Cookiemelding

Het Streekarchivariaat Noordwest-Veluwe is wettelijk verplicht toestemming te vragen voor het gebruik van cookies en u te informeren over het gebruik van functionele cookies. Cookies zijn belangrijk voor onze website.

Het Streekarchivariaat Noordwest-Veluwe gebruikt functionele cookies, maar daarnaast ook cookies voor het beheer van de webstatistieken. Deze cijfers gelden als noodzakelijke feedback om de digitale dienstverlening en de vindbaarheid van de site te verbeteren. Daarnaast worden de webstatistieken gebruikt om verantwoording af te leggen aan de deelnemers van het Streekarchivariaat Noordwest-Veluwe en subsidieverstrekkers.

Bezoekers van de website van het Streekarchivariaat Noordwest-Veluwe blijven anoniem. Ook voor cookies geldt dat ze nooit direct aan individuen zijn te koppelen. Streekarchivariaat Noordwest-Veluwe gaat vertrouwelijk om met de gegevens die door middel van cookies worden verzameld.

De website van het Streekarchivariaat Noordwest-Veluwe is alleen bereikbaar als u cookies accepteert!

U bent natuurlijk altijd welkom op de studiezaal van de 5 vestigingen van het Streekarchivariaat Noordwest-Veluwe

Ik accepteer deze cookies

Meer informatie over cookies »

grote oorlogbanner2.jpg

Reacties

Geen reacties

Voeg reactie toe

 

Verhaal: Huize Morren II

P. van Beek

Bewoners
In het voorgaande verhaal over de historie van Huize Morren is al een en ander geschreven over de bewoners in de loop der eeuwen. Door een van de meer recente eigenaars, de heer J. Warner, zijn deze goed op een rij gezet. Hieruit halen we de volgende gegevens:
Hiervoor is al vermeld dat Heyman Aertsz, burgemeester en stadsrentmeester van Elburg, rond 1480/85 als grondlegger voor het huidige bezit wordt gezien. Hij leefde tot omstreeks 1534. Zijn zoon Arndt Heymans alias Ter Brake was zijn erfgenaam. Deze schepen, burgemeester en stadsrentmeester van Elburg, was gehuwd met Margaretha van Ittersum en leefde tot ongeveer 1571. Als volgende eigenaar noteren we Johan van Wijnbergen, die getrouwd was met Dorothea thoe Boecop. Hij was een kleinzoon van de vorige eigenaar en een zoon van Margaretha Heymans alias Ter Brake en Willem van Wijnbergen. Deze Johan leefde tot omstreeks 1612. Overigens heette het goed toen Wijnbergen’s Erve.

Zijn zoon Willem van Wijnbergen, gehuwd met Mechtild van Oldenneel, erfde het goed en bezat het tot aan zijn overlijden in 1641. Hierna was het in gezamenlijk bezit van Jan van Wijnbergen en zijn zuster Dorothea van Wijnbergen. Jan van Wijnbergen, getrouwd met Jacomina Junckers, was mede-eigenaar van 1641 tot aan zijn overlijden in 1678. Zijn zuster Dorothea was eigenaresse eveneens vanaf 1641 tot haar overlijden in 1668. Het recht van mede-eigendom ging toen over op haar echtgenoot Herman Joost Lindener die gezamenlijk eigenaar is met zijn zoon Johan Lindener (getrouwd met Cornelia van den Bosch).
Op 19 september 1678 verkopen Herman Joost en Johan Wijnbergen’s Erve aan de Elburger patriciër en burgemeester dr. Arnold Wolffsen.

Hiervoor werd al beschreven dat de aanduiding van het landgoed door de verpachting aan Morre Augustynsen omstreeks 1700 veranderde in Morren. De eigendom ging in 1695 over op de zoon van Arnold Wolffsen, Henrick. Deze Henrick Wolffsen, getrouwd met Margaretha Veltcamp, was schepen, raad en burgemeester van Elburg en tevens gecommitteerde in de Staten Generaal. Na zijn overlijden in 1725 werd zijn weduwe eigenaresse. Bij haar overlijden in 1728 ging landgoed Morren over in de handen van Anthony van Oldenbarnevelt (vaak aangeduid als Anthony Barnevelt). Deze Anthony was een zoon van Jan van Oldenbarnevelt en Swaentje Veltcamp (een zuster van Margaretha). Anthony was schepen en burgemeester van Elburg. Daarnaast was hij gecommitteerde in de Admiraliteit van West-Friesland. Hij was gehuwd met de Amsterdamse koopmansdochter Wilhelmina Bethmer. Anthony overleed in 1769 en zijn vrouw Wilhelmina in 1770.


Huwelijksbord (boven de schoorsteen)

Vervolgens, zo hebben we hiervoor al kunnen zien, erfde mr. Jan Rutger van Oldenbarnevelt het landgoed. Hij was (ongelukkig) getrouwd met Metta Lucretia van Hoeclum. Bij hun huwelijk in 1779 werd een prachtig wapenbord gemaakt, wat momenteel in bezit is van de gemeente Oldebroek. Jan Rutger was zeer geinteresseerd in de geschiedenis van zijn familie. Van zijn hand zijn dan ook verschillende aantekeningen te vinden. Hij had geen makkelijk leven. Zoals al vermeld was zijn huwelijk niet gelukkig.

Bekend is dat hij in 1790 een verhouding had met Janna Karels le Poire. Op 2 december van dat jaar werd dan ook een dochter geboren met de naam Willemina (naar zijn moeder). Nadat moeder en dochter een jaar lang in Borculo hadden verbleven, nam Jan Rutger hen op in Huize Morren. In 1797 vond de scheiding van tafel en bed plaats tussen hem en Metta Lucretia van Hoeclum, gevolgd door een boedelscheiding. Door een nierziekte werd hij vrijwel blind en hij overleed in 1798. In leven was hij burgemeester van Elburg, lid van de Generaliteits Rekenkamer en gecommitteerde in de Staten Generaal.

Na zijn overlijden ging huize Morren over in de handen van zijn neef mr. Anthony Raedt (zoon van Henrik Jan Raedt, burgemeester van Lochem, en Ida van Oldenbarnevelt). Deze Anthony Raedt hield zich vooral bezig met landbouw en veeteelt en in het bijzonder met de ossenfokkerij. Hij was dan ook lid van de Gelderse Commissie van Landbouw. Hij was advocaat aan het Hof van Gelderland, advocaat-fiscaal van het Jachtgericht Veluwe, lid van Provinciale Staten van Gelderland en in de periode 1818 tot aan zijn ongehuwd overlijden in 1833 wethouder (tot 1830) en raadslid van Doornspijk.

Nu gaat de eigendom over aan een achterneef van hem (kleinzoon van zijn broer Henrik Jan Raedt en zoon van de Amsterdamse tabakshandelaar Antonis Raedt van Oldenbarnevelt en Henriette Christine Engelenberg), mr. Henrik Jan Antoni Raedt van Oldenbarnevelt. In 1833 is deze erfgenaam echter nog maar vijf jaar. Na zijn studietijd wordt hij rechter en later raadsheer aan het Hof te Den Haag. Gedurende een periode van zeventig jaar blijft hij eigenaar van Morren.

Na zijn overlijden in 1903 is zijn broer, Christiaan Hendrik Arend, eigenaar. Slechts een jaar later, in 1904, gaat Morren in eigendom over aan zijn zuster Johanna Sidonia Raedt van Oldenbarnevelt, gehuwd met mr. Willem Eduard van der Hout. Tot 1908 is zij eigenaar, samen met haar dochter Wilhelmina Eduarda. Deze laatste is degene die het huis weer geheel laat opknappen en bewoonbaar maken. Zij en haar echtgenote Jhr. Maurits Johannes Hooft betrekken Huize Morren in 1910.

In 1934 wordt Morren verkocht aan Jan Warner, assuradeur te Zwolle, en Huiberta Elise Kleyn van Willigen. In 1970 verkopen zij het bezit aan Antoon Verhaaff en zijn echtgenote Elke Ursula Brand. In 1989 verkopen zij Huize Morren vervolgens aan Gerrit Meelissen en Constance Augusta Damen. Na het overlijden van de heer Meelissen in 1996, blijft mevrouw Meelissen-Damen Huize Morren bewonen.

Flora en fauna
Aan het begin van de negentiende eeuw deed Anthony Raedt veel aan de verfraaiing van de tuin. Hij liet deze aanleggen in landschapsstijl tot een soort Engels park. Waarschijnlijk tot in het midden van de negentiende eeuw werd Morren omsloten door grote stukken bos. Rond 1850 heeft er een grootscheepse houtkap plaatsgevonden, waarbij voormalig bosgebied veelal vervangen werd door weilanden en bouwgrond. Wel bleven singels en hakhoutwallen kenmerkend voor dit gebied. Rond de verbouw van Huize Morren in 1910 kreeg Hugo A.C. Poortman (1858-1953) de opdracht om de tuin te reorganiseren. De tekening hiervan is nog bewaard gebleven, zodat er een behoorlijk beeld ontstaat van de bedoelde inrichting. Hierdoor werd in 1911 de omgeving van het huis behoorlijk veranderd. Tevens werd de moestuin opnieuw ingericht.

De tuin bestaat uit onverharde en halfverharde paden, heesterborders, boomgroepen, enkele vrijstaande bomen en gazon. Aan de voorkant van het huis bevindt zich een rond gazon met een oude zonnewijzer. Aan beide zijkanten van het huis vinden we ook grote vlakken gazon met daarbinnen rhododendrons. Verder zijn aan de achterzijde twee bijzondere bomen te vinden, namelijk een treures en een treurbeuk.



Aan het zuiden en oosten van het huis vinden we zogenaamde wandelbosjes. Een slingerend rondgaand wandelpad voert door deze begroeiing langs de vijver. Over de sloot die in verbinding met deze vijver staat is nog een oud bruggetje te vinden. De slingervormige vijver en de aan twee zijden van het huis gelegen gracht worden voorzien van grondwater. Dit wordt via een pomphuisje van dertig meter diep opgepompt.

Aan de noordkant van het huis zijn de moestuin en de boomgaard gelegen.
Langs de aanwezige lanen treffen we vooral eiken, beuken, essen en populieren aan.
De beplanting van de omgeving van de grafkelder werd door Anthony Raedt vrij precies aangegeven in zijn testament. Hij ging zelfs zover dat hij de bepaling opnam dat bij het omhakken van bestaande bomen gezorgd moest worden voor herbeplanting. Hiermee was hij zijn tijd zeker vooruit. In 1832 bestond de beplanting voornamelijk uit eiken, piceabomen, berken en elzenhakhout.

Huidige bestemming
Ondanks het feit dat Huize Morren particulier bezit is, kan men in de omgeving prachtig wandelen en fietsen. Per auto is het gebied minder goed te bekijken. Vooral de route tussen het huis en de grafkelder via de prachtig beboomde lanen, is de moeite van het bekijken zeker waard. Binnen het hek is het goed niet voor publiek geopend. De lanen worden tevens aangegeven in enkele fietsroutes.