Transcriptie begraven Nunspeet 1670-1811

Inleiding

Deze uitgave is de tweede in de serie toegangen van het streekarchivariaat te Nunspeet.
Het gaat om een transcriptie van de begraafboeken van de toenmalige Nederduitse Gereformeerde gemeente, nu de Hervormde gemeente van Nunspeet over de periode 1670-1811. De orginele stukken bevinden zich deels in het archief van de Hervormde gemeente van Nunspeet en deels in de serie retro-acta van de burgerlijke stand en zijn in origineel te raadplegen bij het streekarchivariaat te Nunspeet.

De transcriptie is vervaardigd door mevrouw Marian Martens-Niemeijer te Enschede. Met de publikatie ervan wordt in een leemte in het genealogisch onderzoeksveld volstaan. Bewerker en ondergetekende spreken dan ook de wens uit deze uitgave in een behoefte zal voorzien.

P. van Beek
streekarchivaris

Begraafboeken:

- 1670-1755 (PDF)
- 1757-1780 (PDF)
- 1781-1804 (PDF)
- 1805-1810 (PDF)
- 1810-1811 (PDF)


Gebruikte afkortingen:

nal.   = nalatend
kv.    = ongedoopt kind van
zv.    = zoon van
dv.    = dochter van
hv.    = huisvrouw van
wed.  = weduwe/weduwnaar van
b.      = begraven


Begraafboek gemeente Nunspeet ampt Ermelo

Nademaat bij het afhoren van de laaste karken Rekeninge te Nunspeet.
Niet sonder verwondering bevonden dat de ordonnantie off Reglement op het der dooden in den Ampte Ermel in der karken op den 28 julij 1708 geimmaneert alhier ten Eenemaal in onbruijk en disopservant is geraakt, waardoor nogtans die kark ten hoogsten in haar geregtigheijd verkort word, so is bij den Heere Ampts Jonker, Predikant en Kark-Meesteren in der tijd goedgevonden daar in ten spoedigsten tot vermijding van groter schade te voorsien, en tot dat eijnde bovengeseijde ordonnantie te revoneren en wederom van nieuw in sijn behoorlijke observantie te doen brengen, sijnde van den volgende inhoud:

Art.1.
Die een Eijgen graff op het Koor in de Karke deses Ampts wil kopen, sal daar voor ten profijte van de Karke betalen de Somma van tien Rijxd. en niemant buijten zijn Famijlie daar in laten setten ten sij daar voor betaalt worde van den Eijgenaar aan de Kark twee silvere Dukatons.
Art.2.
Die een blote inlaag op het Koor begeert sal daar voor betalen drie Rijxd.
Art.3.
Die een eijgen graff in de Kark wil kopen sal daar voor ten profijte van de Kark betalen ses silvre Dukatons,en sal dat voor sijn famijlie, Erffelijk in Eijgendom houden en gebruijken, dog sal geen vreemde Buijten zijn famijlie daar in mogen laten setten, ten sij dat de vreemde daar voor aan de Kark betale twee Rijxd.
Art.4.
Die een blote inlaag in de Kark begeert sal van nu aff aan daar voor betalen in plaatse van tien Gulden twee silvre Dukatons.
Art.5.
Indien binnen den tijd van twee jaren van dat zelve huijsgesin waarvan een in de kark begraven is wederom een ander koomt te sterven, en in dat selve Graff geset word, sal voor de inlaag betaalt worden twee Rijxd.
Art.6.
Indien imant aan de Kark bemaakt off geeft van vijftien tot twintig guld. sal in de kark, so hij begeert daar in begraaven te worden, betalen een silvre Dukaton.
Art.7.
Die van twintig tot vijf en twintig gulden an de Kark, sal voor de inlaag in de kark betalen een Rijxd.
Art.8.
Die onder de vijftien gulden geeft aan de kark en daar in begeert begraven te worden, sal het volle geld van een blote inlaag geven te weeten twee dukatons Art.4.
Art.9.
Die vijff en twintig gulden en daar boven geeft aan de kark, zal voor niet in de kark begraven worden, wel verstaan voor sijn persoon en niet verder.
Art.10.
Ook sullen geen twee dooden op eene gift off bemaking aan de kark in de kark begraven worden alwaar het in een graff en op eene tijd, zonder dat van de tweede doode de inlaagspenn. daar toe staande in Art.5. vermelt betaalt worde.
Art.11.
Alle dese gelden soo van gekogte graven als inlagen sullen binnen den tijd van ses weken na de koop off begraffenis betaalt worden, en van de predikant off karkmeesters opge-eijst en ingevordert.
Art.12.
Dog van alle de dooden die in de kark begraven worden sal den koster sijne gewonelijke geregtigheijd als voor desen trekken, en sal ook voor yder doode de Schelling voor de Klok betaalt worden.
Art.13.
Indien een graff van ymant in de Kark gekogt en in eijgendom beseten word mogt komen in te vallen, soo sal den eijgenaar voor hoog gelt aan de kark betalen ses stuijvers, en voor den koster vier stuijvers, welke penn. van den Koster sullen ingevordert worden.
Art.14.
Sal van alle de dooden die buijten het ampt off yder Karspel vervoerd worden off elders begraven worden, betaalt worden de geregtigheijd, so van de Kark, als van den koster, het sij over den selven geluijd worde off niet.
Art.15.
Ook sullen de geregtigheeden die den koster van de dooden toekomen betaalt worden bij het begraven der dooden. Als wanneer deselve verscheenen sijn off ten uijtersten ses weken daarna sullen anders bij wanbetalinge dubbelt van den koster mogen ingevordert worden. En het den selven vrijstaan om gerigtelijk tegens de gebrekige te prociederen om betalingen te erlangen.
Art.16.
En sal ook de koster geen doode mogen overluijden ten zij alvorens de schelling voor de klok aan hem betaalt sal sijn, welke anders bij wandivoir en nalatigheijt des kosters door den selven kosters bijgeleijd en vergoed sal moeten worden.
Art.17.
Uijtgenomen die van den Armen genieten en begraven worden voor de welke geen schelling voor de klok sal betaalt worden dan alleen aan den koster de helffte van sijn geregtigheijd.
Art.18.
Van dit bovenstaande gearresteerde zullen de predikanten en kosters voor hare huijsgesinnen bevrijd zijn.



En op dat niemand hier van eenige ignorantie off onwetenheijd soude konnen off mogen pretenderen off woorwenden so worden de kosters gelast tot meerder standhoudinge in de karken van desen Ampte te affigeren en aan te plakken op dat een yder sig daar na gedrage en reguleire.
Aldus gedaan en gearresteert op den 28 july 1708.



Was getekent
J: van Wijnbergen

Sullen dit bovenstaande Reglement voortaan in alle sijne leeden en deelen na desselfs teneur stiptelijk worden agtervolgt, waar toe Karkmeesters en Kosters alle oplettentheijd sullen hebben te gebruijken. Aldus bij Annovatie gearresteert op den 22 septembris 1751.
A.L.V. Spaens.