Cookiemelding

Het Streekarchivariaat Noordwest-Veluwe is wettelijk verplicht toestemming te vragen voor het gebruik van cookies en u te informeren over het gebruik van functionele cookies. Cookies zijn belangrijk voor onze website.

Het Streekarchivariaat Noordwest-Veluwe gebruikt functionele cookies, maar daarnaast ook cookies voor het beheer van de webstatistieken. Deze cijfers gelden als noodzakelijke feedback om de digitale dienstverlening en de vindbaarheid van de site te verbeteren. Daarnaast worden de webstatistieken gebruikt om verantwoording af te leggen aan de deelnemers van het Streekarchivariaat Noordwest-Veluwe en subsidieverstrekkers.

Bezoekers van de website van het Streekarchivariaat Noordwest-Veluwe blijven anoniem. Ook voor cookies geldt dat ze nooit direct aan individuen zijn te koppelen. Streekarchivariaat Noordwest-Veluwe gaat vertrouwelijk om met de gegevens die door middel van cookies worden verzameld.

De website van het Streekarchivariaat Noordwest-Veluwe is alleen bereikbaar als u cookies accepteert!

U bent natuurlijk altijd welkom op de studiezaal van de 5 vestigingen van het Streekarchivariaat Noordwest-Veluwe

Ik accepteer deze cookies

Meer informatie over cookies »

grote oorlogbanner2.jpg

Overleden vluchtelingen 1914-1919 in Oldebroek

1914

Akte: 112

Aktedatum: 26-10-1914

Overleden: 25-10-1914

Naam: Maria Louise Margriete Wagelmans

Oud: 2 jaar

Ouders: Corneille Mathieu Wagelmans en Josephine Woelf

Allen komende van Visé (België)

Overleden in de Legerplaats bij Oldebroek.

 

 

Akte: 113

Aktedatum: 26-10-1914

Overleden: 25-10-1914

Naam: Ernst Henri Joseph Jallet

Oud: 6 jaar

Ouders: Alphonse Joseph Jallet en Jeanne Louise Adolphine Bellen

Allen komende van Visé (België)

Overleden in de Legerplaats bij Oldebroek.

 

 

Akte: 121

Aktedatum: 11-11-1914

Overleden: 09-11-1914

Naam: Alphonse Joseph Gustin

Oud: 2 jaar

Ouders: Julien Joseph Gustin en Maria Opalvene

Allen komende van Luik (België)

Overleden in de Legerplaats bij Oldebroek.

 

 

Akte: 122

Aktedatum: 11-11-1914

Overleden: 09-11-1914

Naam: Virginia Josephina Huijbrechts

Oud: 4 jaar

Ouders: Bernard Huijbrechts en Coleta Leijs

Allen komende van Deurne (België)

Overleden in de Legerplaats bij Oldebroek.

 

 

Akte: 127

Aktedatum: 25-11-1914

Overleden: 24-11-1914

Naam: Gerardus Antonius Schoeters

Oud: 7 jaar

Ouders: Albertus Schoeters en Joanna de Pré

Komende van Antwerpen (België)

Overleden in de Legerplaats bij Oldebroek.

 

 

Akte: 129

Aktedatum: 30-11-1914

Overleden: 28-11-1914

Naam: Marie Henriëtte Alphonsine Gustin

Oud: 1 jaar

Ouders: Joseph Gustin en Maria Opalvene

Komende van Luik (België)

Overleden in de Legerplaats bij Oldebroek.

 

 

1915

Akte: 25

Aktedatum: 24-02-1915

Overleden: 23-02-1915

Naam: Jules van Heede

Oud: 36 jaar

Ouders: niet bekend

Echtgenoot van Malvina van de Putte

Komende van Gent (België)

Overleden in de Legerplaats bij Oldebroek.

 

 

Akte: 33

Aktedatum: 05-03-1915

Overleden: 05-03-1915

Naam: Gustaaf Sierens

Oud: 21 jaar

Ouders: Alphons Sierens en Pelagie Malerij

Komende van Sleijdinge (België)

Overleden in de Legerplaats bij Oldebroek.

 

 

Akte: 95

Aktedatum: 10-08-1915

Overleden: 09-08-1915

Naam: Alphons Tierens

Oud: 34 jaar

Ouders: niet bekend

Echtgenoot van Louise Dupeij

Komende van Brugge (België)

Overleden in de Legerplaats bij Oldebroek.

 

 

Akte: 96

Aktedatum: 11-08-1915

Overleden: 11-08-1915

Naam: Gustave de Weerdt

Oud: 24 jaar

Ouders: Henri de Weerdt en Rosalie Demeijer

Komende van Gent (België)

Overleden in de Legerplaats bij Oldebroek.

 

 

Akte: 102

Aktedatum: 25-08-1915

Overleden: 25-08-1915

Naam: Clement Delannoy

Oud: 36 jaar

Ouders: Eduard Delannoy en Maria Augustine Wattecamps

Echtgenoot van Leoni Bobenrieth

Komende van Barry (België)

Overleden in de Legerplaats bij Oldebroek.

 

 

Akte: 104

Aktedatum: 30-08-1915

Overleden: 30-08-1915

Naam: Jules Jean Joseph Detrixhe

Oud: 36 jaar

Ouders: Hubert Detrixhe en Virgini Paquet

Echtgenoot van Alice Marlaire

Komende van Antheit Caent (België)

Overleden in de Legerplaats bij Oldebroek.

 

 

Akte: 122

Aktedatum: 07-10-1915

Overleden: 07-10-1915

Naam: Elie Krancken

Oud: 3 jaar

Ouders: Eugene Lambert Francken en Sylvie Marie Josephine Petit Jean

Komende van Waremme (België)

Overleden in de Legerplaats bij Oldebroek.

 

 

1916

Akte: 39

Aktedatum: 26-04-1916

Overleden: 26-04-1916

Naam: Gabrielle Alexandrine Josephine Brunin

Oud: 2 maanden (geboren te Elburg)

Ouders: Albert Joseph Brunin en Jeanne Mathilde Risae

Komende van Luik (België)

Overleden in de Legerplaats bij Oldebroek.

 

 

Akte: 41

Aktedatum: 06-05-1916

Overleden: 06-05-1916

Naam: Arthur Josephus Maes

Oud: 26 jaar

Ouders: Jean Baptiste Louis Maes en Maria Catharina Jansens

Echtgenoot van Maria Henrica Boogers

Komende van Merxhem (België)

Overleden in de Legerplaats bij Oldebroek.

 

 

Akte: 44

Aktedatum: 09-05-1916

Overleden: 09-05-1916

Naam: Nicolas Lesecque

Oud: 2 jaar

Ouders: Francois Lesecque en Catharina Cauffman

Komende van Fall Mheer (België)

Overleden in de Legerplaats bij Oldebroek.

 

 

Akte: 48

Aktedatum: 17-05-1916

Overleden: 16-05-1916

Naam: Mollemans

Oud: levenloos geboren

Ouders: Frans Antoon Mollemans en Maria Regina Wachter

Komende van Mechelen (België)

Overleden in de Legerplaats bij Oldebroek.

 

 

Akte: 54

Aktedatum: 25-05-1916

Overleden: 24-05-1916

Naam: Francois Baron

Oud: 3 jaar

Ouders: Guillaume Baron en Marie Lenaers

Komende van Eben Emael (België)

Overleden in de Legerplaats bij Oldebroek.

 

 

Akte: 66

Aktedatum: 23-06-1916

Overleden: 22-06-1916

Naam: Schadick

Oud: levenloos geboren

Ouders: Theodore Schadick en Elise Metten

Komende van Maeseijk (België)

Overleden in de Legerplaats bij Oldebroek.

 

 

1917

Akte: 11

Aktedatum: 03-02-1917

Overleden: 02-02-1917

Naam: Josephus Joannes Hubertus Leeters

Oud: 19 jaar

Ouders: Joannes Leeters en Ida de Hingh

Komende van Neeritter (België)

Overleden in de Legerplaats bij Oldebroek.

 

 

Akte: 69

Aktedatum: 16-06-1917

Overleden: 15-06-1917

Naam: Jacobus Hendricus Jozephus Vincent

Oud: 25 jaar

Ouders: Henri Vincent en Maria Anna van Wissen

Komende van Gronsveld (België)

Overleden in de Legerplaats bij Oldebroek.

 

 

1918

Geen vluchtelingen overleden

 

 

1919

Akte: 2

Aktedatum: 02-01-1919

Overleden: 01-01-1919

Naam: Stephan Kislow

Oud: 28 jaar

Ouders: niet bekend

Wonende te Rusland

 

 

Akte: 43

Aktedatum: 02-04-1919

Overleden: 31-03-1919

Naam: Joseph Petrusik

Oud: 6 maanden, geboren te Rotterdam

Ouders: Joseph Petrusik en Elena Idamowitz

 

 

Akte: 44

Aktedatum: 02-04-1919

Overleden: 31-03-1919

Naam: Paul Walter Jozef Neswarba

Oud: 3 jaar, geboren Hamborn, Duisburg

Ouders: Jozef Neswarba en Eleonora Lekoh

 

 

Akte: 60

Aktedatum: 26-05-1919

Overleden: 25-05-1919

Naam: Stanislaus Kaminske

Oud: 36 jaar, geboren Lodz in Polen

Ouders: niet bekend

Akte: 61

Aktedatum: 26-05-1919

Overleden: 25-05-1919

Naam: Heinrich Kletcher

Oud: 2 jaar, geboren te Hegen in Duitsland

Ouders: Wilhelm Kletscher en moeder niet bekend

 

 

Akte: 63

Aktedatum: 02-06-1919

Overleden: 31-05-1919

Naam: Andre Tseherepow

Oud: 27 jaar

Ouders: niet bekend

Akte: 78

Aktedatum: 09-07-1919

Overleden: 07-07-1919

Naam: Dyminski

Oud: levenloos geboren

Ouders: Jozef Dyminski en Maria Dobrolska

Beiden woonden tijdelijk in Oldebroek

Brievenboek, Belgische vluchtelingen 1914-1919

GA Oldebroek 
Brievenboeken Inv.nr. 300, 301 en 302


nr. 607 (300) Oldebroek 29 aug. 1914
Belgische Vluchtelingen
Den heer Commissaris der Koningin in de provincie Gelderland.
In verband met uw telegram van 23 dezer heb ik de eer U Hoog Edel Gestrenge mede te deelen, dat op 28 augustus jl. ruim 200 Belgische vluchtelingen, meest vrouwen en kinderen, alhier zijn aangekomen. Zij zijn in de Legerplaats bij Oldebroek onder dak gebracht en staan onder toezicht van een Regeeringscommissaris. Een aantal militairen en marechaussees zijn ter bewaking in de Legerplaats aanwezig. Naar ik verneem zullen binnenkort nog ettelijke Belgische gezinnen volgen.

De burgemeester van Oldebroek
(get. Van Sytzama)


nr. 619 (300) Old. 2 sept. 1914
Belgische vluchtelingen (burgerlijke stand)
Aan de heer Regeeringscommissaris te Legerplaats bij Oldebroek.
De aanwezigheid van eenige honderdtallen Belgische vluchtelingen in de legerplaats alhier, geeft mij aanleiding uwe aandacht te vragen voor de volgende mededeeling.
Het Bureau voor den Burgerlijke Stand is te Oldebroek geopend des voormiddags van 9 - 12 uur, ten gemeentehuize, voor de aangiften van geboorte en overlijden, behalve op zondags. De aangiften van geboorte behoort te geschieden door den vader. Indien hij niet aanwezig is, als dan door een medicus, vroedvrouw of verpleegster die hulp verschafte. Hiervoor is benoodigd eene zeer duidelijke opgaaf in de Nederlandsche taal der namen van de ouders, hunne voornaamen, hun beroep geboorteplaats, geboortedatum, en woonplaats in België en den voornaam van het kind. In geval van eene aangifte van overlijden behoort te worden gemeld de naam, voornaam, geboorteplaats, geboortedatum, woonplaats in België, het beroep en uur van overlijden; voorts in geval de overledene gehuwd, weduwe of weduwnaar is, de naam, voornaam, woonplaats in België van den anderen echtgenoot, wijders of beide ouders den overledene nog in leven zijn, en zoo ja, hun beroep en woonplaats in België.
Wat de begraving aangaat meen ik het volgende te moeten opmerken. Aangezien deze gansche Belgische kolonie blijkbaar den Roomsch Katholieken godsdienst belijdt, zijn als hiervoor aangegeven de kerkhoven te Hattemerbroek en te Vaessen. Beide R.C. kerkhoven zijn daar zeer klein, en de afstand van de Legerplaats is zoo groot, dat de overbrenging enorme bezwaren zoude medebrengen. Het algemeene kerkhof beidt wel ruimte maar blijft ook veraf, en afschoon tegen begraving aldaar geen wettelijke bezwaren bestaan, zoude ik vermoeden, dat de bevolking alhier, die algeheel Protestant is, hoe onvriendelijk ook, het niet zeer aangenaam zal vinden, dat hiervan gebruik wordt gemaakt, terwijl van Katholieke zijde allicht bedenkingen zullen bestaan tegen ter aarde bestelling in ongewijde aarde.

Teneinde aan een en ander tegemoet te komen, en niet onnodig gevoelige gemoederen ongerust te maken, zoude ik u wel beleefd willen vragen te overwegen of het niet wellicht aanbeveling zoude verdienen op een daartoe geschikte stille plaats beneden den Woldberg en op een afstand van minstens 50 meter van de bestaande gebouwen, eventueel een bijzondere begraafplaats in te richten. Dit kan zeer eenvoudig geschieden, desnoods door afpaling, of door omheining met palen en draad ter hoogte van minstens twee meter. Hiertoe behoort aan Burgemeester & Wethouders van Oldebroek vergunning te worden gevraagd, welke naar ik meen, gereedelijk zal worden verleend. Zulk eene omrastering kan zeer waarschijnlijk wel door daartoe geschikte werkkrachten uit de kolonie worden daargesteld. Het zoude aanbeveling verdienen dat u omtrent de inrichting van zulk eene bijzondere begraafplaats - voor het geval u zich hiermede kunt vereenigen - reeds nu overleg pleegt melden betrokken minister, daar alle grond ter plaatse Rijksgrond is. Het behoeft geen betoog dat ook eene vooraf gaande bespreking met de ten uwent aanwezige geestelijken haast wel noodig is. Hoewel het delven van een graf zeker ook door een of meer vluchtelingen kan geschieden, zoude dergewenscht dit op aanvraag kunnen geschieden door een doodgraver uit Oldebroek. Begraving mag niet plaats vinden voor dat 36 uren zijn verloopen of na den 5e dag, den dag van het overlijden niet meegerekend. Wat betreft het vervaardigen van een doodkist, meen ik u er op te wijzen dat in de Legerplaats een knecht aanwezig is van den timmerman H. Jonker alhier, aan wie men het onderhoud der gebouwen is opgedragen, aan hem zoude eene benodigde bestelling gemakkelijk worden gedaan, en hij kan direct de maten opnemen. Wanneer ik goed ben ingelicht is hij thans werkzaam in of nabij de kazerne der marechaussee. eene draagbaar zoude alhier kunnen worden geleend, hoewel het vervoer heen en weer wel moeilijkheden oplevert. Indien eene besmettelijke ziekte onverhoopt mocht uitbreken verzoek ik u beleeft daarvan onverwijld kennis te doen geven ten gemeentehuize.

De burgemeester van Oldebroek
(get.) Van Sytzama


nr. 645 Old. 5 sept. 1914
Burgerlijke stand
Den heer Regeeringscommissaris te Legerplaats bij Oldebroek
In verband met mijn schrijven van 2 september jl. nr. 619, heb ik de eer U Edel Gestrenge hierbij te doen toekomen een aantal formulieren voor aangifte van geboorten en overlijden, met beleefd verzoek bij voorkomende gevallen, aan den persoon, die ter secretarie aangifte van geboorte of overlijden doen moet, telkens een formulier behoorlijk ingevuld, ter hand te stellen, om dit bij de aangifte over te leggen. Een en ander vereenvoudigt zoowel uwe als dezer zijdsche administratie, en geeft waarborg dat de akte zoo juist en volledig mogelijk wordt opgemaakt.

De burgemeester van Oldebroek
(get.) Van Sytzama


nr. 655 Old. 10 sept. 1914
Den heer Regeeringscommissaris in de Legerplaats Oldebroek.
Naar aanleiding van een bij mij ingekomen schrijven van den burgemeester van Eijsden, heb ik de eer u het volgende mede te deelen.
op 31 augustus jl. hebben vluchtelingen in die gemeente vertoevende, een telegram van geluk wenschen verzonden aan Hare Majesteit de Koningin. Hare Majesteit heeft daarop Haren dank aan die personen doen overbrengen. Aangezien echter toen reeds vluchtelingen naar Legerplaats alhier waren overgebracht, zijn dezen hiermede niet bekend. Beleefd verzoek ik u in verband met het bovenstaande aan hen die tot de verzending van het telegram hebben meegewerkt, Hare Majesteits bijzondere dank over te brengen voor de zeer gewaardeerde wenschen en hulde betuigingen.

De burgemeester van Oldebroek
(get.) Van Sytzama


nr. 665 Old. 17 sept. 1914
Geneeskundigen
Den heer hoofdinspecteur van de Volksgezondheid, enz. te 's Hertogenbosch.
Bij deze heb ik de eer U Edel Gestrenge mede te deelen dat zich tijdelijk alhier in de Legerplaats bij Oldebroek - thans Vluchtoord voor Belgische onderdanen- gevestigd heeft als geneesheer dr. J.W. Jennij Weijerman, die wegens zijn schrijven den 15 september jl. zijn diploma enz. rechtstreeksch aan u opzond.

De burgemeester van Oldebroek
(get.) Van Sytzama


nr. 680 Old. 1 oct. 1914
Vreemdelingen
Opgave verkeer vreemdelingen binnen de gemeente Oldebroek, over het 3e kwartaal 1914. e.a. 1000 vluchtelingen uit België (verblijven tijdelijk in de Legerplaats alhier)


nr. 735 Old. 19 oct. 1914
Vluchtelingen opsporing
Den heer Regeeringscommissaris te Legerplaats bij Oldebroek.
Van wege geinterneerde Belgische militairen te Amersfoort wordt bij mij navraag gedaan omtrent hunne gezinnen. In verband daarmede heb ik de eer U Hoog Edel Gestrenge beleefd te verzoeken wel in de van uwent wege aangelegde lijsten te willen doen nazien of bedoelde personen ten uwent verblijf houden en mij daarvan meedeeling te doen.
1e Emerce van Strijdonck (met 1 kind) vrouw van Horent de Maeijls
2e Anna van Berghe (met 3 kinderen) vrouw van Edmond van Puijembroek
3e Sidonie van Herckvoorde vrouw van Gustaaf Camenier
4e Leontine Nonneman (met 1 kind) vrouw vaan Frans van Lombergen
5e Stefanie van Hoogedorpel vrouw van Amedeé Brijs
6e Paulin van Dievoet (met 1 kind) vrouw van Alfons Hermans
7e Marie Bijl (en kinderen) vrouw van Cesar van Baerle
8e Irma Hellemans vrouw van Alfons Seresia
9e de ouders van Theophiel Seresia
Bovengenoemde personen zijn allen afkomstig van de gemeente Burgh, Oost-Vlaanderen, België.

De burgemeester van Oldebroek
(get.) Van Sytzama


nr. 740 Old. 21 oct. 1914
Besmettelijke ziekten
Den heer inspecteur van de Volksgezondheid enz. te 's Hertogenbosch.
Kennisgeving omtrent het heerschen van "Diphtheritis" in het Vluchtoord Oldebroek.


nr. 757 Old. 2 nov. 1914
Belgische vluchtelingen
Den heer burgemeester van Doornspijk.
Bij deze heb ik de eer U Edel Achtbare mede te deelen dat volgens bekomen inlichtingen 3 Belgische vluchtelingen, deze gemeente verlaten hebben en thans bij den heer Van Munster en L.J. Dekker te Oosterwolde geherbergd worden.
Hunne namen enz. zijn:
Florentius Wilhelmus de Ridder, geboren 17 december 1871 te Borgerhout en wonende te Antwerpen.
Joanna Theresia Cecilia Casteleijn, geboren 11 mei 1873 te Antwerpen en wonende aldaar (vrouw van De Ridder).
Julianus Florentius Elisa de Ridder, geboren 11 april 1907 te Antwerpen en wonende aldaar.

De burgemeester van Oldebroek
(get.) Van Sytzama


nr. 759 Old. 2 nov. 1914
Belgische vluchtelingen
Den heer Commissaris der Koningin in de provincie Gelderland.
Ter voldoening aan uwe aanschrijving dd. 311 october jl. nr. 7965/20 heb ik de eer U Hoog Edel Gestrenge mede te deelen:
1e dat het grootste aantal Belgische vluchtelingen dat tezelfdertijd in deze gemeente heeft verblijfgehouden 1151 bedraagt; t.w. 1050 in de Legerplaats bij Oldebroek, en 1010 bij particulieren en in een school, onder de laasten zijn begrepen 5 Duitschers, die de laatste jaren te Gent woonachtig waren.
2e dat de houding van de ingezetenen tegenover de vluchtelingen, in het algemeen niets te wenschen overliet.
3e dat bij aankomst van de 96 vluchtelingen uit Antwerpen en naaste omgeving een lokaal moest gehuurd worden, alwaar, wijl men eerst te 10 uur 's avonds arriveerde, de eerste nacht doorgebracht werd; voorts moesten een 2 tal ledig staande schoollokalen te Wezep voor tijdelijk verblijf van 11 vluchtelingen ingericht worden.
4e dat de terugkeer van vluchtelingen tot heden langzaam ging; de in de Legerplaats bij Oldebroek aanwezigen komen uit Visé en omliggende plaatsen, deze kunnen nog niet terug; van de bij particulieren en in de school ondergebrachte vluchtelingen vertrokken er heden 52, en van 26 - 29 october jl. 21.
5e dat op 1 november jl. nog in de gemeente aanwezig waren ongeveer 1126 vluchtelingen.

De burgemeester van Oldebroek
(get.) B.A. Koops, wethouder, loco-burgemeester


nr. 767 Old. 4 nov. 1914
Besmettelijke ziekten
Den heer inspecteur van de Volksgezondheid, enz. te 's Hertogenbosch.
Mededeeling omtrent aanbrengen van het kenmerk "Febris Typhoïdea" in de Militaire Ziekeninrichting in de Legerplaats bij Oldebroek.


nr. 778 Old. 7 nov. 1914
Vluchtelingen
Aan den heer Commissaris der Koningin in de provincie Gelderland.
Naar aanleiding van Uwe aanschrijving dd. 12 october jl. nr. 257a heb ik de eer U Hoog Edel Gestrenge te doen toekomen, een afschrift van de daarbij bedoelde lijst van vreemdelingen.

De burgemeester van Oldebroek
(get.) Van Sytzama


nr. 782 Old. 10 nov. 1914
Belgische vluchtelingen
De heer burgemeester van Boekel.
Alhier vertoeven de navolgende Belgische vluchtelingen.
J.F.C. Claessens en gezin (vrouw Anna van Woensel en kinderen Eduard J.E.; Eugeen J.R. en Rosalie E.L.) alsmede Silvi, Pieter en André van Woensel, kinderen van den ten uwent verblijvenden vluchtelingen Eduard van Woensel. De laatste 3 kinderen zouden gaarne naar hun ouders vertrekken, alsmede bovengenoemde Anna van Woensel en gezin. Beleefd verzoek ik U Edel Achtbare mij wel te willen berichten of meergenoemde personen ten uwent kunnen ondergebracht worden.

De burgemeester van Oldebroek
(get.) Van Sytzama


nr. 786 Old. 13 nov. 1914
Vluchtelingen
Den heer Commissaris der Koningin in de provincie Gelderland.
Naar aanleiding van uwe missive dd. 12 november jl. nr. 8199/5 heb ik de eer U Hoog Edel Gestrenge te berichten dat uwe aanschrijving van 6 november t.w. nr. 8048/13 alhier niet ontvangen is, met beleefd verzoek mij alsnog daarvan een afschrift toe te zenden.

De burgemeester van Oldebroek
(get.) Van Sytzama


nr. 791 Old. 17 nov. 1914
Vluchtelingen
Aan den heer Commissaris der Koningin in de provincie Gelderland
Ter voldoening aan uwe circulaire dd. 6 november 1914 jl. nr. 8048/3 heb ik de eer U Hoog Edel Gestrenge te berichten dat door mij geen dekens, stroozakken, matrassen enz. zijn aangeschaft voor vluchtelingen, terwijl mede geen extra kosten voor toezicht, verwarming enz. gemaakt zijn.

De burgemeester van Oldebroek
(get.) Van Sytzama


nr. 792 Old. 17 nov. 1914
Vluchtelingen
Aan den heer Commissaris der Koningin in de provincie Gelderland
Ter voldoening aan uwe aanschrijving dd. 12 november jl. nr. 8217/23 heb ik de eer U Hoog Edel Gestrenge te berichten dat zich in deze gemeente geen kramen, carrousels en dergelijke inrichtingen bevinden.

De burgemeester van Oldebroek
(get.) Van Sytzama


nr. 793 Old. 17 nov. 1914
Vluchtelingen
Aan den heer Commissaris der Koningin in de provincie Gelderland
Ingevolge uwe aanschrijving dd. 12 november jl. nr. 8222/25 heb ik de eer U Hoog Edel Gestrenge te berichten;
a. dat in deze gemeente geen groote gebouwen, die ledig staan, en die op niet al te kostbare wijze zouden kunnen worden ingericht voor tijdelijk verblijf van vluchtelingen, aanwezig zijn.
b. dat in deze gemeente, met uitzondering van het schietterrein in de Legerplaats bij Oldebroek, geen terrein beschikbaar is waarop een kamp zou kunnen worden ingericht.

De burgemeester van Oldebroek
(get.) Van Sytzama


nr. 794 Old. 17 nov. 1914
Vluchtelingen
Aan den heer Commissaris der Koningin in de provincie Gelderland
Naar aanleiding van uwe aanschrijving dd. 12 november jl. 8218/24 heb ik de eer U Hoog Edel Gestrenge te berichten, dat door mij geen goederen of voorwerpen als daarbij bedoeld voor Rijksrekening werden aangeschaft.

De burgemeester van Oldebroek
(get.) Van Sytzama


nr. 798 Old. 21 nov. 1914
Krankzinnigen
Den heer Officier van Justitie te Zwolle.
Bij deze heb ik de eer U Edel Achtbare mede te deelen, dat heden door mij op verzoek van den Regeeringscommissaris - die zich nog heden met de vereischte stukken ten uwent zal vervoegen - is afgegeven een machtiging om Joseph Franck, oud 74 jaar, wonende te Warsage (België) tijdelijk als vluchteling vertoevende in de Legerplaats bij Oldebroek (Vluchtoord) in een krankzinnigengesticht, en wel te Ermelo - Veldwijk, op te nemen.

De burgemeester van Oldebroek
(get.) Van Sytzama


nr. 802 Old. 26 nov. 1914
Belgische vluchtelingen
Den heer Commissaris der Koningin in de provincie Gelderland.
Alhier bevinden zich nog 14 Belgische vluchtelingen t.w. 1 gezin bestaande uit man, vrouw en 3 kinderen; 1 vrouw met 2 kinderen; 3 kinderen wier ouders te Boekel vertoeven; 1 man en 2 kinderen; de ouders van deze kinderen zijn te Doornspijk.
Waar dezen voorlopig althans niet naar Antwerpen terugkeeren, zoo rijst de vraag of zij - hoewel zij daartoe weinig lust gevoelen - naar kampen moeten overgebracht worden. Voor 11 vluchtelingen wordt de vergoeding ad. 30 cent per dag uitgekeerd en in verband daarmede is het misschien gewenscht dezen althans te verwijderen, tenzij belanghebbenden mochten verklaren dat men ze gratis wilde herbergen.
Naar aanleiding van een ander heb ik de eer U Hoog Edel Gestrenge beleefd te verzoeken mij wel te willen berichten of met de uitkeering van 30 cent kan voortgegaan worden, dan wel, dat het noodzakelijk is hetzij allen hetzij degenen voor wie vergoeding gevraagd wordt, naar een Vluchtoord worden overgebracht.

De burgemeester van Oldebroek
(get.) Van Sytzama


nr. 816 Old. 4 dec. 1914
Belgische vluchtelingen
Den heer Commissaris der Koningin in de provincie Gelderland
Naar aanleiding van uwe missive dd. 1 december jl. nr. 8598/8 heb ik de eer U Hoog Edel Gestrenge mede te deelen, dat de nog alhier vertoevende Belgische vluchtelingen, waarvan geen enkele den dienstplichtigen leeftijd bezit, niet genegen zijn uit eigen beweging naar Engeland te vertrekken.

De burgemeester van Oldebroek
(get.) Van Sytzama


nr. 819 Old. 4 dec. 1914
Krankzinnigen 4 bijlagen
Den heer Regeeringscommissaris "Vluchtoord" Nunspeet.
Bij deze heb ik de eer U Hoog Edel Gestrenge te doen toekomen een aan Burgemeester en Wethouders gericht schrijven van den Secretaris-Administrateur van het Krankzinnigengesticht te Utrecht met bijlagen, betreffende den patiënt Joseph Franck, met beleefd verzoek de verschillende vragen enz. voor zoover mogelijk te willen doen beantwoorden, en de stukken daarna spoedshalve rechtstreeksch naar Utrecht te zenden.

De burgemeester van Oldebroek
(get.) Van Sytzama


nr. 831 Old. 16 dec. 1914
Belgische vluchtelingen


nr. 850 Old. 28 dec. 1914
Vluchtelingen
Aan den Burgemeester van Egmond binnen.
Bij deze heb ik de eer U Edel Achtbare te berichten, dat zich alhier nog ophouden een 8 tal Belgische vluchtelingen t.w. J.C.F. Claessens en vrouw Anna van Woensel met 3 kinderen; alsmede 3 kinderen mede Van Woensel genaamd, broers en zuster van de vrouw van Claessens.
De ouders van de vrouw van Claessens en van laatstgenoemde 3 kinderen zijn te Egmond op den Hoef en zouden volgens meedeeling van Claessens gaarne hun kinderen en kleinkinderen bij hun hebben, ook deze zouden liever bij hun ouders zijn - Naar aanleiding hiervan heb ik voorts de eer U Edel Achtbare beleefd te verzoeken mij wel te willen berichten of er uwerzijds bezwaar tegen bestaat bedoelde vluchtelingen naar Egmond op den Hoef over te doen brengen.

De burgemeester van Oldebroek
(get.) Van Sytzama


nr. 61 (boek 301) Old. 14 jan. 1915
Vluchtelingen
Aan den heer commissaris der Koningin in de provincie Gelderland.
Tot voldoening aan Uwe aanschrijving den 11 januari jl. nr. 264/31 heb ik UHEG te berichten, dat zich in deze gemeente geen vluchtelingen bevinden als daarbij bedoeld.


nr. 75 Old. 20 jan. 1915
Geinterneerden
Zijne excellentie den heer Minister van Oorlog te 's Gravenhage
Naar aanleiding van tot mij gekomen geruchten dat eerlang in de Legerplaats alhier buitenlandsche soldaten zullen worden geinterneerd, welke geruchten worden versterkt door het feit, dat het Kamp blijkbaar voor de opneming van deze personen in gereedheid wordt gebracht, neem ik de vrijheid Uwe Excellentie inlichtingen te vragen omtrent de zoogenaamde vrouwen questie, welke hierbij op den voorgrond treedt.
Wanneer ik goed ben ingelicht wordt aan geinterneerden in de garnizoensplaatsen vergund hunne echtgenooten hetzij bij zich, hetzij in den omtrek te herbergen. Uit dien hoofde bereikten mij reeds verzoeken om eventueel voor logie te willen zorgdragen. Het is mij onmogelijk om, wanneer eenmaal de tijd daar zoude zijn, hierin hulp te verschaffen. Immers het zal Uwe Excellentie bekend zijn, dat ver in den omtrek van de Legerplaats niet de minste gelegenheid in de heide bestaat om een groot, ook zelfs een klein aantal gezinnen of vrouwen onderdak te brengen. Zij is bovendien minstens anderhalf uur gaans verwijderd van bebouwde kommen, en als ware de afstand geringer dan nog zoude geen hulp in bedoelde zin aldaar worden gevonden. Daar het mij nu toeschijnt dat juist deze aangelegenheid er speciaal eene is, die, wanneer geen tijdige voorziening plaats heeft, aanleiding kan geven tot ontevredenheid onder de troepen, verzoek ik Uwe Excellentie beleefd daarvoor maatregelen te willen nemen.
Wijk het Rijk buiten de engere grenzen der Legerplaats over voldoende terreinen beschikt, zoude wellicht niet te veel bezwaar bij Uwe Excellentie bestaan om onder deze gemeente, bij de vele, reeds ten behoeve van de vluchtelingen, gebouwde barakken nog eenige daar te stellen voor bovengenoemd doel, tenzij de Legerplaats alleen werd aangewezen voor de interneering van ongehuwde soldaten.
De Burgemeester van Oldebroek, get. Van Sytzama


Nr. 156 Old. 15 febr. 1915
Drankverkoop aan geinterneerden
Aan den heer Kolonel Commandant e/h Interneerings depot Legerplaats Oldebroek. In antwoord op Uw schrijven van 12 dezen nr. 90 heb ik de UHEG te berichten dat de wet niet toestaat den vergunninghouders te verbieden sterken drank te schenken aan speciale personen. Teneinde evenwel aan Uw verzoek te voldoen heb ik den bij het Station wonende vergunninghouder S. Hooghiemstra met den meesten nadruk verzocht geen sterken drank in welken vorm ook te schenken, te verkoopen of te geven aan geinterneerden. Ik vertrouw dat hij gehoorgeven zal aan deze vingerwijzing. E. Bosch mede bij het Station woonachtig mag geen sterken drank in zijn huis hebben, daar hij slechts een zoogenaamd verlof heeft. Overigens bestaan in deze gemeente geene gelegenheden in dien omtrek, waar sterke drank wordt verkocht. In het dorp Oldebroek komen geinterneerden niet. Mocht mijne handelswijze ten opzichte van S. Hooghiemstra niet voldoende baten, dan zoude door U misschien kunnen worden in werking gesteld de bepaling van art. 28 der wet van 23 mei 1899 (stbl. 128) voor het geval dat uwerzijds ook onder "openbare orde" wordt begrepen de openbare orde in een afgesloten kamp. Voorlopig ben ik echter van meening dat de gedane waarschuwing doel zal treffen, en zoals U reeds in uwen brief opmerkte, zal het euvel weer meer te Elburg zijn te zoeken. Eene vergunning van Fidder onder de gemeente Doornspijk, aan de grintweg, circa 20 minuten gaans van het Station, zal voor dit geval, niet het minst onder controle behooren te staan.

De burgemeester van Oldebroek
(get.) Van Sytzama


Nr. 200 Old. 2 mrt 1915
Inkwartiering
Aan den heer Commandant van het IIIe Bat. 3e regiment Vesting Art. te Oudshoorn.
Naar aanleiding van Uw schrijven d.d. 24 februari jl. nr. 363 m heb ik de eer UHEG mede te deelen, dat in de nabijheid van 't station Elburg Oldebroek geen enkele officier of mindere kan ingekwartierd worden, daar bijna in elke woning vrouwen van Belgische geinterneerden vertoeven, terwijl het Pension Dennenwoud bezit is met Belgische officieren.

de burgemeester van Oldebroek
(get.) Van Sytzama


nr. 211 Old. 5 mrt 1915
Geinterneerden vergoeding vrouwen 26 bijl.
Ik heb de eer U te doen geworden een 26 tal aanvragen van vrouwen van geinterneerde Belgische militairen, die gaarne de hun toekomende uitkeering zullen ontvangen. In antwoord op uw schrijven van 23 februari jl. kan ik u mededeelen, dat ik mij wel wil belasten met de uitdeeling en het doen teekenen der quitanties. Beleefd verzoek ik u dus de benoodigde gelden aan mij te doen toekomen. Het zoude mij zeer aangenaam zijn indien u mij Nederlandsch geld wilde zenden, daar Belgisch geld alhier onmogelijk kan worden gewisseld, behalve te Zwolle, hetgeen echter met veel tijdverlies gepaard gaat en kosten veroorzaakt. Tevens zoude ik gaarne eene lijst van u tegemoet zien waaruit duidelijk blijkt hoeveel en aan wie moet worden uitgekeerd.

De burgemeester van Oldebroek
(get.) Van Sytzama


nr. 246 Old. 26 mrt 1915
Belgische vluchtelingen
Aan de Centrale Commissie tot behartiging van de belangen van naar Nederland uitgeweeken vluchtelingen te 's Gravenhage, Lange Voorhout 45
Naar aanleiding van uw schrijven van 24 dezer heb ik de eer u te berichten, dat J.C. Claessens en gezin, S. van Woenzel, P. van Woenzel, A. van Woenzel 2 januari jl. uit deze gemeente vertrokken zijn naar Egmond a/d Hoef. G. Schoemaeker vrouw van Kasteleijn en gezin, eind december naar Engeland; naar men verneemt is deze sedert teruggekeerd en vertoeft zij thans te Kerkrade. Thans zijn nog alhier aanwezig L. Ceunen schrijnwerker bij G. v.d. Brink, F.W. de Ridder en gezin, wonende in een kamer op het dorp. Dat sedert navolgende vrouwen van geinterneerde Belgische in deze gemeente vertoeven.
T.T.G. Goijers echtgenote van J.E.G. Impens
H.M. Descamps echtgenote van J.C. Collas
M.A.F. Cahay echtgenote van H.J. Halleux
L. Collen echtgenote van L. Peignois
M.L. Gerris echtgenote van M.J. Collard
M.L.I. Brasseur echtgenote van M.J. Hausmanne
P. Sothaux echtgenote van E. Dussart
J.A. Galderoux echtgenote van H.J. Bauwens
M.C.C.M. Hanron echtgenote van G.A.J. Meercheel (Marchal??)
H.F.H.M. Vanhoute echtgenote van F.S.G. Dakin
M.C.J. Lenaers echtgenote van G. Baron
M.J. Queilin echtgenote van F.J. Octave
A.M.F. van Oppen echtgenote van J.L. Hebette
L.C. Keijts echtgenote van M.J. Dubois
M. Maerthalcke echtgenote van E. van den Bulck
M.B. de Muijnk echtgenote van H.W. Stevens
M.J. vd Filved echtgenote van C.L. v. Goethem
L.P. van Geffen echtgenote van P.J.H. Vercammen
M.V. Derweduwen echtgenote van J. Nicasij
M.V.B. Lambrechts echtgenote van F.A. Humblet
M. Garraaij echtgenote van P.H. Frere
A.M.B. Gardes echtgenote van G. Vell J. Manen
A.L. Lippens echtgenote van J.B.J. G. Vethuijs
M.F. Verhelst echtgenote van L. de Raet
M.P. Goeman echtgenote van E. Moerenhout
M.H. Boogers echtgenote van A.J. Maes
M.M.J. Pairoux echtgenote van L.C. van Schamelbone
C.A. Hella echtgenote van D.J. Degeneffe
M. v. Taverne echtgenote van E.L.C. Bellis
O.M.E. Garnies echtgenote van M.H.J. Gilmart
A.J. v. Herck echtgenote van A.L.R. Schlusmans
C.F. Lismonde echtgenote van T.L.J. Vrancken
S. Lambrechts echtgenote van C. Raemaker
E. Derwa echtgenote van J.J.M. Leunis
O.M.A. de Greef echtgenote van H.L.J. Lambert
R. Verden echtgenote van A.E. Melen
S.M.J. Paht Jean echtgenote van E.L. Vrancken
L. T´ Jan echtgenote van T.H. Lalmond
M.A. Roeland echtgenote van L. Vrijdagh
J.M. Chirpen echtgenote van L. Boon
M.E. Has echtgenote van J. B.M. Verlooy
H.M.J. Mereies echtgenote van L.P. Paan
P.T.G. Nitelet echtgenote van J. Depauw
M.J. Philippekin echtgenote van J.I. Fairon
A.J. Lannoy echtgenote van A.H. de Reeijzelaew

De burgemeester van Oldebroek
(get.) Van Sytzama


nr. 260 Old. 1 apr. 1915
Vreemdelingen
Opgave aan den Procureur Generaal fungeerend directeur van 't Rijks Politie te Arnhem omtrent vreemdelingen voor het 1e kwartaal 1915. (aangekomen eenige vrouwen van geinterneerde Belgische militairen).


nr. 296 Old. 9 apr. 1915
Belgische vluchtelingen onderwijs
Den heer Commissaris van de Koningin in de provincie Gelderland
Ter voldoening aan uwe aanschrijving van 27 maart jl. nr. 2019/5 heb ik de eer U Hoog Edel Gestrenge te berichten;
a. dat in deze gemeente geen afzonderlijk onderwijs aan Belgische kinderen gegeven wordt;
b. dat zich op 't oogenblik geen Belgische kinderen in deze gemeente bevinden voor wie afzonderlijk onderwijs gewenscht zou zijn.

De burgemeester van Oldebroek
(get.) Van Sytzama


nr. 300 Old. 12 apr. 1915
Geinterneerden
Beantwoording van den brief van den Kolonel Commandant van het Interneeringsdepot Legerplaats bij Oldebroek omtrent het te werk stellen van Belgische geinterneerden.


nr. 313 Old. 19 apr. 1915
Staat van beleg. verordening militair gezag. 1 bijlage.
Heeren Gedeputeerde Staten der provincie Gelderland.
Ter voldoening aan art. 22, laatste lid van de Wet van 23 mei 1899 (st.bl. nr.128), zoals die is gewijzigd bij de Wet van 31 december 1909 (st.bl. nr. 469) heb ik de eer U Edel Groote Achtbare hierbij toe te zenden een door den Commandant van het Interneeringsdepot Legerplaats te Oldebroek vastgestelde verordening, welke op 17 april jl. alhier op de gebruikelijke wijze is afgekondigd.

de burgemeester van Oldebroek
(get.) Van Sytzama


nr. 317 Old. 21 apr. 1915
Den heer Kolonel Commandant van het Interneeringsdepot Legerplaats Oldebroek. Naar aanleiding van uw schrijven van 1 april jl. nr. 549, heb ik de eer U Hoog Edel Gestrenge te doen toekomen de opgaven bij mij ingekomen omtrent het verstrekken van inwoning of nachtverblijf. De lijst van eenen inwoninggeven zal u alsnog worden toegezonden daar ik deze door bijzondere omstandigheden nog niet hierbij voegen kan.

de burgemeester van Oldebroek
(get.) Van Sytzama


nr. 331 Old. 24 apr. 1915
Aan den heer Commandant van het Interneeringsdepot Legerplaats bij Oldebroek.
ik heb de eer UHE Gestrenge mede te delen dat ik op 23 dezer in deze gemeente aan trof den Belgischen militair Guillaume van Hoijweghen in gezelschap van den landbouwer Flier. Daar ik mij niet herinnerde dat laatstgenoemde eene vergunning van u had bekomen om eenen militair in 't werk te hebben, hield ik hem aan en ondervroeg hem deswege. Het bleek mij toen dat Van Hoijweghen werkzaam was geweest bij Beert Fikse, dat hij bij dezen geen werk meer konde verrichten en zich toen in verbinding had gesteld met bovengenoemden Flier. Zeer waarschijnlijk zal deze nu een verzoek tot UHEG richten om aan Hoijweghen in 't werk te mogen hebben. Zoodra dit zal zijn ingekomen zal ik het u toekomen.

de burgemeester van Oldebroek
(get.) Van Sytzama


nr. 418 Old. 3 juni 1915
Besmettelijke ziekten
Den Inspecteur van de Volksgezondheid, den heer dr. J.C.I. van der Hagen te 's Hertogenbosch. Mededeeling omtrent het heerschen van Diphtheritus, in het Interneeringsdepot Legerplaats Oldebroek.


nr. 419 Old. 3 juni 1915
Besmettelijke ziekten
De gezondheidscommissie, gezeteld te Hattem.
Mededeeling als voren!


nr. 420 Old. 3 juni 1915
Verantwoording van uitgekeerde militaire vergoedingen aan geinterneerde Belgische militairen.
Aan den heer Consul van België te Tiel.
Ingevolge uw schrijven van 14 mei jl. nr. 911 en 19 mei d.a.v. nr. 932 heb ik de eer UEG hiernevens in te zenden, eene lijst, houdende verantwoording van de mij tot eerstgenoemden datum toegezonden gelden ten uitbetaling van militaire vergoedingen aan de echtgenooten van de in deze gemeente geinterneerde Belgische militairen wegens welke lijst ik thans nog in kas heb een som van fl. 425,49. Tevens gaan hierbij terug 15 kwitantiën, waarvan de bedragen niet meer door mij kunnen worden uitgekeerd, wegens de op de lijst, achter de namen der betrokkenen vermelde redenen.
Verder zijn op de lijst aangetekend de aanmerkingen door sommige vrouwen betrekkelijk het bedrag der uitkeeringen gemaakt, alsmede de waarschijnlijke redenen van de verschillen tusschen de gezonden en de uitgekeerde bedragen.

De burgemeester van Oldebroek
(get.) Van Sytzama


Nr. 424 Old. 4 juni 1915
Verantwoording van uitgekeerde militaire vergoedingen aan geinterneerde Belgische militairen.
Aan de heer Consul van België te Tiel.
In vervolg op mijn schrijven van gisteren heb ik de eer UEG mede te deelen dat de daarbij gevoegde lijst is opgemaakt voor de 28 mei jl. Dientengevolge zijn daarin niet verantwoord de uitkeeringen voor de vrouwen van de geinterneerde militairen over het tijdvak 15 t/m 28 mei waarvan de kwitantiën UEG werden terug gezonden en waarvan de bedragen door mij zijn ontvangen.
Deze uitkeeringen zijn de volgende
Marchal / Hanron fl. 5,01
Marchal / Juliet fl. 5,01
Preat? / Reckinger fl. 8,35
Vantorneret / Vanheems fl. 5,01
Bieke / Boers fl. 11,69
Dor joux / Nijs fl. 6,68
Collas / Decamps fl. 5,01
Bellis / Taverne fl. 5,01
Deyeneffe / Hella fl. 5,01
Adriaensen / Vanlooy fl. 5,01
Goethuijs / Lippens fl. 6,68
Boon / Swiper fl. 10,02
Van Goethem / van der Floed ------
Carlis / Goslain fl. 6,68
Goffin / Delahaije fl. 6,68
fl. 91,85

het bedrag dat ik thans in kas heb bedraagt dus fl. 425,49
+ fl. 91,85
fl. 517,35

de burgemeester van Oldebroek
(get.) Van Sytzama


nr. 426 Old. 4 juni 1915
Vergoedingen aan geinterneerden, teruggeving van kwitantiën. 1 bijlage
Aan den heer Consul van België te Tiel.
Ik heb de eer UEG hierbij ingesloten terug te zenden de kwitantie voor de uitbetaling van de militaire vergoeding aan madame Delaije-Vereijken, waarvan de terugzending werd verzocht bij uw schrijven van de 2 dezer nr. 1010.

De burgemeester van Oldebroek
(get.) Van Sytzama


Nr. 448 Old. 11 juni 1915
Comptabiliteit ondersteuning Belgische vluchtelingen. 4 bijlagen
Aan den heer Commissaris der Koningin in de provincie Gelderland.
Ter voldoening aan uwe aanschrijvingen van 9 oct. 1914 nr. 7582/2 22 october 1914 nr. 7788/26 en 17 maart 1915 nr. 1925/2 heb ik de eer UHE Gestrenge hiernevens in te zenden eene declaratie ten bedrage van fl. 525,27 wegens ondersteuning van Belgische vluchtelingen in 1914, met de betrekkelijke kwitantiën.

De burgemeester van Oldebroek
(get.) Van Sytzama


nr. 455 Old. 15 juni 1915
Vluchtelingen
Den heer Commissaris der Koningin in de provincie Gelderland.
Ter voldoening aan uwe aanschrijving, dd. 11 juni jl. nr. 4042/7 heb ik de eer U Hoog Edel Gestrenge te berichten dat zich op den 1en juni 1915 nog in deze gemeente bevonden 11 Belgische vluchtelingen. Voorts zijn in deze gemeente zoowel bij particulieren als in barak in de Legerplaats bij Oldebroek, meer dan 100 vrouwen en enkele kinderen van geinterneerde Belgische militairen.

De burgemeester van Oldebroek
(get.) Van Sytzama


Nr. 462 Old. 15 juni 1915
Militievergoedingen aan geinterneerde Belgische militairen. 4 bijlagen
Den heer Consul van België te Tiel.
Ik heb de eer U Edel Gestrenge hierbij terug te zenden de kwitantiën voor de uitbetaling van militaire vergoeding aan:
Mme Thiry - Barbier
Mme Hausmanne - Grootjans
Mme Vanschamelhout - Pairoux
Mme Wampach - Bouchat
die van uit deze gemeente naar de op de kwitantiën vermelde plaatsen zijn vertrokken. Tevens ontvangt U Edel Gestrenge hiernevens een Carte d' indentité van Madamme de Clerq - van Dael, die heeft getrokken te 's Hertogenbosch tot 10 april 1915, terwijl hare vergoeding alhier is begonnen den 22 mei, d.a.v.

De burgemeester van Oldebroek
(get.) Van Sytzama


Nr. 468 Old. 18 juni 1915
Burgerlijke stand Huwelijk Belgische geinterneerde. 1 pakket
Zijne excellentie de heer Minister van Buitenlandsche zaken te 's Gravenhage.
Bij deze heb ik de eer uwe excellentie terug te zenden de bij mij in bijgaande enveloppe ontvangen stukken betreffende een door J. Nelen, geinterneerd Belgisch militair in de Legerplaats bij Oldebroek, en Jeanne Rostagni aan te gaan huwelijk. Waar zoowel Nelen als zijn a.s. vrouw te Brussel gedomicilieerd is, de afkondiging reeds te Brussel heeft plaats gehad, en bovendien Nelen verklaard heeft dat hij het huwelijk te Brussel wenscht voltrokken te zien, zoo heb ik voorts de eer uwe excellentie hierbij te doen toekomen eene notarieële akte, waarbij J. Nelen een volmacht stelt om hem bij dat huwelijk te vertegenwoordigen enz.: met beleeft verzoek wel te willen doen bewerken dat deze stukken in het bezit komen van mijn ambtgenoot te Brussel.

De burgemeester van Oldebroek
(get.) Van Sytzama


Nr 486 Old. 28 juni 1915
Verlof A. Reurink steuncomité. 1 bijlage
De algemeene secretaris van het Koninklijk Nationaal Steuncomité 1914, 's Gravenhage.
Onder terugzending van het bij uw schrijven dd. 23 juni jl. nr. 3638 B gevoegde verzoekschrift van J. Labots timmerman alhier, heb ik de eer u het volgende mede te deelen. A. Reurink, landweerplichtige was tot 1 augustus 1914 knecht bij J. Labots. Deze is sinds ongeveer 3 weken ernstig ziek en zou daarom gaarne genoemde landweerplichtige enkele weken in het werk gehad hebben, met het oog op werkzaamheden aan hooibergen. Daar de hooibergen thans reeds met hooi gevuld zijn, zoo is het onnoodig deswege nu nog aan Reurink voornoemd verlof te geven. Labots beschikt nog over 2 knechten (Belgische vluchtelingen), die voor zoover bekend, voldoende bekwaam zijn om de zaak althans tijdelijk loopende te houden. Op moment komt het mij derhalve nog niet noodig voor geldelijke ondersteuning te verstrekken.

De voorzitter van het plaatselijk Steuncomité te Oldebroek
(get.) Van Sytzama

Nr. 506 Old. 3 juli 1915
Verantwoording uitkeeringen aan vrouwen van Belgische militairen
De heer Consul van België te Tiel
Ik heb de eer u hierbij ingesloten terug te zenden de lijst gevoegd bij uw schrijven van 25 juni jl. nr. 1161, onder mededeeling dat de uitkeering van madamme Baert- v.d. Vloed daarop waarschijnlijk abusievelijk tot een bedrag van fl. 10,02 is vermeld, daarzij volgens kwitantie slechts fl. 5,01 in de twee weken trekt. Overigens komen de op de lijst genoemde bedragen met de kwitantie overeen.
Verder ontvangt u hierbij terug 2 kwitantiën ten name van madamme Smolders-Snijers, die naar Maastricht vertrokken is. Op de eene kwitantie heeft zij hier niets getrokken. Volgens hare mededeeling is zij, nadat zij zich hier had doen inschrijven weer naar België teruggekeerd en heeft zij aldaar de vergoeding genoten tot 31 mei.
Mede gaat hierbij de kwitantie van madamme Delcarte-Barré, die thans in Elburg verblijf houdt. Ten slotte ontvangt u hierbij de verantwoording van al de mij tot nu toe toegezonden gelden, met beleefd verzoek mij te willen berichten op u hiermede accoord gaat. Volgens deze verantwoording heb ik thans nog in kas een bedrag van fl. 42,955

De burgemeester van Oldebroek
(get.) Van Sytzama


nr. 529 Old. 8 juli 1915
Declaratiën vluchtelingen (div. bijlagen)
Den heer Commissaris der Koningin in de provincie Gelderland.
Naar aanleiding van uwe missive dd. 18 juni jl. nr. 4107/3 heb ik de eer U Hoog Edel Gestrenge toe te zenden een 3 tal declaraties, in dubbel, met de daarbij behorende qui-tanties. Deze declaraties strekken ter vervanging van die, welke bij uw aangehaald schrijven, hetwelk hierbij beantwoord teruggaat, gevoegd was.

De burgemeester van Oldebroek
(get.) Van Sytzama


nr. 530 Old. 9 juli 1915
Onderstand aan vluchtelingen uit België (div. Bijlagen)
Den heer Commissaris der Koningin in de provincie Gelderland.
Wij hebben de eer u te zenden zes declaratiën betreffende onderstand van gemeentewege aan de vluchtelingen uit België over de maanden januari t/m juni 1915, in duplo. Tevens gaan hierbij de vereischte staten en kwitanties.
Burgemeester en Wethouders van Oldebroek.

De secretaris. (get. Lokhorst)
De burgemeester. (get. Van Sytzama)


Nr. 542 Old. 14 juli 1915
Militaire vergoedingen aan Belgische geinterneerde militairen (5 bijlagen)
Den heer Consul van België te Tiel
Ik heb de eer u hierbij terug te zenden de kwitantiën van
Mad. Baert - Van Vloed
Mad. Van Uffelen - Pellis
Mad. Van Ro - van de Meele
Die niet meer in deze gemeente verblijfhouden. Tevens ontvangt u hierbij terug eene kwitantie van Mad. Martin - Floor, daar van deze alhier reeds eene kwitantie aanwezig is. Op de aanwezige kwitantie heeft de uitkeering echter slechts plaats gehad vanaf den 28 mei. Mocht Mad. Martin - Floor alsnog recht hebben op de uitkeering van 25 maart t/m 27 mei, wil mij dan het bedrag over dat tijdvak doen toekomen, dan zal ik het haar ter hand stellen.
Ten slotte deel ik u mede dat J.F. Geerts, echtgen. Van J.B. Hellen, waarvoor eene lijst is ingevuld en u toegezonden, mij te kennen heeft gegeven dat zij weer naar België terugkeert. Eene kwitantie behoeft dus niet voor haar te worden gereed gemaakt.

De burgemeester van Oldebroek
(get.) Van Sytzama


Nr. 543 Old. 15 juli 1915
Militaire vergoedingen aan Belgische geinterneerde militairen (1 bijlage)
Den heer Consul van België te Tiel.
Het komt mij voor dat op inliggende kwitantie van Mad. Pagnay - Loly de 14 daagsche uitkeering te hoog berekend is. Mocht dit werkelijk het geval zijn, dan verzoek ik beleefd de kwitantie gewijzigd terug. Het teveel betaalde kan dan bij volgende uitkeering worden ingehouden.

De burgemeester van Oldebroek
(get.) Van Sytzama


nr. 556 Old. 20 juli 1915
Vergoeding Belgische militairen.
Den heer Consul van België te Tiel.
Ik heb de eer u hierbij ingesloten terug te zenden de kwitantiën van Madamme Fairon - Philippekin, die naar België is vertrokken.

De burgemeester van Oldebroek
(get.) Van Sytzama


nr. 569 Old. 28 juli 1915
Vergoedingen aan geinterneerde Belgische militairen
Aan den heer Consul van België te Tiel.
Ik heb de heer u hiernevens terug te zenden de kwitantiën voor de uitbetaling van militaire vergoeding aan:
Madamme Van Goethem - Van de Vloed
Madamme Brouillard - Patries
Madamme Tasia - Dehout
Madamme Brunin - Risae
die niet meer in deze gemeente verblijf houden.

De burgemeester van Oldebroek
(get.) Van Sytzama


nr. 574 Old. 30 juli 1915
Ziekten
Aan de gezondheidscommissie gezeteld te Hattem
Bericht dat Typhus heerst in het Interneeringskamp


nr. 575 Old. 30 juli 1915
Aan de heer dr. J.C.I. van der Hagen inspecteur den Volksgezondheid te 's Hertogenbosch.
Bericht dat het kenmerk Typhus is aangebracht aan de Militaire Ziekeninrichting in het Interneeringskamp alhier


Nr. 613 Old. 13 aug. 1915
Militaire vergoedingen, aan echtgenooten van geinterneerde Belgische soldaten (6 bijlagen)
Den heer Consul van België te Tiel.
Ik heb de eer u hiernevens terug te zenden de kwitantiën van Madamme Faster - Moreels, Lefrevre - De Vos, Burniot Nestore - Degandinne en Govaerts - Gerard die niet meer in deze gemeente verblijf houden. Eveneens gaat hierbij terug de kwitantie van Madamme Fairon - Hansen, waarop de vergoeding blijkbaar over een tekort tijdvak is berekend, en die van Madamme De Bruijn - Peschon, waarop de vergoeding dient te worden gewijzigd, daar zij één kind heeft. Verder verzoek ik u beleefd mij terug te zenden de kwitantie van madamme Hausmanne - Brasseur, gevoegd bij mijn schrijven van 15 juni jl. nr. 462, en daarbij te voegen het bedrag der haar tot 20 aug. a.s. toekomende vergoeding, daar gebleken is dat zij alsnog in deze gemeente woonachtig is.
Ten slotte deel ik u mede dat madamme Pagnay - Loly het haar te veel uitbetaalde, ad. Fl. 10,74 heeft teruggegeven, zoodat dit bedrag van de volgende geldzending kan worden afgetrokken.

De burgemeester van Oldebroek
(get.) Van Sytzama


Nr. 635 Old. 25 aug. 1915
Vergoedingen aan geinterneerde Belgische militairen.
Aan de heer Consul van België te Tiel.
Ik heb de eer u de goede ontvangst te berichten van uw aangeteekend schrijven van 19 dezen nr. 1547 met den inhoud, groot fl. 915,76. Verder ontvangt u hierbij 4 staten van inlichtingen betrekkelijk echtgenoote van geinterneerd Belgische militairen, die in deze gemeente verblijf houden en alhier de militievergoeding wenschen te ontvangen. Eindelijk gaan hierbij terug de kwitantiën van Madamme Uijtter, Hoeven - Poppeleer; Bijl - De Wilde; Gorrebeek - Van Look; Bauwens - Galderoux en Hanquet - Gerard, die uit deze gemeente zijn vertrokken, benevens de kwitantie van Madamme Henrard - Latour, met verzoek daarop het bedrag den uitkeering te willen wijzigen, aangezien zij op 15 dezer alhier is bevallen en dus 3 kinderen heeft.

De burgemeester van Oldebroek
(get.) Van Sytzama


nr. 636 Old. 26 aug. 1915
Aan de heer Consul van België te Tiel.
Ik heb de eer u hierbij ingesloten te doen toekomen de kwitantie van Madamme Goffin - Libois, aangevraagd bij uw schrijven van 25 dezer, nr. 1591


nr. 650 Old. 30 aug. 1915
Militaire vergoedingen aan geinterneerde Belgische militairen. (1 bijlage)
Aan de heer Consul van België te Tiel.
Ik heb de eer u hierbij in te zenden de kwitantie van Madamme Dujardin - Herremans, aangevraagd bij uw briefkaart dd. 26 aug. jl. nr. 1611

De burgemeester van Oldebroek
(get.) Van Sytzama


nr. 658 Old. 1 sept. 1915
Vergoedingen aan Belgische militairen (1 bijlage)
Den heer Consul van België te Tiel
Ik heb de eer u hiernevens terug te zenden de kwitantie van Madamme Peignois - Collin, die mij heeft bericht, dat zij naar Vught is vertrokken.

De burgemeester van Oldebroek
(get.) Van Sytzama


nr. 664 Old. 6 sept. 1915
Vergoedingen aan geinterneerde Belgische soldaten (1 bijlage)
Den heer Consul van België te Tiel.
Ik heb de eer u hierbij in te zenden de bij uw schrijven van 1 dezer, nr. 1622 gevraagde lijst van de namen der vrouwen die alhier uitkeeringen ontvangen, vermeldende tevens het bedrag der 14 daagsche uitkeeringen.
Naar aanleiding van uw verzoek omtrent de terugzending der kwitantiën, aan het slot van voornoemd schrijven, kan ik u mededeelen, dat deze terugzending steeds onmiddellijk plaats heeft nadat mij bekend is geworden dat belanghebbenden niet meer in deze gemeente verblijven.
Het komt echter meermalen voor dat zij uit deze gemeente vertrekken, zonder daarvan van te voren kennis te geven. In deze gevallen blijven de kwitantiën onder mijn berusting tot ik na korter of langer tijd tijding van hun vertrek heb verkregen. Wel is waar zou ik elke veertien dagen, dadelijk na den dag der uitbetaling alle kwitantiën kunnen terugzenden, die niet juist op die datum betaald werden, doch dit zou een voortdurend heen- en weerzenden der kwitantiën ten gevolge hebben, daar het elke keer voorkomt dat vrouwen die op den dag der uitbetaling verhinderd zijn de vergoeding in ontvangst te nemen, zich later daarvoor ter secretarie aanmelden. Mocht u echter laatste maatregel noodzakelijk achten, zoo verzoek ik u beleeft mij dit te willen berichten, dan zal ik in het vervolg elke veertien dagen, onmiddellijk na den dag der uitbetaling kwitantiën terugzenden.

De burgemeester van Oldebroek
(get.) Van Sytzama


nr. 691 Old. 10 sept 1915
Vergoedingen aan geinterneerde Belgische militairen
Aan de heer Consul van België te Tiel.
Ik heb de eer u hiernevens terug te zenden de kwitantiën van
Madamme Van de Walle - Fabri
Madamme Deckers - Delvée
Madamme Deghaye - Siaens
Madamme Decroupet - Cpromre
Madamme Schoofs - Lemestre
die niet meer in deze gemeente verblijfhouden.
Madamme Telken - Honken waarvan de eerste uitkeering te hoog is berekend, daar zij tot den 31 juli 1915 in België heeft getrokken.
Madamme Daune - Gilles
Madamme Materne - Godfried
Madamme Marthamer - De Laet
Madamme Oosters - Corhay
Madamme Saeres - Braudenelle
omdat belanghebbenden meenen dat daarop de uitkeering ten onrechte over het geheele tijdvak tegen den koers van 42.50 is berekend en zij tot 21 augustus recht hebben op uitbetaling tegen den vorigen koers van 47.75.
Madamme Daune - Gilles verzoekt tevens aanvulling van haar kwitantie met de uitkeering voor één kind. Het daarvoor benoodigd bewijs, dat zij bij het opmaken van den staat van inlichtingen niet kon overleggen gaat hiernevens.
Nog gaat hierbij een staat van inlichtingen betreffende Madamme Kieffer - Toussaint.

De burgemeester van Oldebroek
(get.) Van Sytzama


Nr. 694. Old. 11 sept. 1915
De heer Consul van België te Tiel.
Heden vervoegden zich bij mij eenige geinterneerde Belgische militairen, die beweerden te zijn, "volontaires de carriére", als bedoeld bij art. 1, 2e lid der Belgische wet van 4 augustus 1914 en dientengevolge recht te hebben op de bij dit wetsartikel bepaalde uitkeering fr. 0,50 per dag. Zij verzochten mij deze vergoeding voor hen te willen aanvragen en deze ter secretarie alhier te mogen in ontvangst nemen.
Volgens overgelegde trouwboekje en verstrekte opgaven, zijn hunne namen, enz. als volgt:
1e Dominicus Pepinus Crabbé, Classe de 1906, nr de Matrie 26425 (later 16870), Reg. Art. de Place, Anvers, Brigadier de Materiel.
Gehuwd met Anna Maria Caussin, vader van René Celestinus Maria Crabbé, geboren den 8 november 1913 te 's Gravenwezel en aldaar overleden den 29 september 1914.
2e Gustave Joseph Louis Jassogne, Classe de 1906, nr. de Matrie 4715, Reg. Art. de Forteresse, Namur, Quirier ajustair. Gehuwd met Antonette Marie Leontine Fiévet. Vader van Marthe Marie Ghislaine Jassogne, geboren den 17 maart 1911 te Bonimes.
3e Joseph Henri Petrus Louis de Jaeger, Classe de 1898, nr. de Matrie 5444, Reg. Art. de Place Anvers, Adjudant. Gehuwd met Marie Eulodie van Hove. Vader van Yvonne Maria Eulodia de Jaeger, geboren den 22 juli 1913 te Borgerhout.
Mochten deze personen werkelijk rechthebbenden zijn op de voornoemde vergoeding dan verzoek ik u beleefd mij de toekomende bedragen elke veertien dagen met de overige uitkeeringen te willen toezenden, ik zal dan voor de uitbetaling zorg dragen.

De burgemeester van Oldebroek
(get.) Van Sytzama


nr. 700 Old. 13 sept. 1915
Belgische militairen (2 bijlagen)
De heer Consul van België te Tiel.
Ik heb de eer u hierbij terug te zenden, de kwitantiën van:
Madamme Kersten - Van der Zeypen, en Madamme Rauwen - Reijns, die niet meer in deze gemeente verblijf houden.

De burgemeester van Oldebroek
(get.) Van Sytzama


nr. 708 Old. 16 sept. 1915
Den heer Commissaris der Koningin in de provincie Gelderland.
Alhier vertoeven nog steeds eenige Belgische vluchtelingen, t.w. een gezin bestaande uit man, vrouw en 3 kinderen, en een eenlopend persoon. Het hoofd van boven bedoeld gezin is sedert geruimen tijd werkzaam bij E. Draaijer te Doornspijk en verdient aldaar e.a. fl. 5,- per week; zijn vrouw is naaister en moet daarmede ook nog al iets verdienen. de eenlopend persoon is inwonend bij een kleermaker-manufacturier en vent met galanteriën of manufacturen.
Waar zoowel voor het gezin als voor laatstbedoelden persoon nog steeds de uitkeering ad 30 cent per persoon plaats vindt, zoo rijst de vraag op, wijk zij thans vast werk hebben, die uitkeering nog wel langer kan genoten worden. Beleefd verzoek ik U Hoog Edel Gestrenge mij deswege wel te willen inlichten.

De burgemeester van Oldebroek
(get.) Van Sytzama


nr. 726 Old. 23 sept. 1915
Vergoeding Belgische militairen (div. bijlagen)
Den heer Consul van België te Tiel.
Ingevolge uw schrijven van 21 dezer, nr. 1797, hek ik de eer u hierbij te doen toekomen alle kwitantiën betreffende de militaire vergoedingen, die in mijn bezit zijn. (129 stuks)
Van deze kwitantiën behoef ik niet terug te ontvangen, die van Madamme Boers - Bosch, Jeanmart - Dumont, Mathijs - Nijs en Saerens - Baudenelle, daar deze naar andere gemeenten zijn vertrokken, en die van Madamme Dupont - Collin, welke zich nooit voor uitbetaling der vergoeding heeft aangemeld en dus waarschijnlijk niet meer in deze gemeente verblijf houdt.

De burgemeester van Oldebroek
(get.) Van Sytzama


nr. 754 Old. 8 oct. 1915
Vergoedingen aan Belgische geinterneerden (div. bijlagen)
Den heer Consul van België te Tiel.
Ik heb de eer u hierbij in te zenden 9 staten van inlichting betreffende aanvragen van vergoeding. Zoover bij deze aanvragen de vergoeding wordt gevraagd bedoeld bij art. 1, 2e lid der Belgische wet van 4 aug. 1914, is boven aan den staat de aanteekening gesteld, "volontaire de carriére". Ik meen hierbij te moeten opmerken dat door de echtgenoote van M.H.J. Gilmart ook de gewone vergoeding wordt genoten. Tevens zend ik u hierbij terug de kwitantiën van Madamme Chapelle - Petithan; Gilson Schraepen, Dussart - Brasseur, Humblet - Lambrechts, Martin - Joannes, Raemakers - Lambrechts en Oijen - Van Haeren, die niet meer in deze gemeente verblijf houden; de kwitantie van Madamme De Breuck - Popelier, waarop de vergoeding te laag is berekend, daar zij 3 kinderen heeft; de kwitantie van Madamme Vrancken - Petitjean, die waarschijnlijk gewijzigd zal moeten worden, daar haar kind den 7 october l.l. is overleden, en de kwitantie van Madamme Schram - De Gruijter, waarop de kruisjes volgens uwe aanwijzing zijn gewaarmerkt. De vrouwen Nicasy - Derweduwen en Van Gorp - Eyken, waarvan u mij tevens de kwitantiën, tot het doen waarmerken, van de daarop gestelde kruisjes, hebt teruggezonden, hebben zich bij de laatste uitbetaling weder aangemeld. Hunne kwitantiën gaan dientengevolge niet hierbij terug. Tevens heeft zich voor de uitbetaling der vergoeding weder aangemeld Madamme Adriaensen - Van Looy wier kwitantie door u werd teruggehouden. Deze kwitantie ontving ik gaarne terug. Door mij is, of zal dus nog moeten worden uitbetaald aan: Madamme Dupont - Leblon, waarvan mij de kwitantie werd teruggezonden, bij uw schrijven van 4 dezer, nr. 1884 fl. 13,22
Madamme Van Gorp - Eyken fl. 13,22
Madamme Nicasy - Derweduwen fl. 22,02
Madamme Adriaensen - Van Looy fl. 17,62
Totaal fl. 66,08

Van Madamme Tilkin - Honkon heb ik thans het te veel betaalde bedrag van fl 17,90 geheel terug ontvangen. Waar u mij voor de volgende uitkeering behalve het gewone bedrag der vergoedingen de hiervoor genoemde fl. 66,08 zult hebben toe te zenden, komt het mij onnoodig voor de terugbetaalde fl. 17,90 thans per postwissel over te maken. Deze som kan alsdan in mindering worden gebracht.

De burgemeester van Oldebroek
(get.) Van Sytzama


Nr. 759 Old. 12 oct. 1915
Terugzending kwitantiën (1 bijlage)
Den heer Consul van België te Tiel.
Ik heb de eer u hierbij terug te zenden de kwitantie van Madamme Peeters - Willemsen, die naar België is teruggekeerd.

De burgemeester van Oldebroek
(get.) Van Sytzama


Nr. 783 Old. 20 oct. 1915
Militaire vergoedingen Belgische geinterneerden.
Aan den heer Consul van België te Tiel
Naar aanleiding van uw schrijven dd. 18 october jl. nr. 1958 heb ik de eer U Edel Gestrenge, mede te deelen, dat alhier geen betalingen geschieden aan vrouwen of ouders van militairen, die niet te Oldebroek zijn geinterneerd.

De burgemeester van Oldebroek
(get.) Van Sytzama


Nr. 788 Old. 22 oct. 1915
Vergoedingen aan geinterneerde Belgische militairen (9 bijlagen)
Ik heb de eer u hierbij terug te zenden de kwitantiën van de vrouwen:
Adriaensen - Van Looy
De Bruijn - Peschen
Van Gorp - Eijkens
Van der Heijden - Van Eijken
Jonet - Eugène
Kieffer - Toussant
Nicasy - Derweduwen
Verbeeck - Lenaerts
die niet meer in deze gemeente verblijven.
Verder gaat hiernevens een staat van inlichtingen betrekkelijk Madamme Schoofs - Lemestre. Zij heeft vroeger ook in deze gemeente verblijf gehouden. Haar kwitantie is u den 10 september jl. teruggezonden. Nog ontving ik gaarne terug de kwitantiën van Madamme Deyhaye - Siaens; Madamme Raemaekers - Lambrechts en Madamme Humblet - Lambrechts die mij te kennen gaven dat zij aan hun voornemen om deze gemeente te verlaten geen gevolg hebben gegeven, en dat zij in deze gemeente hun vergoeding willen blijven trekken. Deze kwitantiën zend ik u terug, respectievelijk den 10 september en 8 october. jl.
Ten slotte heb ik de eer u te berichten dat der echtgenooten van de "volontairs de carriére" bedoeld bij uw schrijven van 15 dezer nr. 1945 in deze gemeente verblijf houden sedert de datum achter hunne namen vermeld.
Madamme Crabbé sedert 4 februari 1915
Madamme De Jaegher sedert 4 maart 1915
Madamme Jassogne sedert 8 mei 1915

De burgemeester van Oldebroek
(get.) Van Sytzama


nr. 794 Old. 26 oct. 1915
Geldelijke vergoedingen geinterneerden.
Aan den heer Consul van België te Tiel.
Ik heb de eer u hierbij in te zenden een staat van inlichtingen voor het ontvangen van de Belgische militie vergoeding door Madamme Vantornout - Vanbreems.

De burgemeester van Oldebroek
(get.) Van Sytzama


nr. 795 Old. 26 oct. 1915
Onderstand aan vluchtelingen uit België (6 bijlagen)
Aan den heer Commissaris der Koningin in de provincie Gelderland te Arnhem.
Wij hebben de eer u te zenden eene declaratie in dubbel betreffende onderstand van gemeentewege aan vluchtelingen uit België over het 3e kwartaal 1915.
Tevens gaan hierbij de vereischte staten en kwitantiën.

De burgemeester van Oldebroek
(get.) Van Sytzama


nr. 806 Old. 28 oct 1915
Vergoedingen aan geinterneerde Belgische soldaten (1 bijlage)
Aan de heer Consul van België te Tiel.
Ik heb de eer u hierbij terug te zenden de kwitantie van Madamme Gilmart - Garnier aangevraagd bij uw briefkaart dd. 26 dezer nr. 2013

De burgemeester van Oldebroek
(get.) Van Sytzama


nr. 829 Old. 4 nov. 1915
Geinterneerde Belgische militairen
Den heer Burgemeester der gemeente Assen.
Julia Celina Gilbert, geboren te Montigny Sur Sambre, den 28 augustus 1892, zonder beroep, wonende te Roux (België) echtgenoote van den alhier geinterneerden Belgische soldaat Jules Verplaetse, wenscht met haar kind Maurice Auguste Joseph Ghislain Verplaetse, geboren den 14 maart 1914 te Roux, terug te keeren naar België en heeft daartoe noodig een bewijs van den Burgemeester harer verblijfplaats, vermeldende ten tijd dat zij hier in Nederland gewoond heeft. Volgens hare verklaring heeft zij zich in uwe gemeente opgehouden, van 23 december 1914 - 1 augustus 1915 ten huize van Jan Brons, Gasfabriekstraat 12. Mocht dit zoo zijn dan verzoek ik u beleefd mij hiervan eene verklaring te willen toezenden. Ik zal haar dan een bewijs geven dat zij vanaf 1 augustus 1915 tot heden in deze gemeente verblijf heeft gehouden. Gaarne ontvang ik het gevraagde stuk vóór 9 dezer, daar Madamme Verplaetse, den daar opvolgende dg wenscht te vertrekken.

De burgemeester van Oldebroek
(get.) Van Sytzama


nr. 830 Old. 5 nov. 1915
Vergoeding aan geinterneerde Belgische soldaten (2 bijlagen)
Aan den heer Consul van België te Tiel.
Ik heb de eer u hiernevens terug te zenden de kwitantie van Madamme Vuijst - Lenders, die naar België is teruggekeerd.
Tevens gaat hierbij de kwitantie van Madamme Roblain - Leghin die den 27 october is bevallen van eene dochter en dientengevolge vraagt, de vergoeding van afdien datum te willen bepalen op 14 franks in de twee weken. Eindelijk verzoek ik u beleefd mij terug te willen zenden de kwitantie van Madamme Uiterhoeven - Poppeleer. Zij heeft tot 20 augustus l.l. hier getrokken, daarna te Elburg, doch verblijft thans weer in de vrouwenbarak in de Legerplaats alhier.

De burgemeester van Oldebroek
(get.) Van Sytzama


nr. 837 Old. 9 nov. 1915
Uitkeering aan Belgische geinterneerden.
Den heer Burgemeester van Schiedam.
Naar aanleiding van uw schrijven van 30 october l.l. Afd. A. nr. 78/83, heb ik de eer U Edel Achtbare te berichten dat de echtgenoote van Compére, in deze gemeente de Belgische militaire vergoeding niet heeft genoten. Maar in de gemeenten Elburg en Doornspijk, ook veel vrouwen van Belgische geinterneerden verblijf houden, zal zij waarschijnlijk in een van deze gemeenten hebben getrokken.

De secretaris (get.) Lokhorst
De burgemeester (get.) Van Sytzama


nr. 842 Old. 11 nov. 1915
Vergoedingen aan Belgische geinterneerden (1 bijlage)
Aan den heer Consul van België te Tiel.
J. Denis deelt mij mede dat zijne echtgenoote thans te Doornspijk ten huize van J. Fidder verblijf houdt en in het vervolg in die gemeente de vergoeding wenscht te trekken. Verder verzoekt hij mij, vanaf 5 november l.l. voor 4 kinderen de vergoeding te mogen ontvangen daar zijn vrouw op dien datum te Doornspijk is bevallen.
De betrekkelijke quitantie gaat hierbij.

De burgemeester van Oldebroek
(get.) Van Sytzama


nr. 851 Old. 18 nov. 1915
Vergoedingen aan Belgische geinterneerden (10 bijlagen)
Den heer Consul van België te Tiel.
Ik heb de eer u hiernevens terug te zenden de kwitantiën van: Madamme Filot - Stiernotte; Madamme Freres - Garraeij, Madamme Henderickx - François; Madamme De Mul - Hendriks, die niet meer in deze gemeente verblijf houden. Verder verzoek ik u beleefd mij weder te willen doen toekomen, de kwitantie van Madamme Materne - Godfroid, die door u is ingehouden. De uitkeering op deze kwitantie moet worden berekend van 23 october 1915, daar zij tot 22 october t.w. te 's Gravenhage heeft getrokken. Eindelijk gaan hierbij 7 staten van inlichting voor het ontvangen van de militie-vergoeding. Uit een dezer staten - die van Madamme Rauwens - Reijns -, blijkt dat deze reeds eerder alhier heeft getrokken. Waarschijnlijk is dus de betrekkelijke kwitantie nog in uw bezit.

De burgemeester van Oldebroek
(get.) Van Sytzama


nr. 863 Old. 19 nov. 1915
Burgerlijke stand, Kindserkenning door geinterneerd Belgisch militair (4 bijlagen)
Aan den heer Officier van Justitie te Zwolle.
Bij deze heb ik de eer U Achtbare onder toezending van een schrijven van Zijne Edele den heer Minister van Buitenlandse Zaken dd. 17 november jl. Afd. I nr. 54109 met daarbij gevoegde stukken in zake kindserkenning door een geinterneerd Belgisch militair in de Legerplaats bij Oldebroek, beleefd te verzoeken mij wel te willen berichten of er bezwaar tegen bestaat dat J. Nelen, voor den ambtenaar van den burgerlijke stand dezer gemeente, zonder overlegging van eene authentieke akte, waaruitblijkt, dat zulks geschied met toestemming van de moeder, verklaart, dat hij de daarbij bedoelde kinderen van Jeanne Rostagni voor de zijne erkent, en daarvan de gewone erkenningsakte in de geboorteregisters van dit jaar worden ingeschreven. Bijlagen dezer ontving ik mede gaarne terug.

De burgemeester van Oldebroek
(get.) Van Sytzama


nr. 872 Old. 25 nov. 1915
Burgerlijke stand
Aan den heer kolonel Commandant van het Interneeringsdepot Legerplaats bij Oldebroek.
Bij deze heb ik de eer U Hoog Edel Gestrenge beleefd te verzoeken aan den geinterneerden Belgische militair Joseph Neelen - de naam van de barak waarin hij vertoeft, is mij niet bekend - te willen doen mededeelen, dat hij zich op zaterdag den 27 november a.s. den voormiddag tusschen 10 en 12 uur ten gemeentehuize kan vervoegen om twee kinderen, door hem verwekt bij Jeanne Postagni, wonende te Brussel voor de zijne te erkennen.

De burgemeester van Oldebroek
(get.) Van Sytzama


nr. 880 Old. 27 nov. 1915
Burgerlijke stand, kinderen J. Nelen en J. Rostagni
Aan zijne excellentie de heer minister van Binnenlandsche zaken te ´s Gravenhage
Naar aanleiding van uw schrijven dd. 17 november jl. Afd. I nr. 54609 heb ik de eer uwe excellentie mede te deelen, dat de daarbij bedoelde Joseph Nelen niet aan eene oproeping om ten gemeentehuize te verschijnen, teneinde de kinderen van Jeanne Rostagni voor de zijne te erkennen, voldaan heeft. Uit eene mededeeling van den heer commandant van het Interneeringsdepot Legerplaats bij Oldebroek blijkt nu, dat Nelen sedert eenige dagen vermist is. Hij is vermoedelijk naar Engeland uitgeweken.

De burgemeester van Oldebroek
(get.) Van Sytzama


nr. 891 Old. 3 dec. 1915
Vergoedingen aan Belgische geinterneerden (8 bijlagen)
Aan de heer Consul van België te Tiel.
Ik heb de eer u hiernevens terug te zenden de kwitantiën van;
Madamme Speijbroek - de Keijzer
Madamme Guiot - Fievet
Madamme Lociaux - Fievet
Madamme Moorthamer - de Laet
Madamme Delbrouck - Debotze
Madamme Daunee - Gilles
die niet meer in deze gemeente verblijf houden. de twee laatstgenoemde vrouwen zouden gaarne in het vervolg hunne vergoeding te Doornspijk ontvangen.
Verder gaat hierbij eenen staat van inlichtingen van Madamme Riebus - van Beneden. Ten slotte deel ik u mede, dat aan Madamme Darkelet - Gruoset niet is uitbetaald de vergoeding over het tijdvak 3 april - 26 november 1915, maar dat zij slechts heeft getrokken van 30 october - 26 november 1915, daar gebleken is dat de uitkeering tot 30 october 1915 in België aan de ouders van den geinterneerde was betaald. Het teveel gezondene (fl. 66,90 - 8,40= fl. 58,50) kan bij de volgende geldzending in mindering worden gebracht.

De burgemeester van Oldebroek
(get.) Van Sytzama


nr. 892 Old. 3 dec. 1915
Vergoedingen aan Belgische geinterneerden
Aan de heer Consul van België te Tiel.
Ik heb de eer u hiernevens in te zenden een staat van inlichtingen betreffende L.H. Paillet, die de vergoeding wenscht te ontvangen bedoeld bij art. 1 2e lid der Wet van 4 meij.

De burgemeester van Oldebroek
(get.) Van Sytzama


nr. 899 Old. 9 dec. 1915
Belgische vluchtelingen
Aan den heer Commissaris der Koningin in de provincie Gelderland.
Ter voldoening aan uwe aanschrijving van 4 december jl. 2 8473/104 heb ik de eer U Hoog Edel Gestrenge mede te deelen, dat op 1 december jl. nog aan één Belgisch gezin - vluchtelingen - bestaande uit man, vrouw en 3 kinderen, op rijkskosten onderstand word verstrekt. - Aan hen wordt de gebruikelijke ondersteuning, 30 cent per dag voor een volwassene en 20 cent per dag voor een kind, uitgekeerd. -
Het bedrag der uitkeering wordt evenwel per maand verminderd met fl. 16,- zijnde de verdiensten van het hoofd des gezins, als timmermansknecht en sjouwerman.

De burgemeester van Oldebroek
(get.) Van Sytzama


nr. 911 Old. 16 dec. 1915
Vergoedingen aan Belgische geinterneerden (6 bijlagen)
Aan den Consul van België te Tiel.
Ik heb de eer u hiernevens in te zenden aanvragen van de militaire vergoeding door Madamme Paradijs - Verheijden en Madamme Hornbrouck - De Poorter. - Laatst genoemde hoewel eerst sedert 5 dezer in deze gemeente verblijfhoudende, beweert recht te hebben op uitkeering van de vergoeding van af 25 juli ll. op welken datum zij in Nunspeet buiten het vluchtelingenkamp zich heeft gevestigd. De burgemeester van Ermelo zou u hiermede in kennis hebben gesteld. Tevens gaan hierbij de kwitantiën van de vrouwen.
Collard - Naver; van Dooren - Peters; Naeijvert - Jansen en Henrard - Latour, die niet meer in deze gemeente verblijf houden.
Verder verzoek ik u beleefd mij terug te zenden de kwitantiën van Madamme Guiot - Scholl en Madamme Jassogne - Fieret, en daarbij te voegen het bedrag hunner vergoeding respectievelijk sedert 27 november 1915 en 12 november 1915 daar deze vrouwen aan hun voornemen om deze gemeente te verlaten geen gevolg hebben gegeven.
Eindelijk ontvang ik gaarne de kwitantie en de vergoeding van Madamme Drijvers - De Neef, die tot 12 november te Nunspeet heeft getrokken en die thans in deze gemeente, ten huize van K. van Putten verblijf houdende, alhier de vergoeding wenscht te ontvangen. Zij heeft aan den burgemeester van Ermelo opzending van de kwitantie aan uw adres verzocht.
Ten slotte deel ik u mede, dat Madamme Paillet - Polard bedoeld uw schrijven van 10 dezer Nr. 2252 blijkbaar in twee gemeenten aanvrage van de militaire vergoeding heeft gedaan. Zij is in Doornspijk woonachtig en zal dus in die gemeente moeten trekken.

De burgemeester van Oldebroek
(get.) Van Sytzama


nr. 918 Old. 17 dec. 1915
--
Aan den heer Consul van België te Tiel.
In antwoord op uwe missive dd. 9 dezer 2 223 heb ik de eer u te berichten dat noch in deze gemeente, noch in het Interneeringsdepot zich de heer Marleure en de echtgenooten Marleure - Bonij bevinden.
De burgemeester van Oldebroek
(get.) Van Sytzama


nr. 932 Old. 30 dec. 1915
Vergoedingen aan Belgische geinterneerden.
Den heer Consul van België te Tiel.
Ik heb de eer u hierbij terug te zenden, de kwitantiën van;
Madamme Adriaens - Remaele
Madamme Bamps - Michaud
Madamme Jamin - Froment
Madamme Leunis - Derwa
Madamme Mathieu - Stassert
die niet meer in deze gemeente verblijf houden.
Verder gaan hiernevens staten van inlichting van:
Madamme Medts - Thiery
Madamme Millaire - van Rijkel
die in deze gemeente de vergoeding wenscht te trekken.
Tenslotte verzoek ik u beleefd mij terug te zenden de kwitantie van Madamme van Gorp - Eijskens, die thans weder in deze gemeente verblijf houdt.

De burgemeester van Oldebroek
(get.) Van Sytzama


nr. 44 5 jan. 1916
Onderstand van Belgische vluchtelingen (5 bijlagen)
Aan de Commissaris van de Koningin in de provincie Gelderland.
Wij hebben de eer UHEG in te zenden eene declaratie in dubbel betreffende onderstand van gemeentewege aan de vluchtelingen uit België over het 4e kwartaal 1915. Tevens gaan hierbij de vereischte kwitanties.

Burgemeester en Wethouders van Oldebroek
De secretaris (get. Lokhorst)
De burgemeester (get. Van Sytzama)


nr. 75 15 jan. 1916
Vergoedingen aan Belgische geinterneerden (2 bijlagen)
Aan de consul van België te Tiel
Ik heb de eer u hierbij terug te zenden de kwitantiën van madamme Pagnay-Loly en van madamme Vermeire - Nees, die niet meer in deze gemeente verblijfhouden. Verder ontving ik gaarne terug de kwitantie van madamme Henrard - Latour, die aan haar voornemen om deze gemeente te verlaten geen gevolg heeft gegeven, en die dus niet elders de militaire vergoeding heeft ontvangen, alsmede de kwitantie van madamme Van Gorp - Eijkens, die in deze gemeente is terug gekeerd en die het laatst te Uden heeft getrokken, blijkens een vertoond bewijs - van 20 october 1915 - 27 november daar aan volgende.

De burgemeester van Oldebroek
(get. Van Sytzama)


nr. 93. 24 jan. 1916
Vluchtelingen
Aan de Commissaris van de Koningin in de provincie Gelderland.
Ter voldoening aan uwe aanschrijving dd. 20 januari jl. nr. 604/2 heb ik de eer UHEG te berichten, dat op 1 januari 1916 in deze gemeente vertoefden 6 vluchtelingen afkomstig uit België t.w. één gezin bestaande uit 5 personen en 1 eenlopend persoon.

De burgemeester van Oldebroek
(get. Van Sytzama)


nr. 113 28 jan. 1916
Vergoeding aan Belgische geinterneerden
Aan den Consul van België te Tiel.
Ik heb de eer u hierbij terug te zenden de kwitantiën van madamme Roblain - Leghin; De Raet - Verhelst en Parmentier - Frisson, die meer in deze gemeente verblijf houden. Tevens gaat hiernevens een staat van inlichtingen van madamme De Coster - Van den Wijngaerden, die hier hare militie vergoeding wenscht te ontvangen. Verder ontving ik de mededeeling van madamme E. Leunis - Derwa en van madamme Bamps - Michaux, die tot 10 december 1915 alhier de vergoeding hebben getrokken, en die toen naar Uden zijn verhuisd, dat zij weder in deze gemeente zijn teruggekeerd, en dat zij hier de vergoeding weer wenschen te trekken madamme Bamps deelt mede dat zij sedert 22 januari 1916 weder alhier verblijft; madamme Leunis meldt den datum van haar terugkeer niet - haar schriftelijke mededeeling draagt echter den datum van 26 januari 1916 - Beiden beweren dat zij te Uden niet hebben getrokken, en vragen uitbetaling van de vergoeding vanaf 11 december 1915.
Ten slotte deel ik u mede dat ook madamme De Bruyn - Perschon hare vergoeding weder in deze gemeente wenscht te ontvangen. Zij heeft 15 october 1915 hier het laatst getrokken en haar kwitantie als toen laten terugzenden, met de mededeeling dat zij naar België terugkeerde. - Thans beweert zij deze gemeente niet te hebben verlaten en recht te hebben op uitkeering van de vergoeding vanaf 16 october 1915 -

De burgemeester van Oldebroek
(get. Van Sytzama)


nr. 141 1 febr. 1916
Vluchtelingen
Aan de Commissaris van de Koningin in de provincie Gelderland.
Ter voldoening aan uwe aanschrijving dd. 20 januari jl. nr. 604/2 heb ik de eer UHEG te berichten, dat op heden nog in deze gemeente vertoeven 6 Belgische vluchtelingen.

De burgemeester van Oldebroek
(get. Van Sytzama)


nr. 182 12 febr. 1916
Vergoedingen aan Belgische geinterneerden (3 bijlagen)
Aan den Consul van België te Tiel.
Ik heb de eer u hierbij terug te zenden de kwitantie van madamme Moerenhout - Goeman die naar Elburg is vertrokken. Verder ontvangt u hiernevens twee staten van inlichting van vrouwen die in deze gemeente de militaire vergoeding wenschen te trekken. Tevens verzoek ik u beleefd mij terug te zenden de kwitantiën van de navolgende vrouwen, die sedert de datum achter hunne namen vermeld, weder in deze gemeente verblijfhouden.
madamme Mathieu - Stassart sedert 21 januari 1916
madamme Nicasy - Derweduwen sedert 26 januari 1916
madamme Adriaens - Remaele sedert 4 februari 1916
Ten slotte deel ik u mede dat madamme ** Mathieu - Bullijnck, die in deze gemeente de militaire vergoeding ontvangt van fl. 0,50 francs per dag uitbetaling van deze vergoeding vraagt vanaf 1 augustus 1914 - Zij beweert hierop recht te hebben aangezien haar echtgenoot volontair de carrière is. - Zij heeft hier de vergoeding ontvangen sedert 25 september 1915, was voor dien tijd te Brugge woonachtig en zegt aldaar niet te hebben getrokken.

De burgemeester van Oldebroek
(get. Van Sytzama)


nr. 212 25 febr. 1916
Vergoedingen Belgische geinterneerden (6 bijlagen)
Den heer Consul van België te Tiel.
Ik heb de eer u hiernevens terug te zenden 4 kwitantiën van madamme Baudoux - Dehoux, Guiot - Scholl, Overlau - Carlier en Henrard - Latour, die niet meer in deze gemeente verblijf houden. Verder de kwitantie van madamme De Clercq - van Dael, met verzoek daarop het bedrag van de 14 daagsche uitkering te wijzigen aangezien zij op 15 februari jl. is bevallen van één kind. Tevens gaat hierbij een staat van inlichtingen van madamme Deemon - Steverlijnck, die in deze gemeente de militie-vergoeding wenscht te trekken.

De burgemeester van Oldebroek
(get. Van Sytzama)


nr. 222 1 mrt. 1916
Vluchtelingen
Aan den heer Commissaris der Koningin in de provincie Gelderland.
Ter voldoening aan uwe aanschrijving dd. 20 januari 1916 nr. 604/2 heb ik de eer UHEG te berichten, dat op heden nog in deze gemeente vertoeven 6 Belgische vluchtelingen.

De burgemeester van Oldebroek
(get. Van Sytzama)


nr. 247 3 mrt. 1916
Besmettelijke ziekten
Aan de Inspecteur van de Volksgezondheid den heer dr. R.N.M. Eijkel te Nijmegen
Ik heb de eer UEG te berichten, dat in de Militaire Ziekeninrichting in de Legerplaats bij Oldebroek is voorzien van het kenmerk, dat de besmettelijke ziekte "Roodvonk" er in voorkomt.

De burgemeester van Oldebroek
(get. Van Sytzama)


nr. 248 3 mrt. 1916
Besmettelijke ziekten
Aan de Gezondheidscommissie gezeteld te Hattem
Ik heb de eer u te berichten, dat de besmettelijke ziekte "Roodvonk" heerscht in de Militaire Ziekeninrichting in de Legerplaats bij Oldebroek

De burgemeester van Oldebroek
(get. Van Sytzama)


nr. 256 8/9 mrt. 1916
Burgerlijke stand, Huwelijk Belgische geinterneerde
Aan de heer Officier van Justitie te Zwolle.
Bij deze veroorloof ik mij de vrijheid UEA aan te bieden, de door P. Willems geinterneerd Belgische militair overgelegde stukken betreffende een door hem alhier aan te gaan huwelijk met I.J. Verheijden, eveneens Belgisch onderdaan, welke stukken samengevoegd zijn in een omslag behelzende gegevens voor dat huwelijk.
In de eerste plaats rijst de vraag of men Oldebroek als hunne woonplaats kan aanmerken; hij vertoeft ruim 1 jaar, en zij sinds augustus 1915 in deze gemeente; is dit het geval dan wordt afkondiging te Anderlecht overbodig. Niet overlegd werd eene verklaring dat volgens de Belgische wet geen beletselen tegen het huwelijk bestaan. Volgens eene overgelegde verklaring van den ambtenaar van den Burgerlijke stand te Anderlecht wil de vader van Willems geen toestemming tot dit huwelijk geven.
Naar aanleiding van een en ander heb ik voorts de eer UEA beleefd te verzoeken mij onder terugzending van bijlagen dezer, wel te willen doen mededeelen.
1. of er bezwaar tegen bestaat om Oldebroek als woonplaats van partijen te
beschouwen, daarzij, hoewel noodgedwongen, alhier meer dan zes maanden vertoeven.
2. of het huwelijk voltrokken kan worden zonder overlegging van eene verklaring dat er volgens de Belgische wet geene beletselen tegen het huwelijk bestaan,
3. of, waar de vader van Willems zijne toestemming weigert, het nog noodzakelijk is, dat door hem de tusschenkomst van den Kantonrechter wordt ingeroepen;
4. of met de overgelegde stukken, - het bewijs van gedane huwelijksafkondiging te Anderlecht buiten beschouwing gelaten - genoegen kan worden genomen.

De ambtenaar van den Burgerlijke stand
(get. Lokhorst)


nr. 257 10 mrt. 1916
Vergoedingen aan Belgische geinterneerden (4 bijlagen)
Aan den heer Consul van België te Tiel
Ik heb de eer u hierbij terug te zenden de kwitantie van madamme Leblouck - Notte, die naar Dordrecht is vertrokken, benevens de kwitantie van madamme de Coster - van den Wijngaerden, waarop de vergoeding over 21 januari - 18 februari te laag is berekend. Deze laatste kwitantie ontving ik na wijziging gaarne terug.
Verder gaan hiernevens 2 staten van inlichting van echtgenooten van geinterneerden die in deze gemeente de militaire vergoeding wenschen te ontvangen.

De burgemeester van Oldebroek
(get. Van Sytzama)


nr. 281 15 mrt. 1916
Burgerlijke stand, huwelijk Belgisch geinterneerd militair (1 bijlage)
Aan den ambtenaar van den Burgerlijke stand van Anderlecht (België)
Bij deze heb ik de eer u te doen toekomen een verzoek tot het doen van huwelijksafkondiging van Pierre Willems wonende te Anderlecht en Isabelle Josephine Verheijden vroeger te Anderlecht, thans te Oldebroek woonachtig. Het bewijs dat de afkondiging ten uwent heeft plaats gehad en zonder stuiting is afgeloopen ontving ik gaarne te zijner tijd. Alvorens het huwelijk alhier te kunnen voltrekken, moet nog worden overlegd eene verklaring dat er volgens de Belgische wet geene beletselen tegen het huwelijk bestaan daar zulks ingevolge art. 4 nr. 1van het huwelijksverdrag op 12 juni 1902 te 's Gravenhage gesloten nodig is.
Ook moet overlegd worden eene akte van toestemming van den vader van Willems, deze schijnt geen toestemming te willen geven, zoodat eene akte van tusschenkomst van een Kantonrechter, indien de Belgische wet dit voorschrijft moet overlegd worden. Ik verzoek u beleefd een en ander voor Willems in orde te maken, en mij toe te zenden.

De ambtenaar van den Burgerlijke stand te Oldebroek
(get. Lokhorst)


nr. 289 24 mrt. 1916
Militaire vergoedingen Belgische geinterneerden (1 bijlage)
Aan den Consul van België te Tiel
Ik heb de eer u hiernevens in te zenden een staat van inlichtingen betreffende madamme Matthieues - van Dijck die in deze gemeente de militaire vergoeding wenscht te ontvangen.
Verder ontving ik gaarne terug te kwitantie van madamme Martin - Joannes, welk de u terugzond bij mijn brief van 8 october 1915 nr. 784. Zij heeft tot 17 maart l.l. te Rotterdam getrokken en houdt van af 18 maart d.a.v. weder in deze gemeente verblijf.

De burgemeester van Oldebroek
(get. Van Sytzama)


nr. 302 27 mrt. 1916
Vergoedingen aan Belgische geinterneerden (1 bijlage)
Aan den Consul van België te Tiel
Ik heb de eer u hiernevens in te zenden een staat van inlichtingen betrekkelijk madamme Vereeken - Segers, die in deze gemeente hare vergoeding wenscht te ontvangen.

De burgemeester van Oldebroek
(get. Van Sytzama)


nr. 335 3 april 1916
Onderstand Belgische vluchtelingen (5 bijlagen)
Aan den heer Commissaris van den Koningin in de provincie Gelderland.
Wij hebben de eer UHEG in te zenden eene declaratie in dubbel betreffende onderstand van gemeentewege aan vluchtelingen uit België over het 1e kwartaal 1916
Tevens gaan hierbij de vereischte kwitanties.

De burgemeester en wethouders van Oldebroek
De secretaris (get. Lokhorst)
de burgemeester (get. Van Sytzama)


nr. 363 8 april 1916
Vergoedingen aan Belgische geinterneerden (6 bijlagen)
Aan de Consul van België te Tiel
Ik heb de eer u hiernevens in te zenden een staat van inlichtingen betrekkelijk madamme Verckist - Casteleijn, die in deze gemeente de militaire vergoeding wenscht te ontvangen. Verder gaan hierbij de kwitantiën van madamme Doyen - Deuz, De Bruyn - Jeanquart en Becquevort - Brognes, die binnen deze gemeente zijn bevallen op de datums op de kwitanties vermeld, met beleefd verzoek madamme Dujardin - Herremans is weder in deze gemeente teruggekeerd op 25 maart 1916 en madamme Lefevre - de Vos op 24 maart 1916. Beleefd wordt toezending van hunne kwitantiën en uitbetaling van hunne vergoeding van af den dag van terugkeer, in deze gemeente verzocht.
Aangaande madamme De Bruyn - Peschon bedoeld bij uw schrijven van 30 maart 1916 nr. 2908 heb de eer u mede te deelen, dat zij op 15 october 1915 van het register van in deze gemeente verblijf houdende echtgenooten van Belgische geinterneerden werd afgevoerd in verband met hare mededeeling dat zij naar België ging vertrekken. Het komt mij wel eenigszins onwaarschijnlijk voor, dat zij in deze gemeente zou zijn blijven wonen, daar zij van af 15 october 1915 tot einde januari 1916 hare vergoeding alhier niet heeft ingevorderd. Evenwel kan ik niet veronderstellen dat de Commandant van het Interneeringskamp eene verklaring af zou geven dat zij deze gemeente nooit heeft verlaten, wanneer hij dit niet kan beoordeelen. De vrouwenbarak waarin madamme De Bruyn - Peschon verblijf houdt is een onderdeel van het Interneeringsdepot en staat onder directie van het legerbestuur.

De burgemeester van Oldebroek
(get. Van Sytzama)


nr. 383 15 april 1916
Onderstand aan Belgische gezinnen (div. bijlagen)
Den heer Commissaris der Koningin in de provincie Gelderland.
Naar aanleiding van uwe missive, dd. 14 maart jl. nr. 273/7 heb ik de eer UHEG hierbij terug te zenden 101 staten, aangezien de daarop voorkomende vrouwen en kinderen van geinterneerde Belgische militairen niet in deze gemeente vertoeven.

De burgemeester van Oldebroek
(get. Van Sytzama)


nr. 408 22 april 1916
Belgische vergoeding
Den heer Consul van België te Tiel
Ter voldoening aan uw schrijven van 13 dezer nr. 3000, heb ik de eer u hierbij in te zenden de kwitantie van madamme Bamps - Michaux. Tevens gaan hiernevens terug de door madamme Mathieues - van Dijck getekende drie kwitantiën. Madamme Jassogne - Fievet is naar Breda vertrokken. Hare kwitantie ontvangt u hierbij terug. Madamme Van de Walle - Fabri verblijft weder in deze gemeente sedert 1 april. Blijkens bijgaande verklaring heeft zij te Ede hare vergoeding genoten tot 31 maart l.l. Hare kwitantie ontving ik gaarne terug.

De burgemeester van Oldebroek
(get. Van Sytzama)


nr. 411 25 april 1916
Vergoedingen aan Belgische geinterneerden
Aan de heer Consul van België te Tiel
Ik heb de eer u beleefd te verzoeken mij te willen zenden de kwitantie van madamme Drequer - Mertens die voortaan weder in deze gemeente hare vergoeding wenscht te ontvangen. Zij verblijft alhier ten huize van E. Bosch sedert 22 april 1916 en heeft blijkens aanteekening in haar trouwboekje te Rotterdam getrokken tot 21 april t.w.
Het vorig jaar heeft zij tot 20 augustus in deze gemeente hare vergoeding genoten.

De burgemeester van Oldebroek
(get. Van Sytzama)


nr. 412 25 april 1916
Vergoedingen aan Belgische geinterneerden (2 bijlagen)
Aan de heer Consul van België te Tiel
Ter voldoening aan uw schrijven van 13 dezer nr. 3000 en over terugzending van de daarbij gevoegde verklaring betrekkelijk madamme Bruyn - Peschon heb ik de eer u te berichten dat deze vrouw volgens mededeeling van den Corp. commandant aan haar voornemen om naar België terug te keeren geen gevolg heeft kunnen geven, daar haar een vrijgeleide door den Duitschen Consul te Amsterdam werd geweigerd.
Bedoelde mededeeling gaat hiernevens.

De burgemeester van Oldebroek
(get. Van Sytzama)


nr. 442 6 mei 1916
Vergoedingen aan Belgische geinterneerden
Aan de Consul van België te Tiel.
Ik heb de eer u hierbij in te zenden de kwitantie van madamme Adriaens - Remaele en van madamme Lalmond - T´Jan, die niet meer in deze gemeente verblijf houden.
Verder ontving ik gaarne terug de kwitantiën van de vrouwen, Kerstens - van der Zijpen en Van der Heijden - van Eijken, die weder alhier hunne vergoeding wenschen te ontvangen. De door hen overgelegde hierbij gevoegde verklaringen vermelde datum waarop zij het laatst hebben getrokken. Ten slotte deel ik u mede dat heden alhier is overleden de geinterneerde Belgische militair A.J. Maes, aan wier echtgenoote M.H. Boogers in deze gemeente vergoeding wordt uitbetaald, met beleefd verzoek mij te willen berichten of voor het vervolg met deze uitbetaling kan worden voortgegaan.

De burgemeester van Oldebroek
(get. Van Sytzama)


nr. 447 8 mei 1916
Burgerlijke stand, huwelijk Belgische onderdanen (21 bijlagen)
Aan den heer Consul van België te Tiel
Ondertoezending van:
a. Een 18 tal stukken mij door den geinterneerden Belgische militair P. Willems ter hand gesteld.
b. Een schrijven van den heer Officier van Justitie te Zwolle.
c. Een schrijven van den ambtenaar van den burgerlijkestand van Anderlecht dd. 6 april jl. met daarbij behoorend bewijs van huwelijksafkondiging, heb ik de eer EHEG beleefd te verzoeken mij wel te willen toekomen eene verklaring dat er volgens de Belgische wet geene beletselen tegen het huwelijk bestaan (art. 4 nr. 11) van het huwelijksverdrag op 12 juni 1902 te ´s Gravenhage gesloten. Waar de vader van den bruidegom weigert zijne toestemming tot dit huwelijk te geven, zoo zou men gaarne weten op welke wijze, volgens de Belgische wet in dat geval moet voorzien worden. Volgens de Nederlandsche wet kan in zoon geval de tusschenkomst van den Kantonrechter worden in geroepen.
Bijlage dezer worden gaarne met uw antwoord terug verwacht.

De Ambtenaar van den Burgerlijke stand te Oldebroek
(get. Lokhorst)


nr. 459 10 mei 1916
Vluchtelingen
Den heer Commissaris der Koningin in de provincie Gelderland.
Naar aanleiding van uw schrijven dd. 25 april jl. nr. 4300/68 heb ik de eer UHEG terug te zenden.
1e 27 staten, waarop reeds gemeld stond, dat de daarbij genoemde Belgische vluchtelingen, niet te Oldebroek, maar elders woonachtig waren.
2e 12 staten, waarop aangeteekend is naar welke gemeente bedoelde personen vertrokken zijn.

De burgemeester van Oldebroek
(get. Van Sytzama)


nr. 462 12 mei 1916
Huwelijk P. Willems
Aan den heer Consul van België te Tiel.
Naar aanleiding van uw schrijven dd. 11 mei jl. nr. 3197 heb ik de eer UHEG te berichten, dat Isabelle Josephine Verheijde te Oldebroek woonachtig is, en de huwelijksafkondiging te Oldebroek heeft plaats gehad op 26 februari 1916.

De Ambtenaar van den Burgerlijke stand te Oldebroek
(get. Lokhorst)


nr. 467 15 mei 1916
Vergoeding Belgische geinterneerden
Den heer Consul van België te Tiel.
Naar aanleiding van uw schrijven dd. 12 mei jl. nr. 3203, heb ik de eer UEG mede te deelen dat het Interneeringskamp Legerplaats bij Oldebroek, alwaar voor verreweg het grootste deel de Belgische vrouwen vertoeven, ruim 1 ½ uur van het gemeentehuis, verwijderd is, iets wat vooral in het winterseizoen, met het oog op het uitbetalen ter secretarie voor de vrouwen nog al bezwaren oplevert.
Niet alleen hierom, maar ook ten opzichte van den zeer drukke werkzaamheden ter secretarie, zou ik het gewenscht vinden, indien voortaan de uitbetalingen kon plaats hebben door een Belgisch officier in het Interneeringskamp.
Beleefd verzoek ik UEG mij wel te melden, wanneer en aan wien de betrekkelijke kwitantiën kunnen worden opgezonden.

De burgemeester van Oldebroek
(get. Van Sytzama)


nr. 471 16 mei 1916
Steun Belgische gezinnen.
Den heer N. Hans, Belgisch Kapitein Legerplaats bij Oldebroek.
Naar aanleiding van uw schrijven dd. 13 mei jl. heb ik de eer UEG mede te deelen, dat te Oldebroek geen enkel Belgisch gezin vertoeft, dat van een Steuncomité geld ontvangt. Alhier is, behalve de vrouwen, enz. van geinterneerden Belgische militairen aan wie militaire vergoeding wordt uitgekeerd, slechts een Belgisch gezin, en wel dat van F. de Ridder, en één eenlopend persoon t.w. L. Ceunen, woonachtig. Aan De Ridder wordt elke maand van gemeentewege c.a. fl. 26,- uitgekeerd, dit bedrag wordt van den Staat der Nederlanden terug ontvangen.

De burgemeester van Oldebroek
(get. Van Sytzama)


nr. 477 20 mei 1916
Vergoedingen aan Belgische geinterneerden
Den heer Consul van België te Tiel.
Ik heb de eer u, ingevolge uw schrijven van 19 dezer, nr. 3257 hiernevens te zenden:
91 kwitantën, waarop alle bedragen zijn voldaan, de kwitantiën van de navolgende vrouwen, waarop niet zijn betaald, de achter hunne namen vermelde bedragen.
Adriaensen - Wagemans fl. 4,12
Belmans - Tercalavies fl. 5,50
Van den Berghe - De Dijker fl. 4,12
De Broeck - Calleijn fl. 4,12
Brugman - Mathij fl. 8,24
De Bruyn - Peschon fl. 5,50
Burton - Lavigne fl. 4,12
Clerisse - Piemme fl. 5,50
Crabbé - Caussen fl. 2,75
Delhier - Mestrez fl. 5,50
Dingemans - Bogers fl. 6,87
Doyen - Deuz fl. 5,50
Fairon - Hansen fl. 5,50
Houbrecht - Mathieu fl. 9,61
De Jaegher - Van Hove fl. 2,75
Lambert - De Greef fl. 4,12
Latteur - Muriau fl. 5,50
Leunis - Derwa fl. 6,87
Materne - Godfroid fl. 4,12
Mathieuwis - Van Dijk fl. 5,50
Oosters - Corhay fl. 5,50
Philippart - Hazee fl. 4,12
Riebus - Van Beneden fl. 4,12
Schusman - Van Herck fl. 5,50
Van Tornhout - Van Heems fl. 4,12
Vercammen - Van Geffen fl. 5,50
Vrijdagh - Roeland fl. 4,12
Totaal fl.138,79

Dit bedrag van fl. 138,79 heb ik dus nog in kas en doe ik u hierbij ingesloten toekomen onder aftrek van fl. 12,- wegens door mij betaalde porto's, sedert februari 1915.
Verder gaat hierbij terug de door madamme De Bruyn - Peschon geteekende verklaring, mij toegezonden bij uw brief van 27 april l.l. nr. 3085.
Nog deel ik u mede dat madamme Delbrouck - Deboke, in deze gemeente hare vergoeding wenscht te ontvangen. Zij is hier aangekomen 29 april j.l. en heeft het laatst te Doornspijk getrokken. De datum van aankomst in deze gemeente van madamme Van der Heijden, is 22 april 1916, van madamme Kerstens kan deze datum niet worden gegeven, daar zij zich niet weder ter Secretarie heeft aangemeld. Met het verstrekken van aanvraagformulieren en bewijsstukken, voor zoover die door mij kunnen worden afgegeven, zal ik mij gaarne blijven belasten.

De burgemeester van Oldebroek
(get. Van Sytzama)


nr. 518 7 juni 1916
Vergoedingen Belgische geinterneerden (1 bijlage)
De heer Consul van België te Tiel
Ik heb de eer u hiernevens in te zenden een staat van inlichtingen betreffende madamme Kaumans - van Praet, die in deze gemeente de Belgische militaire vergoeding wenscht te ontvangen. Ook heeft zich voor het ontvangen van deze vergoeding bij mij aangemeld, madamme Marie Helene Peeters, echtgenote van Guillaume van Dooren, die vroeger ook alhier heeft getrokken. Zij houdt verblijf in de Vrouwenbarak in de Legerplaats, is alhier aangekomen 31 mei 1916, en was volgens vertoond bewijs het laatst uitbetaald te Uden, den 20 mei l.v.

De burgemeester van Oldebroek
(get. Van Sytzama)


nr. 532 16 juni 1916
Vergoeding Belgische geinterneerden (1 bijlage)
Consul van België te Tiel
Ik heb de eer u hierbij ingesloten te doen toekomen een staat van inlichtingen betrekkelijk madamme Melis - Goosens die in deze gemeente de militairevergoeding wenscht te ontvangen.

De burgemeester van Oldebroek
(get. Van Sytzama)


nr. 564 28 juni 1916
Belgische geinterneerden
De heer Consul van België te Tiel
Ik heb de eer u te berichten dat madamme Kerstens - van der Zeijpen bedoeld bij het slot van mijn schrijven van 20 mei l.l. nr. 477, sedert 29 april 1916 in deze gemeente verblijf houdt.

De burgemeester van Oldebroek
(get. Van Sytzama)


nr. 575 1 juli 1916
Vluchtelingen
Den heer Commissaris der Koningin in de provincie Gelderland.
Naar aanleiding van uwe aanschrijvingen d.d. 20 januari 1916 nr. 604/2 en 3 maart 1916, nr. 2037/4 heb ik de eer UHEG hierbij de verlangde opgave over de afgeloopen maand te doen toekomen.

De burgemeester van Oldebroek
(get. Van Sytzama)


nr. 577 3 juli 1916
Declaratie vluchtelingen
Den heer Commissaris der Koningin in de provincie Gelderland.
Wij hebben de eer UHEG in te zenden eene declaratie in dubbel betreffende onderstand van gemeentewege aan vluchtelingen uit België over het 2e kwartaal 1916.
Tevens hierbij de vereischte kwitanties.

Burgemeester en Wethouders van Oldebroek
De secretaris De Burgemeester
(get. Lokhorst) (get. Van Sytzama)


nr. 583 5 juli 1916
Krankzinnigen (1 bijlage)
Aan den heer officier bij de Arrond. Rechtbank te Utrecht.
Ingevolge art. 14 den Krankzinnigenwet heb ik de eer UEA onder inzending van eene des betreffende geneeskundige verklaring van dr. W.F. Enklaar d.d. heden, mede te deelen dat **** op heden autorisatie is gegeven om Alfred Victor Joseph Trompette, oud 31 jaar, geinterneerd Belgisch militair in de Legerplaats bij Oldebroek, gemeente Oldebroek, wegens krankzinnigheid in bewaring te stellen in het krankzinnigen gesticht Willem Arentshoeve te Den Dolder Zeist.

De burgemeester van Oldebroek
(get. W. Stouwdam, loco-burgemeester)


nr. 584 6 juli 1916
Vergoedingen aan Belgische geinterneerden (1 bijlage)
Aan den heer Consul van België te Tiel
Ik heb de eer u hierbij in te zenden een staat van inlichtingen betrekkelijk madamme Drouven - Feij die in deze gemeente de Belgische militievergoeding wenscht te ontvangen.

De burgemeester van Oldebroek
(get. Van Sytzama)


nr. 588 6 juli 1916
Onderstand gezinnen Belgische geinterneerden
Aan de Commissie ter voorziening in den woningnood der gezinnen van Belgische geinterneerden te 's Gravenhage.
Aan madamme Keyenbergh - geboren C. van Herck, wonende met hare 2 kinderen sinds mei j.l. te Oldebroek wordt 75 cent per dag vergoeding van Rijkswege uitgekeerd, omdat zij reeds voor mei 1916 ook te Assen, alwaar zij toen verbleef ontving.
Haar man Victor Keyenbergh is geinterneerd Belgisch militair in de Legerplaats bij Oldebroek. Waar blijkens missive van Z.E. den heer minister van Staat, Minister van Binnenlandse zaken d.d. 26 juni j.l. nr. 8738 Afd. V.A. met ingang van 1 juli 1916 de ondersteuning van dat gezin geschieden zal naar een door uw commissie aangegeven stelsel, zoo heb ik de eer u beleefd te verzoeken mij wel te willen mededeelen hoe door mij ten opzicht van dat gezin met de uitbetaling over de maand juli en volgende moet gehandeld worden. Bedoelde vrouw woont met hare schoonmoeder in een huisje van gebroeders Veldman in de buurtschap het Harde. alhier.

De burgemeester van Oldebroek
(get. Van Sytzama)


nr. 614 15 juli 1916
Declaratiën vluchtelingen (11 bijlagen)
Aan den Commissaris der Koningin in de provincie Gelderland
Bij deze hebben wij de eer UHEG beantwoord terug te zenden uw schrijven d.d. 11 juli j.l. 6818/40, onder bijvoegingen van de des betreffende opgaaf en de betrekkelijke bescheiden.

De burgemeester van Oldebroek
(get. Van Sytzama)


nr. 658 9 aug. 1916
Huwelijk geinterneerd Belgisch militair (14 bijlagen)
Aan den heer Officier van Justitie te Zwolle.
Andermaal veroorloof ik mij de vrijheid UEA toe te zenden stukken betreffende het voorgenomen huwelijk tusschen P. Willems en I.J. Verheijden.
In verband met uwe missive d.d. 10 maart j.l. Letter A nr. 619. heb ik de eer UEA voorts mede te deelen, dat de bruid sinds [sep.] 1915 alhier woonachtig is; en over te leggen;
a. Een schrijven van den Consul van België te Tiel d.d. 11 mei j.l. nr. 3197 betreffende een door hem opgemaakte acte van eerbied;
b. eene door dien Consul afgegeven verklaring waaruit blijkt dat er volgens de Belgische wet geene beletselen tegen het huwelijk bestaan. Beleefd verzoek ik UEA mij wel te willen doen meedeelen of thans met de overgelegde stukken genoegen kan worden genomen en derhalve het huwelijk kan voltrokken worden.

De Ambtenaar van den Burgerlijke stand van Oldebroek
(get. Van Sytzama)


nr. 710 1 sept. 1916
Vluchtelingen
Aan den heer Commissaris der Koningin in de provincie Gelderland
Inzending opgave van de in augustus alhier vertoevende Belgische vluchtelingen


nr. 770 28 sept. 1916
Vergoedingen aan Belgische geinterneerden
Aan den heer Consul van België te Tiel
Ik heb de eer u hiernevens in te zenden een staat van inlichtingen betreffende L. van
den Eijnde wed. P.A. van Kerkhoven, die in deze gemeente de militaire vergoeding wenscht te ontvangen.

De burgemeester van Oldebroek
(get. Van Sytzama)


nr. 788 2 oct. 1916
Belgische geinterneerden
Aan den heer Consul van België te Tiel
Naar aanleiding van uw schrijven d.d. 29 september j.l. nr. 4214 heb ik de eer UEG te berichten, dat op 't oogenblik alhier 3 vrouwen van geinterneerde Belgische militairen de militaire vergoeding ontvangen, te weten.
1. M.R. de Wachter vrouw van Frans Ant. Mollemans
2. M.J. Terrebrood vrouw van Joseph Clement Maenhout
3. M. Feij vrouw van Lambert Drouven

De burgemeester van Oldebroek
(get. Van Sytzama)


nr. 790 4 oct. 1916
Declaratie vluchtelingen (3 bijlagen)
Aan den Commissaris der Koningin in de provincie Gelderland.
Bij deze hebben wij de eer UHEG in te zenden eene declaratie in dubbel betreffende onderstand van gemeentewege aan vluchtelingen uit België over het 3e kwartaal 1916 tot een bedrag van fl. 149,80. Tevens gaan hierbij de vereischte quitantiën.

De Burgemeester en Wethouders van Oldebroek
De Secretaris De Burgemeester
(get. Lokhorst) (get. Van Sytzama)


nr. 801 7 oct. 1916
Geinterneerden vergoedingen
Aan den heer Consul van België te Tiel
Maria Max echtgenoot van den geinterneerde J. Kreyen wenscht in deze gemeente hare militievergoeding te ontvangen.
Zij was voorheen gehuisvest in het Hollandsche Dorp nabij de Legerplaats en is niet met de overige vrouwen naar elders vertrokken. Ook haar echtgenoot houdt alhier nog verblijf in het magazijn van levensmiddelen van de interneeringsgroep.
Ik heb de eer beleefd te verzoeken mij de betrekkelijke kwitantie en het bedrag der vergoeding waarop zij recht heeft te willen doen toekomen.

De burgemeester van Oldebroek
(get. Van Sytzama)


nr. 808 11 oct. 1916
Burgerlijke stand, Vreemdelingen.
Aan Z.E. den heer Minister van Binnenlansche zaken te 's Gravenhage.
Naar aanleiding der missive van den heer officier bij de Arrondissements Rechtbank te Zwolle d.d. 12 september j.l. Letter A nr. 1732 heb ik de eer uwe excellentie hierbij te doen toekomen
12 afschriften van geboorteakten
29 afschriften van overlijdensakten
1 afschrift van eene huwelijksakte, gedurende den huidige oorlog ten aanzien van Belgische onderdanen door mij opgemaakt.

De Ambtenaar van den Burgerlijke stand te Oldebroek
(get. Lokhorst)


nr. 832 21 oct. 1916
Militaire vergoeding Belgische geinterneerden (4 bijlagen)
Den heer Consul van België te Tiel
Naar aanleiding van uw schrijven d.d. 10 october j.l. nr. 4291 heb ik de eer UEG meede te deelen, dat heden door madamme van de Kerkhoven, aan mij is vertoond een trouwboekje, waaruit blijkt, dat op 19 october 1901 te Mareinelle zijn gehuwd.
Pierre Antoine van de Kerkhoven
en
Louise van den Eijnde,
weduwe van Jean Baptist Keijenbergh.
Voorts heb ik de eer UEG mede te deelen dat alhier vertoevende vrouwen van geinterneerden mij verzocht hebben voor hen de verhoogde militaire vergoeding aan te vragen. Zij beweren, dat met ingang van 15 october j.l. die vergoeding volgens een besluit van de Belgische regeering verdubbeld is.
Misschien zou het aanbeveling verdienen nieuwe quitanties af te geven daar 3 stuks bijna geen ruimte meer bieden.
Ik voeg hierbij de betrekkelijke quitanties van
madamme Drouven - Feij
Madamme Mollemans - de Wachter
madamme Maenhout - Terrebrood en
madamme Kreyen - Max
met beleefd verzoek deze - op nieuwen - bij de eerstvolgende geldzending te voegen.

De burgemeester van Oldebroek
(get. Van Sytzama)


nr. 839 25 oct. 1916
Burgerlijke stand, Belgische onderdanen
Aan den heer Commissaris der Koningin in de provincie Gelderland
Naar aanleiding van uw besluit d.d. 16 october j.l. nr. 10492/16, opgenomen in Provincie Blad nr. 97 van 1916 heb ik de eer UHEG te berichten dat door mij in verband met een schrijven van den heer Officier van Justitie bij de Arrondissements Rechtbank te Zwolle, den 1 october j.l. aan het Departement van Buitenlandsche zaken afschriften van al de akten, gedurende den huidigen oorlog ten aanzien van Belgische onderdanen door mij opgemaakt, zijn opgezonden.

De Ambtenaar van den Burgerlijke stand te Oldebroek
(get. Lokhorst)


nr. 843 21 oct. 1916
Vergoedingen Belgische militairen (1 bijlage)
Aan den Consul van België te Tiel
Bij deze heb ik de eer UEG te berichten, dat uwe missive van 17 october j.l. nr. 4353 niet door mij ontvangen werd. In verband met uw schrijven van 23 october d.a.v. nr 4393 voeg ik hierbij een staat waaruit de gegevens bedoeld bij uw eerst aangehaald schrijven blijken.

De burgemeester van Oldebroek
(get. Van Sytzama)


nr. 876 13 nov. 1916
Vergoeding Belgische geinterneerden (1 bijlage)
Aan den heer Consul van België te Tiel
Bij deze heb ik de eer UEG toe te zenden de vol geteekende quitantie van madamme Mollemans - De Wachter, met beleefd verzoek mij te zijner tijd een nieuwe quitantie te zenden.

De burgemeester van Oldebroek
(get. Van Sytzama)


nr. 890 1 dec. 1916
Vluchtelingen
Aan den heer Commissaris der Koningin in de provincie Gelderland.
Opgave betreffende de in de gemeente aanwezige Belgische vluchtelingen.


nr. 930 12 dec. 1916
Vergoeding Belgische militairen (1 bijlage)
Bij deze heb ik de eer UEG toe te zenden de vol geteekende quitantie van madamme Kreyen - geboren Max, met beleefd verzoek mij te zijner tijd een nieuwe quitantie toe te zenden. Tot heden werd geen nieuwe quitantie voor madamme Mollemans - De Wachter toegezonden bij mijn schrijven van 13 november j.l. nr. 876, ontvangen. Het geld werd wel ontvangen voor laatstgenoemde en aan belanghebbende op 24 november en 7 december uitbetaald.

De burgemeester van Oldebroek
(get. Van Sytzama)


nr. 932 13 dec. 1916
Onderstand Belgische vluchtelingen
Het Nederlandsch Comité tot steun van Belgische en andere slachtoffers te Amsterdam.
Naar aanleiding van de aanschrijving van den Commissaris der Koningin in dit gewest, d.d. 25 november j.l. nr. 11709/57 heb ik de eer u mede te deelen dat alhier onderstand genieten het gezin van F.W. de Ridder en van madamme C. van Herck (Belgische vluchtelingen) eens per maand ontvangen zij tegen afgifte van een gewone kwitantie de onderstand; de welke onderstandsgelden na afloop van een kwartaal van het Rijk door tusschenkomst van den Commissaris der Koningin terug ontvangen worden. De Ridder ontvangt per maand fl. 26,- of fl. 27,40 madamme van Herck ontvangt per maand fl. 22,50 of fl. 23,25
Beleefd verzoek ik u mij wel te willen berichten of na 1 januari e.k. die gelden van uwentwege zullen uitgekeerd worden.

De burgemeester van Oldebroek
(get. Van Sytzama)


nr. 939 15 dec. 1916
Medische behandeling
Aan Z.E. den Minister van Binnenlansche zaken te 's Gravenhage.
Ik heb de eer uwe Excellentie te berichten, dat zich alhier bij de echtgenoote van den geinterneerden Belgische militair Molleman een ziekte proces voordoet, dat directe opneming in een ziekenhuis noodzakelijk maakte, weshalve overbrenging heeft plaats gehad naar het ziekenhuis te Zwolle, alwaar eene operatie zal geschieden. Molleman is niet bij machte om de daarop vallende kosten te voldoen. Eene vooraf genomen informatie bij den heer Commandant van het Interneeringsdepot te Harderwijk wees uit, dat de behandeling zoo noodig in overleg met het departement van Binnenlansche zaken behoort te geschieden. Tot het plegen van dit overleg restte geen tijd, zoude bedoelde vrouw alsnog tijdig worden geholpen. Ik heb mit diende eer uwe Excellentie beleefd te verzoeken mij te willen mededeelen of de behandeling voor rekening van het Rijk kan plaats hebben, daar het mij voorkomt, dat de gemeente hiervoor niet in aanmerking komt.

De burgemeester van Oldebroek
(get. Van Sytzama)


nr. 954 27 dec. 1916
Vergoeding Belgische militairen (1 bijlage)
Aan den heer Consul van België te Tiel
Bij deze heb ik de eer UEG te doen toekomen de quitantie voor de uitbetaling van militaire vergoeding aan madamme Maenhout - Terrebrood, welke quitantie geen ruimte meer biedt voor volgende uitbetalingen, met beleefd verzoek mij een nieuwe quitantie toe te zenden.

De burgemeester van Oldebroek
(get. Van Sytzama)


nr. 5 (boek 302) 2 jan. 1917
Vluchtelingen, maandelijkse opgave
Aan den heer Commissaris der Koningin in de provincie Gelderland.
Naar aanleiding van uwe aanschrijvingen d.d. 20 januari 1916 nr. 604/2 en 3 maart 1916 nr. 2037/4 heb ik de eer UHEG hierbij de verlangde opgave over de afgeloopen maand te doen toekomen.

De burgemeester van Oldebroek
(get. Van Sytzama)


nr. 25 2 jan. 1917
Verpleging vluchtelingen
Aan den heer Inspecteur van het Staatstoezicht op de Volksgezondheid, den heer R.N.M. Eijkel te Nijmegen.
Ter voldoening van uw schrijven d.d. 28 dec. j.l. nr. 1943/16 heb ik de eer UEG te berichten dat de heer H.J. Harting, arts te Oldebroek vrouw Molleman alhier behandeld heeft. Zij wordt voor zoover mij bekend, verpleegd in het Sophia Ziekenhuis te Zwolle.

De burgemeester van Oldebroek
(get. Van Sytzama)


nr. 31 3 jan. 1917
Declaratiën vluchtelingen (8 bijlagen)
Aan den heer Commissaris der Koningin in de provincie Gelderland.
Bij deze heb ik de eer UHEG in te zenden eene declaratie in dubbel betreffende onderstand van gemeentewegee aan vluchtelingen uit België over het 4e kwartaal 1916 tot een bedrag van fl. 149,80. Tevens gaan hierbij de vereischte quitanties.

De Burgemeester en Wethouders van Oldebroek
De secretaris De burgemeester
(get. Lokhorst) (get. Van Sytzama)


nr. 46 5 jan. 1917
Belgische onderdanen, inlichtingen J.A. Joosten
Aan den heer Burgemeester van Lille St. Hubert, Limburg België.
Alhier vertoeft sinds enkele maanden Jan Alphonse Joosten, zoon van Jan Mathijs Joosten en Clementine Looysch beiden wonende ten uwent.
In verband hiermede verzoek ik UEA beleefd mij omtrent dien persoon en zijne ouders aan ommezijde dezes wel eenige inlichtingen te willen verstrekken.

De burgemeester van Oldebroek
(get. Van Sytzama)


nr. 114 22 jan. 1917
-
Toezending aan den Commissaris der Koningin in Gelderland van de lijst van huwelijken van Belgische onderdanen in het jaar 1916.
20 september P. Willems en I.J. Verheijden


nr. 117 23 jan. 1917
Medische behandeling vrouw Molleman (2 bijlagen)
Aan den heer Burgemeester van Zwolle.
Bij deze heb ik de eer UEA te doen toekomen een afschrift van de missive van Z.E. den Minister van Staat, minister van Binnenlansche Zaken d.d. 16 januari j.l. nr. 382 Afdeling VA waaruit blijkt dat de kosten van verpleging van vrouw Molleman door het Departement van Binnenlandsche zaken zullen worden gedragen.
In verband hiermede heb ik voorts de eer UEA aan te bieden de alhier ontvangen nota over het tijdvak 16 - 31 december 1916, daar het m.i. eenvoudiger is, dat vanwege uwe gemeente die kosten van het Rijk gevorderd worden.

De burgemeester van Oldebroek
(get. Van Sytzama)


nr. 131 31 jan. 1917
Ziekten
Kennisgeving aan de Inspecteur dr. R.N.M. Eijkel van een geval van Meningitis in de Legerplaats alhier.


nr. 161 12 febr. 1917
Burgerlijke stand, akten Belgische vluchtelingen en geinterneerden (42 bijlagen)
Aan den heer Griffier bij de Arrondissements Rechtbank te Zwolle.
Bij deze heb ik de eer UEG te doen toekomen 42 afschriften van Geboorte- Overlijdens- en Huwelijksakten betreffende Belgische vluchtelingen en geinterneerden, met beleefd verzoek de handteekening op die opschriften wel te doen legaliseren en de strekken daarna terug te zenden.

De burgemeester van Oldebroek
(get. Van Sytzama)


nr. 164 13 febr. 1917
Belgische kinderen.
Aan den heer Commissaris der Koningin in de provincie Gelderland.
Naar aanleiding van uwe aanschrijving d.d. 3 februari j.l. nr. 649/9 heb ik de eer UHEG te berichten, dat in deze gemeente geen Belgische kinderen vertoeven wier ouders of wettelijke vertegenwoordigers afwezig zijn.

De burgemeester van Oldebroek
(get. Van Sytzama)


nr. 170 15 febr. 1917
Burgerlijke stand, Belgische onderdanen.
Aan den heer Commissaris der Koningin in de provincie Gelderland.
Ter voldoening aan uwe missive d.d. 20 januari j.l. L AC heb ik de eer UHEG aangaande en gelegaliseerd terug te zenden de daarbij gevraagde afschriften van geboorte- overlijdens- en huwelijksakten betreffende Belgische onderdanen, onder bijvoeging van een lijst van huwelijken van Belgische onderdanen over het tijdvak 30 november 1914 tot januari 1917. Voorts heb ik de eer UHEG te berichten, dat na 26 september 1916 geen akten betreffende Belgische onderdanen meer opgemaakt werden.

De Ambtenaar van der Burgerlijke stand te Oldebroek
(get. Lokhorst)


nr. 193 24 febr. 1917
Besmettelijke ziekten
Kennisgeving aan den Gez. Inspecteur van een geval van Meningitus in de Legerplaats.


nr. 287 4 apr. 1917
Onderstand Belgische vluchtelingen (7 bijlagen)
Aan het Comité tot steun van Belgische en andere slachtoffers te Amsterdam Valeriusstraat 28 T Zuid 77. Naar aanleiding van uw schrijven d.d. 15 december 1916 hebben wij de eer u te doen toekomen een opgaaf in dubbel van verstrekte onderhoudskosten aan Belgische gezinnen in het 1e kwartaal 1917 met de daarbij behoorende quitanties.
Het voorgeschoten bedrag fl. 145,50 wordt gaarne spoedig ingewacht.

Burgemeester en Wethouders van Oldebroek
De Secretaris De Burgemeester
(get. Lokhorst) (get. Van Sytzama)


nr. 307 13 apr. 1917
Belgische geinterneerden (1 bijlage)
Aan den heer Consul van België te Tiel.
Bij deze heb ik de eer UEG mede te deelen dat madamme R. de Wachter, echtgenoote van F.A. Mollemans op 9 april j.l. in het Ziekenhuis te Zwolle overleden is.
De desbetreffende quitantie gaat ter wijziging hierbij.

De burgemeester van Oldebroek
(get. Van Sytzama)


nr. 338 25 apr. 1917
Militaire vergoeding geinterneerden
Aan den heer Consul van België te Tiel
In verband met mijn schrijven van 13 april j.l. nr. 307 heb ik de eer UEG mede te deelen, dat de geinterneerde Belgische militair Mollemans, niet meer in deze gemeente woonachtig is. Hij werd 23 april j.l. naar Harderwijk overgebracht. Zijn zoon vertoeft nog in Oldebroek.

De burgemeester van Oldebroek
(get. Van Sytzama)


nr. 363 3 mei 1917
Onderstand Belgische vluchtelingen (4 bijlagen)
Aan het Ned. Comité tot steun van Belgische en andere slachtoffers te Amsterdam.
Bij deze hebben wij de eer u in te zenden een opgaaf in dubbel van verstrekte onderhoudskosten aan Belgische gezinnen over de maand april 1917 met de daarbij behoorende quitanties.

De Burgemeester en Wethouders van Oldebroek.
De Secretaris De Burgemeester
(get. Lokhorst) (get. Van Sytzama)


nr. 372 7 mei 1917
Belgische geinterneerden (2 bijlagen)
Aan den heer Consul van België te Tiel
Bij deze heb ik de eer u te doen toekomen eene aanvrage van A. Stephani echtgenoote van L. Maes, geinterneerd Belgisch militair wonende te Oldebroek, om militaire vergoeding.
Voorts gaat hierbij eene verklaring van het Plaatselijk Komiteit van Katholieke Waver waaruit blijkt dat tot en met 4 mei 1917 de vergoeding aldaar is uitgekeerd.

De burgemeester van Oldebroek
(get. Van Sytzama)


nr. 385 15 mei 1917
Belgische geinterneerden militaire vergoeding
Aan den heer Consul van België te Tiel
Ter voldoening aan uw schrijven d.d. 10 mei j.l. nr. 6008 heb ik de eer UEG te berichten dat de 3 kinderen van madamme Maes te Oldebroek verblijven en dat deze kinderen te haren laste zijn. Voorts heb ik de eer UEG wederom toe te zenden een formulier van aanvraag om militaire vergoeding van madamme van den Geeten geboren Lox met een certificaat betreffende de uitbetaling te Luik.

De burgemeester van Oldebroek
(get. Van Sytzama)


nr. 390 21 mei 1917
Vreemdelingen
Aan den heer Commissaris der Koningin in de provincie Gelderland.
Ter voldoening aan uwe aanschrijving d.d. 11 mei j.l. nr. 4240/4 heb ik de eer UHEG te berichten, dat in deze gemeente geen Spaansche onderdanen vertoeven.

De burgemeester van Oldebroek
(get. Van Sytzama)


nr. 400 26 mei 1917
Burgerlijke stand, huwelijksaangifte Godderis - Neijssen. (verzonden 30 mei)
Aan den heer Ambtenaar van den Burgerlijke stand van Antwerpen.
Bij deze heb ik de eer u te doen toekomen een verzoek tot het doen van afkondiging van het voorgenomen huwelijk van H.J.M. Godderis en B.C.C. Neijsen; laatst genoemde als zijnde minderjarig, woont te Antwerpen.
Het bewijs van onverhinderden afloop van de afkondiging wordt bij mij ingewacht.

De Ambtenaar van den Burgerlijke stand te Oldebroek
(get. Lokhorst)


nr. 445 13 juni 1917
Onderstand Belgische vluchtelingen (2 bijlagen)
Aan het Ned. Comité tot Steun van Belgische en andere slachtoffers te Amsterdam, Beursplein 5.
Bij deze hebben wij de eer u in te zenden een opgaaf in dubbel van verstrekte onderhoudskosten aan belgische gezinnen over de maand mei 1917.

De Burgemeester en Wethouders van Oldebroek.
De Secretaris De Burgemeester
(get. Lokhorst) (get. Van Sytzama)


nr. 464 Old. 28 juni 1917
Burgerlijke stand, huwelijk Belgische onderdanen
Aan den heer Consul van België te Tiel
Bij deze heb ik de eer UEG mede te deelen dat alhier een huwelijksverzoek aan te gaan H.J.M. Dodderis en B.C.C. Neijsen, Belgische onderdanen. Afkondiging uit Antwerpen waarvoor het huwelijk vertraagd werd, is gisteren ontvangen, zoodat thans de stukken in orde zijn op eene verklaring na, houdende dat er volgens de Belgische wetgeving geen beletsel tegen het huwelijk bestaat.
Overlegging van de navolgende stukken:
1. Geboorte extract van Godderis en Neijsen
2. Vier akten van toestemming van de respectieve ouders
3. Bewijs van onverhinderden afloop van de afkondigingte Antwerpen.
4. Bewijs van den Luitenant Generaal, en
5. Omslag waarin de stukken geborgen zijn;
Heb ik voorts de eer UEG beleefd te verzoeken mij wel te willen doen toekomen eene verklaring dat er volgens de Belgische wetgeving geen beletsel tegen het huwelijk bestaat. De afkondiging van het voorgenomen huwelijk heeft te Oldebroek plaats gehad op zaterdag 26 mei 1917 en is zonder stuiting afgeloopen.
Bijlagen dezer worden mede terug verwacht.

De Ambtenaar van den Burgerlijke stand te Oldebroek
(get. Van Sytzama)


nr. 480 Old. 2 juli 1917
Onderstand Belgische vluchtelingen (3 bijlagen)
aan het Ned. Comité tot steun van Belgische en andere slachtoffers te Amsterdam, Beursplein 5.
Bij deze heb ik de eer u te doen toekomen een opgaaf in dubbel van verstrekte onderhoudskosten aan Belgische gezinnen over de maand juni 1917 alsmede een verzamel
kwitantie over de maanden april, mei en juni.

De Burgemeester en Wethouders van Oldebroek.
De Secretaris De Burgemeester
(get. Lokhorst) (get. Van Sytzama)


nr. 542 Old. 30 juli 1917
Burgerlijke stand, huwelijken Belgen
Aan den Commissaris der Koningin in de provincie Gelderland
In verband met uw besluit van 16 october 1916 nr. 10492/16 (Prov. Blad a 97 van 1916) heb ik de eer UHEG te berichten dat in het afgeloopen halfjaar in deze gemeente geen huwelijken door Belgen zijn gesloten.

De Ambtenaar van den Burgerlijke stand te Oldebroek
(get. Lokhorst)


nr. 546 Old. 31 juli 1917
Ondersteuning Belgische geinterneerden (1 bijlage)
Aan den heer Consul van België te Tiel
Bij deze heb ik de eer u te doen toekomen een aanvraag van H.J.M. Godderis geinterneerd Belgisch militair om militaire vergoeding.

De burgemeester van Oldebroek
(get. Van Sytzama)


nr. 554 Old. 1 aug. 1917
Onderstand Belgische vluchtelingen (2 bijlagen)
aan het Ned. Comité tot steun van Belgische en andere slachtoffers te Amsterdam, Beursplein 5.
Bij deze heb ik de eer u te doen toekomen een opgaaf in dubbel van verstrekte onderhoudskosten aan Belgische gezinnen over de maand juli 1917

De burgemeester van Oldebroek
(get. Van Sytzama)


nr. 568 Old. 7 aug. 1917
Interneering van krijgsgevangenen
Aan den heer Generaal Majoor, Hoofd der Afdeeling Interneering te 's Gravenhage.
Ter voldoening aan uw schrijven d.d. 1 augustus j.l. nr. 9/11 Afdeling krijgsgevangenen heb ik de eer UHEG te berichten
1. Dat in deze gemeente geen hotels of pensions worden aan getroffen, waarin de bij aangehaald schrijven bedoelde categoriën van krijgsgevangenen zouden kunnen verblijven.
2. Dat in deze gemeente geen gemeubelde of ongemeubelde kamers voor het bewuste doel zijn te verkrijgen.
3. Dat alhier geen ledig staande gebouwen worden aangetroffen.
4. Dat in deze gemeente geen ledig staande fabrieken aanwezig zijn.

De burgemeester van Oldebroek
(get. Van Sytzama)


nr. 580 Old. 15 aug. 1917
Belgische geinterneerden (1 bijlage)
Aan den heer Consul van België te Tiel
Naar aanleiding van uw schrijven d.d. 2 augustus j.l. nr. 6688 heb ik de eer u te doen toekomen de daarbij bedoelde verklaring van den Commandant van den Interneeringsgroep Oldebroek betreffende H. Godderis.

De burgemeester van Oldebroek
(get. Van Sytzama)


nr. 613 Old. 1 sep. 1917
Inkwartiering
Aan den heer Luitenant Kolonel Commandant 10e B. LWI te Zwolle.
Naar aanleiding van uw schrijven d.d. 29 augustus j.l. nr. 212 G heb ik de eer UHEG te berichten dat de daarbij bedoelde officieren en manschappen zullen ingekwartierd worden als volgt.
A. ± 15 officieren en minderen van 3 op 4 en van 4 op 5 september (met voeding bij gebroeders Koopman, tweede huis aan den dijk richting Hattem bij het Katerveer.)
B. Van 5 op 6 september (zonder voeding)
1. ± 10 officieren en minders | bij gebroeders Koopman
± 20 officieren en minders | sub. A bedoeld
2. 2 officieren bij den Pastoor: 1 officier bij het hoofd der R.C. school in de onmiddelijke nabijheid van de R.C. kerk.
3. ± 80 onderofficieren en minders bij J.M. van Dam modelboerderij achter de school, komende van het Katerveer rechts van den Straatweg.
4. 1 officier bij Koopman op IJsselstein bij de Spoorbrug.
5. ± 30 onderofficieren en minderen bij G. Vels bij de Spoorbrug.
± 42 onderofficieren en minderen bij Kogelman bij de Spoorbrug.
2 paarden bij G.L. Koopman

De burgemeester van Oldebroek
(get. Van Sytzama)


nr. 638 Old. 11 sep. 1917 Militaire vergoeding Belgische militairen (1 bijlage)
Aan den heer Consul van België te Tiel.
Bij deze heb ik de eer UEG de kwitantie van madamme Godderis terug te zenden met beleefd verzoek deze aan te vullen, daar op den 13e augustus j.l. te Oldebroek uit het huwelijk een kind geboren is, genaamd Henricus Ludeneus Maximiliaan Godderis.

De burgemeester van Oldebroek
(get. Van Sytzama)


nr. 639 Old. 11 sep. 1917
Onderstand Belgische vluchtelingen (2 bijlagen)
Aan het Ned. Comité tot steun van Belgische en andere slachtoffers te Amsterdam, Beursplein 5.
Bij deze heb ik de eer u te doen toekomen een opgaaf van verstrekte onderhoudskosten aan Belgische gezinnen over de maand augustus 1917 in dubbel.

De burgemeester van Oldebroek
(get. Van Sytzama)


nr. 674 Old. 1 oct. 1917
Onderstand Belgische vluchtelingen (3 bijlagen)
Aan het Ned. Comité tot steun van Belgische en andere slachtoffers te Amsterdam, Beursplein 5.
Bij deze hebben wij de eer u te doen toekomen een opgaaf in dubbel van verstrekte onderhoudskosten aan Belgische gezinnen over de maand september j.l. alsmede een verzamelkwitantie over het 3e kwartaal 1917.

De Burgemeester en Wethouders van Oldebroek


nr. 678 Old. 2 oct. 1917
Vergoeding Belgische militairen (1 bijlage)
Aan den heer Consul van België te Tiel
Bij deze heb ik de eer u toe te zenden de kwitantie betreffende A.F.G. van der Geeten, aangezien deze heden met zijn gezin naar de gemeente Epe vertrekt.

De burgemeester van Oldebroek
(get. Van Sytzama)


nr. 708 Old. 25 oct. 1917
Vreemdelingen
Aan den heer Commissaris der Koningin in de provincie Gelderland.
Ter voldoening aan uwe aanschrijving d.d. 27 september j.l. nr. 8553/2 heb ik de eer UHEG te berichten dat de daarbij bedoelde Joseph Sobeck niet in deze gemeente verblijf houdt

De burgemeester van Oldebroek
(get. Van Sytzama)


nr. 709 Old. 25 oct. 1917
Duitsche deserteurs
Aan den heer Generaal Majoor Hoofd afdeeling Interneering van het algemeen hoofdkwartier te 's Gravenhage.
Naar aanleiding van eene aanschrijving van den heer Commissaris der Koningin in Gelderland d.d. 5 october j.l. nr. 8908/14 heb ik de eer UHEG mede te deelen, dat in deze gemeente geen Duitsche deserteurs vertoeven.

De burgemeester van Oldebroek
(get. Van Sytzama)


nr. 749 Old. 7 nov. 1917
Onderstand Belgische vluchtelingen (2 bijlagen)
Aan het Ned. Comité tot steun van Belgische en andere slachtoffers te Amsterdam, Beursplein 5.
Bij deze hebben wij de eer u te doen toekomen een opgaaf in dubbel van verstrekte onderhoudskosten aan Belgische gezinnen over de maand october j.l. met beleefd verzoek ons nog toe te zenden eenige opgaven als hierbij gevoegd en eenige verzamelkwitanties.

Burgemeester en Wethouders van Oldebroek.
De Secretaris De Burgemeester
(get. Lokhorst) (get. Van Sytzama)


nr. 759 Old. 15 nov. 1917
Belgische militaire vergoedingen
Aan den heer Consul van België te Tiel
Bij deze heb ik de eer UEG mede te deelen, dat over november 1917 door mij wegens uit te betalen militaire vergoeding ontvangen werd fl. 193,20 en voor october fl. 210,81, zijnde naar mijn mening respectievelijk fl. 7,10 en fl. 7,13
De navolgende uitbetalingen hadden door mij plaats.
november october
Maes - Stephanie fl. 2,75 per dag fl. 37,95 fl. 39,21
Maenhout - Terrebrood fl. 2,25 per dag fl. 31,05 fl. 32,08
Drouven - Feij fl. 3,25 per dag fl. 44,85 fl. 46,34
Kreijen - Mase fl. 2,25 per dag fl. 31,05 fl. 32,08
Keijenberg - v.d. Eijnde fl. 1,25 per dag fl. 17,25 fl. 17,82
Godderis - Neijsen fl. 1,75 per dag fl. 24,15 fl. 24,95
fl. 11,20
Totaal fl. 186,30 fl. 203,68

De uitkeeringen werden berekend volgens het indertijd aan mij toegezonden staatje.Beleefd verzoek ik u mij wel te willen berichten, of abusievelijk aan mij te veel gezonden is, dan wel of de uitkeeringen soms verhoogd zijn.

De burgemeester van Oldebroek
(get. Van Sytzama)


nr. 770 Old. 22 nov. 1917
Tuberculose Belgische bevolking (1 bijlage)
Aan den heer H.J. Harting arts te Oldebroek
Aan den heer dr.W.S. Ovink arts te Wezep
Aan den heer W.C. Landskroon Schouten arts te Oldebroek
Naar aanleiding van een schrijven van den heer Inspecteur Volksgezondheid R.N.M. Eijkel te Nijmegen d.d. november 1917 nr. 3610/17 heb ik de eer u te doen toekomen een van dien Inspecteur ontvangen kaart met beleefd verzoek dezelve indien noodig verder in te vullen en mij zoo spoedig mogelijk terug te zenden.

De burgemeester van Oldebroek
(get. Van Sytzama)


nr. 775 Old. 23 nov. 1917
Geinterneerde Belgische militairen.
Aan den heer Inspecteur van de Volksgezondheid te 's Gravenhage
Naar aanleiding van uw schrijven d.d. november j.l. nr. 3660/17 heb ik de eer UEG mede te deelen, dat alhier vertoeven 6 gezinnen van geinterneerde Belgische militairen. De inkomsten van die gezinnen beloopen ongeveer de bedragen achter de namen hieronder vermeld.
1. Gezin van L. Maes - vrouw en 3 kinderen ± fl. 16,- per week
2. Gezin van J. Maenhout - vrouw en 2 kinderen ± fl. 15,- per week
3. Gezin van L. Drouven - vrouw en 4 kinderen ± fl. 18,- per week
4. Gezin van J.M. Kreijen - vrouw en 2 kinderen ± fl. 14,- per week
5. Gezin van H.J. Godderis - vrouw en 1 kind ± fl. 8,- per week
De onder 1, 2 en 3 vermelde gezinnen wonen te Dorp Oldebroek, de mannen werken aldaar en zijn 's nachts bij de vrouwen thuis.
Kreijen vertoeft met zijn gezin in de Legerplaats bij Oldebroek, terwijl Godderis mede in de Legerplaats werkzaam is en zijn vrouw in de buurtschap 't Harde woonachtig is.
Naar mijne meening kunnen kosten voor eventueele geneeskundige hulp, wanneer deze althans geen groot bedrag beloopen, wel door bovengenoemde persoonen betaald worden.

De burgemeester van Oldebroek
(get. Van Sytzama)


nr. 838 Old. 29 dec. 1917
Tuberculoze Belgische bevolking (2 bijlagen)
Aan de heer Inspecteur van de Volksgezondheid den heer dr. R.N.M. Eijkel te Nijmegen
Naar aanleiding van uw schrijven d.d. november j.l. 3613/17 heb ik de eer UEG hierbij zooveel noodig ingevuld terug te zenden 2 der daarbij gevoegde kaarten betreffende onderzoek naar de verspreiding der tuberculoze onder Belgische bevolking. Van de heer W.C. Landskroon Schouten, rustend geneesheer alhier werd de kaart niet terug ontvangen.

De burgemeester van Oldebroek
(get. Van Sytzama)


nr. 2 Old. 2 jan. 1918
Vluchtelingen maandelijkse opgave
Aan den heer Commissaris der Koningin in de provincie Gelderland.
Naar aanleiding van uwe aanschrijving d.d. 20 januari 1916 nr. 604/2 en 3 maart 1916 nr. 2037/4 heb ik de eer UHEG hierbij de verlangende opgave over de afgeloopen maand te doen toekomen.

De burgemeester van Oldebroek
(get. Van Sytzama)


nr. 57 Old. 15 jan. 1918
Belgische vluchtelingen
Aan den heer Consul van België te Tiel
Naar aanleiding van uw schrijven d.d. 10 december j.l. nr. 7493 heb ik de eer u hierbij ingevuld terug te zenden de daarbij gevoegde opgave betreffende alhier vertoevende Belgische vluchtelingen. Voorts dient dat alhier ook nog vertoevende enkele gezinnen van geinterneerden; mochten opgaven omtrent die vrouwen en kinderen verlangd worden, zoo wordt daarvan gaarne bericht ingewacht.

De burgemeester van Oldebroek
(get. Van Sytzama)


nr. 58 Old. 15 jan. 1918
Onderstand Belgische vluchtelingen (2 bijlagen)
Aan het Ned. Comité tot steun van Belgische en andere slachtoffers te Amsterdam, Beursplein 5.
Bij deze hebben wij de eer u te doen toekomen een opgaaf in dubbel van verstrekte onderhoudskosten aan Belgische vluchtelingen over de maanden november en december j.l. met beleefd verzoek ons spoedig te willen toekomen eenige opgaven als hierbij gevoegd en eenige verzamelkwitanties.

Burgemeester en Wethouders van Oldebroek.
De Secretaris De Burgemeester
(get. Lokhorst) (get. Van Sytzama)


nr. 131 Old. 11 feb. 1918
Geinterneerden
Aan den heer Consul van België te Tiel
Naar aanleiding van uw schrijven d.d. 24 januari j.l. nr. 7642 heb ik de eer UEG mede te deelen,
1. Dat 6 families van Belgische geinterneerden door mijne tusschenkomst van u militairevergoeding ontvangen.
2. Dat geen andere Belgische families van u door mijne tusschenkomst gelden ontvangen.

De burgemeester van Oldebroek
(get. Van Sytzama)


nr. 132 Old. 12 feb. 1918
Belgische geinterneerden (2 bijlagen)
Aan den heer Consul van België te Tiel.
Naar aanleiding van uw aan J. Maenhout geinterneerd Belgisch militair alhier gericht schrijven d.d. 31 januari j.l. nr. 7668 heb ik de eer UEG te doen toekomen eene aanvrage van genoemde J. Maenhout om militaire vergoeding van zijn broeder Jacques Maenhout, alsmede eene verklaring van den Commandant van de Interneeringsgroep Oldebroek onder meededeling dat J. Maenhout reeds militaire vergoeding voor zijn gezin ontvangt. Voorts heb ik de eer UEG toe te zenden de kwitantie ten name van Drouven - Feij met verzoek deze te wijzigen, daar op de 31 januari j.l. zijn aantal kinderen met 1 vermeerderd werd.

De burgemeester van Oldebroek
(get. Van Sytzama)


nr. 140 Old. 16 feb. 1918
Belgische onderdanen (1 bijlage)
Aan den heer Consul van België te Tiel
Bij deze heb ik de eer UEG terug te zenden den staat gevoegd bij uw schrijven van 19 januari j.l. nr. 7616 aangevuld met de namen enz. van de vrouwen van geinterneerde Belgische militairen.

De burgemeester van Oldebroek
(get. Van Sytzama)


nr. 249 Old. 2 apr. 1918
Vluchtelingen
Aan den heer Commissaris der Koningin in de provincie Gelderland
Opgave omtrent vluchtelingen aanwezig in de gemeente.

nr. 252 Old. 3 apr. 1918
Onderstand Belgische vluchtelingen
Aan het Ned. Comité tot steun van Belgische en andere slachtoffers te Amsterdam, Valeriusstraat 28 T zuid 77.
Naar aanleiding van uw schrijven d.d. 15 december 1916 hebben wij de eer u te doen toekomen een opgaaf in dubbel van verstrekte onderhoudskosten aan Belgische gezinnen in het 1e kwartaal 1918 met de daarbij behoorende quitantie.
Het voorgeschoten bedrag ad. fl. 145,50 wordt gaarne spoedig ingewacht.

Burgemeester en Wethouders van Oldebroek.
De Secretaris De Burgemeester
(get. Lokhorst) (get. Van Sytzama)


nr. 302 Old. 29 apr. 1918
Besmettelijke ziekten
Aan den heer dr. R.N.M. Eijkel Inspecteur Volksgezondheid te Nijmegen.
Bericht dat in de Legerplaats een geval van Meningitus Cerebro Spinalen Epidemica voorkomt


nr. 346 Old. 18 mei 1918
Militaire vergoeding Belgische geinterneerden (1 bijlage)
Aan den heer Consul van België te Tiel
Bij deze heb ik de eer UEG toe te zenden de quitantie voor de uitbetaling van militaire vergoeding ten name van M. Feij vrouw van Lambert Drouven, onder meededeeling dat genoemde M. Feij 13 mei j.l. te Zwolle in het ziekenhuis overleden is.
Als huishoudster treedt thans op eene zuster van Drouven, die j.l. woensdag uit Neutral Moresnet zich alhier heeft gevestigd.

De burgemeester van Oldebroek
(get. Van Sytzama)


nr. 351 Old. 22 mei 1918
Verordening duiven (1 bijlage)
Aan den Commandant van het Interneeringsdepot te Harderwijk (bureau militair gezag)
Ingevolge uwe missive d.d. 18 mei j.l. nr. 848/7 heb ik de eer UHEG een ex. der daarbij gevoegde verordeningen op het houden en vervoer van duiven - voorzien van de aanteekening omtrent de afkondiging - terug te zenden.

De burgemeester van Oldebroek
(get. Van Sytzama)


nr. 352 Old. 22 mei 1918
Geinterneerden
Aan den heer Commandant van de Interneeringsgroep Epe.
Bij mij werd van den Deutschen Consul te Amsterdam ontvangen een uittreksel uit de overlijdensakte van Joanna Maria Weijts, echtgenoote van Frans Joseph van Doren, met verzoek dat stuk uit te reiken aan Josef van Doren geinterneerd Belgisch militair te Oldebroek. Daar laatst genoemde alhier onbekend is, zoo heb ik de eer UEG beleefd te verzoeken mij wel te willen meedeelen of Joseph van Doren behoort tot uw onderhebbenden groep en mij mogelijk zijn adres te willen kenbaar maken.

De burgemeester van Oldebroek
(get. Van Sytzama)


nr. 366 Old. 27 mei 1918
Militaire vergoeding Belgische geinterneerden
Aan den heer Consul van België te Tiel
Naar aanleiding van uw schrijven d.d. 24 mei j.l. nr. 7980 heb ik de eer UEG mede te deelen dat de naam van de persoon die thans bij Drouven inwoont en met de zorg van het gezin belast is, is Josephina Nelissen.
De kinders van Drouven vertoeven te Oldebroek.

De burgemeester van Oldebroek
(get. Van Sytzama)


nr. 368 Old. 27 mei 1918
Burgerlijke stand Belgische geinterneerde (2 bijlagen)
Aan den heer Keizerlijk Duitsche Consul Generaal te Amsterdam.
Bij deze heb ik u terug te zenden de bij uw schrijven d.d. 17 mei j.l. 6894 gevoegde stukken aangezien deze niet aan Josef van Doren kunnen worden uitgereikt, zijnde bedoelde persoon alhier onbekend.

De burgemeester van Oldebroek
(get. Van Sytzama)


nr. 433 Old. 11 juni 1918
Militaire vergoeding Belgische geinterneerden (1 bijlage)
Aan den heer Consul van België te Tiel
Bij deze heb ik de eer UEG te doen toekomen een aanvrage van de echtgenoote van den alhier verblijvende Belgische geinterneerde J.L. Mertens om militairevergoeding

De burgemeester van Oldebroek
(get. Van Sytzama)


nr. 447 Old. 17 juni 1918
Militairevergoeding Belgische geinterneerden
Aan den heer Consul van België te Tiel
Naar aanleiding van uw schrijven d.d. 10 juni j.l. nr. 8025 heb ik de eer UEG mede de deelen, dat over juni 1918 door mij werd uitbetaald aan:
Godderis - Neijsen fl. 25,15
Keijenberg - Van den Eijnde fl. 17,25
Kreijen - Max fl. 31,05
Maenhout - Terrebrood fl. 31,05
Maes - Stephanie fl. 37,95
Drouven - Nelissen fl. 34,50 volgens ****
fl. 175,95
Ontvangen werd fl. 214,10 alzoo fl. 38,05 te veel en niet fl. 36,15 zooals uw schrijven d.d. 10 juni nr. 8025 vermeld.

De burgemeester van Oldebroek
(get. Van Sytzama)


nr. 491 Old. 1 juli 1918
Vreemdelingen
Aan den heer Procureur Generaal fungerend directeur van 's Rijks Politie te Arnhem
Negatief bericht omtrent verkeer van vreemdelingen (alleen een vrouw en een zuster van Belgische geinterneerden)


nr. 494 Old. 1 juli 1918
Onderstand Belgische vluchtelingen (3 bijlagen)
Aan het Ned. Comité tot steun van Belgische en andere slachtoffer te Amsterdam Valeriusstraat 28 T zuid 77
Naar aanleiding van uw schrijven d.d. 15 december 1916 hebben wij de eer u te doen toekomen een opgaaf in dubbel van verstrekte onderhoudskosten aan Belgische gezinnen in het 2e kwartaal 1918 met de daarbij behoorende quitantie.
Het voorgeschoten bedrag ad. fl. 147,65 wordt gaarne spoedig ingewacht.

Burgemeester en Wethouders van Oldebroek.
De Secretaris De Burgemeester
(get. Lokhorst) (get. Van Sytzama)


nr. 517 Old. 15 juli 1918
Vergoeding Belgische geinterneerden
Aan den heer Consul van België te Tiel
Door mij werd op heden uitbetaald aan de navolgende gezinnen van Belgische geinterneerden fl. 213,09 t.w. aan:
Maenhout fl. 32,08
Maes fl. 39,21
Drouven fl. 35,65
Kerckhoven fl. 17,82
Mertens fl. 31,30
Kreijen fl. 32,08
Godderis fl. 24,95
Totaal fl. 213,09
fl. 38,15
fl. 174,94
In kas was fl. 38,15 zoodat ik moest ontvangen fl. 174,94
Ontvangen werd volgens uw schrijven d.d. 8 juli j.l. nr. 8134 fl. 167,81
zoodat te min ontvangen werd fl. 7,13
Beleefd verzoek ik UEG mij dit bedrag alsnog toe te zenden

De burgemeester van Oldebroek
(get. Van Sytzama)


nr. 534 Old. 24 juli 1918
Belgische vergoedingen (1 bijlage)
Aan den heer Consul van België te Tiel
Naar aanleiding van uw schrijven d.d. 22 juli j.l. nr. 8197 heb ik de eer u mede te deelen dat de daarbij bedoelde gelden tot een bedrag van fl. 364,- ontvangen zijn; dit bedrag is evenwel fl. 100,- te weinig, daar de optelling volgens bijgaand staatje - dat bij uw aangehaald schrijven gevoegd was fl. 100,- - foutief is.
Beleefd verzoek ik u alsnog fl. 100,- toe te zenden onder bijvoeging van het hierbij ingesloten staatje

De burgemeester van Oldebroek
(get. Van Sytzama)


nr. 545 Old. 29 juli 1918
Besmettelijke ziekten
Aan de Gezondheidscommissie te Hattem
Bericht dat in de Legerplaats een geval van Diphtheritus voorkomt.


nr. 563 Old. 5 aug. 1918
Vergoeding Belgisch militair (1 bijlage)
Aan den heer Consul van België te Tiel.
Bij deze heb ik de eer u toe te zenden een verzoek van madamme Lefevre - Strijnck thans wonende te Oldebroek, vroeger verblijf houdende in het Vluchtoord te Nunspeet, om militaire vergoeding alsmeede het daarbij behoorende bewijs van den Commandant van het Interneeringsdepot Harderwijk.

De burgemeester van Oldebroek
(get. Van Sytzama)


nr. 683 Old. 23 sep. 1918
Inlichtingen J. van Doren
Aan den heer Keizerlijken Duitsche Generaal Konsul te Amsterdam.
Naar aanleiding van uw schrijven d.d. 2 september j.l. I 8465 heb ik de eer u mede te deelen dat Joseph van Doren niet bij Jacob Kip, landbouwer alhier werkzaam geweest is. Wel is hier voor een a twee jaren bij een timmerman een zekere Van Doren in het werk geweest, doch deze is reeds lang geleden vertrokken.
Volgens geruchten moet thans te Doornspijk in de buurtschap het Harde of Wessingen een geinterneerden Belg genaamd Van Doren woonachtig zijn.

De burgemeester van Oldebroek
(get. Van Sytzama)


nr. 684 Old. 24 sep. 1918
Militaire vergoeding L. Drouven
Aan den heer Consul van Belgë te Tiel
Bij deze heb ik de eer u te doen toekomen twee quitanties ten name van L. Drouven, aangezien deze geinterneerde Belgische militair niet meer te Oldebroek woonachtig is. Hij woont thans te Nunspeet, is aldaar werkzaam op de Zuivelfabriek van J.E. Schaap en Co en verblijft met zijn gezin in eene woning van A. van Dijk molenaar te Nunspeet.
Beleefd verzoek ik u de uitbetaling verder te laten geschieden door den burgemeester van Ermelo te Nunspeet.

De burgemeester van Oldebroek
(get. Van Sytzama)


nr. 719 Old. 2 oct. 1918
Onderhoud Belgische vluchtelingen (3 bijlagen)
Aan het Ned. Comité tot steun van Belgische en andere slachtoffer te Amsterdam Valeriusstraat 28 T zuid 77
Naar aanleiding van uw schrijven d.d. 15 december 1916 hebben wij de eer u te doen toekomen een opgaaf in dubbel van verstrekte onderhoudskosten aan Belgische gezinnen in het 3e kwartaal 1918 met de daarbij behoorende quitantie.
Het voor geschoten bedrag ad. fl. 149,80 wordt gaarne spoedig ingewacht

Burgemeester en Wethouders van Oldebroek.
De Secretaris De Burgemeester
(get. Lokhorst) (get. Van Sytzama)


nr. 736 Old. 12 oct. 1918
Vluchtelingen
Aan den heer Commissaris der Koningin in de provincie Gelderland
In antwoord op uwe missive d.d. 9 october j.l. nr. 211 Vluchtelingen heb ik de eer UHEG mede te deelen, dat het mij haast ondoenlijk schijnt hierop van bericht te dienen.
Daar hier in 1914 ook vluchtelingen waren, daarna de bevolking haar deel kreeg van de alhier vertoevende geinterneerde Belgen en thans van de in de Legerplaats aanwezige militairen niet steeds veel vreugde beleeft, terwijl zij in zekere zin moede is of zich aldus houdt, door de talrijke regeeringsmaatregelen is van haren kant uit vrijwillige liefdadigheid zoo goed als niets te verwachten.
Gebouwen welke vrij zijn of ontruimd kunnen worden tot dit doel bestaan hier absuluut niet. In tegendeel aan dit alles is er groot tekort. Ik meen dat de gemeente Oldebroek misschien wel behoort tot de ongunstigste plaatsen tot 't opnemen van vluchtelingen, vooral ook omdat zij behoort tot de algeheel landbouwende gemeente en bij boeren totaal de gemeenschapszin wordt gemist die hiervoor hoog noodig is.
Trouwens bij dezelfden is voor dit doel aan ligging, dekking en wat niet al gebrek of te kort.
Hoewel misschien een 200 tal personen met veel moeite onder dak gebracht konden worden bij particulieren, zoude het de vraag zijn of in moeilijke militaire omstandigheden wellicht de manschappen der legerplaats werden overgebracht achter de waterlinie
Zoude dit het geval zijn dan ware in de Legerplaats wel ruimte voor 2000 a 2500 vluchtelingen met pak en zak.
Voor het overige durf ik als berging bij particulieren geen hoogen cijfer opgeven dan 200 en dit zoude zeker met verzet gepaard gaan.

Burgemeester en Wethouders van Oldebroek.
De Secretaris De Burgemeester
(get. Lokhorst) (get. Van Sytzama)


nr. 739 15 oct. 1918
Vergoeding woninghuur (Belgische geinterneerden)
Aan den heer Consul van België te Tiel.
Bij deze heb ik de eer UEG de quitantie ten name van madamme Lefevre geboren
Strijnck wegens toegekende woninghuur terug te zenden onder mededeeling dat blijkens het trouwboekje niet 4 maar 5 kinderen ten laste van madamme Lefevre zijn en bij haar inwonen. Het navolgend kind dient nog op de quitantie vermeld te worden Lefevre Albert geboren 26 december 1915 te Harderwijk.
Beleefd verzoek ik u mij de quitantie na wijziging terug te zenden.

De burgemeester van Oldebroek
(get. Van Sytzama)


nr. 744 19 oct. 1918
Vluchtelingen
Aan den heer Commissaris der Koningin in de provincie Gelderland.
In verband met het schrijven van 12 october nr. 736 wordt te kennen gegeven dat geen 200 vluchtelingen kunnen onderdak gebracht worden, daar deze alleen in een paar scholen moeten ondergebracht worden en van particulieren weinig hulp zal verkregen worden, op hoogstens 100 man rekenen.


nr. 745 19 oct. 1918
Vluchtelingen
Aan den heer Burgemeester van Arnhem
Het zij mij vergund uwe bemiddeling in te roepen voor de volgende aangelegenheid.
Uit eene circulaire van den heer Commissaris der Koningin blijkt dat de eerlang te verwachten vluchtelingen voor een gedeelte te Arnhem zullen worden "gesorteerd" en vandaar zullen vertrekken naar verschillende andere gemeenten. In de eerste opwelling om hulp te verleenen meldde ik de heer Commissaris dat alhier circa 200 personen zouden kunnen worden onderdak gebracht. Middelwijl blijkt mij thans duidelijk dat dit eene onmogelijkheid is. Want ik heb leeren inzien dat van de bevolking zullen dus eenige scholen moeten worden ontruimd, en het onderwijs stop worden gezet. Aandere openbare of particuliere gebouwen zijn hier niet aanwezig. In de groote verlegenheid waarin in thans ten dezen opzichte geraak, heb ik den heer Commissaris nader verwekt het te zenden aantal te beperken tot 100.
Ik verzoek UEA beleefd en dringend hiertoe te willen medewerken en naar Oldebroek niet meer dan het genoemde getal te willen dirigeeren.

De burgemeester van Oldebroek
(get. Van Sytzama)


nr. 772 25 oct. 1918
Militaire vergoeding
Aan den heer Consul van België te Tiel
Bij deze heb ik de eer UEG mede te deelen, dat zich op 24 october j.l. in deze gemeente metterwoon gevestigd heeft madamme De Henau geboren Aarts Regina met haar gezin. Zij heeft over de maand october militaire vergoeding en vergoeding voor huisvesting ontvangen te Nunspeet. Een aanvrage betreffende uitbetaling der vergoeding te Oldebroek gaat hierbij.

De burgemeester van Oldebroek
(get. Van Sytzama)


nr. 801 7 nov. 1918
Vluchtelingen
Aan den heer Commissaris der Koningin in de provincie Gelderland
In antwoord op uwe missive d.d. 5 dezen nr. 10158/46 heb ik de eer UHEG te berichten dat alhier tot nu toe geene Fransche vluchtelingen zijn onderdak gebracht. Ik veroorloof mii hierbij op te merken, dat het thans zoo goed als tot de onmogelijkheden hen nu te ontvangen, of in de naaste toekomst, daar de griep alhier zoo algemeen heerscht, dat over geen enkele hulp of werkkracht kan worden beschikt. De politie, de dokter, verschillende leden van het Vluchtelingen Comité zijn ernstig ongesteld, terwijl huis aan huis de gezinnen zijn aangetast, zoodat niet de minste hulp of medewerking is te verkrijgen. Ik zoude niet weten hoe te moeten handelen wanneer in de eerste dagen onderdak moest worden verleend. De ziekte is trouwens niet onschuldig, daar verscheidenen daaraan zijn gestorven.

De burgemeester van Oldebroek
(get. Van Sytzama)


nr. 825 19 nov. 1918
Vreemdelingen (12 bijlagen)
Aan den heer Inspecteur der Koninklijke Marechaussee Afd. Vreemdelingendienst te 's Gravenhage van Imhoffplein nr. 12
Bij deze heb ik de eer UHEG te doen toekomen een 12 tal identiteitskaarten allen betreffende Belgische ingezetenen, alhier vertoevende.

De burgemeester van Oldebroek
(get. Van Sytzama)


nr. 830 19 nov. 1918
Voeding Krijgsgevangenen
Aan den heer Regeeringscommissaris van de Rijksgraaninzameling te Arnhem.
Als vervolg van mijn vorig schrijven in zake uw telegram van 15 dezer heb ik de eer u mede te deelen dat mij thans is bekend geworden dat inderdaad circa 2200 Engelsche krijgsgevangenen zullen worden ondergebracht in de Legerplaats Oldebroek.
Wanneer dit zal geschieden is nog eene open vraag. De aan het hoofd van dit kampement staande reserve Kapitein Arentsen Hein deelde mij mede, dat zijnerzijds alles zoude worden gedaan om in de behoeften te voorzien langs den vroeger gebruikelijken weg.
De bakkers te Oldebroek kunnen bijvoorbeeld niet broodbakken dagelijks voor zoovele persoonen, noch voor 't transport zorgen. Het is nog niet bekend of een en ander zal worden toegestaan. Voor zoover dit niet het geval zoude zijn, geef ik hieronder het benoodige aan voor 220 personen, gerekend naar de rantsoenen.
Er zal echter wat meer benoodigd zijn, daar er ook bewakingsmanschappen zullen komen, wier aantal onbekend is.
per week 550 kilo Havermout
110 kilo erwten
55 kilo uien
110 kilo zachte zeep
2200 stukken eenheidszeep
220 kilo kaas
220 kilo jam
55 kilo koffie
8800 kilo aardappelen
385 kilo boter of melange
voor 440 kilo vleesch per week of 63 kilo per dag en voor 616 kilo gebakken brood per dag, zoude dan in alle geval op andere wijze moeten worden voorzien terwijl zal worden getracht alhier te verkrijgen 220 liter melk, 440 liter karnemelk per dag, en ook benoodigd is 1100 kg gecondenseerde melk per week daar er vrees bestaat dat deze melkvoorziening niet vlot van stapel loopen zal.
De hoeveelheden zijn op het zuinigste berekend. Er behoort meer in magazijn te zijn in zulk een kampement. Indien alzoo de voorziening niet direct uit de Rijksmagazijnen geschiet. Zooals weleer, zal ik u nader verzoeken bovengenoemde artikelen te zenden aan den Kapitein Commandant van het Vluchtoord Legerplaats Oldebroek.
Ik neem de vrijheid u speciaal er op attent te maken, dat de zendingen behooren plaats te hebben naar station Legerplaats Oldebroek daar zending naar Oldebroek een oponthoud van eenige dagen zoude beteekenen.

De burgemeester van Oldebroek
(get. Van Sytzama)


nr. 832 Old. 20 nov. 1918
Vluchtelingen
Aan den heer Commissaris der Koningin in de provincie Gelderland te Arnhem.
in antwoord op uwe missive d.d. 18 dezer letter F. Vluchtelingen heb ik de eer UHEG te berichten dat op de aanschrijving van 5 november 1918 nr. 801 is geantwoord dat alhier geene vluchtelingen waren aangekomen en dat het schier tot de onmogelijkheden behoorde hen te ontvangen daar de algemeene ongesteldheid ook heerscht onder de politie, de doktoren en leden van het Vluchtelingen Comité, zoodat ik van hulp geheel verstoken was.
Deze brief is trouwens ook door UHEG ontvangen, daar ik als antwoord daarop de mededeeling erlangde, dat geene vluchtelingen te Oldebroek zouden worden onderdak gebracht.

De burgemeester van Oldebroek
(get. Van Sytzama)


nr. 851 Old. 23 nov. 1918
Aan den heer dr. R.N.M. Eijkel te Nijmegen.
Bericht dat er Diphteritus heerscht in de Legerplaats Oldebroek


nr. 878 Old. 5 dec. 1918
Vluchtelingen
Aan den heer Commissaris der Koningin in de provincie Gelderland te Arnhem.
In antwoord op uwe missive d.d. dezer nr. 11103/3 heb ik de eer UHEG te berichten, dat alhier geene vluchtelingen zijn geweest en dus van de scholen geen gebruik is gemaakt voor de huisvesting.

De burgemeester van Oldebroek
(get. Van Sytzama)

nr. 882 5 dec. 1918
Drankmisbruik demobilisatie
Aan den heer Kolonel Territoriaal Bevelhebber in Overijssel te Zwolle.
Naar aanleiding van uw schrijven d.d. 4 december j.l. 5074 l.l. heb ik de eer UHEG mede te deelen, dat bij besluit van den Raad van 9 december 1916 werd vastgesteld eene verordening betreffende bestrijding van drankmisbruik op dagen van demobilisatie, waarbij bepaald is dat op de dagen van de demobilisatie de drank- en verlofslokaliteiten in deze gemeente moeten gesloten zijn.
Deze verordening werd nog niet toegepast, aangezien deze gemeente nog in staat van beleg verkeert en de heer Generaal Majoor Commandant van het Interneeringsdepot Harderwijk heeft bevolen dat genoemde inrichtingen gesloten moesten zijn van 14 tot en met 19 november 1918.

De burgemeester van Oldebroek
(get. Van Sytzama)


nr. 889 16 dec. 1918
Aan Zijne Excellentie den Minister van Binnenlandsche Zaken te 's Gravenhage
Naar aanleiding van uwe missive d.d. 13 december 1918 nr. 17524 afdeling A heb ik de eer uwe Excellentie te berichten dat alhier al het mogelijke wordt gedaan om de voedselvoorziening voor het krijgsgevangenenkamp vlot van stapel te doen loopen.
De behandeling dezer aangelegenheid, hoe moeilijk zij ook zij, heeft dezerzijds nog nie aan stagnatie bloot gestaan. Er is thans voldoende meel, alleen laat de doorzending door de grossiers van allerlei artikelen veelal te lang opzich wachten. Niettemin levert de wijze van bevoorrading vele moeilijkheden op. Hoewel eerstjes brood en allerlei artikelen zoowel voor vluchtelingen en geinterneerden uit de militaire voorraden werden verstrekt, schijnt dit thans niet meer te mogen gebeuren. Nu moet alles vervoerd worden over een afstand van meer dan 1½ uur gaans naar de Legerplaats, terwijl de aanvoer naar dorp Oldebroek ook zeer veel vertraging geeft. Het brood wordt gebakken door eenvoudige dorpsbakkers die hierop feitelijk niet berekend zijn. Niettemin is hierover nog geen enkele klacht ingekomen, en zie ik geene kans om mijne prestatie op dit gebied te verhogen, aangezien alles in 't werk wordt gesteld voor welslagen dezer zaak.

De burgemeester van Oldebroek
(get. Van Sytzama)


nr. 907 27 dec. 1918
Besmettelijke ziekten
Aan den heer Inspecteur van de Volksgezondheid te Nijmegen.
Bericht dat in het Kamp Typhus voorkomt.


nr. 23 2 jan. 1919
Vluchtelingen
Aan den heer Commissaris der Koningin in de provincie Gelderland.
Opgave vluchtelingen in de gemeente aanwezig in november en december.


nr. 24 2 jan. 1919
Militaire vergoeding Belgische geinterneerden (17 bijlagen)
Aan den heer Consul van België te Tiel.
Bij deze heb ik de eer UEG terug te zenden de kwwitanties betreffende uitbetaling van militaire vergoeding enz. voor Belgische gezinnen, daar deze in de maand december j.l. allen weer naar België zijn teruggekeerd t.w.
2 kwitanties van Godderis - Neijsen
2 kwitanties van Kreijn - Mase
2 kwitanties van Lefevre - Strijnck
2 kwitanties van Martens - Lecler
2 kwitanties van De Henau - Aarts
2 kwitanties van Maes - Stephanie
2 kwitanties van Maenhout - Terrebrood
2 kwitanties van Van der Eijnde - Keijenberg
1 kwitanties van Maurissen - Van Horenbeeck

De burgemeester van Oldebroek
(get. Van Sytzama)


nr. 34 6 jan. 1919
Onderstand Belgische vluchtelingen (3 bijlagen)
Aan het Ned. Comité tot steun van Belgische en andere slachtoffers te Amsterdam Valeriusstraat 28 T zuid 77.
Naar aanleiding van uw schrijven d.d. 15 december 1916 hebben wij de eer u te doen toekomen een opgaaf in dubbel van verstrekte onderhoudskosten aan Belgische gezinnen in het 4e kwartaal 1918 met de daarbij behoorende quitantie. Het voorgeschoten bedrag ad fl. 126,55 wordt gaarne spoedig ingewacht.

De burgemeester van Oldebroek
(get. Van Sytzama)


nr. 68 16 jan. 1919
Aan den heer Commissaris der Koningin in de provincie Gelderland.
Ter voldoening aan uwe missive d.d. 14 januari j.l. nr. 233/23 heb ik de eer UHEG te berichten dat in deze gemeente nog vertoeven de navolgende Belgische vluchtelingen.
(zie maandstaat)


nr. 118 28 jan. 1919
Burgerlijke stand
Aan den heer Kolonel directeur H. Informatie Bureau Ned. Roode Kruis te 's Gravenhage Paleis Kneuterdijk 20.
Naar aanleiding van uw schrijven d.d. 24 januari j.l. B nr. 1514 II heb ik de eer u te doen toekomen een overlijdens extract van A.L. Tieren geinterneerd Belgische militair alhier overleden den 9 augustus 1915.

De burgemeester van Oldebroek


nr. 127 28 jan. 1919
Ziekten
Aan de gezondheidscommissie gezeteld te Hattem.
Bericht dat in het Kamp één geval van vlekziekte is geconstateerd.


nr. 134 29 jan. 1919
Besmettelijke ziekte
Aan Zijne Excellentie Minister van Binnenlandsche Zaken te 's Gravenhage.
Aangezien zich in de Legerplaats onder deze gemeente een geval van vlektyphus, typhus exanthematicus heeft voorgedaan verzoek ik uwe Excellentie beleefd mij zoo mogelijke met spoed te willen doen toekomen eenige uittreksels en wenken, als bedoeld in art. 1 van het Besluit van 27 december 1918 Staatsblad 2 836.
Een 8 tal van elk soort uittreksel zal voldoende zijn.

De burgemeester van Oldebroek


nr. 157 5 febr. 1919
Besmettelijke ziekten
Aan den heer Inspecteur van de Volksgezondheid te 's Hertogenbosch.
In antwoord op uw schrijven d.d. 2 dezer, ongenummerd, heb ik de eer u te berichten dat de Besturen van het Sophia ziekenhuis en van het R.K. ziekenhuis te Zwolle mij beide hebben bericht, dat zij geene gelegenheid konden bieden om eventuele lijders aan vlektyphus af te zonderen en te verplegen. Verder heb ik de Directie van de Ned. Centraal Spoorwegmaatschappij kennisgegeven van het voorkomen dezer ziekte in de Legerplaats Oldebroek en haar verzoekt op den Centraalspoor en de tramlijn Nunspeet -Zwolle de maatregelen te willen nemen die het K.B. voorschrijft. Ook plaatste de ter waarschuwing eene advertentie in het plaatselijk weekblad en verzoek ik toezending van uittreksels en wenken bedoeld in al 2 artikel 1 van het Besluit. Schoon ik hiertoe onmiddellijk, ontving ik nog niets, zoodat deze stukken wel geen effect meer zullen hebben, aangezien ik van uitbreiding der ziekte niet vernam.
Logementen en slaapsteden bestaan hier niet, zoodat art. 7 geene toepassing behoeft.
Ik meen hiermede voorloopig te zijn tegemoet gekomen aan de bepalingen van het Besluit. Het blijkt mij dat de behandeld geneesheer geene mededeeling heeft gedaan aan de andere aangrenzende en omliggende gemeenten, zoals Doornspijk en Elburg die met de Legerplaats minstens zooveel contact hebben als Oldebroek.

De burgemeester van Oldebroek
(get. Van Sytzama)


nr. 169 8 febr. 1919
Aan den heer dr. C.H.W. Drenth Inspecteur der Volksgezondheid te 's Hertogenbosch
Bericht dat weder een geval van vlektyphus en van roodvonk is voorgekomen in de Legerplaats.


nr. 175 10 febr. 1919
Aan den heer Kolonel Territoriaal Bevelhebber in Overijssel te Zwolle.
Naar aanleiding van uw schrijven d.d. 8 februari j.l. nr. 378 l.l.
heb ik de eer UHEG mede te deelen dat in deze gemeente geen Duitsche militairen of Duitsche burgergeinterneerden begraven zijn.

De burgemeester van Oldebroek


nr. 176 11 febr. 1919
Aan den Commandant van het Vluchtoord Nunspeet.
Ik heb de eer UHEG te berichten dat zich alhier nog eenige vluchtelingen bevinden, die op 16 oktober 1914 uit België zijn aangekomen en steeds hier woonachtig zijn geweest.
Zij wenschen thans naar België terug te gaan. Aangezien ik meen dat zij eerst uw vluchtoord moeten passeren alvorens van de daartoe aangewesen reisgelegenheid te kunnen gebruik maken, verzoek ik u beleefd mij wel te willen mededeelen wanneer er gelegenheid tot vertrek bestaat en in verband daarmee, wanneer zij zich in het vluchtoord kunnen aanmelden. Een en ander betreft;
1. Louis Ceunen alleen loopend persoon
2. Het gezin van Floren de Ridder vader moeder twee volwassen dochter, 1 zoon van circa 10 jaar

De burgemeester van Oldebroek


nr. 187 Old. 18 febr. 1919
Aan den Consul van België te Tiel.
Naar aanleiding van uw schrijven d.d. 13 februari j.l. nr. 10227 heb ik de eer UEG hierbij voor zooveel noodig ingevuld en geteekend terug te zenden de paspoorten voor de familie F. de Ridder en L. Ceunen.

De burgemeester van Oldebroek


nr. 197 Old. 21 febr. 1919
Ziekten
Opgave Gezondheids Commissie te Hattem één geval van Diphtheritis in de Legerplaats.


nr. 217 Old. 25 febr. 1919
Belgische vluchtelingen
Aan den heer Consul van België te Tiel
Bij deze heb ik de eer UEG mede te deelen dat de familie De Ridder en L. Ceunen heden per spoor vertrokken zijn van Oldebroek naar Antwerpen. De spoorvracht van Legerplaats Oldebroek naar Antwerpen was fl. 23,60 + fl. 14,65 = fl. 38,25 voor hunne bagage zooals het hierbij gevoegde schrijven van den stationchef blijkt.
Daar genoemde personen niet bij machte waren die bedragen te betalen, zoo werd genoemde som door mij voorgeschoten.
Beleefd verzoek ik UEG mij het bedrag ad. fl. 38,25 te willen restitueren.

De burgemeester van Oldebroek
(get. Van Sytzama)


nr. 218 Old. 26 febr. 1919
Onderstand Belgische vluchtelingen (3 bijlagen)
Aan het Ned. Comité tot steun van Belgische en andere slachtoffers te Amsterdam Valeriusstraat 28 T zuid 77
Naar aanleiding van uw schrijven d.d. 15 december 1916 hebben wij de eer u te doen toekomen een opgaaf in dubbel van verstrekte onderhoudskosten aan één Belgisch gezin over de maand januari en februari 1919 met de daarbij behoorende quitanties.
De familie De ridder is 25 dezer naar België teruggekeerd.
Het voorgeschoten bedrag ad. fl. 50,60 wordt gaarne spoedig ingewacht.

De Burgemeester en Wethouders van Oldebroek.


nr. 273 Old. 8 mrt. 1919
Belgische vluchtelingen
Aan het Officieel Belgisch Comiteit voor Nederland, Amsterdam 28 Valeriusstraat
Naar aanleiding van uw schrijven d.d. 28 februari j.l. heb ik de eer u hierbij terug te zenden de daarbij gevoegde wissel coupon en 6 groene kaartjes oorspronkelijk bestemd voor de familie De Ridder en L. Ceunen Bedoelde personen waren reeds op 25 februari naar België vertrokken. Zij kregen op 22 februari 1919 een pas naar België door bemiddel van den Belgische Consul te Tiel. Hierop werd door mij aan den chef van het station Legerplaats Oldebroek verzocht bedoelde personen met hun bagage kosteloos te vervoeren naar België. Het vervoer van de personen geschiedde hierop kosteloos, doch voor spoorvracht voor hunne goederen moest fl. 38,25 betaald worden. Daar de goederen reeds aan het station waren en De Ridder en Ceunen onbemiddeld waren om die kosten te betalen, zoo werd door mij het vereischte bedrag ad. fl. 38,25 voorgeschoten te meer daar de stationchef beweerde dat vanwege den Consul het geld werd gerestitueerd.
De Consul te Tiel weigert evenwel dit bedrag te betalen waarom ik mij tot u went met beleefd verzoek mij bedoelde bedrag ad. fl. 38,25 over te maken.
Een schrijven van den stationchef betreffende de vrachtkosten der bagage gaat mede hierbij.

De burgemeester van Oldebroek


nr. 309 Old. 1 apr. 1919
Vreemdelingen
Aan den heer Procureur Generaal Fungeerend Directeur van 's Rijks Politie te Arnhem.
Opgave betrekkelijk verkeer van vreemdelingen over het 1e kwartaal 1919.
(1 Mancesse) aangekomen uit Duitschland


nr. 319 Old. 1 april 1919
Aan de Commissie van onderzoek in zake de ondersteuning van Belgische Vluchtelingen te Amsterdam, 28 Valeriusstraat.
Naar aanleiding van uwe circulaire dd. 29 maart jl. nr. 553 Afd. GO heb ik de eer u mede te deelen dat alhier geen Belgische vluchtelingen vertoeven.
In verband hiermede verzoek ik u beleefd alsnog spoedig aan mijn schrijven van 8 maart jl. nr. 273 in zake betaling van een bedrag groot fl. 38,25 wegens aan de familie De Ridder en L. Ceuren uitbetaalde reiskosten naar België.

De burgemeester van Oldebroek
(get.) Van Sytzama


nr. 345 Old. 7 april 1919
Aan het Ned. Comité tot steun van Belgische en andere slachtoffers te Amsterdam, Valeriusstraat 28 (T Zuid 77)
Bij deze heb ik de eer u de goede ontvangst te berichten van het door de Kas-vereeniging op 5 maart jl. gesonden bedrag ad fl. 56,60 wegens verstrekte onderhoudskosten van Belgische vluchtelingen over januari en februari 1919.

De Burgemeester en Wethouders van Oldebroek
De secretaris De Burgemeester


nr. 363 Old. 16 april 1919
Aan de heer Inspecteur der koninklijke Marechaussee te 's Gravenhage.
In antwoord op uwe missive dd. 10 dezer nr. 1255 heb ik de eer UHEG te berichten, dat aan de Russen en Polen die bij de ontscheping van het Stoomschip "Santa Fé" naar de Legerplaats Oldebroek zijn overgebracht, niet opnieuw een controlepas is uitgereikt.
Trouwens aan de zich in de Legerplaats bevindende vreemdelingen die onder speciaal beheer staan, is nimmer een pas uitgereikt. De Commandant van het Vluchtoord geeft slechts een ontslagbewijs af aan hen die uit de interneering worden ontslagen. De overigen worden gerekend onder controle te staan en eventueel gezamenlijk onder toezicht en met medeweten der autoriteiten te zullen vertrekken. Mocht het echter noodzakelijk blijken dat uitreiking van controlepassen plaats heeft, zoo verzoek ik u beleefd te willen overwegen of zulks kan geschieden door een speciaal daarmede belasten ambtenaar, aangezien het aantal vreemdelingen, die thans in de Legerplaats vertoeven circa 900 bedraagt.

De burgemeester van Oldebroek


nr. 370 22 apr. 1919
Vluchtelingen
Aan den Centrale Commissie voor Belgische kinderen in Nederland gevestigd te 's Gravenhage Zeestraat 65 F.
In verband met een schrijven van den heer Commissaris der Koningin in Gelderland d.d. 14 april j.l. nr. 3057/5 heb ik de eer u te berichten dat zich in deze gemeente geen Belgische kinderen meer bevinden.

De burgemeester van Oldebroek


nr. 403 1 mei 1919
Vreemdelingendienst
Aan den heer Inspecteur der Koninklijke Marechaussee te 's Gravenhage van Imhoffplein 12.
Naar aanleiding van uw schrijven d.d. 23 april j.l. nr. 1255 heb ik de eer UHEG beleefd te verzoeken mij wel te willen doen toekomen 500 stuks controlepassen voor de in de Legerplaats alhier aanwezige Russen.

De burgemeester van Oldebroek


nr. 443 15 mei 1919
Aan den heer Commissaris der Koningin in de provincie Gelderland.
Bij deze heb ik de eer UHEG beantwoord terug te zenden de bij uwe missive d.d. 10 dezer nr. 3829/43 gevoegde nota van aanmerkingen betreffende eene declaratie in zake verstrekte levensmiddelen enz. voor Russische krijgsgevangenen, benevens de daarbij behoorende declaratie in duplo - voor zooveel noodig gewijzigd - en de betrekkelijke bescheiden.

De burgemeester van Oldebroek


nr. 481 2 juni 1919
Belgische vluchtelingen
Aan het Officieel Belgisch Comité voor Nederland te Amsterdam Valeriusstraat 28
Daar tot heden nog niet terug ontvangen is het door mij bij voorschot betaalde bedrag ad. fl. 38,25 voor reiskosten van de Belgische vluchtelingen (de familie De Ridder en L. Ceunen) van het station Legerplaats Oldebroeek naar Antwerpen, zoo heb ik de eer u andermaal dringend te verzoeken mij gemelde bedrag ten spoedigste te restitueeren.
Mijn schrijven van 8 maart j.l. nr. 273 en 1 april d.a.v. nr. 319 had hierop betrekking.

De burgemeester van Oldebroek


nr. 517 17 juni 1919
Vreemdelingen
Aan den heer Kolonel Commandant van het Vluchtoord Legerplaats Oldebroek.
In antwoord op uww missive d.d. 14 dezer nr. 617 heb ik de eer UHEG te berichten dat na 1 mei zich geene vreemdelingen, behalven misschien een enkele in deze gemeente bewogen hebben.
Het antwoord over hun gedrag kan alzoo achterwege blijven.

De burgemeester van Oldebroek


nr. 677 13 aug. 1919
Duitsche deserteurs
Aan Zijne Excellentie den heer Minister van Buitenlandsche zaken te 's Gravenhage
Ter voldoening aan de aanschrijving van den heer Commissaris der Koningin in deze provincie d.d. 25 juli j.l. nr. 6236/13 en naar aanleiding van de daarin aangehaalde missive van den heer Minister van Justitie van 17 juli t.v. 2e Afdeling A. nr. 726 betreffende meededeeling van opgaven van Duitsche deserteurs aan het Duitsche gezantschap heb ik de eer uwe Excellentie mede te deelen, dat voor zoover uit een ingesteld onderzoek is gebleken, alhier geen Duitsche deserteurs werden aangetroffen.

De burgemeester van Oldebroek


nr. 692 19 aug. 1919
Vreemdelingen
Aan den heer Inspecteur der Koninklijke Marchaussee te 's Gravenhage.
Ten opzichte van de reeds in het voorjaar met UHEG gevoerde correspondentie omtrent de voorziening van Russen en Polen in de Legerplaats Oldebroek van controlepassen heb ik de eer u nogmaals mede te deelen dat ik deze werkzaamheid zeer waarschijnlijk niet tot een goed einde zal kunnen brengen. Een en andere gaat met groote moeilijkheden gepaard. Nog steeds zijn de vreemdelingen niet op een bepaald uur in eene bepaalde plaats bij elkaar te krijgen; de leiders in de legerplaats die hiervoor zouden kunnen zorgdragen, zien hiertoe veelal ook geen kans, of zijn afwezig of hebben ander werk.
Zoo is het vele malen voorgekomen dat de gemeentelijke ambtenaar de lange reis heen en weer naar de Legerplaats maakt, doel onverrichterzake terug kwam.
Een deugdelijk register met de namen der vreemdelingen schijnt ter plaatse ook niet te bestaan, en ben ik wel ingelicht, zoo is het reeds voorgekomen dat men tot den gemeentelijken ambtenaar kwam om inlichtingen omtrent reeds geregistreerde menschen. Reeds geruime tijd geleden heb ik den heer Commandant gevraagt mij wel tijdig te willen waarschuwen wanneer vreemdelingen het Kamp zouden verlaten, op ik dan in de gelegenheid zoude zijn deze menschen te voorzien van een controlepas, althans dan zoude kunnen controleren of zij al dan niet geregistreerd waren. Het was namelijk mijne bedoeling de passen bij definitief vertrek uit te reiken daar zij anders beslist zoek geraken. Ik vernam van zulk vertrek nimmer iets, doch wel telkens dat er kleine groepjes zouden zijn afgereisd, die dus de passen niet in handen hadden.
Daar ik nu geruchten hoor van eventueel vertrek van een aantal Polen meen ik goed te doen UHEG hiermede op de hoogte te stellen. Het is toch mogelijk dat zij niet of gedeeltelijk in 't bezit waren van een pas. Onder zulkee omstandigheden is het mij niet mogelijk bedoelde zaak afdoende en degelijk te regelen.

De burgemeester van Oldebroek


nr. 751 15 sept. 1919
Vluchtelingen Russen
Aan den heer Regeeringscommissaris belast met de Rijksgraaninzamelingen Gelderland te Arnhem.
In antwoord op uwe missive d.d. 12 dezer nr. 511/52 Kabinet, heb ik de eer u te berichten, dat de financieele afdoening van de levensmiddelenvoorziening van de krijgsgevangenen aanleiding is geweest tot langdurige correspondentie met de betrokken autoriteiten. Reeds lang geleden werd een voorschot toegezegd. Later werd dit weer ingetrokken. Opgezonden declaratiën ontving ik telkens terug met de mededeeling dat de rekeningen vooraf betaald moesten zijn.
Het behoeft geen betoog dat dezerzijds geen bezwaar bestond tegen de werkzaamheden maar ik kende geene aanleiding vinden om al die gelden voor te schieten, noch als burgemeester, noch persoonlijk, noch door middel van de gemeente. Eindelijk duurde deze stand van zaken zoolang, en scheen de toestand verward te zullen worden, zoodat ik mij met naderen uitleg heb gewend tot den Minister van Binnenlandse zaken met het voorstel dat de stukken naar het departement zouden worden opgezonden ter afdoening tenzij Zijne Excellentie bereid was mij een voorschot te verleenen tot betaling of mij borg te staan voor de gelden die anders opgenomen moesten worden tot een hoog bedrag, vermeerderd met de renten. Juist heden ontving ik tegelijk met uwe missive eene mededeeling van den Minister van Binnenlandse zaken, meldende dat Zijne Excellentie zijn ambtgenoot van Financiën heeft uitgenodigd mij een voorschot ad. fl. 100.000 te verleenen.
Hoewel met een en ander nog zeer zeker meer tijd dan acht dagen zal heengaan, vlei ik mij dat na ontvangst van bedoelde voorschot ten spoedigste tot de afwikkeling dezer onverkwikkelijke aangelegenheid kan worden overgegaan. Ik meen hiervan echter toe te mogen voegen dat ik mij niet bereid kan verklaren tot eenige rente betaling od eenig ander offer daar de schuld der vertraging slechts is gelegen in de tegenstrijdigheden en moeilijkheden die te 's Gravenhage oorsprong vinden.
Wat betreft de afrekening der peulvruchten kan ik mededeelen dat op 21e augustus j.l. door den directeur van het levensmiddelenbedrijf is afgezonden (van de distributie) een bedrag van fl. 8546,- Hierin is geene quitantie ontvangen en ook geen bericht op een nader schrijven, waarin om bericht van ontvangst werd gevraagd. De zending heeft plaats gehad. Aangegeven waarde.

De burgemeester van Oldebroek
(get.) Van Sytzama


nr. 754 16 sept. 1919
Betaling levensmiddelen Vluchtoord. (1 bijlage)
Aan Zijne Excellentie den heer Minister van Binnenlandse zaken te 's Gravenhage.
Ter voldoening aan uw schrijven d.d. 12 september j.l. nr. 6169 Afdeling A en C heb ik de eer uwe Excellentie na gemaakt gebruik terug te zenden den daarbij gevoegde brief van den Kampcommandant Legerplaats Oldebroek (Vluchtoord) d.d. 9 september l.l. nr. 423/794.

De burgemeester van Oldebroek


nr. 768 29 sept. 1919
Overlijdensextract C.Delannoy (5 bijlagen)
Aan Zijne Excellentie den heer Minister van Buitenlandse zaken te 's Gravenhage.
Ter voldoening aan uw schrijven d.d. 16 september j.l. Afdeling I nr. 3336 en onder terugzending van de daarbij gevvoegde stukken in zake overlijdensextract van Clement Delannoy wat betreft de naam en voornaam van diens echtgenoote Leoni Robenrieth of Leonie Robenrieth heb ik de eer uwe Excellentie mede te deelen dat de in het extract voorkomende namen overeenkomstig de namen in de overlijdensakte zijn, zoodat de afwijking niet te wijten zijn aan schrijffouten in het uittreksel.

De ambtenaar van den Burgerlijke stand te Oldebroek
(get. Lokhorst)


nr. 800 8 oct. 1919
Aan den heer L. Derhez gedelegeerde Amsterdam 28 Valeriusstraat
Reeds ettelijke malen werd door mij om terugbetaling van een bedrag groot fl. 38,25 voor reiskosten verstrekt aan de Belgische vluchtelingen (familie De Ridder en L. Ceunen) van het station Legerplaats Oldebroek naar Antwerpen verzocht doch tot heden werd niets ontvangen. Op mijn laatste schrijven d.d. 2 juni 1919 nr. 481 ontving ik van u bericht dat de heer Delhez uitstedig was, en zoodra hij was teruggekeerd de voorgeschoten gelden onmiddellijk zouden worden gerestitueerd. Daar ik vertrouw dat de heer Delhez inmiddels wel zal teruggekeerd zijn, zoo heb ik de eer u omspoedige afwikkeling dezer zaak te verzoeken.

De burgemeester van Oldebroek


nr. 82 4 febr. 1920
Burgerlijke stand
Aan den W.E.G. heer mr. J.A. Willinge Gratema, Beestenmarkt 21-22, Zwolle
Naar aanleiding van uw schrijven van 2 februari 1920 heb ik de eer u mede te deelen dat het vonnis tot verbetering van de akte van overlijden van Clement Delannoy nog niet door mij kan worden ingeschreven, omdat de termijn van beroep (2 maanden) tegen dat vonnis nog niet is verstreken.
Het vonnis is gewezen den 17 den december 1919, zoodat tot 17 februari 1920 daartegen in beroep kan worden gekomen.
In mijn laatste schrijven verzocht ik u om toezending van een bewijs van den griffier, houdende, dat met geen wettig middel tegen dit vonnis kan worden opgekomen.
Ik veronderstelde toen dat de griffier dit bewijs niet zou verstrekken, indien de termijn van beroep nog niet verstreken was. Met het toegezonden bewijs, gedagteekend 16 januari 1920 kan ik geen genoegen nemen, wil ik mij niet aan een strafvervolging blootstellen. Resumeerende kan ik eerst na 17 februari 1920 tot inschrijving van bedoeld vonnis overgaan, mits ik nog ontvang een na die datum afgegeven bewijs van den griffier. Ik kan u de verzekering geven van mijn goeden wil, doch als ambtenaar van den burgerlijken stand dien ik voldoende verantwoord te zijn.

De ambtenaar der burgerlijken stand der gemeente Oldebroek

 

Belgen buiten de kampen

In bewerking.

Bevolkingsregister van Elburg, Belgen en vreemdelingen  (PDF)

Websites WO I

In bewerking.

Belgen buiten de kampen

In bewerking.