Cookiemelding

Het Streekarchivariaat Noordwest-Veluwe is wettelijk verplicht toestemming te vragen voor het gebruik van cookies en u te informeren over het gebruik van functionele cookies. Cookies zijn belangrijk voor onze website.

Het Streekarchivariaat Noordwest-Veluwe gebruikt functionele cookies, maar daarnaast ook cookies voor het beheer van de webstatistieken. Deze cijfers gelden als noodzakelijke feedback om de digitale dienstverlening en de vindbaarheid van de site te verbeteren. Daarnaast worden de webstatistieken gebruikt om verantwoording af te leggen aan de deelnemers van het Streekarchivariaat Noordwest-Veluwe en subsidieverstrekkers.

Bezoekers van de website van het Streekarchivariaat Noordwest-Veluwe blijven anoniem. Ook voor cookies geldt dat ze nooit direct aan individuen zijn te koppelen. Streekarchivariaat Noordwest-Veluwe gaat vertrouwelijk om met de gegevens die door middel van cookies worden verzameld.

De website van het Streekarchivariaat Noordwest-Veluwe is alleen bereikbaar als u cookies accepteert!

U bent natuurlijk altijd welkom op de studiezaal van de 5 vestigingen van het Streekarchivariaat Noordwest-Veluwe

Ik accepteer deze cookies

Meer informatie over cookies »

sm-kaart1.jpg

Ingekomen stukken 1620

Inventaris 201
(Ingekomen stukken 1620)
 

1.
Memorie.

Dat mijn heeren sal gelyven te gedencken dat de weduwe Vorstenberchs, gewesen rechter int Oldebroeck aen dye van der Elburch noch ten achteren is vyer en de twintich gulden samp 5 gulden van een tonne byers extra ordinaris gedroncken wesende de helfte van den oncosten dye gedaen sijn op de uutsettinge des jaers 1617 waervan de magistraet tot Arnhem tot contentement van den weduwe dandere helfte heeft betaelt conform den olden gebruck.

“In marge”; de weduwe is geaccordeert 29 gulden die haer betaelt sijn. Anno 1620 in januari.


2.
Ersame ende voorsichtige besondere goede vrunden.

Wij seynden hyernevens eenige exemplaren vant placcaet bij de hooge moogende heeren Staten Generaell gearresteert, daerbij deselve de cours van den gelde na verloop van den jegenwoordige maent january noch continueren tot den lasten meert naestcommende mitsgaders verbieden het opsteygeren van den ryxdaler het ontfangen ende uuytgeven van den twee blauxpenningen, oorden van rixdaelders ende schillingen int rijck gemunt, ende andere payementen, mit versoeck dat u ersamen t’selve ter gewoonlijcker plaetsen doen publicieren ende affigieren op dat nymant daer van ignorantie hebbe to pretenderen, ende voorts alle moogelijcke middelen aen to wenden dat den inhouden vant selve placcaet mooge nagekommen ende onderhouden, werden op die poenen daerinne gestatueert, mit bevelungh des Almechtigen. Geschreven t’Arnhem den 17 januari XVIc twintich.

Cantzler ende Raden des furstendoms Gelre ende graeffschaps Zutphen.

Ter ordonnantie van de selve,

Dibbets, 1620.

2.2.
Munten placcaet te publiceren, anno 1620.


3.
Ersaeme ende voorsichtige besondere goede vrunden.

Alsoo ons door Johan van Wijnbergen, vaendraeger van de compagnie van capitein Wilhem Baccardt wordt toe kennen gegeven, hoe datt het Godt den heere belieft hadde den voornoemde sijnen capitein uuyt desen jammerdal tott sich to nemen, waerdoor t’selve offitie was commen te vaciren, versoeckende unse voorschriftelicke brieven aen u ersamen ten eynde bij suppliant als een ingeboeren deses quartiers ende sich (doorh.: onleesb.) soo mit voorseide sijn offitie als oeck in Denmarcken als vaendraeger, ende inden Venetiaenschen krijch als lieutenandt van den fursten van Holtstein wel ende getrouwelich gequeten, tott hett voorseide capiteinschap soude moegen worden gepromoviert ende anderen gepreferiert. Soo hebben wij u (doorh.: l ende) ersamen bij desen wel vrundtlick willen versoecken datt deselve regard nemende op die voorangetaegen diensten believen hem suppliant tott het voorseide offitie van capitein to helpn avanciren ende sulx doer de hem suppliant derselver stemmen daertoe verleenen daerinne hij vertrout tott sijn voornemen gecommen sijnde sich tott dienst van sijn vaderlandt wel ende getrouwelick te sullen quijten ende verhaepende alsoo datt den suppliant sal gevoelen den effect van dese onse intercessie, bidden Godt u ersamen te nemen in sijne heylige hoede. Geschreven t’Arigem den 21en january XVIc twintich.

Cantzler ende Raeden des furstendoms Gelre ende graeffschaps Zutphen.

Ter ordonnantie van de selve,

Dibbets, 1620.

3.2.
Vant […] geschreven aen magistrait in faveur Van Wijnbargen, waer mede sijn edele tot het capiteinschap wordt gerecommandeert bij Baccardt zaliger nagelaten, 21 january anno 1620.


4.
Stadthouder, Cantzler ende Raden des furstendombs Gelre ende graeffschaps Zutphen.

Ersaeme ende voorsichtige lieve besondere ende goede vrunden, wij senden hiernevens eenige exemplaren vant placcaet bij de hooge moogende heeren Staeten G enerael gearrestiert daerbij ordre gestelt wordt tegens die uuytgeroepen ende affgesette predicanten, proponenten ende andere persoonen, soo wel mannen als vrouwen die ongerustheyt in steden ende plaetsen onder t’dexel van religie soecken antorichten, met versoeck datt u ers amen t’selve placcaet ter gewoonlicker plaetsen doen publiciren, ende eenen ygelicken ordonniren t’selve naer tecommen ende te gehoorsaemen op die poenen daer bij gestatuiert. Met bevelongh des Almachtigen. Geschreven t’Arnhem den 7en february XVIc twintich.

Ter ordonnantie als booven,

Dibbets, 1620.


5.
Copia.

Edele etc.

Wij senden hyerbij gevoecht eenige exemplaren van het placcaet bij ons gearresteert den yrsten deses daerbij het placcaet van den derden july 1619 geconfirmeert ende ordre gestelt werdt tegen die uuytgeweesen ende affgesette predicanten, mitzgaders proponenten ende andere persoonen, soo wel mannen als vrouwen die ongerusticheyt in steden ende plaetsen onder d’exel van religie soucken aen te vechten, versouckende en de ernstelijc begeerende dat uwer edelen gelieve t’voorseide placcaet mitten aldereersten naer het ontfanck desselffs in de provintie van Gelderlandt ende des graeffschaps Zutphen ter plaetsen daer dat gebruyckelijc is te doen publicieren mit expres bevel van t’selve nae te commen ende gehorsamen bij straffe ende verbuerte van den penen daer bij gestatueert. Ende alsoo wij bericht zijn dat verscheyden huysfrouwen van den voorseide uuytgeseechde ende affgesette predicanten alhyer te lande zijn gebleven sonder hare mans te volgen. Soo sullen uwer edelen gelieven scherpe opsichte te doen nemen dat die den lande geenen ondienst en doen, soo mit schrijven ende ontfanghen van bryven ofte andersints ende sulcx bevindende sullen uwer edelen sulcke vrouwen uuyte provintie van Gelderlandt ende de voorseide graeffschap Zutphen moegen doen vertrecken, daer toe dat wij uwer edelen voor soo veele noodich is authorizeren mitz desen.

Deselve hyermede;

Edele etc. Uuyt Den Haghe den yrsten february 1620. Was geparagrapheert Sloet, vidit. Onder stont uwer edelen goede vrienden, die Staten Generael der vereenichde Nederlanden. Leger stont; ter

5.2.
ordonnantie van de selve, onderteikent C. Arssens. Het opschryft was: edele erentveste hoochgeleerde vrome seer voorsienige heeren, die Staten des furstendoms Gelre ende graefsschaps Zutphen, ofte haer edele gecommittierde Raden onse besondere goede vrienden.


6.
Ersaeme ende voorsichtige besondere goede vrunden, wij seinden hiernevens eenige exemplaren vant placcaet gearrestiert tegens de vagabonden, vremde bedelaers ende landtlopers, mett versoeck datt u ersamen t’selve ter gewoontlicker plaetsen doen publiciren ende affigiren op datt nyemant daervan ignorantien hebbe to pretenderen, ende tselve naegeleeft ende achtervolcht werde. Met beveel des Almachtigen. Geschreven t’Arnhem den 19en february XVIc twintich.

Cantzler ende Raden des furstendoms Gelre ende graeffschaps Zutphen.

Ter ordonnantie van de selve,

Dibbets, 1620.

Alsoo wij vernemen datt daegelix in Veluwen sijn commende die persoonen in de bijgaende cedule genominiert, als van veel quaets beruchticht sijnde, ende daeromme yetwes op haer lijff gestelt, soo is ons versoec datt u ersamen sulx mede bij publicatie eenenyderen doet vercondigen.


7.
Stadtholder, [cantzler ende Raden des] furstendoms Gelre ende graeffschaps Zutphen.

Ersame ende voorsichtige lieve besondere ende goede vrunden.

Sijnde ons aengecommen die propositie van den consenten voor t’loopende jaer versocht, tot staenhoudinge van den staet deser vereenichde Nederlanden waer op, mitsgaders t’geene vorder dienen sall tot welvaert van dese provintie int bysonder, noodich is de vergaderonge van den alinge landtschap. Soo ist dat wij daertoe aenbestemt hebben den darden dach aenstaenden maents may, des avonts tot Nijmmegen in te commen, begeeren ende versoecken daerom ernstelijck dat u ersamen derselver gecommittierden volcommelijck gelast, tegens ende op den voorseide dach endeplaetse willen senden om des volgenden dages sonder langer uuytstell die voorseide propositie ende wat sunst van nooden zal sijn t’aenhooren , ende daerop nevens die ridderschap nae rijpe deliberatie te helpen nemen alsulcke resolutie als tot welstant van den vereenichde provintien int gemeyn ende vant vaderlandt int bysonder, bevonden sal worden te behooren, waertoe ons verlatende. Bevelen u ersamen hyermede den Almoogenden. Geschreven t’Arnhem den 7en aprilis XVIc twintich.

Ter ordonnantie als boven,

Dibbits, 1620.


8.
Den prince van Orangien, grave van Nassau, Moers, Bueren etc., merquis van der Vere ende van Vlissingen, heere ende baron van Breda, Diest etc.

Edele eersame, wijse ende discrete lieve besundere. Wij hebben ongeerne verstaen dat opten lesten lantdach tot Nimmegen eenich misverstant is geresen, tusschen de gecommitterden van den hooft ende de cleyne steden des Arnhemschen quartiers, ende dat wegen de sessie ter admiraliteyt van Rotterdam daervan de plaetse bij quartiers resolutien van den jaren 1619 ende 1620 soude geopent sijn de hooffstadt pretenderende boven de voor ganck gerechticht te wesen tot soo veel jaren sessien, als alle de andere cleyne steden te samen, gelijck het anno 1615 nopende het collegie ter generaliteyt provisionelick is verstaen. Presenterende niettemin dese questie te submitteren aen alsulcke collegie ofte particuliere rechtens, als bij bewillinge van beyde partijen, daer toe soude werden versocht. D’andere steden ter contrarie geen ander voordeel toestaende aen die van Arnhem als den voorganck in d’eerste drie jaren deputatie in meeningo sijnde dat daer nae yder stadt oock elck een gelijcke beurte van drie jaren souden ende behoorde te genieten, sonder alsnoch te willen verstaen tot submissie welcke ende diergelicke cleyne verschillen in desen state sar dangereulx zijn, ende dyckwijl grooter onheyl ende alteratie van gemoederen connen causeren behalven dat dese questien ontijdich schijnen te wesen, die naer tgeen off twaelff jaren eerst disputabel sullen connen vallen. Soo hebben wij niet connen verbij gaen u luyden ernstelick te vermanen daer aen te sien dat sonder prejuditie van d’een off d’andere partije dese saecke bij vrundtlicke accommodatie mach affgedaen worden. Ende daer sulcx ontstonde gesubmitteert aen onpartijdigen, ofte die anders laten decideren bij diegenen die sulcx amptshalven competeert. Ende hiermede;

Edele eersame wijse ende discrete lieve besundere, sijt Gode bevolen. In Sgravenhaghe den 13 juny 1620.

U luyder goede vrundt,

[Maurits] de Nassau.


9.
Erntfeste, hoochgeleerde, eersame, wijse, seer voorsinnige insonders goede vrunden und nabueren.

In onsen voorgaenden, in faveur van monsieur Keppel, is doer qualick bericht, ende meerendeels tegers opinie onser schepenen, doemaels absent, aen u eersamen geschreven dat de plaetse, so daer sal coemen te vaceren in de Raeden van State bij eene uuyt de ridderschap soude bedient worden, daer nochtans onse opinie voel anders, als dat de nominatie tott de verseide plaetse behoort te geschieden uuyt idt gansche corpus van t’quartier. Naedemaell de persoen daer toe genomineert, nyet alleen representiert dat quartier maer mede d’andere quartieren van onse provincie, waer toe wel een persoen, ervaren in materie van staet gerequireert [..] de men bequaemst uuyt het ganse […] dan uuyt een ut desselven sal cunnen eligeeren, als hierbevorens gelijck […] de recessen te vernemen, sonder onderscheyt in desen quartier gepleecht tott dien eynde wij bevinden de persoen van joncker Joachim van Keppel bequaem, den wij nochmaels u eersamen ten hoochsten recommenderen, waer toe ons ver laetende, […] de selve hier mede bevelen in schuts des heeren. Geschreven t’Hattem den 7en novembris XVIc twintich.

Uwer eersamen goede vrunden und nabueren.

Burgermeesteren, schepenen und raedt der stadt Hattem.