Korte geschiedenis

Harderwijk ontving in 1231 stadsrechten en werd hierdoor de eerste stad op de Veluwe. In de dertiende eeuw ontwikkelde Harderwijk zich al als handelsstad. Harderwijkse schepen werden gesignaleerd bij het Zwin en bij Hamburg. Op het stadszegel werd een koggeschip afgebeeld. Harderwijk werd getekend op een zeekaart uit 1339 (als Ardroick), die bedoeld was voor zeevaarders uit Zuid-Europa .

Vooral in de veertiende eeuw was Harderwijk zeer actief in het Hanzeverbond. In de eerste helft van de vijftiende eeuw werd de Grote Kerk voltooid en werden diverse nieuwe kloosters gesticht.

Harderwijk ontving in 1231 stadsrechten en werd hierdoor de eerste stad op de Veluwe. In de dertiende eeuw ontwikkelde Harderwijk zich al als handelsstad. Harderwijkse schepen werden gesignaleerd bij het Zwin en bij Hamburg. Op het stadszegel werd een koggeschip afgebeeld. Harderwijk werd getekend op een zeekaart uit 1339 (als Ardroick), die bedoeld was voor zeevaarders uit Zuid-Europa . Archeologisch onderzoek in 2006 heeft aangetoond dat Harderwijk rond 1250 al een bakstenen gebouw had in de Bruggestraat.

Vooral in de veertiende eeuw was Harderwijk zeer actief in het Hanzeverbond. In de eerste helft van de vijftiende eeuw werd de Grote Kerk voltooid en werden diverse nieuwe kloosters gesticht. Hertog Arnold bevestigde in 1443 het stapelrecht van de vis te Harderwijk voor alle vis die tussen Muiden en Kampen aan land werd gebracht. Voor Elburg werd een uitzondering gemaakt. In 1450 zorgde hij voor een aanzienlijke uitbreiding van het gezagsgebied van Harderwijk. De periode 1503–1528 verliep rampzalig door stadsbranden, oorlogen en besmettelijke ziekten.

De protestantse godsdienst was in 1566 even aan de winnende hand, maar brak pas in 1578 definitief door. Hierdoor werden alle kloosters onteigend. Aanvankelijk werden de gebouwen verhuurd aan particulieren. Het Grauwe Zustersklooster werd in1584 ingebruik genomen voor de Gelderse Munt. Rond 1600 kreeg Harderwijk een hogeschool. Hiervoor werden gebouwen van het Fraterhuis en het Catharinaklooster beschikbaar gesteld. In 1647 werd de hogeschool opgewaardeerd tot universiteit van Gelderland. Deze instelling gebruikte ook gebouwen van het Agnietenklooster en de Commanderij van St. Jan.

De aanleg van een haven in 1650 legde een zware financiële last op de stad. Die werd nog verzwaard door de brandschatting tijdens de bezetting door Frankrijk (1672–1674). Pas in de achttiende eeuw herstelde Harderwijk van deze last. In de jaren 1726–1727 zorgden de heren van de Magistraat op eigen kosten voor een nieuwe raadzaal met goudleerbehang.

In de Franse tijd (1795–1813) had Harderwijk heel wat tegenslagen te verwerken. De Grote Kerk stortte in 1797 gedeeltelijk in. De Munt van werd in 1806 opgeheven. De universiteit sloot in 1812 voorgoed haar deuren. Het voormalige gebouw van de Munt kreeg in 1814 de bestemming van kazerne voor het koloniaal werfdepot. Uiteindelijk zal Harderwijk t/m 1996 een militaire stad blijven.

In 1830 werd de Zuiderzeestraatweg in gebruik genomen. Vanaf 1863 kom men met de trein naar Harderwijk. Voor de steeds groter wordende schepen bleef Harderwijk onbereikbaar t.g.v. een grote zandbank bij de haveningang. Pas in 1925 werd dit probleem opgelost. Het dichten van de Afsluitdijk (1932) betekende een zware klap voor de visserij. Wel kreeg Harderwijk als compensatie een uitbreiding van de haven. In 1967 werd de dijk gedicht voor het latere Flevoland. Harderwijk werd hierdoor een stad aan een randmeer.

Harderwijk moet het nu vooral hebben van dienstverlening, industrie en toerisme. De monumentale panden en de archiefstukken (vanaf 1231)  houden de herinnering in stand aan vroegere tijden. De archeologische vondsten van de laatste jaren hebben aangetoond dat Harderwijk ook een uiterst boeiend bodemarchief heeft.