Cookiemelding

Het Streekarchivariaat Noordwest-Veluwe is wettelijk verplicht toestemming te vragen voor het gebruik van cookies en u te informeren over het gebruik van functionele cookies. Cookies zijn belangrijk voor onze website.

Het Streekarchivariaat Noordwest-Veluwe gebruikt functionele cookies, maar daarnaast ook cookies voor het beheer van de webstatistieken. Deze cijfers gelden als noodzakelijke feedback om de digitale dienstverlening en de vindbaarheid van de site te verbeteren. Daarnaast worden de webstatistieken gebruikt om verantwoording af te leggen aan de deelnemers van het Streekarchivariaat Noordwest-Veluwe en subsidieverstrekkers.

Bezoekers van de website van het Streekarchivariaat Noordwest-Veluwe blijven anoniem. Ook voor cookies geldt dat ze nooit direct aan individuen zijn te koppelen. Streekarchivariaat Noordwest-Veluwe gaat vertrouwelijk om met de gegevens die door middel van cookies worden verzameld.

De website van het Streekarchivariaat Noordwest-Veluwe is alleen bereikbaar als u cookies accepteert!

U bent natuurlijk altijd welkom op de studiezaal van de 5 vestigingen van het Streekarchivariaat Noordwest-Veluwe

Ik accepteer deze cookies

Meer informatie over cookies »

grote oorlogbanner2.jpg

Ingekomen stukken, 1575

Inventarisnummer: 155

Nummer 1

Ersame wijse ende vuersichtige gunstige guede vrunden.
Alsoe die gedeputeerden der landtschap aen onsen genedigen heeren stadtholder met oer schryfften opt vlitich versouck ende anhalden dat die inwoeneren van Veluwe vanden onlijdelichen ende ondrechtlijchen overlast der moetwylliger Spanier ende hoochduytsche knechten onthefft vuerden onverwind elicken schaeden oer liden selven toegeschickt wordt (als u ersame genoichsaem (doorh.: te) ont ketert bewost moet hier toe verhaelen) beschermt mochte warden daertop oer edele lieve ende eersame den ant(doorh.:wort)woerdt bejegent waer uuyt wenych troest is toe scheppende und soe dan te besorgen dat sich die rebellen ende ongehoersamen chrijsvolx moetwyl menen und oeren getal avermits quade bethaelongh starcken solde, daer uuyt dan devastatie erwassen mochten hebben oer edele lieve ersame vuer guedt aengesien dat in ieder quartier die ridderschap ende steden een quartiersdach aengestalen sal worden om opten 26 ietzlopende maendts tsavonts inder hoffstadt (doorh.: b) in toe koemen gestalt volgents daechs aen toe hoeren tghene biden gedeputeerden vurseid in desen hoechnoetwendige saecken gedaen ende voerts toe helpen communiceren ende raedtslagen met wat wegen ende middelen men die vurseide quartieren tghene daer uuyt volgen soude muegen bejegenen.

Is demnae in naem ende van wegen der gedeputeerden vurseid onse vrundtliche begerent dat u ersame een off twe van uwe mede raedtzvrunden committeren dieselve onbeswaerdt wollen zijn (in betrachtongh deser saecken hoechwichticheyt) ten daege vurseid alhier
mede binnen Arnhem onweygerlich toe erschenen ende tot gemeyner landtschap ende waelvaert toe helpen delibereren daer aen sullen der landtschap een heer dienstlich werck doen. U ersame die der Almechtiger langh gesondt erhalden. Datum den 17 january 75.
Burgemeesteren schepenen ende raedt der stadt Arnhem.


Nummer 2

Eersame voorsichtige guede vrunden. Henrick ter Goir scholtis aldaer ter Elborch suppliceert tegenwoirdelick aen ons als ghij luyden uuyt zijner hier inne verslooten supplicatie wijders to vernhemen und is demnae van wegen conincklicke majesteits to Hispanien etc onses allergenedichsten heren onse gesynnen dat ghij luyden die aengetogen verkopinge des saets zijnen voortganck gewinnen laeten gelijck als sulcx nae stadt und landtrecht eyght und gebuert. Edoch indien ghij luyden overmits eenige ergefflicke redenen vermeynen dat die verkoopinge alsoe nyet to geschien en behoirt is gelijckfals onse gesynnen dat ghij luyden (mit wederschickinge deser supplicatie) ons daervan aenstondt verstendigen ende alsulcke redenen schriftelick toekommen laeten om die bij ons gesien den suppliant daermit to moegen bejegenen ader sunst hem op zijn versoeck wes gebuert wederfaeren to laeten. Met bevelunge des Almachtigen. Geschreven to Arnhem den 20en january vijftienhonderd vijfenzeventig.
Cantzler ende raeden des conincks in Gelderlandt verordent.
T. Roos.


Nummer 3

Gilles van Berlaymont, frij- und bannerher to Hierghes, stadtholder, generael van Gelrelandt etc.

Eersame und voirsichtighe lyeve besundere. Wij hebben uwe schrijvens ontfanghen waer bij ghij begherende zijt u te willen verlichten vant krichsvolck aldaer tegenwoirdelick int garnisoen waerop wij u voer antwoirdt nyet en khunnen verhalden dat alzoe den uuytgaenden tijt nu naeckende is dat zij aldaer nyet langhe verblyven en khunnen overmits dat mense elders van doen sall hebben. Is derhalven aen u ons gnedich gesinnen ghij noch voer een geringhe tijt patientie hebt ende daermet tbeste doet und zoe voele belanghet oire leenungh salmen die selve moeghen vorderen bijden landtschrijver van Velouwen Jacop Botter die wij daervan last gegeven hebben und bevelen u hier met den Almechtighen. Datum Uterecht den 24en dach january 1575.
Gilles van Barlaymont.


Nummer 4

Achtbare, wijse unde vursichtige heren. Ick hebbe etlicke mhal verstanden, soe dat mijner husinge ter Elburch seer verdorven unde vernelet wordt durch deen dat dar een ghevangen huess der soldaten van jure erssamen aff ghemackt is ommers ten weynichsten dat juro erssamen sulkes gestaden unde tho laten unde dewijle mij dan daglicks in rekenschap van mijnen schuldenars ghebracht wart dat mij mher yha ongelicke boven mijne geleghentheit dagelicks wardet affgenomen tot den lasten unde ongelden deses tegenwordegen handels bij dat anderen (twelcke ick ock verhope dat mij tho gelegener tijt erstadet sall worden) solde ommers wel behoeven dat mijn husinghe uyt mher tot en koff den soldaten solde open stan als anderen ingesetenen burgeren dewijle ick soe sware lasten moeth draghen wolde derhalven jure erssamen geboden hebben dat jure erssamen dar enych regardt op wolden nemen, dat doch mijn husinge nyt merder mochte vernelet unde verdorven worden als anderen whoe averst nyt moeth ick des als vulemeer ander dyngen gedult hebben beth to ghelegener tijt zoude hier myt juro erssamen den Almechtigen tot selicheit bevelende. Ilents Embrick den 16 february anno 1575.
Jure erssamen gansgonstiger bekande vrundt,
Andriess van Arler.


Nummer 5

Unser freuntlich gruss zuvorn, ersame fursichtige besunder gueten frunde. Uns hatt unser burger Herman Husenberg zuerkennen geben welcher gestalt seine liebe kinder Herman und Margareta, so sich der orter beij edele ersamen sie bevorn verhalten van dieser welts verfarn zu welcherre nachlasste er als vater der nechste gezeugen worden die weil er nun umb solch verlastenn erbgutt an sich zubringen und zuerfurdern der orter eurn volmechtigen verordnett hatt er uns umb mherer befurderung willen zu der behof diese unsere abermalige furschrifften an edele ersamen mitzuteilen dienstlich ersieht und angelant die wir zue dann als unseren burger den wir zu dem seinen darzu er rechtswegen beflugt gern verhelfen segen nicht haben zuvorweigeren gewust. Ist demnach unser freuntlich bet

5.2
edele ersamen wolten gedachtes unsers burgers volmechtigen auf sein ansuchen, alle guete hilf und befurderung erzeigen, damitt er solch verlassten erbschafften, wes dessen sein muge en solden weitbuffighkeit und verhinderung schleunig erlangenn, und in deine dieser unser intercahsion beij edele ersamen fruchtbarlich genossten zu holen im werck empfinden und sich solches zu rhumen halen muge, dasstellig ist dem rechten und billigkeitt genies und wir seints unb edele ersamen hinwider freuntlich zuverschulden wol geneigt. Datum unter unsernn stadt signett den 9 marty anno 1575.
Burgermeister und radt der stadt Lubeck.


Nummer 6

Gilles van Barlaymont, frij- und bannerheere to Hierges, stadthouder ende capteyn generael over Hollandt, Utrecht.

Ersame ende voirsichtige lieve besundere, wij hebben ontfanghen uwen brieff vanden 22e deses maendts ende daer uyt vernoemen in wat benautheyt den drost Bentinck ende ghij luiden siet om te becommen wort aen die leenpenningen voer den soldaten aldaer tot Elburg in guarnisoen seinde noedich; waer op wij u ter wederantwordt nyet moegen verhalden dat wij voernhemens inwendich twe offt drie dagen ons tot Arnhem tergeven und aldaer die saecke van die verpandongen van conincklicke majesteits domeinen te doen ilen und ordre stellen daer mit genante knechten volgens hur leengelt gelevert worde, soe wij ietz daer toe ter werrelt geven anderen raedt en weten dan vande penninghen van sulcke verpandinghen procederende volgende dordonnantie bij sine excellencie die vande reckenkamer daer op gegeven. Sall daer omme nodich wezen dat den drost Bentinck voorseid middel vinde te becommen soe wel gelts daer mit die voorseide soldaten voet acht off negen dagen sich sullen moegen onderhalden twelck wij hem tegenwoirdich

6.2
schriven, und soe baldt wij die gelegentheyt als voorseid is hebben sullen aldaer eninch gelt to schicken, sullen wij onsen vorige toesegge nae die lege hopman und vendrich mitten quartiermeister van daer doen rucken und u daer van verlichten. Widers schicken wij u volgende u begeren bij brenger van desen een tonne buissencruits wegende twe hondert ende tsestich ponden. Und bevelende hier mit dem Almechtigen. Datum Utrecht den 26e marty 1575.
Gilles van Barlaymont.


Nummer 7

Erentfeste ersame ende voorsichtige insunder guede heeren ende vrunden. Uuyt tghoene mijn genedige heere stadthouder tegenwoordich schrijfft aenden drost Bentinck belangende die leenpennongen daer van ick u luyden hyer inne verwaert schick copie volgen der selver begeren ende oick uuyt tinhouden van sijner genedige missive aen u luyden haldende hebben die selve op alles te vernhemen die resolutie in dese saicke genomen derhalven ick daer van nyet vorder en soll weten te schrijven den alse ick nyet en twijffel dat tonser aencompste taernhen sijn genedige ordre sal stellen daer mit die [sol]daten ellick guet toegeschickt worden sall, wil ick alsdan zegen gerne die handt daer aen halden dat u luyden vande lege hopman vendrich ende oick de quartiermeister volgens sijne (doorh.: gene) genedige gedane toesage verlicht worden moegen hebbende algereetsn bernbeydet dat u luyden bij brenger deses toegeschikt worden tweehonderd ende zestig tonnen bussencruyts ende om die selve u luyden in sunst anderen saicken to dienst ende gevalle to zijn hebben mij die selve stetz willich ende bereyt dat kenne der Almechtiger die u [luyden] wil sparen in lange gesontheyt. Datum ilentz tUtrecht den 27en marty 1575.
U luyden gantz dienst[willigen] Cobessen van der Eem.


Nummer 8

Copie.
Erenthfeste manhafftighe lieve bysondere. Wij scicken u bijden drost Bentinck die somme van anderhalff hondert karolus gulden tot leeninghe der knechten aldaer, ernstelijck gesinnede ghij een tijt lanck den knechten dairmede sedighet zullen zoe balde moegelijck, noch voirder leninghe bestellen, ende wes u tot eenigher tijt dienthalven mangelen mocht zult ghij aen ons versoucken die daerinne versien zullen naer behoir, u wel expresselijck bevelende dat ghij den knechten daer thoe haldt, dat zij den borgemeisteren, scepenen unde rhaet oick den borgheren ende huysluyden daer van laeten ongemolesteert. Gedencken oick denselven die sich nu onlancx aldaer teghens den borgemeisteren, scepenen und rhaet sampt eenighe borgheren unde huysluyden zou moetwillich om die leenonghe geboedert, ende sich vernemen laeten daer voir aen te sien unde te doen straffen.

Verstaen oick dat alhoewel wij hyer bevorens geschreven ende bevolen, dat ghij den veltwijvel Claas van Waegeninge liggende tot Hattum van daer bynnen Elborch holt vorderen, ende wederom in zijn plaetz seynden Cristofffel van Hal, dat ghij nochtans sulcx nyet en hebt gedaen unde geaffectueert, dat wij ons nyet genoch en kunnen verwonderen, bevelen u daeromme nochmael aenstont sulcx tho achtervolgen offt andersyns zullen wij weten, wes wij tegens u als aen ongehoirsaemen hebben voit te nemen. Uuyt Arnhem dem 1e may anno 1575.


Nummer 9

Gilles van Barlaymont, banner ende vrijheer to Hierges, her to Haulteroche, Peruwez etc. ritter ende conincklicke majesteits der furstendomb Gelre und graeffschap Zutphen etc. Stadtholder ende capiteyn generael.

Eersame voorsichtighe lieve bisundere. Wij luyden zijn ongetwijffelt noch guedes gedenckes der ordonnancien durch ordonnancie und van weghen onses allergenedichsten heeren des conincks inden jaere vijftienhondert drie enzeventig den 19en marty opgericht belangende id maecken uuytrusten und bestellen und oock voort id onderhalden der Gelderscher Veluwescher galeyen tot effectuerongh ader volbrengongh welcker ordonnancie etc die penningen opter Veluwen geset ende betaelt ende voorts bij Willemen Bentinck rentmeister opter selver Veluwen ontfanghen und bijden zelven Bentinck (durch ordonnancie etc) uuytgericht und betaelt sollen worden etc. Und diewijle nu zulcx alzoe geschiet ader geschiet to zijn behoirde und wij nu hebben doen bij commissarissen hoiren ende visiteren die rekeninghen des voorgenoemde Willems Bentincks ende mede gesien alle verificatien quitancien schrijven bescheyt van zijnen ontfangen ende uuytgeven mit oock oirdentlicke opteyckeninge van tgoene watmen noch ter cause der selver galeyen ende onderholts van die als capiteyns soldaeten schipperen etc schuldich ende ten achteren is, welckes noodich und oock

9.2
billick is betaelt te werden bedraegende noch ter somme van twe duysent vierhondert ende vierundtwintich karolus gulden van twintich goede stuvers tstuck ende achte der selver stuvers in welcke somme die stadt Elborch geset ende getaxeert is opte somme van hondert en vier libra zeventien stuvers und diewijle nu wij daegelicx bijden voorseide capiteyn mit oock anderen crediteuren daeromme zeer naegelopen gefordert ende gemolesteert worden. So ist dat van hoochstgedachter conincklicke majesteits weghen wij mit gantzen ernst u luyden ordonneren und bevelen dat ghij luyden die zelve somme van hondert en vier libra zeventien stuvers aenstondt inde voorseide stadt verdeylen uuytsetten forderen manen bueren und eyntelick ten alleclampsten bynnen drie maenden nae ontfanck deses gantz alinck und geheel sonder eenigen mangel ader gebreke in handes dickgemeltes rentmeisters leveren und betaelen doet daermit hij voorts die guede luyden betaelen und eyntelick zijne rekeninge sluyten und oock wij u eineres naelopens und claegens entledicht worden moghen, dess versien van hoochstberumpter coninclicke majesteits weghen wij ons alzoe tot u und bevelen u dem Almachtighen. Gegeven to Arnhem den 16en dach may vijftienhonderd vijfenzeventig.
Gilles van Barlaymont.


Nummer 10

Erentfeste eersame zeer discrete gros gunstighe heren ende goede vrunden, van mijn dienstlycke erbiedonghe tuwer luyden und eersamen sende dselve hyer bijgevoeght den brieff daer bij u luyden und eersamen mij voer drie jaeren verscreven hebben een jaerlixc pensioen van een halff vat boteren tsiaers, ende zoe nu die drie jaeren geexpireert zijn, begeer te weten offt u luyden und eersamen dselve pensioen gemeynt zolden zijn te continueren alsnoch den tijt van drie jaeren nae dato deses oft nyet. Soe verre u luyden und eersamen tselve geliefft, moeghen ordonneren den secretaris die woerden onder den pensioen brieff gestelt te onderteyckenen ende mij dselve wederom senden. Ick wil mij tegens u luyden und eersamen der gestalt ertzeyghen ende halden dat dselve mijns moegelijcken diensts en goeden [benogen] draeghen zullen, kenne Godt die u luyden und eersamen in zijn schutz ende scherm lange erhalden und gefristhen wil. Uuyt Putten den 3en juny anno 1572.
U luyden und eersamen dienstwillighe,
Frederik van Boeymer.


Nummer 11

Gilles van Berlaymont, frij- ende baenreheer tot Hyerges, stathouder ende capiteyn generael over Gelderlant etc.

Eersaeme lieve besundere. Wij hebben ontfanghen uwe missive ende dinhouden van dyen wel verstaen, ende aengaende van u luyden te verlichten vande crijchsluyden aldaer liggende, tselve en heeft soe haest niet moeghen gheschieden , maer en sal nyet laeten metten eersten daerinne to versiene oft ten minsten u te berichten vanden leeghen hopman, vendrich ende quartiermeister hebbende bevolen ende geordineert wel scherpelycken den bevelhebberen dat zijer hun wachten den huysman oft lantluyden te misdoene oft schatten oft anderssins, soude bedwonghen tzijn met ander middelen daerinne te versiene, ende sal den drost ordonnancie buiden omme ghoet te ontfanghen totte leeninghe voorde voorseide knechten bij onsen secretaris Botterman tot Arnhem. Eersaeme lieve besundere onse heer God zij met u. Uuyt Utrecht den 9en juny 1575.
Gilles van Berlaymont.


Nummer 12

Copie.
Gilles van Barlaymont, vrij- ende bannerheer tot Hierges, stadtholder ende capiteyn generael aver Hollant Gelderlant Overissel etc.

Lyeve bysonder, wij verhoeren dachelicx grote clachten hoe dat die soldaeten binnen Elburgh dye arme (doorh.: onleesb.) lantluyden beraeven ende andere overldaet pleegen, nyet jegenstaende ghij luyden ontfanckt guede lenonghe ende ghij luyden u beroempt nyet te staene onder onse maer onder onsen brueder. Wij hebben u well willen dese schriven ende well ernstelicken bevelen dat ghij luyden siet sulcx nyet meher toe pleegen offte wij sullen u thoenen dat wij u overste zin. Dye twee gevangens gheusen sult ghij (doorh.: doen) leveren in handen vanden drost omme daermede toe doene zulcx wij hem geordonneert hebben. Lyeve bysonder onse heere God zij met u. Uuit Utrecht den 9 juny 1575 onderteickent,
Gilles van Barlaymont.

Bijschrift: Wij Gerrit Pass van des graeven van Megens averste veenlijn vaendrich in zijnen affwesent anden beveelhebberen.


Nummer 13

Ersame voersichtige bysondere gude frunden. U ersamen iss ahn twuivell noch indachtich vande vijftich malder roggen die u ersamen van mij gecofft hebben dair aen alle betalonge affgetagen (doorh.: mij) ick noch ten achteren sijn 47 carolus gulden 5 stuvers dwelcke restierenden pennongen u ersamen omtrent anderhalff iaer geleden mij te betalen gelaefft hebben. Soo doch sulx niet geschiet iss, heb ick mij uw langh geleden ende soe ick uw zeer hardt om betalonge gevordert worde, iss mijn begeren u ersamen dieselve restierende pennongen gereedt willen hebben tegens den aenstaenden pachtdach. Midtz u ersamen in schutz dess Almechtigen bevelende. Datum Arnhem den 28en juny vijftienhonderd vijfenzeventig.
U ersamen dienstwillige,
Oswaldt van Hetterscheyt.


Nummer 14

Gilles van Barlaymont, banner- und frijheer tho Hyerges, heer tho (doorh.: Hyrges) Haulteroche, Peruwez etc. conincklicke majesteits der furstendombs Gelre und graeffschaps Zutphen etc stadtholder und capiteyn generael.

Eersaeme voorsichtighe lieve besundere. Alzoe ons van wegen der erentfesten ende fromer Diedericks van Plettenborchund Johans van Gendt, to kennen gegeven is worden woe dat zij bij die twintich jaeren gefordert hebben gehadt omb tho becommen oire aenpaert umde naegelaeten guederen zaliger Martens van Rossum is zijnen lieven heeren tot Puderoijen etc tegens die mede erentfeste und frome Johan van Rossum sumpt die van Isendoren mit oiren adherenten waer op verscheyden oirdelen und sententien als oock claringhen aen Engelanderholt, wezende id hoochste furstelicke gericht op Veluwen gepronunchieert und daer op gebuerlicke exercitien gefolcht und dat nu die voorsseide adversanten van Isendoren cum suis allerley datelicke handelinge (als zij supplianten bij oire supplicatie to kennen gegeven) tegens alzulcke exercitie als bijden richter van Arnhem und in Veluwenzoom Pilgrum vande Gruythuis gedaen waere, voorgewant hadden als nyet alleene pantkeringe gedaen tegen den overpander und dat zoe wael op Veluwen als in Veluwenzoom maer oick die ossen uuyt der weijden to drijven, den beesten die starten und hesschen aff tho houwen daer uuyt dan zoe zij oick segghen deden allerley und meer inconvenienten als in landen van justicie nyet behoirende

14.2
gestadet tho worden, tusschen ytgyen zollen erwasschen , verzoeckende und biddende, dat wij in statt hoochstberumpter conincklicke majesteit aenden voorsseide hogen gerichte van Engellanderholt eenen stadtholder in plaetze onser um perthyen recht to administreren verordenen und beneffens dem eenen claerdach aldaer beteyckenen wollen. Als wij gedaen und voer eerst (soe wij in wichtighen zijner majesteits krijchsaecken onledich zijnde) selfs persoonen den dach villicht nyet zullen kunnen waernhemen tot onsen stadtholder verordent hebben onsen liven bisunderen meister Willem van Gendt, raedt zijner majesteits ende den dach aen Engelanderholt beteyckent den zoeventhienden octobris naestkhommende, om alsdan des morgens vroech tho beghinnen hebbende oick mede den drosten van Over- ende Neder- Veluwen unde richter to Arnhem schriftelicken geordonneert den zelven behoirlicker und gebruyckelicker wijss tho doen verkundighen. Is demnae dat van hoochstberumpter conincklicke majesteits wegen ( die wijle wij alsdan zoe mede voorsseide zaecken als oick andere die alnoch voorfallen zullen tho procederen und voorts to faenen gemeynt) wij u luyden durch der selver gedeputeerden nae alder gewoente bescheyden den voorsseide zoeventhienden dach octobris naestkhommende ter gueder tijt aen Engelanderholt ter gewoentlicke plaetsen te khommen om mede beneffens die andere gedeputeerde der ritterschap ende steeden die bancke tho helpen spannen trecht tho becleden oire stemme tho gheven und

14.3
verner allet to doen woe den zulcx behoirt ende gebruycklicken is, sonder des enichsins tho zijn in gebreecke, des versien van hoichstberumpter conincklicke majesteits wegen wij ons alzoe tot u luyden mit bevelonghe des Almachtighen. Gegeven tho Arnhem den 7en dach july vijftienhonderd vijfenzeventig.
T. Roos.


Nummer 15

Ehrnveste fursichtige liebe und guete freundt, euirer schreijben an mich gefan der datum den
irsten septembris hab ich den 5 empfangen, seines inhalts gnugsam vernomen, und gib euch
hierauff zuvernemen dass mein genedige here und vurster zuver ins excolenz van ietzigem
heer genedige verreissen mit ernstlichen und sach verbatten tsein deurff oder brandt auff den
eine zu passieren zu lassen, dieweil ich dan solches mitt ahn meiner macht ir auch erkhennen
mugen und [..ren] meinen freundt lihen willen so veer diss men meinung dass die statt
Elburgh an ir excellencie den gubernator maior supplicierten und erlaubniss auss machte
brengen, das ich mich notturfftiglich deurff und brandt moge zukhomen lassen, soll alss dan an meinere gueten willen nit manglen, [.]unsten bin ich euch jeder zait zu allen gueten freundt lihen willen wel genaigte nhu euch und unss hillig hiemit in shutz und scherm dass Allmechtigen bevelhende. Datum Campen den 3e septembris anno 75.

Hans Caspar von Ifortt.


Nummer 16

Erentfeste, ersame, wijse ind vursichtige besondere gunstige vrunden. Ick laet uwe ersamen guetlick weeten, woe dat ick van weegen conincklicke majesteit onses allergenedichsten heeren op maenendach nemptlick den 3en deeses toecomende maendts octobris tot Doirnspijck eerst aen tot gerichte sitten sall smorgens tot acht uren bij climmender sonnen, end soe voirtaen indie vier naevolgende bancken van die Averveluwe nae alder gewoenten. Is demnae van weegen hoichgedachter conincklicke majesteit mijn guetlick gesinnen, dat uwe ersamen eene van uwe raedtsvrunden alsdan toe guedere tijdt inden voorscreven bancken schicken willen woe in verleden jaeren bij den landtschap verdraegen ind verordent is, twelck ick uwe ersamen nyet heb willen verhalden, om sich daernae te moegen richten, soe ick mij des tot uwe ersamen versihe.
Erentfeste, ersame, wijse ind vursichtige besondere gunstige vrunden, onse heere Godt sij met u. Geschreven tot Elborch den 14en septembris vijftienhonderd vijfenzeventig.
U luyden goetgunstygher vrundt,
Henryck Bentyncks,
Drost van Averveluwen


Nummer 17

Ersame wijse ind vuersichtighe gunstighe guede vrunden. Wij khunnen u ersamen niet langen wie dat die ersamen van Nijmegen uuyt toeschrijven ende beveel vanden hoechwijsen heren cantzler ende raeden des officieren ethliche vande ritterschappen ende steden der landtschap enen dach aengestempt omb opten 25 itziges maendts septembris alhier binnen Arnhem in toe (doorh.: onleesb.) khoemen gestalt, volgentt daechs een missive biden durchluchtigen hoechvermoegende fursten ende heeren gouvendador maior, gouverneur generael aver conincklicke majesteits erffnederlanden, aender landtschap geschreven, (durch waelgedachten heeren cantzler ende raeden oer ersamen toegelaten toe sien erapenen. Iss demnae onse vrundtliche begerens dat u ersamen oere gesanten wyllen affertigen omb ten daeghe vursseid opten (doorh.: onleesb.) erapenongh vurgenoempt toe erschienen, ende tbeste tot gemeynen waelfaert toe wyllen helpen vuerwenden daeraen sullen wael doen u ersamen die der Almechtiger lange gesondt erholden. Gegheven den 20en septembris anno 1575.
Burgemeisteren schepenen ind raedt der stadt Arnhem.


Nummer 18

Gilles van Berlaymont, frij- und bannerheer tot Hierges, heer tot Haulteroche und Peruwez, statholder.

Ersaeme und voersichtige lieve besunderen. Soe wij oever lang al hadden verhoopt uns toe Arnhem toe erfuegen, om tot die leninge der knechten aldaer, und in anderen dingen ordnung te stellen. Wes, vermitz unse lijffszwackheit, die sich continuiert, noch nyet soe balde kan geschieden, uund das te moegen vermieden, dat die voirseide knechten durch gebruck van leeninge nyet uuyt opten huysman loopen groote moetwil und schaed aenrichtende,hebben derhalven aen die erentfester und vroomer Henrick Bentinck drost van Overveluwen geschreven, myt u und die van Hattum und idt dorp Heer, Doerspieck und Oldenbrouck, te oever sich myt malckanderen voer een tijt lanck die voirseide knechten leeninge te verschaffen. Begerende it u daer mede inlaet unnd daertoe verstaen als meest wesende tot uwen oirber unnd uuyt uns deses alsoe tot u vertroestende, wij bevelen des Almechtigen. Datum Utrecht den 25en octobris 1575.
Gilles van Barlaymont.


Nummer 19

Gilles van Berlaymont, frij- und bannerheer tot Hierges, heer tot Haulterocht und Peruwez, statholder.

Ersaeme und voersichtige besunders goede vrunden. Wij verstaen uuyt des bischoppen toe Deventers bhrievent, in welcker onverledicheit die knechten int kloester aldaer huis halden. Daer van wij uns nyet weinich befreenen, und gy dan selver welt die optie, dat cloester in bescherm und saulvegardie genoomen. Dienthalven wij u oeck geschreven, sult gij nyet onderlaeten, daer aen myt flit te dencken ordenung te stellen, dat idt cloester nyet langer myt sulcke moetwilligen wort gelogiert averst uns die van daer nheme und up een ander legge, op dat oeck des te beter Godtz dienst bijden conventuaelen wort gedaen und geexerciert. Hier inne alsoe levende wij des geen wiedere klaegens verneemen, woe wij uns deintlich tot u verlaeten mitz empfelung des Almechtigen. Datum Utrecht den 26en octobris 1575.
Gilles van Barlaymont.


Nummer 20

Eersame bisundere guede vrunden. Alzoe nyettegenstaende diversche placcaten bij zijne majesteit etlicke jaeren herwaertz ende noch dese voirleden soemer gepubliceert om gheen gemeenschap noch handel van coopmanschap noch anderssins te hebben mitten wederwertigen van zijne majesteit, als die van Hollandt etc, als oick bij onsen vrienden is dato den 29en augusti laetstleden uwen eersamen van hoichstberumpter conincklicke majesteits wegen bevolen is geweest goede toeversicht te nemen op id ghoene wat passeren solde id canael tusschen Enckhuysen und Staverden inder Zuyderzee hoedaenig tselve waere und tselve nyet to laeten passeren maer voor prijs te halden ende indien zwaricheyt daerop viele tselve te reserveren ader aengeven aen mij cantzler als dyen speciale comissie dienthalven gegeven ende die erkentenisse vanden toegestelt is. Soe ist nochtans dat wij ondericht zijn dat daechelicx aldaer ter Elborch veele dyergelijcke waeren die nootsaeckelick uuyt Hollandt vanden eylanden aenkommen, sonder becroen gepasseert ende elders getransporteert worden sonder daerop regardt to nemen off dieselve prijss te maecken, contrarie verbot van zijne majesteit, twelck wij presumeren nyet dan durch simulatie ende oichluyckinge van uwen eersamen ende den officier ende scholtis aldaer Henrick de Ghoer (die daermit zijnen conincklicke majesteit to kort doen ende indien gefalle nyet als een getrouwe officier wandelen noch handelen solle) te kunnen geschien, streckende tot naedeel van zijne majesteit. Weshalven wij u eersamen van wegen der selver majesteits welhebben willen ordonneren in cracht deses ons aenstondt over to schrijven een volkommen claer ende waer bericht wat vander saecken zije ende off oick die waeren uuyt Hollandt kommende aldaer worden aengehalden, off ter contrarien dat zij (als ons voor zeker ende waerachtich aengegeven is) gestadet ende toegelaeten wordden te passeren uwen eersamen enen wael ordonnerende den voorseide Henricken die Ghoer scholtis hier van te verstendigen ende aen to seggen dat hij sijn officie beter waernheme ende daerop lette, ons doch allenthalven overschrijvende als boven om tselve verstaen hebbende voirder daerinne te versien als sulcx eyght und gebuert und men van wegen zijner majesteits schuldich is te doen. Mit bevelonge des Almachtigen. Geschreven tot Arnhem den derden novembris vijftienhonderd vijfenzeventig.
Cantzler und raeden des conincks in Gelderlandt verordent,
T. Roos.


Nummer 21

Copie.
Gilles van Barlaymont, frij- ende bannerheere tot Hirges, heere tot Halteroche etc, stadtholder.

Erentfrome lyeve bysonderen, het gelanget an u onse gesinnens ghij strackx unde angesyen sbriefz u mit die viftich knechten soe uuit Wijck gecamen erfueget indes dorp toe Maurijck, al (doorh.: onleesb.) waer ghij u mitten vorseide knechten sult erhalten tot onse wiedere ordonantye, sonder hierinne enichsins sumich oder nalatich toe wesen, soe ghij vermeint unse ongenaede toe vermijden, doende u hiermede de Almechtigen bevelen. Datum Arnhem den 13en decembris 1575, onderteickent
Gilles van Barlaymont.

Bijschrift boven: Wij Jan Wiertz quartiermeisteren, Herman Raes, vaendrich zaemdt die viftig knechten uuyt Wijck gecamen zijnde.

Bijschrift onder: Sult oeck int aftrecken u alsoe hendelen mitten huisluyden dat wij des geen clachten vernhemen.


Nummer 22

Ersame und fromme voirsichtige guetgunstige gebiedende heeren. Ick mach uwer eersamen nyet verhalden wye dat onsen genedigen heere den stadtholder heeft verordonneert dat die knechten opte huisman toe Doernspijck und Oldebroeck liggen sullen stracx angesyen sbriefz optrecken biss alhier inden Betuwe tot Maurick aldaer zij tot wider ordonanty van zin genedige verblijven zullen. De quartiermeisteren Johan Niter mitten veendrich Harman Raeven heft zin genediche verordonneert mitten zelvigen knechten biss tot Maurick tsullen trecken ende aldaer mitten knechten als vorseid verblijven als bij desse copie is tvernemen. Belangende die lenonge iss bij zin genedige verordonneert dat dselve twee maent lanck bijden onderdanen van Doernspijck, Oldebroeck, Heerde ende Eepe sullen opgebracht worden, dan mijns bedunckens sullen wij dye tweehondervier karolus gulden vande galeyspennongen mueten betaelen, nyet tegenstaende dat die vanden ritterschap hem daerentegens geopponeert hebben.
Sin genediche schrift oock anden lutenhant hopman Peter zaemdt den beveelhebberen und gemenen knechten dat sij guede regiment und enicheit mitten burgeren sullen halden, oeck den huisman dwijle zij oer lenonge sullen ontfangen

22.2
geenssyns beschedigen op dat die drost noch die schepene nyet weder an sin genedigen quamen claegen ofte zin genedige gedachte den muetwilligh tstraffen in exempel van anderen und oeck den leutenhant mitten beveelhebberen daer voor an toe zyen daertoe zij solden gedencken ende soe bij copie hierinne verwart is toe vanemen. Oeck indien die knechten den husman baven oer lenonge beschedigen heft zin genedige die drosten in presentie der geemeine ritterschap toegesacht und verloevet datmen mitten klockenslach (achtervolgende zijne majesteits placcaten) sal daerop slaen sonder yetwes daeran toe verbroecken. Alsoe dat sin genedige ernster wil end meinonge is dat zij guet regiment omden den knechten sullen halden, soe sal ick u eersamen van alles widers berichten zal tgene ick daerom gedaen heb tselve ick nu inden yele nyet averschriven en kan wanneer ick (gunt God) thuys umme dat noch omtrent een dach vif off zes wil andraegen vermits dye saecken soe van Engelanderholt als anders tot nochtoe geduert und dat daerom den drost sin broecken toe vorderen biss sus lange heft uuitstellen mueten dat hij nochtans nu in eenen wege tdoin gemeent is doende. Hiermit uwer eersamen in schutz und scherm des Almechtigen bevelende. Datum Arnhem den 14en decembris 1575.
U eersamen dienstwillige dienaer,
F. van Lentfell, secretaris.


Nummer 23

Copie.
Gilles van Barlaymony, frij- ende bannerheer tot Hirges, stadtholder etc.

Erentfeste frome lieve bijsundere. Id gelanght onse gesinnens ghij u zaemdt die knechten alsoe mit die burgerschap erhaldet daermede die drost nochte magistraet nyet en worden verorsaeckt sich uwer an ons toe verlaegen sunsts anders werden wij veroirsaeckt den overtrederen, tot exempel van anderen, te straffen laeten, und u lutenhant und beveelllichebberen daermede voor an toe zien waer nhae ghij alles unrecht richten und stellen, doende u hiermede den Almechtigen bevelen. Datum Arnhem den 13en decembris 1575, onderteickent,
Gilles van Barlaymont.

Bijschrift: [.]den leutenhant vaendrich zaemdt den beveelhebberen mitten gemeinen knechten liggende binnen der Elburgh.