Cookiemelding

Het Streekarchivariaat Noordwest-Veluwe is wettelijk verplicht toestemming te vragen voor het gebruik van cookies en u te informeren over het gebruik van functionele cookies. Cookies zijn belangrijk voor onze website.

Het Streekarchivariaat Noordwest-Veluwe gebruikt functionele cookies, maar daarnaast ook cookies voor het beheer van de webstatistieken. Deze cijfers gelden als noodzakelijke feedback om de digitale dienstverlening en de vindbaarheid van de site te verbeteren. Daarnaast worden de webstatistieken gebruikt om verantwoording af te leggen aan de deelnemers van het Streekarchivariaat Noordwest-Veluwe en subsidieverstrekkers.

Bezoekers van de website van het Streekarchivariaat Noordwest-Veluwe blijven anoniem. Ook voor cookies geldt dat ze nooit direct aan individuen zijn te koppelen. Streekarchivariaat Noordwest-Veluwe gaat vertrouwelijk om met de gegevens die door middel van cookies worden verzameld.

De website van het Streekarchivariaat Noordwest-Veluwe is alleen bereikbaar als u cookies accepteert!

U bent natuurlijk altijd welkom op de studiezaal van de 5 vestigingen van het Streekarchivariaat Noordwest-Veluwe

Ik accepteer deze cookies

Meer informatie over cookies »

sm-kaart.jpg

Reacties

Geen reacties

Voeg reactie toe

 

Verhaal: Geschiedenis Elburg

Uittreksels

Uittreksel uit de Bijdrage tot de Geschiedenis van ELBURG
van Nicolaas Samuel Rambonnet, geboren 31 dec. 1846 te Elburg, overleden op den Huize Putten, 4 okt. 1921.

1170. In den herfst van het jaar 1170 werd door een allergeweldigsten watervloed en storm een groot gedeelte der Veluwe overstroomd waardoor het oude meer Flevo, dat reeds lang Almere genoemd was geworden meer zuidelijk uitgebreid werd en den naam van Zuiderzee ontving. Een aantal menschen verloor jammerlijk het leven. De overgeblevenen werden tot de diepste armoede gebracht. De uitgestrekte boschaadje omver geworpen en tot in de nabijheid van Elburg alles een prooi der zee. Op deze ramp volgde een allervreeselijkste hongersnood, door misgewas veroorzaakt, waardoor de ellende tot een ontzettende hoogte steeg. Doch deze tijden van nood werden vervangen door jaren van een buitengewone vruchtbaarheid.

1172. Het jaar 1172 is bijzonder merkwaardig uit hoofde van den ongemeen zachten winter en warmte, welke toen plaats had, zoo zelfs, dat in Januari sommige boomen bloeiden en de weiden vol gras waren en men nieuwe boter had.

1233. Elburg tot stad verheven door Graaf Otto II. Elburgs ingezetenen gingen krachtens den grafelijken brief uit den staat van Eigene dienstbare luiden in dien van vrij mannen en van burgers over. Hierop werd het vereischte hout bijeengebracht en bewerkt, om dadelijk de nieuwe stad te omheinen en al wat de plaats zelve en de omgelegen buurten, als Doornspijk, Oosterwolde en Oldebroek aan weerbare manschappen hadden te leveren stond bereid om met spade en schop de toekomstige grachten kennelijk te maken. Doch niet tot den omtrek alleen bep;aalde zich dese drukte, ook binnen dezelve was alles bezigheide. De onbestrate wegen, die de huizen van elkander scheidden, door kuilen ter verzameling van meststoffen afzichtig en gevaarlijk, werden met gruiszand van de naburige heide aangevoerd, opgehoogd en geëffend.

Men droeg zorg om de kleiwanden der voorgevels te herstellen en deze met kalk een helder aanzien te geven. Alles was vreugd: ouders omhelsden hunne kinderen, die tot het gemeten eener burgerlijke vrijheid zouden opwassen; kinderen omarmden hunne ouders, waarvan geen gering getal de teekens droeg der verminking, door willekeurige en onmenschelijke straffen, onder het gebied van den Meyer aan hen toegebracht. Onberoofd zouden dezen voortaan de vruchten van hun arbeid mogen smaken. Onbeschimpt zouden zij onder hen verkeeren, die vroeger boven hen bevoorrecht waren. Kon het anders of het hart aan hart moest van erkentenis gloeien?

1359. Herbern van Putten hield zijn gewoon verblijf op het huis Old-Putten bij Elburg. Dit was een aanzienlijk eigen goed met recht van hooge heerlijkheid, met vrije dienstmannen en eigenhoorigen en een eigen leenkamer. Bij den Voorburg ten Noorden bevond zich een plaats genaamd "de Groene heuvel", waarop een zware oude linde, die de Vrijheidsboom genoemd wordt, welke aan een doodslager en andere misdadigers, die derwaarts hun toevlucht namen, gedurende 40 dagen lijfsbehoud verzekerde.

1367. In het najaar woedde een verschrikkelijke orkaan uit het Noordwesten, waardoor huizen en kasteelen vernield werden. Een streek van het vaste land tusschen Harderwijk en Kampen werd losgescheurd, waaronder ook gronden behoorende tot Nijenbeek.

1392. Arent tho Boecop vraagt en verkrijgt van Hertog Willem toestemming de stad te verplaatsen en de houten vesten door een steenen muur met poorten en wachttorens en rondeelen te vervangen. Dit kon, omdat de huizen van hout waren gemakkelijk geschieden. Alleen de Burgt en het Heiligen Geestgasthuis waren van steen. Door aan de stad een langwerpigen vorm te geven, vielen deze gebouwen er binnen.

1396. De ommuring is klaar. Willem van Gulick komt kijken.
"De poorten dezer stad ontsluiten zich op geen bevel van buiten,
"tenzij van 's Lands wettigen Heer Willen van Gulick, hertoge "van Gelre en Greve van Zutfen".

1398. Groote Pestziekte. Het Leprozenhuis gesticht.

1482. Old-Putten geslecht. Het wordt tot den grond toe afgebroken. Niets blijft over dan de fondamenten, waarop thans een heerenhuis gebouwd, hetwelk onder den naam van Putten aanwezig is.

1502. Onder de bijzonderheden van het begin deser eeuw is vooral merkwaardig de even langdurige, als gestrenge winter van 1502-1503. Een geweldige storm en zeevloed had in Oct. 1502 de dijken geteisterd en groote schade veroorzaakt, toen in December de vorst inviel, die op St. Pewtridag (22 Febr.) zoo sterk toenam, dat de Zuiderzee wel drie weken achtereen met vrachtwagens bereden werd. De vorst was zoo streng, dat de wilde eendvogels, van koude verstijfd, met de hand konden gegrepen worden, en in Maart de ooievaars dood van het nest vielen.

1503. Op den 18den September werd de Kapell op den Berg aan den Enk, van eenige gegoede burgers van Elburg gebouwd, onder de benaming der Zes Kruisteekens.

1545 en 1546. Deze jaren waren noodlottig voor deze streken door de algemeene duurte en schaarschte der levensmiddelen.

1545. Den 13den Augs werd aan Elburg bevel gegeven om in de kerken dankzeggingen te doen wegens de geboorte van een jongen Prins en zielmissen te houden voor het sterven van de moeder, de gemalin van Filips II.
Willem Kunnegilde, een gewezen doodgraver was aanvoerder der Beeldstormers.
Magerhein was een bezadigd Burgemeester tijdens de Kerkhervorming. Hij werd daarom afgezet en vervangen door Cornelis Bigge.

1569. Elburg onvangt een brief van 's Konings Commissaris
"dat op den volgenden dag de hertog Alva uit Kampen naar Elburg zou komen, haar belastende "tijdlich alle proviande van wijn, bier, botter, broeth en anders tot onderholding des hertogs van "Alba's krijgsvolk noedigh toe bestellen ende daartoe foederinghe van paerden, opdes ghien" "gebrek geschiet"
Hij werd den volgenden dag met kruisen en vanen ingehaald en trok dan naar Harderwijk.

1570. Storm en watervloed, waardoor dijken doorgebroken en in deze streken ontzettende verwoestingen werden aangericht, huizen en schuren weggeslagen. De vloed rees hooger dan de oudste lieden heugden en kostte aan duizenden menschen en een ontelbare menigte vee het leven. Dezelve duurde twee etmalen en heeft bij den naam van vierden Allerheiligen vloed de herinnering bewaard van de ontzettende rampen en schade daardoor veroorzaakt.

1594. Den 17den Februari ontstond hier een felle brand, waarbij ruim een vierde gedeelte der huizen een prooi der vlammen werd.

1624. Bij het begin des jaars begon een strenge winter. De Geldersche IJssel kon paarden en vrachtwagens dragen.

1672. Er waren 4 onbruikbare Bolwerken en een ondiepe Gracht. Een ontrouw Burger had dit aan Houttuin (in dienst van den Bisschop van Munster) meegedeeld.

1674. IJselijk onweder van donder, bliksem, wind en regen richt een geweldige schade aan.

1693. De toren door het hemelvuur getroffen en verbrand.

1700. Invoering van den Nieuwen Stijl (12 dagen verschil.)