Cookiemelding

Het Streekarchivariaat Noordwest-Veluwe is wettelijk verplicht toestemming te vragen voor het gebruik van cookies en u te informeren over het gebruik van functionele cookies. Cookies zijn belangrijk voor onze website.

Het Streekarchivariaat Noordwest-Veluwe gebruikt functionele cookies, maar daarnaast ook cookies voor het beheer van de webstatistieken. Deze cijfers gelden als noodzakelijke feedback om de digitale dienstverlening en de vindbaarheid van de site te verbeteren. Daarnaast worden de webstatistieken gebruikt om verantwoording af te leggen aan de deelnemers van het Streekarchivariaat Noordwest-Veluwe en subsidieverstrekkers.

Bezoekers van de website van het Streekarchivariaat Noordwest-Veluwe blijven anoniem. Ook voor cookies geldt dat ze nooit direct aan individuen zijn te koppelen. Streekarchivariaat Noordwest-Veluwe gaat vertrouwelijk om met de gegevens die door middel van cookies worden verzameld.

De website van het Streekarchivariaat Noordwest-Veluwe is alleen bereikbaar als u cookies accepteert!

U bent natuurlijk altijd welkom op de studiezaal van de 5 vestigingen van het Streekarchivariaat Noordwest-Veluwe

Ik accepteer deze cookies

Meer informatie over cookies »

sm-kaart.jpg

Ingekomen stukken, 1580

Inventarisnummer 160:

Nummer 1

Gunstige guide vrundt heer richter, wij sunnen desen nacht gewaerschouwet dat den vyandt herwers ilett, bij sich hebben etliche schuidtten up waegens waerhen und woert gelden sall is unsen bewuist. Begeren derhalven dat u lieden in aller (doorhaling: is) ill mett der clocken slach met der huisluiden up der stroem toe huilpe koemen. Ilendtz Hattum.

Borgemeysteren schepen und raidt der stadt Hattem.

Mijne heren wylt terstonde van etzelycke borgers uuyt senden om myt ons na Hattum to trecken ende verdiget dese brieff ofte een ander aff na Doerspick Oesterwolde dat daer als hyer geschiet dye klockgeslaege in aller ille geslagen ende dye huisluiden op dye ker[ck] mogen kommen.

U lieden frunsthelycke gude vrundt,

Wylhem Bentynck, richter des ampts Oldebroek.

Nummer 2

Ersame, wijse und vursichtige gunstige guede frunden, wij en kunnen u ersamen gunstiger meijnungh niet bergen, wie dat onser genediger heer stattholder ons toegeschreven ende operlacht, desen u ersamen toe verstendigen, als dat sijne genedigen in corten daege nae Antwerpen tot der furstlichen durchluchtigen und den hern printzen van Oranguien, daeran soewell der vaderlandt, als oick vuerneemblich desen furstendomb und graeffschap hoich gelegen, verreijsen moet, omme myt sijn furstlichen durchluchtigen ende den heren printzen vuerden ainstaenden landtdach toe communicieren, derhalven niet moegelick will sijn dat zijne genedigen den 25en junis, op welcken dach den landtdach sijn soll, erschienen sall kunnen, waeromme die bijkhompst ader versaemelungh (doorh.: der versaemelung) der landtschap te (doorh.: muegen) rugge gestaldt werdt tot dat sijne genedige einen eigentlichen dach benennen ende aenstemmen doen.

Edoch kunnen u ersamen vorder niet berghen, als dat die gedeputierden der naerder geunierden provincien den 14en deser aen der ritterschappen, sampt hoefft- ende cleine steden deses Arnhemschen quartiers eine missive avergesanden hebben, daer inne sulcke gewichtige saicken bevonden, dat ons gantz noedich gedocht heeft een quatierdach uuyt te doen schriven, om tselve schrijven myt ein anderen to communicieren ende rijpelick to overwegen. Gelanght demnha onse frundtliche begeren, dat u ersamen orer gesanten onweigerlich (alle onschuldt terugh stellende) op dinsdach wesende den 26en dach deses lopende maents des avontz bynnen Arnhem verfuegen willen, bij verloss ihrer stemmen, und dwiell soe vuell ende mercklich den algemeinen vaderlandt ende twelvaeren van den daer aen gelegen is. U lieden kommen dan oder niet, sullen

2.2
gelickewaell myt der aversende (tot consernatie onser aller) inder saicken toe procederen veroersaeckt werden.

Alsoe oick opten lestgehaldenen landtdach bij die alinge landtschap eind rechtelick entslaten is, datmen sijne genedigen tot eine verehrungh ende contentement der creditoren toeleggen solde twelff duysent carolus gulden wie geschiet yss, die selve te verdeilen (mytz verderff des overquartiers) op die drie quartieren, daer van uwer statts portie bedraeght sess ende tsoeventich charolus gulden achtien stuver.

Wie insgelicken opten lestgehaldenen quartiersdach bij die semptliche anwesende ritterschappen ende stedegesanten in plaetze van die horenbiesten ende die geseijden landen in die generaall myddelen begrepen bewillicht is, alle maende op toe brengen op die platte landen. Een duysent carolus gulden ende uyt die steden ieder vijfftich gelicke gulden, daervan uwer (doorh.: onleesb.) statt portie bedrieght vijfftich gulden als baven. Die welcke in aller ile uuytgesath, geinnet ende sonder ennige seumenis bethaelt moeten werden, daervan die ierste maindt omkommen sall sijn den iersten deses toekomende maendtz february. Iss demnha onse frundtliche begeren, dat u ersamen anstont sijn genedige toe gelachte pennongen vuereins und die andere in plaetz der hornbeesten alle maindt, tot drie maenden toe uwer statt portie als baven uuytsetten willen, op dat durch dien geene disorder van onses quartiers aengenamene repartitie en geschiehe, und den ordonnantie op die ruytteren und knechten gemaeckt volkomelick, sonder ennich inbrueck naegeleefft mach werden. Sulcx versien wij onss gantzlich tot u ersamen, die der Almechtiger langh wolfaerende.

Nummer 3

Johan graeff van Nassau Catzenelnbogen etc., stadtholder int furstendom Gelre undt graefschap Sutphen.

Eersaeme undt wijse lieve besondere. Wiewol wij van wegen onse vorhebbende reyse naer Antwerpen die vergadering van der landtschap tegens den 25 deses aengestembt affgeschreven, undt soo lange uuytgestelt hebben biss wij van onse wedercoemst etwas gewiss vernomen hebbende to rugge schrijven, undt eenen anderen sekeren dag benennen wurden.

Jedoch dewijl die gedeputierden deses furstendoms undt graefschap, tegenwoerdelijck van Antwerpen wederom gecomen sijn, undt wij van denselvigen allerhandt bericht ontfangen, undt daeruuyt verstaen hebben, wie hochnodich het zij dat die bijcoemst der landtschap so haest mogelijck geaccelereert worde hebbende yetzberuerte gedeputierden van wegen der furstliche durchlluchtige undt generael staten deser landtschap etlicke puncten te proponieren daeraen den vaderlandts wolvart gelegen is, die oyck ten ersten geresolvieert, undt die genamene resolutie tegens den 15 gedachtes maendts february wederom tAntwerpen durch eenige bijder landtschap daertoe gecommitterde ingebracht werden moet.

Soo begeren wij van u gunstichlyck niettemin amptshalven bevelende, gij willet uwe gedeputierde met genoechsaemer volmacht undt sonder hinder sich brengen geauthoriseert tegens den 4 den toecomende maents february binnen Arnem laeten erschijnen, gestalt volgendes daegs beneffen den aenwesenden bannerheren, ridderschappen undt stedegesanten under anderen deses furstendoms undt graefschaps aenliggen to beraetslagen, undt endtlich to resolvieren, wie dat us voirtan den gewisse richtige undt solcke gubernaton moge gestelt worden, op dat betere kriegsdisciplin gehalden die biss noch toe van wegen der grooter voorduring voirgelopene beswaernigen undt landtverderffenissen affgeschaft, undt furnemlich durch eenige lijdtlicke undt dreglicke wege, als nemlich durch aenrichting der generael middelen, undt verhoginge vanden convoyen

3.2
(doorh.: undt furmeel) altoos gewisse penningen gefurniert werden waermede die kriegsluiden in gewisse betaling undt den armen burgeren undt huisluiden vanden hals geholden mogen werden, als zij sulckx alles uuit die relation obgemelter gedeputierden alhier komende breeder verstaen sult. Undt want hieraen naest Godt deser landtschap heyl undt wolvaert gelegen. So is nochmaels ons ernstlick gesinnen, gij willet deser versamling der gebuer besoecken laeten undt vermog des inder lesten vergadering (doorh.: en) der landtschap genomenen recess bij verliess uwer stemmen, durch uwe genoechsaem qualificierte affgesanten erschynen, des willen wij ons gewisselyck tot u verlaeten, undt bevelen u hiermede den Almechtigen. Datum Aernem den 19en january 1580.

U goede gunner undt frundt,

Johann graff zu Nassau Catzenelnbogen.

Nummer 4

De prince van Oraengien grave van Nassau etc, lieutenant generaal etc.

Eersame wijse discrete lieve bezundere. De burgemeisteren schepenen ende raedt der steden van Harderwijck ende El(doorh.: s)bourch hebben alhier zoe ons, als den welgeboren onsen zeer lieven ende voel beminden broeder grave Johan van Nassau verthoont die schade ende achterdeel die gemeen borgers schippers ende visschers zijn lijdende in heuren netten visscherijen ende handel door middel vande Hollantsche schepen ende visschers op den Gelderschen bodem comende, zoe ghijluiden sult moghen naedere sien uuyt de supplicatie tot dyen eynde gepresenteert ende hier bij gesloten, waeromme alzoe de redene is veryesschende dat een yegelyck in zijne competentie werdde gehouden, ende van schade ende ongelijck verhindt zoo tzelve den staet der voorseide borgeren ende armen visschers sunderlinghe is requirerende, ende oyck de naebuersche landen met malcanderen behoiren te leven in alle eenicheyt ende vrientschap, te meer door de (doorh.: meerder) naerdere Unie tsamen gevueght zijnde, hebben wij derhalven u lieden desen willen scrijven ten eynde bij u lieden sulcken regardt op tgene voor syn is, ende dinhoudt der voorseide supplicatie genomen mach wordden, dat ghij lieden ordre stelt dat een yegelicke blijve in zijne gerechticheyt ende de voorseide borgeren van alles onbeschadicht thier mede.

Eersame wijse discrete lieve besundere. Blijft Gode bevolen. Gescreven tot Campen den 4en marty 1580, onderstont u lieder goede vrient Guillaume die Nassau.

Gecollationeert metten originaele is dese copie bevonden t’accorderende bij mij secretaris van zijnder excellencie,

Boudewijn van Berlicom.

De superscriptie was:

Den eersamen wijsen discreten onsen lieven bezunderen gedeputeerden vanden magistraten deser steden vanden Noorderquartiers van Hollant.

4.2
Schrivens van den prince van Oraengien aende steden van Noort Hollandt van wegen seeckere clachte over die waterschippers bij die visschers van Harderwijck und Elburch gedaen.

Nummer 5

Ersame wijse ind vuersichtige gunstige guede frunden. Wij en kunnen u eersamen gunstiger welmeynungh niet bergen, wie dat alhier angekommen, ene missive vande durchluchticheyt des eertzhertogen, haldende aen bannerheren ritterschappen ind steden deses furstendombs daer van ieder quartier copie toegesonden is und soe id ene saicke is van groeter importantie daer aen dese landen hoech ind viell gelegen hebben. Wij goet gevonden in aller ile een quartiersdach uuyt te doen schrijven, wie wij niet en twyvelen of die andere quartieren en sullen gelickfals doen. Gelanght demnae onse frundtlicke begeren dat u ersamen onweygerlick (soelief als dieselve t vadelandt is) enige uuyt oeren midden tegens naestkomende manendach dess avontz wesende den 14 (doorh.: des) dach deses itzigen maendtz alhier binnen Arnhem afferdigen wyllen op datmen niet en derf seggen wan die resolutionen genoemen zijn (wie vuer deser tijt waell geschiet is) niet daer bij geweest om alsoe eendrechtelick daerop als oeck op alle andere wichtige saicken (die dagelix ons meer ind meer ankommen ind opgelacht werden) rijpelick mit een anderen te communicieren, te overwegen ende eyntlick te sluyten, damit op alles versien guede ordnungh gestalt ende twelvaeren onses vaderlantz behertziget mach werden. Und soe dan verleden lantdaege bidie anwesenden vander ritterschappen ende steden ingewillicht zijn zettene pennongen tot uwe vererongh van onsen

5.2
genedigen hern stadtholder die hoernbeesten, ende als anderen daer van u ersamen ire stadtz portie avergesanden is alnoch onse frundtlicke begeren dat u ersamen die uuytsettongh daer van geschieden wyllen laeten ende averbrengen. U ersamen hiermede in schutz ende scherm des Almechtigen bevelende. Geschreven den 9 marty 80.

Burgemeisteren schepenen ind raedt der stadt Arnhem.

Nummer 6

Copie.

Matthias von gottes gnaden eerdtzhertzog zu Oesterreich, hertzog zu Burgundien, Steyer. Karndten, Crayn unde Wientenberg, grave zu Habssburg und Tyroll etc., gubernator und capitain generaal dieser Niderlanden.

Unsern gruess, gnedigsten willen, und alles guts zuvor wolgeborn, edl, eernvest, ersame, glärth und weyse liebe besundere. Uns hat der auch wolgeborn unser lieber besunder Johan graff zu Nassaw Catzenelnbogen, ewer stadthelter bericht, welcher gestalt nit allain etliche undter euch sich in die naher und anfangklich zwischen etlichen dieser Niederlanden provintzen auffgerichte nuhmher aber vast von allen den anderen, und also der generaliteit selbst angenhommene Union, mit diesem aenhangk begeben, das bemelter ewer stadthalter derenttoegen unsere approbation aufbringen solte, sondern das auch etliche, und sonderlich die bannerheren sich gantz und gaer verwerygern, die selbe anzunhemen, mit vorwendung, als ob berürte nähere Union uns zu wider, und wir dar an kein gefallens tragen solten, daer auss den beneben anderen vielen inconvenienten auch dess erfolgtt, das die generale mittel und furgeshlagene repartition nicht ins werck gestelt, die zeitt mit vergeblichen disputieren zugebracht, viel gute errasiones versaumet, auch wer das alles merckliche verhinderung und unordnung, so wol in kriegs als regierungs sachen, und allerhandt unnachbarliche diffidentz und gefährliche division verorsacht werden. Mit vleisiger bett, wie wolten zu verhuetung weitern unraths, unsers gemüts und was der angeregten Union halben unser sin und maynung seij, uns gegen euch guedigst erklären.

Wärab wir in wairheit nit wenig verwundert, dan ob woll wir anfangklich in obangezogenen näheren Union etwas bedenckens gehabt, und lieber gesehen, das man es bey der eynmäl zwichen diesem sambtlichem provintzen im jhair anno 77 aufgerichten generaln Union gelassen, und allerseits dahin getrachtet und gearbeitet hatte, dämit dieselbe vast und bestendiglich were

6.2
underhalten und ins werckh gestelt worden, und aber nach der handt befunden, das durch die absunderung etlicher provintzen, den anderen (so fur das vatterlandt und ihrer aller libertet wider die Hispanier zu streitten resolviert geweest) grosse ursach gegeben worden, sich harter zusamben zuthun, und mit ain ander zu verbinden, damit also fernere separation verhuetet, und die generale Union (so yetz tertzelter mässen mit abweichung derenn von Arthois und Henegato geschwecht worden) von newen confirmiert, bekreftiget, und wol effectivert worden möchte, und berurte nähere unyrte provintzen sich desfals hier uber gnugsamb dahin erclärt, das sie mit ihrem particularen verbundtnus mit richten von der generalen Union sich abzusondern bedacht, dan viel mher dieselbe zu bestettigen gnaigt weren.

Jedoch alles mit solcher restriction und vörbeding, dat alwo enige particulare zweispalt oder misverstande unter den provintzen und stedten oder stenden des landtz ende vörhanden, das solches durch die algemayne der provintzen stende in negster versamblung geshlichtet und hingelacht, das auch durch solche nähere Union den provintzen und stedten ihre alte haebende privilegien und gerechtigkait im geringsten nicht benohmmen werden, wie dan auch in gleichen die ene provintz oder stadt uber die andere derenthalben nit henschen, gebieten oder verbieten, sonder eine jedere provintz und stadt bey ihren alten gerechtickait beschirmbt sein und bleiben solle.

So haben wir auss solchen erheblichen ursacken obangedeudete nähere Union als rathsame und nötig gefunden, die auch fur dismalh mit der ietzvermelter restriction in genemb gehalten approbiert und bevestigtt. Und erachten also auch viel besser und vurtreglicher zu zein, das ihr in annhemung solcher näherer Union zu eweren nachbauren trettet, und euch also denselben conform machet, dan enig verweigerung derselben Union, so wol unter euch selbsten, als bey eweren benachbarten allerhandt division und diffidentz verursachet. Und wollen derhalben euch auss guter getrewen woll

6.3
mainung gnedigst erfrecht, und tragenden gubernamentz halber woll eernstlich vermahnt haben, das ihr euch lenger nicht von eweren nachbauren separiert halten, sondern zu den selben wetten, und also mit sambtlicher hulff, rath und zuthun alle dem jenige was zu besonderung der gemaynen und eweren selbst aignen wolfahrt geraichen mag, trewlich und als guten patrioten woe anstehet, nachsetzen, und dabei vlaisig bedencken wollet, da ihr euch zu eweren nachbauren nit fuegen, sondern ewers gefallens allein sein wurdet, was gefahr, schade, ja besorglicher jamer und elendt dairdurch sich erregen kondte. Wie wollen aber all unsen getrewen muglichen eernst und vlaiss dahin zustrecken nit unterlassen, damit allem solchen besorglichen unhail mit guten mitteln in zritt furkhommen, ihr auch dieser Union halben von den benachbarten provintzen oder stedten nit beshwert sondern durch aus bey eweren alten frey und gerechtigkaiten yeder zeyt gehandthabt werden muget. Dero vesten zuversicht, ihr werdet diese unsere trewhertsige ermahnung, nach notturfft und ietsiger gefehrlichen zeyt gelegenheit, geburlich behentzigenn. Und demnach euch zu eweren benachbarten landen in die newe Union zu begeben, euch weiter nicht verwaigern, wie wir uns dan solches zu euch (denen wir dess alss hirmit gnedigsten wolmaynung nicht bergen mugen) anders nicht versehn wollen noch khommen, pleiben sonst euch mit allen gnaden gantz wole gewogen. Datum Antorff den 15e february anno etc. 1580. Onder stondt Matthias, und noch leger,

J. von Langen.

Dopschrifft was dese:

Den wolgeboren, edl, eernvest, ersamt, glärth, unde weisen unsern lieben besondern; bannerheren, ritterschafft gross und klaine stedten des furstendumbs Geldren unde graifftschafft Zutphen.

Nummer 7

Ersame und vursichtige besonders goede frunden. Alsoe hierbefoerens een gemein lantdach tegens den 4en verloepenes maentz february tot den einde uutgeschoeven is geweest om dat rapport deser lantschaps deputierden so van Antwerpen gecommen aentohoeren und volgens daerop alls oeck op andere puntten tho delibereren und eendrechtelick to concludieren soe

welcken lantdach dan sijnen voertganck niet gewonnen avermitz eenige den dach tijtlick genoech respicierende stracx wederom vertoegen eenige gantz uutgebleven und eenige seer spaede kommende niemanden bevonden und dan die hoege onvermijtlicke noot erfordert dieselve oersaecken halven op nijes eenen lantdach uuttoschrijven.

Demnae is (uut sonderlingen befelch des wolgeboren onses genedigen heeren statholders) ons gunstich begeeren ghij luyden willet opten 23en deses des aventz alhier binnen Arnhem durch derselver gesantten und volnkommene volmechtigens erschijnen, gestallt volgendes daechs dat rapport der deputierden aentohoeren und op alsulcke puntten daerop der voriger lantdach uutgeschrevenen der gebuer nae to communicieren und heilsame resolution tho helpen nemen sonder deses in gebreecke tho blijven. Mit bevelungh des Almechtigen. Geschreven to Arnhem den 12en marty vijftienhonderd tachtig.

Die raeden des furstendoms Gelre und graeffschaps Zutphen.

J.M.W. Sluysken.

Nummer 8

Erntveste ersame grotgunstighe gebydende heren, u ersamen schrijvent in dato den 27 huius hebbe ick ontfanghen unde de bijgefuchde missive der stadt Arnhem behandet welke mij belovet niet te scheijden offte deser unde mer ander saeken en vruchtbare resolutie te nemen. Wij ende hebben noch niet heel vul besonders uthgerichtet want wij mer twemal bij melkanderen bynnen gewest. In de erste versamelungh is gelessen gewerden en missive van dem ershartogen Mathia, warin hij de lantschap hoglick vermaenet om endrachtlick an to nemen de naerder Unie want deselvige de einege presevatie is van dese onse landen, daerna hebben beyde gesanten als Stalbergen unde Stonbargen heur rappport schryfftlick van de generaliteit als of van excellentie gedan. Ten ersten is gelessen van het gouvernement van den landen hoe dat se begeren 4 gedeputerden met absolute commissie deses furstendoms vurbehalden eneghe restrictie (doorh.: onleesb.), war op in onsen quartier geresolvert dat ons het selvige vur goet bevunden volgende de correctie bij de gedeputirden van Uthrecht und dar bij de instructie noch etwess langer geextendiret, twelke to lanck solde vallen to schrijven angande den an denen punct (doorh.: onleesb.) van der financien is weynich ingedan under schent wel, dat in onse quartier te weynich sal gedan warden, wij bynnen ock in desen quartier geresolvirt int punct van dat lesten quot to doen nemplick dat van t anzeler unde raede sal geschreven warden an alle absentes alhyr op den lantdach ock an den

8.2
uthgewesenen der steden, unde sich op de platte landen ontholden um tusschen deit unde belacken passchen alhyr te Arnhem kompariren und den eedt te onderschrijven. So averst neit sullen gehalden warden vur sulke gelick den eedt mede brenget. Op gesteren bynnen wij weder gewess int closter van waer de alenge lantschap bij sin genedige untboden is to erschenen hefft sin genedige de lantschap hoglick vermanet en gode vruchtbare resolutien te nemen, op so danegen puncten bij den gedeputirden geproponirt mit de hoghe noet sulkz wass rijschende, dewijle den vyant vur seker vurhanden wass met 2000 perden ende 16 vendelen knechten om Gronyngen to ontsetten ende so ock imant ware welke beter bericht begerde van allen puncten, solden bij sin genedige koemen wolde den selvegen en beter bericht doen (dan sij uth de stucken selvet konden hebben) unde alsoe solden hebben en goet contentement (doorh.: onleesb.) dat ock alle andere proventien unde gade patriotten geresolvirt waren vort to gaen all wart ock dat wij ons niet konden wilicken noch verdragen met mer andere proposten darna is de (doorh.: onleesb.) Nijmwechse secretarius gekoeren unde hefft sin genedige behandet en missive van den erfhartogen Mathia welke was haldende aen sin genedige unde de alenge lantschap de welke geopent sinde wass haldende wye dat den pater, mater und tsamptelicken conventualen van St. Agnieten bynnen der Elburch otmedichlick versocht hadde met bijgesuchdes supplicatie dat sin hogheit geliven wolde die lantschap to vermanen dat sij doch mit beven recht unde andere steden uth den convente unde guederen mochten

8.3
gestoeten werden. Bevelende derhalven der lantschap se wollen der saeken alsoe remedieren, dat dar ghene klachte en quame, an beyden zijden deit is vaste den inhoelt van der aensinen gewess woer over ick niet weynich [..] mer met mij bynnen verwondert, edoch sall saeken gelickwel ghene swaricheit sin, want de van Arnhem wyllen de saeke ock versueken de van Nijmmegen bynnen in heuren quartier geresolvirt dat ende allen closteren weitlicke rentmeisters sal stellen, mij is geraden van Gelder unde anderen. Ick sal swijgen so lange de lantschap de saeke vurnempt als dan to seggen wye dat ick ghene spetial last en hebbe van sulker saeken, sonder begent copie van den brieff, om met mijnen principalen to communiceren ende op de ersten lantdach offte quartirdach sulken bewijss de alenge lantschap to doene daran sij en goet contentement warden hebben darentusschen wylle wij voert vanden unde wynnen thidt unde sal met Godes hulpe ghene swaricheit hebben, want ock mij duncket, dat se heur saeke met het suppliciren mer odieuser gemaket hebben als anders thidinge is alhyr vur seker, dat de van alennen camerick in hefft met wylle der staten. Men sucht ock dat de van Vlanderen alrede met hem opdraghen bynnen de vyant rust sich sterk omtrent Neuss und Beber, und sieht dat de verdelen noch niet an der stangen bynnen unde uut ommurt volks alle de van dar koomen seggen dat

8.4
se gout te slane waren. Mij duncket dat onse saek daglickz met onse regirungh aigher wart, de here mach ons helpen. Men secht alhyr, dat casimiren trechtet na Vryslant, Hollant und Selant dan mij dunckt to vergeves, de vyant richtet en regement geldersche knechten op, woer onder enen Henrick Bentinck ten velde tbieder des diestes to waeken. Hopman is ock end Rossum van Doesburch niet end Destelinck van Deventer unde mer dorgelicke gesellen. Men gedachtet alle dage het collegium van Uthricht alhir deit is unste het ghene twelk alhyr thans is ommegande. Mij duncket na wij ons anstellen dat het wel einen passchen sal wess all ehr wij scheijden. Met bevelung des Almachten tsampt mijner dinstlicker erbydungh soe ylens uth Arnhem, den 29 marty anno 1580.

U ersamen dinstwylliger,

Andriess van Arller.

Post data.

Is geresolvert endrachtelick unde den drosten Henrick Bentinck bevoelen, dat hij den scholtess te Epe nnde alle andere sal gebyden ghenen burgeren noch andere grontheren te molesteren van wegen des rutergelts sonder dat het de boennen allenlick sullen dragen achter uitgende de resolutie etc.


Nummer 9

Erntfeste, ersame discrete heren, u ersamen schrivent in dato den sesten des vurleden maents hebbe ick op hueden ontfanghen, sall ock ter erster gelegentheit alle vlijt anwenden om contentement thebben van de schulden bij sin excellencie gedan, unde hebbet tot desen dach toe in onsen quartire neit konnen vurstellen vermytz de vulvuldethe landes geschefften warin wij tot deser thidt to noch weynich hebben gedan, up gestanden is der lantschap wederom ontboden bij sin genedige, to compareren, twelck geschiedt hefft sien genedige en lange dinstelicke remonstrantie gedaent, wye dat onse lanckwylle lantdaghen unde will vulltege irresolutien en der lengte onser aller onderghanck ernste wess. Bedde derhalven wij wolden doch niet resolvieren sonder erst met sin genedige communicieren want solde sin genedige met myddelen om den vyant te rencontriren allienlick und men deselviege wolde achtervolgen unde mee verscheyden proposen, unde ock etlicke articulen de welke wij sollen behartegen warop de lantschap en ider sin sin quartier versamelet hebben gedeputert om ider quartier die personen om desen dach met sin genedige te communiceren, de saeke van de van Alv[…] als ock der contributien unde met ander saeken is noch neit uns vurgenomen op gestend hebben de van Nijmmegen gewysse konschap gekregen dat den vyant omtrent Boon

9.2
van alle saeken mer hebben geschrieven, dan hebben ghen thidt gehaet overmytz onse quartier van stonden an versamelen weste, doch verhope ick in mijne weder kompst u ersamen van alles goet bericht to doene. Den Heren bevoelen. Ilens uth Arnhem, den 1 aprilis anno 1580.

U ersamen dinstwyllige,

Andriess van Arller.

Op gestenen ener onser karluden besettet vur 12 gulden bynnen jaersche pacht unde hebbe hem laten ensetten inder caution, dar na mach ick met hem sprekende unde kan heyten Roest.

Nummer 10

Copie.

Alsoe den 21 deses verledene maendtz february gepubliciert ende upter stadt poorten upgeslaegen is, dat alle burgeren und inwohneren goestlich und wertlich oft wes stants sy oeck sijn, die uut dese stadt Arnhem van selfs geweken und niet uut gewesen, binnen die tijt van 14 daegen sollen inkommen ende onderteyckenen den eedt, wydern inhalt die publicatie dare van sijnde. So ist dat burgeemeisteren schepenen unde raidt mit advyst der gildemeisteren und hopluyden der stadt Arnhem verclaren alle die ghene (in kleyn achticheit derselver publicatie) niet ingekoemen ende erschenen zijn, in die penen der vurseide publicatie verfallen toe wesen, verbiedende daerbenevens dselve personen ende oere huysgesinnen hier inder stadt ende vrijheit van Aernhem te kommen, noch oeck iemant te seynden, op pene van tweehonderd goltgulden, ende anders arbitralick gestrafft te worden, na gelegentheit der saicken. Wiemen ingelicken gemeynt is toe procedieren tegen die ghenen, die sich van sulcke uutgeweeckene personen sullen laten gebruycken ende inder stadt ende vrijheyt kommen etc. , waerna sich een ieder etc.

J. van Danss, Arnhem, secretaris.

Nummer 11

Eersame und voirsichttige besunders goede frunden, ons hebben die tegenwordige vander lantschafft te erkennen gegeven wye dat sij achtervolgende onsere vorige verschrievongh, als die goitwyllige alhir bynnen Arnhem erschenen, und oick den itzigen lantdach etliche dagen der gebuir bijgewoentt, dwiell sij averst avermitz die wichticheit der geproponirder saicken als oick het uuitblieven der bannerheren und des geringen antals der erschijnende ritterschappen, sich besweertt hetten ruitlicken dairop to resolvieren und dan die gelegenheit der saicken geine verwielungh erlieden kunde, datt sij ons derwegen ersochtt om nyeuwe verschrievongh tott sulcken wynde aen die bannerharen ritterschafft und steden wegaen te laetten, dat een yeder bij die plicht und trouw dair mede hij den gelieften vaderlant verbonden und oick mede bij verloss iren stemmen, solden erschijnen. Nadien wij dan sulck versoeck voir noedich und billich eracht, demnae is ons gesinnen, dat ghijluiden bij die plicht unde trote vurseid, und verloss uwer einder stemmen tegens den 13en dach itzlopendes maentz alhir bynnen Arnhem des aveutz, durch deselver gesantten genoichsam volmacht hebbende erschijnen, om volgens daichs des morgens omtrint negen []rchen prynce, die proposition antehoren, und oick so lange to verbliven tot dat eintlick mit einhelliger stem dairinne geresolvirt sall sijn, sonder u luiden enygen heill und wolfart so geringe to achten als oick sonder langer off geheull uuittobliven wie sulcx bij voelen tot merckelick verhinderungh der gemeiner saicken, und verderff und verdruckungh der lantschafft geschiet is, u luiden niet verhaldende ghij erschienet alsdan off niet, dar wij achtervolgende tschrievens und beveell der durchluchtige des ertzherttogen die resolution als bijder erschijnender lantschafft alsdan genomen sal worden, in sulcker crafft und wierbungh halden und doen ececutiren sullen, gelick off alle die bannerheren ritterschafft und steden elcx dair hoefft dieselve genomen hetten. Mit bevelingh der Almechtigen. Geschreven Arnhem den 3e aprilis vijftienhonderd tachtig.

Statholder und raeden des furstendoms Felre und graffachafft Zutphen.

J.M.W. Sluijsken.

Nummer 12

Erentfeste ersame wijse und vursichtige gunstige goede vrunden. Naer alle behoirlicke recomandation kan ick u ersamen nyet laeten, welcker gestalt ick aen Derick van Wetten secretaris aengehalden om ennige pennongen van wegen des Veluschen quartierstontfangen, die mij mit antwoirt bejegent, tegenwoirdich geene pennongen toe hebben, dan worden mijns bedunckens sulcke pennongen selsam geemploieert und uuytgegeven. Und soe zijn luiden alnoch aen u ersamen stadt zekere pennongen vander schattonge ten achteren zij is hij vredich ick die ontfangen, dwyel ick dan nyet weet hoe veel die bedragen zijn, begeer u ersamen onbeswertzijn wolden mij sulx scriftelick te verstendigen, und infall u ersamen die pennongen alnoch nyet gereet en hedden, bin wall vredich u ersamen die noch eyn tijtlanck tzij eyn halff jaer oft langer inhalden und sall u ersamen dair nyet mit besweren und u ersamen meynongh verstaen hebben, sall nyet onderlaten u ersamen recepisse dair van over te seynden, uver nyeuwe bydongh is hier nyet besunders, dan dat der viandt noothalven van fourage cost und gelt thom deel verlopen und wall toe presumeren staen dat hij thom lesten gantz sullen moeten wicken, liggen oick die ruyter hier indergraefschap und verderen den onderdanen zeer schendich. Met bevelch des Almechtigen. Datum Sutphen den 6 aprilis 1580.

U ersamen gantzwilliger vrundt,

[….].


Nummer 13

Eersame wijse voersichtige insonders gunstige goede vrunden. Alsoe die erffgenamen van Oestenwolde binnen desen stadt Campen wonende, ons to kennen gegeven hebben dat eenige gebreecken in den Soemerdijck sinnen, waerdurch tgemeene zandt bij eenigen vloet ofte storm uth der zee in grote schaden sol kunnen geraken, is onse vruntlick begeren, u eersamen willen mit den eersame Lambert Francken, u eersamen mederaedtsfrunt, den dijckgreve van Oestenwolde dermaten sproken, dat die schuwen van den Somerdijck nyet meer geverstet noch wijders uthgestelt moegen worden, dat oick sijn [] ierrstes dages die thiems (tot die reformatie die Oestenwoldisches dijckrechten gediputeert) verschriven, ende een pluecfe lisschen Elburg ende Campen assigneren wille, om int werck to treden dewyle die mey balde op die haec schieten wert, sulckes verlaten wij ons ganzlick tot u eersamen die der Almechtiger lange gefristen will. Datum den 7 aprilis anno 80.

Burgermeisteren scepenen ende raedt der stadt Campen.

Nummer 14

Ersame wijse voirsichtige insonders gunstige goede frunden. U ersamen und luiden missive hebben wij bij brengeren deses well ontfangen, waerop wij dieselve ter frundtlicker antwordt niet kunnen verhalden, als dat onse burgers sich alhier die underteyckeninge des eedts well hebben laten gefallen und geen difficultieren alsnoch hierinne gemaeckt, und offt well eenige absenten oer konmanschap hantierende offt sonst om eenige affairen uuytwesende die selve alsnoch niet prestiert en hebben. Willen wij van den selven so bald sij wederom inheymsch konnen gemelten eede oeck affunderen also dat wij itziger tijt ennerdich schten die publicatie to laten geschieden, U ersamen und luiden hiermit den Almechtigen bevelende. Datum Harderwijck den 9 aprilis anno 80.

Burgermeisteren schepenen ende raidt der stadt Harderwijck.

Nummer 15

Erntfeste ersame gutgunstighe heren, wij bynnen alhyr in der stadt vast donde, unde phope dat wij wat wurstbarlick sulen affhandelen. Mij dunckt wel dat met onse kloester weynich swaricheits sall wesen, want op hueden in onsen quartier geresolviert is, (doorh.: dat) bij advies van der steden (doorh.: und) ock de meste part der ritterschappen, dat alle closteren van stonden an rentmesteren sullen gestellet worden ende dat en yder sal behorlicke alimentatie togelecht warden, na qualiteit des closters ende personen, dat ock de jongen sullen moegen hyllesen, unde de older, welke begeren to blijven, sullen sich moegen halden in religie unde kledungh gelick hoer goet duncken, wandt [ ] sal ock van stonden an alle het haelt gewass, in der Veluwen twelk den gestelickente to kompt, vekofft warden en dat landes schulden to betalen unde voort andere puncten, hyr to lanck om kortheit des thides to verhaelen, den drost Bentinck hefft vuer unde vlaenen hyr vuer gheblasen, dan hefft hem alles niet moeghen helpen. Nijwer thidenge is alhyr niet besonders, dan dat de saek van Mechelen also gepassert sij und well negen off thin hondert papen unde monneken bynnen doet gebleven. Men hefft gevochten van vyr uhren smargens tot thin uhren smyddages, all eer men geweten hefft wel men wesen solde, de vyant op den Rhin stroem is geslagen unde vort pyaget alsoe dat men van ghen volk mer aldar op

15.2
weet, der vorst van Cleff schrijvet haert vur Otto van den Sande, dan is er vegeves dorrich

Voeth te Harderwick, is gepreferirt vur anderen tot lantschrijver, de van Harderwick hebben enhalden 3000 gulden van de generaliteit tot fortificatie heurer stadt, toe dem, hebben de van Hollant sich verplicht in ene sekere somme, de reste sullen se selves vynden, und wyllen also het werck anvanghen, dem Heren bevolen, met mijner dinstlicke erbydungh. Ilens uth Arnhem, den 15 aprilis anno 1580.

U ersamen dinstwylliger,

Andriess van Arller.

Nummer 16

Ersame wijse voersichtige insonders goetgunstige goede frunden, u ersamen und lieden missive hebben wij bij brenderen deses ontfangen und kunnen dieselve ter frundtlicker antwordt niet verholden, als dat wij vermoege die leste verpachtinge die middelen alhier die tijt van drie maent gecollectiert und ontfangen hebben, diewijll averst nae expiratie der selver, uns van gene verpachtinge wederom is voergecoemen, oeck die middelen daerbenevens op den platten landen und ettlicken nabuyr steden nywerlts angenoemen offte gecollectiert (doorh.: binnen) ende in train gebracht synnen, als hebben wij veroersaeckt geweest damit onse burgers buiten anderen niet beawaert solden worden, die collectatie der middelen wess op wijderen bescheidt to laten anstaen ende verblijven. U ersamen und lieden hiermit in schutz und schirm des Almechtigen bevelende, datum Harderwijck den 18 aprilis anno 1580.

U goede nabuiren und vrunden,

Burgermeisteren schepenen ende raidt der stadt Harderwijck.

Nummer 17

Ersame unnd vursichtige besonders goede frunden, dewiell die pachtungh vande generale middelen in uwen ersamen stat opten iersten aprilis naest leden verlopen. Demnae is und gesinnen, dat u ersamen den prifienren derselver middelen daer ferfaldet, van haer pachtpenning be[ ] de[ ] tijt van sews dagen nar date deses alhier binnen Arnhem (doorh.: onlesb.) in handen dem daer tho verordnethen ontfengesr, tho leveren. Alle op peene in die listen der generaell middelen begrepen unnd wij befelhen u ersamen hiermit dem Almechtigen. Geschreven Arnhem den 20en aprilis vijftienhonderd tachtig.

Die rhaden des furstendums Gelder unnd graeffschapt Zutphen.

J.M.W. Sluijsken.

Nummer 18

Ersame voirsichttige besunders goede frunden, nhadem opten jungst gehaldenen lantdach bynnen Arnehem bijder alinger lantschafft, onder anderen navolgende resolutiones genhammen, den iersten datmen die generale myddelen van die vier spenim als wijn, bier, vleisch und saltt, inden steden und opten platten landen eindrechelick int werck ruchten und dieselve verpachtten sall.

Ten tweeden datt alle magistraten der steden und die officieren der platte landen oiren start maicken und beirijsslicken demonstreren sullen tgenich sijluiden ieder in sijn respct zedert den 5en marty negenenzeventig, dat sich dese lantschap inder nairder Union begeven hebben verschaten soe aan gereede penningen gadane contributien, inlegerungh, und durctochten vom ruytteren und knechten kostgevinge leeninge scruissgelt und allen anderen [ ]ledenen schaden denaselven start ordentlicken in geschrifft tho stellen und tegens den negenden may naestcomende ieder in sijn hoefftstat sonder langer vertoch intobrengen, om volgens den buirretten averleveren the laetten.

Then darden allen officieren und amptluiden tho brucken om allen schatboerderien tho constringiren bvan allen iren ontfanck reeckeningg und reliqua the doen und ire restanten folgens tho executeren, und datt bij gebreecke van dyen dye officieren dairvoir aengesien und alle hinder und schaeden aen oire personen und guederen tho verhaelen, voirlveistande dat dieselve officieren aeverleverende dye onwylleghen

18.2
dairmede sullen moegen betaelen.

Ten vyerden allen officieren aentoschrieven dat ire ondergehorige scholten goede pertinente aenteickeningh doen van allen guederen inden kerspelen lyggende, den uuitlendigen toebehorende buitten desen furstendom und der nairder unieerde provinnen geseten soe waell geestlick als wertlick und dieselve aenteickeningen den amptluiden bij ende avertholeveren.

Ten vijfften dat nymant sich anderstae eenige geestlicke guederen aentokopen noch eenich geltt dairop tho doen, dan mit voerweten der lantschafft want men rselve als oick tgene bij dese leste troublen bij eenigen angekefft, off geestlicke gueder verschreven mach sijn in allen bancken ende gerichten van ontvremden fedenckt tho halden.

Temn sesten ende ten lesten dat alle officiers averst und annotatie maicken solden in alle plaetzen tegens die genige soe uutgeweecken sijn sonder redelicke oersaeck, und mytt den vyandt parthye draegen.

Nhadem wij dan durch dye vurgedachtte alynghe lantschafft aengesochtt sijn worden om dairaen tho syen datt sulcx woe vursseid onvertochlichen und sonder eenige dissinvilatie intt werck gerucht muege warden.

18.3
Demnhae is ons ernst gesynnen und befelch, dat ghijluiden u der vorgerurtter resolutionn in alles genners halden, und insonderheit dair aen syet dat in derselver stat, den tgienden dach anstaendes maentz, aengestenep[tt werden muche up welcken die middelen dairinne gespecificiert in tegenwordicheit van u luiden und des officiers verpachtet sullen werden, sonder deses eenichsins tho blieven in gebrecken. Mitz u luiden dem Almachtigen bevelende. Geschreven tot Arnhem den 24 aprilis vijftienhonderd tachtig.

Dye rhaeden des furstendoms Gelre und graeffschafft Zutphen.

J.M.W. Sluijsken.


Nummer 19

Erentfeste eersame und fromme voirsichtige gonstige guede vrunden, idt hebben burgemeisteren schepenen und raedt der stadt Arnhem an mij geschreven dat die anwesende ritterschappen und stedegesanten deses quartiers oer lieden und eersamen committiert hebben om op alle saecken und puncten bijden lantschaps ongeresolviert gelaten, toe resolvieren und sulxc met die meeste stemme toe confirmieren waerinne dat zij nyet hebben konnen vergelicken, derhalven dat oer lieden und eersamen raedtzaem erachten und hoechnodich bevinden, dat ick die jonckeren und steden in aller yel op eene bequeme plaetse in Veluwen bijden anderen to sullen commen, verschriven solde, alwaer enige raetzvrunden van Arnhem solden sich vurgenoempt sulcx soe schriftlyck als muntlick voordraegen etc.

Is derhalven min guetlick gesinnen, neffens dem vrundtlick begerende dat u eersamen wil gelieven eene derselver raetzvrunden to deputieren und op vridach neestcommende als opten 29en deses lopende maendts aprilios smorgens to gueden tijt ten lanxsten tegens acht uuren tApeldorn inden moertaenschicken om mede an to hoeren tghene aldaer voirgedraegen, daerop thelpen raetslagen als tot walfaert ons allen sal bevonden warden tbehoeren des tdoin und in genen gebreke to zin, versye ick mij van wegen der lantschap alsoe tot u eersamen die der Almechtige lange in gueden regironge und gesontheit wil erhalden. Datum Elburgh opten 25en aprilis 1580.

U eersamen vielgonstiger vrunt,

Henrick Bentinck, drost van Veluwen.

Henryck Bentynckiis.

Nummer 20

Erentfeste zeer wijse voirsichtige heeren, naer alle behooren eerbiedinge soe bedancken wij uwer eersamen gantsvruntlicken vande advertentie scriftelicken overgesonden aen onsen mitburger Claes Pieters ende Calff, als mondelinge deur uwer eersamen scholt die (zoet schijnt) hem alleenlicken daeromme hier ter stede heeft gevonden, omme ons te doen adverteren van dat aldaer in uwer eersamen stadt es genomen den procurator van het Chartroysen convent buyten deser stede. Ende alsoe de conventualen van tselve convent deur onsen tusschen spreecken metten regenten vanden armen weeskinderen huyse binnen deser stedezijn geaccordeert, beroerende hoern alimentatie ende behoorlycke onderhout, mits zij den voirseideweesvaders overgedragen hebben zoevoele in hen es tvoirseide convents goederen, waertoe de voirseide procurator nyet en heeft willen verstaen voir alsnoch hebben daeromme offgevaerdicht breners van desen sijnde regenten vant voirnoemde huys, omme metten voirseide procurator dies angaende mits mede zoe veele in hem es, off staende doende van tvoirseide convents goederen te accorderen in sijne alimentatie, daer toe wij ganschelntien verhopen hem te sullen verstaen bij behoorlicke wegen geindureert zijnde. Bidden daeromme vruntlick dat u eersamen gekive onsen gecoomitteerden alle hulpe addressche ende bijstant te doen dat hij geraecke tot vruntlick accordt metten voirseide procurator ende off de voorseide procurator hem tot eygeen redelickheyt wil verstaen ende hem onbillich vonde, bidden ende versoucken wij uwer eersamen mede den voirseide procurator te willen constringeren mette beste ende bequaemste middelen tot overleveringe van des convents brieven ende andere boucken onder hem bernstande, zoe hij die aldaer bij hem heeft, daer an ons alles groete vruntschap sal geschieden, die wij ende alles anders wille, verschulden zoe veele in ons es in gelycken ende meerderen sacken, tkenne God almachtich die u ..

erentfeste zeer wijse voirsichtige heeren conserveren wille in lancksalige gesontheyt ende prosperitie. Geschreven desen 27en aprilis anno 1580.

Uwer eersamen goetwillenden vrunden, burgermeisteren ende regyerders der stde Aemstelredam.

W. Pieters.


Nummer 21

Erentfeste vroeme lyef borgemeyster, soe als u lieve bevoest is dat u lieve mijn broeder Peter van Hezevelt hanttastynge heeft gedaen yn mijn bijwesen om die rent ofte (doorh.: onleesb.) tvelf daelder toe bestellen yn korten tijt und u lieve die penyngen soe u lieve seyden vergeten hadden . Soe is noch mijn begeeren dat u lieve ons dye selve rent met vyerund tvyntich stuver van bayloen und onkosten ons wyllen seynden tegen naestkommende woensdaech om meer onkosten toe spaeren ofte anders sal myn man geholden veesen die yrste karen die hier kommen wederom laetten toe besetten want het al toehans (doorh.: onleesb.) een half jaer is geleden und wij het ons oeck van doen hebben. U lieve den Almechtychgen yn synen schutz und beschirm myn bevaellen. Datum tot Arnem den lesten dach apryll anno 80.

Bij mijn Anna van Hezevelt,

Anders genaemt Roest.

Nummer 22

Ersame unnd vursichtige besonders ghode frunden. Wij schicken u luyden hierbij verwaert sekere exemplaris opt stuck der munte mit vur weten unnd uut anforderen der gedeputierden deser landtschap beraempt, mit dem gesinnen dat ghij luyden dieselvige in der stat Elborch, al omme daermen gewoentlicken is publicatie tho doen dort publicieren unnd voertz oick that wirckelicken effecte van dien doet procedieren, unnd blijfft hiermede dem Almechtigen befalen. Geschreven Arnhem den lesten aprilis vijftienhonderd tachtig.

Die rhaden des furstendoms Gelre und graffschaps Zutphen.

J.M.W. Sluijsken.

Nummer 23

Ersame und vursichtige besonders goede frunden. Nadem wij durch die ritterschappen und stedegesantten deses Arnhemschen quartiers schrifftlicken ersocht sijn om alsulcke gebreecken alls tusschen u luyden und die conventualen daer selffs uutstaenden sijn tho verhoeren, und to moegelicken tho vergelijcken. Demnae bescheiden wij u luyden mit allen noedurfftigen schijn und bescheit tegens dienstdach den soeventienden ietzlopendes maentz may, om vur Alexander Bentinck und Arnollt van Bonenburch genant Honstein henen tot Ubbergen, offte in absentie van eenige deselver vur Bartolden van Gent heeren tot Loenen onsene gelieffte mede broederen in rade in denselven gebreecken omstendich verhoert und woe moegelicken daerinne vergleecken to worden. Mit bevelungh des Almechtigen. Geschreven tho Arnhem den 5en may vijftienhonderd tachtig.

Die raeden des furstendoms Gelre und graeffschaps Zutphen,

J.W.M. Sluijsken.

23.2
Die magistraet wordt vanden raden van Gelderlandt voor seeckere gecommitteerden van den raedt verscheiden over het verschil tusschen die stadt und conventualen binnen Arnhem tho verscheinen.

Nummer 24

Ersame wijse voirsichtige insonders goetgunstige nabuiren und vrunden. Also wij in erfahrung konnen als dat die wollencoepers sich laten verluiden, dat sij oere wollen mit geringer und kleyner ongelden, dan bij der landtschap opt uuytfuihren derselver geordonniert, ende sij alhier solden moeten betalen, in anderen Veluwschen steden vermehnen to wegen ende uuyttofuihren. Und wij averst u lieven und ersamen gantzlich to vertrowen dieselve warden der landtschap geneemene resolution fur inne getrowelick naekoemen, so begeren wij nochtans, damit dat gelijckheit onder den Veluwschen steden geholden mach werden, u lieven und ersamen willen sich in geene compositie van eenighe minderinge van pennongen, des versocht sijnde mit gemelten wollencoeperen inlaten gelijck wij denselven sulcx expresselick alhier hebben affgeslaegen. U lieven und ersamen mitz begerende een wederbescheven antwordt, hiermit in schutz ende schirm des Almechtigen bevelende. Datum (doorh.: onleesb.) Harderwijck den 25 may anno 1580.

Burgermeisteren schepenen ende raidt der stadt Harderwijck.


Nummer 25

Eersame wijse unde voersichtige gunstige guede vrunden. Wij kunnen u eersamen gunstiger mynongh nyet voorhalden, wie dat albereyt in Veluwenzoom ennige reutheren ingevallen und toe besorgen, so vern in aller ihle gene pennungen bij uns totter monsterungh opgebracht ende gefurniert wurden, dat oick die andere ruytheren ende knechten inde Graeffschap liggende volgen sullen. Waer durch dan nyet alleen die Veluwe, sonder oick die Betuwsche steden in grontlicken verderff sullen geraken, und also alle guede middelen van penningen toe weghe toe brengen benamen werden. Dertoegen men myt allen vlijtt daer aen moet sijn, dat hier inne der gebeur in tijtz versiehn werde. Is derhalven unse fruntliche und seer vlijtige begheren, dat u eersamen om alle inconvenienten voer toe kommen, opt spoedelickst myt lehnen ende anders (wie alhier geschiet is) etliche hondert gulden, immers so voel ennichsins moegelich opbrengen ende aen uns oeverschicken willen, op conditien der selve aen u eersamen quota vanden schatpenningen thoe korten, daeraen sullen der lantschap ende insonderheyt der hooch bedroefder Veluwen ende oer selbst ein sonderlingen dienst doen. U eersamen die der Almechtiger lang in gluckzaliger wolffaert gefriste, Geschreven den 28 dach may 1580.

Burgermeistern schepenen ende raedt der stadt Aernhem.

Post datum.

Diewijll aen deser saicken soe hoichlich gelegen unde wij in kurter tijtt eyn mercklicken pennungh myt lehnung ende anders (wie dan oick noch gistenges daeges 2 duizend gulden) voer den ruytheren ende knechten opgebracht, und daer neffens unse geloeff voor etlicke duysenden noch voerstreckt, der gestalt dat mij allewijll so gaer uutgeputtet sijn, dat uns unmoegelijck wijders toe doen, vertroesten wij uns tot u eersamen, dat die selvige oer uuttorste best hier inne voerwenden sullen. Woe nyet willen wij daer van voer ydermenlicken protestiert hebben, dat es aen uns nyet gemangelt ende die saeck daermyt, dem Almechtigen bevehlen.


Nummer 26

Ersame wijse voirsichtige insonders goetgunstige nabuyren und frunden. Alsoe wij u lieven und ersamen vergangner daegen geschreven dat wij den wollencoeperen alhier (achtervolgende der landtschap genoemene resolution) gene verminderinge van pennongen opt uuytfuihren der wollen hadden willen gestaden, begerende damit dat gelijckheit inden Veluwschen steden hierinne geholden mochte warden, u lieven und ersamen wolden insgelijcken sich tegens der landtschaps ordonnantie in geene compositie mit gemelten wollencoeperen. Und wij averst alsnoch geen antwort bekhoemen wes wij ons ditfals tot u lieven und ersamen to vertroesten. So is nochmaels ons frundtlick begeren u lieven und ersamen willen ons deser saecken halven, und oeck daerbenevens van wat prijss die Utersche, Nijmegische ende andere nye gemunte stuvers in u lieven und ersamen stadt cours ende ganck hebben, bij brengeren deses verstendigen. Soe voele des jungst geholdenen landtdaechs verball anlangt, daervan uwer mederaedtsfrunden eener sich alhier mit ons versproecken kunnen u lieven und ersamen t’selve alhier van yemandts laten affschrijven. U lieven und ersamen hiermit in schutz und schirm des Almechtigen bevelende. Datum Harderwijck den lesten may anno 80.

Burgermeisteren schepenen ende raidt der stadt Harderwijck.


Nummer 27

An die actbare wollwijse heren burgermeisteren schepen und rath der stadt Elburch.

Ist unse der kerckendiener senioren und diaconen up dem synodo tho Harderwijck versamlet, frundtlicke und underthenige versoeck, dat nadem wij in erfahringe gekomen dat binnen der stadt Elburch twee gereformierde als duitsche und lateinische schulen sinnen, darinnen die jugent genuchsam ahne menniglichs klagenn geinstitueert und underrichtet werdt, die wollen mit allem ernst und von wegen hoeres von Gott tragenden amptes darover uth sijn, dat die andere papistische schulen die nu ter tijdt noch neffens der twee gereformierden schulen geholden, und darinnen die tedere jugent al ehr sie thom rechten verstande gekomen allerley affgoederije und andere falsche lehr indrincket, affgeschaffet und ter contrarie die andere boven genoemde reformierden schulen, darinnen die jugent in aller gottsalichheit fruchte des heren und christlicke tucht van hoeren kindtlicken dagen upgetogen, gehandthavet und beschuttet moegen worden, dan wie voele daran gelegen so solckes int werck verrichtet und wat fur inconvenienten dar uth entstaen so sulckes underlaten weet een ersame rath ahne unseren schrivent sick woll tho erinneren. Dit doende werden iw actbare wollwijsen mit der daet erfahren und spuren, dat solckes Gott dem almechtigen wollgefellich und iurre actbare wollwijsen sampt derselvigen nakomelingen nuttelick werde sijn. Godt der almechtigen will iu actbare wollwijsen in iuwer regieringe mit dem geist des vather der wijsheit und sterckheit bijwohnen, dat iw actbare wollwijsen datselvige iw von Gott upgelechte ampt tot goedes ehren, und der underthanen heit und salich heit moch uthfuhren. Datum Harderwijck den 4 en juny anno 1580.

Iw actbare wollwijsherden dienstwillige,

Otto ab Hetteren preses substerigsit,

Jacobus Wedeus assessor, Johannes Ceporing scriba,

Im name und von wegen des gantzen synodi tho Harderwijck.

Nummer 28

Hoe die gedeputeerden des furstendoms Gelre ende graefschap Zutphen mij toegestelt hebben den 6en juny anno 80 zeeckere memorie ofte billet ten fijne met mij te communicieren belangende zeeckere 4898 gulden 18 stuver bij mij gepretendeert, geve ick te verstaen ende warachtich bericht vandien dat mijn heren die staten generael inden jaeren 77 etlicken heren ende commissaryen inden furstendom Gelre ende Sticht van Utrecht gesant om te handelen tot affdanckinge ende betalinge vandie drie regimenten nederlantsche knechten te weten Bossu Megen ende Hiergez daer toe ene grote somme van penningen van nooden was.

Soe hebben dvoirseide heren generale staten die vanden voirseide furstendom Gelre und graefschap Zutphen doen vermanen unde bidden dat zij daer toe etlicke penningen zouden willen furneren ende opbrengen zoe zulcx zoe wel tot ontlastinge ende vermijdonhe der uuytkeringen van den voerseide furstendom was dienende als anderen provincien waeronder die lantschap geen ende sulxhen prompten hebben belooft op to brenghen tot betalinghe vande voirseide regimenten dsomme van 10000 gulden op zeeckere conditien hoe wel idt zelve doen ter tijdt mijn heren die generale staten weynich genoech docht te wezen.

Soe nu die twe regimenten van Meghen ende Hiergez in Brabant zijn gecomen ende tot die affdanckinge ende affreeckeninge sijn geschieden hebben dvoirseide generale staten bevonden dat bijden voirseide furstendom ende graefschap niet meer opgebracht is dan die somme van 5191 gulden 1 stuver 6 schelling Arthois ende dat in minderinge vande vurseide 10000 gulden.

28.2
Alzoe nu dvoirseide 2 regimenten tot Antwerpen voir die poorte gecomen waren ende dagelycx grote clachten vanden schaden, die op alle dorpen geschieden voir mijn heren die staten generael quamen is onder anderen met een oirzacke gewest dat die reste vanden 12 gulden bedragende ter somme van 4898 gulden 18 stuver 62 schelling Arthois niet in mijn handen zijn gecomen ofte (zoe geloeft) voldaen is gewest, hebben daervan mij dvoirseide heren generale staten in presentie ende ten bij wesen vande gecommitteerden des furstendoms Gelre ende graefschaps Zutphen wel eernstlick bevolen ende geordonneert, dat ick die voerseide reste van 12 gulden soude supplieren ende vanden furstendom Gelre recouvreren waer deur die voirseide schamele huysluyden des kriesvolckx ontlast mochten werden. Welcken volgende ende om tobedieren mijn voirseide heren generale staten. Ende oick meynende daer deur die vanden furstendom een zonderlingen dienst te doene, hebbe ick dvoirseide alse gesupplieert ende dien wegende heb ick tot diversche eeysen zoe schryfftelick aen mijn heren vanden furstendom Gelre ende graefschap Zutphen als mondelinge aen hunne gedeputeerden aengehalden tot restitutie van mijne voirseide gedevoursierde penningen welcke gedeputeerden mij altijdt goede vertroestinge (doorh.: heb) hebben gegeven zonder dat nochtans enich effect vandien is gevolght. Ende tzelve considererende is wel redelick ende billick dat dselve restitutie geschiede metten gebeurlicken interesse. Niettemin tzelve stellende altijdt ter discretie van van mijn voirseide heren inzonderheyt zoe tzelve zonder schade der lantschap geschieden can die sich vande generale middelen of andersins zelffs connen rembourseren. Bidden dienstlick dairop rijpelicken te wilen letten ende mij daer van contentement te doen hebben. Onderschreven T. vanden Beecken.


Nummer 29

Ersame wijse und vuersichtige gunstige guede frunden. U ersamen missive datiert den 3e huius, ende dese datiert den 4 desselffs (doorh.: onleesb.) sint ons beide waelverwaert averantwoerdt kunnen daerop u ersamen gunstiger wolmeynungh niet bergen wye dat nyemant van u ersamen wegen antwoerdt op den voerigen bryeff gevordert heeft. Derhalven dieselve missive onbeantwoerdt is blijven liggen soe vuel dan die schatguldens inden ampte Doernspick aengaat diewelcke irst geset waeren op 34½ stuver tstuck ende nu naderhandt verhoecht sint op 40½ stuver hebben ons onser stadt verordenten die (doorh.: d) op Veluwen geweest daerop desen bericht gedaen dat die ritterschappen ende stedegesanten u opdie uuytsettingh in Nederveluwe zinde die gedeputeerden vandie Overveluwe tot Wylp zinde toegeschreven hebben dat [.] oer [.] die suyver summe vanden 200 gulden seynen uuytsatten daerbeneffens noch die vererongh van sine [.] den daerbij die al in februarius uuytgesat ende bethaelt sol sijn worden waeromme die verhoeginge in Doernspick alss oeck int Oldebrouck heeft moeten geschien gelick volgentz in alle andere ampteren gedaen is und bedraecht die summe van sine edele pennongen inden ampte van Doernspick 402 gulden en etzliche stuver ende is vuel weyniger uuytgesat alss u ersamen bij tverbael (onder den drost Bentinck berustende) hebben toe vernemen und en is tot geven andere meynongh dan vuerseid is, die verhoeginge geschiet wie ohntwijffel u ersamen mede

29.2
raetzfrundt Henrick Reeffs kenlich sal sijn dwelck wij tot berechtungh deser niet en hebben kunnen verhalden. U ersamen die der Almechtiger lange waelfaeren behuede. Geschreven den 8en juny 80.

Burgemeisteren schepenen und raedt der stadt Arnhem.

Nummer 30

Erentfeste eersame wise vielgunstige heren und frunden. Alsoe u lieven ahn onss hefft versocht dat wij u lieven (doorh.; wolden) dat leste verbael wolden bij onssen secretarius laten uthschriven omb sijn behoorlicke loen gelijck wij hem oick apart dairvan hebben gecontentiert wie ick hem dan sulcx voergehalden die sich ontschuldigde enigher suspition van onwilligheit vermitz hij soevoel had tschriven, dat hij niet wal daerdoer konde garaecken wolde sonst u lieven geern hebben gewijlfarth. Unde woewal wij vermitz oirsaicken niet soelanghe hebben bij eynandern konnen koemen dat wij hetselve alsnoch hebben moegen lesen unde nu G. Oloff vorhanden dattet noch sobalde niet sal konnen geschien, soe heb icket u lieven niet moegen weigeren bij desen versloten overtschicken omb tselve aenstondt bij u lieven secretatius tlaten uythschriven umb tsulvige onss mytten iersten wederomb toe tstellen. Begerende tselve geabsolviert mach warden tegens dat ick tho Doerspijck ander bancken koeme om tselve alsdan mede wederomb tho nemen. U lieven toesamen (neffens mijne dienstwillige gruete) ihm schutz dess Almechtigen bevelende. Raptim uth Herderwijck den 9 juny anno 80.

U lieven guedtgenstiger frundt,

Ernst Witten.


Nummer 31

Eersame voirsichtige besunder guede frunden. Alzoe overlange bij deser landtschap ende derselver gedeputierden geordineert ende gesloten is datmen terstont de collittatie oft verpachtinge vande generale middelen vanden vuer speties als wijn, bier, vleysch ende zout int werck stellen soude tzij om dselve tho verpachten oft tho doen collitteren ordonneren wij uwer lieven dat deselve zulcx van stonden aen int werck stellen soe veere sulcx noch nyet en is geschiet volgende de gedruckte ordonnantie daerop gemaeckt hier bij gaende ons overschrijvende opt spoedelicxt wat uwe lieven hierinne gedaen hebben oft dselve middelen verpacht zijn wie de pachters zijn tot wat prijse ende op wat conditien. Ende indien die nyet verpacht zijn oft connen worden suldij deselve laten collitteren menende van den collitteurs den eedt ende goede borgen tot versekertheyt vanden lantschap ende zult den collitteurs vour oire belooninghe beleggen ses vanden hondert van henren ontfanck daerop zij alle oncosten zullen moeten doen ende de penningen alle maenden leveren in handen vanden ontfanger residerende inde hooftstadt van desen quartier hierinne zullen uwe lieven sich alsoe quijten dat bij uwe versuym oft negligentie gheen inconvenienten come soe wij in zulcken gevalle ons met uwe lieven tegens onsen genedigen heere stadtholder ende deser (doorh.: g) lantschap gemeynt zijn to decusseren. Hiermede den Almechtigen bevolen. Geschreven tot Aernhem desen 11 juny 1580.

Die rhaden des furstendumbs Gelre und graeffschafft Zutphen.

J.M.W. Sluijsken.


Nummer 32

Eersame und voorsichtighe besondere goede vrunden. Wij seynden u luyden hierinne besloeten ses gedructe exemplaeren van zekere op ene brieven van mandement de welcke bij den waelgeboren onsen genadigen heere stadtholder grave Johan van Nassouw Dietz Catzenelleboge etc, als stadtholder und capiteyn generael des furstendombs Ghelre und graeffschaps Zutphen und bij ons (alsmede bij de gedeputeerde vanden alinghe lantschap specialyck daertoe geanctoriseert) raedtsaem und hoochnoodich eracht zijn in allen steden heerlicheden ampten und dorpen des voorseide forstendombs ende graeffschaps gepubliceert te worden ende want den dienst der selver landtschaps und vande gemeyne saecken hoochelycken daer aen gelegen is, dat zulcx in alder ijlle geschiede im alle wijder verdonckeronghe vander kerckengoederen te verhuiden. Soe is ons ernstelycke gesinnen dat ghij luyden tvoorseide mandement op den naesten sondach als namentlyck op den 19en dach deser maendt juny binnen der stadt Elburch solempnelyck publiceren laeten und terstont daernae alle die voorseide gedructe exemplaren doet negelen oder (doorh.: aenstont) anderssins affixeren alomme aende kerckdeuren op de merckt ende opde hoeken vande straten daermeeste passaighe oft vergaderinge van volck is op dat nyemandt vanden onderdanen hier naemaels pretenderen ignorantie oft oirsaecke hebbe sich te verontschuldigen van dat den innehoud des voorseide mandements nyet tot heurder kennisse gecomen en zijn. U luyden bevelende wel expresselijcken den overtredens desselffs mandements te straffen volgens die penen daerinne verhaelt. Ende weest des in geenen gebreke op datmen nyet geoirsaeckt en zijn op u luyden te verhaelen alle schaden und interest die tgemeyn landt deur uwe versuymenisse oft nalaticheyt inder voorseide publicatien solde moghen tho lijden. Hiermede u luyden int schut des Almachtigen bevelende. Gescreven tAernhem den 14en juny 1580.

Die rhaden des furstendombs Ghelre und graeffschapz Zutphen.

J.M.W. Sluijsken.

Nummer 33

Erentfeste ersame wijse und vursichtige besunders gunstige goede vrunden, waer alle behoirlicke recommandation kan ick u ersamen onvermeldt nyet laeten, welcker gestalt die algemeyne viandt deses vaderlantz sich mit soe geringen und cleyne volck in desen landen begeven hebben, twelck mijns erachtens nyet geschiet solde zijn, imfall zij geen assistentie oder secours uuytter desen landen weeren verwachtende van etliche moetwillige (doorh.: rabauwen und schav….) obstinate und verbitterden geesten, die algereets die hoeffder bij malcanderen stoken umb hoire listige practicquen mit schelmerie int werck toe stellen, dan weer behoir alsulcke practiquen mit Goidts hulp nyet behulpelick zijn, und umb die bocken uuyte schapen alnu toe scheiden, dunckt mij onder correctie van u ersamen doch allet op wolbehagen der selver dat nyet onraetsam datmen alsulcke orenblasers und die alzoe hoir hoeffden tsamen steecken bijsonder bij deze tijt die gemeyne zaecke dezes vaderlantz contrarierende und wederstaende vuer een tijt van veerthien dagen uuyter die stadt lachte, ter tijt und wijlen toe men sage wie sich dit spuell ten eynden werdt lopen und off mijn heeren hier inne scrupuleus weeren tselve int werck te stellen will dair toe altijt to burtich goede schutten bestellen waer men koste zij [ ] alsie mit halver eeren quyt worden in forme van 14 dagen want men nimmer goets op hoir toeverwachten als mijn heeren weten toe erinneren op dat die goeden luyden die der zaecke ten herten gaet van binnen in hoire steden nyet verraden und gelevert moegen werden und in hoire zaecken die tot dienste des vaderlants is erstreckende moegen procederen und voortfaren twelck ick ter goeder getrouter meynongh nyet heb willen onderlaten toe verstendigen. U ersamen die ick hier mit in schutz des Almechtigen bevele. Datum Zutphen dezen 15 juny 1580.

U ersame und lieve gantzwilliger vrundt,

Get onleesb.


Nummer 34

Godt boeven al.

Insyet unde hoert de wonderen di den almachtigen bij ons getoent hefft lyut broeders nemptelick den 15 deses maens omtrent tsavenst toe soeven uuyren soe bynnen ingekoemen omtrent 50 scutten van Kampen unde 18 van Hattem inkoemende bynnen Zwol, hebbense gheslagen den welchen slach dat hoerende isset gekoemen een grote saick onder den viant van ons unde bliscap bij ons vrunden Willemle, de oversten der soldaten anstundes voert vegten, waer op onse broeders begeerden se wolde eersten een weynnyg rouwen dat ghesceet sijnde, hebben se weder de tromme gheslagen unde hebben sych geopenbaert op de merrickt, unde daer na getrocken na de Kamperpoerte unde dat voert na de Blijmarrick het wellick onse vrunden di hadden noch daer na koemende ande Sassenpoerte daer hadde sich de vyant bescanest maer neet begraven, dan allenunge belecht myt wapens sijnde onse vollick koemen synnen se terstunt verlopen soe is de coep op de merrickt gekoemen hefft men geropen men solde voert vaeren na de Dyserpoerte omme de mennichte der boeren toe besyngelen koemende achter bij de muyre hynne nae unde an de Dyserpoerthe en hefft men ghijmant vernoemen burger nog huuysman alsoe is de vyant verjaget sonder bloet vergyten dan twe ghescoeten van onser sijdt unde van onse weer partijen en kon men niet eyschen want se moest mede verlopen synnen unde hebben haer huyssen laten ploenderen dan daer sijnne noch niet meer als twe ghevangen het eene is ene van Bekem unde den anderen is mijn onbewust. Ick wolde dat ick

34.2
een weynich bij u ware, ick solde u ersamen wijder daer van seggen want ick huyden bynnen Zwol synne geweeste unde angesyen ungehoert hoet daer is ghegangen soe dat Godt daer mamentlick mede hefft ghearbeyt want de vyant meer als thymael sterricker was als onse vollick ja men wolde seggen soeventhyen mael met meer op dyt yas dan u allen bevoelen den Almachtigen. Lyve broeders actum tot Hattem den 16 juny anno domini 1580.

Jan Mathisen.


Nummer 35

Eersame vroeme inde wyese voersychtyghe goede vrunden, ick heb u eersamen bryeff ontfanghen, inholdende u eersamen gheneycht graeft en wallen op toe maken u eersamen stat an toe reparyren, als nodych dese ghevaerlycke tyeden in tyets, eer dye noet gevallen mocht, op verdacht toe syen. En daer toe noedych an stucken lans van myen landt aff toe graven sold moeten syen gheleghen hoe ghonstyeghe goede vrunden wat toe het ghemeyen beste dyan- lyck en noedych wijl ick nyet teghen wesen en vredych u eersamen stat toe verbeterynck dan bijden op syen wyllen hebben als vertraue dorych dye grevers anden reparyeders van dyen, nyet wyeders genoemen vergraeven mach warden dan dye noet en eijst, niet vordert en toe u eersamen seer ghebyedende mij sye, en in bescerren des Almoeghenden here der heren, dese ghevaerlycke tyets bevelende. Ilych datum 17 juny anno etc 80.

U eersamen vruntwyllyegher,

Joeseph van Arnhem.

Nummer 36

Alzoe die van Hollandt ende Zelandt ten vollen betrouwen dat die andere provincien van eghene menonghe en zijn zijne furstlicke genade noch oick den voirseide van Hollandt (doorh.: van) ende Zelandt inde gerechticheyt bijde pacificatie tot genades handt gemaeckt bij haer vertreyden te willen vercorten jegens den belooften vande voirseide provincien bijde voirseide pacificatie ende naerder Unie solemnelicken zijne furstlicke genade ende hun lieden gedaen. Zoe hebben zij van Hollandt ende Zelandt oick mitzdezen opten 2en articule vande instructie opten lantraedt getaempt wel willen verclaren haere menonge te wegen dat zij sijne furstlicke genade begeren te laten over Hollandt ende Zelandt die regironghe ende dispositie in politicque zaicken mitsgaders die collatien ende gifften vande offitien ofte staten binnen den vorseide lande vallende.

Volgende die pacificatie van Gendt zonder daer van in enigen wijse te connen wijcken zijnde niettemin die van Hollandt ende Zelandt te vreden beneffens andere provincien in alle contributien ende krieshandel die defensie vanden gemeynen lande raeckende haer der dispositie vander hoger overicheyt ende den lantraeth tonderwerpen ende goetwillich te laten vinden. Aldus overgegeven bijden gedeputeerden van Hollandt ende Zelandt den 17en juny anno 80.


Nummer 37

Nae behorlicke groetings wensche ick u lieven wele gudes can dan u lieven nycht be[r]gen onser geluck van goedt alsoe u lieven dese montlick sal berychten wijder hebben wij dessen dach in gecregen 2 fanlen hollansche soldaten nae vertreck van dye van Campen und Dewenter soldaten und borger alsoe dat wij nu versekert sijn. Soe is dessen huius angecomen seven serguen van dem graven van Hollach sijder eygen hant dat als gyster im Oldesel gecamen gecamen und myt sych noch ennige ruter und knechten heft an ons rydderschap samt borgemeyster und gescreven raethvru[n]den dem [.]rguse heft hem gesant 4 fand[e]n ruter und 2 redement knechte und dat hij van stond[e]n an daer weder an wyl alsoe dat wij dorch goedes hulpe wolgemoet sijn hyr is verscheyden tijden gen van dem vyant doch onseren dan het gerop dat hij dorch Coeverden is een vel seggen op den vylstede. Wij hebben van dage ons Mastenbreckers har gyselers in gecregen und folgens haer verre in onser stat begynnen toe hald[e]n daer ons voele an gelegen is und Hasselt arbeyden wynig flijt om och beset toe merken droevege tijdynge can ick u ock nycht bergen van dem elendygen mort van ons broeders Peter Kot[.]en unde Roelof van Clagewegen dat des geliken schyr nycht gehort sal soe stat ons saecke nu gudt is wel dun gelt gegeven een geluckygen voertganck weset wol gemoet dan heet is op onser syde tegen het rasen aller onser vyanden gronnege can ick nocht sekers van scryven overmyts dat dys porte wennych het op gewest alvolde hyr wat seker off van ander wegen, wat comt sal ich walt gelt naegelegenheyt mytdelen hyr myt Goet bevolent. Datum Zw[o]lle den 19 junius.

Byng bro[ders] imden he[re], Arent Janszen.

37.2
An dem erbaren und walwijsen versychtygen heeren borgemeysteren und raedt der gen[] stat Elborch mijnen wol gunstigen gebeden heeren tot t Elborch.

Den ehrsamen frommen und versichtigen Henrick van Othmersen und Arnt Johanssen Kannegieter, oft in oiren affwesen ennigen guiden patriothen unsen vielgunstigen frunden tho Swoll.

Nummer 38

Ehrsame fromme vursichtige gunstige frunden, van u lieden begeren wij frundlick desulve uns bij desen unsen boden der gemeinen saken gestalt, nemlick aldar ten Swoll, van den geschahen slagh und wie sich unse krijchsvolck dertegen weder unstet overschrijven sulcke sind wij geniegt weder tho verschulden. Den Almechtigen heren bevolen. Am 19 juny anno 80.

U lieden frundtwillig burgmeyster und raet der stad Elburgh.

In namen und uth bevehl de sulus Johan van Holthe, secretaris.

Nummer 39

Ersame wijse und vursichtige, gunstige guede frunden. Also nu ein geruyme tijt bij der landtschap mysverstant verresen ys int continuiren offt sunst separiren sdrosts ampts van Veluwen, waer aver tgericht etliche daghen tot der opgehalden is worden (tot groet naedeill der landtschap ende parthien) und so dan onser genedige heer stattholder onss operlacht dienthalven een quartierdach uut tho schriven twelck mitz tgerichte nyet ehrer hefft kunnen geschieden; langht demnha unse frundtliche begeren, dat u ersamen alle onschuldt tho rugh stellende, sich durch ihren gesanthen den lesten dach deser itziges monats juny alhier bynnen Arnhem verfuegen willen bij verloss ihrer stemmen om eintlich indersaecken to concludieren ende voertz op andere mennichfuldige deser landtschaps geschefften daer aen hoechlich und voell gelegen besunder der Veluwen, riepelick myt ein anderen to communiceren, delibereren ende resolviren, op dat u ersamen (wan ietwes in sulcke gewichtige saecken eintlich entsloten wordt) niet en hebben to seggen daer niet bij gewest tho zijn wie vurhenne waell gebuert yss und dweill die hoige noitt so hefftich vordert u ersamen gesanthen kommen dan off niet sullen gelicke waell inder saecken noetz halven moeten procederen ende voertfaeren. U ersamen hiermyt in schutz ende scherm des Almechtigen bevehlende. Gegeven den 21 juny 1580.

Burgermeysteren schepenen und rhaitt der statt Arnhem.

Post data.

U ersamen willen niet laten soe vuell pennongen als ennichsins moegelick is mede tbrengen, waer anders niet moegelick is die knechten inden steden te halden.

Nummer 40

Ersaeme wijse voirsichtige insonders gunstige guide vrunden, u ersamen hebben sonder twijfel uuth gemenen geruchte wel verstaen, hoe deerlick ende moortdadelick etlicke van onse burgeren (reysende doer Mastebroick nae Swolle) om der twijspalt der burger aldaer te helpen beslichten, van den Mastebroeckers ende anderen, soe sich bij hoer gevoecht hadden ommegebracht ende mishandelt sunnen. Ende dewijle wij verstaen, dat Johan Laurenss onser stadtz gewesene hoestuir, Johan Golt ende Bernth Nyemeijer, Dries Huygensoene, geboiren van Vaessen die principaelste handt daedigers dair van gewest sunnen is onse gantz vruntlick begeren u ersaemen willen in savour van justitie, allen moegelicken vlijt aldair bij u ersaemen ende up anderen oirden anwenden daer mit die voirseide hantdadigers (die wij verstaen in desen landen omme tsweven) in handen gelengen ende ten exemple van anderen nae hoere begangene daet ende moort gestraft moegen worden, doende u ersaemen hier mede den Almechtigen bevelen. Datum ylentz den 21en juny anno 1580.

Burgermeisteren, schepenen ende raeth der stadt Campen.

Nummer 41

Ersaeme und vursichtige besonders goede frunden. Wij schrijven bij brenger van desen aen den scholtis van Doernspick und richter vant Oldebroeck then einde sij achterfolgende die patent sijn genedige ires amptz ondergehorige huyssluyden daer her halden om die opmakingh der grafften und wallen tho helpen doen und dat sij u luyden sullen verstendigen wes sij tho doen gemeint.

Und belangende dat placaet der geestlicker guederen etc. datselve is generaell inder fuegen dat alle guederen so waell der vicaryen alls andere daeronder begreepen worden.

So voell ferner betrefft die uutgeweekenen so uut Elburch alls Campen etc., daerop sullen wij u luyden ter allereerster gelegenheit thoverlatich schrijven und wij bevelen u hiermit den Almechtigen. Geschreven to Arnhem den 21en juny vijftienhonderd tachtig.

Die raeden des furstendoms Gelre und graeffschaps Zutphen.

J.M.W. Sluijsken.

Nummer 42

Erentfeste achtbare gebedende heren und guede frunden. Also u eersame wijsen is voirgekomen solde zijn die roggerente der coventen in u eersame wijsen stadt gehorich, af to willen lossenn ende bedanckhen u eersame wijsen der guden togenegentheit mij voir mijnen schadenn wairschouwende, des mij ieder tijt seer tho verschuldenn, dan kan u eersame wijsen nitt verhalden dat ick mit den pater sal muten verdragen van die verschrevene renten so veer u eersame wijsen oick dair op itwas tho seggen hadden wolde ick wel dat mij sulkes strax op mijnen kosten worde verstendigeth, op dat ick wust wair ick mij na hadde tho richten, sulx will ick van u eersame wijsen in groten danck annemmen ende mij verplichten tot behoirlikhe danckberliken dienst ende fruntschap. Godt der heer erhalde u achtbaren wijsen in geruster lanckwaliger regerung, Datum Campen den 22 juny anno 80.

U achtbare wijsen gantz denst und fruntwilliger,

O. Gansneb genant Tengnagell.

Post data.

Ick kan u eersame wijsen gans tidung nieth bergen we dat den Mastebroeker buiren weder tot gehoirsamheit van ridderschap ende steden gebracht ende wij van Hasselt genochsam versekert. Die viant is ergister nacht uuth die Drente op gebroken na Groningen up hope van den dan[] ende Delffzil to bekrigen. Mit Steenwiech samen wij nu traetaet. Godt verlene zunne segen, Datum [ ] []teris.

Nummer 43

An den ehrsamen rhaett der statt Elburck mijne groottgunstige gebiedende heeren.

Godes genade doer sijnen eenigengeboren sohn Jesum Christum onsen heylandt und warachtigen helper met al het gene wes ick vermach te voor. Ehrbare, wijse, groottgunstige heeren, diewijl het in allen wel angestelden gemeinden gebruyckelick is, und oock Godt selvest trustelick beveelt und hebben will, dat die dienaers göttlicken worde met den van der gemeinde daertoe verordneten olderlingen well toe siehn sullen, dat den bans der gemeinde noch doer falsche lehr noch quaet exempel behindert offt gantz vurgestoken werde; soo heb ick van wegen mijner dragenden ampts nit sullen noch können underlaten u wijsen te advertieren, dat ick dese vorleden dage hebbe vernohmen hoe sommige doch gutthertige luyden so binnen so buyten onser gemeinde alleen door medelijden beweecht zijnde, daerover uth syndt, dat sie M. Eberhardum gere in onse reformierde schule promovieren wolden, ende darom oock hefftiger anholden bij u wijsen diewijll nae het advuys ende oordeel der laetsten geholdenen synodi tho Hardewijck up andern plaetze die neffenschulen affgeschafft ende oock u wijsen besonders van den synodo sulcks te doen vermaent ende gebeden is worden. Hett is well recht ende in desen guden luyden te prijsen, dat sie met haren naesten medelijden hebben ende denselven gern voorstaen wolden doch sol man altijt die barmherticheit also temperieren dat nit begerhet en werde dat tegens die ehre Godes und gemeinen welstand strijdet, want ons alltijt mehr angelegen sal wesen die nuttecheit plantinge und upbowinge der gemeinde, dan het kleine profijtt dat eenige person hebbe mochte. Angesiehn dan wij een reformierde schull doer Goder genade hebben und met sulcken mannen versiehn sijndt die der jeuchde gemach

43.2
doen konnen; so acht ick het nit alleen unnoedich, maer oock sehr schadelike te wesen, dat man met eenen sulke man die tegen die ware relegie is und derselven gantzlick gehn wetenschap hefft (die welcke allerwegen affgesett werden) onse schule wolde belecken; doch sijne person angaende kan ik hem noch prijsen noch laken, diewijll hie mij niet anders dan van ansiehen bekant is. Nu weet u wijsen well dat die schulmeesters in reformierden gemeinden veel anders moeten gedaen wesen dan die papistischen, te weten, dat sie onder haren jungen nae harer gelegentheit behoren theologi te wesen und die [ …] christliker lehr im catechismo versahtet te meten, dat sie darnae dieselvige van anfang in die jeuchde platen moegen; hoe M. Eberhardus sulcks doen kan geve ick u wijsen te bedenken und bidde underdanich dat geen ergernisse to gelaeten werde. So is dit oock het gebruyck in allen wel angestelden und reformierden gemeinden dat niet alleen die kerckendienaers maer oock schulmeesters dat pausdom verlatende und om dienst bij ons ansoekende te voor beproefft werden, off sie in ser religie rein sindt off niet, und off sie oock haren voorgaenden erthum te wederroepen bereyt sijndt, ende leken oock sick dem examini wollen underwerpen up dat man versekert sie dat sie met geenen ketterijen behafftet (doorh.: onleesb.) und om te dienen bequaem genoech sindt. Darnae so siehn wij oock menichmael dat vader den religions verwaicken eenige twist ende gekijff daer den satan onser aller vijant gesegt werdt hoe veel mehr sol hie sulckx int werck stellen können als personen in der religion stridich eenerhandt officie ende schuldienst bedienen solten? Want het niet moeglick is dat Ismael in den huyse Abrahams wonende. Isaac kan sonder te bespotten ende klachen te laten. Oock hebben u wijsen wel te bedencken off het nit noediger waer, dat man nach eenen fromen gottsaligen dienaer des wordes trachtede (diewijl mij den dienst somwijlen schwaer falt ende mij niet möglick war denselven te volfuhren als eenige cranckheiden solden infallen) als dat man noch eenen

43.3
schulmeester ordenieren wolde daer die schul wel versiehn is met personen und godsaligen mannen, also dat man des derden niet en behoefft und den kosten wel sparen kan. Dit heb ick also guder meininge om des gemeinen besten willen u wijsen up ditmael sullen furtragen met onderdaniger bidde, sie wollen mij sulcks nit quellick affnemen; want ick hier mede so daertegen geschien solde unde daeruth ungemack erfolgde, mijn consientie gescyet wil hebben. Hiermede doe ick u wijsen beveelen der bescherminge des Heeren die welcke unse hert verfulle met den geest des wijsheit, des verstandes und des rhades, up dat alle V.W. regierung die u tot loff und prijss des namens Godes und beforderung des heilige evangely oock upbouwinge sijner gemeinde. Amen. Datum Elburch 29 juny anno 80.

U eersame wijsen,

underdanich gehorsam dienaer,

Jacob van Weed.

Nummer 44

Ersame unnd vursichtige besonders ghoede frunden. Nadem opten jungst gehaldenen lantdach verscheiden punten geproponiert sijn dairvan etlicke geresolviert sijn worden und etlicke alnoch angeresolviert sijn verbleven unnd dan die hoge onvermijdelicke noot alnu erfordert dat die alnoch ongeresolviertte puntten wederom in deliberation genaemen und affgehendelt werden moegen. Demna is ons gesinnen dat ghij luyden wederom bij die plicht und trow daermede ghij luyden dem geliefften vaderlant verbonden als oick bij verloss derselver stemmen tegens den achtienden itzlopendess maentz des aventz alhir binnen Arnhem durch derselver gesanten mit volcommene volmacht ende op die vorige punten wael geresolviert erschijnen om folgendes daechs omtrent negen uren precise die alnoch anaffgehendelte punten niet allein in beraetslagungh tho nemen, und thot heil gemeines vaderdans tho sluyten dan oick noch ferner anthahoeren alsulcke proposition als in naem und uut befelich der generael staten durch derselver affgesanten alss dan vurgedragen und geproponiert sal worden, daerop ingelicken tho beraetslagen und tho resolvieren. U luyden niet verhalden die selve erschijnen alss dan ader niet dat wij glicke wael die resolution der erschijnende in sulcken vigeur und crafft halden und oick executieren sullen laten glick off die bij gemeiner stemmen der alinger lantschap genoemen weer, alsoe wij u luyden hierbefoerens angeschreven om arrest ende annotatie tho maken van den genigen die sonder (doorh.: onleesb.) erhefftliecke oirsaken dese landen als ir vaderlant verlaten hebben und mit den vyant parthij dragen. Demna begeeren wij dat ghijluyden ons schryfftlick verstendigen wat bij dieselve daeran gedaen sij. Mit befelungh dess Almechtigen. Geschreven Arnhem den 4en july vijftienhonderd tachtig.

Statholder und rhaden deses furstendoms Gelre und graffschap Zutphen.

J.M.W. Sluijsken.

Nummer 45

Erentfeste ind frome gunstige guede frunden, der afscheidt dess lesten gehaldenen quartiersdachs nae belangende tinfueren der generale middelen seynden wij u eersamen (doorh.: copie) extract om deselve anstandt int werck testellen. Mit bevelungh dess

Almechtigen, geschreven den 8 july 80.

Burgemeisteren schepenen ind raidt der stadt Arnhem.

Nummer 46

Eersame wijse voersichtige insonders gunstige guede vrunden. Wes ons onse medeburger Werner van Vorden toe kennen gegeven ende versocht (betreffende zekere u eersamen citatie an hem gesonden) hebben u eersamen uth inverwaerte sijne supplicatie gunstichlick wijders toe vernemen, ende om den redenen daerinne verhaelt. Is onse vruntlick begeren, u eersamen willen hem den versochten tijt ende uthstellinge van veerthien dagen na data deses tegenwoordigen achtsten dachs july to vergunnen om middeler tijt sijn bescheit an der hant to krijgen ende nyet overijlet tworden, Sulx ende alles guedes verlaten wij ons gantzlicke tot u eersamen die der Almechtiger lange gefristen moet. Datum den achtstem dach july anno 1580.

Burgermeysteren schepenen ende raedt der stadt Campen.

Nummer 47

Ersame wijse und vuersichtige gunstige guede frunden, wat deheer Frederick van Boymer, die mede in Brabant geweest biden staten generael operlacht is, dese lantschap vuerte draegen daervan hebben wij niet wyllen laten u ersamen copie uitte deylen, [..] de mitten anderen daerop te communicieren. Is demnae onse frundtlicke begeren, dat u ersamen rijpelick daerop wyllen letten ende opten anstaende lantdach geresolviert tkonnen, sulcx hebben wij niet wyllen laten te verstendigen, u ersamen die den Almechtigen lange waelfaeren behuede. Geschreven den 10 july 80.

Burgemeisteren schepenen und raidt der stadt Arnhem.

Nummer 48

Den gedeputeerden dezer lantschap op Antwerpen gewezen zijnde inde vergaderinge der staten generael aldaer ende verstaen hebbende verscheyden voergevallene zwaricheyden niet accorderende metter resolutie ende intentie dezer lantschap ende dat oick op eenige poincten niet eyntlick was geresolveert hoeft goet gedocht deputeerde Frederick van Boeymer affte veerdighen tegens den 21en juny aenden gedeputeerden dezer lantschap die vermoegens den affgescheyt in maie lestleden binnen Arnhem zolden hebben vergadert ende dvoirseide zwarichheyden met hun te communiceren, omme bij voergaende quartiersdagen naerder te moegen weten dezer lantschaps menonge. Zoe dan die gedeputeerden alhyer niet gevonden, heeft opgemelten Van Boeymer dientlick eracht in affwezen des wolgeboren heren stadtholder dit zelve den heren rhaeden te kennen te geven ten fyne van te delibereren oftmen den gedeputeerden daerop verschrijven zolde oder hoemen am besten inder zaicken zouden handelen und is voer raetzaem aengesien te verwachten des wolgeboeren heren stadtholders aenkoempste om met zijn genedige te communicieren.

Den welcken achtervolgende eeft Boeymer zijn genedige overgelevert deze naevolgede articulen.

Inden eersten dat idt begeren der staten generael is dat die bewillichte tweentachtentich duysent gulden inder yle opgebracht moegen werden.

Dat geresolveert is, den lantraed ten vermoegens tanderen tijden overgesanter instruction toe engeren, totten getal uuyt yder provincie als bijde zelve instructie ge-

48.2
geprescribeert ende dat bij provisie uuyt den zelven lantraedt 8 oder 10 persoenen over Maes ende Schelde resideren zolden bij forme van delegatie buyten lantraedt gecommitteert, die in crachte van zeeckere ample ende brede instructie op aenvallende zaicken zouden moegen disponeren, die souveraniteyt des zelven lantraedts blijven bijde ghene die neffens oder omtrent der hoger duericheyt zouden resideren.

Dat die lantraeden gecommitteert zolden werden buyten geunieerden provincien ende sich daer in onthoudende goede patrioten.

Dat zij niet langer zolden dienen als een jaer ende daer nae een jaer stilsitten aleer wederom aengenomen te moegen werden.

Dat die lantraedts (doorh.: br) voer teerste halff jaer bijden provincien daeruuyt zij gecommitteert gegaigeert zullen werden een yder nae sijne qualiteyt ende dat bij zeecker extroordinarys middel ter tijdt dat andere generaele ordre daerop gestelt.

Dat oick geresolveert ende gearresteert is een nieuwe collegium op te richten dat geheten zal worden die Camer vander Finances vande staten die hebben zullen idt beleyt van allen zaicken beruerende contributie vanden provincien die domeynen blijvende tot dispositie van een yder provincie ende dat in dezen collegio gecommitteert zolden werden uuyt yder provincie een.

Tadviseren op die verclaringe bij die van Hollandt ende Zelandt gedaen van hoe verre zij hun den lantraeth gedachten te submitteren.

48.3
Opt poinct vanden hartoch van Anjou naerder te resolveren zoo op ten lesten landach anders niet gesacht dat datmen die zaicke suspens dragende zoude houden.

Opte obligatie daer bij den lantraedt die provincien int generael ende particulier zoude moegen verbinden in val der nooth ter somme van hondert duysent karolus gulden eens.

Opte bijden eertzhartoch ende staten generael versochten continuatie vanden maentlicke contributie voer noch ander 2 oft 3 maenden met vaste belofte van daer nae die repartitie deser lantschap in aller billicheyt te willen moderen is hier nae aen provincien gesien om continuatie van eene maent te weten voer die maent van julio.

Oick tadviseren opten iegen bericht bijde tot tresorier Dirrick van Beecken, der gedeputeerden tot Antwerpen ydtz gedaen ende schryfftelick overgelevert, belangende die bij hem gepretendeerde 4898 karolus gulden 18 stuver gesien oft men hem niet zoude connen assigneren op te generale middelen.

Insgelycx hoemen geraecken zullen tot resitutie dezer lantschaps obligatien vanden leste bewillichte vierjarige schattonge. Zoe die cooplueden dreygen dzelve obligatien bij arrest op enige persoenen int werck te willen stellen ende langer gheen patiencien ende gedencken te hebben. Te considereren dat vandie voerseiden schattonge noch wel hondert 24 gulden resteren te betalen, die voer eerst den coopluyden in betalinge te moegen geven.

48.4
Omme te fourniren twe hondert duysent gulden tot betalinge der garnisoenen binnen Bruyssel Mechelen Ninillis Vilvorden ende enighe ruyteren alhyer is goet gevonden bijden staten generael die convoyen ende licenten vermoegens nieuwe opgerichte lijsten etlicke cooplieden in handen te stellen.

Nummer 49

Memorie voer heren doctor Boeymer, den zelven gegeven van wegen here Hans Paulus Herwaert ende andere geinteresseerde crediteurs vanden hartochdom, steden, lande ende gemeynen ingesetenen van Gelderlandt ende graeffschap van Zutphen.

Inden eersten zal den voirseide heren doctor gelieven inden landach ende vergaderinge der staten des voirseide lants van Gelre den zelven staten te remonstreren hoe dat die voirseide here Hans Paulus Herwaerts ende zijne mede consoorten hebben mette zelve staten genegotieert van inden jaere vijftienhondert drierenzeventig ende tot subsidie vanden voirseide lande grote somme van pennigen getelt ende geleent daer aff zij alnoch onbetaelt staen vande somme van twehondert en entnegentich duysent sevenhondert twelff libra 18 stuver 6 duiten volgende dobligationes daer aff zijnde in handen des voirseide Harwart.

Ende hoewel die voirseide heren geinteresseerde crediteuren yesedeet diversche sollicitatien hebben gedaen aenden voirseide heren staten van Gelrelandt zoo inden selven lande als hier binnen Antwerpen aen hun gedeputeerden soe bij requesten minnelicke interpellatien ende andersins.

Dat nochtans dzelve heren geinteresseerde crediteuren met zoe vele en hebben connen becomen datmen met die zelvige zoude hebben willen affreeckeninge doen aengaende die verlopen interesten die hun bijde voirseide obligatien nochtans tegens twaelff pro conto zijn toegesecht ende voer nun datmen op die capitale somme enighe betalinge zoude hebben willen doen.

Waer dat arger is schijnen den voirseide geinteressseerden crediteuren debat te willen moveren aengaende die resterende quantiteyt van hunnen credite ende pretenderen dat

49.2
daer aen zouden moeten corten alzulcke pennigen als in voerleden tijden den here van Hierges hun zoude affgedrongen hebben tot betalinge vanden volcke van oirloge van sijn regiment ende andersins.

Die welcke die voirseide heren geinteresseerde crediteuren geensins en connen voer goet aenhouden oft vinden alzoe meer dan onredelick ende onbillick is dat dvoirseide heren staten zouden betalinge connen doen met penningen die hun crediteuren niet en hebben geprouffiteert noch van tminste vandien daer mede hun voirseide obligatien (doorh.: niet) niet en hebben connen geextingueert betaelt ofte voldaen worden.

Maer deur dvoirseide heren geinteresseerde crediteuren waren over vele jaeren veroorsaeckt gewest hunne voirseide tachterheyt ende betalinge van dier te vervolgen bij wegen van rechte ende bezonder bijde middelen hun onder stercke ende rigoureuse verbontenissen bijde voirseide der heren staten obligatien toegelaten ende geoorlooft.

Ende niettemin om den zelven heren staten alomme eygene oirzaicke van beclach te laten ende omme dzelve des te meer te bewegen dat zij alle devoir ende neersticheyt zouden doen omme den voirseide hunne crediteuren behoirlicke satisfactie te doene tsij bij middele vanden heren vanden financien, alzoo zij verhoepten dat dzelve die voirseide hun affgenomen penningen zouden goet doen ende opte zelve hope den interesserden crediteuren op mennichfuldige interpellatien hebben uuytgestelt ende te vergeeffs getroest tsij andersins bij enighe andere middelen tot volle betalinge vanden resterende tachterheyt.

Zoe hebben die voirseide heren geinteresseerden crediteuren tot noch toe int vriendelick hunne betalinge allesins gemanet ende vervolght gelijck zij alsnoch hebben gedaen aende voirseide heren doctoor Boeymer ende andere

49.3
gesanten vanden voirseide lande van Gelre tegenwoirdich wezende binnen dezer stadt.

Maer alzoe diezelve nu ter tijdt bevinden ende bij experentie van vele jaeren tsedert vercopen hebben geleert gewest datmen hunne beleeftheyt ende goede pacientie is misbruyckende, zoe is dzelve hunne pacientie daer deur ten lesten geirriteert geworden ende zij lieden geresolveert recours te nemen totte middelen van heure voirseide obligatien.

Bidden daerom den voirseide heren doctor Boeymer dat den zelven gelieven wille allet ghene dat voirseid is den voirseide staten in hunne vergaderinge aen te geven. Oick dzelve te vermanen dat zij willen indechtich worden hoe ende in wat manieren onder welcke ende hoe starcke verbuntenissen zij hier ende hunnen gemeyne ingesetenen met renunchiatie van alle ende ygelycke middelen van exceptien doende enichsins ter contrarien hebben verschreven ende ande voirseiden hunne crediteuren verbonden.

Ende dat zij hun voertz verzeeckert zouden, dat die selve heren geinteresseerde crediteuren tselve daer bij niet voerder en zullen laten, maer dzelve obligatien willen gebruycken ende te wercke stellen ende dat doende hunne betalinghe rechtelicken vervolgen bij [.]aeste vande persoenen ende goeden vande ingesetenen vanden voirseide hartochdom van Gelrelandt ende graeffschap Zutphen, waer ende tot wat plaetzen zij die zelve zullen weten te becomen oft tachterhalen, ende bezonder onder alzulcke gerichten aldaer zij wel verzeeckert zijn dat noch bij faveur noch bij dissimulatie uuyt enighe particuliere respecten die institie hun niet en zal geweygert worden.

Dat nochtans die selve heren crediteuren tselve niet geerne en doen noch hun tot zulcke rigeur en [ ..] begeven maer liever zagen dat voirseide heren staten

49.4
hun in enich debvoir stelden om hun satisfactie ende daermede hun zelve ende hunne ingesetenen van varder costen ende schaden verhueden ende beschermen. Stondt onderschreven Hans Paulus Herwaert.

Nummer 50

Erentfeste ersame wijse und vursichtige gunstige goede vrunden. Naer aller behoirlicker recommandation kan ick u ersamen onvermeldt nyet laeten, welcker gestalt ick durch zekere loeffweerdige conschappen bericht zijn worden, dat vuer gewisselick der viandt alle listige und heymelicke practicken int werck stelt, om einige steden in dezen furstendomb Gelre tzij durch den burgeren, soe zij op hoire zijde moch moegen hebben, oft anderen bouren in toe nemen, wairomme noedich in tijtz dair inne toe versien, und sulx vuertoecomen, is mijn begeren u ersamen geliven wolde goede dach und nacht wachte op allen oirden und plaetzen, dair sulx noedich uuyt toe stellen, und op den uuytgaenden und incomenden man goede toeversicht gedragen mach worden, ten eynde der erffviandt mit geene brieven oft anderssins mit ennigen burgeren etliche heymelicke practicken int werck stelle, om alzoe alle inconvenienten die daer uuyt solden moegen verrisen vuer toe comen, twelck ick u ersamen uuyt goeder vertrouter meynongh nyet heb kunnen verhalden, waer ick u ersamen in ennigen zaecken dienst ertzeigen kan, sullen die selve mij yder tijt willich und bereyt vinden. Ken der Almechtiger die u ersamen in lanckwalfarende gesontheyt vuer alle oevel gefristen. Datum Arnhem den 13 july 1580.

U ersamen und lieden gantzgnstiger vrundt,

J. Hegheman.


Nummer 51

Gunstighe lyve oem, ick en kan u lieve neeth verbergenhen woe dath onse nychte van Lynnyp van Zutphen myth haer man hyer gheweest is ende hebben myth Tengnegel van tkloester weghen tho doen van sinnych (doorh.: achterdo) achterstedyngh welck bij veranstrackungh beloeft is up sekeren tijth tho accordiren. Soe is haer vruntlyck bydden an mijn heeren den magistraet van der Elburgh dath sij den drost ex officio vermanen dath he up des paters versoeck neet voert en vare nae luyt it leste placcaet ende u lieve geen hynder hyer is (doorh.: onleesb.) en doe ende mede om Tengnegel schriven dath he geensins myth tkloefter ofte imant vant kloesters weeghen verdraeghe ofte an haer en betaele want is [] ten heeren geen betaelynghe vertrecken sal noch verbrach want Lynnyp myth de heeren bynnen 12 daeghen van hoef summe ende achterstedych wyllen verdraeghen. Hyer mede den Heeren bevoelen. Groetet mij doch alle guyde vrinden, mijn vader voer eerst ende susteren. Uth Aerhem den 22 july anno 1580.

U lieve gunstighe neef,

Henryck van Curler.

Nummer 52

Eersame und vursichtige besondere goede frunden. Alsoe Jacob van Elden ende Alphert Brinck onlancx bij ons gecommitteert zijn tot inventarisatie van allen kerckengoederen gelegen in allen steden ende plaetsen des Aernhemssche quartiers als bij oire comission ende instruction wijders tho venemen de wijlle den voirnoemde gecomitteerde bijde voirseide oire instruction opperlacht is, in elcke stadt twee uuyter magistraet tot oiren assistentie te versoecken. De wijlle oick Caerlen van Gelre ( die oick tot oirer assistentie gecommitteert was) om merckelycken oirsaecken nu nyet gelegen is op ditmael dair tho toe vaceren. Soo is ons ernstelick und vruntelicke gesynnen dat ghij luyden nyet onderlaet twee persoonen uuyt uwe collegio te nomyneren und deputeren om den voirnoemde Jacob van Elden ende Alphert Brinck tho assisteren soo inde inventarisatie vanden voorseide kercken und cloistergoederen als oick int tracteren oft accorderen mette overgebleven conventualen, voorts in alles wes tot voltreckong vanden voorseide oire commissie ende instructie van noode wezen sall, op dat bij gebrecke van dyen soe christelycke und godsaligen voorgenomen werck nyet verhindert worden. Hier mede u luyden int schut des Almachtigen bevelende. Uuyt Aernhem den 27en july 1580.

Die verordente rhaden int forstendomb Gelre und graeffschap Zutphen, uwe gunstige goede vrunden,

J.M.W. Sluijsken.

Nummer 53

Erentfeste eersaeme wijse discrete vromme gunstighe vrunden. Alsoe ick u eersamen missive ontfanghen unnd inhalt van dien genoochsaem verstaen hebbe, kan ick u eersamen ter vruendtlichen andtwoirt nyt bargen als dat ick u lieden tot u lieden gesinnen unnde wille een roth goeder schutten overseynden sall. Ick solde u lieden algerede dselvighen en ordonnere me unnd voortz a novo mandamenten aenden scholtus overseyden hebben. Dan versocht sijnde mijn nhaer Bommelerweert inder ile hebbe moeten verfuegen alwaer die viandt met gewelt in tho raecken van menonghe was dan hem [ ] gecesseert hebben also dat zij ytsonder van alsulcke quade intentie gefrustreert zij. Voortz belangende den viandt bommen int lant ben ick in erfaronghe gecoemen dat gij meerder op enen verloop stadt als gemonstert tsullen worden. T welck ick u lieden nyt hebbe willen bargen, soe ick u lieden oock dienstlich wesen can sullen mijn altijdt bereyt vinden. Mit bevelch des Heren. Raptim Armhen desen 23 en augusti anno 1580.

U eersamen lieden dienstwilliger,

J.Hegheman.

Dwiell mijn heren noch dan ghene knechten begheren, sall ick u eersamen dselvighe nyt thoe seynden alleer u eersamen a novo wederom delibereert und dselve tho hebben gesinnen sullen gelick ick uut leste schrivent wederom verstaen hebbe, dwelcke soe u eersamen begheren sullen myn daervan twe ofte drie daegen te voeren adverteren wandt die ordonneren men ytforder op ene andere plaetse is.

JH.


Nummer 54

Erenachtbare vorsienige wellwijse discrete heren, ick kan u lieden niet bergen, dat ick schrieven van dieselve gedaen entfangen, verlesen und die meininge verstaen hebbe, doen mij ore desselven fruntlich bedancken, dat u lieden mij voor schaede warschouwen.

Widders kan ich u lieden nit verholden, dat ick verleden tijt als mijn her prins S []yeall ther Elburg lestleden gewesen, in biewesen des predicanten Jacobi gereckent hebbe myt der werdinne. Also, dat ick haer doen ter tijt schuldich sijn bleven 22 guldens, daervan enen gulden solde voer een halter die sij mijn verlooren afgetogen worden, darvor ick haer dat peert mit saddels und samet tuch und tider, ein par niew bussen, een niew par stevellen und spoeren, patron koocker und polverflesse, ock ein halter in stadie gelaeten, haer expresselicken bevelhende, dat selve perdt terstondt in een weide tho besteden, und mit geener havern langer the foederen, als u lieden und genedigen van denselven Jacobi den predicant aldaer well sullen verstaen.

Dweill nu u eersamen und genedigen bij sich selven well weeten dat nit moegelick een peert in der weyden viertig guldens tho verteren, ick mij ock daerin beswaert finde, dweill ick tho verscheiden tijden daerom (voor ende nae die schlacht, daer ick doen bij gewest) gesonden und geen antwordt entfangen ock niet veelle geschefften bemoyt gewest, als ick oock noch byn, dat mij selve daer tho kommen niet moeglick.

54.2
Soe is mein vriendelick bit und begern u lieden und genedigen willen deese saeck in meinen affwesen aen nemen und erkennen bij sich selffes wat een perdt in sodaener tijt in wayen off gras tho eten sowde moegen, vertert hebben, wat u lieven und wijsen darvan erkennen, datselve ben ick willich tho betallen dan dat datselve perdt soude 15 gulden vertert hebben in gras, dunckt mij niet moeglich the sijn. Beger hierbeven men wille mij tselve pert met desen bott alhier int bontte pert off tho Amersfort bij Thonis van der Bons thoschicken. Beger tselve nit tho entfang die waerdinne sall thovoren van alles wat u lieden und wijsen erkennen schuldich tho sijn tho betallen und tho danck tho vergnoegen, sovern die wedinne daerbooven moetwillig soude voortfaren, mij in wiedern schaeden tho brengen, werd ick veroorsaeckt sulcks aen haer offt den haerren tho verhaellen daer nae sie sich tho richten, dat u lieden haer morgen aenseggen, und dat u lieden und wijsen hier in mijn beste doen werden vertrost ick mij gantzlick tho dieselve und wil sulcks bij nacht und dach gern wederomb verdienen. U lieden und wijsen hiermede den Heren bevelhende. Actum am 25 augusti anno 1580.

U eersame und wijsen goetwilliger in alle wat ick vermach,

Wolter van [Wateringen Enckhusen Riteneyster].

Nummer 55

Eersame voirsichtige besundere goede vrunden. Alzoo inde leste rekeninghe gedaen bijden erffgenamen zaliger Gedeons vander Hoeven vande vier jarighe schattingen inden jaere 1500 tzeventich ingewillicht verscheyden restanten der zelver vierjarighe schattinge voer uutgeven gepasseert zijn, welcke restanten die heeren van de rekeninghe alhier Thomas Gramaye itzighen landtrentmeister opperlacht ende expresselyck bevolen hebben met allen vliet te voirderen und van zijne diligentie te bewijsen op pene van in zynen ontfanck daermede belast te worden. De wijlle dan onder andere noch die schatbeurders der stadt Elborch oire restanten noch nyet voldaen hebben nyet tegenstaende verscheyden maninghen und voirderonghen die de voirnoemde landtrentmeister te voirens daeromme gedaen heeft. Soe is ons ernstelyck gesinnen dat u eersamen den gewesenen schatbeurders der voirseide stadt Elborch wel scherpelyck van onsen weghen bevelet dat zij binnen veerthien dagen na ontfanck deses die restanten inde bijgevoechde verclaringhe vermelt in handen vanden voirnoemde landtrentmeister betalen alhier binnen Aernhem, oft met guitancie oft ander behoirlyck bescheydt betalinghe bewijsen aen die verordenthe vanden rekenkamer alhier tAernhem, op datmen eens

55.2
weeten mach aen wien die penningen betaelt zijn, op pene soeverre iemande van dien in gebreke wesen sullen die voirseide restanten te betaelen oft betaelinghe te bewijsen, dat men alle de voirseide gebreckelycken reellyck ende metter daet daer voer executeren sall aen henren persoen ende goede soo met schutten als anderssins hier mede u eersamen int schut des Almachtighen bevelende. Uuyt Aernhem den 2en septembris 1580.

Die rhaden des furstendombs Gelder und graeffschafft Zutphen,

J.M.W. Sluijsken.

55.3
Die stadt Elborch restiert noch inde vierjarighe schattinge de somme van - - - driehonderd vierendertig libra.

Nummer 56

Erentfeste eersame gunstige heren und gute frunndten. Wij hebben u ersamen brieff empfangen und sullen denselven te gutlicher antwurtt nit verhalten fur unser personen (als insunderheit der Veluwen geneigt, soe ten hopen dat vorgenoemd antwurtt van der reden dar up folgen sall) dat dweil de ruuter und knechten keine commission noch patent van unsern gnedige heren stadthaltern, noch dero verdinten umb hichte tho kommen empfangen tho dem herdurch unser gantsche leger van den andre gete[..] und also der ander ein bose exempel geven und ander inconvenienten hir ath tho (doorh.: onleesb.) behalvenn allen schaden de wij sonsten heruth tho besorgen solten hebben.

Wij nit kennen vestene dat de ruuters und knechten over sollen gelaten werden, derohalben wij an den heren van Stockum Steinberg und Hill und Bummen geschreven se crolten hierinne solche verschinge doen: als in de gemeinen sachen und unser wolfarth am besten sein solte damit wij u ersame lieden dem Almechtigen bevelen. Datm Arnhem dem 10 septembris anno 1580.

U ersame lieden gewillige,

Hens Voeg, Jacop van [….].

[…].

Wij begeren u ersamen wollen insgleich all anglich flyet anirenden tho dem versseide enden.

Nummer 57

Erntfeste besunder soegunstige goede frunden.

Alzo ick bij seeckere comtschoppe vernoemen ende verstaen hebbe datte vande unse zijde zo ruytteren ende knechten althtus in vrijeslandt zijnde meerder geneegen zijn om den viandt den rugge te keeren ende hoer weeder op Veluwen geerne solden wilden fervoegen.

So ist nochtans dat woe [ .] altesoen (als ick nyet twyeffel) wel bewost is met wat groetten gelde jae andere verderffelicke coste die voergleiden, und uhr Veluwen angedaen hebben ende het te bedochten is dat het met deese (zo sij upVeluwen quamen) nyet voel beeter toegen solde. Ende om datmen up alles wel billick goede toeversicht begeeren te hebben: So is deesen mijn fruntlick ende denstlick begeren u lieden uwe veer ende schuytten wel willen bewaeren jae ock goede wacht holden, ten fyne datter geenen (doorh.: onleesb.) overval in Veluwen en geschyedeoe [.] alle schytte vallyieo (des noet zijnde) inden gront boeren.

Want ick ock algereede aen joncker Wolter van Boenenborch ende aenden cappitein [vet jurs] te Hattem liggende algereede de mennegen geschreven hebbe, verhoepende u eersamen in deesen doen sollen naer bejoen. Godt bevoelen keytien aerhen den10en septembris 1580.

U eersamen gehele gansgunstiger,

J. Hegheman.


Nummer 58

Ernveste fursichtige achtbare und wijse, negst wunschunge Gottlicker genaden, bij u achtbare wijsen unse willige dienst und alles guedes bevorens. Groettgunstige lieve heren und frunde. U achtbare wijsen schrivent deses dages datirt, hebben wij entfangen, inhalts verlesen, ock als baldt so voelle erkhundiget datt tuschen Hattem und hier gantz giene punthen dan alleine tho Wije ein klein swellhalseken voerhanden, daer allein ein koey offt ander bist offt vier mede avergesettett mag werden dwijll averst sulckes offt sonst andere schuitten so noch umb derselven gegenheit sijn möchtten voelle beter up Hattem den stroem hinaff dan hieher te brengen weren. Twijffelen wij niett u achtbare wijsen werden sulckes an denselven ock hebben kommen laten unnd werden wij unsere puntten und anders so tott deser saeken nodrufft erfordert werden mochtte ock in gueder achtung nemmen unnd tott des vaderlandts beste an unserm möglicken vlijtt niet ermanglen laeten sonsten datt vehr und puntte tott Kaeten belangendt werden wij berichtett datt sulcke albereit under Hattum gebrachtt und werwaertt werden.

Sollen forder u achtbare wijsen gueder tijdinge niet verholden datt unser barden einer diesen morgen van Campen kommendt uns gesagtt hefft woe dat hie gesien datt der graff van Hohenloch met 25 fandlen knechtten (darunder stuvers und der engelschen und schotten regimenten mett noch 5 hundert ruittern) int Mastebroecks avergeschept, und umb Swolle te enttsettenn gerietschap maeckles der heer der heerscharen wolle den viandt des gemienen vaderlandts tott fijnes naems ehre willen stuiren, und aller bloettdurstigen zuslage te niete maecken. Doende u achtbare wijsen hiermede in die gnedige bescherminge des Allmachtigen befelhen. Deventer den 19 septembris [...] 80.

U achtbare wijsen indertijtt dienst und frundtwillige,

Johan Krijnck, Rijck Reeffs end andere patriotten.

Nummer 59

Ersame unnd vursichtige besonders goide frunden.

Mauritius Greven bestalter rendtmeyster aver des conventz guederen aldaer geeft unns schrifftlicken tho erkennen wie der drost Bentinck vur die schattunghe der verleden jaren gependet hebben an der beesten, so op des conventz landt geweidet worden, und dat (doorh.: ong) u aangesien sijnen schrijven die schattinghe deses jaers gepresentiertt sij, hij die beesten niet hebbe willen volgen laten ferner en infallt des vurangetugen schrijvens.

Dewiell wij dan oick onder anderen verstandenn dat die procuratrix deselven conventz den vollen ontfanck der jaerlyxe inkompsten daher dese schattinge restieren solde gehadt. Demnae ist dat wij u luyden mitz desen authorrisieren om die procuratrix vurtho bescheiden und haer niet alleen die rekenungh ires ontfancks unnd uutgevens affthoferderen unnd die behorlicken wijse tho versienen und tho liquidieren dan oick in vall van weygerungh haer daer tho te halden.

Wij schrijven oick an den drosten Bentinck then einde hij die gepeindete beesten mitz ernst ontfangen hebbende der schattunge deser jars volgen laten thoe dat die erkeninghe der procuratrix verheert sal sijn und wij befelhen u luyden hiermit den Almechtigen. Geschreven Arnhem den 22en septembris vijftienhondert tachtig.

Die rhaden des furstendumbs Gelder und graeffschafft Zutphenn.

J.M.W. Sluijsken.

Nummer 60

Ersame wijse und vursichtige gunstige guede frunden. Also wij tot dienst des gemeinen vaderlandts, uutt hoeger aendringen der noitt ein quartierdach uutgeschreven gehatt, den 15 septembris lestleden bynnen deser stadt tho zijn, welche dach bij seer weinich persoonen versocht worden, weshalven der dach, tot onsen groeten leetwesen onfruchtbaerlich affgegaen, derwegen wij genoediget worden myt advys ende verweten der hern cantzler ende raden (die de gemeine saecke gern gefordert saegen) een nyhen quartierdach uut tho schriven.

Is demnha onse frundtliche begeren ende tot dienst ende wolfart des gelieffden vaderlandts, ernst gesynnen, dat u ersamen niet onderlaten willen (so lyeff als deselven idt vaderlandt ys, bij verlos ihrer stemmen) oere gesanten aff tho fertigen, omb op eerstkunfftigen maendach (wesende den 25en affloepende maendts septembris) fanouts alhier bynnen Arnhem tho erschienen, gestalt folgents dachs smorgens myt ein anderen tho communicieren ende raethschlagen op wegen ende myddelen, hoe men den viandt (so villicht die baven versamelt sijn sich onversienlich dennen in Vrieslandt bijvuegen ende ein invall inder graeffschap Zutphen off desen quartier doen werden) sall moegen wederstaen, und insunderheit omb guede ordre tho stellen ende provisie tho doen, damyt men die Veluwe tegen besorghlicke impressen des viandts bevrien mucht, und hier op dinstlick tho resolvieren ende sluyten alt tot heill gedachtes vaderlandts behoeren sall. Und soe ietz hier aen am hoechsten gelegen u ersamen gesanten kommen dan oder niet, sall gelicke wall mytten anwesenden tot entliche resolutie ende conclusie s’genen vursseid procediert werden. Edoch soe avermytz uwer ersamen gesanten oder anderen uutbliven in tghene vuerseid der geboer ende nae eysch der saecken niet versien werde willen wij daer van protestient hebben, dat sulcx aen ons niet gemangelt. U ersamen dem Almechtigen hiermyt in sijnen genedigen schutz bevehelende. Gegeven den 22en septembris 1580.

Burgermeistern schepenen und raitt der statt Arnhem.

Nummer 61

Ersame wijse und vursichtige gunstige guede frunden. Also wij nu andermaill einen quartiersdach uutgeschreven hebben, daer die ierste reyse niemant, ende den anderdenmaill in seer geringen getall die ritterschappen erschenen sijn, twelck wij ons niet genouch erhineren kunnen dat oer luyden niet semplich in sulcke gewichtige ende hoichnoedige geschefften en compareren omme in alle vurfallende saicken te remedieren ende ordnungh to stellen hebben diesalven die anwesenden vanden ritterschappen ende stedegesanten omb dat die wailfairt deses quartiers ende die gemeine saicken nyet thorugh gestalt solde warden, guet gefunden dese verschrivungh them averfloet tho geschieden laeten ende dat bynnen Harderwijck. Is demnha unse gantz frundtliche begheren, dat u ersamen oere gesanten onweigerlich affertigen willen willen, omb op maendach naestkomende wesende den 3en octobris des avonts bynnen Harderwijck (sonder preindicce nochtants onser stadts gerechticheits) in tho kommen, gestalt folgents dachs in communication tho treden ende op alle beschwernissen te concluderen ende resolveren als men desen huydigen quartiersdach gedaen solde hebben gehadt. Sulcks vertroesten wij ons gantz tot u ersamen, die der Almechtiger langh wolfaerende gefriste, Gegeven den 28en septembris 1580.

Burgermeisteren schepenen und rhaitt der statt Arnhem.

Also tot willichmaeckungh der ruytteren ende knechten der geunieerde provincien alnoch tseste part in aller iele op to brengen bewillicht hebben, en will ons niet weiniger gebueren. Is demnha unse frundtliche begeren dat u ersamen willen oerer statt portie, 29 gulden 8 stuver, bij lehenungh to furnieren ende op Harderwijck mede to brengen, wie dan die anwesende ritterschappen to doen belaefft hebben. Die ainde naeste uutsettingh gecort sullen werden op dat wij die andere provincien geen oersaecken geven oeren buydell toe te halden, tott uutterse verderffnisse deser landen.

Nummer 62

Eersame wijse ende voersichtige gunstige guede vrunden. Also uns der eerendfeste Henrick Bentinck, drost opVeluwen alhier binnen Aernhem opten quartierdach versaemelt toe konnen gegeven, welcken gestalt die verordente rentmeistern der geestelicke guederen binnen uwer eersamen stadt ende schependomb liggende sich weygerich halden die gebeurlicke schattingen vermoege des landtdaeges affgescheyet aen sijn luyden handen te betaelen, sustinerende ende voorbrengende nyet tot affreekeningg mytten selvigen geestlicken toe kunnen geraecken etc. Hebben derhalven nyet moegen onderlaten u eersamen tselfde te verstendigen, gans ernstlich versueckende, dat u eersamen denselvigen rentmeistern daer to willen halden, dat gedachter drost Bentinck nyet alleen van desen itsigen jhaere dan oick vanden voorledene ende den 12en penninck als anders klaegeloos gestalt, und andere guetwilligen geen oorsaecke gegeven worde ore penningen oick to rugge to halden, end so sij yetwes ter contramin tegens den pachteren te seggen hadden solden sij op den selven van gelijcken hebben toe versuecken als sich des nae recht ende reden solde gebeuren. Twelcke wij uns dan also versien tot u eersamen die wij hier mede in schutz des Almechtigen bevehlen. Datum Aernhem onder derselver stadt secreet segell den 28 en septembris 1580.

Aenwesende ritterschappen ende stedegesanten des Veluschen quartiers itz ten quartiersdaege binnen Aernhem versaemelt.

Nummer 63

Ersame unnd vursichtige besonders goede frunden. Achterfolgende tschrijvens und versoeck van u luyden an uns gedaen, schrijven wij wederom bij brenger deses an den richter int Oldebroick unnd den deselvs van Doirnspick. So vern dan bij denselven richter und scholtes unsere bruclen niet naegeleefft wurden, sulcks willt uns tho erkennen geven, wij werden die stedegesanten daerinne geschrevenn commination op hun beiden int werck rusten laten und wij befelhen u hiermitt den Almechtigen. Geschreven Arnhem den 2en octobris vijftienhonderd tachtig.

Die rhaden des furstendumbs Geldre und graeffschafft Zutphen,

J.M.W. Sluijsken.

Nummer 64

Ersame wijse und vursichtige gunstige guede frunden. Also tot onderhaldungh des garnizoens weinich penningen van die vergangene ingewillighde schattungh in Veluwen restieren, daer mede men den kriegh tegens des allgemeinen vaderlandtz vianden langer solde kunnen halden, und angemerckt in wat gefahr ende last dyt quartier, soe vanden viandt, als oick durch invall onses eygenen kriechsvolcks ys streckende, waerinne niet gerne dieet kan worden, ten zij dan dat wij den kriechsluyden op deses quartiers repartitie staende myt gelt willich maicken ende gerede ordnungh tegens den invall van ruytteren ende knechten stellen. So ist dat bij die semptliche ritterschappen ende stedegesanten den sesten dach deses opten quartierdach tot Harderwijck zijnde eintlich geresolviert ende entslaten is, dat men anstont in aller iele solde procederen tot gelicke uutsettungh der ineghst inbewillighde schattungh, latende dselve blieven als die suyver summe nu geweest undt tgenich am lesten daer averensch gesath zij, sall tegens die schattchedull gerevidiert, ende daermede die schilden off guldens gemindert werden.

Iss demnha van wegen des quartiers uns frundtlich begeren, dat u ersamen (soe lieft der selve idt vaderlandt iss) anstont gelieven willen die uutsattungh in uwer ersamen statt ende schependomb tho doen, ende die guldens off schilden vermyederen, waer van uwer ersamen statt portie suyver bedraeght zevenhonderd vierentachtig gulden. Latende die publicatie hiervan nu naestkomende sondach, sonder langer vertoch, inder kercken geschien, then einde die schattbeurders sich anstont in die bueringh geven moegen ende aen handen meister Dercks van Wetten leveren, soe die ietzige noitt geen langer vertoch erlijden kan. Soe u ersamen daer inne suymich sijn, willen wij onss (als van wegen des quartiers in dese ende andere saecken te ordnen gestalt zijnde) mytt dese unse schrijvent, dweill die hoige noitt ende verderff deser landen daer aen gelegen, ontschuldiget hebben. U ersamen hiermede in schutz ende scherm des Almechtigen bevehelende. Geschreven Arnhem onder derselver statt secreet segell den 11 octobris 1580.

Die ritterschappen ende stedegesanten des Arnhemschen quartiers, die neffens die hern rhaeden committert zijn.

Nummer 65

Erentfeste ersame wijse und vursichtige gunstige goeder vrunden kan u eersamen onvermeldt nyet laeten welcker gestalt der viandt Doetecum und Lochem heeft moeten verlaeten, und soe zij op Lochem eynen aenfall deden, vermeynende alzoe die stadt toe eroeveren, hebben zij van dair moeten wicken und mit geenen geringen schaden und schanden van dair gescheiden und zijn well achthondert peerden und twee und twintich koendlin knechten sterck nemende hoir passagie naer Oldenzeel, om hoir volgens mijns erhachtens naer Frieslandt toe begeven, und soevern zij noch eyne twee maent tho velde liggen, is gewisselick dat zij het armoets und kommers galven sullen moeten verlopen soe zij oick algereetz groete moeyreris onder malcanderen soe ruyter als knechten hebben twelck ick uuyt nabuerlicker affection nyet heb sullen verhalden. U ersamen die ick hier mit in schutz des Almechtigen bevele. Datum Zutphen den 14e octobris 1580.

U eersamen und lieden gantzgunstiger vrundt,

J. Hegheman.


Nummer 66

Ersame unnd vursichtige besonders goede frunden, dese sal dienen umb u luyden hiermit vur andtwort tho verstendigen, dat wij alhier aver all gans polver in vurraedt hebben, wael ist waer dat ennyhe hondert ponden polvers tho Kampen gehaellt und op Zutphen gefuert sijn. Dan tselve is thot vurscheiingh unnd bewarnugh der steden in der graeffschafft Zutphen, gedestunert so die dem viant het allder naest liggen und derwegen wael van sulcks versorche moeten sijn.

So dat wij u luyden ditmael niet weten tho succurrieren dan tselve versoeck sal moeten gedirigirett worden an dat collegien der unieertte provintien teser tijt binnen Ambsterdam vergadert wesende und wij befelhen u luyden hiermit den Almechtigen. Geschreven Arnhem den 17en octobris vijftienhonderd tachtig.

Die rhaden des furstendombs Gelder und graeffschafft Zutphen,

J.M.W. Sluijsken.

Nummer 67

Edle erentfeste ersame wijse und vursichtige gunstige goede vrunden, kan u eersamen onvermelt nyet laeten, welcker gestalt ick in zeker erfarongh comme, als solden drie vendlin knechten van graeff Willems regiment inder Veluwen gecomen zijn, die welcke tho Campen overgescheept in meynonge binnen Nijmegen toe comen dat welcke nu gefaliert is nyettegenstaende ick die Veluwe altijt gern geschoent und van duertochten van knechten gern gevrijet saghe. Hoe veell die graeff van Hohenloe und meer anderen sulx nyet gern gesien hebben, dair ick doch nyet op geacht dwyle dan nu van zijn genedigen volck als oick Iselfteyns knechten. Alhier inder graeffschap zeer verstroeyt liggen, hier rontzomheer heel inden gront verdervende und vernelende oick nyet wetende wat correspondentie zij metten vurseide drie vendlen moegen hebben, mijns erachtenss dunckt mij, zij liver hoir winter leger nemptlick op Veluwen als veltleger solden begeren tho maecken, hebben u eersamen oick alnu genoechsam toe spoeren, aen die nabuer quartieren dair zij alhier tegenwoirdich liggen, und die selve burger und huysluyden inden gront verderven wairom noedich in tijtt dair in toe versien, want soe vern zij noch stercker in Veluwen komen, is vuer gewisselick toe verwachten zij hoir winterleger dair nemen sullen, wairom noedich u eersamen mit alle uuyterste neersticheyt dair aen zijn willen, und alle middelen vuerwenden, wair mit zij uuyt Veluwen nae Camperveen gewesen worden, wair durch die van Campen oick dencken moegen, dat zij op eyn ander tijt int overschepen soe mildt nyet bevonden worden, doende hier inne woe ick u eersamen tho vertrou, waer ick u eersamen wederom dienst und wolgefallens kan ertzeigen sullen die selve mij yder tijt willich und bereyt vinden. Ken der Almechtiger die u eersamen lang walfarent in gelucksaliger regirongh erhalde. Datum Zutphen den 21 octobris 1580.

U eersame und lieden gantzgunstiger vrundt,

J. Hegheman.


Nummer 68

Eersame und voirsichtige goede frunden. Alsoe die heeren staten generaell und die excenllentie des princen van Orangien beliefft hefft aen den wolgeboren onsen genedigen heeren statholder und aen ons tho schrieven und oick mit brieven van credentz aen ons afftoferdigen dem erentfesten und hoechgelertten Fredrich van Boeymer der rechten doctor om einen gemeijnen lantdach opt aller spoedelicxt te doen uuitschryeven then einde om opten selven lantdach tgo nhemen eene absolute und vruchtbare resolutie up die articulen ende puncten bij hoechgedachten heeren princen den staten generaell schrifftlicken avergelevert und den vier hoefftsteden overgesonden offte ten weinichsten om op dieselve und alle andere uutfallende saecken bij den staten generaell ennige gesantten vollencomen macht to geven und tho auctoriseren als opgemeltter Boeymer dair van opten lantdach vermoege sijner credentz breeder verhaell sall doen. Dennae is ons ernst gesynnen und bevelch dat ghijluiden durch volcommene volmechtigers alsoe gequalificeert sijnde om inder saecken sonder rapport tho doen handelen und sluitten moegen sonder eenich versuim und soe lieff u luiden dat vaderlant sijn oick bij verlos uwer stemmen opten lesten dach deses maentz octobris des morgens (doorh.: alhir) bynnen (doorh.: Arnhem) Nijmegen erschijnet und neffens andere erschienende ritterschappen und stedegesantten tot absolute resolutie procediren, want wij ons des also tot u verlaten. Den wij dem Almechtigen hirmede bevelen. Geschreven Arnhem den 21 octobris vijftienhonderd tachtig.

Dye raeden des furstendoms Gelre und graeffschaps Zutphen,

J.M.W. Sluijsken.

Nummer 69

Ersame wijse und vursichtige gunstige guede frunden. Also men tot onderhaldt der tweer venlen knechten ietz bynnen Arnhem, als oick twe anderen vendlen bynnen Zutphen liggende eine mercklicke summe van penningen tot lehenungh derselver weeckelick moet hebben, so verre men denselven gedenckt bynnen den steden in dwanck und kriechsdisciplin to halden, ende andere onrouw ende inconvenienten vuer to kommen: und omb sulcx tho schouwen ende die onderdanen van idt uutloepen to verschoonen, hebben wij niet bequaemers kunnen bedencken, dan ieder statt und ampt (aensiende die menterie, die allenthalven onder den knechten, Godt betert is) to setten op eine sekere penninck terweke, ende dat eine maindt langk geduerende totdat bij die qualiteit eintlick daerinne geresolviert sall sijn.

Doch allet in mynderungh eines iedern stadt und ampts restierende lest ingewilligte contribution. Gelanght demnha unse eerst gesynnen, dat u ersamen oerer statt portie, bedraegende twe ende dartich gulden tegens nu naestkommende sonnendagen avont then langhsten bynnen Arnhem doe leveren, ende dat tot deren naevolgende sondagen toe, als vurseid ys, sonder langer vertoch. Und soe men dan gemeint ys inden ampteren van Veluwen, bij gebreck deser leverungh, die schutten tho seinden und die onwilligen inder betalingh to laten executeren und inden steden in anschouw ietziges hoochsten nootz niet weiniger will gebueren: [ ] dan alhier tArnhem algereets wercklicken geschiet: verstaen wij niet anders dan u ersamen in oere statt und schependom den onwilligen in deser contribution insgelicken mytschutten totter betalingh behoeren to constringeren, daermyt die penningen opgebracht ende die gemeine saecken, der geboer nha gefordert moegen werden. Myt bevelongh des Almechtigen. Gegeven den 24en octobris 1580.

Die rhaeden des furstendumbs Gelre ende graeffschaps Zutphen,

In affwesen des grieffiers Sluisken,

[.] van Leusen [.].

Post data: dat u ersamen niet en laten oere restierende twe maell hondert dusent gulden in aprili lestleden bewillicht bynnen tijt van 14 dagen to betaelen, off sunst sall men genoitdringht werden ihren burgeren, daer die to bekommen aen to halden, und dat dese nu inbewillighde schattungh mytten aller iersten oick opgebracht ende betaelt werde.

Nummer 70

Edle erentfeste ersame wijse und vursichtige gunstige goede vrunden, kan u eersamen onvermelt nyet laeten woe dat ick in zeker erfarongh gecomen, und op gisteren zekere conschap vernomen als dat onder den viant soe in Vrieslant liggen groote moeyterie gelts und proviantz halven is, alzoe dat Godt hoir mit honger und kommer sall plagen, und is vuer zeker zij geen eynen maent bij malckanderen hoir sullen kunnen onthalden, und zijn algereetz twee vendlin als Rossems und Oyenbrugh vande stangh gereten und die knechten meestendeel verlopen woe Schenck und Johannes Bentinck, siende die zaecke hoir vuer deze tijt nyet gelingen wolde sich oick wederom nae den Overquartier begeven, und anlange ut die van Steenwijck hebben Snaters volck hoir kop dapper gestoten, und Snater mit meer anderen opter walstadt doet gebleven und die reste mit schande gaen lopen soe vuel nu wijders belangent is, hebben zij in dezen oirt onlancx als vur Lochem oick eyn anfall gedaen, daer zij hoiren kop oick wol gestoten und mit schanden affwicken, widers sall u eersamen oick nyet verhalten als dat ick mij gister inder nacht vuer Zwoll unden heb laeth mit etliche van mijne schutten und engelschen, alwaer Herman van Linteloe mit eyn vendlin in licht, aldair commen heb dair eyn vendlin knechten vuer der stadt gevonden dair van Ott van den Haudt cappiteyn was und hoir loop plaets dair aengeteykent hed, alsoe dat ick mij dair her gevoecht und den selven knechten uuyten slaep geweckt und zijn over die vijftich doer gebleven die reste gevangen und verlopen wair mit Ott vanden Hauts hopmanschap aff und toe nyet gedaen is, twelcke wall mit den anderen oirsaeck geven zall, hoir toe moeten verlopen nyettwijffelende Godt almechtig ons in onse rechtveerdige vuerhebbende zaecke guluck und heyll verleenen zall. Und wes nu widers geschien und aenstaende is sall die tijt leeren. U eersamen hier mit den Almechtigen bevelendt. Datum Zutphen den 25 octobris 1580.

U eersamen und luyden gantzgunstiger vrundt,

Hegheman.


Nummer 71

Eersame wijse besundere goede vrunden. Alzoo wij bij onse voirighe missive in date den tweeden septembris lestleden u ontboden ende bevolen hebben dat ghij den schatbeurders der stadt Elborch wel scherpelyck van onsen weghen bevelen solt dat zij binnen veerthien dagen na ontfanck vanden voirseide onse missive die restanten vande vierjarighe schattingen inden jare vijftienhonderd tzeventich ingewillicht gedragende voir reste vanden portie der zelver stadt noch ter sommen van driehonderd veerthien libra van viertich grooten vlems tpondt in handen van Thomas Gramaye, landtrentmeister generaell van Ghelderlandt alhier binnen Aernhem betalen souden oft met quittancie oft ander behoirlyck bescheyt betalinghe bewijsen souden aen die verordenthe vanden rekenkamer alhier tAernhem op datmen eens weeten mochte aen wien die penningen betaelt zijn, op pene zoe verre iemandt vanden voirseide schatbeurders in gebreke wesen solde die voirseide restanten te betaelen oft betaelinghe te bewijsen dat men alle die voirseide gebreckelycken reellyck ende metter daet dair voir executeren soude aen heuren persoen ende goeden soo met schutten als anderssins. Ende alzoo nu meer als zes weken overstrecken zijn na dato vanden voirseide onse voirighe missive sonder dat iemant van alle die duckgemelte schatbeurders der voirseide stadt Elborch oire aengegogen restanten betaelt oft betaelinghe bewesen hebben al tot

71.2
grootte verachtonghe vanden voirseide onse boirighe beulen. Soo ist dat wij u andermael wel ernstelyck hebben willen vermanen end gesinnen dat ghij elcken vanden voirseide schatbeurders noch eens ten overvloet wel scherpelycke bevelet ende daer toe haldet dat zij elck respectivelyck die voirseide aengetoghen restanten in handen des voirnoemde landtrentmeisters alhier binnen Aernhem betalen oft betalinghe bewijsen aenden voirseide verordenthe vanden rekencamer alhier, ten eynde als boven ende dat binnen den tijdt van andere veertien dagen na ontfanck deses op gelijcke pene als hier boven verhaelt is, ende bovendien op pene van datmen teghens den gebreckelycken procederen zal tot apprehensie van oire persoonen off andere arbitrale correctie gelyck men sal bevinden te behoiren.

Alzoo ghans onredelyck ende onverdrachelyck ist dat die schatbeurders dese resterende penningen langher onder sich holden die de gemeyne ondersaten overlange aen handen der zelven schatbeurders betaelt hebben soo nyet tho twijffelen ist waeromme west des in gheenen gebreke und blijft hier mede den Almachtigen bevolen. Uuyt Aernhem den 30en octobris 1580.

Die rhaden des furstendumbs Gelre und graeffschafft Zutphen,

J.M.W. Sluijsken.

Ontfangen am 12 novembris anno 80.

Nummer 72

Ersame wijse ende voirsichtighe guetgunstighe vrunden. Alzoe ick idt verbael der lester inbewillichter schattunghe ontfangen ende daerop die partes gerevidimeert hebbe, dunct mijns erachtens alsdat wederomme (woe aen lesten) in der sommen mij tho betaelen uuytgesatt is. Weshalven ick idt verbaell hierinne (doorh.: beneffen) versloten u eersame lieden toeschicke, omme idt selvighe rypelicken wederomme tho deursien ende tho recoeleren op dat in die collectatie (daer doch swaricheyden genoech invallen sullen) mij nyet te cortt en geschien want ick mij voir ende all eer sulx geschiet is (doorh.: van) in ghienen untfanck der selver schattunghe gedenck in thoe laten, dan will mij dienthalven midt u eersame lieden untschuldiget hebbe. Mits bevelunghe des Almechtigen. Datum den lesten octobris anno 1580.

Uwe ersamen wijse ende lieden guetgunstighe vrundt,

Simon van Cleve.

Nummer 73

Erbar ende fromer goede frundt off wael wij uns gantzelicken tot u versien hedden, gi sollet achtervolgende onsere vorige aen u uytgegangen bevelen gehorsamlich nagekomen und uwes ambts onder gehorige huisluiden daerher gehalden dat sie die fortificaton aenden stadt Elborch onverweigerlicken gedaen solden hebben. So geven uns dannoch die vander Elborch to erkennenn dat uwes ampts huisluiden vorseid in het bolwerckenn und schantzkorven to bestellen was her tho gebrekelick sijn gebleven, des ons niet wenig befrembt dat gi onse bevehlen tot quader consequentz so klein achtet.

Is daeromme nochmals und ten averfloet ons ernst gesinnen und bevelch dat gi den vorseide huisluiden mit geboerlicke middelen daertho constringieret om den operlachten diensten tot fortification der stadt Elborch voorgenoemd to doen und oere antal schantzkorven aldaer gewisslick vueren offte bij faulte van dien sullen wij genoetdruckt worden andere middelen daermede wij die onderrdanen voel liever onbeswaert laten und verschonen solden tot erhaldung schuldiger gehorsams aen die handt tho nemen des gi den huisluiden hebt antoseggen om sich daerna tho regulieren. Mit bevelung des Almechtigenn. Geschreven t’Arnhem den 7 en novembris anno 1580.

Die raedenn etcetera.

An den richter int (doorh.: Nijb) Oldebroick und ann der schultsch tho Dornspyck.

Nummer 74

Eersame wijse und vorsichtige insonders gude frunden. Wij hebben twe verscheyden missiven in dato den sesten octobris als oick den 5 novembris geschreven, ontfangen. Und so voelt aenfencklick belanget die quitantien so waell der 32 gulden als oick den 784 gulden kunnen u eerssamen daerop gunstiger wolmeynong nyet berghen, dat unse gesanten op Nijmegen noch nyet weder gekommen so dat Gelder unser mederaidtsfrundt aen welcken die penningen oevergesonden die quitantien nyet heft kunnen van sich gheven, und also der Gerret Wetten oick den Nijmechsen lantdaege bijwohnet, heft der burgermeister Jacob van Oemeren die quitantien als oick die 32 gulden (daer nochtannich drie stuver aen gebreecken, vermitz een berrichsen datmen voir enen hollanschen daer bij bevonden) ontfangen und angenhomen. Belevende so bald unse voergenoemde afgesanten weder aen gekommen sullen sijn u eerssamen die quitantien over toe senden. Wat nu aenlanget des itzigen lantdaeges recess, om u eerssamen copie daer van oever to senden, sall na voleyndong desselvige lantdaeges van gelijcken geschieden. Hier mede u eerssamen in schutz des Almechtigen bevehlende. Geschreven den 7e novembris 1580.

Burgermeisters schepenen und raidt der stadt Aernhem.

Nummer 75

Erentfeste, vrome, vorsichtege, gunstyge guede frunden. Toe antwort kan ick u lieden neht verhalden dat yck vermeent heb u lieden dyeselvyge scattung voerlanges bij onse pachter aldaer ingemaenet und ontfangen hadden nachdem averst yck duer u lieden schrijvens verstae sulches noch neht gescheen toe sijn. Sullen u lieden als noch dye bovengenomebde scattyngen belyven bij Gerryt Loefs intoeforderen. Bevelende u lieden sampt und sonder in schutzung des Almechtygen. Datum Herderwijck dem 9 novembris anno 1580.

U lieden sampt und sonder dyenstwylliger,

Joseph van Aernhem.

Nummer 76

Ersame wijse voirsichtighe insonders goetgunstighe naebuyren und frunden. Idt hefft ons Johan Maech Peterss onse medeburger ende deser stadt licentmeister klaglich to erkennen gegeven, als dat hij vanden drosten van Veluwen niet tegenstaende genouchsame quitancien hierinne verwaert, nochmaels citiert wordt om sekere restierende schattpennonghen (als u lieden uuyt bijgefuegter weten to vernehmen) anstondt nae ontfanck ende angesihen desselfften to betalen, dienstlich begerende diewijll hij noidtsaeckelich in des gemenen landes affairen moet vacieren und gantslich niet vermeent eenighe schattpennonghen mehr schuldich to sijn. Wij wolden hem dese onse voirschrifft an u ersamen und lieden onbeswaert mitdeilen, und begeren derohalven gantz frundtlick dat u ersamen und lieden den drost van Veluwen inder frundtlicheit gelieve to berichten, dat sijn b.l. gemelten Johan Maech Peterss niet boeven redenen mede tegens dese quitancien willen beswaeren offte beschedigen, angesien mede dat Johan Peterss voirsseid sch alsnoch presentiert wiss hij boeven dese tegenwoerdighe quitancien bewijsslich mehr schuldich bevonden sall worden goetwillich optoleggen ende to betalen. Sulckes verschulden wij in gelijcken und meerderen saecken altijt gerne und willichlich umb u ersamen und lieden die wij hiermit in schutz und schirm des Almechtigen frundtlicken doen bevelen. Datum onder onser stadt segell secreet den 9en dach novembris anno 1580.

Burgermeistern schepenen ende rhaidt der stadt Harderwijck.

Nummer 77

Eersame wijse discrete, alzoo hier omtrent dese stadt Campen het meestendeel van onsen chrijsvolck (doorh.: unj) uuytgesondert de engelschen die wij van dage te dage verwachtende zijn versamelt is, die welcke zoe wanneer zij contentement ontfangen sullen hebben twelck zij van ure te ure verwachtende zijn, zullen mercheren ende sich employeren tot ontsettinge ende verlossinge der fromer stadt van Steenwijck, ende men middelre tijt tot onderholdinge van tvoorseide chrijsvolck (ende ten eynde dselve van noot ende hongershalven niet en verlopen waer deur indien gevalle de goede stadt van Steenwijck van tselve ontset gefrustreert soude werden) een groote merckelicke quantiteyt van proviande ende in sonderheyt van broot inder ijle van doene heeft.

Soe is ons fruntlich versoucken ende begeren dat u eersamen in respecte alsboven onder dach ende nacht vijfhondert langwerpende brooden yder broot van drie ponden gelieve te doen backen, ende dselve opten 21en novembris toekomende ist eenichsins mogelick met wagens ofte met alsulcke andere middelen als u eersamen dair toe verordelicxte totte gemeene zaecke dienende zullen bevinden, met yemanden van u eersamen dienaers alhier binnen Campen (doorh.: gelieven) te senden, zonder daer van in gebreecke te blijven, gemerct twelvaren vanden lande ende verlossinge vanden stadt Steenwijck daer aen dependerende is. Hier mede u eersamen in schuts des Almachtigen bevelende. Gescreven tot Campen den 18en novembris 1580.

Die gecommitteerden der naerder geunieerde provincien ende gedeputeerden des lants ende steden van Overijssel.

Ter ordonnancie vande selve,

J. Strick.


Nummer 78

Ersame wijse und fursichtighe insonders gunstighe heren gude frunde. Nach dem iegenwartighs herdt und forstigh wedder continuirt und alnoch giene veranderonghe vorhanden und dashalven tho besorghen stehet dat unse iegentheill, einighen avertogh der Vellouwen woll tho sorgen solde willen und umb verhoedingh sulx und anderen inconvenieten.

Soe gelangt om uwe ersamen hiemidt mein geutlichs begeren deselb wollen iegenwartigh viftich soldaten midt dat vendlin innhemen deselve losieren. Ich heb algereitz hirumb an den drosten geschriben dat uith dem ampte Doernspeck soll lehnongh upgebrocht werden, dat uwe borgers und ingesattene destohalben onbeswaart blijven sollen. Doe mij derhalben uwer ersamen wilfahr hirinne getroesten die ich disem nagsch in die beschirmingh Godt almechtigh jue befehelen. Datum Zutphen am 23 en novembris anno 80.

U ersamen inderzeitt guetter frundt,

Hegheman.

Ontfangen am 25 novenbris.

Nummer 79

Eersame wijse und vuersichtige gunstige [guede] frunden. Alsoe men daegelicx ziet dat […] vermitz allerhande onordenungh ind misbet[..] des krijschvolcx in groeten ende onverdencklicken schaden ind verderfnissen geraden waer deur dit den (doorh.: middelen) viandt die middelen gegeven worden, om sine anslegen ende vuernhemes des toe bequemen op dese landen int werck toe richten alsoe dat desen quartier itz in gene geringe gefeerlicheyt dagelicx vanden viant toe verwachten steht. Und am sulcke ende dergelicke inconvenienten vuertoe kommen hebben wij goetgevonden enen dach antoestellen, ten eynde die steden mit een anderen op alle vuervallende saicken mochten communicieren. Iss demnae onse frundtliche begeren, dat u eersamen enige van derselver mederaitzverwanten tegens manendach des avontz wesende den 28 deses, (doorh.: des avontz) binnen Arnhem inkommen wyllen laten, omme volgens daichs op die vuergenoemde ende andere zaicken ripelich mit ein anderen te communicieren ende sluyten als tot heyl ende waelfaert deses algemeynen vaderlants ende conservatie onsen allen sal rycken, sulcx versien wij ons alsoe tot u eersamen, die der Almechtigen lange gesondt behvele. Geschreven den 24 novembris 1580.

Burgemeisteren schepenen und raidt der stadt Arnhem.

Dat u eersamen mitbrengen wollen laten het pertinerntie opteyckeninge van alle costen, schaden, faillen ende andere bezwernissen van ruyteren ende knechten, inden selven stadtzvrijheyt (doorh.: onleesb.) geleden.

Nummer 80

Erentfeste ersame wijse ind vuersichtige gunstige heeren ind guede frunden. U lieden ind ersamen missive aen Carel van Gelder in sinen afwesen aen mij geschreven, datiert den 23 huius is mij durch guten Gelder behandet om aen u lieden ind ersamen antwoerd daerop te schrijven. Kan daerop dselve gunstiger wolmeynungh niet bergen irstlich belangende die 25 goltgulden dwiel die rentmeister Bentinck dieselve 25 goltgulden, sonder ordonnancie vanden rekenkamer, niet en heeft willen bethaelen soe en kan ick die in gene bethaelingh aennemen. Aver wanneer die rekenmeisteren Omeren ende Tholleken wederom kommen wijl ick geerne om ordonnancie te moegen krijgen aenhalden.

Belangende die 32 gulden daer u lieden ind ersamen van schrijven dieselve en heb ick niet ontfangen, dan wan Omeren wederom kompt wijl ick mit Omeren spreken dat u lieden ind ersamen sonder enich mangel quitancie bekommen sullen. Dieselve hiermede in schutz ende scherm des Almechtigen bevelende. Geschreven die 25 novembris 80.

U lieden ind ersamen dinstwilliger,

[] Wetten.


Nummer 81

Ersame und vursichtige besonders goede frunden, wij hebben u ersamen schrijvens den 23en huius datiert ontfangen und sullen u ersamen daerop ther antwoert niet verhalden dat wij all op gisteren aen Herman van der Hell und Charll van Arnhem derhalven geschreven omme sich aenstont alls deputierden des Arnhemschen quarties nae Campen bij (doorh.: aen) den college tho verfuegen und twiffelen niet sij werden den naekommen. U ersamen hiermit den Almechtigen bevelende. Geschreven to Arnhem den 25en novembris vijftienhonderd tachtig.

Die raeden des furstendoms Gelre und graeffschaps Zutphen,

J.M.W. Sluisken.

Nummer 82

Ersame wijse ind vuersichtige gunstige guede frunden. Alsoe wij dese onse beroepingh der steden gedaen om oersaicken dat wij geerne saegen, dat die gemeyne saicken in beteren standt gedirigiert worden dan alnoch geschiet, und bijsunder gesien wat groete onordnungh onlancx durch das oversten Hegemans knechten int ontsetten van Steenwick gebuert is, daer durch den algemeynen viandt groetelick gesterckt, ende die erme onderdanen van Veluwen durch die groete inlegerungh van ruyteren ende knechten bedrueft werden und om dat nu daerinne versien (doorh.: onleesb.) ende dieselve ruyteren ende knechten in tijtz daer (doorh.: onleesb.) uuyt vertrecken mochten (doorh.: hij) twelck allenich steet wie die geunierden schrijven opt willichmaeken van Hegemans knechten hebben wij goetgevonden enen zekeren pennongh in aller ile optoe brengen daer van u ersamen stadtz portie bedraecht tweehondert acht gulden ind acht stuver. Is demnae onse gantz frundtliche begeren, dat u ersamen om die gerichte saicken niet tee behinderen, die vuerigen summe in aller ile in afkortinghe derselver stadtz inbewillchte schatpennongen die vuerigen somme wyllen opbrengen, ende binnen Harderwijck aen handen der burgermeisteren (doorh.: der stadt Harderwijck) aldaer leveren wie die anderen te doen beloeft hebben op dat alle meerdere inconvenienten die durch dien solden moegen verrijsen, ons niet opgelacht mochten werden.

82.2
Sulcx vertroesten wij ons gantzlich toe u ersamen die der Almechtiger lange waelfaerende behuede. Geschreven den lesten novembris onder tsecreet zegel der stadt Arnhem 80.

Die stedegesanten des Veluweschen quartiers tsampt burgemeisteren schepenen ende raidt der stadt Arnhem.

Nummer 83

Ersame wijse discrete goetgunstige vrienden. [..] de voirledene nacht den drost van Hattem 50 [of] 60 van des viants volck opt huys aldaer gelaten h[eeft] ende den overste Hegeman bijden cop genoomen ende diensvolgende sich meynden meester vande stadt te maecken.

Zoo verstaen wij dat die goede burgeren een poort inholdende zijn verwachtende secours ende ontset tot welcken eynde wij aldaer geschut hebbende ruyteren vanden colonnel Michiel, de soldaten hier binnen leggende ende den burgervendel, oeck comen van Zwoll ettelicke soldaten ende borgeren, als insgelijcken van Deventer doen. Zulcx dat wij verhoopen mette hulpe Godts, dat zij wederom meester vander stadt ende van thuys werden zullen hebbende oeck Henrick van Brienen gesonden om die knechten van Hedeman leggende inde Velue oeck daer voor te brengen.

Ende soo wij in drueringhe comen, dat op ghisteravont eenighe officiers vande Velue mede binnen Hattem zijn geweest ende mogelijck van dese aenslach wetende sich oeck zullen meynen te gebruycken ende eenighe steden in verdriet brengen. Soo is ons vruntlich waerschouwen ende begeeren dat u eersamen goede ende scherpe wacht wilt houden ende regardt nemen, dat u eersamen stede in gheen pericule daer des viants practycken (die doch zijne mede adherenten overal inde steden is hebbende) nyet en come te geraecken. Oeck goede opsicht dragen op sommige gasterijen die daer van dage ende up andere tijden geholden zullen werden.

Wilt oock nyet laten u nabuyrsstadt (doorh.: onleesb.) Harderwijck insgelicx te vermanen, dat zij guede ende scherpe wacht holden. Hiermede Gode bevolen. Gescreven uuyt Campen den 18 decembris 1580.

Die gecommitteerden vande naerdere geunieerde provincien ende gedeputeerden des lants ende steden van Overijssel.

Ter ordonnancie vande zelven,

J. Strick.


Nummer 84

Erentfeste ersame und vursichtige goede vrinden. Ick kan u eersamen nicht verhalden, dat Jacob Rademaker, burger der stadt Elburch mij gister avondt van u eersamen wegen overgelevert heeft een stuck groff geschotz mit thien koegelen dair tho gehoirende vermeynende tselve morgen int werck tho stellen, nyet twijffelende, wij in onse zaecke sullen prospereren und dat huys sampt overste und andere gevangens bij onse gewalt tho becomen die muller is dezen nacht van thuys gevallen und secht dat dair groot commer geleden wordt und haer weinich provianden op is und soe vast allerhande tijdongh vanden monnick van Deventer vernomen wordt, is mijn begeren u eersamen goede toversicht op die poorten doet halden alle inconvenienten vurtecomen. Met bevelch des Almechtigen. Datum Hattem den 22 decembris 1580.

Henrick van Brienen tho Bijsel.

Nummer 85

Ersame wijse zeer discrete goetgunstige frunden. Wij hebben u eersamen missive op ghisteren ontfangen ende vougen u eersamen daer op voor antwoordt voor soe veel d’optrecken vanden ritmeister Pieck aengaet, dat mij den selven zijn volle contentement gegeven hebben, uuytgesondert tgene mee hij wil seggen dat hem vande huysluyden voer ‘tampt van Voerst genomen soude zijn. Om welcke saecke hij sich nu met den selven ten dienste vanden lande te gebruycken heeft, nyet en behoort te soucken te maken, maer tselve te laten staen tot op gelegender tijt, waer van hem alsdan goeder satisfactie als wij hem oock toegescreven hebben gedaen sal werden, zulcx dat mij nyet en twijfelen of den selven ritmeister sal marcheren naer den leger, achtervolgende tschrijvens twelck hij van veltoversten ende krijchsrath ende van ons noch op ghisteren ontfangen heeft, ende zoe verre hij daer versuymich inne blijft, dencken alsdan daer inne alsulcke voorsieninge te laten doen, alsmen ten meesten dienste van den lande sal bevinden te behoiren.

Ten anderen soe veel d’inlegeringe van Hegemans knechten aengaet, is ons hertelicken leet om hooren dat sij sich soe ontuchtich ende onzedelicken (nyettegenstaende zij den drost vander huysluyden hebben) zijn dragender waer van wel dient informatie genomen om in tijden ende wijlen zulcx gedachtich te sijn. Ende soe Rutgert van Baerst van wegen ‘t Aernhemsche quartier met den oversten Hegeman overcomen waer dat hij voor de twee duysent gulden bijden voorseide Baerst gepresenteert tweehondert man soude int leger schicken ende dat middelre tijt bijden selven Baerst aende raden in Gelrelant soude aengeholden worden om meer penningen te becomen daer tegens den voorseide oversten weder volck soude

85.2
oprusten gereet maken ende int leger soude schicken. Ende zoe deur de gevanckenisse vanden voorseide oversten dit contract van sijnen twegen nyet en can voltogen worden ende die vanden Aernhemsche doch den selven soldaten contenteren moeten, soe soude vooral nodich zijn dat yemant vander Roeden ende vande Velue gecommittert werden om met dese knechten alsnu haest zonder hoeft sijnde te handelen, dselve willich te maken de Velue daer van te verlossen, ende dzelve ten dienste vanden lande te laten gebruycken. Waer toe wij begeeren dat u eersamen de goede hant wilt houden ten eynde tzelve eerstdaechs geeffectuert (doorh.: worden) mochte weren.

Ende zoe veel als des ritmeisters hoeren ruyteren belangende is, zijn wij van dage te dage vande raden in Gelrelant oock vande stadt van Duetichem verwachtende antwoort dat de teercosten bijde ruyteren binnen Duetichem gedaen afgesproocken ende de borgeren gecontentert sullen worden, in welcken gevalle die voorseide ruyteren hem bijden hoop begeven ende haer vorder contentement als de vier daelders opte 100 resterende paerden alhier van ons ontfeangen. Zulcx wij den voorseide ritmeister toegescreven hebben, inder vougen dat sijne ruyteren alsdan geen oorsaecken en sullen hebben sich weyniger ten dienste vanden lande te laten gebruycken ende over sulcx de landen vander selve eens verlacht sullen werden. Hiermede u eersamen in schuts des Almechtigen bevelende. Geschreven uuyt Campen den 22en decembris 580.

Die gecommitteerden der naerdere geunieerde provincien, sampt de gedeputeerden des landts ende steden van Overijssel,

Ter ordonnancie vander zelve,

J. Strick.


Nummer 86

Eersame insonder gunstige frunden, alsoe ons vanden unssern van Hattem koemende wordt gereporteert, als dat sich Henrick van Brienen onsser aller frundt aldair tho Hattem hadde beclaecht als dat sijn lieve aldair nymandts vanden gelderschen ritterschappen offte stedegesandten en hadde die sijn lieve myt raedt und daet in allen occurrentien (oick guede ordnongh stellen) solde moegen assisteren.

Alst hebben wij an u eersamen onssen mede raedtsfrundt Wilth van Broekhuysen wal willen afferdigen then eynde dat u eersamen sijn lieve uth oern middel enen wol adjungiren die myt sijn lieve onsser beider steden gueden geneichten willen totter saicken solden moegen representiren twelck wij niet ongeraden maer een hoechnoedich und christlick werck ehrachten.

Bevelende u eersamen hiermit ihm schutts des Almechtigen. Uth Herderwijck den 22 decembris anno domini 80.

U eersamen guetgunstige vrunden und nabuyren,

Burgermeisteren schepenen und ra[edt der] stadt van Herderwijck.

Nummer 87

Ersame wijse und vursichtige gunstige guede frunden. Also u ersamen genoechsam bewust wat neersticheit der viandt aenwende omb dese landen und insonderheit die Veluwe to beweldigen, als men nu claerlick dae handtgrijpelick uut innemungh des huyses tot Hattum heeft aff tho nhemen; hebben wij hoichnoedich eracht ein quartiers dach aen tho stellen, omb eindrechtlick op wegen ende myddelen van resesten toe raitschlagen und resolviren, daer myt die landtschap van Veluwen voir onversienlicken invall und impressie des viandts beschuddet und bevriet mucht werden. Is demnha unse seer frundtliche begeren, dat u ersamen (alle onschuldt thorugh stellende) oere gesanten opten tweden january neestkomende savonts alhier bynnen Arnhem willen doen inkommen, gestalt folgents dachs op die vurseide onvermiedliche noitwendicheit vlietich tho helpen delibereren und der geboer nha resolviren. Daer aen sullen der landtschap ein sunderlingen dienst doen, u ersamen die der Almechtiger langh wolfaerende behuede. Gegeven den drie und twintichsten decembris 1580.

Burgermeisteren schepenen und rhaitt der statt Arnhem.

Nummer 88

Ersame wijse voirsichtige gunstige goede nabuyren und frunden, u ersamen und lieden kunnen wij niet verhalden als dat capitein Jacob Vischer gisteren morgen onversiens mit een compagnie soldaten starck sijnde hondert ende dertien man to schepe voor deser stadt angecoemen, ons vertoenende sekere ordonnantie vanden Heren Staten van Hollandt, om alhier uuyt sijne compagnie so voele soldaten intonehmen ende to accommodieren als men tot dese stadt versekertheit noedich bevinden solde, mitgeloffte ende versekertheit dat die voirseide compagnie bij die van Amsterdam betaelt ende onderholden sall worden, gelijck u ersamen und lieden uuyt der Heren Staten missive hierbij gaende, vorders hebben to vernehmen. Want wij nu boeven die voirsseide compagnie noch vijfftich soldaten uuyt die compagnie van capitein Dorp alhier binnen hebben, und gemelter capitein Vischer ons noch sekere ordonnnatie van den Heren Staten vertoent, daer inne hem belast wordt sijne compagnie to 200 hoeffden to verstercken. Oeck ons daerbenevens bericht gedaen dat hem anstondt ordonnantie ende commissie volgen sall om mit vijfftich sijner soldaten nae die stadt Elburch to vertrecken. So hebben sijn lieden raedtsam bevonden, verstaende dat u ersamen und lieden itz mit gene garnison in dese gesehrlicheit versihen ende versoecht waren sich anstondt mit veertich soldaten nae u ersamen und lieden stadt toe versekertheit derselver to verfuegen. Und be-

88.2
geren derhalven gantz frundtlich dat u ersamen und lieden die selve soldaten voerts innehmen ende an bequaemsten accommodieren willen. U ersamen und lieven hiermit in schutz ende scherm des Almechtigen bevelende. Datum onder onser stadt secreet segell den 26en decembris anno 1580.

Burgermeisteren schepenen ende rhaid der stadt Harderwijck.

Nummer 89

Die prince van Oraengien, grave van Nassau etc., lieutenant generael etc.

Eerzame lieve bezundere. Wij hebben tot versekerheyt ende goede bewaringe der stadt van Elburg goet ende geraden gevonden uuyt de stadt van Harderwijck naer uwe stadt te doen op trecken de vijftich soldaten vander compaingnie vander capiteyn Van Dorp aldaer iegenwoordelijck noch liggende, waeromme is ons begheeren ghijluyden nyet en laet deselve vijftich soldaten aldaer te aenveerden ende binnen uwe stadt te nemen. Deselve doende gevueghselijck accommoderen van logys ende anderssins ter minste belastingh vanden gemeynen borgheren aldaer. Ende zullen wij de goede handt houden daer deselve soldaten hunne betalinge moghen becommen, sulcx dat wij verhopen dat zij u luyden ende den gemeynen borgheren aldaer zullen luttel ten cost wezen. Hyer mede eerzame lieve bezundere zijt Gode bevolen. Uuyt Delft den lesten decembris 1580.

U luyden zeer goede vriend,

Guillaume de Nassau.