Cookiemelding

Het Streekarchivariaat Noordwest-Veluwe is wettelijk verplicht toestemming te vragen voor het gebruik van cookies en u te informeren over het gebruik van functionele cookies. Cookies zijn belangrijk voor onze website.

Het Streekarchivariaat Noordwest-Veluwe gebruikt functionele cookies, maar daarnaast ook cookies voor het beheer van de webstatistieken. Deze cijfers gelden als noodzakelijke feedback om de digitale dienstverlening en de vindbaarheid van de site te verbeteren. Daarnaast worden de webstatistieken gebruikt om verantwoording af te leggen aan de deelnemers van het Streekarchivariaat Noordwest-Veluwe en subsidieverstrekkers.

Bezoekers van de website van het Streekarchivariaat Noordwest-Veluwe blijven anoniem. Ook voor cookies geldt dat ze nooit direct aan individuen zijn te koppelen. Streekarchivariaat Noordwest-Veluwe gaat vertrouwelijk om met de gegevens die door middel van cookies worden verzameld.

De website van het Streekarchivariaat Noordwest-Veluwe is alleen bereikbaar als u cookies accepteert!

U bent natuurlijk altijd welkom op de studiezaal van de 5 vestigingen van het Streekarchivariaat Noordwest-Veluwe

Ik accepteer deze cookies

Meer informatie over cookies »

sm-kaart1.jpg

Ingekomen stukken, 1573

Inventarisnummer: 153 

Nummer 1
 
Gilles van Berlaymont, frij- und bannerher to Hierges, her tot Haulteroche und Perruwez, stadtholder etc.

Erentfeste eersame und frome lyeve bysundere, sijnde hier gekhommen binnen Nijmeghen, hebben zoe veel gedaen dat dexcellentie vanden hertoghe van Alva tevreden is dat welchsche soldaaten daer nyet langher en blijven. Alzoe dat zij binnen corten daghen van daer vertrecken und in plaetse van dien khommen en vendln nederduytsche knechten und als wij weten dat u tzelve aengenaem zall zijn. Zij hebben nyet willen onderlaeten u daer van te verstendighen und befelen u hier met den Almechtighen. Datum ielents Nijmeghen den 2en january 1573 stilo communis
Gilles van Berlaymont.

1.2
Soldaten te verleggen, anno 1573.

Dem erentfesten eersamen und fromen unsen lyeven bisunderen burgemeisteren schepenen und raidt der stadt Elborcht.


Nummer 2
 
Gilles van Berlaymont, frhij- unnd bannerher tot Hyrges - statholder etc.

Erentfeste ersaeme voirsichtige unnd fromhe lieve besundern, alsoe die welssche knechten , uuyt den Elburgh vertrecken sullen hebben wij durch befellich des harteugenn van Alva gubernatorn, dem erentfesten unnd manhafften Johan Thomas Sticke negensten regimentz hopman, operlacht sich mit sijnen fendeln, weder bynnen der Elborgh te verfuegen, derhalve en gesynnende, dat ghij den selven inneempt unnd logiert, woe dat behoirt. Sij werden sich dermaeten, wie den alherlievendenn kriegsluyde, alsoe draegen dat ghij u niet sult hebben te beklaegen. Unnd befelhen u dem Almechtigen. Ilentz Niemegen den 3 january 1573 stylo communis.
Gilles van Berlaymont.

2.2
Denn erentfesten ersaemen voersichtigen unnd fromhenn unsen lieven besundernn burgermeistern schepenenn unnd raedt der stat Elborgh.


Nummer 3

Gilles van Barlaymont, frij- ende baenreheere to Hierges, heere to Haulteroche ende Parweyz ende ridder conincklicke majesteits to Hispanien stadtholder ende capitein generael des furstendomb Gelre, graeffschap Zutphen, Vrieslandt, Overijssel, Groeningen ende Lingen.

Eersame lieve besundere. Alsoe tegenwoordelick van wegen der conincklicke majesteit to Hispanien etc onses allergenedichsten heeren, bij den durchluchtigen und hoochgeboren furst und heeren hertogen van Alva etc lieutenant gouverveur und capiteyn generael etc ons operlacht geordonneert und bevolen to doen maecken uuytstellen und versien van provande geschut munitie ende volcke twee galeyen, und dat tot schuts scherm und bewaringe der landen van Overijssel, der Veluwen und Amersfoirt metten anderen steden ende dorpen omtrent der Zuyderzee gelegen voerden grooten overval, berrovinge fant souvernye, ende gevangen neminge der onderdanen der selver landen und steden dorpen und vlecken, zoe degelicks bijden rebellen zeerooveren ende piraten tot grooten laste jamer ende bederffenisse geschieden, und dat in aenschon dat sulcx geschiet tot schutz und scherm als boven etc bij zijne majesteit ende excellencie gewilt ende geordineert is worden dat die makinge ende to ernstinge betaelt sol worden bijden gheenen dien zij tot voirdeel mitte pronffijt ende beschermenisse reycken sol etc hebbende zijnen excellencie ons geaucthoriseert om metten heeren catzler ende raden ende eersten ende anderen vanden rekenmeisters deser furstendomb Gelre ende graeffschaps Zutphen die taxatie ader verdeylinge te maecken und yederen der voirseide landen steden ende dorpen naest ontrent der voirseide Zuyderzee gelegen oere tanxe und quote die zij op te brengen und to betaelen hebben zullen over te seynden. Demnae is dat van wegen hoochstberumpter

3.2
conincklicke majesteits wij u laeten weten dat die stadt Elborch gestelt getanxeert ende gequotizeert is opte somme van hondert vijfenvijftich brabansche gulden ende veerthien stuvers, und derhalven voirts oick van zijnen majesteits wegen wij u bevelen die selve somme aenstondt te doen uuytsetten innemaenen und betaelen in handen van Willem Bentinck rentmeister op Veluwen ende brengen hier binnen Arnhem ende dat aenstondt ende sonder eenich vertreck, oft emmers ten alderlancxsten voir halfmeerte naestcomende, sonder eenige pantkeeringe ader andere gegenweer daer tegen to gestaden, woe nu zullicx van ander zijne majesteits penningen geschiet sonderlinge aengemerct dat nyet alleen zijne majesteit maer den onderdanen soo hoochlick daeraen gelegen, und die landen van Vrieslandt uuyt oeres selfs gemoet tot gelijcke oere bescherminge unde galeyen hebben to ernsten laeten, ende derhalven oick zullicx nu zijner majesteit ernste wil and meynonge is alhier to geschieden, und wij bevelen u den Almechtigen. Gescreven tho Arnhem den 7en february 1573 stilo communis.
Gilles van Berlaymont.

3.3
Mit 2 galeyen salmen de zee custen aen Gelderlant, Overijsel, ende Utrecht bevrijden anno 1573.

Den eersamen unsen lieven besunderen burgermeisters scepenen und raedt der stadt Elborch.

Ontfangen den [2en] marty.


Nummer 4

Erentfeste, ersaeme, und voersychtige guede naebuers und frunden, alle het geene ons durch uwen mede raidtsfrundts Dybbelt Feijt, angesacht, betreffende de vyer laesten haevens, de wij erlik tot prefyete van conincklicke majesteits veltleeger anden erentvesten proviantmeisters mijn heer van Navius geleevert hebben, gefalt ons gans wall, und synnen toe vreden soe het doch eene saeche ys, om de laesten toe vermyeden, dat men op het spodelyckste [..] off verdygen, om het solvige toe vervolgen, soe u eersamen ymandts daer toe gequalificiert hadden, mochten u eersamen ons daer van verstendigen, ons volgens daerynne toe ordien neren nae behoer, op dat de burgeren de furst maeckelycken mytte de schattinge beswaert sijnt, vertroestet, und an oer gelt mochten geraecken, u eersamen heer myt den Almechtigen bevellende, de u eersamen lange yn gesonheyt und geluck salige regierynge wyll erholden, uuit Harderwijck den 26 februuary anno vijftienhonderd drieenzeventig,
Burgemeysteren schepenen und raedt der stat van Harderwijck.

4.2
Den erentfesten ersaeme und voersychtigen burgemeystere schepenen und raedt der stat Elburch unsen ynsunderen gunstigen guede frunden.


Nummer 5

Eersame liebe besondern. Wie werden von alhirigen beginen oder junckferauwen des closters toe dere ortt angelange und berichtet das iren durch die go en oder dere hispanischen konniglichen majesteits statt unsers aller genedigsten herren widerwerttigen als dieselben in dieser statt ampen gelegen vier stucks viehes entfuert unnd dieselben eiveren schultnissen zu [fe.ning] zugestelt seind worden.
Mit denmerttiger bite mit furbittlichem schreiben an euch damit inen gedachte vier stucks wider mochten zugestelt werdenn behilflichen zuerscheinen. Woe nun dem also unnd monniglichen zu dem einigen verholffen werden solle. Demnach so ist an euch [..] einsuchen gedachten eiveren schulteisen dahein zumishen das obvermeltten beginen solch uch widerumb restituiert und uberandwerth werden. Des willen wir uns auch neben der sillicheit umb euch erwideren. Datum onssen den 26 february anno etc ibenzig dreij.
Niclaus freyheer zu Pollnwijller und im Weigllerthall etc Hispanischen koninckliche majesteits oberster werdin [sieginnens] hoch [teidish] kriegsvolck.
N G Pollweiller.

5.2
Den ersamen unnsernn lieben besonderen burgenmeistern schoffen unnd rhatz der statt Elburch zuerbrecheim.


Nummer 6
 
Unseren fruntlichen grueth tho voiren ersame, wiese und voirsichtige insonders gunstige frunde. Wij willen euw ersamen gueder meinonge niet verhalden, wie onss van wegen dess pastoirs und semptliche geslichet euw ersamen stadt klaechlichen to kennen gegeven, wie sie iegentz tott alle erledene spoliatie verfolgungh und lijdens jou luiden van der catholischen roemscher kercken und conincklicke majesteits tott Hispanien etc onsers allergenedichsten heeren vianden angedaen, noch mit soldaten belastet und seer beschwaert worden, datwelche ons nieth weinich verduncket angesehen euw ersamen ongetwijvelt bewust, datt dess hoichgebaeren herthogen tott Alva etc van wegen hoichstberoempte conincklicke majesteits wille nieth en ist, datt ennige geistliche personen mit soldaten graviert off belastet solden worden, dessalss oich etlichen vander geistlicheit in Deventer, Schwoll, Campen, Harderwieck und andere meer steden gesetten, dairvan entlast und gefrijhet. Wairomme onse guetliche begeven an euw ersamen gelanget, die geistlicheit euro ersamen stadt ingeliecken van soedaene lasten und beschwernissen entheffen und frijhen willen, umb nieth noedich tott euw ersamen verdencken an die excellentie vanden hartoch sulche relevanenth tho versuecken und van seine furstliche excellentie thoe erwerven. Aldus tgeschien vertreuwen wij onss in allen gueden tott euw ersamen dieselve der Almechtiger in geluckseliger ergievungh lange wailfaer ende bewaeren moith. Datum Deventer den 7en marty anno vijftienhonderd drieenzeventig.
Ægidius de Monte, biscop tho Deventer.

6.2
Denn ersamen wiesenn und voirsichtigen heerenn burgermeisteren schepenen unnd raidt der stadt Elburch onseren insonders gunstigenn guedenn frundenn.


Nummer 7

Aenden hopman Stickell liggende to der Elborch etc.
Gilles van Barlaymont etc.
Erentfeste und frome lieve besunder. Op id billick und redelick aen und to kennnen geven van wegen der burgermeisteren schepenen und raedts der stadt vander Elborch ons gedaen, laeten wij u weten van wegen der conincklicke majesteits tho Hispanien etc onses allergenedichsten heeren voirts u ondonnerende und bevehelende dat ghij voirtaen achter wege laetet den huysluyden oire holt, hoy und anders to onthaelen dan sullicx u bij uwe werdinne des logument daer ghij ligghet die die macht wael heefft, bestellen doet and ten anderden dat te beter versekerheit der stadt van Elborch voirseid ghij die eene porte derselver stadt oepen und die andere stets toe und gesloten to laeten und halden und doet laeten und halden versterckende die wachte bij die poorte die ghij open laeten sult mit dem bescheide dat dieselve oick opten sunddaege voir twaelff uheren open gedaen worde want die burgeren wanneher die poirte langer toestaet gantz bezwaert worden. Uuyt oirsaecke datter volle derselver burgeren dairbinnen woenende, unt bouwen and sayen genoten und daermit oiren kost winnen moeten. Ten derden dat ghij die vrempde koip end oick huysluyden die oire visch, botter, keese, koren, hoy und andere waere hoedanich die zije binnen der stadt om to verkopen ende (doorh.: kunnen wederomme) die burgeren und knechten to spijsen etc brengen dieselve oire visch, botter, kese und anders etc die sij nyet verkoopen en kunnen wederomme uuytwengen ende want hun beliefft versuyren laetet want anders heefft ghij den delven koipluyden und anderen oirsaecke de stadt to schouwen und hin voirt aldaer egheene waere te brengen dat wellicke van provande als ghij selffs lichtelick

7.2
to bedencken wetet. Ten vierden (doorh.: vierden) dat ghij die burgermeistern schepenen und raedt der stadt mitt die belletteronghe ader logeronge der knechten als in anderen steden geschiet und gewointlick und gebruyckelick bewarden laetet u nyet verhaldende dat dieselve burgermeistern und die vander stadt alle weke uptobrengen bij maniere van leeninge beloefft hondert ende vijff ende twintich dalers tot leenonge der knechten und die in uwen handen to leveren om den knechten uuyt to deilen nementlick yederen knechte vijffthien stuvers ter weke mit den bescheide dat ghij hun tellicken mael van uwen ontfange levert behoirlick und goet recepisse des alles willen van hoichstgedachter conincklicke majesteits wegen wij ons also tot u versihen mit bevehelongh des Almachtigen. Gegeven tho Arnhem den 18en dach marty vijftienhonderd drieenzeventig.

Post datum.
Aengaende die twee hoopluyden en die daerligghen sal denselven yederen twee daler ter weke to leenonge gegeven worden.


Nummer 8
 
Erentfeste eersame wijse ende voorsichtige guetgunstige heeren und goide vrunde. Iuwer eersame unde lieve brieff an mij geschreven op gisteren gedatiert hebbe ick ontfangen etc, den inhalt nyet nodich toe verhaelen. Daerop dat ick uwer eersame und lieve voor guetlijck antwordt nyet hebbe willen verhalen (soe voele der lenonge der soldaeten angaet) dat mij noch Boeymer nyet geraden dunct min end hier den stadtholder wederomme daer van toe bemoyen dan indien id den borgeren profijtelicx stijft de lenonge tdoin dan die kost soe geven, datmen mij alsdan zulcx daede verwittigen bij Wilhelm Nagge die doch indie hillige daege van paesschen mitter scholtinnen hier commen sall, soe sal ick anhalen dat die ordonanty geexpediert wordt, want sin excellentie doch expresselycken gesacht und belaefft heeft dye lenonge in sulcker vuege gedaen und op recipisse des hopmans betaelt worde mit oock die haverkuchen bijder statt und nu bijde van Doernspijck wort gelevert dat men dye vandie eerste pennongen den hopman Stickell van conincklicke majesteit onfanckt nemen sall und die van uwer stadt wederomme genieten sal laeten. Wanneer desse lenonghe van somma 25 daelder ter weeke tot twee ofte drie weken toe gedaen und opgebracht waere, alsdan had men goide vuege toe claegen, dat den inwoeneren des tdoin nyet langer mogelijck, noch opbrengen konden dair alsdan wail andere middelen gevonden sullen wanneer men die gelegentheit sin excelentie alsdan tkennen geve wes nu uwer eersame und lieve voor raetsaem bedonckt moegen mij als baeven verhaelt (doorh.: vest) verstendigen soe lange ick derselve ordonanty berusten wil laeten.
Soe voele id belangen doet den twee hopluyden.

8.2
Dem erentfesten eersamen wijsen und voorsichtigen heeren borgemeistern schepenen und raet der stadt Elborch, mijne guetgunstige heeren unde goide vrunden.


Nummer 9
 
Mijnen dyenst und erbiedungh stetz bevoerens ersame, vrome vursichtighe guede vrundt. Alsoe wij jaerlicx vander stadt Elburch tot renth hebben tweleff dailders, und wij twee jaeren dair bij nu achteren sijn, als nemptlick dat Victoris anno 71 ende 72 verschenen was, und die twee lesten jaeren, als 69 ende 70, daer heeft mijn den rekenmeister Johan Bentinck op betaelt (den 26 dach aprill anno 71 die somme van vijff und twintich gouden gulden, ad acht und twintich stuver genantt den gulden, vermoegentz mijne quitancie die ick sijn lyeffden datmaell dan van gaff, soe dat mij oick noch vandie twee vursseide jaeren kompt twintich stuver genantt, somma dat ons in als resten sonde vyer undtwintich dairlder ende die 20 stuver is die halven mijn frundtlicken begeeren dat u luyden aenden rentmeister vander stadt ordonneren wijle dat wij ons betaellende erlangen moegen, dewijle het nu laege verschenen is, ware ick u luyden enigen dyenst wederom kan doen sullen u luyden mij altijt bereydt vynden. Heere Godt almechtich die u luyden in lange gesondtheyt gefristen und bewaeren moet. Datum Arnhem den 9 aprillis vijftienhonderd drieenzeventig,
Lieve guetwilligen,
Peter van Schevelt.
Ick begeer van u lieven dat ick die
vursseide pennongen krijgen mach
bij brenger van dessen.

9.2
Dem ersamen vursichtigen vromen Derick Baeck burgemeister tot Elburch ende mijn gunstigen gueden vrundt.


Nummer 10

Die stattholder cantzler ende raeden des conincx in Gelrelandt verordent.

Ersame voirsichtige lieve besundere. Alsoe bijden kosten vanden Over ende Nederveluwe swaericheyt gemaeckt is worden ende zij nyet hebben willen treden tot vuytsettinge der pennongen dienen tot toerustinge twee galeijen begoinnen sol, alleer die ritterschap und gedeputeerde der steden des quartiers van Arnhem daerop verschreven ende beraedtslaecht sollen hebben, welcke ritterschap durch ordonnantie van excellencie den hertoghen tho Alva etc alnu bij ons duenthalven beschreven zijnde den 17en dages tegenwoirdigen maentz aprilis des avondtz binnen dezer stadt Arnhem etc. Soe is dat van wegen der conincklicke majesteitstho Hispanien etc onses allergenedichsten heeren wij u luyden durch derselver gedeputeerde oick bescheijden daer bij to zijn tenselven daeghe des avondtz binnen deser stadt Arnhem omme des anderen daegs beneffen die ritterschap und gedeputeerde der andere steden desselven deses quartiers aen to hoiren wess der toe rustinge der galeren ende uuytsettinge der pennongen voirsseid halven voirgedragen sal worden daerinne tot bescherminghe ende bewarynghe der landen id beste te helpen raden ende voirwenden sonder des in gebreke to zijn. U luyden dem Almechtighen bevehelende. Gegeven tho Arnhem den 10de aprilis vijftienhonderd drieenzeventig.
In affwesen des greffiers.
Hubrechs.

10.2
Cantzler ende raden verschrijven Quartiers vergaderinge anno 1573.

Den ersamen ende voirsichtigen onsen lieven besunderen burgermeisteren schepenen ende raedt der stadt Elburch.


Nummer 11
 
Gilles van Barlaymont, banner- und vriher tho Hierges, her tho Haulteroche, Peruwez etc conincklicke majesteits der furstendombs Gelre graeffschaps Zutphen und der landen van Vrieslandt, Overijssel, Groeningen und Lyngen, stadtholder, capiteyn generael.

Eersame lieve bisundere. Alsoe wij gelooffweerdiger wijss bericht worden als sollen daer binnen die stede Elburch reele und verscheijden personen ingekhommen zijn onder id dexel vanden perdoen generael die den prince van Oranie offt grave vanden Berge enses allergenedichsten heeren des conincks vianden, ende rebellen gedient hebben welck perdoen dannoch nyet en is verkundiget sollen so gueder meynongh u nyet verhalden sullicx geenssins bij ons alsoe verstaen to worden noich oick in onse macht te zijn id selvige te gestanden und is daeromme van weghen hoichberumpter conincklicke majesteits onse gantz ernst gesynnen dat ghij luyden (sonder nochtans dy enthalven eenige publicatie to doen) allen den genen die ghij luyden self weten off vernemen kunnen sullich te sijn , yederen bisunderlicx sult aenseggen und vermanen sich buyten der stadt to vertrecken, verblijven und sich op ten dorpen to onthalden ter tijt toe und so lange dat opgemelte pardoen verkundiget und gepubliceert wesen sall. Op dat hun (contrarie doende) gheen ungemack voir en valle und wij bevehelen u den Almachtigen. Gegeven bynnen Nijmmegen den 15en aprilis vijftienhonderd drieenzeventig.
Gilles van Berlaymont.

11.2
Den eersamen onsen lieven bisunderen burgermeysteren schepen ende raedt der stadt Elburch.
23e aprilis.


Nummer 12
 
Edel waelgeboiren genediger her, die burgermeisters schepenen ende raedt der stadt Elborch hebben ons gepresenteert die hierinne verwaerte supplicatie daerbij versoeckende dese onse brieven hunluyden mitgedeylt te worden ten eynde als u eersamen wijders uuytter selver believen sal te verstaen die welcke wij hun nyet hebben weten to weygeren, begerende dienstlick u eersamen will op der supplianten versoeck tot oire verlichtinge versien ende ordonneren als dieselve bevinden sal te behoiren.

Edel waelgeboiren genediger her, nae onse gantz dienstwillige erbiedonge inde guede gracie van uwer eersamen bidden wij Godt almachtich dieselve in langer welvarender gesontheyt ende voorspoet te gesparen. Geschreven to Arnhem den 18en aprilis vijftienhonderd drieenzeventig.

Uwer genediger gantz dienstwilliger,
die cantzler ende raeden des conincks in Gelderlandt verordent,
T. Roos.

12.2
Den edellen und waelgeboren heeren, heeren Gillessen van Barlaymont, banner- ende vrijher to Hierges, heeren to Hauteroche Peruwez etc, ritter ende conincklicke majesteits der furstendombs Gelre, graeffschaps Zutphen und der landen van Vrieslandt, Overijssel, Groeningen ende Lyngen stadtholder en capiteyn generael, onsen genedigen heeren.


Nummer 13
 
Aenden edelen weeerdighen hoichgeleerden heer den canzeler unde rhaeden des conincx inden furstendom Gelre ende graeffscap Zutphen verordent.

Verthoenen dienselve te kennen gevunde, die burgemeisters scepenen ende rhaet der stadt Elborch, hoe dat die ingesetenen aldaer wesende, gants weijnich in getal soe seer bedurven ende verarmt zijn geworden durch overval ende belastingh huer allenthalven aengevallen, dat nyet moegelijck en is zoe veel hoeffden vanden knechten als nu tegenwoordich inde stadt legghen langer in costen unde dranck te onderhalden insonderheijt zoe durch ordonantie des wolgeborens onses genedighen heer des sthadtholders voir cost unde dranck den knechten te verrichten den hopman Stickil ter weecke toegelacht zijnden honderd unde vijfentwintich daeler waermede hij nyet te vriden heeft willen zijn, waeromme die supplianten zeer dienselve bidden dat uwer edelen weerdigen unde lieven gelieven willen aengemerckt des verseide stadts uuyterste armoede ende geringhe gelegentheyt hun te verleenen ende met te deylen een voirbitterlijck schrijven aen wolgemelten heeren stadtholder ten eijnde zijn genedighe om voiraengetoghen unde de verseide stadt Elborch vanden helfft der knechten zijnde driehonderd hoeffden sterck te ontledighen unde te verlichten daermede die uuyterste desolaetheyt der verseide stadt vermijdet unde voirentoghen mach werden dit doende etc.

13.2
Request voer de stadt van Elburch dat sij van soldaten betalingen mochten verlichtet worden.


Nummer 14 

Gilles van Barlaymondt, banner- ende vrijher to Hierges, her to Haulteroche Peruwez etc ritter ende conincklicke majesteits der furstendombs Gelre graeffschaps Zutphen stadtholder ende capiteyn generael etc.

Eersame voorsichtige lieve besundere. Alsoe van wegen conincklicke majesteits to Hispanien etc onses allergenedichsten heeren bij ons die claerdach aen Engelanderholt aen beteyckent ende bevolen is to verhoudigen nementlick dat dieselve claerdach beginnen sal den 15en des toecomenden maents juny. Demnae is is statt zijne majesteits unse gesynnen dat ghijluyden een van uwe mede raetsfrunden committeert omme opten 15en juny voorseid des morgens to goeder tijt aen Engellanderholt ter gewoentlicke plaetsen tho khomen omme beneffens die beschreven ridderschap ende gedeputeerde der andere Veluwesche steden die bancken tho helpen spannen ind recht to becleden, oir stemme to geven ende vermelte te doen alst gebruyckelick. Sonder des in gebreke te zijn u luyden hiermede dem Almoegenden bevelende. Gegeven tho Arnhem den 27en aprilis vijftienhonderd drieenzeventig.
T. Roos.

Een verschrivong van een claerdach an Engelanderholt, anno 1573.

14.2
Dem eersamen und voorsichtigen onsen lieven besunderen burgermeisters schepenen und raedt der stadt Elborch.


Nummer 15

Erentfeste eersame wijse voorsichtige bijsondere guede vrunden. Ick laete uwer eersamen und lieven, guetlijck weten dat ick und der drost Nhijevelt van wegen conincklicke majesteits thoe Hispanien etc. onses aller genedichsten heeren und der landtschap zementlick sinnen, op maendach nemtlijck den achthienden des tocommende maendts may des smorgens toe acht uuren bij climmender sonnen thoe Eede eerst aen toe gerichte toe sitten ind soe voerts aen in allen bancken op Veluwen nhaer older gewoenten. Is demnhae van wegen hoechstberumpter conincklicken majesteitt ind der landtschap min guetlijck gesinnen dat uwe eersamen und lieven een derselver raetsfrunden alsdan toe goide tijt indie vorseide bancken believe toe deputieren woe in verleden jaeren verordent und verdraegen is, des ick mij alsoe neffens der drosten Nijevelt thot uwer eersamen und lieven versijhen, die der Almachtige heer in goiden rediment end gesontheit bewaeren moet. Geschreven ter Elborch den 4en maij vijftienhonderd drieenzeventig.
Uwer eersamen und lieven, goide vrundt Henrick Bentinck drost van Averveluwen.
Get: Henryck Bentynck.

15.2
Drosten gerichte te becleden anno 1573.

Den erentfesten eersamen wijsen uns voorsichtigen borgemeisteren schepenen und raedt der stadt Elborch, mijne bijsondere goede vrunde.


Nummer 16

Eersame voorsichtige guede vrunden. Ghijluyden weten ongetwijffelt in welcker gestalt onlancx geleden (tot opmaeckinge ende id onderhouden van vijff roeybargien omme daermit to bevrijen die koste vander Zuyderzee inbewillicht zijnde drie duysent zeshonderd gulden) u luyden daervan die quota der stadt Elborch te betalen bevolen in handen des rentmeisters van der Veluwe Willems Bentinck, diewelcke ons yetz tho kennen geeft dat alhoewel hij daeromme oick aen u luyden geschreven ende gevoordert evenwael noch egheene pennongen ontfangen, soe dat hij wel die somme van duysent gulden overmits die peningen daer wesen mosten van coopluyden tot Amsterdam algereets to wege hadde moeten brengen ende beloifte doen van die selve binnen eenen corten tijt te restitueren, und dat daerenboven noch meer goets tot Amsterdam ten eynde voorseide wesen moste und daermit nu durch gebreck van die inbewillichte pennongen op to brengen id maecken der roeybargien nyet verachtert und id welvaren der landen oick conincklicke majesteits unses allergenedichsten heren dienst nyet behindert en worde, hebben wij (ons gantzlick verwonderende dat [.] u luyden in desen anders gheen vliet aengewendt en wordet) op des voornoemde rentmeisters versoeck u dese wel schrijven willen. Mit dem van wegen der selver majesteits gantz ernste gesynnen dat ghijluyden verschaffen dat alnoch die uuytgesette peningen binnen der stadt Elborch. Indien sulcx nyet geschiet en zyen aenstondt opgebuert ende ten

16.2
lancxsten binnen acht dagen nae ontfanck van desen in handen des voornoemde rentmeisters gelevert worden sonder des eenichssins wijders in gebreke to zijn want sunst solmen nyet ombgaen kunnen eene van uwer luyden burgermeisteren alhier op Sinte Johanspoorte te doen brengen ende die schade op luyden verhalen te laeten die wijle men in desen daer die gemeijne welvaert aenhanght egheene uuytfluchten en denckt te gestaden, daernae ghij u to richten. U dem Almachtigen bevelende. Geschreven to Arnhem den 28en may vijftienhonderd drieenzeventig.
Cantzler und raeden des conincks in Gelderlandt verordent,
T. Roos.

16.3
Schattinge salmen betalen off bij faute van dien sal een burgermeister der stadt Elburch op Sinte Janspoorte.

Den eersamen voorsichtigen onsen gueden vrunden burgermeisteren schepenen und raedt der stadt Elborch.


Nummer 17

Eersame discrete bysondere goede vrunden. Zoe uwer eersamen onlancx mijn genediche heer die stadtholder aengehalden hebben omme vande betalinghe vanden derden termijn der stadt Elburch noch eenighe uutstellinge te hebben die uwer eersamen secretaris uutet scriven van zijn genediche an mij gedaen vergost is totten 20en juny toecomende ende zoe ick zijn genediche schuldich ben ende geen ghoet omme te betalen [.] hebbe is mijn ernste verzoucken ende begeren dat uwer eersamen zijn genediche tot zijnen verzoucke betaelen vijff hondert karolus gulden van 20 stuvers brabants den gulden in minderinghe vanden derden termijn der stadt Elburch ende mits mij desen met zijner genediche quytancie leverende zal ick uwer eersamen die sij betaelinghe afnemen belastende mede in eenen wegen uwer eersamen secretaris dat hij volgens met mij commen reeckenen ende den derden termijn claeren hier mede uwer eersamen den Almechtighen bevelen. Datum Airnhem den 3en juny 1573.
Uwer eersamen goede vrundt,
Gedeon van der Houve.

17.2
Ersame discrete byzondere goede vrunden burgermeisteren schepenen und raeden der stadt Elburch tot Elburch.


Nummer 18

Gilles van Berlaymont frij- unnd bannerheer tot Hirges, heer tot Haulteroche und Peruwez, statholder etc.

Ersame wijse und voirsichtige lieve besunderen. Dewiel die wederwirdigen unses conincks nyet en rusten haeren coninck und heer te rebellieren und soe wij dan oeck verstaen als solden sij ennige vergaedering und aenslaegen daer sij die dan te wege sollen kunnen gebrengen voer handen hebben ist dat wij u wel hebben willen vermaenen bij deses woe wij u dan oeck bevelen gij inder stat alle nersticheit und toe versicht voerdraeget und voer draegen doet gestalt dat die vianden myt verrassinge der selver stat nyet en overlopen und tot sich gekriegen daer doch folgens nyet anders dan voele schaeden unnd ongemack en solde entrijsen. Des hebben wij dieselve durch geneichder genaeden wol willen te schrieven. Mit emphelongh des Almechtigen. Datum Niemegen den 10en juny vijftienhonderd drieenzeventig.
Gilles van Berlaymont.

18.2
Dem ersamen wiesen unnde voirsichtigen unsen lieven besunderen burgermeisteren schepenen und raet der stat Elburch.
Elburch.


Nummer 19
 
Eersaeme wijse unde voersichtige insunders gunstige guede vrunde. Alsoe wij verstaen eenen misdediger aldaer gejustificiert te sijne, die welcke dat huys toe Buckhorst mede gespoliert solde hebben. Is unse vrundtlick begheren u eersamen unbeswart wesen willen uns desselvigen aelijnge der justicien toe guede oever te seijnden. Dat wij in geliken saeken gherne weder verschulden willen tegens u eersamen die Godt almechtich lange walfart unde gefristen will. Beschreven upten vierden july anno vijftienhonderd drieenzeventig.
Boergermeisteren schepen ende radt der stadt Swolle.

19.2
Den eersaemen wijsen ende voersichtigen boergermeisteren schepen ende radt der stadt Elborch unsen gunstigen goeden vrunden


Nummer 20
 
Erentfeste ersame wijse ende voorsichtige besundere gunstige vrunde. Ick laet u eersamen ind lieven guettlick weten woe dat ick gemeynt zin van wege conincklicke majesteits to Hispanien etc onses allergenedichsten heer ind der landtschap op manendach nemptlick den sesten des toecommende maents july des morgens te goede tijdt bij clymmender sonne to Dornspijck (dat nu vermits desse oprorige tijt binnen der Elborch sal geschien) eerst aen to gericht sal sitten inde soe voorts aen in allen bancken van Averveluwe. Is demnae van wegen hoichstberumpter conincklicke majesteits ind der landtschap mijn guetlick gesynnen dat uwe eersamen een vander selver raetsfrunden als dan te goeder tijdt inde voorseide bancken believen to deputiren woe zij verleden jaeren verordent ende verdraegen. Des ick mij selve tot uwer eersamen ind lieven versie die der Almechtigen hierin goeden regimente ind gesontheyt behalden moet. Geschreven tArnhem den 9en july vijftienhonderd drieenzeventig.
U lieve und ersame goede vrundt,
Henryck Bentynck, drost van Averveluwe.

20.2
Den erentfesten ind fromen wijsen ende voorsichtigen burgemeisteren schepenen ende raet der stadt Elborch mijne besundere goede vrunden.
Elborch.

Aenschrijven om het drostengerichte te helpen bekleden anno 1573.


Nummer 21
 
Gilles van Berlaymont, frij- unnde bannerheer tot Hirges, heer tot Haulteroche und Peruwez, statholder.

Ersame wiese und voersichtige lieve besunderen. Alsoe wij unses fruntlichen lieven broederen die graeve van Megens regumentz wachtmeister alhier tot Arnhem halden und soe hij dan aldaer in sijn losement sijnen jongen und peert gelaeten die hij verstaet daer uuyt genomen te sijn und geen ander losement gewesen ist daerom unse gesynnen dat gij den voirseide jong und peert daer weder in losieren doet und want daer ymantz anders algereetz gelosiert sihe dat den daer uuyt op een ander daer oeck wol sal sijn wordt gewesen woe wij uns alsoe eyntlichen tot u versien und bevelen u dem Almechtigen. Datum Arnhem den 20en july 1573.
Gilles van Berlaymont.

21.2
Denn ersamen wiesen und voersichtigen unsen lieven besunderen burgermeisteren schepenen und raet der stat Elburch.
Elburch.


Nummer 22
 
Gilles van Berlaymont, frij- und bannerher tot Hirges, heer tot Haulteroche und Peruwez, statholder.
Ersame wiese und voersichtige lieve besunderen. Alsoe wij fruden, dat bij u und den burgeren die knechten die kost te geven seer zwaer valt und voel lichterste sijn hon leninge te doen hebben woe in die steden des graeffschaps Zutphen und meer anderen geschiet und oeck voel beter op die betaelinge geinnet und restituiert sal kunnen worden. Demnae ist unse gesynnen dat gij onder u die verdeilinge doet waer myt ter maent gesonden sche drie hondert carolus guldens dat doch tot yder knecht nyet wel meer als sdaechs eenen stuver belopen wirt und sult alsoe ontlast wesen aen knechten myt honnen wijveren kynderen unnd jongen die kost nyet meer toe geven daer inne gij u willichlick sult fynden sonder ennige disputatie oder zwaericheit te maecken als wij uns alsoo eyntlichen tot u versien und bevelen u dem Almechtigen. Datum Arnhem denn 30ten july 1573.
Gilles van Berlaymont.

22.2
Denn ersamen wiesen unnd voirsichtigen unsen lieven besunderen burgermeisteren schepenen und raet der stat Elburch.
Elburch.


Nummer 23

Gilles van Barlaymont, banner- ende vrijher to Hierges, her to Haulterocht Peruwez etc, ritter ende conincklicke majesteits der furstendombs Gelre graeffschaps Zutphen und der landen van Vrieslandt, Overijssel, Groeningen ende Lyngen stadtholder ende capiteyn generael etc.

Eersame und voorsichtige lieve besundere. Ghijluyden sijn ongetwijffelt indachtich welcker gestalt wij bij onse brieven vanden 27en aprilis laetstleden den claerdach aen Engelanderholt (doorh.: aen S) aenbeteyckent to halden opten vijftienden juny daer naevolgende etc. Dan soe dieselve gheenen voirtganck gehadt. Soe ist dat wij nu eenen anderen doen verkundigen und publiceren hebben laeten, nementlick den twee und twyntichsten dach septembris naestcomende twelck is des anderen daechs nae sinte Matheus dach apostels des morgens vroech to beginnen. Und is derhalven van wegen der conincklicke majesteits to Hispanien etc onses allergenedichsten heeren onse gesynnen dat ghij luyden eenen van uwen mede raedtsfrunden committert om ten selven twee und twyntichsten septembris des morgens to goeder tijt aen Engellanderholt ter gewoontlicker plaetsen to komen und beneffens die beschreven ritterschap ende gedeputeerde der anderer steden van Veluwen die bancke to helpen spannen, id recht to becleeden sijne stemme to geven und verner to doen alst behoirlick und gebruyckelick ist sonder dess in gebreke to zijn. U luyden dem Almachtigen bevelende. Gegeven tho Arnhem den vijffden augusti vijftienhonderd drieenzeventig.
T. Roos.


Nummer 24
 
Ersame wiese und voirsichtige besondere guede frunde. Wij hebben voirens u ersamen schriftlichen versocht umb dem pater und provisoren dess convents tott Elburch allen behulp, bijffall und assistentie twillen doen, umb den uithgetoeken und verloipen junfferen wedderomme in oeren convents tbrengen, datwelche soe bessanher noch nieth geschien dan versuimlichen nhableven. Erlanget onsere guetliche gesinnen nochmails an u ersamen in sulchen gueden und godtlichen werck nieth langer sleperich wellen sein dan soevoell moeglichen then effecte helpen brengen dairmit nieth noedich die hoge averricheit desfals tho versuecken wente datselvige die gantze meinonge und wille van coninchliche majesteitt tott Hispanien etc onsers allergenedichsten fursten lieven ist. Alsoe tgeschien vertreuwen wij onss
tot u ersamen in aller gueden mit bevelungh dess Almechtigen. Datum Deventer den 2en septembris anno vijftienhonderd drieenzeventig.
U ersamen , groitgunstger,
Ægidius de Monte, biscop tho Deventer.


Nummer 25
 
Gilles van Berlaymont frij- und bannerher to Hierges, her tot Haulteroche und Perruwez, stadtholder generael etc.

Eersame und voirsichtighe lyeve besunderen. Id gelanght nu u onse gesinnen ghij aldaer inden stadt ontfanght und accommodeert thien haeck geschutten to pierde onder onsen regimente behoerende vande welcke die borgheren ghenen overlast noch cost en sullen hebben gemerckt. Die vande omliggende dorperen aldaer oire noitdruft sullen beschicken schrijvende tegenwoirdelick tot dien eynde aenden drossaert van Overvelouwen. Doende u hier met den Almechtigher befhelen. Datum Arnhem den 22en septembris 1573.
Gilles van Berlaymont.


Nummer 26
 
Gillis van Barlaymondt, banner- ende frijher to Hierges, her to Haulteroche Peruwez etc, ritter ende conincklicke majesteits der furstendombs Gelre graeffschaps Zutphen und der landen van Vrieslandt, Overijssel, Groeningen ende Lyngen etc stadtholder ende capiteyn generael.

Eersame voorsichtige lieve bisundere. Nademmael die tijt der contributien tot onderhalt der gelderscher royebargien nyet langer gestalt dan totten derden octobris naestcommende onder dem verhoopen dat id langer nyet sol noodich zijn geweest to continueren, doch yetz wij (doorh.: w) van zijn excellecie noch gheen bescheydt dienthalven erlangen konnen als oick woe u bewust) bij ons den alhier aenwesenden ritterschap aengegeven derhalven geslooten datmen noch sulcker contributie hebbe to verlengen totten vijftienden octobris incluys, op dat dieselve royebargien mitten volcke daerop zijnde to dienste zijner majesteits onderholden worden und zijner majesteits ende excellencie ongenaede vermijdet etc. Edoch mit dem bescheyde dat komende zijne excellencie midlertijt alhier sulcx ist moegelick sal worden affgeschaft etc und soemen dan nu bevindt uuyten staet der rekeninge belangende den onderholt der voorsseide royebargien Thonie Gramayen datter noch resteren und to korte kommen twee [] hondert ende tweeenzeventig gulden totten onderhalt derselver royebargien totten derden des maents octobris naestcomende incluys expirerende und oick bij den selver staet van rekeninge blijckt dat die tweede ende derde maent nyet hoger genomen en worden ende belopen soe voorde montkosten als besoldinge (doorh.: up) yeder maent tot

26.2
negenhondert tweeentwintich gulden 10 stuver sal boven die voorsseide restanten van twee [] hondert ende tweeenzeventig gulden noch ommegeslagen moeten worden opten vorigen voet eene halve maent belopende vierhondert eenenzestig gulden 5 stuver ende voorde oncosten dyer apparentlick noch oploopen sullen ende tghoene noch op id slott vander rekeninge to kort solde moegen kommen vierhondert zeventien gulden drie stuver, maeckende to samen drie [] eenhondert vijfentwintich gulden acht stuver die sulcx onder den steden und ampten soe vander Over- als Nederveluwe als voorhin gedaen is geweest to quotizeren ende omme to slaen staen omme bij yederen zijn aenpaert aenstondt in handen des rentmeisters van Veluwen opgebracht to worden daervan die stadt Elborch aenpaert bedragen sal ter somme van hondert vijfendertig gulden vijf stuver. Soe ist dat (in betrachtongh dat opgemelte derden octobris vast voorhanden) dat van hoochstberumpter conincklick majesteits wegen wij u luyden mit ernste bevelen dieselve sommen aenstondt noch uuyt to setten und omme to slaen nae advenant ende volgende den voergenoemten voet und folgents in handen des rentmeisters vanden Veluwe opbrengen to doen sonder eenich vertreck u luyden nyet verhaldende dat woe sulcx nyet aenstondt en geschiet men die soldaten vanden royebargien nyet en sal gehalden und verbieden kunnen binnen die stadt Elborch sich to eigenen ende aldaer to blijven biss dat zij oire betalinge erlanght sullen hebben twelck dan tot u luyden groote schaden strecken sol. Derhalven men sich van zijner majesteits wegen gantzelick versiet dat inde betalinge egeene gebreck vallen en sal, u luyden dem Almachtigen bevelende. Gegeven to Arnhem den 29en septembris vijftienhonderd drieenzeventig.
Gilles van Berlaymont.


Nummer 27
 
Ersame vorsichtige und frome besondere goede vrunden.
Naer behoirlicke recommandatie kan ick uwe ersamen nyet verhalden, hoe dat onse genedige her die stadtholder baron to Hyrges etc van wegen iren majesteits inden steden Herderwijck, Elborch ende Putten gemeynt is to leggen vijfftien licht peerden die carabuis genoempt worden ende deselve bijden omliggende dorpen te doen onderhalden yder tot twaalf stuver sdaechs. Om bij sulcke manieren voor te [.] die verderffenisse die it carabuis anders opten platten lande doen solden als uwe ersamen tselve dan bij zijn excellencie oick sonder twivel geschien.
Ende alsoe mije nyet moglick en is soe omden lopende claringe van Engelanderholt als andere occupatien ende sonderlinge om die cortheyt des tijdts inder ijlen die uuytsettonge inden ampten dair toe verordent to doen ende volgens die pennongen to vergaederen is uuyt crafte van zijn excellencie soe montlick als scryftlicke beveel mijn guettlick gesynnen dat u ersamen u togelachte peerden bynnen der stadt commen laeten ende oir wegens bijden weerden ende weerdynnen yder voor hoef met zijn peert affspreeckt tot elf stuver sdaechs op dat it gheen oirsaeck en hebben sich langer opten huysluyden to

27.2
halden ende die te vorderen. Ick sal voolden achtsten dach des toecommender maents als den eersten verschijndach passen ende verschaffen dat die pennongen getelt ende betaelt worden daer ick u ersamen verseeckeren bij desen. Soe ist alrede aenden richter ende scholten dienthalven geschreven hebbe sulc daerto te stellen onder u ersamen moege oick oir tax inde vrijheyt uuytsette als twaalf gulden te maent. Dairmede ick uwe ersamen dem Almechtigen bevele. Geschreven uuyt Arnhem den lesten septembris vijftienhonderd drieenzeventig.
Uwer ersamen goetgunsige vrundt,
Henryck Bentynck, drost vanden Averveluwe.


Nummer 28
 
Ersame wijse und voorsichtige heeren schultes burgemeister ende raets heeren des stadts Elburg, uwe ersame wijsheit ende gunsten sije min gehoirsame, ende schuldge dienst toe allen tijden toevoeren bereit erbare ende gonstige heeren. Nademael ick Johan Rull een gebaeren kindt van Elburg betrachte dat een mensche nyet alleen voir sick selven gebaeren is, maer oeck voor zin vaderlandt ind vrienden, als ick oeck dye groete armuedt jammer ende noot welck min arme susteren dat sije haer olderen soe haeste verlaeren hebben ut een lange tijt overmits kriech (doorh.: und) duere tijden ende waternoet geleden hebben, wel bedencke ende mij Gott der Almechtich soe veer geholpen heeft dat ick haer nhae min cleine vermoegen wat troestes und hulp bewijsen kan. Soe bin ick mit gesonden ende welbedochten gemuet willens desen mijnen susteren wat geldes toe vermaecken end verordinen up desse gestalt gelijck als naefolget.
Erstlijck schicke ick uwe ersame wijsheit ende gunsten met desen brief toe hondert daeler welcke bij nhae loopen upde anderhalve hondert keisers gulden ende bidde vriendelick und dienstelijck dat uwe eersamen wisheit dat selvige gelt toe hoeren handen nemen ende min wil daermit verrichten up desse navolgende meininge.
Als min saliger vader mit naemen Diesemers Dibbe ende zin huisfrouw min lieve moders uyt deser werlt in Godt verscheijden ende nae haeren doot etlicke arme weesen ende kleijne kinderen verlaeten und welcke Geerte ofte Geertruidt genand ende

28.2
Alijt die jungste ende noch seer clein gewest zin alsoe dat sije noch ter tijt beter hulp van noeden hebben dan die oldeste die haer broet beeter verdienen konnen soe vermaeke ick dese vorschrevene hondert daelder mijne jongste suster Geerte met desse conditie soe veer sije sich eerlijck verhylickt soe salmen hoir desse hondert daelder als haer eigen guet overleveren, ist oeck saeke dat sije in een cloester wil gaen end den giestelicken standt anneemen soe sal sie van dese voirschrevene hundert dalder vifftich voor een cloester gaeve hebben und die andere vifftich sullen op de ander junghste suster Alijt genandt gelijcker gestalt vallen in soe veer die voorgemelte jonghste suster Geerte wil onverhilickt blijven ende sich eerlijck holden soe sal sije van desse hondert daeler die renten hebben hoir leven lang und nae hoer dot dat selvige gelt hoir suster Alijt toevallen welcke oeck van stonden an alsoe vervallen zal zin soeveer voorgemelte Geerte in uneerlickeit des levens wort befunden.
Hieren tuisschen is min vriendtlick bitt ende dienstelick begeren dat uwe eersamen wiesheit ende gunsten dat selvige gelt willen op renten geven end hoer dat profijt nae notdruffte dairvan geven ende volgen laeten totter tijt toe dat man siet tot wat stant sie sich begeven wil und dat soe wel die eerste suster anlanght.

28.3
Alsoe sal het oeck met die anderde suster (Alijt met naemen) geholden worden end ofte het queme dat sije sturve off onverlijck hielde soe sal dat selver gelt volgens op die alder oldeste suster ende hoir kinderen vallen.
Ick wil oeck hierin begrepen end verstanden hebben die olde catholische end romische geloeve want soe eene van desse vorseide lieve soenen eenige andere end nhije geloeve annemt sal sije noch dat gelt noch dat profijt daervan hebben sunder dat selvige sal den nafolgende end haeren kinderen toevallen nyet anders dan oft sie sich uneerlijck geholden hadden.
Dit is dat ghenige dat ick op ditmael bij mijnen susteren doin kan ende gedenck mitter thijt meer bij haer toe doin ist saeke dat sije sich wel holden ende sich min gelegentheit wijder strecken kan desen toe waeren urkundt heb ick desse verschrivinge ofte brief mit min eigene handt underteekent und mit min gewontlick signet daer under an gedruckt end dairneven die hoechgeleerte heeren Wolfgang Hunger, doctor und Tomas Stranger, vriess licentiat alle beide furstelicke raetzheeren alhier toe Baedem in den edelsfeste junckhern Viglius van Holdinga hiertoe beropen end gebeden dat sije hoere gewontlicke segel (doch hoir ende hoeren nakomelingen sunder schaeden) hier under willen drucken. Acte Baden ind marckgraefschap Baedem den zevenden dach octobris anno duisent vifhondert drie ende tsoeventich zijnde doriginael mit vier zegels besthelt ende mit dvorseide namen onderteickent.


Nummer 29

Eersaeme und fromme voorsichtige guetgunstige guede vrunde. Ick hebbe uwer lieffden onvermeldet nyet willen laeten wije dat onse genedige heer den stadtholder op morgen quent binnen dat stadt Hattum wil wesen aldaer ick mij oeck werde verfuegen, soe sin excellencie mij bescheijden heeft. Sullen u luyden anstont eener van uwen raetzvrunden ordonieren und denselven op saterdach tocommende toe goeder tijt smorgens binnen der stadt commen laeten omme sin excellencie alsdan voor toe draegen soedane zwaere lasten, bezwarenissen und anders (soe u luyden weten) wesmen van wegen uwer stadt tdoin sal hebben und men sin excelencie allenthalven an toe roepen hefft. Ick worde inder saeke doin wat mij mogelicken kenne God Almechtich die u luyden lange in goeden redimente und voorspoet bewaere. Datum Apeldoorn den 8en octobrys vijftienhonderd en drieenzeventig.
Uwer luyden guetgunstiger vrundt,
Henryck Bentynck, drost van Averveluwe.


Nummer 30
 
Gillis van Berlaymont, frij- ende bannerher tot Hierges, stadtholder etc.
Ersame ende voorsichtige lieve bisundere. Die scholte van Dorenspick gecommitteert sijnde over sijn bevolen ampt totter collertatie der penningen soe totter roebaerse verordent heefft ons to kennen gegeven wellicher gestalt hier noch resteren seeckere sommen over etlicke guederen inden selven zijn bevelen ampte gelegen daer van die proprietarissen oder eygenaeren binnen der stadt Elborch woonhafftich. Also gelanght derhalven onse gesynnen ghij sullicke proprietarissen oder eygenaeren daer van hij u die namen und oire quota aenseggen wirdt totter betalinge sulcker pennongen haldet und bedwinget alsmen voor sheeren pennongen te doen gewoontlick sonder des suymich to zijn. Soe hoich noedich datmen ene kortelick bijden anderen hebbe. Und bevelen u hyer mit den Almechtigen. Datum Hattem den 11en octobris 1573.
Gilles van Berlaymont.


Nummer 31

Gillis.
Erentfeste und frome lieve besonder, wij versucken u ersamen nyet min van wegen zijner coninclicke majesteits [] ordonneren weel ernstlicken dat ghij voirtaen [.] ende zorchfoldich toesich draeget dat binnen der stadt Harderwijck egeene soldaten van wat natie oft conditie die zijn ingelaeten oder ontfangen w[.] behalvens ende uuytgesondert alleenlicken die geene (die) weezende onder u vendlin ende voirts dat ghij [.] eendrachtelick vereenicht ende in alles goede cor[respon]dentie haldet mitte burgeren ende inwoenderen om te verhulden dinconvenienten ende ongemacken die andersins souden moegen ancommen ende gesch[ieden] daerenboven is insgelicx onsen ernsten gesinnen ghij terstondt overlevert ende utsolveert in handen vanden burgemeisters die sloetelen der voorseide steede volgens den ordung ende beveell die ons deshalven gedaen is van wegen die heren van coninclicke majesteits raedt van state gecommitteert bij zijner majesteit totten regerong gouverneur generaell van dese erftnederlanden, n[ae] welcken en sult noch in deen noch en dander in geenen gebreecke blijven, hiermeede den Almechtigen bevelende. Datum Arnhem den 16en octobris [1573].
Aenden drost tot Harderwijck.
Inde gelijcke brieven aenden beveelhebbers ende gemeinen soldaten van Megen vendlin liggende tot Elborch.


Nummer 32
 
Eersame und fromme voorsichtige gonstige guede vrunde. Ick mach u luyden nyet verhalden wije dat ick in gewisse ervaronge bin gecamen (doorh.: wije) als dat die geusen off vianderen ons gans hart gedreicht und gedrouwet hebben in menonge der stadt vander Elburch toeder toe bekhommen tot oeren willen etc. Soe ist nochtans nodich daerop verdacht toe weesen, sullen u luyden wail doin und nacht und dach guet toeversicht draegen, die wacht wail versorgen laeten, dije poorten savendts in tijts sluyten, op dat wij ommers in gheen meerder verdriet und ongemack khommen. Ick worde (wil Godt in korten daegen weder thuis sin und schrive iegenwordich mede an Hartger Simons dat hij die wacht langs der zeekant alle nachte bijden huisluyden sal versorgen laeten wije u luyden van gelicken indie Vrijheit soe anden schueren als bijlanges der zee moegen geschien laeten edoch et sal gheen mangel sin alsinen guede wacht haldt. U luyden willen hiermit nyet suimich zin, daermit u luyden zaemtelick und yder bijsonder bevelende God den heeren Almechtich die dselve lange in goeder gesontheit behuede unde bewaere. Datum Wilp den 22en octobris vijftienhonderd en drieenzeventig.
U luyden guetgunstiger vrundt,
Henrick Bentinck, drost vander Averveluwe.
Get. Henryck Bentynck.


Nummer 33
 
Aen den fendrich itz bynnen Elburch garnisoen haldende.

Copia.
Gillis van Berlaymont frij- unnd bannerheer tot Hirges etc., statholder.

Erentfeste ind manhaffter lieve besundere. Wie woe wij u meninchfuldigen und verscheidentlichen gescreven und bevelch gedaen den onnutten tros, soe jongen und onveledige hoeren vanden vendels aff te wiesen bestaen wij nochtannich dat sulchs nyet en gescie averst verblieven den burgeren tot groten kost und smahede op den hals liggen twelck doch gans onredelich und unse meynonge genesweegs en sche. Demnae wij u nochmaels ernstelich gesynnen und bevelen dat gij die versienong doet, waer myt sulcks schaedelicken hoep des burgeren onthefft und ontlesticht moegen wesen dennen soe sulcken bij sich halden wel scherpelick aen te seggen sich des guyth te maecken und hon soe echte vrouwen hebben sich daer mede te behelpen woe anerst des nyet en geschie willen wij u op een ander oirt leggen daer gij dan des sult beschelden waer nae gij u nebt toe richten unse eyntliche meynonge toe achtervolgen und bevelen u den Almechtigen. Datum Arnhem den lesten octobris 1573.


Nummer 34
 
Gilles van Berlaymont frij- und bannerhere to Hierges, her tot Haulteroche Peruwez etc, stadtholder generael van Gelderlandt etc.

Eersame und voirsichtig here lyeve besunder. Dyewijle den tijt nu sich sus toedraecht, ick aen u onse gesinnen ghij aenstondt met aller vlijt und nersticheyt die grachten aldaer bijder stadt doet opgraeven umb die tochbrugghe die daer alzoe wij verstaen zeer nootelick is to maecken die welcke ghij met hoeren sult doch versien und maecken ter tijt und wijlen ghij anderen middel zult hebben daerbeneffens khunnen nyet onderlaeten u to vermaenen gehn neffens die wachte der knechten goet toeversicht draget waermede die stadt wael verwaert und alle ongemacke mach voirkhommen worden. Alzoe wij ons tot u dat ganselicken vershien und bethrouwen midts emphelongh den Almechtigen. Datum Arnhem den (doorh.: onleesb.) iersten novembris 1573.
Gilles van Berlaymont.


Nummer 35
 
Eersaeme voirsichtige guede vrunden. Alzoe yetz wederomme ons durch den rentmeister vander Veluwe Willem Bentinck hefftich geclaecht wordet, dat nyettegenstaende men u luyden tot twee reysen onlancx geleden mit gantzen ernste bevolen dat ghij luyden die pennongen und resten der stadt Elburch tot onderhaldinge der Veluwesche roybargien uuytgeset und noch ombetaelt staende aenstont aen zijne rentmeisters handen verschaffen solden off datmen sunst die selve pennongen mitten knechten vanden selven roybargien solde moeten laeten haelen, hij rentmeister evenwael egeene betalinge zedert erlanght so datmen den knechten oire beloeffde betalinge nyet hadde kunnen gedoen. Daeromme mit groten dreygementen gefordert worde begerende datmen hem (alleehr daer uuyt vordere inconvenienten quaemen) bijstandt worde doen ende tot betalinge verhelpen. Is demnae dat van weghen onses allergenedichsten heeren des conincks wij (wetende hoe nootelick die pennongen opgebracht und betaelt wesen moeten ende wat inconvenienten daer uuyt spruyten mochten) u luyden nochmaels ende voer die derde und laetste reyse opt aller ernstelicxst bevelen dat ghij luyden onversuymelick die restanten der stadt Elborch voorseid tot onderhaldinge der voirseide roybargien totten 15en octobris laetstleden uuytgeset binnen acht daegen nae ontfanck van desen aen handen opgemeltes rentmeisters geheelick verschaffen ofte sunst und bij wijderen gebreke van dyen wellen wij u luyden bij desen eyntelick und zeeckerlick gewaerschouwet hebben datmen aenstondt naede voorseide acht dagen overstreken die knechten binnen de selver stadt (volgende onsen tween vorigen scrijven zonder eenyge vordere vermaninge oder waerschouwinge) schicken werdt, omme die selve pennongen aldaer de facto tho khommen haelen. Daer durch dan die stadt in groten schaden solde kommen die van liever saegen vermijdet, mit bevelongh des Almachtigen. Geschreven tho Arnhem den 9en novembris vijftienhonderd en drieenzeventig.
Cantzler und raeden des conincks in Gelderlandt verordent,
T. Roos.


Nummer 36 (bijgevoegd bij nr. 37)

Erbare hochgelaete fursichtige unnd hochweise gutgunstige ge[n]ietende liebe herren, das euwere erbaren hochweise jungst auf mein ahn dieselben gethanes undertheniges supplicieren wegen erkundigung ob meine leibliche kindere so ich mit meinere verstorbenen lieben hausfrauwen ertzeuget, unnd eine ger[aume] zeit van ihrenn beij dennselbem agnatenn unnd freunden zu Elburgk in landt zu Geldrenn gewessenn noch im leven oder nicht.
Wie ihr gunstige promoter[vu]lschrefft ahn einen ersamen rath wallgemelter stadt Elburgk gunstiglich mitgetheilt dessen thue gegen euwere erbare hochweise nuth meinen högstwilligen diensterbietung ich mich gehursambst bedanckenn.
Unnd nachdem ich dan auss gemelter raths wieder anherr zuruck gelangten schreiben auch sunsten des bathen welchen ich dahin nagefertigt gehabt relation soviel vormercke das erwendte meine eheleibliche kindere nach dem willen Gotts van dieser welt abgeschieden unnd ick demnach nit liebers woltte dan mich mit gnugsamen getzeugnuss brieffen unnd andern erkunden gefast zumachen unnd des ortts personlich oder durch einen volmechtigen zubegebenn so werde ich dennoch beij diesen iennes ortts sorglichem unnd gefherlichem zustande wie leider aller welt kundig wieder all meinen willen davon abgehalthenn

36.2
damit ich aber als der vather unnd rechter einiger erb seiner kinder dieser erbschafft beij sollichem beschwerlichem zustande nit verlustig werden noch dennselben kunfftig mussig gehen anige unnd ich dan zu euwere erbare hochweise das ungetzweifelte vertrauwen gesetzt das dieselbe so viel dessen ahn ihnen mich daetzu inbefurderenn vetherlich geruhen werden. Demnach ist hiemit ahn euwere erbare hochweise mein hochfleissig unnd fleissig bitt die wollen mich ebenmals ahn aberwendten rath zu Elburgk gunstig verschreiben das solliche meinen kindern itzo aber mir unnd niemandts anders zustendige guttere in gutter gewhonsam unvereisert ungealienert unnd ungedistrahirt beij samen gehulthenn damit ich also zu meiner oder meines volmechtigen ankunfften die dan sobalde die itzige des ortts unruhige gelegenheit abgeschafft unnd gutte verstendtnuss unnd einigkeit wiederumb angerichtetenn erfolgen unnd zu werck gestelt werden sollenn dere selben unverkurtzt habhafft werdenn unnd zu meinen handen bekommen unige. In diesem woltten sich euwere erbare hochweise gegen mich ihnen altten gehorsamen burger guttig ertzeigen das byn emb dieselbe ich hinwieder geburlichenn nach allem vermugen zuverdienen willig unnd bereit .Dach Lubeck 17 novembris anno 73.
Euwere erbare hochweise
Undertheniger gehorsamer burger,
Herman Hustenberch.


Nummer 37
 
Unser freundtlich grus zuvorn ersame und weise besunder gutte freunde. Was unser burger Herman Husenberg an uns vragen seiner vorstorbenen kinder nachlas zu dem er sich als ein vater der nechst zu feinde vermeinett supplicanto gelangen lassen und weitter gebetten werden ersame weisen aus einverleibter supplication schrifften klerlich zuvernehmen haben, wan wir dan feine pitt zunlich erachtett haben wir diese unsere vorschrifften auff sein anhalten im nicht versagen wollen und machen uns keinenn wreiffell ersame weisen auch fur sich selber der billichen geburnus nachzufetzen ahn unser erinnern gemeinett sein werden warumb wir dan und dass ersame weisen beij diesem zustande inne zu abbruch nichts vorstatt en sondern die erbschafft seinem begern nach bis zu anderer bequemigkeitt verruckett beijsamen gehalten werden muge gunstich beschaffen wolten dieselben hiemitt

37.2
freundtlich gebetten haben wollen solchs gereicht der gereichtigkeitt zu deviren und wir seintt euch hinwider freundtlich zu wilfahren geneigt. Datum unser unserm stadt signett den 5en decembris anno etc 73.
Burgermeistere unnd radt der stadt Lubeck.

37.3
Denn ersamen unnd weisen burgermeistern und radte zu Elburgk im landt zu Gelren, unsern besondern gutten freunden.

Ontfangen dem 18en february 74.


Nummer 38
 
Gilles van Barlaymont, banner- und vrijheer tho Hierges, heer tho Haulteroche und Peruwez, ritter etc, und conincklicke majesteits stadtholder und capiteyn generael over den furstendomme Gelre, graefschappe Zutphen, Vrieslant, Overijssell, Groeningen, Lingen etc.

Eersaeme und vursichtige lieve besundere. Sijnde ydtsunder ons niet alleenlick als deser furstendombs Gelre und graefschaps Zutphen, maer oick conincklicke majesteits onses allergenedichsten heeren, stadtholder der landen van Vrieslant, Overijssell, Groeningen und Lyngen etc angecomen brieven van zijne majesteit daermit die selve ons ordonneert den deurluchtigen hoochgeboren furst und heeren commendador mayor van Castilien gouverneur van Milaen und capiteyn generael van Lombardien etc to kennen ontfangen etc om in stadt und plaetse des oick deurluchtige hoochgeboren fursten und heeren hertoge van Alva etc (den zijne majesteit weder in Hispanien roept) dese zijne majesteits Nederlanden to regieren etc. Ons insgelicx angecomen zijnde twe missiven ader brieven die eene zijne majesteit selffs anden bannerheren ritterschap und steden dese furstendombs Gelre und graefschap Zutphen voorseid und dandere hoochgedachtes heeren commandadors aenden selven hebbende oick hoochgedachte die heere hertoge to Alva ons geordonneert den bannerheren ritterschap und steden deess landen van Gelre und Zutphen (nademael zijne excellencie ydts to dienst zijne majesteits vertrecken sal) hoochlick tot dancken der gueder truwer und williger gehoorsaemheyts und adsistentien ader bijstantz halven zijne excellencie bij tijde der selver regieronge to dienste hoochstgedachter conincklicke majesteits inden selven deser landen gedaen geleystet und bewesen, mit den anhange dat zijn excellencie sulcx soe aen dselve conincklicke majesteits als elders waer daer die oorsaeck und gelegentheyt ergeven

38.2
und zijne excellencie moegelick zijn sall, mit alle fafeur recommandatie und sunst to verdienen stetz willich bevonden sall worden begherende dat ydermanlick hun voort sich zijner voorvallender gescheften halven ergeve und voege aen hoochgemelten heeren commandador mayor und zijne excellencie als zijne conincklicke majesteits stadtholder gouverneur ende capiteyn generael deser zijner majesteits erffnederlanden in alletgoene sijn excellencie ordonneren und bevelen zulle, und oick zijne majesteit sulcx bijder selver brieven und missiven yedermanlicken bevelen doet daermit nemende zijn excellencie affgescheyt ende seggende adieu. Und woe waell nu wij sulcx allet geerne der gemeyner landtscap voirdragen hadden willen dannoch betrachtende (om groten und geswynden oncosten to vermijden und sunderlinge dat deses periculoses tijdes der vijanden und wederwarttigen halven mit oick anders dat in desen wynterschen weder die bosewegen niet sonder lijfsvaer reysber zijnde) nyet gefuegelick to sullen wesen mit dengoenen dat mit gantz geringe costen und moeytzell geschien kan die alinge und generale staten in desen besweerlick to zijn. Nyettwijffelende off oire edelheyden lieffden, eer und gunsten sullen evenwael woe stetz voor hen geschiet, sich dien und allenthalven der gebuer na to draegen und hoochstgedachter conincklicke majesteits allergenedichste wille und meynonge gehoorsaemlick nae te leven weten, wanneer zij daer van verstendiget sullen wesen. So ist dat wij dese aen u luyden oick waell hebben scrijven willen des oick tegenwoordelick aenden anderen hooft ende cleyne steden doen und schrijven van hoochstgedachter conincklicke majesteit wegen u luyden ordonnerende und niettemin bevehelene dat ghij luyden eene ader twe ordonneren und deputeren und folgentz die selve opten tweden january naestcommende des avonts binnen dese stadt Nijmegen sich ervynden to laeten om des anderen daechs die voorseide missiven und brieven to sien eropenen und horen lesen copien auctentyck, indien ghijluyden die begeren

38.3
daer van te nemen und folgentz u luyden rapport te doen om voorts sich allenthalven daer nae te reguleren mit den bescheyde und vurstendingung indien ghijluyden also schicken off niet die voorseide brieven und missiven bijden richter, burgemeistern schepenen und raedt deser stadt Nijmegen voorseid als eerste hooftstadt deser landen (die van hoochstgedachter conincklicke majesteits wegen wij daer toe geauctoriseert hebben und auctoriseren in cracht deses, eropent und openbaerlick verlesen mit oick den erschijnende und sulcx begherende copien auctentyck daer van gegeven und mitgedeylt zullen worden dat wellicke allet wij u luyden niet sollen verhalden om die also allenthalven nae toe gaen und vollentrecken. U luyden den Almechtigen heren bevelende. Gegeven to Nijmegen den 21en decembris vijftienhonderd en drieenzeventig.
Gilles van Barlaymont.


Nummer 39
 
Eersame wijse voorsichtige erentfeste ind vromhe vielgunstige heeren, uwe ersamen brieff datiert den 29en novembris lestleden wesende een antwoirt op mijne schrivens aen u ersamen affgeveerdiget heb ick ontfangen, und hadde aen stont op sulcke uwe schrivens een bode mit schriftelicke antwoirt op Elburch gesonden, dan der bode ist onderwegen vanden rebellen behindert geworden. Alsoe dat hij wederom te rugge heeft moeten gaen, und soe dan gebiedende heeren u ersamen scriven mij jairlix vuer mijn zekere salaris (neffens alle accidentalia van wegen der stadt twintich philippus gulden toe te willen leggen, begeer dienstelick u ersamen mij geduerende desen bevonden ende gefairlicken tijt) jairlix dertich philippus gulden wollen geven, ick sall u esamen in zaecken der stadt angaende,woe billich getrouwelicken dienen und aenlangent mij in recompensie vuer mijn opbreecken eens wat toe te leggen, stell ick sulx tot u ersamen discretie dewyell hier toe Tyell op te breken, ind dair mit (doorh.: vijf) wijff ind kynderen te comen sunst wat kosten will, die wege zijn itzont (overmits der vyant hyn und weder swevet seer periculoes te reysen, wolde anders in eygen persoen overgecomen hebben wijders mit u ersamen allenthalven te communiceren dan alsoe balde die wege wat veylicker (mit Goidts begenadigongh) sijn te gebruicken, sall ick dair erschinigen, off mij op aengestemten lantdach alhier tot Nijmegen wederom bij die verordente raidtsfrunden vander Elburch sijnden laten will Godt almechtich die u ersamen in goeden regiment vuer alle oevell gefriste over mij yder tijt toegebieden. Begerende hier op een gunstige toeverlatige antwoirt. Datum Nijmegen ylents den 27en decembris anno vijftienhonderd en drieenzeventig.
U ersamen williger diner,
Gerrit Greve.