Cookiemelding

Het Streekarchivariaat Noordwest-Veluwe is wettelijk verplicht toestemming te vragen voor het gebruik van cookies en u te informeren over het gebruik van functionele cookies. Cookies zijn belangrijk voor onze website.

Het Streekarchivariaat Noordwest-Veluwe gebruikt functionele cookies, maar daarnaast ook cookies voor het beheer van de webstatistieken. Deze cijfers gelden als noodzakelijke feedback om de digitale dienstverlening en de vindbaarheid van de site te verbeteren. Daarnaast worden de webstatistieken gebruikt om verantwoording af te leggen aan de deelnemers van het Streekarchivariaat Noordwest-Veluwe en subsidieverstrekkers.

Bezoekers van de website van het Streekarchivariaat Noordwest-Veluwe blijven anoniem. Ook voor cookies geldt dat ze nooit direct aan individuen zijn te koppelen. Streekarchivariaat Noordwest-Veluwe gaat vertrouwelijk om met de gegevens die door middel van cookies worden verzameld.

De website van het Streekarchivariaat Noordwest-Veluwe is alleen bereikbaar als u cookies accepteert!

U bent natuurlijk altijd welkom op de studiezaal van de 5 vestigingen van het Streekarchivariaat Noordwest-Veluwe

Ik accepteer deze cookies

Meer informatie over cookies »

sm-kaart1.jpg

Reacties

Geen reacties

Voeg reactie toe

 

Verhaal: Historische snippers

Johan de Baeck

Jonker De Baeck

183. Onterfd

Te Oldebroek, aan den noordelijken zoom van de Veluwe, woonde in het midden der 17de eeuw de landjonker Johan de Baeck. In zijn huwelijksstaat was hij niet gelukkig geweest; drie vrouwen waren hem reeds door den dood ontvallen, waarvan de laatste nog eenigen tijd krankzinnig was geweest. Nu leefde hij met zijn zoon Willem en zijne dochter Harmanna op zijn landhuis en zij beoefenden daar den landbouw. Zoowel Willem als Harmanna hielpen hun vader in het bedrijf, terwijl Harmanna tevens de huishouding waarnam.
Harmanna was intusschen ruim 25 jaar oud geworden, zonder dat de man harer keuze was komen opdagen. Wel was er meer dan eens aanzoek om haar hand gedaan, doch zij had de huwelijkscandidaten alle afgewezen.
De vader zelf deed geen moeite om zijne dochter uit te huwelijken. Zij was voor hem een zeer gewaardeerde steun in huis en boerderij.

Menigmaal ging jonker de Baeck met dochter en zoon naar Kampen en Elburg op familiebezoek. Meestal was dan Dirk Willems Plaeten hun koetsier. Dirk was een aardige, beleefde en knappe jongeman. Harmanna maakte dikwijls met hem een praatje en ook de jonker mocht hem graag.
Zoo gebeurde het, dat Harmanne voor den knappen jongeling groote genegenheid kreef en wederkeerig was ook Dirk zeer gevoelig voor de vriendelijke woorden van juffer Harmanna. De vader zag in het samenzijn der jongelieden niet veel kwaad. Derk kwam dikwijls in de stal bij de paarden en daar ontmoette Harmanna hem dikwijls. Totdat eindelijk tot den vader het gerucht doordrong, dat Harmanna met den koetsier vrijde. Toen haar vader haar daarover ondervroeg, ontkende het meisje en hij geloofde haar.

De verhouding tusschen jonker de Baeck en den jongeling was bijzonder vriendschappelijk. Meer dan eens werd Derk in het woonvertrek genoodigd, waar hij zich meer en meer thuis begon te gevoelen. Vaak bracht hij er den geheelen avond door, drinkende, zingende en spelende met den jonker, die in den vlouggen jongen groot behagen scheen te vinden. Tot in den nacht bleef hij er soms, waarbij Harmanna steeds aanwezig was. Voor den jongeling waren deze avonden steeds een groot genoegen. Immers daardoor was hij voortdurende in gezelschap van de juffer, van wie hij wist dat zij hem niet ongenegen was. Het maakte hem steeds vrijer en meer dan eens was hij tegenover Harmanna zeer vrij in zijn optreden, terwijl Harmanna tegenover hem ook groote toenadering betoonde. De vader blijkbaar geen achterdocht en hij liet de jongelieden hun gang gaan. Het meisje had niet veel afleiding en de omgang met den aardigen jonger zou haar geen kwaad doen, dacht hij. Doch het vaderoog had mis gezien.
Eens ging jonker de Baeck met zijn zoon en dochter naar Kampen, waar zij een bezoek brachten aan Derk, die op den Zwartendijk woonde. Zij werden hier zeer gul ontvangen en namen deel aan een gastmaal, dat te hunner eere was aangericht. Derk en Harmanna vonden hier gelegenheid tot een vrijage, waarvan Willem, de broeder van Harmanna, toevallig getuige was. Hij vertelde het aan zijn vader, die er echter niets van geloofde en zeide, dat hij zich zoude hebben vergist.

Derk had te Oldebroek familie wonen, waar hij dikwijls vertoefde en even veelvuldig waren zijn bezoeken aan het huis de Baeck, waar hij steeds gaarne ontvangen werd. Zelfs vroeg jonker de Baeck hem eenige dage te komen logeeren. Zoo werkte de vader steeds mede tot het samenzijn der jongelieden, die elkander reeds lang hunne liefde hadden bekend. En in de naaste omgeving was het geen geheim meer, dat juffer Harmanna met den koetsier Derk vrijde.
En toen gebeurde er iets, dat voor jonker de Baeck een groote ontnuchtering zoude zijn. Op Hemelvaartsdag van het jaar 1636 hadden de jongelieden elkander wederom ontmoet en Harmanna had beloofd met Derk en diens zuster den avond door te brengen ten huize van Styne Egbertz, die tegenover haar woonde en waar zij wel vaker kwamen. Styne kende de verhouding der jongelieden en hielp hen zooveel zij kon. Zij zouden dezen avond in vroolijkheid te haren huize doorbrengen.
Jonker de Baeck, die in de meening verkeerde, dat zijne dochter zich op hare kamer had teruggetrokken om te gaan slapen, had zich ter ruste begeven. Doch blijkbaar voelde hij zich niet gerust, want na eenigen tijd stond hij op en riep zijne dochter. Hij kreeg geen gehoor en kwam tot de ontdekking, dat zij zich niet in huis bevond, waarna hij zich naar buiten begaf. In het huis van Styne ging het luidruchtig toe. Hier stapte hij binnen en vond er een vroolijk gezelschap bijeen, waaronder zijn dochter. Het was voor jonker de Baeck een groote teleurstelling, toen hij zijne dochter op het late uur hier aantrof. Hij gelastte haar dan ook onmiddellijk naar huis te gaan, wat echter door het gezelschap niet werd goedgevonden.

Eindelijk gelukte het den vader zijne dochter mede te krijgen, doch bij de pooort van zijn huis gekomen, werd Harmanna door Derk medegetrokken naar het huis van Styne. Woedend kwam de vader hen achterna, doch toen hij ook bij Styne binnen zoude gaan, vond hij de deur reeds gesloten. Met geweld verschafte hij zich wederom toegang tot het huis en toen hij eenmaal binnen was, wilde men hem er niet weer uitlaten. Heftig ging hij tekeer, doch zij hielden hem den mond toe om hem het schreeuwen te beletten uit vrees voor opschudding. Door het leven waren de buren echter reeds wakker geworden en sommigen waaren in hun hemd naar buiten gesneld. Intusschen bleef het in Styne's huis zeer rumoerig. Jonker de Baeck geraakte onder den voet en van deze verwarring maakte Harmanna gebruik om het huis te ontvluchten. Zij werd gevolgd door Derk en beiden verdwenen in de duisternis.
Hevig opgewonden kwam nui ook de vader naar buiten, roepende:
"Moord! Moord! Moord! Wraak in den Hemel! Is daar geen menschentroost! Zij nemen mijn kind met geweld!".
Jammerende begaf hij zich naar zijn huis, waar hij zijn paard zadelde en steeds roepende: "Moord! Help!" de vluchtelingen achterna ging, om eenigen tijd daarna onverrichterzake terug te keeren.

Harmanna durfde uit angst niet weder naar huis terug te keeren en bleef bij Derk, die als ruiter dienst nam in de compagnie van dien ritmeester Bentinck. Zij stemnde er in toe zijne vrouw te worden en na eenigen tijd trouwden zij te Zwolle.
Jonker de Beack, die het geval als een schandaal beschouwde, hield familieberaad, waarbij men tot het besluit kwam, dat de Baeck zijn dochter zoude onterven.
In 1637 verzocht hij aan den Gelderschen Landdag, onder mededeeling der feiten, toestemming om zijnen dochter te onterven. De Landdag verwees de zaak naar het Hof, dat dan tevens tegen Derk Willems Plaeten zoude kunnen optreden. Vier jaren lang duurde het proces, waarbij Harmanna hare rechten verdedigde door het mededeelen van allerlei feiten. Ook zeide zij dat haar adeldom niet an zoo groote beteekenis was, dat Derk onwaardig zoude zijn haar man te worden. Haar grootvader had volgens haar als een gewoon burgerman te Elburg gewoond en had zij zich zelve niet moeten geven aan al het vuile werk, dat het landbouwbedrijf en het houden van vee medebrengt? Bovendien was Derk geboren uit eerlijke, vrome ouders.
Hoewel het Hof Derk met vrede liet en blijkbaar aan het huwelijk der jongelieden niets meer kon veranderen, werd bij de uitspraak in 1641 verklaard, dat het gedrag van Harmanna rechtvaardigde, dat zij door haren vader werd onterfd.
ALB.O
Arnh.Cour.van 24 Oct. 1929.