Cookiemelding

Het Streekarchivariaat Noordwest-Veluwe is wettelijk verplicht toestemming te vragen voor het gebruik van cookies en u te informeren over het gebruik van functionele cookies. Cookies zijn belangrijk voor onze website.

Het Streekarchivariaat Noordwest-Veluwe gebruikt functionele cookies, maar daarnaast ook cookies voor het beheer van de webstatistieken. Deze cijfers gelden als noodzakelijke feedback om de digitale dienstverlening en de vindbaarheid van de site te verbeteren. Daarnaast worden de webstatistieken gebruikt om verantwoording af te leggen aan de deelnemers van het Streekarchivariaat Noordwest-Veluwe en subsidieverstrekkers.

Bezoekers van de website van het Streekarchivariaat Noordwest-Veluwe blijven anoniem. Ook voor cookies geldt dat ze nooit direct aan individuen zijn te koppelen. Streekarchivariaat Noordwest-Veluwe gaat vertrouwelijk om met de gegevens die door middel van cookies worden verzameld.

De website van het Streekarchivariaat Noordwest-Veluwe is alleen bereikbaar als u cookies accepteert!

U bent natuurlijk altijd welkom op de studiezaal van de 5 vestigingen van het Streekarchivariaat Noordwest-Veluwe

Ik accepteer deze cookies

Meer informatie over cookies »

grote oorlogbanner2.jpg

Reacties

  • Jan Kolkman

    Geplaatst:27 augustus 2013

    Beste Alice van Zalk,

    Volgens mij is het Dirk Visscher geboren in 1803.
    B. Hijmens is Brand Hijmens Visscher.
    Vader en zoon waren dus aan boord.

    Met vriendelijke groet,

    Jan

  • Alice van Zalk

    Geplaatst:10 augustus 2013

    Hallo,
    Prachtig verhaal!
    Ik ben benieuwd of de D. Visscher die genoemd word in het verhaal Dirk Visscher is geboren 1803, man van Grietje Sneller?

Voeg reactie toe

 

Verhaal: Watervloed 1825

4 en 5 februari 1825

OLDEBROEK
De gemeente Oldebroek deelde in ruime mate in de algemeene ramp. In Nov. 1824 was in de St. Nicolaasdijk onder Kampen een doorbraak ontstaan en men meende, dat deze felle wind een nieuwe aanvoer van water zou brengen.
En op den morgen van den 4den Februari bemerkte men inderdaad, dat het water door die opening naar binnen liep.
Hooger en hooger zwiepte het water, en reeds om 12 uur had een algemeene overstorting der dijken en een verbrijzeling van den Zomerdijk beoosten Elburg plaats. 

Alle dijken, daarachter, werden meegesleurd, een aantal menschen, een zeer groote menigte paarden, runderen en klein vee werden een prooi der golven. Een groot aantal huizen werd verbrijzeld, vele huisgezinnen van al het hunne beroofd.
Met kleine schuiten was het onmogelijk om menschen, veel minder om vee te redden, en de grootere konden niet over de hoogere voorgronden tusschen Elburg en Oldebroek worden gebracht.

Zoo werd 't de morgen van 8 Februari voor den schout van Oldebroek, den heer Hoefhamer met groote moeite mogelijk dat hij met een schuit naar deze gemeente kwam. Tegelijk zond hij een grootere schuit met levensbehoeften en versch water naar den Zwartenweg.
Te Oldebroek gekomen ontwaarde men, dat slechts één oude vrouw, Grietje Everts, weduwe van de Werfhorst, uit haar huisje willende vluchten, in het stroomend water verdronken was.

In de buurtschap Eekt waren 30 runderen verdronken.
Een kleine boot uit Oosterwolde was komen aandrijven met vader, moeder en twee kinderen. Een kind was uit de boot geraakt en verdronken.
Op het aloude Puttenstein waren twee huishoudingen in een aangedreven kleine boot en op een vlot met levensgevaar door den moed van ritmeester Broekhuis gered. Een half jaar tevoren was 't huisje van Geerlig van Olst door den bliksem getroffen, afgebrand.
2 kinderen waren door den bliksem gedood. Menschlievendheid had het huisje herbouwd, maar 't water had 't weer geheel verbrijzeld.


ELBURG
Door kistingen aan de poorten bleef de stad zelve van overstrooming verschoond. De Zomerdijk, die van Kampen naar Elburg loopt (de eenige zeewering voor Oosterwolde, Kamperveen, Oldebroek en een buitenbuurt van Elburg, de Vrijheid) vertoonde nog geen gaten, toch zag men het zeewater aankomen rollen en in twee uur tijds stond 't water bijna 2 el hoog tegen de kistdammen aan de poorten. Zes wakkere zeelieden, J. van Someren, J. Holst, H. Broekhuizen, R. van Ommen, L. van der Kamp en A. Foppe gingen met een roeischuit naar de eerste dijkhuizen om hulp te bieden. Eerst ging 't goed, maar de wind wies tot storm, men zag hen met de baren worstelen, toen dreef het bootje landwaarts in. De braven werden als verloren geacht en met gejammer en handen wringen door de hunnen betreurd.Aan alle zijden der stad was het land een openbare zee geworden.

Een bootschuiverschuit, bemand met Gerbrig Boerendans, P. Zwart, B. Hijmens, D. Visscher, Gerrit Boerendans, H. van Laar en C. Milide ging naar Oosterwolde. Op de wallen verdrongen zich honderden toen ze tusschen 9 en 10 uur vertrokken. Om 12 uur kwamen de huizen aan de Heereweg in nood.

Een vrouw stak telkens haar zuigeling door 't dak. H. van Doesburg, B. Ponstein, F. van Wilsum en J. Zwart er heen. Na twee uur hadden ze de bewoners veilig aan wal. 's Middags vier uur kwam de laatst vertrokken schuit met 30 geredde menschen aan. Men had tegen de waggelende daken op moeten klimmen, de verkleumde menschen aan touwen naar beneden en zoo in de booten laten glijden. De tweede schuit kwam 's nachts terug met een lading geredde menschen en ook de zes Elburgers, die 't eerst met een roeiboot vertrokken waren. Ze hadden tachtig personen op 't landgoed "De Wijk" gebracht.


DOORNSPIJK
De kruin van den Kamerdijk, die gerekend wordt 4 tot 6 el boven gewoon waterpeil te zijn, werd met groot geweld overgeslagen door 't water en alle lagere buurten van Doornspijk en Oosterwolde werden overstroomd. Acht buizen met schuren en hooibergen sloegen van den Kamperdijk.
26 personen, zoo mannen, vrouwen als kinderen, kwamen om, eenige honderd stuks vee verdronken. Nog grooter zou 't aantal slachtoffers zijn geweest, als niet de wakkere schout van Elburg, H. van Jeveren, met kloeke Elburger zeelieden met schuiten en booten 300 menschen aan een gewissen door ontrukt hadden. Half naakt werden deze ongelukkigen te Elburg aangebracht en liefderijk verkwikt en verpleegd. Vooral de heer L. Schumacher op den huize "De Wijk" en J. van Coevorden op den huize "Putten" namen vele ongelukkigen tot zich.

Ze hadden de afgrijselijke tooneelen gezien. Een rieten dak lag plat op 't water. De heer J. Vinke teekenmeester kroop er onder en vond een vrouw, bewusteloos, een kind in den arm. Ze vonden twee stokoude menschen op twee balken met beddelakens aan elkaar gebonden.
Zoo redden de Elburger visschers 250 menschen. Eibert Schuurman, timmermansknecht te Doornspijk, wist, dat de vrouw van zijn baas Jan Nedewits, een mensch v an 70 jaar, alleen thuis was. Hij neemt twee groote houten bokken watertroggen, spijkert die op twee planken, vaart naar de vrouw en brengt haar naar 't landgoed Klarenbeek van den heer Van Hoeclum. Later redt hij zoo 't gezin van Lubbert Docter.