Cookiemelding

Het Streekarchivariaat Noordwest-Veluwe is wettelijk verplicht toestemming te vragen voor het gebruik van cookies en u te informeren over het gebruik van functionele cookies. Cookies zijn belangrijk voor onze website.

Het Streekarchivariaat Noordwest-Veluwe gebruikt functionele cookies, maar daarnaast ook cookies voor het beheer van de webstatistieken. Deze cijfers gelden als noodzakelijke feedback om de digitale dienstverlening en de vindbaarheid van de site te verbeteren. Daarnaast worden de webstatistieken gebruikt om verantwoording af te leggen aan de deelnemers van het Streekarchivariaat Noordwest-Veluwe en subsidieverstrekkers.

Bezoekers van de website van het Streekarchivariaat Noordwest-Veluwe blijven anoniem. Ook voor cookies geldt dat ze nooit direct aan individuen zijn te koppelen. Streekarchivariaat Noordwest-Veluwe gaat vertrouwelijk om met de gegevens die door middel van cookies worden verzameld.

De website van het Streekarchivariaat Noordwest-Veluwe is alleen bereikbaar als u cookies accepteert!

U bent natuurlijk altijd welkom op de studiezaal van de 5 vestigingen van het Streekarchivariaat Noordwest-Veluwe

Ik accepteer deze cookies

Meer informatie over cookies »

sm-kaart.jpg

Ingekomen stukken,1605

Inventarisnummer 186
(Ingekomen stukken 1605)


1.
Stadholder, Cantzler ende Rhaden des furstendumbs Gelre ende graeffschap Zutphen.

Ersame ende vursichtige lieve besondere und goede vrunden. Die heren Staten Geenerael ende Rhaden van State doen aen ons grote instantie ten eynde die consenten van deses lopenden jaer tijtlick inghewillicht ende in gebrochst mogen worden. Volgende die propositie vor desen avergesonden dywijle dan daer toe der landtschaps vergaderonge noodich is. Soe hebben wij daertoe beraemt ende aengestembt, den negen ende twintichststen deses bescheyden u erss amen demnae tegens den selven dach des avonts precise ende sonder langer afstell alhier binnen den stadt Arnhem in te kommen om volgende dages naders andere beschrevene ende erschienende ridderschappen ende stedengesanten, aen te horen die hierboven aengetagen propositie ende wat sunst aengaende den welstant ende regierunge deses furstendumbs ende graeffschaps sal worden geproponiert, daerop in communicatie ende deliberatie te treden oick te helpen resolvieren, t’geene dat in dese conjuncture ten meesten dienste des geliefdsten vaderlandts ende tot billicken contentement vande andere provincien onse bontgenoten sal mogen strecken, ende ons op u erssamengewisse compste ten vursseide aengestelden dagen (op dat den landtdach tijtlick geeyndet ende grote costen van eene andere bijeencompste vermeden mogen worden) vertrouwende befhelen wij u erssamen hiermede den Almechtigen. Geschreven t’Arnhem den 1en jannuary XVIc en de vijff.

Ter ordonnancie als boven,

W. Sluijsken.

2.
Ersame ende voorsichtige besonders goede vrunden.

Wij hebben door den brenger van desen ontfangen u erssamen schrivens, mit den steur, die welcke ons aengenaem is ende doen u erssamen daer voor vruntlick bedancken; ende aengaende die sake vande vicarie sinte Jacobi, daervan u erssamen breven mentioneren, deselve sullen wij in gedenck houden, als deselve ons voorcommen sall. U erssamen hiermede Gades protectie bevelende. Geschreven t’Arnhem den 26en february XVIc ende vijff.

Cantzler ende Raden des furstendombs Gelre ende graeffschaps Zutphen.

Ter ordonnancie van deselve.

E. Engelen 1605.

3.
Mijn heeren wat alhier op diese gehaldene bijkompste verhandelt iss hebben u eersamen toth dit bijgaende affschrifft te vernemen. Die angestembde bijkompste iss verleden dynxdages morgen geholden gelijck angevangen und geendicht sonder dat enige vruchtbare vergelijckinge op die pretense questiense vrijheyt vanden jonckeren hefft konnen tusschen denselven und den steden geraemt oft gevonden worden, mitzdien dieselve jonckeren verclaerden te willen blijven bij het gebruyck der vrijheyt gelijck hun datselve t’recess vanden gehalden lantdach in maio anno 1603 bij diesen quartire gevende wass, waerop und tegens die steden geandtwoerde dat sij alsdan ingelijcken te persisteren hadden bij alle tgenige diesen ingaende op den lestgehalden lantdach eenhellichlick bij haer vuergegeven gesustiniert und opt papier gebrocht was, daermede sij solden menen dat die jonckeren sich behoerden te contentiren laten und also op versueck in beyderzijdts om wat naerders te sollen willen bedencken waermit een fruntlick veraffscheyt in vergelijckinge dieser saecke mochte genomen worden, men nochtans nicht naerder hefft konnen koemen, mitz dien die jonckeren van haere pretentie und wij van onse resolutie nichts wolden verlaten; hebben entlick na verscheyden woerden kavelinge de van Arnhem van het voerige sij mit den anderen steden geraembt und geresollvert hadden aftredende (als willende wesen die beste vredemakers) uut haer selven geproponiert oft met een middel solde wesen om goede enicheyt und correspondentie tusschen den jonckeren und steden te holden und te continueren, dat mit consent und believen beyder zijdts parthijen den jonckeren solden moegen toegestaen worden (neffens die bewillichde exemptie vanden consumptien ofte redemptien op haer huyss und persoen) noch wijder bevryunge vanden 20 ofte 30 margens landts haer eygendomblick tokoemende in schattinge und middelen oft redemptien, waerop die jonckeren antwoorden so sich die andere steden daermit wilden conformiren dat sij daervan solden rapportiren an haeren principalen om daervan ten naesten gedaen moegen worden daeran sij nicht wolden twivelen offt t’different solde daermit opgeheven sijn. Die van Harderwijck, Wageningen und Elburch geeven vuer anderwerff geen ander last oft beveel te hebben dan te blijven bij die voerige resolutie so sich die jonckeren daermit wollen laten seedigen sonder dat sij haer wijders enige vrijheyt in die schiltschattinge oft anders konden meerder toestaen. Die van Hattem na lanckwijlige tergiversatie wilde sich conformiren mit het advyss van Arnhem op bejaech sijner pricipalen und iss also hiermit veraffscheydet sonder enige vruchtbare resolutie tot decisie vanden diese saecken genomen te hebben und also diese brugge nicht hefft konnen gelecht worden hefft men van gene andere puncten kunnen vuernemen. U e ersamen hebben sich rijpelick op diese saecken te beraeden und mit die andere kleine steden naerder so het u eersamen also sall goet vynden te conferiren, deliberen und resolviren wat an besten in dit geentamierde werck wijders sall moegen und behoeren vuergenomen worden. Die van Harderwijck namen an te willen ter overvloet

3.2.
bij die van Hattem te naerder te sondiren und ondertasten haere meninge daervan somigen twijvelen dat bij haer affgesante geen klaere uutspraeck solde gedaen sijn. De gedeputierden dieses collegen und ick besonder vuer mijn persoen doen u eersamen hoechlick bedancken vuer u eersamen an lesten gesante present. Angaende nieuwe tijdunge iss alhier gisteren schrijvens vandenheer Van Willep tot den Haegen angekoemen meldende dat sijn excellencie versocht hadde an die generaliteit spoedige lichtunge van 3000 waergelders om die te moegen leggen op die frontiren in steden und forten dienende tot garnisoen op dat hij te meerder machts und so viel volx als ymmer mueglick waer mochte mit den eersten te velde brengen, om also den vijant te preveciren und enige notable entreprinse van groete importance die hij onderhanden hefft te beter executiren. Daerop de generaliteit sijne excellencie toegestaen hebben 2400 der voirsseide waertgelders om daervan in aller ijll die lichtingen te doen despachieren und aneleviren na die cotifatie und verdelinge op een yeder der respective geunieerden provincien na proportie toenemen, waervan Gelderlant 100 derselver sall opbrengen, Hollant 14000, Zelant 200, Vrieslant 700, Utrecht 200, Overijssel und Groeningen elcks 100. Onse duytsche voetvolck wesende 3000 sterck und te redresseren op 15 veendeels sint int an koemen, sijnt oock commisarien gedeputiert om hun te gmoete te trecken und voortz op geweer te stellen und monsteren haar logis were vuer eerst geordiniert te Elten al waermen sie solde met soetelers accommodiren. An den vijants zijdt iss Spinola tsaderdaechs vuer paeschen to Bruessel gearriviert mitz brengende viel volx van olde garnisoenen in Naples und Mylanen und andere frontiren gelegen hebbende mit oeck een nieuw regiment spaignerden die welcke nochtans nicht alle noch angekomen sijnt meer a la filee nu und dan malkanderen volgen und viele van die haeren verloepen oock die vijant doet alle sijn forten om Oostende slichten uutgenomen Albertusfort heft oock die stad Oudenborch doen slichten om sijn heyr also viel te meerder doen verstercken. Onder s’vijants volck iss groete deserdcie und onder die regerunge groete jalousie die haere saecken vermoedelick niet seer avanciren sullen. Van die spaensche (doorh.: onleesb.) vloot iss verscheyden opinie menende, sommigen dat sie onss sullen willen mit haere toegerustede armada anveerden; anderen dat daer nicht van volgen sall mitz dat men verstaet van den gena die van daer koemen dat noch geen apparentie te vernemen iss van wat uutterichten. Die spaenschen beklagen sich over den koeninck van Groet Bretaignen soe dat hij gedoigt und to laet dat van sijn ondersaten den staten te dienste to trecken so viel daer willen; maer dat sij genen oft gaar weinich tot haeren dienste uut sijnen landen konnen bekoemen. Item dat Caron aldaer wass angesocht van sommige heren de den Staten te dienste gereets wusten te wege brengen 7000 mans so sie die van doen hadden, het welcke Caron tot dien ende an die generaliteit hefft overgeschreven. Sijnt oeck enige edeluyden aldaer geweest die den koeninck voirsseid versocht hadden om verloff, den erdtzhertoch te moegen dienen, den welcken den koeninck geandtwoerdet had, dat hij verloff hun niet konde noch wilde ontseggen, meer dat hij sie solde doen remerqueren dat sie bij und vuer allen mochten bekent werden

3.3.
waerover sie haer vuergenomen reyse verlaten hadden. Die graeff van Embden kan oeck niet langer sijn vijantlick haet (die hij tegens die stadt van Embden vuerlanges in sijn herte geconcipiert hefft und noch couvieren) bedecken, want hij nicht te induciren iss tot affdanckinge van sijn soldaten dan legt die selve ter spijt die van Embden op den huysluyden die der burger van Embden pechtert oft sunst anders derselver goetgunnert sijnt und laet toe dat dieselve excessivelick und overdrachlick beswaert worden van sijne soldaten. Oeck hefft die gouverneur opt huyss ten Oirt volgende t’exempel sijns meisters groete moet wille ge bruyckt tegens die Embder schippers, denselven die vluegelen van haere schepen nemende, und andere spijt und hoemoet die selve andoende. Die Embder scheepvaerders so met haerder stadts zebreven in spaignen waren gevaren worden daer haer persoenen gevencklick ingetogen und haere schepen gearrestiert, die waren geconfisquiert; overst die met des graven zeebreven aldaer waren angekomen worden alle vrijheyt van losschen und laden und (doorh.: onleesb.) in und tot vaeren toegelaten. Waren te sihen die goede corrospendentie tusschen den koninck van Spaignen und der graeff voirss eid undt heymelick bedrijff van haer lange gepractiqueerde desseinge. Dit iss tgenige ick u eersamen vuer ditmael heb kunnen mitdeelen, und hiermit endigende sall u eersamen mitz dieses neffens mijns fruntdienstlicke erbiedunge in die genedige protectie des Almechtigen doen bevelen. Datum ylentz Arnhem den 11 aprilis anno 1605.

U eersamen vielgunstiger frunt und medebroeder,

Wichman van Wijnbergen.

4.
Erentveste, eersame, wijse und voorsichtige goetgunstige vrunden.

Wat in die leste communicatie alhier, raeckende die differentiale vrijheyt van de jonckeren, vorgelopen und gehandelt is, dat sullen u eersamen uyt het verbael daervan gemaeckt, als oock uyt mondelinge relatie van derselver gecommitteerden verstaen hebben. Off nu villicht onse goede intentie bij den voernoemde gecommitteerden niet eygentlick ingenomen und gerapporteert mocht sijn hebben wij goet gevonden u eersamen naerder te dienen van de redenen ende consideratien, die ons beweecht hebben tot ennige moderatie vant geene op den lesten lantdach bij de semptlicke deses quartiers steden op dit stuck veraffscheyt und voer resolutie ingebracht is. Wij verstaen wel nae als voer, dat in support und behouften der tegenwoordiger oorlogen, die van de ridderschap niet weiniger als die gemeyne man verobligiert sijn, und dat onse gemeyne rechtveerdige saecke die jonckeren tho meer touschiert om dat sij als hooffden und voortsenders vant platte landt hun behoren te laten aengelegen sijn die behoudenisse, welvaert und verseeckerungh, so wel van d’onderdanen, als van hunselven, geswegen datse ongelijck meer als oert onderhorige te verliesen hebben, und dat die saeck ten archsten kommende, daer Godt voer sie den eersten ende swaersten slach die voorneemsten vant landt treffen sol. Ons is oock niet onbekent, dat die jonckeren in andere provincien niet en sijn genietende sulcke excersive vrijheden und exemptien, als d’onse pretendieren. Maer daertegens dient aengemerckt, dat tot handthaevungh und verseeckerungh van den staet vant landt so wel eendracht vrundtschap ende correspondentie als gewillige liberale contributie van noden is, und dat blievende die ridderschap und steden deses quartiers elcx aen sijner sijden over die voersseide guestie persisterende und opiniatrirende het geschil niet en sol kunnen gevonden noch beslicht worden, dan bij submissie, daer die jonckeren niet geern toe sullen verstaen, daer wij oock, so veel ons aengaet, te weiniger smaecks in hebben, om dat sulcx in dese quartieren ongehoort und ongebruickt is, neffens dien, dat t’selve bij onse naburen und mede bontgenoten allerhandt bedencken sol geven, tot geen geringh achterdeel und disreputatie deses quartiers, und dat ongetwijvelt ongelijck

4.2.
weiniger vordels voer t’quartier uyt die submissie tho verwachten is als uyt een guitlick accordt, dat partijen onderlingh sullen moegen aengaen und treffen, op den voet und maniere bij de stat van Arnhem voorgestelt. Het is wel waer, dat die van Hollant haere jonckeren in de gener aele middelen, verpondingen und andere umbslaegen van gemeyne lantzpenningen niet vrijlaten, maer deselve jonckheren genieten daertegens alle jaer, hoewel seer weinich int getal de somma van vijffduysent gulden, gelijck ons gelooffweerdich gebleecken is. Die van Vrieslant, na dat ons gesecht wort, staen haere ridderschap oock geen klein noch geringh vordel toe. Wat die van Utrecht ende anderen doen, is ons nochtertijt onbekent. Holdent in allen gevalle daervoer, dat deses quartiers jonckeren, genietende vrijheyt van middelen, als oock van XX off respective XXX mergen lantz in de schiltschattungh, daermede niet en sullen kommen t’overtreffen die prerogative vordelen und exemptien, die bij de ridderschap in andere provincien getrocken und geprofitiert worden. Hierenboven sal u eersamen gelieven te verstaen (und mit discretie te considereren) dat bij der steden vorige resolutie, den jonckeren ten platten lande immuniteyt van de generaele middelen off redemptien derselver gegunt is und dat men in plaetz van dien, die van de ridderschap inde steden woonachtich sol toeleggen eenen seeckeren penning, tot idt bereysen van landt und quartiersdaegen, daer nu, kommende het naerder goet beduncken der stadt van Arnhem plaets te gewinnen, t’quartier vant geene den jonckeren in de steden toegedestiniert was, gevrijt ende ontheven konde sijn, daerbeneffens sol het quartier inde schiltschattungh ongeveerlick een hondert gulden vijff off ses, jaerlicx tho kort moegen kommen bij der jonckeren exemptie van de voersseide XX off XXX mergen, maer daerentegens inde schattingh profiteren alle d’andere landerijen und goederen van de voersseide jonckeren, doordien se sollen schuldich und geholden sijn alle haer goet t’expressieren und te specificeren, und affgetrocken die voersseide vrije mergentalen, haer overentzich goet te laten setten und schatten, in conformite van haere naburen und sulcx op de pene und verbeurte bij onse resolutie gementioniert. In der voegen datter voer een geringes te achten is, t’welck den jonckeren boven der steden vorige resolutie sol worden toegegeven und dat ummers daerdoer d’uytsettingh van de pondtschattingh und die verpachtungh van de generaele middelen, tot groot achterdeel van de generaeliteit, und tot illusie van de consenten albereitz bij den quartier gedraegen,

4.3.
niet en behoort gesuspendiert noch getrainiert te worden, veelweiniger doet sich onses erachtens beramen, dat men des quartiers staet doer eene so kleine oorsaeck sol laten kommen in confusie, und alle welherbrachte goede enicheyt in separatie und tweedracht. U eersamen moegen ons vrijlick toegeloven, dat wij hierin niet anders dan ter goeder trouwen gaen, sonder te letten op gunst ofte ongunst, vordel ofte onvordel, so dese stat off onser yemant int particulier daer van te verwachten, hebbende onse ogenmarck alleen opt gemeine best ende s’quartiers meeste tranguilliteyt, dienst und verseeckerheyt. Und verkiesende uyt twee swaricheyden die minste, al so wij dan den middelwech bij ons voorgestelt, het gevoechlickst und aller dragelickst expedient gevonden hebben, waermede dit verschil t’accommodieren und te vergoeden alle disordre und confusie. Soe willen wij u e ersamen opt vrundtlickst und vlijttichst versocht hebben, dat deselve believe de saecke tho leggen in naerdere deliberatie ende sich entweder met ons conform te maecken, off ons t’advisieren van een raedsamer middel, waerdoor die gereesene guestie bequamelick bijgelecht und tot een beter verstandt gebracht moege worden. Verwachtende hierop uwer eersamen toeverlatige rescriptie, ende deselve der beschermungh Godes bevelende den 13 aprilis 1605.

Uwer eersamen goede vrunden,

Burgermeesteren schepen und raedt der stadt Arnhem,

Ter ordonnancie derselver,

J. Verstegen, secretaris.

5.
Erentveste, eersame, wijse und vursichtige goetgunstige vrunden.

Wat die heren Staten Generael aen dese provincie geschreven hebben und ons bij den Hove copielick toegesonden is, betreffend d’aenneminge van de XXIIIIc borger ofte waertgelders, dat geeft d’inlaege te verstaen. Und so dienvolgens ons te last leyt, die wervungh van veertich man dient dese u eersamen te versoecken, dat deselve opt spoedichst gelieve te vernemen hoe veel borgers ofte inwoonders tot desen dienst, voor de tijt van ses weken, off twee maenden binnen uwer eersamen stat tho bekommen sijn. Ende ons daervan in alle diligentie t’advertiren, sulx sal die voorgenomene expeditie van sijne excellentie sunderlingh avanciren daer wij uwer eersamen antwoort verwachtende, sullen dese eindigen, und u eersamen der beschermungh Godes bevelen. Uut Arnhem den 15 aprilis 1605.

Uwer eersamen goede vrunden,

Die gedeputeerden des quartiers van Veluwen,

Ter ordonnancie derselver,

J. Verstegen, secretaris.

6.
Eerentfeste, wijse, voersichtige, insonders gunstige guide vrunden. Wij hebben u eersamen breeff betreffende den wulven jacht ontfangen, en de daer uth verstaen, welcker gestalt deselve guidt vynden, dat bij ons een dach ende plaetze moege beraemet, ende angeschreven worden, omme mit u eersamen dern van Hatthem ende anderen te verspreken wanneer ende op wat plaetze men soedaene jacht solde anvangen. Waer op wij u eersamen ter vrundtlicker antwoordt niet sullen verholden dat wij ons den voerslach van u eersamen wel laten gevallen ende oock den jacht hoochnoedich achten, mitten iersten t’geschien, dan sien voer guidt aen dat bij u eersamen een dach ende plaetze angestemmet worde, om mit malcanderen in communicatie te treden ende te overleggen mit wat ordre ende maeniere men sulcken jacht int werck stellen sall, want ingevalle deselve geattenteert ende angevangen worde in sulcker gestalt als voermaels geschiet, solde onses crachtens daermit weynich vruchts geschaffet worden. Ende desen hiermede eyndigende doen wij u eersamen in schuts des Almechtigen bevelen. Datum den 5en may 1605.

U eersamen guidtgunstige vrunden,

Burgermeesteren, schepenen ende raedt der stadt Campen.

7.
Erentveste eersame wijse voorsienige heren ende goede vrunden.

Wij mogen u eersamen nier verhalden hoe dat wij inhererend onse binnen Arnhem als elders verclaird meynong ende eenhellige bij die aldaer bij den hooft ende cleyne steden frunden genoomen heylsame resolutie over idt different tusschen die steden ende jonckeren swevende

over oere pretensie van immuniteyt, voor ditmael uuyt onsen middell niemant geschickt tot die uuytsettinge der schiltschattong opte ampten daer wij sulcx te doen gebruyckelick zijn. Maer in plaets van sulcx een opene brieff van protest durch onsen geswooren bode daer geschickt ende dair in reden gegeven van unse niet erschijnens ofte uuytblijvens. Met guetlicke vermaning aen die jonckeren gedeputeerde ende gemeine setteren van den respective ampten. Zij wilden zulcke ordre stellen dat van oere settong (doorh.: op) aen t’geene onse ingesetener goederen ofte pachters van den executie gedirigiert word ofte wij gedencken suecken middelen ende wegen.

8.
Copia.

Edele etc. Wij hadden ons gansselick vertrout opte goede affectie die wij tot allen tiden gespeurt hebben van de heeren Staten van het furstendom Gelre ende graefschap Sutphen, totte handt houdinge van gemeine sake dat haeren edelen souden op het vertoch aen den selve gedaen op onse avergeleverde propositie sulcke resolutie hebben genomen in het stuck van den regierunge ende contributie, dat den heeren Generale Staten daerbij alle goet ende behoirlick contentement soude sijn gegeven, doch hebben tot onsen leetwesen vernomen ut die rapporten van onse gecommittierden derwaerts, dat die saken aldaer niet ten besten en seijn verloepen, ende daerop inde volle vergaderinge der heeren Generaele Staten inde tegenwoerdicheit van sijn excellencie ende den heeren statholder van Vrieslant etc. overlasen wesen die consenten van den lantschap van Gelre ende Sutphen, is bevonden dat d’selve nergens nae in proportie somen bij d’andere provincien ende unse gedane propositie (doorh.: comen) sulx dat de andere provincien een ongenoegen daar uuit sijn scheppende ende daer doer verflauwen omme een eenparige resolutie te nemen tot vervallinge van t’geene bij ons tot sonderlingh dienst van t’lant ende afwendinge van s’viants macht. Daermet die landen nu meer als te voeren schinen gedreicht te worden, versocht is, waerut dan sekerlick moeste volgen of dat het volk van oorloge daur quade betalungh soude moeten vallen in mautinatie ofte dat bij faulte van middelen men een goede partie van dien noetwendich soude moeten afdancken ende consequentelich den allen gemeinen viant bij een defensive orlooge sulken een vordert inruimen dat daerut irraparabile inconvenienten ende periculen souden moeten volgen, gelick u edelen

8.2.
dat bij haer selven wel konnen bedancken omme welckes in tvoer te kommen, ende waermet den staat van t’ samentlicke vereenichde provincien moege werden behouden ende den viant namentlicker het hoeft geboden. Is bij de heeren Generale Staten zijn excellencie den voersseide heeren statholder ende ons goetgevonden u edelen te doen versoecken (gelick bij desen wort gedaen) om desen onraet wijslick te helpen voer te commen. Ende alsoe metter daet bevonden is, dat op ordinarise lantzdagen, soo veel te doen valt dat dese (hoewel de principaelste zake) niet en wort behoirlich behartiget, ofte daerin als den noet vereischt, versien, dat oick die sake so lange niet en kan uuitgestelt worden, daerbij d’eene oft d’andere impressie offte inval van de viant selfe op u edelen quartieren, licht soude konnen veroersaecken, een groett verloep in de selve durende vursseide contentie van u edelen niet d’ andere provincien. Soe hebben wij neffens d’vursseide heren Staten sijne excellencie en d’heeren grave, nodich geacht u edelen dese te schriven ten einde u edelen wilde gelieven aan en nieuwen lantsdach extra ordinaris in aller ijle te doen uutschriven, immers die quartieren daerop vergadert, omme hen te verdragen in eene provinciale regierunge, gelick alle andere provincien sijn doende, ende consequentelick in eene provinciale quote, volgende t’exempel van andere provincien ende nu nieulanx van den heren Staten van Overijssell rijppelick averwegende, dat het onmoegelick is in sulcks ongelijckheit behourlicke (doorh.; onleesb.) eenicheit (die voer allen in eene gemeine regieringe gerequiriert wordt) te onderhouden, immers dat die van Gelderlandt ende Zutphen soude moegen commen tot gelikheit van gemeinen middelen, ende

8.3.
verpondinge neffens andere provincien ende hare consenten neffens deselve eflargeren conform onse onse gedaene propositie ende och omme te resolvieren opt redres van de sacken die welcke bij eenige van de provincien, tott noch toe gesuppleert sijnde, reden vereischen, dat andere daervan begeren te participieren gelick sij doen ende moeten doen, soe sij willen behouden bliven op heurer sijdt bijbrengen t’gene d’equiteit van den gemeine societeit, verricht sonder dat hier kan plaats hebben de allegatie van onvermogenheit, die hier soe seer niet en valt in consideratie als goede ordre, waarin so eenigen aenstoot soude moegen vallen u edelen als de verstandige cunnen wel besinnen, dat daer in niet anders dan met gemeinen raat vrij van alle eigen soeckelicheit kan geremediiert werden ende dat in gemeenschap niemant kan besonder sijn eigen richter sijn, trekke gelick wij niet en twivelen, of u edelen en sullent met onse alsoe verstaen. Soe verwachten wij u edelen reschriptie, mit begeren dat u edelen bij aller iersten gelegenheit ommers binnen den titts van uuterlick verthien dagen onse believe te veradvertieren van de tijtt dat de vursseide lants ofte quartiers dagen sullen utgeschreven sijn waermet tegens denselven titt eenige gedeputierden derwaerts moegen worden gesonden hiermede,

Edelen etc., in ‘s- Gravenhage den 26 may 1605. Was geparaphreert Duvenvoirde vidit. Onder stonde u edelen goede vrunden, die Raden van State der vereenichde Nederlanden. Leger stonde, ter ordinantie van derselve. Was onderteickent: G. van Zuilen. Het opschrifft was edelen etc. cantzler ende Rhaeden des furstendoms Gelre ende graeffschaps Sutphen.

9.
Erentfeste eersame voorsienige und discrete insonders goede vrunden.

Wij moegen u eersamen nyet verhouden, hoe dat door dye kompste van den vijanden opten riviere van den Rijn de navigatie opten selven stroom beginnende te cesseren und mitt dye daerop doer last van de heeren Staten Generael ervolchde stroomsluitingh dye pachters van deses furstendoms ende graeffschaps tollen uuith machte vant XVe articule der pacht voerwaerden aen ons opgekundicht hebben oere pacht ende versocht daervan te worden ontslaegen. Unde all ist daerop onsseres erachtens weynich off geen swaericheyt kan vallen soe hebben wij gelicke wel voort eerste daerop nyet anders willen doen, dan hun respectivelick bij provisie te lasten den tollen waer te nemen, ende van oere vertollinge ende ontfanck goet register te houden, unnd dat sunderlingh in aenmerckinge dye tijt voor dye handt is, dat volgende dye resolutie van den heeren Staten hooch unnd welgedachtes furstendoms ende graeffschaps hyer jongst t’ Arnhem opten landtdaege genoemen soude behooren geprocediert te worden tot nyewe verpachtinge voor den tijt van drye jaeren. Maer alsoe wij geen apparentie en sihen dat den vijandt den stroom lichtelick sall verlaeten unnd daertoe

9.2.
gans onseecker wanneer dye stroomsluitinge (durende dye weecke oeck geene verpachtongen wel kunnen vallen) opgegeven sall moegen worden holden wij idt ongetwijffelt daer voor indien dye voorsseide resolutie soude naegegaen worden, dat de tollen verde onder haere weerde ende gans in disestime souden kommen te loepen, jae all waert oeck soe dat dye stroomsluitinge soude aenwedersiden moegen affgedaen worden want soe lange den vijandt opten stroom blijft (aen den welcke dye schipperen groote ongelden moeten betaelen) idt bij experientie voor desen is bevonden dat dye schipvaerth in sulcken fuege alst sunst wael plege met en is gefrequentiert geweest oeck van nu voortaen nyet min te verwachten ende hebben onder sulcx goet gevonden dye saecke mitten gedeputierden ende magistraten vanden hooft ende cleine steden der respective quartieren te communicieren. Guetlick derweegen versouckende u eersamen believe t’geene voorsseid te leggen in deliberatie ende ons volgents te advisieren wat d’selve in haeren respecte ten meesten oorbare ende gevallen van den voorsseide heeren Staten van beijden souden verstaen te behooren te geschien, nemptlick dye verpachtinge off collectatie ende daer plaets gegeven soude worden de collectatie

9.3.
off alsdan de olde collecteurs (soe noch in leven sijn) wederom aengestelt sollen worden, waermede dan solde cessieren ende stylstaen de jaerlicxe pensionen die den collecteurs bij de heeren Staten deses landts sijn tegelacht, waer op soe kortt doenlick verwachtende u eersamen rescriptie.

Erentfeste eersame voorsienige unnd discrete insonders goede vrunden bevelen u eersamen hiermit Godt almachtich. Geschreven in de Camer van den Reeckeninge t’Arnhem op ten 27en july 1605.

U eersamen goede vrunden,

dye eerste ende andere verordente van der reeckeninge in Gelderlandt,

Schrassert, 1605.

10.
Erentveste, eersame, wijse, voorsichtige goetgunstige vrunden.

Om te beantwoorden uwer eersamen schrivens van den 24en deser, sall dienen voor bericht, dat hier t’Arnhem und in andere steden duckwils dergelijcke krancke soldaten, als u eersamen nu ontfangen, hebben bij sijn excellencie off bijden Rade van State, om dieselve te doen curiren und verplegen, gesonden worden, waervan die gasthuisen voor elcke persone daechs profitiren vier stuvers, tegens over leverungs van pertinente declaratie, daerin genominiert und geexpressiert staen, die krancken und gequetsten. Item onder wat capitein sij dienen und op welcke dagen sij inden gasthuise gekommen, und daer wederom utgegaen off gestorven sijn. Maer wat aengaet derselver nootdurfftige rustungh, van klederen, hemden, schoenen etc., daermede warden die arme gesellen, door goethartige burgeren, ter liefde van Gott und van die gemeine saecke, te mitz wel gesoulagiert, sonder (doorh.: sader) nochtans, dat wij off die magistraten gewoen sijn voor sulcke soldaten eenige klederen tho becostigen, und t’selve aen die Gen eraliteit tho verhalen, off tho profitiren d’welck wij u eersamen tot narichtungh niet verhalden moegen, dieselve hiermede Gottlicker protectie bevelende. Utt Arnhem den lesten augusti 1605.

Uwer eersamen goede vrunden.

Die gedeputierden des quartiers van Veluwen,

Ter ordonnantie derselver,

J. Verstegen, secretaris.

11.
Erentveste, eersame, wijse und voersichtige goetgunstige vrunden.

Dese dient u eersamen te versoecken, dat deselve believe daert niet geschiet waer, tho procederen tot d’uytsettungh van uwer e ersamen stats portie inde schiltschattingh op den lesten lantdach bij desen quartier geconsenteert, wesende even als verleden jaer ende deselve tot s ‘quartiers behouff tho doen collecteren und uytkeren, so bald enichsins moegelick waermede wij u eersamender beschermungh Godes sullen laten bevolen sijn. Utt Arnhem den 7en septembris 1605.

Uwer eersamen goede vrunden.

Die gedeputeerden des quartiers van Veluwe,

Ter ordonnantie derselver,

J. Verstegen, secretaris.

12.
Erentveste eersame wijse ende vursienige heren ende goede vrunden.

Alsoe wij onsen mede raetsfrundt Gerrardt van Wenckum hebben affgeschickt om met u eersamen in communicatie te coomen over die besendinge des aenstaende quartiers ende tgene daer aencleeft jene geern u eersamen gelieven wille die vursseide onsen mederaetsfrundt zijnes vuergeevens guetlick aff the hooren zijn eersamen als ons selffs volcoomen geloove tho stellen endesich tegens hen alsoe vernheemen laten, als u eersamen werden bevyndende te behooren ende die gelegentheyt in dese conjuncture te vereyschen des wij ons alsoe tot u eersamen sinnen verlatende, dselve u eersamen Godtlicker protectie bevelende. Datum den 30 septembris 1605.

U eersamen ende lieve goede vrunden,

Burgermeesteren schepenen ende raedt derstadt Harderwijck.

13.
Ersame ende vursichtige besonders goede vrunden. Uuyt bijliggende copie van de publicatie, ons door de heeren Staten Generaell toegesonden, en de bij den conninc van Groott Britannien laten doen, sullen u eersamen grouwelick verstaen het provinelick verraet, dat tegen sijne majesteit die conning inne den jongen princen sijnen soon, mit alle den adell ende gecommittierde van de steden bij eenen Tomas Percey engels edelman, was voergenamen te exploicteren, twelc Godt belieft heft sijne majesteit genadelick te laten ontdecken van den daerdoor desselffs persoon, te bewaren ende het gantsche rijck te conserneren voor onderganck, ende alsoo de vereenichde provincien mitsgaders de gantsche chrystenheyt, mit redenen sich aver dese ontdeckonge hebben te verblijden, dewijle de consequentie daervan voornemelick den staet derselver mede is aengaende ende den almoegende Godt te bidden dat hem belyve sijne conincklicke majestei t ende desselffs rijcken mitgaders den staet van de crystenheyt maer particulierlick van de vereenichde provincien voor sulcke ende dergelike verraderien ende listige practiquen steeckende tot onderganc van de ware christelike religie te bevrijden en de te bewaren, soe is bij de heeren Staten Generaell goetgevonden t´ordonnieren eenen

13.2.
algemeinen vasten ende biddach op ende tegens den vierden decembris naestcommende ouden stijls. Is daerom ons gesinnen dat u ersamen den vursseide vast ende biddach doen vercondigen ter plaetsen daer sulcx gewoentlick is te geschieden, ten eynde een iegelick hem daernae reguliere ende ten vursseide dage van alle handtwerck ophoude bij sekere poene daertoe te ordonnieren. Mit bevelungh des Almechtigen. Geschreven t´Arnhem den 19en novembris 1605.

Cantzler ende rhaden des furstendums Gelre ende graeffschaps Zutphen,

Ter ordonnancy van deselve,

W. Sluijsken.

14.
Stadtholder, cantzler ende raden des furstendombs Gelre ende graefschaps Zutphen.

Ersame voorsichtige lieve besondere ende goede vrunden. Sijnde ons ten handen gecommen die propositie van den consenten voort toecommende jaer, tot stuer van den oorloge gevordert, ende ernstelic versocht, dat den lantdach mitten yrsten uutgeschreven daerop resolutie genamen ende tijtlic ingebracht werden in aensien van de tegenwoordige gelegenheit van den tijt ende aendringenden noot, die dese lantschap meest is rakende ende daerom nodich is te toenen dat ons onse eigen behoudenisse ten herten is gaende. So hebben wij goet ende noedich gevonden den lantdach uut te schriven tegens den negenden aenstaenden maents decembris des avonts seeckerlic ende sonder langer uutstel alhier tot Arnhem in te commen, ten welcken dage ende plaetse u ersamen derselver genochsame gecommittierden preciselic sullen hebben te seinden om des volgenden dages die voorsseide propositie ende wat sunst tot welstant der lantschap sal worden voorgedragen aen te hoeren, ende daerop neffens die van de ridderschap ende d’andere afgesanten der steden voor ende mit ruggestellongh van alle andere particuliere saken te helpen resoveren als in dese conjuncture ten meesten dienst des gemeinen vaderlants ende billicken contentement van de andere provincien onse bontgenoten sal moegen strecken, ende ons op die gewisse comst ten voorseide eigetlicken dage so lief als u ersamen t’vaderlant is, ganschelic verlatende op dat den lantdach voort volgende hoochtijt geendicht moge worden, bevelen wij u ers amen Gades protectie. Geschreven t’Arnhem den 19en novembris XVI c ende vijf.

Ter ordonnancy van derselve,

E. Engelen, 1605.

15.
Eersame ende voorsienige insonders goede vrunden.

Alsoe op den 5en artyckel van den memorie bij de van den reeckeninge de landtschap op ten naestverloepenen landtdach overgegeven onder anderen voor expedient gevonden is, dat omme soe viel doenlick te remedieren de merckelicke abusen ende frauden op des landts tollen vagelicx bij den coop ende schipman gepleecht, wij seeckere gevouchlicke ordre souden doen concipieren und d’selve den steden voordien aenstaende landtdage toe seynden, om dye gevisitiert daerop bij d’selve landtschap geresolviert te worden. Soe hebben wij tot volcommige van de voorsseidehaere edele lieve eerssamen ende ge goede geliefte beraempt ende op pampier doen brengen dye bijgaende artyckelen ende forme eener burgerbrieff in hapeninge dat mits d’selve gearrestiert ende ten effecte gebracht wordende t’meerendeel der voorsseide abusen ende frauden sullen voorgekommen ende te gelick gebeneficiert kunnen worden dye burger neronge van u eerssamenstadt, dye welcke andersins vreembden wort toegestaen, ende den ingesetenen van den steden benaemen. Goetlick daeromme versouckende u eerssamen believe d’selve toe examinieren endehaere gecomm ittierde ten aenstaenden landtdage daerop van deroselver goetvinden, laeten kommen

15.2.
volcommentlick geinstrueert ten eynde volgents neffens dye van den rydderschap ende andere stedegesanten te moegen worden geresolviert ende besloeten sulcx als in billickheydt tot stainhoudinge van des landts hooch ende gerechticheydt bevonden sal worden te behoeren. Ende hiermede ersame ende voorsienige insonders goede vrunden dye almoegenden Godt sij met u eerssamen. Datum Arnhem den 22en novembris 1605.

U eerssamen goede vrunden.

Catzler ende Raeden sampt die luyden van der reeckeninge in Gelderlandt,

E. Engelen, 1605. Schrassert, 1605.

16.
Memorien belangende idt stuck van den tollen.

  1. Dat de steden wel solden doen eenen seeckeren dach int jaer (dyen alle tijt t’behalden) te beraemen ende de camer daer van verstendigen, op welcken nywe borgers aengenoemen alle borgerbryven gegeven ende vernywet daer van uuthgesondert ingeboerene ende ingehijlickte borgers dyen aen denselven dach niet te verbynden solden worden sonder voir oft nae ennige persoenen tot borgers aen toe nemen oft borgerbryven t’geven ader vernywen, und welcke voir ader nae den dach aengenoemen, gegeven oft vernywet weerden van geener weerden t’sijn.
  2. Item dattet aennemen der borgers idt geven ende vernywen der bryven nyet soude gedaen worden, dan met voirgaende deliberatie en de bewillonge van den geheele magistrait elckes stadts.
  3. Item dat die geene die de borgerbryven ontfanckt, die selffs in persoene sol commen lichten und sonder simulatie solemneele eedt opten inhalde vandyen doen.
  4. Item twee maenden int jaer to beraemen in welcke alle borgers, die den meesten tijt des jairs t’scheeps varen nae dat se jaer ende dach borgers gewest, der geldersche ende andere steden op de geldersche tollen vrijdom hebben ende genyetende mit haere geheele huisgesin sullen verplicht sijn

16.2.
(soe in gelicke fuige sulcx int Sticht van Utrecht oick voir ennige tijt int jaer (doorh.: gehalden) gehalden wordt) in de steden haerer borgerschap te vooren ende residentie t’halden, und wie sulcx nyet dede dat se geen vrijdom op de tollen sullen genyeten.

  1. Item dat alle borgers commende mit haere schepen ende goederen aen den steden haerer borgerschap, dat sij aldair (indyen daer een tolle licht) sonder oirloff aen den tollenaer toenemen nyet voirbij sullen vaeren op verboirte van haer schip, goedt ende burgerschap.
  2. Item dat die magistraten der steden de borgerbryven solden geven naer inhaldt bijgelachte concept.
  3. Item geen coorn onder houdt oft plancken te leggen ofte storten, ende daert gedain worde, dat de schippers tot haeren costen t’houdt ende plancken sullen ontladen.
  4. Item dat alle coopluyden ende schippers schuldich sijn te verclaeren wat goederen sij geladen hebben, und soe daer nae int besien andere goederen worden bevonden dat d’selve sullen sijn verboirt.
  5. Dat men den coopman oft schipper sal moigen eedt affnemen geen andere waren inne t’hebben dan hij verclaert heft oft gesien connen worden.

16.3.

  1. Item de fraude op de tollen begaent sullen neffens de voirhenne genseerde straff haer vrijheyt verlyesen ende die weder moigen genyeten.
  2. De factoers, herbergyers, wärden ende maickelaers van vremden ende onvrijen coopluyden geen vryheyt te sullen genyeten.

    Dit allet bij provisie tot dat anders geordonneert solde worden.

17.
Concept van burgerbryff.

Wij burgemesteren schepen ende raedt der stadt van N. doen kondt ende fuigen mits desen apenen bryve dat N.N. onser stadt ingesetene mitburger voir jair ende dach geweest ende alnoch is alhier sijne stedige residentie ende woonplaets voirts huys fuyr ende roock gehalden en de noch is haldende, daerbeneffens alle gebuerlicke stuyr van contributien schattingen wachten und alle andere burgerlicke lasten betalet haldet ende draeget hebbende. Wijders voir ons mit opgereckte vingeren gestaeffs eedts, lieffelick aen Godt ende sijn hillich evangelie gesworen dat idt merck hieronder gestelt ende geschreven sijn selffs merck (twelck hij in alle coopmanschappen gebruyckt) is und dat hij onder t’decksel vant selve noch op desen sijnen borgerbryff egeenerhande goet voir bij der heren landen ende steden tollen noch de wachten vandien op onser stadt rechten pryvilegien ende vrijheiden fuyren noch doen fuyren of verdedigen sal dat ennige burgeren die niet

17.2.
So vrij als hij ende gelijcke burgerbryven als dese van ons verworven ende verkregen hedden, of dat eenige onvrije personen toebehoirt verloift verkoft ader toegesacht were oft part ader deel gewin oft baete schaede ader verlos aen oft te verwachten hebben oft dat hij sunst mit eeniger hande lose koop ader practiquen van anderen onse burgeren niet wesende aen sich verkregen hedde dat hij oick uuit cracht van ennige andere stadt burgerschap geen vrijdom op tollen sal genieten. Begeren demnae aen alle amptluyden tollenaeren ende andere officieren privilegien endevrijheiden tolvrij laeten passieren daer aen gebhiet uns vruntschap . Oirkondt deser stadt secreet segel beneden opt spatium deses gedruckt. Gegeven etc.

18.
Eerentfeste eersame voorsienige insonders goede vrunden.

Die bijgaende copie gift u eerssamen te verstain watt Jan Steenbergen de jonge op ende tegens die mombers van zaliger Thijs Beernts en onmundige kindt ons supplicerende ende versouckendeis. Und dewijll nyet allene billick ende behoorlick, datt der suppliant in conformiteyt der coopnotelen gebeure ende gedain werde behoorlick transport ende opdracht van den goede inder supplication geroert maer oock t’selve goet langer nyet en mach ongequalificiert worde bezeten zonder mercklicke prejudicie van des lants hooch ende gerechtichheyt.

Versoucken wij u eersamen believe so een der mombers als oock Eve Beernts als bestemoeder ende Thijs Beernts en een mede bloitmomber over den vursseide onmundigen kinde aldaer ter stede woenende voor sich te bescheyden, und bij alle gevouchlicke middelen t’induceren om tegens den 13en aencompstiges maints decembris des morgens ten negen uren t’sij in persoon oft door genouchsame volmechtigen alhier voor ons ter cameren te erschijnen ende voor eerst opten onverstande so sij mitten suppliant over die coopvoorwaerden hebben gehoort zijnde inder redelicken te worden verleecken dienvolgende die

18.2.
missusen inden goede gepleecht se beteren, voorts to profijte van den suppliant tegens erlegginge der resterende coop pe nningen te passieren gebeurliche brieven van transporte, oft so zij mits de voorsseide oeren questie souden difficulteren ende also vertrecken datt van die missbruicken geen affdracht gedain ende die behoorlicke qualificacien nyet te wege gebracht wurde souden wij volgenss die rechten der heeren goederen opten goede door den keurmeester moeten doen prederen, twelck den unmundigen nyet en dient. Ende also der twede bloetmomber Gerrit Wychers inden ampte van Epe is woenende schriven wij ten gelijcken eynde an den scholtis aldaer. Mit bevelinge Godes. Geschreven inde camer van de reeckeningen tott Arnhem op ten 26en novembris anno 1605.

U eersamen goede vrunden,

Die eerste unnd andere verordente van den reeckeningen in Gelderlant.

Schrassert, 1605.

19.
Copie.

Aen mijn heeren van den reeckeningen die eerste und andere van desen furstendom Gelre ende graeffschap Zutphen.

Verthoont dyenstelick meester Johan van Steenbergen de jonge hoe dat hij inden jare 1603 inden maent van novembri nae voirgaende publicatie bij barnender keerssen int oepenbair int kerspel van Epe ten huise van Egbert Henricxen, gecoft heft seecker heeren goedt dat eertijts toebehoirt heft Jurrien Havercamp, gelegen in den ampte van Eep boven die Grifte, ende dit van Eva Beerndts bestemooder van Johan Thijssen naegelaiten onmundige kyndt van saliger Thijs Beerndtssen mede ten overwesen van Henrick Rijnvisch van wegen des magistraits der stadt Elburch, daer het erffhuis van den vorss Thijs Beernts gevallich was, daer oick bij waeren als bloitmombers Johan Thijs ende Gijsbert Wijchers ende dit voir d’somme van seshondert daler tot dartich stuver t’stuck, daerop betailt omtrent die vyerhondert daler wesende de suppliant willich die reste te betailen dan daer valt questie dat suppliant seyt ende die coopsvoirwaerden mede brengen dat hij suppliant aen die voornoemde coopspenningen corten solde moigen de hooftsomme van die ackeren die uuth idt vorss eide heeren goedt verpant waren, ende noch daer toe eenen goltguldenende dit nae inholt van die pandtbryven ofte pandtverscrijvongen, soe nu dese vercoopinge geschyet is mit u edele lieve ende genedigen consent ( die suppliant refereert sich tot die minuten van die missiven van den vorsseide jaer 1603) compt die suppliant tot edele, l ieve ende genedigen. Versuicken wel dyenstelick besloiten bryven aen die magistrait van den vorsseide stadt Elburch daer die bestemoeder ende oick die vorsseide Johan Thijs woonende sijn daer bij haer eersamen versocht worden die voorsseide

19.2.
Twee persoonen voir sich te bescheyden ende te berichten dat sij op eenen dach bij u edele lieve ende genedigen aen te stellen alhyer in persoon ofte durch genoichsame volmechtige erschijnen, om eerstelick in haeren staet te worden verhoirt ende verdragen nae inhalt van die vorsseide coopvoirwairden ende voorts ter selver tijt (ontfangende haere resteren de penningen) opdracht te doin nae natuir des goedts sulcx dat den suppliant bij leven und sterven (want het een onmundich kyndt aengait) wel verwairt sij.

Gelijcke bryeven versoickt die supplant aen den scholtis van Eep Gerrit ten Holt om voir sich te bescheyden Gijsbert Wijchiers als sijns ampts onderdaen (wesende die tweede bloitmomber) ende hem te bevelen als vorsseid staet, mit comminatie soe sij drye persoenen op den aengestelden dach alhyer nyet en compareren dat suppliant (nederleggende de resterende penningen) van u edelelieve ende g enedigen bij provisie alsulcke actie sal worden verleent, daermede hij verwairt sij tegens alsulcke recognitie als dat sal behoiren, dit doende etc..

20.
Die mombers van zalige Ties Behrntss kindt Johan genaimt und de bestemoeder genantes kindts then overstaen burgemeester Henrick Rijnvisch van wegen des magistrats der stad Elburg willen verkopen idt erve und guidt in desen ampte Epe gelegen so idt selve voermals Jurgen Havercamp nagelchen und nu ther tijtt mit hoge und lege und alles gelegen is, nemlick als de vorsseide Ties und sijne huisfrouwe hebben stervende nagelathen. Darvan verkoft wesende an Johan van Steenbergen idt Vossebroeck mit den ankleef van dien: werd ock hier unverkoft geholden idt landt over die Grift gelegen den Rentheler geheten.

Up dat vorsseide guidt, vrijhers guidt synde, sall blijven alle vurecht, item heregeldt und sunst van naturen darup gehorende, item een schepel rogge des jahrs erflick an die kercke tho Epe, so veren de kercke dartho recht heft.

Dit vorsseide erve sall verkoft werden mit insetten van kehrtzen slagh.

Weil hoegst insettet sall verdienen twe pundt groet.

Van iedre twintig daler hegens sall men einen genieten, und ein int gelegh wesen.

Wen twe gelijck spreken, sall neyt weder uphangen.

Up dien kooppenningen gemeltes ervens sall de slagholder komstigen midtwinter betalen drie hondert karolus gulden tho twintig st uvers, de reste komstigen Martini, mits alsdan darbij leggende van sestien penningen einen tho interesse.

20.2.
An dem kooppenningen sall men kurten die hoofdsummen der verpanden ackers und einen golden gulden tho 28 stuver an sinte Anthoniss oft anders welckes slagholder na inholdt der pandtbrieven oft pand verschrijvingen sall muegen lossen.

Der slagholder sall stellen twe in Epe geerfde und huissholdende burgen tho genuegen der verkoperen die mit dem principalen ein vor alle und thosamen sullen beloven bij gerichtlick verwunnen panden tho betalen, und bij mangel van betalingh mit daidtlicker executien (doorh.: of) vorth tho varen.

Slagholder sall tho sijnen laste dragen idt insettel und hegelgeldt.

Woveren idt vorsseide erve niet tho genuegen der verkoperen kunde gelden, muegen sie den slagh ock mit kehrtzen uthgenghe an sich beholden, sonder iemand verdienst tho geven, allein int gelagh drie karolus gulden.

Bij de leste betaling sall men behoorlicke updracht doen, und allen vorkommene af doen.

Konde de slagholder giene boergen krijgen, als vorsseid, sall men idt guedt weder uphangen, und wat idt minder geldt mit dadtlicker executien an hem verhalen.

Up desen verwarden heft ingesatt idt versseide erve Jaen Witthens vor vijfhondert vijf und vijftig daler 555,

Heft gesegt twintig daler 20,

Meester Johan Steenbergen gehogt vijf en twintig 25,

-------------------------------

Hiermede heft mr. Johan

20.3.
Steenbergen den slagh gekregen, sijne burgen sind Henrick Harman Steenbergen und Gerrit Stenvess. In orkund der wahrheit is dese bij contrahenten underschreven. (doorh.: and) Am 23 novembris 1603.

Jonge Jan Stenverss (get.)

Johan Tiess(huismerk)

Gijsbert Wijchers (huismerk)

Henrick Rijnvisch

Eva Behrntss (huismerk)

Dit alles vorsseid is gerichtlick gepasseert vor dem schulthes van Epe und gerichtsluden Joachim van Huets und Jacob then Holthe. Orkund underschrijving, ut supra.

Gerart then Holt, scholtus tot Epe, Jacob then Holt, Jochem van Huets.

20.4.
Op huiden den 8 january anno 1604 heft meijster Jan van Stenbergen in bijwesen Henrick Rijnvisch oever geteldt die summa van drehondert gulden ad 20 stuver und is hier mede betaelt sijn erste termin in dese verschreven summa is affgetogen die onkosten van die winkop, actum ut supra.

Op de voirsseide koippenningen heft meester Johan Steenbergen betailt noch twe hondert soeven ende tnegentich karolus g ulden tot 20 stuvers tstuck, an Eva Beernts. Geschiet den 13e january anno 1605.

Arent Fruntlefs

21.
Erentfeste wijse vorsichtige inso[nders guede] vrunden, also worden geadv[ertiert] [..] einer uuith Weluwe genombt Johan […] sich in des viandtz dienst begegen […] vergangen uuith Oldenzeel getugen […] bij sich hebbende enige andere om sich under die Iszele in Weluwen tobegeven, unnd aldaer up den reisenden [. ]an tepessen unnd henwegh tobrengen en hebben wij u eersamendaer van wel willen verwittigen, daermede dieselve sulcx wijders up Arnhem, unnd den andere nabuir steden mugen gelangen laeten unnd die gesellen vorsscreven achterhaelet worden unnd vuer dieselve in[..] in schade geraede. Sie hebben anders gien gewehr als verre jagers unnd b[..] unnd hebben oevergetogen klederen, doende u eersamen hiermede in schutz dess Almechtigen bevelende. Datum den 9 decembres anno 1605.

U eersamen guede vrunde,

Borgermeisteren schepen unnd radt der stadt Zwolle.