Cookiemelding

Het Streekarchivariaat Noordwest-Veluwe is wettelijk verplicht toestemming te vragen voor het gebruik van cookies en u te informeren over het gebruik van functionele cookies. Cookies zijn belangrijk voor onze website.

Het Streekarchivariaat Noordwest-Veluwe gebruikt functionele cookies, maar daarnaast ook cookies voor het beheer van de webstatistieken. Deze cijfers gelden als noodzakelijke feedback om de digitale dienstverlening en de vindbaarheid van de site te verbeteren. Daarnaast worden de webstatistieken gebruikt om verantwoording af te leggen aan de deelnemers van het Streekarchivariaat Noordwest-Veluwe en subsidieverstrekkers.

Bezoekers van de website van het Streekarchivariaat Noordwest-Veluwe blijven anoniem. Ook voor cookies geldt dat ze nooit direct aan individuen zijn te koppelen. Streekarchivariaat Noordwest-Veluwe gaat vertrouwelijk om met de gegevens die door middel van cookies worden verzameld.

De website van het Streekarchivariaat Noordwest-Veluwe is alleen bereikbaar als u cookies accepteert!

U bent natuurlijk altijd welkom op de studiezaal van de 5 vestigingen van het Streekarchivariaat Noordwest-Veluwe

Ik accepteer deze cookies

Meer informatie over cookies »

grote oorlogbanner2.jpg

Ingekomen stukken, 1570

Inventarisnummer: 150
 
Nummer 1

Eersame wijse voersichtige insonders gunstige guede vrunde. Wes Reyner van Hardenberch onse mitburger an ons bij supplicatie (betreffende seker obligatie) verthoent ende versocht heft, hebben u edelen uth inverwaerte sijne supplicatie gunstichlicken wijders toe vernemen, dewijle dan wij uth die obligatie bevynden, dat Henrick Feijt sich verbonden heft gelijck sijn proper eygen schult sonder eenich wederseggen toe betalen, hebben wij den suppliant in sijn versoeck nyet onbevoecht erachtet, ende hem derhalven (den wij doch sonderlinge tot sijnen gueden rechte seer geerne verhulpen segen) die begeerte vorschriften an u edelen wel willen mede deelen. Is demnae onse gantz vruntlick ende andachtich begeren u edelen die sake alsoe willen insyen dat gemelte suppliant sijne betalinge van Henrick Feijt (volgende die voerseide obligatie) verlangen ende op nyemants anders gewesen moege worden. Sulx verschulden wij steetz geerne, kenne Godt die u edelen lange gefriste. Datum den 27en january anno 1570.
Burgermeisteren, scepenen ende raedt der stadt Campen.

1.2
Den eersamen wijsen ende voersichtigen burgermeisteren scepenen ende raedt der stadt Elburch onsen insonders gunstigen gueden vrunden.


Nummer 2
 
Kaerl de Brimeu, grave tho Megen, friher tho Humbercourt, heer tho Housdaingh und Esperlecg etc ritter vanden oirden des Gulden Vlies und coninclicke majesteits statholder und capiteyn generael over Gelrelant, Zutphen, Vrieslant, Overijssel, Groningen, Lyngen.
Ersame ende voersichtige lieve besundere, durch uuytdruckelicken schriftelicken bevehele van wegen der conincklicke majesteits tho Hispanien etc onses allergenenedichsten heeren bijden durchluchtigen hoichgeboren fursten und heren hertoughe tho Alva etc lieutenant gouverneur und capiteyn generael ons gedaen bescheiden wij u ersamen den eersten dach marty naestcomende durch uwer luyden gesanten und verordenten van wegen der stadt Elborch den avondt binnen die hooftstadt Nimmegen inder herbergen und folgents daechs des morgens upten Vackhoff to erschijnen om beneffens den bannerheren oft gesanten und verordenten der bannerheren, die ritterschap und oick gesanten der hooft ende anderer cleyner steden deser furstendombs Gelre und graeffschaps Zutphen aen to hoiren is ghene wes u luyden und opgemelten anderen van hoichstberumpter coninclicke majesteits wegen sal worden geproponeert oder voirgedragen und daerinne mede is beste (tho vollentreckongh sijner coninclicke majesteits genedichster begerten und mennongh) tho helpen doen und voirwenden. Als van derselver majesteits wegen wij oick uns gantzelick tot u luyden versihen und vertrouwen dieselve die Almechtigen heren bevehelende. Gegeven tho Arnhem den 27en january vijftienhonderd zeventig.
T. Roos.

2.2
Den ersamen ende voirsichtigen onsen lieven besunderen burgermeisteren schepenen und raedt der stat Elborch.

Ontfangen am 6en february.


Nummer 3
 
Duc d Alva [..] landtdach.

3.2
[Don Fernando] Alvarez van Toledo, hertoch van Alva etc [stadtholder] gouverneur ende capitei generaell.
Erenveste ersame vorsichtige lieve besundere, in stat und van wegen des coninx onse genedychsten heren, hebben wij dem walgeboren heren, Karlen van Brimeu, rytteren vanden orden des Gulden Vliess, graven to Meghen, statholderen und capitein generael, des furstendombs Gelre ende der graeffschap Zutphen […]lacht die sementliche bannerheren, ritterscap und steden [der] gemelter furstendombs unnd graeffschap bynnen der stadt [..]egen to bescheyden, uund verschrijven om denselven coninclicke [majesteits] hoichanliggenden noet, voir to dragen, und dairop voir to halden tghene ghij wijders vernhemen widt, unnd is van wegen hoichstgedachter coninclicke majesteits onss genedich gesinnen und begeren, ir wollet die dyngen, so u voergedragen und voirgehalden sullen worden, ten hartten vatten, und gaen laten, und wail an merken den onsprekelicken kost, so sijne majesteits aan de landen to beschudden unnd beschermen, so langen tijt, uyth sijn eygen cofferen hefft notwendich dragen moeten den wijderen noth dairinne deselven sijne majesteits allerley voirgefallener oirsaicken halven verlopen und den langen tijt dat coninclicke majesteits sich geduldett de lantscap om ennige stuir to doen aensuecken unnd dairomme opt begeren, so van wegen sijner majesteits yetzunder der lantschap geschien wirdt u dermaten vernemen laten, bewijsen, und bij anderen, die dingen so beforderen helpen, dat die lantscap sich soe goeder uund angenamer antworde opt fordelicxst resoluire, unnd entsluyte, dat sijne majesteits eyn genedichst ge-

3.3
fallen dairaen hebben mogen […] selve, lantschap hinvort, […] recommandation, und forderong n[…] und wij billich befueget werden moegen, ons dairto woe en goeden intercessoren, unnd holperen, to gebruicken dee[.] ons dan gantss geneicht, ervinden, unnd hebben windt, v[.] u gunstigen genedigen willen to ertzaygen. Datum B[russele] den 20en dach february vijftienhonderd negenenzestig stilo curia[.] stondt aldus,
(Get.) F.A. DucdAlva;
Berty.

Leterschrifft was dese, den erentfesten ersamen voorsichtigen unseren lieven besunderen sementlicken geschickten und deputierden der sted

3.4
Den erentfesten ersamen wijsen voorsichtigen burgemeisteren schepenen und raet der stadt Elborch mijne besondere gunstige vrunden.
Elborch.


Nummer 4

Erentfeste ersame wijse voorsichtige besondere gunstige vrunden. Ick laet uwe ersamen ind lieve guetelick weten, woe dat ick van wegen coninclicke majesteits to Hispanien etc onses allergenedichsten heren, ind der landtschap op manendach, nemptelick den negen ende twintichsten dach deses lopende maents may gem eynt zijn smorgens to acht uren bij clymmenden sonnen to Ede eerst aen to gericht to sitten, ind soe voorts aen in allen bancken op Veluwe nae alder gewoenten. Is demnae van wegen hoichstberumpter coninclicke majesteits ind der landtschap [..] guetlick gesynnen dat uwe ersamen een van uwe erssamen ind lieve raetsvrunden alsdan ter gueder tijdt inden voorsseide bancken believen to deputeren, woe in verleden jaeren verordent und verdregen is. Des ick mij alsoe tot uwe ersamen ind lieve versta die der Almechtigen heer in gueden regiment inde gesontheyt erhalden moet. Geschreven uuyt Scherpenseel den 12en may vijftienhonderd zeventig.
Uwe ersame ind lieve guede vrundt,
Wylhem van Scherpensell.


Nummer 5
 
Eersame wijse ende voirsichtige bijsunders gunstige nabeuyr end vrund. Wij hebben u eersamen scriften aen onss gesant in data den vuften aprilis belangende die tygelstenen u eersamen den vergangen wynter van onssen heren mederaitsvrundt Lubbert vanden Oldenbarnevelt van wegen der stadt van Hattem gekoft solden hebben den weders inholt desselven, guetlicken ontfangen, den inhalt gelesen und verstaen u eersamen die voer antwordt und bericht daer op niet konnen bergen dat onss anfanx u eersamen scrivens niet weynich befreement, gemerckt wij vandie handelonge und coip dess steens geen beweten hebben noch uuyt onsse beveel geschien zij und iss onss leet dat u eerder den quaden steen anfengen hebben und den scaden und interesse die u eersamen dien aengaende mogen pretenderen hadden u eersamen an uwer coper tforderen ende versuecken edoch so veer u eersamen an onss screven ende begeerden steen daer wij macht aen hebben off anders wolden wij uuyt geude nabuyrscap, lieffde und vruntscap onss tegen u eersamen den ende deselver borgenen (so God weet) aller billicheyt und geboer na erthoenen und bewijsen neet alleen van steen dan in alless wess u eerder na onssen vermoigen mit scriften off anders van onss begeren derhalven u eersader vanden ontfangenden steen gien reden off f[..]gen hebben onss to imputreren off scade anmaten, loven die Almechtige heer u eersamen daer mit bevelende []lan[]. Uuyt Hattem am 10en aprilis anno etc zeventig.
Borgermeisteren scepenen und raedt der stadt van Hattem.

5.2
Den eersamen wijsen ende voersichtige borgermeisteren scepenen und raedt der stadt vanden Elburch, onssen insunderen vielgunstigen lieven nabeuren und vrunden
tot Elburch.


Nummer 6
 
Ersame, wijse und voirsichtige gunstige guede frunden. Alzo opt hoechtijt van christmysch naestkomende die droste terunge der stattpenningen coninclicke majesteitt onsen alregenedichsten heren bijder landtschap ingewillicht verschenen sall sijn, und dessals hoechnoedich, dat men sich mytten drosten in die verdeilongh derselver schattpenningen durch den ampten und steden van onsen quartier van Veluwen und uytsettingh begeve, opdat die penningen destho geriefflicher ingemaint und opgebracht muchten werden, hebben wij demnha den gedeputeirden eenen dach aengestimpt op allerzielen dach naestkomende alhier bynnen Arnhem tsavontz in tho kommen, omb volgents dachs die vursseide verdeilongh tho doen, und dan voertz thoe plaitzen daer sulcx geboert die uytsettingh vur handen tho nemen, und int werck tho brengen. Des wij (omb sich daernae tho richten, und oere gedeputeerden then daege vursseid alhier tho erschienen affthoferdigen) niet hebben willen verhalden u erssamen. Doe der Almechtiger langh in glucksaliger wolfart gefriste. Gegeven den 19en octobris anno domini vijftienhonderd zeventig.
Burgermeisteren schepenen und rhaett der statt Arnhem.

6.2
Den ersamen wijsen und voirsichtigen burgermeisteren schepenen und rhaett der statt Elburch, unsern besunders gunstigen gueden frundren.


Nummer 7

Kaerl de Brimeu, grave tho Meghem, fryheer tho Humbercourt, heer tho Housdaing, Esperlecq etc, ritter vanden oerden des Gulden Vlies und coninclicke majesteits der landen van Gelre, Zutphen, Phrieslant, Overijssel, Groningen, Lingen etc, Stadtholder und capitein generael.
Ersame lieve besundere, van weghen der coninclicke majesteits tho Hispanien etc onses allergenedichsten heren durch uuytdruckelick schriftelicke bevehele dess durchluchtigen und hoechgeboeren fursten unde heren hertouge tho Alva etc, lieutenants gouverneurs und capiteyns generaels bescheyden wij u eersamen den ses unnd twintichsten dach novembris naestcommende den avont binnen deser stadt Arnhem durch den gesanten volmechtigt van wegen der stadt Elburch tho erschijnen, om mitten bannerheren ader gesanten der bannerheren, die ritterschap mit oeck den gedeputeerde volmechtig der hooft und andere cleyner steden deser furstendombs Gelre und graeffschaps Zutphen etc, die wij alle te selven dage bij een anderen hebben doen bescheyden, tho anhoeren tgoene wat van wegen und durch bevel alsboven u ersamen sal worden vurgedragen, und mede id beste daer inne tho helpen doen und vurwenden, alss gij stat hoichstgedachter coninclicke majesteits wij onss des tot u eersamen (als sijner majesteits yverlicke und getrouwen onderdaenen, vertrouwen, onss oeck mede tot den selven verschende, dat sij noch daer inne suymich sijn, noch ten vursseide dage volmechtig tho schicken onderlaeten sullen, daer mit dyenthalven die sake nyet vervugget en worden, dat welcke men u eersamen dan nyet int guede afnemen kunde. Gegeven tho Arnhem den 22en octobris vijftienhonderd zeventig.
T. Roos.

7.2
Den ersamen onsen lieven besunderen burgermeisteren schepenen und raedt derstat Elburch.


Nummer 8
 
Eersame wijese vroeme inde voorsychtyeghe ghebyedende heren, na alle mijen dyenstellycke erbyedynck toe u edelen, un en yeder byesonder, can ick u edelen (op an mij toe Arnhem des groete elende, dye here den heren erberme, gesien) nyet verhalden, wye daer nyet uetgerycht is, dan moetsel met reijsen, un gelt verteert, soe als dye borgemeysters van Arnhem weder anhyelden, hoer bezveernis, toe hoech hoer zeer dynyerde summa, van dye scattynck, toe syen, un den eesten dach (als op vryedach) bye een op die raetscamer coemende, den dach daer met hen ghebracht, als verlycht toe syen, begherende, met hart anhalens en dreyghens an conincks rade toe stellen wyllen, un dye selve vrunden daer weren, sych nyet gheern in tuyt, mit hoer hoeft stat, begeven hadden, erboeden sye sych in byllyckheit, un soe sye toe voel (na haer goetdunken) weren voer nemende, en op bleven staen, en het op dem avent verlyep, wordt het affgesceit genomen, smorghen (opsych toe beraden) weder bye een, op dye raetcamer, toe coemen, un als doe den avent u edelen bryeff (des groeten elende daer, en op meerder plaetse, verstaen is) ontfanghen, en bye een coemende verhaelt, mit een (hoe wael u edelen bryeff, an den raet en borgemeysters van Arnhem gescreven als an mij nyet gelesen wordt) hebben sych dye vrunden (op des elende en scade) nerghens mit verlychtynck in connen begeven, als voerdach, vyllycht sych in begheven solden hebben gehat, in byllyckeit, omme vrede wyl, alsoe blyeven staen is, en uetchestelt, op den toecoemende landtdach, u edelen mij wael versyen, dye bryeff al van ontfanghen hebben, van toe slueten, int gemeyen deses quatyers, alsoe van een gesceyden, mit dye uetsettinck steet, als voer alles ter bye comste, u edelen vrunden, op den landtdach coemen (mit des heren ghenade) wijeders verhalen sal, daer wedervaren, wellyck u edelen gansseer goeden toegedaenden meynynck weder, op u edelen scryeven an mij, nyet heb connen verhalden, met bevelynck u edelen in zalyeghe lanck waelvarende zegen zyncken in bescerren des almoeghenden God inde here alden heren. Uet Hulshorst den 10 november anno etc 70.
U edele seer toegedaende inde dyenst wyllyegher Joeseph van Arnhem.

8.2
Dem eersamen wyesen vroemen inde voersychtyeghen heren borgemeyster, scepen inde raet der stat Elleborrych, myenem seer ghebyedenden heren.


Nummer 9
 
Eersame und voersichtige bisundere guede vrunden, die durchluchtige und hoichgeboren furst und her, die hertoige tho Alva etc lieutenant gouverneur und capiteyn generael etc heefft tegenwoordelick aen ons doen schrijven, vernhomen to hebben und verstendiget to zijn, in wargestalt die rentmeysters ontfangers oft tresoriers der steden deser nederlanden (onder id dexel van zekere clausule inden pardoene generael onses aller genedichsten heren des conincks begrepen) mitbrengende und luydende als dat coninclicke majesteit gantzelick to premdineren ader vernadeylen der gerechticheyt zijner coninclicke majesteit toekommende dieselve majesteit verstuurde dat nymant van allen den ghoenen die begrepen waeren onder den voorsseide pardoene eenige schulden actien off renten uuytstaende hebbende op zijne majesteit off opten staeten lichamen der steden off gemeynten, ter oersaecken vanden diensten off beden aen zijne majesteit gedaen off gegeven off om eenige andere diergelijcke redene geimposeert off opgestelt, dieselve nyet en sonder moegen lichten exigeren off eysschen sonder to hebben oerloff van zijne majesteit, presenterende voer eerst to dyen eynde requeste off supplicatie aen zijne majesteit off derselver stadtholder gouverneur und capiteyne generael nementlick hoichgedachter heren hertoigen tho Alva etc binnen drie maenden nae die publicatie des voorsseide pardoens om dieselve gesien zijnde bij zijne majesteit off zijne excellencie op die voorsseide schulden actien ende renten gedisponeert to worden na behoer etc die voorsseide renteniers off tresoriers ter selver oersaecken differeren und halden achter alle betalingen der voorsseide renten ter grooten prejuditie ende nadeel vanden rentieren diewellick derhalven verscheyden clachten voergewant und gedaen. Demnae und om sullicx voer to kommen und to dem eynde dat die renten eyssers ende tresoriers sich hin voort nyet meer en behelpen mit sulcke und gelijck excusatien und uuytfluchten durch expresse schrifftelicke ordonnancie hoichgedachtes heren hertoigen stadtholders gouverneurs und capiteyns generaels etc is van wegen hoichstberumpter coninclicke majesteits billick und redelick bevonden onder anderen uwer eersamen mede to ordonneren als wij oick doen in cracht deses dat u eersamen nyettegenstaende die voorsseide clausule der stadt renteniers aenstont mit gantzen ernste bevehelen hinvoort allen rentiers generalicken doch uuytgesondert die ghoene die al gereets gecondempnert gebannen ende fugitesk off vluchtich zijn oere renten ende schulden aenstont to betalen voerbehalden dat sij denselven rentenieren leveren quitancie mitbrengende und vermeldende beloeffte van sullick penningen weder to geven und restitueren bij also ende so verre dat namaels in cracht der hierboven geschrevener clausulen tselve alzo geordonneert mucht worden, und hierinne en sullen u eersamen nyet zuimich zijn, want van hoichstberumpter coninclicke majesteits wegen van ons also terten selven versihen mit bevelonge des Almachtigen. Geschreven to Arnhem den laetsten dach (doorh.: no) novembris vijftienhonderd zeventig.
Cantzler und raeden des conincks, in Gelderlant verordent.
T. Roos.

9.2
Dem ersamen und voersichtigen burgermeysteren schepen und raedt der stadt Elborch, onsen bisunderen gueden vrunden.


Nummer 10
 
Ersame wijse und vursichtige gunstige guede frunden. Achtervolgende den lesten opter landtdachfaert tusschen onsen genedichen heren statholder ind landtschap genhamenen affgescheit, hebben sijn ersamen aen onss doen schriven, bevehelende dat wij den quartiersdach anstondt anstemmen solden, demnha hebben wij enen dach angestalt op donredach den 4en january alhier bynnen Arnhem des avontz in tho khommen omb volgentz daernha sich op die begeerte obligatie ind anders tho bespreecken, und daer inne tho doen nae behoeren. Wijders kummen wij u erssamen nyet bergen wie dat die excellencie vanden hartouge sich gesedigen will laeten myt gelicke obligatie, als van wegen der landtschap, onsen genedigen heren statholder, besandet worden daer nae sich in affertigungh oerer gesandten moegen weten tho richten, u erssamen die der Almechtigen langh in geluckzaliger wolfart gefriste. Gegeven op dach Johannes evangeliste anno domini vijftienhonderd zeventig.
Burgermeysteren schepenen ind raeth der stat Arnhem.

10.2
Den ersamen wijsen und vursichtigen burgermeisteren schepen und raeth der stat Elborch, unsern gunstigen gueden frunden.

Ontfangen an 3en january 1571.

Quartiers dach toe Arnhem anno 1570.