Cookiemelding

Het Streekarchivariaat Noordwest-Veluwe is wettelijk verplicht toestemming te vragen voor het gebruik van cookies en u te informeren over het gebruik van functionele cookies. Cookies zijn belangrijk voor onze website.

Het Streekarchivariaat Noordwest-Veluwe gebruikt functionele cookies, maar daarnaast ook cookies voor het beheer van de webstatistieken. Deze cijfers gelden als noodzakelijke feedback om de digitale dienstverlening en de vindbaarheid van de site te verbeteren. Daarnaast worden de webstatistieken gebruikt om verantwoording af te leggen aan de deelnemers van het Streekarchivariaat Noordwest-Veluwe en subsidieverstrekkers.

Bezoekers van de website van het Streekarchivariaat Noordwest-Veluwe blijven anoniem. Ook voor cookies geldt dat ze nooit direct aan individuen zijn te koppelen. Streekarchivariaat Noordwest-Veluwe gaat vertrouwelijk om met de gegevens die door middel van cookies worden verzameld.

De website van het Streekarchivariaat Noordwest-Veluwe is alleen bereikbaar als u cookies accepteert!

U bent natuurlijk altijd welkom op de studiezaal van de 5 vestigingen van het Streekarchivariaat Noordwest-Veluwe

Ik accepteer deze cookies

Meer informatie over cookies »

sm-kaart.jpg

Raadsleden en wethouders van Elburg, 1816-1974

  • maandag 09 juli 2012 14:20
Alpherts, A. raadslid: 1816-1821 wethouder:
Aperloo, L. van raadslid: 1953-1974 wethouder:
Balk, Hendrik Roelof raadslid: 1874-1883 wethouder: 1883-1883
Balk, Sijbrand raadslid: 1821-1841 wethouder:
Beekman, H. raadslid: 1917-1919 wethouder:
Beekman, H. raadslid: 1923-1923 wethouder:
Beukenkamp, S. raadslid: 1958-1965 wethouder: 1960-1965
Bezemer, J.C. raadslid: 1966-1974 wethouder:
Bosman, A. raadslid: 1954-1974 wethouder:
Buschenhenke, C.W.H. raadslid: 1947-1949 wethouder:
Buschenhenke-Burgwal, G. raadslid: 1953-1954 wethouder:
Coeverden, Johannes W. van raadslid: 1816-1847 wethouder: 1816-1838
Deetman, J.W. raadslid: 1941-1941 wethouder: 1941-1941
Deetman, W.J. BGzn. raadslid: - wethouder: 1939-1940
Deetman, W.J. BGzn. raadslid: 1927-1940 wethouder: 1927-1935
Deetman, Willem Steven raadslid: 1945-1966 wethouder: 1945-1953
Dieterich, J.P.W. raadslid: 1921-1923 wethouder:
Docter, Willem raadslid: 1945-1962 wethouder: 1948-1949
Dompseler, Teunis E.W. van (sr.) raadslid: 1828-1873 wethouder: 1873-1873
Eshuis, H. raadslid: 1970-1973 wethouder: 1970-1973
Fluiter, J. de raadslid: 1895-1909 wethouder:
Gezel, J.B. raadslid: 1926-1927 wethouder:
Goedhart, A.B. raadslid: 1958-1959 wethouder:
Gregory, raadslid: 1881-1887 wethouder:
Greven, H.W. raadslid: 1892-1893 wethouder:
Hattem, A. van raadslid: 1962-1971 wethouder:
Hoefhamer, Gerrit Andreas raadslid: 1838-1873 wethouder: 1838-1873
Hoefhamer, H.A. raadslid: 1873-1881 wethouder:
Hoefhamer, H.A. raadslid: 1898-1917 wethouder: 1898-1904
Hoefhamer, H.A. (jr.) raadslid: 1953-1966 wethouder:
Hoekert, G. raadslid: 1909-1910 wethouder:
Hoekert, W. raadslid: 1919-1920 wethouder: 1919-1920
Hoekert, W. Gzn. raadslid: 1931-1935 wethouder:
Hoeve, G. raadslid: 1971-1974 wethouder:
Hoeve, J. raadslid: 1953-1958 wethouder:
Hoiting, Jan raadslid: 1953-1955 wethouder: 1953-1955
Hopman, J. raadslid: 1930-1931 wethouder:
Hulsman, B. raadslid: 1962-1970 wethouder:
Hulst, H. raadslid: 1920-1923 wethouder:
Hulst, H. raadslid: 1933-1935 wethouder:
Hup, A. raadslid: 1945-1946 wethouder:
Hup, H. raadslid: 1958-1974 wethouder:
Hup, Hendrik Bzn. raadslid: 1945-1953 wethouder: 1949-1953
Idsinga, D.B. raadslid: 1881-1892 wethouder:
Janssen, J. raadslid: 1919-1927 wethouder: 1919-1923
Jong, Jacob de raadslid: 1949-1961 wethouder: 1953-1960
Jongh, A.W.C. de raadslid: 1851-1860 wethouder:
Jonker, G. raadslid: 1884-1903 wethouder:
Klaassen, J.L. raadslid: 1949-1971 wethouder: 1955-1970
Kobus, A. raadslid: 1970-1974 wethouder: 1973-1974
Kolk, A. v/d. raadslid: 1935-1941 wethouder:
Kolleman, J.W. raadslid: 1921-1927 wethouder:
Kroese, A.J. raadslid: 1926-1934 wethouder: 1927-1934
Kroese, Adr. raadslid: 1909-1917 wethouder: 1909-1917
Kroese, Hendrik Aart raadslid: 1961-1974 wethouder: 1965-1974
Krudop, Abraham Jacob raadslid: 1838-1867 wethouder: 1838-1852
Kruijer, K. raadslid: 1946-1947 wethouder:
Kruithof, T. raadslid: 1955-1958 wethouder:
Lange, H. de raadslid: 1919-1921 wethouder:
Leusink, J.H. raadslid: 1919-1921 wethouder:
Lipke, J. raadslid: 1923-1926 wethouder:
Lubbers, Berend raadslid: 1816-1838 wethouder: 1816-1838
Luijk, J.A. van raadslid: 1971-1974 wethouder:
Maaten, G.J. van der raadslid: 1901-1919 wethouder:
Maaten, Nicolaas J. van der raadslid: 1883-1901 wethouder: 1884-1901
Manen, Reinier O.H. van raadslid: 1816-1853 wethouder:
Maten, H. van der raadslid: 1847-1884 wethouder: 1873-1883
Maten, K. van der raadslid: 1826-1836 wethouder:
Mulder, A. raadslid: 1966-1970 wethouder:
Norel, W. van raadslid: 1887-1888 wethouder:
Ommen, G. van raadslid: 1939-1940 wethouder:
Pol, Joh. van de raadslid: - wethouder: 1920-1923
Pol, Joh. van de raadslid: 1920-1941 wethouder: 1935-1941
Poll, A. van de raadslid: 1903-1915 wethouder: 1909-1915
Rambonnet, Frederik L. raadslid: 1851-1880 wethouder: 1852-1880
Rambonnet, Nicolaas Samuel raadslid: 1880-1884 wethouder: 1881-1884
Rijnenberg, J. raadslid: 1928-1931 wethouder:
Roseboom, Hendrik Ernst raadslid: 1816-1849 wethouder:
Sassenberg, Hendrik raadslid: 1826-1851 wethouder:
Schermerts, Jan Diderik raadslid: 1816-1828 wethouder:
Schreurs, C. raadslid: 1946-1953 wethouder:
Seijbel, J.W. raadslid: 1941-1941 wethouder:
Sels, H.L. raadslid: 1836-1838 wethouder:
Smallenbroek, J. raadslid: 1939-1941 wethouder: 1940-1941
Spijkerboer, H. raadslid: 1888-1895 wethouder:
Spoelder, M.H. raadslid: 1973-1974 wethouder:
Stephan, A. raadslid: 1958-1962 wethouder:
Stephan, W. raadslid: 1909-1930 wethouder: 1923-1927
Sweepe, D. raadslid: 1927-1936 wethouder: 1934-1935
Tatje, H. raadslid: 1931-1932 wethouder:
Top, J. raadslid: 1903-1909 wethouder: 1904-1909
Top, L. WGzn raadslid: 1897-1920 wethouder: 1901-1909
Top, L. WGzn. raadslid: - wethouder: 1915-1919
Top, Lammert Wzn. raadslid: 1850-1865 wethouder:
Top, W.G. raadslid: 1923-1926 wethouder: 1923-1926
Top, W.G. raadslid: 1935-1939 wethouder: 1935-1939
Top, W.G. (jr.) raadslid: 1953-1958 wethouder:
Top, W.G. (sr.) raadslid: 1867-1881 wethouder: 1880-1881
Top, W.L. raadslid: 1881-1898 wethouder: 1884-1898
Triest, G. van raadslid: 1917-1919 wethouder:
Valstar, W.C. raadslid: 1965-1974 wethouder:
Veen, H. v/d. raadslid: 1970-1974 wethouder:
Veldhoen, G. raadslid: 1884-1903 wethouder:
Veninga, K. raadslid: 1945-1946 wethouder:
Vermeer, G. raadslid: 1841-1851 wethouder:
Vermeer, Melis Jan raadslid: 1860-1877 wethouder:
Vinke, H. raadslid: 1931-1941 wethouder: 1939-1939
Visscher, A. raadslid: 1945-1946 wethouder:
Visscher, A. raadslid: 1949-1958 wethouder:
Visscher, F. raadslid: 1939-1941 wethouder:
Vos, Hendrik raadslid: 1816-1826 wethouder:
Vos, J. raadslid: 1959-1970 wethouder:
Vries, K. de raadslid: 1923-1928 wethouder: 1926-1927
Weel, G.J.H. ter raadslid: 1945-1948 wethouder: 1945-1948
Weg, K. van de raadslid: 1946-1949 wethouder:
Weiler, C.W. van raadslid: 1877-1881 wethouder:
Westerink, J. Jzn. raadslid: 1934-1935 wethouder:
Westerink, J. Jzn. raadslid: 1937-1939 wethouder:
Wezep, H. van raadslid: 1935-1941 wethouder:
Wijnne, G.R. raadslid: 1893-1897 wethouder:
Wijnne, Joh. raadslid: 1915-1923 wethouder: 1917-1919
Wittenberg, G. raadslid: 1927-1931 wethouder:
Wolf, Ph. raadslid: 1877-1883 wethouder:
Wolff, B. raadslid: 1883-1919 wethouder:
Wolff, Mozes raadslid: 1865-1877 wethouder:

Raadsleden en wethouders van Doornspijk, 1818-1974

  • maandag 09 juli 2012 13:09
Akker, G. van de raadslid: 1945-1946 wethouder:
Aller, Jan van raadslid: 1945-1958 wethouder:
Beekman, Lubbert raadslid: 1911-1923 wethouder:
Berg, Evert v/d. raadslid: 1923-1928 wethouder: 1927-1928
Besten, Harmen den raadslid: 1888-1889 wethouder:
Besten, J. den raadslid: 1851-1867 wethouder:
Binsbergen, J. van raadslid: 1911-1917 wethouder:
Blaauw, H. Jzn. raadslid: 1919-1927 wethouder:
Blaauw, H. Jzn. raadslid: 1935-1939 wethouder:
Blaauw, Hendrik Hzn. raadslid: 1886-1905 wethouder:
Blaauw, Jan Willem Hzn. raadslid: 1949-1953 wethouder:
Blaauw, Rijk Hzn. raadslid: 1909-1913 wethouder:
Boerendans, Lammert raadslid: 1889-1918 wethouder: 1909-1918
Boerendans, W. raadslid: 1970-1974 wethouder:
Boonen, J. raadslid: 1946-1949 wethouder:
Bos, Harmen Tzn. raadslid: 1945-1949 wethouder:
Bos, Jacob Hendrik raadslid: 1949-1969 wethouder: 1962-1969
Bosch, D. v/d. raadslid: 1918-1919 wethouder:
Bosch, Gerrit Lzn. v/d. raadslid: 1939-1941 wethouder:
Bosch, Gerrit Lzn. v/d. raadslid: 1945-1970 wethouder: 1946-1962
Bosch, Jan v/d. raadslid: 1913-1919 wethouder:
Bosch, L. v/d. raadslid: 1917-1939 wethouder: 1938-1939
Brake, Jan Hzn. v/d. raadslid: 1905-1911 wethouder:
Brink, J. Wzn. v/d. raadslid: 1914-1917 wethouder:
Brink, W. Jzn. v/d. raadslid: 1970-1974 wethouder:
Brink, Willem Fzn. v/d. raadslid: 1889-1913 wethouder:
Bruijnes, M. (jr.) raadslid: 1966-1974 wethouder: 1973-1974
Bruijnes, M. (jr.) raadslid: 1966-1974 wethouder: 1969-1969
Bruijnes, M. (sr.) raadslid: 1928-1941 wethouder: 1939-1941
Bruijnes, M. (sr.) raadslid: 1928-1941 wethouder: 1933-1933
Bultman, J.W. raadslid: 1923-1926 wethouder:
Draaier, Eibert raadslid: 1909-1941 wethouder: 1913-1927
Draaier, Eibert raadslid: 1909-1941 wethouder: 1935-1938
Engelen, Dries van raadslid: 1946-1949 wethouder:
Essen, P. van raadslid: 1939-1940 wethouder:
Fikse, Beert Tzn. raadslid: 1855-1867 wethouder:
Fikse, Beert Tzn. raadslid: 1875-1886 wethouder:
Fikse, Gerrit Bzn. raadslid: 1905-1905 wethouder:
Fikse, Hendrik Gzn. raadslid: 1851-1863 wethouder: 1851-1863
Flavard de Wolff, A.R. raadslid: 1833-1851 wethouder: 1833-1851
Franken, Eibert raadslid: 1881-1889 wethouder:
Fransman, D. raadslid: 1923-1923 wethouder:
Greven, Hendrik Willem raadslid: 1864-1887 wethouder:
Groothuis, Lammert raadslid: 1953-1962 wethouder:
Grootkarzijn, Dries raadslid: 1949-1970 wethouder:
Grootkarzijn, G. raadslid: 1945-1946 wethouder:
Hagenbeek, Lubbert raadslid: 1946-1949 wethouder:
Hattem, Gerrit Jan van raadslid: 1949-1953 wethouder:
Hatten, Gerrit Jan van raadslid: 1919-1941 wethouder:
Heide, H. v/d. raadslid: 1966-1974 wethouder:
Heijmans, Koert raadslid: 1883-1888 wethouder: 1885-1887
Hul, Jacob Czn. van 't raadslid: 1847-1851 wethouder:
Hul, Jacob Jzn. raadslid: 1825-1855 wethouder: 1851-1855
Jongh, C.W.A. de raadslid: 1935-1939 wethouder:
Karzijn, Willem raadslid: 1946-1966 wethouder:
Kerk, Helmig van de raadslid: 1851-1875 wethouder:
Kerk, Jacob van de raadslid: 1891-1909 wethouder: 1909-1909
Klein, Willem raadslid: 1946-1953 wethouder:
Koenen, A. raadslid: 1970-1974 wethouder:
Koops, H. raadslid: 1958-1974 wethouder:
Koops, R. raadslid: 1946-1958 wethouder:
Korenberg, Egbert Bzn. raadslid: 1934-1935 wethouder:
Korenberg, Egbert Bzn. raadslid: 1941-1941 wethouder:
Koster, P. raadslid: 1828-1851 wethouder: 1830-1833
Krijgsman, T.K. raadslid: 1953-1974 wethouder:
Kroeze, Albert Hendrik raadslid: 1946-1973 wethouder: 1962-1973
Leusink, J. raadslid: 1958-1962 wethouder:
Leusink, J. raadslid: 1966-1967 wethouder:
Lokhorst, Klaas raadslid: 1962-1966 wethouder:
Lokhorst, Klaas raadslid: 1970-1974 wethouder: 1970-1974
Maaten, G. v/d. raadslid: 1902-1911 wethouder:
Maaten, G. v/d. raadslid: 1921-1923 wethouder:
Maten, Egbert v/d. raadslid: 1818-1828 wethouder:
Molen, Jan Willem a/d. raadslid: 1909-1912 wethouder:
Mooiweer, A. raadslid: 1931-1935 wethouder:
Mulder, F. raadslid: 1962-1970 wethouder:
Neijmeijer, B. raadslid: 1935-1941 wethouder:
Norel, G.J. van raadslid: 1935-1941 wethouder:
Norel, G.J. van raadslid: 1945-1946 wethouder:
Norel, W. Dzn. van raadslid: 1934-1935 wethouder:
Norel, Willem van raadslid: 1863-1873 wethouder:
Oosterink, Tijmen raadslid: 1891-1905 wethouder:
Pater, E. raadslid: 1927-1931 wethouder:
Pater, Tijmen Ezn. raadslid: 1941-1941 wethouder:
Pater, Tijmen Ezn. raadslid: 1945-1946 wethouder:
Pol, G. v/d. raadslid: 1917-1941 wethouder: 1923-1946
Pol, G. v/d. raadslid: 1945-1946 wethouder:
Pol, Jan v/d. raadslid: 1867-1891 wethouder: 1879-1891
Pol, W. raadslid: 1973-1974 wethouder:
Ponstein, L. raadslid: 1879-1883 wethouder:
Prins, Hendrik raadslid: 1867-1884 wethouder:
Prins, Jac. raadslid: 1953-1974 wethouder:
Prins, Willem Jzn. raadslid: 1881-1886 wethouder:
Raedt, Antoni raadslid: 1818-1833 wethouder: 1818-1830
Rens, B. raadslid: 1882-1905 wethouder:
Roozeboom, Beert raadslid: 1881-1885 wethouder: 1884-1885
Schenk, Hendrik raadslid: 1931-1941 wethouder:
Schenk, Hendrik raadslid: 1946-1969 wethouder:
Schoonhoven, A. raadslid: 1953-1974 wethouder:
Schoonhoven, A. Lzn. raadslid: 1972-1974 wethouder:
Schoonhoven, Lammert Azn. raadslid: 1939-1941 wethouder:
Schoonhoven, Lammert Azn. raadslid: 1945-1946 wethouder: 1941-1946
Schootbrugge, L. raadslid: 1934-1935 wethouder:
Sonneveld, J. raadslid: 1970-1972 wethouder:
Spijkerboer, Hendrik raadslid: 1891-1911 wethouder:
Spijkerboer, L. raadslid: 1912-1915 wethouder:
Spijkerboer, L. raadslid: 1917-1927 wethouder:
Spijkerboer, W. raadslid: 1893-1902 wethouder:
Spijkeren, Jacob Jzn. van raadslid: 1935-1935 wethouder:
Spronk, Jan raadslid: 1851-1884 wethouder: 1855-1884
Stouwdam, Gerrit Jan raadslid: 1884-1891 wethouder: 1887-1891
Top, Beert raadslid: 1970-1974 wethouder:
Veldkamp, Hendrikus raadslid: 1897-1917 wethouder:
Veldkamp, W. raadslid: 1887-1897 wethouder:
Vels-Brinkman, H.A. raadslid: 1970-1974 wethouder:
Vinke, D. raadslid: 1851-1863 wethouder:
Vinke, J.W. raadslid: 1969-1970 wethouder:
Vinke, Lammert raadslid: 1905-1917 wethouder:
Visch, L. Hzn. raadslid: 1912-1920 wethouder:
Visser, P.J. raadslid: 1923-1931 wethouder:
Vos, G. Wzn. raadslid: 1915-1923 wethouder: 1918-1923
Vos, Jan Hzn. raadslid: 1886-1891 wethouder:
Vos, Reijer raadslid: 1818-1851 wethouder: 1830-1851
Vos, Willem Rzn. raadslid: 1881-1881 wethouder:
Vuuren, D.J. van raadslid: 1969-1970 wethouder:
Weg, G.J. v/d. raadslid: 1919-1931 wethouder:
Weg, Hendrik GJzn. v/d. raadslid: 1939 - 1941 wethouder:
Weg, Hendrik GJzn. v/d. raadslid: 1945-1967 wethouder: 1946-1962
Weg, K. v/d. raadslid: 1931-1934 wethouder:
Weg, Willem v/d. raadslid: 1889-1919 wethouder: 1891-1913
Werfhorst, K. v/d. raadslid: 1917-1939 wethouder: 1934-1935
Wielink, Hendrik raadslid: 1968-1974 wethouder:
Wijhe, Jan Azn. van raadslid: 1905-1909 wethouder:
Wijhe, Jan Azn. van raadslid: 1927-1934 wethouder:
Zeeburg, A. Rzn. van raadslid: 1927-1933 wethouder: 1928-1933
Zeeburg, Aart van raadslid: 1851-1879 wethouder: 1863-1879
Zeeburg, Beert Hannisz van raadslid: 1818-1830 wethouder: 1818-1830
Zeeburg, Hannis Bzn. van raadslid: 1830-1851 wethouder:
Zeeburg, Reijer van raadslid: 1884-1909 wethouder: 1891-1909
Zoet, Aart Lzn. raadslid: 1873-1883 wethouder:
Zoet, H. raadslid: 1945-1946 wethouder:
Zoet, Hannis Lzn. raadslid: 1884-1893 wethouder:
Zoet, Lammert raadslid: 1825-1847 wethouder:
Zwep, Gerrit raadslid: 1940-1941 wethouder:

Ingekomen stukken, 1576

  • donderdag 05 juli 2012 13:26

Inventarisnummer: 156

Nummer 1

Ersame wijse ind vuersichtighe gunstighe guede vrunden, wij khunnen u ersamen niet bergen wye dat die ersamen van Nijmegen aen onss geschreven daer bij derwaert aver seyndende copien van missiven der stadt Coelen aen der ersamen ende bryeven der stadt Lubeck sampt den wendischen statte affgesanten aender stadt Coelen, betreffenden hoichbezweerlichen tyrannischen handell des moscoweyters in Lijfflandt und bystandt tegen denselven ende anderen gemeynen hansestette obliggende beswerengen daerinne unde mit ernst vermaent wordt, dat ider sijn gebaerende tax vanden inbewillichde stuyr tegen toekhoemende lichtmiss aen der stadt Coelen sal doen leveren, mit averstemminghe eynes anzedachs op sondach trinitatis bynnen Lubeck in toe khoemen, omb op bygevuechte articulen toe raedtslaegen, wideren inhalt den schryften, daer van men u ersamen unde gebuerlicke beloevungh copien toe te schicken willich dweyl dan die ersamen van Nijmegen raidtzam bevynden, dat vuer purificationis marie die vrunden vanden hoeftsteden tot Nijmegen bij een anderen koemen ende vande saecken communiceren solden, omb aenden achtparen van Coelen een eynhellich antwoerdt thoe ferdigen daer toe enen dach nae den heylighen dryeconinghen sal werden aengestelt

1.2
hebben wij u ersamen sulcx gunstiger meynongh geerne wyllen verwyttighen omb toe weten off u ersamen die beantwoerdongh mede onder oeren naeme wyllen laten geschien, und onss daer toe volmechtigen off dat u ersamen selffs den dach te besuecken gemeynt zijn den wij denselven alsdan bytlich sullen verstendighen. Mit bevelongh dass Almechtighen, die u ersamen langh gesundt erholde. Gegeven den 3 january anno zesenzeventig.
Burgemeisteren schepenen ind raedt der stadt Arnhem.


Nummer 2

Gilles van Berlaymont frije- und bannerheer tot Hierges, statholder.

Ersaeme und voersichtige lieve besunderen. Wij hebben u schrievent ontfangen und gesien, wat gij schriefft van tien knechten als vant huys te Megen daer ter Elburch konnen sijn, und wij dan sijn gemeynt, die viefftich knechten als onlanchs daer omtrent sijn geweest in garnisoen ergentwaer te doen leggen. Sullen alsdan die tien voirseide knechten myt anderen soe daer bynnen liggen, myt die selvige vufftich versaemelt und een garnisoen plaetz verleent und gewesen worden. Begeren gij daer entusschen die voirseide tien knechten daer bynnen neempt und accommodiert. Wij schrieven aen den drost Bentinck, voerst ennige leninge soe lang te fienden. Doen u hier mede den Almechtigen bevelen. Datum Utrecht den 18en january 1576.
Gilles van Barlaymont.


Nummer 3

Erbaere, ersame, wijse unnd vursichtige besondere goetgunstige herren unnd frunden. Het is u luyden entwivell wall bewust wie dat mij toe kompt die greutt acsis inder statt der Elborgh, ist u luyden oeck bewust watt men mij van die hondert pont malss schuldich is toe geven dewille dan dat malt opdie statwaege geweegen behoert to sin, bijdenn geswaeren waegemeister der statt der Elborch unnd ich verstae van Wilhelm Cornelissen dem ich mein greutt acsis verpacht hebbe, dat etlicke vour gern mit en willen heuren malt indie gewichte bringen laeten dan hem opschriven laeten sonder gewicht dat alsoe nit en behoert, unnd oeck mij und meinen pechter daeraen te koert gescheit.
Beger ich derhalven aen u luyden dat die selbigen beliven willen die vour gern unnd moellern der statt der Elbergh daertoe halden, dat sij gene malt uutter statt nit en bringen, voer unnd er etsij integenwordicheit van Wilhelm Cornelissen genant Jonckbloet op de stattwaege gewegen het welchen alsoe behoert op dat niemant soe koert en kompt off gescheit het welcke ich mij alsoe tot u luyden ersamheit unnd gonst toe geschen versie unnd off u luyden anders gemeint were, beger ich darvan schrifflich verstendich toe werden, umb mij daernae am besten weten toe richtenn. Bevelende den selben dem almechtigen heren Gott. Actum Vaessen den 29 january anno 1576.
U erbare luyden und gonst groetgunstiger frundt,
[Henrick] Ysendoren van Blois.


Nummer 4

Erentfeste ersame zeer discrete grosgunstighen heren ende vrunden. U ersamen willen mij alhier niet die in aprili lestleden verschenen rhente die 12 karolus gulden ende dat vierendel botters resterende van mijner pensioen gedechtig zijn, ende tselve erstdaeghs laeten toe komen, dit wie ick tghene u ersamen yder tijt niet alle vlijt te verschulden geneycht zijn. Daermede dselve in schutz ende scherm des Almachtigen heren bevelende. Uuyt Arnhem den 10en february anno 1576.
U luyden dienstwillige,
Frederick van Boeymer.

Nummer 5

Gilles van Berlaymont, frij- unnd bannerheer tot Hierges, heer tot Haulteroche und Peruwez. Statholder.

Ersaeme und voersichtige lieve besunderen. Wij hebben u schrevent ontfangen und daer inne vernoomen die betekende cedule van des graeven toe Megens, unsers heer broeders, schrevene verteckentt daer van wij uns u hoochgelicken bedancken und sal sulcxs oirsaeck geven. Wij uns tot u in alle wege sullen goetgunstig uyt genaeden erschienen. Belangende die veranderinge vanden garnisoen kan alnoch nyet geschieden vermitz die tijt alnoch durch voelerleide orer saeck sulcxk nyet wil lieden. Nu dat vischwerck betreffende hebben wij sulchs nae u begeerten verlenght, woe it sult verneemen in die tatente daer van gemaeckt wesende und u hier bij ooversendende, die wij in schutz des Almechtigen bevelen. Datum Utrecht, den (doorh.: 9) 11en february 1576.
Gilles van Berlaymont.


Nummer 6

Eersame wijse und voersichtige gunstige heren und guede frunden. Alsoe ick jaerlix acht golden gulden und ses philips gulde uth u ersamen stadt dominien ( inholt derselver brieve) hebbe, und ick nu darbij noch drye jaren ten achteren sin, niettegenstaende ick meermaels und up verscheiden tijden vergeeffs daeromme geschickt und bij die selve daerop angeholden. Soe is demnae mijn gans frundtlick begeren dat u ersamen die verseonge doen willen, damit ick voldaen und betaelt moege worden und alsoe nyet veroersaket eetwes daerin voer to nemen des ick sunst anders ongeerne dencken, ick swijge dan doen solde. Ende deweill ick mij sulcks und wel voele meer toe deselve versie. Soe begere ick dat u ersamen meine restierende penningen bij brenger deses willen toeschicken. Dieselve daermede in langwilige gelucksalige vreedtsame regieringe den lieven Godt bevelende. Datum Campen den 16e february anno Domini 76.
U ersamen G[..] van Broyckhusen, [..]van Doirnyck, vrundt willige.


Nummer 7

Gilles van Berlaymont, frij- unnd bannerheer tot Hierges, statholder.

Ersaeme und voersichtige lieve besunderen. Wij schicken aldaer weder in garnisoen die knechten soe wij amlesten anher verschreven myt noch omtrent vuefftich knechten onder den selven vendelin gehoorende, die welcke vufftich knecht verdelt sullen worden daer und toe Hattum. Begeren it die selve inne neemht logiert und accommodiert woe anderen und sal maer voer eenen (doorh.: onleesb.) kleynen tot gedueren. Sullen alsdan die versienung doen daer mede it sult worden verlicht und weynige knechten daer blieven sullen die voirseide viefftich knechten weeten waer it honne leninge sullen waerneemen daer toe wij hen brieven aen die lantschriever van Velouwen mede hebben gegeven. Doende u mitz desen den Almechtigen bevelen. Datum Schoonhooven den 22en february 1576.
Gilles van Berlaymont.


Nummer 8


Gilles van Berlaymont, frij- une [ban]nerheer tot Hierges, heer tot Haulteroche [und]Peruwez, statholder.

Ersaeme und voersichtige lieve besunderen. Wij weeten dat gij u sult verwonderen. Wij u noch meereder knechten toe hebben gesonden. Iet welcke is geschiet vermitz sij und die genige daer bynnen synde, van een vendelin sijn und om dat idt vendelin bij den anderen begeren te versaemelen, dat wij kortelicken van daer op een ander willen seynden und u myt andere weynigen garnisoen te beleggen des sich die selvige vast hebben te verlaeten. Begeren daerom it die hant daeraen wilt halden dat die voirseide noch toe gesonden knechten worden inne gelaeten und neffens den anderen geaccommodiert, des wij uns alsoo erntlichen tot u vertroesten. Mitz empfelung des Almachtigen. Datum Utrecht den 27en february 1576.
Gilles van Berlaymont.


Nummer 9

Gilles van Berlaymont, frij- und bannerheer tot Hierges, heer tot Haulteroche und Peruwez, conincklicke majesteits thoe Hispanien stadtholder und capitein generael.

Ersaeme und voersichtige lieve besonderen. Unser aen u hiermit gesynnen unnd begeren is, ghij aen stont oder soe bald immer moegelick eene declaratien van allet ghene die volweylische soe voer unnd nae biss op desen huedigen dach aldaer zij aen gelde haever hoy ader sonnst aen rest gehadt und ontfangen mit samps oere derwegen gegeven obligatien ofte anndere daervan certificatien unnd schriftlicher schijn unns toe schicket wij fernner unnss daernae toe richten hebben moegen daer aen geschiet unnsere toeversichtige meynung unnd bevelhen u dem Alm,echtigen. Datum Utrecht den 27 february 1576.
Gilles van Berlaymont.


Nummer 10

Gilles van Berlaymont, frij ende bannerher tot Hierges, stadthouder.

Ersame ende voorsichtige lieve bisundere. Wij hebben untfangen uwen brieff van den 28en deses maents daer bij ghij uns schrijvet dat ghij etlick saicken bij ons te beforderen hebbet. Waerop wij u nyet moegen verhalden dat wij morgen den dach hyer to verblijven voornhemens zijn und op overmergen te vertrecken dergestalt dat morgen uwen gedeputeerden uns hyer to Swol aentreffen sullen moegen und bevelen u hyer mit den Almechtigen. Datum Swol den 29en february 1575.
Gilles van Berlaymont.


Nummer 11

Ersame wijse und vuersichtige gunstige guede vrunden. Alzoe wij in januarie junghstleeden, aen u ersamen (belangende den Anzesteden) geschreven, daerop wij geen antwoerdt bekhoemen ende soe dan die bij khamps [.] toe Nijmegen op dach reminiscere werdt z[..]. Is onse vrundtliche begerent alnoch u ersamen onss met brengeren deses schryfftlich wyllen verstendigen, wes dieselve daerinne te doen gemeynt, daeraen sullen wael doen. U ersamen die der Almechtigen lange gesondt erhalde. Datum den 9 e marty anno 76.
Burgemeisteren schepenen end raedt der stadt Arnhem.


Nummer 12

Gilles van Berlaymont, frij- und bannerheer tot Hierges, heer tot Haulteroche und Peruwez etc., stadtholder.

Ersaeme und voersichtige lieve besunderen. Wij senden u hier bij verwairt, eene copie, uns durch die stat Amsterdam toegestalt, uuyt die welcke gij allenthalven hebt te vermeennen wes die majesteits rebellen voirhanden hebben, demnae gij luyden myt goeder fliet und neerstigert toe versucht hebt te draegen, daer mede durch versuym sich geen ongemack en ontstae, als hebben wij u nyet zullen verhalden. Mitz bevelch des Almechtigen. Datum Utrecht den 15en marty 1576.
Gilles van Barlaymont.


Nummer 13

Copia copie.

Eersame wijse voersienige ende discrete heeren. Alsoe ick geinformeert ben dat dvianden gereet maecken vele turffschuyten in forme van galeyen welle tot vertich toe ende daer en boven oock gereet hebben well zestien vendelen voetknechten om opte selve schuyten te stellen, sulx dat zij eenen secreten aenslach voerhanden hebben, maer ick en can nyet vernemen wertwerts, nyetemin de capiteynen ende bevelhebbers laeten hem voerstaen eenen seer groten buyt ende rooff te becomen ende dat hennen aenslach soude gebeuren binnen vier ofte vijff dagen ende zij houden alle tselve soe secreet datmen nyet well en kan vernemen ende min van hemluyden verstaen, werwerts dat zij het hooft hebben dwelck ick alles aen uwer luyden well h[eb]be willen verwettigen ende adverteren ten eynde u luyden mocht weesen daer van gewaerschout ende op u edelen hoede ende wacht weesen op dat u luyden daer van egeen schade oft inconvenient an en comme.
U ersame wijse voersienige ende discrete heeren, onse heere God wie u luyden spare in langen ende gelucksalige prosperiteyt. Gescreven tot Haerlem, den 13en marty 1576. Ende stont gescreven die al uwer luyden goetwillende vrient Francois de Verdugo, de superscriptie was deese eersamen wijsen voersienigen ende discreten heeren mijnen besundere goeden vrienden, burgermeisteren ende regierders der stadt van Amstelre[damm]e. Onder stont aldus, gecollationeert iegers doriginale missive ondertijt alsboven ende daer mede geaccordeert bij mij der stede van Amstelre[damm]e, secretaris ende was onderteyckent Coppes, secretaris.

Nummer 14

Gilles van Berlaymont, frij- ende bannerher tot Hierges, stadthouder etc.

Ersame ende voorsichtige lieve bisunderen. Wij hebben brengeren deses wesende omtrent veerthien oft vijffthien schutten te peerde operlacht ende bevolen sich aldaer ter Elborch tergheven. Gesynnende derhalven ghij die versienongh doet dat zij ondergebracht ende gelogeert worden tzij dan in herbergen offt elders soe zij mit gelt versihen zijn om oire teronge te betalen und wij hebben zij wel ernstlick verboden ene vander stadt yetwes aff teyschen und tonser aencompste in geldtlidt twelck sonder ongeluck zuwendich acht dagen zijn wirdt sullen wij zij van daer rucke doen, und bevelen u hyer mit den Almechtigen. Datum Bruessel den 4en aprilis 1576.
Gilles van Berlaymont.


Nummer 15

Lancelot van Berlaymont, grave tho Meghen, here van Beauraing, Agimont, Housdaing etc, conincklicke majesteits tho Hispanien overste eens Neederduytscher regimente.

Eerbaren discreten und vromen onsses lieven bysonderen goede vrunden. Alsoe wij verstaen bij den ghenighen van onssen voersten, vendele binnen der Elburch ongeregelde overlasten bedreven zijn, hebben tot dien eynde gescreven aen den scholtet onses regimente hij sich begheven zal metter duer binnen der Elburch omme dies aengedaene in allen ernst und diligentie d'ínformatie ende kennisse tho nemen waer inne wij u wel gebeden willen hebben ghij den [..]igende scholtet doen willet alle behulp end bijstant verhopende binnen corten daeghen ons binnen der Elburch toe vinden und vergeldunghe vanden zelven overlasten doen laten wesende unsen ernstelicken gesinnen und meyninge zulcken overlast naer recht und justitie naer behoiren gestraft te werden. Hier mede u den Almechtighen bevelende. Uuyt Nijmegen den lesten aprilis 1576.
U goede vrundt,
Lancelot van Berlaymont


Nummer 16

Ersame wijse und vuersichtige gunstige guede frunden. Wij en khunnen u ersamen niet bergen wye dat die ersamen van Nijmegen uuyt aensoecken der ersamen van Ruremund, ene bijkhompst opter 15 may naestkomende des avonts alhier in te khommen beraempt hebben unde op zekere zwaricheyden, oer ersamen daegelicx vuervallende met die gedeputierden der landtschap, tsampt die groete ende cleyne steden als oeck op dese ende andere quartieren gebrechen toe delibereren ende raidtslaegen saegen oeck vuer guedt aen datter ene gemeyne legation aendie ietz regierende staten toe hoeve irstdaechs affgefertiget wurde, omme in oere ende die gemeyne landtschap bezwaernisse remedieert ende versien moege werden.

Is demnae onse vrundtliche begerent u ersamen onbezwaerdt wyllen zijn enighe van uwe raedtzvrunden ten daege vurseid alhier te khoemen unde wyllen deputieren gestalt volgentz daechs op der landtschap beswaernisse und die khumpstiche legation (vermoegen den recessie in [articel] 74 genoemen) eendrechlich toe besprecken, ende toe entsluyten, des tot dienst conincklicke majesteits und eher und waelfaert der landtschap eygen ende geboeren zal, daeraen sullen wael doen. U ersamen die der Almechtiger lange gesondt gefrysse. Geschreven den 4en may anno76.
Burgemeister schepenen und rhaedt der stadt Arnhem.


Nummer 17

Die stadtholder und raeden des conincks in Gelderlandt verordent.

Eersame und voirsigtige lieve bisundere. Alsoemen tot meermaelen den schattvuerders mit ernste heefft doen bevelen, om vanden vierjarige schatzpenningen oick mit David vander Honne als voicht vanden kinderen zaliger Gedeons vander Honne gewesene lantrentmeister generael [.] ende als volmachtich van zijner weduwe aff te commen rekenen mitten originalen quitancien die sij vanden voirsseide Gedeon vander Honne ende oick vanden capiteynen ader krijchsvolck durch onses stadtholders bevele ontfangen moegen hebben bij tijden Gedeons vander Honne nementlick totten 7en dach octobris anno vijftienhonderd vierenzeventig ende evenwael die schatvuerders der stadt Elborch van tselve te volcommen in gebreke zijn gebleven tot desen dage toe in der gestalt dat die voernoemde David vander Honne om die rekeninge vanden schattpenningen te doen van wegen conincklicke majesteits ende der koepluyden ernstelick gevordert wordende dieselve rekeninge nyet (doorh.: schattpenningen te) doen een kan hij en hebbe dan voir ierst mitten schattvuerders gerekent ende van hun ontfangen alle oire voirgernerte quitancie mits hun leveren generale quitancien inde plaetse vandyen daer mede sij bewaert wesen sullen derhalven datmen genoodicht wordt die schattvuerders tot rekeninge ende overleveringe van oire quitancien te dwingen. Demnae is van hoichstberumpter conincklicke majesteits wegen onse gesynnen dat ghijluyden

17.2
den schattvuerders der stadt Elborch (doorh.: inden hier inne liggende bellette benoempt) opt ernstelichst bevelt ende oick daer toe haldet dat sij sich binnen dezer stadt Arnhem bijden voirnoemde David vander Honne mit allen oiren voirgenerten quitancien die sij bij tijden Gedeons vander Honne soe van hem selffs als vanden capiteynen ader crijchvolck durch onser ordonnancien ontfangen hebben nementlick totten 7en octobris anno vierenzeventig als boven gesacht is, vuegen ende vinden laten voirden negenden dach des naestcommendes maents juny om mit den voirnoemde David vander Honne aff to rekenen ende hem die originale quitancien t'overleveren daer mede sij wel bewaert ende vernuecht sullen sijn sonder des wijders te zijn in gebreke den voirseide schattvuerders nyet verhaldende datmen sunst tot rekeninge mitten voirseide Vander Honne procederen ader voirtfaren sal sonder alsulcke oire quitancien in betalinge wijders aen to nhemen, dan die schattvuerders andermael doen betaelen sal daer nae sij sich sullen moegen weten to richten ende ghijluyden sult ons aenstont schrifftelick verstendigen wanneher ghijluyden sulcke bevel den schattvuerders gedaen sult hebben ende wat u luyden daer op bejegent zal zijn. Mit bevelunge des Almachtigen. Gegeven tho Arnhem den 21en may vijftienhonderd zesenzeventig.
T. Roos.


Nummer 18

Mijen vruntellijcke groet inde erbijdems voer an, eersame vroeme inde voersychtyeghe goede vrunden. Ick can u ersamen nyet verhalden alsoe u ersamen op desen quatyers dach toe Arnhem gheen van u ersamen raets vrunden gehat, dan dye bezverynck des uetblijevens, overigsz wallijck inde goede aengenoemen wordt, un dus voert, en yeder stat en in landt in Veluen ampter, syen bazveer vervatten laeten, dye gedeputyerde der legation met oever toe brenghen, en toe vorderen soe wel moeghelijck dye untlast an verlycht toe moeghen warden, had ick waal ghewolt u ersamen raets vrunde aldaer een ghehat hedden (als wael can trachten, u eersamen wye leyden al wael voel sijnt) en op laeten met teykenen.

En dus als u ersamen faer toe ghedaen en met ghevordert gheern gesyen en mij in als unbewost, heb ick in naem u ersamen op laeten teykenen, dese hyer inghelachte bezveer en bije anderen ingelecht met oever toe brenghen met den secretarie daer in vernuicht vertrau u ersamen mij in den goeden aff nemen sullen en vorder 5 hondert gulden op genomen sijen (op groete interesse bynnen en maent betaelt weder toe sullen sijen) toe coste der legatyon daer ghemeyen rydderscap en stede vrunde sych voer verbonden hebben met hoer edele en lieve handen op toe brenghen en toe vrijen als etzelycke ende rydderscap en der stat Arnhem daer voer geloeft hebben un dus als voer mij 4 idem u ersamen naem met mye handt verbonden met hebbe en voer u ersamen geloeft toe u ersamen quota op toe brenghen vertrave (als in goeden toeghedaenen meynynck gedaen) mij daer in vrijen sullen unis dus oevercoemen en verdraghen omme gheen uncoste van bettynck tedoen en stuvers op en keysers gulden toe geven in gestalt gesat syen geweest en yder in dye lesten termijen der groete brattynck daer in u ersamen taxe toe doersyen en toe rekenen hebben wes in als hyer in oeverloepen mocht toe rekenscap ghebracht sal warden toe ghemijnen waelvaert vorden toe gebrucken wellyck dye almoechende God gevoeghe toe aller beste waelvaert en zelycheit alle deser lande. En u ersamen in sijen moeghende bescerran altyet hebbe. Ilych uet Hulshorst den 29 may anno etc 76.
U ersamen in als wyllyegher en toegedaenen,
Joeseph van Arnhem


Nummer 19

Ersame wijse und vursichtige gunstige guede frunden. Wij kunnen u ersamen nyet bergen wie dat der ritterschappen des Veluwesschen quartiers, wij sampt gesanthen der cleynen steden vur guet aengesien, dat van wegen deses quartiers eninge vanden ritterschappen ende steden deputiert worden omb myt der anderer drier quartiren gedeputierden die legation tho have tho doen tot welche legation men die penningen vanden lombart op kommer ende interest, soe die landtschap myt geen golt versien, heefft moeten werven. Und iss verordent, dat tot verrustingh der costen deser wijsen die landen ende steden van Veluwen contribueren sullen ieder soe voell stuvers als oer taxe vanden leste off vierde termijn der schattingh aen keysers guldens beloept.

Als der ehrnfester Joseph van Arnhem u ersamen ohntwivell bericht sall hebben. Myt dem anfanck dat dese penningen bynnen 14 daegen opgedracht ende aen handen Johans Bentinck ende Ott Kanis bynnen Arnhem gelevert sullen worden omb den lumbart tho voldoen ende wijdern intrest vur tho kommen. Myt dem bescheide dat die ghene die in betalingh oeres tax gebrechlich, idt intrest van oere quota stillen gehalden sijn tho draegen. Is demnha in naam ende van wegen der ritterschappen ende stedefrunden deses quartiers onse frrundtliche begeren dat u ersamen versiehongh doen ende versuegen wollen dat derselver statt und vrijheitz tax opt spoedelickst geinnet ende aen handen der ontfangeren voerseid gelevert moegen werden. Daer aen sullen waell doen u ersamen die der Almechtiger langh in glucksaliger wolfart gefriste. Gegeven den 30en dach may anno domini vijftienhonderd zesenzeventig.
Burgermeisteren schepenen ende rhaitt der statt Arnhem.


Nummer 20

Lancelot van Berlaymont, grave to Meghen, heere van Beauraing, Agimont, Housdaing etc conincklicke majesteits to Hispanien overste eines Niederduytscher regiment.

Eerbare und frome lieve bysondere. Alsoe wij geordonneert hadden, dat inden huyse van joffouw Margerete van Oldenberneve[lt] wedue saligen Arent to Boeckop maer eenen soldaet solde werden gelecht sonder wijff ofte kinderen und wij in ervaringh gecomen in haren huyse gelogeert is enen soldaet zijnen trosse ses starck weesende willen derhalven up u well begheert hebben ghij den zelvighen soldaet uuyt haren huyse neemet und hen elders bestedet und in des upgemelten joffrouwen huyse eenen anderen soldaett logiert bij sich gheenen trosse wijff noch kinderen hebben. U hyer meede den Almechtigen bevelende. Datum Swoll den 14en juny anno vijftienhonderd zesenzeventig.
U goede frundt,
Lancelot van Berlaymont.


Nummer 21

Bijden Coninck.

Welgeboorn, edelle, erentfeste, ersame ende vursichtige lieve getrouwe. Also wij jegenwoerdelick schriven mitten marquis van Haure die wij daer omme expresselick seinden aen die van onsen Raede van State bij onss onlancx gecommitteert tot tgouvernement van onse lande van Derwertzoevere ende Bourgongnen van unsen goeden wille ende intentie, die wij hebben, omb deur die gratie Godts neyt alle vlietigheit te besorgen ende beschicken die generale pacificatie voet ende paes van onse goede landen van Derwertzovere, soe well myts seindende aldaer einen gouverneur generael van onsen bloede, als oock die waerachtige remedie universall daer toe dienende. Wij hebben u well willen schriven dese tegenwoerdige ende begeren biden selve, dat ghij mydlertijtz die goede handt aen als wilt houden (zoe verre als u me gelick zij) datter geen incomvenient en geschie gelick bidie van onsen vursseide Raede van State u breder gedeclareert sall worden. Ende navolgende die groete lieffde die wij hebben tot unsen vursseide lande ende oick well verseeckert zijn dat ghij oeck diesgelicx hebben neffens onss. Wij betrouwen onss ganselick sonder enich twivell, dat ghij zeer geerne tbeste in all ende averall zult doen, zoe uwer u moegelick sall sijn. Welgeboren, edele, erentfeste, ersame ende vuersichtige lieve getrouwe,

21.2
onss here Godt zij myt u. Geschreven tot Madrill den 24en juny 1576. Onderteickent Phillips. Ende was noch onderteickent Dennetieres. Topschyfft was: Dem welgeborne edelen erentfesten, ersamen ende vursichtigen onsen lieven besunderen bannerhere ritterschap ende steden des furstendombs Gelre ende Graeffschaps Zutphen, representerende die staten vanden selven lande off heuren gedeputierden.


Nummer 22

Lancelot van Berlaymont, grave to Meghen, heere van Beauraing, Agimont, Housdaing etc, conincklicke majesteits to Hispanien overste eins Neederduytscher regimente.

Eerbare und frome lieve bysonderen. Ons wert well zeer verwondert alsoe wij bij onssen voirgeganen scrijven u geordonneert hadden indem huyse van joffrouw Marguarete van Oldenbernevelt weduwe salighen Arent to Boeckop maer eenen eenyghen knecht sonder wijff ofte kinderen gelogeert zoude werden. Wij nochtans verstaen aldaer twee soldaten gelogeert to zijn. Soe ist wij bij deessen up u well willen begheert hebben ghij ons mitten eersten wilt verweetigen oft ghij onssen voirgeganen scrivens willet naekomen und achtervolgens dan oft wij geoirsaect zullen moeten weessen tzelve bij andere middelen to volbrengen. U hyer meede den Almechtighen bevelende. Datum Swoll den 27 en juny anno vijftienhonderd zesenzeventig.
U goede frundt,
Lancelot van Berlaymont.


Nummer 23

Ersame wijse und vuersichtighe gunstighe guede vrunden. Alzoe die legation pennengen bijden lombart op interest sint opgenoemen, dienen vermeynden, bynnen die tijt van veerthien daegen gerestitueert te hebben ende soe wij dan gheene penningen alnoch in bekhoemen und het interest negen und meer loopt (doorh.:onleesb.) ick inscelicken die gedeputerden aen ons schrijven zij willicht aldaer noch een tijt lanck sullen moete verblijven, derhalven hun meer zults mangelen sal. Is demnae onse frundtliche begerent u ersamen die versienongh willen doen und erstellen, dat wij uwe stadts quota metten alleriersten ofte bynnen acht daegen moegen bekhoemen, ten lancsten ten eynde wij die lombart sine pennongen z[sm] restitueren ende de gedeputerden met verdere noetdrufft moegen versien end wes u ersamen hier inne te doen gemeynt hebben wij bij brengeren deses toe verwachten. Mit bevelongh des Almechtigen die u ersamen langhwelich gesondt erholden. Gegheven den 4en july anno etc 76.
Burgemeisteren schepenen und raedt der stadt Arnhem.


Nummer 24

Eerber inde vroeme ghonstyeghe goede vrunden. Als u luyden gescreven mij versye den bryeff creghen hebben (hoe wael den bryeff dregher verghewis) soe sende ick u liden met u ersamen raetsvrunden, dye beryt, der stat Harderwijck met bracht en u liden met ghebracht sold hebben, ingelijcken becoemen had connen, wye u liden gescreven seer begerende u ersamen secretario van stondt vet wyllen laeten scryeven en mij voert weder senden wold op dynsdach gescijen rondt hoe dat op groete geloefte gheloeft hebbe, en met een ghewissen bade en welvaert nyet nat en woerdt vorder u liden met u liden ersamen raetsvrunden vruntscap en dyenst ghedaen can byn ick mij altyet ter u ersamen ghebyedende met bevelynck in alle zalyeghe waalvaren thott den Heren. Ilende seer den 28 july anno etc 76.
U liden toegedaenen vrundt,
Joeseph van Arnhem

24.2
Den eerberen inde vroemen Johan Greeff, inde Johan Loos, raetsvrunden der stat Elleborrych, mijen goede vrunden.

Onder de adressering:
Jan van Kuender,mijnen dienst Drost van der Op ech.

Mijnen dienst bisondere guede (onleesbaar)
1.Johan Bentinck geschreven

Dwars hierop:
Rentmeisters onss sheeren des conincx,
2. Johan (onleesbaar)
J. Bentinck
Johan Bentinck


Nummer 25

Gilles van Berlaymont, frij- und bannerheer tot Hierges, heer tot Haulteroche Peruwez etc stadtholder.

Ersaeme lieve besunderen. Wij verwonderen ons dat wij hier gearriveert wesende vernomen hebben dat die huysinge ende wooninge der weduwe van saliger Arent de Boekouff jonffrouw Margritte van Oldebarnevelt die bij ons gereserveert is van logerunng van soldaten nyet bij u bevrijt en is van logement nyet tegenstaende het versoeck bij ons andermael gedaen ende bes underlick ooc wel twee mael bij den heren grave van Meghen van u schriftelick begeerte ons wijers respect wij die knechte van daer hebben doen trecken betuwerontlastung dunc ons daerom redelick te wesen dat ghij sulcken versoeck naer behoorde te khommen. Ende mits dat wij ons sterck respecten dieselve huysinge in onse salvegarde ende bevrijung genomen hebben. Gelangt derhalven onsen versoeck mits dese unde aen ons ernstelicke gesinnen in dess onse begeerte geen weygerung meer to doen maer den voorseide veduwen huys vrij und vranck onbelast te halden en zoo van logementen als andere besweernus daeraff desopenderende. Daeraen geschiet onse ernste meynung volgens den wille zijn conincklicke majesteit met empfelung des Almachtichen. In datum Zwol den18en augusti 1576.
Gilles van Berlaymont.


Nummer 26

Copie.
Gilles van Berlaymont, frij- und bannerher to Hierges, heer to Haulteroche Peruwez etc stattholder etc.

Waelgeboren edle ehrnfeste ersame wijse vursichtige lieve besundere ende guede vrunden. Die here vanden rhade van state gecommitteert totter generael regierungh der landen van Herwertzoever hebben onss avergesonden die brieven der conincklicke majesteitt mitt die ander hier bij gefueght bij den selven here raeden aen u geschreven opdat wij u derselve tho schicken solden, waerin wij derselver here gebaede well hebben willen nhakommen, schickende u dieselve becomen mytz desen uyt die welcke ghij sijne conincklicke majesteitts meinongen int lanck sult moegen vernhemen ende aengesien der gelegenheit der sacke dess vurseide landen ende der guede intentie vanden sijne vurseide conincklicke majesteitt. Soe is onse frundtlich begeren dat ghij myt bannerheren ritterschap ende steden des hertouchdombs Gelre ende graeffschaps Zutphen dit selve inden beste wilt communiceren und der saecken gestalt also erwegen, dat zijn conincklicke majesteitts guede gebreffte und meinongh tot welfaringh deser landtschap vurseid myt alle gefuechlicheit nae gekommen ende volntagen moege worden op dat men die soldaten so in Hollandt als den vursseide hertouchdom en graeffschap leggende in gueden regimente ende upt moege holden, und sein bij gebreke van dien geen oirsaick doen hebben omme sich in oproer tho stillen und die ein offte ander landtschap te vervallen und te bedervenen, und moeght onse mytten desen die resolutie und meinongh van bannerhern

26.2
ritterschappen ende steden hier op overschriven [..] den vurseide hern van state daervan to adv[erteren] u hier mede voertz schickende copie van het re[olutie] dat dier here marckgraeff van Haure to ken[nen] ende meer relatie gegeven hefft tot sijner wederkom[ste] van Spangnien op dat ghij tho beter den gro[..] van alles verstaen moeght, diewelck ons nyet buyten proporst geducht en heefft u myt desen oeck to oeverschicken door handen van der rhaeden [..] conincklicke majesteitts in Gelderlandt verordent dwelcke wij requiriret hebben u dese mytten vurseide stucken to te stellen ende verwachtende op des vurseide ys uire rescriptie willen wij desen einden u dem Almogende bevehelernde. Datum Utrecht den twintichsten augusti anno zesenzeventig.
Gilles van Berlaymont.

Den welgeboren, edelen, erntfesten, ersamen ende voorsichtigen onsen lieven besunderen goeden vrunden bannerheren ridderschap ende steden des furstendombs Gelre ende graeffschaps Zutphen, representerenden den staten van selven landen offt hunnen gedeputierden.


Nummer 27

Gilles van Barlaymont, vrij - ende baennerheer tot Hierges, her tot Haulteroche Peruwez etc, stadtholder etc.

Eersame ende voirsichtighe lieve besunderen. Wij hebben hier neffens ons u ettliche schutten te peerde ende onder andere seven die welcke sijn onder tvendel liggende in besettunghe binnen der stadt Elborch midts welcken om conincklicke majesteit dienst van noode zij die selve aldaer te doen logeren ende accommoderen zonder nochtans dat onse meyninghe is hen eenich ser in cinum bij den borgheren te doen geven dan alleenlijck lichte ende bedde ende dat sij hun mit huns weerdts erdt sullen moghen behulpen hebbende midts dien geordonneert dat bij den commis vanden […] vander oirloghe aen eenyeder van hun toege[vuegt] sullen werdden tot onderhoudinghe van h[oeren] persoonen vijff stuyvers sdaeghs ende [..] drossart van dOverveluwe Haure ende [..] alimentatie van hoore peerden waervan […] u wel hebben willen verwittighen op d[.] desen achtervolgende der voirgemelde [schutten] te peerde ontfanghet ende doet logeren [ende] accomoderen in herberghen oft anderssins [..] ghij voer tghevuechelycxste bevinden sult […] behoorende sonder des te laeten ende mitter tijt sult ghij die selve schutten employeren van convoyen ende escorten te doen daert geleghen werdt. U hiermede den Almachtighen bevelende. Datum Utrecht den 26 augusti 1576.
Gilles van Berlaymont.


Nummer 28

Gilles van Berlaymont, frij- und bannerheer tot Hierges, heer tot Haulteroche Perruwez etc, stadtholder.

Ersaeme discrete lieve besunderen. Wij sullen u antwoorden nae desen op uwen brief vanden 23en deser maendt belangende die reserve die wij met onse leste brieven aen u begeert hadden totter bevryung der weduwe Arndts van Boeckoph ende andere poincten die ghij van ons begerende zijt waerinne wij u wel hebben gratificeren besunderlick in het passeport vanden torven tot welcken eynde ghij ons behoort gescreven te hebben voor hoe vele last dat ghij die lue[..]e begeerden waer naer wij ons solden hebben mogen reguleren hebbende u nyettemin hier den passeport bij gevoecht van vierentwintich lasten. Zult ons derhalven uwe meyninge over scryven om daer op voorts tedoen zoo wij sullen [..] voor u.

Ende belangende het busscruyt sullen wij daer schicken zoo haest alst ons mogelick sal wesen want wij tselve alle dage verwachten. Maer aengaende die bedreven die ghij ons scrijft tegen de voorsseide weduwe ons dunct dat mits unsen versoeck aen u gedaen ghij u daer in nyet zoo to soecken en behoerde te maecken maer die cleyne particuliere passien to laeten als ons ten uuytersten dunckende tselve met onse auctoriteyt kan geschieden boven die andere consideratien die wij hebben waerom wij sulx ernstelicken begeren ende ooc dat die sone nyet alleen cranck is van lichaem maer van sinnen. Ende aengaende dat ghij schrijft dat deselve weduwe die knechten zoude moegen vervoegten in een andere plaetse om die opsprack der gemeynte salt ghij lieden dan bedecktlicken selfs wel in kunnen remedieren, daerom is mits dess onss ernsten gesinnen dat ghij tselve huys bevrijt mits dat wij u daerom zoo dick gescreven hebben. Mit empfelung des Almachtigen. Datum Utrecht den 28en augusti 1576.
Gilles van Berlaymont.


Nummer 29

Ersame wijse und vuersichtige gunstige guede frunden. Alsoe den gedeputierden der landtschap alhier binnen Arnhem opten raidtkamer vergaedert zinde, omb der landtschaps zaeken te beforderen opten 25 deses afflopende maendts behandet sint worden twe missiven een van conincklicke majesteitt onses allergenedichsten heren, bij hoechedachter majesteitt handt onderteykent ende die ander vanden Raede van Staten mit id rapport des heren marckgraven van Haure conichliche legatie uuyt Spaengen, daer neffens twe bryeven van onsen edele heren stadtholder inhaldende tsaecken daer aen mercklich ende zeer wel gelegen eysschenden oipelicke ende ernsthaftighe beraidtslagongh der alinger landtschap derhalven dan dat gedeputierden hoechnoedich eracht een quartiersdach in ieder quartier aen to stellen. Ende is demnae onse frundtliche begeren, dat u ersamen (in aenmerckongh der saecken hoechwichticheyt) onbezweert sin willen enige oere mede raedtzfrunden aff to ferdigen omb opten thienden dach des toekumfftigen maendts septembris savonts binnen Arnhem toe erschijenen gestalt volgents daechs die vursseide bryeven ende rapport aen toe horen ende voerts tot gemeyner waelfaert tbeste te vuerwenden daeraen sullen der landtschap ende ons dencklich. U erssamen die der Almechtigen lange gesondt behuede, Gegeven den 29 augusti anno 1576.
Burgemeisteren schepenen ende raedt der stadt Arnhem.


Nummer 30

Eersame wijse voersichtige insonders gunstige guede vrunden. Wes ons bij Gerbrant ende bij Henrick Janssen gebroederen ende priesteren toe kennen gegeven ende versocht hebben betreffende zeker renthe, hoer (als vicaris ende officiant van sint Lazarus altaer alhier) uth u ersamen stadt dominum op Jacobi anno 75 ende 76 verschenen ende alnoch onbetaelt hebben u ersamen uth ingelachte hoere supplianten allenshalven gunstichlick toe vernemen, ende dewijle ommer billick dat sie supplianten nae sulcken hoeren lanckwiligen ende guerlicken verbrijdent van hoere verschenen renthen betaelt worden ende wij dan oick ongeerne syen solten dat u ersamen burgeren guederen ader personen (vermoege hoere hebbende verschrivinge) dessals gearrestiert ofte mit besaete vervolcht solden worden.
Is onse vrundtlick begeren u ersamen (om sulckes alles voir toe komen, ende om allen rechtsforderingen ende wijderen oncosten toe vermijden) willen die opgemelten supplianten sonder langer vertoch tot betalinge hoerer verschenen renthen gunstichlick ende guetlick verhelpen, want anders solden sie veroersaecket worden (hoe wel ongeerne) die voirsseide verschrivinge int werck toe stellen ende daermit voorts te vaeren. Ende u ersamen wideromme vruntscap tho bewijsen sinnen wij berijt. Hierme Godt almachtich die u ersamen lange gefristen moet. Datum den 16 septembris anno 1576.
Burgermeisteren schepenen ende raedt der stadt Campen.


Nummer 31

Die burgermeisters ende regierders tot Elburich ende w[..] wel erntstelick belust aengesient dess heuren visschers [..] de seygen ende te belusten alle heure netten opte hoeckwant op te plucken sonder dzelve nae die receptie dess langer in zee te laten staen ofte sal ten sante vandien die voorsseide netten (doorh.: op) bij mijn volck op doen trecken ende dzelve pry[st] maecken oirsaicke dat hopman Denbergen hem te vervorderen die Noorthollantsche visschers te beschadigen ende men te halden sult daeromme tsoe ghij ende u visschneringe wilt behouden ende exerteren aen monsieur de heerges Teysen ende verwerven dat soe wel die Noordhollantsche visschers soe mit waterschepen als andersins mit staen metten visschen soe wel te als ghij u vrij ende unbeschadicht sullen moegen visschen soe nyet sult bedencken nyet een net nae dess in zee te behouden, daeromme en blijft van dess in gheen gebreecke op pene van boven. Datum opt admirael schip dess 17en septembris anno 1576.
Den believende van mijn here die admirael vuer Noerthollant gescreven.
Bij mij (onleesbaar)

Wilt dit selven alle die visschers bij die strant van u stat tot Campen toe woenende adverteren want wij nyet en willen dat een met van dienen tot Campen toe staende sal blijven.


Nummer 32

Waellgeboeren, edele, strenge erentveste eersame vursichtige lieve besundder gunstige hern ende guede frunde. Wij sijn twijvels voer gij u edele lieve ende gueden werden waell vernomen hebben, woe die stende deser landen deses ortz hier bynnen Bruyssele versamelt ganss gemeint allen moegelicken vlijt voer toe weinden dese landen eyn maell wederom in vreden und ruwe toe bringen welcke stenden (doorh.: ums) unss aengesoucht u ende uwe edelen lieve ende guede te willen voirhalden den calamiteiten, miseren ende elenden waer inne dese alinge Nederlanden durch desen lanckwerigen in landische erloge gesteken ende noch steken ende aen u ende uwe edelen lieve ende gueden te verstercken dat dieselve oere verordente alhier te Bruyssell opt spodelixst willen schicken umb myt him to communiceren op wegen ende myddelen omb tot der vrede te moegen koemrn ende alle dese Nederlanden wederom te moegen brengen ende stellen in oeren voerigen wesen ende stant als sij bij tijden hoichstlofflickster gedachtenisse wilen keysers Carlls gewust sijn allet ohne prejudicuim oder nadeell dre landen van Gelre ende Zutphen privilegien alden herkomen ende gebruyck dan alleen voer dytmaell aengesien dyt aentrefft die gemein waelfaert unst ende vrede deser alinger Nederlanden welcke

32.2
wij hen nyt hebben weten aff toeslaen versuickende ende gesynnende derhalven dat ghij uwe edele lieve ende gueden derselver verordenten benevens gemelter stende gedeputierden alhier bynnen Bruyssell myt alle velmacht ten effert als boven ohne verzugh willen afferdigen ende semden sulcx werdt den selven stende tot ganss fruntlichen gefallen erreichen und sijn u ende uwe edelen lieve ende gueden myt gunstigen guetlicken ende frundtlicken willen gemeint geschienen te Bruyssell den eersten dach octobris vijftienhonderd sess ende tzoeventich. Onder stondt geschreven: die Rhade van Staten gecommitteert bij sijne majesteitt ter regerongh generaell der Nederlande. Onderteickent Berty. Dopschryfft was dese. Den waelgeboren edelen strengen erentfesten ersamen vursichtigen unsen lieven besunderen gunstigen hern ende gueden frunden bannherhern ritterschap und gedeputierden der steden des furstendumbs Gelre ende graeffschaps Zutphen itzundt thoe Nijmegen versamelt inn affwesen oderscheiden der uuyt landtschap aen burgemeisteren schepenen ende raett der statt Nijmegen wijders to bestellen.


Nummer 33

Copia

Gilles van Berlaymont banner- und friher to Hierges ende heer to Haulteroche, Peruwes, ritter ende stadtholder und capitein generaell und die raeden der furstendombs Gelre und graeffschaps Zutphen.

Eersame und voirsichtige besundere guede vrunden. Ontfangen hebbende zekere missive der hern van conincklicke majesteitts onser allergenedichsten heren rhaede van state bij zijne majesteitt gecommitteert zijnde totten gouvernemente generaell van zijne majesteitt erffnederlanden daer van uwe irst copie hier inne versloten be- (doorh.: senden) vinden, hebben wij (nae genoemene ripe deliberatie) nyet onderlaten sullen dieselve brieven (overmytz copien) mee der toe te schicken ende dieselve daervan to adverteren gelick wij daer van geadvertiert zijn imme den staten uwes quartiers den inhaldt van dien voer to houden ten eynde und effecte daerinne begrepen.
Und anderdeels hebben oick ontfangen eine ander missive derselver heren aen onss geaddressert myt eenen daer bij gefuechten placcate tegens den gemutineerden spaensche soldaten myt eenen complicen twelck onss geordonneert is te doen publiceren indient onss guet dunckt ende bij onss (nae genomene deliberatie als boven) daer inne verscheiden zwaerichiden bevonden zijnde. Alzo dat wij totte publicatie desselffs te procederen nyet raedtsaim geachtet sonder voer eerst tselve placcaet uwe eersamen (oock overingtz copie) toekommen te laten, oeck

33.2
then einde ende effecte dat derselve uwe eersamen den selve copie mytten voirsseide staten (aengemerckt dat dese landen soe merckelick daer aen gelegen zijn) opt aller spoedelickst totnu [.] ende onss mytter alder eersten overschriven off uwe eersamen ende dieselve staten oeck insgelicks eenige swaricheiden boven den (om tselve te publiceren off nyet) om ons dan voerts daerna am besten moegen weten te richten. U eersamen dem Almechtigen moegen weten tho richten. U eersamen dem Almechtigen heren bevelende. Gegeven tot Arnhem den 15en octobris vijftienhonderd zesenzeventig. Und was onderschreven T. Roos.
Johannes Albertius Volsmamius
Secretaris averscrivende scripsitet.


Nummer 34

Edele welgeboren gestrenge erentveste wijse ende voersienige heeren ende vrunden. Alzoe durch die groote ellendicheit vanden landen ende zoe lange vertreck ende uytstellinge van vertroestinge van sijne majesteitt overdrachlick moetwillicheit mennichvuldige mutinatien dreigementen ende overdaet van den spaenschen soldaten die saecke so wijt verloepen sijn dat omme te versienden tverlies vander relligie, authoriteit van sijne majesteit ewyge slavernie ende bederffenissen vande voorsseide landen behoort ende van noodt iss dat allen die staten, landen ende ingeseten die handt houden ende bij gemeinen accoorden ende assistentie versieden tghene voirsseid iss.
Soe ist dat alle die principale heeren van dese Nederlanden ende die Staten van Brabant Vlaenderen ende Henegouwen met gevolgh vanden anderen hun verenicht ende versammelt hebben ende doer heere gedeputeerden hier tot Bruyssell wesende bequaeme myddelen geraenopt ende te werck gestalt hebben ende omme te versien tegens die gehale bedroffenisse vanden landen ende die selven wederom te brengen in sulcken staet ende welfaert als sij waeren ten tijde van loffelicke memorie keyser Charel zonder veranderinge vande religie offte oevernheit volgende die verclaringe dien avergaende gedaen naer uuttwijse vande bijleggende copie. Ende want die vursseide saecke gemein yss ende u edelen ende lieffden zo well raeckt als danderen. So ist dat wij u edelen ende lieven verzoucken ende bidden sich te willen vuegen myt den anderen landen ende helpen volbringen

34.2
die resolutie ter gemener welvaeren genomen ende dien volgende zeeckere gedeputierden soe schicken omme met dandere staten gemeynlick te helpen bedencken ordineren ende voorderen die myddelen dienende ten gemeyn ruste ende welvaren voorsseid, volgende die brieven vanden Rade van Saten gecommitteert tot den gouvernement van dese Nederlanden , dwelck doende zullen u eedelen ende lieven behouden het vaerlant ende vrijdom van dyen met de oude relidie ende gehoorsamheit van zijne majesteitt. Ende sullen wij altoess geneight zijn wederomme u eedelen te believen ende te assisteren in andergelicke ende meerdere zaecken. Hier mede u eedelen en lieven Gott almachtich bevelende. Uyt Bruyssell den zesten dach octobris 1576. Ondergeschreven, die al uwer eedelen, lieven guetwillige ende geaffecioneerde vrienden, die gedeputeerde vanden staten vanden landen tot Bruyssell vergadert wezende, bij expresse bevele ende laste vanden heren gedeputeerde voerseid Cornelius Weellemans. Dopschryfft was dese: Aen dEedele welgeboren gestrenge erenfeste wijse voersinnige heren baenderhern, ridderschap groote ende kleine steden des furstendums Gelrhe ende graeffschap Zutphen ydtsonder versamelt bynnen der statt Nijmmegen tzamen ende elcken van hunlieden bezunderen.


Nummer 35

Ersame wijse unde vuersichtige gunstige guede vrunden. Alzoe bidie ritterschappen ende stedevrunden deses Arnhemsche quartiers op die leste gehaldene quartiersdach eenhellich geslaten is datmen tot die legation aenden Staten die ietz vuerhanden ende ander 50 stuvers die de gedeputierden u na de leste uuytsettongh in landtschaps zaecken gedaen uuytsetten sal nadie leste termijn schattonghs op ieder carolus gulden ad 20 stuvers brabants tstuck twee stuver. Is demnae onse zeer frundtliche begerent dat u eersamen die vuergenoemde pennongen mitten irsten uuytsetten ende boeren willen laten op dat dieselve opt spoedelicht aen handen der gestalte ontfangeren Johan Bentinck rekenmeister ende Otto Kanes burgemeister gelevert moegen werden soe die landtschap u ersamen bewost itzondt daer mercklich aen gelegen is. U ersamen hiermede dem Almechtigen bevelende, dat die selve lange gesondt frysse. Geschreven den 22en octobris anno 1576
Burgemeisteren schepenen und raedt der stadt Arnhem.


Nummer 36

Unnser frunndtlich gruss und wass wir liebs und guts vermugen zuvor ersam fursichtige und weise insonders gunstige liebe frunndt, wass die erbarn van Lubeck unsere besonder gute frunndt sampt anderen der erbarn Hansestatt abgesandten van jungstem Lubichen gehaltenen Hansetag, wegenn der van Nevel Hahn betrangten iemerlichen und beschwerlichenn ubersalss das Mescoweittens an unss schrifftlich gelangt. Das haben edele ersamen weischen wirden 15 jungst abgelauffnen monats septembris, mit eigner botschafft schriftlick uberschickt unnd dauff derselbiger erclehrung begertt. Dieweil nu edele ersamen weischen die begertte erclehrung noch bisdahr nit gethan sonnder dem butten allein ein flucht recepisse widder geben und gedachte unsere frunnde van Lubeck bei uns darumb ferner angehalten haben wir nit under lasenn sollen edele ersamne weischen nochmalen

36.2
darumb zuer suchen freundtlich begerende edele ersamen weischen wollenn numehe was sie zuthun, und ob sie daselbig auf Lubeck ader aber hinher zuschuben gemeindt ums bei zeigern endtlich vermeden damit wir unnsern freunden vann Lubeck dessenn verstendigen mugen dann wir dan betrangtenn van Nevell inn masen zu Lubeck christlick bedacht die hilfliche handt in diesem irem hohe beschwarlichenn obligen und betrangnuss der gepur nach mit zutheilen, unnd inen die funff sachiche contribution die nach unnserm anschlag 500 daler ertragt auff Lubeck realiter zu verschaffenn geneigt sein versehen uns gantzlich edele ersamen weitschen mit den bedrangten auch ein christlich mittleiden haben, und die selbe nit zumal trostloss lassen, sonnder inen noch irem vermogen etwas steuren werdenn daran thun edele ersamen weischen ein gutheruhig

36.3
christlich werck u welchs Gott wo nitt sie in ienem leben doch reichlich belehvenn wirdt. Unnd thun die selbe damit dem Almechtiger zu geluckseligenn wolstandt befehlenn. Gegebenn am 2en novembris etc. 1576.
Burgermeister und rats des Heiligen Reichs statt Coln.


Nummer 37

Copia

Wilhem graff zum Berch ende freiher zu Boxmher und Bilant heer zu Hedell Homoit Haips Wisch und Spalbeck bannerher des furstenthumbs Geldrenn etc.

Unsern gunstigen grus zu allen geneigtenn willen zuvor edle eherentfeste hochgelertte und wolwiese insunders lieben frundenn. Demnach wir in ungezweiffelter erfharung kommen das vonn wegen der bannerheren ritterschafft gros und cleine steden alss presentirende der gemeine landtschafft des furstendumbs Geldernn etc ein universall lanthtag zu berathschlagung unnd consultation aller sacken die (doorh.: hier) zur pacification rhuw und einigkeit des landes sollen mogen geraden, aussgeschreben und auff ehehrstkommende mithwoch wilcher sein wirt der 7 novembris deses lauffenden monatz binnen Nijmmegen soll gehaltenn werdenn. So wunschen wir euch auss gants getreuwer affettion, so wir billich als ein bannerher und glitt des furstendumbs Geldernn etc. In wolfarts des gemeinen vatterlandes tragen zu solchen christlichen vorhabent vill heils und eynen gutten aussgang.
Dwiell dann einen iedren woll belwust wilchermassen wir nhumehr ein raume zeit weder Gott recht oder einige billigkeit auss den unsernn vertreben und aber itzo der

37.2
gemeinen landtschafft des furstendombs Geldern heimgestalt und zu discerniren gecommittert wurden was zur enigkeit und rhuwelicher leben soll mugen gereichen. Alss stehenn wir in par zuverlessiger haffnung, die gemeine landtschafft wirt solschs erwegenn zu gemuth fhurenn, und entlich alle sachen dahin schliessen und derigiren das wir eimhall wederumb bei unser alter gerechtigkeitten komen und einieder zu das seinen muge verholffenn werden, auch darein ohne lengere perturbation beschutztt und gehanthabett werden, insunderheit zu steuren und zuverhinderen das nhun hinfurter die unbefugte officiren unser dominien unnd inkunfften es werhe hindersteudigen oder itzo auftehouden nicht muchten forderen oder einboren lassen.
Das woll sich voir Gott nicht anders gepuren unnd wirt gemeiner landtschafft zur rhuw und einigkeit gereichen, wir thun uns auch solchs (neben gotlicher empfhelung und aller geburlicher erpietung) geuthlick zuverhaffen. Datum etc am 2 novembris etc anno etc 76.
Underteikent eure guede frunt Willem, grave zu dem Berghe. Dopschrifft was, Denn edlenn ehrentvesten, hoichgelerttenn und wolwiesen unseren insunders gutten frunden allen gedeputierden, so wegen gemeiner landtschafft des furstenthumbs Geldernn etc auff anstehendenn lanthtag zu Nijmmegen compariren werden.


Nummer 38

Gilles van Berlaymont vrij- ende baennerher tot Hierges, her tot Haulteroche, Peruwez etc, stadtholder.

Ersame ende voirsichtige lieve besunder. Het is u genoech bewust, mit soe cleynen garnisoen wij de stadt Elborch tot noch toe hebben laten bezwaren, daer wij nochtans de selve stadt als wesende frontiere wel hadden mogen mit grooter garnisoen belasten. Hebbende oick tzedert zoe veel gedaen dat de sleutels van de poirten der selver stadt in uwe handen gerestitueert zijn geweest, mit goeden wille ende voirnhemen voir u noch te doen, al tgundt wij tuwen ontlasting ende welvaert bevinden sullen te behooren vastellen betrouwende dat in tijt ende wijlen ghij des geerne sult erkennen. Ende het zij nu dat overmitz de groote benautheyt ende mangel van gelde daerinne wij ons ervinden, wij egheen remedie ter werelt kunnen bedencken om den knechten vander Elborch leenungh te beschaffen, ten waer ghij van uwen wegen daerinne tbeste wildet doen, op dat de voirseide knechten van honger ende commer nyet en vergaen. Gelanght derhalven onsen ernsten begeeren ende versueken aen u dat in erkentenisse van tghundt voirseid is, ghij eenich middel voirwenden willet om de voirseide knechten voir ettlicher corte dagen te proviteren tzij mit leenning oft mitz hen gevende den cost totter tijt wij vertroosting ende gelt vander Hove bekhommen sullen, twelck wij van ver te ver zijn verwachtende. Ende des en wilt in gheenen gebreke blijven, ende sullent tgene u in andere zaken kompenseren laten. U hiermede den Almachtigen bevelende, Dathum Arnhem den derden novembruis 1576.
Gilles van Berlaymont.


Nummer 39

Ersame und frome voorsichtige gonstige mitbrueders ende guede vrunde. Als
wij desen avendt tApeldoern zijn gecamen hebben wij uuyt handen des weivels Jacob van Biest ontfangen een missive van onsen genediche heere den stadtholder waer van wij u ersamen copie (doorh.: onleesb.) in desen verwaert toeschicken inhaldende dat wij den knechten solden lenonge doin ader die kost geven, twelck onss nyet wenich verwondert. Daerom hebben wij die principael missive mede nhae Arnhem genhaemen in menonge zijn genediche hier van twillen spreken und an toe halden inden mogelicken dat wij van sodanen beswerenisse moegen verlaeten blijven. U ersamen moegen middeler tijt die soldaeten mit guetlicken antwoordt affsetten wess wij weder thuys commen doende u ersamen hier mede in schuts und scherm des Almechtigen bevelen, die dselve lange in gesontheit behoude. Datum tApeldoern den 4en novembris 1576.

U eersamen mitbrueders ende guede vrunde,
Dibbolt Feijt, Derrick B[a]eck,
Durch muntelick beveel van dselve
Bij mij J. van Lengell, secretaris Elburgensis


Nummer 40

Copie.

Gilles de Barlaymont, vrij- ende bannerheer tot Hirges, heer tot Haulteroche, Peruwez etc stadtholder.

Ersame ende voorsichtige lyeve bijzondere. Het iss u genoech bewust mit hoe cleine garnisoin wij die stadt Elborch tot nochtoe hebben laeten bezwaeren, daer wij nochtans dselve stadt als wesende frontier well hadden moegen met groter garnisoin belasten. Hebbende oeck tzedert zoe voel gedaen dat die sluetels vande poirten derselver stadt in uwe handen gerestitueert zin gewest mit gueden wille ende voirnemen voir u noch toe doin all tgundt wij tuwer ontlastonghe end welvaert bevinden sullen te behoeren. Vastelick betrouwende dat in tijt ende wijlen ghij des geerne sult erkennen.

Ende het zij nu dat overmitz die grote benautheit ende mangell van gelde daerinne wij ons ervinden wij egeen remedie ter werelt kunnen bedencken om den knechte vander Elborch lenonge te beschaffen ten waere ghij van uwen wege daerinnne tbeste wildet doin op dat die voirsseide knechten van honger ende commer nyet en vergaen. Gelanget derhalven onsen ernsten begeren ende versuecken an u dat in erkentenisse van tgundt vorsseid is ghij ennich middell voirwenden willen om die vorsseide knechten voir erlicke corte daegen te proviteren tzij met lenonge ofte mitz hen gevende die kost totter tijt wij vertroestinge ende gelt vanden Hove bekhommen sullen twelck wij van ure te ure zijn verwachtende. End des en wilt in ghenen gebreke blijven end sullent tegens u in andere saken recompenseren laeten. U hyermede den Almechtigen bevelende. Datum Arnhem den 3en novembris 1576, zijnde onderteickent,
Gilles van Barlaymondt.

Linksboven staat:
Dopschrift.
Dem ersamen ende voirsichtigen gunstigen lieven bijsonderen burgemeisteren schepenen end raedt der stadt Elburch.


Nummer 41

Ersame wijse end vuersichtighe gunstige guede vrunden. U ersamen bryeff is dato den 27en itzges maendts, belangende die knechten hebben wij ontfangen. Ende soe wij niet eyntlich onsen genedichen heren stadtholder en weten te bekhoemen oft waer sine genade zinnen hebben wij desen boeden niet voert laten ghaen, den soe wanneer wij sinne genade te vinden weten sullen (doorh.: wij) sine genade onder anderen mede u ersamen schrijven ende begerent mede anlangen. Hiermede u ersamen in schutz ende scherm des Almechtigen bevelende. Geschreven den 29en novembris anno 76.
Burgermeisteren schepenen ende raedt der stadt Arnhem.


Nummer 42

Ersaeme und fromme bijsondere gunstige mitbrueders ende guede vrunden, wij willen uwer eersamen nyet verbergen, dat desen namiddach bij onsen genedichen heere den stadtholder hefft voorguedt an toe zyen dat die soldaeten bynnen der Elborch mit dien van Harderwick anstont sullen van dair rucken ende herwerts an commen, wij hebben dselve langer nyet nodich avermits den vrede van wegen conincklicke majesteit ende den prins zekerlick gelieft ende gedaen is dan overmits monseigneur Billy Jaemdt den knechten bynnen Campen ende Deventer die sich mitten muetwilligen spanjaerden hebben verbonden ons nhae bijder handt liggen heeft zin genediche ons scherpelick bevalen dat wij met onse burgeren sorchvoldige wacht dach ende nacht solden halden op dat wij nyet worden verrast gelijck dye van Mastricht und Antwerpen all geschiet is, wilt derhalven mitten anderen spreken und metten borgeren dye wacht meerder dan dus lange und stercker versorgen wes wij toe huys commen end verhapen inden mogelicken morgen van hier toe vertrecken. Laedt doch hierinne geen versuimnisse geschyen bijsonder wilt guet insyen und toeversicht draegen dat dye soldaeten in oeren vertreck geen opgemaeck oft spiticheit vanden borgeren angedaen en wordt want zij alhier in dienst vandie Staeten deser landen sullen gebruickt worden doende u eersamen hiermede dem Almechtigen bevelen. Datum ilents uuyt Nijmwegen op st Lebwing dach anno 1576.
Uwer eersamen mitbroders ende guede vrunde,
Dibbelt Ffeijdt,
Dyrick Baick.

Post data.
Wilt ommers ander poorten bestellen datter nymants inder stadt van vreempt volck sye zye dan wye sye wil dye nyet en is bekent.

Ingekomen stukken, 1577

  • donderdag 05 juli 2012 13:36

Inventarisnummer: 157

Nummer 1

Unnsernn freundtlichenn gruss zuvorn ersame und fursichtige besondere liebe freunde. U fursichtigkeit werdenn sich guder massenn zuerinnern haben, wass massenn wir zu befur brung unnsers burgers Herman Hustenbarges, damit ihn das jenig; welchs ihm durch absterbenn seiner beidenn kinder Herman und Margreten bei euch, erblich erledigtt und zugefallenn ohne weitleufftigkeit gefolget werdenn mochte denn 28en juny des 74 jars an u fursichtigen geschriebenn und dieselbenn darumb fleissig erfurdert habenn.
Wann wir aber von ihm berichtet, das darauff nichts fruchtbarlichs erfolgt, unnd er also umb diese unnsere abermalig befurderung angehalten die wir ihm nicht verweygern noch absichlagenn mugenn, unnd dan dem rechtenn auch der gleichmessigenn billigkeit gemess das ein jeder worzu erberechtigt und befugt ist verholffenn werde. Demnach begern wir freundtlich u erentfesten ermeltenn unnsern burger zu zugeregter seiner verstorbener

1.2
kinder hinterlassener erbschafft und gutteren furderligst gestaltenn unnd kommen lassenn darmit er also dieser unnserer befurderung genossenn zuhabenn im werckerspurenn und befindenn mug, und leerdenn u erentfesten sich hirinn der gebur nach dermassenn geneigt und wilferig erzeigenn wie dieselben im gleichen fall (doorh.: onleesb.) denn ihren von unss zugeschehenn gern sehenn und weissenn wollen, daran geschicht dem rechten und billigkeit gemess, und wir seint solchs umb u erentfesten im gleichen zuverschuldenn, und denselben zu freundtlicher wilfahrung gantz geneigtt. Datum unther unnserm signett dem 25 januarij anno etc 1577.
Burgermeistere unnd radt der statt Lubeck.

1.3
Denn ersamenn unnd fursichtigenn hern burgermeisternn unnd radt der statt Elborch unnsernn besondernn liebenn freundenn.

Voerschrijven der stadt Lubeck dat eenen harer borgeren sijn erffgoedt binnen Elburch ten besten becoemen mach.


Nummer 2

Ersame wijse und vursichtige gunstige guede frunden. Also den gedeputierden der landtschap hoihoedich befunden ein quartier dach in jeder quartier angestalt tho werden opten 15en ietzloepende maindtz aprilis des avontz in der hoefftstatt in tho kommen, gestalt folgents dachs op sekere beschwernissen, per copiam hier bij gefueght, tho communiceren. Is unse frundtliche begeren, dat u ersamen sich opten vursseide beschwernissen, insonderheit inneminge der ruyteren inden steden, mytten oeren riepelicken bespreken, und oere gesanten onweigerlich, alle excusatien tho rugh stellende, affertigen willen omb opten vursseid dach alhier bynnen Arnhem tho erschienen, u ersamen gefuelen ende guetduncken tho verclaren, und voertz tot gemeiner wolfart tho helpen delibereren ende raitsschlagen. Daeraen sullen der landtschap ende onss sunderlingen dienst ende frundtschap doen u ersamen die der Almechtiger langh wolfaerende befinde. Gegeven den 11en dach aprilis anno domini vijftienhonderd soeven ende tsoeventich.
Burgermeisteren schepenen ende rhaett der statt Arnhem.

2.2
Den ersamen wijsen und vursichtigen burgermeisteren schepenen und rhaett der statt Elborch, unsern besunders gunstigen gueden frunden.


Nummer 3

Swaricheyden opten toekomende quartiesdach aen toe gheven ende daerop te nemen resolutie.

Ande irsten tot vermydongh der platte landen uuyterste verderffnissse te spreken, omme den ruyteren in een ieder quartier te leggen ende te verdeylen inden steden.
Te macken ordonnancie op hoy, haver ende cost waer nae die ruyteren ende burgeren sich inden steden hebben te reguleren.
Vurr die bethaelinghe vandien, den ruyteren te doen gebuerliche verseeckerheyt.
Te delibereren offt niet noedich een offte meer ende wen, op Bruissel in plaatz van West[..] te deputeren, en afftoe verdigen.
Dat oeck opt spoedelycxt prompte middelen gevonden moegen werden dattet ruytergelt in een ieder quartier tot bethalinghe ter dryer waerden opgebracht werde.
Oeck te verschaffen dat Frederik van Boyemer zeve duisent ende vijfendertig dallers der lantschap vuer een maent tijtz voer gestreckt welcke maent volnae drye weken ommegekoemen gerestitueert moegen werden mit toegesachte vereronghe oft mit hem, op een renthe te handelen vuerden tijt van een jaer, ende dat in alsulcken val tselve gestelt mogen werden, tot discretie vanden gedeputierden.


Nummer 4

Gilles van Barlaymont, banner- und vrijheer tho Hierges ende ritter und conincklicke majesteits der furstendombs Gelre und graeffschaps Zutphen stadtholder und capitein generael.

Eersaeme voorsichtige lieve bijsunderen. Durch uuytddruckelick schriftelick bevel des hoochgeboeren hooch vermoegenden fursten don Johan van Oistenrijcke, ritters vander Orden vanden Gulden Vliese, stadtholders gouverneurs und capiteyns generaels, bescheyeden wij u luyden durch der selver u luyden gesanten mit volkhommene volmacht om beneffens bannerheren und ritterschap und andere gedeputeerden volmechtigen der steden deses furstendombs Gelre und graeffschaps Zutphen den laesten dach juny deses maents des avonts binnen der stadt Nijmmeghen inne tho khommen om des anderen nementlick eersten daechs july naestkhommende mede aen to hoiren zeeckere propositie soe den selven bannerheeren ritterschap und gedeputeerden volmachtigen der steden deser furstendombs und graeffschaps voorseid voorgehalden und gedaen zall worden opt accordt und consent van etlicke opheven van penningen om tkrijchsvolck aff to dancken ende casseren diewelcke die gedeputeerde der generale staten zijne alteze geproponieert und voorgehalden hebben, nadyen zij diversche middelen gesocht ende ersocht hadden als wezende tselffde alleyn und eynich middel om daer tioe te khommen, und dat daeromme ghij luyden nyet en latet uwe gesanten to schicken maer dat

4.2
die selven ten selven daege sich aldaer ervinden laeten om mitten anderen daer op te resolveren und eene goede vruchtbaere und absolute resolutie (daer toe dus oick oire volmacht uuytdruckelick strecken zall etc) te nemen sonder vandaer tho vertrecken off wederkeren, aengemerckt dat die saecke gheen uuytstell lijden en [kan] sonder groten ondienst van zijne majesteitt ende gemeyn naedeyl und premditie van landen van herwertzovere, ende diewijle dan (uwe zijne alteze schryft) dit niet en ist excusabel off tho excuseren, soe die tegenwoordige noot sullicx gantz elick vereyscht dat terstont ende met allen vliete merckelicke gerede sommen van penningen gevonden ende opgebracht worde, hebben wij (durch ordonnancie van zijn alteze) u luyden die, oorsaecke deser versamelongh niet verhalden zullen in statt hoichstberumpter conincklicke majesteits derhalven ons gantzlick tot u luyden versihende die selve sullen mitten anderen daerinne idt beste helpen doen und sluyten volgende die meynonge van zijne majesteitt. U luyden den Almachtigen heeren bervelende. Gegeven tho Arnhem den vierden dach juny vijftienhonderd zevenenzeventig.
T. Roos.

4.3
Den eersaemen voorsichtigen onsen lieven bysunderen burgermeisteren schepenen und raeth der stadt Elborch.
Ontfangen den [..] juny 77.


Nummer 5

Alzoe ick toe meermael een eersamen rhaet mit verscheijden scrijvent heb geinterpelleert um die betalinghe vanden bewuste tween halve vatten botters, ende nyet daerop gevolght. Is nochmael mijnen gantz vruntlijck begeren u eersamen sal gelieven mij eerstdaeghs dys botter ten weijnichsten 1 halff vath te bestellen. Ick wil metter ander een tijt lanck patiente hebben.
Ick heb een jaer rhente vanden tween tot 12 karolus gulden untfangen. Uuyt Arnhem den 21en juny anno 1577.
U eersamen dienstwillige,
Frederick van Boeymer.


Nummer 6

Ersame wijse und vursichtige gunstige guede frunden. Also den ruytteren op toekomende sanct Petersdach ad vincula oer leste termijn van oer bezoldungh, tot Zutphen daer sij bescheiden, voll ende all bataelt sall werden, achtervolgende die obligatie ende assecuration oer bijder landtschap gegeven ende dessals dat ruyttergelt anstont (als u ersamen bewust ende genoechsam van oeren gesanten, so opten landtdach tot Nijmegen geweest, verstanden sullen hebben) betaelt ende ferdich sullen moeten sijn, omb sich daermyt gefast tho maicken, ende den ruytteren opten angesatten dach ther plaitzen vurseid (om allen inconvenienten tho vermitden ende verderfflicken schaeden vur tho kommen) oer bethalingh tho doen, dwiele der landtschap die begerte uytstellingh der betalingh durch schryfftlicke antwordt der rytmeisteren ganslich affgeschlagen. Is unse frundtliche begeren, dat u ersamen myt alle vliet ende neersticheit daeran sijn ende beforderen willen, dat derselver erst vanden vurseide ruytter pennungen onvertichlicken opgebracht, geinnet ende tegen toekomende dinsdach, sonder ennich langer uytflucht oder vertoch, bynnen Arnhem gelevert moege werden, want bij gebreck van betalingh men den ruytteren inden ampten, steden off jurisdictien derselver daer idt mangell van betalingh velt, tot verschoenungh der goetwilliger (wie billick) gemeint ys tho schicken, omb oer betalingh selffs tho furderen., des wij liever vermij-

6.2
det saegen, und gunstlicher wolmeinungh ende getrouwer warnungh, nyet hebben willen verhalden u ersamen, die der Almechtiger langh wolfaerende behuede. Gegeven den 26en dach july anno etc zevenenzeventig.

Gedeputierden der ritterschappen ende steden des Veluwenschen quartiers, tot versier der rekeningh des ruytter gelts ende ander cleine schattingen ende stuvergelden verordent, sampt burgermeisteren schepenen ende rhaitt Arnhem.


Nummer 7

Ersame wijse und vursichtige gunstige hern und frunden. Ick seind u ersamen, achtervolgende dat bevehele mij bij Dibboldt Feyt uwer ersame mederaetzfrundt gedaen, die verhandlungh vander lester landtdachfart tot Nijmegen, soe well wij daer van hebben, daer bij den versochten eedt bij die eerste stucken onder lid A tho befinden, und belangende die missive aen den richter int Oldebroeck (doorh.: Nyebroeck), kan ick u ersamen nyet verhalden, dat gheen missive aen den vurseide richter int Oldebroeck verordent geschreven tho werden, dan is in eure patenten onder den naem van ritterschappen ende stedefrunden deses Arnhemschen quartiers aen den scholten van Averveluwen, mede ein bevehell geschiet aen den richter obgemelt, dat hij die bevehelen vanden drost van Averveluwen in deser tijt, int baden der huysluyden tot dienst der landtschap, nhakommen ende achtervolgen sall. Oock seind ick u ersamen, oerer begerten nha, die verhandlungh van desen verledenen quartier dach, hebbe hier neffens gedachten burgermeister Dibboldt Feyt, als sijn lieve bewust vur tween off (doorh.: andeh) anderhalff jaeren ongeferlich vier copien van schryfften, daer deser mail bij der landtschap communicatie op gevallen, gele[ve]rt (doornh.: aen) aen Thoms Huygen huys, daer aen allet mijnes bedunckens waell vur 1 carolus gulden verdient, doch will op em halven gulden tegen der ersamer statt van Elburch nyet sien, stellende tselve tot (doorh.: toe) uwer ersamen discretie daer van tho doen, dat den selven gueduncken sall, und der billicheit geniess. U ersamen dem Almechtigen hier mede in glucksaliger wolfart tho gefristen bevehelen. Gegeven den 6 octobris anno 1577.
Uwer ersamen alteit dienstwilliger
John Albert secr.

7.2
Den ersamen wijsen ende vursichtigen burgermeistern schepenen ende rhaett der statt Elburch mijnen vilgunstigen hern ende frunden.


Nummer 8

Ersame wijse und vuersichtige gunstige guede vrunden. Alsoe den 10en octobris verscheiden bryeven vanden heren staten unser erffnederlanden gedeputierden der bannerheren, ritterschappen ende steden dessen furstendombs itz binnen Venloe versamlet alss ock tusschen den heren vanden Horst ende fryheren Sol Wijler hinweder geschreven end angekomen. Daeraen die gantsche lantschap mercklichen geleghen derhalven rijpe ende wael ernstvollige deliberatie eysshende. Gelanght demnae aen u ersamen onse zeer frundtliche begeren dat dselve onbezwaerdt sin willen, enige uwe raidtzfrunden te deputeren ende sich opten 20en dach itzlopende maendtz octobris des avontz alhier binnen Arnhem, onweygerlich, alle excusatien terugh stellende te vinden laten, en volgendes dachs mitten anderen aversanden vrunden die vuergenoemde bryeven te hoeren verlesen, daerop rijpelicken te communiceren ende raetslaghen, wess men hier inne ambesten tot nut ende wolfaert der lantschap zekerungh onsen personen ende guederen sal moegen uutnehmen ende sich dersaecken uittursst nae eygen ende gebueren werdt, daermen sullen der lantschap ende onss dencklich doen. U lieven die den Almechtigen lange gesondt frysse. Geschreven den 13en octobris 1577.
Burgemeisteren schepenen und raidt der stadt Arnhem.

8.2
Den ersamen wijsen und vuersichtigen burgemeisteren schepenen und raidt der stadt Elburch unsern gunstigen gueden vrunden.

Verschrijvinge der stadt van Arnhem, anno 1577.


Nummer 9

Ersame wijse und vursichtige gunstige guede frunden. Wij kunnen u ersamen onvermeldet nyet laeten, wie dat onss verscheiden brieven myt seckeren bijgefueghden articulen durch den gedeputierden deser landtschap, ietz tot Venlo zijnde, overgesandt, gedachten gedeputierden vanden generalen staten toegeschickt; daer op ore eerbare lieve ende ersame (in erwegungh der saecken hoich wichticheit) sich beschweert finden allein buyten guitduncken der landtschap, tho resolviren. Hebben demnha vur guit aengesien, dat ein generael landtdach bijden hoefftsteden ieders quartiers opten 11en ietz lopende maendts des avonts bynnen Arnhem in tho kommen beschreven sold werden. Is derhalven unse frundtliche begeren, dat u ersamen onweigerlich ennigen oeren gesanten then daege vurseid alhier tho erschienen, affertegen willen, omb volgents dachs myt den aenwesenden bannerhern offt oeren verordenten ritterschappen ende gesanten der steden deser furstendombs Gelre ende graeffschaps Zutphen inder saecken tho helpen acusiren ende resolveren, als tot dienst conincklicke majesteitts ende wolfart des gemeinenen vaderlandts ie[g]en ende gebueren werdt. Myt bevehelungh des Almechtigen. Gegeven den 1en novembris anno domini 1577.
Burgermeisteren schepenen ende rhaett der statt Arnhem.

9.2
Dem ersamen wijsen ende vursichtigen burgemeisteren schepenen ende rhaett der statt Elburch unsern gunstigen gueden frunden.

Quartiers vergaderingh wordt binnen Arnhem gelecht bide aengestembt uut guetvinden der lantschaps gedeputeerden anno 1574 en 1575.


Nummer 10

Ersame wijse und vursichtige gunstige guede frunden. Also den gesanten der hooft ende cleine steden des fustendombs Gelre ende graeffschaps Zutphen op die alhier gewesene bijkompst, uyt gewichtige oirsaecken noedich eracht, ein quartier dach in ieder quartier gehalden tho werden omme sunst doch die gelegenheit deses quartiers nu sulx hoichlich erfordert, om sich riepelick op wegen ende myddelen tho bedencken ende raithslagen, daer myt die Veluwe van beroevinge ende overvall der hoichduytschen gevriet mucht werden. Is unse frundtliche begeren, dat u ersamen alle onschult tho rugge stellende, oere gesanten affertigen willen, omb op donerdach den 19e ietz loepende monats savonts alhier bynnen Arnhem in tho kommen, myt volkommen volmacht, gestalt folgents dachs mytten anderen anwesende frunden tot wolfart des vaderlandtz tho helpen communiceren ende adviseren, und achtervolgende den lesten bij gedachten stedefrunden genhamenen affgescheit van u ersamen wegen tho resolviren opten schadeloss bryeff vor den ghenen die in lichtungh van penningen sich vur der landtschap verbundenen obligiert ende noch wijders verbinden ende obligieren moegen ther summe van twemaill hondert dusent gulden ingewillighder schattpenningen ende den selven tho overschreiven. U ersamen dem Almechtigen hier myt in schutz des Almechtigen bevehelende. Gegeven den 13en dach decembris anno domini vijftienhonderd zevenenzeventig.
Burgermeisteren schepenen ende rhaitt der statt Arnhem.

10.2
Den ersamen wijsen ende vursichtigen burgermeisteren schepenen ende rhaitt der statt Elburch unsern besunders gunstigen gueden frunden.

Verschrijvinge der stadt Arnhem over consenten anno 1577.


Nummer 11

Wolgeborne, edle ehrentveste hoichgelerte, ersame und wolwijse gunstighe guede freunde. Nachdem der ertzhertoch Mathias zu Oisterreich conincklicke majesteits zu Hispanien nach bluetsverwanten, als den gemeynen fridenn unnd wolfardt, gantz woll geneight begerich auff unsere instendige pitt den guvernament dieser Nederlanden in name der conincklicke majestett zu beschirmongh der catholissch romisch religion, anzu nhemen mit besunderen gnaden ingewillicht der eigentlicher hoffnongh, das ihre furst durch bij hoichgedachter konigliche majesteitt zu Hispanien etc und anderen christlichen potentaten das jenig was zu onterhaltongh ruhe unnd friedens in desen so jammerlich verdorbenen unnd bedruckten landen dienlich so viell dess vass und sich eilicht zu komen, unss von nothen ist, die Godtliche macht unnd hulff daer zu an zu ruffen. So haben wir vur gueth gesunden unnd derwegen bevehlich aussgehen laess dasmen in allen stetten unnd dorfferen dieser Nederlanden eyne gemeyne procession und gebett zu dem Almechtighen halten solle, mit alle gebeveliche reverentz unnd solemniteten wiemen in zeyt der noith wie

11.2
nu gegenwertich ist zu thun pfleget, unnd haben wir derhalb edelen lieven und gunstigen hiermit auch vermand wollenn zu dem einde das die selben von stondt ahn ihren an und onderhorige stetten, dorfferen und flecken des solche gemeyne procession unnd gebett mit berauw der sunden allenthalben zum fordelicxsten gehalten worden mueghe, zu screiben unnd bevelen, damyt alzoe durch solche devotion der zoen gottes inder geleght, und diese des ertzhertoghen zu Oosterreichs annemoghend des guvernaments zu besunderen ehrenn des Almechtigen unnd gnedigsten gevallen ihrer conincklicke majesteitt unnd zu troest unnd heil- samen friedt dieser landen geschehen muge. Datum Bruyssell am 26en decembris anno 1577. Onder stont gescreven, edelen lieven und gunstigen wolgeneighten die gemeyne diser Nederlanden.
Stenden unnd anderhenr myt gmeinen bevelich und willen der selber abgange, Cornelius Wellemans. Die opschrift was: Dem wolgeboren edlen ehrentvesten hoochgelerten eersamen und wijsen bannerheeren ritterschap und gemeyne steden des furstendombs

11.3
Gelre und graeffschap Zutphen unsern gunstigen guethen frunden.

Ingekomen stukken, 1575

  • donderdag 05 juli 2012 09:10

Inventarisnummer: 155

Nummer 1

Ersame wijse ende vuersichtige gunstige guede vrunden.
Alsoe die gedeputeerden der landtschap aen onsen genedigen heeren stadtholder met oer schryfften opt vlitich versouck ende anhalden dat die inwoeneren van Veluwe vanden onlijdelichen ende ondrechtlijchen overlast der moetwylliger Spanier ende hoochduytsche knechten onthefft vuerden onverwind elicken schaeden oer liden selven toegeschickt wordt (als u ersame genoichsaem (doorh.: te) ont ketert bewost moet hier toe verhaelen) beschermt mochte warden daertop oer edele lieve ende eersame den ant(doorh.:wort)woerdt bejegent waer uuyt wenych troest is toe scheppende und soe dan te besorgen dat sich die rebellen ende ongehoersamen chrijsvolx moetwyl menen und oeren getal avermits quade bethaelongh starcken solde, daer uuyt dan devastatie erwassen mochten hebben oer edele lieve ersame vuer guedt aengesien dat in ieder quartier die ridderschap ende steden een quartiersdach aengestalen sal worden om opten 26 ietzlopende maendts tsavonts inder hoffstadt (doorh.: b) in toe koemen gestalt volgents daechs aen toe hoeren tghene biden gedeputeerden vurseid in desen hoechnoetwendige saecken gedaen ende voerts toe helpen communiceren ende raedtslagen met wat wegen ende middelen men die vurseide quartieren tghene daer uuyt volgen soude muegen bejegenen.

Is demnae in naem ende van wegen der gedeputeerden vurseid onse vrundtliche begerent dat u ersame een off twe van uwe mede raedtzvrunden committeren dieselve onbeswaerdt wollen zijn (in betrachtongh deser saecken hoechwichticheyt) ten daege vurseid alhier
mede binnen Arnhem onweygerlich toe erschenen ende tot gemeyner landtschap ende waelvaert toe helpen delibereren daer aen sullen der landtschap een heer dienstlich werck doen. U ersame die der Almechtiger langh gesondt erhalden. Datum den 17 january 75.
Burgemeesteren schepenen ende raedt der stadt Arnhem.


Nummer 2

Eersame voorsichtige guede vrunden. Henrick ter Goir scholtis aldaer ter Elborch suppliceert tegenwoirdelick aen ons als ghij luyden uuyt zijner hier inne verslooten supplicatie wijders to vernhemen und is demnae van wegen conincklicke majesteits to Hispanien etc onses allergenedichsten heren onse gesynnen dat ghij luyden die aengetogen verkopinge des saets zijnen voortganck gewinnen laeten gelijck als sulcx nae stadt und landtrecht eyght und gebuert. Edoch indien ghij luyden overmits eenige ergefflicke redenen vermeynen dat die verkoopinge alsoe nyet to geschien en behoirt is gelijckfals onse gesynnen dat ghij luyden (mit wederschickinge deser supplicatie) ons daervan aenstondt verstendigen ende alsulcke redenen schriftelick toekommen laeten om die bij ons gesien den suppliant daermit to moegen bejegenen ader sunst hem op zijn versoeck wes gebuert wederfaeren to laeten. Met bevelunge des Almachtigen. Geschreven to Arnhem den 20en january vijftienhonderd vijfenzeventig.
Cantzler ende raeden des conincks in Gelderlandt verordent.
T. Roos.


Nummer 3

Gilles van Berlaymont, frij- und bannerher to Hierghes, stadtholder, generael van Gelrelandt etc.

Eersame und voirsichtighe lyeve besundere. Wij hebben uwe schrijvens ontfanghen waer bij ghij begherende zijt u te willen verlichten vant krichsvolck aldaer tegenwoirdelick int garnisoen waerop wij u voer antwoirdt nyet en khunnen verhalden dat alzoe den uuytgaenden tijt nu naeckende is dat zij aldaer nyet langhe verblyven en khunnen overmits dat mense elders van doen sall hebben. Is derhalven aen u ons gnedich gesinnen ghij noch voer een geringhe tijt patientie hebt ende daermet tbeste doet und zoe voele belanghet oire leenungh salmen die selve moeghen vorderen bijden landtschrijver van Velouwen Jacop Botter die wij daervan last gegeven hebben und bevelen u hier met den Almechtighen. Datum Uterecht den 24en dach january 1575.
Gilles van Barlaymont.


Nummer 4

Achtbare, wijse unde vursichtige heren. Ick hebbe etlicke mhal verstanden, soe dat mijner husinge ter Elburch seer verdorven unde vernelet wordt durch deen dat dar een ghevangen huess der soldaten van jure erssamen aff ghemackt is ommers ten weynichsten dat juro erssamen sulkes gestaden unde tho laten unde dewijle mij dan daglicks in rekenschap van mijnen schuldenars ghebracht wart dat mij mher yha ongelicke boven mijne geleghentheit dagelicks wardet affgenomen tot den lasten unde ongelden deses tegenwordegen handels bij dat anderen (twelcke ick ock verhope dat mij tho gelegener tijt erstadet sall worden) solde ommers wel behoeven dat mijn husinghe uyt mher tot en koff den soldaten solde open stan als anderen ingesetenen burgeren dewijle ick soe sware lasten moeth draghen wolde derhalven jure erssamen geboden hebben dat jure erssamen dar enych regardt op wolden nemen, dat doch mijn husinge nyt merder mochte vernelet unde verdorven worden als anderen whoe averst nyt moeth ick des als vulemeer ander dyngen gedult hebben beth to ghelegener tijt zoude hier myt juro erssamen den Almechtigen tot selicheit bevelende. Ilents Embrick den 16 february anno 1575.
Jure erssamen gansgonstiger bekande vrundt,
Andriess van Arler.


Nummer 5

Unser freuntlich gruss zuvorn, ersame fursichtige besunder gueten frunde. Uns hatt unser burger Herman Husenberg zuerkennen geben welcher gestalt seine liebe kinder Herman und Margareta, so sich der orter beij edele ersamen sie bevorn verhalten van dieser welts verfarn zu welcherre nachlasste er als vater der nechste gezeugen worden die weil er nun umb solch verlastenn erbgutt an sich zubringen und zuerfurdern der orter eurn volmechtigen verordnett hatt er uns umb mherer befurderung willen zu der behof diese unsere abermalige furschrifften an edele ersamen mitzuteilen dienstlich ersieht und angelant die wir zue dann als unseren burger den wir zu dem seinen darzu er rechtswegen beflugt gern verhelfen segen nicht haben zuvorweigeren gewust. Ist demnach unser freuntlich bet

5.2
edele ersamen wolten gedachtes unsers burgers volmechtigen auf sein ansuchen, alle guete hilf und befurderung erzeigen, damitt er solch verlassten erbschafften, wes dessen sein muge en solden weitbuffighkeit und verhinderung schleunig erlangenn, und in deine dieser unser intercahsion beij edele ersamen fruchtbarlich genossten zu holen im werck empfinden und sich solches zu rhumen halen muge, dasstellig ist dem rechten und billigkeitt genies und wir seints unb edele ersamen hinwider freuntlich zuverschulden wol geneigt. Datum unter unsernn stadt signett den 9 marty anno 1575.
Burgermeister und radt der stadt Lubeck.


Nummer 6

Gilles van Barlaymont, frij- und bannerheere to Hierges, stadthouder ende capteyn generael over Hollandt, Utrecht.

Ersame ende voirsichtige lieve besundere, wij hebben ontfanghen uwen brieff vanden 22e deses maendts ende daer uyt vernoemen in wat benautheyt den drost Bentinck ende ghij luiden siet om te becommen wort aen die leenpenningen voer den soldaten aldaer tot Elburg in guarnisoen seinde noedich; waer op wij u ter wederantwordt nyet moegen verhalden dat wij voernhemens inwendich twe offt drie dagen ons tot Arnhem tergeven und aldaer die saecke van die verpandongen van conincklicke majesteits domeinen te doen ilen und ordre stellen daer mit genante knechten volgens hur leengelt gelevert worde, soe wij ietz daer toe ter werrelt geven anderen raedt en weten dan vande penninghen van sulcke verpandinghen procederende volgende dordonnantie bij sine excellencie die vande reckenkamer daer op gegeven. Sall daer omme nodich wezen dat den drost Bentinck voorseid middel vinde te becommen soe wel gelts daer mit die voorseide soldaten voet acht off negen dagen sich sullen moegen onderhalden twelck wij hem tegenwoirdich

6.2
schriven, und soe baldt wij die gelegentheyt als voorseid is hebben sullen aldaer eninch gelt to schicken, sullen wij onsen vorige toesegge nae die lege hopman und vendrich mitten quartiermeister van daer doen rucken und u daer van verlichten. Widers schicken wij u volgende u begeren bij brenger van desen een tonne buissencruits wegende twe hondert ende tsestich ponden. Und bevelende hier mit dem Almechtigen. Datum Utrecht den 26e marty 1575.
Gilles van Barlaymont.


Nummer 7

Erentfeste ersame ende voorsichtige insunder guede heeren ende vrunden. Uuyt tghoene mijn genedige heere stadthouder tegenwoordich schrijfft aenden drost Bentinck belangende die leenpennongen daer van ick u luyden hyer inne verwaert schick copie volgen der selver begeren ende oick uuyt tinhouden van sijner genedige missive aen u luyden haldende hebben die selve op alles te vernhemen die resolutie in dese saicke genomen derhalven ick daer van nyet vorder en soll weten te schrijven den alse ick nyet en twijffel dat tonser aencompste taernhen sijn genedige ordre sal stellen daer mit die [sol]daten ellick guet toegeschickt worden sall, wil ick alsdan zegen gerne die handt daer aen halden dat u luyden vande lege hopman vendrich ende oick de quartiermeister volgens sijne (doorh.: gene) genedige gedane toesage verlicht worden moegen hebbende algereetsn bernbeydet dat u luyden bij brenger deses toegeschikt worden tweehonderd ende zestig tonnen bussencruyts ende om die selve u luyden in sunst anderen saicken to dienst ende gevalle to zijn hebben mij die selve stetz willich ende bereyt dat kenne der Almechtiger die u [luyden] wil sparen in lange gesontheyt. Datum ilentz tUtrecht den 27en marty 1575.
U luyden gantz dienst[willigen] Cobessen van der Eem.


Nummer 8

Copie.
Erenthfeste manhafftighe lieve bysondere. Wij scicken u bijden drost Bentinck die somme van anderhalff hondert karolus gulden tot leeninghe der knechten aldaer, ernstelijck gesinnede ghij een tijt lanck den knechten dairmede sedighet zullen zoe balde moegelijck, noch voirder leninghe bestellen, ende wes u tot eenigher tijt dienthalven mangelen mocht zult ghij aen ons versoucken die daerinne versien zullen naer behoir, u wel expresselijck bevelende dat ghij den knechten daer thoe haldt, dat zij den borgemeisteren, scepenen unde rhaet oick den borgheren ende huysluyden daer van laeten ongemolesteert. Gedencken oick denselven die sich nu onlancx aldaer teghens den borgemeisteren, scepenen und rhaet sampt eenighe borgheren unde huysluyden zou moetwillich om die leenonghe geboedert, ende sich vernemen laeten daer voir aen te sien unde te doen straffen.

Verstaen oick dat alhoewel wij hyer bevorens geschreven ende bevolen, dat ghij den veltwijvel Claas van Waegeninge liggende tot Hattum van daer bynnen Elborch holt vorderen, ende wederom in zijn plaetz seynden Cristofffel van Hal, dat ghij nochtans sulcx nyet en hebt gedaen unde geaffectueert, dat wij ons nyet genoch en kunnen verwonderen, bevelen u daeromme nochmael aenstont sulcx tho achtervolgen offt andersyns zullen wij weten, wes wij tegens u als aen ongehoirsaemen hebben voit te nemen. Uuyt Arnhem dem 1e may anno 1575.


Nummer 9

Gilles van Barlaymont, banner ende vrijheer to Hierges, her to Haulteroche, Peruwez etc. ritter ende conincklicke majesteits der furstendomb Gelre und graeffschap Zutphen etc. Stadtholder ende capiteyn generael.

Eersame voorsichtighe lieve bisundere. Wij luyden zijn ongetwijffelt noch guedes gedenckes der ordonnancien durch ordonnancie und van weghen onses allergenedichsten heeren des conincks inden jaere vijftienhondert drie enzeventig den 19en marty opgericht belangende id maecken uuytrusten und bestellen und oock voort id onderhalden der Gelderscher Veluwescher galeyen tot effectuerongh ader volbrengongh welcker ordonnancie etc die penningen opter Veluwen geset ende betaelt ende voorts bij Willemen Bentinck rentmeister opter selver Veluwen ontfanghen und bijden zelven Bentinck (durch ordonnancie etc) uuytgericht und betaelt sollen worden etc. Und diewijle nu zulcx alzoe geschiet ader geschiet to zijn behoirde und wij nu hebben doen bij commissarissen hoiren ende visiteren die rekeninghen des voorgenoemde Willems Bentincks ende mede gesien alle verificatien quitancien schrijven bescheyt van zijnen ontfangen ende uuytgeven mit oock oirdentlicke opteyckeninge van tgoene watmen noch ter cause der selver galeyen ende onderholts van die als capiteyns soldaeten schipperen etc schuldich ende ten achteren is, welckes noodich und oock

9.2
billick is betaelt te werden bedraegende noch ter somme van twe duysent vierhondert ende vierundtwintich karolus gulden van twintich goede stuvers tstuck ende achte der selver stuvers in welcke somme die stadt Elborch geset ende getaxeert is opte somme van hondert en vier libra zeventien stuvers und diewijle nu wij daegelicx bijden voorseide capiteyn mit oock anderen crediteuren daeromme zeer naegelopen gefordert ende gemolesteert worden. So ist dat van hoochstgedachter conincklicke majesteits weghen wij mit gantzen ernst u luyden ordonneren und bevelen dat ghij luyden die zelve somme van hondert en vier libra zeventien stuvers aenstondt inde voorseide stadt verdeylen uuytsetten forderen manen bueren und eyntelick ten alleclampsten bynnen drie maenden nae ontfanck deses gantz alinck und geheel sonder eenigen mangel ader gebreke in handes dickgemeltes rentmeisters leveren und betaelen doet daermit hij voorts die guede luyden betaelen und eyntelick zijne rekeninge sluyten und oock wij u eineres naelopens und claegens entledicht worden moghen, dess versien van hoochstberumpter coninclicke majesteits weghen wij ons alzoe tot u und bevelen u dem Almachtighen. Gegeven to Arnhem den 16en dach may vijftienhonderd vijfenzeventig.
Gilles van Barlaymont.


Nummer 10

Erentfeste eersame zeer discrete gros gunstighe heren ende goede vrunden, van mijn dienstlycke erbiedonghe tuwer luyden und eersamen sende dselve hyer bijgevoeght den brieff daer bij u luyden und eersamen mij voer drie jaeren verscreven hebben een jaerlixc pensioen van een halff vat boteren tsiaers, ende zoe nu die drie jaeren geexpireert zijn, begeer te weten offt u luyden und eersamen dselve pensioen gemeynt zolden zijn te continueren alsnoch den tijt van drie jaeren nae dato deses oft nyet. Soe verre u luyden und eersamen tselve geliefft, moeghen ordonneren den secretaris die woerden onder den pensioen brieff gestelt te onderteyckenen ende mij dselve wederom senden. Ick wil mij tegens u luyden und eersamen der gestalt ertzeyghen ende halden dat dselve mijns moegelijcken diensts en goeden [benogen] draeghen zullen, kenne Godt die u luyden und eersamen in zijn schutz ende scherm lange erhalden und gefristhen wil. Uuyt Putten den 3en juny anno 1572.
U luyden und eersamen dienstwillighe,
Frederik van Boeymer.


Nummer 11

Gilles van Berlaymont, frij- ende baenreheer tot Hyerges, stathouder ende capiteyn generael over Gelderlant etc.

Eersaeme lieve besundere. Wij hebben ontfanghen uwe missive ende dinhouden van dyen wel verstaen, ende aengaende van u luyden te verlichten vande crijchsluyden aldaer liggende, tselve en heeft soe haest niet moeghen gheschieden , maer en sal nyet laeten metten eersten daerinne to versiene oft ten minsten u te berichten vanden leeghen hopman, vendrich ende quartiermeister hebbende bevolen ende geordineert wel scherpelycken den bevelhebberen dat zijer hun wachten den huysman oft lantluyden te misdoene oft schatten oft anderssins, soude bedwonghen tzijn met ander middelen daerinne te versiene, ende sal den drost ordonnancie buiden omme ghoet te ontfanghen totte leeninghe voorde voorseide knechten bij onsen secretaris Botterman tot Arnhem. Eersaeme lieve besundere onse heer God zij met u. Uuyt Utrecht den 9en juny 1575.
Gilles van Berlaymont.


Nummer 12

Copie.
Gilles van Barlaymont, vrij- ende bannerheer tot Hierges, stadtholder ende capiteyn generael aver Hollant Gelderlant Overissel etc.

Lyeve bysonder, wij verhoeren dachelicx grote clachten hoe dat die soldaeten binnen Elburgh dye arme (doorh.: onleesb.) lantluyden beraeven ende andere overldaet pleegen, nyet jegenstaende ghij luyden ontfanckt guede lenonghe ende ghij luyden u beroempt nyet te staene onder onse maer onder onsen brueder. Wij hebben u well willen dese schriven ende well ernstelicken bevelen dat ghij luyden siet sulcx nyet meher toe pleegen offte wij sullen u thoenen dat wij u overste zin. Dye twee gevangens gheusen sult ghij (doorh.: doen) leveren in handen vanden drost omme daermede toe doene zulcx wij hem geordonneert hebben. Lyeve bysonder onse heere God zij met u. Uuit Utrecht den 9 juny 1575 onderteickent,
Gilles van Barlaymont.

Bijschrift: Wij Gerrit Pass van des graeven van Megens averste veenlijn vaendrich in zijnen affwesent anden beveelhebberen.


Nummer 13

Ersame voersichtige bysondere gude frunden. U ersamen iss ahn twuivell noch indachtich vande vijftich malder roggen die u ersamen van mij gecofft hebben dair aen alle betalonge affgetagen (doorh.: mij) ick noch ten achteren sijn 47 carolus gulden 5 stuvers dwelcke restierenden pennongen u ersamen omtrent anderhalff iaer geleden mij te betalen gelaefft hebben. Soo doch sulx niet geschiet iss, heb ick mij uw langh geleden ende soe ick uw zeer hardt om betalonge gevordert worde, iss mijn begeren u ersamen dieselve restierende pennongen gereedt willen hebben tegens den aenstaenden pachtdach. Midtz u ersamen in schutz dess Almechtigen bevelende. Datum Arnhem den 28en juny vijftienhonderd vijfenzeventig.
U ersamen dienstwillige,
Oswaldt van Hetterscheyt.


Nummer 14

Gilles van Barlaymont, banner- und frijheer tho Hyerges, heer tho (doorh.: Hyrges) Haulteroche, Peruwez etc. conincklicke majesteits der furstendombs Gelre und graeffschaps Zutphen etc stadtholder und capiteyn generael.

Eersaeme voorsichtighe lieve besundere. Alzoe ons van wegen der erentfesten ende fromer Diedericks van Plettenborchund Johans van Gendt, to kennen gegeven is worden woe dat zij bij die twintich jaeren gefordert hebben gehadt omb tho becommen oire aenpaert umde naegelaeten guederen zaliger Martens van Rossum is zijnen lieven heeren tot Puderoijen etc tegens die mede erentfeste und frome Johan van Rossum sumpt die van Isendoren mit oiren adherenten waer op verscheyden oirdelen und sententien als oock claringhen aen Engelanderholt, wezende id hoochste furstelicke gericht op Veluwen gepronunchieert und daer op gebuerlicke exercitien gefolcht und dat nu die voorsseide adversanten van Isendoren cum suis allerley datelicke handelinge (als zij supplianten bij oire supplicatie to kennen gegeven) tegens alzulcke exercitie als bijden richter van Arnhem und in Veluwenzoom Pilgrum vande Gruythuis gedaen waere, voorgewant hadden als nyet alleene pantkeringe gedaen tegen den overpander und dat zoe wael op Veluwen als in Veluwenzoom maer oick die ossen uuyt der weijden to drijven, den beesten die starten und hesschen aff tho houwen daer uuyt dan zoe zij oick segghen deden allerley und meer inconvenienten als in landen van justicie nyet behoirende

14.2
gestadet tho worden, tusschen ytgyen zollen erwasschen , verzoeckende und biddende, dat wij in statt hoochstberumpter conincklicke majesteit aenden voorsseide hogen gerichte van Engellanderholt eenen stadtholder in plaetze onser um perthyen recht to administreren verordenen und beneffens dem eenen claerdach aldaer beteyckenen wollen. Als wij gedaen und voer eerst (soe wij in wichtighen zijner majesteits krijchsaecken onledich zijnde) selfs persoonen den dach villicht nyet zullen kunnen waernhemen tot onsen stadtholder verordent hebben onsen liven bisunderen meister Willem van Gendt, raedt zijner majesteits ende den dach aen Engelanderholt beteyckent den zoeventhienden octobris naestkhommende, om alsdan des morgens vroech tho beghinnen hebbende oick mede den drosten van Over- ende Neder- Veluwen unde richter to Arnhem schriftelicken geordonneert den zelven behoirlicker und gebruyckelicker wijss tho doen verkundighen. Is demnae dat van hoochstberumpter conincklicke majesteits wegen ( die wijle wij alsdan zoe mede voorsseide zaecken als oick andere die alnoch voorfallen zullen tho procederen und voorts to faenen gemeynt) wij u luyden durch der selver gedeputeerden nae alder gewoente bescheyden den voorsseide zoeventhienden dach octobris naestkhommende ter gueder tijt aen Engelanderholt ter gewoentlicke plaetsen te khommen om mede beneffens die andere gedeputeerde der ritterschap ende steeden die bancke tho helpen spannen trecht tho becleden oire stemme tho gheven und

14.3
verner allet to doen woe den zulcx behoirt ende gebruycklicken is, sonder des enichsins tho zijn in gebreecke, des versien van hoichstberumpter conincklicke majesteits wegen wij ons alzoe tot u luyden mit bevelonghe des Almachtighen. Gegeven tho Arnhem den 7en dach july vijftienhonderd vijfenzeventig.
T. Roos.


Nummer 15

Ehrnveste fursichtige liebe und guete freundt, euirer schreijben an mich gefan der datum den
irsten septembris hab ich den 5 empfangen, seines inhalts gnugsam vernomen, und gib euch
hierauff zuvernemen dass mein genedige here und vurster zuver ins excolenz van ietzigem
heer genedige verreissen mit ernstlichen und sach verbatten tsein deurff oder brandt auff den
eine zu passieren zu lassen, dieweil ich dan solches mitt ahn meiner macht ir auch erkhennen
mugen und [..ren] meinen freundt lihen willen so veer diss men meinung dass die statt
Elburgh an ir excellencie den gubernator maior supplicierten und erlaubniss auss machte
brengen, das ich mich notturfftiglich deurff und brandt moge zukhomen lassen, soll alss dan an meinere gueten willen nit manglen, [.]unsten bin ich euch jeder zait zu allen gueten freundt lihen willen wel genaigte nhu euch und unss hillig hiemit in shutz und scherm dass Allmechtigen bevelhende. Datum Campen den 3e septembris anno 75.

Hans Caspar von Ifortt.


Nummer 16

Erentfeste, ersame, wijse ind vursichtige besondere gunstige vrunden. Ick laet uwe ersamen guetlick weeten, woe dat ick van weegen conincklicke majesteit onses allergenedichsten heeren op maenendach nemptlick den 3en deeses toecomende maendts octobris tot Doirnspijck eerst aen tot gerichte sitten sall smorgens tot acht uren bij climmender sonnen, end soe voirtaen indie vier naevolgende bancken van die Averveluwe nae alder gewoenten. Is demnae van weegen hoichgedachter conincklicke majesteit mijn guetlick gesinnen, dat uwe ersamen eene van uwe raedtsvrunden alsdan toe guedere tijdt inden voorscreven bancken schicken willen woe in verleden jaeren bij den landtschap verdraegen ind verordent is, twelck ick uwe ersamen nyet heb willen verhalden, om sich daernae te moegen richten, soe ick mij des tot uwe ersamen versihe.
Erentfeste, ersame, wijse ind vursichtige besondere gunstige vrunden, onse heere Godt sij met u. Geschreven tot Elborch den 14en septembris vijftienhonderd vijfenzeventig.
U luyden goetgunstygher vrundt,
Henryck Bentyncks,
Drost van Averveluwen


Nummer 17

Ersame wijse ind vuersichtighe gunstighe guede vrunden. Wij khunnen u ersamen niet langen wie dat die ersamen van Nijmegen uuyt toeschrijven ende beveel vanden hoechwijsen heren cantzler ende raeden des officieren ethliche vande ritterschappen ende steden der landtschap enen dach aengestempt omb opten 25 itziges maendts septembris alhier binnen Arnhem in toe (doorh.: onleesb.) khoemen gestalt, volgentt daechs een missive biden durchluchtigen hoechvermoegende fursten ende heeren gouvendador maior, gouverneur generael aver conincklicke majesteits erffnederlanden, aender landtschap geschreven, (durch waelgedachten heeren cantzler ende raeden oer ersamen toegelaten toe sien erapenen. Iss demnae onse vrundtliche begerens dat u ersamen oere gesanten wyllen affertigen omb ten daeghe vursseid opten (doorh.: onleesb.) erapenongh vurgenoempt toe erschienen, ende tbeste tot gemeynen waelfaert toe wyllen helpen vuerwenden daeraen sullen wael doen u ersamen die der Almechtiger lange gesondt erholden. Gegheven den 20en septembris anno 1575.
Burgemeisteren schepenen ind raedt der stadt Arnhem.


Nummer 18

Gilles van Berlaymont, frij- und bannerheer tot Hierges, heer tot Haulteroche und Peruwez, statholder.

Ersaeme und voersichtige lieve besunderen. Soe wij oever lang al hadden verhoopt uns toe Arnhem toe erfuegen, om tot die leninge der knechten aldaer, und in anderen dingen ordnung te stellen. Wes, vermitz unse lijffszwackheit, die sich continuiert, noch nyet soe balde kan geschieden, uund das te moegen vermieden, dat die voirseide knechten durch gebruck van leeninge nyet uuyt opten huysman loopen groote moetwil und schaed aenrichtende,hebben derhalven aen die erentfester und vroomer Henrick Bentinck drost van Overveluwen geschreven, myt u und die van Hattum und idt dorp Heer, Doerspieck und Oldenbrouck, te oever sich myt malckanderen voer een tijt lanck die voirseide knechten leeninge te verschaffen. Begerende it u daer mede inlaet unnd daertoe verstaen als meest wesende tot uwen oirber unnd uuyt uns deses alsoe tot u vertroestende, wij bevelen des Almechtigen. Datum Utrecht den 25en octobris 1575.
Gilles van Barlaymont.


Nummer 19

Gilles van Berlaymont, frij- und bannerheer tot Hierges, heer tot Haulterocht und Peruwez, statholder.

Ersaeme und voersichtige besunders goede vrunden. Wij verstaen uuyt des bischoppen toe Deventers bhrievent, in welcker onverledicheit die knechten int kloester aldaer huis halden. Daer van wij uns nyet weinich befreenen, und gy dan selver welt die optie, dat cloester in bescherm und saulvegardie genoomen. Dienthalven wij u oeck geschreven, sult gij nyet onderlaeten, daer aen myt flit te dencken ordenung te stellen, dat idt cloester nyet langer myt sulcke moetwilligen wort gelogiert averst uns die van daer nheme und up een ander legge, op dat oeck des te beter Godtz dienst bijden conventuaelen wort gedaen und geexerciert. Hier inne alsoe levende wij des geen wiedere klaegens verneemen, woe wij uns deintlich tot u verlaeten mitz empfelung des Almechtigen. Datum Utrecht den 26en octobris 1575.
Gilles van Barlaymont.


Nummer 20

Eersame bisundere guede vrunden. Alzoe nyettegenstaende diversche placcaten bij zijne majesteit etlicke jaeren herwaertz ende noch dese voirleden soemer gepubliceert om gheen gemeenschap noch handel van coopmanschap noch anderssins te hebben mitten wederwertigen van zijne majesteit, als die van Hollandt etc, als oick bij onsen vrienden is dato den 29en augusti laetstleden uwen eersamen van hoichstberumpter conincklicke majesteits wegen bevolen is geweest goede toeversicht te nemen op id ghoene wat passeren solde id canael tusschen Enckhuysen und Staverden inder Zuyderzee hoedaenig tselve waere und tselve nyet to laeten passeren maer voor prijs te halden ende indien zwaricheyt daerop viele tselve te reserveren ader aengeven aen mij cantzler als dyen speciale comissie dienthalven gegeven ende die erkentenisse vanden toegestelt is. Soe ist nochtans dat wij ondericht zijn dat daechelicx aldaer ter Elborch veele dyergelijcke waeren die nootsaeckelick uuyt Hollandt vanden eylanden aenkommen, sonder becroen gepasseert ende elders getransporteert worden sonder daerop regardt to nemen off dieselve prijss te maecken, contrarie verbot van zijne majesteit, twelck wij presumeren nyet dan durch simulatie ende oichluyckinge van uwen eersamen ende den officier ende scholtis aldaer Henrick de Ghoer (die daermit zijnen conincklicke majesteit to kort doen ende indien gefalle nyet als een getrouwe officier wandelen noch handelen solle) te kunnen geschien, streckende tot naedeel van zijne majesteit. Weshalven wij u eersamen van wegen der selver majesteits welhebben willen ordonneren in cracht deses ons aenstondt over to schrijven een volkommen claer ende waer bericht wat vander saecken zije ende off oick die waeren uuyt Hollandt kommende aldaer worden aengehalden, off ter contrarien dat zij (als ons voor zeker ende waerachtich aengegeven is) gestadet ende toegelaeten wordden te passeren uwen eersamen enen wael ordonnerende den voorseide Henricken die Ghoer scholtis hier van te verstendigen ende aen to seggen dat hij sijn officie beter waernheme ende daerop lette, ons doch allenthalven overschrijvende als boven om tselve verstaen hebbende voirder daerinne te versien als sulcx eyght und gebuert und men van wegen zijner majesteits schuldich is te doen. Mit bevelonge des Almachtigen. Geschreven tot Arnhem den derden novembris vijftienhonderd vijfenzeventig.
Cantzler und raeden des conincks in Gelderlandt verordent,
T. Roos.


Nummer 21

Copie.
Gilles van Barlaymont, frij- ende bannerheere tot Hirges, heere tot Halteroche etc, stadtholder.

Erentfrome lyeve bysonderen, het gelanget an u onse gesinnens ghij strackx unde angesyen sbriefz u mit die viftich knechten soe uuit Wijck gecamen erfueget indes dorp toe Maurijck, al (doorh.: onleesb.) waer ghij u mitten vorseide knechten sult erhalten tot onse wiedere ordonantye, sonder hierinne enichsins sumich oder nalatich toe wesen, soe ghij vermeint unse ongenaede toe vermijden, doende u hiermede de Almechtigen bevelen. Datum Arnhem den 13en decembris 1575, onderteickent
Gilles van Barlaymont.

Bijschrift boven: Wij Jan Wiertz quartiermeisteren, Herman Raes, vaendrich zaemdt die viftig knechten uuyt Wijck gecamen zijnde.

Bijschrift onder: Sult oeck int aftrecken u alsoe hendelen mitten huisluyden dat wij des geen clachten vernhemen.


Nummer 22

Ersame und fromme voirsichtige guetgunstige gebiedende heeren. Ick mach uwer eersamen nyet verhalden wye dat onsen genedigen heere den stadtholder heeft verordonneert dat die knechten opte huisman toe Doernspijck und Oldebroeck liggen sullen stracx angesyen sbriefz optrecken biss alhier inden Betuwe tot Maurick aldaer zij tot wider ordonanty van zin genedige verblijven zullen. De quartiermeisteren Johan Niter mitten veendrich Harman Raeven heft zin genediche verordonneert mitten zelvigen knechten biss tot Maurick tsullen trecken ende aldaer mitten knechten als vorseid verblijven als bij desse copie is tvernemen. Belangende die lenonge iss bij zin genedige verordonneert dat dselve twee maent lanck bijden onderdanen van Doernspijck, Oldebroeck, Heerde ende Eepe sullen opgebracht worden, dan mijns bedunckens sullen wij dye tweehondervier karolus gulden vande galeyspennongen mueten betaelen, nyet tegenstaende dat die vanden ritterschap hem daerentegens geopponeert hebben.
Sin genediche schrift oock anden lutenhant hopman Peter zaemdt den beveelhebberen und gemenen knechten dat sij guede regiment und enicheit mitten burgeren sullen halden, oeck den huisman dwijle zij oer lenonge sullen ontfangen

22.2
geenssyns beschedigen op dat die drost noch die schepene nyet weder an sin genedigen quamen claegen ofte zin genedige gedachte den muetwilligh tstraffen in exempel van anderen und oeck den leutenhant mitten beveelhebberen daer voor an toe zyen daertoe zij solden gedencken ende soe bij copie hierinne verwart is toe vanemen. Oeck indien die knechten den husman baven oer lenonge beschedigen heft zin genedige die drosten in presentie der geemeine ritterschap toegesacht und verloevet datmen mitten klockenslach (achtervolgende zijne majesteits placcaten) sal daerop slaen sonder yetwes daeran toe verbroecken. Alsoe dat sin genedige ernster wil end meinonge is dat zij guet regiment omden den knechten sullen halden, soe sal ick u eersamen van alles widers berichten zal tgene ick daerom gedaen heb tselve ick nu inden yele nyet averschriven en kan wanneer ick (gunt God) thuys umme dat noch omtrent een dach vif off zes wil andraegen vermits dye saecken soe van Engelanderholt als anders tot nochtoe geduert und dat daerom den drost sin broecken toe vorderen biss sus lange heft uuitstellen mueten dat hij nochtans nu in eenen wege tdoin gemeent is doende. Hiermit uwer eersamen in schutz und scherm des Almechtigen bevelende. Datum Arnhem den 14en decembris 1575.
U eersamen dienstwillige dienaer,
F. van Lentfell, secretaris.


Nummer 23

Copie.
Gilles van Barlaymony, frij- ende bannerheer tot Hirges, stadtholder etc.

Erentfeste frome lieve bijsundere. Id gelanght onse gesinnens ghij u zaemdt die knechten alsoe mit die burgerschap erhaldet daermede die drost nochte magistraet nyet en worden verorsaeckt sich uwer an ons toe verlaegen sunsts anders werden wij veroirsaeckt den overtrederen, tot exempel van anderen, te straffen laeten, und u lutenhant und beveelllichebberen daermede voor an toe zien waer nhae ghij alles unrecht richten und stellen, doende u hiermede den Almechtigen bevelen. Datum Arnhem den 13en decembris 1575, onderteickent,
Gilles van Barlaymont.

Bijschrift: [.]den leutenhant vaendrich zaemdt den beveelhebberen mitten gemeinen knechten liggende binnen der Elburgh.