Cookiemelding

Het Streekarchivariaat Noordwest-Veluwe is wettelijk verplicht toestemming te vragen voor het gebruik van cookies en u te informeren over het gebruik van functionele cookies. Cookies zijn belangrijk voor onze website.

Het Streekarchivariaat Noordwest-Veluwe gebruikt functionele cookies, maar daarnaast ook cookies voor het beheer van de webstatistieken. Deze cijfers gelden als noodzakelijke feedback om de digitale dienstverlening en de vindbaarheid van de site te verbeteren. Daarnaast worden de webstatistieken gebruikt om verantwoording af te leggen aan de deelnemers van het Streekarchivariaat Noordwest-Veluwe en subsidieverstrekkers.

Bezoekers van de website van het Streekarchivariaat Noordwest-Veluwe blijven anoniem. Ook voor cookies geldt dat ze nooit direct aan individuen zijn te koppelen. Streekarchivariaat Noordwest-Veluwe gaat vertrouwelijk om met de gegevens die door middel van cookies worden verzameld.

De website van het Streekarchivariaat Noordwest-Veluwe is alleen bereikbaar als u cookies accepteert!

U bent natuurlijk altijd welkom op de studiezaal van de 5 vestigingen van het Streekarchivariaat Noordwest-Veluwe

Ik accepteer deze cookies

Meer informatie over cookies »

grote oorlogbanner2.jpg

Brievenboek Doornspijk 1823

Inventarisnummer196
(Brievenboek GA Doornspijk)


1

Inzending der declaratoiren voor het suppletoir patentregt.

Den 2 januarij 1823

Aan den heer controleur der directe Belasting te Harderwijk.

Ik heb U Edele strenge hierbij in te zenden twee declaratoiren voor het suppletoir patentregt over het laatste kwartaal van 1822

De schout van Doornspijk
(getekend) H.B. van Jeveren


2
Inzending der opgave van geboorte en overledenen

Den 6 januarij 1823

Aan den heer hoofdschout van Overveluwe te Heerde.

In voldoening aan het besluit van den heer Gouveneur dezer Provincie d.d. 19 sept. 1818 6408/8 (Provincie blad 154) heb ik de eer UHW Geboren de Staten van geborenen en overledenen van het jaar 1822 in te zenden.

De schout van Doornspijk
(get.) H.B. van Jeveren

 

Model A
Staat van het aantal geborenen in de gemeente Doornspijk gedurende het jaar 1822

Geboren 1822:

Mannen 46
Vrouwen 42

Bovenstaande staat op gemaakt overeenkomstig de aanteekeningen en de registers van den Burgerlijke stand door mij schout der gemeente Doornspijk den 6 januarij 1823

(getekend) H.B. van Jeveren

 

Staat van het aantal overledenen in de gemeente Doornspijk gedurende het jaar 1822

Overleden 1822:

Mannen 28
Vrouwen 29

Bovenstaande staat op gemaakt overeenkomstig de aanteekeningen en de registers van den Burgerlijke stand door mij schout der gemeente Doornspijk den 6 januarij 1823

3
Eigendoms veranderingen

Den 6 januarij 1823

Aan den heer controleur der directe belastingen te Harderwijk

Naar aanleiding van Uw Wel Edel Gestrenge geëerde van den 3 dezer heb ik de eer Uw Edel Gestrenge hierbij over te zenden de leggers voor de gebouwde en ongebouwde eigendommen van het schoutambt Doornspijk, met vriendelijk verzoek mij dezelve na daarvan het nodige gebruik gemaakt te hebben te willen retourneeren te gelijk met de registers der eigendoms veranderingen.

Voor de gebouwde en ongebouwde eigendommen welke ik nog niet terug ontvangen hebbe.

De Schout van Doornspijk
(getekend) H.B. van Jeveren


                                                                     
Aan den Heer Inspecteur Informatiën der dir. Belastingen enz.
Nopend M.I. Polinder te Arnhem

den 10 Januarij 1823

In antwoord op Uw Edelgestrenges invitatie van den 2den dezer maand 316

Ind[...]: te g te Personeel geef ik mij de eer Uw Edelgestrenge te vesoribeeren, dat M.I. Polinder ongetwijfeld de nodige kennis om den Post van Schatter voor het Slagten  te Hattem waar te nemen, doch wat de geschiktheid aangaat, ik zulks niet geheel zou durven opgeven uit hoofde hij door zijne blessures zwaar kreupel geworden zijnde, niet zeer vlug ter been is, terwijl , wat betreft zijne genegenheid om dien post te bekleden deze persoon mij verklaard heeft, dat hij in de verwachting dat hij/zij bij wijze van tractement of andere beloning in deze post een klein middel van bestaan zoude vinden, zeer genegen was dien te bekleden, en zeer gevoelig voor de goedheid van het bestuur, dan wel aan zijn ingediend verzoek eeniger mate te hebben willen gehoor geven.

5
Vrijstellingen van den dienst der nationale militie

De Schout van Doornspijk  H.B. Van Jeveren – den 13 Januarij 1823 – Aan den Heer Gouverneur van Gelderland te Arnhem.

Door deze heb ik de eer Uw Hoog Edele Gestrenge te berigten, dat zich na dien aangaande gedane publicatie geen personen bij mij hebben aangemeld ter verkrijging der vrijstellingen, bepaalt bij artikel 21 der wet van den 8 Januarij 1817, en artikel 3 der wet van den 27 april 1820.


6
Inventaris der bewijsstukken voor de nat. militie

De Schout van Doornspijk (geb[...]) H.B. van Jeveren, den 13 Januarij 1823

Aan den Heer Gouverneur Van Gelderland te Arnhem

In voldoening aan AvtB Van UH te G: besluit van den 12 november Jongs Leden no 4996
(Provinciale blad 113) heb ik de eer Uw Hoog Edele Gestrenge hierbij in te zenden den inventaris en Bewijsstukken van zoodanige lotelingen die om andere redenen dan ligchaamsgebreken en gemis aan taille in vorige ligtingen provisioneel. Zijn vrijgesteld geworden.

De Schout van Doornspijk
Geb. H.B. van Jeveren


7
Staat der Beeken

Den 16 Januarij 1823

Aan het lid der commissie Van Landbouw in Gelderland te Doornspijk

In voldoening aan Uw Wel Edele Gestrenge geëerde missive de dato 14 december  a. P. heb ik de eer Uw Edele Gestrenge hiernevens in te zenden eene opgave der in deze Gemeente bestaande stroompjes of beken, zooveel mogelijk met aanduiding van derzelven oorsprong, loop en uitwatering: Terwijl ik mij verzekerd houde dat de Staat des Landbouws, en de meer of mindere vorderingen in de Landhuishoudkunde, Uw Edele Gestrenge Zoodanig en alle details bekend zijn, dat ik mij niet in staat bevond om tot deze kennis iets bij te dragen.

De Schout van Doornspijk
geb: H.B. van Jeveren

Staat der Beeken en verdere Waterafleidingen in het Schoutambt Doornspijk aanwezig.

1e.      
De Eekter Beek; dezelve ontstaat uit het water dat van de zijde van Oldebroek komt, loopt dwars door den Jukweg, door het Landgoed ter beek, en verenigt zich bij het huis Putten met de Puttener Beek.

2e.      
De Haarbeek; dezelve ontstaat uit het bovenwater, dat zich in dezelve bij het Landgoed de Hare, uit verschillende kleine sloten en kanaaltjes vereenigd, dezelve loopt van de Hare, tusschen landerijen, ontbreekt tevens tot een gemeene weg tot aan den Oostdijk, langs welken zij voortloopt tot aan den Stadsweg, waar zij den naam van Puttener Beek ontvangt.

3e.      
De Puttener Beek, welke alleen ontstaat uit den toevloed van water welke dezelve van de twee voornoemde beken ontvangt en welke langs het landgoed Putten, met verschillende kronkelingen door de landerijen tot aan Elburg voortloopt, waar dezelve door een kunstkanaal, dwars door het brakke  water de stadsgrachten in de stad geleid wordt,  en alzoo gestadig versch water aan de ingezetenen  van Elburg, verschaft zich aan de andere zijde der stad, in de stadsgracht ontlastende, en alzoo in zee uitloopt.

4e.      
De Papenbeek; dezelve ontstaat uit de samenvloeijing van verscheidene slooten en krijgt eerst den naam van Beek tusschen de zoogenaamde bovenweg, en loopt dwars door weiladen, tot dichtbij de Doornspijker kerk waar dezelve zich dwars door den Zeeweg door eene sluis in zee ontlast.

5e.      
De Hazelbeek; dezelve ontvangt de naam van beek dicht aan de glinde, en loopt eerst een eindwegs  nagenoeg in dezelfde rigting als den Hoge Weg, tot boven het Landgoed Klaarbeek, waar dezelve in bijna regte rigting door dat Landgoed; dwars door den hoogen weg, tot aan den lagen weg voortloopt, aldaar langs den Veldweg tot voorbij het achterwegje stroomt, en aldaar dien weg verlaat en meterwege kronkelingen Zuidwestwaarts voorbij karmelieten Hul loopt, en zich niet ver van daar dwars door den zeeweg, en Zee ontlast.

6e.      
De Sijpelbeek; dezelve verzamelt zich tot eene beek niet ver van den Mezenbergerweg en loopt dwars door het achterwegje en den Zeeweg, bij klompenburg in zee.

7e       
De Bulsem Beek; dezelve ontstaat niet ver van den Mezenbergerweg en den Horsterweg, waar dezelve den naam van Vaarbeek draagt, en vandaar naar het Zuidwesten in zee vloeit.

8e       
Het Enge beekje; welke een gedeelte van den gemeene weg tussen Elburg en Harderwijk uitmaakt, en tot aan de Nunspeter molen voortloopt waar dezelve den naam van Molenbeek draagt.

9e.      
De Lage Bijsselse Beek; dezelve schiet dwars van het Engebeekje af, en verliest zich in verschillende sloten en kanaaltjes die zich gedeeltelijk in de Bulsem beek en gedeeltelijk in de Bijsselse beek ontlasten.

10e.     
De Bijsselse Beek; dezelve loopt van dicht bij de Nunspeter molen in een zich verstevigting langs het voormalig Huis te Bijssel, en strekt, een eindwegs, als scheiding tussen deze Gemeente en die van Nunspeet, deze loopt dicht bij de Pol in Zee.

Behalven de Beeken in het Kerspel Doornspijk hierbovengenoemd, zijn nog in dit Schoutambt en wel in het kerspel Oosterwolde de volgende uitwateringen - als

1e       
De Wijkwetering; dezelve begint aan de bouwlanden bij Gerrit Gerrits Puttenstein, loopt langs de Buiteplaats de wijk en stort een half uur gaans ten Noordoosten van Elburg in Zee.

2e       
De Lammerwetering; begint aan de dwarswetering van dien naam en loopt in een regte lijn, een half kwartier Uurgaans Verder van Elburg aan de Wijk in Zee.-

3e       
De Bolswetering begint bijna aan den Stouw, in de rigting als de dwarswetering, halfweg den dijk en groote woldweg, en loopt eerst dwars ’t eindens het land en in onderscheidene rigtingen en bogten vervolgens in een regte lijn naar en door de Bolsfluit een Uur gaans van Elburg en Stort aldaar in Zee.

4e       
De Noorder of molenwetering begint tusschen den Zandweg en de Oosterwolder Kerk, bijna aan den Winterdijk en loopt op zeer weinig afstands langs den Grooten Woldweg, en ontlast het water door de Noorder Sluis in de Kamper nieuwstad, gelegen naar Buitendijks, waar het niet ver van den Dijk zich met de Geldersche Gracht vereenigd en vervolgens meer westwaarts aan, naar Zee loopt

Aldus opgemaakt door mij
Schout van Doornspijk

Doornspijk den 14 Januarij 1823
getekend H.B. van Jeveren                                                                                                                                                                                                                                                                                              

8
Attestatie De vita                                                        

den 16 january 1823

Aan den  Heer Gouverneur Der Provincie Gelderland te Arnhem

In voldoening aan U.W.H.E.G. besluit van den 3 january 1823 zze 5112 (Prov. blad 1) heb ik de eer U.W.H.E.G. te berigten dat door ons geene andere attestatie de vita zijn afgegeven; dan aan een gepensioneerde in deze gemeente woonachtig van welke uit hoofde van zijne behoeftige omstandigheden geene retributie gevorderd hebben; dat wij echter bereid  zijn indien daarvan iets aan den Lande of enig ander  ambtenaar mogt competeren het daarvoor verschuldigde te voldoen.       

De Schout van Doornspijk
Get. H.B. van Jeveren
den 20 januarij 1823


9
Personeel der geneeskunst oeffenaren                                                        

Aan de provinciale commissie van geneeskundig onderzoek en toezicht te Arnhem

In voldoening aan art. 6 van het besluit van H.H. gedeputeerde staten dezer Provincie d.d.: 6 feb: 1822  21  Prov. blad 35 heb ik de eer U.G. te berigten dat er gedurende het jaar 1822 geene veranderingen in het Personeel der geneeskunstoeffenaren dezer gemeente hebben plaats gehad.

De Schout van Doornspijk   
Get. H.B. van Jeveren


10
Verzoek om dispensatie der verschijning voor de Militie Raad

Den 21 januarij 1823 aan de Heer President van den Militaire Raad in het Resort Zutphen

Het is op speciaal verzoek van den Heer van Eerde, Predikant in het kerspel Oosterwolde van het Schoutambt, dat ik de vrijheid neeme mids deeze aan U.E.Gestr. voor te stellen of er geen mogelijkheid zou zijn den loteling Z.cf. van Eerde zoon van voormelden Predikant van zijn verpligting om voor de eerste vergadering van den Militie Raad te verschijnen dispensatie te verlenen. Deeze loteling is van den jare 1821, reeds voor twee vergaderingen voor een jaar vrijgesteld, als zijnde  student in de Godgeleerdheid, aan de accademie te Groningen en bevind zich nog werkelijk in dezelfde Cathegorie zooals zulks aan U.E.Gestr. zal gebleken zijn, uit het op den dertienden deezer maand aan den Heer Gouverneur deezer Provincie ingezonden Certificaat, van den Rector der voornoemde Hoge School.

Het zou voor den Heer van Eerde, wien de opleiding zijner beide zonen in de Theologie reeds zooveele opofferingen kost, en bij zijn talrijk gezin en allezints matige bezoldiging, zelfs zeer moeilijk valt, eene bijna onoverkomelijke zwarigheid opleveren, en dien de militie Raad mogt zwarigheid maken, om van deze letterlijke bepaling der wet af te gaan; daar behalen nog het aanmerkelijke verzuim in de studie zoodanige reis van Groningen naar Zutphen en terug, eene considerable koste, vooral in het tegenwoordig jaar seisoen moet veroorzaken. Het is om die reden, en uit overtuiging der gegrondheid van de door den Heer van Eerde aangevoerde bezwaren dat ik de vrijheid neem mijn verzoek bij dat van Z.V.E. te voegen, en dringend te solliciteren, dat men uit consideratie der bijzondere omstandigheden de gevraagde dispensatie, aan voormelden loteling gelieve te verleenen.                                                                   

De Schout van Doornspijk
H.B. van Jeveren

11
Renvoy op de geboorte Registers van 1821

Doornspijk, 25 januarij 1823

Aan den Heer Officier bij den Arrondissements Regtbank te Arnhem

Ter voldoening aan den inhoud van UWE, zeer geëerde rescriptie d.d. 28 november l.l. 1662 heb ik de heer U.E. gestr. te berigten dat door mij op het geboorte Register van den jare 1821 in margine der acte 71 is gemaakt een renvoy constaterende de geboorte van Jan Beerd Hage, waarvan de aangifte verzuimd en dien ten gevolge, uit kracht van een daarover gewezen vonnis, in het Register van 1822 Inb. 88 is ingeschreven zijnde dit renvoy van den volgende letterlijken inhoud.

Nota: Op den eersten november 1800 eenentwintig is, Gijsbertje Jans Hage, ongehuwd bevallen van een kind van heg mannelijke geslacht genaamd Jan Beerd waarvan de aangifte in der tijd verzuimd zijnde, zoo is de acte van deze geboorte ingevolge vonnis van de Regtbank te Arnhem in het Register van 1800 twee en twintig onder 88 ingeschreven.

Verders heb ik de eer Uw Edele Gestrenge kennis te geven, dat op het alphabetisch Register op de acte van geboorte van 1821, tussen de volgnommers 26 en 27 bij renvoy is gemaakt de navolgende verwijzing naar het Register van 1822.  26 Hage Jan Beerd, 1e november 1821, zie het Register van 1822 88 -.

Hopende hiermede ten vollen aan U.W.G. intentie voldaan te hebben.

De Schout van Doornspijk
H.B. van Jeveren


12
Registers van burgerlijke Stand van het jaar 1822

Doornspijk den 25 januari 1825

Aan den Heer Griffier bij den Regtbank van eersten aanleg zitting houdende te Arnhem.

In observatie van Art. 63 des Burgenlijken Wetboek heb ik de eer Uw Edele Gestrenge hierbij in te zenden, de Registers van den Burgelijken stand van het afgelopen jaar, met bijlagen daartoe behorende

De Schout van Doornspijk
H.B. van Jeveren


13
Doornspijk, 27 januari 1823

Aan den Heer Hoofdschout van Overveluwe

In voldoening aan U.H.W.Geb. missive van heden te reschriberen dat wij voor het statistische Tableau twee exemplaren benodigd hebben.

De Schout van Doornspijk
H.B. van Jeveren


14
Rekest van Jan de Lange

In voldoening aan U.W.H.E. geëerde aanschrijving d.d. 16 dezer heb ik de eer onder terugzending van het daarbij gevoegd rekest van Jan de Lange te berigten. Dat de schade door de turfveender Jan de Lange, tevoren in Oosterwolde woonachtig geleden, door het vele binnenwater in 1820 waardoor hij belet werd de turf uit het land te vervoeren, en waardoor dezelve ook verdreven werd en in het ongerede raakte, altijd als zeer aanmerkelijk is opgegeven en bij gerucht destijds op vooral niet minder, dan de door hem opgegevene som werd begroot, dat het echter onmogelijk het juiste bedrag der door hem geledene schade al nu te bepalen.                                                                            

Dat het niet alleen mogelijk, maar zelfs zeer waarschijnlijk is, dat hij in zijne verwachting, om zijne schade een volgend jaar te redresseren, door het destijds ingekomen verbod om de verveening voort te zetten, is te herin[..] gesteld geworden, zooals ik de eer had U.H.W. Geb. bij mijne missive van den 9 Missive1821 67 te berigten.

En dat wat betreft te laat ontvangen de concessie tot het verveenen, hij hierin met alle de overige veenders heeft gelijk gestaan, en daardoor in den jare 1820 het verveenen is vertraagd geworden, tot nadeel der veenborge die hunne werklieden moeten betalen, zonder dezelve te kunnen laten arbeiden, waarover zij dan ook in der tijd zeer hebben gedoteerd, en daar opeerst bij besluit van U.H. Gedeputeerde Staten van Gelderland d.d. 12 Mei 1820 6 deprovisionele autorisatie hebben ontvangen. Zooals ook deze latere aanvang der verveening het bij sommige veenders waaronder ook Jan de Lange mogelijk gemaakt heeft, om de turf in tijds, droog en voor het natte jaargetijde vervoerd te krijgen.

De Schout van Doornspijk
H.B. van Jeveren


15
Den 28 januarij 1828

Aan den Heer Gouverneur der Provincie Gelderland

In voldoening aan art. 9 der wet van den 27 April 1820 11 heb ik de eer U.E.E. gem. hier nevens in te zenden het inschrijvings Register benevens de Alphabetische lijsten.

De Schout van Doornspijk
H.B. van Jeveren

Proces Verbaal

Pro Justitia

Op heden den zevenentwintigste januarij een duizend acht honderd drie en twintig, des morgens ten elf uren; is voor ons H. Henricus Boonzaaier van Jeveren, Schout des ambts Doornspijk, Provincie in Gelderland verschenen Cornelis Hartgers Docter oud, naar zijn zeggen acht en twintig jaren, van beroep schaapherder wonende ten huize van Gerrit Hulsbergen, herbergier op het Soerelt onder de Gemeente van Doornspijk dewelke aan ons heeft gedaan de volgende denunciatie, en zulks namens zijnen baas, welke wegens ongemak aan zijn been verhinderd was in persoon te compareren.

Toen wij des morgens ten acht à negen uren in de kamer gingen zien, waar de Heer was, die bij ons gelogeerd had, toen ontdekte mijn baas en vrouw dat die man ’s nachts stil vertrokken was, en dat dezelve had medegenomen, twee rood gebloemde katoene en eene wollen wit gestreepte, bedde dekens, benevens twee beddelakens, het eene gemerkt en het andere zonder merk, alsmede nog twee kussenslopen beide zonder merk.

Op onze vraag andwoord denunciant dat die deken enz. zonder enige braak waren genomen uit de beddestede en ook zonder eenige braak uit het huis gebragt als zijnde die Heer door de deur vertrokken, en de deur weder aangezet. 

Op onze vraag andwoord denunciant, dat hij niet in staat is, eenige verdere uitduiding van die persoon te doen, als hebbende hem weinig of niet gezien.

En hebben wij hierna voorlezing geteekend verklarende comparant niet kunnen schrijven.

(Get.) H.B. van Jeveren

Op onze citatie compareerde op heden den negen en twintigsten januarij 1800 drie en twintig des morgens ten elf uren Gerrit Dirk Hulsbergen kastelein op het Soerelt onder Doornspijk, oud naar zijn zeggen vier en dertig jaren: dewelke aan ons geeft te kennen, dat de persoon in de denuntiatie door zijn Schaapherder Cornelis Hartgers Docter, bedoeld, bij hem zijn intrek had genomen op zaterdag den vijfentwintigsten dezer maand des avonds ten vijf uren, dat dezelve dien nacht bij hem had gelogeerd, en des anderen daags, volgens zijn zeggen naar Zwolle is vertrokken, maar alvorens zijn verteering betaald te hebben met belofte van nog den zelfden dag terug te komen, dat die persoon tegen den avond is teruggekomen en na enige tijd bij het vuur gezeten te hebben is naar bed gegaan in dezelfde kamer waar hij den vorige had geslapen.

En dat zij des morgens gemerkt hadden, dat hij stilletjes was weggegaan, en de goederen door den Schaapherder opgegeven had medegenomen.

Op onze vraag antwoord denunciant dat de persoon geen naam had opgegeven als zijnde reeds vertrokken toen hij hem de nachtlijst had willen aanbieden; doch hij had verhaald woonachtig te zijn te Amsterdam, van beroep koopman in laken voords zegt denunciant dat hij den vorigen avond had zitten kaart spelen, met eene Gerrit Hillen [……].  […………] wonende te Zwolle, en dat hij, bij die gelegenheid verteld had, dat hij geboortig was in Duitschland, twee honderd twee en veertig uren van hier. Op onze vraag antwoord denunciant, dat het een persoon was van circa dertig jaren, sprekende hollandsch doch met een vreemde tongval, middelbaar van grootte naar aanduiding en vergelijking met hemzelven, circa vijf voeten en acht duimen Rhijnlandsche maat hebbende eene bleeke kleur; donker bruin haar; eene groote neus, maar die van onderen breed uitliep, blaauwe oogen, pokdalig van aangezigt.

dat hij gekleed was in een donkerblaauwen lakensche jas, met dito welgewerkte knoopen, daaronder een blaauw buis of vest, en daaronder een lichte borstrok of vestje, met streepen over dwars, dat hij een langen broek had aangehad van donkere stoffage, met koordjes of ribbeltjes van de zijden er opgenaaid. Voords lichte koussen met ribben, lage schoenen met bandjes zonder gespen, een ronden kalen hoed op het hoofd.

Dat diezelfden persoon in het aflopen jaar nog eens bij hem aan huis had geweest, doch dat hij toen een ridderorde had op de borst gehad, en met een blaauw buis was gekleed geweest, dat dit tegen den Herfst geweest was, juist daags te vooren dat die diefstal van dekens en linnengoed te Leuvenum  bij den kastelein had plaats gehad.

Op onze vraag antwoord denunciaat, dat hij die persoon, door navragen had nagespoord tot te Nierssen, doch dat hij hem verder niet had kunnen ontdekken.

En heeft denunciaat, het hiervan opgemaakt proces verbaal na voorlezing op tijd als bovengemeld met ons geteekend.

(Get.) G.D. Hulsbergen
H.B. van Jeveren


16
Proces Verbaal eener gepleegde diefstal bij D.G. Hulsbergen

Doornspijk, den 1 Februarij 1823

Aan den Heer Officier bij den Regtbank van een 1sten Aanleg

Ik heb de eer Uw Wel Edele Gestrenge hiernevens een wens  in te zenden Proces Verbaal ener gepleegde diefstal ten Huize van G.D. Hulsbergen kastelein op het Zoerelt onder deze Gemeente.

De Schout van Doornspijk
(Get.) H.B. van Jeveren


17
Vrijwilligers der Nationale Militie

Aan den Heer Gouverneur der Provincie Gelderland te Arnhem

Door deze heb ik de eer Uw Hoog Edele Gestrenge te berigten, dat er zich na dien aangaande gedane publicatie geene personen als vrijwilligers voor den dienst der Nationale Militie hebben aangeboden.

De Schout van Doornspijk
(Get.) H.B. van Jeveren


18
Den 6 February 1823

Aan den Heer Officier bij den Regtbank van eersten aanleg zitting houdende te Arnhem

Niet twijfelende of Uw Hoog Edele Gestrenge: zal mijne missive van den 1 dezer 16 inhoudende de denunciatie van den gepleegde diefstal op het Zoerelt reeds ontvangen hebben, de opgave daarin vermeld omstrent het signalement van den Persoon zal U.W.E. Gestr. in staat stellen om te beoordelen in hoeverre dezelve overeenkomen met die in de ontvangene signalementen vermeld, terwijl ik na het ontvangen van Uw Wel Edele Gestrenge missive nog ten overvloede den kastelein van het Zoerelt bij mij heb doen komen ten einde vermelde signalementen nader met zijne opgave te confronteren waaruit mij echter geen nadere overeenkomst tussen die persoon is gebleken.

De Schout van Doornspijk
(Get.) H.B. van Jeveren


19
Kantoren der Ontvangers

Doornspijk, den 10 february 1825

Aan den Heer Hoofdschout Van Overveluwe te Heerde

In rescriptie op Uw Wel Edele Gestrenge geëerde aanschrijving d.d. 1ste dezer heb ik de eer Uw Wel Edele Gestrenge te berigten dat het kantoor van den provisionele Ontvanger van de Gemeente Doornspijk, vooralsnog gevestigd is aan het Roode Kruis, een groot kwartier uurgaans afstand van den molen dier gemeente, terwijl dat van den provisionele ontvanger voor de Gemeente Oosterwolde gevestigd is aan den Zandweg juist tegenover den molen der gemeente.

Dat het mij om die reden voorkomt dat het voor deze beide Gemeentens geen bijzonder nu kan aanbrengen en den maatregel aangenomen hebbende om bijzondere zitdagen aan of bij den molen alhier toe te passen.

De Schout van Doornspijk
(Get.) H.B. van Jeveren


20
Inzendingen van het register der veehouders

Doornspijk, den 12 february 182[.]

Aan den Heer Arrondissements Inspecteur der Directe belastingen in- en uitgaande regten en accijnsen.

In voldoening aan het besluit van den Heer Gouverneur dezer Provincie d.d. 18 jan: jl. 370/40 Prov. Blad 5 heb ik de eer Uw Wel Edele Gestrenge hiernevens de staat bevattende de houders van vee in deze gemeente in te zenden.

De Schout van Doornspijk
(Get.) H.B. van Jeveren


21
Doornspijk, den 16 februarij 1823

Aan den Heer Gouverneur der Provincie Gelderland

In voldoening aan art. 5 van het besluit van den 22 dec. 1817 Prov. Blad 202 heb ik de eer Uw Hoog Edele Gestrenge hiernevens de verlofpas van Hendrik Westhuis dewelke naar de Gemeente van Ermelo vertrokken is, in te zenden.

De Schout van Doornspijk
(Get.) H.B. van Jeveren

Publicatie

De schout van Doornspijk gelezen hebbende het bepaalde bij art. 2 en 6 van het besluit van den Heer Gouverneur dezer Provincie d.d. 7 feb. j.l. 631 brengt bij deze ter kennis van de belanghebbende Ingezetenen dat de Alphabetische naamlijst van alle de personen die aan de ligting der Nationale Militie van dit jaar  moeten deelnemen ter visie van elk een iegelijk zal liggen ter secretarie van het Schoutambt van maandag den zeventienden February tot maandag den derden maart aanstaande, des morgens van negen tot ’s middags een uur (des zondags uitgezonderd) wordende hierbij tevens een ieder herinnerd en aangemaand, om in geval hij mogt kennis dragen dat iemand der lotingsplichtigen zich niet aangeven of doen inschrijven daarvan onverwijld aan den Schout kennis te geven. Dienende verder tot narigt voor alle lotingsplichtigen  dat de tijd voor de loting van dit jaar bepaald is, op den vierden maart aanstaande, des morgens ten tien uren en zich dus alle ingeschrevene voor de nationale militie van dit jaar tegen dien tijd op het stadhuis te Elburg moeten sisteeren.

Doornspijk, 16 february 23,

De Schout voornoemd
(Get.) H.B. van Jeveren

22
Inzendingen van het statistiek

Doornspijk, den 18 February 1823

Aan den Heer Hoofdschout van Overveluwe te Heerde

In voldoening aan des Heer Gouverneurs besluit van den 23 jan: 1818 Prov. Blad 13 geef ik mij de eer U.H.W.E.Gestr. hiernevens in te zenden het tableau der bevolking met het daarbij behorende algemeen verslag van den staat van dit Schout-ambt waartoe mij referere.

De Schout voornoemd
(Get.) H.B. van Jeveren

Algemeen verslag van den staat van het Schout-ambt Doornspijk

  1.
Loop des districts en plaatselijke administratie.
a. b. c. d. Memorie.
  2.
Er zijn geene veranderingen in de circumscriptie der gemeente voorgevallen hoezeer dezelve wenschelijk waren.

  1.
Bevolking

a.
Ingevolge ene door het bestuur in eigen Persoon gedane hoofdelijke telling bedraagd de bevolking thans 2136 zielen en aldus 127 zielen minder dan in het verleden jaar zijn opgegeven de mindere welvaart der landbewoners alsmede het vooruitzicht der invoering van de belasting op de werkboden en insgelijke enige verhuizingen naar de naburige Provincie Overijssel zouden kunnen geacht worden iets tot deze vermindering van bevolking te hebben toegebragt het is echter niet ontkennen dat dit verschil daaraan niet alleen kan worden toegeschreven en men veeleer moet onderstellen dat in de vorige jaren ergens eene dwaling moet zijn ingeslopen alzoo men ervoor kan instaan dat het nu op gegevene getal de werkelijke  bevolking der gemeente is daar er in dit jaar niet alleen het getal zielen in elk huisgezin met derzelver approximative ouderdom is opgeschreven geworden maar daarenboven eenen volledige legger is aangelegd houdende het juiste getal inwoners in elk huis met nauwkeurige vermelding van derzelver tijd en plaats van geboorte waarbij tevens aan alle ingezetenen opnieuw is in last gegeven om bij elke verandering in het Personeel van hunne huisgezinnen onmiddelijk aan het bestuur der gemeente kennis te geven ten einde daarvan in de kolommen voor de mutatien bestemd aanteekening kunnen geschieden en het bestuur op ieder tijd van het jaar een gemakkelijk overzigt kan hebben over den ganschen stad der bevolking welke inrigting tot vele nuttige oogmerken kan dienstig zijn als bij het heffen van belasting bij het bepalen van het domicilie van onderstand van verarmde Personen tot de juiste inschrijving der personen bij de aangifte van sterfgevallen enz.

  1.
Er zijn 16 huwelijken voltrekken waar veertien van jongemans met jonge dochters en twee van weduwnaars met jonge dochters.
  2.
Er hebben 57 sterfgevallen plaats gehad daaronder begrepen de doodgeboren kinderen zijnde zo ver bekend er niemand aan eene aansteekende ziekte gestorven.

 

Politie en justitie

  1.
Memorie.
De winkeliers maken van de nieuwe lengtematen en gewigten gebruik
  2.
De voornaamste zwarigheden in het invoeren van het metriek stelsel is daarin gelegen dat men zijne berekeningen nog altijd in oude  maten en gewigten blijft maken en dus het nieuwe stelsel alleen bij wijze van herleiding gebruikt word.
  3.
De registers van den Burgerlijken stand worden behoorlijk aangehouden.
  4.
Memorie.
De zetting van het brood wordt behoorlijk gesurveilleerd.
  5.
De lage prijzen van alle voortbrengselen van den Landbouw door bij den boerenstand eene algemene verarming te veroorzaken, leveren voor de volksklassen wezenlijk bezwaar op.

Financiën

  1.
Memorie
  2. 
De rekening der gemeente op het laatst verloopen jaar na zijn allen afgehoord      en gesloten. Overigens is de financiale toestand der gemeente allerongunstigst daar alle uitgaven uit den jaarlijksen omslag der ambtslasten moeten bestreden worden.
  3.
De kohieren der Directe belastingen zijn in het vorige jaar behoorlijk afgekondigd.
  4.
Voor zoo ver de ingezetenen het bestuur doen kennis dragen van de overgang der eigendommen worden daarvan in de mutatie Registers nauwkeurig aantekeningen gehouden.
  5.
Memorie

6 en k.

Er bestaan in de gemeente geene waaghuizen of andere inrigtingen in welke het nieuwe gesigt vanwege het bestuur zoude kunnen worden ingevoerd. De winkeliers zijn van de nieuwe gewigten en lengtematen voorzien en maken over het algemeen gebruik van dezelven.

Algemene Welvaart

   1.
De staat des landbouws blijft nog steeds even ongunstig.
   2.
De oogst is over het algemeen genomen vrij gunstig geweest.
   3.
Memorie
   4. 
De graanprijzen schikken zich na de naburige markten.

e.
De alnog bestaande veenderijen zijn van weinig aanbelang.

f.   g. h. i.  Memorie

k.
De veeteelt bepaald zich hoofdzakelijk tot het hoornvel over het algemeen legt men zich weinig toe  op de verbetering der rassen van het vee, daar men zich steeds uit gehechtheid aan het oude daarmede den gang gaat.

Openbare Godsdienstoeffening

  1. 
Er zijn twee predikanten van den Hervormde godsdienst. De heer S.R. Haverman in het kerspel Doornspijk en de heer A. van Eerde in het kerspel Oosterwolde.

b.
b en c.  Memorie

d.
De kerken en torens zijn in een goede staat.

e.
De kerkenfondsen van het kerspel Doornspijk zijn onbeduidend, diën van Oosterwolde zijn in een vrij goede staat.

Openbaar Onderwijs

a.
Het schoolwezen is in een zeer goede staat.

b.
Er zijn drie schoolonderwijzers in het kerspel Doornspijk, en 2 in het kerspel Oosterwolde, de verre uiteenligging der gemeente maakt dit getal zeer noodzakelijk. De onderwijzers zijn J. van der Weide, J. van Rulder en A. Post dezelve genieten eene genoegzame bezolding.

c. 
De schoolvertrekken zijn in een goede staat. 

d en e.
Memorie

Gestichten en inrigtingen van liefdadigheid.

a. c. Memorie

  1.
De toestand der Diakonie is bekrompen.
  2.
Het getal der behoeftigen, hoezeer niet alleen door de Diakonie bedeelt wordende maakt ongeveer het vijfde gedeelte der bevolking uit.

d en e. Memorie.

 Wegen en communicatien

  1.
De wegen en daarin zijnde werken zijn in een vrij goeden staat.
  2.
c. d. e. Memorie

Rivier en dijkwezen

  1. 
Er is slechts een dijk in dit ambt dezelve staat onder het beheer van een polderbestuur, en is in zeer goeden toestand, daar dezelve de ingedijkte landerijen tegen de overstromingen der zee beschut heeft dezelve uit dat oogpunt beschouwt eenen natuurlijken invloed op de waarde der pas genoemde landeerijen.
  2.
Memorie

 Militaire Zaken

  1.
b. c. Memorie
  2. 
De invloed der wet op de Nat. Militie, op de bevolking, de huwelijken, de Opvoeding en maatschappelijke betrekkingen en schijnt zich alnog niet werkbaar te doen gevoelen.
  3.
Memorie

Onvoorziene rampen en redens van dien.

  1. 
Behalve dat eenige weinige Personen door de kinderziekte zijn aangetast, hebben er geene besmettelijke ziekte geheersd.
  2.
Er is een ambts heelmeester Albertus van Sassenberg genaamd, en een ambts vroedvrouw Engelberta Klaassen huisvrouw van Wijnand van Leeuwen
  3. 
Memorie
  4.
De tot hiertoe ten platten lande bestaan hebbende vooroordeelen tegen de koepok inenting beginnen allengs hoe langer hoe meer te verminderen.

e.f.   Memorie

f. 
Er zijn in dit ambt geen veeartsenijkundige aanwezig.

Aldus opgemaakt bij mij Schout van Doornspijk den 5 February 1823
(Get.) H.B. van Jeveren


22
Hoofdschoutambt Overveluwe Gemeente Doornspijk

Staat in de Gemeente Doornspijk aanwezige bluschgereedschappen en Vigerende blusch reglementen.

Gemeente Doornspijk

Datum en nommer der Resolutie bij welke het plaatselijk brand reglement

Door de gemeente raad is gearresteerd = 22 april 1818
Door Gedeputeerde Staten is geapprobeerd = 15 augustus 1818, 3    

Getal der aanwezige bluschmiddelen

Groote brandspuiten = -
Draagbare brandspuiten = -
Perspompen = -
Aanjagers = -
Brandemmers lederen = -
Brandemmers houten = -
Watertonnen = -
Brandladders = -
Brandhaken = -
Brandzeilen = -
Groote lantaarnen = -

Aanmerkingen

Er zijn geene bluschmiddelen aan de gemeente behorende voorhanden echter moet ieder ingezetene ingevolge de bepalingen van het brand reglement voorzien zijn van een brandhaak en brandemmer.

Opgemaakt door het Gemeente Bestuur van Doornspijk

Den 19 februari 1823

Getekend
A. Raedt
H.B. van Jeveren


23
Doornspijk den 19 february 1928

Aan den Heer Hoofdschout van Overveluwe te Heerde

In voldoening aan art. 1 en 3 van het besluit van den Heer Gouverneur dezer Provincie d.d. 3 Feb. j.l. 456/2 Prov. Blad 15 heb ik de U.H.W. Geb. hiernevens in te zenden den daarin verlangden staat benevens de deliberatie van den Gemeente Raad nopens het aanschaffen eener brandspuit in deze gemeente.

De Schout van Doornspijk
Get. H.B. van Jeveren


24
Aan den Heer Kommandant van de 7e afdeling Nationale Militie te Zwolle den 22 February 1823

Ik heb de eer Uw Edele Gestrenge bij dezen te sollicitieven mij te willen toezenden een attestmodel F volgens art. 94 m: m: der wet op de nationale militie van den 8 January 1817 1 constaterende den activen dienst van Reijer Trip als Plaatsvervanger dienende voor: Hendrik Veldkamp bij de 7e afdeeling na. Infanterie.

De Schout van Doornspijk
Get. Van Doornspijk
Get. H.B. van Jeveren


25
Verenigingen

Doornspijk, 22 february 1825

Aan den Heer Hoofdschout Van Overveluwe te Heerde

Aangaande den inhoud van U.W.H. Geëerde aanschrijving d.d. 17e dezer neem ik de vrijheid te rescriberen dat de afbakening der veenderijen door mij opnieuw zal geschieden zoodra de gesteldheid van den grond of de hoogte van het water, zulks slechts eenigzints zal toelaten, het welk vooralsnog niet is.

Dat die afbakening alnu zal geschieden op de maatstaf van Nederlandsche roeden waarmede ik veronderstel dat de lengtemaat en niet de vierkante voetmaat of oppervlaktemaat, zoodanig namentlijk dat de onverveend te laten strook grond / van 2 voeten / alnu de breedte moet hebben, van vijf Rhijnlandsche roeden drie voeten en acht duimen eene breedte welke ik meen te kunnen nagaan dat de executie van het besluit van L: M: hoogtens bezwaarlijk zal maken daar ik meen uit het Proces Verbaal  der afbaking te kunnen opmaken dat geen der eigenaren der veenderijen genoegzaam grond voor handen heeft om eene kade aan wederzijde van hun land aan te leggen ten breedte voorzegd daar eene kade van 63 voet Rhijnlandsche maat breedte eene aanzienelijke hoeveelheid aarde zal vereischen dat ik alvorens tot die afbaking over te gaan daarvan aan het Polderbestuur zal kennis geven even zoo als zulks te vorens is geschiedt, en dat ik gaarne daarbij alle bezwaren van het Polderbestuur zal trachten tegemoet te komen voorzover het besluit van Z.M. daartoe ruimte laat.

Wat de inzending der acte van borgstelling betreft, heb ik de eer U.W.H. te informeren dat de meesten derzelve in order zijn aan het bureau der hypotheken  ten verzoeke van de ontvanger der landelijke en Polderlasten, behoorlijk zijn ingeschreven, dat ik echter in het onzekere ben aan wien de grosse der acte van verband moet vermeld worden  uitgerekt te zijn, of aan de borgstellers zelve of ten name van een der ontvangers of ten name van het Polder bestuur, daar die acte zonder deze expresse vermelding te bevatten niet vermogen uitgereikt te worden indien U.W.H. Geb. mij dienaangaande geliefde in te lichten zou ik in staat zijn dezelve per volgende Post  over te zenden.

De Schout van Doornspijk
H.B. van Jeveren


26
Franschen Achterstand

Den 26 February 1823

Aan den Heer Gouverneur van Gelderland te Arnhem

De bij U.H.E.d.G missive d.d. 12 Feb. j.l. 600/15  2 afdeling ontvangene borderellen van liquidatiën van den Franschen achterstand voor de Personen van P. Alles en E. Heikes te Oosterwolde geef ik mij de eer Uw Hoog Edele Gestrenge bij deze te retourneeren als zijnde na nauwkeurig onderzoek gebleken bovengenoemde Personen alhier niet bekend te zijn.

Doornspijk De Schout van
H.B. van Jeveren


27
Den 27 February 1823

Aan den Heer Commanderend Officier der 7e afdeling nationale Infanterie te Zwolle.

Ik heb de eer Uw Edele Gestrenge  bij deze te solliciteren mij te willen inzenden een attest model F.  constateerende den activen dienst van Willem van der Linden als Plaatsvervanger dienende voor Willem Hendriksen Top bij het 3e Bataillon der 7e afdeeling nat. Infanterie.

 De schout van Doornspijk
(Get.) H.B. Van Jeveren        

Publicatie                                          

De schout van  Doornspijk gelezen hebbende het besluit van H.H. Gedeputeerde staten d: d: 5. February 1823 nopens de verbetering van den Paardenteelt brengt bij deze ter kennisse van de belanghebbende ingezetenen. Dat de hengstenkeur in deze provincie voortaan zal geschieden in de laatste helft van augustus of in de eerste helft van september, op de dagen door ged: staten, op voorstel der Commissie van Landbouw, te bepalen en ten bijwezen van den keurmeester.

Dat alle springhengsten, en dus ook de reeds vroeger goedgekeurde, jaarlijks op den bepaalde keurdag tot eene nieuwe keuring zullen moeten worden voortgebragt; zonder dat echter voor de reeds eenmaal goedgekeurde hengsten eenig keurloon zal behoeven te worden betaald, terwijl die hengsten, welke men verzuimen mogt tot herkeuring voor te brengen, beschouwd en behandeld zullen worden als afgekeurden, in voege als bij art. 6 van het gemelde reglement bepaald is.                                                             

Dat de houders van in vorige jaren nog niet goedgekeurde  hengsten, welke dezelve nu reeds tot dekking zouden willen doen dienen, hunnen hengst aan den keurmeester van het District zullen vertoonen, welke dezelve geschikt oordeelende, daarvan een schriftelijk bewijs aan den hengstenhouder ter hand zal stellen, welk document den laatstgenoemden regt geven zal tot op den eerstvolgende keurdag tot dekking te doen strekken.

En zal  deze worden afgelezen en aangeplakt waar zulks te doen gebruikelijk is.

Doornspijk, den 1 Maart 1823

De Schout voornoemd
(H.B. Van Jeveren)


28
Personeel der Schoolmeesters

Doornspijk 1 Maart 1823

Aan den Heer Hoofdschout van Overveluwe te Heerde

Met deze heb ik de eer U.H.W. te berigten dat er gedurende de afgeloopene maand geene verandering in het Personeel der Schoolmeester heeft plaats gehad.

De Schout van Doornspijk
(Get.) A.B. van Jeveren


29
Aan den voormaligen kommandant van het vijfde bataillon Nationale Militie te Zwolle

Met deze heb ik de eer U.W.E te solliciteren mij te zenden een attestmodel F. constateerende het overlijden in activen diensten van taken van het Hof; deze persoon die abusievelijk in het Lotings Register; onder de naam van Eibert is ingeschreven en welligt ook in het stamboek onder dien naam voorkomt is een zoon van Eibert Jacobsen van het Hof en Aafke Hendriks behoort tot de ligting van 1814 heeft getrokken.

9 in dienst gesteld bij het voormalig vijfde bataillon nationale Militie en volgens informatie zou hij het hospitaal te Breda of op mars tusschen Arnhem en Breda zijn overleden.

Aangenaam zal het mij zijn hetzelve zoo spoedig mogelijk te ontvangen als zijnde de termijn tot inzending der vrijstellingen voor de lotelingen bepaald bijna verstreken.                                                                                                                                            

De Schout van Doornspijk
(Get.) A.B. van Jeveren


30

Aan den Directie van het Hospitaal te Breda.

Voor een loteling mijner Gemeente benodigd hebbende een attest constaterende het overlijden zijns broeders genaamd geweest Jacob van het Hof doch abusivelijk onder den naam van Eibert van het Hof bij het voormalige 5e bataillon Nat. Militie is in dienst getreden, zoon van Eibert Jacobsen van het Hof en Aaltje Hendriks en behoort hebbende tot de ligting van 1814 wellke volgens bekomen informatie in het hospitaal te Breda in 1814 zou zijn overleden, neem ik de vrijheid U.W.Ed. te verzoeken mij te zenden een extract uit het Register van overlijden of uit zoodanige andere aanteekeningen als tijdens het overlijden van voornoemde Persoon in het hospitaal voorhanden waren.

De Schout van Doornspijk
(Get.) A.B. van Jeveren


31
Doornspijk, den 10 Maart 1823

Aan den Heer Vrederegter van het kanton Elburg

In voldoening van Uw Edele Gestrenge missive d.d. 5 Maart j.l. heb ik de eer te verscriberen dat er geene zoodaanige willekeurige detentien of onwettige arrestatien en dit schoutambt bestaan als in opgenoemde missive gemeld.

De Schout van Doornspijk
(Get.) A.B. van Jeveren

 

 

32

 

Doornspijk, den 10 maart 1823

Aan den kommandeerende Officier der 7e afdeling Nat. Infanterie te Zwolle

 

Vernomen hebben dat het voormalige 5 Bataillon Nat. Militie thans tot de 7e afdeeling  Nationale Infanterie behoort zoo neem ik de vrijheid U.W.E. te verzoeken mij te zenden een attest constateerende het overlijden in activen dienst van Jacob van het Hof deze persoon die abusivelijk in het lotings Register onder den naam van Eibert van het Hof is ingeschreven en welligt in het stamboek ook onder dien naam voorkomt, is een zoon van Eibert Jacobsen / van het Hof / en Aaltje Hendriks behoort tot de ligting van 1814 en zou volgens informatien in het hospitaal te Breda of marsch tussen Arnhem en Breda in 1814 zijn overleden.

 

Aangenaam zal het mij zijn hetzelve zoo spoedig mogelijk te ontvangen, als zijnde de termijn tot inzending der bewijsstukken voor vrijstellingen der lotelingen bijna verstreken.                                                              

 

De Schout van Doornspijk

(Get.) A.B. van Jeveren

 

 

33

 

Doornspijk den 12 Maart 1823

Aan den Heer Hoofdschout van Overveluwe te Heerde

 

  1.  

In voldoening aan art. 3 van het besluit van H.E.G. Achtb. H. H. gedeputeerde staten van Gelderland d.d. 19 feb. j.l.

9  Prov. blad 26 heb ik de eer U.H. Wel Geb. te berigten, dat er in dit schoutambt geene marken aanwezig zijn. 

 

 

34

 

Doornspijk den 12 Maart 1823

Aan den Heer Militie Commissaris van het District Zutphen te Zutphen

 

Met deze heb ik de eer Uw Wel Edele Gestrenge Den inventaris der bewijsstukken ter verkrijging van vrijstelling van den dienst der nationale Militie benevens de daarbij behorende attesten in te zenden, behalven die voor de Persoon van Beerd van het Hof wiens broeder in activen dienst bij het voormalig vijfde bataillon is overleden en waarvoor het attest mij nog niet geworden is zullende het zelve dadelijk na den ontvangst met het attest model U aan  Uw Wel Edele Gestrenge worden ingezonden.

 

De Schout van Door nspijk

(Get.) A.B. van Jeveren

 

 

35

 

Doornspijk, den 13  Maart 1823

Aan den Heer Inspecteur der directe belastingen in- en uitgaande Regten en accijnzen te Arnhem

 

Met deze heb ik de eer Uw Edele Gestrenge den ontvangst van den suppletoiren legger en het kohier der Patenten voor het 6e kwartaal van 1822 te berigten.

 

 

Publicatie

 

De schout van Doornspijk vernomen hebbende dat niet tegenstaande de daaromtrent gedane kennisgeving vele ingezetenen die met Petrie j.l. zijn verhuist of andere inwoners of dienstboden in hunne huizen hebben ontvangen, verzuimd hebben zulks ter zijnen kennisse te brengen maakt dezelve mids deze bekend, dat gedurende deze week ter secretarie van des morgens negen tot des middags twaalf

 

uren zal gevaceerd worden tot aangifte  van bovengenoemde verhuizingen hun waarschuwende dat degene die na verloop van dien termijn ondekt wordende dezelve   door den ambtsbode aan hun woonhuizen zullen worden opgenomen die voor zijne moeite, daarvoor twaalf stuivers zal genieten. – een ieder tevens aanmanende om voortaan alle veranderingen in het Personeel hunner huisgezinnen voorvallende binnen den tijd van drie dagen daarvan aan den schout kennis te geven ten einde zich vrij te waren voor de gevolgen welke daaruit voor de nalatene zullen voortvloeijen.

 

Doornspijk, den 15 Maart 1823

De Schout voornoemd

A.B. Van Jeveren

 

 

36

 

Doornspijk, den 15 maart 1823

Aan den Heer Gouverneur der Provincie Gelderland te Arnhem.

 

In voldoening aan U.H.Ed.Gest: geerde aanschrijving d.d. 12 Maart j.l.  1096

1e afdeeling heb ik de eer te verschriberen dat de persoon van Willem van der Linden  zich niet in deze Gemeente bevind.

 

De schout van Doornspijk

(Get.) A.B. Van Jeveren

 

 

37

 

Doornspijk, den 17 maart 1823

Aan den Heer Gouverneur der Provincie Gelderland te Arnhem.

 

In voldoening aan het besluit van U.H.E.Gestr.: d.d.17 febr. 800/22

Prov. Blad 23 heb ik de eer U.H.E.Gestr.hierbij in te zenden de daarbij bedoelde lijsten B en C door de Gemeenteraad gearresteerd blijkens nevengaands Proces Verbaal  en U.W.H.Ed.Gestr. te berigten dat het getal der stemgeregtigde op de lijsten A. gebragt bedraagd 160 persoonen.

 

De schout van Doornspijk

(Get.) H.B. Van Jeveren

 

 

38

 

Doornspijk, den 18 Maart 1823

Aan den Heer Hoofdschout van Overveluwe te Heerde

 

In voldoening aan het besluit van den Heer Gouverneur dezer Provincie d.d. 6 maart j.l. 1071 Prov. Blad 36 heb ik de eer U.H. Wel Geb. te berigten dat er geene doofstommen binnen deze Gemeente aanwezig zijn.

 

De schout van Doornspijk

(Get.) H.B. Van Jeveren

 

 

39

 

Doornspijk, den 19 Maart 1823

Aan den Heer Hoofdschout van Overveluwe te Heerde

 

Ter voldoening aan het besluit van den Heer Gouverneur dezer Provincie d.d. 7 maart  j.l. 1010/6  Prov. blad 35 heb ik de eer U.H.Ed.Geb. te kennen te geven dat er zich geene vreemde in deze Gemeente niet te huis behorende bedelaars in dit schoutambt bevinden.

 

De schout van Doornspijk

(Get.) H.B. Van Jeveren

 

 

40

 

Doornspijk, 22 Maart 1823

Aan den Heer kolonel kommandeerende de 7e afdeeling Nat. Infanterie te Zwolle

 

Uit een van den Heer Hospitaalmeester van het hospitaal te Breda, ontvangen dood extract constateerende het overlijden van Jacob van het Hof in voornoemd hospitaal is mij gebleken, dat genoemde persoon heeft gestaan bij de 3e kompagnie van het voormalige bataillon nationale Militie waarom ik mij de eer geef U.Ed.Gestr. Hiervan te informeeren en zulks ter voldoening aan UwEd Gestr geeerde missive

18 maart j.l. 51

 

De schout van Doornspijk

(Get.) H.B. Van Jeveren

 

 

41

Aan den Heer Hoofdschout van  Overveluwe te Heerde

 

Ter reschribeering op U.H.W.Geb. missive van gisteren is dienende dat de afbakening der veenderijen door mij al nog niet is geschied als hebbende de gesteldheid van den grond en de hoogte van het water zulks nog niet gepermitteerd.

 

De schout van Doornspijk

(Get.) H.B. Van Jeveren

 

 

42

 

Doornspijk den 22 Maart '23

Aan den Heer Gouverneur der Provincie Gelderland te Arnhem

 

Het bij besluit van den 13 maart j.l. 662/1 Prov. blad 36 ontvangen Paspoort voor den Persoon  van Gerrit Aalts heb ik de eer U.H.Ed. Gestr. bij deze te retourneeren als zijnde deze Persoon noch op het Register der verlofgangers noch in de Gemeente vinden.

 

De schout van Doornspijk

(Get.) H.B. Van Jeveren

 

 

43

 

Doornspijk den 23 Maart 1823

 

Aan den Heer Militie Kommissaris van het Ressort Zutphen te Zutphen

 

De nog ontbrekende stukken bij den inventaris U.Ed.Gest. gezonde bij missive d.d. 12 dezer 36 gaan hiernevens het overlijden  in activen dienst van den Persoon van Jacob van het Hof kan tot heden niet anders bewezen worden dan door het hierbij zijnde dood extract het welk ik gemeend heb Provisioneel het attest model F zou kunnen vervangen.

 

De schout van Doornspijk

(Get.) H.B. Van Jeveren

 

 

44

 

 

Personeel der Schoolmeesters

 

Deze is dienende U.H.W.Geb. te berigten dat er gedurende de jongstverlopene maand geene verandering in het Personeel der schoolmeesters heeft plaats gehad.

 

De schout van Doornspijk

(Get.) H.B. Van Jeveren

 

 

45

Inzending der Periodieke stukken eerste kwartaal 1823

 

Doornspijk den 1 april 1823

Aan den Heer Hoofdschool van Overveluwe Heerde

 

Met deze heb ik de eer U.H.W.Geb: de staten en opgave van het eerste kwartaal van het jaar 1823 als de extracten uit het Register der huur en koopwaarde. 

2. de staten der vaccinatie.

3. de verklaring van de fungerende ontvangst der directe belastingen enz. aangaande de executiekosten.                                                                                 

 

De schout van Doornspijk

(Get.) H.B. Van Jeveren

 

 

Proces Verbaal

 

Op heden den veertienden april een duizend acht honderd drie en twintig des namiddags ten vier uren compareerde voor ons Mr. Henricus Boonzaier van Jeveren schout des ambts Doornspijk kanton Elburg, Arrondissement Arnhem, Provincie Gelderland de Persoon van Berend Lubbersen oud vijf en dertig jaren, van beroep boerenknecht wonende bij den bouwman Hannis Vos te Nunspeet schoutambt Ermelo kanton Harderwijk, Arrondissement en Provincie voornoemd, de welke aan ons heeft gedaan de volgende denunciatie: – Gisteren mijne schapen latende weiden in het land van Hendrik Steenbergen landbouwer te Doornspijk kwam Willem Engelen oud tien à twaalf zoon van Hendrik Engelen bouwman in laatst genoemd schoutambt wonende met zijnen hond daar voorbij wandelen welke het hond het land daar mijne schapenweiden doorging dezelve door elkander joeg en in zijne drift een van mijne lammeren heeft doodgebeten en vier anderen beschadigd.

Van al het welk wij dit Proces Verbaal hebben opgemaakt, het welk na gedane voorlezing, op tijd als bovengemeld door ons geteekend is: verklarende den denunciaal niet te kunnen schrijven. 

 

De schout van Doornspijk

(Get.) H.B. Van Jeveren

 

 

46

Doornspijk den 14 april 1823

 

Aan den Dijkstoel des Polders van Oosterwolde te Elburg

 

Bij missive van den  Heer Hoofdschout van Overveluwe d.d. 17 februari l.l. aangeschreven zijnde om ene nieuwe afbaking der onverveend te latene strooken gronds langs de Perceelen lands  waarvan de verveening bij besluiten van zijne Majesteit d.d. 25 mei en 23 juny j.l. is toegestaan te doen plaats hebben en zulks niet zoals te voren plaats had op den maatstaf van Rhijnlandsche roeden, maar op dien van de nieuwe nederlandsche lengtemaat, zoo heb ik de eer

U.W.Ed. te informeeren dat het voorneemen is gezegde afbakening op donderdag den 17 dezer loopende maand te doen geschieden inviteerende ik om U.W. om ter voorkoming van nieuwe misverstanden over dit onderwerp een lid uit het Polderbestuur te willen committeeren om bij deze afbaking tegenwoordig te zijn en alzoo door eene communicatieve handeling in deze zoo mogelijk een einde te maken aan de menigvuldige bezwaren welke dienaangaande reeds zijn te berde gebragt. 

 

De schout van Doornspijk

(Get.) H.B. Van Jeveren

 

 

47

Doornspijk den 16 april 1823

 

Aan den Heer Hoofdschout van Overveluwe te Heerde

 

Met deze heb ik de eer U.H.W. Geb. in te zenden de grosse der acten van borgstelling der navolgende ondernemers van veenderijen in de Polder van Oosterwolde als van

den heer  E.R. Daendels

den heer G. Langen

den heer H. Kragt Senior

den heer H. Glins

terwijl ik van gedachten ben dat deze grosse aan den Heer ontvanger der Polderlasten te Oosterwolde behoren te worden uitgereikt als hebbende de Polder het Directe belang bij dezelve.

   

De schout van Doornspijk

(Get.) H.B. Van Jeveren

 

 

48                                   

 

Doornspijk, 17 april 1823

 

Aan den Heer  Hoofdschool van Overveluwe te Heerde

 

Voldoende aan de intentie van U.H. Wel Geb. missive van den zevenden dezer heb ik met den Dijkstoel des Polders van Oosterwolde voorlopig geconfereerd over de opnieuw te doene afbaking der veenderijen,  zoals die is voorgeschreven bij koninglijke besluiten van 25 mei en 23 juni j.l.: bij deze conferentie is het gebleken dat het Polderbestuur van Oosterwolde aan die besluiten en speciaal aan het laatst genoemde eenen anderen zin hecht dan ik zoude menen dat daarin vervat staat, het Polderbestuur vermeent namelijk dat de bepalingen van het convenant van 23 september 1801 door gezegd koninglijk besluit niet kunnen gealtereerd geacht worden voorzoo verre  betreft het verveenen van eenige kampen tot het Erve de Kopstouw behoorende welke ingevolge het Convenant onvervreemd moesten gelaten worden  alsmede met betrekking tot de strook gronds  langs de stouw terwijl hetzelve die gedachte daarop baseert dat door zoodanige bepaling de geheele nuttige  strekking van het convenant zoude verijdeld worden zoals zulks in vorige brieven van  het Polderbestuur aan U.H.W Geb. meermalen is betoogd geworden.

 

Hoe zeer ik genoegzaam inzien heb van het nut dat in de naauwkeurige  opvolging van voormeld convenant kan gelegen zijn, en derhalve overhel tot het gevoelen van het Polderbestuur om voormeld koninglijk Besluit in dien zin op te vatten zoo vermeen ik echter geene vrijheid te hebben om zonder nadere toelichting of autorisatie in het doen der nieuwe afbaking af te gaan van die wijze welke naar mijn inzien in voormeld besluit letterlijk staat voorgeschreven wordende zoo ik meen bij dat besluit geene kampen van het Erf de Kopstouw van de afbaking uitgezonderd.

 

Het is dehalven om aan den eenen kant te vermijden den schijn van op eigene autoriteit van de bepalingen van het koninglijk besluit te willen afwijken en aan den  anderen kant dien van de allezints goede bedoelingen van het Polderbestuur te willen tegenwerken dat ik na gemaakt overleg met het Polder bestuur mij genoodzaakt zie de vrijheid te nemen om alvorens tot die afbaking te kunnen overgaan U H Wel Geb: te verzoeken mij decisief te willen inlichten of U H Mil Geb. meend dat onder de te doene afbaking de bij het convenant bedoelde kampen al of niet behoren begrepen te worden.

 

Bij deze gelegenheid vermeen ik ook ter kennisse van U. H. Wel Geb. te moeten brengen de menigvuldige bezwaren welke door de eigenaren der veenderijen worden ingebragt tegen de afbaking naar de maatstaf der nieuwe nederlandsche zeden (?) als wordende daardoor in verscheidene kleine kampjes de mogelijkheid tot het voortzetten der verveening ten eene male weggenomen terwijl ik ook vermeen het veilig daarvoor te mogen houden dat het Polderbestuur deze  meerdere breedte  van de onverveend te laten strooken gronds geenzints noodzakelijk acht te meer daar in het convenant met den Heer Daendels ook slechts Rhijnlandsche roeden bedoeld wordt.

 

 

Nationale Militie

 

Publicatie

 

De schout van Doornspijk ontvangen hebbende een missive van den Heer Gouverneur dezer Provincie d.d. 19 april 1823 1688 /17 s afdeeling daarbij inzendende eenen nominative staat, der Personen die door de militie Raad zitting houdende te Zutphen voor een jaar of  voor altijd van den dienst der Nationale Militie zijn vrijgesteld welken  staat is van den navolgenden inhoud:

Fiat Inservio van den staat

 

 

49

 

Doornspijk den 26 april '23

 

Aan den Heer Officier bij de Regtbank van eersten aanleg zitting houdende te Arnhem.

 

Ik heb de eer U.E.Gestr. hierbij in te zenden een Proces Verbaal  van visitatie op heden gehouden, naar goederen ingevolge kennisgeving van den Heer Vrederegter des kantons Vaassen op heden ontvangen, in den nacht van den twaalfde op den dertienden dezer onder Epe gestolen bestaande in een ijzeren Herders schop  en haak benevens de steel of stok ik heb deze goederen provisioneel onder mijne bewaring gehouden; verzoekende U.E. Gestr. mij te informeren of ik dezelve aan den Heer Vrederegter van Vaassen ter Finale erkenning door de eigenaren of wel aan

U.E.Gestr. zal behoren te zenden.

 

De schout van Doornspijk

(Get.) H.B. Van Jeveren

 

 

Proces Verbaal

 

Pro Justitia  

Op heden den zesentwintigsten April achttienhonderd drie en twintig des middags ten twee uren compareerden voor ons Mr. Henricus Boonzaaier van Jeveren Schout des ambts Doornspijk Provincie Gelderland Louis Marcal geregtsdienaar en Hendrik Martens Veldwachter de welke wij heden morgen ten elf uren ten gevolge eener kennisgeving van den Heer Vrederegter des kantons Vaassen van den vierentwintigsten dezer op heden ontvangen hadden last gegeven om naar zoeking te doen van immen, ijzerwerk en glas ten huize van Hermen Mulder, Berend Bouwman en Hendrik Bouwman onder Epe woonachtig in den nacht van den twaalfden op den dertienden deze maand gestolen  en hebben komparanten verklaar dat zij gezamenlijk met Martien Mulder, Berend en Hendrik Bouwman voornoemd ingevolgen hunnen last het Dennebosch van den Heer van Spaen doorzocht hebbende niets van de aangeduide goederen hebben gevonden en vervolgens gekomen zijnde ten huize van Lammert Leusink bijgenaamd Bijl in de Buurschap Aperlo te Doornspijk aldaar gevonden hebben een Herdersschop met eenen ijzeren haak er boven aan zijnde de haak gemerkt met een kruisje en de schop aan de eene zijde met een hoek eruit juist overeenkomende met de uitduiding welke daarvan door den eigenaar was gegeven dat zij daarbij bevonden hebben een stok van een Herdersschop waarvan de haak van boven was afgedraaid en waarop de sporen van een mes om boveneinde daar af te snijden nog zichtbaar waren, terwijl het ondereinde daar van gedeeltelijk gesneden  en gedeeltelijk afgebroken was.

 

Waarvan wij dit Proces Verbaal  hebben opgemaakt te Doornspijk op tijd voornoemd het welk na voorlezing door Louis Marcal en ons is geteekend verklarende Hendrik Martens uit te kunnen schrijven.

 

(Get.) L. Marcal

A.B. Van Jeveren

 

 

50

Doornspijk, 22 april 1823

                       

Aan den Heer Officier bij den Regtbank van eersten aanleg zitting houden te Arnhem

 

Ik heb de eer U.E.Gest. hierbij in te zenden het Proces Verbaal van denunciatie eener diefstal van Roggebrood in den nacht van den 21 op 22 april in deze gemeente op het Erf van Hendrik Top gepleegd ik heb op alle woningen in den omtrek die mij enigzints suspect voorkwamen doen nazoeken doch heb geene sporen van deze diefstal kunnen ontdekken.

                                                                     

De schout van Doornspijk

(get.)H.B. Van Jeveren

           

Op heden den 22 april een duizend acht honderd drie en twintig des morgens ten elf uren compareerde voor ons Mr. Henricus Boonzaier van Jeveren schout des ambts Doornspijk Provincie enz. de persoon van Hendrik Top oud vijfendertig jaren van beroep landbouwer in de buurschap Wessingen in dit Schoutambt Doornspijk woonachtig de welke verklaarde dat in den nacht van eenentwintigsten op den twee-entwintigsten dezer uit de oven bij het huis staande  en welke met klei gesloten was, waren weg genomen zeven Roggebrooden ieder van circa twaalf Ponden, en vermeende denunciant suspicie te hebben op eene Hendrikje van Kleef in de nabijheid van het Erf woonachtig.

Waarvan wij dit Proces Verbaal hebben opgemaakt het welk na voorlezing door denunciant benevens ons is getekend.

 

(Get.) H. Top

H.B. van Jeveren

                       

           

51

Doornspijk den 1 Mei 1823

 

Aan den Heer Hoofdschout van Overveluwe te Heerde

 

Ik heb de eer U.H.Wel Geb. te berigten dat er gedurende de jongst verlopen maand geene verandering in het Personeel der schoolmeesters is voorgevallen.

 

De schout van Doornspijk

(get.)H.B. Van Jeveren

 

 

52

Doornspijk den 3 Mei 1823

Aan het Diakoniebestuur van Doornspijk

 

Ingevolge ontvangene aanschrijving van het Provinciaal bestuur van Gelderland heb ik de eer U.W.Ed. bij deeze te inviteeren eene commissie te committeeren om in den loop dezer week op zoodanigen dag als U.W.Ed. daartoe het geschiktste zal oordelen aan de huizen der ingezetenen rond te gaan ten einde met opene schalen in te zamelen de liefde giften ten behoeve van het fonds ter aanmoediging en onder-steuning van den gewapenden dienst in de nederlanden.

                       

U.W.E. verzoekende het montant der ingezamelde gelden ten kantore van den Schout te deponeeren.  

           

De schout van Doornspijk

(get.)H.B. Van Jeveren

 

 

Publicatie

 

De Schout van Doornspijk verwittigd mids deze een iegendlijk dat de kollecte voor het fonds ter aanmoediging en ondersteuning van deze gewapenden dienst in de nederlanden aan de huizen der ingezetenen van Doornspijk en Oosterwolde in de loop dezer week zal gehouden worden en zulks ten behoeve der gekwesten ten gevolge der gevechten bij Waterloo Quatrebras en in het afgelopen jaar bij Palenbang en Cheribon waardoor het aantal der uit bovengenoemd fonds bedeelde weder met twee en zestig Personen is vermeerderd, zoo dat de behoeften van dit fonds ook thans nog aanmerkelijk zijn gegroeid, en alleen door milde bijdrage tot ondersteuning van de alzoo in den strijd voor hun vaderland ongelukkig gewordene militairen of derzelver hulpbehoevende betrekkingen kan bevorderd worden.

 

Doornspijk den 3 mei 1823

De schout voornoemd

(get.)H.B. Van Jeveren

 

 

Waarschuwing

 

De Schout van Doornspijk brengt ter kennisse van alle de gene die zulks mogt aangaan dat ingevolge plaatselijke Reglementen het weiden of gras snijden voor vee op of aan de Publieke wegen verboden is, dat de gene die voortaan met vee langs de Publieke wegen of op de landen van Particulieren met vee gevonden worden om te weiden of met het snijden van gras in landen of heggen zullen vervallen in de boete

bij bovengenoemd Reglement bepaald zullende de Ouders voor hunne kinderen en de Bouwlieden voor hun knechten aansprakelijk zijn. En ten einde niemand hiervan onwetendheid voorwende zal deze worden afgelezen en aangeplakt waar zulks te doen gebruikelijk is.

 

Doornspijk den 3 mei 1823

De schout voornoemd

 

 

53

Doornspijk den 8 Mei 23

Aan den Heer Vrederegter des Kantons Vaassen

 

In voldoening aan eene bij mij ontvangen aanschrijving van den Heer Officier van justitie te Arnhem heb ik de eer hierbij aan Uw Edele Gestrenge in te zenden goederen welke bij de gehoudene visitatie ten huize van Lammert Leusink te Doornspijk gevonden zijn, zijnde een herdersschop en ijzeren haak benevens twee stokken, waarvoor verzoeke reçu aan den veldwachter Hendrik Martens brenger dezes mede te geven.

 

De schout van Doornspijk

(get.)H.B. Van Jeveren

 

 

54

Doornspijk den 9 Mei 1823

 

Aan den Heer Officier van Justitie in het Ressort Arnhem

 

In voldoening aan U.W.E. Gestr. Aanschrijving van den 2 dezer 477 heb ik de eer U.E.Gestr. te berigten, dat het huisgezin van Lammert Leusink in deze Gemeente in een zeer slechte naam staat, zoodanig dat wanneer in die buurschap iets vermist wordt, de oogen der naarsporing het eerst op dat huisgezin gevestigd zijn, te meer daar eenige leden van hetzelve meermalen als verdacht van diefstal zijn gedetineerd geweest; doch wegens hunne grote mate van geslepenheid en bij gebrek aan genoegzaam bewijs ongestraft ontslagen zijn.

 

De Schout van Doornspijk

H.B. van Jeveren

 

 

55

Doornspijk den 22 mei 1823

 

Aan den Heer Hoofdschout van Overveluwe te Heerde

 

Ik het de eer U.H.Wel.Geb. Hiernevens in te zenden , het kohier der Ambt Lasten

voor den Dienst van het Loopende jaar; benevens de daarbij behoorende stukken.

 

De Schout van Doornspijk

H.B. van Jeveren

 

 

56

Doornspijk den 23 Mei 1823

 

Aan den Kommandeuren de Officier der 9e afdeling Nat. Infanterie te 's Gravenhage

 

Het is naar aanleiding van het besluit van den Heer Gouverneur deze Provincie d.d. 2 augustus 1820 6821/17 en van het deswegen bij mij gedaan verzoek van Gijsbert Opgelder Fuselier bij het Bataillon der 9e afdeeling Nationale Infanterie, die thans in zijn laatste dienstjaar is en zich met verlof in deze gemeente bevind; dat ik de vrijheid neem  U.E.Gestr. te verzoeken, aan gemelden Gijsbert Opgelder de bij de vereischte Permissie tot het aangaan van een huwelijk te verleenen.

 

De Schout van Doornspijk

H.B. van Jeveren

 

 

57

Doornspijk den 16 Mei 1823

 

Onderwerp

Woonplaats van den Schout

 

Aan den Heer Hoofdschout van Overveluwe te Heerde

 

In antwoord op U.H.W. Geb en geëerde aanschrijving van den 12 dezer heb ik de eer te berigten; dat, daar zedert onheugelijke tijden de Schouten van Doornspijk met uitzondering  van een paar tijdvakken met derzelver huisgezin te Elburg zijn woonachtig geweest, als zijnde dit wegens de ligging van het ambt Doornspijk voor alle ingezetenen op verve na het gerieflijkste, daar Elburg juist in het midden van het ambt van Doornspijk gelegen en alle kanten niet meer dan 5 à 10 minuten afstand daarvan verwijderd is. Daar zelfs bij het voormalige reglement voor het Departement Gelderland gearresteerd in het jaar 1801 uit het bezef van het nuttige of onschadelijke dezer uitwoning bij art: 229 aan den Schout van Ermelo de stad Harderwijk en aan dien van Doornspijk de stad Elburg tot woonplaats word aangewezen. Het voorbeeld van zoo langen tijd en het volslagen gebrek aan eenig Lokaal inde Gemeente mij in de volstrekte noodzakelijkheid heeft gebragt om in deze het voetspoor mijner voorgangers te volgen.

 

In de overtuiging dat deze uitvoering aan de ingezetenen van dit schoutambt niet het geringste ongerief veroorzaakt, neem ik de vrijheid U.H.W. Geb. ten dringendste te verzoeken om door U.H.Wel Geb. vermogenden invloed te willen bewerken, dat ten opzigte meer naar de bedoeling dan wel naar den letter van het Reglement van het Plattelandss Bestuur gehandeld worde; daar toch Elburg van alle kanten door dit Schoutambt omringt als het middelpunt van hetzelve kan geacht worden, terwijl ik daarbij aan het U.H.Wel. Geb. wenschte in Consideratie te geven, dat de verpligting om met der daad met mijn gansche huisgezin mijne woning in Doornspijk of Oosterwolde te moeten vestigen, een wezentlijke en schier onoverkomelijke benadeeling voor mij zouden opleveren, zoo door de daaruit voortspruitende vermindering mijner middelen van bestaan als door de enorme kosten waartoe ik tot het aanschaffen eener woningen en tot het onderwijs, de opvoeding mijner zes kinderen zoude gedwongen zijn.

 

De Schout van Doornspijk

H.B. van Jeveren

 

 

58

In voldoening aan art. 10 van U.H.E. Gestr. besluit d.d. 8 april no 1556/12 Prov. Blad 48 heb ik de eer hierbij in te zenden de Processen Verbaal van de stemopneming voor de kiezers van de staten der Provincie.

 

Doornspijk, 14 mei 1823

Aan den Heer Gouverneur van Gelderland

De schout van Doornspijk

H.B. van Jeveren

 

 

59

Doornspijk, den 20 Mei 1823

 

Aan den Heer Hoofdschout van Overveluwe te Heerde

 

In voldoening aan U.H.W. Geb. geëerde aanschrijving d.d. 12 dezer heb ik de eer u te berigten dat er gedurende het jaar 1822 twee personen uit de Provincie Overijssel alhier zijn aangekomen en er zich twaalf naar die Provincie hebben begeven – U.H.W. Geb.  tevens kennis gevende dat het mij in het vervolg gemakkelijker zal zijn om met juistheid te kunnen voldoen aan art. 4 van het besluit van den 28 jan. 1822  no 2720/1. Prov. Blad 67 uit hoofde door mij een legger is geformeerd houdende juiste opgave van alle personen wel zich in deze gemeente bevinden met nauwkeurige vermelding van derzelver tijd en plaats van geboorte, terwijl de ingezetenen in last is gegeven om van de minste verandering in het Personeel hunner huishouding voorvallende daarvan dadelijk kennis te geven, waarvan als dan in de kolommen daartoe bestemd behoorlijke aanteekening word gehouden, het welk mij voor het bezit van zoodanigen legger niet voldoende was.

                                                                                                                                                        

De schout van Doornspijk

H.B. van Jeveren

 

 

60

Doornspijk, den 26 mei 1823

 

Aan de Heer Hoofdschout van Overveluwe te Heerde

 

Ik heb de eer UH Wel. Geb. hierbij in te zenden Proces Verbaal der op nieuw door mij gehoudene afbaking der veenderijen in den Polder van Oosterwolde naar den maatstaf van nieuwe nederlandsche roeden en zulks met de veranderingen vervat in U.H.Wel.Geb: missive d.d. 24 april jl. aangaande het niet afbaken  van eenige kampen tot het Erf de kopstouw behorende overigens heb ik gemeende de strooken gronds welke onverveend moesten blijven te moeten berekenen op eene breedte van een en twee nederlandsche roeden lengtemaat, zijnde al ruim eens zoo veel als bij het convenant was voorgeschreven.

 

De schout van Doornspijk

H.B. van Jeveren

 

 

Proces Verbaal

 

Op heden den zevenden mei achttienhonderd drie en twintig des morgens ten negen uren hebben wij Mr. Henricus Boonzaaier van Jeveren Schout des ambts Doornspijk Kanton Elburg Arrondissement Arnhem Provincie Gelderland geassisteerd met de heeren Klaas van der Maten en Aart Labots als leden van het bestuur van Oosterwolde ten einde ingevolge invitatie van den Heer Hoofdschout van Overveluwe bij deszelfs d.d. 17 February j.l. in presentie van gemelde Heren overtegaan tot het opnieuw afbakenen der veendorpen naar den maatstaf van nederlandse roeden waarvan de voortzetting bij besluiten van zijne majesteit den koning der nederlanden  d.d. 25 mei 1822. 105 en 23 juny 1822 72  is akkordeerd en ten einde voldoen aan art. 5a van de besluiten van de H.H. Gedeputeerde Staten van Gelderland d.d. 27 juny 1822 2, 3e afdeeling en 8 july 1822 4, 3e afdeeling hebben wij ons eerst begeven naar het erf de kopstouw aan den Heer E.A. Daendels toebehoorende en hebben bevonden dat de Perceelen 369 – 370 – 378 en 380 tuschen de groten weg en de zomerdijk gelegen voor het grootste gedeelte reeds waren verveend, echter aan alle kanten een strook gronds van circa eene halve nederlandsche roede / eene rhijnlandsche roede / en aan de zijde van de stouw circa  eene nederlandsche roede / twee rhijnlandsche roeden / was onverveend gelaten zijnde dit de breedte zooals die het convenant tuschen het Polder Bestuur van Oosterwolde en den Heer E.A. Daendels is bepaald, waarna wij aan de vierhoeken van elk Perceel ter breedte van eene nederlandsche roede behoorlijke baken hebben doen plaatsen om daarnaar de kade te doen aanleggen.

 

Van daar ons begeven hebbende naar het veenland van Peter Aalts Snee hebben wij bevonden dat in hetzelve zoowel  aan de zijden der wangen, als aan de noord en zuidkanten slechts eene geringe en onregelmatige strook grond was onverveend gelaten waarna ter bepaalde breedte behoorlijke taken hebben doen stellen tot daarstelling der vereiste kade._ Een dergelijk gebrek hebben wij bevonden in de Perceelen 512 – 513 en 306 waarvan Jan van Dijk Lz. is toegestaan geworden en hebben wij ook in deze  Perceelen de breedte der aanteleggene kade doen afbakenen.

Ons van daar begevende naar de Perceelen Lands 572 – 573 – 576 en 575 aan Gerrit Langen toebehoorende hebben wij bevonden dat aldaar eene vrij aanzienlijke strook gronds voorhanden was echter overal ongenoegzaam om een kade ter vereischte breedte naar den maatstaf der nieuwe nederlandsche roeden aanteleggen en hebben wij dezelve insgelijks in de vierhoeken kennelijk afgebakend.

Alnu gekomen zijnde in het veenland van Hendrik Mulder zijnde de Perceelen

1599 en 1600  hebben bevonden dat in dezelven eene kleine strook gronds voorhanden was welke niet dan met groote kosten ter vereischte breedte kan gebragt worden en hebben wij dezelve in de vierhoeken kennelijk afgebakend.

 

Ons onderzoek verder voortzettende hebben wij eindelijk bevonden dat in de Perceelen 206 en 207 aan Harmen Glins toebehorende de vereischte strooken in den omtrek waren gelaten en waar dit mankeert weder tot voorgeschrevene breedte zal kunnen worden aangevuld en hebben dezelve mede aan de vier hoeken kennelijk afgebakend. Zijnde door ons de Perceelen bekend onder 366 – 364 en 387, hoezeer insgelijks tot de kopstuw behorende  alnu onafgebaakt gelaten en zulks ten gevolge van dienaangaande ontvangene inlichtingen vervat in de missive van den Heer Hoofdschout van Overveluwe d.d. 26 april j.l. als moetende deze Perceelen ingevolge de bepalingen van het bestaande convenant tussen de Dijkstoel des Polders van Oosterwolde en den Heer E.A. Daendels d.d. 23 september 1801 onverveend gelaten worden.

 

Over het algemeen is bij het doen der afbaking der hier bovengenoemde veenderijen door ons opgemerkt geworden dat het bij de meeste Perceelen zoo niet bij alle ten eene male ondoenlijk is om eene kade ter breedte van eene kade ter breedte van een en twee nederlandsche roeden aan te leggen terwijl de vorderingen van den Dijkstoel van Oosterwolde zich ook nimmer verder hebben uitgestrekt dan tot de breedte van een en twee Rhijnlandsche roeden welke breedte alnog voor het nut der omgelanden en het behoud der wegen en waterkeringen volkomen genoegzaam geacht wordt. Van al het welk wij dit Proces Verbaal hebben opgemaakt enz.

 

De schout van Doornspijk

Get. H.B. van Jeveren

 

 

61

 

Doornspijk, den 1 juni 1823

Aan den Heer Hoofdschout van Overveluwe te Heerde

 

Ik heb de eer U.H. Wel Geb. te berigten dat er gedurende de maand Mei geen verandering in het Personeel der schoolonderwijzers heeft plaats gehad.

 

De schout van Doornspijk

(Get.) H.B. van Jeveren

 

 

62

 

Doornspijk, den 1 juni 1823

 

Aan den Heer  Hoofdschout van Overveluwe  te Heerde

 

In voldoening aan het besluit van den Heer Gouverneur dezer Provincie d.d.  12 mei j.l. no 2026/21 heb ik U.H.Wel Geb. hier nevens in te zenden de staat der Personen die uit het fonds der Diakonie eene meerdere bedeeling dan f 22 – 50  's jaars genieten U.H.Wel Geb. informeerende dat het Diakonie bestuur te kennen heeft gegeven dat er eenige huisgezinnen in de gemeente zijn die eene mindere onderstand dan f 22 – 50  Per hoofd 's jaars genieten en welke zij wel naar eene der koloniën zouden verlangen op te zenden doch daarvan geene opgave gedaan als zijnde hun fonds om ingevolge het gemaakt contract f 22 – 50 per hoofd te betalen daartoe niet toereikende.

 

De schout van Doornspijk

(get.) H.B. van Jeveren

 

 

63

 

Doornspijk, den 4 juny 1823

 

Aan den Heer Gouverneur der Provincie Gelderland te Arnhem

 

Naar aanleiding van art. 50 der wet op de Nationale Militie van den 27 april 1820

11 heb ik de eer U.H.Ed.Gest. hierbij in te zenden het Paspoort van Arend Bosman met verzoek mij het zelve met een certificaat letter L.L. Te doen toekomen.

 

De schout van Doornspijk

(get.) H.B. van Jeveren

 

 

64

 

Doornspijk, den 4 juny 1823

 

Aan den Heer Militie Commissaris van het Ressort Zutphen te Apeldoorn.

 

In antwoord op uw missive d.d. 26 mei j.l. heb ik de eer te berigten dat mij na onderzoek is gebleken dat de Persoon van Hendrik Berend Lange ongesteld en Eibert Steenbergen op reis is geweest en daardoor verhinderd zijn om op de inspectie te verschijnen, zonder dat dezelve mij hiervan te voren hebben laten informeren.

 

De schout van Doornspijk

(get.) H.B. van Jeveren