick een sie mij oeck ter Elburg in twe iaeren, so vele niet teverdienen, also dat ick mij gantzelick woel versie, u lieven mij geen die rekeninge sult vergunnen te verwachten, so lange deselve sal duyren, ofte gedaen sijn, kan ick niet weten, sommige hopluiden hebben langer, als een heele maent achter an gelopen, summige niet so lange, dan die commissarien hebben mij geseyt, het solde in acht of tyen dagen gedaen sijn. Sie hebben grote dachgelden also dat sie gien grote haest hebben, wes ick mij hierinne getroesten hebbe, versoecke gantz dienstlich, u lieven mij mitten eersten wilt verstendigen laeten, om mij daernae te reguliren.

Erenfeste voersichtige wiese seer discrete, weest hiermede den almachtigen Godt in sijnen gnedigen scherm bevolen. In haeste uuyt Munnikendam desen 15 octobris anno 1578.

Jan Peterszen secretaris. 1578.

Nummer 55

Ersame vursichtighe hoieghwiesse heernen burghermesteren schepenen und raiedt der stadt Elborgh. Dat ich dat guyedt edele ersamen mit eer avergesandt, ist die oirsaicke dath ich moist thoieffen tertidt tho dat die knechtten so voir Deventer thoephen irst utter Velluwessom waren anders solden se mij dat guidt geroiefft hebben. Also schicken ich edele ersamen voir irst drie und vifftich bussen myt hare fformen und ffieff par fflaste mit hare elx kleinne fflesskilie slechts thot eyn monster want ich begher in die fflassen edele ersamen schameler diender tho weesten und diewoel ich stracks ffolghe sall ich edele ersamen van alles eyn puiedt bericht doien und der ffoierman Jacob Koiepssen van Hadderwick sall ther ffrachtten hebben twee daller die willen edele ersamen hem dochontrichtten thot mijnne bykompst, hirmede in schutz des Almoghende beffolen . Van Wesel ilendtz aver ilendtz den 17 octobris 78.

Edele ersamen

Dinstfferdiger Thomas Bremer, borgher tho Wesel.

Offt ghij tho Dottikom wordt angehalden, so spreekt den borghermester Brockheess tho, dat he thot mijnne bijkompst borghe worde, in allet sall ich sijn lieven schadeloiess halden, dan ich dit guidt livere in dienst der lantschappen. Orkondt mijn pithier onder op spatium.

Thomas Bremer.
[…]


Nummer 56

Ersame wijse und vursichtige gunstige guede frunden. Also vast groete beschwernissen vurvallen, van wegen der belegerungh vur Deventer, betalingh der kriechsluyden aldaer ende in ordne und disciplin tho halden, tot verschoenungh der schemeler ondersaten, als oeck bij der durchluchticheit des eertzhertongen ende generale Staten gefurderte 80 dusent gulden tot besoldungh des legers in Brabant, daer op men sijn furstliche genade und gedachten hern generale Staten, tot ontlastungh deser landtschap, myt geboerlicke antwordt sall moeten beiegenen: betalingh der ruytteren des graven van Moerss, Iergens Kremer, hebben wij hoichnoedich vracht ein quartierdach (wie dan in anderen quartieren insgelicken geschiet) aen tho (doorh.: halden) stellen. Is demnha unse seer frundtliche begeren, dat u ersamen onweigerlick, alle ontschuldt thorugh stellende ennigen oerer raitzfrunden affertigen willen omb op sondach den 25en ietzlopende maindts octobris savontz alhier bynnen Arnhem to erscheinen, gestalt folgents dachs op der vurseide swaericheiden to helpen delibereren ende raithslagen wegen ende myddelen bedencken ende vurwenden dairmyt hierinne tot gemeines wolfart, der geboer versien ende gedaen moege werden. U ersamen hier

56.2
myt in schutz des Almechtigen bevehelende. Gegeven den den 20en dach octobris anno 1578.

Burgermeisteren schepenen ende rhaitt der statt Arnhem.

Post data.

Also der landtschap guit gefunden bij capitall lehenungh een aensehenlicke summe van penningen op tho brengen ende die weder van die licenten ende generael myddelen tho restitueren, omb die tot onderhaldt des legers vur Deventer aen to leggen und der durchluchticheit des eertzhertongen ende hern generale Staten daeruyt, op verscheidenen derselver schriven, soe voell moegelick to contenteren: Is unse frundtliche begeren dat u ersamen myt die vurseide lehenungh vers[]lick voertfaeren ende soe voell penningen ennichsins moegelick opten vurseide quartierdach durch oeren gesanten herwarts doen brengen willen

56.3
Also die ersamen der statt Nijmegen ende gemeintz luyden aldaer der generaell myddelen nyet wijders bewillicht, dan bij bannerhern ritterschappen ende steden des furstendombs Gelre ende graeffschaps Zutphen (doorh.: Zutphen) opten landtdach bijenen Nijmegen opten 10en juny lestleden accordiert vermoege der aldaer doemaels genhamene resolutie daer van u ersamen ombtrint natiritatis Jehannis daer naestvolgende copie toegeschickt: hebben wij dieselve daer nae oick int werck gestalt, myt alsulcke veranderinge ende to sath als opten lesten landtdach alhier geschiet is, nemblick dat men van alle ossen, sthieren, koeien, vercken ende alle andere beesten die men slacht betalen sall den dartichsten penningh van den weerde.

Item dat men (doorh.: betaelen) geven sall den 25en penninck van alle peerden, die welcke in desen landen verk[oft] werden, te betalen bijden coeper ende vercoeper halff ende halff, und van ider welte offt die uyth dese geunierde provincien gebracht wurd[e] 10 stuver brabants.

Van 1 koe off stier van twe jaeren ses stuver, soe wall van den in als uytheimschen.

Item dat alle vacerende fundatien, praenen ende geestliche beneficien, die nyet bedient en werden in residentie int daer uns geven sullen den derden penninck van alle over vrie inkompsten ende guederen soe waell in als uytheimschen, die nyet en resideren.

Item van []cht tonnen turffs uytgaende uyste, daernae u ersamen sich moegen weten tho richten.

Nummer 57

Genaede, vrede unnd bermhertzigheit vann Gade unssernn hemmelschenn vaeder, durch den verdienst sijnes geliefftenn soens, inn krafftt des heilighes geistes sij mytt iw to samende. Amenn.

Weerdighe andechtighe unnd walgheloerde ersame discrete unnd frame vielgelieffde vrundenn unnd broeders inn dem herenn Christe Jhesu. Wij en kunnen genaedige weerdighe und lieven niet verhaldenn welcker gestaltt wij nach dem vertreck unsses hertzlievenn broeders unnd dieners Ottonis vonn Heterenn eynenn diener uth Noerdthollandt (Casparus genantt) voer een tijdtlanck hebbenn gehadtt dwelcke wederomb nae sijnn kercke iss vertrockenn.

Dwiell wij averst nu noch anders nicht sijndt berichtett dann datt tElburch twee diener itzigher tijdtt soldenn sijnn unnd genaedige weerdighe unnd lieven genoechsam iss bewust wie gescherlick dattett sij soe eyne jonghe unnd tzaerthe kercke christi im ierstenn anfanck langh anhe administrationn Godtlickes woerdtz tlaetenn verblijvenn.

Soe ist onsse sehrfrundtlicke und dienstliche bydd unnd begern u weerdige unnd lieven uth broederlickes lieffdenn unnd christlickes erbermenn gelieven will toe verfueghenn, dat onss der eyne diener Jacoby (doorh.: onleesb.) voer een tijdtlanck geleendtt unnd gevolcht muchte (doorh.: mocht) wordenn. Soe averst Jacobe charissime gnaedige weerdigen alleen nu daer denn dienst vorstonde datt dann uwen weerdige und lieven mytt dem burgermeister Lambert Franckess gelieven wolde mytt dem consistorio ad denn ghemeinenn schepenen toe bespreeckenn, omb en kompstigenn vrijdaghe onss hier voermyddages dess herenn woerdt tot verclarenn op datt wij denn lastermeulernn eghene deure apenn en doenn toe calvinnierenn. Dairahnn sullenn wall doen unnd een christlick unnd bruederlick werck bewijsenn genaedige weerdige unnd lieven dienn wij een godtsaliges langess levenn (tott opbouw dess huijss Godts) wunschenn unnd daerneffens dem woerde sijnne genaedige wolden bevolenn hebben. Datum Herderwijck denn 21 octobris anno domini 78.

Genaedige weerdige unnd lieven guetwillige vrunden und brodern,

Die olderlinghenn unnde diaconen der gereformierder ghemeijnthe bynnenn Herderwijck.

Nummer 58

Eersame discrete sehrgunstige guede vrunden. Achtervolgende u ersamen und lieven begeren heb ick vast opter raidt camern alhier verherrett und wiewal voeldinges (nae dit olde wise) voergeslagen averst weinich besloeten. Soe is H. Bentinck thom laesten hervoer gekommen unde eyne nye supplication mit die daerbijgevoegde bewijsstucken ingebracht und verlesen laten. Dairop ick heb geandtwordt dat u ersamen und lieven desen margen vertogen waren feerner dieses gien ongemack voer ditmael vermaedende doch mij in Aernhems tegenwoirdigheit last gevende dat soe feern van wegen der landtschap ader sonst ietwes besloten worde dat oer ersamen und lieven mocht angaen dat ick oer ersamen und lieven sulcx opt spoedigst wolde an dienen etc. Begerende dairom die originalia van dien om die tlaten copieren unde datter feerner in mochte geschien wie inen gisteren inderselver saicken geschiet waer. Hierop is en ommevraghe geschiet ende mij affschrifft gegost averst mit wat meerder restrictien als tobevoerns als nemptlick dat die pater mit die conventualen solden bliven in oer convent ende die guederen desselven in oeren gebruick behalden wie bis anhier gedaen tertijdt toe anders bij der landtschap (off der hoegen [overi]gheit heb ick daerbij verstaen) anders dairin worde gedaen, daermit sihe (soe sihe macht hedden hierin voel tdoen) genoech oer onbestendigheit anden dach geven wie u ersamen breder uth die copien ende apostille toe vernehmen etc. Die 2 copien heff geschreven Arndt Brinck, schriver bij sijne genaede ende hoewal ick hem sijn loen gepresentiert wolde hij dat doch niet nemen u ersamen konnent tandern tijden jegens hem versien etc.

Soe is mij pro nostris et vobis van monsigneur Gelder een apen brieff gedaen u ersamen lieven tbestellen van wegen des Aernhemschen consistory dairinne u ersamen sich wall sullen weten der geboer nae tho richten etc. Wunsschende u ersamen und lieven hiermytt eynen guden godtsaligen voertganck in allen uwen voernhemen, tott gaedes ehr und walstandt sijnre ghemeinten. Datum Aerhem altera simonis et Jude anno 78.

U ersame unnd lieve dienstwilliger frundt.

Ernst Wittem.


Nummer 59

Allen waren christen und lieffhebber dit vaderlandts wat stands werden und berufft sij sijn wunschen van genade vreede und barmharticheit van Gott duer Jesum Christum onsen heere.

Gelieffde brueders und susters in den heeren Jesu Christo. Wij achten het onnoedich toe sijn u lieven alhier int lanck toe verclaeren, hoe hoech van noeden het is, so wael tot waelvaert deset unsers lyven vaderlandts, als tot uutbreydinge der ehren Godes und vermehringe des rijcks unsers heeren Jesu Christi, die predientie und verkondinge der reinen lehr des heiligen evangely, naedenmael dit allen verstendigen christen genugsam bekent is. Diewyel aber dit niet geschieden kan, sonder fromme gottsalige und gelehrte diener dat worts toe hebben. So is van ettlicke fromme und gottsalige mannen, die dese hoge noet und die waelvaert des vaderlandts toe harten genomen und bedacht hebben, voerguet und raetsam aengesien, ettlicke gelehrte und gottsalige diener uut Duytslandt und anderen landen toe beroepen, welcke nu und in toekommenden tijden in Gelderlandt, daer sij noodich und nuttelick sijn würden, tot den dienst und opbawinge der kercken Christi muchten gebruyckt warden, het welck oeck met raedt und consent des wolgeboren graffen und heeren, heeren Johan graffen zu Nassaw und statholderen dieses furstenthumbs Gelder und graffschafft Zutphen unsers gnedigen heeren geschiet is. Nadenmael nu diese und andere dienar ettlicke schoen aenkommen sijn, ettlicke bald aenkommen sullen, und alle alhier tot Arnhem sich verfuegen, und niemandt ist der niet bekennet, dat het onvriendelick gehandelt were, wan man die so met groete kosten und arbeit tot uns kommen sijn, und noch kommen sullen, niet en solt underholden und wij noch ter tijt geene kercke gueder in handen hebben, daer van wij dit thun konnen, daer toe oeck unsere gemeinde noch toe gering und swack is, dese kosten die tot die gemeine waelvaert deses landts kercken aengelacht warden, alleen toe draegen. So heefft ons die hoge noet gedrungen onsere naebueren gelooffs genoten und lieffhebber des gemeinen vaderlandts aentoesprecken. Bidden daerom u lieven und alle fromme christen, om des heeren Jesu Christi willen, sij wollen haere milde handt op doen und hierin der kercken tot Arnhem toe hulpe komen und bij staen op dat die kercke diener, die tot nutz und waelvaert des gemeinen vaderlandts beroepen sijn und aenkommen, alhier muchten onderholden warden ter tijt toe dat sij aen andere plaetsen muegen gesonden und ordiniert warden. Volgende hier in dat exempel der frommen und gottsaligen welcke ter tijt christi doe die hogepriester schrifftgelehrten und phariseer die thienden und alle andere kercken gueder vraeten, den heren Christus und sijne apostelen van haere eigene gueder onderholden hebben. Solches sijn wij geneigt niet alleen tegen eenen ieglicken nae onsen besten vermüegen wederom toe verdienen, maer sijn oeck deses voernemens so van ons Gott kercken gueder toe handen stellet, dat wij alsdann eenen ieder wat hij hier toe gegeven sall hebben met dancksegginge weder geven wollen. Alleen dat u lieven in deser gelegenheit und noet uns wollen

59.2
haere behulpelicke handt lehnen. Welckes wert dienen tot nutz und waelvaert des gemeinen vaderlandts, tot verstoeringe des rijcks des duvele und tot oprichtinge und vermehringe des rijcks unsers heeren Jesu Christi welcker oeck dit niet onbeloent en sall laeten, gelick hij toegesacht und beloefft heefft, Matth. 10. Wie eenen propheten ontfangt in den naem eenes propheten die sall eenes propheten lohn ontfangen. Der ewich almechtich Gott und vader, die daer rijck is over alle die hem aenroepen, vervulle u lieven met den rijckdom sijner genaden und vermeehre in u lieven sijne gaven duer Jesum Christum amen. Datum Arnhem den 29en octobris anno etc 1578.

Underschrieben in namen der gantzen Christligen gemein zu Arnheim von mir Johanne Tontano der selben diener am wort Gottes.

Nummer 60

Erenfeste dyscrete wolwijse heren ende insunderheyth guytgunstyghe lyve vrunden. Ick aen u eersame lieven neeth verholden dath sijn genedige mijn heer de statholder weder ghecoemen is van dessen aventh ende angaende de apostylle welck u eersame lieven van Eernst Wytthe is uverghesunden en twijvelen wij neeth ofte u eersame lieven hebben de selve al untfanghen waer an u eersame lieven u neeth durfen stoeren anghesien Bentinck sulx up id leste als de […]ten meest afghegaen weren myth den sijnen sulx duer heeft ghesteken ende ofte alschoen sij luyde de lanschappen nyth een lantdach ende ofte gheen quartiersdach sulx ghemeenlycken ghedaen (doorh.: hebben) hadden sie sijnnen sij daer dich neeth thoe verschreven ghewest ende noch van sijne genade moeth toth gheen rijchters verordenth ghij hebben (doorh.: onleesb.) mijns heren schriventh. Sijne genade, welck de saken alleen completieren worth u daer gans neeth teghens sijns genedige schrivens fallisen. Soe oere ghij nu de pater vaeder in de stath nemen ende u verveerth holden werth sijne genedige ende een ider in twijvel gheraeken als ofte ghij unrechth hadden dan holth u hardth wen id daer tho ghebrach eer eedth langhe wyllen so voele selves maeken wyllen wij sesamen wel uth der stath doen gaen ende maeken irre syns vlems laeth dan Bentynck de executie up de apostille doen, ofte imanth van sijnne confederiden op haere starke u eersame lieven in u lieve guyde voernemen de u eersamen lieven mijn heren ende uns allen in langhedurende ghesuntheyth sparen wyl. (doorh.:onleesb.) valete den 30 octobris anno 1578 uth Arnhem.

U ersame lieve underdenyghe dynar,

Henryck van Curler.

In de marge:

Dewile Huegen van Middachten tegen junfer Lubbe van Urk siner huisfrouwen moeder hier bij den afbetenden schepenen ding (doorh.: p) plicht[ ] gevonden den is so lumen de schepen nu ther tijtt dat sulvige niet afslan. Actum am 8 novembris anno 1578.

Nummer 61

Ersame wijse und vuersichtige gunstige guede frunden. Welcken gestalt die pater, ende conventualen van St. Agnieten binnen der stadt Elburch, residerende aen ons gesuppliciert hebben u ersamen uuyt inneverwaerte supplicatie ende daerbij gefuechte stucken toe vernemen. Soe wij dan oere versueck redelich erachten is onse frundtlich begeren ende niettomyn van wegen der lantschap ernste gesynnen, dat u ersamen achtervolgende appoinctement in margine (doorh.: in margine) van oere supplication gestalt sult laten verblijven in oere convent, ende derselver guederen ter tijt toe bide alinge lantschap anders daer inne geordonniert sal wesen. U ersamen in schutz ende scherm des Almechtigen bevelende. Geschreven onder tsecreet segel der stadt Arnhem. Datum van deser tijt daer toe gebruycken den 30en octobris vijftienhonderd achtenzeventig.

Verordente ritterschappen ende gesanten der steden der dryer quartieren Nijmegen, Ruremund ende Arnhem itz binnen Arnhem versamlet.

Nummer 62

Aenden edellen erentfesten fromen ersamen discreten wijsen unnd zeer voersichtighen ritterschappen unnd gesanten der steden deses furstendombs Gelre unnd graeffschaps Zutphen, yetzonder alhier binnen Zutphen vers[amlet].

Geven in alle behoirlicke reverentie unnd oidtmodicheit to kennen dye pater, mater ende sementlicke conventualen van Ste. Agnieten binnen der stadt Elborch, wat dat am lesten die burgermeisteren der selver stadt ettelicke derselver conventualinnen bijden anderen hebben doen vergaderen ende mitten selven een accordt gehalden, sonder dat die pater voerseid daer bij geroepen, offte aen offte over geweest sijn, und is Lambert Francxssen als burgemeister bijden selven pater in id bouwhuys des voerseide convents gecomen, ende heefft dieselve pater totten voernoemde burgemeister gesproicken ende gesacht, wilt ghij die susteren bedriegen wanneer ghij nu, id zegel van onsen genedige heere den stadtholder hebt verworven, hoe wolt ghij dan id zegel van onse geestelicke outricheit den generael becomen, waerop hij gezweghen. Sijn daerbeneffens die us susteren niewerlt der meinonge geweest dat sij in id vermeinte verdrach hebben willen consenteren allet nae verner inhalt zekere hierbij gevueghte rectifficatie und op dat die des supplianten wedecomme in oeren voerigen possessie ende gebruycke gestelt souden moeghen worden hebben tot dien eynde opten 27 en dach deses lopende maents octobris zekere requeste aen uwer edele ersamen lieven ende gnedigen overgegeven, waer op alnoch niet en is geordonneert. Sullen daeromme gantz oidtmodelicken dat id uwer edelen ersamen lieven ende gnedigen (om bovenverhaelte redenen ende oick om id ghoene inde selve requeste wijders staet verhaelt) gelieven will inder saecken alsoe tho ordonneren ende doen versehen als uwer edelen ersamen lieven ende gnedigen bevinden sullen to behoeren, dit doende

Bijschrift:
Soe die ersamen vander Elburch afschryft vergost vandie gisteres daichs overgegeven supplicatie, dat dieselve tijt sullen genieten die supplication toe beantwoerden, doch dat midlertijt die pater ende conventualen blijven sullen inden vurseide oeren convent ende die guederen desselvigen in oeren gebruyck behalden, wie bisanheer gedaen ter tyt toe anders bider lantschap sal voerden ordinvert actien A rnhem bij verordente ritterschappen ende stedegesanten der dryen quartieren Nijmegen, Ruremund ende Arnhem, den 29 octobris 78.

Uuyt bevelch denselver,

[] Wetthen, secretaris.

Nummer 63

Wij burgermeisteren schepenen und raidt der stadt Arnhem, doen kondt mit desen apenen brieven, dat voor ons gecommen ende erschenen zijn, heer Gerrit Heckins, pater van Ste. Agnieten convent binnen der stadt Elborch, und heeft getuijcht ende gesacht inden iersten, dat verleden tijt doen die burgermeisteren der selver stadt etlicke zijnes conventuaels susteren bijden anderen hadden doen vergaderen und daermit een accordt hielden bijden secret doen schriven und met convents zegel bezegelt hij pater daer niet bij geroepen an noch aver geweest en is zulcks geschiet zijnde was den borgermeister Lambert Francxzen bij hem getuijge aen heur bouwhuys gecommen, doen had hij tegens Lambert gesacht, burgermeister wilt ghij die susteren oick bedriegen wanneer nu idt zegel van onsen genedigen heer stadtholder hebben verworven hoe wolt ghij dan idt zeghel van onse geestelicke avericheit die generael waerop die selve Lambert had geswegen van hem getuijge affgegaen.

Ten anderen aver etlicke daegen daer nae waren Jan van Wijnbergen, Lambert Francxzen met etlicke vanden schepenen oick den secret metten stadtdiender Jacob Janssen indes paters kamer gecommen, seggende, pater wilt ghij nu wael soe willen wij u helpen wilt ghij oick niet wael, soe konnen wij u onthelpen, waerop hij getuyge antwoorden, sulcks was in zijnder macht niet, buyten zijn avericheit haden hem die borgermeisteren soe voel woorden gegeven dat hij vandaer op zijn slaepkamer gegaen was daer zij hem hadden gevolcht, hem aldaer int lange aengespraken, edoch konden van hem getuge anders geen antwoordt bekomen, dan begeerden hij getuige men soude zijn convent laeten bij oir olde privilegien nhae vermoegens oir verschrivongen ende die pacificatie van Gendt doen had die stadtdiender Jacob Janssen gesacht, men kan vanden pater anders geen antwoort bekomen, wat wildi hem meer quellen, hij mucht daer duer een plage opt lijff crijgen, daer hadden zij idt gerede guedt opter kamer wesende, beschreven und daer mit affgegaen. Verclaert oick mede hij getuyge dat hij van suster Agnes van Huessen und oick vanden anderen conventuael susteren verstaen heeft dat dselve Agnes in dit verdrach niet en heeft willen consentieren, noch daer bij noch

63.2
an geweest en is ende die ierste reise daer tvoorseide verdrach worde gemaeckt geschreven ende bezegelt was suster Aeltien to Boekop te Campen und niet ter Elborch geweest.

Ten derden verclaert suster Aeltgen toe Boecop dat ter tijt als die borgermeisteren met etlicke der conventuael susteren een verdrach hadden bezegelt ende beschreven, dat zij der tijt binnen Campen und niet binnen der stadt Elborch geweest en is dan aver etlicke tijt daer nhae doen zij weder in oir convent was waeren wederom deselve burgermeisteren inden convente gekomen hebbende die borgermeister Bartolt Veege een budel mit gelt wolden ieder suster een penninck op handt geven, vermoegens oir verdrach ende had die burgermeister Lambert Franckxzen verscheiden woorden voort gebracht waer op zij getuyge had geantwoort, mijn vrunden desse dingen staen mijn geenssins een und en wil voor mijn persoon daer inne niet consentieren und zij had conscienty als solde men den elendigen armen so wel to kort doen die daegelicks vorder doire oiren aelmissen haelden, waerop die burgermeister Lambert Franckszen antwoorde, laet mij daer voor sorgen, dat neme ick op mij, daerop zij getuyge sachte, dat moechdy op u nemen soe ghij des verstaet seggende zij getuege widers ick begher in dit convent (volgens mijne geloffte) toe leven und toe sterven, soe veer mij dat Godt almechtich und goede luyden vergunnen willen doch soet ons niet mach gebueren begher ick vandes cloosters guedt niet, want idt hoort mij niet toe, dan allene tgene ick daer in gebracht heb, ende meer niet, daer voir will (doorh.: will) ick loss ende ledich daer uuyt gaen, verclaert oick mede doen desse presentaty der penningen geschieden, dat doen (doorh.: onleesb.) suster Agnes van Huessen niet tegenwoordich en was, oick int beginsel vant verdrach niet tegenwoordich geweest en is, soe zij getuige vande selve Agnes als van die susteren verstaen heeft, und dat ter selver tijt suster Stijntgen Maggen op die plaetse grote crenckte van begavinge avercomen is, alsoe dat zij ons daer van hebben op gebuert und grote elende daeraen gesien.

Ten vierden tuycht Grete Roeloffszen, dat Agnes van

63.3
Huessen bij dat verdrach voor, noch nha, daer an noch aver geweest en is, und heeft geensins daer inne willen consentueren und dat dselve Agnes van Huessen dorch dit verdrach verstoort is worden und dat Aeltgen to Boekop die ierste reise doen dat verdrach geschreven ende bezegelt worde; toe Campen was und dat int schriven desselven verdrachs Lambert Franckszen sachte leest noch eens van voorn aen elck vandie susteren willen toehoren, oft daer toe weinich oft (doorh.: en) toe veel in ware. Waerop zij getuyge hadt geantwoordt wij verstaen dat schriven niet, ghij moeget schriven soet u goetduncket, daerop Lambert Franckszen sachte, ick sal bij die susteren doen gelick een vader bij zijn kynderen doet, deur zulcke oirsaecken hadden zij tverdrach durch onwetenheit laeten bezegelen.

Ende wij getuygen voorseid to samen hier inder stadt zijnde zinnen oirboedich tallen tijden tgene hier voorseid is mit ons Godt tbestendigen und voorden anwesenden ritterschappen und eenen iederen aldus geschiet to zijn gestandt te doen. Und hebben daernae sij deposanten dit woe vursseid bij ede bestedicht als recht is. In oerkhonde onsen stadt secreet zegel hieronder opt spatium van desen daer ind heyten drucken. Gegeven den 30en octobris vijftienhonderd achtenzeventig.

“Zegelafdruk”.


Nummer 64

Erentfeste eersame discrete unnd frame insonder gunstiger vrundt. Ick en mach u lieven niet verhalden welckergestalt wij gisternavendt spadt tho Aernhem concludiert und diesen margen van daer gereist und toe gueder tijdt thuys sijndt gekoemen heb derweghen niet koennen laten u lieven toe advertiren wie dattet daer myt onsse raidtslegen meest op die olde wijse is toegegaen. Want hoewel wij cleyne steden myt onsse ritterschappen onsses quartiers vast in die Brabantsche generaliteit hadden gewillicht als oick mehrendeels tquartier van Zutphen. Soe hefft men doch myt die van Nijmmegen nergens vorder als sihe wolden koemen konnen, alsoe dat men myt ende op tgoen sihe voergeslagen hefft moeten sluyten off men solde sonst nichtz gehadt hebben als u lieven tgelegener tijdt uth den verbael sal vernhemen.

Soewell angaet dem punct van tachtentich duizend guldens bij dem eertzhertoghen Mathiam tot stuyr und behulp der ghemeyner saecken etc. is beraempt een myssive die an sijne furstliche durchluchtigheit sal van wegen dieser landtschap worden affgeverdight (doorh.: worde) dairinne sal worden demonstriert die egressivelicke grote onkosten und schaden gedaen ende geleden an allerhande doertochten ende stille liggen van ruyter ende knechten behalven die belegeronghen voer Rueremundt, Campen ende Deventer etc. ende daermede des furstendombs Gellern onschult opt gefliessenst tdoen dat onss feerner last myt genaden mucht worden verlaten etc. nae wider meldongh des verbaels etc.

Betreffende uwer stadt saicke myt dem cloester hefft mij int scheyden der heer Van Loenen gesacht dat die ersamen vander Elburch myt die gedane clacht van Bentinck ende des cloesters myt die dairopgevolchde apostille sich niet hertt behoeven tbekommeren vermytz dat daer gien volnkommen landtdach gehalden ende gewest is ende off sihe schoen gewest had soe stonde noch toe sien off sie macht hadden tdoen dat sie sich nu angematet ende alsoe onsses genedigen heren consentbrieven hadden konnen annihiliren etc.

Soefeeren die man u lieve bewust op een vael peert gevonden sij dat men mach weten dat wilt mij schriven und gebide mij tott u lieve und allen vrunden. Datum Herderwijck den lesten octobris anno 78.

U lieve guttgunstiger vrunt, Ernst Witten.

Nummer 65

Erentfeste ersame lieve besondere und goede frunden. Nadem wij in gleufswirdiger erfarnunge gecomen, dat sich der viandt mit allen ernst und vlijt bearbeidet om die stat Deventer tho ontsetten, und derwegen tho befruchten dat hij vur eerst eenigen steden solde willen erijlen und also sijnen aenslach op desen furstendomb nemen. Demnae hebben wij niet willen onderlaten u lieven daer her tho vermanen, om onder derselver burgerschafft goede und seker wacht aen den poertten, und sunst goede ordnungh allenthalven tho halden, daermit der vijandt niet durch einige heimelicke anslegen derselver stat vervordelen moege, daer oeck eenige poertten ahn merckelicken schaden der inwoeneren tho gelacht kunden werden, were es niet onraedtsam dat sulches vur een geringe tijt geschege. Willet den huysluyden onder derselver gebiede geseten trouwelick warnen, dat sij oer ar[]et in tijts in goeden verwaersam stellen. Deses hebben wij u lieven niet willen verhalden sich om besten daerinne tho schicken. Mit bevelungh des Almechtigen. Geschreven Arnhem am 2en novembris vijftienhonderd achtenzeventig.

Eure gutter gouder und freund,

Johann graff zu Nassau Catzenelnbogen.

Nummer 66

Eernfeste gunstyghe heren ende vrunden. Ick kan u eersamen lieven neeth voerholden woe dath id volck welck am Carpen ghelechen heeft weder vertoghen is ende hopman Stupers knechten hebben eenen rytmeyster daer van ghevanghen myth 6 ofte 7 peerden ende de ruters de tho Rumunde ghecoemen weren bynne thoe Zwamen ghelegert tussen Rumunde ende Venlo in id darp waer de knechten uth Hollanth versten begeerden eer se voer Rumunde toghen ofte se daer meer volx verwachten en weeth men neeth. Die malecontenten in Vlanderen synnen seer starck sij hebben Atrecht oeck in myth (doorh.: onleesb.) Grevelynghen ende soe als ieck verstae soe wyllen der stathen legher sych teghen haer neeth steken. In id legher voer Deventher norten se oeck al wath teghen melcanderen, soe der van Hille slycht neeth enych verstanth myth de maleconteten en heeft mij gruelth dath id een doersteken werck myth de spanyarden ende malecontenten is, wanth ander sulken schijn kunnen se beest wath thoe weghe brenghen. Ick hebbe mede monsieur Bryl van de botter gheseght ghelijck u eersamen lieven mij gheseght hadden. Wij verstaen hyer dath Johan Schriver noch een donderdach daer was ende maeketh ommers dath ghij hem krijghen wanth mij duncketh dath men hier seer taer uth verlangheth. Ick weeth neeth ofte

66.2
daer noch wath anders schuleth, executierth den drost eer he een boniors maketh als ofte he sijn hoey vercoft haddde myths (doorh.: onleesb.) gevende een quitantie van betalinghe ofte makende enighe andere practiken dath ghij daer af weren. Laeth mij id stocks wethen als ghij hem gheckreghen hebbe. Uth Arhem den 8en novembris.

U eersamen lieven ondenyghe dynar,

Henryck van Curler.

De Here beware mijn eerbare heren in langhedurende regirungh.

Nummer 67

Johann graff to Nassaw Catzenellnbogen etc., stathalder des furstendumbs Gelre unnd der graffschap Sutphen.

Ersame und wijse lieve besondere. Idt hefft u gewesen secretarius Johan van Lengell bij uns ansnecken laten, dat hij iegen behoerlicke gnoegsame caution vermöge stadt- und landtrecht der ietzigen gefengnus erledigt, und folgendts upt gene wat man over hem to klagen vor ordentlichen rechten antworten mochte als sich dan de ernvest Heinrich Bentinck drost up Overveluwen erbaden und presentiert die caution vor gedachten Johen van Lengel selffst to doen und sich darvor to verobligieren.

Diewiell uns nu unbewust wat dissfals uwe stadtrechtenn vermogen, offte hierin to bedencken sijn mag. So is uns begeren und bevel gi willet uns daervan allen bericht to kommen laten, up dat wij hen een billichen bescheidt geven mogen und nichtes tegens landts gebruick und altherkommen handlen voer eens.

Tom anderen hefft gedachter Johan van Lengell ock voerwenden laten als solde he dat bij hen befunden blaeket met voerweten eenes van den alden raedtz vrunden gemaeckt hebben. Begeren derhalven gelijckfals gi willet u erkhundigen wer derselvige sijn mag, und off he sulckes gestendig sij, und imfal he dess selven gestandt deede khondt gi hem widers nach allen umbstenden vlijtige befragen waer, wannehr und tot welckenn ende berurtes blanket gemaeckt sij, und waerumb he sulckes nit met anderen raedtspersonen communiciert,

Dese erkhundigung avers mueste met gueder discretion und eher gedachter raedtsvrunden sich met Johan van Lengell underredt und vergelijkt hedde geschehen up datman sehen mochte off ock oere beder sijdts reden aver een stemmen und accordieren wurden.

Diewiel sich ock mehrbemelter Johan van Lengell beklagtt dat he in gar een harde gefengnus sitte, so bevelen wij dat gi hem in een guediger mildere verwarung settet up dat he geen oersaeck hebbe aver enige unpillicheit und gewalt to klagen sonder dat man alleen sijner person woll versekert sij. Des willen wij ons tot u verlaten die wij hiermede dem Almechtigenn bevelen. Datum Arnem den 11en novembris anno 1578.

Eure gutter gouder und freund,

Johann graff zu Nassaw Catzenelnbogen.

Nummer 68

Eernfeste welgunstyghe lyve heren. Ick can u eersamen neeth verberghen woe dath ick dien boeden neeth eerder hebbe thoe bescheide ghehilpen. Is de oersake dath sijne genedige den dach uth der stath was ende als sijne genedige weder ghecoemen war hebbe ick neeth afgheholden sijne genedige thoe purren (doorh.: onleesb.) scrijveth derhalven sijne genedige dath Johan scrijver sych begeerth thoe verburghen ende dath de drost hem begeerth sijnne burghe thoe sijn, welck gans des stats manieren neeth sijn (doorh.: als) al weer schoen dath Johan van Lenghel ende der drost beyde ghenoegsam in der stath vrieyden gheerveth ende gheguydeth weren als se neeth en synth, men mach thoe Elburgh een om een straten geruchte apprehendiren ende wen men gheen schulth an hem bevinth so laeth men hem gaen. Dath he claegheth he hebbe een sware ghevenkenisse, he heeft een burgher ghevenkenisse, welck men hem gunneth hoewel he ghen burgher ende is, dath men hem sulde een canner in gheven ende onghesloethen laethen so solde men hem wachte op sijnnen costen moethen gheven dan men begeerth neeth dath he myth imanth solde moeghen communiciren. Dath men antwordth solde laethen geven voer behoerlycken gherychte, dath gherychthe heeft men tho Elburgh ende daer sal he antworth gheven ende alsoe (doorh.: onleesb.) ofte gheexecutierth ofte gheabsolvierth worden. Blijven der halven de heren in sulker menungh we voeren ende up sulker wijse moeghen de heren up alles sijne genedige antworden nae mijn advis under correctie ende den genen de al

68.2
gerne hadden um hem in stede des schulthen an theclaeghen mochthen de heren naemhaftych maeken (doorh.: onleesb.) dath men daer om anhielde angaende de examinatie om dath geseghth (doorh. men) he hebbe sulkes neeth sunder voerwethen eenes afghetreden raedts vrunden ghedaen kunnen u lieven daen als sijne genedige schriveth ende examiniren de olde raedts vrunden den eenen om den anderen allenen.

Schrijveth vrij mede dath ghij in voertijden allen tijth uwe privileghien voor ghestaen ende synnen sulken eedts halven schuldich dath sijne genedige u lieven dath thoe guyde holdeth sijne genedige en soeketh anders neeth up dath he hoor de month soe (doorh.: stu) stoppeth. Ick hebbe oeck ghevragheth ofte daer oeck mer schriften weren de de van der Elburgh anginghen seie men neen dan dath daer was solde sych synner tijth wel apenen, hyer mede den Almachtyghen bevoelen. De here (doorh.: bon) beware mijn heren ende vrunden in aller ghesuntheyth, valete uth Aerhem den 11 novembris anno 1578.

U lieven dynstwyllygher vrunth.

Henryck van Curler.

Nummer 69

Johann graff tho Nassow Catzennellnbogenn etc., stadthollder int furstendum Gelldern etc.

Eersame unnd wijse lieve besonndere. Wij hebben nit unnderlatenn, u schriven belangende uwen gewesenen secretarius Johan vann Lengell, met canntzler unnd raedenn alhier to communicierenn, unnd met oeren advis raedtsam gevonden, dat he hier herr gefuhrt unnd up sant Johans porte verwaert werde. Is derhalven unns meinong, dat gi demselven allso nae kommet, unnd hem eerstes dages anher levert. Soll als dan ferners tegens hem geschien, wat sich nae bevindung (doorh.: den) unnd gelegenheitt der saken sall eigenn unnd geburenn. Blijfe hiermede dem Allmechtigen bevolen. Datum Arnem denn 16 novembris anno 1578.

Johann graff zu Nassaw Catzenelnbogen.

Nummer 70

Heer burgemeister, alzoe ick behalven ein jairlixer rhente van 8 dalers ende stadt Elborch noch ten achteren ben van twe jairen pension een vath boters, te weten een halff vath sjaers als Dibbolt Feijt ende een anderen alden scepenen bewust, twelck zij voir een jair ende langer te betaelen geloofft, is mijn vruntlijck begeren, u lieven willen idt beste doen, daermede ick van alsulcken vath boters betalinge mach erlangen, dit wil ick tegens een eersame stadt ende u lieven yder tijt gerne verschulden.

U ersamen dienstwilliger,

Frederik van Boeijmer.

Nummer 71

Copie.

Johan graff to Nassaw Catzenelnbogen ende stadthalder int furstendum Geldernn und der graffschap Sutphen.

Ernveste ersame und wijse lieve besondere und goede vrunden, uyt dieliggender copy hebt gij to vernemen welcker gestalt die heren generael staten ietzundt aen uns schriven und begeren dat etliche geldersche gedeputierden met gnoegsamer volmacht und sonder enig toerugh brengen naer Antwerpen mochten affgeverdight werden, um aldaer mit sampt gedachten generael staten op etliche hoochnotwendiger saken, daeran desen gevuyrden provincien veel gelegen is, to resolvieren het welcke sonder bij wesen der gelderschen volmechtigen nyt geschien konnen.

So gij nu vermeent dat dese gedeputierden uit affgeverdigt werden kommen, eher und bevor sie van der gemenen landtschap geautoriseert sindt, so is uns gunstig gesinnen und begeren gij willet die ridderschappen und stede uwes quartiers tegen den negenden des naestkommenden maents decembris binnen Arnhem into kommen verschrijven om des volgenden daags van desen und anderen notwendigen puncten to beraetslaegen und is nodich dat uwe und anderen (doorh.: notwendigen puncten to beraetslagen) stede gedeputierden met gnochsamer volmacht qualificiert erschienen, und die genige so van wegen der gantzen lantschap naer Antwerpen affgeverdigt sullen werden nae aller notdrufft te mogen helpen authoriieren up dat die gemene saken unsenthalven nit upgehalden noch versuimpt werden. Blijfft hier mede dem Almechtigen bevolen. Datum Gorcum den 24 novembris anno 78, onder stondt geschreven,

U goede gouner und frundt onderteickent,

Johann graff zu Nassaw Catzenelnbogen.

Dobscrifft,

Dem erentvesten ersamen und wijsen unsen lieven besonderen und goede vrunden, burgermeisteren, schepen und raedt der stat Arnhem.

Nummer 72

Eersame wijse und vursichtige gunstige guede frunden. Wij kunnen u eersamen niet berghen, wie dat onse genedige heer stadtholder ons bij zijner genedigen bevelsbrieven operlacht onses quartiers rittersschappen und stedegesanten tot einen gemenen landtdach to verschriven opten 9en ietzlopende maendts decembris alhier binnen Arnhem in to kommen, gestalt volgents dachs op noedige und hoochwichtige der landtschaps saicken to delibereren, und daer inne nae befinde to doen und voir tho nemen als der saecken gelegenheit tot gemeiner wolfaert ereysschen wurdt, als u eersamen uuyt copien van zijner genedigen brieff und schriven der heeren generael staten hebben tho vernhemen. Is demnha onse frundtliche begeren dat u eersamen oere gesanten onweigerlich mit volkommen volmacht affertigen willen omb op dach vurseid alhier to erschienen und tgemein best to helpen befurderen, daer aen sullen wael doen u eersamen, die der Almechtigen langh in gelucksalichen gefriste. Gegeven den 2en decembris anno 1578.

Burgermeisteren, schepenen und rhaitt der stadt Arnhem.

Post data: Also men ietzundt gerede penningen tot betalungh der knechten am hoichsten van doen hefft, sullen u ersamen alle moegelicke vlijt anwenden om op dach vurseid bij oire gesanten mede aver to seynden, die penningen verzamelt bij capital lehenungh und restanten van allen anderen contributien.

Nummer 73

Erenfeste voersichtige wiese ende seer discrete gunstige hern ende guide vrienden. U lieven breeff unlangst an mij gescreven, hebbe ik ontfangen, den inhoudt van dien wel verstaen, ende doe u lieven hoichlick bedancken, dat deselve mij vergunnet hebbe, den tijt van onse rekeningen ten einde te brengen, ende kan u lieven widers niet bergen dat onsen hopman seder dat hij van Deventer gewerst is, tot een hoeger offici gecomen is, ende overste lieutinhant verordiniert is, als dat sijn ttractament verhoecht is, ende overmits hij alle getrowicheit an mij bevonden heeft, is mij met grote belofften tegemoet gecomen, ende geefft mij alle welcke meer als twe gulden meer als ick tevoren gehadt hebbe, ende zo wil ick mij wel weet te erinneren dat ick bij u lieven vereedt ben, nochtans dewile ick althans alhier in dienst wesende, in een jaer meer verdiene, als ter Elburg muegelick in twe jaer soude ick verhopt dat u lieven tselve mij voer unguydt niet soude affnemen, maer velemeer consideriert, dat tselve sal strecken tot mij meeste prouffijt, die rekeninge is nu gedaen, maer den uuytcoep van onse dienst is noch niet gefschiet, twelck het slott is van de rekeninge, ende moet wel bekennen, dat u lieven tot noch ter giene diensten van mij gehadt hebben, twelck nochtans deur mijn schult niet gecomen is, want het mij gants niet gelegen was van hier te blieven, ende mijn reste teverlaeten.

So vele het secretaris ampt anghet hebben u lieven wel andere burgers kinden toe, die wel so bequaem tot dat selve sindt, als ick ende soude ick voer mijn person,

73.2
datselve angenomen hebbende, geen bedienen, dan moeten u lieven bekennen, dat het verdienst ofte jaerlickse gelt te clein is om daerna te leven, also dat ick verorsaeckt worde, nergent anders omme tselve teverlaeten, dese ende andere gelike oersaecken, so u lieven terechte overleggen, sullen deselve bevinden dat mij nutter sal wesen alhier te bliven bij het meeste prouffijt, niet twivelende u lieven sullen die saecke wel erwogen ende mit het selve offici een anderen burger voer dese tijt versien, ende mij van den gedaenen eedt ontslaen ende ontledigen twelck om u lieven te versculden, sal mij taller tijt bereidt ende willich vinden laeten ende wes ick mij tegetroesten begeren u lieven mij verstendigen willen, deselve hiermede Godt almachtich bevelende. Ilents Enckhuisen desen 2 decembris anno 1578.

U lieven dienstwillige,

Jan Petersz van der Elburg, 1578.

Nummer 74

Matthias bijder gratien Gades ertshertoge van Oestenrick, hertoge van Burgundien etc., gouverneur unde capitein generall van de Nederlanden.

Seer lieve ende beminde. Alsoe keyserlicke majesteitt mijnen gelieffste here broeder uuit sunderlinge vaderlicke sorgfoldigheit ende affectie totten restitutie van desen bedruckten Nederlanden frede ende prosperiteit soe voele deur intercessien ernstlicke vermaeningen ende sollicitatien aen conincklicke majesteit werde te freden es tott pacificatie ende fredehandelingen die Godtt voerspoed wille te verstaene hebbende tselve geheelick gecommittirt ende thogesteltt der voerseide keyserlicke majesteitt. So datt sine majesteitt datt mett soe voele groeter begeeth als middeler aennemmende datt sij deur dit middell hopen desen voerschreven Nederlanden tho muegen verwerven den so langhe gewunsten freden den gedeputirden vanden generale staten alhier vergadert deur den welgebornen graven Otto Henricuen van Swartzenberg keijserlicken gesanthen hefft doen voerhouden tgene die vorseid gedeputirden u mett siene brieven hirbigefugtt averseinden mett tgeen datt sij darop voer antworde hebben gegeven.

74.2
Ende want wij uuitt voele goede oersaken concurrirende hopen ende ons beloven datt dese negotiatie daer Gotter genade tott goeden effecte sall worden gebroechtt then waere datt ennige met particulire handeling tselve beletten hebben wij goet gefonden aen allen provintien te schriven ende u lieden well ernstlick tho verrsucken ende tho maenen datt ghij luiden respectivelick alle muegelicke nerstigheit ende desvoer doen datt een iegelick aldar hem in alle stilte ende eenigheit metter generaliteit houde ende giene saken toe en laett die ennigsins den voerseid frede souden muegen hinderlick off tiegen wesen ende (approbirende tgene bijde voerseid gedeputirden vander generale staten darynne als baven gedaen es voer guett ende van werden) totten voerseid fredehandel alle foerderinge u mogelick sinde doett dartho een sullen wi oick giene middelen ther averrelte sparen op datt ghij lieden eens van soe groeten krigslasten muege warden verloest ende want die voernoemde welgebarene grave nhu nha den viandt trecktt then ende voerseid sullen u daegelicks (doorh.: ad) advertiren van hett succes, zeer lieve ende (doorh.: be) beminde u hirmede Gaede befelende. Uuytt Antwarpen den 3e decembris 1578. Onder stondt

74.3
Matthias. Noch leger N Gilles, dopschrifftt was: Onse zeer lieve ende beminde den goeverneur ende anderen den staten slandts ende hertogdoms Gelre reprasentirende off hunne gedeputirden.

Nummer 75

[…] burgermeister ende raedt desser […] Elburg, onse werdige end lieve […]licke heeren end oeverheit saluit.

Nae dat het Godt beliefft hefft, erwerdige heeren, doer vunthsrecklicke middelen, die in unsen dagen gescheet zijn, int vercrigen ene sulcke doechsame end correcte reformatie, daer iw eersame werdige gheen klene hulpe tho gedaen hebben, end wij also dat affscheit van de hoere van Babel end des antechrist mit des ganslicken paust anhanck verlaten end Godt so beliefft hefft hem hyr ene bruit tho verclesert, twelck zijn gemeente is die, hem begert tho denen, nae sijn hillich woert, gefondeirt up Christo onsen heeren end die leringe der apostolen. So ist alst ock altijdt gewest is, dat wij hyr doer verkrigen voele vianden, so wel hyr binnen als buiten, die niet doen dan lastren end schelden end ons besvaren mit voele diffamien end calumnieren end lamentyren doch mit groeten onverst want ons is wel bekandt dat je blinde sint end dat het decksel bij haer ansichte hanckt up dat se dat licht des evangeliums niet kunnen anschouwen end dat woert Godes hen tot een roecke des doets angedeent wort hyr in bidden wij voer haer tot Godt off se noch enichtijdts mochten bekeert worden etc.

Dan erwerdige heeren hyr in warden wij besvaert, dat dat wij sien dat onse tegenpartie sich daechlix rottet end haer affsundren, voer oeverheit tho conperieren hare sacken rechtmatich uthsliten end holden heimelicke bij kumste end conventiculen bij dage bij nachte,

75.2
end tho ontijden, omme tho consperieren, bedenck[.] heimelicke anslagen mit besendinge van boden, [..] breven end andere pracktijcken end hebben also haer inslucht end uthvlocht, int huis van de weerde in die Svane, genaempt Willem Jonckbloet, een prinsepael afgesechte viant van unse religie. Dit maeckt ons gunstige heeren eine quade suspitie weten nicht wat wij hyer uth sullen presummeren, besorgende dat dit solde tendieren tot previditie vant gemene wolvaert end corruptie onser versamlinge gelick wij des voele exemplen hebben in ander landen gescheet end noch daechlicks gescheden. Om dat desse hare anslagen mochten verhindert worden end offgeschafft hebben wij ondergeteickenden als lyeffhebbers des vredes end dienst des evangeliums niet verbij ghekonde off Job. Ersame werdige daer voer tho advertieren end thoe versiende wat best is op dat de pyken de ons vianden wetten end haer stricken de se leggen hem selven tot haer ongeluck gedien. Actum Elburg den 8 decembris anno etc. 78.

Peter Cotgen; Johan Lutteken; Johan Vege; Johan Meie; Henrick Crafftzen; Harmen Ribbe; Roliff Hegeman.

Nummer 76

Ersame wijse und vursichtige gunstige goede frunden. Also men gemeint is, mit hopman Hegeman ten eynde die huysluyden daer van verlicht moegen warden, aff to rekenen, monsteren ende volgens tebetalen. Soe is onse ernste begheren dat u eersamen aenstondt alle uwer stadts restanten inne vordert van gelicke uwe stadts capitale lenungen mit alle die penningen op sondach des avonts, doch ten langsten op maendach naestkomende binnen Arnhem leveren wilt off wij sullen veroirsaeckt worden die knechten opten onwilligen te schicken, sulcx versihen wij ons genslich tot u eersamen die der Almechtigen will erhalden. Geschreven onder tsecreet zegel der stadt Arnhem den 12en decembris 78.

Ritterschappen ende steden gesanten des Arnhemsche quartiers ietz binnen Arnhem versamelt.

Nummer 77

Erbaer insunder groetgunstighe guede vrunden. Ick can u lieven niet bergen over tescriven hoedat de ridderscap hart mit de steden van Veluen an holden om de capitael leninge und dat wij onse registers van de namen de betaelt hebben unde niet betaelt soe en dunckt ons niet geraden dat men enige namen daer uth late het waren burger de het niet wel hebben of het hoere weder gaven ende moet de somma te voersein gebracht werden duncket ons guet dat u lieven sciven ghij wilt het opt spadelickste te werke stellen und alhier bestueren op dat wij mit den anderen spreken. Wij werden hart nae getracht hier licht altelate und heft en supplicatie over gegeven van aldat tgene opt cloester und beginnen huis und inder kerken gedaen is ins geliken is overdort gedaen und dit al durch den drost Bentinck wij seggen het gaet onsen genedigen heren an het is de ridderscap haer sake niet se roepen solde de ridderscap in sulken dingen niet macht hebben doch wij crigen inige tehilpe dan de van Nimegen (doorh.; roemons) qwamen gister avent erst soe dat idt ons daer mede lucken wil muegen wij in den naem des heren wachtende wess hier is groet moeite om Hegemans knechten en ider wilse qwit wesen, doch de husluiden de willen mugen se onderholden mit leninge des (doorh.: wer) des daechs vij sij und men salt hem an scattinge afcorten wij hebben mit wetten gerekent dat wij hem sculdich bint hondert und tnegentich gulden und soe wil hij ons dat registerken daer ingelecht van kese und bier anden radick gebracht und viftich gulden de wij niet weten waer sij heer coemen und dat is geteikent uth Dibbelt Feits mont und Jan van Lengel ghi mucht daer Dibbelt omme fragen hier is vele spraken dat den coeninck van Spannien den keise dasake in de hant gegeven heft om vrede te maken und Swartsenburch solde te loeven in comissie gecoemen sin om de generael staeten sulcks an toegeven und min genedigen heer statholder is noch niet gecoemen wij bint oeck en dach tevroe verscreven. Ick can dencken om de supplicasien te bet tewerke te stellen de sake mit de male contenten hoept men verleken te werden het scint dat dat min genedigen heer daer te langer om blift ghij mucht mitter haest manen want daer moet in der tel gelt wesen. Hier mit den heren bevelende, ghij mucht den heren bidden dat het ons welgae. Groetet mij onse huisgesin. Gescreven de 12 dach deses maents december anno etc. 78.

U lieven dinstwillighe,

Lambert Vranckessen.

Nummer 78

Ersame vursichtighe hoieghwiesse heren burghermesteren schepenen und raiedt der stadt Elborgh, op dat angeven so mij mijn heren tho Arnhem hadden angegeven kan eure ersamen op solckes nit berghen noch vehalden, wie dat ich mit noch eynne borgher van Wesel solde omtrindt ongefferlich eyn 400 bussen mit hare fflassen gelevert hebben tho Deventer sampt oich polver, wie wij nu der bussen 200 stuck sampt hare fflassen und eyn deel polvers tho Deventer an landt voir irst brenghen doiet dat krieghsvolck bij ons, glieck se oich tho Campen bij mij gedaien hebben, und hebben dat ghansse guyedt pries gemaickt und passen op die overicheit darbynnen nit woe voiel se dairom doien, also ist alsolche leveronghe aff, und wete yttzonder ghein uthweghen mit onnighe bussen oder fflassen ist derohalffen mijn oitmoedes bydden und gesynnen eure ersamen op solchen termijn alst mij gesat ist doch ffixe bethalonge willen doien, und mij doch in gheyn schaden brenghen dan ich doch eure ersamen in anno 72 aver die ffifftich datter in schaden sijn gebracht wie eure ersamen Andris van Aller mijn swagher van solckes gnochsam berichtten wordt, vesien mij thot eure ersamen alles gudes die welcke ich in glucksaligher repironge in schutz des Almogende doien beffelen. Datum Capen op ffridach voir Thoma Apostoli 78 st.

Eure ersamen dinstfferdigher,

Thomas Bremer.


Nummer 79

Eersame wijse und vursichtige goede frunden. Alsoe opten lestvergangenen in decembri gehaldene landtdach mits uuytbliven vande bannerheren van Bronckhorst ende Bergh op die proposition niet resolviert is worden hebben onse genedigen heer stadtholder mit die anwesenden bannerheren ritterschappen ende stedegesanten noedich eracht die voirgenoemde landtdach to continuieren ende soe dan zijne genedigen goet gevonden in ieder quartier een quartiersdach vanden landtdach uuytgeschreven to werden omb des volgende landtdachs op die gedane proposition geresolviert te kommen, langht demnae onse gants frundlich begheren dat u eersamen onbezweert zijn willen den 5en deses naestkommende maents january enige uuyt der selve middel des avonts binnen Arnhem in to kommen willen affverdigen omb volgende dachs op die vurseide proposition (doorh.: der landtschap) ende andere zijne genedigen vuergebrachte articulen waeraen die landtschap mercklich gelegen rijpelich to helpen communiceren ende resolvieren als tot nutt ende welvaert der landtschap reicken sall. U eersamen in schutz und scherm des Almechtigen bevelende. Geschreven onder tsecreet zegel der stadt Arnhem den 20en decembris 78.

Burgermeisteren schepenen ende rhaitt der stadt Arnhem.

Nummer 80

Eersame wijse voirsichtige vielgonstige heeren. Ick heb alhier perzwazy verstaen, dat u eersamen Jacob Stuerman und siner huisfrouwen opden raethuise hebben laeten commen, seggende den borgemeister Johan van Winbergen datter enige statt weerden opdes selven Stuermans naem solde geschreven staen, die in twee off drie jaeren onbetaelt und bij mij gebruickt waeren, etc, dat meer is wolde men dair van betaelt zin als solde men die metten hals betaelen des mij nyet weinich bevreemt, angesyen den ierste weert aver den voirdt heb ick bij tijden vandie olde schepenen toesamen betaelt, als bijder stadt renteboeck is toe bevinden. Noch was ick schuldich die helffte van eenen weert als 28 gulden bij Jacob Stuerman gepacht und noch die rechte vandie voirweyde vant cleyne Meentken vermogens oeck der stadt renteboeck. Daertegens in presentie van u eersamen tosamen afgerekent min solarium van een halff jaer voortz dat ick die stadt had verlacht alsoe dat ick die stadt schuldich bleeff 29 gulden und etlicke stuvers, wye den borgemeester Johan van Holten in absentie des secretarius und ick beide hebben voor memorie angeteickent, daertegens had ick van wegen der stadt betaelt an Derrick Haeck und zinen suster op rekeninge van aen rente 25 phillips gulden wye Jacop Jans stadtdiender bewust is, die hem van mij dselve penningen toegetalt heeft want ick dat onderpant gebruickten betaelen manste, doin ick dat hoey uuyten weerdt wolde vueren deeden zye mij die peerden uuyten waegen penden daertegens mij ghene pandtkuronge mucht gestaeden dan van wege der stadt tbetalen must gelaeven alsoe dat mij vander stadt gelt indie handt quam vraechden ick woer ick des bekhommen solde, daerop den borgemeester Lambert

80.2
Vranckeszen antworden, den drost Bentinck waer die stadt schuldich, zij mustent vanden sack nemen etc, als ick daer van gelt bracht, solde ick idt daer van holden, waermede ick wail toe vreden was, had derhalven Winbergens halfdreigimenten onnodich gewest soe ick dat an zin lieve noch den zijnen nyet verschuldt heb, dan commende ter Elburgh sal ick u eersamen daer van widers berichten. Edoch wes ghij diensthalven wilt seggen dat u eersamen bij mij ten achteren vermenen toe zin begeer ick dat u eersamen mij dat bij brengen deses schriftelicke willen verstendigen ick sal daer van betalonghe bewijsen ofte in gereet gelt tellen.

Daerbeneffens is vielgonstige heeren dat ick voor mijnen vertreck u eersamen bij requeste heb tkennen gegeven vandie tymmeragy die ick ander stadttoren met wille vande olde schepenen heb toe koste gelacht und uuyt mijnen buedel verschaeten und begeerden daer van (wye billick) betaelt toe zijn. Begeer ick derhalven alnoch, dat u eersamen bij apostille oer eersamen menonge mij bij brenget deses op dieselve requeste willen toesenden waer toe ick mij sal hebben toe verlaeten, des ick verhaepe mij nyet sal geweigert worden. Daermit u eersamen lange in gueden regironge und gesontheit den Almechtigen bevelende. Datum ilende uuit Arnhem den 25 decembris 1578 bij mij

U eersamen gueden vrunt,

Johan van Lengell.

 

Ingekomen stukken, 1579

  • donderdag 23 januari 2014 21:39

Inventarisnummer 159:

Nummer 1

Ersaeme vrome ende voersichtighe gunstige goede vrunden. Uwer ersamen missieve de dato den derden january hebbe ick ontfanghen ende den inholt verstaen, waer inne u ersamen schrieven wie dat ick van weeghen Conincklicken Majesteits der stadt Elborch noch drie jaeren renthen schuldich solde zijn nae inholt der stadt renteboeck ende (doorh.: w) verner inhalt derselve. Soe is dat ick am laeste tho Doernspijck wesende in bijweesen Lambert Franckesen, Jan van Wijnbergen ende den secretarius der stadt Elborch ende meer anderen eine quitancie onder stadt zecret zegell beteyckent hebbe laeten syen ende lesen de anno 76 daerenbaeven noch drie verscheyden quitancien getoent jaerlicx van 12 dalder die ick van weeghen der stadt aende erffgenaemen van zaliger Thonis Goltsmit betaelt hebbe. Soe voele belangende die reste, tweeten van et halve jaer soe wanneer uwer ersamen mij quitancie onder der stadt zecret zegell bezegelt (doorh.: onleesb.) de anno 77 ende 78 daervan tho schyckt sall ick verschaffen dat u ersamen vandie selve reste gecontentiert ende betaelt solt worden. Soe voele oick belanghet dat ick u ersamen solde tho schrieven den lossdach om deselve loss pennonghen wederomme te ontfanghen weeten u ersamen sich nae inholt derselve zegell ende brieffe ick vander voorseide stadt hebbe waer nae u ersamen ende ick ons sullen weeten thalden ende soe mij daer en baeven einighe verhinderonghe baeven recht wie ick mij nieth en versien geschoege solde ick mij medt recht daer tegens moeten behelpen. U ersamen hier midt in schuits des Almechtighen bevelende. Datum Arnhem den 16en january anno 1579.

U ersamen goetgunstighe goede vrundt.

1.2
Die ersaemen vromen ende vorsichtigen borgemeisteren, scheepen, raedt der stadt Elborch mijn gunstighe goede vrunden.

Wilhem Bentingk am 27 january anno 1579. Elborch

Nummer 2

Eerntfeste eerbare discrete wolwijse heren unde vrunden. Ick hebbe u eersame lieven brief ontfanghen unde belangende de tijdinghe van den vianth heeft Andrees van Arler [in armis] den burghemeyster Johan van Wijnberghen ghenoegsam gheschreven de vianth en rucketh noch neeth voirth. Id schinth dath he om Carpens wijlle neeth daer ghecoemen is sonder meer om Collen. He holt sych noch al stylle dan de aventuriers koepen wel wath wyth um haferduren in Herler in Brabanth is gans onwyllych. Den wetser soude ick verseghelt souder hebbe se onverse gelten uth sijn huis ghehaelth. Nae Carel van Gelre byn ick ettelycke milen ghegaen, meer en hebbe hem neeth connen thoe peerde coemen unde en was neeth thoe vynden (doorh.: onleesb.). U lieven nagaen wath thoe sien de drost en reyst neeth vergeefs also en twijvelt sneeth ofte se huyden holden register van de genen de hem tho stendych sijnnen ofte neeth de mantel hooch swaefken thoes ende was seer droevich ende wijse neeth waer he een droefmantel solde crijghen men sal moethen strax de mantel up Dusburgh schycken ofte Toenis Huyghen heeft beveel en boede van daghe daernae thoe souden

2.2
den rentemeyster heeft de boede bijghewesen de werth u eersame lieven al dynghen wel segghet. Bentynck heeft van daghe weder ghedux knecht sonder en heeft noch neeth in Enghebert handen ghewest als ick wath sunderlynghes (doorh.: onleesb.) verneme sal ick sulkes wel laethen wethen. De here bewaerth den eerbaren raedth, myn ghebidende heren ende guyde vrunden in langheduerende ende selyghe regierunge ende ghesundheyth erbete. Uth Arnhem den 17 january.

U lieve dynstwyllyghe guyde vrunth,

Henryck van Curler.

Nummer 3

Erntfeste besunder voelgunstige goede vrunden. Naer hele behoorlicke reconnendatie sal deesen u lieven geadverteert zijn had ick op datum deses van zijne genaede den stathouder ontbeeden ben om welcke mijn ende seeckere schriftlicke ende mondelicke mandaet gedaen heeft als mijn heeren ock breder bij deese in gelachte copie verstaen sollen on dat ick u lieven solde toesenden doerch goede ende wel gemonteerde soldaeten ende also ick u eersamen voer desen tijt totten volcoenen ende perfecten getallen nyt en can gesenden doch zo u lieven deselve ylers to doen hebben begeer mij heeren mijn (doorh.: onleesb.) selve willen oversenden on ijlens met meerder knechten ver versien te moegen wonen. Mijn heeren is ock moegelich wel noetaer ende kennelyck nu alsnoch geene ordonnantie opte knechten gegeven is mijn heeren willen gelsins deselve voer een tijt lancx opte cloesteren doen forijren tot wijder ordonnantie ende bevelen van zine genediche heren ridderschappen daer in ordonieren sollen verhoede mijn genaedige heeren inden selven sollen willen den naer behooren. Met bewilgonge des heeren. Uuyt Aernhem den 19en janury 1579.

U eersamen geheele denstwilliger,

[ get. ].


Nummer 4

Eernfeste welachbare wolwijse heren. Alsoe wij nae ons afscheiden versoecoeken hebben dath (doorh.: onleesb.) ick u eersame lieven solde advertieren wen ick eedtwes nies ervoer soe ende kan ick mijn heren neett verberghen woe dath sekere schriven ende soennendaghe an mijn heer ghecoemen is uth Antwerpen ende ick hebbe de breven ghesien doch neeth al ghelesen ( dan ick en wyl des geen (doorh.: wed) woerdth hebben) dath Artoies ende Henegouen myth den spaniarden verdraghen sij ende id is ghewis die vianth is thoe Glaubeeck ende is daer omtrenth an desse syth Venlo ende hebben Stuper ghesleghen ] ende haer ghescuth is thum deel bynnen Arkelans bynnen Gelder ende (doorh.: Stralen) ende Wachteindonck synnen elck umtrenth 90 man thoe Stralen 40 tho Venlo 170 ende de vuer Voendel als Baeck. Everth van Wagheningen, Bommel, Gerryth de Jonghen synnen gisteren as een manendaghe eerst op de reise ghetoeghen ende id sal luck wesen comen se daer in coemen id mochte wel um id overquartier ghedaen wesen eer Stuper ghesleghen worde hadde he eerst wel so spaniarden gheslegen ende ghevanghen myth een spansen captein de welcke sych leerth verluyden dath (doorh.; onleesb.) sie bynnen dath ende

4.2.
naescoemenden sonnendach dath lanth van Gelren dachten in tho hebben den statholder ghe vanghen. Dyth hebbe ick huyden als dynghsedaech smorghens van Stupers broeder selven in den broeren alwaer Carel van Gelre myth al de patriaten vergaderth weren al waer se Stuper se broeder bij haer leten coemen ende hem sulcken afvragheden (doorh: onleesb.) sede id selve thoe hebben uth een breef welck sijn broeder de hopman an hem myth vrende broede open an hem ghesonden hadde um tho lesen ende daer (doorh.: onleesb.) nae sijne genediche thoe (doorh: onleesb.) behanden als se thoe ghesteken solden sijn welck he strackes afveerdichde nae Utrechth an sijne genediche verclaerde mede woe dath de spanyarden in int lant van Gulych gheplonderth hadden sommyghe kremers ende dath de vorst van Gulych an [] de Herges scrief dath men sijn onderdannen doch onghemolestierth (doorh.: werden) lete ende als de boede an de secretarissen gengh om antworth thoe hebben ende versceyden sollicitateurs oeck seer anheelden antworden de schrivers se conden se neeth depesciren wanth se myth de geldersen soe voele thoe schriven hadden als se myth hun dreer mochten beschriven. Dyth sal in den broeren weichegeholden wesende is daer besloethen dath de raeden welck daer sommighen mede theghenwoerdygh weren solden up de canselie gaen ende laethen de burghemeyster by haer coemen myth sommyghe burgheren ende de capteins om haer an thoe gheven dath de gheresolvierth bynnen sommighe

4.3.
thoe wyllen doen verhuysen uth der stath ende in welcke oeck an sommighe van Nymweghen gheschreven is al gisteren wath daer van werden wyl mach men verwachten. Dyth al thoe maele schriven ick uth vriycheyth (doorh.: onleesb.) an u eersamen lieven verhoepende dath mij uth neeth qualycken sie afghenoemen werden ende dath id bij mijn heren heymelycken sal blijven sonder daer van bynnes huis mentie thoe maeken daer bynnen 30 soldathen gheordinierth de bynnen Elburgh sullen lychchen ende ick dencke dath se daer ende wonsdaghe als morghen wel sullen sijn. Ick vertrecke van daghe als mijn heer weder hier sal sijn veerder hem oeck wellycht daer weder sijn hebben mijn heren enych dynck an mijn thoe scriven. Bynnen Nyckark sal men mij vynden ende sijn altes thoth mijns heren ghebide sieth u wel veeren. Men seght van enen groethe scelmmerie dath de uth ghebroeken solte sijn van Bussou. Carel van Gelre laeth mijn heren sijn vrunden seer groethen myth Henryck Wijnthes ende alle guyde vrunden. De Here (doorh.: me) nome mijn heren den eersamen raedth in selyghe bescherminghe.

Ick hebbe voele boeden ghehedth dan myth genen connen accordiren dan thum lesten heeft Toenis Hughen de coep de zo ith ghemaeketh, uth Aernhem dinghdaeghes den (doorh.:29) 30 january.

U eersame lieve guydtwyllighe dynar,

Henryck van Curler.

4.4
Dem eernfesten achbaren wolwijsen discrethen heren burghemeistren scepenen ende raedth der stath Elburgh mijnnen ghebidenden heren end vrunden, Elburgh.

Curler van zekerer tijding, ontfangen am 22 januari.

Nummer 5

Eerntfeste eersame wise vorsichtighe heren und guede vrunden, nhae behoerlicker ehrerbiedongh und guetlicker presention mijns gheringhen onverdrathen dienstes wunsch ick u lieven und eersamen die krafft und erleuchtigongh des hillighen giestes in u lieven und eersamen raidt und verkiesongh der schepenen twillen sijn op dat dairdurch sijn loff vermehret die vervallene muyren Jerusalems opgebuwet unde die ondersaten in ein godtsalich rustich ende stylle leven onderhalden werden moegen.

Demnha als ick gistern tho naemyddaghe thuys bynn gekoemen mij mijner gelofften ahn u lieven und eersamen ehrinnert en heb ick niet moegen naelaten u lieven toe advertiren wes (kortlich) vander ghemeiner saicken sij gedaen tweten dat ghemeinlick is gesloeten datmen soe balde moeglick sall uthsetten ende opbrengen tweemaell hondert duysent daler daermede dat alle onsses furstendombs und graeffschap schulden und noch etzlicker lopender maenden solden gantz und geheell solden konnen affgedaen und betaelt worden. Unde dese penninghen solden worden gevonden op allerley gerede und ongerede guederen doer tgansse landt sulcker gestalt datmen van eliker hondert guldens siaers geven sal den 25 penninck nemplick van die hondert vier oick mehr offte mijnre nae advenant bouw erven ende andere warhen und coepmanschappen bij behoerlicken setteren all oick nae advenant op gelt getaxiert. Unde vermitz dat bij etzlicken wal wordt ghemeint dat diese verseide ordonnancie (omb tbeter gelijckheit thalden) niet soevoel soll opbrengen als op andere wise hierbevoerens is geschiet soe is soewel widers bewillicht dat wes in dieser voeghen restiren soll moegen (durch tvurseide furstendomb und graefschap) an die twemaell hondert duysent dalers dat dairvan ein ieder quartier nha olden gebruick sijn quota sol worden toegelacht omb tselve myt sulcke manieren op tbrengen

5.2
alsmen genoechlickst bevynden sal tho moegen geschienn. Unde salmenn midler tijdt die consumptien averall opgeteikent invorderen ende die licenten oern loop laten hebben wie dan u lieven und ersamen feerner uth dat verbael (twelck ick haep margen avondt tkreigen und u lieven omb uthtschreven sal schicken) sullen hebben tho vernhemen dan van desen allen sullen u lieven und ersamen vander hoefftstadt noch wider uthschrivens ontfangen.

Der heer van Obdam bedunckt mij naer u lieven gesanten vertreck hier angekamen tsijn myt credentz vanden Zelandern unde Hollander. Avermaels versueckende die naerder Unie gemerckt dat wij denn viandt voerder doeren hadden. Begerende wij Gelderschen ons nochmaels myt honnluyden wolden verbinden. Twelck gedaen sijnde mochten wij ons genoech versekert halden, voertz promptelick alsulcken behulp und stuer van honluyden toe gewarthen tot wederstandt des viandtz, dattet ons ahn gelde, kriegsvolck und allerhande provisie tot denselffsten gehoerende niet mangeln, maer van alles genoech solden worden versihen. Omb dann van desen ietwes sonderlinghes voerthonemen. Soe ist vorhanden dat onsser genediche heer stadthalder sich darwertz werdt vueghen, tUytrecht wairsijn dan sich oick onsse gesanthen eynes iedern quartiers eijne werden vinden laeten bynnen Utrecht opten 22 dieses maentz dair Sander bentinck uth onsse quartier sijn sal, und salmen vanden saicken aldair gehandelt, ieder quartier apart reportiren doch verhaepe wat sluytlicks sal tractiert worden, doch off baven toeversicht bij allen quartiren niet dairin worde verwillcht bedunckt mij Nijmegen wal willich tsijn und onsse quartier hoechnoedich tselve niet afftslaen.

Cantzler und raeden hebben vergangen saterdaege smorgen inder anwesenden vander landtschap tegenwoirdigheit oer eedt gedaen. Tho Arnhem is een zeeve voerhanden dairvan die gatern soe groet sindt (alsmen dair secht) als een rynck van een radt

5.3
die ewighe Godt wil mit sijn genade bij haer sijn dat alles tot sijner ehren des landtz welfaren und dier stadt lesten geschie.

Niher guder tidongh kan ick u lieven und eersamen niet verhalden wie dat daer tho Aernhem uth voel verscheiden plaetzen soe an die van Hoechsaxen als andern tijdongh quam dat der staten crichsvolck dat slodt Namenn mit dem Berch dairan innegenomen hebben unde dat dairom alle spaenjaertz und andern oer volck weder nae Namen gevordert wordt; twelck gien cleyne saicke wehr; die ewighe Godt und vader wil ons sijn genade verlenen ende tsamen salich maken. Hiermit gebidende heren doe ick u lieven und eersamen thosamende und elcx sonderlingh sehr grutten die u onder einandern mit wijsheit und respective lieffde wil verbynden dat u lieven alsoe moecht regieren dat ghij uwer sielenheil und selicheit moecht dairvan brengen und dairop getroest ju inden heren op desen kuerdach moecht vrolick maken, amen. Datum Herderwijck den 20 en january anno 79.

U lieven unnd ersamen dienstwilliger,

Ernst Wittenn.

5.4
Dem eerntfestenn eersamenn wisenn discretenn unnd vrommenn burgermeisterenn. Schepenenn unnd raedt der stadt Elburch gunstigl[] ges[].

Ernst Witthe van zekeren tijding, ontfangen am 20 january anno 79.

Nummer 6

Eerentfeste wolachtbare zeer discrete bijsonder goede vrunden. Nae mijne vruntlyck erbiedongh uwer lieven, is mijn begeren zoe ick enighe boter van doen hebbe, dat u lieven onss lesten affgescheyt na een goet virendel boters willen bestellen met die ersten ben toe vreden tot mey toecomende toe wachten. Sulcx verschulde ick tegens u lieven yder tijt geern. Uuyt Arnhem den 23en january anno 79.

U lieven dienstwillige, Frederik van Boeymer.

Die vianden zoe ter Erckelens ende Straelen geweest, wordt gesacht, wederom opwaerts te trecken naer idt quartier van Maestricht ende tlant van Valckenborch. Men hoopt dat zij vermits desen natten doyweder oir geschut nyet zulen toe rugge kunnen brengen, wordt oick gesacht dat zij in alles nyet als 8 oft 9 hondert personen (doorh.: onleesb.) starck geweest, hyer uuyt verneempt men, wat een cleyn hoop volkes kan uutrichten daer geen wederstant en geschiet.

6.2
Den erentfesten wolachtbaren und fromen Johan van Wijnberghen ende Lambert Francken burgemeisteren der eersamen stadt Elborch mijn grosgunstige goeden vrunden tot Elborch.

Product am 25 january anno (doorh: 78) 79.

Nummer 7

Copie.

Matthias bijder gratien Gottes eertzhertoge van Oistenrijck, hertoge van Burgundien ende gouverneur ende capitein generael vanden Nederlanden.

Welgeborne edle eersame lieve besundere, wij hebben met groot leetwesen verstaen dat de vijanden sich int furstendom Gelre seinden hebben begeven ende sommige plaetsen alrede innegenomen, waeromme wij niet en hebben cunnen onderlaten u lieden met dese te vertroosten ende ernstlick te vermanen dat ghij lieden den moet niet en wilt verloren geven, maer melcanderen trouwelick helpen, den vijant mannelick weder te stane tot conservatie van lijff ende goet, wijffven ende kynderen, van eewige ( meer als barbarsche slaverine oft selven doot dair toe uwe ende uwen goeden voirvaderen vromicheit ende krieservarengeit u lieden als wij hopen). Soe sal bewegen dat die landen ende luyden te minste schade des vijants corts sullen worden ontslaegen, waer ‘tme wij ende de generale staten oick alle moegelicke middelen sullen voirwenden ende employeren, sonder iet ter werlt te sparen dat tot uwe bescherminge oft hulpe soude moegen dienen, hebben tot dien eynde bevolen allen crijgsluyden naestliggende sich derwarts in aller neersticheit te vervuegen ende gebruicken te laten daer ende alsoe onse zeer lieve neve de welgeborne grave Johan van Nassauwe uwer gouverneur ende ghij luyden die selve sult noodich oft oirbar vinden te sijne

7.2.
ende ingevalle ghij luyden meerder getal van chriechvolcke oft andere middelen in onse macht sijnde bedarft sullen wij (daer aff geadvertiert zijnden) egene oirsaecke voirbij laten die tot uwer versterckinghe sal mogen dueren. Bidden u derhalven tanderen male u dapperlick ende vromelick te verweren tegen die gemeyne vijanden, die oick hunne vrunden gewoon sijn totten uuytersten te plagen. Welgebornen edele eersame lieve besundere, u hiermede inde bewaernisse Gottes bevelende. Uuyt Antwerpen den 23en january 1579 [d.wl] Onderteickent Matthias, wat leger N. Hille.

Dobschrift.

Den welgebornen edle eersame onse lieve ende besundere baenreheren ritterschap hooft en cleyne steden die staten van tfurstendom Gelre ende graeffschap Zutphen, representierenden oft hunne gedeputierden.

7.3
Wordt beloofft hulpe en bijstandt om het landt van Gelre te beholden doer hertog Mathias anno (doorh.: onleesb.) 1579.

Copie eure myssive der ertzhartog Mathias in februarie anno 79.

Nummer 8

Erentfeste, ersaeme, wijse und voersichtige bijsonder voellgunstighe heeren und frunden, u lieven und ersamen brief den 23 deses aen mij geschreven, hebbe ick op huiden ontfanghen und gelesen, und den inholt desselvighen mijnen genediche heeren stadtholder vermeldet, die welcke mij daerop geantwordt heft, dat sijn genediche voer ditmaell (vermitz sijn genediche gisteraevont laete hier yrsten wedrom van Utrecht aenkoemen (doorh.: ik) und nu mitten magistrait toe veranderen gelijck oeck mit andere noedtwendighe gescheften gemoyt und belaeden is und aevermerghen wedrom op Utrecht toe verreisen voergenaemen heft) indie lenongh voer die knechten aldaer liggende und pulver toe verschaffen geen ordre stellen kan, dan vermeint sijn genediche dat u lieven und ersamen dieselvighe lenonghe wall doen muchten vander pennonghen die aldaer vanden limiten und generaelle middelen koemen und sulx der lantschap in reeckenonghe brenghen und (wie billick) korten und soe voell den service aengaet daervan heft sijn genediche mit hopman Hegeman gehandelt und is verdraeghen, dat yder gemeyne soldaet acht gefal[] stuver, die vander edelborst 10 stuver und een beveellhebber 15 stuver alle weecke voer sijn service hebben sallen, die verhandelonghe vandie naerder Unioen tot Utrecht gehalden, heft (Godt lof) een goedt beginsell gehadt want die (doorh.: dan) van Hollandt, Seelandt, Utrecht, Vrieslant und Omlanden sijn dieselvighe entlick mitten anderen ingegaen und onse Geldersche gedeputierden hebben oir verhaell genaemen und sullen wij ons binnen 14 daegen het een ofte het ander verklaeren weshalven oeck in yder quartier een quartiersdach uitgeschreven und gehalden sall worden dat die van Artois und Henegouwen mitten viandt gehandelt und verdraeghen sollen hebben, daervan en is hier geen tijdongh und ick geloef oeck

8.2
wall dat sulx niet waer en is, den viandt tucht int Aeverneerdell vast wach und weer dan heft noch geen entlicke belegerongh gemaeckt watt aeverst noch geschieden sall werdt die tijt leeren uit Brabant en hebbe ick lange geen seker tijdongh vernaemen dan datmen mitten malcontenten soe goedt als verdraegen is doende u lieven und ersamen hiermede den Almoegenden heeren bevelen den ick bidde dat hij u lieven und ersamen in een lanckwijlich leven und gelucksalighen regimente erhalden und bewaeren wille. Datum ilende uit Aernhem den 25en january anno 1579.

U lieven und ersamen bereidtwilliger frundt,

Karll van Gelder.

8.3
Dem erentfesten ersaemen wijsen und voersichtigen heeren borgemeisteren schepenen und raedt der stadt Elborch, mijnen bijsondere voellgunstighen heeren und frunden.

Karll van Gelder van zekere tijding, ontfangen den 27 january anno 79.

Nummer 9

Eersame und fromme voirsichtige gonstige guede vrunden. U eersamen missive van data den 23en huius heb ick ontfangen und vuege u eersamen daerop ter vrundtlicker antwordt, wie dat ick onlancx ter Elborch zijnde den stadtdiender Jacob Janssen heb gespraecken. Wye dat ick hondert gulden bij den anderen had om die stadt tbetaelen. Is naederhant dselve Jacob Janssen met een quitanty om dselve penningen tontfangen bij mij gekhaemen die tselve van mij qualicken verstaen had, want ick hem had gesacht dat dselve penningen waeren bijnnen Arnhem. Ick wolde dselve an handen Derricx van Wetten tot behoeff ihrer stadts avertellen. Doen is genanten Jacob Janssen van mij gegaen om hulp. U eersamen toe kennen tgeven averst heeft hye mij daerop geen antwordt gebracht. Alsoe dat ick dselve penningen obgemelt Derrick van Wetten heb avergetalt als dselve bij desse ingelachte quitanty bevinden in kort dagen werde ick (gundt Godt) ter Elburgh commen, willen u eersamen mij alsdan neffens hondert gulden die ick vurgenoemd in twee termijnen betaelt heb recepisse vande halven penningen toecommen laeten. U eersamen die de Almechtighe in zijnen godtlicken schutz und scherm wil behueden. Datum uuit Asrnhem den 25en january 1579.

U eersamen gonstige vrundt,

Henryck Bentynckss,

Drost van Averveluwe.

Nummer 10

Mijnen wylligen dienst und vermoegen inden tijd zuzoeren. Erentfeste ersame wise und vuersichtige gunstige heeren und guede vrunden. Ick zolde u lieven und ersamen die idt recess alleen gesonden hebben, aver en heb sulcx mitz andere den lant ende stadtz gescheften niet kunnen doen. Hiermede u lieven und ersamen in schutz ende scherm dess Almechtigen bevelende. Geschreven Aernhem am 25en january 1579.

U lieven und ersamen dienstwylliger,

[] Wetthen, secretaris.

Nummer 11

Copie.

Op u lieven an mij gesante missive frundtlicke lyven vrunden kan ick u lieven neffens mijn erpidongh onvermeldet nicht laeten wie dat onser genediche her stadtholder gesteren den gantzen raidt deser stadt geraden om voellerley oirsaecken sich des raides ampt toe verlaten twelck oer lieve nae gesonden raidt gedaen und heft sijn genediche voerts bij provisie weder tot schepenen ge nomineert die soen vanden heer tot Lornen, Gelre, alepanche bentiuck doctor vanden Sande tallicken Johan Engelen Engelbert vanden Berch, Henrick Wijngens und lestlick [] gewilt (nyet tegenstaende alle mijne gedaene excuyss) dat ick dit jaer mede den last an nhemen solden dat mij nicht wal mogelick verhopende dat men hen forder wat beter enicheyt mit die ridderschap und andere steden wie voer sein geschiet halden sall die heer will dair tho verl[] sijn genandt sijn genediche heft ons oick verhaelt wie dat die Union tho Utrecht mit die van Hollandt Zeelandt Vrieslandt Omblanden van Groeningen und styft ytrecht gesloten und dat sijn genediche mit geleyckent die van Nijmegen hebben sich oick genoich verclaert dair mede toe vreden toe sijn als insgelijcken die van Bommel, Tyell und Tyelerweerden die wijle dat nu die ritterschap und steden van Veluwen uuyt gesondert Arnhem ercleert voersyhe ick mij waell dat aen desen quartier nicht feyllen sall als eyn saecke de hoech noedich is want dessen nacht sijn genediche van pest becomen mit waerschulvinge soe vandaen ertzhertzoch

Mathias

11.2
Mathias als heren printz van Oranien dat men op tland van Gelre guede acht will nhemen want die vijandt voer zuecker tselvigen mit ernst an tho vangen voerhebbend is welcke brieven sijn genediche mij als balde toe gesanth die ick oick gelesen van mij begerende dair aen tho willen sijn dat doch aen stondt gelt nicht werden opgebracht omb alle noettruft voer de steden toe coepen und die soldaten willich toe (dooerh.: maecken) halden. Bidt derhalven dat u lieven mit die vrunden aldair dan ick mij gantz dyenstlick und vrundtlick erpiede spreken willen dat doch aen stondt wat gelts opgebracht und alhyer an mij gesandh mach werden crtende tselvige weder aen die capitaell settingen, alhyer worden wij oick nicht onderlaten idt beste to doen want men sall al nu mit uwe gulth meer doen als thans oder morgen und villicht toe later tijt (dair Godt voer sij) mit tyen derhalven wilt nicht onderlaten idt besten to doen want sus solden sijn genediche lichtelick oirsaeck gegeven worden sijn handt van ons af to slaen wie sijn genediche dan dair van genoich opten lesten gehaldenen landtdach geprotesteert dat bij faulte van behulp und bijstant tselvige noethhalven doen sall moeten wolden waell dat de vander Elburch hyer van und alle goede patriotten veradverteert worden dat die idt beste nu deden die van Hollandt und styft van Utrecht willen van gelijcken doen sijn genediche sest mede gesacht dat die van Hollandt schicken tot ouren cost 4 geleyen und een anuvaell tott

bewairnisse

11.3
bewairnisse vande stroemen willen die oick tot oeren costen onderhalden und betalen die salve costen van die vestinge die steden bidt derhaslven nae wie voer idt beste to wallen doen dat men wat penningen lehene tlovell nicht aen die restetution siende die anderen dat wij ons begeven thelpen werden ons oick des toe mildelicker mit deyllen [] tzelvige heb ick u lieven ter begeerte andt wont onvermeldet nicht konnen laten, die van Nijmmegen hebben 400 soldaten van hegenian in tho hebben begeert sinnen oick algereets waell bij de 200 tugetogen dese stadt moit bet besatt sijn die van Stralen hebben willichlick den vijandt ingenomen oick selffs begeert wie dan oick die van Venlo und Gelder gedaen hadden dan is gesacht Godt loff binen Gelder stunen [] neffens hopman Swain die dair toe voerens in lach Gerryt de Jonge und bennuelt binnen Wchtendonck Baick und Venlo Evert van Wagenyngen und nhemen noch 300 soldaten aen neffens de twe venlen van toe voereys[] sijn genediche heft bevolen die magistraet aldair tho verandete [] ijlents uuyt Arnhem den 26en january anno 1579.

Nummer 12

Eersame welgelieffde heren und frunde, naer behoerlicker ehrerbiedongh und sonderlinger toegeneigentheit en heb ick u eersamen gueder tidongh niet moegen verhalden, wie dat die naerder Unie mit Hollandt, Zeelandt, Utrecht, Vrieslandt, Groeningen und Groeningerlandt voer seker iss geaccordiert, dairtho onsse Geldersche gedeputierden sich niet en hebben konnen inlaeten, dan opt report van oern principalen, die men wal verhaept dat daer wal mede in consentiren sult sonderlingh onsse quartier datter meest ende viel angelegen is, vermitz dat die veranderongh dess magistraets vander hoeffstadt geschiet ende die reste als ritterschappen end cleine steden altijdt wal willich sijndt gewest. Als Nijmegen Thiel ende Bommel noch sindt. Und het averquartier nu niet anders als scrivers thebben sal begeren, Zutphen ende die bannerien moegen doen alst sal behoeren, Averst Averissel iss niet daer gewest, moeten wat prysten ombt voergaen naer oere groete angebaeren wijsheit, off sihe noch niet genoech waren vanden heren getuchtiget. Ven desen sullen u eersamen widers uth bijgevoegter copien vernhemen dan wie solte niet sulcken behulp der naobuyren in norden sijnde ahnnemen willen, dwiel sihe beneffens alle behoerlicke assistentie onss alle onsse vervallene steden presentiren op oere halve kosten tho vesten ende verstercken, und dairneffens all op oern kosten vier galeyen ende enen admirael tot slandtz Gelre bewaringh opten stroemern schicken, den viandt daer mede

12.2
affbreuck tdoen. Alsoe dat ick haep datter der lieve Godt eens sal versihen, unde sijnre kercken een weinich intermissien geven. Daerbeneven iss durch 2 verscheiden posten unssen genediche heer angedient dat der mangel mit den malcontenten iss hyngelacht ende verdragen. Diergestalt datse opt nie den staten generael gesworen vier maendt baer geltz ontfangen und ophgetagen sindt Loeven Diest ende Leeuwen tho eroeveren die haer prijss gegeven sijnt dan an dit accoerdt en iss der generaliteit niet weinich gelegen, derwegen dem heren van herten tbidden omb eynen geluckighen uthganck dieser saicken tot prijs sijns genediche naems. Und wil nu hoechnoedich sijn sorgh tdragen omb mitten iersten die opgeteickende consumptien bijderhandt toe nemen om inder ile enige penningen tlichten tot bevorderongh der saicken, wess dat die van Aernhem die utschrivongh doen vander 25en penninck lestmael bewillicht want nu een weinich vertoechs een grote verachtertseidt kan maecken. Twelck wij alsoe oick menen voertonemen.

Het verbael lestgehaldenen landtdaechs heb ick ierst gisteravont laet ontfangen twelck noch vandage off thom lengsten margen sal worden gelesen und sullen u eersamen tselve dan voertz toeschicken off moeget selffs laten eischen soefeern nymant van hier derwertz gaedt. Bevelende u eersamen tosamende (neffens mijnen geringen dienst) im schutz dess Almechtighen. Uth Herderwijck sehr haestich opten 27 january anno domini 79.

U eersamen dienstwillige freundt,

Ernst Wittem.

12.3
Die gewesene raidtzheer Bendt Wesenhagen, Goetelandt, Koldewijn, die doerweerder ende mere andern sulcker gelonen tot 10 off 12 sindt tho Aernhem uth hewesen. Ther oirsaick (alsmen secht) dat G[ ] een spaenjaert hefft gevangen die bekendt had dat op G. Paulidach Nijmegen, Aernhem und Tiel solde gelevert geworden sijn in handen des viandtz, twelck myt veranderongh der magistraten is behindert.

Nummer 13

Eersame wijse und vursichtige besunder guede frunden. Alsoe onse genediche heer stadtholder ons op huyden toe geschreven, dat die voorgeslagene Union tusschen den provintien Hollandt, Zeelandt, frieslandt und Ommelanden van Groeningen (mitters hulpe Gottes) den 22en deses toe Utrecht eyntlich gesloten is, und zijn genedichen mit den gedeputierden van hollandt ende Utrecht soe vuel gehandelt hebben dat zij oirbuedich und willich sijnt desen furstendumb aenstondt mit volck und gelt to assisteren soe fern die ritterschappen ende steden deser quartieren indie zelve Union to treden begeich zijn, ende soe dan zijne genedichen raidtsam erachtet tegens den 3en deses toecommende maentz des avonts binnen Arnhem into kommen een quartiersdach uuytgeschreven toe werden langht demnae onse gantz frundtliche begeren, dat u eersamen enige uuyt oren middel op dach vurseid mit genochsame volmacht op gemelte Union capitael impositie ende andere saicken inden ersten [ ] aengetogen willen affertigen omb dairop to helpen communicieren raidtslaegen ende eyntlich sluyten als tot nutt ende welvaert des vaderlantz reicken sall. U eersamen hier mede in schutz und scherm des Almechtigen bevelende. Geschreven den 28en january 1579.

Burgermeisteren schepenen ende raidt der stadt Arnhem.

Nummer 14

Erentfeste ersame wijse und vursichtige bisonders goede frunden. Wij schicken u ersamen hierinne versloten sekere supplicatie ons durch Georgien van Middachten gepresentiert, inhalltz lees u ersamen daeruut tho verstaen,

Dwiell wij doin niet lievers en lagen, dan dat die twist alls tusschen moeder und kyndt sich erhellt, eens mit frede und frundtschafft medegelacht, und dat in plaets van die onfrede liefst und eenicheitgeplantet wurde. Demnae is ons frundtlich gesinnen und begeere n dat u ersamen den inhalden der hierinne verslatener supplicatien, des suppliants moeder opt aller vuecheligst vurhalden, beiden parthien vur sich bescheiden und mit allen vlijt und neerstcheit daernae arbeyden, oeck niet affholden willen, wes dat beydersijdtz uutstaende misverstanden, inder guede hingeslegen und verdragen muchten warden, glick wij sulcx alsoe tho sullen geschien u ersamen erfarenheit und vredelieventheit ganslick doen vertrouwen inden aeverst die frundtschafft niet getrefft konde worden ltees niet tho verhoepen in dem pfall is ons gesinnen, om die gruntlicke gelegenheit der saicken mit allen vlijt in schrifften vervat und ons solches alls oeck an wem der feell der fruntlicher vereingnungh (derselver bedunckens nae) principalick gewesen am vorderligsten aver tho schrijven om wijders nae befindinge der saecken daerinne tho ordonnieren, Mit bevelungh des

Stathelder cantzler ende raden van Gelderlandt,

J.M.W. Sluijsken.

14.2
Dem Erentfesten ersamen wijsen ende vursichtigen burgermeisteren schepen ende raedt der stat Elborch, onsen besonderen goeden frunden.

Stadtholders canthseler und raidt anterf frund Middachten und sijne moeder. Ontfangen am 11 february anno 79.

Twist tusschen Joriaen van Middachten ende sijn moeder Luws van Urck anno 1579.

Nummer 15

Aenden waelgeboren hoochwijsen hoochgeleerten heern mijn heer die stadtholder cantzler und raeden deses furstendumbs Gelre und graeffschaps Zutphen.

Verthoont und geeft in aller onderdenicheit tkennen Georgien van Middachten, wie dat hem suppliante zijner huysfrouwen moeder joffer Lubbe van Urck, weduwen wilen Arndts tho Boecop voir etliche tijt voir desen hove in rechte heeft laten beroepen, eyschende und vorderende zeeckere alimentatie, niettegenstaende dat alle tijt oir die selve nha oire qualiteit und der guederen quantiteit van hem suppliante und sijner huysfrouwe bis her und noch rickelicken genochsam gepresentiert und oick nywerlde geweigert to blickende bij ene certificatio onder littere A hierbij gefuecht, ende ongeacht die presentatie van die voirseidealimentatie heft gelickwaell des suplianten huysfrouwen moeder voirseid van mijn heeren cantzler ende raeden befelschriften uthgebracht und erlanght, so anden drosten vander Veluwen Bentinck so anden richter int Oldebroeck daeronder des suppliante huysfrouwen goederen gelegen dat die selve solden van wegen der alimentation executie op die goederen doen, het waer dan dat der suppliant tegens die executie met rechte ietwes hadde to seggen, in der selviger averst nadem sich die suppliant groitlichen beswaert und gegraniert befonden heft hij sich daerentegens wie wal ongerne met rechte geopposeert und alsoe niet alleen under den drost Bentinck voirseid sich mit rechte ingerlaten sonder oick bij den richter int Oldebroeck daer tegen gestalt ende wie waell zij wael behoort hadde oir angegeven proces opt voirseide plaetse uuyt to vorderen ende tp prosequeren so heeft zij den suppliant opten 1en marty des verleenden jare 78 voir een eerbaren raedt der stadt van der Elburch de nonno gecitiert op welcke citatie hij suppliant comparerende, heft domaels sijner huysfrouwen moeder voirseid tegens hem suppliant scriftlick alsodane aenspraeck ingebracht als dat hij geholden soll zijn binnen die vrijheit der stadt van Elburch souffisante burge to stellen omme dat gewijsde to voldoen

15.2
van wegen een ideren und alles so sij op hem suppliante to spreecken hadde, waer tegens die suppliant geproponiert heeft in exceptionne.Litispendentie ende dat hij gheensins schuldich zij die cautie judecatum solvi tho prestieren noch voir den selve gerichte dairop tho antwoorden, gemerckt die saecke ander voirgeruirten orteren als neemptlich under drosten Bentinck und den richter int Oldebroeck anhengich gemaeckt und daer ierst [..] gedendiert und ten einde gefuyrt werden oick dwiel sodane cautie gefordert wort voer und alleer vandes supplianten hutsfrouwen moeder die principael anspraeck is ingelangt dieselve doch dese geeysschte borchtocht nha rechte behoirt voirtogaen daermit die borghen weten wair voir zij caveren oick mede sustinerende dat die vanden Elburch zijne competente richters met zijnen dan dat drost van Veluwen denselven die saecken wie vorige dacht algerede voirgekommen.

Averst onangegesihen der rechtmetigen und billicken voirgewanten exceptien hebben erstlich die afgetredene schepen der stadt Elburch tegens alle recht und billicheit bij eene interlocutoir sententie gewesen ende uuytgespraken dat hij suppliant schuldich und gehalden zal zijn sulcke gevorderde cautie und borge to stellen. Daernha hebben die ietzgeruerte burgermeisteren ende schepen ter instantien van des supplianten huysfrouwen moeder voirseid geprocediert mit consignatie und toezegelonge tot drierwegen sijnre huysinge und goederen als dat hij tselve niet solde moegen gebruicken flotten und fuyren so voirhen geschiet und dit al tot des suppliants grote schade. Und wie wael hij suppliant omme relaxatie vande voirgedachte consignatie bij een eerbaren raedt der stadt van Elburch voirseid angehalden heft, so heft dannoch der mehr gedachte raedt hem suppliant die selve resignatie geweigert und weder recht und alle bilicheit afgeslaegen, und dat meer und arger is, is die suppliant in gewisse ervarongh gecommen dat zij tegens den to kompstigen woonsdaghe dwelck is der 11en deses monatz february gedacht sinnen des supplianten huys tho refereren und zijn kisten und kasten op to slaen ende die goederen laten inventorizeren ende oens gefallen dairmit handelen dat oick alle natuirlicke stad und landtrechten contrari gemerckt die inventorizatie ende consignatie

15.3
gescehet unverhoerter und onverwonner princip aler saicken die selve des supplianten huysfrouwen moeder noch toe tijt niet heft proponiert, oick der suppliant tot derselven nywerlde heeft willen schrijden sonder alle tijt forum incompetens declineaende sich voir zijnen competenten richter den drosten van Veluwen tho rechte geopferevert heft ende noch doet offerean dwiel dan waelgeboerne hoochwijse hoochgeleerte heern dsuppliant sodane toezegelinge zijnes huys ende verhandene inventrizatie weder alle stadt und landtrechten ende hij suppliant niet soude willen lijden om enich goet ter werlt (doorh.; onleesb.) keert sich die suppliant tot u genedige edele und u versoeckende und biddende die selve wolden gelieven to ordonnieren ende wel ernstlich tho befelen den burgermeisteren schepenen und rhaitt der stadt Elborch voirseid dat die selve sodane consignatie vandes supplianten guederen wederomme afdoe relaxere ind resignere daermit hij sijne goederen mach flotten und fuyren daerhen und soet hem werdt gelieven oick mede des supplianten huysfrrouwen moeder mandieren dat soe fern zij mit die gepresentierde alimentatie niet content will zijn, die selve oir vermeinte recht under den drosten vander Veluwem, daerselffst zie dat begonnen prosequere und vervordere. Dit doende etc.

Nummer 16

Erentfeste wijsse unnd voersichtigen insundere guede frund. Alsoe voertijdenn een verdraech gehaldenn is tusschen die heerren unnd stadt vander Elburgh unnd heer Adriaenen van Isendoren genant van Blois, dombheer zu Utrechtt, mijnen broeder zaliger, daer vann twee brieven gemaecktt synnen, den eenen bider stadt van der Elburgh, die andere bij mijn zelliger broeders brievenn. Dyewijll ich dann durich deessen druybbel inderhaest niet gekommen en kann, ist mijn vruntliche begeeren u lieven mich een copiam autenthijck uuyten voorseide verdraegh soe bijder stadt berstett schicken, und beveellen den secretario, dar hij mij sullix om gebehoerlicher loon will volligen laetten. Sullix wil ich altijt gerne verschuldigenn. Hier myt sijtt den Almechtigen bevoellen. Actum Vaessen den 14 february anno vijftienhonderd negenenzeventig..

U lieven goeden vrundtt,

R. van Ysendoern à Blois.

Nummer 17

Unsern vrundtlichen gruth tho bevoerens, ersame wijse und voirsichtige besondere gunstige guede vrunde. Alsoe unsers zaligen midtburgers Derrick Hulmans nagelaten kybde, oick Derrick genoimpt, durch doithlichen affganck sijnes zaligen bestevaders bestemoders ohms und moyen, hiervoirmails ennige lenderien umbtrendt u erssamen stadt und oick eyn huiss bynnen u erssamen stadt gelegen angeerfft und angestorven synnen, welcke lenderien und huiss tot furdell und behoiff gedachtes kyndes beth an her verpachtet, so und die pacht jaeren van den allen up nu naestkommenden sanct Petri ad cathedram (als wij dair van berichtet) geendiget und uth solden sijn. Und dan unse midtburgeren Herman Kuper und Claes Lambertssen gedachtess kindes momberen und voirstenderen bedacht und voirhebbens synnen gemelte lenderien und huiss tegens dessen anstainden sanct Petri tot behoiff dess kindes wedder etliche jaeren nae gelegentheit uth tho doinund tho verpachten, hebben wij nith underlaten muegen u erssamen schrifftlichen dessals dairmith dess kindes beste in allen soe voell moegelicken voirgestalt muchte werden, tho begrueten gantz vrundtlich und naberlich begerende u erssamen oire auctoriteit hier tho medde interponieren und mith ernste dairvan sijn und toender unsses Claes Lambertssen dess kindes eynen momber als dair tho beveell und last hebbende soe voell moegelicken then besten befurderen, und behulplich sijn willen, dat dess verstorvener unmundigen kindes guidtgen und armoeth then furderlichsten und then duirsten prijse wedder verdain und verpachtet moege worden. Dairan werden u erssamen ein guidt und Christlich werck und unss besondere frundtschafft doin, die wij mith stediger frundwilliger dangbarheit in glicken und oick voell mehrrderen saicken stedes verschulden willen. Dieselvige u erssamen dem Almechtigen hier in lanckvoerenden gluckzeligen freden tho bewahren, bevelende. Datum den 15 february anno 1579.

Burgermeysteren schepenen und raidt der stadt Deventer.

17.2
Den ersamen wijsen und voersichtighen burgermeysteren schepenen und raidtt der stadt Elborch, unseren besonderen gunstigen und gueden vrunden.

Missive der stadt Deventer, antreffend den unmundigen Hulmans, am 19 february anno 79.

Nummer 18

Ehrntfeste ersame wijse und vursichtige besonders goede frunden. Wat iegenwoirdelicken an uns suppliciert Johan van Lengell sulcks hebbenn u erssamen uut sijne hier inne versloten supplication tho verstaen. Diewelcke wij derselver u erssamen hiermede tot sulcken einde waell hebben willenn tho schicken op dat u erssamen derselver goetbeduncken unnd meijnungh bij brengeren deses an uns mit wederschickungh der hier inne verwartter supplication en kommen sullt laten om sulcks bij uns gesien sijnde, volgens op des suppliants versoeck geordonniert tho worden des wij bij rade unnd gelegenheit der saken befinden sullen tho behorenn. Mit befelhungh des Almechtige. Geschreven Arnhem den 16en february vijftienhonderd negenenzeventig..

Cantzler unnd rhaden in Gelderlandt,

J.M.W. Sluijsken.

18.2
Dem ehrnfesten ersamen wijsen unnd vursichtigen unsen besonderen goeden frunden burgermeisteren schepenen und raedt der stat Elburch.

Cantseler und raidt van joris van lengels supplication am (doorh.: onleesb.) 20 february anno 79.

Nummer 19

Erentfeste ersaeme wijse und voersichtige bijsonder voellgunstighe heeren und frunden, u lieven und ersamen schrijvent den 16en deses aen mij gedaen, hebbe ick op gisteren ontfangen und gelesen, und kan u lieven opten inholt desselvigen ter goeder antwordt niet verhalden, woe datter noch geen ordonnantie om die knechten toe betaelen gemaeckt en is, dan soe balde mijn genedige heer stadthelder hier aenkommen werdt, will gerne (doorh.; die) (gundt het mij Godt) die handt daer aen halden dat dieselve gemaeckt mach worden, und alsdan u lieven und ersamen dieselvighe mitten yrsten aeversenden. Soe voell den service belanget, datselvighe is men ein schuldich neffens oir besoldongh, des moeten sij sich selver und op oiren eigen kosten logementen versorgen. Hier en is ytsonder geene bijsonder nijhe tijdongh, dan dat der viandt wedrom aever die Maese nae Brabant getaegen is, Doende u lieven und ersamen hiermede den Almoegenden heeren bevelen, den ick bidde dat hij u lieven und ersamen in langer wallfaerender regimente und gesonthz erhalden und bewaeren wille. Datum ilende uit Aernhem den 18en february anno 1579.

Altijt u lieven und ersamen bereidtwilliger frundt,

Karll van Gelder.

Nummer 20

Erntfeste well wijse besonder voelgunstige goede heeren ende frunden, u eersamen lieven missive aen mijn gesonden gadaetert den 16 deeser maent hebbe ick deselve op dato den 19en ontfangen ende den inhouden vanden selwigen genoegssaem verstaen ende volgens dat u lieven uuyt monde van Lambert Franckessen uwen raetsfrunt (doorh.: schap) verstaen hebben dat die generaeliteyt die shrifluyden in uwe stat liggende betaellen solden ende dat u lieven deselve uwe soldaeten tot Elborch liggende tot drie leninge ende sevyes betaelt hebben. Is sollicx wel waer ende hoewel die allegemene generaeliteyt ende midddelen omme die soldaeten toe betaelen moeten mijn heeren doch bekennen dat wij soewel in contributie ende schattinghe soe wel moeten contribueren ende reeckeninge solden van zo wol bij u lieven als andere verschoetten in reeckeninge gepasseert behoort te werden. Ende zo voel belangende het servyes bij u lieven den soldaeten gedaen is sollicx in Hollandt vant begintsel een ordonnantie ende gebruyck geweest dat men dselve den soldaeten boeven hoeren behoerlicken soldie toegelecht ende geconsentiert is geweest. Den zo sollen die borgeren in betaellinge vanden selwigen cervyes ontlestinge gehadt van byr, solt, suyer ende andere daer toe behorende. Des so voel belangende vant cruyt, loet ende lonten bij u lieven uyt wil voersyen bennen sal ick mijnen gansen devoer ende naerstlicheyt anwenden dat ick mijne soldaeten van sollicx versyen sollen worden ende u lieven ontlastinge daer van oversenden zo haest moegelicken weesen zall. Begerende ick seer denstlicken dat mijn heeren ock willen gelyven mijn metten ersten overtoeschriven hoe u lieven metten bevelhebber ock moeten andere soldaeten accorderen connen so nu eenige moetwillicheyt bij eenige angericht mocht werden deselve mijn over te senden sal u eersamen ende lieven andere goede soldaeten inden plaetsen stellen, ende oft ock waer mijn genedige heeren eenige beynaeme middelen willen om die uwe soldaeten ontledicht to moegen worden wil ick gaerne mede uwen beholper daer in weesen, dan voer deesen tijt

20.2
solde mijn tselvige (onder correctie) ongeraeden dencken want een viandt als itsonder zijner hooft weder tot onswaerts gewent heeft is ons allen itsunts gelt wel toe te zijn. Waer om gebydende heeren ist dat ick u in eenige saecken denstlich ende vorderlicken can weesen. Sollen mijn altoes als eenen denstwilliger bereyt vinden. Kenne Godt die u erntfeste wolwijse ende seer voersichtige heeren wilfaeren in langduyrige gesontheyt []aptine Aermhem dessen 19en february 11579.

U eersamen lieven gehele denstwilliger,

Hegheman.


Nummer 21

Erntveste erbare end voorsichtige gonstige gude vriende, u lieven scriven hebbe ick entfangen, end nademmaell dath u lieven verstaen hebben, hoe dath die vijandt wederom to rugge over die Maese solde getogen sijn, end dath u lieven daerom van die soldaten gerne wolden entslagen sijn, daerop so kan ick u lieven cortlick niet bergen, dath ick noch niet sekerlick verneme, dath die vijandt solde vertrecken, maer dath sie noch daglicks neger ancomen, end dit quartier so balde niet verlaten weerden. End so u lieven och in gelijker menonge weeren, dath sie doe soldaten gerne wolden qwijdt end loss sijn, so konnen u lieven well gedencken dath ick hetselve op mijn eegen authoritert so niet doen kan, maer dath solck door advys end consent van den walgeboren mijnen genedigen heren stadtholder etc. end bij expresse schriftlicken bevell van sijnen genedige geshien moet. Zuerst so will ick u lieven e soviel to willen doen, und mit alder nersticheit bevorderen helpen dath u lieven van die voorbenoemde knechten mogen entlastet werden. End so veel belanget dath die soldaten ongeboorlicken sevys entfangen hebben, het welck ick dannoch also niet bevolen hebbe, so sall na berhoorlicjheit anders darin versien weerden, dan warin ick u lieven unde der stadt van der Elborch wijder kan dienen, sollen sie mij altoes willich bevinden, den Almechtige bevolen. Datum binnen Arnem den 21 february anno 79.

U lieven altoes gans guetwillige,

Hegheman.


Nummer 22

Erentveste, vorsichtige erbare verstendige und weyse grossgunstige liebe hern und insonders guten freunde, ervoer erbar liebden schreiben hab ich empfangen, und den murdtlichen neben bericht von ihrem mitrhadts verwandten Gerrit van Becrum gar woll verstanden und wiewoll dass ich meinem vorigen shreiben nach edele erbare lieben in dem und allen andern muglichen sacken gern zu willen sein solle, so hab ich doch mit ihrem abgesandten allerlei nothwendigkeit beredt, wie sie edele erbare lieven woll weitters vernemmen oder horen werden.

Und mach edele erbare lieven zu mehrer grundtlicheit der sacken kurzlich nicht bergen, wie dass vör wenigh tagen van der hohen obrigkeit dieser Niederlandoms heiher geshrieben wörden, wie dass man den feindt mit aller ernsthafftigkeitt zu felde solle verfolgen, darauss dhan hin und wieder allerleie respect und sorgfaltigheit geshehen möchte.

So soll mir alzeit, uf edele eerbare lieven guten rhadt und verbesserung woll beduncken, die soldaten so edele erbare lieven gefallen konnen und die andern wiederumb hier her zushicken noch ein zeit lanck bes sich zubehalten, und gleich andern nachbur stetten mit ordentlicher lehnung zu versihen, so sollen edele erbare lieven darvon alzeit woll gefreiet und entlastet werden.

22.2
Nichts desto weniger aber so stelle ich alles in edele erbare lieven eigen gefallen und bedencken, und will edele eebare lieven gern alzeit darin zu willen sein.

Aber so hab ich auch derhalben, an meinen befelshaber Claes Wolffs geshrieben, und den befelch gegeben in alles mit edele erbare lieven weitters darvon zusprechen demselber wöllen doch edele erbare lieven gleich meiner eigen handt oder selbst iegenwertigheit hierin glauben geben, dan edele erbare lieven in mehr andern scchen, nach meinem besten vermugen zudienen, sollen sie mich jeder zeit ganzwilligh befinden, dem Almechtigen in wölstandt befohlen. Datum binnen Nijmwegen den 28en february anno etc. negenenzeventig.

Uwer erbar liebden alzeit dienstwillioger,

Hegheman.


Nummer 23

Erentfeste ersame und vursichtige besonders goede frunden. Wat avermaells aen ons supplicierende tho kennen gegeven heefft Johan van Lengell, sulcx hebben wij u erssamen hierinne verwaert warll willen tho schicken. Dwiell wij dan gans onbillick und op geene reden tho staen erachten, dat hij dervende die stat van der Elborch, duch verscheiden persoenen mit recht bespraken sijne guederen verwonnen und ter execution gestellt glijck hij sulcx tho kennen geefft ofte dat in sijnen affwegen vur hem sijne borgen van wegen gedaner borchtaell vur recht getagen solde worden. Demnae is ons gesinnen dat u erssamen mit alsulcke recht fordrungh alls iemant op degachtes van Lengells persoen off guederen, offte oeck op sijne borgen oder derselver guederen aengefangen ofte noch worde anfangen solden willen, doet ophalden und stillstaen tot dat op den vorderen versoeck gedachtes Lengells anders geordonniert sall sijn, und wij bevelen u erssamen hiermit dem Almechtigen. Geschreven Arnhem den lesten february vijftienhonderd negenenzeventig.

Cantzler und raden in Gelderlandt verordent,

J.M.W. Sluijsken.

Nummer 24

An die edelle weerdige erentfeste wijse hoechgeleerte heeren die cantzeler unde raeden in Gelderlant verordent.

Verthoent zeer onderdanich tkennen gevende Johan van Lengell wye dat hij suppliant gisteravent vanden grefier Sluijsken hefft verstaen dat u edelen wijsen und lieven op sijne supplicaty hadden geordonniert dat hye avermitz onsen genedige heere den stadtholder nyet tegen wordich und die heeren vanden raeden in cleinen getal waeren noch een tijtlanck solde patienty hebben und sich metten voorgaenden appoinctement behelpen etc. Soe ist dat desen suppliant uuyt hoege zijne anliggende nooth uwer edelen wijsen und lieven bij desen gifft tkennen wye dat hye met verscheyden burgeren bynnen der stadt Elburgh in eigen saecken heeft af toe rekennen dye hye schuldich is und hem weder schuldich zijn dye hye schuldich is, willen (als idt billick iss) betaelt zijn, dan die hem wederom schuldich zin vermits sines affwesen kan hye tot gene betaelen geraecken. Dat wijders (doorh.: iss) soe min edele heeren bewust iss dat bij doctor Van der Zande int visitieren deses suppliants pappieren sine schatcedulen mitgenamen und bij onses genedigen heeren statholder moegen berusten willen (doorh.: dessen) sommige burgeren bynnen der Elborch als weerden und weerdinnen dye mede op de selve schatpenningen van verteronge die geldersche ruyteren geassigniert waeren van gelijcken enige huidluyden tot Doernspijck die t ampt in orren noeden etlicke penningen hadden verschaeten dat mede vermogens idt verbael bij desse schattonge uuitgesatt (dooorh.; uuytsat) und desen suppliant als schatbuerder tbetalen bewesen was desen suppliants sijne guederen mit recht diensthalven executieren. Alsoe solde desen suppliant daer duer in groeten scgaeden geraecken want soe lange hye sine schatcedulen nyet weder ter handen kan kriegen is hem nyet mogelijck dye restanden toe verderen und eenen


24.2
yederen toe contentieren. Derhalven desen suppliant alsnoch om vorseid oersaecken lijdt und begeert dat uwer edelen wijsen und lieven willen gelieven desen suppliant toe consentieren den tijt van een maent ofte ses weeken bynnen derselver stadt tmoegen [..] om sijne eigen dingen toe mogen uuitrichten und und da[n] uwer edelen wijsen und lieven willen doin schriven an den eersamen raedt der stadt Elburch soe desen suppliant mit recht sijne guederen ofte persoin bespraecken worde voor enige schulden dye mit die schattonge waeren uuitgestalt dat zij sulcx nyet wilden annemen voor und aleer desen suppliant sijne schatsedulen wedergegeven sin und hye tijt heeft zijne restanden toe vorderen soet anders hem swaerlijck solde sin sulcke schulden tbetalen die hye nyet had ontfangen (doorh.; onleesb.0. wolde desen suppliant middelen, tijt an onsen genedige heere den stadtholder als an uwer edelen wijsen und lieven vorderen dat hye sine saecken eens ten einden und sijne cedulen weder bekhommen muchte. Dit doende etc.


Nummer 25

Erentfeste ersame und vursichtige besonders goede frunden, wat gestallt aen ons gesuppliciert hebben heer Lubbert Berntssen, Hermen Claesen ende Arndt Lowens, vicarissen binnen der stat Elborch sulcx hebben u ersamen uut hare hierinne verslatene supplication thoe vernemen.

Dwiell wij dan der reden und billicheit gemees erachten (indem die saecken suppliciertter maten geschapen) dat drie supplianten om redenen will bij hunluyden angetoegen, sonder eenige verhinderungh van u ersamen ire armoede, guederen ende gerechticheit moegen genieten und gebruycken. Demnae is ons ernst gesinnen, dat u ersamen denselven supplianten in den vrijen gebruick ende genot irer guederen und gerechticheyden ongemolestiert laten, und vilmeer denselven der billicheit nae daerbij handthaven then were dat u ersamen alsulcke erheffelicke redenen ther contrarien hedden, daerdurch u ersamen solden vermeynen daertho ongehalden tho sijn, welcke redenen u ersamen ons binnen den tijt [v]an tien daegen nae ontfanck van desen sullen [r]escribieren, om alsulcke rescriptie bij ons gesien sijnde volgents hierinne der gebuer nae geordonniert tho worden. Mit bevelungh des Almechtigen. Geschreven to Arnhem den lesten dach february vijftienhonderd negenenzeventig.

Cantzler und raeden in Gelderlandt,

J.M.W. Sluijsken.

25.2
Dem erentfesten ersamen ende vursichtigen burgermeisteren schepen ende raedt der stat Elburch onsen besonderen goeden frunden,

Cantzeler und raidt van de supplication der drien vicarissen am 12 marty anno 1579.

Nummer 26

Erentveste erbare vorsinnighe end wijse gonstige heren end goede vriende. Naedemael dat het alhier voor raedtsam end dienlich bij der overheit is angesien, om die stadt van der Elborch van die soldaten to verlichten, so is nu dath ick an mijnen bevelhebber aldaer liggende hetselve gescreven hebbe to achtervolgen end die knechte op een ander plaets to brengen. End wil u edele lieven in goeder meijnonge mits diesen vriendtlick vermaendt hebben, in alles goede opsichte to hebben het welcke u edele lieven end horer stadt selfs tom besten end tot welvaert van die gemeine lande sal moghen strecken end waerin dat ick u edele lieven end der gemeinde van der Elborch enighe vriendtschap oft dienst doen kan, daerto wil ick altoes gans willich bevonden weerden end doe dieselve den Almechtigen in welstandt end tot langer gesondtheit bevelen. Datum ijlens binnen Nijmwegen op den 28 february anno 79.

U edele lieven altoes dienstwillige goede vriendt,

Hegheman.

Eerbare edele lieven wollen mij doch met overschriven, hoe veel penninghe dath die soldaten in der lenonghe overal entfangen hebben.

26.2
Den erentvesten erbaren vorsinnighen end wijsen heren borgermeisteren schepen end raedt der stadt van der Elborch, mijnen gonstigen goeden vrienden.

Hegeman van untlasting der krijgsluiden am 3 (doorh.: 3) marty anno 1579.

Nummer 27

Erentfeste eersame und vursichtiche besunder goede freundenn. Nadem die furstliche durchleuchticheit des ertzhartoughen aen den wollgebairen unsen genedigen heren stadthelder soe waill als oick aen die semptlicke staten deses furstendombs Gelre und graiffschaps Zutphen geschreven und ernstlich begert um enen gemeyne lantdach eerstes daighes uutto schrieven, wairop enige van (doorh.: desen) wegen deses furstendombs ende graiffschaps mit genochsame auctorisatie und instruction versien muchten werden an sich tho Antwerpen tegens den 26en yetzlopendes maintz bijden generailen staten tho erschienen om allerhandt hoichwichticher saicken insonderheit avers die vurstainde friedthandlungh belangende tho helpen resolviren und uns derwegen bij sijn genedige schrifftlick operlacht end befaelen den selven lantdach tegens den soeventhienden deses uuttorichtenn.

Demnha is ons ernstich gesinnen und fruntlick begeren dat (doorh.: ghij) u eersamen in aensieungh der hoichwichticheit deser saicken und (doorh.: eerst) oick deser landen hoichsten bedrangh sich den soeventienden dach deses maintz des aventz alhier binnen Arnhem durch denselver deputierden mit (doorh.: g) noitdurfftiger und volcommender volmacht erschienen willen gestalt folgendes daichs die brieven hoichstgemeltes ertzhartougen als oick die proposition siner genedige anthohoirenn. Dairop am trewlichsten tho helpen beraedtslaigen und sluitlick afftohandlen und alsoe niet allein hoichstgemeltes ertzhartoughen dan oick siner genedige befelch gehoirsaimlich nae tho kommen. Sonder des enichsins tho bliven in gebreecke soe wij ons deses genslichen tot u ersamen vertroisten alsoe tho sullen geschieden. Mit befelungh des Almechtigen. Geschreven tho Aernhem den 7en marty anno vijftienhonderd negenenzeventig.

Cantzler und raeden in Gelderlant verordent,

J.M.W. Sluijsken.

Des ertzharttoughen brieven als oick siner genedigen schrievens is uns niet eer, dan op date deses behandet daihr van wij die copien an den hoifftsteden avergeschickt.

27.2
Dem erentfeste eersame und vuirsichtiche burgemeisteren schepen und raedt der stadt Elborch unsen bisonders goede freunden.

Cantzler und raidt van angestainter landagh tho Arnhem am 14 marty.

Nummer 28

Eersame wiese vuersichtighe gunstige guede frunden. Alsoe die durchluchtichende des eerdtshertogen tsampt die heren staten generael guet gevonden ende noedich eracht hebben eene naerdere Union in te stellen die welcke alle provintien ende die hoefftsteden derselver toegesonden zijn omb tegens des aenstaende landtdach daerop rijpelick toe communicieren hebben wij derhalven nyet willen laeten u eersamen tselve concept vuer gebuerlichen beloenungh toe te senden dieselve in schutz ende scherm des Almachtigen bevelende. Geschreven den 12 marty 1579.

Burgermeisteren schepenen und raedt der stadt Arnhem.

28.2
Dem eersamen wijsenn ende vuersichtigen burgermeisteren schepenen ende raedt der stadt Elburch unsernn gunstigen guede frundenn.

Werd hier bij gesunden, idt gene tho Andtwerpen gesloten.


Nummer 29

Eernfeste achbare discrete wolwijsse heren ende mijn ghebidende guyde vrunden. Ick en can u eersame lieven neeth verberghen dewijle ick versta dath mijn heren en hertoghen Casimiri aftreken verslaghen sijnnen dath de noeth neeth so groeth en is. Dan ick darf wel seggen dath de sake wel wath ghesiender in de helften sijnnen als se waeren als ick den lesten brief an mijn heren screef. Ick mach wel liden ende segghe sulkes neeth sonder ortel dath de sake alsoe gheschaepen sijnnen, wurth nu alle de staten boverrie uth coemtp ende mij heer d prins hoe langher hoe groeter credith saiserth. Van de srermutsel voer Antwerpen dencke ick neeth ofte mijn heren hebben de tidynghe welck al welck wel gheraeden is. De questie van Henegouen ende Artois hoepe ick dath se oeck wel besceiden sal werden. Meer en weer ick ore dyth pas neeth thoe schriven dan dan de Almachtighe Godth mijn heren samptlycken in guyder ghesuntheyth sparen wyl. Uth Aerhem den 13 marty anno 1759.

U eersame lieve dynstwyllighe vrunth,

Henryck van Curler.

29.2
Dem eernfesten achbaren dyscreten heren burghemeystren scepen ende raeden der stath Elburgh mijnne ghebidenden heren ende vrunden toth Elburgh.

Curler (doorh,; onleesb.) van tijding am 14 (doorh.: feb) marty anno 79.


Nummer 30

Eerntfeste achbare discrete wolwise heren, ick en kan u lieven neeth veholden woe dath de ruiteren 3000 inth ghetal ofte meer in deVelue comen ende [] synnen al in overschepen in synnen van de peerden de weder op dath nie van Casimiri ruteren synnen anghenoemen van de graffen van Hollach wyllich mijn heren de huisluyden waerschouen dath se haer gherede guydth in de stath brenghen dath connet mijn heren doen sij sullen sus anders meth voele behelden. Ick hoepe dath it neeth langhe sal duren ende dath sij nae Brabanth ilenth sullen trecken, sooer nies de van Mastricht bynnen uth ghevallen ende hebben 4 vaendels spanyarden gheslaghen ende de vaendels op de vesten gheset. Otto van der Sante is ghevanghen. Juren scultus is sijn commissie veerdych. Den heren bevolen de u ersamen lieven mijn heren ende vrunden ende ons alle in guyder ghesuntheyth sparen wil. Uth Aerhem den 19 marty anno 1579.

U lieve dynstwyllighe vrunth,

Henryck van Curler.

Sieth wel thoe dath de peerden neeth coemen als ick sproekende ofte wath anders thoe wyllen doen myth ettelycke peerden ende alsoe der stath meister en werde ende alsoe pennyghen van […] en vorderen.

30.2
Dem eernfesten achbaren wolwijsen discreten heren burghemeistern scepen ende raedth der stath Elburch mijnen ghebidenden en ende vrunden, Elburgh.

Curler van thokumst der ruiteren am 21 marty.

Nummer 31

Erentfeste ersame und voersichtige gunstige guede frunden. Wij hebben u ersamen missive belangende de logieronge der ruytteren in desseven vrijeheyt ontfangen und verlasen und konnen deselve gueder meynnonge und bericht onvermeldet nyet laeten, wie dat ons alsnoch goene loegieringe der ruytteren in onse vrijeheyt (doorh.: ann) tho geschiden angelanght off versocht is dan dat desen moegen enige weerden alhyer bij ons geweest begerende dat sij enige ruytteren oir herbergen souden moegen innhemen die bij den ampten verpleecht und betaelt solden werden dat wij ter minneste schade der kerspelen bewilliget dat welcken wij u ersamen ind lieven onvermeldet nyet hebben konnen laten mits den selven den Almogende heren bevelende die die selve lange gefriste. Geschreven den 24en marty anno 1579.

Burgermeisteren schepenen und raidt der stadt Harderwijck.

31.2
Den erentfesten ersamen ende voirsichtigen burgermeisteren schepenen und raidt der stadt Elburch onsern vielgunstigen gueden vrunden.

Harderwijck van de logierung der ruiteren in de stadt vrijheit am 28 marty anno 79.

Nummer 32

Memorial voer den eersamen burghemeister Bortolth Veghe.

Als dath alhier in consistorie besloeten is dath toth Venlo de papistische ende reformierde relligie sal vrij oeck myth haeren exercitien om den anstoetenien vianth wylle ende op dath soe van bynnen als van buythen men aldaer then oerloch ende heeft thoe ghelaethen werden. Ende om dath de magistraeth ende meeste burgheren nyth de reformatie stemmen sal den eersamen raedt aldaer moeghen haren den papisten een kercke in doen den id haer ghelieft thoth de beste vrede.

Oeck in dath de meeste burgheren de reformatie synnen tho ghedaen ende de geestelycken guyderen synnen gheordenierth en den ghemeenthen in de relligie tho dynen sullen (doorh.: als) alsoe (doorh.: de) ten doel der voerseide guyderen der selver ghemeenthe volghen waer van predicanthen ende schoelmeisters sullen onderholden werden.

Ende dath de papisten neeth sullen moeghen myth haer luyden processiren noch myth haren sacramenten thoth den krancken (doorh.: sullen) moegen om gaen.

Iet dath de reformerden sullen moeghen in hare kercken der papisten haren doeden (doorh.:onleesb.) begraven ende aldaer (doorh.: onleesb.) vernemygh over de doeden doen..

Iet de afghetredenen schepen hebben myth ede verclaerth dath den vorrygen secretariss des stats segelen hebben in verwaringhe ghehadth.

Henryck van Curler.

32.2
Curler van standt der religie tho Venlo am 25 marty anno 1579.


Nummer 33

Erbare gunstyge guede vrundt, onse leste affgescheyt bynnen u eersame stadt der Elborch gescheyt zijende is ons bydden ende begeerte u eersamen wyllen bij brengen itzyges ons doen myt schripta advertyren de communication der ruteren halven ons samptlyche vrijheyden belangende de ontledynge myt u eersamen genaburten gescheyt end gesloten to zijn die wijle wyr semptlychen onse previlegien durrich den ettelychen der rydderschappen sonder onses quatiers stede geleven gescheydt end gesloeten tzijen und dan us onse steden eene quade consequentie ervolgen, dat ons nyet lijdelycken ys, voer u eersamen bewust. Demnach bydden u eersamen wyllen ons oick doen erineren oft u eersamen stadt hebben ontfangen van den heeren van Hogesaxen in platze onse genedige heere stadtholders de gedruckte ordinantie myt schrijvent des heeren vurseid der myddelen woe u eersamen de selvige und u eersamen genabuerte solden geneget zijn so bolde mogelych ene tijt und plaetze den anderen anstellen daer van myt den anderen to communiciren daer uuyt vier samptlychen guede accordt und endracht yn onsen stede erhalden mochten yn irsten horende wat onse hoffstadt Arnem hier ynne ons voirgande zijnnen daer nae wier ons semptlych hebben te holden hier ynne dat beste doende gelijck wij (doorh.: ick) u eersamen to betrouv,. Oick mede senden wij u eersamen copie van onsses genedige heeren Johan graff to Nassow Cassenellenboege daer nae sych u eersamen op bedencken moegen Godt bevolen. Datum Hattem den negenden dach aprilis anno vijftienhonderd negenenzeventig.

Burgemeister schepen ende raett der stadt Hattem.

33.2
Dem erbaren seer discreten Lambert Franssen onse insunder gunstyge heer und vrundt.

Missive der stadt Hattum mit syen genedige bijgevoegte copie, antreffend den ruiteren, am 10 aprilis anno 79.

Nummer 34

Copie.

Johan graff to Nassow Casenelleboge, stadtholder.

Erentfeste live besunder idt ys ons geklagen worden hoe dat gij ennyge ruyter tegens alltherkommen in de frijheyt to Hattem to leggen solt wyllens zijen is derhalven ons bevell dat gij sullekes onderlatet oft infall idt gescheet ys wederomme affschaffet op dat nymantz tclagen hebbe dat he tegens zijne wolherbrachte olde gerechtycheyt und frijheyt bezwart. Worde hier mede Godt bevolen. Ddatum Arnem den 29 marty anno LXXIX . Onder stondt geschreven, u guede gunre und vrundt Johan Graff zu Nassow Catzenellenbogen. De opscryft van desse, anden drosten Henrick Bentynck, drost van Av[e]rveluen.

34.2
Apostille waer mede het krijgsvolck te verleggen bevolen wordt.

Nummer 35

Ersame wijse une vursichtige besonders goede frunden. In wat maten aen ons avermaells gesuppliciert heefft Johan van Lengell sulcx hebben u ersamen hierinne verwaert tho vernemen.

Dwiell wij dan dieselve u ersamen indachtich holden wes wij hierbeforens van wegen ophaldungh der procedurunghen alls iemant op des suppliants persoen ofte desselvighen borgen gedaen ofte solde willen doen geschreven hebben.

So kunnen wij u ersamen niet bergen dat die registeren daervan in dese hierinne verslaten supplication gementioniert wort durch den wolgeboren unsen genedighen heeren stathelder in handen van einen gestellt fijn, om to visitieren und volgens sijn genedige die gelegenheit daer van thoe rapportieren.

Dwiell aeverst sijn genedige teser tijt niet in desen guvernementz aentotreffen, dan vilmeer sich to Antwerpen tot beforderungh deser landen noedrufft und wolfaert erhalden doet, und dan die acte alls Jacob Stuyrman op des suppliants borch Jan Aelbertssen, luydt der gerichtlicker weete daer van uutgegaen onderstaen heefft tho intentieren niet solde geinstituiert sijn geworden.

35.2
In dem dan der suppliant sijne schatcedullen sijner noedurfft nae hadde moegen gebrucken so hij ohn twieffell die vursorge waell solde gedragen hebben dat Stuyrman der costen halven waell betaellt solde sijn geweest.

Demnae is ons gesinnen dat u ersamen in conformite van onsens vorigen schrijven den vurgenoemde Stuyrman daerher berichten und ift noedich daerher halden willen mit der omgefangende rechtfordrungh so lange te supersedieren tot dat wolermelter sijn genedige weder omme gecommen und den suppliant sijne schatcedullen restituiert sullen sijn wilches geliefft es Godt niet lange vertrecken sall, damit niemant onverschulter oersaecken in schaeden ende schanden geraden moegen. Und wij bevelen u ersamen hiermit den Almechtigen. Geschreven to Arnhem den 11en aprilis vijftienhonderd negenenzeventig.

Die verordente raeden in Gelderlandt,

J.M.W. Sluijsken.

Nummer 36

Anden Haeve van Gelderlandt.

Verthoent zeer dienstelycken tkennen gevende Johan van Lengell wye dat hem suppliant verleden martini omtrent dorch den heeren doctor Reimer van den Zande int visitieren van zijne pappieren afgenhaemen sin dye schatcedulen van dye 2 honderd duizend gulden als oeck voir een maendt lenonge voir hopman Hegemans soldaten der tijt liggende inden schantz voir Deventer als oeck andere diversche onkosten, daer van desen suppliant inden ampte van Doernspijck collectuer und ontfanger was gestalt daer van dat hye noch hefft verscheyden restanden soe vanden geerffden aldaer bijnnen der stadt Elborch und daeromtrent wonende, dye hye geenssyns bijden anderen hefft konnen vergaederen, avermitz hye dselve cedulen nyet tot nochtoe heft weder konnen bekhommen daeromme hye tot meermaelen bij requeste heft gevordert. Tys oeck waer dat domaels mede sin uuitgesatt etlicke penningen dye bijden Gelderschen ruyteren in verscheyden herbergen als bij Jacop Stuerman , Wilhem Cornelissen verteert zijn dyt hye suppliant geenssyns besuecht is toe betaelen van gelijcken die lantschap toe voldoin wanneer hye zijne cedulen nyet weder kan erlangen, heeft hem die vorseide Jacop Stuerman onderstaen eenen huisman van Doernspijck genandt Jan Albertsen dye borge mede voor desse verteerde penningen geworden is tdoin arrestieren und desse gerichtelicke weet togesonden, willende alsoe met executie procedieren dye gemeent zijn desses suppliants gerede guederen inde plaetse van oer luede tstellen, allet onangesyen end nyet tegenstaende dat

36.2
u edele weerdige und lieven onlancx anden erbaeren raedt der sradt Elborch (vermogens desse copie) hebben geschreven dat oer eersamen und lieven mit sulcke saecken solden supredieren und stilstant hulden wess soe lange dat desen suppliant sijne cedulen weder had bekhommen etc.

Bydt und versoeckt daeromme opgemelten suppliant dat hem suppliant zijne schgatcedulen weder ten handen moege gestalt worden und tijt gegeven zijne restanden toe vorderen und alsdan daer van eenen yederen soe die landschaps als oeck van die vorseide verteringen moegen voldaen worden. Und dat min eedele heeren willen scherpelyck doin schriven an gedachten borgemeisteren ter Elborch und oer eersamen und lieven toe bevelen mit sulcke unde dergelicke rechtzvorderongen stilstant toe halden, daermede desen suppliant und d vorseide borgen in geenen vergeeffschen schaeden und onkoste moegen gebracht warden. Solde idt doch nyet billick boch recht sin datmen die cedulen solde onthalden und met die restanden toe sullen voldoin beswaeren. Desen suppliant mach wail bijden datmen van alle zijne cedulen copie halde tallen tijden is hij orbodich vanden inhalt guede pertinente rekeningen toe doin wye sich des eiget und geboirt. Mede begeert desse suppliant nhae averlesonghe dat hem desse gerichtzweet und copie weder behandet mach worden. Dit doende etc..

36.3
Cantzeler und rhaidt van der othstelling der rechtsfurderingh Jacob Stuirmans tegen de burgen tho Doernspijck met bijgevoegter supplication Joris van Lengel am 15 aprilis anno 79.


Nummer 37

Ersame wijse zeer discrete heeren u eersamen scrijvent hebbe wij ontfangen end des anderden dages ener van onsen raetz frunden nemptlych den edelen erentfesten Harman van Keppell vanden Wolbeeck affgeveerdyget de wyle hier ynden ill nyet tobekomen was woer der heer Sichmund Corsbach sijn [.] residierde heft nochtans der zelvyger voer genoempt sych bijden ryttmeyster heer Vluich Cluver ervoeget end onser semptlycker nodroft seer voergebracht dan hebben den rytmijster daer nyet toe konnen bewegen das der de zelvige supplicatioen van u eersamen mijn heeren noch dat appuntement van dem walgeboeren heeren graff van Hohenloe nyet wyllen leesen noch geen audientie gegeven dan uuyt snorken end pochen mij (doorh.: beg) beiegent end aldaer well hondert zijner edell joncker bij waren soe heeft onser radtz frundt de zelve suplication an stondt nae Arnem van Ep affgeveerdygen de wyle onse stadt des dages tvoeren dem erenthvesten Evert Blanckebiell omme de ruyteren to ontledygen affgeveerdyget hadden. Soe ys aldaer van dem ruyteren gesacht we der oberste Corsbach op Arnem wert koemen nu ys den bade Blanckenbill voerbij gegaen end Blanckebiell ys to nacht weder gekomen end ys een jonge op die wech beiegent die eenen apeenen breff vanden rytmeyster heer Vluich Cluver anden ruyteren to Hattem vermeldende was dat ze dem ytzygen mandach aenden obersten loesement enschijnen zolden laeten so [.] mijn heeren gerasampt dochte so solmen daer de supplication myt der stadt scrijvent dem heeren Corsbach behandigen laten (doorh.: la) oick verstaen hebbende dat mijn heeren etlycke salmen den obersten beschycket haedt begerende mijn heeren onsen wyllen schrijven was antwordt dat mijn heeren gekregen hebben van dem heeren Corsbach worden bedanckende den heere voer alle moyte de zij onssent halven gedaen hebben wyllen zulckes tot allen tijden verschuldigen end weder verdeenen waer ons des doendelych ys. Godt bevole, datum Hattem den 12en dach aprilis anno vijftienhonderd negenenzeventig.

Burgemeisteren scheepen end raet der stadt Hattem.

Nummer 38

Erentfest und frommer bisunder goeder frundt. Wij schicken u hierinne verwaert copie sekeres placcaetz des conincx inhalltz als daeruut to verstaen, dwiell ons dan daerinne operlacht wordt tselve placcaet binnen den steden ende vlecken daermen gewoenlick is uutroepingen tho doen affpublicieren to laten. Demnae is ons ernst gesinnen dat ghij tselve anstont in uwen bevalen ampte alomme ende daermen gewoenlick is uutroepingen ende publicatien to doen. doet uut roepen ende publicieren sonder des to blijven in gebreke. Mit bevelungh des Almechtigen. Geschreven to Arnhem den 13en aprilis vijftienhonderd negenenzeventig.

Die verortdente raeden in Gelderlandt.

J.M.W. Sluijsken.

38.2
Publicatie 20 aprilis anno 1579. Nymand sal tegen de landschap dienen.

Nummer 39

Copie.

Biden Conynck.

Unsen lieven ende getrouwen die stadthouder cantzler ende luyden van onsen raidt in Gelderlant verordent saluyt ende dilectie. Alsoe veele ende diversche chriechsluiden ende soldaten hen laitten insschrieven ende hen begeven in dienste onder enighe capiteinen offt particuliere heeren ons tegens onse landen van herwertzovere te dienen eghene retenue commissie offt last hebbende van onsen seer lieven ende seer bemynden neve ende broider den ertzharttoughe van Oistenrick herttoughe van Bourgungien etc gouverneur ende capitein generaill van onsen voirseide landen van herwertzovere, van onsen seer lieven lieven ende getrouwen neve ridder van onser oirden stadtholder ende capitein generaill van onse lande van Hollant, Zeelant ende Uttrecht, gouverneur particulier van onsen lande ende hertouchdomme van Brabant ende stadthouder generaill van onsen voirnoemde neve ende broeder heeren Wilhelm van Nassaw prince van Oraingien etc noch van weghen onse seer lieve ende well bemynde die generaile staten van onsen voersseide lande van herwertzoverre twelck wij geensins en verstain te lijden.

Soe eest dat tgene voirsseid is avergemerckt u ontbieden ende beveelen bij deesen bij advyse ende deliberatie van onsen voernoemde neve ende broider den ertzhertoughe van Oistenrick van onsen voirnoemde neve den prince van Orangien ende van onsen seer lieve ende getrouwe die luiden van onsen raede van state versende neffens onsen voernoemde neve ende broedere mitzgaiders vanden voirsseide generaelle staten, dat ghij terstont und sonder vertreck doit kundighen uut roipen und publicieren alomme binnen die steden ende vlecken van onsen lande, ende furstendomme Gelre ende graeffschap Zutphen dair men gewointelick is uutroipinghen ende publicatien te doine ende van onsen weghen seer scherpelick gebieden ende vebieden, dat nyemant van onse ondersaiten van hertwertzovere hem en vervordere the begeven in dienste van oirloge onder enighe capiteinen offte prticuliere heeren eghene retenue commissie offt last hebben de van onsen voernoemde neve ende broider den ertzharttoughe

39.2
van Oistenrick onsen voirnoemde neve den prince vann Oraingien offt vanden generale staten om tegens onse voirseide landen van herwertzovere te dienen soe voirsseid is ende dat die ghene die allrede in dienste sijn hen uutten selven vertrecken binnen then daighen naede publicatie van dese op verbuertte van lijff ende gueth, indien sij ter contrariten deden ende tot onderhoudenisse ende observatie van dese onse iegenwoirdighe ordonnantie ende verbot procediert ende doit procedieren tegens dovertreders ende ongehoirsame bij executie vanden peenen voirseid, sonder (doorh.: onleesb.) enighe gunste dissimulatie offt verdrach des te doene uut deser ancleefft geven wij u volncommen macht auctoriteit ende sunderlingh beveell ontbieden ende beveelen enen iegelicken dat sij u tselve doinde ernstlick verstain ende obedieren want ons also geliefft . Gegeven in onser stadt van Antwerpen onder onsen contresegell hierop gedruickt in placate den 6en dach van aprille int jair vijftienhonderd negenendesoventich. Onder stont biden conynck, und noch leger geteickent Pottelsberghe.

Accordiert mit sijn principaell bij uns,

J.M.W. Sluijsken.

39.3
Placcaet dat niemant sich sonder untheet des ertzhertogh ende der princen van Orangien der coninx lieve neven en vrinden in dienst begeven sal- anno 1579.

Nummer 40

Ersame erbare uunde frome volgonstige heren uunde gode fronden, u erbaerhen myssyve hebbe ick ontfangen ende den inholt verstaen belanende dat selvige geschet uunde kogels de mij broder Ittersuum uunde ick van u erbaren wischeyden gehalt hebben, sus en hebbe ick anders net geveten dat dan dat dat selvige geschot al weck daer hadde gevest, edoch wen sollen an stont alle flijt waer wenden dat dat selvige geschut uunde kogels an stont daer weder om sal gelevert worden sonder enich gebreck daer in te laten vallen, met beveling des Almechtygen de u erbaren wischeyden lange in sijnen schuts uunde scherm wil erhollden. Datum Camferbeke den 23 aprylen anno 79.

U erbaren, u gans gonstige gode front,

Peter Mulert.

40.2
An den ersamen erbaren wijsen uunde vromen borgemeysteren schepen uunde rat der stat Elborrich mijnen gans gonsrigen heren uunde gode fronden.

Mulert belovet der stadt een stuck geschuth weder tho leveren am 23 aprilis anno 79.

Nummer 41

Aen […]

Verthonen u weerdige edelen und lieven z[..]nstel to kennen gevende die burgermeisteren schepenen und raeth der stadt Elborch hoe dat zeecker getall van ruyteren buyten ordnongh ofte ordonnantie oock zonder voorweeten van oir supplianten bij oire stadts vrijheyt gelecht zijn worden tot grote preiuditie van der selven stadts vrijheyt. Soe doch egene ruyteren ader knechten bij eenige vrijheyden der steden noch op eenige edelluyde huysen behoiren belet te worden, zonder hebben ordonnantie [..] consideratie vandien und dat idt selve alleenlick (zonder ordonnantie) enich goetgunstige vrunden geschiet zijn. Bidden unde verzoecken sij supplianten zeer dienstelick dat u weerdige edelen und lieven gelieven willen aenden drost van Averveluwen Henrick Bentinck und aenden scholtis tot Dorenspijck to schrijven dat zij dselve ruyters aenstont vandaer vuyten vrijheyt de selver stadt nemen unde op ander plaetzen daer buyten beletten op dat egene onordnungh daer durch en khomme, und tselve oick tot preiuditie der stadts vrijheyt geraecken moege. Dit doende etc..

Nummer 42

Copie.

[Erent]fest und frommer besonder goeder freundt. Wij schicken u hierinne verwaertt seckere supplication uns durch burgermeisteren schepenen (doorh.: onleesb) unnd raidt der stadt Elburch avergegeven inhaltz als ghij dairuuth in die lengde afftonemen etc. Dwiell wij dan gleuffweerdich bericht worden, dat u operlacht is des rittmeisters Courbachss reutter in der selver befalhen ampt underthobrengen. Soe befremdt uns niet weynich, datt etliche derselver Courtzbachsthe oder andere reuteren sich buytten eenige ordonnantie ja sonder eenich vurweetten der supplianten in der selver stadt vrijheyt begeven. Soe doch niet allein die underthanen dese Elburchschen schependombs dan oock der anderer steden schependommen (wanneer deenige reutteren in den ampteren gelacht sullen warden, glick in desen geordonniert is) dair van exempt sijn. Derwegen wij dan niet anders erachten kunnen dan dat den Elburchschen underthanen und desselven schependumbs inwoinderen ganss unguetlich ja tegens hair vrijheyt geschiet dat sij meer als anderer steden schependommen mit den reutteren belastet worden op dat dan dairuit tusschen den ruitteren und der stadt geen onordnungh vurfallen noch erstain moege. Soe iss uns ernst gesinnen und befelch dat ghij ainstondt dairan sitt datt die reutteren uutt der vrijheit vander Elburch verlacht und in die dartho bestemde ampteren und plaitzen ondergebracht werden moegen. Damitt die vande stadt van der Elburch bij hebbende vrijheit erhaldenn und dairtegens onbedroevet muchten verblijven glick anderer steden schependommen in gelicken vall wes anheer wederfaren is deses allsoe ongeweigert und sonder tergiversatie tho sullen geschien. Versien wij uns genslick tot u die wij dem Almechtigen hiermitt befelhen. Geschreven tho Aernhem den 24en aprilis vijftienhonderd negenenzeventig.

Die verordenthe rhaiden in Gelderlant.

Nummer 43

Ersame discrete und froeme insondere voelgunstige guede vrunden. Wij en konnen u ersamen nyet verhalden wie dat enige uuyt onsen middel als oick enige vande ridderschap binnen deser stadt opt aenseggen des drosten van Veluwen die dair verschrijvinge van mach hebben gemeynt sijn desen avondt van hyer op Arnhem toe verreysen und morgen guedts tijts aldaer toe sijn omme aldaer toe tracteren belangende idt verleggen der ruytteren. Beduchtende dat den steden vrijheyt nyet vergeten sullen worden will derhalven noedich sijn dat u ersamen oick der selver gesanten uuyt desselven middell dair tegens schicken willen omme onser steden vrijheyt soe voell moegelick toe verdedingen dat welcke wij u ersamen gueder meynunge nyet en hebben willen verhalden mits de selve den Almoegenden heren bevelende. Geschreven den 24 aprilis anno 1579.

Burgermeisteren schepenen und raidt der stadt Harderwijck.

Nummer 44

Ersame und fromme vursichtighe insondere vuelgunstighe vrunden. Wij verstaen als solden u eersamen alsnoch eneghe zwarichheden maken Johan van Lengel inden stadt Elburch to lijden nyettegenstaende dit resolutie bij de alinge landtschap onlangx bynnen Arhnem genomen. Oeck den selven Johan van Lengel als van gelijken bijden heeren cantzeler und raeden apostillen verleent und hie nyet wijders begeert dan allene daer sijn eijghen dingen als den dyenst waermede hij sijnnen jonkeren den drosten Bentinck verbonden is uut to richten prosentiert oeck na sijne vermogen alle onraet van der stadt van wake und anders twillen helpen dragen, demnhae versoken und begheren wij dat u eersamen gemelten Johan van Lengel onverhindert die stadt Elburch wyllen gebruyken laten soe an hem nyet alleen den dyenst gedachtes drosten sonder oeck to schenden perthyen (avermytz het Velusche gericht vurhanden) maekelick gelegen is he werdt sich dermate halden dat u eersamen sijner nyet sullen hebben to beclagen daeran dselve ons sonderlinge frundschap sullen bewijsen begerende bij brenger deses een weder beschrevenen andtwort om sich daer na to richten des wij weder geneicht synnen to verschulden tegens u eersamen die der Almachtighe lange yn gueden regirong und gesontheit wyl erholden. Datum Heerde op den 24 dach aprillis 1579.

U eersamen vuelgunstighe vrunde,

die ritterschappen vander Overveluwen,

Wolter van Brienen, Marten van Bloys genant van Isendoeren, Rickquyn van Essen, Frederich Ripperbant, Walther van Boeynenburg genant van Honsteijn, Henrick van Brine.


Nummer 45

Binnen die stadt Utrecht is ener gecomen die welcke den 9 marty noch binnen Romen gewesen ist, und segt so dat der coninck 9000 (doorh.: duisendt) spangarts to schepe (doorh. onleesb.) naer Genua geschickt had, om van dannen sich vorders to lande nae dem hertoch van Parma te verfuegen, dan overmits storm und onweder findt die schepe verstroyt und vergaen und voele in barbarien onder oere vianden angedreven, also dat van die 9000 maer 700 to Genua sindt angekomen van die welcke het meesten deell van het geleden ongemack op der see, aldaer noch gestorven is. Segt oeck dat in Italien van wegen der spangarts tyrannische regirung allenthalven groet opruer is und dat der francois voell soldaten in Piemendt liggen hefft, tot assistentie van die van Milanen, dat oech die Italianen in spijt der inquisitoren Luthers und Calvini boecken openbaer op die straten dragen, und dat sie d inquisitie uit darff antasten also dat sich alles anstelt offt een grote verandering aldaer voerhanden weer, der Turck hefft Malta ontsecht und uuyt sich starcker tom oorloch dan sij oyt gedaen hefft, also dat in Italien grote vrese is, want men nit alleen voer Malta maer oeck voor gants Sicilien besorgt is, overmits dat sij well 400 galeyen algereedts veerdich heft.


Nummer 46

Ersame wyese und vursichtige besonders goide freunden. Nadem der wollgebaren unser genediger heer stathelder ons opten 28en verlopens maentz aprilis geschreven, dat die durchluchticheit des ertzharttoughen den gedeputierden der generaell provintien, tot Antwerpen vergaidert, haire resolution op seeckere geproponierde artikelen hefft begeert desen sich die selve avermitz sij dairtho nyet geauctoriseert beswairt befonden, alsoe dat beruirtte artikelen aen alle provintien om tho beraidtslagen sijnt avergeschickt. Derwegen den wollermelter unser genedige heer ons schrifftlick operlacht, terstont eenen lantdach uuttoschrieven om den inhaltz der selver artikelen (gemerckt dairaen soe veel und hoich gelegen) dair van wij den hoifftsteden allereitz copien thogeschickt hebben aentohoiren, dairop tho beraidtslaigen und fruchtbairlichen tho resolviren. Demnha soe is uns gunstich begeren in naem sijner genedige ernstich bevelende u ersamen willen in gheen besweer stellen, offt uwes statz deputierden myt gnochsamer vollmacht to versien om opten 20 yetzlopendes maentz may des aventz alhier binnen Arnhem tho erschienen, om des folgenden daichs beneven den aenwesenden bannerheeren, ritterschappen und deputierden der steden op die artikelen, als alse dan proponiert sullen worden tho communiceren und eintlick tho resolviren und want hier aen soe hoich und merckelick gelegen, willen wij ons genslich vertroisten u ersamen sullen hier in niet suymich sijn, sonder veelmeer uwe eigene und dese gemeyne vaderlantz welfaren besten vermoigens desvals helpen beforderen. U ersamen hiermit dem Allmechtigen bevelende. Gegeven Arnhem den 1en may 1579.

Die verordente rhaden dese forstendombs Gelre ind graiffschaps Zutphen,

J.M.W. Sluijsken.

Nummer 47

Ersame wijse und voersichtige besonders gunstige guede vrunde. Wij schicken u ersamen bij tegenwordigenn schipper dat stucke geschutz dat u ersamen deser landtschapp gelient gehatt. Den schipper is die fracht betaelt und wij bedancken u ersamen willich up gelegene tijtt solchs in ander tho verschulden tegens u ersamen die wij hiermede den Almechtigenn in gueder fredlicker regierung to gefristen bevelen. Datum den 11 may 79.

Burgermeystern schepen und raedt der stadt van Deventer.


Nummer 48

Ersame wijse voirsichtige besunders gunstige heeren ende goede vrunden. Wij sollen u wijsen niet verhalden, woe dat vuer ons in onssen schependoem ende stoele des raides daer sulx behoert toegeschien voirgecommen ende erscheinen seinen Gerrit Albers, Peters Albers ende Johan Albers gebroderen, als oems ende gebaeren mombers van Aleit Johans, bekennende aldaer oer uuytersten wille ende begeren te wesen, an u eersame wijsen twillen scryvent van oerent wegen, omme alsulcke 450 dalers in u eersame wijsen missive an oer gescreven, gementionneert, te willen gelieven tot vordell ende prouffit van Aleit Johans deselve pennongen oer nae rechte darvan competerende seinen te beleggen ende een halff jaer toe voeren altres naeden optoseggen de pennongen wederom vrij tzijn, ende oer uuyterste prouffit ende mit daermede toe soecken of eenen momber stellen naer u ersame wijsen stadtrechte behoerlicken de sulx solde moegen doen op dat Aleit Johans, daeran niet toecort (doorh.: onleesb.) en geschiet twelcke sie gebroederen vorseid ganselicken an u ersame wijsen vertrouwen niet toe geschien. Gevende uuyt oersaecken van dien u ersame wijsen volcommen macht ende speciaele aucthoriteit met die (doorh.: onleesb.) belegginge ende uuyt doeninge der gementionneerde pennongen van Aleit Johans u ersame wijsen goet gelieven ende goetduncken tdoen in aller gestalt ofte sie gebroederen selveren tegenwoirdich weren billet twelvke sie consituanten mitz desen ratificeren ende approberen. In oirconde der waerheit hebben wij desen bevestiget ende toegesegelt mit onse stadt segell den 11en may anno 1579.

Burgemeysteren schepen ende raidt der stadt Vollenhoven.

Post data.

De gebroederen accorderen brengen van desen eenen golt gulden tot 28 stuvers brabants voer alle uncosten ende gerichtescosten , acte ut supra.

Nummer 49

Erentfeste eersame wijse und frome voirsichtige vielgonstige heeren und vrunden. Volgende idt antwordt ick der stadt diender Albert had gegeven dat ick int leste van desse vergangene weke weder ter Elborg wolde zin und die rentmeisteren tot behoef der stadt gelt tellen heb ick u eersamen nyet ongeadvertiert willen laeten dat mij dat verhindert is avermits ick gevallen und wehe gedaen heb dat ick verhape in een dach vif oder ses soe voele beteren sal dat ick alsdan ter Elborch comme und mijne tosaege naecommen. Alsoe sal ick ditmael tAenhem nyet konnen commen doch ick heb den rentmeisters Bentinck bij soe vern sin lieve tAenhem kompt alle bescheyt dye betalonge der erentehalven claerlicken geschreven, doch ick bin bericht als solde sin lieve ditmael tArnhem nyet commen. Vrundtlicken begerende dat u ersamen mijner bevelonghalven soe lange willen gedulden, daermede dselve in schutz und scherm des Almechtigen heeren bevelende, dye u ersamen lange in gueden regironge wil frissthen. Geschreven tot Wilp opten 17en may 1579.

U eersamen dienstwilliger,

J. van Lengell.

Nummer 50

Ehrsame wijse voersichtighe insonders gunstighe goede vrunde. U eersame wijsen brieff belangende het stucke geschuts, u eersame wijsen toebeharende, hebben wij ontfanghen ende schicken tselve u eersame wijsen bij brengheren desses up unsen costen wederum to, mit erbiedunghe aller goeder naebuerlicker vrunschap, doch dselver hyr mit den Heren bevelen. Datum den 20en may anno 1579.

Burghermeisteren, schepenen ende raedt der stadt Campen.

Nummer 51

Vyr tijdinghe uuit Antwarpen in dato den 16en may 79.

  1. Alhir bint brieven angekommen van etlicke vanden gesanthen van hir nha Caeten affgeferdigt also datt die ambassadeuren aldar nhu ther tydt versonde van wegen oerer principalen procuratio enen volmachtt getoont hebben in communicatio tredende den 9en deser alwaer onder andern besonder is der volkommene commissio dutis de nova terra, nemptlick datt sijn forstlicke genade absolute commissie hefft tho befelen van wegen des konnincks in alles den hertog van Parma,welck punct voor yrsten alhir zeer wert geapplaudirt voele guts daruit verwachtende.
  1. Ten anderen wertt noch vanden voergenoempten hertogen geschreven datt sine forstlicke genade sall sijn een gueder politicus dardurch men oick mit verwachten is ennige pertinatie van ginder zijde.
  1. Die van Arthois und Hennegow hebben sich buiten den generaliteit verbonden, dennoch met sulcks conditie dat so ferne die spanyars uit een (doorh.: onleesb.) vertredende op oer bestomber tijett den die verbontenisse dan nut ende krafftloos zijn sall.

(punt 4 ontbreekt).

Nummer 52

Erentveste und vroeme groetgunstighe guede vrunden, ick can u lieven niet verhalden hoe dat ick des donderdaechs thoe vif uren tot Aernhem bin angekoemen (doorh.: und) und hebbe Aernhem (doorh.: und) und noch inige daer gevonden und bint to 6 uren opt hof gegaen und daer vernoemen (doorh.: dat) dat Gelder und docter Voet strack van Utrecht gecoemen waren und bij me heer van Hoechsackssen gevraget nae de ruter of sij niet op solden soe hebben de twe vrunden mit gebracht dat me heer statholder al vuer ons bij den hollander angeholden hadde dat sij ons nementlick het lant van Gelder verscoeten hadden tot onse porsie 25 dusent gulden soe rest daer noch an 16 hondert gulden de wij inder il moeten op brengen doch heimelick und soe sult sij van stonden an op de 25 dusent gulden sint in Jacop van Ommerens handen binnen Utrecht und soe balde sij oper stroem bint salt an hoeren handen oper getelt werden und docter Voet und Henrich van Brenen bint weder af geveerdiget om van stonden an oper stroems te crigen wider soe hebbe ick de gelegentheit van me her statholder sins vertreckens bevraget soe was ons daer niet weinich angelegen dat sin genedige op Antwerpen reisede und me in coemissie op Collen bij de gedeputierden dre dagen binnnen Collen wesende is postgewise nae Dillenburch gereist und heft enen scriver afgeveerdiget van Collen an den heer van Hoechsacksen dar he tavent of morgen alhier hoept te wesen und de sulve scriver secht dat sij binnen Maestricht noch welgemoet sin und noch wel vitalie hebben dan begeren ontset und de scotten und engelsen liggen op de Lange Strate und de provan die is binne of te Tiel und de graef van Hoelach begeert platboemde scepen van de stat van Aernhem om opwert tevueren. God geve ons geluck und sij hebben tot Antwerpen ein gegaen und de guede harten hebben hoer scatten geoepent und hebben daer anderhalven tonne golts op gebracht und wij weten niet waer wij de restirende 16 hondert gulden halen sullen. Hier is van dage en ridenden diner om gereden und uthgeroepen dat nimant bier in dragen sal hij betael sin middelen erst als bij groete brueke het scint dat de gedeputierde te Collen niet uyhrichten daer is en ligaet van den pawes und wat bisscoppen und begeren of geven vuer men sal hem Maesricht openen soe willen sij van vrede handelen de onsen seggen sij sullen daer af trecken und entitlanck bestant maken und dan van vrede spreken Jacop van Ommeren heft thoehuis gescreven

52.2
dat in Brabant op de Lange Srate ligghen wel hondert und twintich vane knechten om Maestricht te ontsetten dan het wert niet voert gedreven hier is gister avent tidige gecoemen dat voer bij Venloe getoegen bint dre vane lichte pfeerden und wat voetvolcks of sij nae Blienbeeck getoegen bint dan of sij en roef halen wilt dat en weet men niet wij hebt noch volcks genoech dan gelt und wisheit mangele ons het scint dat hier vuele swaricheits vuer handen is van onse gebreken dat itd alhier wel entitlanck dueren muchte de here geve wischeit bidder den heren und cunt ghij wat manen hier is groet gebreck gelt besiet of daer van den in post wat ware hier mit den Almechtighen bevelende de u lieven in scuts und scerm neme gescreven tot Aernhem den 23 dach.

U lieven dinstwillighe,

Lambert Vranckessen.

Den erentvesten und vroemen burgemeister und raet der stat Elburch minen veel gunstighen gueden vrunden.

Lambert Franckssen van Arnhem.

Nummer 53

Ersame und vuersichtige gunstige goede vrunden und mitraeden. Alzoe ick gisteren aen u ersamen gescreven belangende zekere pennongen op te brengen ter zaecke inder selver missive gementionniert und soe dan onse quota vande seventhien hondert gulden der interest der pennongen bedragende is die somme van 29 gulden 8 stuver sal ick die alhier van Rutger moeten leenen wairom noedich die aenstont te restitueren und soe vern ick die van Rutger nyet ontfangen moet daer dan een ander mit besweeren. Is derhalve mijn begeren imfall mij Rutger penninck die selve gedaen hem die mytten eersten toe restitueren, off imfall nyet, mij die eerstdaechs overteseynden soe ick die dan op een ander sall moeten versoecken. Wij sijn iegenwurdich handelende dat die ruyter uuyter Veluwen moegen comen und dair van ontledicht worden. Mijn genedige heer stadthalder is gistermiddach weder alhier aengecomen, und soe dan toe presumeren die zaeck etwas langhwilich aenlopen will begeer u ersamen ymande anders in mijne plaetz tegens naistcomstigen vrijdach committeren om mijne gescheften halven wederom binnen Elburch toe erschinigen und wes hier vuer nijhe tijtongh aengecomen hebben u ersamen uuyt inverwairter copie afftenemen wair mit ick u ersamen den Almechtigen zijn bevelendt. Datum Arnhem ilentz den 23en may anno 1579.

Uuyt bevel van mij neeff Lambert Franckessen, itziger burgermeister der stadt Elborch.

Greve, secretaris.

Post data. Soe ick int scriven van desen weder hem moeten vertreck int cloester bijden ritterschappen heb mijn neeff belast deze tonderteykenen.

Nummer 54

Extract vuit eene missive in dato den 29 may.

Betreffende Mastricht statt hett daer noch well. Wij hebbenn kortlick bij Wijck int dutsche leger gefallen unde groten schaden gedan. Die spanyars hebben een kartt darvor gebouwett maer die van binnen hebben dubbelt negens gebouwett und verhoegtt und gelick ick van eenen goeden oortt verstan hebbe muegen sij noch wall ethlike mandtt voerdie spanyars bliven. Inder spanyers leger regert die pestilens und mangell ahn geldtt und mueithen stilswigent zeer onder sich sunderlich die spanyars als die voerhen idt regiment gesatt vur nhu der italianer gnade londenn danmen halt is noch stylt. Maer soferne in korten gien raedt gien raidt gesonden wertt sall hett sonder mueyterije nit vergen. In summa daer mangelt nit dan dat die staten vortfaren soe sijndt die spanyars inder staten handen dan zij twelck uwe genedige mij wall thogeloeven magh in als aver welleff Mastricht nit starck een zijn. Die prints van Parma hadde nha een munnick van Lueck geschickt diewelcke voele dings waersegt dat sij tot hem kommen solde dat hefft der munnck van Lueck niet doen willen onangesien datt hem sijn provintial geschreven hadde. Meer (doorh.: ) gelick ick vanden lucksen gesanthen verstae hefft die munnick gesagt Mastricht hefft een ijzeren fadom oem sich denselven wert niemans breken unde darfor sollen die spanyars groten schaden unde spoett liden. Die Rueremundischen mueyte unde hebben die spansche commissarissen gefangen etc.

Angekommen unde gecomuniciert tot Arnhem opten lesten may 79.

54.2
(doorh.: Artyculen daerop onsen genedigen heeren stadtholder cortliche resolution ledegen.

Aenfencklich ende ten irsten te communiceren ende resolveren woemen ain allen gefuchelixte moege wech nemen dat mistanden inden gelden tusschen beyde zijts religieus verwanten

2. den een eenhewige resolutie van wegen der generael middelen te nemen nyemantz uuytgesondert

3. Van middelen und wegen vuer toe slaen.)

Nummer 55

Erentfeste eersame wise guetgunstighe heren und frunden, dwiell mijn swager Henrick van Essen noch en dach off twee nha ons tho Aernhem is gebleven, soe heb ick hem gevraecht off oick noch nhamaels daer eetwes besonders wahr venhendelt. Dairop hij mij geandtwordt dat sijns wetens dairnha niet bisonders waer gedaen, wie tot sijner tijdt uth dem verbael sal worden bevonden twelck ick u lieven und ersamen onvermeldet niet heb konnen laten. Wij hebben op huyden enen brieff van Dirck Voet uth Aernhem vanden 5 juny ontfangen, alsoe meldende; desen dach achtdagen hefft der viandt eijn hefftigen storm op Mastricht (nae voergaende sprenginge) gedaen, alsoe dat der viandt in die stadt gewest, derer oick giene dair weder uth gekomen sijn. Het is clechlick dat die stadt die soe heerlicken wederstandt doende is, niet ontsett en wordt. Ick gebide mij tot den heren tsamen dien ick im schutz des Almechtigen wil hebben bevalen. Uth Herderwijck op pinxteravont anno 79.

U lieve und eersame guder frundt,

Ernst Witten.

55.2
Dem erntfestenn eersamen wisenn unnd discreten herenn burgermeisterenn schepenenn unnd raeden der stadtt Elburch mijnenn gudtgunstige vrundenn, Elburch.

Ernst Witten, am pinxsteravondt anno 79.

Nummer 56

Ersame wijse und vuersichtige gunstige guede frunden, u wijsen missive datiert den 8 huius, meldende vanden middelen etc is ons waelverwaert averantwoordt, kunnen daerop u ersamen gunstiger wolmeynungh niet bergen, wye dat aen u ersamen bewost die middelen alhier oeren voertganck averlange gehadt hebben, doch die percelen dye alnoch niet gegeven werden is der heer canzler Craenevelt t alhier committiert om deselve geheel voertz int werck te brengen. Van gelicke is toe reysen indie Veluwesche cleyne steden, committieren die raidtzheer Stalburgen om gelickfals guede ordenungh (doorh.: d) aldaer toe stellen ten eynde die generale middelen anstondt allenthalven int werck gebracht end gegeven sollen werden. Belangende copie vant reces das ersten gehaldene lantdaichs is alnoch niet afgeschreven dan sal werden dieselve biden secretarius vuer alle die steden gefertiget buerende den quartiersdach en is noch niet aengestelt und kan niet gehalden werden soe lange die ruyteren indie Veluwe (doorh.: L) liggen dan soe balde die verthaegen sullen zijn sullen wij die anstondt uuitschrijven. Nyeuws en is hier niet der een seyt dat se vuer Mastricht cortlingh weder swaerlich gestormpt hebben und datter wael 3000 doden bleven zollen zijn. U ersamen in schutz ende scherm des Almechtighe bevelende. Geschreven den 10 juny 1579.

Burgemeisteren schepenen und raidt der stadt Arnhem.

56.2
Dem ersamen wijsen und vuersichtigen burgemeisteren schepenen und raidt der stadt Elburch, unsen gunstige guede frunden.

De middelen van consumptie worden in Veluen bestellet anno 1579.

Burgemeisteren und raidt der stadt Arnhem am 10 juny anno 79.

Nummer 57

Heer burgemeister, nae mijne gantz vrunteliche erbiedongh [..] lieve is noch mael mijn gantz vlitich begeren, dat ick eerstdaeghs mach erlangen die 2 jaeren rente, oft ten weijnichsten 12 dalers op rekennge, und oick dat resterende vierendeel boters, und daer ick een eersame rhaet ende u lieve persoen wederom dienst zal kunnen doen, zal ick daerthoe bevonden worden meer als willich, kenne Godt almachtich die u lieve in zijn schutz lange erhalden wil. (doorh.: onleesb.) Uuyt Arnhem den12en juny anno 79.

U lieve dienstwillige,

Frederick van Boeymer.

Heer burgemeister, zoe ick die botere zeer van doen heb begeer u lieve willen mij daermede ende oick met die rhente langer nyet frustreren noch ophalden. Ick begeer nyet dan met vruntscap toe handelen, zoe veer mogelijck.

57.2
Den eersamen wolachtbaren zeer discreten Lambert Francken burgemeyster der stadt Elborch mijn gunstige here und vrunt, ter Elborch.

Boymer van de iaerliken renthe und botter am 15 juny.

Nummer 58

Johan graeff van Nassau Catznellebogen etc. stadtholder in furstendomme Gelre ende graeffscap Sutphen etc.

Eersame wijse vursichtige lieve bijsondere vrunden. Alsoe wij tot uhtvoeringe deses tegenwoirdigen oorlochs ende defensie van tgemene vaderlandt goet ende raedtzaem gevonden hebben, inde monsteringe ende onder den crijscheedt te brengen, het vendel vanden capitain Joriaen van Boecholt, om tselve voor een tijt geleijt ende verdeylt te werden inden steden van Harderwijck, Elborch ende Hatthem ten minster quetsinge ende beswaernisse ende oock sonder costen vanden goeden borgeren ende ingesetenen aldaer volgende der chrijschordonnancie dyens angaende gemaeckt. Soe ist dat wij uwer eersamen ende lieven bij desen wel hebben willen versoucken ende nyettemin bevelen dat uwer eersamen ende lieven zich nyet beswaert en willen laeten vinden die soldaten van tvoorsseide vendel te weten zoe vele als bijde monsterheren (die wij daer toe gecommitteert hebben uwer eersamen ende lieven toegevoecht zullen worden) tontfangen, mits datmen goede ordre ende chrijschdiscipline daer onder doen holden ende oeck goede betalinge den zelven doen hebben zal inder vougen dat uwer eersamen ende lieven borgeren daer mede nyet beswaert en zullen zijn ende want wij nyet en twijfelen oft uwer eersamen zullen zich reguleren naede resolutie die wij desen angaende bij advys vanden gedeputeerden der naerder geunieerde provintien tot dienst van tgemene beste genomen hebben zoe wij wel verseeckert zijn vande goede affectie ende genegentheyt dwelcke uwer eersamen ende lieven tot tvaderlandt zijt dragende. Eersame wijse voirsichtige goede vrunden die Almogende zij bewaerder van uwer eersamen ende lieven. Gescreven tUtrecht den 15en juny 1579.

Uwe goede vrundt,

Johan graff zu Nassaw Catzenelnbogen.

58.2
Den eersamen wijsen voorsichtigen burgemeisteren schepenen ende regierders stede vander Elburch.


Nummer 59

Eersame wijse voorsichtige goede vrunden. Alsoe wij tot uuytvoeringe des tegenwoordigen oorloochs ende defensie van tgemeene vaderlant bij advys van mijn genedige heere den stadtholder goet ende raetsaem bevonden hebben, inde monsteringe ende onderden crijsch eedt te brengen het vendel van Jorien van Boecholt omme tzelve voor een tijt geleijt ende verdeylt te worden inde steden van Harderwijck, Elburch ende Hattem ten minsten guetsinghe ende beswaerenisse ende oock sonder costen vande goede borgeren ende ingesetenen aldaer volgende die crijschordonnantie diens aengaende bij ons gemaect. Soe ist dat wij uwer eersamen ende lieven bij desen wel eernstelicken hebben willen versoecken, dat uwer eersamen ende lieven sich nyet bezwaert en willen laeten vinden die soldaten van tvoorseide vendel te weten zoe vele als bijde monsterheeren (die wij daer toe gecommitteert hebben) uwer eersamen ende lieven toegevoecht zulen worden, tontfangen mits datmen goede ordre ende chrijsdiscipline daer onderdoen holden, ende oock goede betaelinghe den zelven doen hebben zal indervougen dat uwer eersamen ende lieven borgeren daer mede nyet bezwaert en zullen zijn. Ende want wij nyet de twijffelen ofte uwer eersamen ende lieven zullen sich reguleren naerde resolutie de welcke wij desen aengaende bij advyse van zijn genedige tot dienste van tgemeene beste genomen hebben, zoe wij wel verzekert zijn vande goede affectie ende genegentheyt, dewelcke uwe eersamen ende lieven tottet gemeene beste zijn draegende. Zoe willen wij ons van wijeder scrijvens verdraegen ende dese ener mede besluyten. Eersame wijse voorsichtighe goede vrunden ende mede uwe eersamen ende lieven. In schutz des Almachtigen bevelende. Gescreven tUtrecht den 15 juny 1579.

Uwe goede vrunden,

Die gedeputeerden vande naerdere geunieerde provintien,

Ter ordonnantie van zelve,

Get. onleesbaar.

59.2.
Den eersamen wijsen voorsichtigen burgemeisteren schepenen ende regierders [der] stede vander Elborch onse gonstige vrunden.

Nummer 60

Ersame wijse zeer discrete heeren. Wij verstaende dat bynnen Harderwijck soldetun angekoemen zijen, twe vandelyen knechten die welcke soe wij verstaen hoer beschijt solde holden op Harderwijck, der Elborch unde Hattem. Is der halven onss erenstlych scrijvent und begeeren dat u eersamen ons dat zelve wyllen aver scrijven bij brenger van dessen, wes u eersamen aldaar van bewust ys wie onss daer myt op te bedencken, wandt onse menonge ys ganslych nyet omme eenyge knechten in to laeten oft antoneemen; mytz Godes bevelonge. Datum Hattem den 18en dach junius anno vijftienhonderd negenenzeventig.

Burgemeisteren schepenen und raedt der stadt Hattem.

60.2
Dem erbaren und zeer discrete heeren burgemeisteren scheepen und raedt der stadt Elborch onse gunstygen heeren und vrunden.

Hatthum begeert bescheidt van den soldaten vur Harderwijck, am 18 juny.

Nummer 61

Eerntfeste eersame discrete heren und guede vrunden. Achtervolgende u lieven missive bij brengeren dieses gesonden belangende die soldaten. Kan dairop u lieven onvermeldet ther guetlicker andtwordt niet laeten, wie dat gistern namyddach ombtrendt 4 urhen der richter van Doesburch Jorien van Boeckholt hopman alhier is kommen, mij 2 verscheiden missiven, eyne vann onssern genedige heren stadthalder graeff Johan etc., die andere vanden gedeputierden der naerder Union, ongefeerlich gelijckes inholtz, sich respective tot eynanderen referirende. Als tweten dat der genante hopman Boeckholt van sijn genedige ende dien gheunieerde provincien waer angenamen ende bestalt dat eyner genant N. Uyttenenck gecommittiert was mit Joseph van Aernhem und einen uth onsse schependom dieselve op ankompst Uyttenencks tho monsteren ende naer ordinantie derselven eensdeels hier bynnen ende die reste ther Elburch ende Hattom tho verdeilen, tgehele venlijn als die hopman secht 155 hoeffden sterck wesende, welcker saicke bij onssen maleconten (die doch eensdeels voll waren) soe odieus is gemaeckt, dat wij bald een oproer inder stadt gehadt hedden, lieten terstont 2 venlijn diesen nacht waken ende moyteden voertz omb thuys in toe nemen twelck hem Aernhem affsloech mit gueden woerden, soe wij doch dieselve ongemonstert ende souden gelt selffs niet in en begeerden die nu noch in onse Vrijheit liggen ende arme luyden maecken. Off nu die ghemeine burger bij der Union sich halten ende die ordinantie onsses stadthalders ende der deputierden vanden Union sullen gehoersamen naer gedaener monsteringh, moegen wij sien, dan wij hebben H. van Brienen, Ger. Voet ende 2 vanden gemeynte gesandt an sijn genedige niet alleen om der ruytern dan oick om dieser ongeschickten soldaten willen die gisternavent op oer ankompst een fijn jonck huysman soe jamerlick hebben vermoert, behalven dat andern geslagen ende endeels inden Vrijheit al oer noetdrufft op enen avont is opgegeten. Van desen is oick een venlijn in Amersfordt gelacht ende dat ander dairuth genomen, sonst weet ick u eersamen ende lieven niet bisonders tschriven dan onse gesanten sindt om mytnacht hieruth nae Amersfort om van daer op Utrecht off Aernhem toe reissen bij sijn genedige. Der Almechtige wil ein geluckich und selich ende verbleven. Datum den 18 juny anno 79.

U lieven guetwilliger,

Ernst Witten.

61.2
Dem erntfestenn eersamenn wisenn unnd discretenn hernn burgermeisteren schepenen unnd raidt der stadt Elburch, mijnenn gebidenden hernn.

Tidinge van soldaten alhier mede in toe koemen, anno 1579.

Nummer 62

Johan graeff van Nassau Catzenellenbogen etc., stadtholder int furstendom Gelre etc.

Eersame wijse voersienige undt lieve besundere. Wij en mogen u nyet verswijgen, hoe dat opt goetduncken der gedeputeerden vande unieerde provincien, om te beschudden dese landen, undt geunieerde provincien, sonderling boven al die goede stadt Maestricht ten besten, beneffens ander crijchsteden, oyck hopman Boucholdt met een vaendel knechten bestelt undt aengenomen is worden, dewijle nu deselve in die dry maenden ongemonstert gebleven undt sijns undt weder gesleypt sijn worden undt man die uuyt oirsaecke des grooten uuytgevens nyet en heeft kunnen betalen. Daeromme wel billick sij, dat sij sich een weynich vermaken undt rusten, undt wij dan sie op geen ander oort onderbringen noch leggen en kunnen in betrachting, dat het furstendom Gelre nu ter tijt over al met crijchsvolc beswaert is, hebben wij nootelyck die verordnung doen moeten undt anderssins nyet doen kunnen (hoewel wij u lieden geerne daermede verschoont sagen) sonder deselve in u liede stadt te schicken. Ende sullen soo haest sij gemonstert sijn in dry oorden geleyt worden, als namentlyck binnen Harderwijck, tseventich, binnen Hatttum dertich ende binnen u liede stadt vijftich, alleenlyck voir ettelicke weynich dagen, tot dat sij metten anderen krijchslieden (doorh.: w) voertgeschickt worden, ende wij andere middelen vinden kunnen. Want wij nu tot onderhoudinge deser krijchslieden gelden andere middel en weten undt dat gij lieden aende generaliteyt, die gemeyne welvaet te bevorderen gehouden undt verpflicht sijt. Soe is ons ganslich begeren, amptshalven bevelende, dat gijlieden die borgeren vermanen undt onderrichten willet, ten eynde sij in betrachting alsboven alsulcke knechten innemen, undt met logementen undt anderssins ten besten mogelijck voir eenen cortten tijt willen accommoderen, haerlieden versekerende dat wij insgelijckx die soldaten daertoe halden sullen dat de voirseide borgeren sich te beclagen geen billycke oyrsaecke en krijgen. (doorh.: datum) U lieden hiermede den Almechtigen bevelende. Datum Utrecht den 19en juny 1579.

U lieden goede vrundt,

Johann graff zu Nassaw Catzenelnbogen.

62.2
Den eersamen wijsen discreten borgemeesters schepenen undt raedt der stadt Elburch onsen lieven besunderen goeden vrunden.

Nummer 63

Eersame wiese voersichtige gunstige guide vrunden. U eersamen lieven myssive hebben wij undtfangen und daeruth verstaen wie dat unsen genedige heren den stadtholder een venlijhn knechten in unser drie steden leggen und verdeilen wolde welke unsen gansen seer befrembt und wij oick in giener myenunge sindt in toenemen offt die nicht sall suilkes eerheischen und unse hoeffsteden unsse daer in voergaen die wille sie der vianden am nechsten geseten sindt. Eedoch wij verstaen uth u eersamen lieven schrievendt dat die van Harderwick allgerietz oer gesandten an unsen genedige heren den stadtholder (doorh.: onleesb.) affgeferdiget hebben umb sekere bescheidt unde endtlich meynunge daervan ten vernemen wes u eersamen lieven daervan beyegent begeren dat u eersamen lieven up unssen kosten unss toegesocht moechten werden sulken vershchulden wij ider tidt tegenss u eersamen lieven die der Allmechtiger in sin beschuiden und bescherm lanckwillig will eerholden. Ilendt den 19e juny anno 79.

U eersamen lieven guidgunstige vrunden,

Borgemeisteren schepenen und raedt der stadt Hattum.

63.2
Den eersamen wijsen unde voersichtigen heeren borgmeistern schepen und raedt der stadt Elburg unsen gunstigen guiden frunden.

Nummer 64

Johan graff zu Nassow Ctzenellenbogen, Vianden und Dietz etc., heer zu Bijlstein etc., stadthelter dess furstendombs Gelre und graffschafft Zutphen etc.

Ersame weise fursinnige liebe und besundere gute frunde. Was ihr ven wegen innemongh der knechten itzo an uns supplicerent gelangen lassen haben wir verstanden, wollen euch daeruff nit verhalten das wir sulchs zu keiner anderen meinongh dan unseren furigen schreiben nach zu nutzen und fromen der lantschafft und verlichtungh der armen hausleuthen verordnet haben.

Want dan nhu dieselbe knechte gemonstert und geldt untfangen und also die ingesetenen der stadt Elborch gien unlesten sonderlingen bedurffen zu tragen van viel mehr profit und nerungh daervan verwachtende sein.

Als ist nochmaels unser gnediges begeren und gesinnen das ihr die 50 knechten unter dem hauptman Bocholtz gelegen fre eine geringe zeit inder stadt accommodiren und logeren willen.

Sollen nicht zu weiniger mitteler weil die versehungh thun das sie in kurtzen dagen dahinn genhomen und auff anderen destinerten orteren hingelacht und verordnet sullen werden.

Deses versehen wie uns von euch also zu sollen geschen die wir hiermedt dem Almachtigen. Datum Utrecht am 24 juny anno 1579.

Eurer guter gunner und frundt,

Johann graff zu Nassaw Catzenelnbogen.

64.2
Den ersamen weisen und vursinnigen unsen lieben und besonderen guten freunden, burgermeistern schepen und raett der stadt Elborgh.

Hoewel de soldaten nymand besweren sullen doch kurtlick afgenomen werden. Nassou am 24 juny.

Nummer 65

Ersame unnd vursichtige besondere goede frunden. Welcker maten an uns gesuppliciert hefft Sijmon vann Cleeff richter int Oldebroeck sulcks hebt ghij luyden hierinne versluten tho vernemen.

Daer dan der inhallt der supplication unnd der daerinne gelachter protestation also were glick tho kunnen gegeven wort in sulcken vall kunnen wij niet anders erachten dan dat dem suppliant gens onmechtlick unnd ongutlick geschiet were. Jedoch dwiell noch uns noch niemanden parte adverso onverkort geburren will in sulcken und derglicken saken etwes tho ordonnieren. So is uns gesinnen dat ghijluyden uns den volnkommen waren geschickt und gelegenheit der omstandicheiden deser saken aver schriefft om sulks gesien volgens den gebur [..] hier inne geordonniert the worden. Met befelhungh des Almechtigen. Gegeven Arnhem den lesten juny vijftienhonderd negenenzeventig.

Stathelder und die rhadenn des furstendumbs Gelre unnd graeffschaffs Zutphen,

J.M.W. Sluijsken.

65.2.
Dem eersamen und vursichtigen unsen besonders goeden frunden burgermeisteren schepenen unnd raedt der stat Elburch.

Nummer 66

Eersame sehrdiscrete heren und guede vrunden. Achtervolgende het affgescheit onlancx mit u eersamen mede raidtzfrundt Lambert Franckessen genamen, als dat wij van wegen des ghemeinen bestens guede correspondentie mit einandern solden halden etc.

Soe ist dat wij desen nacht durch eenen baden der bundtgenoten advertiert sindt, dat die stadt Mastricht doer een monnicken cloester van buyten vanden viandt ende bynnen vanden monnicken dairtegens gegraven 800 spaenjaertz dairdoer int cloester gebracht solden sijn ende als van buyten dairomtrent den sturm wardt int werck gebracht solden die spaenjaertz uith dem cloester van achtern inden burgern gevallen ende alsoe die stadt ingekregen hebben, die burgern niettomyn schermutzierende mit den viandt geweken over der bruggen in Wijck, alwaer sihe wal ses weken tovoeren al oer kost ende munition gebracht offtet sich had gevallen etc.

Desen margen sindt 2 loffweerdige Deventer koepluiden van Ansterdam hier kommende siggen 2 posten gespraken thebben, dat der viandt ses off soeven uhren alsoe inder stadt gewest wie dan sijn gantze leger niet anders en woste averst solden die Mastrichter hon datselve loch weder hebben doen uith kruipen des der heer wil gonnen wahr tsijn.

Hoemen tot onsser materien hebben wij vanden baden vurseid oick verstaen dat onsser genedige heer stadthalder solde in meinongh sijn een tijdt lanck Arnhem tverlaten ende sijn genedige residentie toe Utrecht thalden ende vermitz dat voel vrommen dese ende andere dingen niet sonder swaerigheit dairin toe maken konnen verstaen oick mede dat die ruytern aldus blijven liggen, sonder gewach van optrecken thoeren. Jae datse eensdeels die vertogen gewest wederkommen. Dat oick Reynier Cantt tho Amsterdam last hefft om hier rondtz omme daert noet hefft provisie tdoen ende inne tseinnen wes van knechten munition, ware etc. Soe ist dat wij achtervolgende u eersamen wel hebben willen van desen verstendigen besloten tsijn. Onser vrundt Johan van Arnhem mit Henrick van Essen aenstondt op Amsterdam an R. Cant ende voertz op Utrecht anden bundtgenoeten tschicken om fortificatie onsser stadt ende anderen noet van mehr knechten ader woe sulcx aldaer geraeden sal worden. Bedacht sijnde u eersamen sulcx toe advertieren om oick iemandtz nae tseinden, dairmit men van alle swarigheit eens

66.2
wat veranderings soll moegen bekommen ende wij gesatt mochten wesen den viandt onerschrocken thoefft tbieden op dat wij niet avermaels weder opt loep en kommen, twelck wij u eersamen in aller ile niet en hebben moegen verhalden om oick imfal noet die eersamen van Hattem mede opten benen tbrengen; datmen over Amsterdam reist wordt gedaen om meerder veilligheitz willen ende oick Reynier Cantt antospreken want deses baden bij Coenen busch 2 luyden vermoert gevonden als oick anders elders, den heren bevolen mit groter haest opten 4 july anno 79.

U eersamen gude vrunden ende nabuyren,

Burgermeisteren schepenen ende raidt der stadtt Herderwijck.

66.3
Dem eersamenn wisenn sehrdiscretenn unnd frommenn burgermeisterenn schepenenn unnd raidtt der stadtt Elburch, unsernn gunstigenn guedenn vrundenn.

Hardewijck van provering der stadt Maistricht.

Nummer 67

Ersame wijse ind vuersichtige gunstige guede frunden. Alsoe opten lestgehaldenen quartiersdach verafscheidt is datmen in ieder quartier mitten irsten een quartiersdach uuytschrijven zold welck (soe wij verstaen) inde andre quartieren alrede geschiet ende alhier mitz die lange inlegeringh der ruyteren baven onse vuelvoldige aenhalden verwylet is. Langst demnae onse gantz frundtliche begeren dat u ersamen enige uuyt derselver middel op frydach den 10e deses itziss maendtz july des avontz alhier bynnen Arnhem inkommen wyllen laten omb volgentz daichs mitten anderen rijpelich te communicieren op alsulcke punten als inden recesse das lantdaichs noch ongeresolviert gebleven ende (doorh.: oick) alle andere wichtige saicken, daeraen die lantschap zeer mercklichen ende viel gelegen niet alleen toe delibereren raidtslaegen (doorh.: souden) ende eyntlich sluyten souden oick den anderen bestandich zijn dat dieselve resolutienen geaffectueert ende vollentagen werden.

U ersamen in schutz ende scherm des Almechtigen bevelende. Geschreven den 5en july 79.

Burgemeisteren schepenen und raidt der stadt Arnhem.

Nummer 68

Erentveste ersame vuersichtighe guedt gunstighe frunden, u ersamen breff an ons gesonden hebben wij ontfangen umd den inhalt daer van verstaen waer van wij u ersamen hoichlicken hebben toe bedanckern. Is demnae onse fruntlicke begerent soe wij bericht synnen dat die van Harderwick van oeren raede affgeferdicht synnen om noetlicke saeken in Hollant toe verschaffen, begeren wij hun gunstlicken als diee selingheit wedderom trugge gekonnen synnen dat men ons sulx wolde schrifftlicken opt spodichste metdeilen ume weten laeten op dat wij alsdan bij u ersamen mochten erschinen umd forder myt den anderen beraetslagen wes ons myt den anderen nodich is om toe versprecken . U ersamen hier meth bevelende den Almechtigen Godt. Uth Hattem den vifften july anno etc. 79.

Borgemeisteren schepen umd raidt der stadt Hattem.

68.2
Den erentvesten ehrsamen vuersichtygen heeren borgemeisteren schepen umd raidt der stadt Elborch onsen guetgunstigen vrunden.

Idt rapport der nairder Union begeret de stadt Hatthem overgeschreven.

Nummer 69

Erntfeste eersame vielgunstige heren und gude vrunden, achtervolgende u eersamen schrivent mij diesen avondt myt het sluyten der poerten behandet, kan ick u eersamen niet verhalden wie dat wij achtervolgende onsse laetste an u eersamen gedaene schrijvent mijne neven Johan van Aernhem ende Henrick van Essen hebben up verleden saterdage nae Amsterdam an Reyner Cantt commissaris ende voertz van daer op Utrecht an onsser genedige heren ende den bontgenoeten aldair affgeferdigt omb oirsaicken u eersamen doemaels vermelt unde vermitz gistern margen onse hopman mytter poerten opganck sambt sijnen leutenant hier angekomen die bedroeffde ende sehr erbermlicke tijdingh myt sich bringende hoe hefft zijn eersamen lieven sich jegen ons verclaert expresse beveel vanden criechsraidt thebben uyth kracht eens apenen patentz dat hij sich dien avondt stracks myt sijne soldaten opmaecken ende nae den viandt solle trecken etc.

Dairop ick hem van wegen onsses gerichtz remonstriert dat imfal sijn eersamen lieven sulx dede sijn eersamen lieven ingedenck sijn soll, dat hie niet alleen weinich profijts myt seinen venlijn voer dem viandt doen, dan diese drie steden als Herderwijck, Elburch ende Hattom, dairmyt in handen onsserer vianden solde brengen, ther oirsaicken dat die maleconten den vrommen ende guethertigen patrioten waren overleghen inden selven steden ende sijn eersamen vertreckende die guethertigen balde konden naegeyaecht worden und solden dieselve steden mit vifftich venlijn behalven den schaden niet weder konnen ehroevert worden die nu soe licht thalden, doch soe sijn genedige ende die bontgenoten ommers dit venlijn tho velde thebben begeerden waren wij verhoepende datmen ons voer oer vertreck ierst soevoel anderen soll in de plaetz senden,

69.2
dairop wij dan gistern nochmaels des hopmans leutenand tonssen kosten enen wagen bestelt hebben op Utrecht myt andermael schrivens an sijn genedige ende den heren bontgenoeten dat diese saicke ripelicker erwoeghen, ende soe dair inne worde versihen, datmen die steden die wij itz hebben ende tot drien toe noch voer ierst konnen bewaren, niet vermitz lichtferdigheit verlisende mit groter swarigheit solden weder moeten gewynnen. Wij hedden wal verhoept desen avont tijdtlick wederantwordt van Utrecht thebben, maer hier en is wes tot dieser thienderhalver urhen inden avont nymantz kommen ende bisoefeern nymant voer margen en quame alsmen opsluyt sal ick u eersamen dieselve angekoemen sijnde gelijckewal van all onsse wederfaren schrifftlick verstendigen. Latende diese knechten soelange in stylheit liggen wes ordinancie van oer blijvent off andern in oer plaetz tkommen gestelt worde.

Van die bedroeffde tidingh van Mastricht en mach ick niet mehr schriven vermitz groet hertenleet sulcker groeter ontreuw ende versuymenis. Averst dwiel wij oick van en oproer tott Busch gewest tsijn verstanden dair voel doeden ende gewonden solden gevallen sijn, ende alsmen sachte die predicanten dairop uytgeyaecht etc. Soe is desen avondt hier volck kommen die solden gesacht hebben gesien thebben, datter etzliche venlijn schotten ende engelschen solden in sijn gekomen, dairaver ick sehr verblijt gewest etc., oirsaick datmen hefft gesacht dat vermytz der oproer aldair die viandt thoefft darwertz soll hebben gesat, alwair hij bij diesen middel die klyncke mach kussen, die ruyter hoep dat margen ende avermargen tsamen opsullen vermytz inen oer penningen gistern ende van dage getalt sijn.

69.3
Unde vermytz ick desen avondt onssen deirebarenen niet en heb weten tbekommen heb ick tbeste geern gedaen ende u eersamen van tgeen mij bewust willen verstendigen. U eersamen hiermit dem Almechtigen bevelend. Mit haest om midtnacht den 6 july anno negenenzeventig.

U eersamen dienstwillige frunt,

Ernst Witten.

Nummer 70

Eersame vursichtige guedtgunstighe nabueren ende vrunden, achtervolgende mijne geloffte vanden verleden nacht etc., belangende onsse remonstrance ahn onssen genedige hernn stadthalder als oick anden bontgenoeten van onsser drier steden wegen gedaen ende dairop ghevolchde andtwordt hebben u eersamen uyth volgende copie tovernemen.

Copia.

Erntfeste frome wise sehr vorsichtige, wij hebben op huyden u eersamen missive ontfangen ende en kunnen dieselve u eersamen vande guede advertentie ende waerschouwinge daerinne sijnde niet genouch bedancken. Begerende dat dselve u eersamen dairinne gelieve te continueren, als wij van gelijken niet en sullen naelaten ietwes verstaende dat tot naedeel van u eersamen stede ende quartier van dien soude moegen strecken, tselve u eersamen te veradvertiren, ende hebben om alle desordre, daer u eersamen van zijt schrivende te voercoemen enighe vanden onssen neffens sijnede genedigen affgeverdicht omme met zijnder genedige diens angaende te communiceren, soe wij niet geraedtsam en vinden in dese gestaltenisse des tijdtz soe u eersamen als der stede vander Elburch ende Hattum vanden garnisoen daer iegenwoerdelich in sijnde te bloeten, u eersamen sullen die goede meinonghe ende intentie van sijnder genedigen uyth het schriven vanden selver sijnder genedigen breder moegen spoeren. Hiermede erntfste fromme wise sehr vursichtige u eersamen in schutz des Almechtigen bevelende. Geschreven tUytrecht desen 6en july 1579.

Uwer eersamen goede vrunden,

Die gedeputeerden der naerder geunieerder provincien,

Ter ordonnancie vande selve gedeputeerden,

Jan Zuylen.

Dwiel diese luytenant onsse gesanten niet en hebbe vernomen tot Utrecht, solde ick vermoeden datse voertz naeden Haghen gereist sullen sijn, alwaer die heren bondtgenoten bij een waren, off sihe sullen weder nae Amsterdam sijn om myt enighe gecommittierde tkoemen ende besien onsse steden etc. Dieselve heb ick u eersamen om alle beste niet konnen verhalden, dien ick hiermit dem Heren bevele. Ick heb ons genedige heren brieff anden hopman gegeven oick gelesen die schriefft dat sijn genedige tvreden dat sijn soldaten tot versekertheit der steden alsoe blijven liggen. Datum Herderwijck den 7 july anno domini 79.

U eersamen guetwilliger,

Ernst Witten.


Nummer 71.

Gelijcke missyve gedepesscheert aen die van Enchuysen.

Copie.

Eersame wijse voorsichtighe zeer discrete heeren ende goede bontgenooten.

Wij en connen u eersamen nyet verberghen hoe dat die vander Elborch ons hebben doen verwittighen wie dat zijluyden zekere advertentie ontfanghen hebben, dat den vijandt zekere anslagen zoude hebben opden graefschappe Zutphen ende andere omleggende steden, ende zoo de stede van Elburch zoo nydt voorsich en is van garnisoen dat deselve eenich gewelt zouden moghen wederstaen, soo est dat zijluyden uns hebben doen versoucken dat wij in heurlieden fanens zouden scrijven aen u eersamen ten eynde (doorh.: u e) deselve u eersamen hemlieden in tijde van noode seeckere secours van chrysvolcke zoude willen toe senden tot haer verseeckertheyt ende defensie tegens een allen ghemeenen lants viant.

Waeromme wij nyet en hebben willen laeten in fanenrende ter instantie van die vander Elburch unse goede bontgenoeten ende conipatrioten u eersamen bij dess te versoucken zich nyet zich nyet weygerich te willen maken om die vander Elburch voorseid in tijde van perycule ofte noode met den behoorlichen gefalle van chrijsvolcke te willen seconreren ende (doorh.: asisteren) assisteren des bij hemluyden verwitticht ende versocht zijnde ende dit all te wylen ende tertijt toe dat de voorseide stede vander Elborch van andere garnisoenen versien zall zijn ende want wij nyet en twijfelen uff u eersamen zullen zich des alzoo laeten gevallen als well wetende hoe veele dat u eersamen aende consenatie van die van der Elborch ende andere nabuerighe steden gelegen es zoo zullen wij uns van voorde scrijvens vurseid verdragen ende dese hier mede besluyten.

Eersame wijse voorsichtighe zeer discrete heeren ende goede (doorh.: bong) bontgenoten u eersamen hier mede in schutz des Almachtighen bevelende. Gescreven tUtrecht den 8en july 1579 unde stont geschreven uwe goede vanden die gedeputeerde vanen naerder geunieerde provincien noch legher, ter ordonnancie vanden selve onderteeckent, Radelant.

Eersamen wijsen voorsichtighen zeer discreten heeren ende goede bontgenoten, borgemeisteren schepenen ende raedt der stede van Hooren.

Nummer 72

Eersame und vursichtige besonders goede frunden. Wij schicken u luyden hierinne verwaert copie sekeres verdrachs alls uut befelch van den wolgeboren onsen genedigen heeren statholder durch den erentfesten Reijner van Asswijn, heeren tot Brakell etc. und die kriechs raeden mit den oeversten Jacob vanden Steinbach opgericht is.

Dwiell dan daerinne gemeldet wordt datmen hem ein halff maent betalen sall die sich bedragen doet ongefeerlick tien duysent gulden. So is ons vlijtich gesinnen ghijluyden willt mit allen ernst und vlijt immers op naestcomenden saterdach so vil gelltz op Nijmegen bestellen laten alls u luyden moegelick sijn sall. Die van Nijmegen und Arnhem hebben vast elcx em aensienlicke summe opgebracht aen dennen van Zutphen is oeck derwegen geschreven niet twieffelende off oer ersamen sullen sich hierinne oeck der gebuer nae schicken sunst off bij gebreecke van dien is hem raedt dat Averquartier mit aller handen provisie tho versien und die ruyter und knechten op to brengen. Twelck dan tot hondert maell meer schadens der armer onderdanen strecken sall. Hierinne sullt ghijluyden alle moegelicken vlijt vurwenden und doen alls wij u luyden desen und meerders tho betrowen. Mit bevelungh des Almechtigen. Geschreven to Arnhem den 9en july vijftienhonderd negenenzeventig.

Die aenwesende raden des furstendombs Gelre und graeffschaps Zutphen,

J.M.W. Sluijsken.

Nummer 73

Ersame vorsyctege gunstege vrunden, yck en kan yu ersamen neet bergen dat yck byn ghewesen bij Henryck van Steenbergyn ende mijn toe ghesproken dat vande sake noch neet ghedaen ys, dan toe namyddage so solder van ghedaen wordyn also dat yck neet en weet of yck mijn besceyt so vro krijgen kan dat yck van afent (doorh.: onleesb.) koemen kan dan also vro als yck besceyt hebbe dan sal yck koemen (doorh.: so) dan hyer ys gyster afent tydynge ghekoemen hoe dat en Meppel synt ghekoemen malecoenten ten van buren ende van (doorh.: onleesb.) anden Beillyngen als Yan Horst meyster ende sijns ghelijken ende oyr als men sech krijs sich wel to 3 dusent toe woere van dat hyer voele verslagen hareyn sijt hyer mede wyl yck yu den Heren befelen hent dan yck bij y insomme koemen daer toe Kampen den 10 yulys.

Henryck van Putten als dyt ghescrefen hebbe so yster weder tydynge h ghekoemen dat 6o hondert of 2 neet starrye synt.


Nummer 74

Erntfeste ersame wijse vuersichtige heren verwanten und frunden. Ihr ersamen schrijvens van dato dese 9 deses monetz hebben wij alhier den elften ontfangen.

So viele dan des ruyter angaett kunnen wij ihr ersamen nyett verhalden wij alle onse muegelick vlijt angewent hebben die Velwe de selve een maell ontledigett mochte worden om een maell nae groete smerten en weijnich todt verhaell leech sich toe stellen. Is entlick soe vuele wij hier vernemen und vuer gewiss solden datt de quartieren geslagen bynt om de ruyter aldaer mydt den eersten doen te vertrecken zuierst huyden de tijdung hier gekomen iss de van Nijmegen sich weynich maken haere toegelachte dele in toe nemen. Nyettemyn hoepen daer duer de anderen nych zes ruggen werden geholden worden in welken alles wij van menong bynt huyde so vuele moegelich te vorderen und morgen onse weder op de wegch geven om wijder van alles besceytt te brengen.

Belangende ihr ersamen wijder begheren worden wij oeck in vorderen und nytt rusten so vuele moegelick und de gelegentheytt lijden wylle.

Omgaend den viandt ihr ersamen begheven tho weten de hym alhier en verscheyden tijden im allesdertien soldaten uytt Maestricht gekoemen de welke van de veroveringe leych de wysse tijdung brenge

74.2
seggen de lesten daer uyttgekomen bynt de viant de stadt die dagen geploricht hefft mydt alle sijn volck und daer nae wech in hett leger untt de stadt sich gelegt behaltelick seker getall in die stadt gebleven iss dan noch onseker waer hij wyder hett hoefft hen wenden wylle wordt gesacht und toe geloeven stadt de vianden van daer nyett wyllen wijken eer sij van alles betaelt sijn de soldaten dair inne gelegen hebben wat den meeste in genaide genomen als schuit welke in de furie nyett gebbenen bynnen averst over den burgeren und boeren met tyrannie gebruyckt.

Den overste Steenbach iss mytt sueven venlin van de unierde pinneen angenomen. De van igren bynnen hier mytt gehele volmacht om sich mydt in den naer den uns thoe geven unde haire papen sich ontlast. De van Brugge hebben de scottze soldaten ingenomen todt etlike venlin und allen den gescoren hoepe wye getarcht. Wyllen ihr ersamen oeck nyett versaken datt op Horen und Enchusen myssives van de bontgenoten nae ihr ersamen begheren geschreven byntt van welke wij ihr ersamen copie mytt den ierster gelegentheyt toe stellen wetthen.

Glijket mail iss oeck geschreven van den vergemelden en den hopman

74.3
Bocholt belangende de swaerichheyt den wijven und kynderen den soldaten. Erntfeste ersame gunstige heren neven und frunden de Almechtige wylle ihr ersamen in alles bewaeren und wijsheytt in regirung verlenen, Datum todt Utrecht 10 july.

Ihr ersamen goettwyllige gunstige verwanten und frunden,

Johan van Arnhem, Henrick van Essen.

Post datum is tijdong komen, de burger van Hertogenbosch tegen den anderen in die wair geweest bynt und sich geslagen, alsoe datt etlike geblevenen die papatyen hett velt beholden und die van de religionen daer uytt te wijken geboden welke oeck bij groets men nichts daer uytt fluchten. De magistraett verandert und Brecht todt haren gouverneur gemaeckt. Alsoe datt die van Utrecht gevordert hebben om 300 soldaten bynnen toe hebben.

Nummer 75

Erntfeste eersame ende wise sehr discrete heren ende guede vrunden. Idt syndt desen avondt tusschen acht ende negen urhen bij mij gekoemen twe vromme ende guethertzighe buger van Deventer, gelangende nha Amsterdam mij tkennen gevende uth beveel eyns ersame raidtz aldair., dat (doorh.: ene) die ersamen van Sutphen oer ersamen toegeschreven wie dat die van Blijenbeeck gistern margen myt opganck der poorten van Doettickem die wacht aldair myt weinich peerden ende voetfolcks verrast ende die wacht tsamen erworcht soll hebben, tvoett ende tpeerde ongeveerlich 40 man sterck gewest sijnde. Dairvan die ersamen van Sutphen den heren van Deventer in aller iell geadvertiert, dwelcke twe venlijn burgern stracks darwertz gesonden, omb myt die burgeren van Sutphen, Doesburch ende andern wie men vermoedt tgansche bij sich oick dair sijn werdt maecken.

Unde dwiell die guede burgeren vurseid wal vermeeden dat die eersame van Hattum oick van ginder toeversicht ende wacht thalden gewaerschout moegen sijn des ick nochtans onseker sij, heb ick dairom uth guder walmeynongh u eersamen van desen niet onvermaent moegen laten, oick begerende dat u eersamen die ersamen van Hattum in averfloeth van ginder toeversicht waernen, ende u eersamen eighen saicken niet wilen inden wyndt slaen. Myt bevelongh des Almechtigen. Ilens Herderwijck den 10 july anno 79 omtrent den 11 tsaventzs.

U lieven ende ersamen vrundt,

Ernst Witten.

Ick hoop dat u eersamen alle die gude tijdingen soe wij hier ontfangen van Arnhem ende Antwerpen al mede sult hebben.

Het was oick tbefoorns geadvertiert, dat die Vleck van den Weerde verleden sadaterdage myt 300 onsser affgeredener ruytern solde occupiert sijn ende datse verleden maendach solden angenamen sijn vande van Blijenbeke.

Nummer 76

Eersame wijse und seervoirsichtige heren und guide vrunden, u lieven missieve in date den 9en itzlopende maent july an mij gheschreeven hebbe ick op ghister avont ontfangen, vuegende u lieven daer op ter vruntlijker antwoirt, dat ick als noch ghien seeker verreysent van onse hoveluyden en kan verneemen, dan alleene dat die lutenant als huyden tot mij ghesecht hefft, dat sij inwendich vyer offte vijff dagen sullen vertrecken. Oick hebbe ick seeker bericht ontfangen dat vier heren uuyth den kryechs raeth van Arnem naer Utrecht an grave Jan van Nassou sint affgeveerdicht, om ordonnantie aldaer te erlangen, dat die ruyteren uuyth Veluwen mochten vertrecken, wes ick vorder hier van warde verneemen, sal ick u lieven ter guider tijt verstendigen . Kenne Godt die u lieven in guider gefrister gesontheit ende gelucksalige regiringe lanckwijlich moeth erholden. Datum int Oldebroeck den 10en july anno 1579.

U lieven welghunstige vrundt,

Symon van Cleve.

Nummer 77

Erentfueste ersame und vuersychtyge gunstige goede vrunden. U eersame lieven scrijvent hebben wij ontfangen leyder Godt der quader tijdynge weshalven wij u eersame lieven scrijvent bedancken woerder angaende die goede tijdynge die u eersame lieven ons scrijven die welcke aldaer gekomen ys van Antwerpen und Flanderen und ons mede bekandt zolde zyen, ys ons gans onbewust begeren der halven u eersame lieven wyllen ons also dan tijdynge averscrijven op onse kosten wyllen zulckz tot allen tijden verschuldygen und yn gelijcken doen. Dem Almachtygen heren bevolen. Datum Hattem den 11 july anno vijftienhonderd negenenzeventig.

De ersame lieven goedtgunstyge vrunden,

Burgemeister schepen und raedt der stadt Hattem.

Nummer 78

Extract uyth eyner missive van D. Voet ahn die van Herderwijck geschreven, van dato den 11 july anno 79.

Tsij dat Marten Schenck (doorh,: tuss) omb tween urhen gistern nacht Doettickom mit 80 ruytern ende een venlijn knechten (wie wal hie 3 velijn liet vligen) hefft ingenamen, datwelck niet geschiet soll sijn bisoefeern sihe soldaten hadden willen innemen.

Dairhyn die herdekesche ruyter sich willich toe trecken erboden, waertoe alle puntten van Westervoert ende Malburch gehaelt worden, sihe und andern aver thelpen die nu wel al over mogen sijn. Wie oick eyner stracks anden heren van Hoehnloe ist affgefertigt om daer enighe soldaten mit bij thebben. Soe van gelijcker die van Deventer und Sutphen oere burgern tho voet ende tpeerdt oick dairhyn gesanden myt alle die buyren vant Goy.

Schenck solde oick voer Doesburch mit 16 off 17 peerden ende die stadt op geeischt hebben, dairtegens die burgern uith gevallen, ende mit haer geschermutzelt alsoe dat eyn van sijner ruytern geschoten ende gebleven, oick een burger doer thoefft geschoten ende een int been gequetst is hebben daernae eine moele voerder stadt angesteken. Und is toe verhoepen dat in Doettickom gien voerraidt sonderlingh van munition sijt dattet bald sal sijn tbekommen.

Geerner kompt ons sekere tijdongh dat die prins van Parma soll gestorven sijn dat oick die Italianer eynen andern sijner verwanten in sijn plaetz solden willen hebben, dair die Spanjaerden niet wal mit toevreden derhalven int leger groet oproer soll sijn.

Der coeninck van Spangen hefft mit Portegael een groet hader und strijt soe sie sich daer mit gewalt oick wil coeninck maken, die van Portegael willen hem niet und kommen der Spanjaerden pracht ende hoeffardt niet liden, derhalven sihe anden coeninck van Franckrijck ende Engellandt hulp hebben gesocht, die hare datselve beloefft ende toegesacht solden hebben.

Post data.

Steinbachsche drie venlijn knechten sindt anden Houberch bij het Tolhuys ende Rumpffs vanen ruytern ist hier tho Westervoert over gevaren umb bij Elten bij den andern tkommen ende tsamen oick nae Doettickom toe rucken. Wie dan oick der Elster soen van mijn genedige heer stadthalder ende der frijheer van Hoegensaxen oick dairhyn gereist sijn. Der graeff van Hohnloe der die proviandt ende andere Steenbachsche soldaten naer Venlo gevoert, wolde margen oick geern voer Doettickom sijn.

Nummer 79

Ersame wijse vuersichtige gunstige guede frunden. Alsoe tmerendeel der ritterschap den lesten uuyt geschrevenen quartiersdach baven alle verhapenungh und toeversicht niet vertreden daerdurch alle hoechwichtige lantschapz saicken u terugge gestalt zijn unde verwijlet werden hebben dannoch goetgevonden enen nyeuwen dach te beramen. Is demnae onse gantz frundtliche begeren, dat u ersamen die wolvaert deser landen behertzigen ende naestkomende wonsdach wesende den 22 deses lopende maentz july, dess avontz alhier binnen Arnhem onweygerlich enige uuyt derselver middel inkommen wyllen laten omb op saicken daeraen soehoech ende vuel gelegen rijpelick te communicieren ende resolvieren als tot nut ende waelvaert der lantschap reyken sal. U ersamen in schutz ende scherm dess Almechtigen bevelende. Geschreven den 15 july 79.

Burgemeisteren schepenen und raidt der stadt Arnhem.

Nummer 80

Ersame, wijse ende vursichtige gunstige guede frunden. Also wij nu twe verscheiden quartiersdagen uytgeschreven hebben, omb op verscheiden gewichtige landtschaps saicken te communiceren ende resolviren daer dan tmerendeell vanden g[..]keren nyet erschenen; hebben derhalven tom oeverfloet mochmaels guet gefunden, ten einde der algemeine landes wolfart nyet verhindert ende sich nyemandt absentieren sold, einen dach tot Apeldoern to beraemen. Langh demnha ons gans frundtlich begeren, dat u ersamen over gesanten affertigen willen, omb sich op naestkomende maendach den 27en deser affloepende maendts des avonts off dynsdachs des morgens tijtlick to Apeldoern to verfuegen gestalt op saicken daer aen soe hoegh ende voell gelegen een maell to communiceren ende eyntlick tho sluyten op dat die alinge landes wolfart nyet geheell hingelacht ende terugh gestalt werde. Sulcx vertroesten wij ons gantzlich tot u ersamen, die der Almechtiger langh gesundt behuede. Gegeven den 23en july anno 1579.

Anwesende ritterschappen ende stedegesanten des Arnhemschen quartiers ietz bynnen Arnhem versamlet.

Unde soe die geunieerde provintien tot willichmaekinge van zeeckere knechten uns openlacht hebben in allen ill op toe brengen 15 honderd gulden, daer van u ersamen quota bedraecht 25 gulden – 8 stuver is onse gants fruntlich begeren dat u ersamen dselve toe Aepeldoern oft binnen Arnhem mede brengen willen.

Nummer 81

Edele ersame weise und vorsichttige heern. Nach erpeittunge mein freundtliche gruess und alles guez zuvorn, mach ich edele und ersamen nicht verhaltten was gestaltt ich an den unthfang generaell v[.]ere zu Arnhem umb die lhenunge nach inhalt meiner ordinantie zubekhommen, angehaltten habe, uber die selbige van im nicht bekhommen konne, sonder mitt gleichen unthschultt breeff wedder nha Utertt abgewesen. Belangt derohalben an edele und ersamen mein ganz freundtlich pitt und begeer, dass edele und ersamen so wal woltten doen und eine lhenunge verschertten, und dieselbige kerumb meine sergeanthen anstellen, dan ich meinen schrieber in eill na die heeren gedeputierden der geunierthen provincien abgeferttigt hab, und mich genzlich verhoffe dass ehr uff dass baldeste und vordelichste van denselbigen heern wedderumb abgeferttigt sall werden, und wel alsdan die verschotten pfenninge in eill wedderumb restitueren und erlagen, anff dass gein wedderwerttigkeitt tusschen den borgern und den knechtten erstaen mogge, dar aber sulchs mehr gescheien soltte odder mochtte (welchs ich mich nicht verhoffe).

Ist mein begeer, dass edele und ersamen alsdan mett meinen knechtten patientia und gedültt willen haben, und dass dieselbige knechtte bie die borgern so lange die kosth moggen haven, so sie handt odder fuess mehr essen konne, sulchs have ich edele und ersamen in eill nicht verhaltten khonnen mitt empfellungh dess Almechttigen. Datum Doessborch den 26en july anno 79.

Edele unnd ersamen,

Gantsfreundtwillich,

Jurgen van Budells Nuster,

Hudersborcht und […].

Nummer 82

Eersame sehrfruntlicke lieve nhabuyren und gude vrunden. Wij hebben u eersamen missive van dato huius ontfangen und verstaen, konnen u eersamen dairop inder ile neegste allergeboerlicker erbiedongh niet verhalden, wie dat u eersamen gesandte wal genouchsam ahn u eersamen sal hebben gereportiert niet alleen tgoen wess tho Aernhem verhendelt ende bij onssen genedige hern is laten reportiren, dan oick die besweernis etzlicher vom adel der Oeverveluen, dat die continuatie deses quartiers vruchtbairlicker solde tho Apeldoern konnen gehalden worden, ther oirsaicken dieselve van adell dien dach wall respiriren ende nyettomyn tsavens weder thuys solten konnen wesen om sich alsoe voer enigen vermoetlicken averval der vrunden off vianden kriechsvolcks toe verhueden.

Dwiell wij averst u eersamen op alle anvallende swarigheiden soe dair vaer tvallen mochten soebald myt desen niet in die lengde then vollen en konnen berichten ende nochtans niet onraidtsam ehrachten denselven dach tho besuecken sullen wij onssen gesanten Cranenburch van onssern bedencken ende gude welmeinongh then vollen berichten om sulcx niet alleen voer onss sulcx tho erkleren, dan bij u eersamen ende andere onsses hoefftstatz ende cleyner gemeyner steden advys ende billicke deliberatie tdoen, naer exigentie der saicken, wolden die ritterschappen vorseid dairenbaven ietwess buyten denselven sonderlingh voernhemen dairvan hedde, die unssern tprotestiren ende dairvan toe trecken. U eersamen wil dit inden besten to nemen, mitz bevelongh dess Allerhoegsten. Uth Herderwijck den 26 july 79.

U eersamen guetgunstige nabuyren,

Burgermeistern schepenen ende raidt der stadt Herderwijck.

Nummer 83

Erentfeste gunstighe guede vrundt. Ick en kan u eersame lieden onvermeldet nyet voirbijgaen alsdat vermidts zekere swaricheiden ende furidenten die mijne dacholders van wegen der stadt Campen voirgefallen zijn als belangende den ruyteren die gemeynt waren wederomme over die stroem toe rucken die selvighe tho stoyten binnen nyet moegelick is gewest huyden desen dach tho respicieren.

Soe ist mijne begeerte dat u eersame lieden ex offitio midt believent der pertijen den vruntelicken dach wolden prolongeren mij wederomme veradverterende wes u eersame lieden hierinne gedaen sullen hebben, ende ingeffall partijen sich daer toe nyet solden willen verstaen soe moet ick lijden dat u eersame lieden op die vermeente continuatie ende daerop onrech to (doorh.: peynd) gevolchde peydungen sententionere als die selvighe voir Godt ende zijne conserentie sal moegen ende kunnen verantworden, ende bevele u eersame lieden den Almegtigen. Datum den 7e augusti anno 79.

U eersame lieden guetgunstighe nabuer ende vrundt,

Symon van Cleve.

Nummer 84

Ersame weijse und vuersichtige gunstige guede frunden. Wij en kunnen u ersamen gunstige wolmeynungh niet bergen, wie dat wij die generale middelen, aver etzliche maenden int werck gestalt, ende gebuert hebben ende alnoch gelick die bide naerdere geunieerde provintien beraempt ende ingestalte zijn, uuytgesondert idt capittel vant gemael die hoernbeesten, ende die beseeyde landen diewelcke wij niet en hebben kunnen in treyn brengen vermitz die lange inlagerungh der ruyteren sullen aver anstondt die alnoch als voern niet geexecutert sint geheel int werck stellen derhalven zeer frundtlich begerende, dat u ersamen om gelickheyt toe halden die generale middelen, van gelicke int werck richten ende die onwyllige executieren wyllen damit dat anstondt enige pennengen alhier gebracht ende dessen gemeyne landes waelvaert twelck wij niet en twivelen u ersamen als oock alle andere lieffhebberen dessen vaderlantz daer durch niet verechtert die gevordert weerde want idt sonder sulcken behulp niet moegelick is, die ordinaris als extra ordinatis lasten langer toe onderhalden sulcx vertroesten wij ons gentzlich to u ersamen die den Almechtigen lange gesundt behuede. Geschreven den 7 augusti 79.

Burgemeisteren schepenen und raidt der stadt Arnhem.

U ersamen, wyllen naestkomende sondach dess avontz ire stadts gesanten mede op Wylp op die uuytsettongh afferdigen.

Nummer 85

Erntfeste eersame wijse zeer voersichtige,

Alzoo wij nodich hebben geacht die imposten die generale middelen in u eersamen stede te verpachten, zeynden wij u eersamen zekere billetten omme aenden stadthuyse ende poorten aldaer geaffigeert ende opgeslagen te worden, ten eynde een yeder vande tijt der verpachtinge kennisse mochte hebben. Zall u eersamen middele tijt gelieven goede ordre te stellen, mitsgaders den repartitie macken u anden dorpen van u eersamen quartier, midts twee drye ofte vier dorpen den anderen naest ende bequaemt gelegen bijden anderen voegende ende combynerende op dat onse gecommitteerde aldaer coemende alle zaecken geprepariert mogen vynden, ende oversulcx int voltrecken van hare commissie nyet en werden geretardeert. U eersamen hier mede in schut des Almachtigen bevelende. Geschreven Utrecht desen 7en augusti 1579.

U goede vrunden, die gedeputeerde der naerder geunieerde provincien,

Ter ordonnacie vande zelve,

Jan van Zuylen, 1579.

85.2
De stadt Elburch sal guede ordre stellen int verpachten der middelen van consumptie, mitzgaders een repartitie marcken van de dorpen van hair eersamen quartier en twee off drie dorpen bij een voegen. Anno 1579.

Gedeputierden te […] union van verpachting der middelen.

Nummer 86

Ersame wijze ende voersichtige insondere voelgunstigen guede frunden. Idt hebben ons, Hille Reijner van Spuelden, huysfrou Lambertgen Ryckets, zaliger Wilhem Reijersse huysfrou und Weymtgen zaliger Gerryt Hercks dochter onse inwoenende mede burgersche, to kennen gegeven we dat sij voer seeckere tijt aen Albertgen Reeffs de bleeckster elcks een webbe omme de selve aldaer toe laeten bleecken off wittmaecken bestalt hebben gehadt welcke vurseide webben bij den soldaten aldaer op ende aengehalden worden die onse vurseide medeburgerschen als sij verclaert gemeynt sijn aen tho snyden und soe wij onse burgerschen ongeerne boven redenen besweert saegen und plichtich sijn tot oeren rechten voer toe staen. Is derhalven onse frundtlich begeren dat u ersamen aen den bevelhebber off soldaten aldaer willen helpen beforderen dat onse vurseide mede burgerschen oere opgehaldene webben, moegen weder becoemen. Sulcks sijn wij tegens u ersamen mede burgeren in gelijcken und mee rderen ther verschulden geneycht dat kenne Godt die u ersamen langer gefriste. Geschreven den 8en augusti anno 1579.

Burgermeisteren schepenen und raidt der stadt van Harderwijck.

Nummer 87

Vulgunsteger vrundt ende swager, achtervolgende onser vrunschap, moete ick u lieve schrijven, de thidonghe de althans hyr zij dewijle mij de gelegentheit deser karren gestadede op gester avent u alhir schrijvent gekoemen van Utricht aen den amtpman D[…] van meister Floris Thun twelk ick gelesen he dat de vijant getoughen is met 600 perden ende 1500 voetvolckz na Vlanderen bij de malcontenten ende hebben verstant gehaet met etlicke vendelen onser engelschen welk gelegen hebben in een schantz op der Schellen bij Mechelen genant Wijlbrok, welker engelschen den vijant de schantz hefft overgegeven sonder slach ofte stoot, alwaer sij die vendelen ingelaeten, de reste getougen na de malcontenten also dat Bruxel ende Antwerpen hyr niet van malkanderen sijnnen gescheijden, de spanyarden gaen to Mechelen uth ende in ende houlden sich met de malcontenten de dan Bruxel bynnen durch dit innemen solter geworden als voer hen ende hebben strackz gesonden distalia na Villevorde ende is van Utricht desselvigen aventz weder thidenge gekoemen dat de van Bruxel met den soldaten de schantz weder hebben ingenomen ende de spanyarden tot 3 vendelen los erwurgut to Antwerpen geven de lueden die vijfften pennynck van alle meuble ende inmeuble guederen ende men verhoopt weder leger to slane, de heer van Zt. Aldegonde is ergester avent met andere gesanten gekoemen bynnen Utricht de orsacke is mij bevoelen to swijghen doch sal het mogelick wel haeste an den dach koemen de van den Boussen waren geinducirt van de staten ende solden soldaten hebben ingenomen dan den abt van zinte Gertrudt (welke to Collen mede is gedeputirt) hefft sulkz raet gekomen ende geschreven se solden ghene soldaten van den staten innemen, sonder heure gesanten senden

87.2
op Collen bij de van Terra Nova bij de welk hij heur een goede prijs wilde doen erhalden, welker original breven alhyr vurhanden, ende vellicht mer van hove sullen. Monsieur de Boutse, welke het caestell te Antwerpen in handen der staten leverde verclart sich opentlick nu met de van Mechelen malcontent also dat mijn her de prins schrijvet hij wilt hem vur alle de verraderie niet lager twachten. Gester avont schrijvet den drost van Gelder alhyr een brieff welke ick gelessen hoe dat de vijant niet stercker int overquartier en is dan 14 hondert perde ende derdehalff duesent voet knechten arm beroeyt volk welk met een klein volk te slane waer ende solde geschoden wen de schellensche ruter voert wolden darmet desen gantschen hoeck landes konde verloeset warden, de steden int overquartier, bijnnen genochsam versien te Oorle 9 vendelen knechten ende 500 perde. To Gelder 6 vendelen ende dre hondert perde, to Wachtendonck 3 vendelen ende anderhalff hondert perde. De vijant doet grote nersticheit om Gelder ende Wachtendonck bij verdrach to hebben om Nijmmegen to belegeren want meister Jan Pues ende de canselier Oordt beijde bij hem sijnnen ende sulkz drijven to Nijmmegen wardt alle daghe met 4 off 5 hondert mannen an der stadt gearbeydet. Doctor Albado hefft to Deventer geschreven dat hij hoopet so worden den prijs troffen all er sij schrijen und is en onderhandeler van wegen der Overisselschen, de statholder van Overissel hefft commissie vander narder drie om 600 lichte perde antonemen met la[..] waer over hij vaste doende is, desgelicken doert van 2 hondert ende noch twe anderen ock van en seeker getall, man hefft ock goede hopenungh van

87.3
de Overisselschen om sich to begeven in de narder Unie, doch Campen ende Swolle beletten sulkx mestendel, de vijant licht meste part noch int lant van Valkenburg ende moeylen noch even haet. Dit hebbe ick u ersame niet wyllen verbargen, dewijle dese thidengen vur warachtich hyr geschreven bynnen, met erbydunghe deit selvege tot allen theden to constuning. Met bevelungh des Almechtigen tsampt mijner dienstwylleg erbydungh raptim Arnhem dem 8 augusti anno1579.

U ersame dinstwyllege vrundt,

Andriess van Arller.

De stadhelder schrijvet in dre offte vir daghen alhyr to koemen, de prins van Parma is noch in den leven ende bynnen hem twe pestalentien uth den live gesneden men spreckt alhyr ende allenthalven van guter krijsrustungh welke Casimirs weder anrichtet tot dinste den landen, de Hollanders hebben vaste vule schepen van orloghe so galeyen, uthleggers ende jachten op gesonden und liggen in ghen spoey ende tusschen Embrick und vermoedet dat de krach op dlanderen vallen wyll.

Get. Onleesbaar.

Nummer 88

Eersame wijse voersichtige, wij hebben u eersamen scrivens van date den 13en deser ontfangen, voegende de selve voor antwoort eerst zoe vele aengaet die penningen bij u eersamen tot onderholt der soldaten in u eersamen stede in garnisoen leggende verstreckt, ende waer aen u eersamen die wederomme zoude mogen corten. Sijn wij wel tevreden dat die selve verschoote penningen u eersamen in affslach ende minderinge van uwe quoote tot behouff vasde generaliteyt op te brengen in rekeninge geleden ende gepasseert worden ende zoo veel aengaet hoe vele yeder soldaet ter weke bijde borgeren verteert solde hebben, salmen diensaengaende metten hopman handelen ende alsdan u eersamen daervan verwittigen ende veradverteren, ende soe dese tot gheenen anderen sijne en dient willen u eersamen hiermede den Almachtigen bevelen. Gescreven tUtrecht den 15en augusti 1579.

Uwe goede vrunden,

De gedeputeerden vande naerdere geunieerde provincien,

Ter ordonnancie vanden zelven,

Jan Zuijlen 1579.

Nummer 89

Erentfeste eerbaere wijsse ende voersichtighe herenn ende goede vrundenn. Ick kan u lieden unnd eerbaeren niet berghenn wie datt ick dyckwijls aengeholden heb, op dattet malt soe binnenn der Elburch gebrouwenn wordt, solde behoerenn voer ende eer het nae de muellenn gebracht wordt, op die waeghe gewegenn wardenn, diewijll int verdraech vander stadt vander Elburgh und mijnn zalige broeder domheer tot Utrecht heer Adriaen vann Isendorenn, van ieder hondertt pontt einenn seeckerenn penninck belooft ist. Soe ich dann alsulckenn penninck verdraech op mijnner sijdenn gherne nae gekommen sijnn. Ist billick, dat op die sijde vander stadt vander Elburgh insgelijckenn geschiett, unnd dat die heerenn vande stadt vander Elburgh ermsthafftich beveellenn denn brouweren vander stadt yrst datt malt op die waeghe to brenghenn, te wegenn unnd op teyckenenn laettenn, eer sij het selve maellenn laettenn op dat ich niet gefrustreertt en worde van het ghenighe, soe mij vann rechtz wegenn toecommett. Begherende datt die herren

89.2

der stadt vander Elburch mij willenn weder een antwordt toe schrijeven, waer toe ick mij verlaeten mach. Bevelende u lieden hier myt dem Almechtigen heerenn. Actum Vaessen den 25en augusti anno 1579.

Uwer lieven unnd eersamen goetgunstigher frundtt,

R. [] Ysendoern a Blois.

Nummer 90

Eerntfeste discrete wolwise versyennighe heeren ende guyde vrunden. Ick en kan u lieden neeth erholden woe dath ick gisteren toth Elburgh wesende vergheten hebbe u eersame lieden toth segghen woe dath Breil u eersame lieden gheleden heeft dath u eersame lieden gheliven mochte sij eedelheyth de twe halve vathen butters thoe effens tho bestellen, wanth he meer guydes thoe evens moeth volbrenghen. Des mijn heren allensith weder over sijn edelh[eit] tho (doorh.: ghebied) ghebieden hebben was he toth des stats in tghenerael ende een jaer insunder then besten doen (doorh.:kan) sal kunnen.

De heere Almachtich bewaere mijn ghebidende heren ende bisundere guyde vrunden in guyde ende selighe langhedurende regirungh ende ghesuntheyth toth. Geschreven den 28 augusti [.] 1579.

U eersame lieden dienstwyllighe guyde vrunth,

Henryck van Curler.

Nummer 91

Ersame wijse und vuersichtige gunstige guede frunden. Wij en kunnen u ersamen gunstige wolmeyndigh niet bergen, wye dat onsen genedigen heren stadtholder hart vordert om restitutie te hebben van sine genedige vurgestreckte pennongen mitten interest vandien und andere creditoeren van gelijken doen. Is derhalven ons gantz frundtliche begeren dat u ersamen anstont ihre stadtz portie und quota vanden inbewyllichte hondert duysent daller bedraegende vijfhondert achtentachtig gulden uuytsetten wylt ende mitter irsten leveren (doorh.: onleesb.) dan an handen Derick van Wetthen ten eynde sine genedige ende anderen contentiert ende vermeren schaede vermidet mach werden. U ersamen hier mede den Almechtigen bevelende. Geschreven den 2e septembris 79.

Burgemeisteren schepenen und raidt der stadt Arnhem.

Nummer 92

Eerntfeste achbare discrete welwiese heren. Ick en kan u eernfeste lieden neeth erhelden wo dath ick myth dem gouverneur Sonoy ghesproeken hebbe dath (doorh.: mij) de heren burghemeisteren van der Eelburgh sych erbiden myth vieftich knechthen dem here altijth een openen stath tho holden. Begeerde ick derhalven dath men haer dath vergunnen wyllde id welck sijn g enedige edele mij gheloeft heeft ende verhethen vrijlick am u eerfeste lieden tho schriven als ick eergistren bynnen Aerhem was. Oeck so heeft Briel mij gheseght dath he een halfvath butteren heeft ontfanghen ende begeerth u eernfeste lieden ghelive hem noch een tho senden he wilt betaelen.

De Here beware mijn heren in selighe langhedurende ghesuntgeith. Uth Heerde den 3 septembris anno vijftienhonderd negenenzeventig.

U eerntfeste dynstwylligher guyde vrunth,

Henryck van Curler.

Nummer 93

Edele vrome voirsenighe heren besundere gunstige vrienden. Ick heb u lieden nit konnen verhaltenn welcker gestalt mijn genedigen heer graeff Johan van Nassau etc. mij befolen heeft die versterckungh van u lieden stadt der Elburch. Is derhalven mijn freundtlicke begeren u lieden willen den landtmeter Adryaen Thonissen alle gunstige beforderungh doen totter beschreifungh der stadt dienende totte voornoende versterkungh vaer inne sein genedige wille und der landenn dienst beforderungh soll geschien. Kenne Godt der almachtiche die u lieden in gesontheit holde. Ylens uuyt Aernem desen 6ten septembris 79.

U lieden goede vriendt,

Diedrick Sonoy.

Nummer 94

Ersame und vursichtige besonders goede frunden. Wij halden es daer fur dat het tot uwe wetenheit gecommen sij in wat gestallt die ruyter und knechten aver die Issell omtrent Deventer liggende vurhebbens geweest die stat Deventer tho erijlen und alsoe ire betalinge tho forderen, und dwiell wij oeck in erfarungh kommen dat sij sich laten verluyden om mit eenige practijcken in eenige steden tho kommen und dieselvige tho plonderen und alsoe hare betalinge tho innen. Demnae ist dat wij u hiermede ermaent und gewaerschowet willen hebben om derselver stat allenthalven goede wacht tho versien, damit geene onversienlicke infall tot merckelicken verderff derselver stat geschien moege. Hiermit den almechtigen Godt bevalen. Geschreven to Arnhem den 7en septembris vijftienhonderd negenenzeventig.

Die raden des furstendombs Gelre und graeffschaps Zutphen.

J.M.W. Sluijsken.

Nummer 95

Ersame und vursichtige besonders goede frunden. Wat der durchluchtiger und hoechgeborner furst und heer heer Philips de Croije, hertoch tot Aerschott aen ons durch Charles de la Fontaine sijner furstlicke genedige officier supplicierendt tho erkennen gegeven sulckes hebt ghijluyden uut hierinne verwaertte supplication und die daerbij gefoechde dexposition und sunst tho vernemen.

Dwiell dan uut die hierinne verslatene confession erfintlick dat einer binnen der stat Elburch mit namen inder hierbij gaende confession genominiert in dienst te deser landen liggende is demnae und in aenmerckungh dat sonder dien dat sijne furstlicke genedige in des gemeynen vaderlantz dienst tho Colen is, und den vredehandell daerselffs in naem der generale staten bijwoent alsulcke schentlicke stroomschenderije und oeveldaet niet behoert ongestraefft to blijven. So is ons ernst gesinnen und befelch dat ghijluyden anstont und ansiens brieffs mit allen vlijt daeraen sizt dat alsulcken daerinne benoemden oeveldader in dem die in derselver stat off daeromtrent is tho becommen apprehendiert gefenckelick ingetagen und op die hierbij gaende confessie der gebuer nae scherpelicken examiniert werden moeghen

95.2
dat ghij u oeck hierinne alsoe ertzeicht alls ghijluyden tot (doorh.: onleesb.) handthavungh der institien und straeff alsulcker oeveldaetz amptz eer und eedtz halven schuldich und verplicht sizt to doen, und off wij ons desen genselicken tot u luyden versien dannoch sullt ghij luyden ons bij brenger van desen rescribieren wat ghij luyden in deser soe wichtiger saken und enorme oeveldaet gedaen sullt hebben. Mit bevelungh des Almechtigen. Geschreven to Arnhem den 11en septembris vijftienhonderd negenenzeventig.

Statholder und die raeden des furstendombs Gelre und graeffschapz Zutphen,

J.M.W. Sluijsken.

Nummer 96

Deposition de Dirick [….] , prisonnier au chasteau de Limbeck prins par monseigneur le drossart de Scharenbeck a Rasfelte de 23 d’aoust 1579 noms et qualitez de ceulx qui ont pillez le bien du bateau de monseigneur le duc Darschot et de monsiegneur le prince de Chimay son filz, fait chez Orsoy fur le Rhin le 18 duch mois d’aoust anno 1579.

Soldat a Elbourghe.

Premierement Lienart Bourre de vuesel petit homme brune barbe de 30 a 40 ans.

Dirick Grave de Brun lez vuesel jeune homme petit et gras de[]m auch lieu.

Il fait a doubter [] cestuy via aussi a Elbourghe.

Tyes van Vuesel jeune et gras homme, chauses de gheulx de chamois pourpoinct et chapaeu noir.

Jong Blootte van Esse, jeune homme medioccre gras cheveulx noir, petitte barbe aussi noir, avec un mannaix oeil.

Jean et Arnould Halvekoste fieres mariniers, natifz des Faulbourgs de vuesel, mais ont touss jours resdez a Niemeghe.

Franse Koef grand homme aage de 30 a 40 ans, avec grand nez, et fosses par le visage, petitte brune barbe, du quartier de juilliers selou son langage avec chappeau de velour pourpoinct de bon basin picquez, chauses de caffat tanne a la nissart. Soldat a Guelder.

Soldatz a la billes de Guelder.

S. dam van Bronsvick, grand homme maigre jeune sans barbe lors tout accoustre en noir. Soldat de Guelder.

Pietter Hoolstain homme medioccre avec les cheveulx long brune barbe de 30 a 40 ans. Soldat a Guelder, lesquetz derniers estoient tous trois a cheveulx, et les aultres six avec le prisonnier a piedz.

Cecy a confesse lich prisonnier et maintenu parson serment auch Limbeck ce premier de september 1579. Et conferez avec une aultre deposition duch prisonnier prinse par lesc seigneur drossart de Scharenbeck et trouvé le tout concordant ce 2 de sespembre anno [sish tess].

La Fontaine.

96.2
Sensuivent les parties prinses par les susch appertenantes a monseigneur le duc Darsthot etc.

Premierement diverses bagnes, joiaulx comme carquans medailles dantiquitez encassees en or, gemmeaulx der ornez de diverses pieres, aves aultres pieres de grande importance non mises en or. Un zesue dor, une [] spee aver sa garnition dor, deux mille cincq cens florinx en or et argent contant et aultres choses qui ne stay prutement, les specifications decelles.

Secondement aultres parties prinses de monseigneur le prince de Chimay etc.

Deux dousaine de platz dargent marques des armes duch seigneur. Une dousaine de trensoirs dargent marques desch armes.

Une seignieur et Bassin dargent marques desch armes.

Deux sallers dargent.

Une salier dargent dore avec cousteau culier de fourchette de mesme.

Deux couppes dargent doré avec couvettes.

Deux tasses dargents.

Un grand flacon dargent.

Un petit flacon dargent.

Quatre chandeliers dargent

Quatre hault goubbletz dargent

Une dousaine de culiers dargent.

Lesquelles parties si par quelques apprehention des 9 susch si pourroit fe[] restituer quelque choses a mesch seigneurs. Son [.] et [.] ne seront imgratz le recognoistie raisonnablement.

Quant aux armes duch seigneur prince elles sont senblables a celles posees icy suivantes.

Nummer 97

Aen mijn heeren stadtholder, Cantzelaer und raidt des furstendombs Gueldre und graefschap Zutphen.

Geeft onder behoerlicke reverentie van wegen des dorchluchtigens und hoechgheboerens furstens und heerens Philippens de Croy, herthogens tho Arschott etc tho kennen Charles de la Fontaine zijnder opgemelten excellentie officier wil dat op den 18en augusti verleden zeeckren scippe vaerende van Oirsoy nha Collen beroeft woirden iss, alwaer zijn excellentie voerseid van ennige goederen uuyt Antwerpen ontbadden ende bij passport zijnder prinselicker excellentie d’Oraingen overgeseindt (dienende ter nodruft und stadt der selver) groetelick bescaedicht. Dan soe den eerentfesten drossart van Scherenbeeck in den gebied van Limbecke een vander malfecteurs und stroomroevers voerseid gevanckelick aenghehalden, den selvigen ter scerpen examinatien gebracht (wiens confessie onder aenwoirdige cassette und signoiteuren bij dese gevoecht) ende vanden selvigen bericht dat de dig[] inden voerseid confessie genoempde hoefeeren desen maelfaictz tho peerdt in dienst souden zijn vanden generaliteit binnen der stadt Gueldre und eenen te voeth binnen der Elburch. (dorh.: onleesb) gemerckt zijn excellentie voerseid van wegen des generaliteitz nha Collen afgeverdicht.

Versoeckt in nhame zijnder excellentie den suppliant in aller reverentie dattet mijn heere gelieve nha hebbende auctoriteit tho doen depescheren ahn de geauctoriserde hoefeder der justitien tho Gueldre und Elborch voerseid gelicke ofte dienelicke kennelick scriften als daer schriftelicke versoeck zijnen excellentie den suppliant sich gantzelick vertrouwt nha gedaende beloeften soe ende daert behoert alreede gegheven tho zijn doer mijnen genedige heeren stadtholder voerseid. Binnen Utrecht den 25 augusti lestleden op dat zijn excellentie voerseid nha rechtz behoor in alles contentiert werden mochten. Dit doende etc.

Nummer 98

Ersame und vursichtige besonder goede frunden. Nadem die furstlicke durchluchticheit des ertzhertzogen Mathie goeverneurs und capiteins generaells dieser erffnederlanden alls oeck die generale staten sekere brieven mit sekere bij der keijserlicke majesteits deputierden heeren comissarien vurgeslagene vredes articulen aen den bannerheeren rittterschafft und steden uutgaen hebben laten om derselver resolution daerop tho versatten und die sijner furstlicke durchluchticheit tho te schicken damit also den vurgedachten keijserlicken deputiertten (diewelcke den tho Colen angefangenen fredehandell bijwonen) mit eendrechtiger und thoverlatiger resolution und antwoerdt beiegent werde. So sijn dannoch sulcke brieven ons niet behandet dan alls wij verstaen durch den vijanden op den huysse Well liggende. intercipiert worden, und soe hoechgedachte sijne furstlicke durchluchticheit alls oeck die generale staten then twedenmaell om antwoert und resolution op dieselve articulen geschreven . Uut welcken tweden schrijvens wij dan den vursseide inhallt der eerster missiven vernamen. Demnae und op dat diese sake opt aller spoedeligsten int werck gestellt und dieselvige oeck einmaell mit goeden vurraet beraetslagungh und resolution der gemeijner und alniger lantschafft affgeholpen und folgens sijne furstliche durchluchticheit mit forderlicker antwoerdt beiegent werden moege. Soe ist dat wij u luyden uut sunderlingh belastungh des durchluchticheit des ertzhertogen Mathie

98.2
hiermede bescheiden om opten 26en ietzlopendes maentz septembris binnen der stat Arnhem durch derselver gesandten des aventz to erschijnen gestallt volgendes daechs die proposition den vurgedachten vredehandell und sunst betreffende aentohoeren und to verstaen oeck volgens daerop eendrechtelick tho resolvieren alls in so hogen und wichtigen sake erheyschender noedurfft nae sall eygen und gebueren sulckes versien wij ons in naem sijner furstlicke durchluchticheit gensslicken tot u luyden also tho sullen geschien. Mit bevelungh des Almachtigen. Geschreven to Arnhem den 15en septembris vijftienhonderd negenenzeventig.

Statholder und raden des furstendombs Gelre und graeffschaps Zutphen.

J.M.W. Sluijsken.

Wij schicken u luyden hierbij verslaten aver die copie der umgeslagener vredes articulen om sich daeriop to bedencken und opter vurgenoemde lantdach geresolviert tho erschijnen.

Nummer 99

Erenthveste, ersame, wise und seer vorsichttige heern, ick mach edele ersamen nicht verhaltten, wasgestaltt das fenlein van hauptman Pater Noster gistern in biwesentt des obersten Sonoy, Bonenberch und Derck van Dortt in datt kloester tho Hulsberch ist gemonstertt wordden, und die van Hattum heffttich anhaltten umb meine knechtte hier bynnen Hattum zu behaltten, und das datt fenlein van Pater Noster noch mochtte bynnen Harderwick und Elborch verdeiltt werden, und so mij dunckt dat der oberster vorseid meer geneigt is umb ditt fenlein alhir tho lathen, und mijne knechtte tho Elborch und Harderwick te doen vertrecken, en weett geine orsake umb dattselbighe te weigern offt affteraden. Verhoppe aber (wie sich der oberster dan schoen wall hefft mercken lathen) dat ick erhalden sall dat zu der Elborch nicht meer als vifftich und zu Harderwick hundertt van mijnen knechtten liggen sollen, watt ick seckers vernheme, sall ick eersamen tho schriven, dis heb ick edele lieden nicht sollen verhalden, mett empfellunge des Almechttigen. Datum Hattum den 19en septembris 1579.

Die soldathen sein desse nacht in dat kloester zu Hulsberch gebleven und die monnike hebben ethlich beer und proviande uth geschickt, mij dunckt so balde die rolle geslotten ys, dat der oberster up Elborch und Harderwick kumpt.

Edele lieden bantz guitwillige,

Turch von Binhollz Ruster de Wesborch unnd Jaustmanch.

Ick sal niett laten hier inne mijn best te doen darmet die statt Elborch so weinich besweertt worde alst mogelick is.

Nummer 100

Ersame wijse und voersichtige besunders gunstighe guede vrunden. Wij mege u ersamen nyet berge, welcher gestalt wij unlancx leden, unsern mederaetzfrunt doctor Herman Scharff, van wege unser stadt und burgerschap thot Arnhem affgeverdiget gehat, van wege der schattinghe des 12en pennincx op unsere burgere guedere in Veluwen liggende uthgesat, omme tho begeren dat unsere burgere nyet baven eeden und billicheit besweert mechten worden. Is diewelck doctor Scharff uns gerelatieert, dat dieselve betalinghe des vurseide 12en pennincx bet op nu thokomstige algemeinen landtdach soe bynnen Arnhem gehalden solde werden, opgeschaven sij om alsdan daerinne tho ordinieren nae behoeren. Und soe dan unser mederaetzfrunth Haddeman van Laer die voersorghe dragende sij, dat u ersamen daervan giene wetenschap hebben solden, und alss op sijn lieve pechter Bartolt Top, u ersamen mederaedtzfrunt van wege derselven schattinghe (doorh.: onleesb.) voer die angestempte tijt procedieren solden mogen. Begeren wij in namen unsers mederaetzfrunth van Laer gantz fruntlich, u ersamen sijn lieve (doorh,: deff) pechter dessals ongemolestiert laten willen bet der tijr dat die vurseide bijkumpst gehalden sij, daeran doen u ersamen ons walgefallen, mith Gades bevelunghe . Datum den 19 septembris 79.

Burgermeisteren schepen und raedt der stadt van Deventer.

Nummer 101

Erntfeste eersame wijse discrete goede vrunden. Alsoe tot defensie ende bescermenisse van ons gemenen vaderlande men van noode heeft gehadt aen te holden ende oick te lichten diversche zoe ruyteren als knechten ende dat bijde respective naerden geunieerde provincien, ten eynde dselve mochten behoorlick betaelt ende over sulch in goede geregeltheyt ende chrijsdiscipline geholden worden, oick volgende het vijfte articule van de naerder unie, bij u lieven volmachten mede onderteyckent ende besworen, zekere imposten opte generaele middelen beraempt, innegewillicht ende in enyge der selver gecollecteert ende anderen verpacht zijn geweest, sonder dat die in u lieden stede tot dese dage toe des nochtans tot meer mael bij onse scrijvers versocht zijnde, oyt verpacht zijn geweest, ende soe alle die verpachtingen nu jegens den 7en octobris expireren zullen ende nodich bevonden wordt de voorseide imposten jegens den selven dage wederomme te verpachten, hebben wij aen alle die steden onse missyve affgeveirdicht met ingelachte billetten, als wij van gelijcken bij dese aen u eersamen zijn oversendende zekere billetten die u eersamen aenden stadthuyse ende poorten sullen doen affigeren, ten eynde een yegelicke vanden dach den verpachtinge mach verwitticht zijn, als van gelijcken u eersamen zal gelieven de dorpelingen onder u eersamen quartier eynde te conbineren ende bijden anderen te vougen op dat als onse gecommitteerden aldaer coemen gen retardement en vinden. Ende soe u eersamen tot meermael aen ons gescreven hebben wel te vreden te zijn dat die verpachting aldaer geschiede, dan dat dselve ten ernstyge versoucke van die van Aernhem tot noch toe gedilayeert ende vertrocken es geweest, uut oirsake dat u eersamen

101.2
doende waren mette collectatie vande duysent dalers ende dat daer uut u eersamen maentliche quote betaelt zoude worden zonder dat wij daer van geen grote vrucht genoten hebben en behoren immers u eersamen alsnu gheen zwaricheit te maken die voorseide verpachtinge te admitteren soe doch die penningen daer van coemen yeder provincie selffs in minderinge van haere maentliche quote ontfangen, ende daer ten contrarie evenverre u eersamen sich hier inne weygerich laten vinden, tselve nyet alleen ontwillicheit onder die andere provincien ende steden zal causeren nemaer oorsaeck zal wesen dat zij van gelijcken die verpachtinge sullen ganselick refuseren, ende oversulx hemluyden die middel benomen worden sich lange tegens tgewalt der spaengaerden ende andere haren aenhangeren die anders nyet en soucken dan ons onder haere tyransche regeringe te brengen, te bescermen ende te defenderen. Hier mede u eersamen den Almachtygen bevelende. Gescreven tUtrecht den 22en septembris 1579.

U eersamen goede vrunden,

Die gedeputeerde der naerder geunieerde provintien,

Ter ordonnantie vande selve,

Jan Zuijlen,1579.

Nummer 102

Ersame wijse und voirsichtige goede vrunden. Wij senden u ersamen bij brengeren deses copien van twee missiven, die wij op huiden ontfangen, belangende die pretendierde vredehandlung geschreven van den ertzhertoge Matthia und den generaele staten an oeren gesandten to Colln, sampt ene copie wat gemelte gesandten bij den keiserliche commissarien daerop gehandelt hebben, diewelcke Goer van Caldenbroick van daer an den amptman Ommeren to Arnhem overgeschickt hefft, gunstiglich begerende, angesien dese materie seer dientlick werdt sijn tot desen anstaenden landtdach u ersamen willen insgelijcken die ersamen van Hattem hiervan mit eerster gelegentheit copien mitdeilen. U ersamen hiermit in 1579.

Burgemeisteren schepenen und raidt der stadt Harderwijck.

Nummer 103

Bijgevoegsel: “Copia van twee missiven eene van hertoch Mathias d’ander van de heeren Staten, aen de heeren gedeputeerden der Nederlanden toe Coeln sijnde op besprech van Treves anno 1579”.

Copie.

Lieve neeff und heer, der hefft uns seer mishaget, dat wij uuyt uwen brieff den 26 des vergangen maents, so wel an uns als den hern gedeputierden der staten hebben verstanden dat die hertoch van Terra Nova tot geenen bestandt will verstaen ten weynigsten op redelicke conditien dat doch anders niet mitbrengt dan dat verdencken dat der voele vanden principaell provincien und steden hebbe vermehert nemlich dat dese handlung vanden freden nergents om geschiedt, dan om hierentuschen uneenigheit tuschen den provindien und steden to practysieren, umb so viell to lichtlicker den enen voir und den anderen nae to bedriegen als wij doch wercklick syen dat hij doet, daer to dan oeck dienen die brieven van den van Terra Nova die hij anden particulier provincien und oeck an die furnoembste steden geschreven hefft, mit den articulen durch den vursseide churfursten jungest proponiert, oeck mit der vursseide churfursten bijgefuegte brieven.

Nadem aber die provincien und steden (die sich bis anher woll gehalten hebben) genochsam informiert sindt van den anschlagen der vianden, geloeven wij niet dat sie hiernamaels

sich mit sulcken anlockingen sullen laten bewegen. Maer sullen voell balder hier uuyt oirsaecke nemen, umb sich to stercken und vaster mit den anderen to verbinden, umb so viell to beter der vianden practijken wederstandt to doen. So sie kleyne apparencie geven, durch dese handlung mit dem duca deTerra Nova tot einen gueten bestendigen vreden, het sij dan dat die keiserliche majesteit und die hern churfursten oere auctoriteiten hier tuschen settende sich breder verclaeren und billicker oeck angenemer conditien furtragen. So durch mangell datmen die freidthandlung so lange hefft opgeholden, die saecken insonderheit sovieell der relligion belanget in den tegenwoerdigen stand verloepen sindt, und dit dat eenich middell ist, waerdurch

103.2
man tot den gewunschsten (doorh.: und) eynde moege koemen. So dan der verwachten der resolution van een ieglicke provincie und dero glieder, und daernae mit gemeen advis sie to verdragen und tovergelijcken neven dem (als gij well khondt dencken) dat het enen langen tijt eyschen werdt, so sall het oeck seer beswaerlick sijn umb die verscheidenheit der opinien und meinongen, dat gij den well moeget anseggen, die gij meent dat die saecke beforderen sullen, mit dem nexsten willen wij uns referieren toe dem wat die staten u sullen schrijven, danmit lieve neeff und hern bidden wij den Hern dat hij u in sijn schutz will holden. Uuyt Antwerpen den 4 septembris anno 1579, die underschrifft was: U well goeder neeff und freundt, geteckent Matthias; noch leger stondt Johan de Asselliers. D’opschrifft was; an mijn lieven neve den hertoch van Aerschot und anden heeren gedeputierden der Nederlanden wesende to Colln.


Nummer 104

Copie.

Translatiert uuyt dem françois in deutsch.

Mijn heern wij hebben uwe brieven van den 11 und 26 des ocstens jungest empfangen mit copien der brieven der keiseliche commissarien, so well an uns int generael als an den staten der particulier provincien geschreven mit die antwordt des hertogen van Nova Terra belangende den bestandt und opholdinge van wapenen und sindt bedroefft dat unangesiehn uwe uuyterste neersticheit und so bestendige redenen als gij gedaen hebt, der hoichgeboren hertoch niet hefft willen annemen den bestandt, dan op onbillicke conditien und alleen daerhin streckende umb die inwendige uneenigheit to vermeeren dat die eenige oersaeck is als wij besorgen deser verwijllinge der spangearden insonderheit so wij alle dage sowell durch nedergeworpen brieven als waerschowingen uuyt frembden landen und bekentnisse der gevangen vermemen, dat der spangardten geringste meininge niet sij uuyt den landen to trecken, sonder alleen dat uyttogeven, umb daerdurch die inwendige twijspalt to vermeren, und die unbedachtigste to bedriegen, als wij daerchlicxs sien dat in voelen plattsen geschiedt, daerdurch dan billick die anderen gewaerschowet werden oerlieden weinich to vertrowen und sich selfft meer to versekeren daerumb dat sij oeck (doorh.: sijn) sien, dat die handlunge des princen van Parma mit den van Arthois und Henegowen, und die vanden duca de Nova Terra, mit anderen landen seer verscheiden sijn, alsoe datmen van wegen deser verscheidenheit ses lange grau antwort hebben konnen krijgen, noch op den articulen durch den eertzhertogen noch advys op den articulen vanden keiserliche commissarien geproponiert, sonder die welcke den uns unmoegelick is, eene endtlicke resolution to nemen, offte u int generael eenige veranderinge offte moderatie op den vorsseide articulen to to senden, insonderheit so die tijt und termijn nu all verbij is, und tot naedeell und misgen (als wij to voeren oeck geschreven hebben) deren damit wij to voeren

104.2
gehandelt hebben. Wij hebben doch niet to weyniger voer vijff offte ses dagen an den particulier provincien geschreven und werden niet underlaten sie wederumb mit aller neersticheit to vermanen dat sie sich mit oer advis und resolution willen haesten, so wij averst sorgen dat dit sich verwijelen mochte, insonderheit to der vergadering, und dat die advysen der particuliere provincien so verscheiden werden sijn, dat men sie niet woll sall kunnen verdragen hadden wij om alle schadelicke vertoevinge und langer verwijllinge tovermijden, so well umb sijner majesteitt als gemene welvaert der landen well gewillt, dat die keiserliche majesteit und die commissarien oire auctoriteit hiertuschen hadden gelecht und nae die groetheit der worden, und umb den voertganck des mistrowens die van dage to dage in der underdaenen herten sich vermehrt op to nemen mit einen vollen math hebben fortgegangen, und eine billicke und leidlicke moderaten voergeschlagen sonder enich gefahr offte peryckell van eenige der provincien, daerdurch een ieder verseckert und in gueten vreden gestelt mochte werden. So mocht gij den hoichgeboren hern commissarien oeck well anseggen dat so bald wij enich bescheidt vanden particulieren provincien hebben den selven u sullen toschicken. Hierentuschen begeren wij dat gij u wilt regulieren so viell die principaell handelung angaet vermog unser voerige brieven und werden wij binnen drie offte vier dagen antwort sowell den hertoch van Nova Terra als den keiserliche gesanten toeschrijven damit mijn hern nae unser hertzlick erbiedinge willen wij den Heeren bidden dat hij u erholde in langen und gelucksaligen leven. Geschreven t’Antwerpen den 6 sepembris anno 1579.

Die underschrifft was: Uwe well goede und affertionnierde frunden die generaal staten vanden Nederlanden durch ordonnantie der vurseide staten Signe Houffler. Die opschrifft was: An mijn heeren mijn heeren den hertoch van Airschot, prince van Chimay und Ferceau, graff to Beaumont, ridder vanden Gulden Vliese, den ehrwerdigen vadern in Godt prelaten van St. Geertruyde und Maroles und andere hern gedeputierden der generaale staten to Colln.

Nummer 105

Bijgevoegsel: “Rapport der heren gedeputeerden der Nederlanden, aen de affgesante van den keyser”.

An den keiserliche commissarien.

Translatiert uuyt dem latijn.

Hoichwerdigste, durchluchtigste wolgeborne und edle,

der durchluchtige und hoichgeborne hertoch van Aerschot und wij andere der staten gesandten, konnen u genedige und weerden underthenigst und underthenich niet verhalten dat wij gisteren twee brieven enen van den ertzhertoch gubernatorn und capitein generaal, den anderen vanden generaal staten doch allebeide eines inholts ontfangen hebben, daerinne sie niet alleen oersaecken waeromme die resolution der particulieren provincien noch niet angekoemen verhalen, sonder zeigen oeck an die menonge der beraidtschlagung die de particuliere provincien op die artuculen der fredhandelinge werden nemen.

Daer ist geene provincie geen underdaen die niet uuyt gantschen herten die vereininge mit dem coeninck unser natuirlicken heeren sonderlich en begeert, daer is oeck nymandt die met gemeenlich und voer sich den freden to hebben (doorh.: begeert) geneigt is, maer sij seggen unsern vianden sulcke woerden und wercken nae, die niet alleen den provincien und underdaenen verhindernisse dair to brengen, maer oeck oeck een ander bedencken maecken, als nemlich dat idt beter ware op gewehr umb sich daer mit to verdedingen als op freden to dencken.

Doch willen wij dit voell liever mit den vursseide brieven welcke copien wij hiermit overgeven dan mit unsern wordten furtragen und to verstaen geven. So u churfursten genedige und weerden daeruyt lichtlich sullen verstaen dat die staten die Uniss frieds articulen also niet werden annemen und bevelen uns dat wij andere middelen die vanden beiden deilen angenoemen moegen werden sullen begeren.

105.2
So wollen wij u churfursten genedige und weerden oerck underthenigst gebeden hebben, sie wolten dat (soveren immer moegelick) to vorn eer die resolutie der staten van eener ieglicke provincie geschehe und hierheer geschickt werde, so damit viele verhindernissen vurgekhoemen, die daernae niet soe lichtlick hinwegk genoemen mochten werden, sulcke middelen uns furtragen, die der underthaenen hertzen und conscientien genoechsame versekertheit und groter vrijheit dan biss anhero ihnen toegelaten ist mitbrengen, waerinne die gantsche swaricheit gelegen is.

Daerinne wij u churfursten genedige und weerden oeck bidden, dat sij niet so sehr daer hin syen, wat in dero offte andere landen mit bewilligung offte rechten vertragen offte verordent is als op dat wat uns in desen tegenwoerdigen gefahrlicken tijden in unseren landen mit sij to verdragen und to ordonnieren, so alle verdragen und rechten niet ene ursaecke hebben und in allen plaetsen niet enerley noitdrufft und reede sij, want dese saecke also geschapen ist dat wij emandt die sich eines anderen erbarmt offte mit toelaten gedult und mit lijden den mit ihme hefft hierinne lichtlick feilen offte misdoen kan. Gegeven to Coln den 11 septembris anno 1579.

Nummer 106
Eedele vrome zeer voorsenighe gunstighe heern, volgens der heern begern van brenger deses verstaen sall ick in alles nae komen dan heb den heern niet moghen berghen het scrijvens der geunieerde provincien gedateert den 23 deser aen sijn edele gesonden datten hopman Boucholt met sijn geheel vendel binnen Amersfoort sall lygen ende den hopman Jan van Vyanen ( onders sijn edelen regiment getelt) sall uuyt Amersfoort vertrecken ende verdeelt woorden hier ende der Elburch met welcke veranderingh van knechten die heern niet doerven sorghen meer beswaert te woorden als nu dewijl sijn edele (onder verscheiden redenen) up dem weghe nae Harderwijck sich genoochsame hoern liet datte stadt van der Elburg met vrome getrouwe magistraeten versien was. Ende so ick den heern in meerdern saecken kan dienstlyck sijn hebben die heern mij als dero goetwilligen dienaer te gebruycken . Kenne dAlmogende die ick bidde die heern to spaern in een langhe gesontheyt tot een voorspoudighe gelucksalighe regierungh. Ilens uuyt Harderwijck dese 26en septembris anno vijftienhonderd negenenzeventig.

Der heern dienstwillghe diener,

Jan Moda van Lutzemburch.

Int scrijvens van desen komen verscheiden brieffen van den geunieerde provincien aen sijn edele als oick aen diese 3 steden so die heern in den haern die saeck breder verstaen sullen.

Nummer 107

Edele vrome zeer voorzenighe gunstighe heern ende vriende. Ick heb uwe eersamen niet moghen berghen hoe dat ick desen dach sceyvens ontfang van den geunierden provincien dat ick hopman Boucholt met zijn geheel vendel ilens sall zenden nae vijanden. Is derhalven mijn vriendlijcke begheren uwe eersamen willen zich bij dese veranderingh van zoldaeten onbeswaert vinden ende dese vijftich zoldaeten van hopman Pater Noster inde plaets van Boucholts knechten ontfanghen ende accomoderen. Dieu die uweeersamen verlehen een geluck zaelighe een drachstighe regeringh. Ilens uyt Harderwijck dese eersten octobris anno vijftienhonderd negenenzeventig.

Uwer eersamen goetwillighen vriendt,

Diedrich Sonoy.

Dewijl (duer grooten haest van Boucholts zoldaeten uuyt uwer eersamen stadt te trecken) uwer eersamen betrouwet is die te laeten hun vendel volghen zonder eerst Pater Nosters (doorh.: und) zoldaeten inde plaets te comen zoo verhoop ick als dese morghen ghlijck vrou daer uuyt vertrecken dat uwer eersamen als dan op den nae middach Pater Nosters zoldaeten niet zullern weyghern in te nemen.


Nummer 108

Wijsen zeer voorsichtige heeren burgemeisteren ende raedt van Elborch. Wij ghebieden ons alleen zeer vruntlijcken in u eersamen goede gracie, mit desen u eersamen adverterende dat alsoe wij op ghisteren avont alhier te Oldenbrouck mittet vaendel ghecomen ende ghefordert zijn. So ist dat wij mits desen aen u eersamen schrijven ten eynde wij onse knechten bij malcanderen moghen beholden ende gheen onghesturicheyt en ghesciede in u eersamen stede, dat u eersamen soe wel sal ghelieven te doen ende belasten in de poorten dat zij gheene souldaten van onsen vaendel in der stede van Elborch en laten comen (hoewel zij daer in souden willen wesen bijbrengen enighe gelooflijke redenen) dan zij hebben van den capiteyn ofte bevelhebberen enich bilget. Derhalven ooc dat zij schicken teghens den avont weder stede te vertrecken nae haer vendel op datter een goede ordre onder t vendel ghehouden sal moghen werden. Wijse zeer voorsichtige heeren den Almachtigen Heere wil u eersamen in zijne heylich ghelyt nemen. Geschreven uut d’Oldebrouck desen 3en octobris vijftienhonderd negenenzeventig.

Bij bevele vande bevelhebberen,

P. Junius.


Nummer 109

Ersame wijse ende vursichtige gunstige guede frunden. Also men, wie u eersamen bewust, die inbewillichde schattpenningen der hondert dusent dalers in aller iele ter furderungh der hoichnoitwendiger landtschaps saicken sall moeten (doorh.: ob) opbrengen. So unse ernstliche begeren dat u eersamen deer statt quota so vern sulcx alnoch nyet geschiet anstont uytsetten ende voert onvertochlich aen handen Dircks van Wetten bijnnen Arnhem doen leveren. Daer aen sullen der landtschap sunderlingen dienst doen u eersamen die der Almechtiger langh in gelucksaliger wolfart gefriste. Gegeven den 8en octobris 1579.

Ritterschappen ende stedegesanten des Arnhemschen quartiers ietz bynnen Arnhem ther landtdachfart versamelt.

Nummer 110

Edele vrome zeer voirsenighe heeren ende gunstighen vrienden. Ick heb den heern niet bergen moghen het gistirighe ontfanghene scrijvens van geunierden provintien daer inne mij belast is uwer eersamen stadt met hopmans Roulandt Fausters zoldaten te versien. Derhalven (van weghen mijns genedige heern stadthouder ende der geunierde provintien) mijn vriendtlick begeren die heern willen sich inde verandringh van zoldaeten onbeswaert vinden ende accomoderen dese vijftich inde plaets van hopman Pater Nosterz welverstaende dat die zullen vertrecken daer hun bevolen wordt. Hier mede ick die heern inde genedige handt des Almoghende bevele. Met haest tot Oldenbrouck den 9en octobris 79.

Uwen goetwillighen vriendt,

Diedrick Sonoy.

Nummer 111

Ersame wijse voirsichtige gunstige goede vrunden. Wij hebben u lieden ende ersamen brieff van dato des 12 octobris opten 14 dessefften ontfangen, waerinne u lieden und ersamen sehr verduncket, dat wij solden int Oldebrouck eenige penningen ontfangen hebben, die voermaels in tijt der noet u lieden ende ersamen stadt pleegen verstreckt t’warden. Ende dattet uns derhalven vreemdt soll geven dat u lieden ende ersamen die lenongh voer oer lieden inliggende soldaten alhier to Ermell offte sonst opte neechde solden worden gecollectiert, ferner inholts u lieden ende ersamen schrijvens.

Kunnen wij u lieden ende ersamen daerop ter frundtlicken ende naebuirlicker antwordt niet verholden, wie dat wij niet lievers en sihen noch oeck begeren dan in aller naebuirlicker trowen und frundtlicker bijwoeningh uns tegens u lieden und ersamen ieder tijt to bewijsen und hebben uns in deser oplage (als dat wij tot die opbrenginge sulcker penningen weder raidt noch daett gegeven) lichtlick to entschuldigen, diewijll u lieden ende ersamen well kunnen verstaen, dat die opgebrachte penningen niet durch uns, maer durch den oversten Sonoy gevordert sindt tot monsterongh dieses venlijns, wie dan sijn gestrengh lieden schrifften van dato den 4 octobris an unsen gesandten ende mederaedtsfrunden op den landtdach tot Arnhem wesende (als volgt) (doorh.: cba) claerlick mede brengen. Ick hen niet onderlaten konnen u lieden vermits desen to verstendigen so dat hier noch een venlijn knechten van mijn regiment d’welcke itzonder int Oldebroick liggen, angekoemen is, und wolde dieselve binnnen Harderwijck ende ter

111.2
Elburch (tot ontlastinge des armen huysmans so geringh immer moegelick) gerne verdeilen, und dese alhier liggende nae Amersfoert weder doen vertrecken, sovern gemelte soldaten gemonstert ende in den eedt gebracht und volgents mit behoirlicke lenongen mochten onderholden worden, waertoe die scholterssen ende richteren der omliggender dorperen sich tegens mij verclaert hebben willich to sijn sovern hunluiden alleenlick verordonniert worde in affcortinge oerer schatzpenningen sulcx to moegen doen diewijll dit niet alleen tot wellvaeren der omliggender huysluiden sonder oeck der gemeene burgeren ende inwoenderen deser steden gereicken sollde.

Daeruyt gunstige vrunden ende naebuiren so kunnen u lieden ende ersamen (die saecke recht erwegende) well verstaen dat wij int weynigste tot desen to gebieden offte t’verbieden voele weyniger die officieren uuyt onse authoriteit to constringeren sodaene penningen optobrengen, hoewell wij ons hiebevoerens niet so hardt beswaert twe lenongen voir idt geheele vendell van hopman Boicholt to verstrecken, daervan u lieden ende ersamen soldaten opt incoemen aldaer als oeck naderhandt van andere geleende ende bij ons opgebrachte penningen mede contentiert sindt worden. T’welck wij u lieden ende ersamen ter guetlicker naebuirlicker antwordt niet hebben willen verholden. Dieselve hiermit in schutz ende scherm des Almechtigen bevelende. Datum Harderwijck den 16 octobris anno 1579.

U lieden ende ersamen goede naebuiren ende vrunden,

Burgemeisteren schepenen ende raidt der stadt Harderwijck.

Nummer 112

Eersame wijse voirsichtighe heeren. Alsoe ick berichtet wordde, alsdat Lamberdt Vrancxsen gemeynt is totter executie van zijne vermeynte ongefundeerde ende onbewesen eyssch ende aensprake te willen procederen op Jacob Stuirman mijnen burgher. Soe ist dat ick begere ende versoeck van uwe ersamen wijse dat die selvighe gelieven sall den voorgenoemde Lamberdt Vranxsen undt rechte daer toe te holden ende toe bedwinghen dat hij zijnen onwaerafftighen eyssch ierst verifficert ende bewijse offt sunst bij eede bevestighen, we voir ende all eer dat dexecutie zijnen voirtganck sall kunnen offt moegen gewunnen, want ick nyet meer als acht mudde roggen min een scepel ende zeffe mudde boickweyten binnen dat desolate huyss van zaliger Hendrick Vranckssen gevonden hebbe. Versoeckende oick midts desen mijnen burghe bij verweygerungen van dyen acte vande executie ende daer bij die declaratie van die hoefftsman schaden ende interesst als die voorseide Vranxsen is pretenderende omme mij daer nae te reguleren. Ende bevele uwe ersamen u den Almoegende. Datum den 19e octobris 79.

Uwe ersame wijsen guetgunstighe vrundt.

Simon van Cleve.

112.2
Simon van Cleve an der stadt van Lambert Franckesen.

Nummer 113

Johan grave van Nassau [Catzenelnbogen], stadtholder int fur[stendomb Gelre undt] graeffschap [Zutphen].

Eersame undt wijse lieve besondere. […] twijffel undt leider meer dan genoech bewust wat [..] jammer undt elendt man dit gantze jaer over opden pl[atte] landen gesien heeft, over midts die zwaere overtochten [..] langduerende inlegeringen, uuytteringen, eensdeels oyck brandtschattingen, extorsien undt rooverijen des kriegsvolckx van ruytter undt knechten, undt wat vore swaere klachten van edel undt onedel burger undt boeren der entwegen gefuhrt zijn. Dewelcke meestendeel daer uuyt sijn ontstaen undt gespruit, dat eenige vanden provincien ongeacht der furste. De undt der generael staten ordonnancien bevelen trouwen raedt undt vermaningen, die middelen van geldt op te brengen niet en hebben inwilligen oft oick ingewillicht zijnde ter behoirlicke executie undt int werck stellen willen, undt alsoo uuyt oirsaecken van misbetaelinge niet mogelijck geweest en is ordnung undt disciplin over het kriegsvolck te stellen undt die platte landen beschudden undt beschermen.

Dewijle idt dan noch hoge tijt is datmen deur dese iemmerlicke landtverderffenisse, undt veelfaldiger geled ene schaden gewitziget zijnde nochmaels hochstgedachter furstlicke durchluchticheit undt der generael staten vore lengst gedaene begeerte undt trouwen raedt gehör geve, insonderheyt avers dat man den anderen naerders geunieerde provincien sich in desen gouvereneren conform maecke undt met allen vlijt daernae trachte op dat ferner verwuestinge undt uuyterste desolatie vanden landen soo veel mogelijck verguedet werde.

Soo begeren wij nyettemin amptshalven bevelende gij willet sonder lenger vertreck die generael middelen, bij gemeenen advis vanden naerders geunieerde provincien geconcipiert, undt consentiert, ofte ten wenichsten die gene die op den lestgehalden landtdach vanden Aerneemschen quartiere bewillicht sijn biss op ferner verordnung oick in uwer stadt in trary brengen

113.2
undt deselvige met alles neerstichen durch getrouwe dae[…] gestelte collecteurs beuren undt inbrengen en laeten, om vol[gents] tot uwer selfs undt des gemeenen vaderlandts defensie [te] mogen gebruiken. Dan ingevalle lenger hiermede gesuy[mt] undt daerdeur wijder verloop, desordre undt verder […] ontstaen solde willen wij daerinne vore ieder mennichlick [..] ontschuldicht zijn, undt sult de schaden niemants anders als u selfs te wijten hebben. Waerna gij u sult weten te reguleren. Undt bevelen u hiermede den Almechtigen. Datum Aernem den 22en octobris 1579.

U goede gunnder undt frundt,

Johann graff zu Nassaw Catzenelnbogen.

113.3
Grave Johan van Nassauw, vermaent tot goede regieringe end opbrenging van penningen om alle inlegeringen voor tho comen.

Nummer 114

Edele ersame wijse ende seher voorsienige heeren. Alsoe ick op huyden met Belij van Bulick geerkent heb nae tgenne ick in haren huise aldair liggende verleot heb mit sambs alle tgeene ick aldair ter Elburch noch muste schuldich gebleven sijn, dat haer van mij noch eene maeckelicke [pen] is restcomde, ende u ersamen sich den soude tarivell wael weten te erinneren dat dieselve sich ahnfencklich ennd altijt erklert hebben boven den daler des wecks den u ersamen mij ende haer toegesacht hebben unde vermoge der ordonnantien schuldich zijn voor logyssgelt sich in alle billickheit tot stuir der onkosten sich te willen laten finden.

Ist demna mijn frundtlick begeren u ersamen willen van wegen obgemelte logyssgelt twelck bedracht darthien dalers in alless niet alleen haer te vreden stellen sonder oick vermege u ersamen belooften (doorh.: te) oick in ahnsienongh der groter geledener kosten und ringen profijts sich in der billickheitt finden laten darmet ick schreiven mach oft mijn dienst u ersamen ahngeneem oft niet gewesen seyunnd stellende tselve tot u ersamen goede discretie will deselve hiermet in schuts unnd scherm des Almechtigen unnd langer gesontheitt mesfelen. Datum inden H[ ] den 27en octobris 1579.

U ersamen guitwillig frunnd,

Jurgen van Bucholtz, [ ].

Voor [ ] tijdongh is hier dat Mechelen unnd ‘sHertogenboss den 23en deses voer bevind binnen Antwerpen verklaert zijn. Is oick hier tijdong voor seker dat die van Cootwijck meenen verleden vrydage ingenomen hebben dair die malcontenten des lange gelegen, hebben unnd sijn maer twee venlen knecht darinne gewest hoe schuntelick dat ons schepen van orloge nu unlancx weesen hebben dat schip vande malcontanten dat omtrent den Brik in de maste verseilt [] wech na den derden dach uuyt te laten varen dair over is van adell in gewest zijn twende niet sullen u ersamen voor langes gefoot hebben.

Nummer 115

Edele erentfeste eersame wijse voorsichtighe.

Alzoo den hopman Roelant Faulster hier ernstelyck alhier in tcollegie aengeholden ende versocht heeft ten eynde zijn soldaten van hare behoorlicken weeckleeninghe versien mochten worden ende wij bij onse voorgaende scryvens ende oock het mondeling affgescheyt u edele lieden ende gonst gesanten verclaert hebben onse meeninghe ende intentie te zijn dat die voorseide leeninghe bij die van Harderwijck ende Elburch ende Hattem sampt den dorpen daer onder resorterende gefurneert zouden worden ten minsten voor eenen tijt tot dat wij de ordre op de bethalinghe vande garnisoenen int Arenhemsche quartier leggende gestelt zoude sijn twelck wij verhoopen ierst daechs sal geschieden. Soo ist dat wij u edele lieve guede nyet en hebben willen naelaeten andermael bij desen te versoucken ten eynde de verseide leeninghe voort eenighe vendel in den verseide stede leggende bij u edele lieve guede voor zoo veel u edele lieve gued aenpaert bedragende en verstreckt ende gefurneert worden ende dat ten gesetten ende behoorlycken tijde op dat alle foule untlast ende schade doer de excursie vande selve soldaten ten platten lande verhyndert ende verhoedt mach worden, wat inne u edele lieve guede geen swaricheyt en behoorden te maken overmits tselve u edele lieve guede afslach ende bethalinghe strecken sal aende maentelycke quote ende contributie dewelcke uns bedunckens merckelicke meer uuytbrenghende en als die voorseide leeninghe bedraaghen van

….. Hier mede edele erentfeste eersame wijse voorsichtighe u edele lieve ende guede in schuts des Almachtighen bevelende. Gescreven t Utrecht den 29 octobris 1579.

U edele lieve ende guede vrinden.

Die gedeputeerde vande naeder geunieerde provincien,

Ter ordonnantie vanden zelve,

Jan Zuijlen, 1579.

Nummer 116

Erntfeste wijse zeer voorzienighe heeren ende gunstige goede vrunden. Nae fruntlycke gebiedenisse, hebbe ic niet mogen naelaten, uwe eersamen te verwittigen, hoe dat de heeren gedeputeerden vande naerder geunieerde provincien mij onlanx gescreven hebben, dat bij henlieden ordre gestelt is op de werckelycke leeninge van de knechten nu in u lieder ende de twee ander steden verdeelt zijn tot welcken eynde ende op dat zij zulx over die niet alleen maer metten anderen garnisoenen inden steden te genoechlycke souden comen doen zij mettet gantsche collegium van Utrecht nae Nimweghen zijn vertogen. Zoo dat it niet en twijfele off daer en sal nu bij u lieden diesaengaende geen voorder swaricheyt zijn ende zoo is u lieden ergens inne eenige dinst eenigedinst off vruntschap can gedoen sullen u eersamen mij altijt u billich ende bereyt vinden. Kenne dAlmogende dien ic u eersamen bij desen bevele. Gescreven uuyt Alcmaer desen 30en octobris anno 1579.

U eersamen dinstwillige vrundt,

Diederich Sonoij.

Nummer 117

Eedele wijse voorsichtige zeer gunstighe heeren. Ic heb de missive van mijn ghenadige heere den stadtholder ende daerbeneven uwer eersamen brieff den 9en deser maent ontfangen. Soe ist dat mijn edele heeren sullen ghelieven te weten als dat ic ontfangen hebbe althans uutganden van de burgemeisters van Harderwijck drie leningen tot behouff ende onderholt van de soldaten binnen haer stat liggende. Verhope daerom ganschelick dat mijn edele heeren tselve mede sullen doen ende verschaffen mede alsulcke leninghen voor de soldaten binnen uwer stat van Elborch liggende op dat de soldaten hun weckleninghen ontfangende, moghen metter tijt een paer schoenen aen haer voeten crijgen, twelc hun niet can gheweten soe langhe zij luyden geen gelt ontfangen ende haer weeckleninghen opeeten want soe lange als een krijcsman zijn leninghe vereet ende geen gelt en crijcht soe en can hij niet wel (mijns bedunckent) den heer enighe goede dienst doen ende alsoe een soldaet behoirt sich te onderholden met zijn soldije ende den borgheren gheen overlast te doen. Soe ist redelick ende billick dat men den sldaten ooc versorghe van hun soldije daer mede zij hun moeten onderholden. Derhalven sulen mijn eersame heeren ghelieven te doen ghelijck die van Harderwijck doen, ende versorghen dat zij hun weeckleninghen sullen moghen crijgen. Hier mede den Almachtigen bevolen. Uut Harderwijck den 9en novembris anno 1579.

Cappitane Foster.

Nummer 118

Eersaeme wijse voorsichtige zeer gunstighe heeren.

Alsoe de burgemeisters van Harderwijck ghisteravont mij aengesecht hebben dat zij onder hen besloten hebben een van den hueren te senden naer Utrecht bijden ghedeputeerden der naerder gheunieerder provincien, om aldaer te disponeren ofte enighe bequame middelen te vinden om mijn vaendel liggende binnen drie steden, van hun behoirlicke weeckleningen te versorgen, soe best ende oirbaerlicx bevonden sal worden, ende ick daer beneven van meninghe bin om te Utrecht mede te trecken soe den burgemeisters voorseid op mij vruntlicken begheert hebben. Soe ist dat ick niet heb moghen naelaten, uwer eersamen mits desen tselve te kennen te gheven ende adverteren dattet zeer raetsaem soude zijn dat ghij luyden mede een ghesante uutmaecte om naer Utrecht te reysen ghelijckelic alsoe ic mede aen de heren van Hattem tselve verscreven hebbe, ten eynde dat wij alle te Utrecht wesende mitten ghedeputeerden sullen moghen handelen vande bequaemste middelen om tvaendel van hun weeckleningen te versorghen. Derhalven is mijn schrijven aen u mijn eersamen heeren niet te willen naelaten alhier mitten aldereersten te comen dat wij ghelijckelic naer Utrecht moghen reysen, oft te ontbieden aen mij van wat meijninghe mijn eersamen heeren zijn. Hier mede den Almachtigen heere bevolen. Uut Harderwijck den 10en novembris 1579.

Uwe goede vrunt,

Cappitane Foster.

Nummer 119

Erntfeste gebidende heeren und frunden. Ick beducht dat ick sall bij u lieden enigher lichtherdigheitz worden bedacht, dat ick niet en schrive achtervolgende den affgescheit mit onsen broeder Franckesen genannen, vermitz wij averst op onse principael schrivent van Aernhem gien andtwordt bekoemen ende nochtans omb dieselve oirsaicke avermaels aldair geschreven. Soe hebben wij u lieden dairvan niet bisonders konnen averschriven dan verwachten alle uhre bescheit, twelck u lieden niet sal worden verholen, tgoen dat die van Aernhem schriven is dat sijn genadige myt den ruyters gehandelt hefft om 5 off 6 dagen toe moegen liggen tott dienst slandtz etc. Soe doch die tijdt voerbij is, heft men ] reden derselven verlicht twarden die doch niet anders als toe vertrecken begeren etc. Neffens dem verwachten wij alsnoch myt verwonderongh denn uterschen baden ende wes hye brengt sal u eersamen onverhalen sijn etc. Onsser dienaer Otto van Heteren hefft tho have verstaen, dat der landtschap weder sal then landtdage verschreven worden ende dairom van hier nymantz reist, dan wilt Van Broeckhuysen die myt Hermen van Hell bij sijn genedige reyst om middel mit sijn genedige advys totreffen dat die ruyter tleven gefrist ende myt gemaecke affgevoeret mochten worden. Midlertijdt reist Brienen weder nae Voerst, om den huysluiden dair ende elders tstillen datmen sie late in vreden op advys van sijn genedige ende der hoefftstadt Arnhem dairmyt niet oevel erger gemaeckt worde etc. U eersamen hiermyt den Heren bevelende. Myt groten haest den 15 novenbris anno 79.

U lieden guede vrundt van wegen der stat,

Ernst Wittenn.


Nummer 120

Nae erbiedongh mijns gheringen vermegens insonder gunstighe heren und frunden, en heb ick niet moegen naelaeten u lieden und ersamen toe aedvertiren, wie dat mijn neeff Dirck Voet diesen avondt van Utrecht wederahn gekoemen, und ons diesen bericht voer ierst mede brengt. Als dat hij vertoefft ys gewest op sijn ansuecken op die ankompste vanden heer Van Braeckell die inden Haeghen was, om aldair die repertitie toe halen, dat men teyndens diesen itzlopende maendt voertahn alle des oversten Sonoyer onderhebbende soldaten (insonder onsse venlijn) alletijdt die weecklenongh beschaffen ende betalen sall uth Hollandt sonder enighen inbrueck. Unde alsoe mijn neeff Voet vurseid demnha opt hefftigst anhieldt mytten hopman voer tgoen dat alrede was verlopen ende noch diese voerenden maendt verlopen solde moegen vermyts dat van onsse myddelen niet offte sehr weinich quam ende wij datgoen dat wij desen soldaten hadden verstreckt particulierlick van sommigen vrunden hadden lenen moeten des noch onbetaelt was ende dairom gien middel hadden enighe vorder lenonghe tdoen. Dat oick u lieden ende ersamen in gien mijnre onwill ende onlust soe vanden armen burgeren als vanden soldaten stonden, dair die ierste clachte myt waerheit in dier vuegen vander stadt wordt gedaen dat dwiel vanden middelen niet ontfangen wordt, soe waer die stadt toe onvermoegendt die soldie mit lenonghen toe versihen. Anderdeels dat die arme burgeren toesehr mytten soldaten beswaert waren, dieselve die kost toe verstrecken, soe het doch een sulcke gemeinte geeft daer elcx mitten sijnen genoech hefft tdoen. Dat oick sich onder dies die soldaten niet weiniger en beclagen, als dat sihe oer besoldinge bij den burgeren moeten verteren, soe sihe (geboerlicke weecklenongh ontfangende) sich op oer eigen kost voel geringher solden koenen onderhalden.

Doch dwiel sulcx alles widers in bedencken genomen ende voel onfruchtbare loese uthfluchten (van ons twisen opten ombliggenden dorpern dair wij gien gebiede hebben) debatteert ende mit redenen affgeslagen syndt worden, is der hopman op hoepe van een myddel sonst gelt tbekoemen noch dair gebleven, die wij verhoepen dat als

120.2
margen wal sall hier wesen.

Dat averst die baede soelangh uythbleeff, was die oersaeck, dat hij (doorh.: hem) myt enigh guet van Dirck Voet op Amsterdam was gesonden, omb tselve hier tbrengen, dan vermytz datter (doorh.: geft) gien schepen van Amsterdam herwertz gekoemen sijn, wordt hij alsnoch verwacht.

Dieser ruytern betalingh secht mijn neeff aldair verdich tsijn, ende datse mytten alre iersten betaelt ende affgedanckt sullen worden. Doch en docht hem niet dat se faer noch die tidongh van Cortzbach hadden, wat averst dairuyh entsthaen sall werdt die tijdt leren.

Hier is allenthalven groete spraeck van een grote vergaderongh van ruyter und knechten ombtrent Straesburch gelegen, diemen secht van wegen des princen van Orangien in Bourgonien eine grote stadt Bijsantz ingenamen thebben myt noch etlicke vestonissen, wes dairuth volgen sal werdt die tijdt lehren.

Mij hiermit gebidende tot u lieden ende ersamen dien der Heer in langer gelucksaliger regirongh will gefristen. Uth Herderwijck dem 17 novembris anno domini 79.

U lieden ende ersamen guetwilliger vrundth,

Ernst Wittenn.

Broickhuisen is desen margen den 18 weder van Aernhem gekoemen seggende voer seker dat die ruytern den aenstaenden vridach uith die Velue sullen wesen ende dat die schult van Utrecht al daer was mit tgelt datse solden hebben. Dairop dat mijn heer stadtholder an die van Deventer geschreven om haer dair den pass tgonnen.

Der burgermeister van Coeln, Lijfkeucken, was oick tho Aernhem, seggende voer seker dat onsse onderhendelers des vredes vertogen ende tsamen dair gescheiden wahr thom briden deel. Elcker fox wahre sijnen swantz. Secht mede datter enen rijcxdach sal worden uthgeschreven. Godt verlehne nae sijne vaderlicke bermhertigheit. Men secht oick dat den gewalth soe myt ruyter und knechten omb Straesburch licht. Ant mersiren ys om aff tkommen. Valete omnes in domino.

Nummer 121

Burgermeisteren Schepenen ende raidt der stadt Harderwijck, hebbende ontfangen seeckere missive van den heeren gedeputerden der naerder Unie, waerinne oer ersamen sampt den ersamen van Elburch ende Hattem bevoelen wordt die somma van 300 gulden tot lenonge van hopman Roelandt Foster soldaten mit den anderen to fournieren, ende hierbenevens hierop verhoert hebbende idt rapport ende advys der gesandten der stadt Elburch hebben dieselve goedt ende raedtsam bevonden dat in anmerckonge oer ersamen wes noch toe (doorh.: niet) sich niet alleen mit groete swaere soldie van hopman Roelandts soldaeten so alhier in garnison liggen beswaert vinden, sonder oock daerbenevens een merckelicke antall van soldaten (so tot bewaernisse ende verseeckertheit des huyss van Generale Staten ende den heeren gedeputierden voirseid afhier verordent synnend) mit behoirlicke lenongen moeten onderholden, dat niet noedich sall sijn eenige vordere partitie (twelck hiernaemaels in boese consequentie tot grote prejuditie deser steden voirseid getogen solde worden, hiernae to doen, sonder aldewijll gemelte heeren gedeputierden die gewisse vertroestinge gedaen, dat dese steden hinvorder mit geene lenongen mehr beswaert offte molestiert worden sullen, datmen voerdit maell tot contributie gemelter penningen ider stadt hondert gulden verstrecke damit dat gelijckformicheit geholden worde. Actum Harderwijck den 20 novembris anno 1579.

Brinck, secretaris.

Nummer 122

Erntfeste vursichtige wise sehr discrete heren und gude vrunden, ick heb diesen naemiddach u lieden schrivent belangende enighe voergevallene onverstandt mit u lieden und desselffsten burgern ontfanghen, und u lieden en kan ick dairop ther guetlicker andtwordt onvermeldet niet laeten, wie dat onsse brouwers die oer tappers opter Veluen hebben und eensdeels noch bij dieselve eine merckelicke summe geltz then achtern sijndt, dat dieselve noch die huysluiden van derselven die op Veluen gehaelt ende vertapt worden, hier tho Herderwijck gien licent betaelt offte ontfangen wordt, ther oirsaicken dat alle brouwerien op Veluen vrij sijndt ende niet en geven unde wanneer dan die Velickers vanden byren hier gebrouwen solden moeten geven licent. Soe solden sie elders opten lande tho Nijkerck, Bernevelt offte Putten oer bier sonder licent tgeven halen, dairdurch die negeringe der brouwerien geheel uth den steden soll worden gejaecht. Averst alst menichmael opten landagen vorhanden gewest, datmen opten platten landen dubbelde licent solde geven, soefeern sulcx int werck were gebracht gewest, hadde men billicx oick van die Velickers licent genamen.

Hierbynnen ende in onsse Vrijheit wordt van alle byren bij tappers off burgers gebrouwen ende van buyten oick ingebracht die licenten betaelt, alsoe oick van alle wijnen. Verleden jair hefft men die licenten van alle geslachtede beesten betaelt, maer desen herffst en isset niet geeischet. Hiermet u lieden tsamen im schutz des Heren bevelende. Uth Herderwijck (doorh.: den) op dach Catarine virginis anno 79.

U lieden gude frunt,

Ernst Witten.

122.2
E. Witten van den consumptien.

Nummer 123

Ersame wijse und vuersichtige gunstige guede frunden. Wytt en kunnen u ersamen gunstlich niet verhalden wye dat wij hoe (doorh.: h) lenge hoe mehr (doorh.: zekere) verscheyden schryvens van waerschuwungh als oeck noch huiden vandie van Nijmmegen, sekere thidungh bekommen (doorh.: onleesb.) dat die corenel Contzbach, den vyant eenen eedt gedaen heeft ende tot twe reysen, een van sine edeluyden over gesonden, om mitter hertzoch de Terra Nova toe communiceren ende hebben oock communicatie mitten graeff van Swartzenborch gehalden twelck zekere ende waerachtich sijn zold und zold daernae trachten, mit Contzbach dat he een stadt int lant van Gelre ofte Vryeslandt mit verrasschen in krygen mucht tot welcken eynde der brant binnen Coln, und daerom bhiede ander der name van monseigneur Bylly, let aennemen twe regimenten voetvolcx und dat die malecontenten niet wyllen lijden, dat die Spaenjaerden dit jaer buyten lande vertrecken sullen wes wij ons nu op guten Contzbach hebben te avertrouwen wyllen wij iedermenlich toe bedencken gued. Derhalven wyl noedich zijn dat u ersamen alle goeden frunden van aedel ende anderen hier van mede versenden. U ersamen hier mede in schutz in scherm dess Almechtige bevelende. Geschreven den 25 novembris 79.

Burgemeisteren schepenen und raidt der stadt Arnhem.

Nummer 124

Erentfeste, eersaeme, wijse zeer voersichtighe, wij hebben u eersamen missive van dato den sesentwintichsten novembris metten ingelachten copien, soe vant verdrach als vande missive van zynder genade ontfanghen, ende soe wij tselve verdrach gansch redelyck ende billick achten, hebben wij aen den capiteyn Fouster geschreven, tzelve bij zijnen soldaten te doen naer commen, als u eersamen bij die ingelachte copie breder sult moegen verstaen. Wij hebben den capiteyn alhier verstreckt een weeckleeninge ende sullen procureren dat voorts aen ordre gestelt wordt op de leeninge van deselve soldaten, ende desen tot gheen anderen fyne dienende, willen u eersamen hiermede den Almachtigen bevelen. Geschreven t Aernhem desen 3en decembris 1579.

U eersamen goede vrunde,

Die gedeputeerden der naerder geunieerder provincien,

Ter ordonnantie vanden selver,

Jan Zuijlen, 1579.

Nummer 125

Johan etc.

Manhaffte etc. Idt hebben uns die burgermeistern schepen und raedt der stadt Elborch uns tho kennen gegeven, nademael die bethalingen und lehnongen van den kriegsvolck und garnisonen bij den provincien noch ter tijt al wat late bestelt ende verschafft werden waardoer grote desordre und ungeregeltheden under den soldaten ontstaen ende den burgeren veel schwaricheden ende overlast angedaen wort. Dat se daerom mit den soldaten in hoeren stadt liggende ende under uwe compaignie gehorende overkomen ende verdragen sijn dergestalt dat een iegelick eenlopende knecht ter weken bij enen burger alwaer in gelogeert is verteren sal twintich stuver. Ferners inholts de selvigen verdrags, daerop wij uns um langheit to schowen referieren willen.

Also nu tselvige accord uns gantzs eedelick und billick sijn bedunckt so begeren wij nit te min ambthalven bevelende gi willet die soldaten mit ernst daertho holden, up dat sie sich daerna reguleren ende den burgeren daerenboven genen schaden an en doen biss ter tijt tho dat die provincien ende wij middelen finden uns beter ordre und richtigheit metter bethalinge tho sallen, waertho wij alle nersicheit ende unse vyvise devoir doen sullen. U hiermede etc. Datum Arnhem den 7 novembris 1579.

Nummer 126

Manhafftighe frome, ons is van weeghen der stadt van der Elburch ende overgesonden geweest copie van zeecker verdrach ende accord bij hem luyden met uwen lieutenant van weghen den inleggenden soldaeten gemaeckt. Ende alsoe wij tselve accordt gansch redelijck ende billick vynden, hebben u bij desen wel willen bevelen, tzelve verdrach naer te commen ende tucht er volgen, mitsgaeders (doorh.: tselve) sulcx bij uwe soldaten te doen naer te commen ende achter volghen, ende dit alles bij provisie ende als u egheene leeninge verstreckt (doorh.: is) en zijn, ende dat daer inne bij ons wijders geordonneert ende gedisponeert zij. Ende en wilt van des te doene in gheen gebreeke blijven. U hiermede den Almachtigen bevelende. Geschreven t Aernhem desen 3e decembris 1579.

Uwe goede vrunden,

Die gedeputeerden der naerder geunieerder provincien,

Ter ordonnantie vander selver.

Hierna volgen enkele stukken van maart en april, die ik pas nu tegenkwam. Ik heb ze doorgenummerd.

Nummer 127

Achbere gunstighe gude frundt heer borghemester, nae unsse gheholdene affghescheitt tho Arnem hebbe ick van Derrick van Weetten desse 3 bij ghefoeghede stucken untfanghen de welkes (doorh.: ick) huden vormyddach erst bij dem ersaemen raet alhir gheleesen sintt unde is noch etwes tho rugghe tho Arnem ghebleeven dat mij weetten, nae sicken wyll als ick dat becoeme worde ick u lieden ock tho sicken hebbe, hem derhalleven noch niett ghecontendeertt. Kan u lieden desfals niet overscrijven wat het scrijven ghecost heft, sall sulcks ter erster gheleeghentheitt doen. Als desse dinghe bij dem ersaemen raet ter Elborch gheleesen is stracks an Brunick tho Hattem unsse gude frundtt tho sicken unde de gheleghentheitt scrijven willt. Hoeckelum is gisteren van hir nae Antwerpen ghereeset. Hir met Godt befolen, siet van mij ghegruttet unde doelt mijn erbeedenisse an u lieden mede raets frunden. Datum ylens in Hardervick anno 79 dem 27 marty.

U lieven goetgunner unde frundt,

Henrick van Essen.

Nummer 128

Erntffeste ffrome ersame voirsichtighe hoieghwiesse heeren burghermesteren schepenen und raidt der stadt vander Elborgh. Ich kan u achtbare wiesen nyt berghen wie ich tho Arnhem sijn gewest na mijnen gude, dar all schoien die gebraken busse aff verdonckert wass, ydoch an Thonis Hughen huyss wederbekomen, belanghendt averst die sess par fflasten myt twe sslasskilien aver (welch mij doch nit rorende ist) beffynden sich die twe fflasskylien nit ander moghen u achtbare wiesen vernemen wair se gebleeffen sijn. Van Thoniss Hughe und Henrick Palender erkleren sich solckes nit ontffanghen tho hebben, ffolghendtz diewiel ich u achtbare wiesen dat geleverde guiedt op mijnen groten schaden gelevert, und dorch andringhongh ffifftien deel weder hebbe mothen annemmen und mij die nageleefferde sess deel sonder myddel nit dencke tho kroeden, inde wie waill ich drie warff van Wesel ther Elborgh gewest sijn, und meer in suss geffarlicke thijden aver die twintich daller an onkosten gedain hebben, ydoch nit meer dan die twe laste reissen om mijn pennongen gewest sijn. Onangesien dess mijner ghroter onkosten om u achtbare wiesen gedain, hefft man mij ther golden gulden van ffoirloien oich gekorttet und darenbaven sess par fflasten willen andringen, die ich nit angenamen, oich nit op solcher condition dencke an tho nemmen. Inde onangesien dess hefft man mij mijnne obligation wie wail ich nit bethaldt van solckess vursseid ware, gecassirt und doirgestreken darvan ich voir u achtbare wiesen van solckess geprotestirt hebben, inde wie waill ich bijder stadt Elborgh anno 72 verleden (dorch Andris van Allerss instopperongh) hebbe moten schaden lijden aver die ffifftich daller, geschuit mij van solckess gheinne weder vegeldongh sonder noch buten reden allenthalffen affbrock. Also dat ich om solckess, mijnen schaden, an Aller vursseid dencke tho verhalen idoch om allen onlust tho vermyeden, beheltlich doch eynss yderenss dar he recht tho hefft, und so dit nit bess[eit] van u achtbare wiesen nyt wordt ingewillicht, ist solckess ongess[eit], und eyn yder sijn recht voirbehalden.

Irstlich om allet wess wij voir dato van dussen t doin gehadt pensselich mit dit nabess[eit] sall doit sijn, so sollen mij u achtbare wiesen mijne sess rijder so mij restirende und noch onbethaldt sijn bynnen Wesel

128.2

leefferen und voir all mijne verschaten pennongen de anno 72 sampt verterde kosten und ongelet, dusse lapperie die sess fflag en tholegghen, darmit sollen wij eenss voir all verdragen sijn, hirop beger ich eyn ijlich antwort.

Im phall averst solckess van u achtare wiesen wort affgeslagen sall ich andere middelen moten gebruicken, dan Albert (achtbare wiesen (doorh.: uter) Karman inde mytborgher ethliche pennongen van eyn kar spirlinx onder den marckmester tho Wesel sthain hefft sollen segelicht werden, ich worde thot mijne volkomene betalongh dorch hem und andere borgher vander Elborggh bekomen. Solckess alless hebben ich u achtbare wiesen nit konnen berghen, die ich in schutz dess Almogende doin beffelen. Van Wesel den 1 apriliss 79 stilus communis.

U achtbare wiesen dinstfferdiger,

Thomas Bremer.


Nummer 129

Johan Philips frijheer tot Hogensaxen, heerr to Sax und Vorsteck etc.

Ersame und wijse insonders goede vrunden, welckergestalt unlangt tuschen deser landtschap gesandten, und den gedeputierden van den naerders geunyerden provincien tot Utrecht accordiert und gesloten is, dat eerstes dags die ordonnantzien over die generael middelen solden geconcipeert, gedruckt, und folgents in alle steden und platte landen under die Unie begrepen publiceert, und tegens den eersten aprilis int werck gestelt worden. Daervan hebt gij sonder allen twijvell noch goede wetenschap, diewijll nu in des hern stadtholders ijlenden verreysen sulcke gedruckte ordonnantzien angekoemen sijn, om op allen plaetsen daer idt noedig is, gesonden und gepubliceert to werden, und die missiven in sulcker ijll under sijner lieven namen nit konden depeschiert offte verfertigt werden. Hebben sijne lieve niettomin bevolen, gedachte exemplarien over to senden, niet twijvelende, diewijll dese ordonnantien belangende die generael middelen allgereedts nae voellfaldige rijpe beraidtschlagong van groten und kleynen steden, mitsgaders den ridderschappen des Nijmegischen und Arnhemschen quartiers veraccordiert sindt, und dit naest goet het eenige middell is om dese landtschap (die welcke sonder assistenzy und bijstandt der naberen geschapen is, in endliche und uuyterste verderffenis, ruine underganck und desolatie to geraken) tegens des fiandts gewalt to beschermen. Idt sollde een ieder sich hierin willig vinden laten und op die publicatie und anstellung deses hoichnottwendigen wercks (daeran deser landtschap welvaren offt verderven hangt) geene swaricheit vallen. Demnae so senden wij u hiermede gedachte exemplaren. In namen wollgemelts hern stadtholders begerende, gij willet die publicatie vermog des genomen affgescheidts terstondt geschieden laten, und allsobale die sellvige met die dat inr werck stellen op dat nit die gemeene man in den anderen provincien (allwaer men verstaet dat die middelen algereedts angericht und verpacht sijndt) oersaeck krijgen wederom to ruck to vallen, und deur

129.2
uwe verweigerong und naelatigheit glijckfals unwillig to werden, waer deur dan den provincien alle middelen om u to helpen solden benomen werden. Waerom wij u nochmals ernstlick bidden und vermanen, gij willet, so lyeff u uwe eygene und des vaderlants wellvart und conservatie is, hier in n it naelatig offfte suymich erschijnen, und blijfft hier mede den Almechtigen bevolen. Datum Arnhem den 2 aprilis anno 1579.

Ewer gutter frundt,

Johan Philips frijherr zu Hoensax.

Nummer 130

Den wolgeborn hern Johan Philips, grave tho Hohenlo, here tho Langenburch, generäll krigess, overster der generäll staten van Herwerssover etc. Unsern gnedigen hern.

Verthonen sehr dienstlick tho kennen gevende, die burgermeistern schepen und raede der steden op Veluwen, als Harderwick, Elburch ende Hattem, wo dat sie van olss wegen als van wegen lofflicker gedachteniss hertoch Karoll ende older, ende navolgens bij tijden dess fursten van Kleve geprivilegyrt sijnnen, ende durch olde lofflicke hergebrachte costeumen, bess her tho alle tijt die garnisonen, so van wegen dess hern, den steden verordenirt werden , van den burgermeistern, offte wet der steden, een ieder vor sich bij den sijnen gelogert und gebelettirt werden ende gelick idt den steden niet en behoert hoer garnisoenen op den platten landen tho belettiren, en stadet oeck der van die platte landen niet tho, die vriheiden der steden offte der steden selvess, mit hoere knechten offte ruteren tho prævidieieren. Welcke olde

130.2
hergebrachte kosteumen ende privilegien oeck geapprobiert, geadvonirt ende besweren binnen in idt tractaet vor Venlo van kaiser Karoll hoechlofflicker gedachter ende na van allen officieren seer nerstlick achtervolget ende onderholden, als van deer van Alba, Hyrges ende andern ende nu ersten van u genedige bevehlhebberen durch missverstant wellicht an die underdanen ende vriheiden der steden Elburch ende Hattem gevioliert ende gelabefastiert, welck grotelicx tot onder aller privilegien, previdicie ende achterdeel iss streckende, sinnen derhalven sie suppliaant underdeniglick an u genedige versuckende, dat idt u genedige gelive, hier in diese rechten und privilegien te maintenieren und bevellschrifften tho verlenigen, an der ruteren, so iegenwordich int gebede vander Elburch ende Hattem liggen dat sie willen verrucken. Dit doende, er bieden sie sich in allen underdenicheit tegens u genedige.

Wass supplianten hierin suppliceren, werden ihr hieraus vernemen, ist derwegen unser begeren, ihr wollen uns den selbigen kundt thun, der euch die beletten geben hatten begerent enich in das quartier so dem wolgeborn bruder hern Sigmunt Kurtzbach gegeben bleiben, unde diese freiheit verschontt haltten.

Johan Philips grave van Hohenlo.

130.3
Request aen den heren grave van Hohenlo voer de steden Herderwijck, Elburch en Hattem anno 1579, Dat gheen krijchsvolck in haere steden, vrijheyden mit recht moegen gelecht worden.

Copie der supplication an den hern van (doorh.: Hohenloh) Hohenlohe overgegeven am 9 aprilis anno 79.

Nummer 131

Ersame insunder groetgunstighe guede vrunden. Ick kan u ersamen niet verhalden hoe dat ick de vier articulen in min memorie angetogen doer reyrast over gegire[n] op de twe erste als van de fortificasie und van de veranderinge van de soldaten niet sekers connen erlanget doch nu toe gelecht. De knechten waren gemonster und solden hoer betalinge ontfangen unde men solde se van stont an daer uth nemen und en guet veendel soldaten daer in leggen daer wi ons in tit der noet toe versien mue[ten]. Und soe veel de twe dusent gulden angaet tot het bolwerc[k] of den in proost heft niet coemen cunnen om oersaken hier telanck teverhalen, ene is dat de dutse ruter op hant ware must me betalen het derde van pulver scerp lunten hebbe ick op Harderwick gesceept zestien hondert pont lunten, dre hondert cuegels und den bussescut hebbe ick besceit van dat de generaliteit hem betalen sal nu solde ick hier ontfangen dusent pont pulvers dat wert noch ontholden, oersake dat Reiner Cant inden Hagen gereist is. Hoe wel ick geerne tho huis waer heft mi gaet gedacht te wachten sint en vridach toe soe wolde ick wel dat hier en scip quame om mede op der Elburch te brengen, ick hebbe daer al ordinansie van dan den pulver mach hier niet los. Min teergeld is bina op ghi mi noch en paer daelder senden hiermit den heren bevoelen.

U lieden dinstwillige,

Lambert Vranckessen.

 

Ingekomen stukken 1900-1902 (In bewerking)

  • zondag 03 november 2013 15:51

Volgnr: 201
Ingekomen: 01-05-1900
Bericht van: Burgemeester van Wilsum
Inhoud: Meededeeling dat verlofganger Hendrik J. Stoffer voornemens is zich in deze gemeente te vestigen
Verwijzing: Nationale militie
Plaats: Elburg

Volgnr: 213
Ingekomen: 01-05-1900
Bericht van: Burgemeester en wethouders van Oldebroek
Inhoud: Terugzending der goedgekeurde rekening over 1899 van den Elburg-Eper grindweg
Verwijzing: Elburg-Epergrindweg
Plaats: Elburg

Volgnr: 202
Ingekomen: 02-05-1900
Bericht van: Minister van Waterstaat, Handel en Nijverheid, 's Gravenhage
Inhoud: Toezending van een drietal exemplaren van eene bekendmaking omtrent de betekenis van de seinen van de stormwaarschuwingdienst
Verwijzing: Stormwaarschuwingdienst
Plaats: Elburg

Volgnr: 203
Ingekomen: 02-05-1900
Bericht van: Rijksontvanger a.i. Elburg
Inhoud: Mededeeling van eene gedane betaling groot F 104,49 aan den ontvanger dezer gemeente
Verwijzing: Comptabiliteit
Plaats: Elburg

Volgnr: 204
Ingekomen: 02-05-1900
Bericht van: Commissaris der Kon. in Elburg
Inhoud: Toezending van een bewijs van Nederlanderschap voor Roelof Fidder
Verwijzing: Nederlanderschap
Plaats: Elburg

Volgnr: 220
Ingekomen: 02-05-1900
Bericht van: A. van de Poll Elburg
Inhoud: Bezwaarschrift tegen zijn aanslag in de directe belasting naar het inkomen
Verwijzing: Plaatselijke belastingen
Plaats: Elburg

Volgnr: 205
Ingekomen: 03-05-1900
Bericht van: Gem. ontvanger te Elburg
Inhoud: Toezending staat v. achterstallige graspacht over 1899
Verwijzing: comptabiliteit
Plaats: Elburg

Volgnr: 206
Ingekomen: 03-05-1900
Bericht van: Gem.ontvanger te Elburg
Inhoud: Maandstaat van ontvangst en uitgaaf over april 1900
Verwijzing: Maandstaat Gemeentekas
Plaats: Elburg

Volgnr: 207
Ingekomen: 03-05-1900
Bericht van: Gem. ontvanger te Elburg
Inhoud: Mededeeling van het ontvangen vergunningsrecht voor de uitoefening van den kleinhandel in sterken drank
Verwijzing: Drankenwet
Plaats: Elburg

Volgnr: 208
Ingekomen: 04-05-1900
Bericht van: Diekman & Kölsch Nijmegem
Inhoud: Omtrent de bestelling van nader opgegeven benodigdheden voor het slachthuis
Verwijzing: Slachthuis
Plaats: Elburg

Volgnr: 209
Ingekomen: 04-05-1900
Bericht van: Officier van Justitie te Zwolle
Inhoud: Toezending extract vonnis inzake Frederik Stoffer, met verzoek den veroordeelde gevankelijk voor hem te doen geleiden
Verwijzing: Justitie
Plaats: Elburg

Volgnr: 210
Ingekomen: 04-05-1900
Bericht van: Gemeente directeuren Krankn. gld. Veldwijk-Ermelo
Inhoud: Mededeeling dat Willem Straatman niet hersteld is ontslagen. Maar met verlof de stichting heeft verlaten.
Verwijzing: Krankzinnigen
Plaats: Elburg

Volgnr: 211
Ingekomen: 05-05-1900
Bericht van: Gedeputeerde Staten van Gelderland
Inhoud: Ontvangstbericht der verordeningen tot wijziging en aanvullingen der verordening van politie
Verwijzing: Strafverordeningen
Plaats: Elburg

Volgnr: 212
Ingekomen: 05-05-1900
Bericht van: Officier van Justitie te Zwolle
Inhoud: Verzoek om terug zending van het extractvonnis inzake F. Stoffer
Verwijzing: Justitie
Plaats: Elburg

Volgnr: 259
Ingekomen: 05-05-1900
Bericht van: Diensten Ned. Centr. Mij Utrecht
Inhoud: Beslissing op het verzoek den gem. besturen van Elburg-Doornspijk en Oldebroek voor trein 8.02 van het station Elb. Oldebroek te laten vertrekken(opening---)
Verwijzing: Spoorwegen
Plaats: Elburg

Volgnr: 214
Ingekomen: 07-05-1900
Bericht van: mil.commisaris 2e distr. van Gelderland
Inhoud: Omtrent het verzuim van den mili. verlofganger J. Beem wat betreft het laten aftekenen van zijn zakboekje
Verwijzing: Nat. Militie
Plaats: Elburg

Volgnr: 216
Ingekomen: 07-05-1900
Bericht van: Commissaris der Kon. in Gelderland
Inhoud: Opgave van het aandeel der gemeente voor het innen der opcenten op de Grondbelasting, dienst 1899
Verwijzing: Comptabiliteit
Plaats: Elburg

Volgnr: 217
Ingekomen: 08-05-1900
Bericht van: G. van Dorssen Elburg
Inhoud: Verzoek om ontheffing van zijn aanslag in de hondenbelasting voor het 2e half jaar 1900
Verwijzing: Hondenbelasting
Plaats: Elburg

Volgnr: 218
Ingekomen: 08-05-1900
Bericht van: Commissaris der Kon. in Gelderland
Inhoud: Mededeeling van het vervoer van een transport munitie van Zaandam naar de haven van Elburg
Verwijzing: Vervoer van ontplofbare stoffen
Plaats: Elburg

Volgnr: 260
Ingekomen: 08-05-1900
Bericht van: Ged. Staten van Gelderland
Inhoud: Goedkeuring van het raadsbesluit tot aanvulling der begrooting, dienst 1899
Verwijzing: Aanvulling begrooting
Plaats: Elburg

Volgnr: 219
Ingekomen: 10-05-1900
Bericht van: N.S. Rambonnet jhr. F.F.F.Z. van Asch van Wijk en jhr. Bas Backer
Inhoud: Verzoek om toezegging tot deelneming in het maatschappelijk kapitaal der ontw. stoomtram lijn Nunspeet-Hattem voor 32/130 gedeelte
Verwijzing: Stoomtramlijn
Plaats: Elburg

Volgnr: 222
Ingekomen: 10-05-1900
Bericht van: B.C. Boks te Elburg
Inhoud: Betreffende de vermindering der subsidie voor de omnibus onderneming, in verband met de tolafschaffing
Verwijzing: Subsidie omnibusdienst
Plaats: Elburg

Volgnr: 221
Ingekomen: 11-05-1900
Bericht van: Officier van justitie Zwolle
Inhoud: Bericht van de veroordeling van J. Goris en H.J. Hoeve wegens diefstal
Verwijzing: Justitie
Plaats: Elburg

Volgnr: 224
Ingekomen: 11-05-1900
Bericht van: Ged. Staten van Gelderland
Inhoud: Toezending oproepingsbrief voor D. Schreurs ter inlijving op donderdag 7 juni e.k.
Verwijzing: Nat. Militie
Plaats: Elburg

Volgnr: 223
Ingekomen: 12-05-1900
Bericht van: Ged. Staten van Gelderland
Inhoud: Afschrift van het besluit waarbij de loteling Gerrit Schuurman ongeschikt wordt verklaard voor den dienst
Verwijzing: Nat. Militie
Plaats: Elburg

Volgnr: 225
Ingekomen: 14-05-1900
Bericht van: Commissaris de Kon. van Gelderland
Inhoud: Mededeeling van het vervoer van een transport buskruit van fort Asperen naar Elburg
Verwijzing: Vervoer van ontplofbare stoffen
Plaats: Elburg

Volgnr: 226
Ingekomen: 15-05-1900
Bericht van: Firma T.H. Tomassen te Nijmegen
Inhoud: Mededeeling van de overname van de firma Dickmann & Kölsch van hare vertegenwoordiging den firma Kaiser & Co te Cassel (inrichting abattoir)
Verwijzing: Slachthuis
Plaats: Elburg

Volgnr: 227
Ingekomen: 16-05-1900
Bericht van: Commissaris der Kon. in Gelderland
Inhoud: Toezending van een bewijs van Nederlanderschap voor Frederik van der Heide, ter uitreiking aan de belanghebbende
Verwijzing: Nederlanderschap
Plaats: Elburg

Volgnr: 228
Ingekomen: 17-05-1900
Bericht van: J.J. Bernd. van Berlikum Elburg
Inhoud: Verzoek om ontheffing van een gedeelte van zijn aanslag in de belasting naar het inkomen, dienst 1900 wegens vertrek
Verwijzing: Plaatselijke belasting
Plaats: Elburg

Volgnr: 229
Ingekomen: 17-05-1900
Bericht van: IJker, chef van dienst Arnhem
Inhoud: Aangaande de op woensdag 6 en donderdag 7 juni a.s. in deze gemeente te houden herijk
Verwijzing: Herijk
Plaats: Elburg

Volgnr: 230
Ingekomen: 18-05-1900
Bericht van: Gedep. Staten van Gelderland
Inhoud: Goedkeuring van het Raadsbesluit tot af- en overschrijving op posten der begroting en uitgaven, dienst 1900
Verwijzing: Comptabiliteit
Plaats: Elburg

Volgnr: 231
Ingekomen: 18-05-1900
Bericht van: Burgemeester van Zwolle
Inhoud: Bericht van aanmelding van den verlofganger Cornelis Docter
Verwijzing: Nationale Militie
Plaats: Elburg

Volgnr: 232
Ingekomen: 18-05-1900
Bericht van: Dagelijks bestuur van de vereniging "Volksweerbaarheid" 's Gravenhage
Inhoud: Verzoek aan het dagelijks bestuur dezer gemeente om steun te verlenen aan "Volksweerbaarheid"
Verwijzing: Volksweerbaarheid
Plaats: Elburg

Volgnr: 233
Ingekomen: 18-05-1900
Bericht van: Inspecteur der dienst belastingen Harderwijk
Inhoud: Toezending van een suppletoir register der personeele belasting van den loopende dienst
Verwijzing: Personeele belasting
Plaats: Elburg

Volgnr: 234
Ingekomen: 18-05-1900
Bericht van: Bestuur v.d. afd. Elburg der schippersver. "Schuttevaer"
Inhoud: Verzoek om de voor den aanleg eener stoomtramweg gevraagde subsidie wel te willen verleenen
Verwijzing: Stroomtramlijn
Plaats: Elburg

Volgnr: 235
Ingekomen: 18-05-1900
Bericht van: Mr. H.C. Pennink te Zutphen
Inhoud: Mededeling dat het Hof te Arnhem faillietverklaring van T. Koetsier heeft uitgesproken
Verwijzing: Gortelse tiend
Plaats: Elburg

Volgnr: 236
Ingekomen: 19-05-1900
Bericht van: Commissaris der Kon. in Gelderland
Inhoud: Toezending van een mandaat van betaling voor H.J. van Koot, met verzoek om uitreiking
Verwijzing: Comptabiliteit
Plaats: Elburg

Volgnr: 237
Ingekomen: 22-05-1900
Bericht van: Commissaris der Kon. in Gelderland
Inhoud: Bericht van het vervoer van een transport munitiën van Zaandam naar de haven alhier
Verwijzing: Vervoer van ontplofbare stoffen
Plaats: Elburg

Volgnr: 238
Ingekomen: 22-05-1900
Bericht van: Commissaris der Kon. in Gelderland
Inhoud: Omtrent de openbare kennisgeving v.h. onderzoek van verlofgangers en het zegelrecht van ziekte-attesten
Verwijzing: Nationale Militie
Plaats: Elburg

Volgnr: 239
Ingekomen: 22-05-1900
Bericht van: Commissaris der Kon. in Gelderland
Inhoud: Toezending drukwerk
Verwijzing: Schutterij
Plaats: Elburg

Volgnr: 240
Ingekomen: 22-05-1900
Bericht van: Ged. Staten van Gelderland
Inhoud: Toezending van een model van de lijsten der instellingen van weldadigheid, waarop alleen de wijzigingen zijn te vermelden
Verwijzing: Armwezen
Plaats: Elburg

Volgnr: 242
Ingekomen: 23-05-1900
Bericht van: ontv. der dir. belast-en accijnsen a.i. Elburg
Inhoud: Opgave van de veranderingen in de lijst der huizen welke voor inkwartiering in aanmerking komen
Verwijzing: Inkwartiering
Plaats: Elburg

Volgnr: 243
Ingekomen: 23-05-1900
Bericht van: Officier van Justitie Zwolle
Inhoud: Toezending v.e. afdruk eenen geheime aanschrijving van Z.E. den Minister van Justitie d.d. 16 mei 1900, 2e afd. A/C nr. 18
Verwijzing: Justitie
Plaats: Elburg

Volgnr: 541
Ingekomen: 23-05-1900
Bericht van: Commissaris der Kon. in Gelderland
Inhoud: Kennisgeving van het vervoer van gevulde projectielen per schip naar Elburg
Verwijzing: Vervoer van ontplofbare stoffen
Plaats: Elburg

Volgnr: 244
Ingekomen: 24-05-1900
Bericht van: Commissaris der Kon. in Gelderland
Inhoud: Kennisgeving van het vervoer van eene lading gevulde springprojectielen naar Elburg bestemd voor de legerplaats/ bij Oldebroek
Verwijzing: Vervoer van ontplofbare stoffen
Plaats: Elburg

Volgnr: 245
Ingekomen: 26-05-1900
Bericht van: Mr. H.C. Pennink Zutphen
Inhoud: Mededeling betreffende de procedure C a T. Koetsier en verzoek of hij de declaratie voor de gemeente kan inzenden
Verwijzing: Procedure Gortelsche tiend
Plaats: Elburg

Volgnr: 246
Ingekomen: 28-05-1900
Bericht van: Inspecteur v.h. Haagstoezicht op Krankzin. Leiden
Inhoud: Betreffende de verpleging van Evert H. van Koot ten huize van Jan van Dorp
Verwijzing: Krankzinnigen
Plaats: Elburg

Volgnr: 247
Ingekomen: 28-05-1900
Bericht van: Ged. Staten van Gelderland
Inhoud: Goedkeuring van het raadsbesluit d.d. 7 mei 1900 no. 3 tot het aangaan eenen geldleening groot F 2.000,00
Verwijzing: Geldleening
Plaats: Elburg

Volgnr: 248
Ingekomen: 29-05-1900
Bericht van: Mr.H.C. Pennink Zutphen
Inhoud: Verzoek van mededeling of het voldoende is de kosten der procedure C a Koetsier in eene som op te geven of dat declaratie gedetailleerd moet zijn
Verwijzing: Procedure Gortelsche tiend
Plaats: Elburg

Volgnr: 249
Ingekomen: 29-05-1900
Bericht van: Commissaris der Kon. in Gelderland
Inhoud: Opgaaf van de zeemilitie, die in het genot van onbepaald verlof zijn gesteld
Verwijzing: Nat. Militie
Plaats: Elburg

Volgnr: 250
Ingekomen: 30-05-1900
Bericht van: Commissaris der Kon. in Gelderland
Inhoud: Toezending van de nominatienen staat(2) van verlofgangers die onder de wapenen moeten komen
Verwijzing: Nat. Militie
Plaats: Elburg

Volgnr: 251
Ingekomen: 30-05-1900
Bericht van: Commissaris der Kon. in Gelderland
Inhoud: Omtrent de indiening van de Staten V., betreffende het voorbereidend militair onderricht
Verwijzing: Nat. Militie
Plaats: Elburg

Volgnr: 252
Ingekomen: 01-06-1900
Bericht van: 1e luit. kwartiermeester. v.h. 2e bat. rustende Schutterij in Gelderland
Inhoud:
Verwijzing: Schutterij
Plaats: Elburg

Volgnr: 253
Ingekomen: 01-06-1900
Bericht van: Directeur v.h. Centraal Bureau voor de Statitiek 's Gravenhage
Inhoud: Terugzending van verzamelkaarten en individueele kaarten der volkstelling ter verbetering
Verwijzing: 8e Volkstelling
Plaats: Elburg

Volgnr: 254
Ingekomen: 02-06-1900
Bericht van: Rijks ontvanger a.i. Elburg
Inhoud: Mededeling van eene gedane betaling aan den gemeenteontvanger van een bedrag van F 104,50
Verwijzing: Comptabiliteit
Plaats: Elburg

Volgnr: 255
Ingekomen: 02-06-1900
Bericht van: Directeur der Artill. schietschool legerplaats bij Oldebroek
Inhoud: Omtrent ongeregeldheden van militairen uit de Legerplaats te Oldebroek
Verwijzing: Politie
Plaats: Elburg

Volgnr: 256
Ingekomen: 05-06-1900
Bericht van: Ged. Staten van Gelderland
Inhoud: Omtrent het houden van premiekeuringen van hengsten en merriën voor het Geldersch paardenstamboek
Verwijzing: Paardenfokkerij
Plaats: Elburg

Volgnr: 257
Ingekomen: 05-06-1900
Bericht van: Ged. Staten van Gelderland
Inhoud: Toezending lijst bekroonde stieren in 1899
Verwijzing: Ter betering Rundveestapel
Plaats: Elburg

Volgnr: 258
Ingekomen: 05-06-1900
Bericht van: Gem. ontvanger Elburg
Inhoud: Maandstaat van ontvangst en uitgaaf over mei 1900
Verwijzing: Maandstaat gemeentekas
Plaats: Elburg

Volgnr: 261
Ingekomen: 09-06-1900
Bericht van: Luitenant-Generaal C.L.W. Moorrees
Inhoud: Toezending plakkaat betreffende aantegane verbintenissen bij een der Korpsen der Artillerie of der Cavalerie
Verwijzing: Militaire zaken
Plaats: Elburg

Volgnr: 262
Ingekomen: 11-06-1900
Bericht van: Thesaurier v/h fonds van de gew. dienst
Inhoud: Onvangstbericht opbrengst Collecte gew. Dienst binnen deze gemeente
Verwijzing: Collecte Gew. Dienst
Plaats: Elburg

Volgnr: 263
Ingekomen: 11-06-1900
Bericht van: Inspecteur der dir. belasting Harderwijk
Inhoud: Verzoek opgave van de personen, die bezoldeging, vergoeding of subsidie uit de gemeente kas genieten
Verwijzing: Bedrijfsbelasting
Plaats: Elburg

Volgnr: 264
Ingekomen: 12-06-1900
Bericht van: Commissaris der Kon. Arnhem
Inhoud: Kennisgeving getreffende de inlijving van D. Schreurs bij het regiment Infanterie
Verwijzing: Nat. Militie Inlijving
Plaats: Elburg

Volgnr: 265
Ingekomen: 12-06-1900
Bericht van: Commissaris der Konnigin Arnhem
Inhoud: Bericht betreffende te houden schietoefeningen in de stelling van den Helder
Verwijzing: Schietoefeningen
Plaats: Elburg

Volgnr: 266
Ingekomen: 12-06-1900
Bericht van: Gedup. Staten van Gelderland
Inhoud: Afloop van de in April en Mei gehouden van één- en twee jarige hengsten
Verwijzing: Paardenfokkerij
Plaats: Elburg

Volgnr: 267
Ingekomen: 12-06-1900
Bericht van: Commissaris der Kon. Arnhem
Inhoud: Verzoek bericht of in deze gemeente al dan niet een schietbaan voor het geweer aanwezig is
Verwijzing: Militaire zaken Schietbaan
Plaats: Elburg

Volgnr: 268
Ingekomen: 12-06-1900
Bericht van: Gedup. Staten van Gelderland
Inhoud: Verzoek aanvulling van een staat, in verband met eene nog ogenlijke herziening van het Reglement ter verkomingen en wering van zand verschuivingen in dit gewest
Verwijzing: Zandverstuivingen
Plaats: Elburg

Volgnr: 269
Ingekomen: 13-06-1900
Bericht van: Commissaris de Koningin Arnhem
Inhoud: Toezending kosteloos van vergunningen om te wisselen
Verwijzing: Jacht en Visserij
Plaats: Elburg

Volgnr: 270
Ingekomen: 13-06-1900
Bericht van: B. Denekamp Elburg
Inhoud: Verzoek om ontheffing van zijn aanslag in de hondenbelasting over het 2e half jaar 1900
Verwijzing:
Plaats: Elburg

Volgnr: 271
Ingekomen: 14-06-1900
Bericht van: J. Hollander Elburg
Inhoud: Bezwaarschrift tegen zijn aanslag in de plaatselijke directe belasting over 1900
Verwijzing: Plaatselijke belastingen
Plaats: Elburg

Volgnr: 272
Ingekomen: 15-06-1900
Bericht van: Gezusters van Norel
Inhoud: Bezwaar tegen de lijst van inkwartiering
Verwijzing: Inkwartiering
Plaats: Elburg

Volgnr: 273
Ingekomen: 15-06-1900
Bericht van: De Raad der Geref.Kerk Elburg
Inhoud: Uitnodiging aan den gemeente raad om tegenwoordig te zijn bij de afscheidsrede van den leeraar dr. G.J.B. Aalders
Verwijzing: Eeredienst
Plaats: Elburg

Volgnr: 274
Ingekomen: 15-06-1900
Bericht van: Commissaris der Kon. in Gelderland
Inhoud: Mededeling dat tegen de afwezigheid van den burgermeester gedurende eene maand, geen bezwaren bestaat
Verwijzing: Verlof burgemeester
Plaats: Elburg

Volgnr: 275
Ingekomen: 15-06-1900
Bericht van: Gedup. Staten van Gelderland
Inhoud: Goedkeuring raadsbesluit tot betaling uit den post voor onvoorziene uitgaven der begroting v. 1899
Verwijzing: Comptabiliteit
Plaats: Elburg

Volgnr: 276
Ingekomen: 15-06-1900
Bericht van: Bestuur weesinrichting "Beth Pelet" Vianen
Inhoud: Kennisgeving van zijn voornemen om in juni of juli in deze gemeente eene collecte langs de huizen te houden
Verwijzing: Collecte
Plaats: Elburg

Volgnr: 277
Ingekomen: 15-06-1900
Bericht van: Besturen polder Oldebroek
Inhoud: Antwoord op schrijven van 8 nov. 1899, no. 685 aangaande de kuim bij het bovenveen.
Verwijzing: Waterlossingen
Plaats: Elburg

Volgnr: 278
Ingekomen: 16-06-1900
Bericht van: Commissaris der Kon. in Gelderland
Inhoud: Toezending van een beroep van Nederlanderschap voor G.J.D Aalderen en gezin
Verwijzing: Nederlandschap
Plaats: Elburg

Volgnr: 279
Ingekomen: 16-06-1900
Bericht van: Commissaris der Kon. in Gelderland
Inhoud: Bericht van het vervoer van een schip met munitie bestemd voor de legerplaats bij Oldebroek, van Utrecht via Elburg
Verwijzing: Vervoer van ontplofbare stoffen
Plaats: Elburg

Volgnr: 312
Ingekomen: 17-06-1900
Bericht van: Comm. der Kon. in Gelderland
Inhoud: Betreffende de verdeeling der Rijks in 9 inplaats van 6 arbeidsinspectiën
Verwijzing: Arbeidswet
Plaats: Elburg

Volgnr: 280
Ingekomen: 18-06-1900
Bericht van: Officier van justitie Zwolle
Inhoud: Verzoek om nader te onderzoeken aan wie het in bijgevoegde procesverbaal bedoeld gras toebehoort en daarvan een relaas op te maken
Verwijzing: Justitie
Plaats: Elburg

Volgnr: 281
Ingekomen: 18-06-1900
Bericht van: Commissaris der Kon. van Gelderland
Inhoud: Bericht van van plaatsing van een milicien
Verwijzing: Nat. Militie
Plaats: Elburg

Volgnr: 282
Ingekomen: 18-06-1900
Bericht van: Commissaris der Kon. in Gelderland
Inhoud: Toezending van een reispas voor G.J.B. Aalders en gezin, ter uitreiking aan de belanghebbende
Verwijzing: Buitenlandsche paspoorten
Plaats: Elburg

Volgnr: 283
Ingekomen: 19-06-1900
Bericht van: Firma T.H. Thomassen Nijmegen
Inhoud: Omtrent de montage van de toestellen voor de varkensslachterij
Verwijzing: Openbaar slachthuis
Plaats: Elburg

Volgnr: 284
Ingekomen: 21-06-1900
Bericht van: Gedup. Staten van Gelderland
Inhoud: Goedkeuring raadsbesluit tot af- en overschrijving op de begr. v. uitgaven v. 1899
Verwijzing: Comptabilitiet
Plaats: Elburg

Volgnr: 285
Ingekomen: 21-06-1900
Bericht van: Commissaris der Kon. van Gelderland
Inhoud: Toezending verlengbewijs van Nederlandenschap voor Jacob Haze met verzoek om uitreiking
Verwijzing: Nederlandenschap
Plaats: Elburg

Volgnr: 286
Ingekomen: 21-06-1900
Bericht van: Bestuur der afd. overvelen der Geld. ov. mij. van Landbouw
Inhoud: Omtrent de opleiding van onderwijzen voor de landbouwacte
Verwijzing: Landbouw onderwijs
Plaats: Elburg

Volgnr: 287
Ingekomen: 22-06-1900
Bericht van: Thesaurier fonds Gew. dienst Arnhem
Inhoud: Toezending gratifecatie voor den deelgerechtigde in deze gemeente
Verwijzing: Fonds gewapende dienst
Plaats: Elburg

Volgnr: 288
Ingekomen: 22-06-1900
Bericht van: Officier v. Justitie te Zwolle
Inhoud: Verzoek om Gerrigje Hup h/v R. Fidder verdacht van stroperij te hooren en eenige inlichtingen te verstrekken
Verwijzing: Justitie
Plaats: Elburg

Volgnr: 289
Ingekomen: 26-06-1900
Bericht van: Commissaris der Kon. in Gelderland
Inhoud: Toezending bewijs van Nederlamdeschap voor Jannes Stoffer ter uitreiking aan de belanghebbende
Verwijzing: Nederlandenschap
Plaats: Elburg

Volgnr: 290
Ingekomen: 26-06-1900
Bericht van: Wed. W. Hamel en anderen
Inhoud: Sollicitatiën naar het genot der opkomsten van de Lutteken Vicarie
Verwijzing: Lutteken Vicarie
Plaats: Elburg

Volgnr: 291
Ingekomen: 27-06-1900
Bericht van: Commissaris der Kon. in Gelderland
Inhoud: Mededeling van de aanwijzing van den controleur der dir. belastingen v.h Kadaster, H.P. Cramer voor het doen der opnemeneen ter uitv. v.d. wet der grondbel.
Verwijzing: Grondbelasting
Plaats: Elburg

Volgnr: 292
Ingekomen: 29-06-1900
Bericht van: Min. van Marine
Inhoud: Betreffende afstand van soldij of zeetraktement van officieren en mindere schepelingen
Verwijzing: Soldijen
Plaats: Elburg

Volgnr: 293
Ingekomen: 29-06-1900
Bericht van: Mil. comm. 2e distr. van Gelderland
Inhoud: Verzoek om den mil. verlofg. Hendrik Jan Westerink voor de na-inspectie op te roepen
Verwijzing: Nat. Militie
Plaats: Elburg

Volgnr: 294
Ingekomen: 30-06-1900
Bericht van: Rijksontvanger a.i. Elburg
Inhoud: Verzoek van toezending v.e. opgave van de percelen in deze gem. waar bij het begin v. 1898 met vergunning sterke drank in 't klein mocht worden verkocht
Verwijzing: Drankenwet
Plaats: Elburg

Volgnr: 295
Ingekomen: 30-06-1900
Bericht van: Best. der comm. tot bevord. der verbetering v.h. rundvee in Gelderland
Inhoud: Toezending bedrag van f 50, premie der Prov. stierenkeuring in 1899 voor H. de Leeuw
Verwijzing: Stierenkeuring
Plaats: Elburg

Volgnr: 296
Ingekomen: 30-06-1900
Bericht van: Burgem. van Wieringen
Inhoud: Mededeling dat de Kon. het vlootplan heeft goedgekeurd en dat dezelve gehouden zal worden op 3 augustus
Verwijzing: Revue van vischersvaartuigen
Plaats: Elburg

Volgnr: 297
Ingekomen: 02-07-1900
Bericht van: Officier van Justitie Zwolle
Inhoud: Toezending extr. vonnis ten laste v. R. Vos met verzoek den veroordeelde te doen weten dat hij de boete voor 8 juli e.h. moet betalen
Verwijzing: Justitie
Plaats: Elburg

Volgnr: 298
Ingekomen: 02-07-1900
Bericht van: Commissaris
Inhoud: Omtrent het houden van schietoefeningen
Verwijzing: Schietoefeningen
Plaats: Elburg

Volgnr: 299
Ingekomen: 03-07-1900
Bericht van: Belastingdienst te Zwolle
Inhoud: Mededeling van eene gedane betaling aan den gem. ontvanger (van f 1.434.62 1/2)
Verwijzing: Comptabiliteit
Plaats: Elburg

Volgnr: 300
Ingekomen: 04-07-1900
Bericht van: Ontvanger der gem. Elburg
Inhoud: Maandstaat van ontvangst en uitgaaf voor juni 1900
Verwijzing: Maandstaat gemeente kas
Plaats: Elburg

Volgnr: 301
Ingekomen: 05-07-1900
Bericht van: Mil. comm 2e distr. van Gelderland
Inhoud: Bericht dat een nieuwe geneeskundige verklaring is voor de afwezigheid o.i. verlofg. Westrink bij het onderzoek op 10 december te Harderwijk
Verwijzing: Nat. Militie
Plaats: Elburg

Volgnr: 302
Ingekomen: 05-07-1900
Bericht van: Ambt. van het openb. kantonger. te Zwolle
Inhoud: Toezegging procesverb. ca Alb. Westerink e.a. met verzoek om de bekeurden te verhooren en geb. extracten toe te zenden
Verwijzing: Justitie
Plaats: Elburg

Volgnr: 303
Ingekomen: 07-07-1900
Bericht van:
Inhoud: Procesverbaalen van opening der boeken en kas van den gemeenteontvanger op 7 juli 1900
Verwijzing: Procesverbaal kasopname
Plaats: Elburg

Volgnr: 304
Ingekomen: 07-07-1900
Bericht van: Rijksontv. o.i. Elburg
Inhoud: Mededeeling van eene gedane betaling aan den gem. ontvanger groot f 104,51
Verwijzing: Comptabiliteit
Plaats: Elburg

Volgnr: 305
Ingekomen: 10-07-1900
Bericht van: Comm. der Kon. in Gelderland
Inhoud: Toezending van formulieren met opmerkingen omtrent het landbouwverslag over 1899
Verwijzing: landbouwverslag
Plaats: Elburg

Volgnr: 306
Ingekomen: 10-07-1900
Bericht van: Comm. dechem. infanterie artell. Muiden
Inhoud: Toezending ter aanplakking van eenige waarschuwingen in verband met de te houden schietoef. o.h. fort Pampus
Verwijzing: Waarschuwing schietoefeningen
Plaats: Elburg

Volgnr: 307
Ingekomen: 12-07-1900
Bericht van: Comm. der Kon. in Gelderland
Inhoud: Omtrent clandestiene verkoop van sterken drank in bier- en koffiehuizen, welke zich in de nabijheid van spoorwegstation bevinden
Verwijzing: Drankewet
Plaats: Elburg

Volgnr: 308
Ingekomen: 13-07-1900
Bericht van: Burgem. van Kampen
Inhoud: Toezending van een bedrag van f 40,65 zijnde pensioen 2e kwart j.l. voor wed. Grafhorst
Verwijzing: Pensioen
Plaats: Elburg

Volgnr: 309
Ingekomen: 13-07-1900
Bericht van: Officier van Justitie Zwolle
Inhoud: Verzoek om in den vervolge bij toezending van relazen tevens te doen toekomen een behoorl. ingevulden staat van inlichtingen (toez. v. 25 ex. in blauw)
Verwijzing: Justitie
Plaats: Elburg

Volgnr: 310
Ingekomen: 13-07-1900
Bericht van: Ged. Staten van Gelderland
Inhoud: Omtrent het vervallen der verplichting tot inzending v.d. opgave van in de gemeente bestaande instellingen van voorzorg
Verwijzing: Statistiek spaar- en leenbanken
Plaats: Elburg

Volgnr: 311
Ingekomen: 14-07-1900
Bericht van: Comm. der Kon. in Gelderland
Inhoud: Opgaaf van miliciens in het genot van onbepaald verlof gesteld
Verwijzing: Nat. militie
Plaats: Elburg

Volgnr: 313
Ingekomen: 17-07-1900
Bericht van: Officier van Justitie Zwolle
Inhoud: Mededeeling dat Gerrit Frederik Hengeveld, niet op het strafregister voorkomt
Verwijzing: Justitie
Plaats: Elburg

Volgnr: 314
Ingekomen: 25-07-1900
Bericht van: Firma T.H. Thomassen Nijmegen
Inhoud: Toezending van tekeningen voor de montage, met verzoek om terugzending na gebruikmaking
Verwijzing: Openbaar slachthuis
Plaats: Elburg

Volgnr: 315
Ingekomen: 28-07-1900
Bericht van: Commendant 8e reg, inf. 5e bat. Utrecht
Inhoud: Omtrent terugkeer van verlof den miliciens. Zwep zich bevindende in een gezin waar besmett. ziekte heerscht.
Verwijzing: Nat. Militie
Plaats: Elburg

Volgnr: 316
Ingekomen: 30-07-1900
Bericht van: Wed. W. van Hamel (geb. A.E. Kuikhoven)
Inhoud: Dankbetuiging namens haren zoon / voor de begiftiging met Luttekens Vicarie
Verwijzing: Vicarie
Plaats: Elburg

Volgnr: 317
Ingekomen: 30-07-1900
Bericht van: Comm. der Kon. in Gelderland
Inhoud: Mededeling van het vervoer van een buskruit transport van Fort Vuren met bij lading naar Elburg
Verwijzing: Vervoer van ontplofbare stoffen
Plaats: Elburg

Volgnr: 318
Ingekomen: 02-08-1900
Bericht van: Commedant de 2e comp. 5e Bat. 8 regm. Inf. Utrecht
Inhoud: Verlof toegestaan aan L. Zwep tot 04-08-1900
Verwijzing: Nat. Militie
Plaats: Elburg

Volgnr: 319
Ingekomen: 04-08-1900
Bericht van: Ged. Staten van Gelderland
Inhoud: Toezending goedgekeurd kohier schoolgelden 2e kwart. 1900
Verwijzing: Pl. belastingen schoolgelden
Plaats: Elburg

Volgnr: 320
Ingekomen: 04-08-1900
Bericht van: Onvanger der gem. te Elburg
Inhoud: Maandstaat van ontvangst en uitgaaf over juli 1900
Verwijzing: Maandstaat gemeentekas
Plaats: Elburg

Volgnr: 321
Ingekomen: 11-08-1900
Bericht van: Comm. der Kon. in Gelderland
Inhoud: Verzoek aan burg. en weth. om bericht en raad omtrent een adres van J.B. Verheij betreffende de begeving Lutteken Vicarie
Verwijzing: Lutteken Vicarie
Plaats: Elburg

Volgnr: 322
Ingekomen: 12-08-1900
Bericht van: J.M. Thiel Amersfoort
Inhoud: Betreffende de toestand van zijn vader J.H.Thiel
Verwijzing: Informatie
Plaats: Elburg

Volgnr: 323
Ingekomen: 16-08-1900
Bericht van: Burg. van Doornspijk
Inhoud: Mededeling dat de verlofganger Lammert Hoeve aldaar heeft aangemeld, komende van zijn korps
Verwijzing: Nat. Militie
Plaats: Elburg

Volgnr: 324
Ingekomen: 17-08-1900
Bericht van: Officier van Justitie Zwolle
Inhoud: Bericht van de veroordeling van G. Hup wegens diefstal, tot 5 dagen gevangenisstraf
Verwijzing: Justitie
Plaats: Elburg

Volgnr: 325
Ingekomen: 17-08-1900
Bericht van: Comm. der Kon. in Gelderland
Inhoud: Bericht dat schietoefeningen plaats zullen hebben v.e. opstelling, bij den post aan het IJ Immetjeshorn
Verwijzing: Militaire zaken Schietoefeningen
Plaats: Elburg

Volgnr: 326
Ingekomen: 17-08-1900
Bericht van: Inspecteur v.d. arbeid 8e - 7e insp. Groningen
Inhoud: Verzoek om inlichtingen aangaande vergunning bakkerij A. Hooijer
Verwijzing: Hinderwet
Plaats: Elburg

Volgnr: 327
Ingekomen: 17-08-1900
Bericht van: Dircteur v.d. Centr. Beur. v.d. Statitiek 's Gravenhage
Inhoud: Terugzending van eenige kaarten betr. de volkstelling met verzoek om nadere gegevens
Verwijzing: Volkstelling
Plaats: Elburg

Volgnr: 328
Ingekomen: 17-08-1900
Bericht van: Gemeente dir. krank. gest. en J. van Delden Deventer
Inhoud: Inlichtingen omtrent den heer M. Oppenheim
Verwijzing: Krankzinnigen
Plaats: Elburg

Volgnr: 329
Ingekomen: 18-08-1900
Bericht van: Comm. der Kon. in Gelderland
Inhoud: Opgave van miliciens die in het genot van grootverlof zijn gesteld
Verwijzing: Nat. Militie
Plaats: Elburg

Volgnr: 330
Ingekomen: 20-08-1900
Bericht van: Comm. der Kon. in Gelderland
Inhoud: Toezending v.h. drukwerk van dealphabetische lijst der ingeschrevenen voor de Nat. Militie, lichting 1901
Verwijzing: Nat. Militie
Plaats: Elburg

Volgnr: 331
Ingekomen: 22-08-1900
Bericht van: Comm. der Kon. in Gelderland
Inhoud: Mededeling van zijn voornemen om deze gemeente te komen bezoeken op maandag den 27 aug. eerstkomende
Verwijzing: Bezoek Commissaris der Koningin
Plaats: Elburg

Volgnr: 332
Ingekomen: 23-08-1900
Bericht van: Ridder van Rappard luit. der Artill. legerol. bij Olderbroek
Inhoud: Verzoek om gebruik te maken van den kerktoren tot het observeren van de oefeningen in de legerplaats
Verwijzing: Militaire zaken
Plaats: Elburg

Volgnr: 333
Ingekomen: 24-08-1900
Bericht van: Comm. der Kon. in Gelderland
Inhoud: Terugzending van de algemene lijst van de leden der schutterij
Verwijzing: Schutterij
Plaats: Elburg

Volgnr: 334
Ingekomen: 25-08-1900
Bericht van:
Inhoud: Procesverbaal van de opening der boeken en kas van den gemeenteontvanger
Verwijzing: Procesverbaal van kasopening
Plaats: Elburg

Volgnr: 335
Ingekomen: 29-08-1900
Bericht van: Provisoren v.h. Oude en Nieuwe Gasth. Zutphen
Inhoud: Mededeling dat er in hun gesticht voor krankzinningen thans geen gelegenheid bestaat tot opname van een behoeftig lijderes
Verwijzing: Krankzinnigen
Plaats: Elburg

Volgnr: 336
Ingekomen: 29-08-1900
Bericht van: 2e Luit. v. Rapperd i.d. legerplaats bij Olderbroek
Inhoud: Aangaande het gebruik van den kerktoren
Verwijzing: Militaire zaken
Plaats: Elburg

Volgnr: 337
Ingekomen: 30-08-1900
Bericht van: 1e Luit. kwartierm. 2e Bat. rustende Schutterij in Gelderland
Inhoud: Toezending den begroting van het 2e bat. rustende schutterij in Gelderl. voor 1901
Verwijzing: Schutterij
Plaats: Elburg

Volgnr: 338
Ingekomen: 01-09-1900
Bericht van: Gemeente der krankz. gest. "Vedlwijk"Ermelo
Inhoud: Bericht dat Hein Straatman met verlof buiten het gesticht verblijft
Verwijzing: Krankzinnigen
Plaats: Elburg

Volgnr: 339
Ingekomen: 01-09-1900
Bericht van: Commissaris der Kon. in Gelderland
Inhoud: Toezending van bewijs van Nederlanderschap voor Lubbertus Klein, ter uitreiking a/d belanghebbende
Verwijzing: Nederlanderschap
Plaats: Elburg

Volgnr: 340
Ingekomen: 03-09-1900
Bericht van: Rijksontvanger Elburg
Inhoud: Mededeling eener gedane betaling groot f 104,50 aan den gemeente ontvanger
Verwijzing: Comptabiliteit
Plaats: Elburg

Volgnr: 341
Ingekomen: 03-09-1900
Bericht van: Commissaris der Kon. in Gelderland
Inhoud: Omtrent het houden van schietoefeningen van het IJmuiden
Verwijzing: Militaire zaken schietoefeningen
Plaats: Elburg

Volgnr: 342
Ingekomen: 03-09-1900
Bericht van: Gem. ontvanger Elburg
Inhoud: Maandstaat van ontvangst en uitgaaf over maand augustus
Verwijzing: Maandstaat gemeentekas
Plaats: Elburg

Volgnr: 343
Ingekomen: 03-09-1900
Bericht van: Administratie stichting "Veldwijk" Ermelo
Inhoud: Toezending declaratie in duplo van verpleeggelden van Driesje Kolleman
Verwijzing: Krankzinnigen
Plaats: Elburg

Volgnr: 344
Ingekomen: 05-09-1900
Bericht van: Commissaris der Kon. in Gelderland
Inhoud: Kabinet: aangaande het ontslag aan den dienaars van politie C. Simonsen en diens benoeming tot veldwachter
Verwijzing: Politie
Plaats: Elburg

Volgnr: 345
Ingekomen: 06-09-1900
Bericht van: Ged. Staten van Gelderland
Inhoud: Mededeling van het bedrag dat tot grondslag moet strekken, naar welken de bijdrage voor pensioenen voor elken onderwijzer(es) berekend is.
Verwijzing: Lager onderwijs
Plaats: Elburg

Volgnr: 346
Ingekomen: 06-09-1900
Bericht van: Ged. Staten van Gelderland
Inhoud: Opgaaf van den uitslag van de in Juli dezer jaars in deze prov. gehouden keuringen van fokmerriën met veulen en jonge merriën, almede voor het Geld. paardenstamboek
Verwijzing: Paardenfokkerij
Plaats: Elburg

Volgnr: 347
Ingekomen: 06-09-1900
Bericht van: Commissaris der Kon. in Gelderland
Inhoud: Omtrent het houden van schietoefeningen in de nabijheid van Diemerdam
Verwijzing: Militairezaken schietoefeningen
Plaats: Elburg

Volgnr: 348
Ingekomen: 06-09-1900
Bericht van: Commissaris der Kon. in Gelderland
Inhoud: Omtrent de reorganisatie der arbeidsinspectie
Verwijzing: Arbeidscoet
Plaats: Elburg

Volgnr: 349
Ingekomen: 07-09-1900
Bericht van: Ged. Staten in Gelderland
Inhoud: Besluit tot het verlenen der gewone prov. bijdrage voor de verpleging van Driesje Kolleman in het krankzinnigen gesticht "Veldwijk" te Ermelo
Verwijzing: Krankzinnige
Plaats: Elburg

Volgnr: 350
Ingekomen: 08-09-1900
Bericht van: Commissaris der Kon. in Gelderland
Inhoud: Toezending publicatie eenente houden aanbesteding van publieke werken, met verzoek van aanplakking
Verwijzing: Aanbestedingen
Plaats: Elburg

Volgnr: 351
Ingekomen: 08-09-1900
Bericht van: Commissaris der Kon. in Gelderland
Inhoud: Toezending van 2 bewijzen van Nederlanderschap met verzoek van uitreiking aan den belanghebbende.
Verwijzing: Nederlanderschap
Plaats: Elburg

Volgnr: 352
Ingekomen: 10-09-1900
Bericht van: Officier van justitie Zwolle
Inhoud: Verzoek om ter kennis M. Vecht te brengen dat er geen termen gevonden om hem vervolging tegen Molijn te Nunspeet in te stellen.
Verwijzing: Justitie
Plaats: Elburg

Volgnr: 353
Ingekomen: 11-09-1900
Bericht van: Collage van de Zeevisserijen Amstedam
Inhoud: Toezending van bekendmaking van de nieuwe voorschriften betreffende den kleur den onderscheidingstekenen van de zeevissersvaartuigen ter uitreiking
Verwijzing: Zeevisserijen
Plaats: Elburg

Volgnr: 354
Ingekomen: 12-09-1900
Bericht van: Burg. en weth. van Aalten
Inhoud: Kennisgeving van het overlijden van Hendrik Gerrit van Doesburg wonende in deze gemeente
Verwijzing: Bevolking
Plaats: Elburg

Volgnr: 355
Ingekomen: 12-09-1900
Bericht van: firma T.H. Thomassen Nijmegen
Inhoud: Mededeling dat de firma Kaiser & Co te Cassel om spoedige uitvoering den opdracht dd. 7 sept. j.l. no. 417 is verzocht
Verwijzing: Slachthuis
Plaats: Elburg

Volgnr: 356
Ingekomen: 12-09-1900
Bericht van: Ambt v.d. burg. stand Aalten
Inhoud: Toezending extract (art.50 B.W.) uit den overl. akte van Hendrik Gerrit van Doesburg
Verwijzing: Burgerlijke stand
Plaats: Elburg

Volgnr: 361
Ingekomen: 12-09-1900
Bericht van: Diverse personen
Inhoud: Brieven van solicitatie van de beschikking van ambtenaar tot secretaris dezen gemeente
Verwijzing: Ambtenaar der secretarie
Plaats: Elburg

Volgnr: 357
Ingekomen: 13-09-1900
Bericht van: Administrateur gesticht "Veldwijk" Ermelo
Inhoud: Terugzending van een getekend contract inzake verpleging van Driesje Kolleman
Verwijzing: Krankzinnige
Plaats: Elburg

Volgnr: 358
Ingekomen: 14-09-1900
Bericht van: J.D.A.A. Verhage Elburg
Inhoud: Verzoek om zoo spoedig mogelijk eervol ontslag uit zijn betrekking van ambt ter secretarie
Verwijzing: Eervol ontslag ambtenaar secretarie
Plaats: Elburg

Volgnr: 359
Ingekomen: 15-09-1900
Bericht van: Commissaris der Kon. in Gelderland
Inhoud: Toezending van 2 bewijzen van Nederlanderschap ter uitreiking
Verwijzing: Nederlanderschap
Plaats: Elburg

Volgnr: 360
Ingekomen: 17-09-1900
Bericht van: Burgm. van Kampen
Inhoud: Verzoek om inlichting of Hendrikje van den Wetering, geb. alhier 19 nov. 1874, hoedanigheid van Nederlander bezit
Verwijzing: Nederlanderschap
Plaats: Elburg

Volgnr: 362
Ingekomen: 20-09-1900
Bericht van: Officier der justitie Zwolle
Inhoud: Mededeling dathet nazien der reg. van den burgelijkenstanden dezen gemeente tot geen opmerkingen heeft geleid
Verwijzing: Burgelijke stand
Plaats: Elburg

Volgnr: 363
Ingekomen: 21-09-1900
Bericht van: Firma T.H. Thomassen te Nijmegen
Inhoud: Mededeling dat de bestelde vlugwerkende takelblokken (2 st.) door de firma Kaiser & Co. te Casel
Verwijzing: Slachthuis
Plaats: Elburg

Volgnr: 364
Ingekomen: 22-09-1900
Bericht van: Commissaris der Koningin tin Gelderland
Inhoud: Bericht dat hij bereid is den politiedienaar C. Simonse tot gemeenteveldwachter te benoemen
Verwijzing: Politie
Plaats: Elburg

Volgnr: 365
Ingekomen: 22-09-1900
Bericht van: Burgermeester van Zwolle
Inhoud: Bericht van aanmelding van den verlofganger Frank Leusink
Verwijzing: Nat. Militie
Plaats: Elburg

Volgnr: 366
Ingekomen: 22-09-1900
Bericht van: Burgermeester van Ermelo
Inhoud: Alsvoren van den verlofganger Jozeph Beem
Verwijzing: Nat. Militie
Plaats: Elburg

Volgnr: 367
Ingekomen: 22-09-1900
Bericht van: Mevr. G. Wicherlink
Inhoud: Verzoek om toezending van een afschrift der missive van B en W dd. 28 november 1898 no. 586
Verwijzing: 21-09-1900
Plaats: Elburg

Volgnr: 368
Ingekomen: 22-09-1900
Bericht van: Theoauries fonds, gewestdienst Nederland Arnhem
Inhoud: Toezending gratificaten voor de deelgerechtigen in het fonds (F 31,50) ter uitreiking
Verwijzing: Gewapende dienst
Plaats: Elburg

Volgnr: 369
Ingekomen: 24-09-1900
Bericht van: Mil. commissie in het 2e distr. van Gelderland
Inhoud: Mededeling dat zitting van den militieraad voor de licht. 1904 dezen gemeente zal plaats hebben te Harderwijk 18 dec. a.s. nam. 1 1/2 uur
Verwijzing: Nat. Militie
Plaats: Elburg

Volgnr: 370
Ingekomen: 24-09-1900
Bericht van: Ged. Staten van Gelderland
Inhoud: Verzoek om beantwoording van vragen op een bijgevoegde lijst nopens de wijze waarop de burgelijke armenzorg voorziet in de verzorging van minderjarige armlastige kinderen
Verwijzing: Armewezen
Plaats: Elburg

Volgnr: 371
Ingekomen: 24-09-1900
Bericht van: Commissaris der Koningin in Gelderland
Inhoud: Opgaaf van miliciens die in het genot van onbepaald verlof zijn gesteld
Verwijzing: Nat. Militie
Plaats: Elburg

Volgnr: 372
Ingekomen: 25-09-1900
Bericht van: Burgemeester van Doornspijk
Inhoud: Mededeling dat aldaar zijn gecontracteerd eene gevallen van Mond-Klauwzeer
Verwijzing: Besmettelijke veeziekten
Plaats: Elburg

Volgnr: 373
Ingekomen: 25-09-1900
Bericht van: van Esch en Co te Zwolle
Inhoud: Opgaaf der voorwaarden eenen tijdelijke leening ter voorziening in de behoefte aan kasgeld
Verwijzing: Geldleening
Plaats: Elburg

Volgnr: 374
Ingekomen: 26-09-1900
Bericht van: Commissaris der Kon. in Gelderland
Inhoud: Toezending van paspoort van Evert Jan Tijdeman, ter uitreiking aan den belanghebbende.
Verwijzing: Nat. Militie
Plaats: Elburg

Volgnr: 375
Ingekomen: 26-09-1900
Bericht van: commissaris der Kon. in Gelderland
Inhoud: Toezending tabeloordeel omtrent de oogst over 1900 met verzoek die voor 5 oct. a.s. ingevuld terug te zenden
Verwijzing: Landbouw statistiek
Plaats: Elburg

Volgnr: 376
Ingekomen: 26-09-1900
Bericht van: Ministerie van Waterstaat, Handel en Nijverheid 's Gravenhage
Inhoud: Toezending van beschikkingen ter uitbreidingen aan enkele balken in deze gemeente
Verwijzing: Arbeid en fabriekswezen
Plaats: Elburg

Volgnr: 377
Ingekomen: 27-09-1900
Bericht van: Min. van Marine 's Gravenhage
Inhoud: Betreffende afstand van soldij of zeetraktement van officieren en mindere schepelingen
Verwijzing: Soldijen
Plaats: Elburg

Volgnr: 378
Ingekomen: 28-09-1900
Bericht van: Rijksontvanger Elburg
Inhoud: Mededeling dat door A. Kroeze is aangegeven een uit nood geslacht kalf
Verwijzing: Noodslachting
Plaats: Elburg

Volgnr: 379
Ingekomen: 28-09-1900
Bericht van: Ministerie van Justitie 's Gravenhage
Inhoud: Aanschrijving aan de procurreurs-generaal fungerende directeuren van politieomtrent de toepassing der vreemdelingenwet omtrent de uit Zuid-Afrika gezette Nederlanden van afkomst
Verwijzing: Politie
Plaats: Elburg

Volgnr: 380
Ingekomen: 29-09-1900
Bericht van: Penningmeester v/d ver. tot Chr.verzorging in Ned. Amsterdam
Inhoud: Omtrent de betaling der verpleeggelden van H. Straatman
Verwijzing: Krankzinnigen
Plaats: Elburg

Volgnr: 381
Ingekomen: 01-10-1900
Bericht van: Controleur der dir. bel. van het kadaster Apeldoorn
Inhoud: Omtrent de schuttingen van enkele percelen voor de grondbelasting
Verwijzing: Grondbelasting
Plaats: Elburg

Volgnr: 382
Ingekomen: 01-10-1900
Bericht van: Burgemeester van Amsterdam
Inhoud: Bericht van aanmelding van den verlofganger Jacob Stoffer
Verwijzing: Nat. Militie
Plaats: Elburg

Volgnr: 383
Ingekomen: 02-10-1900
Bericht van: Betaalmeester Zwolle
Inhoud: Bericht eener gedane betaling aan den gemeente ontvanger groot F 1.434,62 1/2
Verwijzing: Comptabiliteit
Plaats: Elburg

Volgnr: 384
Ingekomen: 03-10-1900
Bericht van: Gemeente ontvanger alhier
Inhoud: Maandstaat van ontvangst en uitgaaf over september 1900
Verwijzing: Comptabiliteit
Plaats: Elburg

Volgnr: 385
Ingekomen: 03-10-1900
Bericht van: Rijksontvanger Elburg
Inhoud: Bericht eener gedane betaling aan den gemeenteontvanger groot F104,50
Verwijzing: Comptabiliteit
Plaats: Elburg

Volgnr: 386
Ingekomen: 04-10-1900
Bericht van: Ged. Staten van Gelderland
Inhoud: Goedkeuring raadsbesluit inzake betaling uit onvoorziene uitgaven den begroting voor 1900
Verwijzing: Comptabiliteit
Plaats: Elburg

Volgnr: 387
Ingekomen: 04-10-1900
Bericht van: Arrond. Schoolopz. Harderwijk
Inhoud: Verordening O.L. onderw. in deze gemeente, omtrent de tijdstippen van toelating der kinderen
Verwijzing: Lager onderwijs
Plaats: Elburg

Volgnr: 388
Ingekomen: 05-10-1900
Bericht van: Ged. Staten van Gelderland
Inhoud: Goedkeuring van het kohier van schoolgelden over het 3e kwartaal van 1900
Verwijzing: Plaatselijke belasting
Plaats: Elburg

Volgnr: 389
Ingekomen: 05-10-1900
Bericht van: Ged. Staten van Gelderland
Inhoud: Goedkeuring raadsbesluit tot intrekking vroeger besluit en tot het aangaan eenen geldlening tot een maximum van F 4.000,00
Verwijzing: Geldlening
Plaats: Elburg

Volgnr: 390
Ingekomen: 06-10-1900
Bericht van: Firna T.H. Thomassen Nijmegen
Inhoud: Ontvangst bericht opdracht van goederen voot het slacthuis
Verwijzing: Openbaar slachthuis
Plaats: Elburg

Volgnr: 391
Ingekomen: 06-10-1900
Bericht van:
Inhoud: Procesverbaal van opening der gemeentekas door burgemeester en wethouders
Verwijzing: Kas opening
Plaats: Elburg

Volgnr: 392
Ingekomen: 06-10-1900
Bericht van: Mr. G. Wicherlink
Inhoud: Mededeling dat woensdag j.l. de zaak van de fam. Top cq de gemeente Elburg is bepleit
Verwijzing: Procedure (voetpad)
Plaats: Elburg

Volgnr: 393
Ingekomen: 09-10-1900
Bericht van: Commissaris der Kon. in Gelderland
Inhoud: Verzoek om een voorstel te doen nopens de aan C. Simonse als gemeenteveldwachter toe te hunnen jaarwedde
Verwijzing: Politie
Plaats: Elburg

Volgnr: 394
Ingekomen: 11-10-1900
Bericht van: Commissaris der Kon. in Gelderland
Inhoud: Verzoek om dan den luitenant-generaal chef v/d generale staf op te geven de juiste plaats waar het gemeentehuis zich bevindt
Verwijzing: Inkwartiering
Plaats: Elburg

Volgnr: 395
Ingekomen: 15-10-1900
Bericht van: Ged. Staten van Gelderland
Inhoud: Toezending van modellen van de lijsten enz. bedoeld bij de art. 18 en 19 de, leerplichtwet
Verwijzing: Leerplicht
Plaats: Elburg

Volgnr: 396
Ingekomen: 15-10-1900
Bericht van: Officier van Justitie te Zwolle
Inhoud: Verzoek om een onderzoek instellen aangaande de diefstal peren, bedoeld bij schrijven van 11 oct 1900 no. 360
Verwijzing: Justitie
Plaats: Elburg

Volgnr: 397
Ingekomen: 15-10-1900
Bericht van: Burgemeester van Doornspijk
Inhoud: Mededeling dat zich eenige gevallen van mond-en klauwzeer hebben voorgedaan
Verwijzing:
Plaats: Elburg

Volgnr: 398
Ingekomen: 15-10-1900
Bericht van: Burgemeester en wethouders van Oldebroek
Inhoud: Toezending eenen voordracht ter vervulling van officiersplaatsen bij de schutterij met verzoek die te tekenen en door te sturen
Verwijzing: Schutterij
Plaats: Elburg

Volgnr: 399
Ingekomen: 15-10-1900
Bericht van: Hoofdbestuur ver. Trouw aan Koning en Vaderland Utrecht
Inhoud: Verzoek om eene collecte te houden voor de verening in oct. of november
Verwijzing: Collecte
Plaats: Elburg

Volgnr: 401
Ingekomen: 16-10-1900
Bericht van: Officier van Justitie Zwolle
Inhoud: Toezending extract vonnis Lammert Binnenkamp met verzoek hem aanvankelijk naar het huis van bewaring te Zwolle te doen overbrengen
Verwijzing: Justitie
Plaats: Elburg

Volgnr: 400
Ingekomen: 17-10-1900
Bericht van: Ministerie van binnenlandse zaken 's Gravenhage
Inhoud: Toezending proclamatie betreffende de verloving van H.M. de Koningin met verzoek voor aanplakking
Verwijzing: Koninklijk Huis (verloving van H.M. de Koningin)
Plaats: Elburg

Volgnr: 402
Ingekomen: 18-10-1900
Bericht van: Burgemeester van Kampen
Inhoud: Toezending van een bedrag van F 40,65 zijnde het pensioen over het 3e kw. voor wed.Grafhorst
Verwijzing: Pensioenen
Plaats: Elburg

Volgnr: 403
Ingekomen: 18-10-1900
Bericht van: Burgemeester van Kampen
Inhoud: Informatie omtrent de hoedanigheid van Nederlander van Aaltje Leusink
Verwijzing: Nederlanderschap
Plaats: Elburg

Volgnr: 404
Ingekomen: 18-10-1900
Bericht van: Commissaris der Koningin in Gelderland
Inhoud: Toezending van het noodige drukwerk voor het inschrijvingsregels van 1902
Verwijzing: Nat. Militie
Plaats: Elburg

Volgnr: 405
Ingekomen: 22-10-1900
Bericht van: Officier van Justitie te Zwolle
Inhoud: Omtrent assistentie van Rijksveldwachters en marechausee
Verwijzing: Politie
Plaats: Elburg

Volgnr: 406
Ingekomen: 23-10-1900
Bericht van: Inspecteur der directe belastingen Harderwijk
Inhoud: Toezending van 2 suppl. registertjes der personeele belasting dienst 1900 met verzoek bekrachtiging door het college van zetters
Verwijzing: Personele belasting
Plaats: Elburg

Volgnr: 407
Ingekomen: 26-10-1900
Bericht van: Commissaris der Kon. in Gelderland
Inhoud: Omtrent de miliciens bij de onber. korpsen die met tijdelijk verlof zijn gezonden en bij terugkeer onder de korpsen wat daggeld en vervoersbewijzen betreft, zijn te beschouwen als groot- verlofgangers
Verwijzing: Nationale Militie
Plaats: Elburg

Volgnr: 408
Ingekomen: 27-10-1900
Bericht van: Commissaris der Kon. in Gelderland
Inhoud: Toezending aanstelling van Cornelis Simonse als gemeenteveldwachter
Verwijzing: Gemeenteveldwachters
Plaats: Elburg

Volgnr: 409
Ingekomen: 27-10-1900
Bericht van: Burgemeester van Doornspijk
Inhoud: Bericht van een geval van Febris Thyhoidea ter huise van G. van der Maaten
Verwijzing: Besmettelijkeziekten
Plaats: Elburg

Volgnr: 410
Ingekomen: 27-10-1900
Bericht van: R.P.J. Tuteln Nolthenius ing. v/d Waterstaat Zutphen
Inhoud: Betreffende de havenverbetering
Verwijzing: Havenverbetering
Plaats: Elburg

Volgnr: 411
Ingekomen: 27-10-1900
Bericht van: Bewaarder der hypotheek en v/h kadaster
Inhoud: Verzoek om de kad. plano ter bijwerking op te zenden aan den heer Ing. Verif v/h kadatser te Arnhem
Verwijzing: Kadaster
Plaats: Elburg

Volgnr: 412
Ingekomen: 27-10-1900
Bericht van: Ged. Staten van Gelderland
Inhoud: Verzoek om alsnog op te geven aan weer de Bank van Leening zal worden verpacht
Verwijzing: Bank van Leening
Plaats: Elburg

Volgnr: 413
Ingekomen: 27-10-1900
Bericht van: Ged. Staten van Gelderland
Inhoud: Goedkeuring Raadsbesluit tot ingebruik geving van de Nutzaal gedurende het jaar 1901
Verwijzing: Gemeente bezittingen ingebruikgeving
Plaats: Elburg

Volgnr: 414
Ingekomen: 27-10-1900
Bericht van: Officier van Justitie Zwolle
Inhoud: Informatie of Herman Budde knecht bij den draaimolenhouder H. Akkerman in deze gemeente verblijf houd
Verwijzing: Justitie
Plaats: Elburg

Volgnr: 415
Ingekomen: 01-11-1900
Bericht van: Luit. Kol. directeur der artillerieschool Legerplaats Oldebroek
Inhoud: Aangaande de vervaning van den Directeur der Artillerie-schietschool
Verwijzing: Militaire zaken
Plaats: Elburg

Volgnr: 416
Ingekomen: 02-11-1900
Bericht van: Commissaris der Kon. in Gelderland
Inhoud: Omtrent de heffing van leges voor de aanstelling van C. Simonse tot gemeenteveldwachter
Verwijzing: Heffing van Leges
Plaats: Elburg

Volgnr: 417
Ingekomen: 02-11-1900
Bericht van: Min. van Waterstaat, Handel en Nijverheid
Inhoud: Mededeling dat er geen bezwaar tegen bestaat dat door den opzichter A.Maas poortwerkzaamheden worden verricht
Verwijzing: Waterstaat
Plaats: Elburg

Volgnr: 418
Ingekomen: 02-11-1900
Bericht van: Gemeente ontvanger Elburg
Inhoud: Bericht eener gedane betaling a.d. gemeente ontvanger groot F 104,49 1/2
Verwijzing: Comptabiliteit
Plaats: Elburg

Volgnr: 419
Ingekomen: 03-11-1900
Bericht van: Gemeente ontvanger Elburg
Inhoud: Maandstaat van ontvangen en uitgaaf van october 1900
Verwijzing: Comptabiliteit
Plaats: Elburg

Volgnr: 420
Ingekomen: 03-11-1900
Bericht van: Gedep. Staten van Gelderland
Inhoud: Goedkeuring raadsbesluit tot ingebruikgeving in 1901 van de modderbakken der gemeente
Verwijzing: Gemeentebezittingen inbruikgeving
Plaats: Elburg

Volgnr: 421
Ingekomen: 03-11-1900
Bericht van: Officier van Justitie Zwolle
Inhoud: Omtrent de kracht van een vonnis tot echtscheiding dat niet binnen den bij de wet gestelde termijn is ingeschreven
Verwijzing: Burgerlijke stand
Plaats: Elburg

Volgnr: 422
Ingekomen: 05-11-1900
Bericht van: Commissaris der Kon. Gelderland
Inhoud: Verzoek voor in de opgaaf voor het jaarboekje de veranderingen aan te leveren die daarin mochten zijn ontstaan
Verwijzing: Jaarboekje
Plaats: Elburg

Volgnr: 423
Ingekomen: 05-11-1900
Bericht van: Commissaris der Kon. Gelderland
Inhoud: Toezending van 2 ex. van het landbouw verslag over 1900 met verzoek het eene en voor 15 dec. ingevuld terug te zenden.
Verwijzing: Landbouw verslag
Plaats: Elburg

Volgnr: 424
Ingekomen: 06-11-1900
Bericht van: Majoor Commandant v/h 2e bat. rustende schutterij
Inhoud: Verzoek om alsnog u willen overgaan tot het opmaken eene voordracht te benoeming van een 2e luitenant
Verwijzing: Schutterij
Plaats: Elburg

Volgnr: 425
Ingekomen: 08-11-1900
Bericht van: Commissaris der Kon. in Gelderland
Inhoud: Opgaaf van de namen van miliciens die en het genot van onbepaald verlof zijn gesteld
Verwijzing: Nat. Militie
Plaats: Elburg

Volgnr: 426
Ingekomen: 08-11-1900
Bericht van: Ged. Staten van Gelderland
Inhoud: Vaststelling der rekening over den dienst 1899
Verwijzing: Gemeente rekening
Plaats: Elburg

Volgnr: 427
Ingekomen: 10-11-1900
Bericht van: Directeur der dir. belasting Arnhem
Inhoud: Mededeling dat iemand die het beroep van kramer uitoefent en echter avond naar zijn vaste woonpl. terugkeert moet voorzien zijn van het bewijs bedoeld is art.34 de wet (bed. bel.)
Verwijzing:
Plaats: Elburg

Volgnr: 431
Ingekomen: 10-11-1900
Bericht van: Penningmeester Ver. tot Chr. verz. van krankzinnige en zenuwlijders in Ned. te Amsterd
Inhoud: Betreffende kleedgeld van de krankzinnige D. Kolleman verpleegde in het gesticht "Veldwijk" te Ermelo
Verwijzing: Krankzinnige
Plaats: Elburg

Volgnr: 428
Ingekomen: 12-11-1900
Bericht van: Commissaris der Kon. in Gelderland
Inhoud: Toezending landbouwverslag van 1898 2e stuk
Verwijzing: Landbouwverslag
Plaats: Elburg

Volgnr: 429
Ingekomen: 13-11-1900
Bericht van: Commissaris der Kon. in Gelderland
Inhoud: Opgaaf van een zeemilicien (E. Zwart) die in't genot van onbepaald verlof is gesteld
Verwijzing: Nat. Militie
Plaats: Elburg

Volgnr: 430
Ingekomen: 13-11-1900
Bericht van: Burg. van 's Gravenhage
Inhoud: Bericht van aanmelding van den verlofganger Johannes Willem van de Velde
Verwijzing: Nat. Militie
Plaats: Elburg

Volgnr: 433
Ingekomen: 15-11-1900
Bericht van: Mr. G. Wicherlink Zwolle
Inhoud: Mededeling van de officier van Justitie inzake de fam. Top cq de gemeente Elburg
Verwijzing: Rechtsgeding
Plaats: Elburg

Volgnr: 432
Ingekomen: 16-11-1900
Bericht van: Coll. van Rechten Straffen Deventer
Inhoud: Mededeling van het verzenden van eenen postwissel groot F 31,-- zijnde uitgaanskas van J. Stoffer, met verzoek om bericht van uitreiking
Verwijzing: Uitgaanskas gevangene
Plaats: Elburg

Volgnr: 434
Ingekomen: 17-11-1900
Bericht van: Ged. Staten van Gelderland
Inhoud: Betreffende overschrijving uit hoofdstuk XV art. 1(onvoorz. uitg.) op andere begrotingsposten.
Verwijzing: Comptabilitiet
Plaats: Elburg

Volgnr: 435
Ingekomen: 17-11-1900
Bericht van: Commissaris der Kon. in Gelderland
Inhoud: Toezending van een bewijs van Nederlanderschap voor J. van Klompenburg, ter uitreiking a.d. belanghebbende
Verwijzing: Nederlanderschap
Plaats: Elburg

Volgnr: 436
Ingekomen: 19-11-1900
Bericht van: Gemeente inspecteur van Gelderland en Utrecht Arnhem
Inhoud: Bericht van zijn voornemen om de gemeente op 19 november te bezoeken, in verband met het geval van dysenterie
Verwijzing: Besmettelijke ziekte
Plaats: Elburg

Volgnr: 437
Ingekomen: 19-11-1900
Bericht van: Hoofdinspecteur voor het Stoomwezen 5e distr. Arnhem
Inhoud: Verzoek om de stoomketel in het baggervaartuig op 11 december gereed te hebben tot inwendig onderzoek
Verwijzing: Stoomwezen
Plaats: Elburg

Volgnr: 438
Ingekomen: 19-11-1900
Bericht van: Commedant 5e Regt Infa. 5e batj.Utrecht
Inhoud: Opgaaf van de milicien de lichting 1900 aan cori tijdelijk verlof is verleend naar deze gemeente
Verwijzing: Nat. militie
Plaats: Elburg

Volgnr: 439
Ingekomen: 20-11-1900
Bericht van: Commissaris der Kon. in Gelderland
Inhoud: Betreffende de Handplaatsen der korpsen van het leger
Verwijzing: Militaire zaken
Plaats: Elburg

Volgnr: 440
Ingekomen: 20-11-1900
Bericht van: Commissaris der Kon. in Gelderland
Inhoud: Worden in herinnering gebracht enkele voorschriften inzake de overdracht van een gedeelte der soldij door personeel der Zeemacht
Verwijzing: Militaire zaken
Plaats: Elburg

Volgnr: 441
Ingekomen: 22-11-1900
Bericht van: Burgermeester van Doornspijk
Inhoud: Bericht dat de besmettelijk ziekte "Febris Typhoidea" ten huise van Gerrit van der Maaten geweken is.
Verwijzing: Besmettelijk ziekte
Plaats: Elburg

Volgnr: 442
Ingekomen: 26-11-1900
Bericht van: Ged. Staten in Gelderland
Inhoud: Terugzending gemeente begroting van 1901 met nota van aanmerkingen
Verwijzing: Gemeente begroting
Plaats: Elburg

Volgnr: 443
Ingekomen: 26-11-1900
Bericht van: Ged. Staten van Gelderland
Inhoud: Toezending uittreksel v/h Kon. besluit van 31 october j.l. no. 77 tot toekenning Rijksbijdrage in de kosten van verpleging van een krankzinnige
Verwijzing: Krankzinnige
Plaats: Elburg

Volgnr: 444
Ingekomen: 27-11-1900
Bericht van: Burgermeester van Steenwijk
Inhoud: Mededeling dat de verlofgangers Jan Eleveld, voornemens zich in deze gemeente te vestigen
Verwijzing: Nat. Militie
Plaats: Elburg

Volgnr: 445
Ingekomen: 28-11-1900
Bericht van: Commissaris der Kon. in Gelderland
Inhoud: Betreffende het in achtnemen van maatregelen in het belang van het rijwiel verkeer in acht te nemen en het snoeien van heggen
Verwijzing: Wegen
Plaats: Elburg

Volgnr: 446
Ingekomen: 30-11-1900
Bericht van: Ged. Staten van Gelderland
Inhoud: Toezending van lijsten goed-en afgekeurde hengsten, enz. met verzoek die ter openbare kennis te brengen
Verwijzing: Paardenfokkerij
Plaats: Elburg

Volgnr: 447
Ingekomen: 30-11-1900
Bericht van: Ged. Staten van Gelderland
Inhoud: Herinnering aan de verbodsbepaling van art. 2 van het reglement ter bevordering der paardenfokkerij en verzoek om strenge handhaving
Verwijzing: Paardenfokkerij
Plaats: Elburg

Volgnr: 448
Ingekomen: 30-11-1900
Bericht van: B.F. Jansonius apotheker Elburg
Inhoud: Verslag van het onderzoek van het water uit de Nortonpomp in de Bloemsteeg
Verwijzing: Onderzoek van het drinkwater
Plaats: Elburg

Volgnr: 449
Ingekomen: 30-11-1900
Bericht van: H.J. Calkoen Burg. van Edam
Inhoud: Omtrent het houden van een bijeenkomst van afgevaardigen uit alle visschersplaatsen a.d. Zuiderzee in verband met de plannen tot drooglegging der Zuiderzee
Verwijzing: Drooglegging Zuiderzee
Plaats: Elburg

Volgnr: 450
Ingekomen: 30-11-1900
Bericht van: Prov. Comm. v.h. Geschenk aan het bieden aan H.M. de Koningin ter gelegenheid a.s. huwelijk
Inhoud: Aangaande het instellen eene plaatselijke commissie, voor het huwelijk aan H.M. de Koningin
Verwijzing: Huldeblijk aan H.M. de Koningin
Plaats: Elburg

Volgnr: 451
Ingekomen: 03-12-1900
Bericht van: Ged. Staten van Gelderland
Inhoud: Toezendinng afschrift kon. besluit tot goedkeuring van de heffing van Haven-vuur en kade geld.
Verwijzing: Plaatselijke belastingen
Plaats: Elburg

Volgnr: 452
Ingekomen: 03-12-1900
Bericht van: Directeur der directe bel. invoer recht enz. Arnhem
Inhoud: Betreffende de dagen en uren waarop de kantoren der ontvangers der dir. bel. geopend zijn.
Verwijzing: Rijks directe belastingen
Plaats: Elburg

Volgnr: 453
Ingekomen: 03-12-1900
Bericht van: Gemeente ontvanger Elburg
Inhoud: Maandstaat van ontvangst en uitgaaf over november 1900
Verwijzing: Comptabiliteit
Plaats: Elburg

Volgnr: 454
Ingekomen: 03-12-1900
Bericht van: Commiss. der Kon. in Gelderland
Inhoud: Toezending materiaal leerplichtstaat
Verwijzing: Lager onderwijs
Plaats: Elburg

Volgnr: 455
Ingekomen: 04-12-1900
Bericht van: officier van Justitie Zwolle
Inhoud: Verzoek om inlichtingen omtrent Bastiaan de Bas
Verwijzing: Justitie
Plaats: Elburg

Volgnr: 456
Ingekomen: 04-12-1900
Bericht van: Dir. off. v. gezondheid 1e kl. hoofd 2e distr. mil. Gemeen. dienst Utrecht
Inhoud: Verzoek om inlichtingen in verband met evacuatie ziekenverspreiding in oorlogstijd
Verwijzing: Militaire zaken (geneeskundige dienst)
Plaats: Elburg

Volgnr: 457
Ingekomen: 05-12-1900
Bericht van: Arrond. schoolopz. Harderwijk
Inhoud: Omtrent de kosteloos uitreiking aan de ouders van schoolkinderen van een tractaat betreffende de leerplichtwet
Verwijzing: Leerplichtwet
Plaats: Elburg

Volgnr: 458
Ingekomen: 05-12-1900
Bericht van: Commissaris der Kon. in Gelderland
Inhoud: Omtrent een mededeling in het formulier van het toegezonden landbouwverslag
Verwijzing: Landbouwverslag
Plaats: Elburg

Volgnr: 459
Ingekomen: 05-12-1900
Bericht van: Rijks ontvanger Elburg
Inhoud: Mededeling eenen gedane betaling van den gemeente ontvanger groot F 104,50
Verwijzing: Comptabiliteit
Plaats: Elburg

Volgnr: 460
Ingekomen: 06-12-1900
Bericht van: Minister van Binnenlandse zaken
Inhoud: Aanwijzingen omtrent de verschillende formulieren der leerplichtwet
Verwijzing: Leerplichtwet
Plaats: Elburg

Volgnr: 461
Ingekomen: 06-12-1900
Bericht van: Ged. Staten van Gelderland
Inhoud: Toezending afschrift Kon. besluit van 27 nov. j.l. tot goedkeuring ondanks verpachting Bank van Leening
Verwijzing: Bank van Leening
Plaats: Elburg

Volgnr: 462
Ingekomen: 07-12-1900
Bericht van: Ged. Staten van Gelderland
Inhoud: Vaststelling van het bedrag den uitkering volgens art. 1 der wet van 24 mei 1897 Staatsblad nr. 156
Verwijzing: Gem. financien Rijksuitkering
Plaats: Elburg

Volgnr: 463
Ingekomen: 07-12-1900
Bericht van: Penningm. ver. tot Chr. verz. van krankzinn. en zenuwl. in Nederland
Inhoud: Betreffende de betaling der kosten van verpleging van behoefte ge krankzinnigen in dat gesticht.
Verwijzing: Krankzinnigen
Plaats: Elburg

Volgnr: 465
Ingekomen: 07-12-1900
Bericht van: S.J.P. Kruger Staatspred. der Z. A. Rep. 's Gravenhage
Inhoud: Telegr. dankbetuiging voor het gezonden telegram van hulde en sympathie
Verwijzing: Staatspresident der Z. Afr. Republiek
Plaats: Elburg

Volgnr: 464
Ingekomen: 08-12-1900
Bericht van: Voorz. Comm. Herz. v.d. bel. opbr. der geb. eigen domeinen
Inhoud: Omtrent de tervisie legging der Staten no. 1
Verwijzing: Grongbelasting
Plaats: Elburg

Volgnr: 466
Ingekomen: 10-12-1900
Bericht van: Commiss. der Kon. in Gelderland
Inhoud: Toezending v.e. mandaat van betaling groot F 1,20 voor H.J. van Koot
Verwijzing: Comptabiliteit
Plaats: Elburg

Volgnr: 467
Ingekomen: 10-12-1900
Bericht van: Commiss. der Kon. in Gelderland
Inhoud: Toezending van een bewijs van Nederlanderschap voor Hendrik Schuurman
Verwijzing: Nederlanderschap
Plaats: Elburg

Volgnr: 468
Ingekomen: 11-12-1900
Bericht van: Commiss. der Kon. in Gelderland
Inhoud: Toezending ter kennisneming eene beschikking v.d. Min. v. Binn. Zaken nopens de begroting ged. inkomsten Lutteken Vicarie
Verwijzing: Lutteken Vicarie
Plaats: Elburg

Volgnr: 469
Ingekomen: 11-12-1900
Bericht van: Commiss. der Kon. in Gelderland
Inhoud: Betreffende het berijden der Rijkswegen bij invallend door weder met wagens of andere voertuigen met meer dan 500 kg.
Verwijzing: Wegen
Plaats: Elburg

Volgnr: 470
Ingekomen: 11-12-1900
Bericht van: Burg. en weth. van Oldebroek
Inhoud: Bericht van de herbenoeming van E. v/d Werfhorst Hz. tot commissaris v.d. Elburg- Epergrindweg
Verwijzing: Elburg-Eper grindweg
Plaats: Elburg

Volgnr: 471
Ingekomen: 12-12-1900
Bericht van: Commiss. der Kon. in Gelderland
Inhoud: Toezending van twee verlengde bewijzen van Nederlanderschap Jacob ten Brink en Koob ten Brink
Verwijzing: Nederlanderschap
Plaats: Elburg

Volgnr: 472
Ingekomen: 12-12-1900
Bericht van: Commiss. der Kon. in Gelderland
Inhoud: Toezending mandaat van betaling voor G. Jonker ter uitbetaling
Verwijzing: Comptabiliteit
Plaats: Elburg

Volgnr: 473
Ingekomen: 14-12-1900
Bericht van: Burg. van Leiden
Inhoud: Informatie omtrent soliditeit van G. Romijn
Verwijzing: Informatie
Plaats: Elburg

Volgnr: 474
Ingekomen: 15-12-1900
Bericht van: Commissie tot wering der bedelarij, enz.
Inhoud: Aangaande het houden eenen inzameling van gelden langs de huizen
Verwijzing: Inzameling (Nieuwjaars bedeling)
Plaats: Elburg

Volgnr: 475
Ingekomen: 15-12-1900
Bericht van: Commiss. der Kon. in Gelderland
Inhoud: Beschikking van den Min. v. Binnenl. Zaken inzake de begeving van 2/3 inkomsten v/d Luttekens Vicarie, met verzoek om dien na kennisneming uit te reiken
Verwijzing: Lutteken Vicarie
Plaats: Elburg

Volgnr: 476
Ingekomen: 15-12-1900
Bericht van: Ged. Staten van Gelderland
Inhoud: Goedkeuring van de gemeente begroting dienst 1901
Verwijzing: Gemeente begroting
Plaats: Elburg

Volgnr: 477
Ingekomen: 17-12-1900
Bericht van: Commissaris der Kon. in Gelderland
Inhoud: Opgaaf van een milicien die in 't genot van onbepaald verlof is gesteld
Verwijzing: Nat. Militie
Plaats: Elburg

Volgnr: 478
Ingekomen: 19-12-1900
Bericht van: Comm, van Politie Amersfoort
Inhoud: Mededeling dat gevolg is gegeven aan het verzoek vervat in dezedus schrijven van 15 dezer no. 570
Verwijzing: Politie
Plaats: Elburg

Volgnr: 479
Ingekomen: 19-12-1900
Bericht van: Burg. van 's Gravenhage
Inhoud: Bericht van uitreiking der beschikking afd. Min. v. binnenl. zaken aan W.S. van Hamel.
Verwijzing: Luttrkens Vicarie
Plaats: Elburg

Volgnr: 485
Ingekomen: 19-12-1900
Bericht van: Mackay lid v.d. 2e Kamer 's Gravenhage
Inhoud: Draadbericht, dat de gelden voor de havenverbetering door de 2e Kamer zijn toegestaan
Verwijzing: Havenverbetering
Plaats: Elburg

Volgnr: 486
Ingekomen: 20-12-1900
Bericht van: Comm. der Kon. in Gelderland
Inhoud: Bevolkingsstatistiek betreffende eene nieuwe nomeclatuur der doodsoorzaken
Verwijzing: Bevolkingsstatitiek
Plaats: Elburg

Volgnr: 480
Ingekomen: 21-12-1900
Bericht van: Dirct. dir. belasting Arnhem
Inhoud: Betreffende de uren waarop de kantoren der Rijks ontv. zullen geopend zijn voor de accijnzen
Verwijzing: Invoorrechten en accijnzen (kantoor uren)
Plaats: Elburg

Volgnr: 481
Ingekomen: 21-12-1900
Bericht van: Ged. Staten van Gelderland
Inhoud: Goedkeuring 1e suppl. kohier der hondenbelasting dienst 1900
Verwijzing: Hondenbelasting
Plaats: Elburg

Volgnr: 482
Ingekomen: 21-12-1900
Bericht van: Ged. Staten van Gelderland
Inhoud: Alsvoren v.h. 4e kwartaals kohier van schoolgelden dienst 1900
Verwijzing: Schoolgelden
Plaats: Elburg

Volgnr: 483
Ingekomen: 21-12-1900
Bericht van: Ged. Staten van Gelderland
Inhoud: Alsvoren v.h. 1e suppl. kohier der belasting op het inkomen dienst 1900
Verwijzing: Inkomstenbelasting
Plaats: Elburg

Volgnr: 484
Ingekomen: 21-12-1900
Bericht van: Ged. Staten van Gelderland
Inhoud: Goedkeuring aanvulling der begrooting voor 1900
Verwijzing: Aanvulling begrooting
Plaats: Elburg

Volgnr: 487
Ingekomen: 24-12-1900
Bericht van: Commissaris der Kon. in Gelderland
Inhoud: Toezending van een bewijs van Nederlanderschap voor Wiechert Leusink
Verwijzing: Nederlanderschap
Plaats: Elburg

Volgnr: 488
Ingekomen: 24-12-1900
Bericht van: Commissaris der Kon. in Gelderland
Inhoud: Betreffende der statestiek van het Lager Onderwijs (toezending van materiaal)
Verwijzing: Lager Onderwijs
Plaats: Elburg

Volgnr: 493
Ingekomen: 28-12-1900
Bericht van: J.H. Acker te Elburg
Inhoud: Reclame tegen zijn aanslag in de pl. directe belastingdienst 1900
Verwijzing: Plaatselijke directe belasting
Plaats: Elburg

Volgnr: 489
Ingekomen: 29-12-1900
Bericht van: Commissaris der Kon. in Gelderland
Inhoud: Toezending materiaal Leerplichtwet en verzoek om mededeling of er kinderen zijn die slechte huisonderwijs genieten
Verwijzing: Lager onderwijs
Plaats: Elburg

Volgnr: 490
Ingekomen: 29-12-1900
Bericht van: Commissaris der Kon. in Gelderland
Inhoud: Verzoek om toezending van de zakboekjes van de zeemiliciens v.d. lichtingen 1897, 1898 en 1899
Verwijzing: Nat. Militie zeemiliciens
Plaats: Elburg

Volgnr: 491
Ingekomen: 29-12-1900
Bericht van: Inspecteur v.d. arbeid 7e inspecteur Arnhem
Inhoud: Verzoek om inlichtingen aangaande het aantal uitgereikte en in omloop zijnde arbeidbaar, enz, enz
Verwijzing: Arbeidswet
Plaats: Elburg

Volgnr: 492
Ingekomen: 31-12-1900
Bericht van: Inspecteur der dir. belastingen acc, Harderwijk
Inhoud: Aanwijzingen van personen, tot uitvoering van art. 50 wet personele belasting (schatten)
Verwijzing: Directe belastingen
Plaats: Elburg

Volgnr: 1
Ingekomen: 02-01-1901
Bericht van: Directeur v.h. Centr. Bureau v.d. statistiek
Inhoud: Betreffende de statistiek der Spaar-en Leenbanken
Verwijzing: Spaar en Leenbanken
Plaats: Elburg

Volgnr: 2
Ingekomen: 02-01-1901
Bericht van: Burgerm. van Doornspijk
Inhoud: Kennisgeving dat de verlofganger Lammert J. Boeve zijn voornemen heeft te kennen gegeven zich in deze gemeente te vestigen
Verwijzing: Nat. Militie
Plaats: Elburg

Volgnr: 3
Ingekomen: 03-01-1901
Bericht van: Rijks betaalmeester te Zwolle
Inhoud: Mededeling eenen gedane betaling aan den gem. ontvangen groot F1.435,97 1/2
Verwijzing: Comptabiliteit
Plaats: Elburg

Volgnr: 4
Ingekomen: 04-01-1901
Bericht van: Burgm. van Doornspijk
Inhoud: Mededeling dat eenige gevallen van besmettlijke veeziekte (mond-en klauwzeer) zijn geconstateerd
Verwijzing: Veeziekten
Plaats: Elburg

Volgnr: 5
Ingekomen: 04-01-1901
Bericht van: Directeur v.h. Centr. Bur. v.d. Statistiek
Inhoud: Terugzending van 2 telkaarten, met verzoek van aanvulling
Verwijzing: 8e volkstelling
Plaats: Elburg

Volgnr: 6
Ingekomen: 04-01-1901
Bericht van: Gemeente ontvanger Elburg
Inhoud: Maandstaat van ontvangst en uitgaaf over december 1900
Verwijzing: Maandstaat Gemeente kas
Plaats: Elburg

Volgnr: 7
Ingekomen: 05-01-1901
Bericht van: Rijksontvanger Elburg
Inhoud: Mededeling eenen gedane betaling aan den gem. ontvangen groot F 104,50
Verwijzing: Comptabiliteit
Plaats: Elburg

Volgnr: 8
Ingekomen: 05-01-1901
Bericht van: Commissaris der Kon. in Gelderland
Inhoud: Mededeling dat de 2e en laatste termijn v.d. rijksuitkering ter gemoetkoming in de kosten der 8e volkstelling F 67,31 bedraagt
Verwijzing: Volkstelling
Plaats: Elburg

Volgnr: 9
Ingekomen: 05-01-1901
Bericht van: Commissaris der Kon. in Gelderland
Inhoud: Betreffende eenen wijziging van verzamelstaat II, statistiek lager onderwijs
Verwijzing: Lager Onderwijs statistiek
Plaats: Elburg

Volgnr: 10
Ingekomen: 05-01-1901
Bericht van: Commissaris der Kon. in Gelderland
Inhoud: Mededeling van de benoeming van officieren bij het 2e Bat. rustende Schutterij in Gelderland
Verwijzing: Schutterij
Plaats: Elburg

Volgnr: 11
Ingekomen: 05-01-1901
Bericht van:
Inhoud: Proces verbaal van de opening der boeken en kas van den gemeente ontvanger
Verwijzing: Proces verbaal Kasopening
Plaats: Elburg

Volgnr: 12
Ingekomen: 07-01-1901
Bericht van: P. Koops te Elburg
Inhoud: Bezwaarschrift tegen zijn aanslag in de hondenbelasting 2e helft 1900
Verwijzing: Hondenbelasting
Plaats: Elburg

Volgnr: 13
Ingekomen: 08-01-1901
Bericht van: L.Mb ten Hoope opz. der Zuiderzee visserij Edam
Inhoud: Verzoek om inlichting of op 6 nov. 1900 op de Doornspijkerberg eene petr.motorboot aan den grond is gevaren
Verwijzing: ongeval petr. motorboot
Plaats: Elburg

Volgnr: 14
Ingekomen: 08-01-1901
Bericht van: Wed. G. Hengeveld Elburg
Inhoud: Verzoek om wegens stijging van de prijzen van het glas. Den prijs van de zijruiten der gaslantaarns te mogen verhooggen
Verwijzing: Prijsverhooging glasruiten straatlantaarns
Plaats: Elburg

Volgnr: 15
Ingekomen: 09-01-1901
Bericht van: Ged. Staten van Gelderland
Inhoud: Vaststelling van de stationnementen van-en de dekgelden voor de provinciale hengsten gedurende 1901
Verwijzing: Paardenfokkerij
Plaats: Elburg

Volgnr: 16
Ingekomen: 09-01-1901
Bericht van: Ged. Staten van Gelderland
Inhoud: Nopens de rijksuitkering volgens de wet van 24 mei 18979
Verwijzing: Comptabiliteit (Rijksuitkering)
Plaats: Elburg

Volgnr: 17
Ingekomen: 09-01-1901
Bericht van: Commissaris der Kon. van Gelderland
Inhoud: Betreffende de overplaatsing van de mil. verlofg. der licht 1897, beh. tot de Reg. Huzaren bij de trein afd. der Reg. Veld art.
Verwijzing: Nat. Militie
Plaats: Elburg

Volgnr: 18
Ingekomen: 12-01-1901
Bericht van: Commissaris der Kon. in Gelderland
Inhoud: Toezending materieel koepokinenting
Verwijzing: materieel koepokinenting
Plaats: Elburg

Volgnr: 19
Ingekomen: 12-01-1901
Bericht van: Inspecteur v.h. Geneeskundig staatstoezicht van Gelderland en Utrecht
Inhoud: Omtrent plaatsing van drogisten op de lijst van geneeskundigen enz.
Verwijzing: Geneeskundig Staats toezicht
Plaats: Elburg

Volgnr: 20
Ingekomen: 14-01-1901
Bericht van: Ged. Staten van Gelderland
Inhoud: Verzoek om opgaaf van de in 1900 afgekondigde verordeningen ald bedoeld bij art 166 der gem. wet
Verwijzing: Verordeningen
Plaats: Elburg

Volgnr: 21
Ingekomen: 14-01-1901
Bericht van: Ged. Staten van Gelderland
Inhoud: Nopens de inzending van declaratiën inzake van de Rijksvergoeding in de kosten van schoolbouw
Verwijzing: Schuldvorderingen
Plaats: Elburg

Volgnr: 22
Ingekomen: 14-01-1901
Bericht van: Commissaris der Kon. in Gelderland
Inhoud: Verzoek om de declaratiën inzake onteigening enz. bij het voorkomen van besmettelijk ziekten, dienst 1900
Verwijzing: Schuldverordeningen
Plaats: Elburg

Volgnr: 23
Ingekomen: 15-01-1901
Bericht van: Bewaarder der Hypoth. en het Kadaster Arnhem
Inhoud: Verzoek om der kadastrale leggers ter bijwerking op te zenden
Verwijzing: Kadaster
Plaats: Elburg

Volgnr: 24
Ingekomen: 15-01-1901
Bericht van: G.W. Zwart en anderen Elburg
Inhoud: Verzoek om plaatsing van een lantaarn aan de havenkade tussen de huizen en de peilschaal
Verwijzing: Straatverlichting
Plaats: Elburg

Volgnr: 25
Ingekomen: 16-01-1901
Bericht van: Dir. Ned. Heidemaatschappij
Inhoud: Omtrent drooglegging van gronden door drainage
Verwijzing: Grondverbetering
Plaats: Elburg

Volgnr: 26
Ingekomen: 16-01-1901
Bericht van: Burg. en weth. van Oldebroek
Inhoud: Terugzending declaratie in duplo inzake de Rijksbijdr. voor den Elb.-Eper grindweg
Verwijzing: Elburg-Epergrindweg
Plaats: Elburg

Volgnr: 27
Ingekomen: 16-01-1901
Bericht van: Ged. Staten van Gelderland
Inhoud: Toezending materiaal voor de statistiek van het armwezen over 1900
Verwijzing: Armwezen
Plaats: Elburg

Volgnr: 28
Ingekomen: 18-01-1901
Bericht van: Kapiteits Eerstocann. Ingen Zwolle
Inhoud: Terugzendingdeclaratie-bijdrage v.h. Rijk in de kosten van den Elburg-Epergrindweg
Verwijzing: Elburg-Eper grindweg
Plaats: Elburg

Volgnr: 29
Ingekomen: 19-01-1901
Bericht van: Burgem. van Kampen
Inhoud: Toezending van het bedrag van het pensioen over het 4e kwar, voor wed. C.J. van Grafhorst
Verwijzing: Pensioen
Plaats: Elburg

Volgnr: 30
Ingekomen: 19-01-1901
Bericht van: Voorzitter der commiss. v. herziening bel. opbr.
Inhoud: Opgaaf van de scannen der leden der hoofdcommissie voor de herziening van de belastbare en opbrengsten der gebouwen eigen dossieren
Verwijzing: Grondbelastingen
Plaats: Elburg

Volgnr: 31
Ingekomen: 19-01-1901
Bericht van: Commissaris der Kon. in Gelderland
Inhoud: Toezending van een bewijs van Nederladerschap voor Wolter ten Have
Verwijzing: Nederlanderschap
Plaats: Elburg

Volgnr: 60
Ingekomen: 20-01-1901
Bericht van: Mr. H.H. Janssen Höfelt Kampen
Inhoud: Betreffende ondersteuning van Hendrik Schutte
Verwijzing: Armenwezen
Plaats: Elburg

Volgnr: 32
Ingekomen: 21-01-1901
Bericht van: Commissaris der Kon. in Gelderland
Inhoud: Toezending van een bewijs van Nederlanderschap voor Roelof Fidder
Verwijzing: Nederlanderschap
Plaats: Elburg

Volgnr: 33
Ingekomen: 21-01-1901
Bericht van: Ministerie van Binnenlandse Zaken
Inhoud: Nopens de redding van schipbreukelingen door gebr. de Graaf
Verwijzing: Redding van schipbreukelingen
Plaats: Elburg

Volgnr: 34
Ingekomen: 21-01-1901
Bericht van: Controleur der dir. belastingen Apeldoorn
Inhoud: Betreffende de aanslag van het catechesatielokaal in de grondbelasting
Verwijzing: Grondbelasting
Plaats: Elburg

Volgnr: 35
Ingekomen: 24-01-1901
Bericht van: Mr. G. Wiecherlink Zwolle
Inhoud: Mededeling v/h vonnis inzake het reghtsgeding c.a. de fam. Top
Verwijzing: Rechtsgeding
Plaats: Elburg

Volgnr: 36
Ingekomen: 24-01-1901
Bericht van: Commissaris van de Kon. in Gelderland
Inhoud: Toezending van het materiaal ten behoeve der bevolkingsstatistieken over 1901
Verwijzing: Bevolkingsstatistiek
Plaats: Elburg

Volgnr: 37
Ingekomen: 25-01-1901
Bericht van: Ontvanger der registratie en domeinen Elburg
Inhoud: Betreffende de aankoop van zeestranden door den gemeente
Verwijzing: Zeestrand
Plaats: Elburg

Volgnr: 55
Ingekomen: 25-01-1901
Bericht van: Ged. Staten van Gelderland
Inhoud: Nopens eenen herziening van de verdeeling der verkiesdistricten in stemdistr. (2e kamer)
Verwijzing: Verkiezingen
Plaats: Elburg

Volgnr: 38
Ingekomen: 26-01-1901
Bericht van: Officier van Justitie Zwolle
Inhoud: Terugzending van de processenverbaal M. Land en G. Lokhorst, met verzoek de verdachten te hooren en om inlichtingen
Verwijzing: Justitie
Plaats: Elburg

Volgnr: 39
Ingekomen: 26-01-1901
Bericht van: Burgm. van Bunschoten
Inhoud: Opgaaf van de juiste namen van Rutger de Graaf en Jacob de Graaf en betreffende het redden van de opvarende van een gezonken vaartuig
Verwijzing: Redding van schipbreukelingen
Plaats: Elburg

Volgnr: 40
Ingekomen: 28-01-1901
Bericht van: Direct. der dir Belasting enz. Arnhem
Inhoud: Mededeling aan het Cool. v. Zetters J.C. Janknegt is aangewezen voor de opneming voor de personele belasting
Verwijzing: Rijksbelastingen
Plaats: Elburg

Volgnr: 41
Ingekomen: 28-01-1901
Bericht van: Commissaris der Kon. in Gelderland
Inhoud: Toezending materiaal voor de statistiek van het aantal kinderen, die de lagereschool voorgoed hebben verlaten, zonder volledig onderwijs hebben genoten
Verwijzing: Lageronderwijs
Plaats: Elburg

Volgnr: 42
Ingekomen: 28-01-1901
Bericht van: Commissaris der Kon. in Gelderland
Inhoud: Nopens eene misstelling in de circulaire betreffende de statistiek van het lager onderwijs
Verwijzing: Lager onderwijs
Plaats: Elburg

Volgnr: 43
Ingekomen: 29-01-1901
Bericht van: Officier van Justitie Zwolle
Inhoud: Toezending van stukken betr. hebbende op J. v. Dijk en J. v.d. Bosch, met verzoek om inlichtingen of het bestuur v/h Feithenhof vervolging wenscht
Verwijzing: Justitie
Plaats: Elburg

Volgnr: 44
Ingekomen: 29-01-1901
Bericht van: Dirc. Ned. Heide mij Utrecht
Inhoud: Betreffende het houden van eener lezing over grondverbetering
Verwijzing: Grondverbetering
Plaats: Elburg

Volgnr: 45
Ingekomen: 01-02-1901
Bericht van: Hypotheek bewaarder Arnhem
Inhoud: Toezending van 2 staten no. 75 met verzoek om terugzending na ter visie ligging
Verwijzing: Kadaster
Plaats: Elburg

Volgnr: 46
Ingekomen: 01-02-1901
Bericht van: Dir. en Comm. der Marine te Willemsoord
Inhoud: Terugzending zakboekje van den zeemilicien J. Westerink
Verwijzing: Nationale Militie
Plaats: Elburg

Volgnr: 47
Ingekomen: 02-02-1901
Bericht van: Commissaris der Kon. in Gelderland
Inhoud: Toezending uittreksel naamlijst van vrijwillig dienende personen die ingeschreven moeten worden voor de Militie
Verwijzing: Nationale Militie
Plaats: Elburg

Volgnr: 48
Ingekomen: 04-02-1901
Bericht van: Burgem. van Bunschoten
Inhoud: Verzoek om te willen onderzoeken of in deze gemeente eenige fuiken zijn aangespoeld of door visscher opgevist
Verwijzing: Visscherij
Plaats: Elburg

Volgnr: 49
Ingekomen: 04-02-1901
Bericht van: Gemeente ontvanger
Inhoud: Maandstaat van ontvangst en uitgaaf der gemeente over januari 1901
Verwijzing: Comptabiliteit
Plaats: Elburg

Volgnr: 50
Ingekomen: 06-02-1901
Bericht van: Betaalmeester Zwolle
Inhoud: Mededeling van eene gedane betaling aan den gemeenteontvanger, groot F 481, 25
Verwijzing: Comptabiliteit
Plaats: Elburg

Volgnr: 51
Ingekomen: 06-02-1901
Bericht van: Burgem. van Bunschoten
Inhoud: Omtrent eenen vergoeding aan de gebr. Rutger en Jacob de Graaf voor het redden van schipbreukelingen
Verwijzing: Schipbreuk.
Plaats: Elburg

Volgnr: 52
Ingekomen: 07-02-1901
Bericht van: Commiss. der Kon. in Gelderland
Inhoud: Toezending van een bewijs van Nederlanderschap voor Willem Deetman
Verwijzing: Nederlanderschap
Plaats: Elburg

Volgnr: 53
Ingekomen: 07-02-1901
Bericht van: Commendant 5e bat. 3c. 5e reg.infanterie Utrecht
Inhoud: Opgaaf van miliciens der lichting 1900 aan wie tijdelijk verlof is verleend
Verwijzing: Nat. militie
Plaats: Elburg

Volgnr: 54
Ingekomen: 08-02-1901
Bericht van: Van Tets adj. v. H. M. de Koningin
Inhoud: Telegr. v. dankbetuiging namens H. Majest. en Z. Kon. Hoogh. voor aangeboden gelukwenschen
Verwijzing: Dankbetuiging H. Majest. en Z. Kon. Hoogh.
Plaats: Elburg

Volgnr: 56
Ingekomen: 11-02-1901
Bericht van: Geneesch. staatstoezicht Arnhem
Inhoud: Terugzendung van het gevisieerde diploma van den apotheker P. van Asperen
Verwijzing: Apotheker
Plaats: Elburg

Volgnr: 57
Ingekomen: 11-02-1901
Bericht van: Ged. Staten van Gelderland
Inhoud: Verzoek om opgaaf hoeveel ambtenaren (werklieden hieronder inbegrepen) in vaste dienst der gemeente zijn.
Verwijzing: Pensioen gemeente ambtenaren
Plaats: Elburg

Volgnr: 58
Ingekomen: 11-02-1901
Bericht van: Ged. Staten van Gelderland
Inhoud: Betreffende de voorwaarden waarop de prov. hengsten Tourbillon en Tell ter dekking beschikbaar worden gesteld
Verwijzing: Paardenfokkerij
Plaats: Elburg

Volgnr: 59
Ingekomen: 11-02-1901
Bericht van: Commiss. der Kon. in Gelderland
Inhoud: Nopens de inzending der opgaaf van lotelingen die zich vrijwillig hebben aangemeld voor de zeemilitie
Verwijzing: Zeemilitie
Plaats: Elburg

Volgnr: 61
Ingekomen: 13-02-1901
Bericht van: Distr. Veearts Utrecht
Inhoud: Bericht op schrijven van 11 febr. j.l. no. 111, betreffende een geval van mond-en klauwzeer in de stal K. de Leeuw
Verwijzing: Besmettelijke Veeziekte
Plaats: Elburg

Volgnr: 62
Ingekomen: 14-02-1901
Bericht van: Betaalmeester Zwolle
Inhoud: Mededeling van gedane betalingaan de ontvanger v. Elburg en Oldebroek groot F 500,--
Verwijzing: Comptabiliteit
Plaats: Elburg

Volgnr: 63
Ingekomen: 15-02-1901
Bericht van: Arron. schoolopl. Harderwijk
Inhoud: Inlichtingen gevraagt ontrent lijst A. van Linderen
Verwijzing: Leerplichtwet
Plaats: Elburg

Volgnr: 64
Ingekomen: 16-02-1901
Bericht van: Burgem. van Woubrugge
Inhoud: Bericht van aanmelding van den verlofganger J.A. Kahlman
Verwijzing: Nat. Militie
Plaats: Elburg

Volgnr: 65
Ingekomen: 18-02-1901
Bericht van: J.F. Buisman te Elburg
Inhoud: Mededeling van de samenstelling van het bestuur de commissie tot wering van schoolverzuim
Verwijzing: Leerplichtwet
Plaats: Elburg

Volgnr: 66
Ingekomen: 18-02-1901
Bericht van: Griffier b.d. Arron. rechtb. te Zwolle
Inhoud: Verzoek om toezending van de alphabetische tafels op de registers van den burgerlijke stand van 1900
Verwijzing: Burgelijke Stand
Plaats: Elburg

Volgnr: 67
Ingekomen: 18-02-1901
Bericht van: Prov. Comm. tot aanbeiding v.h. Nat. Cadeau huw. Koningin
Inhoud: Dankbetuiging aan den Burgem. voor zijn medewerking tot samenstelling eenen plaatselijk commissie.
Verwijzing: Huwelijk Koningin Nationaal cadeau
Plaats: Elburg

Volgnr: 68
Ingekomen: 18-02-1901
Bericht van: Commiss. der Kon. in Gelderland
Inhoud: Betreffende het verstrekken eene jaarlijksche opgaaf van de personen, die zich in de gemeente vestigen of daaruit vertrokken, gerangschikt naar geslacht en geboortejaar
Verwijzing: Migratie Statistiek
Plaats: Elburg

Volgnr: 69
Ingekomen: 19-02-1901
Bericht van: Commiss. Koloniaal Werfdépót Harderwijk
Inhoud: Mededeling van de bedragen door bemiddeling van H.H. Burg? of plaatsel. comm. van de handgelden aan familiën door dienstnemende worden overgemaakt
Verwijzing: Koloniaal Werfdépót
Plaats: Elburg

Volgnr: 70
Ingekomen: 20-02-1901
Bericht van: Mr. Wiechelink Zwolle
Inhoud: Betreffende procedure fam. Top verzoek om inlichtingen omtrent opgeroepen getuigen
Verwijzing: Rechtsgeding
Plaats: Elburg

Volgnr: 71
Ingekomen: 20-02-1901
Bericht van: Bestuur Elburger IJsvereniging
Inhoud: Toezending van 1 exemplaar v.h.Nieuwsb. en Advertentieblad voor Elburg en 1 exemplaar v.h. rege.de ijsver. om te deponeren in het archief
Verwijzing: Elburger IJsvereniging
Plaats: Elburg

Volgnr: 72
Ingekomen: 20-02-1901
Bericht van: Dir. Ned. Heidemaatschappij Utrecht
Inhoud: Betreffende het houden eenen lezing over grondverbetering
Verwijzing: Grondverbetering
Plaats: Elburg

Volgnr: 73
Ingekomen: 22-02-1901
Bericht van: M. Tydeman en E.D. van Dissel
Inhoud: Toezending vragen lijst betreffende aanplanting van coniferen met verzoek om beantwoording
Verwijzing: Boschcultuur
Plaats: Elburg

Volgnr: 74
Ingekomen: 22-02-1901
Bericht van: Ontvanger der sucsessierechten Elburg
Inhoud: Inlichteingen aangaande aangifte voor de kiezerlijst wegens aandeel in eenen onverdeelde nalatenschap
Verwijzing: Kiesrecht
Plaats: Elburg

Volgnr: 75
Ingekomen: 22-02-1901
Bericht van: Minister van Justitie 's Gravenhage
Inhoud: Toezending der gewaarmerkte lijst bedoeld bij art. 22 der kieswet
Verwijzing: Kiesrecht
Plaats: Elburg

Volgnr: 76
Ingekomen: 23-02-1901
Bericht van: A. Maas te Harderwijk
Inhoud: Onder andere mededeeling opgaaf van de advertentie kosten voor de aanbesteding der havenverbetering
Verwijzing: Havenverbetering
Plaats: Elburg

Volgnr: 77
Ingekomen: 23-02-1901
Bericht van: Mr. G. Wicherlink Zwolle
Inhoud: Betreffende de procedure de fam. Top. Uitnodiging tot een conferentie
Verwijzing: Rechtsgeding
Plaats: Elburg

Volgnr: 78
Ingekomen: 25-02-1901
Bericht van: Mr. G. Wichelink
Inhoud: Betreffende de procedure de fam. Top. Uitnodiging tot eene conferentie
Verwijzing: Rechtsgeding
Plaats: Elburg

Volgnr: 79
Ingekomen: 25-02-1901
Bericht van: Burg, van Oldebreok
Inhoud: Betreffende de vergoeding voor de aangeboden hulp bij de brand van 16dezer
Verwijzing: Brandweer
Plaats: Elburg

Volgnr: 85
Ingekomen: 25-02-1901
Bericht van: Bestuur Ned. ver. v. Gemeente Belangen
Inhoud: Toezending model vragenlijst/ betreffende pensioen gemeente ambtenaren
Verwijzing: Pensioen gemeente ambtenaren
Plaats: Elburg

Volgnr: 80
Ingekomen: 26-02-1901
Bericht van: Burg. en Weth. van Doornspijk
Inhoud: Betreffende het beperking van het vervoer op enkele wegen in der gemeente
Verwijzing: Wegen
Plaats: Elburg

Volgnr: 81
Ingekomen: 26-02-1901
Bericht van: Commissaris der Kon. in Gelderland
Inhoud: Toezending van een bewijs van Nederlanderschap Gerrit Lulof Slijkhuis ter uitreiking
Verwijzing: Nederlanderschap
Plaats: Elburg

Volgnr: 82
Ingekomen: 26-02-1901
Bericht van: District veearts Urecht
Inhoud: Herstelverklaring van de door Mond-en Klauwzeer aangetaste kudde runderen enz. van H. de Leeuw
Verwijzing: Besmettelijke veeziekte
Plaats: Elburg

Volgnr: 83
Ingekomen: 27-02-1901
Bericht van: Ged. Staten van Gelderland
Inhoud: Opgaaf van het bedrag der Rijksvergoeding in de kosten v.h. Lager Onderwijs over 1899 en van hetgeen bij vootschot te veel is genoten
Verwijzing: Lager Onderwijs Rijksvergoeding
Plaats: Elburg

Volgnr: 84
Ingekomen: 28-02-1901
Bericht van: Inspecteur der dir. belastingen Harderwijk
Inhoud: Toezending van een supp. register der pers. bel. dienst 1900 met verzoek om bekrachtiging door coll. v. zetters
Verwijzing: Personeelsbelasting
Plaats: Elburg

Volgnr: 86
Ingekomen: 01-03-1901
Bericht van: Kol. Verkouteren Epe
Inhoud: Toezending van het bedrag der opbrengst ( F 143,00) van de verpachting van de Gortelsche Tiend
Verwijzing: Gortelsche Tiend
Plaats: Elburg

Volgnr: 87
Ingekomen: 01-03-1901
Bericht van: Rijksontvanger Elburg
Inhoud: Lijst der veranderingen in de opgave percelen waarin inkwartiering van krijgsvolk kan plaats hebben
Verwijzing: Inkwartiering
Plaats: Elburg

Volgnr: 88
Ingekomen: 01-03-1901
Bericht van: Schoolopz. in het arrond. Harderwijk
Inhoud: Verzoek om opgave van den naam v. ouders of verpleger van het kind op model A voorkomende onder no. 341
Verwijzing: Leerplichtwet
Plaats: Elburg

Volgnr: 89
Ingekomen: 02-03-1901
Bericht van: Ged. Staten van Gelderland
Inhoud: Opgaaf van het bedrag der Rijksvergoeding in de kosten v.h. l. onderwijs over 1901 't welk als voorschot wordt uitbetaald
Verwijzing: Lager onderwijs
Plaats: Elburg

Volgnr: 90
Ingekomen: 04-03-1901
Bericht van: Commiss. der Kon. in Gelderland
Inhoud: Terugzending van de presentielijst der vergadering van het college van zetters
Verwijzing: Presentielijst College van Zetters
Plaats: Elburg

Volgnr: 91
Ingekomen: 05-03-1901
Bericht van: Rijksontvanger Elburg
Inhoud: Mededeling dat de achterstallig belasting door N.W. Mens voor 1 maart is aangezuiverd
Verwijzing: Kiesrecht
Plaats: Elburg

Volgnr: 97
Ingekomen: 05-03-1901
Bericht van: Gemeente ontvanger alhier
Inhoud: Maandstaat van ontvangst en uitgaaf over februari 1901
Verwijzing: Comptabiliteit
Plaats: Elburg

Volgnr: 92
Ingekomen: 07-03-1901
Bericht van: Min. van Wat. H. en N. Den Haag
Inhoud: Afd. Waterstaat, Goedkeuring van het conceptbestek der havenverbetering
Verwijzing: Havenverbetering
Plaats: Elburg

Volgnr: 93
Ingekomen: 07-03-1901
Bericht van: Inspec.der Dir. belastingen Harderwijk
Inhoud: Toezending van een staat betr. inslagen van gedistilleerd door tapper en slijters
Verwijzing: Kleinhandel in sterke drank
Plaats: Elburg

Volgnr: 94
Ingekomen: 08-03-1901
Bericht van: Ged. Staten van Gelderland
Inhoud: Omtrent de stationnementen van nieuw aangekochte provinciale hengsten
Verwijzing: Paardenfokkerij
Plaats: Elburg

Volgnr: 95
Ingekomen: 08-03-1901
Bericht van: Gedep. Staten van Gelderland
Inhoud: Omtrent het houden van premiekeuringen van één en tweejarige hengsten
Verwijzing: Paardenfokkerij
Plaats: Elburg

Volgnr: 96
Ingekomen: 08-03-1901
Bericht van: Commiss. der Kon. in Gelderland
Inhoud: Toezending v.e. afschrift eenen missive van de Minister van W.H.N. betreffende het verleenen van Rijkssubsidie voor den aanleg v.e. haven te Elburg
Verwijzing: Havenverbetering
Plaats: Elburg

Volgnr: 98
Ingekomen: 12-03-1901
Bericht van: Burg. van Aarlanderveen
Inhoud: Bericht van inschrijving van de verlofg. Thomas van de Wetering in het verlofgangersregister
Verwijzing: Nationale Militie
Plaats: Elburg

Volgnr: 99
Ingekomen: 13-03-1901
Bericht van: Burg. van Doornspijk
Inhoud: Betreffende de opheffing van het beperkt vervoer op enkele wegen in die gemeente
Verwijzing: Wegen
Plaats: Elburg

Volgnr: 100
Ingekomen: 13-03-1901
Bericht van: Inspect. der dir. bel. Harderwijk
Inhoud: Nopens het uitschrijven eenen vergadering van het College van Zetters tot regeling der aanslagen in de personeele belasting over 1901
Verwijzing: Personeele belasting
Plaats: Elburg

Volgnr: 101
Ingekomen: 15-03-1901
Bericht van: Offic. van Justitie Zwolle
Inhoud: Mededeling van de veroordeling van M. Land en G. Lokhorst wegens stroperij
Verwijzing: Justitie
Plaats: Elburg

Volgnr: 102
Ingekomen: 15-03-1901
Bericht van: Commiss. der Kon. in Gelderland
Inhoud: Toezending oproepingsbrief voor J.C. Aalders en materieel model no. 19
Verwijzing: Nat. Militie
Plaats: Elburg

Volgnr: 103
Ingekomen: 15-03-1901
Bericht van: Burgem. Elburg
Inhoud: Verslag van het onderzoek ingevolge art. 25 der Kieswet
Verwijzing: Kiesrecht
Plaats: Elburg

Volgnr: 104
Ingekomen: 16-03-1901
Bericht van: Ged. Staten van Gelderland
Inhoud: Goedkeuring van het bestek met voorwaarden voor de aanbesteding voor de uitbreiding en verbetering der haven
Verwijzing: Havenverbetering
Plaats: Elburg

Volgnr: 105
Ingekomen: 16-03-1901
Bericht van: Minister v. Binnenl. Zaken
Inhoud: Toezending 50 binnenvellen van model D (Leerplicht)
Verwijzing: Leerplicht
Plaats: Elburg

Volgnr: 106
Ingekomen: 18-03-1901
Bericht van: Burg. van Valburg
Inhoud: Bericht van ontvangst en gedane uitreiking oproepingsbrief J. Chr. Aalders
Verwijzing: Nationale Militie
Plaats: Elburg

Volgnr: 107
Ingekomen: 18-03-1901
Bericht van: Commiss. der Kon. in Gelderland
Inhoud: Toezending exemplaar lijst van geneeskundigen enz. in Gelderland
Verwijzing: Medische politie
Plaats: Elburg

Volgnr: 108
Ingekomen: 18-03-1901
Bericht van: Ged. Staten Gelderland
Inhoud: Ongeschikt verklaring voor den dienst van den loteling Wiechert Jansen
Verwijzing: Nationale Militie
Plaats: Elburg

Volgnr: 109
Ingekomen: 19-03-1901
Bericht van: College voor de Zeevisscherijen Amsterdam
Inhoud: Verzoek om wijziging -zoo noodig- van der staat der visschersvloot en toezending van een verslag over de uitkomsten der zeevisscherij
Verwijzing: Zeevisscherij
Plaats: Elburg

Volgnr: 110
Ingekomen: 19-03-1901
Bericht van: Arrond. Schoolopz. Harderwijk
Inhoud: Omtrent het vaststellen eener verordening als bedoeld bij art. 15den Leerplichtwet
Verwijzing: Leerplicht
Plaats: Elburg

Volgnr: 111
Ingekomen: 20-03-1901
Bericht van: A. Maas te Harderwijk
Inhoud: Omtrent de aanstelling van een opzichter belast met het dagelijksch toezicht op het werk der havenverbetering
Verwijzing: Havenverbetering
Plaats: Elburg

Volgnr: 112
Ingekomen: 20-03-1901
Bericht van: Commiss. der Kon.
Inhoud: Opgaaf van miliciens die in het genot van onbepaald verlof zijn gesteld.
Verwijzing: Nationale Militie
Plaats: Elburg

Volgnr: 113
Ingekomen: 20-03-1901
Bericht van: Commendant 5e Bat. 5e regt. Infanterie
Inhoud: Opgaaf van verlofgangers (tijdl.) die met 30 maart a.s. naar hun garnizoen moeten terug keeren ( G.W. van Loo).
Verwijzing: Nationale Militie
Plaats: Elburg

Volgnr: 114
Ingekomen: 21-03-1901
Bericht van: Thesaur Fonds Gew. dienst Arnhem
Inhoud: Toezending van een bedrag groot F 31,50 voor de alhier wonende deelgerechtigden in het fonds
Verwijzing: Gewapende dienst
Plaats: Elburg

Volgnr: 115
Ingekomen: 22-03-1901
Bericht van: H. Heijman Hoofd der 1e openb. school
Inhoud: Rapport omtrent leeftijd voor toelating van leerlingen v.d. l. school en betr. de tijden aan te wijzen voor het toestaan van verlof volgens art. 13 der leerplichtwet
Verwijzing: Lager Onderwijs ( Leerplicht)
Plaats: Elburg

Volgnr: 116
Ingekomen: 22-03-1901
Bericht van: Commiss. der Kon.
Inhoud: Toezending oproepingsbrief voor B. Hup en materieel model no. 19
Verwijzing: Nationale Militie
Plaats: Elburg

Volgnr: 117
Ingekomen: 22-03-1901
Bericht van: Adj. Directeur Heidemij Utrecht
Inhoud: Mededeling dat de gezonden stekken van Populier monoliferen gratis zijn
Verwijzing: Plantsoen
Plaats: Elburg

Volgnr: 118
Ingekomen: 23-03-1901
Bericht van: Commiss. der Konigin
Inhoud: Verzoek om berichten of het ontslag W. Smit als buitengew. gem. veldwachter al of niet eervol moet worden verleent.
Verwijzing: Politie
Plaats: Elburg

Volgnr: 119
Ingekomen: 25-03-1901
Bericht van: Ged. Staten
Inhoud: Betreffende de ongeschikt verklaring van den loteling Aart Deetman der lichting 1901
Verwijzing: Nationale Militie
Plaats: Elburg

Volgnr: 120
Ingekomen: 25-03-1901
Bericht van: Ged. Staten
Inhoud: Nopens de kosten van verpleging tot 1 juli 1901 in het Oude-en Nieuwe Gasthuis te Zutphen
Verwijzing: Krankzinnigen
Plaats: Elburg

Volgnr: 121
Ingekomen: 25-03-1901
Bericht van: Gedeputeerde Staten
Inhoud: Bepaling dekgeld van de in de gemeente Doornspijk gestationeerde bruinen hengst Cupido
Verwijzing: Paardenfokkerij
Plaats: Elburg

Volgnr: 122
Ingekomen: 25-03-1901
Bericht van: Commisaris der Koningin
Inhoud: Toezending v.h. dubbel van het staatmodel no. 19, met verzoek van de daarop vermelde inlijvingen aantekening te houden in de mil. registers
Verwijzing: Nationale Militie
Plaats: Elburg

Volgnr: 123
Ingekomen: 25-03-1901
Bericht van: Commissaris der Koningin
Inhoud: Toezending paspoorten van miliciens der lichting 1894 en van de zeemilicien van 1896
Verwijzing: Nationale Militie
Plaats: Elburg

Volgnr: 124
Ingekomen: 26-03-1901
Bericht van: Hoofd commissie Nat. gesch. aan H.M. de Koningin
Inhoud: Mededeling van de uitreiking van het geschenk op 7 maart j.l. te Amsterdam
Verwijzing: Nationaal geschenk H.M. de Koningin
Plaats: Elburg

Volgnr: 125
Ingekomen: 27-03-1901
Bericht van: Commissaris der Koningin
Inhoud: Opgaaf van de leden der Provinciale Staten die den 1e dinsdag van de maand Juli in dit jaar zullen aftreden
Verwijzing: Verkiezingen
Plaats: Elburg

Volgnr: 126
Ingekomen: 27-03-1901
Bericht van: Commissaris der Koningin
Inhoud: Toezending van een bewijs van Nederlanderschap voor Hendrik Koops
Verwijzing: Nederlanderschap
Plaats: Elburg

Volgnr: 127
Ingekomen: 27-03-1901
Bericht van: Officier van Justitie Zwolle
Inhoud: Verzoek om procesverbaal te willen opmaken van de klacht van D.D. Top
Verwijzing: Justitie
Plaats: Elburg

Volgnr: 128
Ingekomen: 28-03-1901
Bericht van: Minister van binnenlandse zaken
Inhoud: Mededeling van de toekenning van de bronzen eerepenning voor menschlievend hulpbetoon en een loffelijk getuigschrift aan de gebroeders R. en J. de Graaf rbz.
Verwijzing: Belooning menschlievend hulpbetoon
Plaats: Elburg

Volgnr: 129
Ingekomen: 28-03-1901
Bericht van: v.d. Kouwen van Oord Arnhem
Inhoud: Telegram van gelukswensing van begin uitvoering van het belangrijk werk der havenverbetering
Verwijzing: Havenverbetering
Plaats: Elburg

Volgnr: 130
Ingekomen: 30-03-1901
Bericht van: Comm., 5e bat.,3e comp./5e reg. infanterie Utrecht
Inhoud: Mededeling van verleend tijdelijk verlof tot 14 aug. 1901 aan Gerhardus Broekhuizen
Verwijzing: Nationale Militie
Plaats: Elburg

Volgnr: 131
Ingekomen: 30-03-1901
Bericht van: Commisaris der Koningin
Inhoud: Eervol ontslag aan Willem Smit als onbez. buitengewoon gemeenteveldwachter
Verwijzing: Veldwachter
Plaats: Elburg

Volgnr: 132
Ingekomen: 01-04-1901
Bericht van: Commissaris der Koningin
Inhoud: Terugzending der verklaring ten beh. v.d. loteling J.C. Aalders met verzoek toe te zenden een bewijsstuk volkomen eensluidend het model-23 litS
Verwijzing: Nat. Militie
Plaats: Elburg

Volgnr: 133
Ingekomen: 01-04-1901
Bericht van: Commissaris der Koningin
Inhoud: Toezending van één exemplaar van het landbouwverslag van 1898 1e stuk
Verwijzing: Landbouwverslag
Plaats: Elburg

Volgnr: 134
Ingekomen: 02-04-1901
Bericht van: Arrond. Schoolopz. Harderwijk
Inhoud: Mededeling dat hij zich kan vereenigen met het plan de verordening volgens art.15 der Leerplichtwet
Verwijzing: Leerplicht
Plaats: Elburg

Volgnr: 135
Ingekomen: 02-04-1901
Bericht van: Betaalmeester Zwolle
Inhoud: Mededeling eenen gedane betaling aan den gemeenteontvanger groot F 1408,--
Verwijzing: Comptabiliteit
Plaats: Elburg

Volgnr: 136
Ingekomen: 02-04-1901
Bericht van: Gemeenteontvanger
Inhoud: Maandstaat van ontvangst en uitgaaf over maart 1901
Verwijzing: Maandstaat gemeentekas
Plaats: Elburg

Volgnr: 137
Ingekomen: 03-04-1901
Bericht van: N.J. van de Maaten Elburg
Inhoud: Bericht dat hij voor het lidmaatschap van den Raad bedankt
Verwijzing: Gemeente bestuur (ontslag raadslid)
Plaats: Elburg

Volgnr: 138
Ingekomen: 04-04-1901
Bericht van: Rijksontvanger Elburg
Inhoud: Mededeling eenen gedane betaling aan de gemeenteontvanger groot F 104,81
Verwijzing: Comptabiliteit
Plaats: Elburg

Volgnr: 139
Ingekomen: 04-04-1901
Bericht van: Arrond. Schoolopz. Harderwijk
Inhoud: Toezending van een uittreksel uit het register bedoeld in art. 13 der Leerplichtwet
Verwijzing: Leerplicht
Plaats: Elburg

Volgnr: 140
Ingekomen: 05-04-1901
Bericht van: Officier van Justitie Zwolle
Inhoud: Mededeling dat Gerrit Veldhoen niet voorkomt op het strafregister
Verwijzing: Nationale Militie
Plaats: Elburg

Volgnr: 141
Ingekomen: 05-04-1901
Bericht van: Commissaris der Kon.
Inhoud: Betreffende vervoer van buskruit voor de Legerplaats te Oldebroek via Elburg
Verwijzing: Vervoer van ontplofbare stoffen
Plaats: Elburg

Volgnr: 142
Ingekomen: 05-04-1901
Bericht van: Commissaris der Kon.
Inhoud: Toezending oproepingsbrief voor L.H. Wolf en materieel model 19
Verwijzing: Nationale Militie
Plaats: Elburg

Volgnr: 143
Ingekomen: 05-04-1901
Bericht van: Commissaris der Kon.
Inhoud: Toezending aanplakbiljetten betreffende de boterwet
Verwijzing: Boterwet
Plaats: Elburg

Volgnr: 144
Ingekomen: 05-04-1901
Bericht van: Gedepu. Staten
Inhoud: Opgaaf van alsnog ter dekking in Gelderland toegelaten hengsten
Verwijzing: Paardenfokkerij
Plaats: Elburg

Volgnr: 145
Ingekomen: 05-04-1901
Bericht van: Gedepu. Staten
Inhoud: Goedkeuring kohier hondenbelasting dienst 1900
Verwijzing: Hondenbelasting
Plaats: Elburg

Volgnr: 146
Ingekomen: 05-04-1901
Bericht van: Gedep. Staten
Inhoud: Goekeuring 2e suppl. kohier inkomstenbelasting dienst 1900
Verwijzing: Inkomstenbelasting
Plaats: Elburg

Volgnr: 147
Ingekomen: 05-04-1901
Bericht van: Voorz. commissie herz. bel. opbr. geb. eig. Apeldoorn
Inhoud: Betreffende de inzending van declaraties voor vuur en licht of advertentie kosten
Verwijzing: Herxiening bel. opbr. geb. eigendommen
Plaats: Elburg

Volgnr: 148
Ingekomen: 09-04-1901
Bericht van: Gedep. Staten
Inhoud: Betreffende de ongeschikt verklaring van Hendrik Zoet voor den dienst der Nat. Militie
Verwijzing: Nat. Militie
Plaats: Elburg

Volgnr: 149
Ingekomen: 09-04-1901
Bericht van: Rijksontvanger Elburg
Inhoud: Kennisgeving van noodslachting
Verwijzing: Noodslachting
Plaats: Elburg

Volgnr: 150
Ingekomen: 09-04-1901
Bericht van: Voorzitter herz. comm. Apeldoorn
Inhoud: Verzoek overlegging der kwitantie v.d. plaatsing der bekendmaking volgens art. 26 der wet
Verwijzing: Herziening bel. opbr. gebouw
Plaats: Elburg

Volgnr: 151
Ingekomen: 12-04-1901
Bericht van: C. Geerlofs Elburg
Inhoud: Verzoek van vergunning tot oprichting eenen smederij in het perceel West nr. 106
Verwijzing: Hinderwet
Plaats: Elburg

Volgnr: 152
Ingekomen: 13-04-1901
Bericht van: Ged.Staten van Gelderland
Inhoud: Goedkeuring kohier inkomstenbelasting dienst 1901
Verwijzing: Inkomstenbelasting
Plaats: Elburg

Volgnr: 153
Ingekomen: 13-04-1901
Bericht van: Ged. Staten van Gelderland
Inhoud: Goedkeuring 1e kwartaal kohier van schoolgelden
Verwijzing: Schoolgelden
Plaats: Elburg

Volgnr: 154
Ingekomen: 13-04-1901
Bericht van: Voorz. herz. comm. bel. opbr. geb. eigend.
Inhoud: Terugzending goedgekeurde declaraties
Verwijzing: Declaratie
Plaats: Elburg

Volgnr: 155
Ingekomen: 13-04-1901
Bericht van:
Inhoud: Procesverbaal van opneming der boeken en kas van den gemeenteontvanger
Verwijzing: Kasopneming
Plaats: Elburg

Volgnr: 156
Ingekomen: 15-04-1901
Bericht van: Griffier der Staten van Gelderland
Inhoud: Verzoek om inlichtingen omtrent E.J.W. Top voorkomende op de lijst van hoogst aangeslagenen
Verwijzing: Lijst van hoogst aangeslagenen
Plaats: Elburg

Volgnr: 157
Ingekomen: 15-04-1901
Bericht van: Eerst aanw. ingenieur 1e comm. genie Utrecht
Inhoud: Informatie omtrent gegoedheid van H.J. Teekman sr. S. Jaarsma en H.J. Teekman jr.
Verwijzing: Informatie
Plaats: Elburg

Volgnr: 158
Ingekomen: 16-04-1901
Bericht van: Ged. Staten
Inhoud: Betreffende de inzending der vast te stellen belasting verordening tot heffing van hoofdel. omslag of ink. bel.
Verwijzing: Plaatselijke belasting
Plaats: Elburg

Volgnr: 159
Ingekomen: 16-04-1901
Bericht van: A.J. Veldhoen Elburg
Inhoud: Betreffende de begeving der onkomsten van de H. Jans vicarie
Verwijzing: Vicarieén
Plaats: Elburg

Volgnr: 160
Ingekomen: 17-04-1901
Bericht van: Ged. Staten
Inhoud: Verdaging der beslissing omtrent aankoop van perceel sectie C no. 1056 voor uitbreiding der 2e openb. l. school
Verwijzing: Gemeente eigendommen (aankoop)
Plaats: Elburg

Volgnr: 161
Ingekomen: 18-04-1901
Bericht van: Commis. der Koningin
Inhoud: Betreffende het houden van schietoefeningen in de nabijheid van Diemerdam
Verwijzing: Militaire Zaken
Plaats: Elburg

Volgnr: 162
Ingekomen: 18-04-1901
Bericht van: Ged. Staten
Inhoud: Verzoek om nede te delen of het aldan niet verkiezelijk wordt geacht de stemmingen en herstemmingen voor de verk. van leden der Prov. Staten en 2e Kamer gelijktijdig te houden
Verwijzing: Verkiezingen
Plaats: Elburg

Volgnr: 163
Ingekomen: 18-04-1901
Bericht van: Distr. Commandant 3e dis. Kon. Mass. Zwolle
Inhoud: Mededeling dat verzoek om detachering van personeel der Kon. Marechausse moet worden gericht aan den Procureur-Generaal te Arnhem
Verwijzing: Politie
Plaats: Elburg

Volgnr: 164
Ingekomen: 19-04-1901
Bericht van: Landmeter v.h. kadaster Arnhem
Inhoud: Bericht van zijn komst in de volgende week tot het berichten der gewoone jaarlijksche op meetingen
Verwijzing: Kadaster
Plaats: Elburg

Volgnr: 165
Ingekomen: 20-04-1901
Bericht van: Commissaris der Koningin
Inhoud: Toezending van een mandaat van betaling voor de gemeente groot F 0,75.
Verwijzing: Comptabiliteit
Plaats: Elburg

Volgnr: 168
Ingekomen: 20-04-1901
Bericht van: Burgm. van Kampen
Inhoud: Toezending het bedrag van het pensioen voor 1e kwartaal F 40,65 voor wed. Grafhorst
Verwijzing: Pensioen
Plaats: Elburg

Volgnr: 166
Ingekomen: 21-04-1901
Bericht van: Commissaris der Koningin
Inhoud: Betreffende vervoer van ontplofbare stoffen
Verwijzing: Vervoer van ontplofbare stoffen
Plaats: Elburg

Volgnr: 167
Ingekomen: 21-04-1901
Bericht van: Commissaris der Konigin
Inhoud: Toezending eenen quitantie v.e. milicien der lichting 1894 ter uitreiking
Verwijzing: Nationale Militie
Plaats: Elburg

Volgnr: 169
Ingekomen: 23-04-1901
Bericht van: Commissaris der Kon.
Inhoud: Betreffende de beschikbaar stellen van formulieren model 7 voor aanvragen van verlof bedoeld bij art. 13 leerplicht
Verwijzing: Leerplichtwet
Plaats: Elburg

Volgnr: 170
Ingekomen: 23-04-1901
Bericht van: Eerst aann. ingenieur 1e Comm. genie Utrecht
Inhoud: Verzoek om 2 bestekken en het tarief betreffende aanbesteding v.e. verfwerk te doen ondertekenen door den aannemer en de borgen
Verwijzing: Militaire zaken
Plaats: Elburg

Volgnr: 171
Ingekomen: 24-04-1901
Bericht van: Commissaris der Koningin
Inhoud: Betreffende het vervoer van minutie naar de legerplaats bij Oldebroek via Elburg
Verwijzing: Vervoer van ontplofbare stoffen
Plaats: Elburg

Volgnr: 172
Ingekomen: 24-04-1901
Bericht van: Officier brandmeester
Inhoud: Lijst van uitgekeerde belooningen aan het personeel der brandweer
Verwijzing: Brandweer
Plaats: Elburg

Volgnr: 173
Ingekomen: 25-04-1901
Bericht van: Commissaris der Koningin
Inhoud: Mededeling dat Gerrit van Dorssen voor den tijd van 1 jaar ontheffing van werkelijken dienst is verleend
Verwijzing: Nationale Militie
Plaats: Elburg

Volgnr: 174
Ingekomen: 26-04-1901
Bericht van: 1e luitenat Distr. Comm. Kon. Mar. Zwolle
Inhoud: Betreffende het dienst doen tot nader aankondiging van een tweetal marechaussées iedere week van den zaterdags tot 's maandags.
Verwijzing: Politie
Plaats: Elburg

Volgnr: 175
Ingekomen: 26-04-1901
Bericht van: Commissaris der Koningin
Inhoud: Toezending van een mandaat van betaling voor de gemeente groot F 5,56
Verwijzing: Comptabiliteit
Plaats: Elburg

Volgnr: 176
Ingekomen: 27-04-1901
Bericht van: Commissaris der Koningin
Inhoud: Mededeling van de dagen bepaald voor de stemming en herstemming zoonodig per verkiezing v.e. lid der 2e Kamer
Verwijzing: Verkiezing
Plaats: Elburg

Volgnr: 177
Ingekomen: 27-04-1901
Bericht van: Albaas ter Harderwijk
Inhoud: Havenverbetering toezending staat van meer en minder werk
Verwijzing: Havenverbetering
Plaats: Elburg

Volgnr: 178
Ingekomen: 27-04-1901
Bericht van: Ged. Staten
Inhoud: Provinciaal blad betreffende verkiezingen van een lid der Provinciale Staten in het distr. Oldebroek
Verwijzing: Verkiezingen
Plaats: Elburg

Volgnr: 179
Ingekomen: 27-04-1901
Bericht van: Onvager der registratie Elburg
Inhoud: Toezending ontwerp akte van dading te sluiten tussen den Staat en de gemeente betreffende de voorwaarden aan zee
Verwijzing: Dading omtrent aanwassen aan Zee
Plaats: Elburg

Volgnr: 180
Ingekomen: 27-04-1901
Bericht van: C.M. Engelenberg Brielle
Inhoud: Verzoek om gedeeltelijk ontheffing van zijn aanslag in de omslag wegens vertrek
Verwijzing: Plaatslijke dir. belasting
Plaats: Elburg

Volgnr: 181
Ingekomen: 29-04-1901
Bericht van: Commissaris der Koningin
Inhoud: Mededeling waarbij de loteling B. Hup in is gelijfd
Verwijzing: Nationale militie
Plaats: Elburg

Volgnr: 182
Ingekomen: 30-04-1901
Bericht van: Burgm. van Oldebroek
Inhoud: Verzoek om opgaaf van het aantal kiezers voor de Prov. Staten volgens de kiezerslijst van 1901-1902
Verwijzing: Verkiezingen
Plaats: Elburg

Volgnr: 183
Ingekomen: 30-04-1901
Bericht van: Burgemeester en wethouders van Elburg
Inhoud: Inzending van het uitvoerig en beredeneert overleg van den toestand der gemeente van 1900.
Verwijzing: Gemeente verslag
Plaats: Elburg

Volgnr: 252
Ingekomen: 00-05-1901
Bericht van: Bestuur Ned. vereen. v. Gem. Belangen
Inhoud: Betreffende pensioenen gemeente ambtenaren, toezending van 23 vragenlijsten
Verwijzing: Pensioenen van gemeente ambtenaren
Plaats: Elburg

Volgnr: 184
Ingekomen: 01-05-1901
Bericht van: Rijksontvanger Elburg
Inhoud: Opgaaf van het door de gemeente verschuldigd bedrag voor de inning van opcenten op de grondbelasting dienst 1900
Verwijzing: Comptalibiteit
Plaats: Elburg

Volgnr: 185
Ingekomen: 01-05-1901
Bericht van: Wed. Wijnne en Joh. Wijnne Elburg
Inhoud: Bezwaarschrift tegen den aanslag in de pl. dir. belasting naar het inkomen van G.R. Wijnne
Verwijzing: Plaatsel. dir. belastng
Plaats: Elburg

Volgnr: 186
Ingekomen: 02-05-1901
Bericht van: Commissaris der Koningin
Inhoud: Toezending drukwerk v.h. inschrijvingregister. de alph. lijst en het lot. reg. der Schutterij
Verwijzing: Schutterij
Plaats: Elburg

Volgnr: 187
Ingekomen: 02-05-1901
Bericht van: Commissaris der Koningin
Inhoud: Toezending van een mandaat van betaling voor het gemeentebestuur groot F26,50 1/2
Verwijzing: Comptabiliteit
Plaats: Elburg

Volgnr: 190
Ingekomen: 02-05-1901
Bericht van: Militie commissaris 2e distr. van Gelderland
Inhoud: Mededeling dat zijnerzijde geen bezwaar bestaat tegen inwilliging van het verzoek van de verlofgangers bedoeld in den brief van 29 April j.l.
Verwijzing: Nat. Militie
Plaats: Elburg

Volgnr: 188
Ingekomen: 03-05-1901
Bericht van: Commissaris der Koningin
Inhoud: Toezending paspoort van Johannes Willem van de Velde ter uitreiking
Verwijzing: Nationale Militie
Plaats: Elburg

Volgnr: 189
Ingekomen: 03-05-1901
Bericht van: Burgem. van Urk
Inhoud: Bericht dat de verlofganger A. ten Hoope naar de gem. Kampen bertrekt
Verwijzing: Nationale Militie
Plaats: Elburg

Volgnr: 191
Ingekomen: 04-05-1901
Bericht van: N.J. van der Maaten
Inhoud: Dankbetuiging voor de waarderende woorden omtrent zijn persoon geuit in de raadsvergadering waarin zijn ontslag ter sprake kwam.
Verwijzing: Dank betuiging N.J. van der Maaten
Plaats: Elburg

Volgnr: 192
Ingekomen: 04-05-1901
Bericht van: Gedepu. Staten v. Gelderland
Inhoud: Goedkeuring van het raadsbesluit tot aankoop van een perceel van J, Jansen in verband met de voorgenomen uitbreidingen der 2e opb. l. school
Verwijzing: Gemeente bezittingen en lager onderwijs
Plaats: Elburg

Volgnr: 193
Ingekomen: 06-05-1901
Bericht van: Jan F. Meursing
Inhoud: Betreffende een op te richten Stoombootdienst Elburg - Amsterdam
Verwijzing: Stoombootdienst
Plaats: Elburg

Volgnr: 194
Ingekomen: 06-05-1901
Bericht van: Rijksontvanger Elburg
Inhoud: Bericht eenen gedane betaling aan den gemeente ontvanger groot F 104,81
Verwijzing: Comptabiliteit
Plaats: Elburg

Volgnr: 195
Ingekomen: 06-05-1901
Bericht van: Gemeente ontvanger
Inhoud: Maandstaat van ontvangst en uitgaaf over April 1901
Verwijzing: Comptabiliteit
Plaats: Elburg

Volgnr: 196
Ingekomen: 06-05-1901
Bericht van: Gemeente ontvanger
Inhoud: Opgaaf van het ontvangen vergunningsrecht voor de uitoefening van den kleinhandel in sterken drank
Verwijzing: Drankwet
Plaats: Elburg

Volgnr: 197
Ingekomen: 06-05-1901
Bericht van: gedepu. Staten
Inhoud: Prov. blad waarbij zijn vastgestelde dagen voor eventueelr stemming en herstemming bij de a.s. period. verkiezing van leden v.d. Prov. Staten
Verwijzing: Verkiezingen
Plaats: Elburg

Volgnr: 198
Ingekomen: 06-05-1901
Bericht van: Gedepu. Staten
Inhoud: Goedkeuring raadsbesluit tot verhuring van een stuk gemeentegrond aan A. Hagedoorn
Verwijzing: Gemeentebezittingen
Plaats: Elburg

Volgnr: 199
Ingekomen: 06-05-1901
Bericht van: Inspecteur der directe belast. enz. Harderwijk
Inhoud: Toezending van eenen register van bewijzen bedoeld bij art. 34 der wet op de bedrijfsbelasting
Verwijzing: Bedrijfsbelasting
Plaats: Elburg

Volgnr: 200
Ingekomen: 07-05-1901
Bericht van: Burgem. van Doornspijk
Inhoud: Opgaaf van bezwaren tegen het verleene eenen vergunning tot het schieten van schadelijk gedierte aan D.D. Top
Verwijzing: Jacht
Plaats: Elburg

Volgnr: 201
Ingekomen: 07-05-1901
Bericht van: Militie Comm. 1e distr. van N.-Brabant
Inhoud: Mededeling dat bij hem geene bezwaren bestaan tegen het deelnemen aan het onderzoek v. verlofg. alhier door G.J. van der Schuit uit Werkendam
Verwijzing: Nationale Militie
Plaats: Elburg

Volgnr: 202
Ingekomen: 07-05-1901
Bericht van: Militie Comm. 1e districht van N. Brabant
Inhoud: Alsvorens, door J. van Schoor en M. Langenberg uit Halsteren
Verwijzing: Nationale Militie
Plaats: Elburg

Volgnr: 203
Ingekomen: 07-05-1901
Bericht van: Militie 2e district N. Brant
Inhoud: Toezending paspoorten Berend ten Have en Ezechiël Beem ter uitreiking v.d. belanghebbende
Verwijzing: Nationale Militie
Plaats: Elburg

Volgnr: 204
Ingekomen: 09-05-1901
Bericht van: Burgem. van Kampen
Inhoud: Bericht van aanmelding van den verlofganger Antonie ten Hoope, komende van Urk
Verwijzing: Nationale Militie
Plaats: Elburg

Volgnr: 205
Ingekomen: 09-05-1901
Bericht van: Majoor dir. van de artell. schietschool legerpl. B. Oldebroek
Inhoud: Betreffende ongeregeldheden van personeel van het Detachement Trein omtrent verhooren
Verwijzing: Politie
Plaats: Elburg

Volgnr: 207
Ingekomen: 09-05-1901
Bericht van: Gedepu. Staten
Inhoud: Betreffende het verhoogen der geldlening voor de boten de havenverbetering, met de renten eenen tijds leening
Verwijzing: Geldleningen
Plaats: Elburg

Volgnr: 206
Ingekomen: 10-05-1901
Bericht van: Comm. der Koningin
Inhoud: Toezending v.e. oproepingbrief voor H.J. Straatman ter inlijving op donderd. 13 juni a.s.
Verwijzing: Nationale Militie
Plaats: Elburg

Volgnr: 208
Ingekomen: 10-05-1901
Bericht van: G.J. van der Maaten Elburg
Inhoud: Bericht van aanneming zijner benoeming tot lid van der Raad dezer gemeente
Verwijzing: Gemeente bestuur
Plaats: Elburg

Volgnr: 209
Ingekomen: 11-05-1901
Bericht van: Ged. Staten van Gelderland
Inhoud: Ongeschikt verklaring van den loteling B. Hup voor den militaire dienst
Verwijzing: Nationale Militie
Plaats: Elburg

Volgnr: 210
Ingekomen: 11-05-1901
Bericht van: Comm. der Koningin
Inhoud: Mededeling dat de loteling L.H. Wolf is ingelijfd bij het 8e Reg. Infanterie
Verwijzing: Nationale Militie
Plaats: Elburg

Volgnr: 211
Ingekomen: 11-05-1901
Bericht van: Gedep. Staten
Inhoud: Prov. blad betreffende het bepalen van de herstemming ter verkiesing v.o lid der Prov. Staten op een andere dag
Verwijzing: Verkiezing
Plaats: Elburg

Volgnr: 212
Ingekomen: 11-05-1901
Bericht van: Wed. M.J. Vermeer
Inhoud: Bezwaarschrift tegen haar aanslag in de hoofdel. omslag
Verwijzing: Plaatsel. belasting
Plaats: Elburg

Volgnr: 213
Ingekomen: 13-05-1901
Bericht van: Ged. Staten
Inhoud: Goedkeuring van het Raadsbesluit tot het treffen eenen dading met de Staat Nederl. betr. aanwassen in zee.
Verwijzing: Dading (aanwassen in de Zuiderzee)
Plaats: Elburg

Volgnr: 214
Ingekomen: 13-05-1901
Bericht van: Comm. der Koningin
Inhoud: Toezending v.e. quitantie (te goed op het zakboekje) voor den milicien J.W. van de Velde
Verwijzing: Nationale Militie
Plaats: Elburg

Volgnr: 215
Ingekomen: 14-05-1901
Bericht van: Burgemeester van Oldebroek
Inhoud: Opgaaf van candidaten, gesteld voor de verkiezing van een lid v.d. Prov. Staten
Verwijzing: Verkiezing
Plaats: Elburg

Volgnr: 216
Ingekomen: 14-05-1901
Bericht van: Wed. J. Vloei
Inhoud: Bezwaarschrift tegen haar aanslag in den hoofdel. omslag
Verwijzing: Plaatselijke belastingen
Plaats: Elburg

Volgnr: 217
Ingekomen: 17-05-1901
Bericht van: Verschillende bankiers en Credietverenigingen
Inhoud: Opgaaf van voorwaarden voor crediet opening van F 50.000 (maximum) of ontkennend bericht
Verwijzing: Tijdelijke geldleening
Plaats: Elburg

Volgnr: 218
Ingekomen: 17-05-1901
Bericht van: Burgemeester van 's Gravenhage
Inhoud: Ontvangst bericht v.d. kwitantie van Joh. Willem van der Velde, -----milicien
Verwijzing: Nationale Militie
Plaats: Elburg

Volgnr: 219
Ingekomen: 17-05-1901
Bericht van: Ambt. O. M. b.d. Kanton. arron. Zwolle
Inhoud: Opmerkingen aangaande processen verbaal inzake drankverkoop in het koffiehuis, de Engel"
Verwijzing: Justitie
Plaats: Elburg

Volgnr: 220
Ingekomen: 17-05-1901
Bericht van: Ged. Staten
Inhoud: Goedkeuring raadsbesluit tot onderhansche verhuiring van het pakhuis, sectie C no. 1056, aan Jan Janssen
Verwijzing: Verhuring van Gemeente eigendommen
Plaats: Elburg

Volgnr: 221
Ingekomen: 17-05-1901
Bericht van: Ged. Staten
Inhoud: Goedkeuring raadsbesluit tot af-en overschrijving, begroting dienst 1900
Verwijzing: Comptabiliteit
Plaats: Elburg

Volgnr: 222
Ingekomen: 17-05-1901
Bericht van: Ged. Staten
Inhoud: Machtiging verleent tot betaling onvoorziene uitgaven dienst 1900
Verwijzing: Comptabiliteit
Plaats: Elburg

Volgnr: 223
Ingekomen: 17-05-1901
Bericht van: Gedeput. Staten
Inhoud: Machteging verleend tot betaling onvoorziene uitgaven dienst 1900
Verwijzing: Comptabiliteit
Plaats: Elburg

Volgnr: 223a
Ingekomen: 18-05-1901
Bericht van: Gedeput. Staten
Inhoud: Besluit van Burgemeester en Weth. tot aanvulling der brandweer
Verwijzing: Brandweer
Plaats: Elburg

Volgnr: 224
Ingekomen: 18-05-1901
Bericht van: Comm. der Koningin
Inhoud: Toezending nominatieve staat van verlofgangers die in Juni onder de wapens moeten komen
Verwijzing: Nationale Militie
Plaats: Elburg

Volgnr: 225
Ingekomen: 20-05-1901
Bericht van: Burgem. van Oldebroek
Inhoud: Toezending van een verzegeld pak met 417 stembiljetten voor de op 23 Mei e.l. te houden verkiezing van een lid v.d. Prov. Staten
Verwijzing: Kiesrecht
Plaats: Elburg

Volgnr: 226
Ingekomen: 20-05-1901
Bericht van: Militie comm. in Overijssel
Inhoud: Mededeling dat geen bezwaar bestaat tegen het onderzoek van den loteling dezer gemeente G.J. Zwep te Kampen
Verwijzing: Nationale Militie
Plaats: Elburg

Volgnr: 227
Ingekomen: 21-05-1901
Bericht van: Comm. der Koningin
Inhoud: Afwijzende beschikking op het verzoek van D.D. Top om buitengew. machtiging tot het schieten van schadelijk gedierte
Verwijzing: Jacht en Visserij
Plaats: Elburg

Volgnr: 228
Ingekomen: 21-05-1901
Bericht van: Gedeput. Staten
Inhoud: Terugzending der opgave bedoeld bij artikel 12 der drankwet met nota van aanmerkingen
Verwijzing: Drankwet
Plaats: Elburg

Volgnr: 229
Ingekomen: 22-05-1901
Bericht van: Comm. der Koningin
Inhoud: Toezending van een excempl. van het landbouwverslag van 1898 3e druk
Verwijzing: Landbouwverslag
Plaats: Elburg

Volgnr: 230
Ingekomen: 22-05-1901
Bericht van: Comm. der Koningin
Inhoud: Betreffende eenen herziening van de regeling van het herhalingsonderwijs
Verwijzing: Lager onderwijs (herhalingsonderwijs)
Plaats: Elburg

Volgnr: 231
Ingekomen: 22-05-1901
Bericht van: Burgem. en Weth. van Oldebroek
Inhoud: Terugzending der door den Raadofficier gemeente goedgekeurde rekening v.d. Elb.Epergrindweg over 1900 en bijlagen
Verwijzing: Elburg Epergrindweg
Plaats: Elburg

Volgnr: 232
Ingekomen: 22-05-1901
Bericht van: Gedeput. Staten
Inhoud: Besluit waarbij de ingezonden processen-verbaal betr. de verkiezing van een lid v.d. Raad en de beslissing door den Raad omtrent de geloofsbrieven voor kennisg. worden aangenomen.
Verwijzing: Gemeentebestuur (Verkiezing Raadslid)
Plaats: Elburg

Volgnr: 233
Ingekomen: 22-05-1901
Bericht van: Militie Comm. 2e distr. van Gelderland
Inhoud: Mededeling dat bij hem geen bezwaar bestaat tegen het verzoek v.d. verlofganger bedoeld bij schrijven van 18 Mei no. 289
Verwijzing: Nationale Militie
Plaats: Elburg

Volgnr: 234
Ingekomen: 25-05-1901
Bericht van: Rijksarchivaris in Gelderland
Inhoud: Betreffende de St. Jans Vicarie(woonplaats vicarie)
Verwijzing: St. Jans Vicarie
Plaats: Elburg

Volgnr: 235
Ingekomen: 25-05-1901
Bericht van: L. Top WG
Inhoud: Berucht van aanneming der benoeming tot wethouder
Verwijzing: Gemeentebestuur (Wethouder)
Plaats: Elburg

Volgnr: 236
Ingekomen: 28-05-1901
Bericht van: B. Vecht en echtg. Elburg
Inhoud: Klacht over hinder van het privaat bij de Zwolsche poort
Verwijzing: Reiniging
Plaats: Elburg

Volgnr: 237
Ingekomen: 28-05-1901
Bericht van: Burgem. Smallingerland
Inhoud: Verzoek om te willen berichten of aan eene commissie uit der Raad der gemeente op 6 juni a.s.gelegenheid kan worden gegeven tot bezichtiging van de gasfabriek
Verwijzing: Gasfabriek
Plaats: Elburg

Volgnr: 238
Ingekomen: 28-05-1901
Bericht van: Gedeput. Staten
Inhoud: Goedkeuring van het Raadsbesluit tot het aangaan eenen tijdelijke geldleening ten beh. der haven-verbetering en uitbreiding
Verwijzing: Geldleening
Plaats: Elburg

Volgnr: 239
Ingekomen: 28-05-1901
Bericht van: Gedeput. Staten
Inhoud: Bepaling van het tijdstip waarop het werk der verbetering en uitbreiding van de haven moet zijn voltooid.
Verwijzing: Havenverbetering
Plaats: Elburg

Volgnr: 240
Ingekomen: 28-05-1901
Bericht van: Comm. der Koningin
Inhoud: Omtrent het vervoer van buskruit per spoor naar het station Elb. Oldebroek
Verwijzing: Vervoer van ontplofbare stoffen
Plaats: Elburg

Volgnr: 241
Ingekomen: 28-05-1901
Bericht van: Bestuur van het Weeshuis in Elburg
Inhoud: Betreffende eene wijzinging in het regelement van het Weeshuis
Verwijzing: Armwezen
Plaats: Elburg

Volgnr: 245
Ingekomen: 28-05-1901
Bericht van: Gedeput. Staten
Inhoud: Omtrent den afloop van gehouden keuringen van één- en twee jarige hengsten
Verwijzing: Paardenfokkerij
Plaats: Elburg

Volgnr: 246
Ingekomen: 28-05-1901
Bericht van: Commissaris der Koningin
Inhoud: Nopens het houden van schietoefeningen in de stelling van den Helder
Verwijzing: Militaire zaken (schietoefeningen)
Plaats: Elburg

Volgnr: 242
Ingekomen: 29-05-1901
Bericht van: Comm. der Koningin
Inhoud: Nopens eene nieuwe regeling betreffende de opkomst onder onder de wapenen met spoed
Verwijzing: Nationale Militie
Plaats: Elburg

Volgnr: 243
Ingekomen: 29-05-1901
Bericht van: Comm. der Koningin
Inhoud: Mededeling dat bij Kon. besluit ontheffing van werkelijken dienst is verleend aan J. Ch. Aalders
Verwijzing: Nationale Militie
Plaats: Elburg

Volgnr: 244
Ingekomen: 29-05-1901
Bericht van: Vlaer en Kol Utrecht
Inhoud: Betreffende een tijdelijke geldleening
Verwijzing: Geldleening
Plaats: Elburg

Volgnr: 247
Ingekomen: 29-05-1901
Bericht van: Minister van Binnenlandse zaken
Inhoud: Betreffende betaling der kosten van verpleging van der krankzinnige H. Straatman door vrouw Straatman
Verwijzing: Krankzinnige
Plaats: Elburg

Volgnr: 248
Ingekomen: 30-05-1901
Bericht van: Officier van Justitie Zwolle
Inhoud: Verzoek om toezending van een staat van inlichtingingen, betreffende den verdachte bedoeld bij deze schrijven van 28 Mei no. 3 en 4
Verwijzing: Justitie
Plaats: Elburg

Volgnr: 249
Ingekomen: 30-05-1901
Bericht van: Inspecteur van den Arbeidsinspectie Arnhem
Inhoud: Bericht dat de door C. Geerlofs op te richten smederij zal voldoen aan de eischen krachtens art. 6 Veiligheidswet gesteld.
Verwijzing: Hinderwet
Plaats: Elburg

Volgnr: 250
Ingekomen: 31-05-1901
Bericht van: A. Maas Harderwijk
Inhoud: Toezending van betalingsstukken, 1e termijn van het werk der havenverbetering en uitbreiding
Verwijzing: Haven verbetering en uitbreiding
Plaats: Elburg

Volgnr: 251
Ingekomen: 31-05-1901
Bericht van: Ambtenaar v.h. op Min. Zwolle
Inhoud: Betreffende zaak J. Engel (verkoop van sterken drank in 't klein zonder vergunning)
Verwijzing: Justitie
Plaats: Elburg

Volgnr: 253
Ingekomen: 01-06-1901
Bericht van: Comm. der Koningin
Inhoud: Omtrent de beproeving van verlichtingsmiddelen aan den Hoek van Holland
Verwijzing: Militaire Zaken
Plaats: Elburg

Volgnr: 254
Ingekomen: 01-06-1901
Bericht van: Comm. der Koningin
Inhoud: Betreffende eene opmerking omtrent het landbouwverslag van 1900
Verwijzing: Landbouwverslag
Plaats: Elburg

Volgnr: 255
Ingekomen: 01-06-1901
Bericht van: Vlaer en Kol te Utrecht
Inhoud: Betreffende de afgifte van accepten voor het te ontvangen bedrag
Verwijzing: Geldleening
Plaats: Elburg

Volgnr: 256
Ingekomen: 01-06-1901
Bericht van: Vlaer en Kol te Utrecht
Inhoud: Ontvangst bericht promesse a. F 10.155,- en toezending per aangetekende brief van dat bedrag
Verwijzing: Geldleening
Plaats: Elburg

Volgnr: 257
Ingekomen: 01-06-1901
Bericht van: Militie Comm. 2e distr. van Gelderland
Inhoud: Omtrent inzage van het register no. 26 op den dag van het onderzoek van de verlofgangers dezer gemeente
Verwijzing: Nationale Militie
Plaats: Elburg

Volgnr: 258
Ingekomen: 03-06-1901
Bericht van: Comm. der Koningin
Inhoud: Omtrent de opzending der zakboekjes van de zeemiliciën-verlofgangers
Verwijzing: Nationale Militei
Plaats: Elburg

Volgnr: 259
Ingekomen: 03-06-1901
Bericht van: Luit. kwartiermeester 2e bat. rustende schutterij in Gelderland
Inhoud: Toezending v.d. declaratie v.d. schuttersraad over 1900
Verwijzing: Schutterij
Plaats: Elburg

Volgnr: 260
Ingekomen: 03-06-1901
Bericht van: Rijksontvanger Elburg
Inhoud: Mededeling eenen gedane betaling, groot F 104,81 1/2 aan den gemeente ontvanger
Verwijzing: Comptabiliteit
Plaats: Elburg

Volgnr: 261
Ingekomen: 03-06-1901
Bericht van: Administrateurs Weesinrichting "Beth Pelet Vianen"
Inhoud: Mededeling van het voornemen om in Juni ten behoeve der stichting eene collecte te houden
Verwijzing: Collecte
Plaats: Elburg

Volgnr: 262
Ingekomen: 04-06-1901
Bericht van: Ambten. v.h. op Ministerie Kanton gerecht Zwolle
Inhoud: Betreffende zaak J. Engel ( verkoop van sterken drank in 't klein zonder vergunning)
Verwijzing: Justitie
Plaats: Elburg

Volgnr: 263
Ingekomen: 04-06-1901
Bericht van: Wed. G. van Triest Elburg
Inhoud: Verzoek om ontheffing of vermindering van haren aanslag in den hoofdbel. omslag
Verwijzing: Plaatselijke belasting
Plaats: Elburg

Volgnr: 264
Ingekomen: 05-06-1901
Bericht van: Burgem. van Oldebroek
Inhoud: Mededeling van de gestelde Candidaten voor de verkiezing van 2 leden van de Prov. Staten
Verwijzing: Verkiezing
Plaats: Elburg

Volgnr: 265
Ingekomen: 05-06-1901
Bericht van: Burgem. van Kampen
Inhoud: Alsvoren voor de verkiezing van een lid van de Tweede Kamer der Staten Generaal
Verwijzing: Verkiezing
Plaats: Elburg

Volgnr: 266
Ingekomen: 05-06-1901
Bericht van: Gemeente ontvanger Elburg
Inhoud: Maandstaat van ontvangst en uitgaaf der gemeente over Mei 1901
Verwijzing: Comptabiliteit
Plaats: Elburg

Volgnr: 267
Ingekomen: 05-06-1901
Bericht van: Wed. J. van Hamberg
Inhoud: Bezwaarschrift tegen haaren aanslag in in de Plaatselijke directe belasting naar het inkomen decem. 1901
Verwijzing: Plaatselijke belasting
Plaats: Elburg

Volgnr: 268
Ingekomen: 06-06-1901
Bericht van: Officier van Justitie Zwolle
Inhoud: Verzoek van eventueel opgaaf van de herstelling van Frederik Stoffer, die door de rechter Commissaris moet gehoord worden
Verwijzing: Justitie
Plaats: Elburg

Volgnr: 269
Ingekomen: 07-06-1901
Bericht van: Comm. der Koningin
Inhoud: Nominatieve staat van verlofgangers toegezonden die in Juli, Aug. en Sept. onder de wapenen moeten komen
Verwijzing: Nationale Militie
Plaats: Elburg

Volgnr: 270
Ingekomen: 07-06-1901
Bericht van: Hoofd Inspec. Prov. waterstaat
Inhoud: Betreffende wijzigingen in het werk der havenverbetering
Verwijzing: Havenverbetering
Plaats: Elburg

Volgnr: 271
Ingekomen: 08-06-1901
Bericht van: A.J. Dinetten der Nederl. Heide Mij.
Inhoud: Betreffende de verbetering van het weideland " Het Goor "
Verwijzing: Landverbetering
Plaats: Elburg

Volgnr: 272
Ingekomen: 11-06-1901
Bericht van: R. van Schothorst Utrecht
Inhoud: Betreffende de afzending van bestelde uurwerkdeelen
Verwijzing: Torenuurwek
Plaats: Elburg

Volgnr: 273
Ingekomen: 11-06-1901
Bericht van: Thessman vh. Fonds van de gewapende Dienst
Inhoud: Ontvangstbericht opbrengst collecte
Verwijzing: Fonds van den Gewapenden Dienst
Plaats: Elburg

Volgnr: 274
Ingekomen: 11-06-1901
Bericht van: Comm. der Koningin
Inhoud: Nopens de inlijving van den loteling J.C. Aalders
Verwijzing: Nationale Militie
Plaats: Elburg

Volgnr: 275
Ingekomen: 12-06-1901
Bericht van: Comm. der Koningin
Inhoud: Verzoek om te berichten of al of niet publicatie, waarin gegevens of mededeelingen voorkomen die betrekking hebben op arbeiders verzekering of bescherming, zijn of zullen woden uitgegeven
Verwijzing: Arbeid en Fabriekswezen
Plaats: Elburg

Volgnr: 276
Ingekomen: 12-06-1901
Bericht van: Comm. der Koningin
Inhoud: Toezending van een ex. beschikking Mei van oorlog nopens eene wijziging in het voorschrift betreffende dienstreizen van dienstpl. der Nationale Militie
Verwijzing: Nationale Militie
Plaats: Elburg

Volgnr: 277
Ingekomen: 12-06-1901
Bericht van: Gedup. Staten
Inhoud: Betreffende het houden van premiekeuringen van paarden en van keuringen voor het Geldersch paarden Stamboek
Verwijzing: Paardenfokkerij
Plaats: Elburg

Volgnr: 278
Ingekomen: 12-06-1901
Bericht van: Gedup. Staten
Inhoud: Toezending van eene lijst der vanwege de Prov. en het Rijk bekroonde stieren in 1901
Verwijzing: Verbetering rundveestapel
Plaats: Elburg

Volgnr: 279
Ingekomen: 12-06-1901
Bericht van: Burgem. van Kampen
Inhoud: Toezending van een pak stembiljetten voor de verkiezing van een lid van de 2e K. der Staten Generaal
Verwijzing: Verkiezing
Plaats: Elburg

Volgnr: 280
Ingekomen: 12-06-1901
Bericht van: Burgem. van Oldebroek
Inhoud: Toezending van een pak stembiljetten voor de verkiezing van 2 leden der Prov. Staten
Verwijzing: Verkiezing
Plaats: Elburg

Volgnr: 281
Ingekomen: 12-06-1901
Bericht van: Burgem. van Oudehoorn
Inhoud: Mededeling dat de mil. verlofganger Thomas v.d. Wetering in het verlofg. reg. is ingeschreven
Verwijzing: Nationale Militie
Plaats: Elburg

Volgnr: 283
Ingekomen: 13-06-1901
Bericht van: Officier van Justitie Zwolle
Inhoud: Informatie omtrent levensgedrag en gegoedheid van Gerrit Jan Westerink
Verwijzing: Informatie
Plaats: Elburg

Volgnr: 282
Ingekomen: 14-06-1901
Bericht van: Minister van Binnenlandse zaken
Inhoud: Nopens de kosten van verpleging van de krankzinnige H. Straatman
Verwijzing: Krankzinnige
Plaats: Elburg

Volgnr: 284
Ingekomen: 14-06-1901
Bericht van: Comm. der Koningin
Inhoud: Toezending van een mandaat van betaling groot F0,60 voor H.J. van Koot
Verwijzing: Comptabiliteit
Plaats: Elburg

Volgnr: 285
Ingekomen: 14-06-1901
Bericht van: Gedup. Staten
Inhoud: Toezending adviezen inzake de reclame grondbelasting betr. openbaar slachthuis
Verwijzing: Grongbelasting (Reclame)
Plaats: Elburg

Volgnr: 286
Ingekomen: 15-06-1901
Bericht van: Comm. der Koningin
Inhoud: Nopens het houden van schietoefeningen van het Fort nabij den Hoek van Holland
Verwijzing: Militaire Zaken
Plaats: Elburg

Volgnr: 287
Ingekomen: 15-06-1901
Bericht van: Comm. der Koningin
Inhoud: Betreffende de opzending van zakboekje van milicien-verlofgangers
Verwijzing: Nationale Militie
Plaats: Elburg

Volgnr: 288
Ingekomen: 15-06-1901
Bericht van: Officier van Justitie Zwolle
Inhoud: Betreffende de zaak (verduistering van een kruiwagen) bedoeld bij schrijven van14 Jan., no; 337
Verwijzing: Justitie
Plaats: Elburg

Volgnr: 289
Ingekomen: 17-06-1901
Bericht van: Wed. W.J. Vermeer Elburg
Inhoud: Mededeling dat zij het erfpachtrecht van het Zuiderbolwerk met 1 januari a.s. wenscht op te doen ophouden
Verwijzing: Erfpacht
Plaats: Elburg

Volgnr: 290
Ingekomen: 17-06-1901
Bericht van: H.L Nahuijs van Limmen
Inhoud: Betreffende den Tour door Nederland door de Nederl. automobielclub
Verwijzing: Automobilisme
Plaats: Elburg

Volgnr: 291
Ingekomen: 17-06-1901
Bericht van: W. Deetman
Inhoud: Ontslagneming als provitor van het Weduwenhof tegen 1 juli a.s.
Verwijzing: Weduwenhof
Plaats: Elburg

Volgnr: 366
Ingekomen: 17-06-1901
Bericht van: N.W. Albens te Elburg
Inhoud: Bezwaarschrift tegen zijn aanslag in de plaatselijke directe belasting
Verwijzing: Plaatselijke belasting
Plaats: Elburg

Volgnr: 292
Ingekomen: 18-06-1901
Bericht van: Comm. der Koningin
Inhoud: Betreffende de inlijving van den loteling H.J. Straatman.
Verwijzing: Nat. Militie
Plaats: Elburg

Volgnr: 293
Ingekomen: 20-06-1901
Bericht van: Gedup. Staten
Inhoud: Raadsbesluit tot aanvulling der begrooting van 1901 met aanteekening der goedkeuring G. v. Hattem
Verwijzing: Aanvulling begroting
Plaats: Elburg

Volgnr: 294
Ingekomen: 20-06-1901
Bericht van: Comm. der Koningin
Inhoud: Toezending kostenlooze vergunningen om te visschen, dienst 1901-1902- ter uitreuking
Verwijzing: Jacht en visscherij
Plaats: Elburg

Volgnr: 295
Ingekomen: 22-06-1901
Bericht van: A. Maas Harderwijk
Inhoud: Betreffende eene wijziging in de uitvoering van het havenwerk
Verwijzing: Havenverbetering
Plaats: Elburg

Volgnr: 296
Ingekomen: 24-06-1901
Bericht van: Bestuur der commmissie tot bevordering der verbetering van het rundvee in Gelderland
Inhoud: Toezending bedrag van F 100,-- zijnde toegekende premiën der Prov. Stierenkeuring in 1900 aan H. Koops en H. de Leeuw
Verwijzing: Premiën Stierenkeuring
Plaats: Elburg

Volgnr: 297
Ingekomen: 24-06-1901
Bericht van: Thesaurier fonds v.d. Gewap. Dienst
Inhoud: Toezending gratificatie voor de deelgerechtigden in het fonds voor het afgel. kwartaal
Verwijzing: Gewapende dienst
Plaats: Elburg

Volgnr: 300
Ingekomen: 24-06-1901
Bericht van: Mil. Comm. 2e district van Gelderland
Inhoud: Toezending van een straforder voor Albert van Looverlofg. licht. 1896
Verwijzing: Nat. Militie
Plaats: Elburg

Volgnr: 298
Ingekomen: 26-06-1901
Bericht van: Comm. der Koningin
Inhoud: Betreffende invulling van de kolommen 15 en 15 bis van den sterftestaat G
Verwijzing: Bevolkingsstatistiek
Plaats: Elburg

Volgnr: 299
Ingekomen: 26-06-1901
Bericht van: Controleur dir. bel. en v.h. kadaster in Arnhem
Inhoud: Betreffende zijn komst tot het opnemen der veranderingen in den toestand der gebouwde en ongebouwde eigendommen
Verwijzing: Grondbelasting
Plaats: Elburg

Volgnr: 301
Ingekomen: 27-06-1901
Bericht van: Militie comm. 2e distr. van Gelderland
Inhoud: Toezending nieuwe straforder voor Albert van Loo, verlofg. licht. 1896
Verwijzing: Nat. Militie
Plaats: Elburg

Volgnr: 302
Ingekomen: 27-06-1901
Bericht van: Comm. der Koningin
Inhoud: Betreffende vervoer van gevulde projectielen naar de haven te Elburg
Verwijzing: Vervoer van ontplofbarestoffen
Plaats: Elburg

Volgnr: 303
Ingekomen: 28-06-1901
Bericht van: Notaris Verkouteren Epe
Inhoud: Betreffende de verpachting van de Gortelsche Tiend
Verwijzing: Gortelsche Tiend
Plaats: Elburg

Volgnr: 304
Ingekomen: 28-06-1901
Bericht van: Hoofding. Prov. Waterstaat Arnhem
Inhoud: Nopens eene verandering in de uitvoering der havenverbetering
Verwijzing: Havenverbetering
Plaats: Elburg

Volgnr: 305
Ingekomen: 28-06-1901
Bericht van: Comm. der Koningin
Inhoud: Mededeling van de overplaatsing van een miliciën der licht. 1901
Verwijzing: Nat. Militie
Plaats: Elburg

Volgnr: 306
Ingekomen: 28-06-1901
Bericht van: Gedup. Staten
Inhoud: Toezending adres A.J. Veldhoen nopens begeving inkomsten Stichting Jans Vicarie, met verzoek om bericht en raad
Verwijzing: Vicarie (St. Jans)
Plaats: Elburg

Volgnr: 307
Ingekomen: 28-06-1901
Bericht van: A. Maas Harderwijk
Inhoud: Toezending betaalingsstukken 2e termijn havenverbetering
Verwijzing: Havenverbetering
Plaats: Elburg

Volgnr: 308
Ingekomen: 29-06-1901
Bericht van: Mevr. J. Snijders Gorichem
Inhoud: Verzoek om de aanslag in den hoofd. omslag zijnen moeder Wed. W.M. Snijders te verlagen
Verwijzing: Plaatsel. Belasting
Plaats: Elburg

Volgnr: 309
Ingekomen: 01-07-1901
Bericht van: Vlaer en Kol Utrecht
Inhoud: Toezending van een bedrag van F 10.155,-- tegen accenten (tijdel. geldleening)
Verwijzing: Geldleening
Plaats: Elburg

Volgnr: 310
Ingekomen: 01-07-1901
Bericht van: Officier van Justitie Zwolle
Inhoud: Mededeling dat het verzoek om inlichtingen bedoeld boj schrijven d.d. 24 juni no. 363, moet worden gericht aan den officier v. J. te Roermond
Verwijzing: Justitie
Plaats: Elburg

Volgnr: 311
Ingekomen: 02-07-1901
Bericht van: Betaalmeester Zwolle
Inhoud: Bericht eenen gedane betaling aan den gemeente ontvanger groot F 1.432,75
Verwijzing: Comptabiliteit
Plaats: Elburg

Volgnr: 312
Ingekomen: 03-07-1901
Bericht van: Officier van Justitie Zwolle
Inhoud: Informatie naar de voornamen van de moeder van Hendrika van de Wetering en haar geb. datum en plaats
Verwijzing: Burgerl. Stand
Plaats: Elburg

Volgnr: 313
Ingekomen: 03-07-1901
Bericht van: Officier van Justitie Roermond
Inhoud: Mededeling dat geen vonnissen bekend zijn ten laste van J.W. Simonse
Verwijzing: Justitie
Plaats: Elburg

Volgnr: 314
Ingekomen: 04-07-1901
Bericht van: G.J. van der Maat Elburg
Inhoud: Ontvangst bericht v.d. processenverbaal, betreffende candidaatstelling voor en benoeming tot lid v.d. Raad.
Verwijzing: Gemeentebestuur
Plaats: Elburg

Volgnr: 315
Ingekomen: 04-07-1901
Bericht van: B. Wolff Elburg
Inhoud: Ontvangst bericht v.d. processenverbaal betreffende zijn candidaatstelling voor en benoeming tot lid v.d. Raad
Verwijzing: Gemeentebestuur
Plaats: Elburg

Volgnr: 316
Ingekomen: 04-07-1901
Bericht van: Burg. en Wethouders Rheden
Inhoud: Toezending van een exemplaar van het Gemeenteoverleg over 1900
Verwijzing: Verslagen
Plaats: Elburg

Volgnr: 317
Ingekomen: 05-07-1901
Bericht van: Gemeenteontvanger
Inhoud: Maandstaat van ontvangst en uitgaaf over juni j.l.
Verwijzing: Comptabiliteit
Plaats: Elburg

Volgnr: 318
Ingekomen: 05-07-1901
Bericht van: Gedupteerde Staten
Inhoud: Goedkeuring van een aanvulling van het bestek betreffende de uitbreiding en de verbetering van de haven
Verwijzing: Havenverbetering
Plaats: Elburg

Volgnr: 319
Ingekomen: 06-07-1901
Bericht van: Gedeputeerde Staten
Inhoud: Nota van opmerkingen omtrent de ingezonden verordeningen heffing hoofd. omslag
Verwijzing: Plaatselijke belasting
Plaats: Elburg

Volgnr: 320
Ingekomen: 06-07-1901
Bericht van: Gedeputeerde Staten
Inhoud: Toezending van een Staat vermeldende de som welke door het Rijk over 1901 aan de gemeente moet worden uitgekeerd
Verwijzing: Gemeente financiën Rijksuitkering
Plaats: Elburg

Volgnr: 321
Ingekomen: 06-07-1901
Bericht van: Comm. der Koningin
Inhoud: Bericht dat geen bezwaar bestaat tegen de afwezigheid uit de gemeentevan den Burgem. vanaf 13 juli a.s. ged. eenen maand
Verwijzing: Gemeente bestuur verlof
Plaats: Elburg

Volgnr: 322
Ingekomen: 06-07-1901
Bericht van: Comm. der Koningin
Inhoud: Betreffende een verzoek van Roelof Weijenberg om een bewijs van Nederl. schap
Verwijzing: Nederlanderschap
Plaats: Elburg

Volgnr: 323
Ingekomen: 06-07-1901
Bericht van:
Inhoud: Procesverbaal van kasopmening door Burgermeester en wethouders op 6 juli 1901
Verwijzing: Opneming gemeentekas
Plaats: Elburg

Volgnr: 324
Ingekomen: 08-07-1901
Bericht van: Bestuur v.d. administratie der gemeente in de Bommelerwaard.
Inhoud: Toezending afdruk v.e. adres a.d. Staten v. Gelderl. betreffende eene regeling omtrent het voeren van licht door rijtuigen en rijwielen en het rijdenmet automobielen met verzoek omdat adres testeunen
Verwijzing: Verkeer
Plaats: Elburg

Volgnr: 325
Ingekomen: 08-07-1901
Bericht van: Procureur Generaal afd. Dir. v. Pol. Arnhem
Inhoud: Betreffende de detachering van manschappen der Marechaussee der zaterdags en zondags alhier
Verwijzing: Politie
Plaats: Elburg

Volgnr: 326
Ingekomen: 08-07-1901
Bericht van: Comm. der Koningin
Inhoud: Toezending van een mandaat van betaling groot F 104,02 voor G. Acker te Elb.
Verwijzing: Comptabiliteit
Plaats: Elburg

Volgnr: 331
Ingekomen: 08-07-1901
Bericht van: G.J. van der Maaten
Inhoud: Bericht van aanneming der benoeming tot lid van den Raad
Verwijzing: Gemeentebestuur
Plaats: Elburg

Volgnr: 332
Ingekomen: 08-07-1901
Bericht van: B. Wolff Elburg
Inhoud: Bericht van aanneming der benoeming tot lid van den Raad
Verwijzing: Gemeentebestuur
Plaats: Elburg

Volgnr: 327
Ingekomen: 09-07-1901
Bericht van: Comm. der Koningin
Inhoud: Betreffende opkomst onder de wapenen met spoed
Verwijzing: Nat. Militie
Plaats: Elburg

Volgnr: 328
Ingekomen: 09-07-1901
Bericht van: E. Jaarsma Elburg
Inhoud: Verzoek om vergunning tot het jagen op de buitendijks gelegen gronden der gemeente
Verwijzing: Jacht
Plaats: Elburg

Volgnr: 329
Ingekomen: 09-07-1901
Bericht van: Mevr. wed. Snijders Elburg
Inhoud: Reclame tegen haren aanslag in de directebelasting naar het inkomen
Verwijzing: Plaastelijke belasting
Plaats: Elburg

Volgnr: 330
Ingekomen: 09-07-1901
Bericht van: Directeuren Bur. voor Staats-en administr. recht adviezen
Inhoud: Mededeling van den werking van het burcratie voor staats-en administratief rechtelijke adviezen
Verwijzing: Administratief rechtelijk
Plaats: Elburg

Volgnr: 333
Ingekomen: 10-07-1901
Bericht van: M. Caland ing. v.d. waterstaat Zutphen
Inhoud: Verzoek om mededeling hoeveel termijnen volgens art. 536 v.h. bestek zijn verschenen
Verwijzing: Havenverbetering
Plaats: Elburg

Volgnr: 334
Ingekomen: 10-07-1901
Bericht van: Min. van Binnenlandse zaken
Inhoud: Herinnering aan het schrijven van 13 juni 1901 no. 6008 betreft krankzinnige H. Straatman
Verwijzing: Krankzinnige
Plaats: Elburg

Volgnr: 335
Ingekomen: 10-07-1901
Bericht van: Comm. det. pantserfort artill. Muiden
Inhoud: Toezending waarschuwingen in verband met te houden schietoefeningen van het fort Pampus
Verwijzing: Militaire zaken
Plaats: Elburg

Volgnr: 336
Ingekomen: 11-07-1901
Bericht van: Inspecteur dir. belastingen Harderwijk
Inhoud: Verzoek om opgave van personen die bezoldigingen uit de gemeentekas genieten
Verwijzing: Bedrijfsbelasting
Plaats: Elburg

Volgnr: 337
Ingekomen: 11-07-1901
Bericht van: Luit. ter Zee 1e kl. bur. Zeemilitie Willemsoord
Inhoud: Terugzending van 2 zakboekjes van Zeemiliciens (e. Zwart en J. Westerink)
Verwijzing: Nat. Militie
Plaats: Elburg

Volgnr: 338
Ingekomen: 11-07-1901
Bericht van: Inspecteur der dir. belasting te Harderwijk
Inhoud: Toezending suppl. registertje der pers. belasting net verzoek om behoeftiging door het Coll. v. zetters
Verwijzing: Directe belasting
Plaats: Elburg

Volgnr: 339
Ingekomen: 11-07-1901
Bericht van: E. van Olst Elburg
Inhoud: Bericht van aanneming tot provisor van het Weduwenhof
Verwijzing: Weduwenhof
Plaats: Elburg

Volgnr: 340
Ingekomen: 12-07-1901
Bericht van: Comm. der Koningin
Inhoud: Betreffende het houden van schietoefeningen van het fort op de Harssens
Verwijzing: Militaire Zaken
Plaats: Elburg

Volgnr: 341
Ingekomen: 12-07-1901
Bericht van: Proc. Generaal fd. Dir. der Politie Arnhem
Inhoud: Nopens politie versterking in verband met het havenwerk
Verwijzing: Politie
Plaats: Elburg

Volgnr: 342
Ingekomen: 13-07-1901
Bericht van: Comm. der Koningin
Inhoud: Toezendingen van een bewijs van Nederlanderschap voor Roelof Weijenberg ter uitreiking
Verwijzing: Nederlanderschap
Plaats: Elburg

Volgnr: 343
Ingekomen: 13-07-1901
Bericht van: De kolonel Commendant v.h 4e reg. Inf.Leiden op Last De Kapitein Adjudant
Inhoud: Terugzending van eene zakboekje van een milicienverlofganger
Verwijzing: Nat. Militie
Plaats: Elburg

Volgnr: 344
Ingekomen: 15-07-1901
Bericht van: Kolonel Commandant v/h Regiment Grenadiers en Jagers te 's Gravenhage
Inhoud: Terugzending van 4 zakboekjes van miliciens verlofgangers
Verwijzing: Nat. Militie
Plaats: Elburg

Volgnr: 345
Ingekomen: 16-07-1901
Bericht van: Majoor van het 6e Reg. infanterie te Breda
Inhoud: Terugzending van een zakboekje van een miliciens-verlofganger
Verwijzing: Nat. Militie
Plaats: Elburg

Volgnr: 346
Ingekomen: 16-07-1901
Bericht van: Commendant v.h. 5e Reg. Inf. te Amersfoort
Inhoud: Terugzending van 2 zakboekjes van miliciens-verlofganhers
Verwijzing: Nat. Militie
Plaats: Elburg

Volgnr: 347
Ingekomen: 16-07-1901
Bericht van: Majoor van het 8e Reg. Inf. te Arnhem
Inhoud: Terugzending van een zakboekje van een milicien-verlofganger
Verwijzing: Nat. Militie
Plaats: Elburg

Volgnr: 348
Ingekomen: 16-07-1901
Bericht van: Comm. der Koningin
Inhoud: Terugzending van staat kiezersstatistiek 1901 met betrekking tot de invulling van kolom 35, met verzoek om terug zending en inlichtinng. Toegelicht teruggezonden 16 juli 1901 420
Verwijzing: Verkiezingen
Plaats: Elburg

Volgnr: 349
Ingekomen: 17-07-1901
Bericht van: Commendant v.h. 5e Reg. Inf. te Amersfoort
Inhoud: Terugzending van een zakboekje van een milicien-verlofganger
Verwijzing: Nat. Militie
Plaats: Elburg

Volgnr: 350
Ingekomen: 17-07-1901
Bericht van: District Commendant tevens Inspecteur der Rijksveldwacht te Zwolle
Inhoud: Bericht regeling voorlopige dienstverrichting v/d Rijksveldwachters van Koot en Balters op iedere zaterdag en zondag
Verwijzing: Politie
Plaats: Elburg

Volgnr: 351
Ingekomen: 17-07-1901
Bericht van: Majoor v/h 8e Reg. Infanterie te Utrecht
Inhoud: Terugzending van 2 zakboekjes miliciens-verlofgangers
Verwijzing: Nat. Militie
Plaats: Elburg

Volgnr: 367
Ingekomen: 17-07-1901
Bericht van: A. Docter te Elburg
Inhoud: Verzoek om aan hem in gebruik af te staan het Zuiderbolwerk
Verwijzing: Gemeente eigendom
Plaats: Elburg

Volgnr: 352
Ingekomen: 18-07-1901
Bericht van: 1e luitenant Commendant v/h 2e Comp.Hospitaal ol. dalen te Utrecht
Inhoud: Terugzending van een zakboekje van een milicien-verlofganger
Verwijzing: Nat. Militie
Plaats: Elburg

Volgnr: 353
Ingekomen: 18-07-1901
Bericht van: De Majoor oplast de 1e luit. Adj. v.h.5e Reg. inf. te Utrecht
Inhoud: Terug zending van 2 zakboekjes van miliciens-verlofgangers, met verzoek van bericht van ontvangst.
Verwijzing: Nat. Militie
Plaats: Elburg

Volgnr: 354
Ingekomen: 18-07-1901
Bericht van: Commendant v/h 5e reg. inf. te Amersfoort naam deze de Luitenat Kolonel
Inhoud: Terugzending van 2 zakboekjes van miliciens-verlofgangers
Verwijzing: Nat. Militie
Plaats: Elburg

Volgnr: 355
Ingekomen: 18-07-1901
Bericht van: Commissie der Koningin
Inhoud: Verzoek om mededeling of dit ambshalve in-en afschrijveningen bedoeld bij dezerzijnsche missive d.d. 2 juli j.l. no. 370, hebben plaats gehad voor de volkstelling of wel nadien tijd
Verwijzing: Bevolkingsstatistiek
Plaats: Elburg

Volgnr: 356
Ingekomen: 18-07-1901
Bericht van: Commissaris der Koningin
Inhoud: Toezending van 2 mandaten van betaling i.z. besmettel. ziekten, ter name der gemeente Elburg, ad. F 59.- en ad. F 7,50
Verwijzing: Comptabiliteit
Plaats: Elburg

Volgnr: 357
Ingekomen: 19-07-1901
Bericht van: Arrondissement school opziener te Harderwijk
Inhoud: Toezending van lijstmodel 76 betreffende mededeling van werken de vergunningen tot veldenheid aan schoolgaande kinderen gedurende het tijdvak 1 april tot 1 juli
Verwijzing: Leerplichtwet
Plaats: Elburg

Volgnr: 358
Ingekomen: 19-07-1901
Bericht van: Gedeput. Staten
Inhoud: Goedkeuring van het raadsbesl. d.d. 10 juli 1901, no. 5 tot het aangaan eener geldleening van F 1150,- á 4 % ten behoeve van de aankoop van het perceel sectie C, nr. 1056
Verwijzing: Geldleening
Plaats: Elburg

Volgnr: 359
Ingekomen: 20-07-1901
Bericht van: Kantoor te Harderwijk
Inhoud: Verzoek om mededeling aangaande het levensgedrag van J.G. Seidel alhier en of hij zich met zaakwaarneming inlaat
Verwijzing: Notariaat
Plaats: Elburg

Volgnr: 360
Ingekomen: 20-07-1901
Bericht van: Ged. Staten
Inhoud: Mededeling aanneming voor kennisgeving van de processen-verbaal i.z. verkiezing G.J. v/d Maaten en B. Wolff tot leden van de raad met uitnodigging wat betreft toelating herbenoemde raadsleden te bevorderen, dat uit de raadsbesluiten in der vervolge blijkt dat art.32 des gem. wet. in acht is genomen
Verwijzing: Gemeente bestuur
Plaats: Elburg

Volgnr: 361
Ingekomen: 22-07-1901
Bericht van: Officier van Justitie te Zwolle
Inhoud: Mededeling inzake de aangelegenheid bedoeld bij deze......... betreffende een door Gesina Samelina de Vries aan te gaan huwelijk
Verwijzing: Burgelijke Stand
Plaats: Elburg

Volgnr: 362
Ingekomen: 22-07-1901
Bericht van: Hoofd ingenieur v.d. Provinciale Waterstaat te Arnhem
Inhoud: Mededeling dat op de uitbetaling van het eerste gedeelte ad. F 8000,- der Rijksbedrage in de verbetering der haven orde wordt gesteld
Verwijzing: Haven
Plaats: Elburg

Volgnr: 363
Ingekomen: 22-07-1901
Bericht van: Luitenant Kolonel Devisie commandant te Zwolle
Inhoud: Toezending opgaaf van het personeel dat vanaf 27 april tot 14 juli a.a.v. alhier dienst heeft verricht
Verwijzing: Haven (Politie)
Plaats: Elburg

Volgnr: 364
Ingekomen: 23-07-1901
Bericht van: Dir. v.h. Centr. Bureau voor de statistiek
Inhoud: Betreffende statistiek der spaar-en leenbanken. Verzoek om mededeeling bij eventuele opheffing of vestiging
Verwijzing: Spaar- en Leenbanken
Plaats: Elburg

Volgnr: 365
Ingekomen: 23-07-1901
Bericht van: Postdirecteur Elburg
Inhoud: Nopens de aanplakking van - berichten ingeval de Militie buitengewoon bijeen geroepen mocht worden
Verwijzing: Nat. Militie
Plaats: Elburg

Volgnr: 368
Ingekomen: 24-07-1901
Bericht van: Rijksontvanger Elburg
Inhoud: Bericht v.e. gedane aangifte van een uit nood geslacht kalf
Verwijzing: Noodslachting
Plaats: Elburg

Volgnr: 369
Ingekomen: 25-07-1901
Bericht van: Comm. der Koningin
Inhoud: Nopens het houden van schietoefeningen
Verwijzing: Militaire zaken
Plaats: Elburg

Volgnr: 370
Ingekomen: 26-07-1901
Bericht van: Officier van Justitie Zwolle
Inhoud: Verzoek om verlichting aangaande de gezondheidstoestand van den verdachte F. Stoffer
Verwijzing: Justitie
Plaats: Elburg

Volgnr: 371
Ingekomen: 26-07-1901
Bericht van: Officier van Justitie Zwolle
Inhoud: Verzoek om mededeling of in deze gemeente ook verblijf houdt Steven Mulder van Hattem
Verwijzing: Justitie
Plaats: Elburg

Volgnr: 372
Ingekomen: 26-07-1901
Bericht van: Gedeputeerde Staten
Inhoud: Goedkeuring kohier van schoolgelden 2e kwartaal 1901
Verwijzing: Plaatselijke belastingen
Plaats: Elburg

Volgnr: 373
Ingekomen: 26-07-1901
Bericht van: Ontvanger der registratie en Domeinen Elburg
Inhoud: Mededeling dat de overeenkomst van dading betr. de aanvoer aan zee is goedgekeurd
Verwijzing: Dading
Plaats: Elburg

Volgnr: 374
Ingekomen: 27-07-1901
Bericht van: Burg. van Kampen
Inhoud: Toezending bedrag F 40,65 zijnde pensioen van het 2e kwartaal 1901 voor Grietje v.d. Put, wed. Grafhorst
Verwijzing: Pensioen
Plaats: Elburg

Volgnr: 375
Ingekomen: 29-07-1901
Bericht van: Waarn. secretaris Z.Z. vereniging
Inhoud: Verslag over den toestand der ZuiderZee vereniging
Verwijzing: Zuiderzee vereniging
Plaats: Elburg

Volgnr: 376
Ingekomen: 31-07-1901
Bericht van: Gedepot. Staten
Inhoud: Beslissing op de reclame inzake de grondbelasting (schatting slachthuis)
Verwijzing: Grondbelasting
Plaats: Elburg

Volgnr: 377
Ingekomen: 31-07-1901
Bericht van: Burg. van Tilburg
Inhoud: Nopens de oproeping van den mile.verlofganger H. Tijdeman, om op 29 aug. a.s. onder de wapenen te komen
Verwijzing: Nat. Militie
Plaats: Elburg

Volgnr: 378
Ingekomen: 02-08-1901
Bericht van: Rijksontvanger Elburg
Inhoud: Mededeling eenen gedane betaling aan den gemeenteontv. groot F 104,81
Verwijzing: Comptabiliteit
Plaats: Elburg

Volgnr: 379
Ingekomen: 02-08-1901
Bericht van: Comm. der Koningin
Inhoud: Betreffende het bevolkings cijfer op 1 januari 1901
Verwijzing: Bevolkingsstatistie
Plaats: Elburg

Volgnr: 380
Ingekomen: 03-08-1901
Bericht van: Burg. en Weth. van Noordwijk
Inhoud: Verzoek om inlichtingen betreffende de gasfabriek
Verwijzing: Gasfabriek
Plaats: Elburg

Volgnr: 381
Ingekomen: 05-08-1901
Bericht van: Comm. der Koningin
Inhoud: Betreffende vervoer van buskruit bestemd voor de legerplaats bij Oldebroek
Verwijzing: Vervoer van ontplofbare stoffen
Plaats: Elburg

Volgnr: 382
Ingekomen: 05-08-1901
Bericht van: Comm. der Koningin
Inhoud: Aangaande eene opgave van het materiaal in 1902 benoodigd ter uitvoering van de Leerplichtwet
Verwijzing: Leerplichtwet
Plaats: Elburg

Volgnr: 383
Ingekomen: 05-08-1901
Bericht van: A. Hengeveld CCz Elburg
Inhoud: Verzoek om afstand van gemeente grond in erfpacht
Verwijzing: Erfpacht
Plaats: Elburg

Volgnr: 384
Ingekomen: 05-08-1901
Bericht van: E.P. Faber Elburg
Inhoud: Verzoek om afstand van gemeentegrond in erfpacht
Verwijzing: Erfpacht
Plaats: Elburg

Volgnr: 385
Ingekomen: 05-08-1901
Bericht van: Gemeente ontvanger
Inhoud: Maandstaat van ontvangst en uitgaaf over juli 1901
Verwijzing: Comptabiliteit
Plaats: Elburg

Volgnr: 386
Ingekomen: 06-08-1901
Bericht van: Betaalmeester Zwolle
Inhoud: Mededeling eenen gadane betaling, groot F 8000,- aan den gemeenteontvanger
Verwijzing: Comptabiliteit
Plaats: Elburg

Volgnr: 387
Ingekomen: 07-08-1901
Bericht van: Vlaer & Kol. Utrecht
Inhoud: Betreffende afgifte van accepten voor het te leenen bedrag
Verwijzing: Geldleening
Plaats: Elburg

Volgnr: 388
Ingekomen: 07-08-1901
Bericht van: Comm. der Koningin
Inhoud: Betreffende vervoer van buskruit naar de legerplaats bij Oldebroek
Verwijzing: Vervoer van ontplofbare stoffen
Plaats: Elburg

Volgnr: 390
Ingekomen: 07-08-1901
Bericht van: Gedeput. Staten
Inhoud: Reclame wed. M.J. Vermeer inzake hoofdelomslag in handen gesteld van den Raad om bericht en raad
Verwijzing: Plaatselijke belasting
Plaats: Elburg

Volgnr: 389
Ingekomen: 08-08-1901
Bericht van: A. Maas Harderwijk
Inhoud: Toezending betalingsstukken 3e termijn v.d. uitreiding en verbetering der haven
Verwijzing: Havenverbetering
Plaats: Elburg

Volgnr: 391
Ingekomen: 08-08-1901
Bericht van: Bestuur v.h. Krankzin. gesticht te Zutphen
Inhoud: Verzoek om alle brieven en stukken te adresseeren aan Provisoren of aan het Bestuur v.h. krankzinnigen gesticht te Zutphen
Verwijzing: Krankzinnigen
Plaats: Elburg

Volgnr: 392
Ingekomen: 08-08-1901
Bericht van: Inspecteur v.d. Arbeid 7e inspectie Arnhem
Inhoud: Naar aanleiding der kennisgeving van een plaats gehad hebbende ongeval verzoek om inlichting
Verwijzing: Veiligheidswet
Plaats: Elburg

Volgnr: 393
Ingekomen: 09-08-1901
Bericht van: Vlaer & Kol Utrecht
Inhoud: Toezending van een bedrag groot F 2155,-
Verwijzing: Geldleening
Plaats: Elburg

Volgnr: 394
Ingekomen: 10-08-1901
Bericht van: Comm. der Koningin
Inhoud: Nopens het houden van schietoefeningen
Verwijzing: Militaire zaken
Plaats: Elburg

Volgnr: 395
Ingekomen: 10-08-1901
Bericht van: Luit. kwartiermeester 2e bat.rustende schutterij
Inhoud: Toezending begrooting voor 1902 van den Schutterijraad v.h. 2e bat. rust. Schutterij
Verwijzing: Schutterij
Plaats: Elburg

Volgnr: 396
Ingekomen: 10-08-1901
Bericht van: L. Hup Elburg
Inhoud: Verzoek vergunning van oprichting van een rookerij
Verwijzing: Hinderwet
Plaats: Elburg

Volgnr: 400
Ingekomen: 12-08-1901
Bericht van: Officier van Justitie Zwolle
Inhoud: Verzoek om inlichtingen enz. betreffende dezaak M.J. Westerink
Verwijzing: Justitie
Plaats: Elburg

Volgnr: 397
Ingekomen: 15-08-1901
Bericht van: Burgem. van Kamperveen
Inhoud: Bericht van aanmelding van den verlofganger D. Schreurs
Verwijzing: Nat. Militie
Plaats: Elburg

Volgnr: 398
Ingekomen: 15-08-1901
Bericht van: Gedeput. Staten
Inhoud: Raadsbesluit aanvulling begroting 1901 goedgekeurd
Verwijzing: Comptabiliteit
Plaats: Elburg

Volgnr: 399
Ingekomen: 15-08-1901
Bericht van: Gedeput. Staten
Inhoud: Machtiging betaling onvoorz. uitgave, dienst 1901
Verwijzing: Comptabiliteit
Plaats: Elburg

Volgnr: 401
Ingekomen: 16-08-1901
Bericht van: Comm. der Koningin
Inhoud: Betreffende de statistiek der landverhuizingen
Verwijzing: Landverhuizingen
Plaats: Elburg

Volgnr: 402
Ingekomen: 17-08-1901
Bericht van: Centr. Comm. inz. afs. en drooglegging Zuiderzee
Inhoud: Verzoek om eenigen geldelijken steun ten behoefte der Centrale commissie
Verwijzing: Afsluiting en drooglegging-Zuiderzee
Plaats: Elburg

Volgnr: 403
Ingekomen: 17-08-1901
Bericht van: Commissaris der Koningin
Inhoud: Toezending van een mandaat van betaling G. Jonker
Verwijzing: Comptabiliteit
Plaats: Elburg

Volgnr: 404
Ingekomen: 18-08-1901
Bericht van: Officier van Justitie Zwolle
Inhoud: Mededeling van de opmerkingen waartoe de naziening der registers v.d. Burgerlijke stand heeft geleid
Verwijzing: Burgelijke Stand
Plaats: Elburg

Volgnr: 405
Ingekomen: 18-08-1901
Bericht van: Commissaris der Koningin
Inhoud: Mededeling dat de milicien L. Flier op 20 juli in het genot van onbepaald verlof is gesteld
Verwijzing: Nat. Militie
Plaats: Elburg

Volgnr: 406
Ingekomen: 20-08-1901
Bericht van: Inspecteur v/h Geneesk. Staats toez. Arnhem
Inhoud: Betreffende het onbevoegd uitoefenen der geneeskunst door een ingezetene
Verwijzing: Medische politie
Plaats: Elburg

Volgnr: 407
Ingekomen: 21-08-1901
Bericht van: Gedeputeerde Staten
Inhoud: Wordt in handen van den Raad gesteld een adres van eenige Burgermeester houdende verzoek om verscherping der bepalingen betreffende beperking v. vervoer v. vrachten over kustwegen
Verwijzing: Wegen
Plaats: Elburg

Volgnr: 408
Ingekomen: 21-08-1901
Bericht van: Dr. T. Doevendans Elburg
Inhoud: Mededeling dat het voornemen bestaat op 28 a.s. de gewone jaarl. Uni collecte te houden
Verwijzing: Collecte
Plaats: Elburg

Volgnr: 409
Ingekomen: 21-08-1901
Bericht van: H.j. van Werven Epe
Inhoud: Gortelsche tiend omtrent het weghalen van de tiend door enkele schatplichtigen
Verwijzing: Gortelsche tiend
Plaats: Elburg

Volgnr: 410
Ingekomen: 24-08-1901
Bericht van: Geneesk. direct. v/h/ Rijkskrankzinnige gesticht Medemblik
Inhoud: Toezending volmacht betreffende verpleging van W.C. Kamerbeek ter ondertekening door dien echtgenoote
Verwijzing: Krankzinnige
Plaats: Elburg

Volgnr: 411
Ingekomen: 24-08-1901
Bericht van: Commiss. der Koningin
Inhoud: Terugzending algemeene lijst over de leden der Schutterij
Verwijzing: Schutterij
Plaats: Elburg

Volgnr: 412
Ingekomen: 24-08-1901
Bericht van: Bouwkundige A. Maas Harderwijk
Inhoud: Toezending betalingsstukken 4e termijn
Verwijzing: Havenverbetering
Plaats: Elburg

Volgnr: 414
Ingekomen: 26-08-1901
Bericht van: Vlaer en Kol Utrecht
Inhoud: Toezending van een bedrag groot F 10.155,-
Verwijzing: Geldleening
Plaats: Elburg

Volgnr: 413
Ingekomen: 27-08-1901
Bericht van: Kaiserlich Duitscheconsulaat gen. Amsterdam
Inhoud: Betreffende legalisatie van stukken
Verwijzing: Legalisatie
Plaats: Elburg

Volgnr: 415
Ingekomen: 28-08-1901
Bericht van: Gedeputeerde Staten
Inhoud: Beschikking op het adres van A.J. Veldhoen inzake de begeving v.d. inkomsten der St. Jans Vicarie
Verwijzing: St. Jans Vicarie
Plaats: Elburg

Volgnr: 416
Ingekomen: 28-08-1901
Bericht van: Commissaris der Koningin
Inhoud: Toezending drukwerk alphabetische lijst der ingeschrevenen voor de Nat. Militie
Verwijzing: Nat. Militie
Plaats: Elburg

Volgnr: 417
Ingekomen: 28-08-1901
Bericht van: Onderwijs personeel
Inhoud: Betreffende de regeling van de onderwijzers traktement
Verwijzing: Lager Onderwijs
Plaats: Elburg

Volgnr: 418
Ingekomen: 29-08-1901
Bericht van: Arrond. schoolopz. Harderwijk
Inhoud: Toezending aanzegging bet. in art. 2181 eerste lid der leerplichtwet voor Lammert Binnekamp
Verwijzing: Leerplichtwet
Plaats: Elburg

Volgnr: 419
Ingekomen: 30-08-1901
Bericht van: Commissaris der Koningin
Inhoud: Toezending Staat van verlofgangers der lichting 1901, die onder de wapenen moeten komen
Verwijzing: Nat. Militie
Plaats: Elburg

Volgnr: 420
Ingekomen: 30-08-1901
Bericht van: Gemeente-geneesheer Elburg
Inhoud: Betreffende wijziging instructie-gemeente geneesheer
Verwijzing:
Plaats: Elburg

Volgnr: 421
Ingekomen: 30-08-1901
Bericht van: Burgerm. Noordorp
Inhoud: Inlichtingen omtrent verzekering (brandwb. Mij de Jong) van Wed. C. Groen
Verwijzing: Informatie (Brandverz. wed. C. Groen)
Plaats: Elburg

Volgnr: 422
Ingekomen: 31-08-1901
Bericht van: Burgemeester en wethouders Elburg
Inhoud: Aanbieding gemeentebegroting van 1902
Verwijzing: Gemeente begroting
Plaats: Elburg

Volgnr: 423
Ingekomen: 03-09-1901
Bericht van: IJker, chef der dienst Arnhem
Inhoud: Betreffende het opsporen van ijkovertredingen
Verwijzing: IJk
Plaats: Elburg

Volgnr: 424
Ingekomen: 04-09-1901
Bericht van: Ged. Staten van Gelderland
Inhoud: Betreffende vaststelling van der grongslag waaraan de pensioenbijdrage voor onderw. personeel is berekend
Verwijzing: Lageronderwijs
Plaats: Elburg

Volgnr: 425
Ingekomen: 05-09-1901
Bericht van: Ged. Staten van Gelderland
Inhoud: Mededeling van den uitslag in juli en augustus dezer jaar in dezen provincie gehouden premiehengsten van paarden
Verwijzing: Paardenfokkerij
Plaats: Elburg

Volgnr: 426
Ingekomen: 05-09-1901
Bericht van: Rijksontvanger Elburg
Inhoud: Mededeling eenen gedane betaling aan der gemeente ontvanger
Verwijzing: Comptabiliteit
Plaats: Elburg

Volgnr: 427
Ingekomen: 05-09-1901
Bericht van: Comm. 1e regt. Veld. Art. Arnhem
Inhoud: Bericht dat de milicien H.J. Straatman is ingedeeld bij de Treinafdeling
Verwijzing: Nat. Militie
Plaats: Elburg

Volgnr: 428
Ingekomen: 06-09-1901
Bericht van: Ged. Staten
Inhoud: Goedkeuring Raadsbesluit tot uitgifte van gemeentegrond en erfpacht aan A. Hengeveld Cc en E.P. Faber
Verwijzing: Erfpacht
Plaats: Elburg

Volgnr: 429
Ingekomen: 06-09-1901
Bericht van: Gemeente ontvanger
Inhoud: Maandstaat van ontvangst en uitgaaf voor augustus 1901
Verwijzing: Comptabiliteit
Plaats: Elburg

Volgnr: 430
Ingekomen: 07-09-1901
Bericht van: Gedeput. Staten
Inhoud: Omtrent de vermelding in de memorie's van toelichting der begrooting van gegevens omtrent diensttijd, rang enz. der onderwijzers
Verwijzing: Gemeente begrooting
Plaats: Elburg

Volgnr: 431
Ingekomen: 07-09-1901
Bericht van: Commissaris der Koningin
Inhoud: Weerbaarheid. Toezending handleiding tot het gebruik van patronen tot verkleinde afstanden
Verwijzing: Weerbaarheid
Plaats: Elburg

Volgnr: 432
Ingekomen: 09-09-1901
Bericht van: Commissaris der Koningin
Inhoud: Toezending tabel overzicht van den oogst in 1901 met verzoek om invulling en terugzending
Verwijzing: Statistiek Overzicht Oogst
Plaats: Elburg

Volgnr: 433
Ingekomen: 10-09-1901
Bericht van: C. Balk Elburg
Inhoud: Verzoek om ontslag als brandmeester
Verwijzing: Brandweer
Plaats: Elburg

Volgnr: 434
Ingekomen: 10-09-1901
Bericht van: Mej. Y.A. Swart onderwijzer
Inhoud: Verzoek om haar toe te kennen de verhooging van F 50,- genoemd in de indertijd geplaatste advertentie
Verwijzing: Lager Onderwijs
Plaats: Elburg

Volgnr: 435
Ingekomen: 12-09-1901
Bericht van: Officier van Justitie Zwolle
Inhoud: Betreffende de zaak Nathan Beem
Verwijzing: Justitie
Plaats: Elburg

Volgnr: 436
Ingekomen: 12-09-1901
Bericht van: Officier van Justitie Zwolle
Inhoud: Betreffende de zaak Dirk van de Beek. Verzoek om toezending der verordening en procesverbaal van verhoor.
Verwijzing: Justitie
Plaats: Elburg

Volgnr: 437
Ingekomen: 12-09-1901
Bericht van: Burg. Oudhoorn
Inhoud: Bericht van inschrijving in het reg. mod. 26 v.d. verlofganger Thomas v.d. Wetering
Verwijzing: Nat. Militie
Plaats: Elburg

Volgnr: 438
Ingekomen: 12-09-1901
Bericht van: Rijks ontvanger Elburg
Inhoud: Mededeling v.d. aangifte van een zieke koe
Verwijzing: Veeartsenijkundig politie
Plaats: Elburg

Volgnr: 439
Ingekomen: 12-09-1901
Bericht van: Gedep. Staten
Inhoud: Goedkeuring Raadsbesluit tot het aangaan eenen tijdel. geldleening voor kasgeld
Verwijzing: Geldleening
Plaats: Elburg

Volgnr: 440
Ingekomen: 12-09-1901
Bericht van: Burg. van Werkendam
Inhoud: Inlichtingen gevraagd, aangaande gasverbruik enz.
Verwijzing: Gasfabriek
Plaats: Elburg

Volgnr: 441
Ingekomen: 12-09-1901
Bericht van: P.J. Post v.d. Heem 1e luit. ing. Utrecht
Inhoud: Betreffende de levering van gas voor doelballons en signaalballons
Verwijzing: Gasfabriek
Plaats: Elburg

Volgnr: 442
Ingekomen: 13-09-1901
Bericht van: H.J. van Werven
Inhoud: Betreffende schadevergoeding inzake de Gortelsche Tiend
Verwijzing: Gortelsche Tiend
Plaats: Elburg

Volgnr: 443
Ingekomen: 16-09-1901
Bericht van: Commissaris v.d. Politie Zwolle
Inhoud: Nericht van een gepleegde diefstal
Verwijzing: Politie
Plaats: Elburg

Volgnr: 444
Ingekomen: 16-09-1901
Bericht van: Hoofdinspecteur Rijks Waterstaat Arnhem
Inhoud: Mededeling dat orde wordt gesteld op de het tweede gedeelte der rijkssubsidie
Verwijzing: Havenverbetering
Plaats: Elburg

Volgnr: 445
Ingekomen: 17-09-1901
Bericht van: J. v/d Post Steur Utrecht
Inhoud: Bericht van zijn komst op woensdag a.s. (zie volgnr. 441)
Verwijzing: Gasfabriek
Plaats: Elburg

Volgnr: 446
Ingekomen: 18-09-1901
Bericht van: Commissaris der Koningin
Inhoud: Toezending van een exemplaar van het verslag van den insp. v/d Arbeid i.d. 7e inspectie over 1899 en 1900
Verwijzing: Nijverheid (arbeidswet)
Plaats: Elburg

Volgnr: 447
Ingekomen: 18-09-1901
Bericht van: Commissaris der Koningin
Inhoud: Toezending wetten : wijziging der militiewet Landweerwet
Verwijzing: Nat. Militie
Plaats: Elburg

Volgnr: 448
Ingekomen: 18-09-1901
Bericht van: Commissaris der Konigin
Inhoud: Toezending van bewijzen van Nederlanderschap voor L. Klein, J.W. Westerink en Kars Karssen
Verwijzing: Nederlandersschap
Plaats: Elburg

Volgnr: 450
Ingekomen: 18-09-1901
Bericht van: Officier van Justitie Zwolle
Inhoud: Toezending van bescheiden, met verzoek aangelegenheid der heer H.A. Hoefhamer te willen komen
Verwijzing: Justitie
Plaats: Elburg

Volgnr: 449
Ingekomen: 19-09-1901
Bericht van: Commissaris der Koningin
Inhoud: Toezending van een mandaat v. betaling voor K.J. Balsters
Verwijzing: Comptabiliteit
Plaats: Elburg

Volgnr: 451
Ingekomen: 21-09-1901
Bericht van: Officier van Justitie Zwolle
Inhoud: Bericht dat de F. Stoffer, aangeklaagd wegens diefstal, bij vonnis v.d. Arr. Rechtbank van rechtsvervolging is ontslagen met last tot plaatsing in een Rijks opv. gesticht
Verwijzing: Jusitie
Plaats: Elburg

Volgnr: 452
Ingekomen: 21-09-1901
Bericht van: Officier van Justitie Zwolle
Inhoud: Informatie naar gedrag van Joh. Broekhuizen
Verwijzing: Justitie
Plaats: Elburg

Volgnr: 453
Ingekomen: 21-09-1901
Bericht van: Thessuaris v.h. Fonds voor den gewapende dienst
Inhoud: Toezending van een bedrag van F 31,50 voor deelgerechtigden dezer gemeente in het Fonds
Verwijzing: Gewapende dienst
Plaats: Elburg

Volgnr: 454
Ingekomen: 21-09-1901
Bericht van: H.J. Hengeveld Oppenbr. Meester
Inhoud: Voordracht voor brandmeester opgemaakt door het college van brandweer
Verwijzing: Brandweer
Plaats: Elburg

Volgnr: 455
Ingekomen: 23-09-1901
Bericht van: Commissaris der Konigin
Inhoud: Toezending van een bewijs van Nederlanderschap voor Hendrik Jan Hoeve
Verwijzing: Nederlanderschap
Plaats: Elburg

Volgnr: 456
Ingekomen: 23-09-1901
Bericht van: J.G. Seidel Elburg
Inhoud: Verzoek om ontslag als commandant van de wacht bij de brandspuit no. 1
Verwijzing: Brandweer
Plaats: Elburg

Volgnr: 457
Ingekomen: 25-09-1901
Bericht van: Commissaris der Konigin
Inhoud: Opgaaf van de noemen van milicien die in het genot van onbepaald verlof zijn gesteld
Verwijzing: Nat. Militie
Plaats: Elburg

Volgnr: 458
Ingekomen: 26-09-1901
Bericht van: A. Maas bouwkundige Harderwijk
Inhoud: Toezending betalingsstukken 5e termijn havenwerk
Verwijzing: Havenverbetering
Plaats: Elburg

Volgnr: 459
Ingekomen: 27-09-1901
Bericht van: Vlaer en Kol Utrecht
Inhoud: Toezending van een bedrag groot F 5655. (tijdelijke geldlening)
Verwijzing: Geldlening
Plaats: Elburg

Volgnr: 460
Ingekomen: 28-09-1901
Bericht van: Vlaer en Kol Utrecht
Inhoud: Toezending nota van rente provisie enz van op accepten opgenomen gelden
Verwijzing: Geldlening
Plaats: Elburg

Volgnr: 461
Ingekomen: 01-10-1901
Bericht van: Arrond. schoolopz. Harderwijk
Inhoud: Toezending van 3 aanzeggingen als bedoeld bij art. 21 par.1, 1e lid der leerplicht
Verwijzing: Leerplichtwet
Plaats: Elburg

Volgnr: 462
Ingekomen: 01-10-1901
Bericht van: Burgermeester van Zaandam
Inhoud: Mededeling dat de verlofganger E. van de Maat zich heeft aangemeld voor vertrekt naar deze gemeente
Verwijzing: Nat. Militie
Plaats: Elburg

Volgnr: 463
Ingekomen: 02-10-1901
Bericht van: Officier van Justitie
Inhoud: Betreffende het
Verwijzing: Justitie
Plaats: Elburg

Volgnr: 464
Ingekomen: 02-10-1901
Bericht van: Rijksontvanger Elburg
Inhoud: Mededeling eenen gedane betaling aan den gemeenteontvanger, groot F 104,81
Verwijzing: Comptabilitie
Plaats: Elburg

Volgnr: 465
Ingekomen: 02-10-1901
Bericht van: Betaalmeester Zwolle
Inhoud: Mededeling eenen gedane betaling aan de gemeente ontvanger groot F5.932,75
Verwijzing: Comptabiliteit
Plaats: Elburg

Volgnr: 466
Ingekomen: 02-10-1901
Bericht van: Bestuur Elb. Ijsverenging
Inhoud: Verzoek om afstand van een gedeelte, als dat is toegevroren, ten behoeve der verenging
Verwijzing: Gemeente bezittingen Verzoek in gebruikneming
Plaats: Elburg

Volgnr: 467
Ingekomen: 03-10-1901
Bericht van: Burgermeester van Zwolle
Inhoud: Mededeling dat de verlofganger Cornelis Docter heeft voornemen te zijn zich in deze gemeente te verblijven
Verwijzing: Nat. Militie
Plaats: Elburg

Volgnr: 468
Ingekomen: 03-10-1901
Bericht van: Gemeente ontvanger Elburg
Inhoud: Maandstaat van ontvangst en uitgaaf over september j.l.
Verwijzing: Comptabiliteit
Plaats: Elburg

Volgnr: 469
Ingekomen: 03-10-1901
Bericht van: Commissaris der Koningin
Inhoud: Toezending van een mandaat van betaling groot F 50,-- voor F. Mos
Verwijzing: Comptabiliteit
Plaats: Elburg

Volgnr: 470
Ingekomen: 04-10-1901
Bericht van: Vlaer en Kol
Inhoud: Onvangst bericht van dezerzijnde schrijven van 1 dezer van 564, met daarmee van accepten en terug 2x F 10.155,-
Verwijzing: Tijdelijke geldlening
Plaats: Elburg

Volgnr: 471
Ingekomen: 04-10-1901
Bericht van: Officier van Justitie Zwolle
Inhoud: Verzoek om mededeling of opsporing van de verdachte bedoeld bij telegram v. heden resultaat heeft gehad.
Verwijzing: Justitie
Plaats: Elburg

Volgnr: 472
Ingekomen: 04-10-1901
Bericht van: Officier van Justitie Zwolle
Inhoud: Mededeling van J. Broekhuizen wegens mishandeling
Verwijzing: Justitie
Plaats: Elburg

Volgnr: 473
Ingekomen: 04-10-1901
Bericht van: Arrond. schoolopz. Harderwijk
Inhoud: Uittreksel uit het register de ingevolge art. 13 der leerplichtwet i.h. arr. Harderwijk verleende vergunningen van 1 juli - 30 sept. 1901
Verwijzing: Leerplichtwet
Plaats: Elburg

Volgnr: 474
Ingekomen: 05-10-1901
Bericht van: Commissaris der Koningin
Inhoud: Betreffende verscheping van de bepalingen betreffende de uitvoerhandel van vee naar België
Verwijzing: Veeziekten
Plaats: Elburg

Volgnr: 475
Ingekomen: 07-10-1901
Bericht van: Rijksontvanger Elburg
Inhoud: Bericht van een uit nood geslachte pink
Verwijzing: Noodslachting
Plaats: Elburg

Volgnr: 476
Ingekomen: 07-10-1901
Bericht van: Officier van Justitie Zwolle
Inhoud: Nopens de beplanting van den berm van den Rijksstraatweg
Verwijzing: Justitie
Plaats: Elburg

Volgnr: 477
Ingekomen: 07-10-1901
Bericht van: Officier van Justitie Zwolle
Inhoud: Verzoek om inlichtingen geb. extract en vaccinebewijs betreffende den veroordeelde F. Stoffer
Verwijzing: Justitie
Plaats: Elburg

Volgnr: 478
Ingekomen: 08-10-1901
Bericht van: Officier van Justitie Zwolle
Inhoud: Verzoek om inlichtingen betreffende twee verdachten
Verwijzing: Justitie
Plaats: Elburg

Volgnr: 479
Ingekomen: 08-10-1901
Bericht van: Commissaris der Koningin
Inhoud: Vervoer van militairen nopens de afgifte van vervoerbewijzen
Verwijzing: Nat. Militie
Plaats: Elburg

Volgnr: 480
Ingekomen: 08-10-1901
Bericht van: Inspecteur v.h. Loodswezen 3e district Amsterdam
Inhoud: Mededeling dat naar zijn oordeel geen aanleiding bestaat dat het havenlicht alhier door het Rijk zoude worden bekostigt
Verwijzing: Havenlicht
Plaats: Elburg

Volgnr: 481
Ingekomen: 08-10-1901
Bericht van: B en W van Maartensdijk en Koekange
Inhoud: Nopens den diensttijd van Mej. E.C. Temminch en J.D. Temminch als onderwijzer(es)
Verwijzing: Lager Onderwijs
Plaats: Elburg

Volgnr: 482
Ingekomen: 10-10-1901
Bericht van: Geduteerde Staten
Inhoud: Verzoek om mededeling of al of niet het voornemen bestaat ten oprichte van het vastgestelde bedrag de rijksbouwleening in beroep te komen!
Verwijzing: Gemeentefinanciën
Plaats: Elburg

Volgnr: 483
Ingekomen: 10-10-1901
Bericht van: Commissaris der Koningin
Inhoud: Nopens het houden van schietoefeningen van het fort nabij den Hoek van Holland
Verwijzing: Militaire zaken schietoefeningen
Plaats: Elburg

Volgnr: 484
Ingekomen: 10-10-1901
Bericht van:
Inhoud: Procesverbaal van kasopname v.d. gemeente ontvanger door burgermeester en wethouders op 10 oktober 1901
Verwijzing: Comptabiliteit
Plaats: Elburg

Volgnr: 485
Ingekomen: 10-10-1901
Bericht van: Hoofdbestuur van Trouw aan Koningin en Vaderland Utrecht
Inhoud: Betreffende het houden eene collecte in october of November dezes jaars
Verwijzing: Collecte
Plaats: Elburg

Volgnr: 486
Ingekomen: 12-10-1901
Bericht van: Gedeputeerde Staten
Inhoud: Goed keuring o/h Raadsbesluit dd. 24 september no. 5 tot het aangaan eenen geldleening groot F 33.000
Verwijzing: Geldleening
Plaats: Elburg

Volgnr: 487
Ingekomen: 14-10-1901
Bericht van: Officier van Justitie Zwolle
Inhoud: Betreffende de plaatsing van Frederik Stoffels in het Rijksopvoedingsstichting "Veldzicht" te Avereest
Verwijzing: Justitie
Plaats: Elburg

Volgnr: 488
Ingekomen: 14-10-1901
Bericht van: Officier van Justitie Zwolle
Inhoud: Verzoek om Albert Engeltjes verdacht van diefstal van appels te horen
Verwijzing: Justitie
Plaats: Elburg

Volgnr: 489
Ingekomen: 15-10-1901
Bericht van: District opziener Arnhem
Inhoud: Betreffende de regeling van het herhalingsonderwijs
Verwijzing: Herhalingsonderwijs
Plaats: Elburg

Volgnr: 490
Ingekomen: 16-10-1901
Bericht van: Burgermeester van Kampen
Inhoud: Toezending van een bedrag van F 40,60 zijnde pensioen 3e kwartaal voor wed. Grafhorst
Verwijzing: Pensioen
Plaats: Elburg

Volgnr: 491
Ingekomen: 16-10-1901
Bericht van: Allirol Kampen
Inhoud: Opgave van bouten van nieuwe
Verwijzing: Gasfabriek
Plaats: Elburg

Volgnr: 494
Ingekomen: 16-10-1901
Bericht van: Distr. Commandant Insp. der Rijksveldwachter Zwolle
Inhoud: Betreffende het beschikken over de hulp van rijksveldwachters
Verwijzing: Politie
Plaats: Elburg

Volgnr: 492
Ingekomen: 18-10-1901
Bericht van: Ambt. v.h. Openbare min. kantongerecht Zwolle
Inhoud: Verzoek om mededeling waar de overtreding van W. Jonker in strafbaarheid gesteld
Verwijzing: Justitie
Plaats: Elburg

Volgnr: 493
Ingekomen: 18-10-1901
Bericht van: Officier van justitie Zwolle
Inhoud: Terugzending procesverbaal B. Jansen met verzoek een nader onderzoek in te stellen
Verwijzing: Justitie
Plaats: Elburg

Volgnr: 495
Ingekomen: 21-10-1901
Bericht van: Officier van Justitie Zwolle
Inhoud: Betreffende het declareren door H.J. van Koot brij. lit. voor verblijfheid in zoals overbrengen naar Zwolle en F. Stoffels.
Verwijzing: Politie
Plaats: Elburg

Volgnr: 496
Ingekomen: 22-10-1901
Bericht van: Ambtenaar van B.S Zwolle
Inhoud: Mededeling dat door hem verlof is verleend tot het begraven alhier van het lijk van Grietje Hulst vrouw van Hannes Vos
Verwijzing: Begraving
Plaats: Elburg

Volgnr: 498
Ingekomen: 23-10-1901
Bericht van: Nederl. Buurtspoorweg Mij. Utrecht
Inhoud: Betreffende een aanvraag om concessie voor een spoorweg als bedoeld in art. 2 der wet van 9 juli 1900 hbl 118, langs Nunspeet, Doornspijk, Elburg, Oldebroek, Hattem.
Verwijzing: Concessie-spoorweg
Plaats: Elburg

Volgnr: 497
Ingekomen: 24-10-1901
Bericht van: Officier van Justitie Zwolle
Inhoud: Toezending van een oproepingsbrief voor Joh. Broekhuizen, ter uitreiking
Verwijzing: Justitie
Plaats: Elburg

Volgnr: 499
Ingekomen: 25-10-1901
Bericht van: Ds. T. Doevendans Elburg
Inhoud: Bericht van aanneming zijne benoeming tot curator van de instituten van Kinsbergen
Verwijzing: Instituten van Kinsbergen benoeming curator
Plaats: Elburg

Volgnr: 500
Ingekomen: 28-10-1901
Bericht van: Gedeputeerde Staten
Inhoud: Terugzending van de Gemeente rekening en bijlagen, met nota van aanmerkingen
Verwijzing: Gemeenterekening
Plaats: Elburg

Volgnr: 500a
Ingekomen: 28-10-1901
Bericht van: Diversen
Inhoud: Inschrijvingen op 50 aandeelen á F500 der 4% geldleening groot F 3300
Verwijzing: Geldleening
Plaats: Elburg

Volgnr: 501
Ingekomen: 29-10-1901
Bericht van: W. Dikkers & Zoon Kampen
Inhoud: Ontvangstbericht v. dezerzijde schrijven dd. 26 octr. j.l betr. geldleening
Verwijzing: Geldleening
Plaats: Elburg

Volgnr: 502
Ingekomen: 29-10-1901
Bericht van: L. Westra kapt. Leger des Heils Kampen
Inhoud: Verzoek om vergunning tot het houden van een buscollecte
Verwijzing: Leger des Heils
Plaats: Elburg

Volgnr: 503
Ingekomen: 29-10-1901
Bericht van: E. v. Tongen ond. off. art. politieschool Legerpl. bij Oldebroek
Inhoud: Betreffende het door hem na 't sluitingsuur bezoeken van een woning met lokaal ingericht voor bier en koffiehuis
Verwijzing: Politie
Plaats: Elburg

Volgnr: 504
Ingekomen: 29-10-1901
Bericht van: Comm. der Koningin
Inhoud: Toezending van een mandaat van betaling voor H.J. van Koot
Verwijzing: Comptabiliteit
Plaats: Elburg

Volgnr: 505
Ingekomen: 29-10-1901
Bericht van: Comm. der Koningin
Inhoud: Opgaaf van de miliciens die in het genot van onbepaald verlof zijn gesteld
Verwijzing: Nat. Militie
Plaats: Elburg

Volgnr: 506
Ingekomen: 29-10-1901
Bericht van: Officier v. justitie Zwolle
Inhoud: Betreffende de zaak B. Janssen bekl. wegens mishandeling
Verwijzing: Justitie
Plaats: Elburg

Volgnr: 507
Ingekomen: 30-10-1901
Bericht van: Rijksontvanger Elburg
Inhoud: Bericht noodslachting door T. Busweiler
Verwijzing: Noodslachting
Plaats: Elburg

Volgnr: 508
Ingekomen: 31-10-1901
Bericht van: Gedeput. Staten
Inhoud: Raadsbesluit dd. 29-10-1901, nr. 6, tot aanvulling van de gemeente begrooting voor 1901, goedgekeurd teruggezonden
Verwijzing: Aanvulling begrooting
Plaats: Elburg

Volgnr: 509
Ingekomen: 01-11-1901
Bericht van: Officier van Justitie Zwolle
Inhoud: Bericht van de veroordeeling van D. van de Berk, wegens mishandeling
Verwijzing: Justitie
Plaats: Elburg

Volgnr: 510
Ingekomen: 01-11-1901
Bericht van: Bestuur vereen. ter bev.en opv.v. verwaarloosde kinderen Groningen
Inhoud: Verzoek om bij verordening te verbieden om bij het venten langs den huizen, enz. kinderen beneden 12 jaaren mede te voeren
Verwijzing: Politie
Plaats: Elburg

Volgnr: 511
Ingekomen: 02-11-1901
Bericht van: Comm. der Koningin
Inhoud: Toezending van het materiaal in 1902 benodigt ter uitvoering van de leerplichtwet
Verwijzing: Leerplichtwet
Plaats: Elburg

Volgnr: 512
Ingekomen: 02-11-1901
Bericht van: Comm. der Koningin
Inhoud: Toezending landbouwverslag voor 1899 (2de stuk)
Verwijzing: Landbouwverslag
Plaats: Elburg

Volgnr: 513
Ingekomen: 02-11-1901
Bericht van: Gedupeerde Staten
Inhoud: Goedkeuring v.h. raadsbesluit tot ingebruikgeving van de modderbokken
Verwijzing: Gemeentelijkbezittingen, ingebruikgeving
Plaats: Elburg

Volgnr: 514
Ingekomen: 02-11-1901
Bericht van: Gedeputeerde Staten
Inhoud: Goedkeuring v.h. raadsbesluit tot ingebruikgeving van de Nutzaal
Verwijzing: Gemeentelijke bezittingen, ingebruikgeving
Plaats: Elburg

Volgnr: 515
Ingekomen: 02-11-1901
Bericht van: Rijksontvanger Elbur
Inhoud: Mededeling eener aan den gem. ontvanger gedane betaling groot F 104,811/2
Verwijzing: Comptabiliteit
Plaats: Elburg

Volgnr: 516
Ingekomen: 02-11-1901
Bericht van: Rijksontvanger Elburg
Inhoud: Bericht van noodslachting door E. Kragt
Verwijzing: Noodslachting
Plaats: Elburg

Volgnr: 517
Ingekomen: 02-11-1901
Bericht van: Gemeente ontvanger Elburg
Inhoud: Maandstaat van ontvangsten en uitgaven der gemeente voor october 1901
Verwijzing: Comptabiliteit
Plaats: Elburg

Volgnr: 518
Ingekomen: 02-11-1901
Bericht van: v. Wassenaer, v. Catwijk Beek en Berg
Inhoud: Betreffende de verbetering en uitbreiding van de haven alhier
Verwijzing: Havenverbetering
Plaats: Elburg

Volgnr: 519
Ingekomen: 04-11-1901
Bericht van: Comm. der Koningin
Inhoud: Betreffende terugkeer onder de wapenen van het blijvend gedeelte der lichting v. 1901bij de onbereden korpsen
Verwijzing: Nat. Militie
Plaats: Elburg

Volgnr: 520
Ingekomen: 04-11-1901
Bericht van: Commissaris der Koningin
Inhoud: Toezending lijst van volgende ongevallenwet verzekeringplichtige bedrijven met verzoek om invulling
Verwijzing: Nijverheid (ongevallenwet)
Plaats: Elburg

Volgnr: 521
Ingekomen: 05-11-1901
Bericht van: Commissaris der Koningin
Inhoud: Toezending van 2 exemplaren van het ter invulling bestemd model v.h. landbouwverslag over 1901 met verzoek 1 ex. voor 15 dec. a.s. ingevuld terug tezenden
Verwijzing: Landbouwverslag
Plaats: Elburg

Volgnr: 522
Ingekomen: 05-11-1901
Bericht van: Commissaris der Koningin
Inhoud: Toezending opgaaf betreffende het jaarboekje v. Gelderland met verzoek om de veranderingen op te geven
Verwijzing: Jaarboekje
Plaats: Elburg

Volgnr: 523
Ingekomen: 05-11-1901
Bericht van: W. Dikkers & zoon Kampen
Inhoud: Terugzending geteekend mandaat en betreffende couponbladen
Verwijzing: Geldleening
Plaats: Elburg

Volgnr: 524
Ingekomen: 07-11-1901
Bericht van: Gedeputeerde Staten
Inhoud: Besluit tot verdaging der beslissing omtrent de regeling van het herhalingsonderwijs
Verwijzing: Lager onderwijs
Plaats: Elburg

Volgnr: 525
Ingekomen: 07-11-1901
Bericht van: Arrond. Schoolopz. Harderwijk
Inhoud: Toezending aanzegging Leerplichtwet
Verwijzing: Leerplichtwet
Plaats: Elburg

Volgnr: 526
Ingekomen: 08-11-1901
Bericht van: Commissaris der Koningin
Inhoud: Betreffende de inwerkingtredening der Landweerwet
Verwijzing: Landweerwet
Plaats: Elburg

Volgnr: 527
Ingekomen: 08-11-1901
Bericht van: Officier van Justitie
Inhoud: Kennisgeving van de veroordeling van Frank van Triest tot 14 dagen gevangenisstraf wegens mishandeling van een ambtenaar
Verwijzing: Justitie
Plaats: Elburg

Volgnr: 528
Ingekomen: 08-11-1901
Bericht van: B. Wolff te Elburg
Inhoud: Nopens het erfpachtrecht van het perceel sectie no. 915
Verwijzing: Erfpacht
Plaats: Elburg

Volgnr: 529
Ingekomen: 08-11-1901
Bericht van: Commissaris der Koningin
Inhoud: Toezending eenen opgave der standplaatsen van de korpsen enz. op 1 nov. 1901
Verwijzing: Militaire zaken
Plaats: Elburg

Volgnr: 530
Ingekomen: 09-11-1901
Bericht van: Mil. comm. 2e distr. van Gelderland
Inhoud: Mededeling dat de zitting v.d. Miltaire Raad voor deze gemeente zal plaats hebben te Harderwijk op 18 dec. a.s. 1 1/2 uur.
Verwijzing: Nat. Militie
Plaats: Elburg

Volgnr: 531
Ingekomen: 09-11-1901
Bericht van: Vlaer en Kol Utrecht
Inhoud: Ontvangstbericht v.e. bedrag v. F 2155,-- en terugzending vervallen accepten
Verwijzing: Geldleening
Plaats: Elburg

Volgnr: 532
Ingekomen: 09-11-1901
Bericht van: Gedeput. Staten
Inhoud: Goedkeuring kohier van schoolgelden 3e kwartaal 1901
Verwijzing: Plaatselijkebelastingen
Plaats: Elburg

Volgnr: 533
Ingekomen: 09-11-1901
Bericht van: H.J. Hengeveld te Elburg
Inhoud: Verzoek eervol ontslag als opperbrandmeester
Verwijzing: Brandweer
Plaats: Elburg

Volgnr: 534
Ingekomen: 09-11-1901
Bericht van: Inspecteur Dir. belastingen Harderwijk
Inhoud: Toezending van 2 suppl. pers. belasting dienst 1901, met verzoek om bekrachtiging door het Coll. v. zetters en tezending
Verwijzing: Personeelsbelasting
Plaats: Elburg

Volgnr: 535
Ingekomen: 11-11-1901
Bericht van: Min. van Waterstaat, Handel en Nijverheid Den Haag
Inhoud: Toezending (per s.s.) van 20 botermonsterpotjes en 200 etiketten
Verwijzing: Boterwet
Plaats: Elburg

Volgnr: 536
Ingekomen: 12-11-1901
Bericht van: Gedeput. Staten
Inhoud: Beschikking inzake de reclame van wed. M.J. Vermeer, betr. haren aanslag in de dir. bel. naar het inkomen, dienst 1901
Verwijzing: Plaatselijk belastingen
Plaats: Elburg

Volgnr: 537
Ingekomen: 12-11-1901
Bericht van: College van brandweermeesters
Inhoud: Voordracht coor commandant van de wacht bij brand
Verwijzing: Brandweer
Plaats: Elburg

Volgnr: 538
Ingekomen: 13-11-1901
Bericht van: Commissaris der Koningin
Inhoud: Nopens de bewaring der bescheiden betreffende de opkomst onder de wapenen met spoed
Verwijzing: Nat. Militie
Plaats: Elburg

Volgnr: 539
Ingekomen: 13-11-1901
Bericht van: Commissaris der Koningin
Inhoud: Verzoek om aanvulling van eeninge (5) staten G. der bev. statistiek, voor zooveel betreft de beroepen
Verwijzing: Bevolkingsstatistiek
Plaats: Elburg

Volgnr: 540
Ingekomen: 15-11-1901
Bericht van: Gedeput. Staten
Inhoud: Vrijstelling verleend van de verplichting tot het doen geven van onderwijs in ook j van art. 2 der wet op het lager onderwijs aan de 1e op.l.school
Verwijzing: Lager Onderwijs
Plaats: Elburg

Volgnr: 541
Ingekomen: 15-11-1901
Bericht van: Gedeput. Staten
Inhoud: Mededeling van het besluit der Staten tot het verlenen eenen prov. bijdrage voor de havenverbetering en -uitbreiding tot een maximum van F 33.000,--
Verwijzing: Haven verbetering
Plaats: Elburg

Volgnr: 542
Ingekomen: 16-11-1901
Bericht van: College van Brandweer
Inhoud: Voordracht opperbrandweermeester 1 brandmeester en plaatsing opperbran.
Verwijzing: Brandweer
Plaats: Elburg

Volgnr: 543
Ingekomen: 16-11-1901
Bericht van: Comm. Reg. Gren. en Jagers 5e bat.
Inhoud: Opgaaf dat Gerard Zoet tot 29 maart 1902 met tijdelijk verlof naar deze gemeente vertrokken
Verwijzing: Brandweer ???
Plaats: Elburg

Volgnr: 544
Ingekomen: 16-11-1901
Bericht van: W. Dikkers & Zoon Kampen
Inhoud: Toezending obligatien no.1 19, 20, 21 en 22 met verzoek die op naam te stellen van het Grootburger Weeshuis te Kampen
Verwijzing: Geldleening
Plaats: Elburg

Volgnr: 545
Ingekomen: 16-11-1901
Bericht van: Ministerie van Binnenlandse zaken
Inhoud: Toezending verzoek van de statuten en reglementen van het laatste jaarverslag van ziekenfondsen, begrafenisfondsen enz. in deze gemeente
Verwijzing: Verzekering tegen ziekte, kraam en overlijden
Plaats: Elburg

Volgnr: 546
Ingekomen: 18-11-1901
Bericht van: Best. der vereen. tot werkverschaffing aan hulpbehoevende blinden Amsterdam
Inhoud: Verzoek om toestemming tot het houden eener buscollecte langs de huizen ten behoeve dier vereeniging.
Verwijzing: Collecte
Plaats: Elburg

Volgnr: 547
Ingekomen: 19-11-1901
Bericht van: A. Hengeveld en B. Weijenberg te Elburg
Inhoud: Bericht v. aanneming hunnen benoeming bij de brandweer
Verwijzing: Brandweer
Plaats: Elburg

Volgnr: 549
Ingekomen: 20-11-1901
Bericht van: Arrond. Schoolopziener
Inhoud: Toezending van 2 aanzeggingen als bedoeld in art 21, 1 br. Leerplichtwet, met verzoek van de uitbreiding proces-verbaal op te maken en daarin op te nemen dat de kinderen bij de aansprakelijk personen in wonen
Verwijzing: Leerplichtwet
Plaats: Elburg

Volgnr: 550
Ingekomen: 20-11-1901
Bericht van:
Inhoud: Stukken betreffende subsidieaanvraag dezer gemeente ten behoeve van het verdere werk der havenverbetering
Verwijzing: Havenverbetering
Plaats: Elburg

Volgnr: 551
Ingekomen: 21-11-1901
Bericht van: Officier van Justitie Zwolle
Inhoud: Terugzending relaas C. R.H.T.Postma met verzoek U melden waar de verdachte zich thans bevindt
Verwijzing: Justitie
Plaats: Elburg

Volgnr: 552
Ingekomen: 21-11-1901
Bericht van: College van Brandmeesters
Inhoud: Voordracht van 2 personen voor commendant v.d. wacht bij brandspuit no. 1
Verwijzing: Brandweer
Plaats: Elburg

Volgnr: 553
Ingekomen: 21-11-1901
Bericht van: G. Hoekert Elburg
Inhoud: Bericht dat bij de benoeming tot commendant mandaat van de wacht bij brandspuit no. 1 niet aanneemt
Verwijzing: Brandweer
Plaats: Elburg

Volgnr: 554
Ingekomen: 21-11-1901
Bericht van: A. Maas Harderwijk
Inhoud: Toezending staat van meer werk inzake de havenverbetering
Verwijzing: Havenverbetering
Plaats: Elburg

Volgnr: 555
Ingekomen: 21-11-1901
Bericht van: A. Maas Harderwijk
Inhoud: Betreffende verlenging van de termijn v. oplevering v.h. meer werk volgens de staat goedgekeurd dd.27 april 1901
Verwijzing: Havenverbetering
Plaats: Elburg

Volgnr: 556
Ingekomen: 22-11-1901
Bericht van: Commendant 2e comp. hospitaal soldaten
Inhoud: Opgaaf van met tijdelijk verlof gezonden milicien uit dezer gemeente (L.W. Hooghordel)
Verwijzing: Nat. Militie
Plaats: Elburg

Volgnr: 557
Ingekomen: 22-11-1901
Bericht van: B en W. van Kampen
Inhoud: Toezending nota wegens door dezer gemeente verschuldigde kosten van stembiljetten- verkiezing 2e Kamer
Verwijzing: Verkiezingen
Plaats: Elburg

Volgnr: 558
Ingekomen: 22-11-1901
Bericht van: Offcier van Justitie Zutphen
Inhoud: Toezending verzoek om gratie van Frank van Triest, van met terugzending te dienen van berichten raad
Verwijzing: Justitie
Plaats: Elburg

Volgnr: 559
Ingekomen: 22-11-1901
Bericht van: Officier v. Justitie Zwolle
Inhoud: Mededeling van een veroordeling van J. ten Hoope tot 8 dagen gev. straf wegens mishandeling
Verwijzing: Justitie
Plaats: Elburg

Volgnr: 560
Ingekomen: 22-11-1901
Bericht van: Bestuur der Chr. school Elburg
Inhoud: Mededeling van het voornemen om op 27 nov. a.s. ten behoeve der school een collecte langs de huizen te houden
Verwijzing: Collecte
Plaats: Elburg

Volgnr: 561
Ingekomen: 22-11-1901
Bericht van: Officier van Justitie Zwolle
Inhoud: Informatie naar gedrag en bekendheid enz. van Bernard Jansen
Verwijzing: Justitie
Plaats: Elburg

Volgnr: 562
Ingekomen: 23-11-1901
Bericht van: Officier van Justitie Zwolle
Inhoud: Verzoek om ter zijner tijd kennis te geven van het herstel van de gem. veldwachter G. Land
Verwijzing: Justitie
Plaats: Elburg

Volgnr: 563
Ingekomen: 25-11-1901
Bericht van: Officier van Justitie Zwolle
Inhoud: Betreffende veroordeling van Johannes Broekhuizen
Verwijzing: Nat. Militie
Plaats: Elburg

Volgnr: 564
Ingekomen: 25-11-1901
Bericht van: Gedeput. Staten
Inhoud: Vaststelling van de gemeente rekening over 1900
Verwijzing: Gemeente rekening
Plaats: Elburg

Volgnr: 565
Ingekomen: 26-11-1901
Bericht van: J. Jansen Elburg
Inhoud: Bericht van aanneming zijner benoeming tot commendant v.d. wacht bij spuit no. 1
Verwijzing: Brandweer
Plaats: Elburg

Volgnr: 566
Ingekomen: 26-11-1901
Bericht van: Vlaer en Kol Utrecht
Inhoud: Ontvangstbericht van het toegezonden bedrag á F 10.155,-- en terug zending 2 accepten
Verwijzing: Tijdelijke geldleening
Plaats: Elburg

Volgnr: 567
Ingekomen: 27-11-1901
Bericht van: Commissaris der Koningin
Inhoud: Beantwoording verzocht van eenige vragen inzake de werking der leerplichtwet
Verwijzing: Leerplichtwet
Plaats: Elburg

Volgnr: 568
Ingekomen: 27-11-1901
Bericht van: Commissaris der Koningin
Inhoud: Betreffende de openbare kennisgeving aangaande de inschrijving voor de Nat. Militie in 1902
Verwijzing: Nat. Militie
Plaats: Elburg

Volgnr: 569
Ingekomen: 27-11-1901
Bericht van: Commissaris der Koningin
Inhoud: Terugzending van staat G der bev. statistieken over sept. met verzoek pm aanvulling, wat betreft beroepen
Verwijzing: Bevolkingsstatistieken
Plaats: Elburg

Volgnr: 570
Ingekomen: 29-11-1901
Bericht van: Officier van Justitie Zwolle
Inhoud: Nopens de verblijfplaats van den verdachte bedoeld in dezer schrijven v. 21 nov. 1901 no. 667
Verwijzing: Justitie
Plaats: Elburg

Volgnr: 571
Ingekomen: 29-11-1901
Bericht van: Burg. en Weth. Olderbroek
Inhoud: Toezending nota van aandeel dezen gemeente in de kosten der verkiezingen voor de Prov. Staten on 1901
Verwijzing: Verkiezingen kosten stembiljetten
Plaats: Elburg

Volgnr: 573
Ingekomen: 30-11-1901
Bericht van: H. Koops
Inhoud: Verzoek om een dam te mogen leggen in de sloot welke zijn perceel "Het Hooge Eekt" van den Nieuwenweg
Verwijzing: Wegen (uitweg)
Plaats: Elburg

Volgnr: 572
Ingekomen: 02-12-1901
Bericht van: Burg. van Zaandam
Inhoud: Bericht van aanmelding van den milicien verlofganger Engel van de Stadt
Verwijzing: Nat. Militie
Plaats: Elburg

Volgnr: 574
Ingekomen: 03-12-1901
Bericht van: Commissaris der Koningin
Inhoud: Nopens de vermelding van de beroepen, het meest geschikt voor opleiding voor de diensten bij de Zeemilitie, bij de op