Schietkamp
In 1818 wordt het grondgebied van Oldebroek uitgebreid met Hattemerbroek, Hattemer-Wezep, Heerder-Wezep, ’t Loo en Mulligen. Deze grote oppervlakte bevatte ook de heide en de zandverstuivingen, wat in eigendom is van de Domeinen (Het Rijk). De bewoners beschouwen dit gebied als niemandsland. Het gebied wordt feitelijk als gemeenschappelijke grond gebruikt. Schapen graasden op de heide, heideplaggen werden gebruikt voor de potstal en zand en grint worden afgegraven. Niemand betaalt voor het gebruik van de gronden. Enkele rechtszaken zijn er gevoerd, daarin wordt het gewoonterecht erkend.
Het Rijk wil zo snel mogelijk van deze gebieden af: de lasten waren groter dan dat het wat opleverde aan inkomsten. Na veel overleg is men in 1843 tot een besluit gekomen dat de gemeenten de woest- en heidegronden in eigendom overnemen met alle lasten. De gemeente verkoopt daarvan weer enkele stukken land aan particulieren voor o.a. ontginning.
In 1860 wordt het Nationaal Centraal Spoorweg (NCS) opgericht. De goedkoopste tracé is over de woeste gronden. Daardoor is Elburg verstoken van een aansluiting op het spoornet: de aankoop van cultuurgronden kost te veel tijd en geld. De gemeente krijgt een goede vergoeding voor de woeste gronden. Het station in ’t Harde krijgt in 1914 officieel de naam Station Legerplaats Oldebroek.
Opening van het schietterrein op de Oldebroekse heide.
De artillerie krijgt steeds grotere vuurkracht Om te oefenen met modern geschut voor de langere afstand, bereik van 8 km., heeft men een nieuw terrein nodig. De Oldebroekse heide lijkt de ideale oplossing. De grond is goedkoop en het is direct bereikbaar met de trein. De eerste schoten worden gelost op 2 juli 1877 door het 1e Regiment Vestingartillerie. Het is dan nog een leeg en open vlakte.
De militairen slapen in tenten. De gebouwen komen later. Er worden 3 houten kantines gebouwd voor de officieren, onderofficieren en voor het andere personeel. In de jaren daarna wordt het kamp steeds verder uitgebreid.
De houten kantines worden vervangen door stenen gebouwen en er verschijnen legeringsgebouwen, keukens, een hospitaal en barakken voor de paarden. Het kamp wordt rond het schietterrein steeds meer een echte legerplaats en is uitgegroeid wat men nu nog kent als het ‘ASK’. Tijdens de mobilisatie in de Eerste Wereldoorlog (1914-1918) staat de kazerne leeg. Belgische vluchtelingen en geïnterneerde Belgische militairen worden de nieuwe bewoners van de kazerne. Aan het einde van de oorlog worden er enkele duizenden Russen geïnterneerd.
Uit die tijd is een barak als monument blijven staan. Tijdens de Tweede Wereldoorlog dient de kazerne als werkplaats voor de Canadezen voor de reparatie van hun tanks. Bij de herindeling van de gemeenten Elburg, Doornspijk en Oldebroek in 1974 gaat het militaire terrein van de gemeente Oldebroek naar de gemeente Elburg. De naam ‘Legerplaats bij Oldebroek’ blijft.
