Cookiemelding

Het Streekarchivariaat Noordwest-Veluwe is wettelijk verplicht toestemming te vragen voor het gebruik van cookies en u te informeren over het gebruik van functionele cookies. Cookies zijn belangrijk voor onze website.

Het Streekarchivariaat Noordwest-Veluwe gebruikt functionele cookies, maar daarnaast ook cookies voor het beheer van de webstatistieken. Deze cijfers gelden als noodzakelijke feedback om de digitale dienstverlening en de vindbaarheid van de site te verbeteren. Daarnaast worden de webstatistieken gebruikt om verantwoording af te leggen aan de deelnemers van het Streekarchivariaat Noordwest-Veluwe en subsidieverstrekkers.

Bezoekers van de website van het Streekarchivariaat Noordwest-Veluwe blijven anoniem. Ook voor cookies geldt dat ze nooit direct aan individuen zijn te koppelen. Streekarchivariaat Noordwest-Veluwe gaat vertrouwelijk om met de gegevens die door middel van cookies worden verzameld.

De website van het Streekarchivariaat Noordwest-Veluwe is alleen bereikbaar als u cookies accepteert!

U bent natuurlijk altijd welkom op de studiezaal van de 5 vestigingen van het Streekarchivariaat Noordwest-Veluwe

Ik accepteer deze cookies

Meer informatie over cookies »

sm-kaart1.jpg

Ingekomen stukken, 1578

Inventarisnummer 158:

Nummer 1

Erentfeste ersame wijse unde voersichtige insundere gunstige guede frunden. Eht iss unsere frundtliche begeren u lieven niet laeten willen unde verwittigen den boerder derrer schadt pennungen, dat hije inder eijll sonder vertoch hondert daler bereidt maeke, unde die selvige margen off offer margen ten allerlangsten up vridach den darden january selvest perschoenlich vanden boerder offer getalet sullen warden thoe Apeldorn ahn handen des drosten Henrick Bentincks die welcke alss dan thoe Apeldorn versseid selvest (doorh.: onb.) verdt seyn, welcke honder daler vursseid, der boerder thoe Arnhem bij Derrick van Wettun guider betaelinge verstrecken sall. Metz desen u ersamen unde lieven in schutz unde scherm des Almechtigen bevelende. Ilentz datum Eep den erste dach january 1578.

U ersamen unde lieven goedtgunstige frunden.

Die gedeputierde van Veluwen nu tegenwordich bijnnen Eep.

De pater van Sante Agnieten clooster alhier doen met eenige baginen, getuygen voer den edele gerichte der stadt van Arnhem dat het accoort vant overgeven hares goets aen de stadt Elburg niet met eenhellige stemmen geschiet was.

Nummer 2

Erntveste erbare und weise gunstige lieve besundere. Wij hebben uuyt verscheiden ortten sekere advertentien entpfangen, bijde welcke wij verstendiget werden hoe dat die frauden beginnen op die bieren te comen und ofte tocht, so het schijnet te nemen naer Suremunde, und soe waell wij sulcx in unse leger geschreven hebben, und verhoopen, daer inne alle voersigtigheit to gebruycken, der van noede sall sijn, hebbes des nicht desto meiniger u lieven daervan wall willen adverteren. Als mede, dat Don Jan, die heere van Hierges und ofte anhengeren sekere intelligentie und heymelicken verstandt hebben, met penningen in etlichen steden van Gelderlandt ten einde dat u lieven hier inne goede toesicht gebruycken und goede wacht houden, und op der feianden schrijven, toeseggen und schone belofftenisse noch dreigens nyet en achten, die sie gegen u lieven mochten gebruicken, gelick sie alhier in enige steden well gedaen hebben, die welcke sulcke schrijvens und heymelicke anschlegen der feianden geen geloeve gegeven, dan unss sulcx toegeschickt hebben, und so verre daer suspitie op einige in den steden sijn mochte, so wollet daerup goede toesicht nemen und halden, dat ohr vornemen nicht tot effecte kome, waeraen gij u selver grote (doorh.: bij of) beneficie und der gemeinen landen welvaeren (naecomende die pacificatie, und die unie, bij de welcke wij tot sulcx niet malcanderen so hohe verbunden sijn) groete dienste doen sullen, latende den inhaldt van diesen mede verwittigen an die andere steden van u quartier welckes wij

2.2
stedts bereit sijn te bekennen, als wij nu mede die handt daer aen sullen houden, so die veianden so sterck nyet sijn, dat sie einige grote belegeringe kunnen doen, ten einde dat uuyt onse leger hier metten ersten goede tegenstandt gedaen werde. Hier mede wyllen wij u lieven den Heren bevellen. Datum Brussell den 4e january anno 1578.

U lieve well affectioneerde,

Die gemeine staten dieser Nederlanden,

Ter ordonnantien derselven,

Cornelius Werllemanss.

Dopschryfft

Den erhnvesten erbaren und fursichtigen ritterschafft burgermeisteren schepenen und raedt sampt den Geldernensters und gemeinte der statt Arnhem unsern gunstigen ferunden sampt und besunder.

Dese copie collationiert zijnde myt sijn echte originaill, is daer mede befonden taccorderen. Bij mij Johan Albertsen secretaris der statt Arnhem.

Nummer 3

Ersame wijse und vursichtige gunstige guede frunden. Also die gedeputierde ritterschappen ende stedefrunden tot Apeldorn vergaedert geweest zijnde, hoichnoedich eracht ein quartierdach verschreven tho werden, omb op bevriongh der Veluwen tegens den hoichduytschen tho raithschlagen ende sunst doch sulcx dersaicken gelegentheit vur Ruremund ende andere ereyscht. Is unse frundeliche begeren, dat u ersamen uwe gesanten onweigerlich affertigen willen, omb op toekomende maendach den 13e january savonts alhier bynnen Arnhem in tho kommen, gestalt folgents dachs op dese beschwernissen tot gemeiner wolfart tho helpen communicieren. Wijders gunstige frunden seinden wij u ersamen copie eines bryeffs aen onss bijden gedeputierden generall deser landtschap geschreven, daer uyt die selvige hebben aff tho nhemen die gelegenheit der criechshendell in den Ruremundeschen quartier ende veroersaeckt moegen werden bij dach ende nacht guede wacht tho doen halden ende sich tho bevlietigen voer schattpenningen myt aller iele op tho brengen ende aen den daer toe gestalten ontfanger tho leveren. U ersamen hier myt in schutz des Almechtigen bevehelende. Gegeven den 7en dach january anno domini vijftienhonderd achtenzeventig.

Burgermeisteren schepenen ende rhaitt der statt Arnhem.

Nummer 4

Copie.

Edele erentfeste ersame gunstige goede frunden. Hoick anliggender dringender noith kunnen wij u lieven und ersamen niet verhalten dat die viant mit alle gewalt tho pherdt und to voith stercker als wij die gemeindt op Ruremundt an kommen, und dat gantze legher noithwendich edoch niet sonder groten schaden des viants hefft moeten erbreecken und alle schantzen verlaeten und verthonen dhie viantschap mit branden straeffen und roiffen, daer tegens ielens gein wederstandt gebueren kan, ende dwiell alle vermuetlicheit wol bewogen, dat die viandt niet wurdt rusten zijn aenslaech die hij velicht op anderen oirteren furhanden mit aller iel wurdt vervolgen und executieren, als hebben wij niet willen onderlaten u lieven und ersamen mit aller iele und diligentie to verstendigen dat zij oire stadt mit guede dach und nacht wachten, und alle das tenige dat die noidt wurdt heijsschen doen versorgen damit die stadt durch die listige anschleech des viandts niet aberielet mach werden tho doen. Is unsere frundtliche begheren u lieven willen die affwesende und onsere frundtliche begheren u lieven willen bij verordente deputierden anstondt bij ons alhier ankommen laten op dat wij mit sterckeen und einhelligeen raith beter moegen gefrist zijn so fern zij aver uth blieven dencken wij ons damit to ontschuldigen nemblich ein vander stadt und ein vande ritterschap die bijder lantschap deputiert zijn. Dat oich mit aller iele gelt mach ankomen sunst werden hier noch weidere inconvenienten voirfallen gleich bij onsen andern schrieven hier bij genochsam vermeldet dat wij niet hebben willen verhalten u lieven und ersamen, die wij hier mit in schutz des Allerhoichsten doen bevelen. Datum ielents Venlo den 5en january anno achtenzeventig.

In margine stondt geschreven, dit selvige wilt copielicken den cleinen steden mitdeylen, under stondt geschreven: verordenten den bannerheren ritterschappen und steden des furstendombs Gelre und graeffschaps Zutphen iets bynnen Venlo, onderschreven: Bij ordinantie vanden heren verordenten de Anthony. Noch in een besunder pappier stondt geschreven: Besundere guede frunden, dwiel die viandt binnen Ruremunde und rontom sterck inkommen

4.2
und velicht zijne furnemen muchte zijn dese stadt Venlo to beryden und belegeren solten wij notich ansien und begheren dat u lieven und ersamen die behoirlicke versiehongh doen willen ende mit die anderen vanden landtschap so an zijnde excellentie als die generale staten ader daer dat noedich befunden sall zijn die vlitige anforderungh doen dat einich ontseth mach angeschickt und die viandt onderoghen gekomen worden daemit wij hier indie noot niet moegen verhalden und verlaeten werden als wij ons des aen u lieven und ersamen genslich vertroesten und verlaten. Datum ut in l[..]

Nummer 5

Ersame, wijse und vursichtige gunstige guede frunden. Wij kunnen u ersamen nyet berghen, wie dat wij den scholten die ennige penningen aen den hopluyden betaelt, alhier verscheiden hebben myt oere quitantien, omb mytten schriveren claerlick aff tho rekenen. Is demnha unse begeren, dat u ersamen alle acquiten ende bescheit myt oeren gesanten opten quartier dach averseinden willen, omb die dingen tho liquideren, und dat u ersamen in anschouw des hoichsten noitz, alle der schattpenningen die vurhanden moegen sijn, off inder iele opgebracht sullen kunnen werden, durch oeren gesanten willen doen averbrengen. Daer aen sullen der landtschap sunderlingen dienst door u ersamen die der Almechtiger langh wolfaerende behuede. Gegeven den 10en dach january, anno etc. 1578.

Burgermeisteren schepenen ende rhaitt der statt Arnhem.

Nummer 6

Wilhelm graff zum Berch, freiher zu Boxmeer und Beilant, hezu Hedell Homott Habs Wisch unnd Spalbech, bannerher des furstenthumbs Geldren.

Unseremm gunstigenn gruus, mit allenn guitten unnd geneigten willen zuvor, erentveste erbare lieben besunderen, was ir ahn unss umb roggenn, weggenn der burgerschafft unnd spindungh der arman bittlich geschreiben haben wie den genaden verleisenn, unnd weill es nhun [vur] alter gebrauhlich, und duerweggung ir hirbevor under unseren gubernament geweisenn haben wir der burgerschafftt insunderheitt den armen zu oren petition genediglich staedt verlehenett, unnd unseren rentmestern Henrich von Essenn ordinantz gegeven euch zu behoeff der burgerschafftt ehlich roggen zulassenn, euch zu spindung der armen zu vollest thokommen, doch sallmen sich erstlich bie gemelten rentmester erkleiren wie will roggenn man begern hete, umb solchs uns zuvermelden, und weiter darauff

6.2
zuerkleiren. Da wie sunst einer stadt Elborch weiter gunst, unnd genadt konttenn erzeigenn, dazu wallen wir uns jederzeitt geneigett vernhemen lastenn, weis Gott du deselben schutz wir mich bevhellen. Datum Berch zum 18 january anno etc. 78.

Ener guede frunt,

Willem grave zu dem Berghe.

6.3
Denn ehrntvestenn und erbaren unseren lieben besundern, burgemestere scheften unnd raedtt dero statt Elborch.

Coorn voer d’armen binnen Elburch anno 1578.

Nummer 7

Erbare ende froeme gunstige guede frundt. Alzo hoichnoedich die steden ( om alle besorchliche inconvenienten tho vermijden) tho muvieren ende stercken, tegen die practicken ende anschlegen des viants ende desselven ansichtungh, is onse ernst gesynnen dat ghij onweigerlich tot versueck der ersamen vanden Elburch schantzkorven aldaer sult doen bestellen in alsulcken antall, als oer ersamen van u lieven vorderen werden, vijff voet wijt ende soeven voet hoegh, ende voert den huysluiden aldaer doen kommen bolwercken neffens den van Doernspick ende Oesterwolde, die daer toe myt u lieven ampt verordent op alle gesynnen oerer ersamen, und soe hier aen mercklichen gelegen sult ghij u in tghene vurseid nyet weigerlich vinden laeten, bij privatie uwes ampts. Oeck soe oer ersamen sekere antall schutten tot presidia in oere statt begeerden, sult ghij oer ersamen die selve toeschicken, sonder ennige contradictie bij pene als baven. Daer nae sich moegen weten tho richten u lieven die der Almechtiger langh wolfaeren behuede. Gegeven den 28en dach january anno domini vijftienhonderd achtenzeventig, onder tsecreet segell der statt Nijmegen, dat wij ietz daer toe gebruicken.

Verordente der bannerhern, ritterschappen ende steden des furstendombs Gelre ende graeffschapss Zutphen.

7.2
Dem erbaren ende froemen Simon van Cleeff, richter int Oldebroick, unsern gunstigen gueden frundtt.

Oldebroeckers sullen alhier schanskorven maecken [onleesbaar]

Nummer 8

Ehrnachtbaer ende froeme gunstige guede frundt. Also ick uyt u lieven bevehell die verhandlungh des landtdachs in novembri lestleden bynnen (doorh. Nijm) Arnhem gehalden vur u lieven statt geschreven ende nye mandt die selve gefordert seind ick u lieven gemelte verhandelungh myt die instenctie um die nyhen Raeden van Staten myt brenger deses aver. Daer aen then weinichsten vierendertig stuvers brabants verdient die instenctie vur den eertz- hertongen had ick oick vur u lieven (doorh.: ges) statt geschreven, dan soe alnu daer inne ennige veranderingh geschiet, ende u lieven nu den selvige mytter correctie van Nijmegen mytgenhamen, heb ick die tho rugh gehalden, edoch soe die ersamen van Elburch die selvige begerden om tho sien soo ende welcker gestalt die veranderinge geschiet, sall eck die oeck seinden.

Die verhandlungh opten landtdach tot Nijmegen inden herbst ende vur den Arnhemschen landtdach gehalden mytten bygehoerige aen u (doorh.: ers) lieven ende der statt Elburch avergesante schryfften sijn noch nyet betaelt daer vur mij then weinichsten myt den vier stucken, ick u lieven vurtijtz aen [. ho..ss huygen] heuss gelevert, waell vierdehalffen gulden iegen soll. Ick mach lijden dat ein ersamen raitt aldaer die schryfftueren visitere und bij redelickheit daervan (doorh,: daer) der nae ore (doorh.: onleesb.) welgefallen. Ick heb die vuersseide Nijmegische verhandlungh (doorh.: durch) ende daerbij gefueghde stucken durch einen anderen, soe ick daer toe nyet kunde vacceren, doen schriven ende iegh immers in allen gevall ghenen schaede. U lieven willen hier in tbeste doen, als ick den stenen te betrouen, den selven hier myt in schutz des Almechtigen bevehelende. Gegeven den 11en februaris anno 1578.

Johann Albertz Velckman Secretaris (onleesb.).

Nummer 9

Ersame wijse ende vursichtige gunstige guede frunden. Wij kunnen u ersamen nyet berghen wie dat die gedeputierden deser landtschap tot Antwerpen zijnde, onss ende anderen hoefftsteden des furstendombs Gelre ende graeffschaps Zutphen geschreven, welcher gestalt der durchluchtichster hoichgeborner furst ende heer, heer Matthijss eertzhertouch tot Oistenreich, gouverneur generall aver conincklicke majesteitts Erffnederlanden, verordent ein lantdach uytgeschreven tho werden op sondach latare hierusalem, wesende den 9en iets loepende maindtz savontz bynnen Arnhem in tho kommen, gestalt folgents dach aen tho hoeren verscheiden propositien, belangende idt nominieren eines stattholders provinciall, die generall myddelen ende anderssins, die alsdan bij gedachten gedeputierden vurgedragen sullen werden, onss ende anderen hoefftsteden belastende dese verschrivongh tho doen.

Is demhha, in naem sijner furstlische durchluchticheit, onss ernst gesynnen, dat u ersamen onweigelich, a[.]schult in anschouw der saecken hoichwichticheit, tho rugh stellende oere gesanten myt volkomen volmacht, affertigen willen, omb op sondach toekomende den 9en marty savontz bynnen Arnhem tho erschienen, ende sich des anderen dachs bijden anderen anwesende frunden vinden tho laten ende aen tho hoeren idt report ende vurdraegen gemelter gedeputierden ende voertz tot gemeiner wolfart tho helpen communicieren, raitsslagen ende verordenen, als nae befinde behoeren sall. U ersamen hier myt in schutz des Almechtigen bevehelende. Gegeven den 3en dach marty anno 1578.

Burgermeisteren schepenen ende raitt der statt Arnhem.

9.2
Denn ersamen wijsen und vursichtigen burgermeisteren schepenen ende rhaitt der statt Elburg unsern besunders gunstigen gueden frunden.

Hertoch Mathiass schrieft uuth een lantdach tho nomineren den stadtholder, waer op die van Arnhem die magistraet vander Elburch verscheint om haer gecommitteerden tot so een einde to zekeren mede to seinden.

Nummer 10

Eerbaer eersame ende frome bisundere guede vrunden. Alzoe die durchluchtichste ende hoichgeboren furst und her Mathias eertzhertoge van Oistenrick etc, gouverneur ende capiteyn generael etc nae voergaende rype] deliberatie ader beraet mitten generaelen Staten der landen und anderssins genomen ons ernstlick und uuytdruckelick bevolen in anschouw der tegenwoerdelicke noetlickheyt, geanclouzieert ende volcommen macht ende auctoriteyt gegeven heeft om te committeren ende stellen sulcke commisarissen als wij daer toe bequaem ende gequalificert bevinden sollen om (indyen het noot zye) te bedwingen ende doen bedwingen retlicken ende mitter daet zoe wel dye gestelickheyt als dye communaelteyten steden ende broederschappen off confrarien alle oere baggen golt silvere juwelen ende ander silverwerck dienende tot der kerken ende nyet gewijt off gefaireert zijnde bij inventaris to leenen ende aenden generaelen staten deser landen van herwertzovere dye hun verobligeren souden dieselve weder te geven in specien off naetvere off in sulcken state als die tegenwoirdelick zijn woe zulcx allet zijner furstliche durchluchticheyt schrijven vermeldet ende derselver wijl ende meynunge is und hebbende wij sulcke zijner f urstlichedurchluchticheyts bevel den bannerheren ritterschap ende stedefrunden alhier op eenen generaelen landtdach vergadert gewest zijnde geproponeert ende vorgehalden dye ons daerop bejegent dat wij ons wel sollen weten alsulcken bevel gemess to halden ende mit aller diligentie te executeren, demnae ist dat zijne furstliche durchluchticheyt u luyden auctorizeert als oeck wij in cracht opgemeltes bevels u luyden committeren auctorizeren ende bevelen mits desen om anstont ende sonder vertreck mit u nemende den secretaris ende eenen gesworen off bequamen silver off goltsmit, ende alle id golt ende silverwerck voorsseid soe wel vanden geestelickheyt dienende tot der kercken ende nyet gewijt zijnde als vanden stadt Elborch, ende

10.2
den confrarien ader broederschappen binnen dieselve stadt wesende ende daeronder gehoerende bijden selven silver ader goltsmit doen werderen ende bij goeden pertinenten inventaris mitter daet indien noodich overnemen ende ons folgentz denselven inventaris toecommen laeten mit alsulcke versekerheyt ende bescheyt als wij daer voer begeren ende versoecken ons allet selve aen zijne furstliche durchluchticheyt inder ijlen overgeschicke ende derselver goede wijl ende meyninge wijders daerop te verwachten sonder des alles te zijn in gebrecke aengemerckt wye zijne furstliche durchluchticheyt schrijfft dat hunne welvaert ende eygen jeven daer aene hanght und wij bevelen u dem Almachtigen. Geschreven tot Arnhem den 17en marty vijftienhonderd achtenzeventig.

Cantzler und raeden des conincx in Gelderlant verordent,

T. Roos.

10.3
Dem eerbaeren eersamen und fromen Henrick Tergoir, scholtis voorts Dibbolt Feijt burgemeister der stadt Elborch onsen bisunderen gueden vrunden, Elborch.

Aenschrijven om alle silverwerck en juwelen uut kercken ende alle collegien en der stadt dat niet gewijt oft geheyliget is op te schrijven ende over te maecken aen den heren staten, van hertoch Mathias geordineert anno 1578.

Nummer 11

Erbare vorsichtige walwijse herenn gunstige guede frundenn. U erbaren weisen seinn meinn gantz bereidtwillige deinnstenn thovoerenn, und wes ick sonst guedes vermach. Ick kann u erbaren weisen niet bergenn, und twiffele nicht offte u erbaren weisen sullen sich noch wetenn toe erinnerenn, woe ick hier bevoerens als einn volmechtige van Hermen Lustenberch borger binnenn Lubeck, Arendt Francx mit zijnenn consorten, mit rechte bespraecket, ende die anspraecke dairvann vor langes in geschriffte avergegeven. Und alsoe Arendt Francxen dair up geeycipiert dat hie die doode handt, jaer ende dach, nae gebruick, ende gewoente aldar bij u erbaren weisen begerde te genieten, hebbenn u erbaren weisen den 21 february des vergangen jaers, voir rechte gepronunciert, datt hie dieselvige dode handt niet tegenstaende mijne reden ter contrarien hebben solte te genieten, dar bij ick es dann datmall hebbe moeten laten berusten ende die tijt aftwachten, diewile menn der jaer ende dach halt (als ick allenthalbenn berichtet binn) einn jaer, ses wecken ende drie daegen, ende alsoe die tijt omme sall zijnn nae mijne calculatie up donderdach nae paesschen offfte up maendach nae beloken paesschen ende ick twiffele ende vermuede datt alsdann die vacantie noch niet uuth wesen ende dat recht noch niet weder up zijn sall. Demnae is mijnn frundtlich bidden ende begeren, mijnn heren willen mij gelieven tho verstendigen ende mitten aller eersten weder aver te schriven wanneer datt recht sall wederomme urgaen, ende ick dair kommen sall moegen, umme datt angefangen recht tho vollenfueren, ende thoe verfolgenn, daemith ick niet vergeefsche reijse ende oncosten mochte doen ende ande mijnn principall niet verschuellet noch versuimet mochte worden, solche u erbaren weisen tot beforderinge der gerechtigheit ende des billicken mijnen versoeckens doende. Verschuldige ick omme dieselve altijt gernne. Empfelende dieselven hiermit dem Almachtigen in langwiligen gluckseligen regimente. Ilens denn 18en marty anno 78 uth Zwolle.

U erbare weisen gehoirsamer ende dienstwilligen

Nicolaus Buis.

Dat antwoirt bij u erbaren weisen missive wollen dieselve u erbaren weisen glieven toe bestellen een merriet heimrix die sall mij dat wall mitten eirsten aversenden offt woer bij iet sonst u erbaren weisen tho bestellen gelieven sall.

Nummer 12

Up (doorh.: und tegens) heer Henrick Hermanss (doorh.: tig) anspraec[k] tegens Lambert Herbertss gedaen dair in hij onder alles seeckert ut kenschap furdert van Lamber [..]. Antwoort dair op und seght dat hij heer Henrick oft die sijnen van wiens wegen hij mede spreckt kent heller oft pennynck schuldigh twesen wie heer Henrick oick in sijn replyck im t lest vergangen jare und gemeen recht apentlick bekant (doorh.: und z) die ter tijdt allenich een handtschrift van Lambert ffurderde thebben und hem behandtreyckt mucht werden (doorh.: onleesb.) van ghiene, schulden mentionierde und zedert met heer Henrick oft die zynen gekoft noch verkoftt wie will sych nu heer Henricks vorige confessie (doorh.:uyt) und dese anspraeck tegens Lambert gedaen sych mytten anderen rijmen die sych doch allenthalven repugniren und contrary synnen

Seght Lambert nochmailz dat hij lesen oft schriven kan oick kort van memory is niet sall gehalden twesen heer Henrick tot sijn gevalle alle iaer eens rekenschap van alde und veriaerde saecken tdoen de hij doch lest verleden iaer und gemeen recht gnoochsam gedaen und beantwoort heeft myt affkortonge sijner inerlixe pension hij van heer Henrick vursseid und de sijnen luyt zegell und brieve heft gebuerlicke rekenschap bewesen heeft heer Henrick cum suis heeft ten onrecht anspraeck und Lambert daerentegens een rechte antwoort gedaen heft seghe sulx recht twesen begeert dat gerichtz voorts dingende sijnen gerichte schade schade myt recht und alles rechten nootturft hyrop begeert to repliciren

12.2
Inder Schelungh tuschen zaliger (doorh.: onleesb.) Arent und Ass naegelaten kynderen anleggeren eens und Lute Peters van Ass naegelaten weduwe verweerdersche anderdeele na verhoor reden und wederreden und verlesingh anspraeck und antwoort vanden gemelten parthien vuergedragen deselve reypelick erwegen wijst die burgermeester Ernst Jacobss myt volgh der gemene schepenen um recht nademaill (Lutte van Ass und niet ) Luethe vurseid (een erff ruttersche is und) sonder die anleggeren vander dode hant herkhommen, und niet Lutthe een erff rutherschens sall Lutte vursied in dese die dode hant niet genieten sonder fall schuldigh ver[onl.]op danleggern anspraeck tegengedaen recht antwoort tho geven. Datum am soevenden july.

Sententie der dode handt,

De erffutersche tegengekent

Bestaith tuschen meester Bernt und Alyrt Greve an Arendt Heymanss oick […].

12.3
Denn erentvestenn erbarenn wijsenn ende vorsichtigen scholtis, burgermeisteren, schepenn ende raedt der stadt Elberch mijnenn gunstigen herenn.

Ter Elberch.

Partie heftt na inholt deser brieves de dode handt jaer en dach genoten in rechte alhier anno 1578.

Nummer 13

Eerbaer eersame und frome guede vrunden, in welcker gestalt durch uuyt druckelick ende ernstich bevel des durchluchtichsten und hoichgeboren fursten ende heeren Mathias, ertzhertogen van Oistenrijck, gouverneur ende capiteyn generael etc. wij u luyen bij onser missive vanden 17en marty voorleden gecommittert geauctorizeert ende mit vliete bevolen hebben die executie te doen soe wel vanden gestelicken ongewijden silveren ende gouden juwelen als vanden golt ende silverwerck der stadt Elborch ende een brouderscappen onder der selver stadt gehoirende, halden wij huyden genoech indachtich ende derhalven alhier omnodich wijders te verhalen und die wijle nu wij alnoch nyet vernhomen wat bij u luyden daer inne gehandelt noch ons eenigen inventaris vanden golt ende silverwerck aengecomen desmen sich in aenschouw des tegenwoirdiges noots gantz befrempt und yetz sijne f. d. andermael aen ons schrijft und mit ernst bevelt allen moegelicken vliet aen to wenden om tselve sonder vorder vertreck teffectueren demnae ist dat wij u luyden voorts opt ernstelicxst ordonneren ende bevelen u luyden comissie ende auctorizatie nae inhalt der voorsseide onser missive sonder eenich wijder vertreck alnoch te vollentrecken woe die noot sulcx vereyscht ende sijner f.d. ernste meynunge ende bevel is sunst ende bij voirdere suymenisse vandyen gedencken wij ons tegens zijne f. d. mit u luyden tho verdedingen daernae ghijluyden u moegen vlieten to richten. Mit bevelinge des Almechtigen. Geschreven to Arnhem den 2en aprilis vijftienhonderd achtenzeventig.

Cantzler ende raede des conincx in Gelderlandt verordent etc.

T. Roos.


Nummer 14

Erentfeste eersame zeer discrete bysunder grosgunstighe heren und vrunden. Ick schaam mij der bewuster tween halven vatten boters u lieven und eersamen meer toe scrijven oder toe importuneren, die wijle mij dselve zoe duckmael toegesacht, ende nyet nochtans gevolght, soe wanner u lieven und eersamen dunckt dat ick dselve geene dienst gedaen oder alsnoch geen dienst zolde kunnen doen, (doorh.: onleesb.) derhalven u lieven und eersamen mij dys botter te senden nyet gemeijnt zolde zijn, begeer u lieven und eersamen sich des willen ercleren, waer nae ick mij dan wijders zal hebben toe richten daer mede u lieven und eersamen in schutz des Almechtigen heren bevelende. Uuyt Arnhem den 25 en marty anno 1578.

U lieven und eersamen dienstwillighe,

Frederick van Boeymer.

Ende zou ick desen bede expresselijck daer omme geschickt, begeer in scrifftelijcke toeverlatige antwoort, u lieven und eersamen moge den bode loonen in gevalle nyet zal ick sulcx doen.

Nummer 15

Wijse voorsienige heren, naer behoorlicke erlyedung kan u edelen nicht verhalden, dat ick van koninclicke majesteits wegen hart gefundert werde om to doen reeckenninge vanden ontfanck der schatpenningen mijns seliger broeders Gedeons van der Houve in sijn leven lantrentmeister sfurstendombs Gelre. Ende sal mael nootlick sijn dat uwe edelen andermael mit mij afreeckeninge doen vande porcye vander stat Elborch, want ick bevynde dat uwe edelen noch betaelt hebben an den here van Hiergis de somme van vijf hondert guldens naer vermogens sijn eygen bekentenisse, welcke somme ick nyet en kan vynden bij uwe edelen geprouffeteert te sijn. Derhalven nut sal sijn dat u edelen terstont yemants herwerts an schicken want mijn reeckeningen sullen balde worden gesloten, waer deur uwe edelen te cort solde geschyeden.

Wijders mijn heren vynde ick enige swaricheyt inde betalinge van dye van Doornspijck, und dat sij noch etlicke quytancyen onder hebben van penningen dye sij den here van Hierges getelt hebben. Derhalven ende alsoe ick verstae dat sijluyden gehorich sijn onder tgebyet der stat Elborch, is mijn vruntlick begeren, hoer te ontbyeden, dat sij de selve quytancyen eerstdaegs brengen bij soe verre dye voldaen sijn voor den 7en octobris 1574 want mij niet wijders en reeckenen. Soe daer geen quytancyen voorhanden sijn, wilde ick wel dat sij mij scriftelick wilden verwittigen, wat somme van penningen of hoeveel sijluyden an baer gelt vande vyer termijnen des schattingen an handen mijns seliger broeders Gedeon vander Houve hebben betaelt ende dit oock [.] op talderspoedichste, twelck doende sult u selven voordel ende mij fruntschap doen. Kenne God almachtich dye uwe edelen spare en salige gesontheyt. Ylens uut Arnhem den 6en april 1578.

Al u edelen dyenstwilligen frunt David vander Houve.

Nummer 16

Dem achtbaren welwijsen ende voirsichtigen burgermeister schepenen ende raedt der stadt Campen.

Verthoenen ende gheven u ersamen wijsen uuyth noidt demodich tkennen Pauwel Berentsszen, Lubbert Draeck ende Jacop Jansszen u ersamen onderdanige burgers, woe dat sie verledene weecke mit oir scheepken geladet mit rogge ende weijte binnen gecomen van Amsterdam twelck sie dair verlicent hadden opter Elburch ende comende op die reve voir der Elburch achtervolgende oir licentz cedule meynende die rogge ende weijte dair to vercopene is die scholte aldair uuyther stadt tot hoir an boort gecomen ende hefft hun oir guitken van schip genomen ende hoir scheepken hefft laten arrestieren alwoirt alnoch angeholden wordt niet tegenstaende dat hoire burgers hier comen ende varen ende vrij ende vranck moegen hoir coopmenschop doen ende drijven ende nymantz dair an nuwerlde belett is worden behoirde wel (doorh.: onleesb.) billick van gelijcken dese supplianten oick onbespiert to gelaten tworden insonderheit so die supplianten dairgecomen weeren om to brengen ende niet to haelen. Bidden ende begeren dairomme seer onderdanig dat u ersamen wijsen gelyven willen hun vorderlijcke voirschrifften to verlenen an eenen erbaren raedt der stadt Elburch offte an den edelveste Henrick Bentinck droste der Overveluwen offte dairt u ersamen werden bevinden to behoeren dair mit sie moegen also oir angehaelde offte haer restierde scheepke mit zijn toebegoor weder crijgen ( doorh,: onleesb.). Dit doende etc.

U ersamen guitwillige burgers;

Pauwel Berentsszen, Lubbert Draeck ende Jacob Jansszen.

Nummer 17

Eersame wijse voersichtige insonders gunstige guede vrunden. Wes ons onse burgeren Pauwel Berentsszen, Lubbert Draeck ende Jacob Jansszen (betreffende hoer gearestierde ende angeholdene scheepken) toe kennen gegeven ende versocht, hebben u ersamen uth inverwaerte hoere supplicatie allenthalven gunstichlicken toe vernemen. Uns dewijle wij gemelten onsen burgeren in hore billick versouck sere geerne gevordert ende verhulpen segen. Is onse ganz vruntlick begeren u ersamen die gunstige versieonge doen willen daermit den gedachte onsen burgeren hoer scheepken onverweigerlick loss gelaten moege worden doende bijden selven als u ersamen wollen hoeren burgeren bij ons toe geschien. Des ommers oick alsoe behoert ende op dat alle inconvenienten voergecomen ende den soldaten alhier ghien oersake gegeven moege worden u ersamen burgeren ende schuytluyden (soe dachlicx byer ende anders van hier haelen) wederomme eenige verhinderinge te doen. U ersamen hiermit den Almachtigen bevelende. Datum den 8 aprilis 1578.

Burgermeysteren scepenen ende raedt der stadt Campen.

Nummer 18

Erentfeste wijse voorsienighe heren. U ersamen sult gelieven thoe weten als dat ick nhae u ersamen quitantie spech botter uund kees ontfanghen hebbe derhalven u ersamen nyt cunnende verbergen als dat ick mijn heren dselvighe quitantie van mijn onderteyckendt sijnde weder seynde allwair mijn heren haer reeckenschap nhae behoeren mede doen sullen muegen wijders mijn heren gans vrundtlich bedanckende dat u ersamen soe vlitich inder saecken binnen geweest waer ick mijn heren weder dienstlich in wesen can. Sullen mijn als een dienstwilligen bereit vinden mit bevelonghe des Heren. Ilentz uut leger voir Deventer desten 10en dach aprilis anno 1578.

U ersamen aller geheler gansgunstigher,

J. Iezhenrait.


Nummer 19

Erentfeste eersame wijse voersichtige heeren, besunder goede frunden. Die baenreheeren ritterschap ende steden deser landen van Gelre ende Zutphen hebben op mij begeert mij te informeren opde leenongen brantschattonghen extorsien ende concussien die de hoopluyden bevelhebberen ende knechten den underdaenen affgevordert hebben nemende tot mijner assistentie eenige gedeputeerden uuyt elcken guartier daertoe genominiert om oick tsamen to communicieren ende alsolvieren om middel to finden de [.] 40000 brabants gulden soe die hoopluyden untfangen ende alreeder is over affrekenen gepasst zijn vanden heeren Generale Staten wederomme to innen is behoeff der Landtschap ende alles vermochens de commissie mij daerop bij de Landtschap gegeven ende want ick wel vermoede uwe eersame off derselver borgeren geduyrenden de leste troublen wel eenige leenongen gedaen hebben oick bij diversen hoopluyden ende crijchsluyden vellicht deselffen eenige partien concussien brantschatten off extorsien affgedronghen zyn, heb ick uwe eersame hierbij wel willen verstendigen ten eynde deselve indient uwe eersame goet dunct laet

19.2
vercondigen dat alle deghene die eenighe predisien hebben op eenige hooftluyden bevelhebberen off soldaten van eenige leenongen concussien brantschattongen off ander extorsien henlieden gedaen dat een yeder daeraff zijn bescheet ende bewijes alhier in mijnen handen brengen voor uuytganck van meye naestcoomende ende volmacht vande pretendenten metbrengen om met mij te communiceren ende bezien off ick van wegen der heeren Generaele Staten op de affcoopinge vanhuere acte met henluden zal connen verdrachen mit beheren uwe eersamen mij mitten eersten adverteren wat deselve hierinne gedaen sult hebben om mij daernae to richten ende den gedeputeerden deselve lantschap van mijnen wederfaeren rapport to doen. Uwe eersamen hiermit in schutz der Almechtigen bevelende. Datum Arnhem 16 aprilis 1578.

[..] eersamen dientwillige Thomas Gramaye eerste rekenmeester conincklicke majesteit in Gelrelant

19.3
Den eerentfesten eersamen wijsen voorsichtighen [..en] unseren besonderen [..en] frunden, die borgmeesteren schepernen ende raedt der stadt Elburch.

Thoman Gramaije rekenmeester verwittet de stadt Elburch uut naem des vorstendoms Gelre dat sij haren schade end verschoten geldt aent krijschvolck solden instellen om verguedet te worden. Anno 1578.

Nummer 20

Eersame und frome besundere goede frunden. Nadem die twyst ende schelinge tusschen die vanden rittersschappen ende steden der Brouweine ende wollenwaegenhalven, die tijt der generale middelen ganck ende loep hebben hingelacht id, und dat uuyt oirsaecke dat die gemeine saecke der landtschap niet verechtert soe moegen worden und die generale staten tegens ons ghene ongenade dientgalven te scheppen hebben, oick soe die knechten voir Deventer liggende etzliche lenongen ten achteren zijn dwelcke voirder viandt sonder gelt niet to halden is ons gants fruntliche begheren ende in name der durluchtigen des ertzhertogen van wegen conincklicke majesteits ernste gesynnen dat u eersamen aanstondt in uwe stadt doet kundigen ende publicieren die vurseide generale middelen ende licenten int werck to stellen daer toe stellende goede ende getrouwe beedede ontfanghen die van maent toe maent bewijss reeckenende ende reliqua van oren ontfanck getrouwelich doen sullen, aenden ghenen die daer toe geordonniert sullen worden. Und daer u eersamen aenstondt procedieren int uuytsetten des 40en mans reeckenende tegens 40 huysere een (doorh.: d) welcke 40 huyseren ter maendt sullen opbrengen ses heren gulden daer inne niemant geschoent sal werden dan alleenlich den armen man die u eersamen sullen uuytsetten tot behoeff der landtschap und die vier stuver op ieder daler tot uwe stadts provisie van cruyt, loet ende lonten allet op die valt vanden groten termijn schattings die anderhalff hondert duysent gulden ruytergelts dwelck wij niet en hebben willen laeten verstendigen. U eersamen die der Alamechtige lange gesont frisse. Geschreven onder tsecreet zegel der stadt Arnhem etc den 30 aprilis 1578.

Rittersschappen ende gesanten der steden des Arnhemsche quartiers sampt und besunder ietz binnen Arnhem vergadert.

Nummer 21

Ehrentveste ersame vursichtige ende wiese gunstige guede frunden. Wiewaill wij in gheinen twievell stellen u lieven ende ersamen sullen nhumheer, volgende den lasten landtdachs affgescheiden, die generaill middelen ende licenten, als oick die ordonantie vanden 20en man opten lande ende denn 40en indenn stedenn, in u lieven ende ersamen stat ende gebiedt, int werck gestalt ende werckelicken effectuiert hebben ende also die opkompsten dain van ontfangen laeten alles volgende optenn voir angetogen landtdach dair van verfatte ende einhellichlicken gesloten ordonantie, wair van (als wij gelickfals in gheinen twievell stellenn u lieven ende ersamen voir langes copien geinhande offte anderssins alnoch bijder selviger hoiftstuck gesinnen konnen laetenn, hebben wij in nhame der landtschappen gelicke waill niet sullen noch wollenn onderlaeten u lieven ende ersamen bij desenn to vermanen dat, infall tselvige tegens denn vursseide landtdachs affgescheidt ende onse toeversicht also bij u lieven ende ersamen niet int werck gestaldt noch geeffectuiert weer, tselvige alnoch ainstondt ende sonder wieder vertouch ende ophaldenn geschiedenn moghe, dairmyt wij ein maill ons uth idt groit verdriet, schuldenn ende lastenn desenn landen obliggende redden rund vrijenn ende alsoe bij allenn deser landtschappen geledenen gelick ende enicheyt, onderhalden mogen ende u lieven ende ersamen gein oirsack

21.2
geven van wiederen schaden ende ongemack, dit hebben wij u lieven ende ersamen niet sullenn verhalden, ons sulcx tot die selvige, gentzlick versiende ende bij brengeren deses schrifftlick andtwordt wes van u lieven ende ersamen hierinne gedain sall sijnn begherende. Datum Nijmegen denn 17en may anno etc achtenzeventig.

Der bannerheren ridderschappen ende steden des furstendombs Gelre ende ainwesende gedeputierden ietz bynnen Nijmegen.

Uytt bevell ad ordinatie obgemelte heren gedeputierden. [..].

21.3
Denn ehrentvesten ersamen vursichtigen ende wiesen burgermeysteren schepen ende raith der statt Elburch, onsern gunstigen guede frundenn.

Des lantschaps gedeputeerden hebben alhier besonder zeegel in haere deposchen gebruyct anno 1578 van anno 1570 ut in sigillum liquet.

Nummer 22

Ersame wijse ende vursichtige gunstige guede frunden. Wij schicken u ersamen hier inne verwaert twe copien van credentz brieven des eertzhertougen ende hern Staten, myt instructie ingestalt op den hern marcquis van Berghen, doctoer Elberto Leonino ende meester Jacob de Hondt, then einde dat u ersamen oeren gesanten volkomen volmacht mytgeven sullen omb op inhaldt derselver opten aenstaende landtdach eintlick tho resolviren. U ersamen hier myt in schutz des Almechtigen bevehelende. Gegeven den 24en dach may anno 1578.

Burgermeesteren schepenen ende rhaitt der statt Arnhem.

Post data.

Up u ersamen bryeff, kunnen wij denselven onvermeldet nyet laeten, dat alhier den generaal myddelen ende licenten int werck gestalt sijn, und men int heffen derselver is.

Nummer 23

Copia.

Edele Ehrentfeste wiese voersinnige heren ende guede frunden. Naedemael Don Jan Danstrice ende sijn adherenten geliefft hefft den opgerichten vrede te brecken ende dese Nederlanden viandtlick tinvadieren ende dat conincklicke majasteit tegens alle hope toeseggen ende belofften, sonder aenschouw te nhemen op de groote elendicheit over so veel jaeren geleden, bij sijn ondersaeten van herwertsovere, hunne geduirige ghehoorsamheit, ende getrouwicheit ende so menichfulige billicke presentatien ende remonstrancien als van wegen die landtschappen gedaen sijn, in sulcke bitterheit gebracht is, dat se die pacificatie van Gendt affgait verlaet ende revociert ende in plaetze van vertroestinge ende guedertieren protection weteromb gesonden hefft ende noch dagelicx overseindt spaniarden italianen bourgongnonen duitschen ende andere uuythemischen criechs luiden tot hulpe ende assistentie van Don Jan, om daer me dondersaeten op ein nieus te bedroeven ende te bederven, ende die landen met eene affgriesselicke oorloghe inne the nhemen ende te overfallen. So ist dat die Staten generael van herwertzovere bij rechte van natuiren bedwongen ende geresolveert sijn het gewelt weder te staen ende te keeren, ende hebben tot dien eynde, ende om mit meerder versee-

23.2
kerheit, einen korten kriech to maicken, doin versamelen ende overkhommen groete menichte van criechsvolck, so te peerde als te voete, dewelcke niet gehouden khonnen worden in ordre ende discipline tot beschermenisse vande landen, sonder seer grote s[omme] van penningen, om dewelcke te vinden, sin in [ver]leden mainden seekere generale middelen die Sta[ten] van alle provincien voergehouden geweest, die [..] diversche communicatien ende remonstrantien, o[..] aepentlicke protestatien bijder eertzhertouch M[athias], prince van Orangnien ende andere heren, ain a[lle] provincien gedaen, ten lesten bij die van Brabant, Flanderen, Rijssell, Donay, Oveirs, ende meestendeel van dandere provincien sin angenhomen geweest, zo verre nochtans het furstendomb Gelre ende graeffschap Zutphen, ende sommige andere landen tselve oick ain nomen ende volchden.

Volgende den welck hebben sijne durchluchticheit excellentie ende die generale Staten ons affgeferdicht, om bannerherren, ritterschap und staden des voornuemde furstendombs ende graeffschaps te kennen te geven daenstaende periculen ende den

23.3
uuyttersten noit die voerhanden is, ende doir die genaede van Godt Almachtig gemeyne hulpe ende onvertrocken gewillichlicken bijstandt kan verhendt ende affgekeert worden, mit grote ehre, ende ewige welfaert van alle die landen, versueckende ende begerende daerom inden nhaem als boven dat bannerheren, ritterschap ende steden aendachtelicken ende als lieffhebbers van het vaderlandt toestait, die zaecke willen behertigen ende sonder swaericheit offte vertreck die vursseide middelen onlancx in drucke overgesonden, aen nhemen ende ter executien stellen, om indesen uuytterste uuth dandere landen gein oirsaecke te geven van forder vertreck offte kleynmoedicheit, maer ter contrerien tot meerder schrickinge ende wederstandt vanden viandt mit gewillige hulpe dingesetenen van dandre landen te vertroisten ende te assistieren, volgende die opgerichte Union, ende uit aensien vande grote inconvenienten slavernie ende ewige bederffenisse die anderssins soude mogen volgen.

Ende dat te meer gemerckt dese gemeine hulpe geinssins en derogiert ennige privilegien vande

23.4
landen als gedaen, niet uuyt beveel ende auctoriteit vande majesteitt offte andere overicheit, om ennig uuytheimsche kriech to fueren, off andere moitwillige dingen te bedrieven, maer uuyt aengebo[ren] noitelicke defensie van tgemeine vaderland[t ende] om te behouden lijff, guit ende privilegien, e[nde] beschermen huisvrouwen, kynderen ende nacomeli[ngen] van enen ieder, vande ewige tyrannie en[de ..] uitvyt, ende dat die vursseide middelen allein opgest[..] sijn ende duyren sullen, voer enen korten tijt, bij[..] de welcken (so verre ein iegelick he[m] gewillich thoindt) men hoept den viandt te verdrieven ende uuyt den lande te houden, daer ter contrarien ingeval van dispute, weigerongh, vertreck offte swaricheit te bevreesen is, dat die periculen sullen vermeerderen, ende datmen (so dexperientie van voerleden tijden uuytweist nae grote uuyteringe ende verderffenisse in plaetze van ein, myt meerder ellendichz twintich ende meer sal moeten opbrengen, offte vallen inde ewige slavernie ende eijgendom vande spaenguarden ende andere uuytheimschen, twelcke met guede ein-

23.5
dracht ende gewillige bijstandt vershuidt kan worden. Men weet well dat het furstendom Gelre ende graeffschap Zutphen groten onrost schade ende lasten gehadt hebben in voerleden (doorh.: tijden) jaeren, ende dat die tegenwoordige middelenn wel swaer ende ongewontlick sijn, maer staet te considerieren, dattet ein gemeine plage is, ende dat dandere landen boven die schaden vanden voirleden tijt veel millionen hebben moten opbrengen, soe tot betalinge vande vertrocken spaenguarden italianen, duitschen ende andere, als het voirgenoempde furstendomb ende graeffschap met andere omliggende landen tontledigen vande nederlantsche duitschen, den welcken nu wederomb verschenen is, eenen termijn van sesshondert duisent gulden ten laste van die generale staten.

Bovendien dat Brabant, Henegouwen ende andere landen jammerckelick bedorven sijn so bij het overkhommen en ende onderhouwen van alle daffgedanckte kriechsluiden, als bij den tegenwoerdigen nieuwen kriech ende versamelonge vand beide ferwachten ende tegenwoordige oirloge, die sij ongespaert lijff ende guet ende sonder

23.6
iedt ter werlt aentesien gewillich sin tonderhouden, ende bijde directie ende onder dovericheit van sine durchluchtige Excellentie ende andere heren hopen ten gueden eynde te brengen tot beschuddongh ende ewich welfaren van a[l] dandere landen, soe verre uwe ersamen wisen ende lieven ten anderen sonder vertreck hier inne gewill[ich] bewiesen, ende meer aensien die ewige slaver[nie] ende bederffenisse die in dusdanige manieren t[en] ewigen dagen verhuet kan worden, dan die swaer[..] offte ongewonte vande vursseide middelen de welcke gelickse myt vrijmoedicheit ende gewillichlick nu gemeine consent vanden landtschappen angenomen sullen worden soe sullen sij nair hun eigen believen tallen tijden wederomb affgestelt mogen worden, versueckende dairom wederom begerende ende biddende dat uwe edelen wise ende lieven tgene verseit is, vooren ogen willen (doorh.: nemen ) hebben, ende in plaetze van gerede gelde, twelcke niet well te bekhommen sou wesen, aennhemen willen die vursseide generale middelen, ende hun daer inne conformieren met dandere landen voer enen korten tijtt, sonder exemple offte oirsaecke

23.7
te geven dandere landen van cleynmoedicheit, off scheidonghe, daer duer soude mogen volgen ende die ewige ruine ende verderffenisse vande landen.

Ende gemerckt die aingenhomen ruyteren ende andere kriechsluyden voirhanden sijn, ende den tegenwoordigen noit ende tijt gein uuytstellonghe en konnen lijden, ende dat sommige andere umbliggende provincien genoch van gelicke conditie sijn uuytstellendt dexecutien vande vursseide generale middelen ten grote schade ende pericul van alle die landen. So wordt begeert, dat uw edelen, wiesen ende lieven dese tegenwordige remonstrantie believen over to seinden aen allen quartieren op dat tegens den aenstaenden landtdach ein ieder te bat geinformiert sie, ende te geringer eyn vruchtbarlicker resolution genhomen mach worden, sonder swaricheit off uuytstellonghe, die (gelick in sommige andere landen dus lange geschiet is) bij ennige twievelhafftige ende der wederparthie toegedaen geesten gepactifeert soude moegen werden, bedenckende ain dese saecke gelegen te sijne het ewich waelfaeren ende behoudenisse van privilegien, landtrecht, goet ende vrijdom vande

23.8
landen, diemen bij anders gein myddel deser tijtt en kan behouden, gelick uwe edelen, wiesen ende lieven uuyth de noitelicke protestatie bij sijne durchluchtige ende excellentie voir dainnhemen vanden vursseide middelen gedaen, breder moegen verstaen hebben.

Aldus overgegeven den heren gedeputierden des furstendombs Gelre ende graeffschaps Zutphen bynnen de stadt van Nijmmegen den 22 en may vijftienhonderd achtenzeventig. Onderteickendt Johan de Wetthem, Elbertus Leoninus, J. de Hondt.

Nummer 24

Ersame wijse ende voirsichtige gunstige guede vrinden. Alsoe wij etlicke malen und nu weder van die durchluchtige, des ertzhertogen angesocht ende steitz gefordert werden om ein merckelicke summe van pennongen tot behoiff der ruyteren ende knechten op te brengen, weten dannoch van den generael middelen ende licenten, so ielich (die wiell wij die vurgeruirte ruyteren ende knechten algereitz int landt hebben) gein gereide pennongen te bekomen, dan hefft ons goet gedocht eyn ieder adell ende onadell geistelicken ende wereltlicken tho versuecken umb ein ieder dair toe te leenen, die welcke men vande generaele middelen) anstondt sell restituierenn und so dan die pennongen nyth ieder quartier bynnen den tijt van acht daghen, ten aller langsten, nhae ontfanck deses, opgebracht moiten wesen. Is onss ganss frundtlick begeren begeren, ende nyettemin onse ernste gesinnen dat u erssamen hier inne tbeste voer uwe personen und voirts andere uwe borgeren wie boven oick willen forderen, und uwer stat guete nemplich die drost Bentinck hondert gulden, Haeften, veertich gulden, Steven toe Boecop vijff undtveertich gulden, Middachten vijff undtveertich gulden, Jan van Wijnbergen vijfftich gulden. Und voertz die geestliche ende werltliche tot discretie eynes ersamen raidten anstandt bynnen die tijt vorsseid opbrenget wie oick van gelicken alle andere ampteren ende steden doin sullen, ende an handen Derick van Wetten bynnen Arnhem levert nemende van hem recepisse, sall u ersamen tselve in korten dagen vanden generael middelen ende licenten restitueert werden off sunst sall nyth settunge dair van geschieden und dien sodane opgebracht sijnde salmen die knechten van dair doin vertrecken, dair inne nyet allein dit quartier sonder die alinge lantschap inbewillicht ende consentiert hefft. Sunst ist vermuetlicken dat die ruyter ende knechtenn

24.2
ietz int landt ongekenstert sijnden ons aff, ende den viandt toe trecken sullen, und ons allen om lijff guet bluet ende enige slavernie ende serviteit brengenn, desmen nu mitter hulp Gots lichtelick sal kennen voirkomen, und dat die arme onderdanen vanden onlijdelickenn last ende moitwill verlicht moeghen werden, twelck wij u erssamen in allen gueden nyet hebben konnen verhalden, die wij in schutz des Almechtigen doen empfelen. Geschreven tot Nijmegen den 8en juny anno 1578, und mitter selver stadt secreet zegel, dat van hier toe gebruycken bezegelt.

Ritterschappen ende gesanten der Steden des Arnhemschen quartiers ietz bynnen Nijmegen op einen lantdach versamelt.

Nummer 25

Johan grave zu Nassaw Catzennellnbogen Vianden uund Dietz, heer zu Bielstein, statholder ende capitein generaill des furstendombs Gelre ende graeffschaps Zutphenn.

Ersame wiese lieve besondere, wij hebben u schrievens ontfangen unnd dair uth vernhomen hoe dat vergangne saetersdach tho Doernspijck unnd Ostenwolde ein vendlin knechten van Lazarus Mullers Regimant gekommen sijnn unnd denn huysluidenn aldair verderfflicke groten schadenn ain doin soltenn.

Nu sult ghij ons gewislick toe vertrouwen, dat wij dyt clagenn unnd schreyen des armen mans gantz ongernn vernhemen, unnd niet lievers wunschen woltenn, dan dat wij sulcx keeren unnd weinden, unnd den armen huisluiden, desenn swheeren overlast vanden hals nhemen muchtenn, dwiell averst noch ter tijt ghein geldt von hoff gekommen, dat sulck volck gemonstert werdenn kondte, unnd onn onser macht nicht stehet dieselvigenn erghent anders wohin sonder bruheell, so wij von denn ertzherthogen als generaill gubernator verwachtende sindt to verleggen offte fuyren to laetenn. So hebben wij gisteren uuyt ielender post ain sine durchluchtige geschrevent unnd haepen noch desen avendt, offte in morgen andtwordt to hebbenn unnd ist ons nicht mueglick eehe unnd to voir, ietwes hier to

25.2
te doin. Begheeren derhalven, ghij willt biss dair toe gedult hebben, unnd idt gewislick dair fur haltenn, dat wij ghein vlijtt noch arbeyt sparen willenn op dat die knechten ten allerierstenn wegh gestuirt werdenn. U hiermede denn Almechtigen bevelende. Datum Nijmegen den 11en juny anno 1578.

Nummer 26

Eersame wijse und vursichtige gunstige guede frunden. Also die bannerheren ritterschappen ende stedengesanten tot Nijmegen opten landtdach gewesen hoechnoedich eracht hebben dat aenstondt in ieder quartier einen quartierdach uuytgeschreven sold werden, omb alle hoichanliggende beswhernissen deser landtschap onsen genedigen heeren stadtholder in tho langen, ende daer mede tho communiceren, is derhalven unse gants frundtliche begheren dat u eersamen oere gesanten affertigen willen, om sich op maendach naestkomende des avontz, nemblick den 16en deses alhier bynnen Arnhem onweigerlich tho erfuegen gestalt folgents daechs op deses quartiers ainliggende saecken, mercklicke lasten ende aenstaende periculen insonderheit die schantzen voer Deventer belangende mit zijn genediche riepelick tho delibreren ende nae befinde to ordonnieren, om alle inconvenienten ende onverwinlicken schaden voir tho kommen, als die saecken itz am hoichsten erforderen waer inne sich niemant bij zijne eetzplicht sall behoren te weigeren ader absentueren. Mit bevelungh des Almechtigen. Gegeven den 13en juny anno 1578.

Burgermeisteren schepenen ende radrt der stadt Arnhem.

Nummer 27

Ersame und voorsichtige bisunder guede frunden. Opt anholdt vanden koekenmeister des durchluchtichsten hoichgebaren fursten ende heren hertongen Hans Casimier, pfaltzgraeff etc. is onse fruntlick begeren dat u lieven vorfeegen willn soe villicht aldaer ennigen stoer salm off sunst andere furnemen viss to bekomen dat die visschers donselen alhier to mercte brengen tsal gelijck die koekenmeistern voorts gesacht ende wij doch oick mits id antal fremder horen ende ionckheer alhier wesennde wal geloeven dieselve ter gueden prijse vercofte ende betaelt konnen werden, sulcx vertrouwen wij ons toe u lieven den wij den Almechtigen bevelen. Gescheven to Zutphen den 29en juny 1578.

Burgermeisteren schepenen und raedt der stadt Zutphen.

Brenger des hefft een pasporte zijner furstliche durchluchtigsten voor den karluyden die den viss brengen sullen bij sich om to veyliger den wech to moegen gebruycken.

Nummer 28

Johan graff to Nassauw Catzennelleboghen, Vianden und Dietzs, her to Bijlstein, stadthalder int furstendom Geldern und graefachap Zutphen.

Erentfeste ersame und wijse lieve bezundere. Alzoe wij van meynonge zijn ten aencoomen des dorchluchtigen hoochgeboren fursten und heeren paltzgraven Casamiri die steden Campen und Deventer to belegeren und besluyten und dat tot behoeff der ruyteren und knechten ons vele provianden van broot, bier, case havere und allerley proviande van noode diemen nyet al en souede connen spijsen met commissie broot und proviande. Is onse gesinnen uwe eersamen aldaer eerstdachs doet vercondigen und publiceren wiemen sulcx gewoonlick is dat men alhier gemeynt is tot behoeff desselffs crychsvolcx vrije merct op te slaen dat daeromme den yegelick die sich mit soedelen begeert to sumeeren allerley proviande van broot, bier, boter, case ende andere nootdruft aenbrenge om tselve to vercoopen ende goet daeraff tontfangen. Wij hebben alomme op allen tollen in desen furstendomb Gelre und graefschap Zutphen geschreven ende bevolen den unianders und soetelers vanden proviande die zij hier brengen sullen geenen toll aff to heysschen maer bey passent to laten, sullen oick den ruyteren ende knechten verbieden laten ende de hant daeraen halden dat zij den soetelers geen schade en doen op lijfstraff.

Ten anderen alsoe die heeren generale Staten alnoch inder ijle nyet genoechsaem provideert zijn van gelde om allet wesmen van proviande van noode heeft te betaelen hebben wij raedsaem bevonden den steden onder onsen gouvermentute gelegen to tauxeren om terstont zekere guantiteyt van granen te coopen op eenen yederen respectiven gelooven ende credit ende tselve te senden daert van noode zijn sal, daeraf de tax vander stadt Elborch gestelt is op twee last roggen ende bier last haveren is daeromme onse gesinnen uwe eersamen denselven rogge und haver vanden stonden aen

28.2
coopen laten ende daermede doen soe wij hier beneden hebben doen schrijven. Wij sullen uwe eersamen van tgene tselve costen sal doen remboursseren ende betaelen vande penningen die comen sullen vanden broode ende haver oft vanden ontfanck vande generale middelen ende licenten. Hierinne wilt nyet suymich oft naelatich zijn want den dienst und welvaren des vaderlantz hier aen merckelicken is gelegen des verlaten wij ons tot uwe eersamen denselven hiermit in schutz des Almechtigen bevehelende. Datum Zutphen den 3en july 1578. Post data.

Desen rogge sullen uwe eersamen in alle diligentie maelen laten om alst noot wordt broot daeraff te laten backen ende tselve met oick de haver senden mette duersten daer de commissie generael vande proviande alhier Thomas Gramaye rekenmeister uwe eersamen schrijven sal..

Eure gutter gouder und frunnd,

Johann graff zu Nassau Catzenelnbogen.

Nummer 29

Ersame wijse ende vursichtige gunstige guede frunden. Alsomen dem wolgeboren hern graven tho )doorh.: Moes) Moerss die 12 dusent gulden, bij sijn genediche vur den kriechsvolck int oeverquartier verstreckt, sonder langer vertoch oder uytflucht, sall moeten restituiren, derhalven noedich wurdt sijn, so van wegen deser betalingh, als andere hochakliggende saicken der landtschap tho communicieren, und tot dem einde ein quartierdach an tho stellen, twelck doch ietzender deser quartiers gelegenheit mercklicken ereischt. Is demnha unse frundtliche begeren ende in naem der landtschap ganss ernst gesynnen, dat u erssamen oere gesanten onweigerlick affertigen willen, omb op toekommende sondach, nemblick den 13en ietzloepende maintz tsavontz alhier bynnen Arnhem in tho kommen, gestalt folgents dachs op die vursseide saicken tho helpen delibereren, raithschlagen ende resolviren, als die noitt ende gemein wolfaet erfurderen wurdt, daer aen sullen der landtschap ende onss sunderlingen dienst ende frundtschap doen u erssamen die der Almechtiger langh wolfaerende behuede. Gegeven den 7en dach july anno domini 1578.

Burgermeisteren schepenen ende rhaitt der statt Arnhem.

Nummer 30

Johan graff tho Nassow Catzenelnbogen, Vianden und Dietz, heere tho Bilstain, stadtholder des furstendombs Gelre und graefschaps Zutphen.

Eerentfeste eersame lieve besundere, Wij houden uwe eersamen indachtch van tgene dat wij den selven opden 3en deses maendt gescreven hebben om etlycke proviande tot behoeff und spijsing des crijchsvolcx op tho brengen, ende want den commissarus Gramaye uns nu te kennen geeft dat uwe eersamen hen ghisteren gescreven hebben dat uwer eersamen onmogelicke den crijchsvolck voir Deventer tassisteren, den wijle ghijlieden dach ende nacht wes u van tleger voir Campen aencompt moet behulpelick zijn begeerende daerom men uwe eersamen sulcx worden verlaeten etc.

Ende want den grooten noot idt zoudt hier is ende men coren moet hebben om tleger te spijsen opt goet daervoore men tselve coopen mach is nochmaels ons gesinnen uwe eersamen hier terstondt soovele gelts souden daermede men de 2 last roggen ende vierlast haveren coopen mach dat all om 440 pond te doen sal zijn ende wij zullen uwer eersamen daeraff doen betaelen soo wij u bij onse voerge baenen gescreven hebben haer lieve wilt nyet zuymich zijn des verlaeten wij ons tot u lieden ende begeeren hierop antwoorde van uwe eersamen die wij hiermede in schutz den Almechtigen bevelen. Gescreven to Zutphen den 9en july 1578.

Eure gutter gouder und frunnd,

Johann graff zu Nassau Catzenelnbogenn.

Nummer 31

Johann graff tho Nasow Catzennelnbogenn, stadthalder inn Gelldern.

Erentveste eersame unnd wijse lieve bisundere, Allst wij in gloeffwerdige ervarung kommen dat eenige vann uwenn burgeren ofte inwonerenn sich verweigert hebben die union (doorh.: onleesb.) dieser provincien autonomen und to unnderschrijvenn. So begeeren wi ann u gunstiglich, und niet to min ambtshallven bevelennde dat gi diesellvige voer u bescheidenn willt unnd mit vlijtt vermanen dat sie nochmalls die voorschrevenn union annemenn, ofte ingevalle sie sich daerin beswaerenn tegens naestkunststigen maenendag to Sutphen ofte Arnem ann wellkenn ortt wij allsdann sijn sollenn bij onns sonnder uytbliven erschijnenn unnd onns die oorsakenn oeres verweigerens vermelldenn. Villt onns oeck oere namen met eerster gelegener bodtschap aversenden up dat wij bijgevalle sie ungeher samlick uytblivenn wurdenn daer anndere middelen daerin versien mogenn. Des verlaetenn wi onns tot u, die wi hiermede dem Allmachtigen bevelenn, Datum Harderwijck denn 17en july anno 1578.

Eure gutter gouder und frennd,

Johann graff zu Nassau Catzenelnbogen.

Nummer 32

Ic Johan van Lengell bekenne, alsoe etlicke vande schepenen und ick tonsen begeren van onse offity gesuspendiert unde derhalven gedanen eedtz verlaeten zin van onsen genediche heeren hern stadtholder etc. Soe dan zin genediche andere schepenen verordoniert heeft dat ick op huyden dage onderschreven dorch dselve schepenen gesinnen bij oer eersamen gekaren dienstere Jakop Jansszn opte raethuyse gesandt heb idt grote segell und idt secreet segell derselve stadt tobehorende die ick tot desen dach toe in mijnen bewaer gehadt heb. Oerkonde deser bekentenisse bij mij onderteickent. Actum den 20en dach july vijftienhonderd acht unde tsoeventich.

J. van Lengell.

Nummer 33

Eersame wijse und voorsichtige gunstige guede vrunden. Alzoe op den lesten quartiersdach alhier bij ritterschappen ende steden veraffscheyt is uuyt anschrijven onses genedichen heeren stadtholders, datmen den edelen und erentfesten Engelberten van Brempt, drost to Straelen van zijne gedane burchtocht aenden grave van Moers belangende die twaelff duysent carolus guldens quiteren zolde. Maer van uwe eersamen statz quota bedraecht die somme van negenenveertich gulden, und zoe genanten Brempt alhier angekommen und op costen der lantschap to leysten gemeynt, is onse fruntliche begeren dat u eersamen die voorgenoemde quota met eynen zeeckeren baden alhier aenstondt andeseyndet, op dat die grote oncosten van de landtschap vermidet moegen werden, twelck wij gunstiger wolmeynongh niet en hebben kunnen verhalden. U eersamen die derAlmachtiger lange gesont frysse, Geschreven den 21en july achtenzeventig.

Burgermeisteren schepenen und raeth der stadt Arnhem.

Nummer 34

Johann graff tho Nassow Catzennellnbogenn etc stadthalder in Geldern und der graffschap Suttphenn.

Eersame unnd wijse lieve besonndere. Hoewall wij u lestmaells ter Elborch wesennde niet alleen mondeluck bevolenn maer oick vann Harderwijck u togeschrevenn hebbenn etzlicke vann uwenn in woenderenn, diewellcke die Union to underteickenen unnd an to nehmen geweigert, vor u tebeschaidenn, unnd tot annemung sulker Union nochmaells tevermanenn offte in gevall sie in oere obstinaetheit möchten verblivenn in der personn tot onns toewijsenn op dat wi selfs die oersaken oeres ungehorsams konder vernemen.

So hebben wi doch bis noch to niet weten mögen ofte ietwes daerop gedaen of gevolgt sij unnd konnen niet verstaen waerom dat sulcks verblevenn is.

Diewijll wi onns nu schulldig erkennen dem genigen wat vann onnsen gnedigsten heren dem ertzhertogenn unnd generall statenn bevalenn oeck vann der gemeenen lanndschap daerop beschlatenn met allen ernst int werck to stellenn. So gesinnen unnd bevelenn wi nochmaells dat gi onnsen vorigenn bevell aengaende die voerschreven personenn eerstes dages naekombt, unnd diesellvige met allem ernst daer to vermaent die vorschretenn Union antonemen unnd approbierenn, ofte so sie nae als voer in oeren ungehoersamb verharren wurdenn willett onns oere namen verteickent to schickenn, op dat wi anndere daerto behorlike middelen gebruicken mogenn, Des willen wi onns tot u verlatenn die wi hiermede dem Almechtigen bevelen. Datum Suitphen, denn 26en july anno etc. 78.

Eure gutter gouder und frunnd,

Johann graff zu Nassow Catzenelnbogen.

Nummer 35

Denn sallm unnd andere vischen hebben wi bij jeigern deeses woll ontfangenn, unnd doen onns derhalven alls oock van wegen uwes geneigden gemutts twellck wi hiermit stueren gunstiglich betanken. Datum denn 28en july anno 78.

Nummer 36

Erentfeste eersame voirsichtige heeren besundere goede vrunden. Alzoe onse genediche heere stadthalder grave Johan van Nassauwen voor zijner genediche vertreck uuyt deser stede geordoneert heeft datmen soe lange dese oirloge duert continuelick stapel van proviande houden sal binnen de steden Nijmegen ende Arnhem omme deselve ter noot to besigen tot dienste van den gemhenen vaderlandt ofte generale staten ende dat daeromme nootich is van allen den steden van Gelrelandt, Zutphen, Vrieslandt, Overijssel ende Groeningen te voirderen van elcken respective oire tauxe van graenen ende andere proviande daerop deselve geset zijn oft de pennonghen die daeraff comen souden mochen om daermede proviande to coopen om de voorseide twe stapelen mede wel geprovideert te onderholden ende want uwer eersamen tauxe is van twe last roggen ende vier last haveren (doorh.onleesb.) ende daerop soe wij verstaen nyet en is betaelt is daeromme sijner genediche meynonghe ende ons begeeren uwe eersamen deselve granen soe verre die aldaer gereet leggen terstont vercoopen laten ten meesten prouffijte ende minsten schade der lantschap ende de pennongen daeraff coomende oft soe verre die noch nyet ingelocht zijn voor elck last roggen 100 gulden ende elck last haveren vijftich gulden senden tot Aernhem in handen vanden geenen die zijn genediche daertoe bij advyse vanden gedeputeerden verordenen sullen, hierinne begeeren wij uwe eersamen nyet suymich oft naelaetich zijn soe den dienst van tvaderlandt daeraen merckelyck is gelegen begeerende hierop den mede beschreven antwoord van uwe eersamen die wij hiermede in schutz den Almechtigen bevehelen. Datum Zutphen onder derselven stat secreet zegel dat wij semptlick hier to gebruycken opden 4en augusti 1578.

Die gedeputeerden der lantschap van Gelre und Zutphen itzondt to Zutphen vergadert zijnde.

Nummer 37

Ersame wijse ende vursichtige gunstige guede frunden, u ersamen bryeff in dato den 4en augusti, belangende tschriven onses genedigen hern van der generall myddelen hebben wij ontfangen und alles inhaldts verstaen, und kunnen u ersamen daerup gunstiger meinungh nyet berghen, dat wij gelicke brieven van onsen genedigen hern stattholder ontfangen, daerop myt onser gemeint communiciert, und sijn genedige myt onderdeniger antwordt bejegent nyet twivelen die generall myddelen en sullen dan achtervolgende onse vurseide schriven alhier oeren wercklicken voertganck genieten des wij begertes berichts nyet hebben willen verhalden u ersamen die der Almechtiger langh wolfaerende behuede. Gegeven den 6en augusti anno 1578.

Nummer 38

Mijnen wylligen dienst und geringe vermoegen zuvoeren erentfeste ersame wijse und vuersichtige gunstige heeren und guede frunden. Alzoe hopman Wolter Hegemans schrijven craenevoet gunt mijn aengebracht dat hij etzliche pennongen tot verscheyden reysen vanden affgestalten raedt ander sine quitacie ontfangen heeft, daer uuyt dan op sine aengeven ick met eyntlich mijne rekennugh kan maecken sonder zold irst moeten zien sine quitancie iss derhalven mijne frundtliche begeren dat u lieve und ersamen dieselve quitancie enen vertrouwten frundt alhier mitten irsten wyllen averseynden. Iick sal deselve lichten und mijne indie plaetze leveren off sunst dat u lieve und ersamen die vuergenoemde quitancie ieder apart wijllen copieren laten und mij die toeschicken op dat ick mijne rekeninge claerlich stellen mach, und die verordenten mitten hopman eyntlich aff rekenen moegen, u lieve ind ersamen in schutz ende scherm des Almechtiger emphelende. Geschreven den 8en augusti 1578.

U lieve und ersame dienstwylligen,

Wetthen secretaris Arnhem.

Nummer 39

Johan graff thoe Nassou Catzenallnboegen etc, stadtholder int furstendom Geldern und graeffschap Zutphen.

Eersaeme und wise lieve besundere. Wiewoll wij ons gentzlich willen versien, ghij sult op onser onlangs aen u gedanen schriven und begeren datmen die generaell middelen als sie thoe Nijmmegen up dem lest gehaldenen landtdach duer bannerheren, ridderschap und steden ingewillicht sint daermede sonder suemnis ofte verhinderongh voirtgeffaeren sijn.

Edoch dwijll wij gheenen gewissen berichten hebben wat daer van geschiet zij ofte niet und dan der durchluchtichst und hoichgeborn onse gnedichste heer der ertzherthoch in Oistenrich etc. und gubernatoer generaell deser Nederlande nu avermaels om gedachte middelen allethalven in onser gubernament toe beforderen und int werck toe stellen aen ons geschrieven und daeraen scherpelick gemaent heft.

Soe hebben wij niet onderlaeten willen derentwegen nochmaels aen u to schriven gunstichlich begerende oick ambtshalven ernstlick bevelende dwijll men toe betalingh etlicher schulden op dese landtschap staende tot continuation der belegerongh voir Deventer onderhaldongh der soldaten inder landtschap dienst wesende oeck anderen onumbgencklicken swaeren uuytgiften die wij dagelix in saecken die gemeine landtschap belangende noetwendich doen moeten eener groeter summa gelts sall bederven sonder diewelcke niet alleen nichts guets uuytgericht werden kan, dan oick soe langher soe meer groeter verloep, und deser landtschap

39.2
allerhandt boese naespraeck und verwijt onordnungh in allen saecken onder dem krichsvolck onwill und ongehoersam und ten lasten een gemeen landt verderbens und ondergans te besorgen is. Ghij willet om sulcken onraet und des gemeinen vaderlants schaeden helpen toverkommen met gedachten generaell middelen langer niet stilstaen sonder dieselve (soe idt noch niet geschiet en is) sonder eenich vertreck hindernis noch ontschuldigungh in uwer stadt publiceren und int werck richten latenn.

Und want niet alleen tot behoeff deser lantschap int particulier (als boven gehoirt) sulcks ten hoichsten van noeden is, sonder oick tott onderhaldungh des krieghsvolcks soe den gemeinen vaderlandt ten besten aengenoemen dit furstendom und graeffschap den anderen provincien vermoegh der opgerichter Union thoe hulp und stuer kommen und eene aensehenlick somma van penningen in korter tijt sall contribueren moeten soe ghesinnen wij nochmaels ernstlich ghij willet hierinne niet mangelhaftich sijn sonder met der daet bewijsen dat u des gemeenen vaderlants wolfaert met ernst aengelegen is des getroisten wij ons tot u die wij hiermede dem Almechtigen bevelen. Datum Arnhem den 12en augusti anno 1578.

U goede gunner und frundt,

Johann graff zu Nassau Catzenelnbogen.

39.3
Ock lieve besunder. Na dato hebben ons die uuyt den Sutphenschen quartier togeschreven welcker gestalt sie op den ietzgehaldenen quartiersdach resolviert hebben desen naestaenstaenden sondach des generael middelen allenthalven in oiren quartier publicieren toe laten und den volgenden 19en huius met der innemong derselvigen gewislich aentoefangen is derhalven ons gunstich begeren und beveel op dat hier in in dem gantzem furstendums glijckheit gehalden wordet gi willet om die selvigen tijt met desem werck ock voertfaeren ut in literis

Nummer 40

Johan Graeff zu Nassow Catzenellenboge etc. stadtholder des furstendombs Gelre und graeffschap Zutphen.

Eersame und wiese lieve bisondere, welcker gestalt om in onsenen iersten aencompst und annemingh deses gubernements sekere articulen bij gemeyne lantschap voergehalten oeck operlacht wordt die selvige mitten eedt tho bekrefftigen als wij dan op begeeren gedachter lantschap sulcken eedt lieffelick prestiert hebben des alles sult ghij sunder twijffel oeck wel indechtich sijn.

Wie wol wij nu verlengst geneicht weeren geweest unseren eidt genoch to doen und die gesworene articulen tot werthelichen effect to breingen so sijnt wij doch van wegen der mennichfeldiger voerfallenen verhynderungs und ghemeyne lantscheften insonderheit aever mit desen verderffelicken duer und oevertoegen und lanckwyligen stilleggen der ruytteren und cnechten biss nocht[] daeran verhyndert werden.

Damit dan gedachte articulen eenmael int werck gestelt und sunst des gemeinen lants opleggende noots der gebuer nae betrachtet und allerhant wichtigen saicken affgeholpen moegen werden hebben wij gheen bequemer wech gevonden dan einne gemeyn to samen kumpst und lantdach to bestemmen und uuyt to schrijven.

Begeerende demnae gunstichlich ghij willet ennighe uuyt uwen middel mit genoechsaem gewalt und volmacht und sonder relatieren oft tho ruckbreingen und alzoe dat sij in allen voervallenden nodigen saicken mit anderen deses furstendombs und graeffschaps glitmaeten eintlick resolvieren und sluyten moegen affveerdigen tegen woensdages den derden naestcommenden maents septembris des avents binnen deser stadt Aernhem

40.2
tho erschijnen gestalt des volgenden daeges des morgens mit uns und anderen bannerheeren ritterschap des groten und cleynen steden des furstendombs Gelre und graeffschaps Sutphen gesanten die gelegentheit ende dat opleggen deser lantschap nae erforderungh deser tegenwoerdiger tijt und noits und sunst alle andere articulen op verscheyden zedert den jare 76 geholdene lant- und quartiersdagen ontsloten ind alss noch niet geexequert to beraetslaegen und entlick daerin tho sluyten. Oeck op goede ordenungh und versegungh tho deincken helpen wie die kumpstighe besorchte oevertochten (mit welcke die wijl die wynter voerhanden is und dat crijchsfolck wederom offtrecken mach willicht idt furstendoms und graeffschap niet sal kunnen verschoent werden) mit weynichsten schaden und beswaernis der armen onderdanen gheschien moegen, und insonderheit begeeren wij ghij willet uwen deputierden genoechsame und gewisse instructioen mit gheven welcker gestalt men die voergeruerte van ons beswarene articulen tot fryungh unsers eedts mit werck richten moege opdat alle oncosten die biss amheer op verscheiden lantdagen aingewent hin vorders vermidet der gemeynen lantsaicken vruchtbaerlick affgeholpen und die inwoenders deser landen bij hebbenden privilegien und olden gebruyck gehanthavet moege werden.

Diewijl wij oeck nyet twijffelen ghij sult des bijden Raeden van Staten alsoeck den generael staten deser geunieerden nederlandisschen provincien ingewillichten religion fredens goede wittenheit dragen so is oeck ons begeeren dat ghij u daerop wel rijpelick bedencken und die uwe met een goede und godtsalighe resolutio amheer schicken willet alles tot sulcken einde op dat niemant in sijne consientie beswaert een stedighe vrede

40.3
und enicheit ten beyden sijden erholden und alle schedelicke diffidens und misfertrouwen tusschen hoegen und nederen standes glitmaten als oeck allen onderdanen und inwoeneren gedachtes furstendombs und graeffschaps opgehavet und vermiedet werde.

Und want u selfft als den verstendigen genoechsaem bewost wie hoich und wol der gemeyne lantschap aen deser versamelungh geleden is, so willen wij in geynen twijffel stellen ghij sult daerin nicht suimich sijn und uwen gedeputierden sulcke genoechsame volmacht und instruction mit gheven daermit die vruchtbaerheit des landages bij gebreck van dein nyt verhyndert noch die lantschap in vergeeffelick (doorh.: tot) unkosten gefuert werde. Des verlaten wij ons gewisselick tot u die wij hiermede in schutz und scherm des Alderhoichsten beveelen. Datum Aernhim dem 18 augusti anno 78.

Uwer guede gunner und frundt,

Johann graff zu Nassaw Catzenelnbogen.

Nummer 41

Ersame wijse und vursichtige gunstige guede frunden. Also onser genediger heer stattholder ein landtdach aengestalt tegen den derden naestkomende maendts septembris alhier bynnen Arnhem tho erschreven daerop, onder anderen op die religions frede bij die die durch luchticheit des eertzhertongen van Oestenrich gouverneurs generals etc avergesant, gerathschlaget, deliberiert ende resolviert sal werden senden wij u eersamen tegen geboerlick beloenungh copie des schreivens sijner furstlicke durchluchticheit und religions ferdens myt brenger deses aver, omb daer op tho communicieren und sich daerna in affertigungh uwer gesanten tho richten. U eersamen hier myt in schutz des Almechtigen bevehelende. Gegeven den 22en dach augusti anno domini 1578.

Burgermeisteren schepenen und rhaitt der statt Arnhem.

Nummer 42

Johan graeff toe Nassauw Catzenellbogen etc stathalder etc.

Ersame und wijse lieve besundere. Also ons der erbar onse ock lieve besundere Derrick van Wetten als ontfanger der ingewillighten schattungen in desen quartier op onse begeren overgelevert heft den staet van sijner reeckenung und wij daerin befunden dat bij uwer gemeente noch een goet (doorh.: onleesb.) deel vanden twemael hundert duesent als ock die volle quota van den vijftich duesent und ses duesent gulden met sampt den veertigsten man uuyt steet und dan die lantschap gelts halven hoochbenoticht is und allerhandt onraet und besweerlicke inconvenienten toverhueden die restanden inder ijl opgebracht werden moeten. Soe is ond gunstich gesinnen und beveel ge wilt desen uuytstaendt vermög inliggenden zeddels inmaenen und inwendich acht dagen in handen gedachtes Derrick van Wettens gewislich leveren und diewiel u selffst bewust wie hoch und wel gieraen gelegen is wollen wij ons gewislich verlaten gi sult hierin nyet gebreckelick sijn unde bevelen u hiermede dem Almechtigen. Datum Arnhem den 24en augusti anno etc 78.

U goede gonner unnd frundt,

Johann graff zu Nassaw Catzenelnbogenn.

42.2 (bijlage)
Elburch kompt to dragen van den twemall hundert duisent gulden – 784 gulden.

Van den vifftigh duisent gulden – 196 gulden.

Van den ses duisent gulden – 49

Van dem 40 ste man

Hierop betaelt

Up die twemal hundert duisent gulden – 545 gulden.

Rest noch – 239

Summarum rest noch mit die vifftigh duisent, ses duisent gulden, behalven den 40 ste man – 484 gulden.

Nummer 43

Ernntfeste welwijse seer voorsinnige heren. Nhaer alle erbiedonghe und behoirlicke recommendation kan ick u eersamen mitz desen niet verholden woe dat mijn vrundtlich begheren is dwiell ick int warck ben unnd die brugghe off thoe branden unnd (doorh.: aldaer) algereetz teer daer an verquitst hebbe bevindende sulcx men alle inconvenienten unnd (doorh.: onleesb.) tochten daer uut toemende thoe vermyden nootlich tho sijn u lieven twillen mijn vijff off ses tonne teers bestellen unnd soe dat tot ene gemene saeck geimploveert sall worden verobligeerd mijn persoon dat sulcx in opbrengen der schatpennonghen gecort sall muegen worden. Wijders angaende nieuwe tijdonghe weet ick mijn heren sonderlingh niet thoe schriven dan dat sich die viandt haer stille holt unnd mijns bedunckens nootlich is dat die saecken meerder behartighet sal moeten worden soe wij die stadt veroveren sullen sulcx mijn eersamen heren niet cunnende verbergen will mijn heren den Almechtighen heren in sijne gnedighe schutz ende scherm bevoelen hebben. Ilentz uut onser schanse voor Deventer dessen 29en augusti anno 1578.

U lieven aller gansgunstighere W. Hegheman.

Nummer 44

Ernnfeste wijse seer voorsinnighe heren, nhaer alle debiedonghe sall u lieven gelieven thoe weten woe dat ick twe tonne teers gecregen unnd ontfanghen hebbe. Weshalven ick u lieven des gedaen (doorh.: d) neersticheits bedancke unnd soe ick u eersamen in enighe saecken weder dienstlich wesen can sullen mijn eersame heeren altijd als een dienstwilliger bereyt vinden. Mit bevelunghe des heren. Raptuy uut onser schanse voor Deventer desen 30en augusti anno 1578.

U lieven aller gehelde dienstwilligher W. Hegheman.

Nummer 45

Ersame unnd vorsichtige gunstige gude vrienden, nachdem jegenworttiger gelegenheit nach meines gnadigen herren graffen Johans van Nassaw etc stathelders etc kuecken gans well jegen diesen landttagh mit botteren versehenn, und dieselb bei ew ersamen wie ich bericht zimblich maten tho kreigen ist als langt in namen wolgemelt meines gnedigen herren bevelchs an ew ersamen meiner gunstiges gesinnen dieselb wollen sopalet moglich in aller eill ein ton botteren aver zu notturfft irer gnadigen koecken hirhin schicken und den koep daraff overschreiven. So sullen ire gnadigen in irem wederkommen alhir die vorsehungh doen dat ew ersamen solch vat botteren sal betalet werden, dessen verlate und vertröst ich mich also tot ew ersamen die irer gnadigen darinne sonnenliche dienst bewisen sullen, wil Gott etc ew ersamen thot seinen lob erhalden. Datum ilens Arnhem [den] 3en septembris anno etc 78.

Seiner gnadigen kuchenmeister,

Jacob Koeningck.

Nummer 46

Ersame voirsichtige und discrete insondere gunstige guede vrunden. Wij hebben voer vijff daegen u ersamen missive ontfangen meldungh doende van een nederslach aen Henrick Lambertszoon neder geslaegen bij twe metzelers van Harderwijck begaen etc. Wijder inholt der selver, und alsoe wij nyet geweten wat personen dat selve gedaen wou u ersamen missive dair aff geven meldungh doet, soe sijn wij nochtans berichtet we dat eynner der eyn tijtlanck in onser stadt arbeyt geweest derhalven sich vluchtich gemaeckt solde hebben. Sou ist dat sijn huysfrou bij ons geweest und onse vurschrift begeert heft, seggende dat oer man sulcks nyet gedaen, wie oick der verstorvene Henrick op sijn doetbedde bekent und beleden solde hebben, dat oer man sijns doets onschuldich solde sijn, und die wijle dan onbehoirlicken den onschuldigen to beschuldigen voel weyniger vluchtich toe maecken, und oer begeren op redenen staet, hebben wij oer dese onse vuerschrift nyet kommen off behoeren toe weygeren. Soe ist derhalven onse vruntlick begeren u ersamen willen der vrouwen thonersche deses alle behoirlicke assistentie und behulp doen dat sij oere konden ende getuygen moege beleyden dair ende soe dat behoren sall und oir tot oer ontschuldinge dienende, dat welcke wij in gelijcken und anderen toe verschulden geneycht sijn, dat kenne Godt die u ersamen in sijn godtliche schutz und scherm lange erhalden . Geschreven den 13en septembris anno vijftienhonderd achtenzeventig.

Burgermeisteren schepenen und raidt der stadt Harderwijck.

46.2
Den ersamen wijsen ende voirsichtigen burgermeisteren schepenen und raidt derr stadt Elburch onsern insonderen voelgunstigen gueden vrunden.

Ontfangen den14 septembris anno 1578 van den nederslach van Z. Vincke

Nomen perpetrantis Herman Bernsen van Campen, nomen faemuli Willem Luytgessen van Campen.

Nummer 47

Gnade unde vrede von Gott doer herren.

Ersame weise discrete unde gunstige herren und goede vrinden. Van gantzer herten konnen wij dem heren niet genoch danken vor alle seine groete und unutsprecklicke welthaten die hij in diesen lesten dagen uns armen lieden is beweisen sin dem dat hij uns het wort der gnaden so reicklick is mededeilen und daer het selve uns zyne guade is anbedunde gelick hij dan ock gedaen hefft und doet mit u lieden ter Elburg ende beden hum hertgrondtlick dat hij doer seinen heiligen geest in uns will wercken dat wij so danige gnadenreick teit dochreit moegen misbruicken offte to vergeeffs vorbey moegen gaan laten maer dat wij fri moegen well anleggen tot loff zijns Gottlicken namens und unser aller saligheit dairom den u lieven sehr christlick und well doet, waernemende diese gnadenreicke teit, und u gemeinte besorgende met einen goeden treuwen frommen und gottsaligin predicanten ende lehrare, gelick den is diese unse sehr werde medebroder Jacobus Wedeus confluentinus und des willen ghij an uns geschreven hebt und schrivet, ende hoewell wij ungern diesen unsen broder von uns gaen laten, angesehen wij ock noch in unsern classe veil kercken moeten sonder predicant staen laten, dannoch niet to mijn um u lieven to geriven, hebben wij hem u lieve niet willen weigern angeschen wij niet und tweivele, offte hij sall niet sonder groet profeit und upbauwing der christlicken kercken bei u lieven sein und lehren, willen dairom u lieven hem als einen frommen und christlicken lehraer bevelen sein laeten u lieven mit der gantzer gemeinten ter Elburg hir mit der guaden godes bevelende. Met haest ut Leyden den lesten septembris anno 78 u lieven goetwillige dienarn des gottlicken worts, ouderlingen unde diaken der gemeinten Christi tot Leyden en ut deren last Casparis Koelhaess.

47.2
Ersame weisen ende discreten herren

Burgermeister ende regeirders der stede ter Elburg.

Consent der gemeinte tot Leijden den predicant Wedæus angaende.

Den 3 octobris anno 1578.

Nummer 48

Ersame, wijse und vursichtige gunstige guede frunden. Also die gesanten des quartiers Zutphen ende van Averissell op huyden bij ons geweest und angetzeight, dat etliche gefangen uyt Deventer in die leste schermutzlungh bekommen sijn, die onder anderen bekandt, dat, soe wanneer die statt myt ernst angegrepen wurde, ende ein bres off twe affgeschaten hij ohntwivell die selve statt waell opgeven ende myt verdrach daer uyt scheiden sollen. Soe dan tselve myt gheene geringe penningen tho doen will sijn, die anstont alhier angebracht moeten werden, weshalven die gesanten oick voortz op Nijmegen verreist om aldaer sulcx insgelicken an tho geven und waell riepelick staet tho erwegen ende considereren, dat daer seer hoichlick aen gelegen, waerinne wij nyet en behoeren sumich oder nalatich tho zijn. Is onse gans frundtliche begeren, dat u ersamen in aler iele die capitale impositie bij derselver vermoegenste burgeren ende ingesetenen int werck richten willen, opdat dyt (als die wolfart der landtschap mercklick concernierende) nyet moege verachtert werden, waer aen wij oeck, soe veell moegelick, die goede handt halden sullen deweill doch die penningen van die generall myddelen gerestituirt sullen werden. U ersamen dess hier myt in schutz ende scherm des Almechtigen bevehelende. Gegeven den irsten octobris anno etc 1578.

Burgermeisteren schepenen ende rhaitt der statt Arnhem.

Nummer 49

Ersame wijse und vursichtige besunder guede frunden. Wij kunnen u ersamen niet bergen, woe dat wij dagelicx, soe vanden gesanten der van Overissell, als des Zutphenschen quartiers gefurdert werden, omb ein aensehenlicke summe van pennongen tot onderhaldt der knechten aldaer vur Deventer liggende, in aller iele op to brengen, off dat sunst to besorgen, dat sij sich vanden anderen scheiden, und in die graeffschap und Veluwe (wie sij sich apentlick verluyden hebben laten) invallen sullen, wat inconvenienten dan daer uuyt verresen sullen kunnen, heefft men lichtlick aft tho nhemen. Neffens die twelff dusent gulden die sijner gnedige bijder landtschap sijn bewillicht. Und soe dan der heer van Hohensaxen van onses genedige hern stattholders wegen oick aen ons geschreven van den moersche pennongen anstont op tho brengen ende aen handen Dercks van Wetten tho leveren, daer van wij u ersamen solden verstendigen. Is demnha unse frundtliche begeren, dat u ersamen procederen willen mytte capitale settonge opten vermoegensten, omb soe voell pennongen als ennichssins moegelick toe wege toe brengen, ten einde die kriechluyden vur Deventer bij ein anderen gehalden, die belegerungh gepersequiert, der anslach bij sijn genedige geconcipiert int werck gestalt, und der grave van Moers van sijne verschatene pennongen contentiert moege werden.

Daerinne wij ingelicke onse uyttterste best to doen gemeint. U ersamen hiermyt in schutz des Almachtigen bevehelende. Gegeven den 5 octobris anno 1578.

Burgermeisteren schepenen ende rhaitt der statt Arnhem.

Nummer 50

Ersame und fromme voorsichtige vielgonstige guede vrunden. Ick heb u eersamen nyet willen verbergen, dat mij die susteren van sunt Agnieten convent bynnen uwer stadt op huyden alhier tkennen hebben gegeven, dat u eersamen hem solden hebben onderstaen als gisteren apenbaer inder kercken tot Doernspijck bij publicaty toe verbieden eenen yederen soe giestlijck als waertlick van nu voortan egeene pachten van koern oder gelt den voornoemde convente toebehoerende, bij denselven meher tsullen betaelen, ofte deede ymants daerenbaeven, gedachten u eersamen gelicke waill soedane pachten tontfangen und uuit toe vorderen laeten, twelck mij nyet weinich verwondert dat u eersamen sulcx in minen ampt hebben geschien laeten, etc.

Derhalven is van wegen minss amptz min guetlick gesinnen dat u ersamen sodanen verbott geenssyns willen nhaeleven, dan in stilstant verblyeven laeten, und dat u eersamen mij anstondt willen toeschriven uuit wat fuege ende reeden dat u eersamen soedane publicatye aldaer in minen ampt hebben geschien laeten, daer nhae sal ick mij weeten toe richten. Des versye ick mij alsoe tot u eersamen die der Almechtige lange in gueden regieronge gesondt wil bewaeren. Datum Vaesen opten 6en octobris vijftienhonderd achtenzeventig.

U eersamen vielgonstiger vrundt,

Henryck Bentyncks, drost van Averveluwe.

Nummer 51

Erentfeste ersame wijse und vursichtige besonders goede frunden. Wat die durchluchticheit des ertzhertzogen Mathie etc gouverneurs generaells deses Nederlanden an den wolgeboren unseren genedigen heeren stathelder und ons geschreven, sulcx hebben u lieve und ersamen uut inne verwaertter copie tho vernemen. Versoecken daerom affwesens wolgedachter sijner genedigen u lieve und ersamen hiermit dat dieselvinge den inhallt derselver allenthalven op die oerden und plaetsen daermen publicatie gewoenlick is tho doen sonder eenich vertoch doet publicieren und affkundigen, und daer alnoch in crafft des voriger in der copie gementionierden placaetz gein inventarisssen opgericht noch gemaeckt weren dieselve alnoch behuerlicken doet instellen daermit der inhallt desselften placaetz int werck gerichtet muchte warden sonder des in gebreke tho blijven. Mit befelhungh des Almechtigen. Geschreven Arnhem den 13en octobris vijftienhonders achtenzeventig.

Ter ordonnantie der verordente rhaden in Gelderlandt,

Sluijsken.


Nummer 52

Copie.

Mathias bijder gratien Godtz ertzherttoge van Oestenricken, herttoge van Bourgoingnen etc, gouverneur ende capiteyn generaell.

Edell welgeboren lieve besundere. All ist so datt bijde brieffnen van placcate ons heeren des conincx vanden 7en van decembri vijftienhonderd soeven ende tsoeventich geordoniert is geweest allen stathouders gouverneurs ende generalicken allen officiers, datt sij opschriven ende faifieren souden alle goeden vande adversarisen, heure aenhengeren ende fauteurs om bewaertt ende geconserveertt the worden tot profijte vande generaliteytt. Ende datt volgende dien vande selve dinventarisen aever langhe behoerden gemaecktt geweest te hebben ende gesonden aende generale Staten vande landen van herwartzovere iegenwordelick in dese stadt vergadert wesende, om die bij hen gesonden te wesen aen die van huere camere vande beden, ten eynde sij deselve oversien ende daer van notitie houden ende dair nae seynden in handen vande particuliere ontfangers vande confiscatien, dairtoe gecommitteertt unde geordonneertt, om bij hen geprocedeertt te wesen ter vercoopinge vande roerende goederen ende de penningen dairvan komende gesonden te werden in handen van den tresorier generaell vande voerseide confiscatien, Christiaen vann Helmont, mitgaders oeck die penningen vande onroerende goederen om deselve to employeren ende bekeren tot betaelinghe van sulcke partijen, als hem bijde voerseide generaelle Staten geordonnirt ende bevolen soude worden, waer van nochtans niet, off seer weynnich tott nu toe geeffectuirt en is geweest, tott groetten achterdeell, schade, ende interest vande gemeine saecken, dwelck de vorseide generaelle Staten ons well hebben wyllen the kennen gheven then eynde wij totten meesten profijtte vande voerseide generaliteit souden wyllen doen vernyeuwen de publicatie

52.2
van tvoorseide placcaet, waeromme unde begerende daerinne te versien totte welvaertt ende vorderinge vanden vurseide gemeinne saecke u versuecken ende nyettemin in naem ende van wegen sijner majesteitt ordineeren well ernstelicken bij desen, datt ghij terstontt ende sonder vertreck van nyeuws doet kundigen uutroeppen, ende publicieren, daer ende alsoett behoeren sall ende dairmen gewoenlick is uutroepingen ende publicatien the doen, mit dese iegenwoordige placcaet, aengaende de voerseide confiscatien vanden vurseide 7en van decembri soeven ende tsoeventich hierboven gementioneertt. Ende mit eenen weghe well scherpelick bevelen van wegen als voiren den wethouders ende magistraten vande steden ende andere officiers van uwen resoertte ende jurisdictie datt sij mit aller vlijtt ende neersticheit, ende sonder langer uutstell offt dilay, procedeeren ende doen procedeeren totten voerseide saississemente, daer die noch niet gedaen en sijn, ende datt onder goeden ende getrouwen inventaris elck in sijn quartier, om daerna aende voerseide generale Staten gesonden te werden, offt aen die van huere vurseide camere vande beden, ende daer inne gedaen ende geprocedeertt te worden nae inhouden van tvoerseide placcaet ende soe hier voeren geseit is, sonder des in gebreeke the wesen. Op pene van privatie vande offitien van sulcke officiers die hun debuoir ende nersticheit niet gedaen en sullen hebben, inder vuegen ende manieren voirseid. Edell welgeboren lieve besondere unse heere Godt sij mit u. Geschreven tAntwerpen, den naestlesten dach vann septembri 1578. Und was onderteickent, Mathias. Und noch stontt beneden geteickent, Pottelsberch, die opschrifft was dese: Aen edelen welgeboren heeren Johan grave van Nassau statholder ende onsen lieven besunderen, die cantzler ende luyden van conincklicke majesteitts rade in Gelderlandt verordent.

Sluijsken.


Nummer 53

Eersame voersichtige wiese gunstige guide vrienden, dese sal dienen u eersamen te verwittigen, dat ick met mijn vendle, deur beveel van onsen oversten Sonoij, wederom nae mijn oude leger Munnikendam vertrocken bin, alwaer gearrivyrt sijnde, hebbe noedich bevonden, alle gereetscap te maecken om eens ten eynde van mijn rekeninge te comen, daeran mij ende mijn soldaten, merckelicken gelegen is, welcke rekeninge niet kan gedepeseyrt worden ten sij dan, dat Jan Peterszen u luiden secretaris, welcken alle circumstantien van dien, beter als mij selbffs kundich sindt, den gecommittierden van sijne vorstelike genade, tegenwoerdich ende alhier toe sende, allen bericht ende anwiesinge doe. Seer vriendelick daeromme begerende, u ersamen Jan Peterszen voerscreven verloeven ende den tijt vergunne willen, om alsulcke rekeninge, die vorlangst gedaen behoerde te wesen tot prouffijt onses ende sijns selbffs ten eynde te helpen brengen, daran u ersamen mij ende mijn gehele vendle, een sonderlinge vrientscap sult bewiesen. Deselven hiermede Godt almachtich bevelende, in ileste tot Munnikendam desen 15 octobris anno 1578.

U ersamen gunstige guide vriendt,

W.v. Wyngerden.

Nummer 54

Erenfeste, voersichtige, wiese ende seer discrete gebiedende guide vrienden. Ick stelle in gien twivel, off u lieven hem seer werden verwonderen over mijn lange uuytblijven, waerop ick met en kan laeten u lieven te verstendigen, dat ick tot Horn wesende mijn bescheidt gecregen ende gereetsap gemaeckt hadde, om mit een Harderwijcker schip over te varen, niet wetende dat enige vendels herwaerts komen solden, maer also ick een vendel, twelck tebevoren in Horn gelegen hadde, wederom aldaer sach ankomen, seden sie mij dat onse vendel oeck weder naert olde garnisoen Munnikendam vertrocken was, worde ick veroersaecket, om nae het selve vendle te trecken, want ick die betalinge van die Staten ontfangen hadde, alwaer gecomen sijnde hebbe ick den hopman angesecht, doer beveel van die commissarien, dat hij alles wat tot der rekeninge solde dienen, gereedt solde doen maecken, sie waren gemeint niet hen, van wegen des gehele vendels, affterekenen, waerop ick alhier worde angehouden, deur dien ick den hopman hebbe moeten stipulerende beloven (als ick van den dienst begeerde ontledigtt tewesen) deselven rekeninge in eigener personen uuyt te wardten. En moet wes bekennen, dat wen den hopman eenen vreemde solde moeten gebruycken, solde wij ons allen des hoichlich hebben te beclagen, want den hopman hen niet geene dingen heft willen bemoeyen, dan laet het alles op mij ancoemen. Ick en twivele oeck niett, of u lieven sal noch wel indachtich wesen, dat ick wel to deselve u lieven gesecht hebbe, dat mij den hopman, op alsulcke ende gien ander conditie wolde verloff geven, ick moste hem dan vastelick beloven de rekeninge uuyt tevoeren, het solde mij oeck qualick van den hopman

54.2
beveelhebberen ende anderen als onredelick affgenomen worden, went ick mijn gelofften niet en hielde, nivens dien solde moeten besorgen soe ick niet deselve rekeninge helpe voleynden, dat ick qualick to den mijnen solde geraecken, mij coempt voer mijn persoen, meer als drehondert gulden, die mij gantz niet en dienen te verlaeten, ick een sie mij oeck ter Elburg in twe iaeren, so vele niet teverdienen, also dat ick mij gantzelick woel versie, u lieven mij geen die rekeninge sult vergunnen te verwachten, so lange deselve sal duyren, ofte gedaen sijn, kan ick niet weten, sommige hopluiden hebben langer, als een heele maent achter an gelopen, summige niet so lange, dan die commissarien hebben mij geseyt, het solde in acht of tyen dagen gedaen sijn. Sie hebben grote dachgelden also dat sie gien grote haest hebben, wes ick mij hierinne getroesten hebbe, versoecke gantz dienstlich, u lieven mij mitten eersten wilt verstendigen laeten, om mij daernae te reguliren.

Erenfeste voersichtige wiese seer discrete, weest hiermede den almachtigen Godt in sijnen gnedigen scherm bevolen. In haeste uuyt Munnikendam desen 15 octobris anno 1578.

Jan Peterszen secretaris. 1578.

Nummer 55

Ersame vursichtighe hoieghwiesse heernen burghermesteren schepenen und raiedt der stadt Elborgh. Dat ich dat guyedt edele ersamen mit eer avergesandt, ist die oirsaicke dath ich moist thoieffen tertidt tho dat die knechtten so voir Deventer thoephen irst utter Velluwessom waren anders solden se mij dat guidt geroiefft hebben. Also schicken ich edele ersamen voir irst drie und vifftich bussen myt hare fformen und ffieff par fflaste mit hare elx kleinne fflesskilie slechts thot eyn monster want ich begher in die fflassen edele ersamen schameler diender tho weesten und diewoel ich stracks ffolghe sall ich edele ersamen van alles eyn puiedt bericht doien und der ffoierman Jacob Koiepssen van Hadderwick sall ther ffrachtten hebben twee daller die willen edele ersamen hem dochontrichtten thot mijnne bykompst, hirmede in schutz des Almoghende beffolen . Van Wesel ilendtz aver ilendtz den 17 octobris 78.

Edele ersamen

Dinstfferdiger Thomas Bremer, borgher tho Wesel.

Offt ghij tho Dottikom wordt angehalden, so spreekt den borghermester Brockheess tho, dat he thot mijnne bijkompst borghe worde, in allet sall ich sijn lieven schadeloiess halden, dan ich dit guidt livere in dienst der lantschappen. Orkondt mijn pithier onder op spatium.

Thomas Bremer.
[…]


Nummer 56

Ersame wijse und vursichtige gunstige guede frunden. Also vast groete beschwernissen vurvallen, van wegen der belegerungh vur Deventer, betalingh der kriechsluyden aldaer ende in ordne und disciplin tho halden, tot verschoenungh der schemeler ondersaten, als oeck bij der durchluchticheit des eertzhertongen ende generale Staten gefurderte 80 dusent gulden tot besoldungh des legers in Brabant, daer op men sijn furstliche genade und gedachten hern generale Staten, tot ontlastungh deser landtschap, myt geboerlicke antwordt sall moeten beiegenen: betalingh der ruytteren des graven van Moerss, Iergens Kremer, hebben wij hoichnoedich vracht ein quartierdach (wie dan in anderen quartieren insgelicken geschiet) aen tho (doorh.: halden) stellen. Is demnha unse seer frundtliche begeren, dat u ersamen onweigerlick, alle ontschuldt thorugh stellende ennigen oerer raitzfrunden affertigen willen omb op sondach den 25en ietzlopende maindts octobris savontz alhier bynnen Arnhem to erscheinen, gestalt folgents dachs op der vurseide swaericheiden to helpen delibereren ende raithslagen wegen ende myddelen bedencken ende vurwenden dairmyt hierinne tot gemeines wolfart, der geboer versien ende gedaen moege werden. U ersamen hier

56.2
myt in schutz des Almechtigen bevehelende. Gegeven den den 20en dach octobris anno 1578.

Burgermeisteren schepenen ende rhaitt der statt Arnhem.

Post data.

Also der landtschap guit gefunden bij capitall lehenungh een aensehenlicke summe van penningen op tho brengen ende die weder van die licenten ende generael myddelen tho restitueren, omb die tot onderhaldt des legers vur Deventer aen to leggen und der durchluchticheit des eertzhertongen ende hern generale Staten daeruyt, op verscheidenen derselver schriven, soe voell moegelick to contenteren: Is unse frundtliche begeren dat u ersamen myt die vurseide lehenungh vers[]lick voertfaeren ende soe voell penningen ennichsins moegelick opten vurseide quartierdach durch oeren gesanten herwarts doen brengen willen

56.3
Also die ersamen der statt Nijmegen ende gemeintz luyden aldaer der generaell myddelen nyet wijders bewillicht, dan bij bannerhern ritterschappen ende steden des furstendombs Gelre ende graeffschaps Zutphen (doorh.: Zutphen) opten landtdach bijenen Nijmegen opten 10en juny lestleden accordiert vermoege der aldaer doemaels genhamene resolutie daer van u ersamen ombtrint natiritatis Jehannis daer naestvolgende copie toegeschickt: hebben wij dieselve daer nae oick int werck gestalt, myt alsulcke veranderinge ende to sath als opten lesten landtdach alhier geschiet is, nemblick dat men van alle ossen, sthieren, koeien, vercken ende alle andere beesten die men slacht betalen sall den dartichsten penningh van den weerde.

Item dat men (doorh.: betaelen) geven sall den 25en penninck van alle peerden, die welcke in desen landen verk[oft] werden, te betalen bijden coeper ende vercoeper halff ende halff, und van ider welte offt die uyth dese geunierde provincien gebracht wurd[e] 10 stuver brabants.

Van 1 koe off stier van twe jaeren ses stuver, soe wall van den in als uytheimschen.

Item dat alle vacerende fundatien, praenen ende geestliche beneficien, die nyet bedient en werden in residentie int daer uns geven sullen den derden penninck van alle over vrie inkompsten ende guederen soe waell in als uytheimschen, die nyet en resideren.

Item van []cht tonnen turffs uytgaende uyste, daernae u ersamen sich moegen weten tho richten.

Nummer 57

Genaede, vrede unnd bermhertzigheit vann Gade unssernn hemmelschenn vaeder, durch den verdienst sijnes geliefftenn soens, inn krafftt des heilighes geistes sij mytt iw to samende. Amenn.

Weerdighe andechtighe unnd walgheloerde ersame discrete unnd frame vielgelieffde vrundenn unnd broeders inn dem herenn Christe Jhesu. Wij en kunnen genaedige weerdighe und lieven niet verhaldenn welcker gestaltt wij nach dem vertreck unsses hertzlievenn broeders unnd dieners Ottonis vonn Heterenn eynenn diener uth Noerdthollandt (Casparus genantt) voer een tijdtlanck hebbenn gehadtt dwelcke wederomb nae sijnn kercke iss vertrockenn.

Dwiell wij averst nu noch anders nicht sijndt berichtett dann datt tElburch twee diener itzigher tijdtt soldenn sijnn unnd genaedige weerdighe unnd lieven genoechsam iss bewust wie gescherlick dattett sij soe eyne jonghe unnd tzaerthe kercke christi im ierstenn anfanck langh anhe administrationn Godtlickes woerdtz tlaetenn verblijvenn.

Soe ist onsse sehrfrundtlicke und dienstliche bydd unnd begern u weerdige unnd lieven uth broederlickes lieffdenn unnd christlickes erbermenn gelieven will toe verfueghenn, dat onss der eyne diener Jacoby (doorh.: onleesb.) voer een tijdtlanck geleendtt unnd gevolcht muchte (doorh.: mocht) wordenn. Soe averst Jacobe charissime gnaedige weerdigen alleen nu daer denn dienst vorstonde datt dann uwen weerdige und lieven mytt dem burgermeister Lambert Franckess gelieven wolde mytt dem consistorio ad denn ghemeinenn schepenen toe bespreeckenn, omb en kompstigenn vrijdaghe onss hier voermyddages dess herenn woerdt tot verclarenn op datt wij denn lastermeulernn eghene deure apenn en doenn toe calvinnierenn. Dairahnn sullenn wall doen unnd een christlick unnd bruederlick werck bewijsenn genaedige weerdige unnd lieven dienn wij een godtsaliges langess levenn (tott opbouw dess huijss Godts) wunschenn unnd daerneffens dem woerde sijnne genaedige wolden bevolenn hebben. Datum Herderwijck denn 21 octobris anno domini 78.

Genaedige weerdige unnd lieven guetwillige vrunden und brodern,

Die olderlinghenn unnde diaconen der gereformierder ghemeijnthe bynnenn Herderwijck.

Nummer 58

Eersame discrete sehrgunstige guede vrunden. Achtervolgende u ersamen und lieven begeren heb ick vast opter raidt camern alhier verherrett und wiewal voeldinges (nae dit olde wise) voergeslagen averst weinich besloeten. Soe is H. Bentinck thom laesten hervoer gekommen unde eyne nye supplication mit die daerbijgevoegde bewijsstucken ingebracht und verlesen laten. Dairop ick heb geandtwordt dat u ersamen und lieven desen margen vertogen waren feerner dieses gien ongemack voer ditmael vermaedende doch mij in Aernhems tegenwoirdigheit last gevende dat soe feern van wegen der landtschap ader sonst ietwes besloten worde dat oer ersamen und lieven mocht angaen dat ick oer ersamen und lieven sulcx opt spoedigst wolde an dienen etc. Begerende dairom die originalia van dien om die tlaten copieren unde datter feerner in mochte geschien wie inen gisteren inderselver saicken geschiet waer. Hierop is en ommevraghe geschiet ende mij affschrifft gegost averst mit wat meerder restrictien als tobevoerns als nemptlick dat die pater mit die conventualen solden bliven in oer convent ende die guederen desselven in oeren gebruick behalden wie bis anhier gedaen tertijdt toe anders bij der landtschap (off der hoegen [overi]gheit heb ick daerbij verstaen) anders dairin worde gedaen, daermit sihe (soe sihe macht hedden hierin voel tdoen) genoech oer onbestendigheit anden dach geven wie u ersamen breder uth die copien ende apostille toe vernehmen etc. Die 2 copien heff geschreven Arndt Brinck, schriver bij sijne genaede ende hoewal ick hem sijn loen gepresentiert wolde hij dat doch niet nemen u ersamen konnent tandern tijden jegens hem versien etc.

Soe is mij pro nostris et vobis van monsigneur Gelder een apen brieff gedaen u ersamen lieven tbestellen van wegen des Aernhemschen consistory dairinne u ersamen sich wall sullen weten der geboer nae tho richten etc. Wunsschende u ersamen und lieven hiermytt eynen guden godtsaligen voertganck in allen uwen voernhemen, tott gaedes ehr und walstandt sijnre ghemeinten. Datum Aerhem altera simonis et Jude anno 78.

U ersame unnd lieve dienstwilliger frundt.

Ernst Wittem.


Nummer 59

Allen waren christen und lieffhebber dit vaderlandts wat stands werden und berufft sij sijn wunschen van genade vreede und barmharticheit van Gott duer Jesum Christum onsen heere.

Gelieffde brueders und susters in den heeren Jesu Christo. Wij achten het onnoedich toe sijn u lieven alhier int lanck toe verclaeren, hoe hoech van noeden het is, so wael tot waelvaert deset unsers lyven vaderlandts, als tot uutbreydinge der ehren Godes und vermehringe des rijcks unsers heeren Jesu Christi, die predientie und verkondinge der reinen lehr des heiligen evangely, naedenmael dit allen verstendigen christen genugsam bekent is. Diewyel aber dit niet geschieden kan, sonder fromme gottsalige und gelehrte diener dat worts toe hebben. So is van ettlicke fromme und gottsalige mannen, die dese hoge noet und die waelvaert des vaderlandts toe harten genomen und bedacht hebben, voerguet und raetsam aengesien, ettlicke gelehrte und gottsalige diener uut Duytslandt und anderen landen toe beroepen, welcke nu und in toekommenden tijden in Gelderlandt, daer sij noodich und nuttelick sijn würden, tot den dienst und opbawinge der kercken Christi muchten gebruyckt warden, het welck oeck met raedt und consent des wolgeboren graffen und heeren, heeren Johan graffen zu Nassaw und statholderen dieses furstenthumbs Gelder und graffschafft Zutphen unsers gnedigen heeren geschiet is. Nadenmael nu diese und andere dienar ettlicke schoen aenkommen sijn, ettlicke bald aenkommen sullen, und alle alhier tot Arnhem sich verfuegen, und niemandt ist der niet bekennet, dat het onvriendelick gehandelt were, wan man die so met groete kosten und arbeit tot uns kommen sijn, und noch kommen sullen, niet en solt underholden und wij noch ter tijt geene kercke gueder in handen hebben, daer van wij dit thun konnen, daer toe oeck unsere gemeinde noch toe gering und swack is, dese kosten die tot die gemeine waelvaert deses landts kercken aengelacht warden, alleen toe draegen. So heefft ons die hoge noet gedrungen onsere naebueren gelooffs genoten und lieffhebber des gemeinen vaderlandts aentoesprecken. Bidden daerom u lieven und alle fromme christen, om des heeren Jesu Christi willen, sij wollen haere milde handt op doen und hierin der kercken tot Arnhem toe hulpe komen und bij staen op dat die kercke diener, die tot nutz und waelvaert des gemeinen vaderlandts beroepen sijn und aenkommen, alhier muchten onderholden warden ter tijt toe dat sij aen andere plaetsen muegen gesonden und ordiniert warden. Volgende hier in dat exempel der frommen und gottsaligen welcke ter tijt christi doe die hogepriester schrifftgelehrten und phariseer die thienden und alle andere kercken gueder vraeten, den heren Christus und sijne apostelen van haere eigene gueder onderholden hebben. Solches sijn wij geneigt niet alleen tegen eenen ieglicken nae onsen besten vermüegen wederom toe verdienen, maer sijn oeck deses voernemens so van ons Gott kercken gueder toe handen stellet, dat wij alsdann eenen ieder wat hij hier toe gegeven sall hebben met dancksegginge weder geven wollen. Alleen dat u lieven in deser gelegenheit und noet uns wollen

59.2
haere behulpelicke handt lehnen. Welckes wert dienen tot nutz und waelvaert des gemeinen vaderlandts, tot verstoeringe des rijcks des duvele und tot oprichtinge und vermehringe des rijcks unsers heeren Jesu Christi welcker oeck dit niet onbeloent en sall laeten, gelick hij toegesacht und beloefft heefft, Matth. 10. Wie eenen propheten ontfangt in den naem eenes propheten die sall eenes propheten lohn ontfangen. Der ewich almechtich Gott und vader, die daer rijck is over alle die hem aenroepen, vervulle u lieven met den rijckdom sijner genaden und vermeehre in u lieven sijne gaven duer Jesum Christum amen. Datum Arnhem den 29en octobris anno etc 1578.

Underschrieben in namen der gantzen Christligen gemein zu Arnheim von mir Johanne Tontano der selben diener am wort Gottes.

Nummer 60

Erenfeste dyscrete wolwijse heren ende insunderheyth guytgunstyghe lyve vrunden. Ick aen u eersame lieven neeth verholden dath sijn genedige mijn heer de statholder weder ghecoemen is van dessen aventh ende angaende de apostylle welck u eersame lieven van Eernst Wytthe is uverghesunden en twijvelen wij neeth ofte u eersame lieven hebben de selve al untfanghen waer an u eersame lieven u neeth durfen stoeren anghesien Bentinck sulx up id leste als de […]ten meest afghegaen weren myth den sijnen sulx duer heeft ghesteken ende ofte alschoen sij luyde de lanschappen nyth een lantdach ende ofte gheen quartiersdach sulx ghemeenlycken ghedaen (doorh.: hebben) hadden sie sijnnen sij daer dich neeth thoe verschreven ghewest ende noch van sijne genade moeth toth gheen rijchters verordenth ghij hebben (doorh.: onleesb.) mijns heren schriventh. Sijne genade, welck de saken alleen completieren worth u daer gans neeth teghens sijns genedige schrivens fallisen. Soe oere ghij nu de pater vaeder in de stath nemen ende u verveerth holden werth sijne genedige ende een ider in twijvel gheraeken als ofte ghij unrechth hadden dan holth u hardth wen id daer tho ghebrach eer eedth langhe wyllen so voele selves maeken wyllen wij sesamen wel uth der stath doen gaen ende maeken irre syns vlems laeth dan Bentynck de executie up de apostille doen, ofte imanth van sijnne confederiden op haere starke u eersame lieven in u lieve guyde voernemen de u eersamen lieven mijn heren ende uns allen in langhedurende ghesuntheyth sparen wyl. (doorh.:onleesb.) valete den 30 octobris anno 1578 uth Arnhem.

U ersame lieve underdenyghe dynar,

Henryck van Curler.

In de marge:

Dewile Huegen van Middachten tegen junfer Lubbe van Urk siner huisfrouwen moeder hier bij den afbetenden schepenen ding (doorh.: p) plicht[ ] gevonden den is so lumen de schepen nu ther tijtt dat sulvige niet afslan. Actum am 8 novembris anno 1578.

Nummer 61

Ersame wijse und vuersichtige gunstige guede frunden. Welcken gestalt die pater, ende conventualen van St. Agnieten binnen der stadt Elburch, residerende aen ons gesuppliciert hebben u ersamen uuyt inneverwaerte supplicatie ende daerbij gefuechte stucken toe vernemen. Soe wij dan oere versueck redelich erachten is onse frundtlich begeren ende niettomyn van wegen der lantschap ernste gesynnen, dat u ersamen achtervolgende appoinctement in margine (doorh.: in margine) van oere supplication gestalt sult laten verblijven in oere convent, ende derselver guederen ter tijt toe bide alinge lantschap anders daer inne geordonniert sal wesen. U ersamen in schutz ende scherm des Almechtigen bevelende. Geschreven onder tsecreet segel der stadt Arnhem. Datum van deser tijt daer toe gebruycken den 30en octobris vijftienhonderd achtenzeventig.

Verordente ritterschappen ende gesanten der steden der dryer quartieren Nijmegen, Ruremund ende Arnhem itz binnen Arnhem versamlet.

Nummer 62

Aenden edellen erentfesten fromen ersamen discreten wijsen unnd zeer voersichtighen ritterschappen unnd gesanten der steden deses furstendombs Gelre unnd graeffschaps Zutphen, yetzonder alhier binnen Zutphen vers[amlet].

Geven in alle behoirlicke reverentie unnd oidtmodicheit to kennen dye pater, mater ende sementlicke conventualen van Ste. Agnieten binnen der stadt Elborch, wat dat am lesten die burgermeisteren der selver stadt ettelicke derselver conventualinnen bijden anderen hebben doen vergaderen ende mitten selven een accordt gehalden, sonder dat die pater voerseid daer bij geroepen, offte aen offte over geweest sijn, und is Lambert Francxssen als burgemeister bijden selven pater in id bouwhuys des voerseide convents gecomen, ende heefft dieselve pater totten voernoemde burgemeister gesproicken ende gesacht, wilt ghij die susteren bedriegen wanneer ghij nu, id zegel van onsen genedige heere den stadtholder hebt verworven, hoe wolt ghij dan id zegel van onse geestelicke outricheit den generael becomen, waerop hij gezweghen. Sijn daerbeneffens die us susteren niewerlt der meinonge geweest dat sij in id vermeinte verdrach hebben willen consenteren allet nae verner inhalt zekere hierbij gevueghte rectifficatie und op dat die des supplianten wedecomme in oeren voerigen possessie ende gebruycke gestelt souden moeghen worden hebben tot dien eynde opten 27 en dach deses lopende maents octobris zekere requeste aen uwer edele ersamen lieven ende gnedigen overgegeven, waer op alnoch niet en is geordonneert. Sullen daeromme gantz oidtmodelicken dat id uwer edelen ersamen lieven ende gnedigen (om bovenverhaelte redenen ende oick om id ghoene inde selve requeste wijders staet verhaelt) gelieven will inder saecken alsoe tho ordonneren ende doen versehen als uwer edelen ersamen lieven ende gnedigen bevinden sullen to behoeren, dit doende

Bijschrift:
Soe die ersamen vander Elburch afschryft vergost vandie gisteres daichs overgegeven supplicatie, dat dieselve tijt sullen genieten die supplication toe beantwoerden, doch dat midlertijt die pater ende conventualen blijven sullen inden vurseide oeren convent ende die guederen desselvigen in oeren gebruyck behalden, wie bisanheer gedaen ter tyt toe anders bider lantschap sal voerden ordinvert actien A rnhem bij verordente ritterschappen ende stedegesanten der dryen quartieren Nijmegen, Ruremund ende Arnhem, den 29 octobris 78.

Uuyt bevelch denselver,

[] Wetthen, secretaris.

Nummer 63

Wij burgermeisteren schepenen und raidt der stadt Arnhem, doen kondt mit desen apenen brieven, dat voor ons gecommen ende erschenen zijn, heer Gerrit Heckins, pater van Ste. Agnieten convent binnen der stadt Elborch, und heeft getuijcht ende gesacht inden iersten, dat verleden tijt doen die burgermeisteren der selver stadt etlicke zijnes conventuaels susteren bijden anderen hadden doen vergaderen und daermit een accordt hielden bijden secret doen schriven und met convents zegel bezegelt hij pater daer niet bij geroepen an noch aver geweest en is zulcks geschiet zijnde was den borgermeister Lambert Francxzen bij hem getuijge aen heur bouwhuys gecommen, doen had hij tegens Lambert gesacht, burgermeister wilt ghij die susteren oick bedriegen wanneer nu idt zegel van onsen genedigen heer stadtholder hebben verworven hoe wolt ghij dan idt zeghel van onse geestelicke avericheit die generael waerop die selve Lambert had geswegen van hem getuijge affgegaen.

Ten anderen aver etlicke daegen daer nae waren Jan van Wijnbergen, Lambert Francxzen met etlicke vanden schepenen oick den secret metten stadtdiender Jacob Janssen indes paters kamer gecommen, seggende, pater wilt ghij nu wael soe willen wij u helpen wilt ghij oick niet wael, soe konnen wij u onthelpen, waerop hij getuyge antwoorden, sulcks was in zijnder macht niet, buyten zijn avericheit haden hem die borgermeisteren soe voel woorden gegeven dat hij vandaer op zijn slaepkamer gegaen was daer zij hem hadden gevolcht, hem aldaer int lange aengespraken, edoch konden van hem getuge anders geen antwoordt bekomen, dan begeerden hij getuige men soude zijn convent laeten bij oir olde privilegien nhae vermoegens oir verschrivongen ende die pacificatie van Gendt doen had die stadtdiender Jacob Janssen gesacht, men kan vanden pater anders geen antwoort bekomen, wat wildi hem meer quellen, hij mucht daer duer een plage opt lijff crijgen, daer hadden zij idt gerede guedt opter kamer wesende, beschreven und daer mit affgegaen. Verclaert oick mede hij getuyge dat hij van suster Agnes van Huessen und oick vanden anderen conventuael susteren verstaen heeft dat dselve Agnes in dit verdrach niet en heeft willen consentieren, noch daer bij noch

63.2
an geweest en is ende die ierste reise daer tvoorseide verdrach worde gemaeckt geschreven ende bezegelt was suster Aeltien to Boekop te Campen und niet ter Elborch geweest.

Ten derden verclaert suster Aeltgen toe Boecop dat ter tijt als die borgermeisteren met etlicke der conventuael susteren een verdrach hadden bezegelt ende beschreven, dat zij der tijt binnen Campen und niet binnen der stadt Elborch geweest en is dan aver etlicke tijt daer nhae doen zij weder in oir convent was waeren wederom deselve burgermeisteren inden convente gekomen hebbende die borgermeister Bartolt Veege een budel mit gelt wolden ieder suster een penninck op handt geven, vermoegens oir verdrach ende had die burgermeister Lambert Franckxzen verscheiden woorden voort gebracht waer op zij getuyge had geantwoort, mijn vrunden desse dingen staen mijn geenssins een und en wil voor mijn persoon daer inne niet consentieren und zij had conscienty als solde men den elendigen armen so wel to kort doen die daegelicks vorder doire oiren aelmissen haelden, waerop die burgermeister Lambert Franckszen antwoorde, laet mij daer voor sorgen, dat neme ick op mij, daerop zij getuyge sachte, dat moechdy op u nemen soe ghij des verstaet seggende zij getuege widers ick begher in dit convent (volgens mijne geloffte) toe leven und toe sterven, soe veer mij dat Godt almechtich und goede luyden vergunnen willen doch soet ons niet mach gebueren begher ick vandes cloosters guedt niet, want idt hoort mij niet toe, dan allene tgene ick daer in gebracht heb, ende meer niet, daer voir will (doorh.: will) ick loss ende ledich daer uuyt gaen, verclaert oick mede doen desse presentaty der penningen geschieden, dat doen (doorh.: onleesb.) suster Agnes van Huessen niet tegenwoordich en was, oick int beginsel vant verdrach niet tegenwoordich geweest en is, soe zij getuige vande selve Agnes als van die susteren verstaen heeft, und dat ter selver tijt suster Stijntgen Maggen op die plaetse grote crenckte van begavinge avercomen is, alsoe dat zij ons daer van hebben op gebuert und grote elende daeraen gesien.

Ten vierden tuycht Grete Roeloffszen, dat Agnes van

63.3
Huessen bij dat verdrach voor, noch nha, daer an noch aver geweest en is, und heeft geensins daer inne willen consentueren und dat dselve Agnes van Huessen dorch dit verdrach verstoort is worden und dat Aeltgen to Boekop die ierste reise doen dat verdrach geschreven ende bezegelt worde; toe Campen was und dat int schriven desselven verdrachs Lambert Franckszen sachte leest noch eens van voorn aen elck vandie susteren willen toehoren, oft daer toe weinich oft (doorh.: en) toe veel in ware. Waerop zij getuyge hadt geantwoordt wij verstaen dat schriven niet, ghij moeget schriven soet u goetduncket, daerop Lambert Franckszen sachte, ick sal bij die susteren doen gelick een vader bij zijn kynderen doet, deur zulcke oirsaecken hadden zij tverdrach durch onwetenheit laeten bezegelen.

Ende wij getuygen voorseid to samen hier inder stadt zijnde zinnen oirboedich tallen tijden tgene hier voorseid is mit ons Godt tbestendigen und voorden anwesenden ritterschappen und eenen iederen aldus geschiet to zijn gestandt te doen. Und hebben daernae sij deposanten dit woe vursseid bij ede bestedicht als recht is. In oerkhonde onsen stadt secreet zegel hieronder opt spatium van desen daer ind heyten drucken. Gegeven den 30en octobris vijftienhonderd achtenzeventig.

“Zegelafdruk”.


Nummer 64

Erentfeste eersame discrete unnd frame insonder gunstiger vrundt. Ick en mach u lieven niet verhalden welckergestalt wij gisternavendt spadt tho Aernhem concludiert und diesen margen van daer gereist und toe gueder tijdt thuys sijndt gekoemen heb derweghen niet koennen laten u lieven toe advertiren wie dattet daer myt onsse raidtslegen meest op die olde wijse is toegegaen. Want hoewel wij cleyne steden myt onsse ritterschappen onsses quartiers vast in die Brabantsche generaliteit hadden gewillicht als oick mehrendeels tquartier van Zutphen. Soe hefft men doch myt die van Nijmmegen nergens vorder als sihe wolden koemen konnen, alsoe dat men myt ende op tgoen sihe voergeslagen hefft moeten sluyten off men solde sonst nichtz gehadt hebben als u lieven tgelegener tijdt uth den verbael sal vernhemen.

Soewell angaet dem punct van tachtentich duizend guldens bij dem eertzhertoghen Mathiam tot stuyr und behulp der ghemeyner saecken etc. is beraempt een myssive die an sijne furstliche durchluchtigheit sal van wegen dieser landtschap worden affgeverdight (doorh.: worde) dairinne sal worden demonstriert die egressivelicke grote onkosten und schaden gedaen ende geleden an allerhande doertochten ende stille liggen van ruyter ende knechten behalven die belegeronghen voer Rueremundt, Campen ende Deventer etc. ende daermede des furstendombs Gellern onschult opt gefliessenst tdoen dat onss feerner last myt genaden mucht worden verlaten etc. nae wider meldongh des verbaels etc.

Betreffende uwer stadt saicke myt dem cloester hefft mij int scheyden der heer Van Loenen gesacht dat die ersamen vander Elburch myt die gedane clacht van Bentinck ende des cloesters myt die dairopgevolchde apostille sich niet hertt behoeven tbekommeren vermytz dat daer gien volnkommen landtdach gehalden ende gewest is ende off sihe schoen gewest had soe stonde noch toe sien off sie macht hadden tdoen dat sie sich nu angematet ende alsoe onsses genedigen heren consentbrieven hadden konnen annihiliren etc.

Soefeeren die man u lieve bewust op een vael peert gevonden sij dat men mach weten dat wilt mij schriven und gebide mij tott u lieve und allen vrunden. Datum Herderwijck den lesten octobris anno 78.

U lieve guttgunstiger vrunt, Ernst Witten.

Nummer 65

Erentfeste ersame lieve besondere und goede frunden. Nadem wij in gleufswirdiger erfarnunge gecomen, dat sich der viandt mit allen ernst und vlijt bearbeidet om die stat Deventer tho ontsetten, und derwegen tho befruchten dat hij vur eerst eenigen steden solde willen erijlen und also sijnen aenslach op desen furstendomb nemen. Demnae hebben wij niet willen onderlaten u lieven daer her tho vermanen, om onder derselver burgerschafft goede und seker wacht aen den poertten, und sunst goede ordnungh allenthalven tho halden, daermit der vijandt niet durch einige heimelicke anslegen derselver stat vervordelen moege, daer oeck eenige poertten ahn merckelicken schaden der inwoeneren tho gelacht kunden werden, were es niet onraedtsam dat sulches vur een geringe tijt geschege. Willet den huysluyden onder derselver gebiede geseten trouwelick warnen, dat sij oer ar[]et in tijts in goeden verwaersam stellen. Deses hebben wij u lieven niet willen verhalden sich om besten daerinne tho schicken. Mit bevelungh des Almechtigen. Geschreven Arnhem am 2en novembris vijftienhonderd achtenzeventig.

Eure gutter gouder und freund,

Johann graff zu Nassau Catzenelnbogen.

Nummer 66

Eernfeste gunstyghe heren ende vrunden. Ick kan u eersamen lieven neeth voerholden woe dath id volck welck am Carpen ghelechen heeft weder vertoghen is ende hopman Stupers knechten hebben eenen rytmeyster daer van ghevanghen myth 6 ofte 7 peerden ende de ruters de tho Rumunde ghecoemen weren bynne thoe Zwamen ghelegert tussen Rumunde ende Venlo in id darp waer de knechten uth Hollanth versten begeerden eer se voer Rumunde toghen ofte se daer meer volx verwachten en weeth men neeth. Die malecontenten in Vlanderen synnen seer starck sij hebben Atrecht oeck in myth (doorh.: onleesb.) Grevelynghen ende soe als ieck verstae soe wyllen der stathen legher sych teghen haer neeth steken. In id legher voer Deventher norten se oeck al wath teghen melcanderen, soe der van Hille slycht neeth enych verstanth myth de maleconteten en heeft mij gruelth dath id een doersteken werck myth de spanyarden ende malecontenten is, wanth ander sulken schijn kunnen se beest wath thoe weghe brenghen. Ick hebbe mede monsieur Bryl van de botter gheseght ghelijck u eersamen lieven mij gheseght hadden. Wij verstaen hyer dath Johan Schriver noch een donderdach daer was ende maeketh ommers dath ghij hem krijghen wanth mij duncketh dath men hier seer taer uth verlangheth. Ick weeth neeth ofte

66.2
daer noch wath anders schuleth, executierth den drost eer he een boniors maketh als ofte he sijn hoey vercoft haddde myths (doorh.: onleesb.) gevende een quitantie van betalinghe ofte makende enighe andere practiken dath ghij daer af weren. Laeth mij id stocks wethen als ghij hem gheckreghen hebbe. Uth Arhem den 8en novembris.

U eersamen lieven ondenyghe dynar,

Henryck van Curler.

De Here beware mijn eerbare heren in langhedurende regirungh.

Nummer 67

Johann graff to Nassaw Catzenellnbogen etc., stathalder des furstendumbs Gelre unnd der graffschap Sutphen.

Ersame und wijse lieve besondere. Idt hefft u gewesen secretarius Johan van Lengell bij uns ansnecken laten, dat hij iegen behoerlicke gnoegsame caution vermöge stadt- und landtrecht der ietzigen gefengnus erledigt, und folgendts upt gene wat man over hem to klagen vor ordentlichen rechten antworten mochte als sich dan de ernvest Heinrich Bentinck drost up Overveluwen erbaden und presentiert die caution vor gedachten Johen van Lengel selffst to doen und sich darvor to verobligieren.

Diewiell uns nu unbewust wat dissfals uwe stadtrechtenn vermogen, offte hierin to bedencken sijn mag. So is uns begeren und bevel gi willet uns daervan allen bericht to kommen laten, up dat wij hen een billichen bescheidt geven mogen und nichtes tegens landts gebruick und altherkommen handlen voer eens.

Tom anderen hefft gedachter Johan van Lengell ock voerwenden laten als solde he dat bij hen befunden blaeket met voerweten eenes van den alden raedtz vrunden gemaeckt hebben. Begeren derhalven gelijckfals gi willet u erkhundigen wer derselvige sijn mag, und off he sulckes gestendig sij, und imfal he dess selven gestandt deede khondt gi hem widers nach allen umbstenden vlijtige befragen waer, wannehr und tot welckenn ende berurtes blanket gemaeckt sij, und waerumb he sulckes nit met anderen raedtspersonen communiciert,

Dese erkhundigung avers mueste met gueder discretion und eher gedachter raedtsvrunden sich met Johan van Lengell underredt und vergelijkt hedde geschehen up datman sehen mochte off ock oere beder sijdts reden aver een stemmen und accordieren wurden.

Diewiel sich ock mehrbemelter Johan van Lengell beklagtt dat he in gar een harde gefengnus sitte, so bevelen wij dat gi hem in een guediger mildere verwarung settet up dat he geen oersaeck hebbe aver enige unpillicheit und gewalt to klagen sonder dat man alleen sijner person woll versekert sij. Des willen wij ons tot u verlaten die wij hiermede dem Almechtigenn bevelen. Datum Arnem den 11en novembris anno 1578.

Eure gutter gouder und freund,

Johann graff zu Nassaw Catzenelnbogen.

Nummer 68

Eernfeste welgunstyghe lyve heren. Ick can u eersamen neeth verberghen woe dath ick dien boeden neeth eerder hebbe thoe bescheide ghehilpen. Is de oersake dath sijne genedige den dach uth der stath was ende als sijne genedige weder ghecoemen war hebbe ick neeth afgheholden sijne genedige thoe purren (doorh.: onleesb.) scrijveth derhalven sijne genedige dath Johan scrijver sych begeerth thoe verburghen ende dath de drost hem begeerth sijnne burghe thoe sijn, welck gans des stats manieren neeth sijn (doorh.: als) al weer schoen dath Johan van Lenghel ende der drost beyde ghenoegsam in der stath vrieyden gheerveth ende gheguydeth weren als se neeth en synth, men mach thoe Elburgh een om een straten geruchte apprehendiren ende wen men gheen schulth an hem bevinth so laeth men hem gaen. Dath he claegheth he hebbe een sware ghevenkenisse, he heeft een burgher ghevenkenisse, welck men hem gunneth hoewel he ghen burgher ende is, dath men hem sulde een canner in gheven ende onghesloethen laethen so solde men hem wachte op sijnnen costen moethen gheven dan men begeerth neeth dath he myth imanth solde moeghen communiciren. Dath men antwordth solde laethen geven voer behoerlycken gherychte, dath gherychthe heeft men tho Elburgh ende daer sal he antworth gheven ende alsoe (doorh.: onleesb.) ofte gheexecutierth ofte gheabsolvierth worden. Blijven der halven de heren in sulker menungh we voeren ende up sulker wijse moeghen de heren up alles sijne genedige antworden nae mijn advis under correctie ende den genen de al

68.2
gerne hadden um hem in stede des schulthen an theclaeghen mochthen de heren naemhaftych maeken (doorh.: onleesb.) dath men daer om anhielde angaende de examinatie om dath geseghth (doorh. men) he hebbe sulkes neeth sunder voerwethen eenes afghetreden raedts vrunden ghedaen kunnen u lieven daen als sijne genedige schriveth ende examiniren de olde raedts vrunden den eenen om den anderen allenen.

Schrijveth vrij mede dath ghij in voertijden allen tijth uwe privileghien voor ghestaen ende synnen sulken eedts halven schuldich dath sijne genedige u lieven dath thoe guyde holdeth sijne genedige en soeketh anders neeth up dath he hoor de month soe (doorh.: stu) stoppeth. Ick hebbe oeck ghevragheth ofte daer oeck mer schriften weren de de van der Elburgh anginghen seie men neen dan dath daer was solde sych synner tijth wel apenen, hyer mede den Almachtyghen bevoelen. De here (doorh.: bon) beware mijn heren ende vrunden in aller ghesuntheyth, valete uth Aerhem den 11 novembris anno 1578.

U lieven dynstwyllygher vrunth.

Henryck van Curler.

Nummer 69

Johann graff tho Nassow Catzennellnbogenn etc., stadthollder int furstendum Gelldern etc.

Eersame unnd wijse lieve besonndere. Wij hebben nit unnderlatenn, u schriven belangende uwen gewesenen secretarius Johan vann Lengell, met canntzler unnd raedenn alhier to communicierenn, unnd met oeren advis raedtsam gevonden, dat he hier herr gefuhrt unnd up sant Johans porte verwaert werde. Is derhalven unns meinong, dat gi demselven allso nae kommet, unnd hem eerstes dages anher levert. Soll als dan ferners tegens hem geschien, wat sich nae bevindung (doorh.: den) unnd gelegenheitt der saken sall eigenn unnd geburenn. Blijfe hiermede dem Allmechtigen bevolen. Datum Arnem denn 16 novembris anno 1578.

Johann graff zu Nassaw Catzenelnbogen.

Nummer 70

Heer burgemeister, alzoe ick behalven ein jairlixer rhente van 8 dalers ende stadt Elborch noch ten achteren ben van twe jairen pension een vath boters, te weten een halff vath sjaers als Dibbolt Feijt ende een anderen alden scepenen bewust, twelck zij voir een jair ende langer te betaelen geloofft, is mijn vruntlijck begeren, u lieven willen idt beste doen, daermede ick van alsulcken vath boters betalinge mach erlangen, dit wil ick tegens een eersame stadt ende u lieven yder tijt gerne verschulden.

U ersamen dienstwilliger,

Frederik van Boeijmer.

Nummer 71

Copie.

Johan graff to Nassaw Catzenelnbogen ende stadthalder int furstendum Geldernn und der graffschap Sutphen.

Ernveste ersame und wijse lieve besondere und goede vrunden, uyt dieliggender copy hebt gij to vernemen welcker gestalt die heren generael staten ietzundt aen uns schriven und begeren dat etliche geldersche gedeputierden met gnoegsamer volmacht und sonder enig toerugh brengen naer Antwerpen mochten affgeverdight werden, um aldaer mit sampt gedachten generael staten op etliche hoochnotwendiger saken, daeran desen gevuyrden provincien veel gelegen is, to resolvieren het welcke sonder bij wesen der gelderschen volmechtigen nyt geschien konnen.

So gij nu vermeent dat dese gedeputierden uit affgeverdigt werden kommen, eher und bevor sie van der gemenen landtschap geautoriseert sindt, so is uns gunstig gesinnen und begeren gij willet die ridderschappen und stede uwes quartiers tegen den negenden des naestkommenden maents decembris binnen Arnhem into kommen verschrijven om des volgenden daags van desen und anderen notwendigen puncten to beraetslaegen und is nodich dat uwe und anderen (doorh.: notwendigen puncten to beraetslagen) stede gedeputierden met gnochsamer volmacht qualificiert erschienen, und die genige so van wegen der gantzen lantschap naer Antwerpen affgeverdigt sullen werden nae aller notdrufft te mogen helpen authoriieren up dat die gemene saken unsenthalven nit upgehalden noch versuimpt werden. Blijfft hier mede dem Almechtigen bevolen. Datum Gorcum den 24 novembris anno 78, onder stondt geschreven,

U goede gouner und frundt onderteickent,

Johann graff zu Nassaw Catzenelnbogen.

Dobscrifft,

Dem erentvesten ersamen und wijsen unsen lieven besonderen und goede vrunden, burgermeisteren, schepen und raedt der stat Arnhem.

Nummer 72

Eersame wijse und vursichtige gunstige guede frunden. Wij kunnen u eersamen niet berghen, wie dat onse genedige heer stadtholder ons bij zijner genedigen bevelsbrieven operlacht onses quartiers rittersschappen und stedegesanten tot einen gemenen landtdach to verschriven opten 9en ietzlopende maendts decembris alhier binnen Arnhem in to kommen, gestalt volgents dachs op noedige und hoochwichtige der landtschaps saicken to delibereren, und daer inne nae befinde to doen und voir tho nemen als der saecken gelegenheit tot gemeiner wolfaert ereysschen wurdt, als u eersamen uuyt copien van zijner genedigen brieff und schriven der heeren generael staten hebben tho vernhemen. Is demnha onse frundtliche begeren dat u eersamen oere gesanten onweigerlich mit volkommen volmacht affertigen willen omb op dach vurseid alhier to erschienen und tgemein best to helpen befurderen, daer aen sullen wael doen u eersamen, die der Almechtigen langh in gelucksalichen gefriste. Gegeven den 2en decembris anno 1578.

Burgermeisteren, schepenen und rhaitt der stadt Arnhem.

Post data: Also men ietzundt gerede penningen tot betalungh der knechten am hoichsten van doen hefft, sullen u ersamen alle moegelicke vlijt anwenden om op dach vurseid bij oire gesanten mede aver to seynden, die penningen verzamelt bij capital lehenungh und restanten van allen anderen contributien.

Nummer 73

Erenfeste voersichtige wiese ende seer discrete gunstige hern ende guide vrienden. U lieven breeff unlangst an mij gescreven, hebbe ik ontfangen, den inhoudt van dien wel verstaen, ende doe u lieven hoichlick bedancken, dat deselve mij vergunnet hebbe, den tijt van onse rekeningen ten einde te brengen, ende kan u lieven widers niet bergen dat onsen hopman seder dat hij van Deventer gewerst is, tot een hoeger offici gecomen is, ende overste lieutinhant verordiniert is, als dat sijn ttractament verhoecht is, ende overmits hij alle getrowicheit an mij bevonden heeft, is mij met grote belofften tegemoet gecomen, ende geefft mij alle welcke meer als twe gulden meer als ick tevoren gehadt hebbe, ende zo wil ick mij wel weet te erinneren dat ick bij u lieven vereedt ben, nochtans dewile ick althans alhier in dienst wesende, in een jaer meer verdiene, als ter Elburg muegelick in twe jaer soude ick verhopt dat u lieven tselve mij voer unguydt niet soude affnemen, maer velemeer consideriert, dat tselve sal strecken tot mij meeste prouffijt, die rekeninge is nu gedaen, maer den uuytcoep van onse dienst is noch niet gefschiet, twelck het slott is van de rekeninge, ende moet wel bekennen, dat u lieven tot noch ter giene diensten van mij gehadt hebben, twelck nochtans deur mijn schult niet gecomen is, want het mij gants niet gelegen was van hier te blieven, ende mijn reste teverlaeten.

So vele het secretaris ampt anghet hebben u lieven wel andere burgers kinden toe, die wel so bequaem tot dat selve sindt, als ick ende soude ick voer mijn person,

73.2
datselve angenomen hebbende, geen bedienen, dan moeten u lieven bekennen, dat het verdienst ofte jaerlickse gelt te clein is om daerna te leven, also dat ick verorsaeckt worde, nergent anders omme tselve teverlaeten, dese ende andere gelike oersaecken, so u lieven terechte overleggen, sullen deselve bevinden dat mij nutter sal wesen alhier te bliven bij het meeste prouffijt, niet twivelende u lieven sullen die saecke wel erwogen ende mit het selve offici een anderen burger voer dese tijt versien, ende mij van den gedaenen eedt ontslaen ende ontledigen twelck om u lieven te versculden, sal mij taller tijt bereidt ende willich vinden laeten ende wes ick mij tegetroesten begeren u lieven mij verstendigen willen, deselve hiermede Godt almachtich bevelende. Ilents Enckhuisen desen 2 decembris anno 1578.

U lieven dienstwillige,

Jan Petersz van der Elburg, 1578.

Nummer 74

Matthias bijder gratien Gades ertshertoge van Oestenrick, hertoge van Burgundien etc., gouverneur unde capitein generall van de Nederlanden.

Seer lieve ende beminde. Alsoe keyserlicke majesteitt mijnen gelieffste here broeder uuit sunderlinge vaderlicke sorgfoldigheit ende affectie totten restitutie van desen bedruckten Nederlanden frede ende prosperiteit soe voele deur intercessien ernstlicke vermaeningen ende sollicitatien aen conincklicke majesteit werde te freden es tott pacificatie ende fredehandelingen die Godtt voerspoed wille te verstaene hebbende tselve geheelick gecommittirt ende thogesteltt der voerseide keyserlicke majesteitt. So datt sine majesteitt datt mett soe voele groeter begeeth als middeler aennemmende datt sij deur dit middell hopen desen voerschreven Nederlanden tho muegen verwerven den so langhe gewunsten freden den gedeputirden vanden generale staten alhier vergadert deur den welgebornen graven Otto Henricuen van Swartzenberg keijserlicken gesanthen hefft doen voerhouden tgene die vorseid gedeputirden u mett siene brieven hirbigefugtt averseinden mett tgeen datt sij darop voer antworde hebben gegeven.

74.2
Ende want wij uuitt voele goede oersaken concurrirende hopen ende ons beloven datt dese negotiatie daer Gotter genade tott goeden effecte sall worden gebroechtt then waere datt ennige met particulire handeling tselve beletten hebben wij goet gefonden aen allen provintien te schriven ende u lieden well ernstlick tho verrsucken ende tho maenen datt ghij luiden respectivelick alle muegelicke nerstigheit ende desvoer doen datt een iegelick aldar hem in alle stilte ende eenigheit metter generaliteit houde ende giene saken toe en laett die ennigsins den voerseid frede souden muegen hinderlick off tiegen wesen ende (approbirende tgene bijde voerseid gedeputirden vander generale staten darynne als baven gedaen es voer guett ende van werden) totten voerseid fredehandel alle foerderinge u mogelick sinde doett dartho een sullen wi oick giene middelen ther averrelte sparen op datt ghij lieden eens van soe groeten krigslasten muege warden verloest ende want die voernoemde welgebarene grave nhu nha den viandt trecktt then ende voerseid sullen u daegelicks (doorh.: ad) advertiren van hett succes, zeer lieve ende (doorh.: be) beminde u hirmede Gaede befelende. Uuytt Antwarpen den 3e decembris 1578. Onder stondt

74.3
Matthias. Noch leger N Gilles, dopschrifftt was: Onse zeer lieve ende beminde den goeverneur ende anderen den staten slandts ende hertogdoms Gelre reprasentirende off hunne gedeputirden.

Nummer 75

[…] burgermeister ende raedt desser […] Elburg, onse werdige end lieve […]licke heeren end oeverheit saluit.

Nae dat het Godt beliefft hefft, erwerdige heeren, doer vunthsrecklicke middelen, die in unsen dagen gescheet zijn, int vercrigen ene sulcke doechsame end correcte reformatie, daer iw eersame werdige gheen klene hulpe tho gedaen hebben, end wij also dat affscheit van de hoere van Babel end des antechrist mit des ganslicken paust anhanck verlaten end Godt so beliefft hefft hem hyr ene bruit tho verclesert, twelck zijn gemeente is die, hem begert tho denen, nae sijn hillich woert, gefondeirt up Christo onsen heeren end die leringe der apostolen. So ist alst ock altijdt gewest is, dat wij hyr doer verkrigen voele vianden, so wel hyr binnen als buiten, die niet doen dan lastren end schelden end ons besvaren mit voele diffamien end calumnieren end lamentyren doch mit groeten onverst want ons is wel bekandt dat je blinde sint end dat het decksel bij haer ansichte hanckt up dat se dat licht des evangeliums niet kunnen anschouwen end dat woert Godes hen tot een roecke des doets angedeent wort hyr in bidden wij voer haer tot Godt off se noch enichtijdts mochten bekeert worden etc.

Dan erwerdige heeren hyr in warden wij besvaert, dat dat wij sien dat onse tegenpartie sich daechlix rottet end haer affsundren, voer oeverheit tho conperieren hare sacken rechtmatich uthsliten end holden heimelicke bij kumste end conventiculen bij dage bij nachte,

75.2
end tho ontijden, omme tho consperieren, bedenck[.] heimelicke anslagen mit besendinge van boden, [..] breven end andere pracktijcken end hebben also haer inslucht end uthvlocht, int huis van de weerde in die Svane, genaempt Willem Jonckbloet, een prinsepael afgesechte viant van unse religie. Dit maeckt ons gunstige heeren eine quade suspitie weten nicht wat wij hyer uth sullen presummeren, besorgende dat dit solde tendieren tot previditie vant gemene wolvaert end corruptie onser versamlinge gelick wij des voele exemplen hebben in ander landen gescheet end noch daechlicks gescheden. Om dat desse hare anslagen mochten verhindert worden end offgeschafft hebben wij ondergeteickenden als lyeffhebbers des vredes end dienst des evangeliums niet verbij ghekonde off Job. Ersame werdige daer voer tho advertieren end thoe versiende wat best is op dat de pyken de ons vianden wetten end haer stricken de se leggen hem selven tot haer ongeluck gedien. Actum Elburg den 8 decembris anno etc. 78.

Peter Cotgen; Johan Lutteken; Johan Vege; Johan Meie; Henrick Crafftzen; Harmen Ribbe; Roliff Hegeman.

Nummer 76

Ersame wijse und vursichtige gunstige goede frunden. Also men gemeint is, mit hopman Hegeman ten eynde die huysluyden daer van verlicht moegen warden, aff to rekenen, monsteren ende volgens tebetalen. Soe is onse ernste begheren dat u eersamen aenstondt alle uwer stadts restanten inne vordert van gelicke uwe stadts capitale lenungen mit alle die penningen op sondach des avonts, doch ten langsten op maendach naestkomende binnen Arnhem leveren wilt off wij sullen veroirsaeckt worden die knechten opten onwilligen te schicken, sulcx versihen wij ons genslich tot u eersamen die der Almechtigen will erhalden. Geschreven onder tsecreet zegel der stadt Arnhem den 12en decembris 78.

Ritterschappen ende steden gesanten des Arnhemsche quartiers ietz binnen Arnhem versamelt.

Nummer 77

Erbaer insunder groetgunstighe guede vrunden. Ick can u lieven niet bergen over tescriven hoedat de ridderscap hart mit de steden van Veluen an holden om de capitael leninge und dat wij onse registers van de namen de betaelt hebben unde niet betaelt soe en dunckt ons niet geraden dat men enige namen daer uth late het waren burger de het niet wel hebben of het hoere weder gaven ende moet de somma te voersein gebracht werden duncket ons guet dat u lieven sciven ghij wilt het opt spadelickste te werke stellen und alhier bestueren op dat wij mit den anderen spreken. Wij werden hart nae getracht hier licht altelate und heft en supplicatie over gegeven van aldat tgene opt cloester und beginnen huis und inder kerken gedaen is ins geliken is overdort gedaen und dit al durch den drost Bentinck wij seggen het gaet onsen genedigen heren an het is de ridderscap haer sake niet se roepen solde de ridderscap in sulken dingen niet macht hebben doch wij crigen inige tehilpe dan de van Nimegen (doorh.; roemons) qwamen gister avent erst soe dat idt ons daer mede lucken wil muegen wij in den naem des heren wachtende wess hier is groet moeite om Hegemans knechten en ider wilse qwit wesen, doch de husluiden de willen mugen se onderholden mit leninge des (doorh.: wer) des daechs vij sij und men salt hem an scattinge afcorten wij hebben mit wetten gerekent dat wij hem sculdich bint hondert und tnegentich gulden und soe wil hij ons dat registerken daer ingelecht van kese und bier anden radick gebracht und viftich gulden de wij niet weten waer sij heer coemen und dat is geteikent uth Dibbelt Feits mont und Jan van Lengel ghi mucht daer Dibbelt omme fragen hier is vele spraken dat den coeninck van Spannien den keise dasake in de hant gegeven heft om vrede te maken und Swartsenburch solde te loeven in comissie gecoemen sin om de generael staeten sulcks an toegeven und min genedigen heer statholder is noch niet gecoemen wij bint oeck en dach tevroe verscreven. Ick can dencken om de supplicasien te bet tewerke te stellen de sake mit de male contenten hoept men verleken te werden het scint dat dat min genedigen heer daer te langer om blift ghij mucht mitter haest manen want daer moet in der tel gelt wesen. Hier mit den heren bevelende, ghij mucht den heren bidden dat het ons welgae. Groetet mij onse huisgesin. Gescreven de 12 dach deses maents december anno etc. 78.

U lieven dinstwillighe,

Lambert Vranckessen.

Nummer 78

Ersame vursichtighe hoieghwiesse heren burghermesteren schepenen und raiedt der stadt Elborgh, op dat angeven so mij mijn heren tho Arnhem hadden angegeven kan eure ersamen op solckes nit berghen noch vehalden, wie dat ich mit noch eynne borgher van Wesel solde omtrindt ongefferlich eyn 400 bussen mit hare fflassen gelevert hebben tho Deventer sampt oich polver, wie wij nu der bussen 200 stuck sampt hare fflassen und eyn deel polvers tho Deventer an landt voir irst brenghen doiet dat krieghsvolck bij ons, glieck se oich tho Campen bij mij gedaien hebben, und hebben dat ghansse guyedt pries gemaickt und passen op die overicheit darbynnen nit woe voiel se dairom doien, also ist alsolche leveronghe aff, und wete yttzonder ghein uthweghen mit onnighe bussen oder fflassen ist derohalffen mijn oitmoedes bydden und gesynnen eure ersamen op solchen termijn alst mij gesat ist doch ffixe bethalonge willen doien, und mij doch in gheyn schaden brenghen dan ich doch eure ersamen in anno 72 aver die ffifftich datter in schaden sijn gebracht wie eure ersamen Andris van Aller mijn swagher van solckes gnochsam berichtten wordt, vesien mij thot eure ersamen alles gudes die welcke ich in glucksaligher repironge in schutz des Almogende doien beffelen. Datum Capen op ffridach voir Thoma Apostoli 78 st.

Eure ersamen dinstfferdigher,

Thomas Bremer.


Nummer 79

Eersame wijse und vursichtige goede frunden. Alsoe opten lestvergangenen in decembri gehaldene landtdach mits uuytbliven vande bannerheren van Bronckhorst ende Bergh op die proposition niet resolviert is worden hebben onse genedigen heer stadtholder mit die anwesenden bannerheren ritterschappen ende stedegesanten noedich eracht die voirgenoemde landtdach to continuieren ende soe dan zijne genedigen goet gevonden in ieder quartier een quartiersdach vanden landtdach uuytgeschreven to werden omb des volgende landtdachs op die gedane proposition geresolviert te kommen, langht demnae onse gants frundlich begheren dat u eersamen onbezweert zijn willen den 5en deses naestkommende maents january enige uuyt der selve middel des avonts binnen Arnhem in to kommen willen affverdigen omb volgende dachs op die vurseide proposition (doorh.: der landtschap) ende andere zijne genedigen vuergebrachte articulen waeraen die landtschap mercklich gelegen rijpelich to helpen communiceren ende resolvieren als tot nutt ende welvaert der landtschap reicken sall. U eersamen in schutz und scherm des Almechtigen bevelende. Geschreven onder tsecreet zegel der stadt Arnhem den 20en decembris 78.

Burgermeisteren schepenen ende rhaitt der stadt Arnhem.

Nummer 80

Eersame wijse voirsichtige vielgonstige heeren. Ick heb alhier perzwazy verstaen, dat u eersamen Jacob Stuerman und siner huisfrouwen opden raethuise hebben laeten commen, seggende den borgemeister Johan van Winbergen datter enige statt weerden opdes selven Stuermans naem solde geschreven staen, die in twee off drie jaeren onbetaelt und bij mij gebruickt waeren, etc, dat meer is wolde men dair van betaelt zin als solde men die metten hals betaelen des mij nyet weinich bevreemt, angesyen den ierste weert aver den voirdt heb ick bij tijden vandie olde schepenen toesamen betaelt, als bijder stadt renteboeck is toe bevinden. Noch was ick schuldich die helffte van eenen weert als 28 gulden bij Jacob Stuerman gepacht und noch die rechte vandie voirweyde vant cleyne Meentken vermogens oeck der stadt renteboeck. Daertegens in presentie van u eersamen tosamen afgerekent min solarium van een halff jaer voortz dat ick die stadt had verlacht alsoe dat ick die stadt schuldich bleeff 29 gulden und etlicke stuvers, wye den borgemeester Johan van Holten in absentie des secretarius und ick beide hebben voor memorie angeteickent, daertegens had ick van wegen der stadt betaelt an Derrick Haeck und zinen suster op rekeninge van aen rente 25 phillips gulden wye Jacop Jans stadtdiender bewust is, die hem van mij dselve penningen toegetalt heeft want ick dat onderpant gebruickten betaelen manste, doin ick dat hoey uuyten weerdt wolde vueren deeden zye mij die peerden uuyten waegen penden daertegens mij ghene pandtkuronge mucht gestaeden dan van wege der stadt tbetalen must gelaeven alsoe dat mij vander stadt gelt indie handt quam vraechden ick woer ick des bekhommen solde, daerop den borgemeester Lambert

80.2
Vranckeszen antworden, den drost Bentinck waer die stadt schuldich, zij mustent vanden sack nemen etc, als ick daer van gelt bracht, solde ick idt daer van holden, waermede ick wail toe vreden was, had derhalven Winbergens halfdreigimenten onnodich gewest soe ick dat an zin lieve noch den zijnen nyet verschuldt heb, dan commende ter Elburgh sal ick u eersamen daer van widers berichten. Edoch wes ghij diensthalven wilt seggen dat u eersamen bij mij ten achteren vermenen toe zin begeer ick dat u eersamen mij dat bij brengen deses schriftelicke willen verstendigen ick sal daer van betalonghe bewijsen ofte in gereet gelt tellen.

Daerbeneffens is vielgonstige heeren dat ick voor mijnen vertreck u eersamen bij requeste heb tkennen gegeven vandie tymmeragy die ick ander stadttoren met wille vande olde schepenen heb toe koste gelacht und uuyt mijnen buedel verschaeten und begeerden daer van (wye billick) betaelt toe zijn. Begeer ick derhalven alnoch, dat u eersamen bij apostille oer eersamen menonge mij bij brenget deses op dieselve requeste willen toesenden waer toe ick mij sal hebben toe verlaeten, des ick verhaepe mij nyet sal geweigert worden. Daermit u eersamen lange in gueden regironge und gesontheit den Almechtigen bevelende. Datum ilende uuit Arnhem den 25 decembris 1578 bij mij

U eersamen gueden vrunt,

Johan van Lengell.